CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag vergadering 26 juni 2023 vastgesteld in de vergadering van 2 oktober 2023

Gemeenteraad 26 juni 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering46.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het voorliggende onderwerp gaat over het bespreken van de jaarverantwoording van het college over het kalenderjaar 2022. Daarin wordt teruggeblikt of doelen zijn behaald, wordt inzicht gegeven in uitgevoerde activiteiten, wordt toelichting gegeven op de stand van zaken van ambities en wordt ingegaan hoe de financiële stromen zijn verlopen. Laten we eerlijk zijn met elkaar. Afgelopen jaar was er niet één waarvan je kan zeggen dat het de dertiende in het dozijn is. Allereerst, het was een verkiezingsjaar met wisseling van de raad, het college en het opstellen van het raadsprogramma. Alleen al voor het kunnen realiseren van het raadsprogramma hebben wij als raad een enorm groot beroep gedaan op het ambtelijke apparaat. Zoals al eerder genoemd. Wij zijn ons ervan bewust dat door onze behoefte aan facilitering, er soms ook zaken zijn blijven liggen die later met extra capaciteit weer ingehaald moesten worden. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen geweest, waardoor er een extra beroep op het ambtelijke apparaat is gelegd. Dat is onder andere het opvangen van Oekraïense vluchtelingen en het snel kunnen uitbetalen van de energietoeslag. Desondanks is het gelukt om het reguliere werk te blijven doen. Alsof dat nog niet genoeg was ook nog eens extra activiteiten en taken uit te voeren.

Het is soms zo makkelijk om te bekritiseren en te becommentariëren wat niet goed gaat, wat beter moet en waar zaken blijven liggen. Laten we dat eens een keer omdraaien en in de jaarstukken kijken wat allemaal wel is gerealiseerd. Dat is onmeunig veel. Daar mogen ook best trots op zijn. ‘...’ Voorzitter, tijdens het Politiek Forum van afgelopen maandag hebben wij een aantal vragen gesteld over diverse inhoudelijke onderdelen uit de jaarstukken en die zijn door het college naar volle tevredenheid ook beantwoord. Echter één onderdeel uit de jaarstukken blijft ons bezighouden en dat is het financiële resultaat van ruim 8 miljoen. Voor 2022 hebben we een sluitende begroting over 2022 vastgesteld en daar is het college vervolgens mee aan de slag gegaan. In gesprekken die we gedurende het jaar hebben gevoerd met het college over de financiële stand van zaken hebben we over en weer gesproken over de grote opgaves die de aankomende jaren soms op ons afkomen en de financiële consequenties die daarbij horen. We hebben het gehad over het zorgvuldig en slim in de tijd neerzetten van nieuwe plannen en het uitvoeren van opdrachten en proberen te combineren om kosten te besparen. Het werk met werk maken onder andere.

Tijdens het Politiek Forum hebben wij de vraag gesteld of de wethouder kan uitleggen hoe het komt dat het rekening resultaat bijna het dubbele is dan geprognosticeerd na de Voor- en Najaarsnota. Daar is een technische uitleg opgekomen die wij nog kunnen volgen. Maar toch blijft er nog steeds iets knagen. Het financiële resultaat van 8,5 miljoen wordt gepresenteerd als meevallen en overschot. Dat wordt ook in de pers als zodanig gepubliceerd. Wat ons duizelt, is dat er vervolgens op 17 juni op de voorpagina van de -52-

Tubantia op grootste wijze wordt gepresenteerd, dat gemeenten in Twente 120 miljoen euro winst hebben geboekt. 120 miljoen euro winst, waarvan 8,5 miljoen van Oldenzaal. De hoogte van het bedrag en het woord winst. Het kan toch nimmer de bedoeling zijn dat wij als gemeente winst boeken. Wij willen de wethouder vragen of zij dat nader kan toelichten. Hoe kan het dat deze communicatie zo is gegaan en dat het in de pers wordt opgenomen als winst? Wij zijn toch geen commerciële partij? Daarnaast vragen wij de wethouder hoe het kan, dat wij een dergelijk hoog bedrag aan overschot hebben. Klopt onze constatering, dat een gedeelte van het overschot is gerealiseerd in het sociaal domein? Het kan en mag toch niet zo zijn, dat onze inwoners, die die extra zorg zo hard nodig hebben, die zorg afgelopen jaar minder hebben gekregen. Dat is wat ons betreft onacceptabel. We hebben het hier over kwetsbare inwoners die financieel voor ons als gemeente afhankelijk zijn. Zo zijn er nog steeds veel inwoners die gebruik moeten maken van de voedselbank of hun energierekening nauwelijks kunnen betalen. Of aan het eind van hun inkomen een steeds groter stukje van de maand overhouden. Zij lezen ook dat de gemeente een dergelijk groot bedrag aan overschot heeft, onze winst. Dat kunnen we niet meer uitleggen aan onze inwoners.

Kan de wethouder ons dat wel nader toelichten? Hoe is dit overschot ontstaan en hadden we daar niet eerder op moeten en kunnen sturen? Voorzitter, ik kom tot een afronding door het stellen van de laatste vraag. Als wij als gemeente een dergelijk hoog bedrag aan overschot realiseren, vindt de wethouder dan ook niet, dat daar een gedeelte van moet terugvloeien naar de inwoners? Wij zijn erg benieuwd naar de reactie van de wethouder op onze vragen, maar zeer zeker ook benieuwd naar de mening van de andere fracties op onze laatste vraag. Immers, het positieve resultaat van de gemeente, de in de pers genoemde gerealiseerde winst. Dat is niet ons geld, ook niet van de raad, maar voor onze inwoners. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Mekelenkamp en mevrouw Berger. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Als ik mevrouw Oude Engberink hoor zeggen, dat de winst zoals zij hem noemt, ik zou het persoonlijk gezien iets anders omschrijven, dat je terug moet vloeien naar onze inwoners, dat wij moeten zorgen dat wij onze inwoners helpen het hoofd boven water te houden. Dan neem ik aan dat wij elkaar kunnen vinden, als wij bij de kadernota een motie op willen stellen over een OZB-verlaging. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Maar ik had die vraag zeer zeker al verwacht.

Nu wil ik niet stellen dat mensen die OZB betalen, onze inwoners, dat dat ook alle inwoners betreft. Ik kijk hierbij ook even naar het voorbeeld, zoals de gemeente Losser onlangs heeft gepubliceerd. Want als we het gaan hebben over alle inwoners, dan zou ik het ook een gedeelte daarvan willen laten terugvloeien naar alle inwoners en niet alleen naar inwoners die ozb betalen. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. De heer Mekelenkamp haalde alle woorden uit mijn mond, want ik vond het ook verrassend naar aanleiding van deze speech, dat jullie toch tegen de indexatie van OSB hebben gestemd. Dat strookt niet met elkander. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Ik kijk nog even. Ja, mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Een deel van wat u zei, kan ik het helemaal mee eens zijn. Ik hoop dat deze tekst ook weer wordt hergebruikt bij de kadernota. U gaf aan, het geld moet terug naar

-53-

de inwoners, daarvoor schetste u, er is een geweldige armoe, een geweldig beroep op de voedselbank en dat soort dingen. Als u, vergelijkbare vraag met de heer Mekelenkamp, bij de kadenota een motie indient om deel van het geld te besteden aan de bestrijding van de bestaande armoede dan kan ik daar helemaal in mee gaan. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Bent u tot eind gekomen van uw betoog? Dat klopt. Dan ga ik naar de Partij van Arbeid. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Een groot rekeningresultaat, dat hebben we net al een paar keer gehoord van mijn voorgaande sprekers. Het steeds weer incidenteel beter doen, dan de diverse begrotingen die wij hier jaarlijks opstellen, is zeker niet incidenteel. Oldenzaal begroot structureel zeer behoudend. Wellicht moeten we iets scherper en ambitieuzer begroten. Terechte zorgen worden hier genoemd in de jaarrekening over het komende jaar, ravijnjaar zoals dat wordt genoemd, 2026. Maar die laten we nog even voor wat hij is. Dat het college heeft gekozen om een deel van het rekeningresultaat te bestemmen voor specifieke doeleinden, zoals deze genoemd zijn op bladzijde 5 is wat de fractie van de PvdA betreft akkoord. Zonder meer het resterende positieve resultaat blijvend te voegen aan de algemene reserve gaat ons te ver. Wij zijn geen spaarvereniging. Ons doel is niet om een gemeente te zijn met heel veel geld op de bank.

Wij willen met ons ter beschikking staande gelden zoveel mogelijk goede dingen doen voor onze inwoners en voor hen de lasten zo laag mogelijk houden. Wat de fractie van de PvdA betreft, willen wij met verstandige eenmalige investeringen om hiermee de vaste lasten te kunnen drukken. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Ik ben blij om te horen dat de Oldenzaalse VVD en in enige mate ook de WG, zoals ze het hebben verwoord, nu ook dit uitgangspunt onderschrijven. Hopelijk gaan meer partijen, hier in deze raad bijeen, mee in deze gedachtegang. We komen bij de kadernota en de begroting hier nog wel op de rug. Dan tot slot, met aandacht hebben wij de accountantsverklaring gelezen. Hierin ook de toelichting die door de accountant werd gegeven in de auditcommissie. Daarbij was zijn conclusie dat er geen zwaarwegende punten van kritiek op ons gevoerde beleid en de financiële vastlegging zijn. De door de accountant en zijn team gemaakte opmerkingen zijn grotendeels te kwalificeren als finetuning. Dit mag de wethouder en onze hele organisatie, wat ons betreft, aanvaarden als een compliment. Hier wou ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. De heer Maartens. De heer Maartens: Wat mij betreft, voorzitter, heel kort. Ik ga niets meer zeggen over het begrotingsoverschot. Daar is al genoeg over gezegd.

Heb ik op het Politiek Forum ook al aandacht voor gevraagd. Een positief saldo en de besteding daarvan. Daar wil ik graag tijdens de kadernota nog iets over zeggen. Ik hoorde net iets over armoedebeleid. Ik heb in het Politiek Forum het gehad over de sociale infrastructuur binnen de gemeente Oldenzaal. Laten we proberen met elkaar eens te kijken, wat willen wij daar nu onder verstaan? Wat hebben we in de verschillende wijken? Lijkt dat op elkaar? Willen we dat ook? Pas dat bij die wijk en wat zouden we daarin willen zien? Ook daar zal ik bij de kadernota op terugkomen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De voorliggende jaarstukken over 2022 gaan over zaken die zijn gebeurd. In 2022 liep de vorige raadsperiode af en de nieuwe raadsperiode begon. De raad is in goed overleg lang bezig geweest om een raadsprogramma samen te stellen, wat raadsbreed is aangenomen. Na het aannemen van het raadsprogramma heeft het college tot begin maart 2023, dit jaar dus, tijd gestoken in het vertalen van het raadsprogramma naar een aangepaste -54-

begroting. Dat hiertoe de teksten voor het nieuwe beleid zijn gewijzigd, laat ik hier even buiten beschouwing. Dat bedragen uit deze aanpassingen niet of moeilijk te herleiden waren tot punten in het raadsprogramma evenzo. In de tussentijd van maart 2022 tot maart 2023 heeft het college in goed overleg op de winkel gepast en beleidsarm geacteerd. Geen kritiek daarover. Dat betekent dat het voor de raad niet werkelijk zinvol is de gedane acties in 2022 te vergelijken met de gewenste acties. Niet zinvol is om de gedane uitgaven te vergelijken met de gewenste uitgaven. Daar kan ik mis in zijn, maar ik ben hier ook nieuw. Ik kan zo een jaarnota ook wat moeilijk lezen nog. Het volgend jaar zal dat hopelijk geheel anders zijn. Toch wil ik één opmerking maken over jaarstukken en wel naar aanleiding van de bespreking van de aankoop van een stuk vervuilde grond, waar onlangs een beslissing over is genomen. D66 vindt het van groot belang om voor kosten, die in enige toekomst moeten worden gedaan, reserveringen op te nemen. Ik wil een opmerking maken over jaarstukken. D66 vindt het van groot belang om voor kosten die in enige toekomst moeten worden gedaan reserveringen op te nemen. Dit lijkt onze fractie een juiste manier van boekhouden. Immers, voor risico's bedragen die niet zeker in enige toekomst worden moeten worden uitgegeven, wordt ook gereserveerd.

Waarom dan niet voor bedragen die met zekerheid wel moeten worden uitgegeven? Het bevreemdt de fractie van D66 dat de accountant met deze werkwijze akkoord lijkt te gaan. D66 wil het college vragen of er een lijst is van stukken grond in eigendom van de gemeente, waar sprake is van bekende vervuiling en aangevuld met bekende saneringskosten en die aan de raad bekend te maken, als onderdeel van rapportages over financiën, dan wel over lappen grond, het zogenaamde grondbeleid. Het kan gaan om kleine, soms grote bedragen. Het is gewenst dat de raad hier inzicht in heeft. Mocht een dergelijke lijst niet bestaan, dan dringt D66 erop aan een dergelijke lijst samen te stellen en aan de raad bekend te maken. Ook wil D66 aan verbazing uitspreken over het compleet maken van het MaaS-project, bedoeld voor het eenvoudig organiseren van vervoer van deur naar deur, op basis van zoveel mogelijk gebruikt vervoer. Het resultaat was van het complete MaaSproject, dat de ontwikkelde app niet veel werd gebruikt. Ik heb signalen ontvangen dat de gebruiksvriendelijkheid van genoemde app te wensen overliet. Wethouder gaf tijdens het Forum aan dat het MaaS-project niet verder wordt ontwikkeld, omdat diverse apps ook voor een antwoord voor de vervoersuitdaging voor gebruikers leiden.

D66 vraagt zich af of onderzocht is of gebruikers hiermee tevreden zijn, ermee kunnen werken of dat een centrale app alsnog een oplossing kan betekenen? Een app voor nieuw MaaS-project, Mobility as a Service, beter genoemd VAT, Vervoer als dienst, maar dan wel met de naam Waal, Waarheen alle hulpmiddelen leiden. Voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Solidair Oldenzaal. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel, de microfoon staat nog aan. De jaarstukken. Er is al genoeg gezegd over het mooie resultaten van 8 miljoen. Dus dan gaan we ook niet uitgebreid bij stilstaan. Uiteraard zijn we daar blij mee. Wij kunnen ons uiteraard aansluiten bij de opmerking die de VVD net maakte. Want ik had ook opgeschreven dat ik hoop dat onze raad het aandurft om nu met dit mooie resultaat te investeren in goede huisvesting voor onze doelgroepen, onze binnenstad en de ondernemers, aandacht voor onze inwoners die het moeilijk hebben en inzetten op preventie in een sociaal domein, zodat we uiteindelijk de komende jaren ook kostenbesparing in het vooruitzicht hebben door nu te investeren. Dan inhoudelijk. We lezen in het voorliggende voorstel dat de 24.000 euro vanuit de decembercirculaire is ontvangen voor het versterken van de sociale basis ouderen. Dit geld wordt bij navraag besteed aan het opstellen van de woonzorgvisie.

In eerst instantie zetten we daar onze vraagtekens bij, maar we hebben even het programma wonen en zorg voor ouderen vanuit het ministerie bekeken en dat biedt ons hoop. Want we hopen dan ook dat de woonzorgvisie geen geduldig documenten die onderin de la beland gaat worden, maar een leidraad waar onze ouder wordende Oldenzaalder uiteindelijk een passend thuis voor terug kan krijgen. Wat dit programma -55-

wonen en zorg voor ouderen vanuit de ministeries zet namelijk in op drie actielijnen: 1, het versnellen van de woningbouw, dat komt zo nog. 2, ouderen informeren, ontzorgen en de doorstroming verbeteren en 3, een leefomgeving die uitnodigt te bewegen en ontmoeten en daarbij wordt in het programma van het ministerie een Knarrenhof als richtend voorbeeld gezien. Kortom, voor onze fractie biedt het volop kansen voor Oldenzaal en we zijn benieuwd naar de uitwerking van het college. Maar wat ons betreft is die 24.000 euro nu een mooi begin. Maar ik ben wel even benieuwd van de portefeuillehouder of, wij vanuit circulaire, de december- of de meicirculaire nog extra gelden vanuit het rijk de komende jaren hiervoor kunnen ontvangen, zodat we onze ambities daarmee extra kracht kunnen bijzetten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even richting Snijders. Niet? Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Zinkweg als eerste en dan wellicht nog andere collegeleden. Maar eerst wethouder Zinkweg. Ga u gaan. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Allereerst denk ik goed om te beginnen met inderdaad het positieve resultaat wat er is behaald in 2022. We hadden ruim 4 miljoen begroot uiteindelijk en wij zijn uitgekomen op 8,5 miljoen. Dat is een fors verschil en daar zijn we ons intern ook bewust van. Wij hebben ook onderzocht, waar zit hem dat in.

Dat kunt u ook zien in de verschillenanalyse en daarnaast hebben we ook gekeken, wat kunnen we er nu aan doen om dat in de toekomst te voorkomen? Een aantal zaken daar zou je van kunnen zeggen, daar kunnen we wellicht scherper op zijn en daar vinden we ook dat we dat zeker moeten doen. Maar er zijn ook zeker een aantal zaken wat we gewoon niet eerder kunnen weten. Dat is onder andere extra geld wat we vanuit het rijk krijgen in december en wat je dus niet meer uit kan geven. Maar ook zaken die we bijvoorbeeld bij Enschede hebben belegd en dan gaat het over beschermd wonen. Daar zie je ook dat daar een fors bedrag overblijft. Dus daar kunnen we niet aan de voorkant op gaan inspelen en aangeven dat dat we die middelen overhouden. Maar er zijn zeker ook wel een aantal zaken waarvan wij zeggen daar moeten we scherper op zijn. U weet dat wij in het verleden vaak gewoon goede beoordeling hebben gedaan, wat bijvoorbeeld in het sociaal domein speelt en dan zagen we ook aankomen dat er extra middelen benodigd waren. Die extra benodigde middelen hebben we dan vervolgens ook bij u aangevraagd. Dat budget dat hebben we gekregen en dat is ook uitgegeven. Maar wat we ook zien, is dat we soms ook wat geld overhouden en daar is het soms best nog wel eens lastig om aan te geven van, daar verwachten we echt dat we dat overhouden en daar kunnen we het budget teruggeven.

Maar toch zijn wij van plan, daar zijn we al de eerste stappen voor aan het zetten, om juist op basis van die kwartaalrapportages die wij intern maken, om daar scherpe naar te kijken en om beter u mee te nemen wat daar gebeurt, zodat we eventueel ook overschotten tijdig kunnen rapporteren en dat u ook op die manier iets anders met dat geld zou kunnen doen. Want dat is natuurlijk waar u voor bent, zoals mevrouw Oude Engberink al aangaf, we zijn er niet voor om geld over te houden, we zijn geen bedrijf waar winst gemaakt moet worden. Als gemeente Oldenzaal hebben wij ook zeker niet aangegeven dat het gaat een winst. We hebben gesproken over een positief resultaat. Ik ga ervan uit dat andere gemeenten het ook niet hebben over winst, want het is echt geen winst. Uiteindelijk zijn wij ervoor om de gelden die wij krijgen ook uit te geven aan de samenleving en u bepaalt als raad waar dat dan aan uitgegeven wordt, dus van winst is wat mij betreft, van ons college betreft geen sprake. Zo zien wij dat en hoe de pers dat uiteindelijk opschrijft, dat is aan hen. Even kijken. U noemt, dan ga ik toch even door naar mevrouw Oude Engberink, want u geeft ook aan van, wij hebben dan zoveel overgehouden, maar hebben wij dan wel de taken uitgevoerd waar onze inwoners recht op hebben? Ja, dat hebben we zeker.

U noemde binnen het sociaal domein en we hebben dat uitgevoerd wat u ons als opdracht heeft geven en dat wij daar geld bij over hebben gehouden, heeft dus soms ook mee te maken, dat dat ook nog wel eens lastig is om vroegtijdig aan te geven dat we wel verwachten geld over te houden. Zoals net gezegd daar gaan we -56-

verbetering in aanbrengen en daar hoop ik dat we dat ook dit jaar kunnen laten zien, maar dat betekent dit. Ik was ook aan het nadenken of ik daar een vergelijk bij kan maken. Maar als je bijvoorbeeld thuis denkt, ik moet mijn huis laten schilderen en ik raam dat dat 2000 euro gaat kosten en de schilder komt en die doet dat voor 1500 euro, dan is die schilder blij, want die heeft zijn werk gehad, ik ben blij, mijn ramen zijn geschilderd en ik heb 500 euro over. Dat is natuurlijk hierbij hetzelfde. De inwoners hebben gekregen daar waar ze recht op hebben. Dat wat u heeft bepaald dat wij uit moeten geven, dus daar is het niet zo dat wij daarin hebben beknibbeld. Het kan soms wel zo zijn en dat ziet u ook, dat wij soms iets wat zaken door hebben moeten schuiven, dus dan is er nog niet iets uitgevoerd, maar dat gaat dan nog uitgevoerd worden. Daarbij geeft u ook aan, we gaan een fors bedrag stellen wij voor om dat over te hevelen naar de algemene reserve. U zegt ook, kunnen we dat teruggeven aan onze inwoners? Daar gaat u natuurlijk over en ik denk inderdaad, het werd al een paar keer genoemd, dat het goed is, dat u bij de kadernota ons ook kaders meegeeft waar u dat dan aan wil besteden. Dat kan inderdaad zijn, incidenteel geld inzetten om misschien wel structureel de lasten wat te verminderen.

Maar u gaat daarover en ik denk dat dat belangrijk is, dat we daar het komende week over hebben, want die staat ook alweer op de agenda voor volgende week. Dan even zien. Die heb ik ook al. Van de accountant inderdaad. Dat is ook wel mooi dat de Partij van de Arbeid dat aangeeft. Er zijn inderdaad geen grote zaken geconstateerd, dus ook dank daarvoor. Dat compliment is zeker terecht aan onze organisatie. Dan even kijken. CDA, D66. Ik begrijp niet helemaal wat u bedoelt met aangepaste teksten. We hebben het hier over de jaarrekening over 2022. We hadden ook een begroting 2022 en die is niet aangepast. Dus dat even voor de duidelijkheid. Daarnaast vraagt u ook of, wij kosten opnemen, reserves bijvoorbeeld opnemen, als wij verwachten dat de kosten in de toekomst liggen. Ja, op het moment dat wij kosten verwachten in de toekomst, dan zullen wij daar ook een voorziening of een reserve voor opnemen. Maar in dit geval, u heeft het overigens ook over iets wat in 2023 is besloten en hij heeft mijn collega ook al, is hij daar tijdens het de raadsvergadering al op ingegaan, maar is dat niet aan de orde. Ja, wij hebben dus ook wel reserves die bedoeld zijn voor sanering van gronden. Voorzitter. Er wil iemand … De voorzitter: Ja, dat is mooi dat u mij helpt. De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Wethouder heeft helemaal gelijk dat het onderwerp waar ik naar verwijs, dat dat gebeurde in 2023, maar ik neem aan dat er ook wat grond in eigendom is van de gemeente, wat in 2022 en daarvoor al in eigendom is of is gekomen waar vervuiling bij aanwezig is. Dus daar zou ik graag lijst van hebben. De voorzitter: Mevrouw Zinkweg, de wethouder. Mevrouw Zinkweg: Op een moment dat wij gronden in eigendom hebben of verwachten dat er gesaneerd moet worden, dan staat dat opgenomen. Dat kunt u onder anderen zien, dat is een stuk aan de Looweg en dat is een stuk aan de Ootmarsumsestraat. Dus die staan in onze reserves. Dus op een moment dat het college verwacht dat er gesaneerd moet worden, dan nemen wij daar ook een reserve voor op. Dus die kunt u ook zien. Volgens mij hoeven we daar geen aparte lijst voor op te stellen. Dan vroeg u ook nog even over de apps voor het MaaS-project. Daar kunnen we, denk ik, wethouder Yildirim en ik beide overgaan, die zit ook bij mobiliteit hebben we het daarover. Uw vraag of er onderzoeken zijn of andere apps wel goed werken. Dat durf ik niet te zeggen. Zou ik na moeten vragen. De voorzitter: De heer Van der Waal? Niet nodig? Mooi. Volgens mij bent u daarmee aan het eind gekomen, denk ik, wethouder?

-57-

Mevrouw Zinkweg: Ja, dat klopt. De voorzitter: Mooi. Ik kijk even of er vanuit het college nog anderen zijn die het woord willen voeren. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Ik had nog even een reactie op de 24.000 euro die voor de basisinfrastructuur ouderen op de lijst staat. De middelen die zullen gewoon ingezet worden straks bij het opzetten van de woonzorgvisie gerelateerde zaken. Dit jaar komt dan het uitvoeringsprogramma. Ook zal ook in samenhang met de invulling van het GALA, gezond actief leven akkoord, zal dat ook bij elkaar komen en dan zullen wij ook verder invulling geven en ook dit bedrag. Dus dat is eigenlijk wat we met die 24.000 euro ook gaan doen. Dus u krijgt nog een uitvoeringsprogramma. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Mijn vraag was, is dit incidenteel geld of is dit structurele bijdrage jaarlijks die de gemeente ontvangt? De voorzitter: Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Zover ik hem nu in beeld heb, is dit voor het opzetten van. Maar ik zal het nog even voor de zekerheid na laten kijken en dan komen we dan op terug later. De voorzitter: Dank u wel. Als er verder geen behoefte is aan, dan beschouw ik dit als het einde van de eerste ronde. Mevrouw Nevels, tweede termijn. Dan ga ik een rondje maken.

De VVD, mevrouw Nevels en ik kijk dan nog even verder of er nog andere partijen zijn, raadsleden die ook in de tweede termijn iets willen zeggen, maar de VVD. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Kijk, de gemeente is er zeker niet voor om geld over te houden. Absoluut niet. Zo denken wij daar als Oldenzaalse VVD uiteraard ook over, maar aan de andere kant hebben wij als raad ook een raadsprogramma vastgesteld en we hebben met elkaar ook geld aangehangen. Daar waren we het allemaal over eens. Daar hebben heel veel sessies voor gehad. Daar zijn we ook uitgekomen met elkaar. Heel erg mooi. Hierin zijn ook zaken meegenomen uit het sociaal domein, zoals armoedepreventie, verbetering, oudere voorzieningen en preventie in het algemeen. Dus dat is heel mooi dat we daarop voorgesorteerd hebben. Als wij dan geld overhouden, wat niet voorzien is en dat komt pas in december, dan gaat het onze fractie toch een brug te ver om dan de schuld neer te leggen bij het college. Want zo beluister ik dat dan en ook de wethouder van financiën. Daarnaast willen we u ook wat meegeven, dat we de komende jaren voor heel veel grote uitdagingen staan. Denk aan het zwembad, denk aan het IAP. Het gaat echt om hele, hele grote bedragen. Dan is het ook heel fijn, dat we als gemeente wat vlees op de bod te houden. Wat niet wil zeggen, dat we niet wat moeten investeren.

Maar ja, dat is iets voor bij de kadernota's, zoals we al eerder hebben aangegeven. Dan komen we daar in de volgende raadsvergadering op terug. Maar ik wou het toch even genoteerd hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Allereerste de portefeuillehouder, dank voor uw reactie. Het kwam niet zozeer uit mij betoog, maar ik kan hierbij in ieder geval aangeven dat we bij de kadernota daadwerkelijk ook met een voorstel zullen komen om een stukje terug te laten vloeien richting onze inwoners, waarbij het dan niet over de OZB zal gaan. Dan kom ik ook even terug op het betoog van mevrouw Nevels. Het is ook zeer zeker niet bedoeld geweest, mijn betoog, om de -58-

schuldvraag te stellen of een vinger te wijzen naar de portefeuillehouder financiën, maar meer om ook het college te vragen, waar hebben we nu dingen mogelijk gemist? Wat ik heel fijn vind om te horen, is dat ook de portefeuillehouder aangeeft, dat we in een aantal elementen ook zaken gaan verbeteren en scherper aan de wind zullen zeilen. We beter gaan letten of er eventueel overschotten of tegenvallers zijn, zodat wij als raad daar ook kennis van kunnen nemen en daarop tijdig kunnen meesturen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even verder het rijtje langs. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel. Ik dank het college voor de beantwoording. Ik vind eigenlijk een beetje de woordkeuze die mevrouw Nevels hanteert over schuld, die vind ik een beetje scherp. Laat ik dat even zo zeggen. Het is niet schuld. Je kunt alleen maar constateren, we hebben het, zeg maar, met een goed rekeningresultaat hebben we, zeg maar, een jaar achter de rug gekregen. Ik ben wel heel blij met, zeg maar, ook dat u het idee heeft opgevat om te gaan investeren, om daarmee vaste lasten zoveel mogelijk te beperken. Dat is ook een hele mooie bezuiniging voor komende jaren. Daar worden we met elkaar niet slechter van. Dus laten we daar eens goed met elkaar over nadenken en ja, we hebben met elkaar oog voor mensen die in de verdrukking komen en het is niet allemaal oneindig.

Dus we moeten daar echt ook goede keuzes maken, zodat we dat met elkaar op een goede manier doen. Maar daar hebben we het volgende week en de week daarop, hebben we het daar nog uitgebreid over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer rijtje langs, verder niemand. Dan beëindig ik de beraadslagingen en ga ik over tot stemming. Het ongewijzigd vaststellen van de jaarstukken en het verslag van de accountant. Wie is tegen dit voorstel? Niemand, dan is het bij deze aangenomen. 11. Kredietaanvraag Singelpark fase 1 De voorzitter: Dan ga ik naar punt 11, de kredietaanvraag Singelpark fase 1. Een aantal fracties hebben aangegeven het conform, een drietal niet. Ik begin bij de WG. Wie van de WG mag ik het woord geven? Dat is de heer Wienk. Ik moet nog opmerken dat bij de stemming van zojuist, de heer Bekke niet aanwezig was. Daar had hij ook voor die tijd aangegeven. Door omstandigheden moest hij eerder weg en dat is nu het geval. De heer Wienk, namens de WG. De heer Wienk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat we er nog een beetje zin aan hebben, want het Singelpark wat we gaan bespreken is een van de mooiste onderwerpen die we nu in cultuurhistorisch Oldenzaal hebben. Voorzitter, het college vraagt ons een krediet vast te stellen voor de vervolgfase van het Singelpark. Eigenlijk had dit een conform voorstel kunnen zijn, want wie A zegt, moet ook B zeggen.

Maar voor onze WG-fractie gaat het hier om meer dan alleen maar het beschikbaar stellen van een krediet. Dit krediet geeft ons namelijk de kans onze stad nog mooier te maken. Het geeft ons de kans om fase 1 door te trekken. In 1956, al een tijd terug, schreef John Borghuis een carnavalslied met als titel, Ons … ’n Singel, mijn excuses voor mijn Twents. Bijna 70 jaar later geven we die Singel een nieuw gezicht. Meer en meer door een combinatie van water en groen, waardoor we de biodiversiteit stimuleren in deze stad. Meer en meer wordt het een prachtige plek voor jong en oud om te bewegen, te wandelen, te joggen, te fietsen. Meer en meer wordt het Singelpark een plek om te ontmoeten en te verbinden. Meer en meer biedt het Singelpark kansen ons mee te nemen in haar rijke geschiedenis. Bij dat laatste willen we nog graag even stilstaan. De door de raad vastgestelde uitgangspunten voor de herinrichting, vertaald in een schetsontwerp van OKRA, worden bij de uitwerking van het nieuwe plangebied nader en verder gedetailleerd. Dan springen er twee locaties uit. De Deurningerpoort en de Steenpoort. In het schetsontwerp worden de suggesties gedaan om -59-

deze poorten te accentueren met elementen van cortenstaal. Maar gelet op de bijzondere plek en de bijzondere vondsten aan de Deurningerpoort, we werden namelijk al het Pompeï van Twente genoemd, vraagt de herinrichting hier om bijzondere aandacht. Hoe maken we de in 2021 ontdekte middeleeuwse dubbele fundatie van deze Deurningerpoort blijvend zichtbaar? Wat doen we met de grote ondergrondse kelder van het Rabobank na sloop van het zogenaamde Topsportpand? Van meerdere kanten uit de samenleving werden en worden er suggesties gedaan. Graag zien wij dat het college met die partijen, zoals Stadshart, om tafel gaat om samen te zoeken naar de invulling en de omgeving van de Deurningerpoort. Ook bij de Steenpoort moet het nodige archeologische onderzoek worden gedaan en de resultaten daarvan kunnen weer bepalend zijn voor de uiteindelijke inrichting. Ook bij die invulling, van dat gebied, vragen wij dat het college de samenwerking aangaat. Dus vraag aan het college, worden wij tijdig geïnformeerd over de verdere uitwerking en detaillering van dit plangebied, alvorens er een definitief uitvoeringsplan het daglicht gaat zien? Voorzitter, ik sluit af met de wens van één van onze fractieleden. Aan u is de keuze wie dat zou zijn geweest. Wie weet komt er volgend jaar wel een nieuwe versie van, Ons … Singel. Iets zoals, Ons … Singel. John Borghuis zou dat ongetwijfeld heel mooi vinden.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Ik weet niet. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk wil ook het CDA een prachtig mooi Singelpark, dat voldoende bijdraagt aan het voorkomen van hittestress, het bevorderen van biodiversiteit en de leefbaarheid in en om de binnenstad. Naar ons idee is het op dit moment onvoldoende duidelijk wat we krijgen voor het gevraagde krediet. Het gaat om meerdere projecten, er werden er net al een aantal genoemd, die gezamenlijk een forse investering en een fors krediet vragen. Wij hadden liever gezien, dat de onderhavige projecten uit waren gewerkt tot een voorlopig of definitief ontwerp, inclusief de mening van inwoners en met voor de realisatie per project noodzakelijk budget aan de raad waren voorgelegd. We hebben dat ook in het Politiek Forum aangegeven. We hebben daar geconstateerde dat deze mening niet of nauwelijks door andere partijen wordt gedeeld. Wij vinden de ontwikkeling van het Singelpark zo belangrijk dat we toch met het voorstel zullen instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de Partij van de Arbeid. U mag het ook vanaf die plek doen, de heer Lulofs. Ik snap met uw blessure, dus ga uw gang om het vanaf die plek te doen. De heer Lulofs: Wordt hooglijk gewaardeerd, voorzitter. Dank u. Goed dat er nu beweging komt in de uitvoering van de plannen.

We hebben al heel veel geld gereserveerd voor de uitvoering en we snappen dat we nu met de sterke gestegen kosten van de laatste jaren een stuk duurder uit zijn. Maar we weten ook waar we het voor doen. We gaan Oldenzaal met elkaar gaan we weer mooi maken. Maar wat ons nu nog echt interesseert in deze ontwikkeling is de vraag, wanneer wordt er begonnen, wat is het tijdspad en wanneer denken we met elkaar klaar te zijn? Dat lijkt me toch wel een mooi vooruitzicht, dat we ergens weer een stipje kunnen zetten van, hoe gaan we dit met elkaar oplossen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Het krediet voor het Singelpark. Het is inderdaad een heel fors bedrag wat hier wordt gevraagd en dit heeft er ook mee te maken dat we met verschillende fases, die worden daar ook in genoemd, dat staat ook in de begroting. Nu is dus het moment dat we het krediet aanvragen. Het is dus nog wat lastig om aan te geven waar gaan we precies mee beginnen en wat gaan we precies doen? Want dat is nu juist waar we deel van het krediet voor nodig hebben, namelijk de schetsontwerpen, de participatie met de inwoners. Maar ook het beoordelen, -60-

waar kunnen we op dit moment middelen vandaan krijgen? Want u ziet ook dat we echt nog wel externe middelen moeten ontvangen, om daadwerkelijk deze projecten uit kunnen voeren. Dus daar waar we misschien wel mooi subsidies binnen kunnen krijgen, kan best zijn dat we dan daar eerder gaan starten of dat we juist wat langer moeten wachten daarop. Dus dat is echt nog afhankelijk en het kan dus zijn dat we eerder gaan beginnen bij de Molkenboer, maar het kan ook zijn dat dat gebeurt bij de Deurningerstraat. Dus dat is nog even afwachten. Maar daar hebben we dus echt een deeltje van het krediet voor nodig om juist die stappen te zetten. De WG geeft aan van, het is belangrijk om toch te kijken naar die twee verschillende poorten. We hebben natuurlijk de Deurningerpoort, waar inderdaad mooie fundering van is gevonden en waarbij we ook wel benieuwd zijn van, wat heeft daar dan nu gestaan? Een belangrijke partner voor ons, dat is dan ook stichting Stadshart Oldenzaal, die daar ook veel interesse naar heeft. Ook daar hebben we, wethouder Christenhusz en ik, hebben daar de afgelopen tijd wel gesprekken meegevoerd en ook gekeken hoe kunnen we er nu voor zorgen dat zij, met hun kennis en kunde en hun enthousiasme, wellicht daar wel iets voor ons in kunnen betekenen.

Want wij hebben ook niet zoveel capaciteit in huis dat wij alles zelf kunnen doen en zij hebben heel erg de behoefte om te gaan onderzoeken wat daar heeft gestaan. Dus daar zijn wij met hen over in gesprek en daarover zijn wij ook bereid om hen daar wellicht een opdracht in te geven. Een ander punt is het totale vesting. Hoe kunnen we nou zien wat er aan verdedigingswerken om onze binnenstad heeft gestaan? Daar zijn wij ook erg benieuwd naar, want wij willen juist dat die Singelpark ook het verhaal gaat vertellen over dat verleden, zodat we ook kunnen laten zien hoe Oldenzaal is geweest en waarom wij dus ook een Singelpark maken. Dus ook dat vinden we heel erg belangrijk. Daar zijn we ook over in gesprek met onder andere stichting Stadshart Oldenzaal, maar daar kan wellicht ook de nieuw opgerichte stichting die zich bezighoudt met de geschiedenis van Oldenzaal een rol in spelen. Dus ja, die nemen we zeker mee. Ik wil daarbij ook nog wel opmerken, want er wordt nu gezegd van, het zijn nu twee poorten staan in het schetsontwerp of eigenlijk drie, die van cortenstaal nu zijn ingetekend. Daarbij is het wel belangrijk om ook hier op te merken dat dat hele schetsontwerpen en alles wat daaraan vooraf is gegaan, is ook in samenwerking met veel inwoners gebeurd.

Ze hebben op een participatieve manier opgezet en het is ook belangrijk dat we daar wel recht aan doen en dat we niet zomaar zeggen, dat staat wel in het schetsontwerp, maar daar willen we toch nu weer wat anders. Dus het is echt belangrijk om dat hier nog weer te benadrukken, maar we komen uiteraard bij u terug uiteindelijk. Dat heb ik ook al toegezegd in het Politiek Forum, dat staat ook genoteerd, dat wij met inwoners nog in gesprek gaan daarover, dat we ook dat onderzoek eventueel van de stichting stadshart Oldenzaal meen gaan nemen dn dat we dan ook met een ontwerp bij u terugkomen, zodat u weet wat er gaat gebeuren. Dus volgens mij heb ik daarmee de vragen beantwoord. De voorzitter: Goed, dank u wel, wethouder. Ik kijk even of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Van de Waal. De heer Van der Waal: Ik heb de vraag bij het Forum gesteld. Voor de registratie is het toch even van belang om een vraag te herstellen. Tegelijkertijd is de herontwikkeling van het Topsportpand in voorbereiding, lees ik hier. Ik heb begrepen dat het Topsportpand toentertijd is aangekocht om op termijn te worden afgebroken, op een continuïteit in het Singelpark aan te brengen. Wat is de herontwikkeling, wat is daar de bedoeling bij zoals het er nu voor staat? Hier staat het is in voorbereiding, dus het kan elk moment gebeuren.

Misschien zelfs voor de uitvoering van de drie genoemde projecten. De voorzitter: De wethouder.

-61-

Mevrouw Zinkweg: Zoals aangegeven hebben wij inderdaad het Topsportpand aangekocht en is het ook de bedoeling dat een klein deeltje daarvan mogelijk blijft bestaan en dat daar dan een andere invulling aan gegeven wordt. Dan gaan we dus in de markt ook vragen of daar behoefte aan is bij de markt. Als blijkt dat daar helemaal geen behoefte aan is, moeten we gaan her beoordelen of daar misschien niet wat anders van moeten doen. Maar in principe is het inderdaad, zoals u zegt, de bedoeling dat de Topsportpand aan de bovenkant wordt gesloopt, zodat juist die zichtlijnen doorlopen en dat je echt zicht hebt op het hele park en dat daar geen gebouw meer tussen staat. De voorzitter: Dank u wel. Nog een korte reactie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Heel mooi dat het grootste deel weggehaald wordt voor de continuïteit van het park. Mocht er een klein stukje overblijven, dan sluit ik aan bij het idee van de van de WG om dat Topsportpanddeeltje wat blijft bestaan, om dat een onderdeel te laten zijn van, een soort van laten zien wat er bij de Deurningerpoort aanwezig was. De voorzitter: Dank u wel. Ik beëindig de beraadslagingen en ga over tot stemming. Er zijn geen moties of amendementen ingediend, dus het is ongewijzigd. Ik breng het voorstel in stemming. Wie is tegen dit voorstel en dat betreft dan het voorstel voor het krediet van het Singelpark fase 1.

Wie is tegen? Niemand. Dan is het unaniem aangenomen, met daarbij inachtneming, wat ik al zei, de leden die niet aanwezig zijn. Ik zie nog de heer Bouwman. Stemverklaring wellicht. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, punt van orde. Het is half 11, we zijn viereneenhalf uur bezig. Ik leg het aan de raad voor wat wij willen. De voorzitter: U bent mij net voor, want dat punt wilde ik ook maken. Ik stel voor om gewoon door te gaan. Volgens mij hebben we nu nog, even kijken, een drietal direct voorstellen, waarbij vooraf niemand heeft aangegeven daar nog het woord te voeren en vervolgens hebben we nog het initiatiefvoorstel en een motie vreemd. Volgens mij moet dat lukken in een halfuurtje voor 11 uur. Maar nogmaals, ik kijk even rond hoe de rest van de raad daarover denkt, maar ik denk dat we dat echt wel in een half uur voor elkaar boksen. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik heb een klein verzoek om even drie minuten te schorsen. De voorzitter: Dat kunnen we natuurlijk altijd doen. Kort schorsen. Ik kijk even rond. Vijf minuten schorsen, dar schorsen we nu vijf minuten. C(onform)-voorstellen 12. BP Gruttostraat 21-23 De voorzitter: Goed, ik zie dat de vijf minuten voorbij zijn, dus ik hoop dat iedereen weer deze kant op kan komen, want dan wil ik de vergadering heropenen. Inderdaad. Even kijken. Ik zie dat alle fracties aanwezig zijn.

Dat is mooi, dus bij deze, ik heropen de vergadering en ik zie wel, er zullen vast nog wel wat mensen aan gaan sluiten. Dan ga ik naar de conform voorstellen. Allereerst het bestemmingsplan Gruttostraat 21-23. Wil daar iemand het woord voeren? Dat is niet het geval. 13. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

-62-

De voorzitter: Dan vraag ik ook nog even voor de zekerheid Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's, wil daar iemand het woord voeren voor zover u weet binnen uw eigen fractie? Ook niet het geval. D(irecte)-voorstellen 14. Voorstel tot delegatiebesluit mandatering De voorzitter: Dan punt 14, voorstel tot delegatiebesluit mandatering. Wil daar nog iemand het woord voeren. Nee, ik doe dat pas op moment dat ik zeker weet, want ik wil ook mensen de gelegenheid geven om bij de stemming aanwezen te zijn, mocht dat nodig zijn. Niemand. Dan breng ik bestemmingsplan … Want dan heb ik echt wel de vijf minuten opgesoupeerd. 12. BP Gruttostraat 21-23 De voorzitter: Bestemmingsplan Gruttostraat 21-23 in stemming. Wie is tegen? Niemand. Dan is het aangenomen. 13. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De voorzitter: Dan, Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's. Wie is tegen dat voorstel? Niemand. Aangenomen. 14. Voorstel tot delegatiebesluit mandatering De voorzitter: Tot slot, voorstel tot delegatiebesluit mandatering. Wie is tegen? Niet het geval. Dan is ook dat aangenomen. 15. Initiatiefvoorstel stimulering Flexwoningen De voorzitter: Dan kom ik bij het initiatiefvoorstel van Solidair Oldenzaal over stimulering flexwoningen. De heer Bouwman, mag ik u uitnodigen om een toelichting te geven op uw initiatiefvoorstel? De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter.

Initiatiefvoorstel vanuit Solidair Oldenzaal voor het toewerken naar de realisatie van flexwoningen op kansrijke locaties. We weten allemaal in Oldenzaal dat de druk op de woningmarkt enorm is. Woningzoekende hebben in Oldenzaal te maken met een lange wachttijd en het aanbod is en blijft schaars. Onze fractie heeft onlangs een bezoek gebracht aan de WBO en daarin werd de problematiek ons nogmaals duidelijk. In Oldenzaal zijn er op dit moment circa 4000 actief wachtenden of zoekenden, hoe je het ook maar wil verwoorden, op een sociale huurwoning, op een bijna even hoge sociale, huurwoningvoorraad. De wachttijd wordt verhoogd door de huisvesting van statushouders, uitstroom uit zorginstellingen, relatie verbrekers en overige spoedzoekers. De voorzitter: Als u een momentje heeft maken. Ja, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Ik heb wel iets met getalletjes. Als de heer Bouwman dan zegt, 4000 woningzoekende in sociale huursector in Oldenzaal, op 22.000 inwoners, vind ik dat veel. Wij durven daar wel onze twijfels bij te stellen, dus waar komen deze getallen vandaan, als het specifiek Oldenzaal betreft? -63-

De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Is inderdaad veel. Deze getallen hebben wij in de gesprekken met de WBO te horen gekregen. Of dat echt actief zoekenden zijn, echt dat het Oldenzalers zijn of niet, dat durf ik inderdaad niet te noemen, maar het gaat om 4000 zoekenden voor woningen in Oldenzaal. Dus kan bijvoorbeeld ook een Lossenaar zijn of een … Maar om het algemene beeld te schetsen wat de problematiek is. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dat u dat nu zegt, dan is het verhaal al een beetje. Dat beantwoordt mijn vraag. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Hartstikke goed. Al deze facetten hebben te maken dat de wachttijd voor starters op de woningmarkt nog langer duurt en onze jeugd heeft de toekomst. Niet alleen voor henzelf, maar ook voor onze stad, want het blijven binden van de jonge Oldenzaalder in onze stad is in onze ogen goed voor de demografische bevolkingsopbouw en het op peil houden van het voorzieningenniveau. Want onze jeugd dreigt nu op zoek te moeten naar geschikte woonruimtes buiten onze gemeente en dat willen wij zien te voorkomen. Vandaar het initiatief voor het reduceren van flexwoningen. Flexwoningen kan voor de woningcrisis een tussenoplossing zijn. De term flexwoningen heb ik in het voorstel nader proberen toe te lichten. Kan op twee manieren uitgelegd worden.

Vaste woning of flexwoningen met vaste bewoners of onroerend goed met tijdelijke bewoners door middel van een flex-huurcontract. Dan moet u denken aan ofwel leegstaande kantoren, leegstaande winkels of anderszins, dus het kan op beide manieren ingevuld worden. Het gaat erom dat onze jeugd een kans krijgt op de woningmarkt en zij een gezonde start kunnen maken voor een volwassen leven, waarin een eigen plekje in onze ogen bijdraagt aan zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Maar ook wordt met flexwoningen een flexibele schild toegevoegd aan woningaanbod en kan er nog eens een versnelling plaatsvinden in de woningbouwopgaven. Flexwoningen zijn doorgaans woningen in het goedkope segment en ze zijn vaak bedoeld voor mensen, doelgroepen die snel een eigen woonruimte nodig hebben. Ze worden vaak gerealiseerd in het samenspel tussen gemeente, woningcorporatie en de fabrikant van flexwoningen. Onze wetgever geeft het college verschillende instrumenten om die ruimte procedure versneld te doorlopen. Het doel van het initiatief is drieledig. Het blijven binden van de jonge Oldenzalers aan onze stad, het versnellen van de woningbouwopgave en het toevoegen van een flexibele schild aan het woningaanbod. Waar zijn de flexwoningen dan voor? In principe doen we het natuurlijk om sociale woningen toe te voegen aan ons woningaanbod, zodat onze jeugd de kans krijgt.

Maar goed, het draagt natuurlijk ook een inhoudelijke afweging die wij bij de college en WBO laten. Zitten natuurlijk altijd een aantal kanttekeningen en risico's aan flexwoningen. Dat zal ik even kort benoemen. Want flexwoningen stuiten vaak in de omgeving op weerstand. In uit onze ogen kan het door goede communicatie, het zoeken van draagvlak, goede participatie, meedenken met het inrichtingsplan en dergelijke ondervangen worden en ook door juist goede afspraken te maken over terug levering van de gronden na 15 jaar bijvoorbeeld of na 10 jaar. Waar de keus dan ook valt. In sommige gevallen hebben flexwoningen ook te maken met een onrendabele top, want het is soms lastig om de businesscase rond te krijgen, wat soms zorg voor weinig enthousiasme bij verschillende partijen. Maar met de juiste wil en houding bij de verschillende partijen kan het in onze ogen voorkomen worden en kunnen we aan verschillende knoppen draaien om die businesscase wel rendabel te maken. Door bijvoorbeeld te denken aan stapeling, waardoor grondkosten gedrukt kunnen worden, het vergroten of verlengen van de doorlooptijd of het opschalen naar meer -64-

flexwoningen. Dan horen we vaak flexwoningen, dat is wonen in een veredelde container. Dat bedoelen we absoluut niet met het initiatief, want wij streven naar een zo hoog mogelijke beeldkwaliteit. Want de laatste jaren zijn er enorme ontwikkelingen gemaakt binnen de flexwoningen markten, om het zo maar even te zeggen, waarbij een flexwoning qua uitstraling nauwelijks verschilt van een reguliere woning. Dan hebben we nog onze ambtelijke capaciteit. Daar hebben we natuurlijk ook oog voor. Wat het betekent natuurlijk een verzwaring voor de ambities die we hier als raad meegeven aan het college en dat kost fte’s. Wat ons betreft maken we gebruik van de verschillende subsidieregelingen, die ik het stuk benoemd heb, vanuit het rijk en de provincie en als dat niet dekkend is, hebben we altijd nog een budget vastgesteld bij het raadsprogramma. Zover kanttekening en risico's. Maar wat levert het nou op? We voegen aanbod toe in de sociale huurwoningsector. Onze Oldenzaler krijgt hiermee meer kans op een eigen plekje. Het past binnen verschillende speerpunten uit onze vastgestelde woonvisie. We komen tegemoet aan de bouw van 1000 woningen. We kunnen goede afspraken maken over terug levering van de gronden, waardoor draagvlak verhoogd gaat worden. We zitten daardoor niet vast voor 40 of wellicht langer aan het gebruik van gronden.

Het past ook zeer goed binnen de getekende woondeal van het college. Op 21 december 22 heeft het college de woondeal ondertekent. De voorzitter: Als u een momentje heeft dan … Want volgens mij gaat u nog een rijtje verder opsommen. Maar ga ik nu naar de heer Snijders per interruptie. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Goed idee, hoor. Maar ik vroeg me toch even af, hebben we het een uurtje geleden gehad over zonnevelden, daar hebben we helaas geen flex-zonnevelden genoemd. Maar dat ging ook over de tijdelijkheid van de oplossing van onze energiecrisis. Nu is flexwoningen natuurlijk wel, zit wel flex in, maar bij de risico's noemt hij niet het feit dat je heel erg mooi woont en dat kun je wel 15 jaar afspreken, maar dan gaan we misschien toch de regels aanpassen, wordt flex toch definitief. Is dat een risico of zit ik nu er compleet naast? De heer Bouwman: Dat is, sorry, dat ja, dat is een risico, maar daar zijn we zelf bij natuurlijk, want we maken afspraken met de WBO. Dat doen we vaak in een overeenkomst, bruikleenovereenkomst of iets dergelijks, daarin maken we als gemeente afspraken met de verhuurder van de flexwoningen om de gronden na 15 jaar weer terug te leveren in oorspronkelijke staat. Dus dat risico kunnen we zelf ondervangen door dat contractueel goed vast te leggen. Dan ga ik door met mijn betoog.

Er wordt dus een tussenoplossing geboden om sneller uit de wooncrisis te komen. Dan hebben wij in het voorstel gekozen voor 50 flexwoningen in Oldenzaal. Ja, 50. Het had ook 40 kunnen zijn, het had 60 kunnen zijn. Het is altijd arbitrair, lastig woord zo einde van de avond. Maar waarom hebben wij gekozen voor 50? Wij hebben eigenlijk gewoon een simpel rekensommetje gemaakt. Het ministerie, het rijk heeft een ambitie om per jaar 15.000 flexwoningen toe te voegen in Nederland. Dus dat is per jaar. Kijken we wat dat verhoudingsgewijs voor Oldenzaal dan per jaar zouden moeten leveren, dat zijn 27 flexwoningen en als we per jaar doen, dan komen we over twee, drie jaar komen we rond 75 uit. Maar goed, we zijn als Oldenzaal een compacte stad. We hebben meer opgaven. We hebben verschillende doelgroepen te bedienen in Oldenzaal. Om een goede stad te maken en om het concept rendabel te maken, denken wij dat 50 flexwoningen voor Oldenzaal passend is. En hoe zien wij de uitvoering voor ons? Na het raadsbesluit dat we wellicht zo gaan nemen, zou het college in gesprek gaan met de WBO en worden de mogelijkheden voor financiering onderzocht. De raad wordt periodiek op de hoogte gebracht van de resultaten, van de gesprekken en de voortgang. Het college komt met de uitwerking van kansrijke locaties, welke uiteindelijk aan de raad worden voorgelegd.

Nadat er een kansrijke locatie is gevonden en de raad een besluit heeft genomen, draagt de college zorg voor goede communicatie en participatie met de buurt/omgeving. We leggen een vijftal besluitpunten voor. 1, het college in overleg te laten treden met de WBO, om gezamenlijk toe te -65-

werken naar de realisatie van een vijftigtal flexwoningen in Oldenzaal. Te zoeken naar kansrijke locaties, waar flexwoningen tot stand gebracht kunnen worden met een zo hoog mogelijke beeldkwaliteit. De raad enkele voorstellen te geven voor een geschikte locatie, waarna de raad haar voorkeur voor locatie of locaties kan uitspreken. De te maken ambtelijke kosten te dekken uit de beschikbaar gelden horende bij het raadsprogramma 2022-2026 en de overige kosten te dekken uit de aan te vragen subsidies bij het rijk of bij de provincie Overijssel. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de raad. Dat is het geval. Ik ga dit keer linksom. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Ik vind het een … D66 vindt het een prachtig plan, waar we helemaal voor zijn. Ik heb toch een vraag op basis van die vijf regels die u noemt en ook verder in het betoog voorkomt. Het college in overleg te laten treden met de WBO. WBO is een goede organisatie. Goedwillend. Die hebben eerder het plan gehad om het aantal huurwoningen te laten verminderen, daar zijn ze gelukkig op teruggekomen. Die moeten hier budget voor hebben, die moeten hier personeel voor hebben.

Wat gebeurt er op het moment dat de WBO zegt, jongens, het gaat niet door, hebben we geen capaciteit voor? Wordt er dan opgeroepen in overleg te treden met andere organisaties, van welke soort dan ook, dat is aan u, of vervalt het hele plan dan? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dat is een scenario, waarvan ik denk, dat dat niet zo snel zal gebeuren gezien de problematiek die in Oldenzaal. Maar stel dat dat zou gebeuren, dan hoop ik dat het college de houding aanneemt om daar toch in iets te betekenen op andere manieren te zoeken naar het realiseren van flexwoningen. Dat is eigenlijk de oproep, de geest van dit voorstel, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Nog een kort punt of anders ga ik door. De heer Van der Waal: Ik verzoek de indiener hier een uitspraak van het college te ontlokken, dat het college dan naar alternatieven gaat zoeken. De voorzitter: College heeft gehoord. De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Dank u wel. Ik denk dat het in de basis eens met Solidair Oldenzaal om gas te geven op de woningmarkt. Volgens mij kunnen we het daar allemaal mee eens zijn, want dat hebben we ook in het raadsprogramma iets over gezegd en ongeschreven. Alleen de realisatie van Flexwoningen hoeft voor ons niet tegen elke prijs gerealiseerd te worden. We vinden ook een stukje goed participatieproces voor ons is belangrijk. Daar roept u al iets over.

Of dat voldoet? Met goed overleg en een goede communicatie of dat daar nog altijd de mogelijkheid moet zijn om ook een vergunning- en beroep- en bezwaarprocedure voor in te stellen. Ik denk dat wij daar wel, daar hechten wij wel waarde aan. Ook een stukje doelgroep toewijzing daar roept u ook wel iets over. Ook even een vraag aan de indieners, ziet u de flexwoningen als een cluster van woningen, zeg maar, 50 bij elkaar of geeft u liever in de plukjes bij elkaar juist op plekken waar het kan en waar het handig is. Dat is even een vraag. Tweede vraag die we hebben, aantal gaf u al aan, dat is arbitrair. Dat zijn wij ook het wel mee eens. Wij willen dat ook liever niet zien als zijnde doelstelling en ook niet als zijnde richting, maar we willen echt wel kijken waar het iets toevoegt in de mix van woningen. Bent u bereid om dat aantal van 50 los te laten? Wat ik al zei, wij geven wel voorkeur aan een participatietraject, inclusief beroep en bezwaar. Ik weet dat wij daarmee dus een stukje voordeel loslaten, maar dat

-66-

geeft ons wel een stukje voldoening. Als laatste en ik ben wel eventjes nieuwsgierig, mevrouw Berger die gaf aan het begin vanavond of eerder deze avond aan van, flexibiliteit van woningen, als het tijdelijk is, waarom beginnen wij hier dan aan? Ik ben wel even nieuwsgierig van, hoe ziet u het dan in relatie tot dit voorstel? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Is wel een hele leuke vraag. Heb ik nog even om over na te denken. U vroeg of cluster of gespreid? Ik denk om de businesscase rond te krijgen dat we toch meer zitten aan een cluster dan verspreid. Maar het gaat erom dat we in ieder geval het woningaanbod vergroten. Mijn persoonlijke voorkeur zou uitgaan inderdaad naar clustering in plaats van versnippering. Maar goed, de uitwerking leggen we bij het college neer en die komt met een voorstel, dus vandaar. Het voorstel om 50 flexwoningen los te laten, dat dat zie ik niet zitten. Daar ga ik ook niet in mee, omdat ik vind dat we wel een getal moeten noemen, omdat we daarmee houvast hebben om uiteindelijk het college ook daarop te kunnen bevragen en dat we in ieder geval een houvast hebben voor de toekomst en dat we een doelstelling stellen, een concrete doelstelling stellen als raad. Dan de vraag … Zal ik mijn betoog afmaken? Want de tijdelijkheid waar mevrouw Berger over sprak ging over zonnepanelen. Hier gaat het over flexwoningen.

Ik bedoel met flexwoningen, dat we een tussenoplossing bedenken om sneller uit de wooncrisis te komen. Dus we doen het echt om die wooncrisis te versnellen, om die versneld op te kunnen lossen. Dus het is een beetje een, ik vind het een beetje een scheve vergelijking. Ik snap dat u die vraag stelt, maar ik vind het echt verschillende materie om één op één met elkaar te vergelijken eerlijk gezegd. De voorzitter: De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Het gaat natuurlijk ook om de versnelling van de duurzaamheid. Althans, daar zijn de meningen over verdeeld, maar dat zal ongetwijfeld ook een stukje repliek zijn. Nog even over de aantallen, want u linkt dat aan de landelijke getallen die daarin genoemd worden met de 15.000 woningen, in hoeverre kijken we dan goed naar datgene waar het echt in Oldenzaal de behoefte is. Als je kijkt naar de mix van woningen en de vraag of die dan in wordt gevuld met één en tweepersoonshuishouden. Maar dat is volgens mij met name de bedoeling voor flex woningen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: We hebben eerder al gezegd dat wij dus de problematiek zien vanuit het aantal zoekenden in Oldenzaal en het aanbod wat er is. Dat is bijna één op één, één zoekende op één sociale huurwoning. Als je dan kijkt naar de ambitie die we stellen voor 1000 woningen, de ruimte die er beschikbaar is in Oldenzaal.

Als je dat ook vergelijkt met andere ambities die in andere gemeenten zijn gesteld, die van vergelijkbare orde zijn van Oldenzaal, dan zitten wij nog aan de lage kant qua ambitie van 50 flexwoningen. Dus wij doen het, eerlijk gezegd, nog voorzichtig in vergelijking met vergelijkbare gemeentes met dezelfde inwonersaantallen en dezelfde opgaven dus. De voorzitter: De heer Winkelhuis, want die wilde ook interrumperen. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Heel kort, dit triggert natuurlijk ons allemaal. Is Solidair Oldenzaal wellicht ook bereid om dat getal van 50 los te laten, hebben we net ook gedaan met 20 hectare, dat we zeggen, we gaan aan de ambitie iets bijstellen en we gaan zeggen, we gaan onze uiterste best doen of we een beetje in lijn blijven?

-67-

De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, is zeker niet akkoord. Maar ik mag ik een tegenvraag stellen, waarom wilt u die ambitie loslaten van 50? Waarom wilt u daar geen getal aanhangen? De heer Winkelhuis: Ik wil hem helemaal niet loslaten eigenlijk, dus ik vind die 50 prima. Maar ik vroeg hem, omdat we daarnet met 20 hectare wel de boel los hebben geladen, hebben we gezegd, zo belangrijk is het niet. Nu gaan we ineens zeggen, die 50 is wel superbelangrijk. Daar zit een beetje … De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Klopt. Wij vinden het heel belangrijk. De voorzitter: Ik kijk even weer verder vanuit andere fracties nog. Ik zag mevrouw Nijendijk en dan kom ik bij de heer Kramer. Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Dank je wel, voorzitter. Flex woningen. Daar hebben we vanuit de WG hier zelf ook redelijk wat onderzoek naar gedaan en het aantal uitgegeven vergunningen van flexwoningen is in afgelopen jaren ontzettend toegenomen. Ook als je kijkt naar onderzoek van het CBS. Niet voldoende volgens ons. Overijssel staat op plek 6 van de provincies met de meeste toename in flexwoningen. Dat moet veel beter kunnen naar ons idee. Daarom willen wij als eerste ook nu onze complimenten uiten naar Solidair Oldenzaal, dat zij met het initiatiefvoorstel komen. Want wat betreft dit onderwerp staan wij hier gewoon hartstikke positief tegenover.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13322601/2