CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag van de raadsvergadering van 24 februari 2025 vastgesteld in de vergadering van 24 maart 2025

Gemeenteraad 24 februari 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering32.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hiermee hebben we boekhoudkundig, ik herhaal boekhoudkundig, in de eerste jaren een voordeel van 150 duizend euro in 2027, wat later afneemt tot een nadeel van 230 duizend euro in de jaren 2030 en verder. De negatieve invloed op de begroting komt dus tot uitdrukking ruim na deze raadsperiode. Dan heb ik het over een tijdhorizon van het huidige plan van slechts vier jaar, waarin we 5 procent van onze wegen laten verslonzen. Volgens het beheersplan wordt hiermee het gat in de financiën al een eind gedicht. We gaan dus van gat in die financiën naar een gat in de weg. Uiteraard heeft D66 de vraag aan het college, hoe worden onze inwoners gevraagd welke wegen zullen worden verwaarloosd of zelfs afgesloten en hoe de te reconstrueren wegen worden ingericht? Voorzitter, D66 mag ervan uitgaan dat na 2029 … Mag D66, dat is een vraag, ervan uitgaan dat na 2029 geen wegen meer behoeven te worden gereconstrueerd? Of is die situatie zo dat ook na 2029 nog veel geld moet worden geïnvesteerd om wegen weer op acceptabele kwaliteit te krijgen? En hoe gaat dat geld worden gereserveerd? Hoe gaat de raad hiervan op de hoogte worden gebracht? Ten slotte, voorzitter, het onderhoud van riolering en wegen wordt nu jaarlijks besproken of tegenwoordig dan gerapporteerd, maar hoe dan ook aan de raad voorgelegd in het MJUP, het Meerjarig Uitvoeringsplan.

Maar het einde van de levensduur van wegen hebben we toch niet aan zien komen. Is de wethouder bereid te zien of de levensduurindicatie als addendum in dat MJUP kan worden opgenomen, zodat niet alleen het college maar ook de raad aan ziet komen dat er grote investeringen

aankomen waarvoor reserveringen nodig zijn? Zo kunnen we beheren door vooruit te zien. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid. U slaat … Oké, helder. Dan ga ik naar de WG. En wederom mag ik de heer Winkelhuis, diepe zucht. De heer Winkelhuis namens zijn fractie. Ja, ga uw gang. De heer Winkelhuis: Dan krijgen we nu de overstap van bèta naar alfa. Vandaag nemen we een besluit over het voorstel tot instemmen met het wegenbeheersplan 2026-2029. Inhoudelijk heeft onze fractie eigenlijk niet zoveel opmerkingen, want natuurlijk staan we achter het uiteindelijke doel van dit plan. Oldenzaal blijft ook hierdoor in de toekomst goed bereikbaar en veilig. Het plan zit goed in elkaar. We lezen dat we werk met werk gaan maken en dat we het wegenbeheerplan koppelen aan andere beheersplannen zoals het MJUP, zoals we net al hoorden, riolering GRP. Dat is een prachtige afkorting voor de kijkers thuis voor het Meerjaren Uitvoeringsprogramma riolering in het Gemeentelijk Rioleringsplan. Vraag aan de wethouder, deden we dit niet al, werk met werk maken en combinaties zoeken met het GRP? Wat is het verschil? Voorzitter, we staan voor ons gevoel met de rug tegen de muur. We hebben eigenlijk geen keuze. Als gezegd, we willen allemaal dat Oldenzaal goed bereikbaar en veilig blijft.

Het plan schuurt voor ons bij de enorme jaarlijkse financiële investering, en volgens mij doelde collega van D66 daar ook op. Plotseling worden we geconfronteerd met een investering van maar liefst 2,5 miljoen per jaar. Structureel gaan we daaraan sleutelen door afschrijvingstermijnen op te hogen van respectievelijk vijftien naar twintig voor de bovenlaag en van dertig naar veertig jaar voor de onderlaag. En we nemen als dekking het budget klein onderhoud van 272 duizend mee. Dat helpt, maar voelt ook een beetje als een pleister op de wonde. Er komt immers jaarlijks, als we het goed hebben, een kapitaallast bij van 122 duizend euro per jaar. Vraag aan de wethouder. Klopt het dus dat we over tien jaar een bedrag van tien keer 122 duizend, is 1.220.000 euro hebben staan waar wij in onze begroting dekking voor moeten gaan zoeken. Anders gezegd moeten wij jaarlijks extra dekking zoeken voor 122 duizend euro? Volgens onze fractie is dat zo. Voorzitter, we begrijpen heel goed dat dit voor de portefeuillehouder, die ook nog eens de wethouder van financiën is, geen prettige boodschap is. Kan de wethouder ons nog een keer uitleggen waarom we nu plotseling met deze giga-investering geconfronteerd worden? Zodat het ook voor de kijkers thuis helder is.

We lezen over BBV, nieuwe financiële richtlijnen, extra wegen en nieuwe wijken en industriegebieden en wegen die aan het eind van hun levensduur zijn. Voorzitter, als gezegd ... De voorzitter: Ja, momentje, want ik heb een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja, ik hoor de heer Winkelhuis zeggen dat die plotseling geconfronteerd wordt met deze getallen. Maar dat verbaast me toch dat u net niet meestemde met de motie over de pm-posten, want dan hadden we dat duidelijk vooraf in de begroting kunnen zien welke bedragen er in de toekomst wellicht aan zouden kunnen komen. Dus om in de toekomst dit soort situaties te voorkomen was deze motie best wel mooi geweest. Dus ik vraag me eigenlijk een beetje af waarom u dan toch tegen die motie hebt gestemd? De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Nou, ik vond het antwoord van de wethouder daarover meer dan voldoende. Kijk, ik blijf me verbazen dat het op dat moment, op dit moment ineens zo hier op tafel of hier op tafel, dat was vorige week of twee weken terug op tafel kwam. En daarom heb ik deze vraag nu gesteld. Ik geef de wethouder zo meteen nog een keer de gelegenheid om ons duidelijk te maken wat de reden daarvoor is, zodat iedereen het ook begrijpt en niet alleen wij. Voorzitter, als gezegd, we hebben het gevoel dat we met de rug tegen de muur

staan. De financiële afwikkeling nemen we mee in de Kadernota en voor 2026 zitten we dan nog één keer in de plus met een bedrag van 272 duizend euro, maar vanaf 2029 krijgen we jaarlijks een klapper van 122 duizend euro. Daarmee komt de fractie van WG Oldenzaal bij de laatste vraag voor het college, heeft het college van ons plannen hoe we deze klappers op gaan vangen? De voorzitter: Ik heb nog een interruptie. Dat is een momentje. De heer Van der Waal, D66. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik ben blij dat de heer Winkelhuis aangeeft dat dit onderwerp bij de Kadernota ook aan de orde komt. Betekent dat de heer Winkelhuis gaat voorstellen het besluit over het voorstel uit te stellen tot het moment van de Kadernota? Want als we dit besluit aannemen, zitten we vast aan de getallen die in dat besluit genomen gaan worden. De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, we gaan wel mee met dit voorstel en we zijn benieuwd hoe we dit verder gaan oplossen. Want we staan zoals we net hebben gezegd, twee keer zelfs, we staan met de rug tegen de muur. Wij kunnen niet anders. De voorzitter: De heer Van der Waal, tweede interruptie. Ga uw gang. De heer Van der Waal: We staan met de rug tegen de muur, maar we kunnen de muur beïnvloeden. We kunnen nog gaan besluiten welke wegen we een opknapbeurt geven en welke niet.

Dat kunnen we afwegen tegen andere onderwerpen waar ook heel hard geld voor nodig is en daar is de Kadernota voor. De voorzitter: De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, dat is het verschil tussen bèta en alfa. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog anderen zijn, volgens mij niet, in de eerste termijn vanuit de raad. Dan geef ik het college, en dat is wethouder Zinkweg, de gelegenheid om het woord te voeren. Volgens mij lukt dat. Ja, wethouder Zinkweg, ga uw gang. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dat lukt. Dank u wel, voorzitter. Ja, het wegenbeheersplan, een plan waar we al lang op hebben gewacht. Want, nou, u bent er allemaal heel benieuwd naar wat er natuurlijk aan kosten aan verbonden zaten. Nou, tot voor kort hadden we daar nog niet het beeld bij zoals we dat nu hebben kunnen laten zien. En dat zit hem ook in een deel de systematiek die we hanteren. Dus ja, we wisten wel dat daar kosten mee gemoeid waren. En als je wegen moet vervangen, dan heb je het ook over forse kosten. Maar uiteindelijk, hoe verreken je dat en kun je dat afschrijven en hoe lang kun je dat afschrijven? Nou, daar hebben we echt naar moeten kijken voordat we uiteindelijk konden zien, ja, dat brengt deze kapitaalslasten met zich mee en dat brengt deze vermindering in het onderhoudsbudget met zich mee.

Dus daarom heeft u daar even op moeten wachten, maar nu is het moment dat we het daar met elkaar ook over kunnen hebben en dat u daar iets van kan vinden. En ja, daar komt u straks bij de Kadernota nog op terug, want als u dit wel vaststelt maar toch straks bij de Kadernota in die integrale afweging wilt besluiten om andere keuzes te maken, dan betekent het misschien wel dat we hier iets voorzichtiger in te werk moeten gaan. Dus dat kan ook nog, dat wil ik u ook meegeven, bij de Kadernota bent u aan zet hoeveel geld u hiervoor beschikbaar wil stellen. Maar

hier geven we wel aan om het op deze manier te houden, zoals we dus nu voorstellen, hebben we deze budgetten nodig. En dan is het straks aan u om te besluiten om dat geld ook beschikbaar te stellen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. U had het met mij gezien dat de heer Van der Waal een interruptie wilde plaatsen. Daar wil ik hem natuurlijk graag de gelegenheid voor geven. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dat is op zich een mooi voorstel. Er worden geen alternatieven genoemd voor wegen die al dan niet gaan worden verbeterd, onderhouden, worden afgestoten, wat dan ook. Is daar nog een keuzemogelijkheid voor tussen nu en inclusief de Kadernota of ligt het plan vast? Want in dat geval hebben we bij de Kadernota niets meer te bespreken. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Als u dit voorstel vaststelt, als u dit vaststelt dan zullen we dit meenemen als richting voor de Kadernota. Uiteindelijk is het college aan zet om de keuzes eventueel anders te maken. Dus als we zien dat er dan andere keuzes gemaakt zullen moeten worden, volgens het college, dan zullen we die uitwerken en bij u voorleggen. Als u dan nog andere ideeën heeft bij hoe we het anders zouden moeten doen dan dat het college voorstelt, is dat aan u om dan met amendementen te komen. Dus ja, voor nu, als u dit vaststelt zullen we dit als basis laten dienen voor de Kadernota.

Als het college erachter komt dat we dan niet uitkomen en andere keuzes willen maken, dan zal het college dat doen en bij u voor gaan leggen. Dus dat even over dat wat de stappen zijn die we gaan zetten. Ja, D66 die begint ook over, nou, 2008 hebben we destijds ook een wegenbeheersplan opgesteld en we dachten dat we er toen waren. Eigenlijk ben je er met beheer natuurlijk nooit, want je hebt altijd iets te onderhouden. Als je bezit hebt, dan moet je het onderhouden, dan moet je het beheren. En soms worden er andere keuzes gemaakt in de loop van de jaren en daar zijn we natuurlijk allemaal aan zet. Ik denk dat het plan zoals het nu ligt een goede basis is om ons bezit goed in stand te houden voor de toekomst. En ja, daar hoort wat ons betreft ook een deel bij wat we als zogenaamd onvoldoende opnemen. Dat is best gebruikelijk bij wegen en dat is niet zo dat we daar dan niet meer overheen kunnen rijden of dat we in een groot gat vallen. Dat is gewoon gebruikelijk in de totale weging, anders bent u nog veel meer geld kwijt. De voorzitter: De heer Van der Waal, per interruptie. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik ben het met de wethouder eens dat wegen af en toe moet worden onderhouden en moeten worden gereconstrueerd. Dat is nu eenmaal een proces.

Maar wat ik lees in dit beheersplan is dat we 5 procent, in tegenstelling tot het advies van de CROW, 5 procent van de wegen ver beneden de standaard laten komen door anders onderhoud. Hoe dat gebeurt, weet ik niet. Kortom, dan komen we toch weer in een situatie van achterstallig onderhoud. Dus daarmee zie ik de geschiedenis zich herhalen en we zitten middenin die cyclus. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Het aanhouden van een bepaald percentage in een onvoldoende, dat is gebruikelijk en het is niet zo dat het dan altijd heel erg slecht is en meteen kapitaalvernietiging is. Dus we hebben het wel in onderhoud, maar het krijgt een onvoldoende volgens de CROW-richtlijn. Maar dat neemt niet weg dat we daarmee, nou ja, niet meer het beheerplan hanteren. Dus die komt wel weer aan bod op een later moment. De schattingen, zijn die juist? Nou, zoals u de schattingen aangeeft, volgens mij ben ik daar al even op ingegaan zojuist ook al met de pm-posten. Ja, u kunt daar bedragen noemen, u kunt daar allerlei

vierkante meters gaan noemen met richtprijzen. Ja, wellicht zijn die schattingen juist, maar uiteindelijk hebben wij ermee te maken hoe we dat in de begroting opnemen en dat ligt nu voor. Hoe gaan we dan na 2029 hiermee om? Want volgens mij hebben we in het stuk ook wel opgenomen dat het een beheerplan is wat verder zou moeten gaan dan 2029. Dat we dat weer opnieuw in beeld moeten brengen, wat is dan de situatie en hoe gaan we er dan mee om? U mag ervan uitgaan dat u minstens hetzelfde kwijt bent als wat we de komende vier jaar kwijt zijn. Dus de inschatting zoals de WG die zojuist heeft gemaakt van, mogen we ervan uitgaan dat wij hier ieder jaar 122 duizend euro bij op moeten zetten? Ik denk dat dat een reële schatting is. En als we nog te maken krijgen met prijsstijgingen of andere zaken kan dat ook nog meer worden, dus laten we daarvan uitgaan. En dat betekent dat we daar andere keuzes in de toekomst moeten maken. Want er wordt wel gevraagd, ja, hoe gaan we daar dan na 2029 mee om, heeft het college daar al een beeld bij? Nee, op dit moment nog niet. Volgens mij is het goed dat we eerst kijken, laten we dit vaststellen, is dit hoe we het willen doen? En dan is het uiteindelijk aan het college om die politieke keuzes bij u voor te leggen, nou, hoe we denken daarmee om te kunnen gaan. We hebben natuurlijk in het verleden ook gezien dat we soms tegenvallers hebben.

Ik bedoel, jeugdzorg hebben we ook mee te maken, hebben we geen keuze in, moeten we doen. Dit is ook iets, ja, je kan natuurlijk de keuze maken om het wel slechter te onderhouden, maar dan krijg je kapitaalvernietiging, dat mag niet. Dus volgens mij hebben we dit met elkaar op te lossen en moeten we kijken naar waar dan ruimte zit om dat op te kunnen vangen in onze begroting. En dat is niet altijd leuk, maar dat is wel noodzakelijk. Ga ik even verder naar de vragen. Even kijken, kom ik bij de WG uit. Werk met werk maken. Ja, doen we inderdaad al jaren. We proberen inderdaad de wegen zo weinig mogelijk open te trekken en echt te proberen om zo veel mogelijk werk met elkaar te combineren. Is vaak ook gewoon gunstiger qua geld, maar ook voor de bewoners natuurlijk in de omgeving. Dat blijven we dus doen, maar wat we nu wel zien is dat we doordat we dit wegenbeheersplan hebben en we het gemeentelijk rioleringsplan hebben, dat we twee beleidsplannen hebben die input geven aan het MJUP. En normaal gesproken was het zo dat het riool altijd aangaf, dit is wat ons betreft het meeste prioriteit. Straks krijg je daar een tweede naast, dus dat wordt gelijkwaardiger.

Dus het is niet zomaar dat alles vanuit riool voorrang krijgt, maar daar wordt echt gewoon gekeken, wat is echt noodzakelijk om nu aan te pakken en wat krijgt dan voorrang? Dus we deden het al wel, maar het wordt nu iets gelijkwaardiger. Ik ben al even ingegaan op die 122 duizend, dus 1.222.000 over tien jaar. De uitleg van de BBV, wijken, straten, et cetera. De BBV die geeft aan dat regulier onderhoud niet gefinancierd mag worden door middel van investeringen, maar aanleg en reconstructie wel. Dus we hebben nu met elkaar geprobeerd om het zo te doen dat we deel op kunnen nemen in de begroting als kapitaalslasten en een ander deel kunnen doen uit het onderhoudsbudget. Dus daar moesten we zoeken van, wat kan dan wel, wat kan dan niet? Nou, dat kunt u in het stuk zien. Dus dat is voor wat betreft de BBV. Aan de andere kant hebben we echt te maken met een aantal wijken, maar ook industrieterreinen, waarbij gewoon de levensduur echt aan het eind is. Dus je kan ervan uitgaan dat het ongeveer veertig jaar is. Na tien jaar krijg je klein onderhoud, na twintig jaar groot onderhoud, na dertig jaar nog weer een keer klein en dan is het echt wel aan vervanging toe. En dat zien we nu dat dat op meerdere plekken het geval is. Dus we kunnen nu wel zeggen van, we proberen nog wat verder uit te schuiven met het onderhoudsbudget, maar dat is volgens mij niet het juiste.

Dus daarom nu dit voorstel en daarom nu deze forse investeringen de komende jaren. En dan, nou, heb ik ook al even aangegeven, hoe gaan we dan na 2029 hiermee om? Ja, daar hebben we echt nog met elkaar de gesprekken te voeren hoe we dat, nou ja, die integrale afweging met elkaar kunnen maken. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen die zijn gesteld beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er behoefte is bij de raad aan een tweede termijn? Ik zie in ieder geval twee vingers. Ik begin bij D66. U mag dat vanaf uw eigen plek doen. De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik maak me niet zoveel zorgen over wegen, want of er nou al gaten in zitten of niet, daar komen we vast wel overheen. En ik denk dat dat voor de bereikbaarheid van Oldenzaal niet zo veel invloed zal hebben, want de bereikbaarheid van Oldenzaal is goed. De toegangswegen zijn prima, dus ik ben benieuwd welke wegen achterstallig zijn. Dat is iets wat ik mis in het stuk. Komt daar in de loop van de tijd nog een overzicht van welke wegen slecht zijn en welke moeten worden onderhouden? De reden dat ik een tweede termijn heb genomen is dat ik me niet zozeer zorgen maak over de financiën voor de wegen, maar de invloed van deze financiën op de rest van de begroting. We hebben vorig jaar heel uitgebreid gesproken over bezuinigingsrondes van hier en tot daar. Kleine bedragen van 25 duizend voor de ene organisatie tot een ton voor een andere organisatie en ga maar door. En als ik zie dat deze posten erbij komen, dan hou ik mijn hart ontzettend vast voor bezuinigingen op alle fronten. Ik denk dat het nodig is voor deze raad om een goede afweging te maken tussen al de bezuinigingsposten die allemaal nodig zijn misschien en de investering in deze wegen, hoe we daar een goede balans krijgen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lulofs namens de Partij van de Arbeid. De heer Lulofs: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ja, de wethouder benoemde het net al in haar beantwoording van de eerste termijn, dit is de financiële basis. Ik sluit mij ook deels aan bij de woorden die de heer Van der Waal net gebruikte in zijn eerste of in zijn tweede termijn. Wij zijn ook zeer nieuwsgierig naar het uitvoeringsplan wat hieronder zou moeten liggen. Wanneer kunt u een plan van aanpak met ons delen? En wanneer komt het college met uitvoeringsplannen met betrekking tot het inzetten op die integrale aanpak? Zijn er al planningen gemaakt? Daar wilde ik het even bij houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan tot slot volgens mij de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, voorzitter, dank u wel. De redenen dat wij deze vragen hadden gesteld, dat is precies waar ik het volledig mee eens ben met de heer Van der Waal, want dit betekent dat we echt richting de Kadernota zorgvuldige afwegingen moeten maken. Daarom is het nu wel heel erg duidelijk geworden wat ons te wachten staat en bij de Kadernota worden vervolgdiscussies gevoerd. Ja. Dus dank, mijnheer Van der Waal, voor die toevoeging. De heer Van der Waal: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. Ja, dat was de tweede termijn vanuit de raad. Dan ga ik naar de tweede termijn van het college en dat is wederom wethouder Zingweg. Ga uw gang. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dank u wel.

Eigenlijk een tweetal vragen die ik hieruit destilleer. Aan de ene kant, wat gaan we wanneer aanpakken? Dat is iets wat we bij het Meerjaren Uitvoeringsprogramma aan u zullen laten zien. En dan zullen we dus die projecten vanuit aan de ene kant, wat is er nodig voor het riool, en aan de andere kant, wat is er nodig voor wegen samen laten voegen en daar dan een goede prioritering in maken? Dus dat is dat. En dat verwacht ik in het najaar, dat is eigenlijk het reguliere dat we dat oppakken. Dus het wordt op een gegeven moment allemaal samengevoegd al die plannen. Helemaal als u dit natuurlijk vaststelt en als u daar bij de Kadernota ook voor besluit geld beschikbaar voor te stellen, ja, dan gaan we daarmee aan de slag en dan komt dat terug. En ja, wat voor haar invloed heeft dit op de rest van de begroting en misschien ook nog andere zaken die er spelen? Want zo is het natuurlijk ook. Die volgen dus weer bij die Kadernota. Daar zullen wij alle nieuw aanvullend beleid, gewijzigd beleid zullen we u meegeven en dan is het aan ons allen, eerst aan het college en dan aan u, om daar de keuzes in te maken. Dus daar zijn wij zelf ook nieuwsgierig naar. Daar hebben wij op dit moment nu nog niet de inzage in. Ik denk ongeveer hetzelfde als wat u heeft, maar dat zal wel binnen korte termijn zullen wij daarmee aan de slag gaan.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ja, ik hoor dat de wethouder in het MJUP gaat opnemen welke wegen gaan worden aangepakt. Dat is altijd al zo, welke gaan we onderhouden? Betekent dat ook dat er in het MJUP een overzicht komt van wegen die op de rol staan om totaal te worden gereconstrueerd? De voorzitter: Ik ga naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, het antwoord is ja. De voorzitter: Ik dacht dat ik de heer Lulofs eerder zag dan de heer Bouwman. Ja, we hebben de heer Lulofs uitgezet omdat die wat extra rechten had toen die mij ging vervangen. Maar ik heb het wel volgens mij goed gezien, dus eerst de heer Lulofs en dan kom ik bij de heer Bouwman. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, wederom ligt mijn vraag in het verlengde van de heer Van der Waal, maar het gaat mij om die prioritering. Maak het ons als raad wat makkelijker richting de Kadernota om echt aan te geven waar de grote knelpunten liggen, waar we echt mee aan de slag gaan. Dan is het ook wat eenvoudiger om daar een besluit over te nemen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder.

Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ik ben wel benieuwd wat u dan precies wil? Want wilt u dan gaan uiteindelijk over welke weg of welk riool is aan vervanging toe en waar gaat u dan krediet voor beschikbaar stellen? Of zegt u, we stellen een pot met geld beschikbaar en de ambtelijke organisatie hier gaat bepalen wat de meeste prioriteit krijgt en die maakt daar de goede plannen voor en legt die bij u voor. Want volgens mij is dat zoals we het altijd doen en volgens mij is dat ook een zuivere manier. En ja, tenzij u zegt, nou, ik vind een ander plan nog belangrijker, maar volgens mij moet u daar niet over willen gaan. De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Dat is ook absoluut niet wat ik wil. Daar wil ik echt niet over gaan. Maar ik wil graag aan de hand genomen worden van, dit zijn de problemen die op ons afkomen en hier moeten we wat aan doen. Het college maakt samen met de ambtenaren een prioriteitenlijst en deel die met ons aan de voorkant. En die hoeft niet tot achter de komma, maar help ons daarmee op weg. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie de wethouder al reageren, maar wethouder, ga uw gang. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, ik verwacht dat we dat aan kunnen geven. Dat we kunnen laten zien, daar is echt de levensduur ten einde en daar willen we mee aan de slag. Dus die zouden we op het lijstje willen zetten en dat we dat aan kunnen leveren.

Ik ga ervan uit dat dat geen probleem is dus die toezegging wil ik doen dat ik dat uit ga zetten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ja, ik wilde eigenlijk denk ik dezelfde vraag met dezelfde intentie stellen als de heer Lulofs. Want u gaf aan dat u in het najaar terugkomt vanuit het MJUP, maar we hebben in juni, juli de Kadernota. Om weer zo'n traject als deze te voorkomen, is het dan ook mogelijk als we bij de Kadernota al

enig inzicht krijgen met waar u in het najaar mee zult komen? Zodat we daar ook bij de Kadernota al een betere afweging kunnen maken wat er op ons afkomt en hoe we daar als raad wellicht in kunnen bijsturen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de wethouder, mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ik ben dan nog steeds een beetje op zoek naar, wat wilt u dan precies? Wilt u dan weten hoe slecht de weg er echt aan toe is dat u zegt, op basis daarvan vind ik het belangrijk dat ik dat geld beschikbaar stel? Of wilt u zeggen, ja, ik heb liever dat die straat al wel wordt gedaan en die niet? Want dat is waar we anders in terechtkomen en ik weet niet of dat de bedoeling is. Want volgens mij zeggen we hier, we vinden het belangrijk dat de wegen goed beheerd worden en daar is extra geld voor nodig. Straks gaat u een afweging maken hoeveel geld u daarvoor beschikbaar wil stellen in het totaalplaatje, dus dan ziet u van de hele begroting wat er allemaal aan geld geïnvesteerd wordt. Dan kunt u ook zeggen, ja, ik vind dat te veel voor dat wegenplan, daar moet wat minder naartoe. En dan wordt daar vervolgens weer mee gewerkt. Dus volgens mij is het in de volgordelijkheid heel logisch hoe we het doen. Als ik u meer informatie moet geven voor de Kadernota zodat u een betere afweging kan maken, dan wil ik dat graag doen.

Maar dan wil ik ook wel weten, welke behoefte heeft u dan en waarom heeft u die behoefte? Zodat we ook weten welke informatie we dan aan moeten leveren. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dat kan ik aangeven. Het gaat met name om de financiële gevolgen vanuit het MJUP waar u denkt mee te kunnen of waar u denkt mee te komen in het najaar van het MJUP, de financiële gevolgen. Als u daar enig inzicht in heeft, zouden we die graag voor de Kadernota van u kunnen ontvangen. De voorzitter: Volgens mij hoorde ik de wethouder daar instemmend op reageren, dus dat zullen we dan ook noteren. Dan kom ik nu bij de heer Snijders en ik heb ook de heer Mekelenkamp staan. De heer Snijders was eerder. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Met deze discussie popt mij naar voren dat we van het ik dacht CROW, het adviesorgaan, die zegt iets over het beheer van bijvoorbeeld groen. Er bestaat ook zoiets voor het beheer van wegen. Ik bedoel, ik wil eigenlijk mij niet bezighouden met wie wanneer welke weg doet. Maar ik zou wel een uitspraak willen doen over wat de kwaliteit van de wegen moet zijn, zodat de ambtenaren vervolgens kunnen kiezen waar ze dan met dat geld wat ze ter beschikking krijgen aan het werk gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dat doen we middels dit plan want dan hanteren we ook de CROWsystematiek.

De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ja, voorzitter, sorry, maar ik was echt een beetje uitgecheckt van welke discussie zijn we hier met zijn allen nu aan het voeren? We hebben het over een wegenplanbeheersplan, hoe gaan we onze wegen beheren en hoe gaan we dat financieel wegzetten in de tijd? Laten we dan niet, ik neem toch niet aan dat er fracties zijn die zeggen van, we willen voor bepaalde wegen hebben we wel geld over en voor andere wegen hebben we geen geld over. We gaan het hier … We hebben het hier over een goede bereikbare stad,

dus en daar hebben we gewoon naar de inschatting van ambtenaren volgens mij gewoon bijna 2,5 miljoen nodig, wat een gigantische klap geld is. Dus laten we niet deze details hier naar voren brengen in de vergadering en laten we gewoon snel doorgaan met de beraadslaging. De voorzitter: Ik zie de heer Bouwman daarop willen reageren neem ik aan. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Nee, volgens mij is er niemand in deze raad die de prioritering ter discussie stelt, maar wel de financiële gevolgen die dit met zich meebrengt. Dat is heel handig naar ons idee om dat bij de Kadernota al inzichtelijk te hebben. De voorzitter: Ja, heel goed. Mag ik dan de beraadslagingen als beëindigd beschouwen? Dat mag ik. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? De heer Van der Waal. De heer Van der Waal, ga uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, als ik lees in het besluit in te stemmen met een krediet van 2,5 miljoen beschikbaar te stellen, vind ik dat prematuur. Ik kan met het meeste van de tekst lezen, met medeneming van mijn inbreng, maar ik zal niet voor de aanneming stemmen. De voorzitter: Waarvan akte. Anderen nog? Niet. Ik constateer dat er ook geen motie of amendement is ingediend of naar voren is gebracht, dus ik breng het voorstel nu in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. Zoals verwacht één stem tegen, ik neem aan dat die van D66 was.

Dat zien we hier terug, dus dat klopt. De rest voor, dat betekent dat het voorstel is aangenomen. Mooi. 9.

Vaststellen verordening Wmo De voorzitter: Dat betekent dat we naar het volgende punt op de agenda kunnen en dat is het vaststellen van de verordening Wmo. Daar hebben een aantal partijen aangegeven dat dat conform is, de WG, CDA, GroenLinks en de Partij van de Arbeid en de andere partijen heb ik genoteerd staan als die het willen bespreken. Ik begin dit kader met SO en dat is volgens mij, ja, mevrouw Berger. Ja, ga uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Het voelt een beetje als een maidenspeech, want volgens mij heb ik mezelf nog niet zo groot gezien op het scherm. Ik moet even wennen. Goedenavond, goh, wat raar, voorzitter en college en iedereen op de tribune en de mensen thuis. Voor ons ligt het voorstel tot het vaststellen van de verordening maatschappelijke ondersteuning ofwel Wmo en hierna komt het agendapunt verordening uitvoering Jeugdwet 2025. Officieel zou ik bij beide agendapunten separaat een speech kunnen houden, maar ik hoop dat de voorzitter me vergeeft als ik deze samenvoeg, zoals wij deze ook in de presentaties van het forum samengevoegd hebben gekregen. De voorzitter: Ja, natuurlijk, maar ik breng het wel allebei separaat in stemming. Mevrouw Berger: Dat is heel begrijpelijk. Wij als fractie hebben deze stukken uitvoerig bestudeerd.

We hebben er ook heel veel van geleerd en we hebben heel erg veel verwondering gekregen voor de zorghulpverleners hier in dit huis, maar ook in onze samenleving. En ook om deze twee allesomvattende onderwerpen zo duidelijk leesbaar op papier te krijgen, verdient wat mij betreft een pluim. De reden dat onze fractie dit onderwerp als bespreekvoorstel naar de raad heeft geleid is inwerkingstelling van de verordening. Deze is namelijk met terugwerkende kracht vanaf januari 2025. Wij als raad en forumleden werden pas vorige week geïnformeerd over alle wijzigingen van beide verordeningen. En onze fractie vindt dat jammer. Ook al hebben wij de gelden al bij de Kadernota gereserveerd, dan dienen wij alvorens dit besluit in werking treedt

de ins en outs tot ons te krijgen en niet twee maanden na inwerkingtreding. De gereserveerde gelden in de Kadernota zijn overigens ook al uitgegeven, er is al zorg ingekocht. Enerzijds is dit erg begrijpelijk, de gelden zijn daar immers voor bedoeld. Maar met een gepasseerde deadline kunnen wij als beleefde raadsleden met goed fatsoen geen amendement meer indienen. Dit vertraagt het proces terwijl het om zorg gaat. Om een stapje verder te gaan, voorzitter, in het allerergste geval, wat nou als dit voorstel geen meerderheid krijgt? College, wat gebeurt er dan? Onze fractie vindt het erg jammer om zo met de rug tegen de muur gezet te worden en ik begrijp dat meerdere fracties op meerdere onderwerpen zich zo voelden. Ik heb niet het idee, de heer Van der Waal, dat deze muur te beïnvloeden is, want het is al gepasseerd. U haalde dat net aan in uw speech, vandaar. Maar gaan we dan uit principe tegenstemmen op zo’n onderwerp? Normaal ga ik altijd met gestrekt been erin en zou ik zeggen, ik stem tegen uit principe. Maar op zo'n gevoelig onderwerp als zorg of Wet maatschappelijke ondersteuning, ik had zo'n gewetensvraag niet aan mezelf willen hoeven stellen. En dat had ook niet gehoeven als dit onderwerp op tijd aan ons werd voorgelegd.

Waarom hebben wij dit niet in november al besproken? Ik hoor graag hoe het college hier tegenaan kijkt tegen de tijdspanne van besluitvorming en vooral hoe ze dit in de toekomst willen gaan voorkomen? Ik heb nog één kleine tekstuele opmerking bij de Wmo hoofdstuk 3 maatwerkvoorziening artikel 9 lid 1.d, is niks, er staat geen tekst. Dus ik weet niet of dat hoort of daar nog een aanpassing op komt, maar ook dat hoor ik graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar D66. De heer Van der Waal. Ga uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. We lezen in de verordening Wmo dat die aan de jurisprudentie is aangepast. Er wordt meer nadruk gelegd op de eigen kracht. Met het gebruik van de eigen kracht kan D66 in het algemeen van harte instemmen. Het gebruik van eigen kracht maakt mensen zelfstandig en trots. Echter wil D66 ervoor waarschuwen de eigen kracht van cliënten met de nodige zorg toe te passen. Het gebruik van eigen kracht mag niet slechts een middel zijn om te bezuinigen. De zorgbehoevende inwoner heeft recht op redelijke en goede ondersteuning. Hoe kan de wethouder garanderen dat steeds zorgvuldig wordt gekeken naar de grenzen van de eigen kracht van onze inwoners? Dat niet te veel nadruk op eigen kracht wordt gelegd, maar in redelijkheid wordt toegepast.

Een voorbeeld van het oneigenlijk gebruik van eigen kracht is de omschrijving in de verordening hoe hulp in het kader van de Wmo kan worden aangevraagd. Dit moet volgens de verordening worden gedaan bij de gemeente, volgens de toelichting elektronisch of telefonisch. De wethouder geeft in zijn antwoord op vragen gesteld tijdens het forum aan dat deze tekst niet limitatief is, maar de tekst is wel wat de Oldenzaalse inwoner en hun ondersteuner leest. Als vergeleken wordt met de mogelijkheden die bij het onderwerp jeugd worden geschetst is dit wel heel karig. Op het forum werd gezegd dat dit de wetstekst is. Daar wil D66 tegenin brengen dat de verordening weliswaar aan de wet moet voldoen, maar daar een gebruikersvriendelijke uitwerking van kan zijn. Het slechts herhalen van wat in de wet is opgenomen leidt tot zinloze dubbeling. Voorzitter, Oldenzaal kan beter. De antwoorden gegeven door de wethouder geven wat anders aan dan wat onze inwoners en hulpverleners uit de verordening kunnen lezen. Hoe gaat de gemeente aan de inwoners duidelijk maken op welke manieren zij hulp kunnen aanvragen door bijvoorbeeld gebruik te maken van het Sociaal Plein of andere ondersteuners? Bij noodzakelijke terugvordering van te veel betaalde bedragen belooft de wethouder zich aan de wettelijke regels te houden door in voorkomende gevallen zich te houden aan de beslagvrije voet.

D66 vraagt de wethouder hier wat soepeler mee om te gaan en een vriendelijker betalingsregeling aan te houden, dan wel voor te stellen. Het leveren van een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet is op zijn best gezegd uitdagend. De voedselbank of voedselkast kan in voorkomende gevallen een noodzakelijke bron van voedsel worden. Ook legt het beslag op het welzijn van de inwoner die wellicht buiten zijn schuld een schuldenaar is geworden. Kan de wethouder toezeggen zich niet slechts aan de wet te houden voor wat betreft de beslagvrije voet en een soepele regeling in het besluit te zullen opnemen voor gevallen waar dat zinvol zou zijn? Ten slotte, voorzitter, de wet schrijft

voor dat minstens tweejaarlijks de verordening moet worden geëvalueerd. En in dit geval gezien de wijzigingen, kan de wethouder toezeggen dat bij deze veranderde verordening al na een jaar wordt geëvalueerd waarbij de menselijke aspecten met name niet worden vergeten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de VVD. Mevrouw Nevels. Ja, ga uw gang. Mevrouw Nevels: Voorzitter, dank u wel. Wij kunnen ons geheel aansluiten bij de inbreng van mevrouw Berger. Ook wij zijn verbaasd dat we achter de feiten aanlopen. Daarnaast hebben wij tijdens de presentatie in het forum de uitgangspunten voorgeschoteld gekregen waar … Of sorry, we hebben tijdens het forum de uitgangspunten voorgeschoteld gekregen die door het college zijn ... Sorry, ik ben echt een beetje in de war vandaag. Tijdens het forum is er een presentatie gegeven en daarin zijn de uitgangspunten benoemd. In die uitgangspunten kwamen er twee zaken naar voren, samenwerking geïndiceerde zorgaanbieders en voorzieningen in de sociale basis bevorderen en preventie en zoveel mogelijk groepsgewijs individueel waar nodig. Wordt daar op dit moment ook door het college op gestuurd? Samenwerken van de diverse partijen is volgens ons de sleutel van het succesvol uitvoeren van voorzieningen in de Wmo, jeugdzorg en zeker preventie. Al heel vaak hebben wij in de raad en in de fora gevraagd om meer samenwerking.

Zelfs met het tot stand komen van het raadsprogramma. In hoeverre gebeurt dit nu? Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot samenwerking van de grootste zorgaanbieders in Oldenzaal op het gebied van de Wmo en op het gebied van preventie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het eind gekomen van de beraadslagingen eerste termijn van de gemeenteraad. Dan kijk ik richting het college en we hebben de Wmo als eerste, dus dan kom ik bij wethouder Yildirim uit. Wethouder, ga uw gang. De heer Yildirim: Ja, dank u wel, voorzitter. Even de stukken erbij. Ja, ik wil toch beginnen met de pluim die hier is uitgedeeld. Want ja, dat klopt, het is goed om die waardering uit te spreken. Dus wat u hier aan ons geeft, geef ik ook graag door aan de mensen die ook hieraan hebben gewerkt en ook in de uitvoering zitten. Dus dank daarvoor. Dit heeft echt inderdaad heel veel tijd en energie gekost. Zo'n aanbesteding is een traject wat toch veel tijd in beslag neemt en ook zorgvuldig gebeuren moet. Vandaar ook dat nu de opmerking die u maakt over toch de planning en de besluitvorming, dat dat nu hier zo ligt en dat het met terugwerkende kracht moet ingaan. Ja, dat heeft ook wel zijn redenen, want ook de aanbesteding die is in het najaar van 2024 afgerond.

En vervolgens hebben wij zo spoedig mogelijk ook zijn wij gestart met ook het aanpassen van de lokale juridische kaders die hierbij horen. We hebben gestreefd naar uniformiteit tussen de twee wetten, dus de Wmo en de Jeugdwet. En we hebben gekeken naar het traject om die ook op een zorgvuldige manier te gaan doorlopen, waaronder ook de bespreking bij een adviescommissie participatie. Dit kost allemaal de nodige tijd, vandaar dus dat wij nu pas eigenlijk bij u kunnen komen voor verdere besluitvorming. Maar dit wil niet zeggen dat wij dan in deze afgelopen tijd stil hebben moeten staan, want er loopt nog een verordening en we hebben nog een overgangsjaar waar we gewoon gebruik van kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mevrouw Berger. Mevrouw Berger, ga uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik neem aan dat u van tevoren bekend bent dat het heel veel tijd gaat kosten. Ik wil mijn huis gaan verbouwen, ik begin alvast met de vergunningaanvragen want man, man, man, wat duurt dat lang. Ja, ik kan nu wel naar de bank gaan, ik wil geld en over anderhalf jaar terugkomen, o ja, nu ga ik beginnen, nou heb ik het nodig. Maar waarom als het overgangsjaar nog bezig is, waarom gaat het dan niet in vanaf 1 januari 2026? Dat is dan toch het doel van het overgangsjaar of zie ik dat verkeerd?

De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Dat laatste ziet u niet verkeerd, dit overgangsjaar is juist om tijd te hebben om de veranderde beleidsregels ook toe te kunnen passen. Maar bij die aanbesteding werkt het toch anders dan bij een aanbesteding bij een verbouwing van een huis of het bouwen van een huis, dus daar hebben wij gewoon de zorgvuldige regels bij te volgen en dat hebben we dus hier gedaan. Dus hier heb je een aanbesteding die je afrondt en daarna moet het nog weer verwerkt worden in de beleidsregels besluit en uiteindelijk de verordening. En als we dan kijken naar, dan ga ik even kijken naar mijn deel vanuit de Wmo-verordening, dan zijn er dus drie punten die hierin veranderd zijn. De beschrijving van de eigen kracht in een sociaal netwerk, een stappenplan toegevoegd voor het doen van onderzoek naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad en de PGB die wat meer verduidelijking nodig had. En dat hebben we nu opgenomen en ook afgestemd met ook Jeugdwet en de verordening die daarbij hoort. En ja, daarom dus vandaar dat die nu hier ligt en helaas niet eerder kon voorgesteld worden aan u. Even kijken, u geeft aan verder artikel 9, lid 1.d, daar staat een lege regel. Dat klopt. Bij de publicatie zullen we die gaan verwijderen.

Dus daar hoeft niet nog iets weer aan toegevoegd te worden of wij missen daar ook niet iets in, dat is gewoon een lege regel die vergeten is weg te halen. De voorzitter: Ja, wethouder, dat is dan wel goed om dat zo meteen ook in de verslaglegging van deze vergadering goed vast te leggen. Ik zal hem even voor mezelf noteren dat we dat zo meteen wel doen, want dat vraagt eigenlijk vanuit u om daar mandaat aan te geven dat het college dat gaat aanpassen. Maar dat even ter notie. Gaat u verder. De heer Yildirim: Daar heeft u helemaal gelijk in, voorzitter. Dank voor de aanvulling ook. Even kijken, verder D66, die geeft een aantal vragen mee rondom de eigen kracht en de zorgvuldige afweging. Nou, dan kunt u ook van op aangaan dat wij als college, maar ook hier ambtelijk in de uitvoering, dat daar zorgvuldig mee omgegaan wordt en die afweging ook altijd zorgvuldig gedaan wordt. Dat we niet mensen gaan belasten met wat ze niet aankunnen. Dus die eigen kracht, ja, heel goed. U moet ook naar uw netwerk gaan kijken, maar het moet wel altijd in redelijkheid gaan gebeuren. Dus daar kunt u ook echt wel van op aan dat wij daar zorgvuldig mee om zullen gaan. Ja, de vragen die u verder heeft aan, ja, het wel of niet limitatief zijn en dat soort … Ja, die hebben wij al ook schriftelijk met u gedeeld en beantwoord.

Dus daar heb ik op dit moment ook niet zo heel veel in toe te voegen of aan te voegen. Even kijken. En waar dan de meldingen en de aanvragen binnenkomen? Kijk, onze inwoners die gaan natuurlijk niet, u stelde die vraag van of u maakt de suggestie van, onze inwoners die kijken naar die verordening. Die gaan naar die verordening kijken, daaruit halen ze de informatie. Maar onze inwoners die gaan niet alleen naar die verordening kijken, die kijken ook naar ons Sociaal Plein aan website. En daar wordt ook heel veel gedeeld en uitgelegd wat ze allemaal aan mogelijkheden hebben en waar ze gebruik van kunnen gaan maken. Dus er zijn meer mogelijkheden dat onze inwoners ook geïnformeerd worden daarover. De voorzitter: Ik zie een interruptie, wethouder, dus als u een momentje heeft. De heer Van der Waal, ga uw gang. De heer Van der Waal: Dank u wel. Het zijn misschien niet de inwoners, maar dan desnoods de tussenpersonen die kijken van, ja, mag ik dat wel doen, ga ik dat wel doen? We moeten voorkomen dat we paarse olifanten of olifanten of krokodillen gewoon willekeurige kleuren gaan krijgen waardoor mensen zich gaan onttrekken van iets wat ze eigenlijk best wel zouden willen doen, maar dat ze ook waarschijnlijk volgens de reglementen niet zouden moeten doen, niet mogen doen. Hoe voorkomen we dat?

De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Een van de eerste dingen wat wij aanbevelen, of dat nou tussenpersoon is of iemand die een ander persoon wil helpen, is meld u bij het Sociaal Plein. Want dat is ook de eerste toegang naar de gemeente toe en daar wordt gekeken naar, wat is nou de hulpvraag, wat kunnen we hierin betekenen? En daar worden de mensen bij geholpen. Want als mensen alleen maar vanuit de verordeningen of de rest van de regels dingen moeten gaan uithalen, dan wordt het toch wat moeilijker ook. Dus wij proberen zo goed mogelijk daar de mensen bij te helpen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik hoor de wethouder het Sociaal Plein noemen als mogelijke ingang. Waarom is het moeilijk om dat in de verordening op te nemen, als dat de voornaamste toegang zal blijken te zijn? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Dat is een van de mogelijkheden om als toegang te gaan gebruiken. Dus en uiteindelijk komen ze weer uit bij team Wmo waar de aanvraag officieel wordt ingediend. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Yildirim: Even kijken. Dan hebben we het toch nog over de terugvordering van eventueel ten onrechte gekregen gelden of vergoedingen.

Nou, daarvan hebben we ook al aangegeven, wij willen daar wel naar kijken in de beleidsregels dat in ieder geval, nou ja, dat u ook gerustgesteld wordt dat daar een regeling is opgenomen, dat we dat naar redelijkheid ook doen. Maar weet ook, de brief, mocht dit het geval zijn, want dit is echt een mogelijkheid om aan te grijpen wanneer dit noodzakelijk is, dus dit doen we ook niet graag en ook niet zomaar even. Maar als we zoiets gaan toch doen, dan gaat er een brief uit met ook de mogelijkheid om in termijnen een betaling, een terugbetaling te kunnen doen. En dat staat nu al in die brief als mensen dit zouden moeten doen. De voorzitter: Ik zie de heer Van der Waal. De heer Van der Waal, ga uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank voor het antwoord van de wethouder. Maar de wethouder heeft hierbij wel aangegeven in zijn antwoord dat hij zich houdt aan de wet, inclusief beslagvrije voet. De beslagvrije voet is geen vetpot. Om het even optimistisch zelfs te zeggen, is er een mogelijkheid om een ruimere grens van bij terugvordering in ogenschouw te nemen? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Volgens mij als wij aangeven dat wij de mogelijkheid aanbieden om in termijnen terug te kunnen betalen, heb je eigenlijk al de ruimte, die norm die nu als vier weken hierin staat, om die te verruimen. De voorzitter: De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik had een duidelijke vraag. Gaat de wethouder zich in noodgevallen beroepen op de beslagvrije voet of neemt hij een ruimere grens aan, ik noem een 110 procent, 130 procent van wat voor getal dan ook, anders dan de beslagvrije voet?

De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Die vraag die wil ik nog even toch zo meteen dan proberen te beantwoorden. Ja, ik zit even te denken aan even een schorsmoment, maar anders, ja, laten we even een minuutje schorsen. De voorzitter: Dat is goed om dat zo meteen even te doen. Dan kunt u dat verifiëren. Maar gaat u verder. De heer Yildirim: Ja. Even kijken. Evaluatie na een jaar heeft u het over. Ja, ik denk dat dat wel heel kort en te snel gaat gebeuren, ook omdat we nog met een overgangsjaar te maken hebben bij herindicaties en dergelijke die ook nog gaan lopen. Dus ja, die vraag wil ik dan later op terugkomen naar de mogelijkheden wat daarvoor het beste is technisch gezien. Maar een jaar vind ik op dit moment iets te kort om dit te gaan doen. De voorzitter: De heer Van der Waal en dan zag ik mevrouw Berger. Eerst de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik ben bang dat de wethouder bang is voor een totale evaluatie. Dat is voor een tussentijdse evaluatie van een nieuw ingegane regeling niet per se nodig. Want wat nuttig is om te weten, of de verordening de goede kant opgaat of dat het absoluut fout gaat? Zou je dat pas na twee jaar evalueren, dan ben je daar te laat mee. De voorzitter: De wethouder.

De heer Yildirim: Ja, dat is inderdaad, wat wilt u dan in die evaluatie terug? Want we hebben als we kijken naar wat we hierin wijzigen in de verordening zijn dat gewoon de drie punten, zoals ik net ook al genoemd heb. Dus wanneer is het dan goed en wanneer is het slecht? Dus ik zit even te zoeken hoor even van, wat wilt u dan precies in die evaluatie hebben? En anders, ja, ik wil best toezeggen om in ieder geval uit te zoeken hoe wij die evaluatie ook kunnen doen en dat we daar bij u op terugkomen. En dat het ook, nou ja, geprobeerd wordt in ieder geval om na een jaar die evaluatie te doen. De voorzitter: Ja, de heer Van der Waal, tot slot. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik ben heel blij met deze toezegging. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan gaan we die ook zo noteren. Dan kom ik bij mevrouw Berger uit. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Wellicht kunt u in de schorsing ook meenemen dat we de datum van inwerkingtreding gaan wijzigen. Want als er toch een overgangsjaar zit, dan kunt u ervoor kiezen om te zeggen, nou, we doen het vanaf 1 maart 2025. En dan hebben wij nog een beetje het gevoel dat we ergens over mogen beslissen. Want ik heb ook nog geen antwoord gehoord op de vraag wat er gebeurt als wij tegen gaan stemmen. De voorzitter: De wethouder. En ik zag mevrouw Nevels ook maar eerst de wethouder.

De heer Yildirim: Ik ga even zo die vraag dan meenemen en dan kom ik daar zo bij u op terug. Dan ... De voorzitter: Nee, dan ga ik … Nee, wethouder, momentje. De heer Yildirim: Ja, excuus.

De voorzitter: Ja, nee, geen probleem. Ik ben er om de orde te bewaken. Maar ik kom nu bij mevrouw Nevels uit. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Ik ben even in de war. Zijn we nu al bezig met de tweede termijn of zijn het alleen nog maar interrupties? Ik ben het spoor even bijster. De voorzitter: Ja, nee, dat kan. Nee, het zijn nog steeds interrupties. Ja, en ik hoop dat de interrupties helpen om de tweede termijn kort te houden. Maar goed, dat zullen we in tweede termijn gaan zien. Wethouder, gaat u verder. De heer Yildirim: Ja, de laatste vraag kwam nog vanuit de VVD, met name de samenwerking en inzet op preventie. Ja, dit hebben wij ook in onze inkooptrajecten meegenomen dat we dus zo veel mogelijk van onze aanbieders hebben gevraagd om die samenwerking daarop in te gaan zetten. En daarmee ook, nou ja, in die aanbesteding te kunnen scoren, zodat ze dus ook ergens als aanbieder ook hoger uit kunnen komen. Dus ja, hier moeten zij zich al op in gaan zetten. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Heel fijn dat u aangeeft dat u daar rekening mee heeft gehouden. Maar mijn vraag was concreet, wat is de huidige stand van zaken dan nou met betrekking tot die samenwerking? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik hoop dat ik snap wat u hiermee bedoelt.

Kijk, als er ergens geen hulp geboden kan worden door de ene aanbieder, dan hebben wij het ook zo geregeld dat wij samen gaan kijken naar oplossingen. Dat we samen die ondersteuning wat noodzakelijk is nog steeds gaan verzorgen. Dus en dat is volgens mij de samenwerking waar u ook op doelt, dat onze inwoners de nodige hulp en ondersteuning nog steeds krijgen. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. Ja, nee, gaat uw gang. De heer Yildirim: Voor zover even de vragen. En dan even, als ik zo meteen even de kans kan krijgen voor een schorsing? De voorzitter: Ja. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? De heer Yildirim: Ja, ik denk vijf minuten is voldoende. De voorzitter: Goed, dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. De voorzitter: Mag ik iedereen uitnodigen om te gaan zitten? Het vliegtuiggeluidje. Goed, wij zijn weer compleet en ik heropen deze vergadering. Ik ga weer terug naar de wethouder die de schorsing heeft aangevraagd naar aanleiding van een aantal vragen die hij heeft gekregen. Dus wethouder, aan u het woord. De heer Yildirim: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, als wij toch weer teruggaan naar die vraag van, had deze verordening inderdaad 1 januari of eerder hier moeten liggen? Ja, officieel als we het zo bekijken had die hier gewoon moeten liggen. Maar dan ga ik toch weer in die herhaling, want het is een proces wat we gewoon eind 2024 hebben afgerond.

Daar hebben wij zo veel mogelijk … Het zijn twee verordeningen, Wmo, wat eerder in

de tijd waren wij al klaar met het opstellen van ook de verordening en de regels die daarbij horen. Maar wij hebben juist met elkaar ingezet op het gezamenlijk aanpakken, het afstemmen op elkaar. En ook het zorgvuldig doorlopen van die twee wetten, zodat ze geharmoniseerd hier nu ook voorliggen. Dat hebben we ook in het politiek forum van u mogen vernemen. Het is goed om zo veel mogelijk onze inwoners op dezelfde manier te informeren, maar ook zorgvuldig dit proces te doorlopen. Dus dat hebben we hierin gedaan, vandaar dat die dus wat later in de tijd, dus nu hier vandaag geagendeerd staat. En dan kunnen we gaan kijken, nou ja, weet je, heeft dat dan allerlei oorzaken? Ja, daar liggen ook oorzaken onder, zoals ook de uitspraak van Centrale Raad van Beroep die toch op zich heeft laten wachten. Wat meer aan verduidelijking ook nodig was om dat weer toch verder door te zetten. En ook dat wij bij de adviescommissie, de participatiecommissie hebben moeten navragen van, ja, kunt u instemmen met wat hier ligt? En dat geeft allemaal dus wat, heeft meer tijd gekost dan wat wij hadden verwacht. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mevrouw Berger. Mevrouw Berger, ga uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Even ter verduidelijking, wanneer is die uitspraak van de Raad van Beheer, zeg ik dat goed, geweest? De voorzitter: Nee, dat … Ja. Wethouder, geeft u antwoord.

De heer Yildirim: Ja, uiteindelijk, ik heb zo even geen datum van wanneer hoe precies. Maar uiteindelijk de afronding is gewoon najaar 2024. En dan hebben wij de tijd nodig gehad om dit om te zetten naar de beleidsregels, de juridische kaders die erbij horen. Dus die tijd hebben we gewoon vanuit zorgvuldigheid nodig gehad. Dus ik heb zo even geen datum van, dan hebben we die uitspraak van Centrale Raad van Beroep. Dat moet ik u schuldig blijven. De voorzitter: Gaat u door, want volgens mij had u nog een ander punt dat nog behandeld moest worden. En dan wil ik overgaan tot beëindiging van de eerste termijn en dan kijk ik even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Maar wethouder, vervolgt u uw betoog. De heer Yildirim: Ja. En een andere vraag was inderdaad de betalingsregeling. U heeft de vorige keer helaas ook de andere stukken, besluit en de beleidsregels, meegestuurd gekregen. Daarin heeft u zich ook echt verdiept. Een van de punten, zoals die betalingsregeling, dat is onderdeel van het besluit. Daarin heb ik aangegeven dat we daarnaar zullen kijken hoe wij om kunnen gaan om in ieder geval onze inwoners makkelijk te maken. Zodat ze niet straks geconfronteerd worden met, binnen vier weken moet u iets terug gaan betalen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter.

Die vier weken staat erin, die staat er ook terecht in, met een mogelijkheid van de betalingsregeling als dat noodzakelijk is. In zoverre ben ik het helemaal met u en de verordening eens. In het antwoord wat u gaf is dat u zich houdt aan, hoe heet dat ding ook alweer, die beslagvrije voet. Daar maak ik wel bezwaar tegen in verband met menselijke aspecten die daarmee samenhangen. Kunt u daar wat aan wijzigen? De voorzitter: De wethouder.

De heer Yildirim: Volgens mij is dat het uiterste geval van rechtsbescherming wat daarin is opgenomen en zo moet u hem ook gaan lezen. Dus wij zullen ervoor zorgen ook dat wij zo veel mogelijk toch die inwoner op de juiste manier kunnen gaan bedienen hierin, zodat ze niet nog verder in de problemen gaan komen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, mag ik dat zien als een toezegging? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Nou ja, dit doen we al. Dus wat dat betreft, dit staat al in het besluit om meegenomen te worden. Op papier heb ik hem ook al gezegd van dat we daarnaar gaan kijken. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond. Volgens mij bent u daarmee aan het eind gekomen van de punten die u in de schorsing heeft meegenomen. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn en dan heb ik het over het onderwerp, de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldenzaal 2025. Dat is het voorstel wat voorligt. Ik zie in ieder geval mevrouw Nevels. Ga uw gang. Mevrouw Nevels: Ja, voorzitter, dank u wel. Net zoals mevrouw Berger heeft ook de Oldenzaalse VVD deze punten samen bekeken en besproken. Ik wil toch van mijn hart richting de wethouder dat het mij enorm irriteert dat we iets met terugwerkende kracht moeten vaststellen.

Mijn gezonde verstand zegt dan toch, gewoon eerder beginnen, ook al is het besluit of de wetgeving pas in oktober 2024 naar voren gekomen. Soms moeten we snel schakelen, dat is iets wat ook bij ons in het gemeentehuis moet. Dat moet kunnen, die ruimte moet er zijn. Ondanks alle problemen die je kunt tegenkomen en ondanks alle zorgvuldigheid en zorgvuldige afweging die wij ook moeten nemen. We moeten het ook met droge ogen aan onze achterban kunnen uitleggen, dat we iets vaststellen als het al gepasseerd is. En dat vind ik heel erg vervelend. Dat gezegd hebbende heb ik nog een vraag. Is het ook zo dat bij andere gemeentes dit ook met terugwerkende kracht is vastgesteld in de gemeenteraad? Of zijn wij als Oldenzaal daar een uitzondering op? Die vraag wil ik heel graag nog beantwoord hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik dacht even dat ik de heer Liebrand zag. Maar is dat een interruptie op de inbreng van mevrouw Berger? Excuus, mevrouw Nevels? Of is het tweede termijn? Oké. Dan ga ik nu naar mevrouw Berger, want die was net iets eerder dan u. Dank u wel, mevrouw Nevels. Dan ga ik nu naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog steeds niet helemaal helder wat er gaat gebeuren als wij allemaal tegenstemmen. Ik denk dat de wethouder daar ook niet van uitgaat en dat niemand ervan uitgaat.

Deze tweede termijn wil ik graag gebruiken als mijn stemverklaring, want wij in de fractie zijn het allerminst met elkaar eens. De heer Bouwman hier naast mij vindt het heel erg dat hij over de rug van de gezondheid van de mensen principieel tegen moet gaan stemmen. Ik vind dat die gewetensvraag door het college aan hem is opgelegd wat helemaal niet had gehoeven. Dat had u zelf moeten doen. En ik ben wel heel principieel, ik stem wel heel tegen. Maar ik wil wel voor de notulen, ik ben niet tegen de zorg. Ik ben heel erg tegen de gang van zaken. Ik kan eigenlijk met goed fatsoen niet tegenstemmen. Maar eigenlijk ben ik nou gewoon heel benieuwd, wat gaat er gebeuren als dat wel zo is? Want dat kan eigenlijk helemaal niet, die problemen zijn niet te voorzien. Maar ik ga het wel doen. Ik ga tegenstemmen, want deze gang van zaken is ook zeker niet de eerste keer dat dat op deze manier gebeurt. Ja, ik weet niet wat ik eigenlijk verder moet doen, zodat je het

oplost. Dus vandaar nogmaals, niet tegen de zorg, maar wel tegen dat het eigenlijk al twee maanden veel te laat is. De voorzitter: Dank u wel. En dan zag ik volgens mij de heer Liebrand. De heer Liebrand, ga uw gang. De heer Liebrand: Korte reactie, voorzitter. Recente uitspraken van de Centraal Raad van Beroep en een afgeronde aanbesteding zorgen voor een aantal aanpassingen in de verordening en meer is het niet. Wat betreft het vaststellen met terugwerkende kracht, bij sommige processen gaat zorgvuldigheid voor snelheid. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er nog andere raadsleden zijn die in de tweede termijn het woord willen voeren? Ik constateer dat dat niet het geval is. Dan kijk ik nog even richting het college. Wethouder Yildirim, ga uw gang. De heer Yildirim: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij één vraag en dat is mij als stemverklaring gegeven. Ja, één vraag is dan vanuit de VVD, hebben andere gemeenten ook met terugwerkende kracht? Ja, dat heb ik zo even niet in beeld om daar een weergave van te doen. Wij zullen daar echt niet de enige gemeente in zijn. Maar ik kan ook niet nu zeggen van welke gemeenten wel of niet. Dus helaas moet ik dan toch het antwoord op deze manier aan u doen. Ja, en ik kan op de vraag van, ja, wat als? We hebben een proces gevolgd.

We hebben aan de voorkant u meegenomen dat wij met een aanbesteding bezig zijn, de inkoop zijn gestart. En uiteindelijk komen we nu door zorgvuldigheid iets verder in de tijd uit en dat is nu gewoon zo. Dus ja, als u dan tegenstemt, wat gebeurt er dan? Ja, dan hebben wij ons werk dan wel op de goede of kunnen wij ons werk dan op de goede manier nog verder doen dan? Want we hebben aangegeven dat we zo'n inkooptraject en aanbesteding aangaan, dus we hebben al de inkoop afgerond. Dus om dan nu weer terug te gaan van, nou ja, dit wordt niet nu vastgesteld door de raad. Ja, het is natuurlijk aan u, maar dan hoor ik ook graag wat we dan in de verordening anders zouden moeten opnemen? De voorzitter: Goed, ik kijk even. Ik zie mevrouw Berger nog per interruptie en dan kom ik tot een afronding. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik heb dat geïnterpreteerd als een vraag, wat hadden we dan anders kunnen doen? Zorgvuldigheid gaat voor snelheid, maar je kunt ook zorgvuldige snelheid toepassen en had het in november klaar kunnen zijn. Dus ja, wat had er anders gemoeten? Het had of eerder ter besluitvorming moeten gaan of de datum naar 1 maart. Maar goed, we verschillen daarin van mening en ook dat is democratie, dus daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Goed, dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15321035/1