Transcriptverslag vergadering 19 december 2022 (deel 1 en 3) vastgesteld in de vergadering van 30 januari 2023
Tekst van het document
Daarvoor pleiten ook steeds meer artsen en wetenschappers over de hele wereld en ook gaan er steeds meer geluiden in de medische wereld op om de vaccinaties tijdelijk te stoppen totdat er meer duidelijkheid is. Ook in Engeland zien we min of meer dezelfde correlatie. Dat vinden wij erg zorgelijk en deze gegevens verdienen, wat ons betreft alle aandacht en prioriteit, want dit gaat niet zomaar over statistiek, dit gaat over mensenlevens. Het zou de overheid er alles aan gelegen moeten zijn om duidelijkheid te verschaffen over de oorzaak van de oversterfte. Helaas gebeurt dat niet. Op vragen van onze parlementariërs zoals Pieter Omtzigt of Wybren van Haga worden niet echt serieus genomen. Onze fractie heeft deze cijfers lang genoeg aan moeten zien. Helaas komt er geen enkele respons vanuit de rijksoverheid dat ons geruststelt. Ook onze gemeente blijft doorgaan met het promoten van de corona vaccinaties via de gemeentelijke kanalen. Wij vinden dit, gelet op de beschikbare gegevens, onverantwoord en niet te rechtvaardigen. Wij kunnen het niet langer accepteren dat onze inwoners warm gemaakt blijven worden voor een vaccinatie terwijl er sprake is van enorme oversterfte en er toch wel aanwijzingen zijn dat dit misschien wel aan de vaccinaties kan liggen. En, dan laten we de Pfizer papers nog eventjes achterwege.
Wij horen de raad, en wellicht ook het college denken, ja, dit is niet aan ons, maar een taak voor de rijksoverheid. Nee, dat is het niet. Wij hebben allemaal een verantwoordelijkheid om onze inwoners te beschermen, helemaal met de kennis van nu. Het promoten van vaccinaties is geen wettelijk verplichte taak van de lokale overheid en toch doen we het. We blijven ermee doorgaan, ondanks de sterke aanwijzingen dat het wellicht wel niet zo goed is voor onze inwoners. Het minste wat we op dit moment kunnen -18-
doen, is daar een pas op de plaats in te maken totdat onomstotelijk wetenschappelijk is vast komen te staan dat er geen causaal verband is tussen de oversterfte en de vaccinatiegraad. We hebben als gemeente een verantwoordelijkheid om onze inwoners te beschermen, waar mogelijk en dat doen wij bijvoorbeeld in ons ruimtelijk beleid, maar ook als het gaat om een noodfonds voor onze inwoners. Waarom dan niet op een moment dat er verontrustende aanwijzingen bekend zijn over het belangrijkste dat we allemaal bezitten, onze gezondheid. Wij stellen u vanavond de vraag: vindt de raad het verantwoord, gelet op de beschikbare cijfers, om door te gaan met het promoten van de vaccinaties, ook al heeft dat wellicht desastreuze gevolgen. Of kunnen we beter het zekere voor het onzekere nemen? Wij doen een dringend beroep op u, maar ook aan het college, om het zorgvuldigheidsbeginsel in ogenschouw te nemen bij dit vraagstuk. Ook ontvangen wij graag zo dadelijk een reactie van het college en dan hebben we de volgende motie. Bij roept het college op: het promoten van vaccinaties via beschikbare kanalen op te schorten totdat onomstotelijk wetenschappelijk is vast komen te staan dat er geen causaliteit bestaat tussen de oversterfte en de toediening van de corona vaccinaties. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de raad reactie is. Ja, de heer Snijders.
Ja. De heer Snijders: Ja, ik heb twee vragen. Allereerst staat er: meer dan de verwachte sterfte. Waar is dat verwachte sterfte op gebaseerd? De rode lijn, dat is één. Twee, wat ik eigenlijk mis is een verwachting van sterfte als je niet zou vaccineren, want dat heeft consequenties. Of niet? En misschien is dat wel meer dan de meer dan verwachte sterfte. Dat weet ik niet hoor, maar dat mis ik dus. De voorzitter: Ik ga even het rondje maken of er nog meer punten zijn. Ik dacht dat mevrouw AiloZaia ook haar hand opstak. Nou, laat ik eerst kijken of er vragen zijn, nog meer, voor de heer Bouwman. Dan doe ik dat als eerste. Dat is niet. Dan … Ja, mevrouw Ailo-Zaia toch? Vragen? Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, want het is misschien ook wel een, het is maar hoe je ernaar kijkt, want er staat hier de ene kant van de medaille van zou dat dan de reden kunnen zijn dat er meer doden vallen op dit moment? Maar aan de andere kant is dus echt nog niet bewezen dat daar sprake van is en zou het ook kunnen betekenen dat als wij dit gaan opschorten, dat dat misschien als gevolg heeft dat in Oldenzaal meer mensen dood zullen gaan door die corona. Dat weet je niet. Want ook dat is niet bewezen. Dus wij lopen hier heel sterk tegenaan en neigen daardoor ook om tegen te stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman voor een reactie op de vragen van de heer Snijders.
De heer Bouwman: Ja, dank u wel. U vraagt of de … De definitie, denk ik, van oversterfte en de verwachte sterfte? De heer Snijders: Sorry, ik heb een stukje, volgens mij, verkeerd gezegd. Bij het rode lijntje staat: verwachte sterfte. En dan denk ik: waarop is dat dan gebaseerd? De heer Bouwman: De verwachte sterfte, dan heeft het CBS in ogenschouw genomen alle variabelen die berekend worden op het moment als mensen al dan niet kunnen overlijden. Dan gaat het bijvoorbeeld over seizoensterfte, griepseizoen, ouderdom, leefstijl, aantal kankergevallen die Nederland per jaar voorkomen. Dat is de verwachte sterfte en alle sterfte die daarboven zit, dat is dus de oversterfte en die is dus onverklaarbaar.
-19-
De voorzitter: En u had nog een tweede vraag, volgens mij. Als u daar ook nog een reactie op zou willen geven. De heer Bouwman: Ja, ik moest even denken wat de vraag ook alweer was. Dat was de vraag, volgens mij, wat de verwachte sterfte is als we niet vaccineren, geloof ik. Ja, daar kan ik op dit moment geen antwoord op geven. Ik probeer hier een beeld te schetsen van wat er nu op dit moment speelt, welke cijfers wij onder ogen zien en of we daar al dan niet op moeten handelen. Dat is de vraag die voorligt en ik kan op dit moment geen antwoord geven wat de sterfte zou zijn op momenten als wij stoppen met prikken. Dat roep ik ook trouwens niet op in mijn motie, om te stoppen met prikken, ik probeer alleen maar aan te geven, misschien is het verstandig om niet meer alleen maar te promoten en alleen maar net te doen alsof het veilig is, terwijl er misschien zaken nu spelen waaruit blijkt dat dat niet zo is. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan vroeg u ook of er vanuit het college een reactie zou kunnen komen. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Zoals u weet, voert de GGD Twente de vaccinaties hier in deze regio uit en als gemeente Oldenzaal delen wij de berichtgeving die afkomstig is vanuit de GGD Twente, die delen wij om onze inwoners te informeren of de mogelijkheden tot het halen van een vaccinatie.
De gemeente Oldenzaal voorziet hier in de algemene informatievoorziening over de aangeboden dienstverlening binnen Oldenzaal, zoals dat ook landelijk is afgesproken. Zo krijgt iedereen die dat wil de kans om zich te laten vaccineren tegen onder andere corona. We verspreiden dus de informatie die aangeboden wordt, maar roepen niet actief op tot vaccineren. Het blijft uiteindelijk een keuze van de inwoner om zich al dan niet te vaccineren en daarom ook adviseren wij om deze motie te verwerpen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er een tweede termijn nodig is. Dat is niet het geval. Dan breng ik de motie in stemming. Wie is voor deze motie? Ik zie dat dat de fractie van Esso is. Andere fracties tegen, dan is die verworpen. Dan kijk ik naar de volgende motie, ook afkomstig van Solidair Oldenzaal, over het Oldenzaals paasvuur en dat is wederom de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Het Oldenzaal paasvuur, al decennia lang een traditie in Oldenzaal. En toch hangt het zwaard van Damocles boven dit prachtige evenement. Ah, de stikstof, zou een achteloze kijker of luisteraar nu denken. Nee, het is de verzekering die mogelijk roet in het eten gooit. Want, wat blijkt nu in Oldenzaal, de evenementenverzekering van het paasvuur loopt af en de verzekeraar wil geen nieuwe verzekeringen afsluiten.
Onder andere wordt het incident in Scheveningen met het vreugdevuur aangehaald als reden. De verzekeringen zien paasvuren nu als onverzekerbaar risico. Echter worden hier twee totaal verschillende evenementen op één hoop gegooid. Het gevolg is dat er zonder verzekering geen paasvuur meer kan worden georganiseerd en daarom heeft de organisator, de Stichting Oldenzaal Paasvuur, een gesprek gehad met onze burgemeester om gezamenlijk tot een oplossing te komen en daarin is een strategie bepaald om te komen tot een oplossing om dit prachtige evenement te behouden voor Oldenzaal. De stichting verzoekt nu min of meer aan onze raad om als gemeente garant te staan voor eventuele incidenten. Wat onze fractie betreft staan we dat, en we doen dat natuurlijk niet zomaar, maar zeker ook na een gebalanceerde afweging, want wat kan er gebeuren? Wat zijn de risico’s voor de gemeente en is er sprake van een onverantwoord risico op het moment als het besluit om garant te staan voor eventuele incidenten. Wat ons betreft niet in een uitgebreide vergunningenprocedure. We hebben alle veiligheidsaspecten beoordeeld ingebed in de vergunning en wordt er ook toegezien op naleving van deze veiligheidsvoorwaarden. Wat ons betreft is er dan ook geen reden om te twijfelen aan de -20-
bijkomende niet afgekaarte risico’s die ontstaan. Bij slechte weersomstandigheden of door droogte, wordt het evenement zoals gebruikelijk afgelast. Al jarenlang gaat dit prima en er zijn ook geen signalen uit het verleden dat er sprake is van een onverantwoorde onveilige situatie, verzekerd of onverzekerd. Bovendien brengt elk evenement risico’s met zich mee, ook al is het nog zo goed geregeld in de vergunning. Ook bij de Boeskool is Lös of het carnaval, kunnen onverwachte incidenten plaatsvinden. Geen reden om daarom het evenement maar niet door te laten gaan. Wat zijn de gevolgen als we niet garant staan voor eventuele incidenten? Nou, dan is de kans dus heel groot dat dit paasvuur na alle waarschijnlijkheid ons laatste paasvuur in Oldenzaal hebben we dan gehad en dat gaat ons zeer aan het hart en kunnen wij niet over onze kant laten gaan. Wij staan voor het behoud van onze traditie en onze cultuur en bovendien hebben we als raad ook een verantwoordelijkheid om voor onze tradities te gaan staan op het moment dat dat nodig is. Daarom de volgende motie: roept het college op om voor de Stichting Oldenzaals Paasvuur garant te staan voor eventuele incidenten bij het Oldenzaals paasvuur en waar mogelijk extra veiligheidsvoorwaarden in de te verlenen vergunning op te nemen zonder dat dit ten koste gaat van de beleving en uitvoerbaarheid van het Oldenzaalse paasvuur. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat in ieder geval de heer Maartens nog een reactie wil geven en ook mevrouw Ailo-Zaia. De heer Maartens. De heer Maartens: Vooral een vraag. Ik heb eerder in deze vergadering verteld dat er waarschijnlijk toch mogelijkheden zijn om een verzekering te realiseren. Ik zou dat toch wel heel graag als een voorliggende voorziening willen zien, voordat je als gemeente dit soort besluiten gaat nemen. Dus ik vraag de heer Bouwman waarom hij dit toch doet. De voorzitter: Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, ook een tweetal vragen. Want wij hebben ook een stuk ontvangen over de vrijwilligersverzekering. Dus toch een vraag richting college hierover of dat dan betekent dat wij op die manier dan wel die verzekering zouden kunnen afgeven of niet en nog de vraag van hoe dat nou daadwerkelijk zit met Dinkelland en hoe ze het daar geregeld hebben. We hebben het zelf geprobeerd daar antwoorden op te krijgen, maar dat is nog niet gelukt helaas, dus misschien dat het college daar wel een antwoord op heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: De WG sluit zich volledig aan bij de woorden van de heer Maartens. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Ja, de heer Mekelenkamp richting de heer Bouwman. De heer Mekelenkamp: Ja. Zeker, dank u wel, voorzitter.
Afgezien van dat wij onze aansluiten bij de woorden van de heer Maartens. Ik heb even een vraag aan de heer Bouwman, want als ik u vraag hoe groot de kans is dat er brand uitbreekt in uw huis, dan zal het antwoord waarschijnlijk 50 procent zijn, denk ik, al met al, het gebeurt immers wel of het gebeurt niet. Echter, als ik een verzekeraar gaan vragen hoe groot de kans is dat er brand in het huis uit gaat breken, dan krijg ik een aantal vragen. Hoe oud is het huis, wat voor type groepenkast zit er in en is deze door een erkend en statuur aangesloten, wordt er op gas of inductie gekookt? Uiteindelijk krijg ik op basis daarvan een risico-inschatting en dat is nu exact het verschil waar we het hier vanavond over hebben. We hebben het over een partij die afgewogen keuzes maakt, die precies weet welke risico er gelopen wordt en een gemeente die daar de kennis niet in huis van heeft en dus niet zou kunnen weten welke risico’s
-21-
wij kunnen lopen en ook welke financiële risico’s wij kunnen lopen. Dus eigenlijk is mijn vraag aan de heer Bouwman: waarom zouden wij het als gemeente beter weten dan de verzekeraar en waarom zouden wij dus wel dit risico willen dragen? De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Niet? Dan ga ik naar de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Eerst even ingaan op de vraag van de heer Maartens, waarom doe ik dit? Wij hebben uw opmerkingen gehoord, u was ook positief natuurlijk, maar dat wil nog niet zeggen dat het een het ander bijt. We kunnen prima en en doen. Dus op het moment als we dit in stemming brengen op dit moment, dan ligt er in ieder geval een uitspraak van de raad dat we in ieder geval garant wil staan en dan is het aan het college om die opmerking mee te nemen en daarin ook wellicht te zeggen van nou, we kunnen die verzekering die u noemt wellicht afsluiten en dan lopen we als gemeente geen risico. Maar het zou heel zonde zijn om nu dit agendapunt te laten lopen. We brengen het in stemming, dus ik denk, maak een keuze, denk ik. Want het is helemaal niet zeker of uw beweegredenen daadwerkelijk tot een positief antwoord gaan leiden.
De voorzitter: Ja, ik wacht, want ik heb net u de gelegenheid gegeven om uw vraag te stellen en de heer Bouwman wil ik nu graag de gelegenheid geven om antwoord te geven op de vragen die gesteld zijn en dan bent u weer aan zet. Zo probeer ik het een beetje ordentelijk te laten verlopen. Dus de heer Bouwman, maakt u uw verhaal af en dan kom ik bij de andere raadsleden weer terug. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. De vragen van mevrouw Ailo-Zaia waren volgens mij meer gericht aan het college en de vraag van de heer Mekelenkamp waarom de gemeente denkt meer verstand van zaken te hebben dan de verzekeraar. Volgens mij ben ik net geschetst dat de verzekeraar het vreugdevuur in Scheveningen als argument aandraagt. Nou, volgens mij zijn dat totaal verschillende situaties. De gemeente die is aan zet op het moment dat de vergunning afgegeven kan worden. Daarin worden alle risico’s zaken worden besproken, ook met de brandweer en met de politie. Dus wat ons betreft worden die zaken al afgekaart. Je kunt nog extra voorwaarden opnemen in de vergunning om de veiligheid nog meer te dekken, dat heb ik ook in de motie benoemd. Dus wij mogen onszelf ook wel iets meer kwaliteit toedichten dan alleen dat de verzekeraar daar verstand van heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Maartens nog. De heer Maartens.
De heer Maartens: Ja, ik heb altijd geleerd dat als er voorliggende voorzieningen zijn, dat je daar eerst een beroep op moet doen en dat je dan pas als overheid moet ingrijpen. Dus het verbaast mij hogelijk en ik kan de heer Bouwman verzekeren dat wij tegen de motie zullen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Ik dacht dat ik nog iemand anders … Ja, de heer Mekelenkamp. Excuus, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Als we het toch hebben over de trant van verzekeren dan kunnen wij meegaan met die verzekering. Dus die garantie kan ik u geven, de heer Maartens. Maar nog een aanvullende vraag richting de heer Bouwman, want als we dit gaan doen, dan scheppen we een precedent en vanuit mijn tijd bij OJCV De Blaanke Boeskeulkes weet ik nog heel goed dat er in Nederland maar een verzekeraar is die een carnavalswagen of een trekkend voertuig in een carnavalsoptocht, dat is de exacte definitie, wil verzekeren, omdat er ook in het verleden ongelukken zijn gebeurd zoals u refereert aan Scheveningen, de vreugdevuren in Scheveningen, zo zijn er ook in
-22-
talloze optochten ongelukken gebeurd. Stel, deze verzekering zou ermee stoppen, dan zouden wij, als ik immers de redenering van Solidair Oldenzaal zou moeten volgen, zouden we als gemeente ook garant moeten staan voor alle carnavalswagens tijdens de grote Twentse carnavalsoptocht. Want dit is immers immaterieel cultureel erfgoed en dit draagt, zo citeer ik uit uw eigen motie, ook heel erg bij aan onze couleur locale. Dus klopt het dat u dan ook dezelfde mening toebedeeld bent? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, want dan kunnen wij de vraag stellen of in dit geval sprake is van een precedent. Daar kunnen we nog eens verder, of precedent inderdaad ook precedent is. Want u gaat er nu vanuit dat elke situatie gelijk is, daar beroept u zich op dat het een precedentwerking is. Dat is niet zo, elke situatie is anders en kunnen we op andere manieren beoordelen. Dus het is niet zo dat, als we hier nu garant staan voor eventuele incidenten bij het paasvuur, dat het dan een precedent schept voor de carnavalsoptocht. De voorzitter: Heel kort nog, de heer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Dus als een verzekeraar weigert een verzekering af te geven op besluit uit zijn portefeuille te nemen omdat er een te hoog risico is voor de verzekerde som, op basis van eerdere incidenten bij eerdere evenementen, want enerzijds, als het paasvuur in Oldenzaal betreft dat bijdraagt aan onze couleur locale, dan zegt de fractie van Solidair Oldenzaal, dat moeten we wel door laten gaan en anderzijds, als het carnavalsoptocht is wat echt een topevenement is in Oldenzaal waar honderdduizenden mensen naar Oldenzaal toekomen om de optocht te bekijken, dan zegt de fractie van Solidair Oldenzaal: ja, maar daar gaan we niet in mee. Dat is meten met twee maten, voorzitter. De voorzitter: De heer Bouwman, tot slot. De heer Bouwman: Nee, u legt me nu woorden in de mond die ik niet uitgesproken heb. Ik had het erover dat er geen sprake is van een precedentwerking, ik geef niet aan, op het moment als we hier medewerking aan verlenen, dat we dat dan niet expliciet niet doen bij de carnavalsoptocht. Dat is niet waar. Ik geef alleen aan dat er geen sprake is van een precedent. We moeten elke situatie op de situatie die daarvoor leent, beoordelen. En dan daarbij, verzekeraars die gooien vaak die activiteiten op een hoop, dus er komt een aanvraag binnen van een paasvuur en die vergelijken dat met een incident als in Scheveningen.
Nou, volgens mij kunnen we allemaal op de klompen aanvoelen dat dat totaal iets anders was. Maar dat doen verzekeraars om gemakkelijker hun business door te krijgen. Dus ik … Nou goed, ik heb mijn argumenten wel gegeven, denk ik. Dus dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even weer naar de heer Lulofs, want vanuit de zijde van het college is ook nog om een korte reactie gevraagd en dat zou de portefeuillehouder graag voor zijn rekening willen nemen. Dus als de heer Lulofs nog een keer weer het voorzitterschap over wil nemen, heel graag. De heer Lulofs (plv voorzitter): Dank u wel. Ik was al even bang dat u weer zou zeggen van, het stokje, want dan had ik er wel heel veel gehad op dit moment. Maar het woord is aan u. De heer Welman: Ja, dank u, voorzitter. Gemakshalve wil ik ook verwijzen naar de discussie die we aan het begin met elkaar hebben gevoerd rondom de vragen die vanuit de zijde van het CDA en de VVD zijn gesteld en schriftelijk zijn beantwoord. Naar aanleiding daarvan was zonet ook nog een
-23-
aantal aanvullende vragen, onder andere vanuit de WG, maar ook vanuit de VVD. Daarvan is al door het college aangegeven in gesprek te zijn met de stichting om te kijken of er toch nog een mogelijkheid is om het evenement te verzekeren, althans, wat de risico’s betreft die het evenement graag wil hebben. Daarbij is ook gebruik gemaakt van de informatie die verkregen is van de heer Maartens in een andere rol. Verder vanuit de zijde van D66, een vrijwilligersverzekering, ja, dat heeft, volgens mij, vooral betrekking op risico’s die vrijwilligers bij een bepaald evenement lopen, bijvoorbeeld dat men een ongeval krijgt tijdens de werkzaamheden die men voor een evenement als vrijwilliger voert. Dan is dat afgedekt. Maar dat heeft niets te maken met het risico was dit evenement, zijnde bijvoorbeeld als het paasvuur overslaat naar het naastgelegen perceel wat bos is en alle kosten die daarmee gemoeid zijn, dat is niet via de vrijwilligersverzekering te dekken. Daar moet je echt een andere verzekering voor nemen en daar is ook waar de stichting op gericht is, op dat soort risico’s. Want anders zou het kunnen betekenen dat je als stichting persoonlijk, als bestuurslid, persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die een ander heeft omdat jij een evenement hebt georganiseerd. Dat wil men afgezekerd hebben, dat begrijp ik.
Wat betreft de buurgemeenten, daar is al voor een deel contact mee geweest, daar hoor je wat verschillende geluiden en dat heb ik ook namens het college aan het begin van vanavond aangegeven, dat gaan we nog nader bekijken wat voor informatie dat oplevert. Maar ik denk niet dat dat informatie is die de stichting nog niet heeft gekregen of ontvangen of verzameld op basis van haar eigen activiteiten. Maar we zullen dat wel naast elkaar gaan leggen. Dus we zijn nog wel met elkaar in gesprek. Dus in dat opzicht, vanuit een pragmatisch oogpunt kan ik zeggen, deze motie niet mee in te stemmen omdat we nog met elkaar in gesprek zijn, maar nu het principiële. Want op het moment dat deze motie wel aangenomen zou worden, en daar verschil ik dan toch wel van mening van de heer Bouwman, dan betekent dat wel dat je als gemeente je op het standpunt stelt dat je principieel risico’s van anderen die een evenement organiseren waar je zelf niet als of medeorganisator of als organisator bij betrokken bent, voor je rekening gaat nemen. Ja, en ik zou dat ten principale niet doen, geachte raad. Ik zou daarbij wegblijven, want als je eenmaal wel die stap hebt gezet, dan schuif ik toch een beetje richting de heer Mekelenkamp, dan is het heel moeilijk uit te leggen dat je dat een volgende keer niet zou willen of moeten mogen doen.
Dus ik zou daarbij wegblijven en ik zou zeggen: dat is aan de private partij, in dit geval de stichting en niet aan de overheid. Want wij zijn niet de organisator van dat evenement, dus zet dan ook niet de stap om een risico, hoe klein wellicht dan ook, om dat op je te nemen. Dat was het, voorzitter. De heer Lulofs (plv voorzitter): Dank u wel. Dan kijk ik nog even naar de heer Bouwman of hij daarop wil reageren. De heer Bouwman: Ja, dank voor de beantwoording. Nu ligt er dus, denk ik, een heel groot risico dat de traditie wellicht gaat verdwijnen. Is het een idee dat wij, gezien deze stand van zaken, toch weer, zoals voor de jaren negentig, als gemeente zelf deze organisatie op ons nemen? De heer Lulofs (plv voorzitter): Dat was uw vraag, de heer Bouwman? Het woord aan de heer Welman. De hier Welman: Ja, voorzitter, ik zou daar nu nog geen antwoord op willen, kunnen … Niet willen geven, maar ook niet kunnen geven. Laat ons eerst met elkaar in gesprek gaan met de stichting. Ik ben hoopvol gestemd dat we daar een oplossing voor weten te vinden. Op het moment dat het toch niet lukt, dan zal ik ook bij u terugkomen of we zo’n stap, zoals de heer Bouwman voorstelt, moeten nemen. Maar ik denk dat we voldoende tijd hebben om te inventariseren wat de mogelijkheden zijn en ik vind eerlijk gezegd ook dat het thuishoort bij of privépersonen, of bij een particuliere organisatie
-24-
om dat te doen. Je moet als overheid heel voorzichtig zijn om dat soort stappen te gaan zetten. Maar ik snap wel de gedachte van de heer Bouwman, maar ik zou nu ieder geval zeggen: niet doen. De heer Lulofs (plv voorzitter): Goed. Ik zie geen reactie uit de zaal, dus dan gaat het voorzitterschap weer naar u toe. De voorzitter: Dank, de heer Lulofs. Dan kijk ik nog even voor de zekerheid naar de heer Bouwman of hij zijn motie handhaaft. De heer Bouwman: Dat doe ik. De voorzitter: Dan breng ik hem in stemming. Wie is voor deze motie? Ik constateer dat het alleen de fractie van SO is. Dan is die verworpen. Sluiting De voorzitter: Ja, dat had ik aan het begin van de vergadering nog niet gezegd, maar deze avond bestaat uit drie delen, zoals u gezien heeft, want wij hebben nog een tweetal vergadering hiernaast. Dus ik sluit deze openbare vergadering en ik ga met een paar minuten het besloten deel openen. Maar daarvoor moeten we nog wel een paar handelingen verrichten, dus ik schors de vergadering, want ik kan me indenken dat er wellicht misschien nog mensen naar het toilet moeten, voor vijf minuten. Vijf minuten.
Afsluiting 21.01 uur
Derde deel van de vergadering Aanvang 21.30 uur 1.
Opening De voorzitter: Goed, dames en heren, ik begin met het derde deel van onze avond en dat is wederom een raadsvergadering, zoals ook is opgeladen. Een raadsvergadering waarbij ik constateer dat wij met 22 raadsleden zijn, een raadslid niet aanwezig, de heer Gelevert. We hebben een agenda voor ons liggen met één agendapunt, het direct voorstel en dat is het voorstel tot bekrachtiging oplegging geheimhouding cultuurhistorische waarden gemeente Oldenzaal.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Allereerst het vaststellen van de agenda. Kan dat op uw instemming rekenen? Dan ga ik uit van deze agenda.
3.
Voorstel tot bekrachtiging oplegging geheimhouding cultuurhistorische waarden gemeente Oldenzaal De voorzitter: Dan pak ik het voorstel erbij en dat is het voorstel zoals net al aangegeven. Daarin zijn twee besluiten opgenomen, allereerst besluit één tot het bekrachtigen van geheimhouding conform -25-
artikel lid 25 lid 1 van de gemeentewet en artikel 5.1 lid 2 onder b en i van de wet open overheid, van het geheimhoudingsbesluit en het voorbereidingsbesluit inclusief de daarbij behorende stukken zoals het raadsvoorstel en het raadsbesluit. Dat twee, deze geheimhouding te laten vervallen met ingang van de in werking treding van het voorbereidingsbesluit. Ik kijk even rond of er vanuit de zijde van de raad behoefte is om bij dit punt het woord te voeren. Dat is niet het geval. Dan breng ik het voorstel in stemming. Wie is tegen dit voorstel? Dat is de fractie van de Solidair Oldenzaal. De rest geacht voor. Dat betekent twintig voor, twee tegen, dan is het voorstel aangenomen. Sluiting De voorzitter: Dat betekent dat ik aan het eind komt van dit deel en dus deze vergadering. Ik sluit deze vergadering, ik wens u wel thuis. Afsluiting 21.32 uur
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 januari 2023 de griffier,
de voorzitter,
J.H. Brokers
P.G. Welman
-26-