1. Bestemmingsplan Stegerdijk 15, toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren
September 2025
Status: vastgesteld
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren”
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren NL.IMRO.0175.buiten2012bp0089-VG01 Bestemmingsplan Vastgesteld September 2025
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 7 LEESWIJZER .............................................................................................................................................. 10
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE ...................................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2
DE HUIDIGE SITUATIE .................................................................... 11 DE GEWENSTE SITUATIE................................................................. 13
ONTWIKKELING ......................................................................................................................................... 13 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 15
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ............................................................................ 17 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 17 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 29 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 29 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 30 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 31 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 33 GEUR ...................................................................................................................................................... 35 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 36 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 37 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 39
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 41 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 41 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 42
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 44 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 44 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 44 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 45
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 47 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK & VOOROVERLEG ........................................................... 48 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 48 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 48 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 48
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 49 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 49 WOONNOTITIE .................................................................................................................................. 50 AKOESTISCH INDUSTRIELAWAAIONDERZOEK ............................................................................................ 51 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 52 DE WATERTOETS ................................................................................................................................ 53
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend plan heeft betrekking op het perceel aan de Stegerdijk 15 te Stegeren, in het buitengebied van de gemeente Ommen (hierna plangebied). Ter plaatse bevindt zich een wijngaard, agrarische bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning. Het perceel heeft een relatie met het perceel Stegerdijk 13. Ter plaatse is Europe Forestry gevestigd, een bedrijf dat bosbouwmachines ontwikkelt, produceert, repareert en verkoopt. Initiatiefnemer is voornemens om de wijngaard verder te professionaliseren en op het perceel diverse activiteiten van Europe Forestry uit te voeren. Concreet bestaat de beoogde ontwikkeling uit: • • • •
•
Het uitbreiden van de bestaande wijngaard; Het realiseren van een bezoekerscentrum waar bezoekers een toelichting krijgen op de wijngaard; Het ontvangen van potentiële klanten van zijn bedrijf Europe Forestry. Hierbij worden bosbouwmachines, die aan de Stegerdijk 13 worden geproduceerd, gedemonstreerd; Het produceren van wijn is intensief en een wijngaard behoeft veel controle en bijsturing. Om deze aandacht werkbaar te houden, voor de langere termijn, wil initiatiefnemer een tweede bedrijfswoning realiseren; Het landschappelijk inpassen van het geheel, conform het ruimtelijk kwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting.
Om het voornemen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Dit bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridisch planologische kader. Aangetoond wordt dat het voornemen in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Stegerdijk 15 in Stegeren, in het buitengebied van de gemeente Ommen, op circa 5,7 kilometer ten oosten van het centrum van Ommen. Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Ommen, sectie P, nummer 868 en 867. De indicatieve ligging van het plangebied, ten opzichte van Ommen en Stegeren en de directe omgeving, wordt weergegeven in de afbeelding 1.1. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode ster en rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van Ommen en Stegeren en de directe omgeving (Bron: ruimtelijkeplannen.nl en Openstreetmap, bewerkt )
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (IMRO-code: NL.IMRO.0175.buiten2012bp0089-VG01) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Buitengebied” en “Buitengebied, herziening 2013-2”. Deze bestemmingsplannen zijn door de gemeenteraad van Ommen vastgesteld op respectievelijk 18 februari 2010 en 30 oktober 2014. Daarnaast ligt het plangebied binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Facetherziening parkeren Ommen“ en het “Parapluplan kleine windmolens”, die respectievelijk zijn vastgesteld op 19 juli 2018 en 29 september 2022. Opgemerkt wordt dat gedurende de procedure de Omgevingswet in werking is getreden. Daarmee zijn de geldende plannen onderdeel geworden van het Omgevingsplan. Voor de regels ter plaatse zijn hoofdzakelijk de bestemmingsplannen “Buitengebied” en “Buitengebied, herziening 2013-2” van belang. In afbeelding 1.3 en 1.5 zijn van de verbeelding van de twee geldende bestemmingsplannen respectievelijk weergegeven. Afbeelding 1.4 geeft een uitsnede weer van de gebiedsbestemmingenkaart. In alle afbeeldingen geeft de rode contour globaal de locatie van het plangebied weer.
Afbeelding 1.3
Uitsnede vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” bestemmingen (Bron: Gemeente Ommen)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
Afbeelding 1.4
Uitsnede vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” gebiedsbestemmingen (Bron: Gemeente Ommen)
Afbeelding 1.5
Uitsnede vigerende bestemmingsplan “Buitengebied, herziening 2013-2” (Bron: Gemeente Ommen)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen en strijdigheid
“Buitengebied” Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied” is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met een bouwvlak. Tevens kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Primair waterstaatsdoeleinden’ en de gebiedsbestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke openheid’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld ‘Agrarische doeleinden’ De gronden op de plankaart aangewezen voor Agrarische doeleinden, zonder subbestemming, (A) zijn bestemd voor grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw, alsmede voor onder andere hobbymatig agrarisch gebruik. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het maximaal aantal woningen per bouwvlak bedraagt één, tenzij anders op de plankaart is aangegeven. De maximale inhoud van een bedrijfswoning bedraagt 750 m3, met een maximale bouw-/ en goothoogte van respectievelijk 10 en 4,5 meter. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale bouw-/ en goothoogte van respectievelijk 12 en 5,5 meter. Het maximum oppervlak aan bedrijfsgebouwen bedraagt het volledige bouwvlak. ‘Primair waterstaatsdoeleinden’ De gronden op de verbeelding aangewezen voor Primair waterstaatsdoeleinden zijn primair bestemd voor de waterhuishouding, waaronder begrepen de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, tenzij burgemeester en wethouders hiervoor meewerken aan een afwijking.
‘Agrarisch gebied met landschappelijke openheid’ Gronden met deze bestemming zijn naast de geldende enkelbestemming mede bestemd voor de in dit gebied voorkomende landschappelijke waarden in de vorm van grootschalige openheid, een rationeel verkavelingsen wegenpatroon en verspreid liggende boscomplexen in onderlinge samenhang en verhoudingen de in dit gebied voorkomende cultuurhistorisch waardevolle elementen “Buitengebied, herziening 2013-2” Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied, herziening 2013-2” is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – wijngaard’ en de dubbelbestemmingen: ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’; ‘Waarde - Rivieroevers met natuurwaarden’ en ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ ‘Agrarisch’ De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw; hobbymatig agrarisch gebruik. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – wijngaard’ is eveneens een wijngaard toegestaan. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken is een omgevingsvergunning vereist door burgermeester en wethouders, tenzij het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2 en minder diep steekt dan 50 cm. ‘Waarde - Rivieroevers met natuurwaarden’ De voor 'Waarde - Rivieroevers met natuurwaarden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de in dit gebied voorkomende landschappelijke waarden in de vorm van het contrast tussen het open rivierdal en de besloten beboste rivierduinen en het aanwezige microreliëf en de in dit gebied voorkomende cultuurhistorisch waardevolle elementen in de vorm van: monumenten en karakteristieke boerderijvormen evenals archeologisch waardevolle gebieden. ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen - mede bestemd voor de waterhuishouding, waaronder begrepen de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Strijdigheid Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om het voornemen mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet hierin middels een passend juridisch-planologisch kader.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Ommen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE SITUATIE
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de Stegerdijk 15 te Stegeren, in het buitengebied van de gemeente Ommen. Het gebied waarbinnen het plangebied is gelegen betreft een overwegend agrarisch landschap, waarin verspreid agrarische erven en woonpercelen liggen. Binnen het plangebied zijn de volgende gebouwen/voorzieningen aanwezig: een bedrijfswoning; een wijngaard; agrarisch graslandschap; agrarische bedrijfsbebouwing met erfverharding en een sleufsilo. Voorheen werd op het perceel een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Dit gebruik is echter geruime tijd geleden komen te vervallen. Sindsdien is het perceel hoofdzakelijk in gebruik ten behoeve van de wijngaard. Opgemerkt wordt dat reeds een vergunning is verleend voor de bouw van nieuwe bedrijfsbebouwing. In hoofdstuk 3 volgt hier een nadere toelichting op. Afbeelding 2.1 en 2.2 geven luchtfoto’s weer van het plangebied en de omgeving, waarbij afbeelding 2.2 inzoomt op het agrarisch erf. Tot slot is in afbeelding 2.3 een foto vanaf de Stegerdijk opgenomen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Atlas van de leefomgeving)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Luchtfoto huidige situatie erf (Bron: Atlas van de leefomgeving)
Afbeelding 2.3
Straatbeeld huidige situatie vanaf de Stegerdijk (Bron: Maps Google)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
DE GEWENSTE SITUATIE
3.1
Ontwikkeling
3.1.1
Het initiatief
Initiatiefnemer wil een duurzaam toekomstperspectief voor het perceel Stegerdijk door het neerzetten van een florerend bedrijf voor een leefbaar platteland. Concreet bestaat de ontwikkeling uit: • • • •
•
Het uitbreiden van de bestaande wijngaard. De totale uitbreiding bedraagt circa 1,3 hectare. De productie van de wijn wordt conform de huidige vergunning voorgezet; Het realiseren van een bezoekerscentrum waar bezoekers een toelichting krijgen op de wijngaard. Het centrum wordt daarnaast gebruikt voor trainingsdoeleinden en als proeflokaal; Het ontvangen van potentiële klanten van zijn bedrijf Europe Forestry. Hierbij worden bosbouwmachines, die aan de Stegerdijk 13 worden geproduceerd, gedemonstreerd; Het produceren van wijn is intensief en een wijngaard behoeft veel controle en bijsturing. Om deze aandacht werkbaar te houden, voor de langere termijn, wil initiatiefnemer een tweede bedrijfswoning realiseren. Tot slot wordt het geheel op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast (zie subparagraaf 3.1.2).
Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is voor het perceel reeds een omgevingsvergunning voor het bouwen verleend voor de realisatie van nieuwe bedrijfsbebouwing. In afbeelding 2.1 is een tekening van de vergunde bebouwing weergegeven. Opgemerkt wordt dat een nieuwe omgevingsvergunning zal worden aangevraagd, vanwege het feit dat een deel van de bebouwing benut zal worden voor andere functies (o.a. bedrijfswoning).
Afbeelding 2.1
Bouwtekening reeds vergunde agrarische bebouwing (Bron: BOMA Staalbouw)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld De beoogde nieuwbouw is geschikt voor de beoogde bedrijfsactiviteiten. Het kan worden gebruikt voor de bedrijfsactiviteiten behorend bij de wijngaard (productie en opslag van wijn, werktuigenberging en het bezoekerscentrum). Ook de tweede bedrijfswoning kan in de nieuwbouw worden geïntegreerd. Tot slot zal een deel van het buitenterrein worden ingericht als demonstratieterrein voor het demonstreren/testen van producten van Europe Forestry. 3.1.2
Landschappelijk inpassing
Het initiatief wordt landschappelijk ingepast. Door De Erfontwikkelaar is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het plan is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Het huidige agrarische bouwvlak blijft behouden en biedt voldoende mogelijkheden om de faciliteiten van de wijngaard een plek te geven. De reeds vergunde nieuwbouw is van zodanige omvang dat alle functies daarin ondergebracht kunnen worden. Het realiseren van extra bebouwing, ten opzichte van hetgeen reeds vergund, is op dit moment dan ook niet noodzakelijk. Het erf wordt vanuit de noordzijde bewust open gehouden waarmee het een icoon aan de Vecht zal worden. Tezamen met de aanplant van bomen en struweel vormen ze een eenheid in het landschap. Op het erf is tevens een ruimte opgenomen voor het demonstreren en testen van machines. Deze ruimte wordt afgeschermd middels een robuuste houtwal. Ook rond de bestaande (minder passende) schuur wordt bosplantsoen aangeplant. Met het toevoegen van extra groen wordt het bouwvlak beter ingepast. De wijngaard zal aangelegd worden op het bestaande perceel. Door brede paden tussen de ranken te maken wordt de oorspronkelijke kleinschaligheid hersteld. Een halfverhard pad door de wijngaard zal voorkomen dat er onnodige verkeersbewegingen ontstaan. Al rijdend of lopend door de wijngaard komt men op het erf dat boven het maaiveld uitsteekt.
Van hier een prachtig uitzicht over het Vechtdal. Bij de entree van het erf zal een informatieplek gemaakt worden over de verdwenen boerderijen van Stegeren. Het vormt een bijzondere plek aan de diverse wandel- en fietsroutes die langs het erf gaan. De bestaande wilgen langs de watergang schermen de wijngaard vanuit het noorden af. Langs de Stegerdijk zal tevens een strook van minimaal 6 meter vrij gehouden worden. De brede grasstroken voorkomen dat de wijngaard een onnodig verdicht beeld oplevert. Tevens wordt een onveilige verkeerssituatie voorkomen doordat er op de kruising voldoende zicht blijft. Geconcludeerd wordt dat door deze (landschaps-)maatregelen sprake zal zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Opgemerkt wordt dat het deel van het plangebied dat is ingericht als natte natuur (nr. 13) aangemerkt wordt als maatregel in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Betreffende gronden zijn afgewaardeerd en herbestemd tot ‘Natuur’. Afbeelding 3.2 omvat een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
3.2
Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar)
Verkeer en parkeren
De parkeerbehoefte wordt bepaald conform het gemeentelijk parkeerbeleid. Dit is vastgelegd in de ‘Parkeernormennota Ommen’. Hierbij zijn de parkeernormen voor het buitengebied van toepassing. De gemeente Ommen gaat uit van een minimale parkeernorm, binnen de bandbreedte uit de CROW-richtlijnen. De parkeerbehoefte wordt berekend door de omvang van de functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. 3.2.1
Uitgangspunten
Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
3.2.2
verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Ommen); stedelijke zone: buitengebied (minimale parkeernorm, conform beleid); functies: o Koop, huis, vrijstaand. o Wijngaard met bijbehorende voorzieningen en demonstratieterrein Parkeren
Ontwikkeling De ontwikkeling betreft de uitbreiding van de wijngaard; het toevoegen van één bedrijfswoning, de realisatie van een kleinschalig bezoekerscentrum en tot slot het demonstreren van bosbouwmachines. Opgemerkt wordt dat uitsluitend parkeernormen aanwezig zijn voor de tweede bedrijfswoning. Voor deze woning dienen 2 parkeerplaatsen te worden aangelegd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld Kleinschalig bezoekerscentrum: Voor de functie kleinschalig bezoekerscentrum bestaat geen parkeerbehoefte, op basis van de CROW. Gezien het een kleinschalig bezoekerscentrum betreft wordt een beperkte parkeerbehoefte verwacht. De verwachte parkeerbehoefte wordt geschat op maximaal 10 parkeerplaatsen (gelijktijdig). Demonstreren van de bosbouwmachines: Het demonstreren van de bosbouwmachines vindt plaats met potentiele afnemers van het bedrijf Ecoforestry. De verwachting is dat er maximaal één klant/bedrijf per keer komt. Uitgegaan wordt van worst-case een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Conclusie parkeren Naast de bestaande activiteiten en bedrijfswoning zullen de voorgenomen activiteiten leiden tot een parkeerbehoefte van maximaal 14 parkeerplaatsen. Echter zullen de activiteiten veelal niet gelijktijdig plaatsvinden, waardoor naar de reguliere parkeerbehoefte fors lager zal zijn. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in het beoogde aantal parkeerplaatsen te kunnen voorzien.
3.2.3
Verkeersgeneratie
Gelet op de voorgenomen ontwikkelingen zal sprake zijn van een (zeer) beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen (maximaal circa 30-35 bewegingen per weekdagetmaal). De Stegerdijk heeft voldoende capaciteit om deze beperkte toename eenvoudig en veilig te kunnen afwikkelen. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de aanwezige infrastructuur kan worden gesteld dat de verkeersgeneratie geen belemmering vormt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. 2. 3.
4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Sterke en gezonde steden en regio's; er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld Gelet op de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is hierin een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijv. bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat: •
• • •
er geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte (nieuwbouw reeds vergund/passend binnen bestaande bouwmogelijkheden, wordt wel nieuwe vergunning aangevraagd i.v.m. tweede bedrijfswoning); er maar één wooneenheid wordt toegevoegd; er sprake is van een planologische wijziging die ten opzichte van de huidige toegestane functie geen onevenredige milieueffecten op de omgeving met zich meebrengt; er sprake is van een ontwikkeling, die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ aanvaardbaar is;
kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. 4.1.4
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het rijksbeleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •
• •
4.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.
De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘Of – generieke beleidskeuzes’ zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de betreffende artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.
2.
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; • dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn een variant op de Ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van de toepassing in de groene omgeving. In dit geval is geen sprake van extra bebouwing ten opzichte van hetgeen vergund of een wezenlijke functieverandering. Er vindt geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving plaats. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.6 lid 1 In voorliggend geval is, mede gezien de reactie vanuit de provincie, sprake van een ontwikkeling waarvoor een geringe mate van de Kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO) van toepassing is. De provincie adviseert om aanvullend op het ruimtelijk kwaliteitsplan, ten behoeve van de KGO-balans, de driehoek die op de inrichtingstekening is aangeduid als ‘bestaande natte natuur’ de natuurbestemming te geven. Dit geeft volgens de provincie meer garantie op behoud van de natuurwaarden. Het vorenstaande is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Betreffende gronden zijn afgewaardeerd en herbestemd tot ‘Natuur’.
Het plan is met deze aanpassing in overeenstemming met artikel 2.1.6 lid 1. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •
de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het natuurnetwerk Nederland’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied is aangegeven middels de rode contour.
Afbeelding 4.2
Uitsnede van het ontwikkelingsperspectief (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld ‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het natuurnetwerk Nederland’ Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Het ontwikkelingsperspectief ‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het natuurnetwerk Nederland’ biedt bij uitstek ruimte als bedrijven zoals voorliggend plan beoogd. Het gaat om een initiatief die bijdraagt aan groen ondernemerschap, een bijdrage levert aan de economische vitaliteit van het buitengebied en een sociale bijdrage levert door het behoudt van de leefbaarheid (toestaan toekomstbestendige en duurzame vervolgfuncties). Tot slot wordt het plan bottom-up gerealiseerd. Gesteld wordt dat het voornemen uitstekend past binnen het ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie is gelegen in het landelijk gebied. De ‘stedelijke laag’ kan in dit geval buiten beschouwing blijven. Hierna wordt nader ingegaan op de aanwezige lagen. De ‘Natuurlijke laag’ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met de gebiedstypen ’Dekzandvlakte en ruggen’ en ‘Beekdalen en natte laagtes’. Afbeelding 4.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is indicatief aangegeven met de rode contour.
Afbeelding 4.3
Uitsnede van de ‘Natuurlijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld ‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen.
De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Het plangebied betreft een erf waarop reeds bebouwing aanwezig is danwel vergund is. Het voorgenomen plan voorziet niet in het toestaan van extra bouwmogelijkheden. De nieuwe functies zijn inpasbaar binnen de reeds vergunde nieuwbouw, waarbij wel een nieuwe vergunning zal worden aangevraagd voor de integratie van de tweede bedrijfswoning. De uitbreiding van de wijngaard wordt aangelegd binnen de bestaande contouren van het landschap. Het geheel wordt landschappelijk ingepast, waarbij rekening is gehouden met de natuurlijke waarden voorkomend in het gebied. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het ruimtelijk kwaliteitsplan welke opgenomen is als bijlage 1 bij deze toelichting.
De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met de gebiedstypen ‘Maten en flierenlandschap’ en ‘Essenlandschap’. Afbeelding 4.4 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld
Afbeelding 4.4
Uitsnede van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: Provincie Overijssel)
‘Essenlandschap’ Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschil lende onderdelen en overgangen.
De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. ‘Maten en flierenlandschap’ Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken, en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. De nog gave delen verdienen een intensief op cultuurhistorische waarden gerichte inrichting en beheer. Voor de andere delen is het aanzetten van de randen, het beleefbaar maken van het waterrijke karakter, de continuïteit van het landschap het uitgangspunt.
Nieuwe dragers als biomassateelt, (es)dorpsontwikkeling in de nabijheid, water(voorraad)berging, particulier natuurbeheer zijn voor dit landschap aan de orde. Het maten- en flierenlandschap is slecht geschikt voor het plaatsen van windturbines.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het plangebied is al jaren agrarisch in gebruik en het plan ziet niet toe op extra bouwmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Bij het opstellen van het ruimtelijk kwaliteitsplan, opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting, is het bestaande landschap als uitgangspunt genomen. De nieuwe functies, waaronder ook de uitbreiding van de wijngaard, zijn goed in te passen in de bestaande landschappelijke structuren. Door het uitvoeren van diverse landschapsmaatregelen wordt het erf en de wijngaard beter landschappelijk ingepast en vindt er een forse verbetering van de ruimtelijke kwaliteit plaats. Geconcludeerd wordt dat de ”Laag van het agrarisch cultuurlandschap” geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ‘Laag van de beleving’ Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van de beleving” aangeduid met het gebiedstype ‘donkerte’. Afbeelding 4.5 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van de beleving”.
Afbeelding 4.5
Uitsnede van de ‘Laag van de beleving’ (Bron: Provincie Overijssel)
‘Donkerte’ De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het erf is reeds in gebruik. De wijngaard zelf kent geen lichtuitstoot. Voorliggend bestemmingsplan leidt niet toe een onevenredige toename van het gebruik van kunstlicht. Geconcludeerd wordt dat de ”Laag van de beleving” geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Ommen
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Ommen heeft in 2021 een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld. Met als thema ‘Ommen jouw toekomst’ is de gemeente samen met inwoners, plaatselijke belangen, ondernemers en maatschappelijke organisaties en partners de toekomst gaan verkennen. De ambitie hierbij is dat Ommen zich ontwikkeld tot een groene, gastvrije, geïnspireerde en gezonde verblijfsgemeente. De omgevingsvisie betreft een integrale visie voor de toekomst. De visie vervangt het GOP. Nieuwe ontwikkelingen, transities en opgaven hebben impact op de economie, omgevingskwaliteit en samenleving. Het maakt een actualisatie van de visie op de toekomst wenselijk. Het behouden en verder versterken van de omgevingskwaliteit in het gevarieerd landelijk gebied, Ommen en de kernen staat voorop. Nieuwe opgaven en transities wil de gemeente inpassen met behoud van de omgevingskwaliteit die zo kenmerkend is voor de gemeente. Met deze omgevingsvisie geeft de gemeente ook invulling aan de eisen die de nieuwe Omgevingswet stelt. 4.3.1.2 Missie en ambitie Ommen ontwikkelt zich op basis van haar kernkwaliteiten tot een groene, gastvrije, geïnspireerde en gezonde woon- en verblijfsgemeente. Ommen ontwikkelt zich op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Ommen is een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is.
Een woon- en verblijfsgemeente met een evenwichtige bevolkingsopbouw, een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en vitale leefbare kernen. Het duurzaam behouden en verder ontwikkelen van de kernkwaliteiten, met als basis de 4 G’s: groen, gastvrij, geïnspireerd èn gezond. Een innovatieve gemeente op het gebied van recreatie en toerisme, in samenhang met het bieden van ontwikkelmogelijkheden voor Agro & Food, landschap en natuurwaarden. Een gemeente waar ontspanning, welzijn en sport verbonden zijn met educatie en zorg. 4.3.1.3 Ambitie ten aanzien van het landelijk gebied De ontwikkeling van de kernen zijn niet los te zien van ontwikkelingen in het buitengebied met agrarische activiteiten, landgoederen en bos- en natuurgebieden. Er liggen kansen om in deze kernen om wonen als vliegwiel in te zetten voor het versterken van de vitaliteit van kernen en omliggend landelijke gebied. In dat landelijk gebied spelen ook het hergebruik van leegkomende agrarische gebouwen voor wonen of werken en de bouw van compensatiewoningen in het kader van rood voor rood. Herontwikkeling van bestaande vrijkomende gebouwen biedt mogelijk ook kansen. Als gemeente geeft Ommen ook vanuit de nieuwe roodvoor-rood regeling meer mogelijkheden om compensatiewoningen in of aan de rand van onze kernen te ontwikkelen. Kenmerkend voor Ommen is de grote variatie in landschappen.
Een variatie en ook kwaliteit die Ommen graag wil behouden. Op relatief kleine schaal wisselen rivieren, bos, heide, open en halfopen agrarisch gebied elkaar af. Binnen de gemeente Ommen zijn twee grotere landschappelijke eenheden te onderscheiden: het oude cultuurlandschap en het jongere ontginningslandschap. Het landschap zoals het er nu ligt, is grotendeels een cultuurlandschap dat onder invloed van menselijk handelen en door landbouw is ontstaan. Het landschap vraagt om onderhoud en beheer, om de landschappelijke kwaliteit en de variatie in ons landschap te kunnen behouden. Natuurbeheerders, landgoederen, landbouw en de waterschappen leveren daarin een aandeel, maar hun activiteiten hebben tegelijkertijd soms ook minder gunstige effecten op het landschap en de kwaliteit ervan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
“Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Stegerdijk 15, Stegeren” Vastgesteld Leegstand en verpaupering van agrarische gebouwen en vakantieparken is onwenselijk. De effecten van andere opgaven zoals het peilbeheer, schaalvergroting in de landbouw of de aanleg van een windpark worden door verschillende partijen verschillend gewogen. Ommen wil de leefbaarheid bevorderen en daartoe agrariërs, recreatiebedrijven en landgoederen in staat te stellen toekomstbestendig in het gebied te blijven opereren. De gemeente houdt daarbij rekening met de specifieke mogelijkheden van de verschillende landschappen, natuurwaarden en samen met de waterschappen de waterhuishouding. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Ommen Voorliggend bestemmingsplan biedt de planologische mogelijkheid om de bestaande kleinschalige wijngaard uit te breiden door een volwaardige en exploitabele wijngaard en machines te testen/demonstreren die op het nabijgelegen perceel (Stegerdijk 13) zijn geproduceerd. Daarbij bestaat de wens voor een tweede bedrijfswoning. De nut & noodzaak voor een tweede bedrijfswoning is verwoord in een notitie, opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting.