Transcriptverslag raadsvergadering 8 juli 2024 vastgesteld in de vergadering van 23 september 2024
Tekst van het document
En er zijn een aantal argumenten, ook door de heer Maartens benoemd, waarom we dat vinden. En dan moeten we ook nog aan de slag met straks een integrale toegang. Maar in de beantwoording van de vragen die gesteld hebben op de beschouwingen, zal mevrouw Rödel daar waarschijnlijk wel op terug gaan komen. En laten we ook wel wezen, ook onze huidige partners binnen het Sociaal Plein hebben de voorkeur uitgesproken om een huisvesting van een Sociaal Plein te realiseren buiten het stadhuis. Dus het is niet alleen dat wij dit als college vinden, dat onze ambtelijke organisatie uiteindelijk dat dit voorstel is gekomen, dat hebben we wel degelijk getoetst bij onze partners. En als laatste, ook landelijke ontwikkelingen geven deze tendens aan en dan citeer ik gewoon even, een belangrijke rode draad in het landelijke akkoorden in het sociaal domein, is dat gemeente zorgdragen voor een laagdrempelige toegang tot ondersteuning die gemeenten binnen het sociaal domein verstrekken en juist die laagdrempelige toegang, die zien wij binnen een ander plek in onze stad dan in het stadhuis. Dus dat zijn overwegingen geweest om te kiezen voor een Sociaal Plein buiten dit huis. -51-
De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ik had al drie keer een punt gehoord van de wethouder, maar knipte toch nog steeds wat bij aan. Gaan we Wethouder Zinkweg ook nog een keer gelukkig maken op moment dat wij vanavond besluiten om zeg maar de oude bieb, ook wel een mooie naam, om daar het Sociaal Plein naar toe te doen, zodat de vergadervleugels vrijkomt. Als we die opbrengsten meenemen, gaan die dan ook naar de wethouder Financiën? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Dank u, voorzitter. Maar volgens mij staat u inderdaad om die vraag te beantwoorden. De voorzitter: Strakjes. De wethouder bedoelt de voorzitter, maar dan in een andere rol. Volgens mij zag ik de heer Van der Waal ook nog. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Dat de uitvoering daar bij het college ligt, het ligt om heel duidelijk vast, maar het gaat erom, wanneer mogen ze gaan uitvoeren? Het gaat hier over een gigantisch bedrag van een gigantisch belang. Als ik bedenk een aantal jaren geleden waren we heel blij met het Sociaal Plein zoals het er nu is, althans op de locatie zoals hij daar is. En toen was de gedachte, iedereen gaat er heel gelukkig worden. Er zijn een aantal dingen niet goed geregeld geweest, blijkt achteraf. Dat is de bewegwijzering en de verdeling van de vergaderruimte, verdeling in de tijd.
En u zegt, de partners hebben gevraagd wij willen niet in het stadhuis. Nou heb ik in mijn vorige vak af en toe, ik ben oud genoeg, dan refereer ik daaraan, vragen gehad van de klanten waarvan ik zei van de vraag zoals jullie die mij stellen, dat willen jullie niet, jullie willen dit of dat, binnen die vraag. Dus de vraag is willen zij een verandering van de toestand zoals die nu is of willen ze echt naar een ander gebouw? Ik denk dat daar even de vraag wat dieper gesteld moet worden. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Volgens mij, als u goed geluisterd heeft, heeft u mij horen zeggen dat het een sterke wens en de voorkeur is van de partners om het Sociaal Plein buiten dit stadhuis te huisvesten. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Christenhusz: Dank u, voorzitter. Kijk even naar de VVD, verder geen vragen meer. Moties, amendementen, kom ik straks op. PvdA, eigenlijk in mijn richting ook niet. Zo gaan we dat wel snel maar door is ook, WG niet, dan misschien geen vraag, maar wel een opmerking waar toch wel even op aan wil slaan en dat is de beschouwing van de heer Van der Waal van D66. Die maakt heel nadrukkelijk in zijn betoog een opmerking dat vluchtelingen van verre minder welkom zijn dan vluchtelingen van dichtbij.
Dat wil ik echt van verre werpen de heer Van der Waal, want u noemt daar onder de noemer vluchtelingen van verre ook statushouders. Er zijn twee gemeenten in de provincie Overijssel die jaar in, jaar uit, hun realisatie en taakstelling op statushouders gerealiseerd hebben en daar zijn wij in deze gemeente met elkaar er één van. Dat we nog een opgave hebben rondom het andere onderdeel van de migratieketen, dat is asiel, dat beseft het college zich terdege en dan weet u ook van dat u daar de komende maandag op bijgepraat gaat worden. Maar over de opmerking van statushouders daar wil toch echt even van verre werpen in deze. De voorzitter: Dank u wel. De heer van de Waal, per interruptie. Mijnheer Van der Waal.
-52-
De heer Van der Waal: Voorzitter, ik beschuldig hier enigszins, zeker en dat doe ik ook bewust omdat er een schijn van is. De Oekraïens uitdaging nog wat minder groot, landelijk gezien, dan de asieluitdaging. Asielzoekers slapen op het gras en voor Oekraïense vluchtelingen is er op dit moment nog niet een ernstig tekort. Toch wordt al de opvang voor Oekraïense vluchtelingen al uitgebreid, waar ik niet op tegen ben, ik ben er heel gelukkig mee. Maar voor asielzoekers heeft Oldenzaal tot nu toe, afgezien van een aantal jaren geleden, voor veertien dagen lang, nog niets gedaan. En daar doel ik op. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Wij zullen u komende maandag meenemen in de dilemma's die dit met zich mee brengt, we zullen ook daarin duidelijk uitleggen en daar hebben we een half uur voor, dus ook dan zullen we snel moeten praten om er keuzes zijn gemaakt om een tweede opvanglocatie voor Oekraïne te openen. Dan maakt u ook nog een relatie tussen een bezuinigingsvoorstel in het kader van de Participatiewet en koppelt daaraan om mensen die uit de bijstand een baan hebben gevonden direct los te laten. Ik neem aan dat u bedoelt op die halve FTE die wij bereid zijn als college in te leveren. Dat heeft niks te maken met het feit dat wij zeggen dat we dan deze doelgroep los willen laten.
Het heeft er wel mee te maken dat er sprake is van een lagere aantal Participatiewet uitkeringen zodat je met een halve FTE hetzelfde kunt doen omdat je gewoon een lagere caseloop hebt. De voorzitter: Ik zag dat de heer Van der Waal daar nog reactie op wil geven. Dus mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, wethouder en ik praten blijkbaar hier een klein beetje langs elkaar heen, dat zou mijn schuld kunnen zijn. Ik heb het over bezuinigingsmaatregel in de lijst nummer vijf, volgnummer ‘...’ 120 et cetera, in, betekent uit. De voorzitter: En nou gaat ervan uit dat de wethouder precies nu wel begrijpt wat u bedoelt? De heer Van der Waal: Ik heb de lijst niet opgesteld. De voorzitter: Ik zie hem al aanstalten maken om het digitaal bij te pakken. De heer Christenhusz: Ik pak het straks wel even erbij, dan hou ik de vaart er in. Dan ik misschien in de tweede termijn nog naar gaan kijken, dat is misschien wat handiger. Even kijken, dan de lijst van moties en amendementen. Daar waar ik zeg ontraden, dan heeft dat onder meer ook te maken met de onzekere financiële perspectieven zoals collega Zinkweg die reeds geschetst hebben, dus die ga ik dan niet herhalen. Even zien. Dan is de eerste een motie, nee eerst amendement 4, locatie Sociaal Plein, die ontraden wij. Volgens mij heb ik daar de argumentatie net bij gegeven.
Amandement 5, dat gaat over de OTDIB en Suryoye Vereniging, ook die ontraden wij, de motivatie al gegeven. A7, A8, gaat over de huur binnensportaccommodaties en de huur buitensportaccommodaties. Die ontraden wij, financieel perspectief, zeg ik dan maar even. Dan de motie masterplan Zuidelijke Entree. Dit is een hele mooie motie, dus die kunnen we als, en die willen we als college ook wel omarmen, maar, er zit een maar achter. Wij moeten aan de slag met de omgevingsvisie, dat is een hele brok werk. We weten dat er nog wat zaken rondom bestemmingsplannen aan zitten te komen. Denkt u onder meer aan de Gravenbeek fase twee. We zien ook de druk op onze ambtelijke organisatie op deze plek dat hij gewoon gigantisch is. Dus als u vindt dat wij dat masterplan moeten omarmen en dat kan parallel lopen aan het opstellen van een omgevingsvisie, ook al langzamerhand aan zo'n masterplan te
-53-
werken, dan moet u ook financiën daarbij gaan koppelen. Want anders kan ik gewoon geen toezegging doen dat wij dit kunnen realiseren voor u. Hier zal dus geld bij moeten, om ervoor te zorgen dat we ambtelijk capaciteit uit kunnen bereiden op deze motie en dat masterplan dat we echt wel zien dat het ook van meerwaarde kan zijn voor Oldenzaal, dat we die willen gaan uitvoeren voor u. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Bouwman als eerste en dan kom ik bij de heer Visscher. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Even een punt voor orde voor het volgen van een vergadering. Wij krijgen signalen dat het geluid niet goed te horen is thuis. De voorzitter: Dat klopt. Daar wordt hard aan gewerkt om dat op te lossen. Dat is nog niet zo eenvoudig, maar men is zich ervan bewust, klopt. Dan ga ik de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Dank wethouder voor positieve antwoord in ieder geval. Kunt u inschatten hoeveel geld er nodig is? De heer Christenhusz: Die vraag had ik verwacht en daar heb ik ook met de ambtelijke organisatie vanmiddag al even over gesproken en die zeggen met een budget van 150.000 euro, kunnen wij dit masterplan voor de Zuidelijke Entree voor u gaan op bestellen. En dan parallel aan omgevingsvisie waar ook echt heel veel werk in nog gaat zitten. Daar moet u echt van overtuigd zijn.
En volgens mij voorzitter, heb ik dan al mijn alle zaken die ik moet beantwoorden gehad. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat in ieder geval de heer Wagelaar inmiddels is aangeschoven. Heel mooi, welkom. Volgens mij had ik nog een interruptie van de heer Van der Waal staan en daarna is wethouder Yildirim aan de beurt. De heer Van der Waal, raadslid Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Ik heb toch een vraag open staan, maar het kan zijn dat je niet bij u hoort, welke maatregelen er staan en welke plannen heeft het college om de gang naar de voedselbank overbodig te maken? De heer Christenhusz: Collega Rödel. De voorzitter: Dan ga ik nu naar wethouder Yildirim. Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Voor mij, volgens mij één vraag vanuit D66 die betrekking heeft op de verduurzaming van met name de wijk De Thij, maar ook de andere wijken die worden daarin genoemd. Dan kan ik op reageren als volgt. We zijn nu bezig met de voorbereiding van raadsmemo en daarbij zijn we ook in afstemming natuurlijk met de Stichting Energie in De Thij. Zij willen u ook informeren hierover, dus na de zomerreces komen we bij u terug, samen met de stichting om u dan ook bij te praten en een evaluatie ook met u te delen, zodat u ook weet wat er speelt, wat er gedaan wordt en wat de vervolgstappen zijn.
Verder als we kijken naar de andere wijken, want daar stelt u ook een vraag over, daarvan kan ik u mededelen dat wij al eerder uw raad een warmtevisie heeft vastgesteld, samen met de NOT-gemeenten willen we aan het eind van dit jaar een traject starten waarbij we een warmteprogramma gaan vaststellen. Daarmee komen dus ook bij uw raad terug en in die warmteprogramma die dan de vastgestelde warmtevisie zal vervangen, komen met inzichten hoe we dan het hele wandelprogramma gaan aanpakken, maar ook wat we met de toekomstige wijk uitvoeringsplannen gaan doen. Dus eind van dit jaar wordt dit vervolgd. En als laatste punt, onderdeel van uw vragen, dat zijn dus de maatregelen en subsidies die beschikbaar zijn -54-
om de isolatie van woningen verder te stimuleren, wat we daar nu aan het doen zijn en of we daar plannen hebben. We staan natuurlijk niet stil met dit onderwerp. Er gebeurt veel. U heeft zelf ook heel veel subsidies ter beschikking gesteld, zodat onze inwoners daar gebruik van kunnen maken. Wat we nu op dit moment algemeen bezig zijn, is het organiseren van een helpdesk waar onze inwoners, maar ook bedrijven terechtkunnen om subsidies en financieringen aan te vragen, te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor hun. Daarnaast hebben we nog een, daar bent u ook al wel over geïnformeerd, maar we zijn nu nog met de uitvoering bezig met het aanpak van een doe het zelf aanpak, zodat mensen thuis ook weer kunnen gaan isoleren en dan de financiële middelen hiervoor kunnen aanvragen. En een laatste is wat we samen met de NOT-gemeenten oppakken, is een maatregelenpakket die we dan tegen energiearmoede moeten gaan vaststellen en daarmee komen we ook nog bij u voor terug. Dus er gebeurt nog veel en veel zullen ook weer terug bij u laten terugkomen. Voorzitter, dat waren de vragen die zo vanuit mijn portefeuille werden gesteld. Dan ligt een aantal amendementen en moties nog. Ik begin met de motie van Solidair Oldenzaal, met amendement over de personeelskosten participatiemedewerker.
We hebben met elkaar hier vaak genoeg gehad over communicatie, participatie en als wij goed kijken naar wat we hebben nu in onze organisatie hiervoor al geregeld en ingebed, dan zien we dat we daar nog toch aandacht voor moeten hebben en daarom dat wij ook hier aangevraagd hebben en met een voorstel komen om één, met het platform al iets te gaan doen, dus we hebben nu een platform waarbij we ook met een evaluatie terug zullen gaan komen, maar daarnaast vragen wij ook om een uitbreiding van de formatie die we nu dus niet hebben. En dan kunnen we ook de vraag vanuit D66 met volgens mij is dat een motie zo meteen, daarin wordt gesteld van, kunnen we dat niet met bijvoorbeeld opleidingen en trainingen gaan doen? Nee, hier hebben we gewoon expertise nodig en die moeten we nu in onze organisatie gaan halen. Vandaar dat we ook aangeven hierin, kijk naar een combinatie, dus zowel voor het platform als de expertise die we nog extra hierbij nodig hebben. En dan heb je dus niet 0,67 en 0,5, maar dan heb je het over één en daarmee kunnen we dan een voordeel halen voor onze organisatie. De voorzitter: Momentje wethouder. Ik zie de interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman.
De heer Bouwman: Is het voor dit voorstel niet handig om de evaluatie van het gebruik van het platform en de resultaten daarvan af te wachten, voordat we nu toewerken naar een nieuwe participatiemedewerker? En dat is één. Mijn tweede vraag, wordt participatie niet, we hebben net ook al in mijn betoog gezegd, hoort dat niet bij de grondhouding van de organisatie te liggen, dat men doordrongen is, dat als de ergens belangen van inwoners worden geraakt, dat zij vanuit hun zelf op het idee komen om de inwoners daar bij te betrekken, zonder dat je daar een externe of nu dan een nieuwe medewerking voor nodig hebt? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Is het niet handig om te wachten, dat kunt u doen. Het is uiteindelijk een voorstel aan u die wij natuurlijk graag ook zien ingevuld, omdat wij, ik heb net al aangegeven waarom, maar als wij nu gaan wachten, dat betekent dus dat totaal hierop op moet gaan wachten. Het is het moment van, kadernota is daarvoor bedoeld dat wij met nieuw beleid komen zodat we in de programmabegroting kunnen meenemen. Dus vandaar ons voorstel, het is aan u, wilt u wachten dan wordt het wel geheel wel vertraagd en anders is het wel nu het moment om ieder geval nieuw beleid en ook de nieuwe formatie aan te vragen.
Is dat dan de grondhouding van een organisatie? We zien gewoon dat een samenleving is ontstaan die enorm veranderd is en daardoor moeten wij inspelen en dat zien we dus dat dat op dit moment onvoldoende invulling hebben gekregen en dat we dat nog niet geborgd hebben in onze organisatie. Dus vandaar dat wij ook zoekende zijn naar expertise die we gewoon in een combinatie hopelijk ook kunnen meenemen in deze organisatie en door die expertise -55-
dus als extra formatie hier mee te nemen. Dus hiermee met deze onderbouwing willen we de het amendement, willen we ontraden. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Visscher. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel. Ik wil eigenlijk toch het betoog van de heer Bouwman ondersteunen, want volgens mij die grondhouding noemen wij gezond verstand. En wij denken dat als je met gezond verstand participatie aan gaat vliegen dat misschien wel tachtig procent van de problemen die we nu hebben dat die opgelost zijn. Dus ik begin toch eigenlijk wel wat te voelen voor dit amendement. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Hier zit geen vraag in, het is meer inderdaad ondersteuning van een andere fractie door de VVD leider. De voorzitter: Wethouder, ik zie nog wel een andere interruptie en dat is van de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Naar aanleiding van opmerking van collega Visscher, gezond verstand. Het lijkt nu alsof u aangeeft dat onze ambtenaren gezond verstand missen. Ik denk dat de maatschappij zo veranderd is dat het voor ons heel moeilijk is om aan te geven dat soms nee ook een manier van participeren is, dat het niet kan. En het is denk ik heel lastig om daar elke keer maar goed op te anticiperen.
Dus ik denk dat er meer dan voldoende gezond verstand in de ambtelijke apparaat zit en ik vind het wel jammer dat die opmerking hier net gemaakt is. De voorzitter: De wethouder, gaat u verder met uw betoog. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dan zit ik bij amendement 6, ook van Solidair Oldenzaal over Twents Zilver. Wij hebben, zoals ik net ook aangezegd, als college zijn met voorstellen gekomen en dus ook een van de voorstellen om hier op te gaan bezuinigen. Maar en uiteindelijke beslissing ligt ook bij uw raad. Als we kijken naar Twents Zilver en wat zij aan aanbod hebben voor de doelgroep ouderen, is dat een waardevolle aanvulling, daar zijn we het volgens mij ook allemaal over eens. Ook die afweging waarom we dan bepaalde dingen doen heen en alleen al dat die onder aan op zo'n prioriteringslijst als staat, geeft al aan dat wij ook hier wij hebben stilgestaan en dat we ook zorgvuldig naar hebben gekeken. Nu lijkt het alsof Twents Zilver enige aanbod is wat wij voor ouderen hebben en dat is niet zo en we kijken dan naar wat is dan de impact op de doelgroep, op het totale doelgroep als we dit niet zouden gaan doen? En daarom hebben wij als een van de bezuinigingsmaatregelen dit als voorstel opgenomen. Dus het is aan uw raad om hier wel of geen invulling aan te geven en met ons mee te gaan of niet.
Even kijken, dan kom ik bij amendement 13, dus daarmee eigenlijk ontraden wij dus het amendement. Amendement 13 van GroenLinks, daar hebben we het ook over Twents Zilver, daarmee heb ik net aangegeven, ontraden wij ook dit deel voor Twents Zilver. Dan motie van Solidair Oldenzaal, eerste buurt dan de raad. Uiteindelijk heeft uw raad een Oldenzaalse participatieroute vastgesteld waarin een voorkeur is aangegeven en daarmee werken wij nu op dit moment. En als u vindt dat het anders moet, dan betekent het ook wat voor onze organisatie en ook de werkwijze waarheen we dit allemaal doen. En in die volgorde zien we gewoon dat het nu eerst plannen worden besproken met de beslisser en daarna volgen de gesprekken met de omgeving en dat is nu zoals die is vastgesteld. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman.
-56-
De heer Bouwman: Ja, kort. Wij zouden zeggen de participatieroute hebben we vastgesteld, maar de participatieroute gaat volgens mij of als initiatief vanuit de gemeente worden georganiseerd. Maar wij hebben heel afgelopen jaar denk drie, vier avonden gehad, dat hier de volle raadzaal volledig bezet was met ontevreden bewoners, omdat zij initiatief vanuit de markt in een bestemmingsplan waren gevat en de raad eerder op de hoogte was van beantwoording van de zienswijzen dan de mensen zelf. Ze zijn ook niet op de hoogte gebracht van de beantwoording waar ze dat kunnen vinden et cetera. En dat is eigenlijk de strekking die ik hier probeer te maken, want zoals de heer Visscher net al aangaf, als we dit soort dingen kunnen voorkomen, dan hebben we tachtig procent van onze energie in die avond hebben we niet meer nodig de komende jaren, dus ik zou graag de raad willen oproepen om deze motie dan ook te ondersteunen. De voorzitter: Wethouder Yildirim. De heer Yildirim: Ik heb al aangegeven volgens mij, wij ontraden deze motie. Even kijken, en dat is dan aan de raad. Even kijken, motie 11, D66, gaat over ook de participatie. Ik heb net al onderbouwd waarom we het een en ander doen en alleen met het organiseren van trainingen, opleidingen en dergelijke gaan we dat natuurlijk ook niet realiseren.
Ik snap uw overweging, maar het gaat hier om dat wij het juist centraal kunnen aansturen, maar ook centraal kunnen begeleiden door die extra formatie die we hiervoor willen vragen bij u, dus ook deze ontraden wij. De voorzitter: De heer Visscher, per interruptie. De heer Visscher: Voorzitter, even correctie op de uitspraak van de heer Bouwman. Die zegt dat ik iets heb gezegd over motie 8, mijn betoging ging over amendement 1. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, ik had over tachtig procent van onze energie die we kunnen besparen op als we op een andere manier inrichten. De voorzitter: Dan ga ik terug naar de wethouder. Wethouder gaat verder met kijk ... Dat is nog mooier. Dat ging helemaal snel. Excuus, dan kom ik bij wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Ik ga eerst even in op de vraag van de heer Van der Waal van D66, aangaande maatregelen om te voorkomen dat mensen gebruik moeten maken van de voedselbank. Dat is eigenlijk ook wel een droom. Is een droom dat mensen niet meer gebruik hoeven te maken van de voedselbank en die droom die ondersteun ik. Dat zou ik van harte wensen voor de toekomst en daartoe hebben wij natuurlijk ook ons armoedebeleid danig bijgesteld en daar gaan wij echt inzetten op buurtperspectief aan onze inwoners die in de armoede dreigen te raken of al zijn. De integrale toegang is daar ook een belangrijk onderdeel voor.
We hebben heel veel voorzieningen en partners die bijdragen en mensen die in armoede leven om daar samen iets aan te doen. Daar kan de samenwerking nog beter. Dat staat ook in onze armoedebeleid en daar zijn wij mee bezig op dat vlak. Liever nog dat ze niet in armoede geraken, dus u heeft het over de voedselbank en de voorzieningen eigenlijk die we hebben voor mensen in armoede. Maar wij willen er wel naartoe werken, en ik denk dat u datzelfde bedoelt, dat mensen sowieso niet in armoede geraken. Dus hoe gaan wij daar met zijn allen voor zorgen? En dan heb je een hele sterke sociale basis nodig en daar kom ik straks op terug waar mensen voor elkaar zorgen en zorgen dat mensen dus niet in armoede geraken. U hebt ook nog een Fonds Armoede aangenomen, met voorwaarden, als raad. Armoede, energiearmoede noem ik dat en dan kom ik gelijk even op de vraag van de heer Kramer, die geeft
-57-
aan, het zou mooi zijn dat twee organisaties waarop gekort is, dat die een bedrag kunnen krijgen uit dit noodfonds en dat u daartoe vraagt eigenlijk de voorwaarden te wijzigen die u zelf aan het noodfonds heeft gesteld. Ik zou dat afraden, want dan kunnen er meer verenigingen komen om daar een subsidie uit te halen. Volgens mij was dat niet de intentie van het noodfonds van de raad. Heeft u die voorwaarden ook niet dusdanig opgesteld dus om geen, hoe zeg je dat, voorkeursbehandeling aan deze twee partijen te geven zou ik dit afraden. Maar het is natuurlijk voor u als raad, is dat aan u om de voorwaarden al dan niet bij te stellen. De voorzitter: Wethouder, voordat u verder gaat, ik zag net de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb dezelfde droom als mevrouw Rödel om de voedselbank overbodig te maken. Ik doe ook mee met een groepje met de naam D66 bestrijdt armoede, dat gaat ons niet lukken, maar we praten er wel over, het zijn ervaringsdeskundigen. En die geven aan dat het van plaats tot plaats en Oldenzaal is daar niet bij genoemd, heel verschillend is welke maatregelen genomen worden en dat er, zoals zij zeggen, meer maatregelen mogelijk zijn dan gebruikt worden.
Als ik nu kijk naar de lijst van bezuinigingen, prachtige lijst, is heel veel werk in gegaan, waardeer het allemaal, zou een dergelijke lijst ook voor de armoedebestrijding kunnen worden opgesteld? Ik vraag niet om volgende week al klaar maar op enige termijn. De voorzitter: Wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Ik denk dat het best al een lijst in beeld is van wat wij allemaal doen op gebied van armoede, preventie, noem maar op, want die lijst is ook wel gebruikt tijdens het opstellen van een nieuwe beleid. Dus ik ga het navragen voor u en ik neem uw opdracht anders mee om te komen tot zo'n lijst. En wat ik wil vragen, u zegt, wij hebben die groep ervaringsdeskundigen, die is ook meegenomen in totstandkoming van nieuwe armoedebeleid. Maar ik zou wel graag een keer met die mensen koffie willen drinken, dus bij deze een uitnodiging. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik hoorde het misschien verkeerd hoor, ik hoor de wethouder zeggen dat ze lijst maakt van maatregelen die er al zijn, ik vraag eigenlijk meer naar een lijst van mogelijke maatregelen die er nog niet zijn, maar wel mogelijk zijn. De voorzitter: Dat is nog weer anders, inderdaad. Wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Goed, u vraagt mij dus om meer maatregelen in het leven te roepen dan er nu zijn? De heer Van der Waal: Onderzoeken om ...
Maar misschien dat dat met het kopje koffie voor zover ik dat kan realiseren met die ervaringsdeskundigen uit de groep waar ik mee sprak, dat we daar verder mee komen. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan stel ik voor om dat als eerste te doen. Mevrouw Rödel: Voorzitter, dank u wel. Dat lijkt me heel goed, gaan we doen. Dan kom ik even terug op, PvdA had ik had gezegd, dat noodfonds dat hoor ik straks vast later nog iets over. Nu wil ik even terugkomen op de beide moties die voorliggen, namelijk de motie van het CDA en een motie van de PvdA en de VVD. En dan wil ik eerst beginnen met wat anders. Wij lezen van alles over jeugd. Dat gaat mij aan het hart, dat zit in mijn portefeuille. Mijn collega's hebben Wmo en participatie in de -58-
portefeuille. Wij lezen op alle vlakken, er is iets aan de hand met onze jeugd, de Gezondheidsmonitor die doet veronderstellen dat het met het welbevinden van onze jeugd helemaal niet goed gaat, daarnaast krijgen we steeds meer oudere inwoners, we zien armoede opkomen, misschien zien we vechtscheidingen opkomen, noem maar op. En we zien ook steeds meer aanvragen voor zorg, ondersteuning en steeds meer verergering van de casussen. En om met elkaar ervoor te zorgen dat waar wij voor verantwoordelijk zijn, dat is namelijk maatwerkzorg en ondersteuning leveren, dat we dat kunnen blijven leveren aan degenen die dat echt heel erg nodig hebben, is er wat te doen? Niet alleen bij ons als gemeente, maar ook bij de verantwoordelijke ouders. Dus dat wil ik ook benoemen hier. Bij de mensen die verantwoordelijk zijn in het onderwijs, bij de mensen die binnen het verenigingsleven diensten verlenen aan onze inwoners, maar ook bij welzijnsorganisaties, alle partners die bij betrokken zijn bij de gezinnen in Oldenzaal, maar ook bij ons als gemeente. Daar wou ik mee beginnen. En dan kom ik op de moties.
Want het is natuurlijk verschrikkelijk, ik noem nog één voorbeeld, dat ouders in vechtscheiding zitten, misschien dat een van de ouders wel in de armoede geraken, kinderen op school in geval ander gedrag gaan vertonen en daarmee terug worden gestuurd naar de huisarts, vervolgens een etiketje krijgen en wij als gemeente jeugdzorg gaan verstrekken. Dat is niet wat we moeten willen met elkaar. Goed, de moties. CDA die roept eigenlijk op tot een krachtige sociale basis infrastructuur en eigenlijk zegt de Partij van de Arbeid en de VVD zeggen hetzelfde. Volgens mij zijn we daar ook allemaal over eens als ik alle betogen bij elkaar optel, we willen een krachtige samenleving met een sterke sociale basis, want alleen dan zijn we zijn we toegeëigend om tegemoet te komen aan alle maatschappelijke vraagstukken die voorliggen, dus daar zijn we het allemaal over eens. CDA gaat nog iets verder, die zegt we hebben sterke welzijnspartners en eigenlijk moeten die samengaan. U noemt zelfs het woord fuseren. Want dan kan ik u van zeggen, daar gaan wij niet over. Daar gaan die welzijnspartners zelf over. Wij gaan over de subsidieverstrekking en de opdrachten die wij afgeven, dus wij gaan niet af over het feit dat partners gaan fuseren, al dan niet. Maar wij voeren wel gesprekken natuurlijk met deze belangrijke partners voor ons.
En deze twee grote partners, ik noem even Impuls en Wijkracht, het zijn partners die veel werk voor ons doen binnen die sociale basis, binnen die samenleving en binnen de voorliggende voorzieningen die wij hebben. En wij zijn al een tijd in gesprek over het strategisch partnerschap, staat namelijk in het Masterplan Sociaal Domein, maar vooral ook in het raadakkoord dat u heeft vastgesteld met elkaar, dus wij zijn daarover in gesprek. Dat hebben wij de afgelopen twee jaar meerdere malen gedaan en afgelopen donderdag hebben wij met elkaar de noodzaak gezien om de handen ineen te gaan slaan, als het gaat om die welzijnsorganisaties, omdat er goed gewerkt wordt maar wel op eilandjes. Dus wij hebben met elkaar de noodzaak gezien om te komen tot een grote lokale maatschappelijk welzijnsorganisatie en dat hebben alle drie de partijen omarmd, maar we zijn nog maar in de eerste stap. We moeten daar nog verder over praten en wat mijn wens zou zijn, want ook ik ga er niet over, is dat die beide partners daar samen met een plan van aanpak uitkomen en bij ons terugkomen. En natuurlijk willen wij daarin als gemeente alle ondersteuning bieden die wij kunnen in gezamenlijkheid. Dan de motie Partij van de Arbeid, VVD, ook die motie, ik kan mij daar grotendeels in vinden.
Waar wij nu mee bezig zijn is die sociale basis versterken, kijken wat wij als welzijnspartners samen kunnen doen, samen met alle andere partners die in het sociaal domein bij op de voorliggende voorzieningen hun bijdrage leveren, maar ook kijken wij naar die indicatie. Ik noemde net een voorbeeld van de jeugd, wij willen voor die indicatie blijven. Dus ik lees in deze motie de overwegingen en ik lees ook OB1, OB2, ondersteuningsbehoefte één, ondersteuningsbehoefte twee en ik denk eigenlijk willen we daar nog voorblijven, eigenlijk willen we voor de indicatie blijven en dat juist doen met elkaar om ervoor te zorgen dat erger gebeurt, dus het erger willen voorkomen. Aan de andere kant hebben we altijd te maken met een groep die die ondersteuning nodig heeft. Die dusdanige beperking heeft dat zij niet zonder ons als gemeente kunnen. Dus daar moeten we rekening mee houden. Maar omdat in stand te houden, moeten inderdaad wat gebeuren. Dus dat omarm ik van harte in die motie. Maar ik zou wel graag tijd willen hebben voor ons om dat uit te -59-
zoeken wat dat dan precies moet zijn. En u stuurt echt aan in uw motie dat u wil werken met één hoofdaannemer en ik vind dat nog wat te vroeg om dat te zeggen, dus daarom zeggen wij als college kijk of naar de motie, kom er in een tweede termijn op terug. Want voor nu zou ik hem afraden op basis van die eerste zin en roept het college op. Want de andere zinnen daar kan ik mij gewoon volledig in vinden op dit moment, ook al vraag ik me af of een innovatiebudget van 250.000 voldoende is voor alle opgaven waar we voor staan, dan heb ik het niet alleen over de toegang en hoe je het met elkaar regelt, dan heb ik het ook over die integrale werkplaats, het integraal werken binnen het stadhuis tussen de drie wetgeving, want ook in het stadhuis hebben we echt nog wel wat te doen met elkaar. Dan heb ik het over kijken naar de nieuwe aanbesteding, terwijl de nieuwe die er nu aankomt nog niet eens gestart is, maar u bedoelt de aanbesteding daarna, kijken hoe we dat kunnen gaan regelen met elkaar. Zou ik nu niet willen voorlopen op die ene hoofdaannemer, maar graag vraag ik van u, dat wij komen tot een plan daarvoor, hoe wij dat willen gaan doen en dat wij de tijd er voor nemen gedurende de nieuwe aanbesteding naar de volgende aanbesteding te gaan kijken met elkaar, ook met u als raad hoe dat eruit moet gaan zien. De voorzitter: Per interruptie, ik zie de heer Kramer en dat begrijp ik.
Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Impliciet zegt de wethouder eigenlijk Partij van de Arbeid, VVD, wat een mooi betoog, andersom kunnen wij hetzelfde zeggen. De wethouder, die noemt een schrijnend voorbeeld en ik zou daar misschien nog wel verder in willen gaan. Die integrale toegang tot het sociaal domein waar we met elkaar van overtuigd zijn, die zit niet aan de Ganzenmarkt 11, die zitten op die satelliet locaties, die zit op de plekken waar het gebeurt, het bankje bij de Action, die zit op de basisschool, bij de vereniging, daar moeten onze sociaal werkers meteen op af kunnen duiken zonder dat we eerst door een hele administratieve rompslomp moeten, zodat je meteen de ondersteuning kunt bieden die nodig is, zodat je kunt voorkomen dat we überhaupt beschikking af moeten geven. Maar goed. De voorzitter: Ik luister even tot de heer Kramer zijn ... is een korte interruptie, ik hoop dat u tot een afronding komt en dan wil de wethouder reageren. De heer Kramer: Ik hoorde wethouder ook haar zorgen uitspreken in die zin dat het misschien iets te concreet is het voorstel. Dat kunnen we oplossen door bijvoorbeeld bij punt 1 toe te voegen, een plan van aanpak te ontwikkelen, dat in ieder geval resulteert in een nieuw systeem, waarin bijvoorbeeld gewerkt gaat worden met één hoofdaannemer.
Dan benadrukken we in ieder geval dat we die richting onderzoekswaardig vinden, tegelijkertijd moeten we daarmee ook erkennen dat dat misschien niet de beste oplossing is voor Oldenzaal. In hoeverre zou de wethouder dan tot een ander oordeel komen? De voorzitter: De wethouder, gaan we nu horen. Mevrouw Rödel: Dat zou een mooie toevoeging zijn, want dan betekent dat er nog ruimte is voor wat anders. Kunnen we rustig kijken, want u heeft Hengelo bijvoorbeeld ook als voorbeeld genomen. We hebben gesprekken gevoerd, even voor de andere mensen hier, heel fijn dat wij ook mee zijn genomen als college hierin. En Hengelo is nog maar net gestart. Sterker nog, die hebben zich tweeënhalf jaar hierop voorbereid, met heel veel geld heeft dat gekost. Dus laten we nou ook kijken hoe andere gemeenten die daar nu al mee gestart zijn, hoe dat verloopt, om te kijken is dit dan ook het juiste voor Oldenzaal en past dit ook bij Oldenzaal? Want wij zijn geen Hengelo en nog even terugkomen op die satellietfunctie die u noemt, ik noem het een spinnenkop elke keer, ik denk dat het Sociaal Plein aan Ganzenmarkt 11 wel degelijk een middel kan zijn om meer tot samenwerking te -60-
komen. Ik zie nu heel veel partijen versplinterd in de staat die allemaal hun goede dingen willen doen. En om te gaan samenwerken en meer verbinding te zorgen moet je terugkomen na een centraal punt. En ja, die tentakels naar de wijken toe op die poten van die spin, daar kan ik mee vinden wat u zegt. Maar ik geloof wel degelijk dat we terug moeten naar een kern om die verbinding en samenwerking te krijgen en van die eilandjes af te komen. En ik geloof echt oprecht als je het overal neer gaat zetten en overal hoe overal die indicaties vandaan kunt halen, dan geloof ik echt dat er nog meer versplintering komt, maar dat is een overtuiging en een aanname van mij. Dus nogmaals, we moeten dat echt met elkaar gaan bekijken hoe we die integrale toegang vorm gaan geven. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Slotnoot. Ik denk dat we dan wel gaan uitkomen met elkaar. In de tweede termijn komen we in ieder geval met een aangepaste versie van het voorstel en dan verwacht ik dat we er helemaal uit gaan komen. De voorzitter: Mooi, daar heeft u zo meteen je in de pauze ook nog ruim de tijd er voor. Ik zie nog twee anderen. Eerst de heer Winkelhuis en dan kom ik bij de heer Van der Waal. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ik had eigenlijk gehoopt dat collega Kramer die vraag zou stellen, want de wethouder gaf aan dat 250.000 euro dan wellicht niet genoeg is.
Maar wat zou dan wel genoeg zijn of hoe gaan we daarmee om? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Rödel: Ik kan u zo geen specifiek bedrag noemen, net zoals ik niet specifiek kan noemen wat het goede voor Oldenzaal is. Dus daar komen we dan ook gewoon op terug bij u en geeft mij die opdracht. De voorzitter: Dan ga ik, dan maar dat snap ik, in kader van ook deze motie, bij mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. De heer Kramer, ik snap uw vraag, die vraag speelde mij ook door het hoofd. En ik denk dat we dan in de pauze even concreet gaan zitten om te kijken wat we dan meegeven als bedrag. Misschien dat we dat ook even integraal met nog wat andere raadsleden ook kunnen bespreken wat dan wel een goede optie is om mee te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik nog de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: In een ver verleden had ik een baan, nog weer een andere baan waar ik het net over had. De voorzitter: Hebben we inmiddels vanavond begrepen, vanmiddag. Dat klopt. De heer Van der Waal: Daar had ik heel vaak, heel goede ideeën, vervolgens moest ik mezelf afvragen, want klopt dit wel en in dit geval is even de vraag, nogmaals ik ben heel enthousiast over het idee, denk ik, hier wordt 250.000 euro uitgegeven, waar we ergens anders beknibbelen op 40.000 en minder. De vraag is even, a.
waar halen we die 250.000 vandaan en b. waar is het plaatje voor de mogelijke besparing?
-61-
De voorzitter: Maar zullen we dat dan in de pauze zo dadelijk met elkaar bespreken, dan wil ik nu de wethouder vragen om haar betoog te vervolgen. Wethouder gaat uw gang. Mevrouw Rödel: Dan ga ik een beetje op de stoel zitten van mevrouw Nevels. Maar volgens mij is het geld waar ze om vraagt is incidenteel geld. Dat heeft geen structureel gevolgen, want het gaat om een innovatiebudget. Maar goed dan kijk ik ook even naar links. Volgens mij moet zij die beantwoorden. De voorzitter: Nee, nee maar dat kan zo meteen in de pauze. Dat hadden we al afgesproken, dus gaat uw gang. U bent u klaar? U bent klaar. Dank u wel. De verleiding is heel groot dat de portefeuillehouder van de overige onderwerpen nu het woord gaat nemen. Maar wij hebben een harde afspraak met de cateraar gemaakt, namelijk zes uur is alles klaar. Dus ik wil het volgende voorstellen. Wij gaan nu pauzeren en ook een hapje eten en wij gaan om, laten we zeggen kwart over zeven, kwart over zeven verder met het laatste deel van het college zijnde de portefeuillehouder die hier zit. Ik schors de vergadering tot kwart over zeven. De heer Welman: Ik heropen de vergadering bij deze en ik wil ook voor het verslag gemeld hebben dat inmiddels ook de heer Nijland in ons midden is. Dat betekent dat de gemeenteraad van Oldenzaal voltallig aanwezig is. Dus 23 prachtige bureaustoelen zijn gevuld met 23 raadsleden.
Mooi dat dat het geval is, dus we kunnen van start. En ik geef met alle liefde en plezier het stokje, de voorzittershamer, figuurlijk over aan de heer Lulofs. De voorzitter: Goed, dus dan ga ik het figuurlijk ook voorzitten. Aan u het woord als portefeuillehouder. De heer Welman: Dank u wel. Voorzitter, er resten mij nog een aantal vragen, opmerkingen, moties, amendementen die ik graag namens het college zou willen beantwoorden. Allereerst het punt wat ook door een aantal fracties naar voren is gebracht en dat betreft de noodzakelijke verbouwing van het stadhuis in de politiek forum, maar ook tijdens de bijeenkomsten. Daarvoor heb ik al een aantal keren namens het college aangegeven waarom het noodzakelijk is om dit stadhuis te verbouwen. Ik heb daar de toezegging gedaan dat de formulering zoals ‘ie ook is opgenomen in het dictum, dat u die moet lezen als dat wij nu een reservering doen en dat we daar later in de uitwerking van het scenario wat door mij destijds is toegelicht, dat we dat nog naar u toe gaan brengen. Dat is ook in de beantwoording van een aantal vragen en toezeggingen afgelopen week nog een keer naar u als raad heengezonden, toegestuurd. Dus die toezegging doe ik bij deze nogmaals. Ten aanzien van het punt rondom communicatie. Ik kan me daar wat bij voorstellen.
Dat het goed is om dat op te pakken, dus het college wil zeker een proactieve communicatie in deze gaan realiseren en dat proces ook willen insteken. U moet zich daarbij wel realiseren dat hoe goed je ook communiceert, er zullen altijd mensen zijn die de verbouwing van een stadhuis, of dat nou hier in Oldenzaal is of elders, grote onzin vinden. Maar nogmaals, die nodig ik dan graag uit om een keer hier in het stadhuis te kijken. En dan wil ik ook wel zien hoe zij in hun eigen werkkring gefaciliteerd worden door hun werkgever, hoe zij aan het werk zijn. En dan zullen ze ongetwijfeld, tenminste als ze een werkplek hebben, de verschillen gaan zien. Naast de andere overwegingen die we ook hebben aangegeven. Denk aan veiligheid, denk aan de digitale dienstverlening, denk aan het integraal met elkaar willen samenwerken en denk ook aan de wijze waarop we graag met onze partners in dit gebouw aan de slag willen en het feit dat we, en dat is het scenario waar het college nadere uitwerking aangaat geven, een gebouw zonder het sociaal plein. Want dat zal in de Ganzenmarkt 11 zijn huisvesting gaan krijgen. Althans, als de raad daar vandaag mee instemt. Dan zijn er ook een aantal vragen, opmerkingen gemaakt over de investeringen die we voorstellen rondom personeelsbeleid en ook in onze organisatieontwikkeling. Je zou bijna kunnen zeggen het is een kip en het ei verhaal. Maar -62-
zeker zien we al lange tijd dat de krapte op de arbeidsmarkt niet alleen in Twente, maar ook daarbuiten groot is. Dat de doorstroming op de arbeidsmarkt ook enorm is. Daar hebben we ook als gemeente Oldenzaal, als werkgever, mee te maken. En dat betekent dat we ook willen investeren in onze organisatie om een aantrekkelijke werkgever te blijven. Dat betekent ook dat we juist daarom ook bij personeelszaken wat extra accenten erbij willen zetten om die aantrekkelijke werkgever te blijven. En ook willen blijven investeren in onze organisatie. Daar heb je gewoon wat extra handen en denkcapaciteit voor nodig. En vandaar de voorstellen die we ook in de kadernota op dat punt hebben gedaan. Wat ons betreft is het echt geen luxe. Het is echt bittere noodzaak om aantrekkelijk te blijven, want we zien gewoon, ook bij de andere Twentse gemeente, dat ze daar wel in investeren en we kunnen echt niet achterblijven om dat te doen. In diezelfde categorie zit ook de investering in de bureaustoelen. Ik maakte daar net al een klein beetje een grapje over. Ik zag u een handbeweging maken, maar ook dat is echt wel noodzakelijk en ik heb ook al in politiek forum aangegeven dat u van onze organisatie echt wel mag verwachten dat we scherp onderhandelen en dat we echt voor een goede prijs gaan die kwaliteit biedt op het gebied van arbo. Daar gaan we echt vanuit.
Dat is tot op heden altijd nog gelukt, dus waarom zou dat in de toekomst ook niet het geval zijn? Daar staat een bedrag voor gereserveerd, maar dat betekent ook niet dat we het bedrag dan ook gaan uitgeven. Maar dat is wel gekeken wat zou op voorhand een bedrag kunnen zijn wat je hiervoor kunt, zou moeten betalen? Dan kom je op dit soort bedragen maar dat is absoluut geen uitgemaakte zaak dat we dat ook doen. Want de inkopers van de gemeente Oldenzaal zijn echt scherpe inkopers. Dus ga er maar vanuit, en zeker ook met de aandacht die het nu gekregen heeft in de media, dat men er allemaal wel rekenschap van neemt dat Oldenzaal scherp onderhandelt en dat we een goede prijs, maar ook voor goede kwaliteit gaan. De voorzitter: Nu hoor ik echt een heel duidelijk punt. Net was die nog korter dan komma, dus u ging mooi door. Maar ik heb ook een interpolatie van de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij interruptie, interpolatie is wat anders. Wat betreft die stoelen hoop ik dat iedereen het filmpje van Kato gezien heeft. Het is echt briljant, echt. Hoe je zo kunt reageren, zo snel is briljant. Mijn vraag gaat eigenlijk over het personeelsbeleid. Eigenlijk, tot nu toe hebben wij steeds van het college gehoord dat het nog prima lukt om vacatures in te vullen in Oldenzaal.
Dus wij zijn eigenlijk wel benieuwd waarom we eigenlijk meteen twee medewerkers nodig hebben. En kunnen we niet eerst toe met een. En de vraag is ook wat gaan die mensen exact doen? In welk vlak worden ze ingezet? In recruitment of gaan ze ook zorgen dat wij behoud van personeel beter gaan doen? Dus iets concreter zou ik graag willen weten wat die personen gaan doen. De voorzitter: Het woord is aan de portefeuillehouder. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Het zijn eigenlijk precies de dingen die u noemt. Dus het heeft zeker met de organisatieontwikkeling te maken. U weet we hebben hier in Oldenzaal te maken met grote teams. De teamleiders kunnen daar ook vanuit organisatieontwikkeling wat ondersteuning bij gebruiken. Dus dat zal ook vanuit personeelszaken geleverd moeten en kunnen worden. Dus daar zie je al een accent wat we willen gaan zetten. We denken ook dat we, als je kijkt naar vergelijkbare gemeenten en ook zeker als je kijkt naar de benchmark die we wel vaker doen, dat we echt nog wel lager zitten qua begeleiding en ondersteuning vanuit HR personeelszaken dan nu het geval is. Dus daar willen we echt nog wel een stap bijzetten om die aantrekkelijke werkgever te blijven en ook te worden. En het andere aspect wat u noemde is zeker ook het geval.
Wat je ziet is dat de krapte en de doorstroming, de enorme doorstroming die we nu hebben, echt wel ons zorgen baart of het ons nog lukt in de toekomst de vacatures die toch elke keer door die doorstroming ontstaan. Mensen kunnen -63-
zich verbeteren, althans vinden ze zelf, bij een andere gemeente of bij een andere organisatie, vertrekken. Daarmee komt er nog een vacature. Een functie blijft over. Die moeten we opnieuw invullen en we moeten dus steeds harder aan trekken om die ingevuld te krijgen. Tot op heden is dat eigenlijk nog wel goed gelukt maar we merken dat dat wel steeds moeilijker wordt en we hebben echt het gevoel dat we met een extra uitbreiding of een uitbreiding binnen HR, we er in slagen om die aantrekkelijke werkgever en daarmee ook die werkgever die goed doet op de arbeidsmarkt, aantrekkelijk blijft, dat we daarmee die invulling kunnen krijgen. De voorzitter: Dat is een denk ik wel redelijk duidelijk antwoord. Kijk naar de heer Visscher of die daar nog op wil reageren. Ik zie van ja. De heer Visscher: De eerste vraag die ik nog stelde van moeten het er meteen twee zijn of kunnen we niet zeggen we doen er eerst een en we gaan kijken of dat verbetert. De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Ik zou toch willen pleiten om het twee te laten blijven. Want ik denk dat het al op zijn Twengels, een hell of a job wordt om deze twee vacatures ingevuld te krijgen. Dus ik zou wel eerst voor het maximale willen gaan, omdat we daarmee echt wel die noodzakelijke investering die we moeten doen, ook kunnen doen.
Dus ik hou er toch echt wel een pleidooi voor om dat op deze manier te doen. Ja voorzitter, als ik… De voorzitter: Een moment, mijnheer Welman. Mijnheer Visscher, bent u tevreden met… Ja, zie ik. En dan is er nog een andere interruptie en die is aan de heer De Waal. De heer Van der Waal: Daar mag ‘Van der’ voor, voorzitter. Beetje vergelijkbare vraag met de heer Visscher. Ik hoor dat er voor de organisatieontwikkeling om die efficiënter te maken en daarmee met hetzelfde personeel meer output te kunnen krijgen, dat de stukken met dezelfde inspanning op tijd gereed zijn, dat daar iemand voor nodig is. Kan ik helemaal in meegaan. In de beschrijving waarom er drie mensen nodig zijn, staat onder andere in dat er een heleboel mensen met pensioen gaan. Ik reken ongeveer hetzelfde aantal uit gewoon op normale leeftijdsopbouw. Maar u heeft het ook erover dat veel mensen weggaan. Dan vraag ik wat is de benchmark daarvan in vergelijking tot andere gemeenten, voor de verblijfsduur van personeel. Want de benchmark voor personeelszaken vind ik niet zo erg belangrijk, want tot nu toe is dat, zoals de heer Visscher ook al aangaf, altijd prima gegaan met een kleine bezetting. Daar moeten we trots op zijn. Maar wat is de benchmark voor de arbeidsduur in dit gebouw? De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel. Daar overvraagt de heer Van der Waal mij.
Maar in zijn algemeenheid zou ik er dit over kunnen zeggen. Ik merk wel dat de gemiddelde duur dat mensen bij de gemeente Oldenzaal werken, dat die echt wel aan het afnemen is. Dus we krijgen steeds meer mensen die voor een kortere periode hier werkzaam zijn. En zeker met inachtneming dat er vanuit de cao ook een mogelijkheid is om eerder met pensioen te gaan, zullen de mensen die hier al een langere periode werkzaam zijn, dat aantal zal verder afnemen. En je merkt gewoon dat de huidige generatie anders kijkt bij een werkgever werkzaam zijn. Die loyaliteit die je in het verleden had die echt langjarig was, die zie je nu anders. Daar komt nog een keer bij, en dat noemde ik net al, ons omliggende gemeenten echt wel heel assertief zijn om personeel te werven. In de gaten die ze zelf hebben, kijken
-64-
ze ook naar Oldenzaal. En daar moeten we rekening mee houden en daarom moeten we ook investeren om de kans dat men hier vertrekt zo klein mogelijk te maken. De voorzitter: Ik zie dat de heer Van der Waal nog een reactie hierop heeft. De heer Van der Waal: Zeker. Benchmark werkduur is onbekend. Werkduur wordt korter. Is een verhaal wat lijkt, met alle respect voor wat u zeg, van horen zeggen. Ik ben daardoor niet overtuigd van de noodzaak van extra personeel om mensen te werven. Wat is daarop uw mening? De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Met alle respect, u overvalt mij nu met de vraag. Als u mij die vraag eerder had gesteld dan had ik mij daarop kunnen laten informeren en dan had ik u wellicht wel op basis van feiten kunnen informeren en kunnen overtuigen. Dat wil ik nog steeds graag doen, dus ik wil u met alle plezier nog wat informatie vanuit HR sturen. Maar ik wil u ook in herinnering roepen, wij hebben al eerder in deze raadszaal de raad van Oldenzaal geïnformeerd over als je naar ons personeelsbeleid kijkt, wat zijn dan de harde cijfers? Die kan ik u met alle plezier nog een keer toesturen en ook actualiseren. Kijken of dat te doen is, ik denk het haast wel. En dan zult u echt wel zien een onderbouwing van de stelling die ik net innam.
Maar als u mij eerder had geïnformeerd met uw vragen, dan had ik u ook wat makkelijker van repliek kunnen dienen vanuit de inhoud dan ik het nu heb kunnen doen. Dus ik kan u alleen maar dit meegeven. De voorzitter: Dank u wel voor dit antwoord. Maar ik zie dat de heer Bouwman hier nog op wil reageren. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. U geeft aan we willen dat personeel inzetten om pro-actiever mensen te werven. Aan de andere kant hebben wij volgens mij in de Nederlandse maatschappij denk ik te maken met een gegeven dat mensen op zoek zijn naar een verbetering van hun werkpositie. En dat is niet omdat we hier niet goed kunnen werken, maar heeft onder andere met salariëring te maken. We zitten hier aan een bepaald plafond wat we hier kunnen verdienen. Dan wordt er al gauw gekeken naar grotere gemeenten waar de doorgroeimogelijkheden wel anders zijn. In hoeverre kan een extra personeel voor P&O ervoor zorgen dat die invloeden, die voor heel veel individuele medewerkers van invloed zijn, er voor zorgen dat zij langer gebonden blijven aan Oldenzaal. De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Daar kan ik natuurlijk nooit honderd procent zekerheid op geven. Maar om fatalistisch te zijn en te denken van als we het houden bij het huidige dan komt het allemaal wel goed, daar heeft het college niet voor gekozen.
Het college heeft ervoor gekozen om een stap voorwaarts te zetten, om te zeggen we gaan in onze organisatie en juist op deze plek extra investeren, in de overtuiging dat we daardoor in staat zijn om die aantrekkelijke werkgever te blijven. Dat zijn we de afgelopen jaren ook geweest. Toen hebben we vooral gebruik kunnen maken van de naam, de goede naam, die Oldenzaal niet alleen als organisatie, maar ook als stad heeft. Maar we merken dat dat in de huidige arbeidsmarkt onvoldoende is om aantrekkelijk te zijn voor werknemers, voor potentiële collega's hier in dit huis. Dus we moeten echt wel een stap voorwaarts zetten, ten opzichte ook van andere gemeenten, andere organisaties die hetzelfde doen. We kunnen gewoon niet achterover leunen. We moeten echt een stap voorwaarts zetten en daarom heeft het college voor deze investering gekozen.
-65-
De voorzitter: Mijnheer Welman, dank u wel. Mijnheer Bouma, u krijgt nog een gelegenheid om een vraag hierover te stellen. De heer Bouwman: Wij zijn van mening dat het werk hier in Oldenzaal denk ik prima geregeld is, daar ligt het op dit moment niet aan. In het ideale geval ben ik het helemaal met u eens dat we daarin moeten investeren, maar afgezet tegen de bezuinigingen die we door moeten voeren zien wij de output van deze investeringen nog niet dusdanig dat wij nu daarop in moeten zetten. Maar wellicht hangt de vlag er volgend jaar anders bij. Dus vandaar nog eventjes naar voren brengen waarom wij amenderen om deze kosten nu niet toe te kennen. De voorzitter: Oké. Dat was geen vraag. Ik geef nu het woord weer aan de heer Welman. Gaat u door De heer Welman: Het college heeft nogmaals een andere overtuiging dan net door de heer Bouwman naar voren is gebracht. Eigenlijk op basis van dezelfde informatie en wij hebben echt het gevoel als we nu niet die stap voorwaarts zetten, dan hebben we daar zo meteen echt last van als je kijkt naar de grote maatschappelijke opgaven waar we ook als gemeente Oldenzaal voor aan de lat staan. Dan kwam de Jeugdhanze nog voorbij en ik heb mij later informeren dat de kosten die in het verleden zijn gemaakt voor de Jeugdhanze gedekt zijn uit het budget voor de jeugdraad. Dat was altijd voldoende.
Als er nu een pleidooi wordt gehouden om dat anders in te richten, dan zullen we daar uiteraard naar kijken. Maar ik weet niet anders op basis van de informatie die ik vanuit financiën hebt gekregen, dat dat budget altijd voldoende was. Tenzij er natuurlijk nu aanvullende eisen of wensen zijn vanuit de jeugdraad om invulling te geven aan hun betrokkenheid bij de Jeugdhanze, maar dat weet ik niet. De voorzitter: Mijnheer Welman, ik zie een interruptie. De heer Snijders: Ik heb het niet van financiën, maar ik heb het van mevrouw Van Os. Daar heb ik het aangevraagd, dus ik kan niet in de rekening zien waar de rekeningen precies naartoe gaan. Ik heb begrepen dat normaal gesproken het bedrag ook een stuk lager is. Maar dit verstandige keuzes om te doen. Als u zegt dat het uit het budget van de Jeugdraad gedekt mag worden, dan is dat prima. Ga ik de motie intrekken. Amendement. De voorzitter: Bedankt voor uw inbreng is geen vraag. De heer Welman: En ik wil nog wel een toezegging doen richting die heer Snijders om er nog eens een keer goed naar te kijken. Ook op basis van de wensen die zowel bij de jeugdraad als in het kader van de Jeugdhanze leven. Hoe we daar ook financieel het best mee om kunnen gaan. Maar dit is wel de informatie die ik had en die ik graag met u wilde delen.
En dan tot slot voorzitter, dat betreft het systeem beantwoording vragen, waar Solidair Oldenzaal naar heeft gevraagd. Ik kan u zeggen dat systeem is er al, dat is de e-Suite. Daarin houden we precies bij wie voor welke brief of mail of anderszins die binnen is gekomen en afkomstig is van een bedrijf, een individu, een inwoner, wel of niet van Oldenzaal of een instelling voor beantwoording verantwoordelijk is. En ik ben het met u eens. Af en toe merk je wel dat het iets te lang op zich laat wachten voordat die reactie komt. Maar op zich is het systeem wel voldoende waarin je kunt zien wie voor de afhandeling verantwoordelijk is. En wij zullen ook de komende tijd continu aandacht besteden binnen de organisatie om snel die brieven of mails of signalen die binnen zijn gekomen snel af te handelen. Afhandelen is een, maar dat hebben we vanmiddag al wel eerder tegen elkaar opgemerkt, dat betekent nog niet altijd dat het antwoord wat je krijgt bevredigend is. En dat betekent wel eens dat je dan ziet dat mensen dan ook meteen aangeven dat ze geen antwoord hebben gehad. Dat loopt wel eens door elkaar heen. Maar we zullen er nogmaals aandacht aan besteden om dat continu de nodige aandacht te geven. En overigens, we -66-
meten echt wel periodiek de tevredenheid van mensen die met ons contact opnemen. Of dat nou is aan de balie of via het klantcontactcentrum of via de mail of anderszins, het kan ook nog via social media. En daar scoren we altijd goed op. De voorzitter: Mijnheer Welman, ik zie een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Dank u, voorzitter. Ik snap dat er al een zaaksysteem is. De meeste gemeenten werken met zaaksystemen. Maar zit er ook een checks and balances in, dat ergens een signaal afgaat op het moment als binnen een bepaalde periode geen beantwoording is. Daar ben ik naar op zoek met deze motie, of we dat kunnen regelen. En dan ben ik helemaal tevreden. De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Ik zit met een schuin oog naar rechts te kijken. Dat kan. Ik ga er eerlijk gezegd vanuit dat dat er ook al wel in zit. Mocht dat niet zo zijn, dan gaan we dat wel kijken of we dat kunnen implementeren. Maar ik ga er gemakshalve wel vanuit dat dat er al in zit. Zo niet, dan gaan we kijken of we dat kunnen regelen. Wat mij betreft een toezegging aan het raadslid Bouwman. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman wil u daarvoor denk ik bedanken? Daarvoor vraagt hij het woord. De heer Bouwman: Dank u, voorzitter. Dank voor de beantwoording, portefeuillehouder. En hierbij trekken we dan ook de motie in met deze toezegging.
De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van de heer Visscher. Gaat uw gang. De heer Visscher: Ik had eigenlijk voor de tweede termijn iets bedacht bij deze motie, maar als die weg is, dan kan het niet meer. Dus moet het nu doen. Wij hadden nog even een discussie in de fractie over het managen van de verwachtingen. Want we weten niet precies of dat ergens staat, maar lijkt ons handig om toch eens een keer op de website of in de socials misschien eens een A4-tje te maken met wat de inwoner nou van de gemeente kan verwachten als die een vraag stelt of een vergunning aanvraagt of een rijbewijs aanvraagt. Gewoon eens een heel beknopt, duidelijk overzicht waar precies op staat wat de gemeente aanbiedt en wat de inwoner kan verwachten qua beantwoording en termijnen en alles. Misschien een extra idee. De voorzitter: Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Daar heeft het college geen motie of amendement voor nodig. Ik vind het een interessante suggestie. Ik kan me indenken dat wij wel op onze website hebben staan hoe bepaalde procedures verlopen. Maar wellicht dat die wat meer in direct duidelijke taal kan. Daar zijn we wel volop mee bezig om dat in wat meer begrijpelijke mensentaal te doen.
Dus ik vind dit wel een mooie suggestie om te kijken… We hebben natuurlijk al wel de reizen, klantreizen, gemaakt en wellicht kunnen we dat ook op onze website nog wat explicieter maken met de voorbeelden die de heer Visscher net aanhaalde. En volgens mij past dat dan ook wel bij de opmerking die de heer Bouwman maakte. Dus wat mij betreft zeker toezegging om daar nog eens een keer naar te kijken. Of we dat vanuit dat klantreizen, wat we al eerder gedaan hebben, dat nog wat meer tot een aantal producten kunnen maken. Vind ik een goede suggestie.
-67-
De voorzitter: Is ook een mooie toezegging. Ik denk dat u aan het einde bent gekomen van uw beantwoording. Ik zie ook niemand meer aanstalten maken om nog een aanvullende vraag te stellen. Teruggefloten. De heer Winkelhuis, aan u het woord. De heer Winkelhuis: Ik denk dat we er nog eentje vergeten zijn. Die oproep tot vrede daar heb ik nog geen... Ik help jullie een beetje. De voorzitter: Dan is het woord nu weer aan de heer Welman. De heer Welman: Ja, dat klopt. Had ik bijna toch ruzie veroorzaakt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De motie waarin de oproep wordt gedaan om met de kamer en met het kabinet contact op te nemen, college is van mening dat dat geen verantwoordelijkheid of taak is van de gemeente Oldenzaal. Als de gemeenteraad van Oldenzaal daar anders over denkt, dan is het aan de raad van Oldenzaal om daar een standpunt over in te nemen. Maar het college is van mening dat dit nou echt een taak is en een rol voor het parlement en voor de regering en niet voor de gemeenteraad of het college van B&W van de gemeente Oldenzaal. De voorzitter: Mijnheer Welman, bedankt voor het antwoord. Ik zie dat de heer Bouwman daarop wil reageren. Gaat uw gang. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter.