1. Beerzerweg 26, motivering
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering Beerze, Beerzerweg 26
Status: Vastgesteld
Maart 2026
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Beerzerweg 26, Beerze
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, Beerzerweg 26, Beerze NL.IMRO.0175.2024TAMOP0004-VG01 Ruimtelijke motivering ten behoeve van een TAM-omgevingsplan Vastgesteld Maart 2026
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING .............................................................4
AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 5 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE................................7
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING ..................................................9
3.1 3.2
HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 9 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 10
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
ALGEMEEN .............................................................................................................. 12 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 12 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 13
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 12
BELEIDSKADERS .................................................... 14
RIJKSBELEID ........................................................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 20
HOOFDSTUK 6
OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 25
HOOFDSTUK 7
BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 27
7.1 7.2 7.3 7.4
VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 27 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 28 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 28 CONCLUSIE ............................................................................................................. 28
HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 29 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 31 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ..................................................................................... 33 GEUR ................................................................................................................... 33 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 35 GEZONDHEID .......................................................................................................... 36 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 38
HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 42
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 42 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 42 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 42 BESCHERMING VAN HET CULTUURHISTORISCH LANDSCHAP .................................................... 43 CONCLUSIE .......................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 11 11.1 11.2
BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................39
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 39 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 40 CONCLUSIE ............................................................................................................. 41
HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU.................. 29
M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 44
ALGEMEEN........................................................................................................... 44 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 44
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld 11.3
CONCLUSIE .......................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3
ALGEMEEN........................................................................................................... 45 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 45 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 45
HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 46
PARTICIPATIE ....................................................................................................... 46 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 46
HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 45
JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 47
INLEIDING ........................................................................................................... 47 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 47 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 49
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ........................................... 50 BIJLAGE 1 RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN ..................................................................................... 51 BIJLAGE 2 WATERADVIES RESULTAAT ........................................................................................ 52 BIJLAGE 3 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ............................................................... 53 BIJLAGE 4 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................ 54 BIJLAGE 5 AERIUS-BEREKENING ............................................................................................ 55 BIJLAGE 6 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA..................................................................................... 56 BIJLAGE 7 QUICKSCAN MONUMENTALE WAARDEN ........................................................................... 57 BIJLAGE 8 PARTICIPATIEVERSLAG............................................................................................. 58 BIJLAGE 9 NOTITIE ZIENSWIJZEN....................................................................................... 59
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 1
1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit plan heeft betrekking op het agrarische perceel aan de Beerzerweg 26 in Beerze in de gemeente Ommen (hierna: plangebied). Ter plaatse van dit perceel staan een (bedrijfs)woning, een voormalige boerderij en enkele schuren die als karakteristiek worden aangemerkt. Het gaat om een kapschuur, een schapenschuur, een stenen schuur en een nieuwe houten schuur. Van een actief agrarisch bedrijf is geen sprake meer. Eén van de gebouwen op het erf betreft de voormalige boerderij, die werd gebruikt als vakantiewoning. Echter staat deze boerderij al een jaar leeg, waarmee deze begint te vervallen. Initiatiefnemer is voornemens de functie van het gehele erf te herzien naar een woonfunctie en aan de voormalige boerderij een reguliere woonfunctie te geven. Ter compensatie van dit woonrecht worden verschillende maatregelen in het kader van de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO) gedaan op en rondom het erf. Met voorgenomen ontwikkeling kan ter plaatse van het plangebied het erf toekomstbestendig herstellen, zodat de cultuurhistorische kenmerken en karakteristieke (monumentale) gebouwen behouden blijven. Het voornemen is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.
Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader en toont aan de het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in Beerze in het buitengebied van de gemeente Ommen. De omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden met verspreid liggende (karakteristieke) woningen. Ten zuiden ligt het Natura 2000 gebied ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’ Het staat kadastraal bekend als AmbtOmmen, E, nummers 3786, 3888 en 3889. In onderstaande afbeelding is het plangebied ten opzichte van Ommen en de directe omgeving opgenomen. Het plangebied is hiermee met respectievelijk een rode ster en rode omlijning weergegeven.
Afbeelding 1.1 Locatie plangebied ten opzichte van Ommen en de directe omgeving (bron: plattekaart.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
1.3
Het omgevingsplan
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Ommen. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: Naam
Vastgesteld/in werking
Omgevingsplan gemeente Ommen
15 maart 2024
Parapluplan kleine windmolens
29 september 2022
Facetherziening parkeren Ommen
19 juli 2018
Bestemmingsplan Kleine kernen
27 juni 2013
Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan ‘Kleine kernen’ van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. De plannen ‘Parapluplan kleine windmolens’ en ‘Facetherziening parkeren Ommen’ zijn minder van belang, maar hier wordt wel rekening mee gehouden. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de paarse contour.
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding Beerzerweg 26 (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-opde-kaart) Op basis van dit (tijdelijke) omgevingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting’, ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht/Historische buitenplaats’, de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch erf, functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ en tot slot een maatvoering ‘maximum bebouwingspercentage terrein 35%’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor grondgebonden veehouderij. Er mag één bedrijfswoning aanwezig zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch erf’. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch erf'. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 35%.
Waarde – Archeologische verwachting De voor 'Waarde - Archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. Bij grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 dient een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Uit dit onderzoek moet blijken dat er geen archeologische waarden worden of kunnen worden geschaad.
Waarde – Beschermd dorpsgezicht/Historische buitenplaats De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht / Historische buitenplaats' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorisch ruimtelijke structuur, het historische bebouwingsbeeld en overige ruimtelijke elementen. Bij de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ gelden nadere eisen voor de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. De aanduiding is aanwezig bij de bestaande boerderij. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 14 nader op ingegaan. Het regulier bewonen van het erf is strijdig, aangezien er enkel gewoond mag worden ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Daarnaast is het bewonen van het bijgebouw strijdig, aangezien maximaal één woning is toegestaan. Om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken, dient het planologisch te worden herzien.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied ligt in het buurtschap Beerze in de gemeente Ommen. De kern van het buurtschap is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In de omgeving zijn meerdere woonpercelen aanwezig in een kleinschalig agrarisch landschap. Ten zuiden van Beerze ligt een natuurgebied. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan dit natuurgebied. Aan de noordzijde wordt het perceel begrensd door de Beerzerweg. Ten westen ligt een ander woonperceel. En de overige zijde liggen agrarische gronden. In onderstaande afbeelding is de huidige situatie weergegeven, waarbij het plangebied met rood is aangegeven.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto omgeving Beerzerweg 26 (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart) Het plangebied bestaat uit een woning en 6 bijgebouwen. Dit zijn een karakteristieke schapenschuur/machineberging, veeschuur, bakhuis, stenen schuur, een nieuwe houten schuur en een voormalige boerderij dat werd gebruikt als vakantiewoning. In de volgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en een straatbeeld opgenomen van het plangebied. Hierop zijn de schuren aangeduid met een nummer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Afbeelding 2.2 Luchtfoto plangebied Beerzerweg 26 (bron: Cyclomedia, maart 2024)
Afbeelding 2.3 Straatbeeld vanaf Beerzerweg 26 (bron: Google streetview, maart 2023 ) De woning (1) is in de jaren ’90 gerealiseerd ter vervanging van de oorspronkelijke boerderij. Deze wordt aan de noordzijde ontsloten op de Beerzerweg. De voormalige boerderij (3) werd gebruikt als vakantiewoning. Deze boerderij is karakteristiek. De machineberging en schapenschuur (2) en bakhuisje (4) zijn ook karakteristiek en dienen behouden te blijven. Deze liggen ook aan de Beerzerweg. De oude veeschuur (6) kent een lage karakteristieke waarde en zal ook worden gesloopt. De stenen schuur (5) kent ook een karakteristieke waarde en blijft ook behouden. Achter de stenen schuur is recentelijk een houten schuur (7) gerealiseerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
3.1
PLANBESCHRIJVING
Het voornemen
Het voornemen bestaat enerzijds uit het omzetten van de agrarische functie naar een woonfunctie. Daarnaast krijgt de voormalige boerderij (vakantiewoning) een reguliere woonfunctie, waarmee er een woning wordt toegevoegd. De boerderij heeft een hoge karakteristieke waarde. Door de woonfunctie kan de boerderij behouden blijven en waar nodig worden hersteld. Aanpassingen aan de boerderij zullen in nauwe samenspraak met het Oversticht en de gemeente gedaan worden. Het gehele voormalige agrarische perceel zal een woonfunctie krijgen. Het toevoegen van de woonfunctie in de voormalige boerderij kan gedaan worden middels een Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). In paragraaf 5.2.4.1 wordt nader ingegaan op de KGO. Er worden investeringen gedaan op het perceel, zodat deze passend is in de omgeving. Zo worden de boerderij, machineberging/schapenschuur en het bakhuisje opgeknapt. Een oudere veeschuur kent geen karakteristieke waarde en zal worden gesloopt. Vervolgens wordt het perceel landschappelijk ingepast. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Deze is als bijlage 1 bij deze motivering gevoegd. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de beoogde erfinrichting opgenomen.
Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan Beerzerweg 26 (bron: Erfontwikkelaar) De voormalige boerderij (vakantiewoning) (1) wordt in samenspraak met het Oversticht en gemeente verbouwd tot reguliere woning. Langs de boerderij zal een rij bodembedekkers (8) komen. Ten noorden van de boerderij, grenzend aan de Beerzerweg zullen zomereiken (9) geplant worden. De verharding tussen de boerderij en Beerzerweg zal ingetogen worden, bestaande uit halfverharding of gras (18). Ter plaatse van te slopen schuur wordt een boomgaard met hoogstamfruitbomen (4) gemaakt. Ten zuiden daarvan is plek voor een groentetuin (5) en fruitstruiken (6). Ten noorden van de boomgaard zal bloemenrijk gras (7) gezaaid worden. De randen van het erf worden opengehouden (21). Tussen het perceel en het natuurgebied ten zuiden ligt een grasland (circa 0,5 ha). Deze zal in samenspraak
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld met Landschap Overijssel (eigenaar natuurgebied) gebruikt worden als oude akker voor de teelt van bijvoorbeeld granen, vlas of boekweit. De karakteristieke schuur (2) en het bakhuisje (3) zullen behouden blijven en worden opgeknapt. De waardevolle kenmerken blijven daarbij behouden. Ten noorden van karakteristieke schuur (2) zal een Hollandse linde (19) geplant worden en de verharding zal plaatsmaken voor gras met een karrespoor (20). Ten oosten van het bakhuisje zal een vogelbosje (10) komen dat als afscheiding zal dienen tussen het perceel van de boerderij en de bestaande woning. Hier zal ook een walnoot (11) geplant worden. De beuken (12) en lindes (16) en beukenhaag (17) rondom de bestaande woning blijven behouden. De woning (13) zal enkel een woonfunctie krijgen. De bijbehorende schuren (14) zal dat ook krijgen. De groentetuin (15) ten zuiden van de schuur (14) blijft hetzelfde.
3.2
Infrastructuur en openbare ruimte
3.2.1
Algemeen
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2
Verkeer en parkeren
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering, publicatie 744 (augustus 2024)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Ommen heeft een parkeernormennota (juni 2018). Hierin wordt verwezen naar de meest recente versie van het CROW. De uitgangspunten uit deze nota zullen hierbij worden gehanteerd. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Voor de functie wonen wordt de minimale CROW gehanteerd: • • • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk gebied; Stedelijke zone: buitengebied; Parkeernorm: 1,7 parkeerplaats per woning (koop, huis, vrijstaand); Verkeersgeneratie: (gemiddeld) 8,2 verkeersbewegingen per woning (koop, huis, vrijstaand).
Parkeerbehoefte Voor vrijstaande woningen in het buitengebied zijn afgerond 2 parkeerplaatsen per woning nodig. Voor de bestaande woning zal op eigen erf geparkeerd worden. Dit is in de huidige situatie ook al het geval. Voor de woning in de boerderij is het erf ook van voldoende grootte om te voldoen aan de parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. In het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) is te zien dat er bij de boerderij en bij de naastgelegen schuur ruimte is voor het parkeren op eigen terrein. Er zal worden voldaan aan de parkeerbehoefte.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor de bestaande woning geldt dat het verkeersgeneratie van afgerond 9 verkeersbewegingen. Deze verkeersgeneratie bestaat in de huidige situatie ook al en zal niet veranderen. De bestaande inritten zullen behouden blijven. De boerderij werd gebruikt als vakantiewoning. In de toekomstige situatie geldt voor de boerderij ook een verkeersgeneratie van afgerond 9 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Beerzerweg kan dit aantal bewegingen veilig verwerken. De verkeersgeneratie zal naar verwachting geen belemmering opleveren. 3.2.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen bestaat uit het wijzigen van de agrarische functie naar een woonfunctie. En het toevoegen van een woning in een bestaand karakteristiek gebouw. Er worden geen nieuwe gebouwen gebouwd of wegen aangelegd. Er is voldoende ruimte voor parkeren en de verkeersgeneratie zal niet veel meer zijn dan in de huidige situatie. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
4.1
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •
Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.
Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. Stedelijk gebied: Op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen; Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.
Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld 4.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Het voornemen bestaat uit het omzetten van de (voormalige) agrarische functie naar een woonfunctie. Hierbij krijgt de voormalige boerderij (vakantiewoning) een woonfunctie. Ter compensatie worden de karakteristieke bebouwing binnen het perceel opgeknapt en daarmee behouden. Het gehele perceel wordt landschappelijke ingepast. De bestaande woning krijgt ook een woonfunctie. Uit de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1724, 201608869/1/R3) blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In dit geval wordt er één nieuwe woning toegevoegd. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
4.3
Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden
4.3.1
Stedenbouwkundige waarden
Het plangebied ligt in de kern Beerze dat is aangeduid als beschermd dorpsgezicht. De boerderij is aangeduid als karakteristiek, evenals de bijbehorende schuren. Bij de restauratie en renovatie van de gebouwen wordt rekening gehouden met de monumentale waarden. Dit zal in overleg gebeuren met de gemeente en het Oversticht. In paragraaf 10.3 wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische waarden. 4.3.2
Landschappelijke waarden
Het plangebied ligt in het ‘Oude Hoevenlandschap’. In paragraaf 5.3.3 wordt nader ingaan op de het landschapsontwikkelplan en de waarden die het gebied heeft. Om het planologisch mogelijk te maken dat het perceel een woonfunctie en er een woning in de boerderij mogelijk wordt gemaakt, dient het geheel landschappelijk worden ingepast. Bij deze inpassing worden de landschappelijke waarden versterkt. Daarnaast is de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing. In het buitengebied is ruimte voor nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor worden (extra) landschapsmaatregelen genomen om het erf landschappelijk in te passen volgens de landschappelijke waarden. In het Ruimtelijk kwaliteitsplan (bijlage 1) is hier nader op ingegaan. In paragraaf 5.2.4.1 wordt nader ingegaan op het KGO. 4.3.3 Toetsing van het voornemen aan de landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden Voor het voornemen is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In bijlage 1 is deze opgenomen. Met het inrichten van het erf is rekening gehouden met de landschappelijke waarden. Door de KGO krijgt het perceel zelfs een extra impuls. Omdat het in het beschermd dorpsgebied ligt is ook hier rekening mee gehouden. Zo worden de karakteristieke gebouwen opgeknapt en in gebruik genomen als woonfunctie.
Hiermee blijven deze gebouwen behouden in hun karakteristieke vorm.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
BELEIDSKADERS
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 5.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb’s)
Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o
o
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleine lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld
5.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel is er de Omgevingsverordening Overijssel en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 5.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 5.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 5.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 5.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Of- generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening.
Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.
Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn. 5.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat het volgende beeld: 5.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van toepassing: -
artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik):
Door de ontwikkeling wordt een voormalige agrarische perceel omgezet naar een woonperceel voor twee woningen. De nieuwe woning zal gerealiseerd worden in de voormalige boerderij, waardoor er geen nieuwe bebouwing gerealiseerd wordt. Ter compensatie van de nieuwe woning wordt een schuur gesloopt en het perceel landschappelijk ingepast en versterkt. Er is daarmee geen sprake van extra ruimtebeslag in de groene omgeving.
-
artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) en artikel 4.11 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)):
In deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan het Of-, Waar- en Hoe-benadering. Ook voldoet het aan het Uitvoeringsmodel. Het erf zal landschappelijk worden ingepast volgens de geldende gebiedskenmerken. Ook geeft het een kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving (KGO) (buitengebied) van de gemeente Ommen. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Voor de ontwikkeling komt dat op het volgende neer:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Gebiedseigen ontwikkeling: Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan bedrijven en wonen (mixlandschap). In dit geval gaat het om een functiewijziging die geen invloed heeft op het oppervlakte bebouwing. Daarnaast is Beerze hoofdzakelijk een woongebied. Rekening houdend met de aard, omvang en locatie van de ontwikkelingen wordt uitgegaan van een ontwikkeling welke aan te merken is als een gebiedseigen. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten zullen plaats vinden binnen de bestaande bebouwing. Aangezien het hier om een voormalig agrarisch erf gaat wordt geborgd dat de bebouwing niet meer toe zal nemen. Mede door het feit dat de woonfunctie in een bestaande boerderij komt is de impact op de omgeving beperkt. Het opknappen van de karakteristieke gebouwen zorgt voor een positieve impact op de uitstraling van het erf en de ruimtelijke kwaliteit. Eigen belang en maatschappelijk belang Landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Karakteristieke bebouwing wordt opgeknapt waarmee het ook voor de toekomst behouden blijft. Dit heeft zowel een eigen belang als een maatschappelijk belang.
Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitsimpuls en extra kwaliteitsimpuls zijn nader beschreven in het ruimtelijk kwaliteitsplan, dat in Bijlage 1 te vinden is. Per saldo zullen er compensatiemaatregelen moeten plaatsvinden. De basis maatregelen bestaan uit het aanplanten van solitaire bomen, hoogstam fruitbomen en een vogelbosje op het erf. De randen van het erf (richting de landbouwgrond) worden opengehouden. De extra impuls, in het kader van het KGO, bestaan uit het opknappen van de karakteristieke boerderij en bijbehorende schuren. De voormalige veeschuur zal worden gesloopt. Tot slot zal het bouwland (0,5 ha), dat tussen het plangebied en het natuurgebied ligt worden omgezet. De intensieve teelt zal plaatsmaken voor een extensieve teelt. Dit zal in overleg met Landschap Overijssel gebeuren.
-
Artikel 4.12 (cultureel erfgoed)
Het plangebied ligt in de kern Beerze dat is aangeduid als beschermd dorpsgezicht. Met het voornemen blijven de karakteristieke gebouwen behouden. Deze worden zelfs opgeknapt. Dit zal in samenspraak gebeuren met de gemeente en het Oversticht. Het perceel wordt landschappelijk ingepast volgens de landschappelijke kenmerken van het gebied (bijlage 1). De cultuurhistorische waarden blijven daarmee behouden. In paragraaf 10.3 wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische waarden.
-
artikel 4.14 (woonafspraken)
De nieuwe woning wordt gerealiseerd in een bestaande voormalige boerderij. Deze boerderij werd als vakantiewoning gebruikt, maar staat al een jaar leeg. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en is bedoeld voor de lokale behoefte. Hiermee voldoet het aan het beleid van de provincie. 5.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Er zijn zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) 2. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap 3. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Ontwikkelingsperspectieven in de Stedelijke Omgeving: 4. stedelijke netwerken als motor 5. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 6. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig De locatie ligt in het ontwikkelingsperspectief: ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie ‘Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen’ voorop. Daarnaast gelden de ruimtelijke kwaliteitsambities: -
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.
Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op de harmonie van diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant agrarische functies en hernieuwbare energie en aan de andere kant natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens het behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het voormalige agrarische erf wordt omgezet naar een woonperceel. Er is sprake van een beschermd dorpsgezicht en karakteristieke gebouwen blijven behouden. Er is daarmee ruimte om de cultuurhistorische waarden te versterken. Het voornemen is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. 5.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het gebied geen relevante eigenschappen voor deze lagen gelden.
1.
De 'Natuurlijke laag'
De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Binnen het plangebied is het gebiedstype ‘dekzandvlakte en ruggen' van toepassing. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De ontwikkeling die plaats vindt vormt geen belemmering voor de instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Bij de ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan (bijlage 1) opgesteld waarbij rekening is gehouden met de instandhouding en versterking van de plaatselijke natuurlijke lagen. Het plan gaat uit van het wijzigen van de functie, waarbij de karakteristieke kenmerken worden versterkt.
2.
'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'
De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. In het plangebied is het gebiedstype ‘Essenlandschap’ van toepassing. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Als inspiratie wordt genoemd het accentueren en zichtbaar houden van de rand van de es als groene ‘mantel’. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De bestaande erfinrichting wordt versterkt en aangevuld op basis van het opgestelde ruimtelijke kwaliteitsplan. Hierdoor worden bestaande beplanting en groenstructuren versterkt en krijgt het voormalige agrarische bedrijfsperceel een gewenst woonkarakter waarbij cultuurhistorische- en groenelementen blijven behouden of worden versterkt. Zie tevens het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met deze laag.
3.
De ‘Laag van de beleving’
De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. In het plangebied is het gebiedstype ‘Donkerte’ van toepassing. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving’ De in het voorliggende plan opgenomen ontwikkeling betreft een wijzigen van de voormalige agrarische functie naar een woonfunctie. Deze wijziging gaat niet gepaard met het realiseren van extra verlichting. De nieuwe woning werd gebruikt als vakantiewoning, waarmee er al sprake is van ‘woonlicht’. In de nieuwe situatie zal dit niet anders worden. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 5.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
5.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1
Omgevingsvisie gemeente Ommen
5.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie van Ommen betreft een integrale visie voor de toekomst. Het behouden en verder versterken van de omgevingskwaliteit in het gevarieerd landelijk gebied, Ommen en de kernen staat voorop. Nieuwe opgaven en transities wil de gemeente inpassen met behoud van de omgevingskwaliteit die zo kenmerkend is voor de gemeente. Met deze omgevingsvisie geeft de gemeente ook invulling aan de eisen die de nieuwe Omgevingswet stelt. 5.3.1.2 Ambitie ten aanzien van het landelijk gebied De ontwikkeling van onze kernen zijn niet los te zien van ontwikkelingen in het buitengebied met agrarische activiteiten, landgoederen en bos- en natuurgebieden. Er liggen kansen om in deze kernen om wonen als vliegwiel in te zetten voor het versterken van de vitaliteit van kernen en omliggend landelijke gebied. In dat landelijk gebied spelen ook het hergebruik van leegkomende agrarische gebouwen voor wonen of werken en de bouw van compensatiewoningen in het kader van rood- voor-rood. Herontwikkeling van bestaande vrijkomende gebouwen biedt mogelijk ook kansen. Als gemeente geeft Ommen ook vanuit de nieuwe rood-voor-rood regeling meer mogelijkheden om compensatiewoningen in of aan de rand van onze kernen te ontwikkelen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld Kenmerkend voor Ommen is de grote variatie in landschappen. Een variatie en ook kwaliteit die Ommen graag wil behouden. Op relatief kleine schaal wisselen rivieren, bos, heide, open en halfopen agrarisch gebied elkaar af. Binnen de gemeente Ommen zijn twee grotere landschappelijke eenheden te onderscheiden: het oude cultuurlandschap en het jongere ontginningslandschap. Het landschap zoals het er nu ligt, is grotendeels een cultuurlandschap dat onder invloed van menselijk handelen en door landbouw is ontstaan. Het landschap vraagt om onderhoud en beheer, om de landschappelijke kwaliteit en de variatie in ons landschap te kunnen behouden. Natuurbeheerders, landgoederen, landbouw en de waterschappen leveren daarin een aandeel, maar hun activiteiten hebben tegelijkertijd soms ook minder gunstige effecten op het landschap en de kwaliteit ervan. Leegstand en verpaupering van agrarische gebouwen en vakantieparken is onwenselijk. De effecten van andere opgaven zoals het peilbeheer, schaalvergroting in de landbouw of de aanleg van een windpark worden door verschillende partijen verschillend gewogen. Ommen wil de leefbaarheid bevorderen en daartoe agrariërs, recreatiebedrijven en landgoederen in staat te stellen toekomstbestendig in het gebied te blijven opereren.
De gemeente houdt daarbij rekening met de specifieke mogelijkheden van de verschillende landschappen, natuurwaarden en samen met de waterschappen de waterhuishouding. 5.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Het plan draagt bij aan de ambitie om wonen in de kernen als vliegwiel in te zetten voor het versterken van de vitaliteit van de (kleine) kernen en het landelijk gebied. Aan een voormalig agrarisch erf, in het hart van het historische buurtschap Beerze, wordt een toekomstbestendige vervolgfunctie gegeven. Aan alle (karakteristieke) bebouwing kan een passende vervolgfunctie gegeven worden, zodat verpaupering wordt voorkomen. Op het erf staan voldoende gebouwen die in de nieuwe situatie als bijgebouw bij de twee reguliere woningen kunnen dienen. In combinatie met het opknappen van deze gebouwen is er sprake van een toekomstbestendige functie en een forse kwaliteitsimpuls. Tevens wordt in het kader van de KGO een kwaliteitsimpuls geleverd door op en rondom het erf verschillende investeringen te doen in zowel bebouwing als landschap. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke Omgevingsvisie. 5.3.2
Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP)
5.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Ommen heeft op 7 februari 2013 het Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen (GOP) vastgesteld. Het plan bundelt de ambities op alle voor het omgevingsbeleid relevante beleidsterreinen: sociaal, economisch en fysiek. 5.3.2.2 Ambities GOP In het plan worden bewuste keuzes gemaakt op sociaal-maatschappelijk, economisch en fysiek ruimtelijk gebied. Keuzes die er op zijn gericht de ambities en het streefbeeld uit het Ommer Motief te realiseren. De kernambitie uit het Ommer Motief wil Ommen realiseren door op duurzame wijze in te zetten op het behouden en versterken van haar ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid. Rekening houdende met en anticiperende op lokale, landelijk en internationale trends en ontwikkelingen, brengt dit een groot aantal opgaven met zich mee. De kernambitie van Ommen is vertaald in meerdere thematische beleidsambities. Per invalshoek zijn de beleidsambities zoveel mogelijk geïntegreerd en gebundeld in de volgende drie centrale thema’s (3-P’s): -
Welzijn en leefbaarheid (People) Thema’s: Wonen / Onderwijs / Veiligheid, gezondheid, zorg, sport en cultuur Welvaart en economie (Prosperity) Thema’s: Bedrijvigheid en voorzieningen / Landbouw / Recreatie en toerisme Omgevingskwaliteit (Planet) Thema’s: Milieu, klimaat en duurzaamheid en openbare ruimte / Natuur, landschap, water en erfgoed/ Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Beerze, Beerzerweg 26 Vastgesteld In het voorliggende geval zijn name de thema’s “Wonen” en “Natuur en Landschap” van belang. Daarnaast zijn de gebiedsgerichte beleidsambities en de spelregels van bepaling. Op deze aspecten wordt hierna ingegaan. 5.3.2.3 Wonen De ambities voor het gemeentelijk woonbeleid zijn: -
-
-
Vraag gestuurd huisvesten: Het aanbod aan woningen is niet langer het uitgangspunt, maar de vraag van de (toekomstige) bewoners, die gemiddeld steeds ouder worden. Mensen moeten zich zelf verantwoordelijk voelen voor hun eigen woon- en leefsituatie en de gemeente wil dat faciliteren; Evenwichtige leeftijdsopbouw: Voorkomen moet worden dat Ommen op enig moment nog vrijwel uitsluitend bestaat uit ouderen. Dit is niet goed voor de leefbaarheid en voor het draagvlak van voorzieningen. Daarnaast zijn er jongeren nodig om de ouderen een goed woongenot te bieden (door bijvoorbeeld in winkels te werken en zorg aan huis te bieden). Daarom streeft de gemeente naar een evenwichtige leeftijdsopbouw; Streven naar een duurzame gemeente en samenleving: Het gemeentebestuur heeft grote aandacht voor duurzaamheid (duurzame woningen qua materiaalgebruik, CO2-uitstoot en energiehuishouding) en wil stimuleren dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde woning kunnen blijven wonen.
5.3.2.4 Natuur en Landschap, water en erfgoed Kenmerkend voor het Ommer landschap is de grote variatie in landschapstypen. Op relatief kleine schaal wisselen rivieren, bos, heide, open en halfopen agrarisch gebied elkaar af. De gemeente heeft de ambitie om de landschappelijke kwaliteiten, de verscheidenheid en de daarbinnen aanwezige ecologische waarden te behouden, te beschermen en waar mogelijk te versterken. De gemeente streeft er daarbij naar om het landschap beleefbaar en toegankelijk te houden voor de bewoners en toeristen. Ommen heeft de ambitie de kwaliteit van het erfgoed te beschermen en te behouden. Dit geldt in het bijzonder voor de specifieke en karakteristieke kenmerken van de bebouwde omgeving, waaronder de beschermde dorpsgezichten en aangewezen monumenten. 5.3.2.5 Kernen: kleine kernen in de gemeente Ommen De ambities voor de kleine kernen is gericht op het behouden van het eigen karakter van de kernen en zo veel mogelijk behouden van de leefbaarheid en de daartoe benodigde voorzieningen. De ontwikkelingsrichting voor de kernen is voornamelijk conserverend van karakter en er worden geen grootschalige ontwikkelingen voorzien. 5.3.2.6 Toetsing aan het GOP Het voorliggend plan past binnen de ambitie en ontwikkelingsrichting van de gemeente Ommen voor de kern Beerze.