1. Beerzerweg 26, motivering
Tekst van het document
10.5
Conclusie
De archeologische waarden blijven gelijk omdat er geen (grote) bodemingrepen plaatsvinden. De cultuurhistorische waarden worden versterkt door het voornemen. Deze worden geborgd door het ruimtelijk kwaliteitsplan en het beschermde dorpsgezicht. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 11
11.1
M.E.R.- BEOORDELING
Algemeen
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Indien een wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld dat een kader vormt voor een projectmer-(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als voor een plan een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36 lid 2 Ow). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
11.2
Situatie plangebied
Onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van een gesloten lijstenstelsel voor de beoordeling van project-m.e.r. (milieueffectrapportage). Dit houdt in dat de projecten en besluiten die onder de project-m.e.r.-verplichting vallen, zijn opgenomen in de lijst bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierin is onder andere het stedelijke ontwikkelingsproject opgenomen. De jurisprudentie met betrekking tot de ondergrens van het begrip 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' blijft onder de Omgevingswet van belang. Zo overweegt de Afdeling bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van 12 woningen niet als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd (ABRS 11 maart 2020, nr. 201901464/1/R1). In dit specifieke geval gaat het om het realiseren van een woning in de boerderij. En het omzetten van het voormalige agrarische perceel naar een woonfunctie. Bovendien is, voor zover relevant in dit kader, sprake van een functie die geen aantasting veroorzaakt van het woon- en leefklimaat in de omgeving van omliggende woningen. Op basis van het voorgaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.
Dit wordt tevens bevestigd door de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten, evenals de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.
11.3
Conclusie
Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 12
12.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Algemeen
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.
12.2
Kostenverhaal
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.
12.3
Situatie plangebied
In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 13
13.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit geval is het plan voorgelegd aan de omgeving. Hiervan is een verslag gemaakt. Deze is als bijlage 8 bijgevoegd. De directe omliggende buren zijn middels keukentafel gesprekken op de hoogte gebracht van de plannen. Tijdens deze gesprekken zijn vragen beantwoord en kwam een positieve reacties. Na deze gesprekken is er ook een inloopavond geweest. Iedereen die lid is van het plaatselijk belang was hiervoor uitgenodigd. Er zijn 25-30 personen op de inloopavond geweest. De algehele reactie was dat het goed is dat er weer een nieuwe functie in de boerderij komt. Deze heeft leeggestaan. Door het gebrek aan onderhoud hebben de boerderij, de schuren en het erf een verwaarloosde uitstraling. Door het voornemen worden de boerderij, schuren en bijbehorend erf weer opgeknapt en krijgt het weer een goede karakteristieke uitstraling die passend is in het beschermde dorpsgezicht.
13.2
Afstemming overlegpartners
Het plan zal in het kader van het vooroverleg naar de relevante vooroverlegpartners worden toegezonden. In deze paragraaf zal verslag worden gedaan van de reacties van de betreffende instanties.
13.3
Zienswijzen
Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft vanaf 10 juli 2025 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. De laatste dag van de termijn was 20 augustus 2025. Binnen deze termijn is één zienswijze op het voornemen ontvangen. Als gevolg van de ontvangen zienswijze is contact opgenomen met de indiener en zijn de zienswijzen besproken. Als gevolg van de gesprekken zijn er wijzigingen gemaakt aan het landschappelijk inrichtingsplan, en wordt de verbeelding van het plan aangepast zodat geen twijfel meer mogelijk is dat er binnen het plangebied 2 woningen aanwezig mogen zijn, en op welke locatie dit dan is. De volledige behandeling van de zienswijze is terug te lezen in de Notitie Zienswijzen in Bijlage 9 bij deze motivering.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 14
14.1
JURIDISCHE VERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieuen omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
14.2
Opzet van de regels
14.2.1 Algemeen Zoals in paragraaf 1.3.2 is aangegeven, betreft het hier een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. Dit TAMomgevingsplan is dan ook digitaal vormgegeven conform de standaarden van IMRO2012. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit de planregels en de bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • •
Inleidende regels; Functieregels en gebiedsaanwijzingen; Algemene regels aan activiteiten; Overgangsrechtbepalingen.
14.2.2 Preambule De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan worden gewijzigd, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar. De IMRO-standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering dus bij ‘artikel 1’ begint. Voor het TAM-IMRO omgevingsplan is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering onhoudbaar, omdat het omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-IMRO omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, is een preambule opgenomen. De preambule geeft aan hoe het TAM-omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden. Hieronder is de preambule weergeven.
Dit plan beoogt een planologische wijziging mogelijk te maken op de locatie Beerzerweg 26 te Beerze (Ommen). Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Ommen. Technisch is het dat niet, maar dat hoeft ook nog niet. Juridisch moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Ommen. Dus:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld -
hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22d, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies en andere gebiedsaanwijzingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22d, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Algemene regels ten aanzien van activiteiten) moet worden gelezen als hoofdstuk 22d, paragraaf 3; hoofdstuk 4 (Procesregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22d, paragraaf 4; hoofdstuk 5 (Overgangsrecht en slotbepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22d, paragraaf 5. bijlage 1 moet worden gelezen als bijlage Z.22d.1 (begrippen). bijlage 2 moet worden gelezen als bijlage Z.22d.2 (kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten). bijlage 3 moet worden gelezen als bijlage Z.22d.3 (aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht Beerze). bijlage 6 moet worden gelezen als bijlage Z.22d.4 (ruimtelijk kwaliteitsplan).
Als het TAM-IMRO omgevingsplan wordt geraadpleegd, is de preambule direct zichtbaar boven de regels. 14.2.3 Toepassingsbereik van het wijzigingsbesluit Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Het TAM-omgevingsplan maakt namelijk geen gebruik van de technische vereisten van de nieuwe Omgevingswet, maar gebruikt zoals hiervoor beschreven nog de ‘oude’ standaarden. Om te voorkomen dat voor het gewijzigde deel van het omgevingsplan zowel nieuwe als oude regels gelden, is in dit TAM-omgevingsplan een toepassingsbereik opgenomen in artikel 3 van de inleidende regels. Het toepassingsbereik luidt als volgt. Artikel 3 (Toepassingsbereik) 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Beerzerweg 26 te Beerze, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0175.2024TAMOP0004-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. 14.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: -
-
Anti-dubbeltelregel: Deze regel is opgenomen om ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Ruimtelijke bouwactiviteiten: Dit artikel bevat de regels voor ondergrondse bouwwerken. Planologische gebruiksactiviteiten: Uitgangspunt is de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vanuit deze gedachte is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in voorliggend TAMomgevingsplan af te wijken. Overige regels: In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen en worden er regels opgenomen ten aanzien van parkeren en laden en lossen.
14.2.5 Overgangsregels In hoofdstuk 4 staan de procesregels en in hoofdstuk 5 van de regels staan de overgangsregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met deze wijziging van het omgevingsplan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
14.3
Verantwoording van de regels
Een TAM-omgevingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Wonen Het voormalige agrarische perceel aan de Beerzerweg 26 te Beerze krijgt de functie ‘Wonen’. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’. Er zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen ter verzekering van een goede landschappelijke inpassing van het erf en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij de boerderij zal het uitgesloten worden dat er nieuwe bijgebouwen gerealiseerd mogen worden. Waarde – Archeologische verwachting Deze functie is conform het geldende bestemmingsplan “Kleine kernen” overgenomen. De functie beoogd de archeologische waarden te beschermen. De gronden binnen deze functie zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede aangewezen voor de bescherming van de grond eigen zijnde archeologische waarden. Waarde – Beschermd dorpsgezicht / Historische buitenplaats Deze functie is conform het geldende bestemmingsplan “Kleine kernen” overgenomen. De functie is beoogd het beschermde dorpsgezicht / historische buitenplaats te beschermen.
De karakteristieke boerderij en bijbehorende karakteristieke schuren zullen de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ krijgen. Dit geldt voor de schuren die door het Oversticht zijn aangeduid als karakteristiek. Hiermee blijven ze behouden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 2 Wateradvies resultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 5 AERIUS-berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 6 Quickscan Flora en fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 7 Quickscan monumentale waarden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 8 Participatieverslag
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Bijlage 9
Notitie Zienswijzen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59