CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raadsvergadering 8 juli 2024 vastgesteld in de vergadering van 23 september 2024

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering52.311 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Het gaat hierbij niet alleen over inwoners met een bijstandsuitkering, ook inwoners met een werkinkomen zijn aangewezen op de voedselbank. Welke maatregelen bestaan en welke plannen heeft het college om de gang naar de voedselbank overbodig te maken? In de kadernota wordt als een van de bezuinigen voorstellen voorgesteld om mensen die uit de bijstand een baan hebben gevonden, direct los te laten. Dat lijkt ons zorg een zorgelijk voorstel. Bij het aannemen van een baan vanuit de bijstand is de kans aanwezig dat bepaalde regelingen vervallen, waardoor bij de werknemer extra stress kan ontstaan. Bij het mislukken van een blijkbaar niet passende baan, moet het niet te complex zijn terug te keren en een nieuwe start te maken. Laten we het valnet niet te snel laten vallen. In de kadernota wordt voorgesteld het Vondelpark 2.0 voorlopig niet door te laten gaan. Verder worden andere bezuinigingen voorgesteld voor de plannen van het Rijk over gelden voor de gemeente niet veranderen. Het is noodzakelijk keuzen te maken. We kunnen met tegenzin leven met het uitstel van het Vondelparkplan, want bestaande sociale activiteiten willen we maar al te graag in stand houden. In de stand van de verleende lijst van voorgestelde bezuinigingen valt op dat vijftig procent van het geld betrekking heeft op uitgaven voor de kwetsbare inwoners.

Daarbij is in het forum door diverse insprekers vaak terecht aangegeven dat wanneer activiteiten geen vergoeding meer krijgen van de gemeente, deze noodzakelijkerwijs moeten stoppen en hierdoor inwoners van Oldenzaal zullen vereenzamen of zich gaan vervelen met alle ongewenste vervolg gevolgen van dien. Dit alles gaat op korte termijn geld kosten aan de gemeenschap. Laten we ervoor waken niet zuiver op de stuiver te zijn, maar door de resulterende kosten Eurodom. Kortom, voor elke bezuinigingsmaatregel moet eerst goed worden bekeken of de baat niet op hogere kosten vooruitloopt. Pas wanneer dat duidelijk is, mag wat ons betreft de maatregel worden overwogen. We zijn door de insprekers hierop terechtgewezen. Dan laat ik de sociale en ethische kant van het verhaal hierbij even rusten. De voorzitter: Dat is mooi, want volgens mij heeft de heer Visscher nog een interruptie voor u. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Het radio is een bekend rubriek die heet feit of fictie. U stelt in uw betoog dat vijftig procent van de bezuinigingen heeft betrekking op kwetsbaar inwoners. Dan zijn wij als VVD sowieso niet blij dat sommige partijen iedereen maar kwetsbaar en zielig noemen, maar is dit een feit of is het eigen feit dus fictie? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal.

-35-

De heer Van der Waal: Het is een feit op basis van eigen berekening door getallen die ik zie als sociaal gerichte uitgave bij elkaar op te tellen en als ik dan op 600.000 kom, dan is dat volgens mij de helft van 1,2 miljoen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, gaat u verder. De heer Van der Waal: In de lijst van potentiële bezuinigingen missen we de mogelijkheden om het huidige mogelijkheden binnen het huidige dan al ongebouwde stadhuis. Er is volgens de plannen voor het vernielde stadhuis heden te veel ruimte, wat betekent dat er op bezuinigd kan worden. Ook kan bespaard worden met elke halve graad lagere temperatuur in het huidige stadhuis. Het argument dat een goed werkgever dit niet kan doen, laten we voor wat het is. Want wanneer het personeel weet welke temperatuur te verwachten is, kunnen de korte mouwen lang worden en een T-shirt extra worden aangedaan, zonder het te koud te krijgen om te werken. We zien dat het college voorstelt tegen jaarlijkse kosten van 330.000 euro om drie FTE voor personeelszaken te voegen met een, naast een verhoging, van wervingsmiddelen met een factor tien. De getallen voor pensionering en baanverandering van personeel, laten in onze ogen niet een afwijking zien ten opzichte van wat normaal te verwachten zou zijn. Wel horen we te vaak inderdaad dat stukken niet op tijd af kunnen zijn vanwege het capaciteitsgebrek.

Wij stellen dan ook voor om de voorgestelde extra FTE in te zetten voor uitbreiding voor mensen aan het bureau, om zo de werkdruk voor het huidig personeel te verlichten. Tenslotte in de laatste zestien seconden hebben wij nog een vraag openstaan over de niet opgenomen kosten van wegenonderhoud die vorig jaar in de kadernota en de begroting als PM posten waren opgenomen. We hebben hier graag een antwoord op. Voorzitter, D66 streeft naar een sociaal, duurzaam en leefbaar Oldenzaal voor al haar inwoners, punt. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Ik zie de heer Visscher nog voor u klaarstaan. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Wij willen bij nader inzien toch het award terug, want de heer Van der Waal was binnen de tijd. Dat past niet bij deze award. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond of er nog anderen zijn. Niet het geval. Dank u wel, de heer Van der Waal. Dan ga ik met gezwinde spoed door na het CDA, ik denk dat ik dan bij de heer Maartens uitkom. Volgens mij is mijn constatering juist, want hij maakt aanstalten. Mijnheer Van der Waal, Maartens. De heer Van der Waal, die vertrekt naar zijn eigen plek. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Het CDA,-Hart voor Oldenzaal, is heel tevreden over de manier waarop deze kadernota tot stand gekomen is.

Het inzicht dat het project Ambities en Middelen in balans geeft, maakt het voor ons mogelijk beter kaders te stellen. En wat ons betreft is het dieptriest dat gemeenten mogelijk door het Rijk gedwongen zullen worden om hun voorzieningen te snijden. Daarom is het goed om de consequenties daarvan zichtbaar te maken in de kadernota en de begroting 2025. Gelukkig geeft de meicirculaire enige extra ruimte. En we zijn blij met de inspanningen van de VNG om het Rijk te bewegen tot verdere compensatie. Het sociaal domein, het is nog steeds onze grootste kostenpost in de begroting en vraagt alleen daarom al aandacht. Het wordt tijd dat we echt werk gaan maken van het Masterplan Sociaal Domein en geïndiceerde zorg zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Dat betekent dat het de hoogste tijd wordt om de centrale toegang eindelijk een keer goed en adequaat te regelen. Wat ons betreft is daar een sterke sociale basis infrastructuur voor nodig, waarin het uitgangspunt één plan, één regisseur eindelijk gerealiseerd wordt. Om dat te bereiken, moeten wat ons betreft toewerken naar één organisatie voor sociaal werk, verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het totale preventietraject in de Oldenzaalse situatie. Om overlappingen te voorkomen pleiten we dus voor een fusie tussen Impuls en Wijkracht om een -36-

slagvaardige en met allerlei partijen samenwerkende sociaal werkorganisatie te krijgen met een duidelijk profiel voor de inwoners van Oldenzaal die hulp of ondersteuning nodig hebben. De voorzitter: Momentje. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U stelt een fusie voor. Heeft u dit ook getoetst bij de welzijnsorganisaties, hoe zij ertegenaan kijken? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Nee. De voorzitter: Ik zag eerst de heer Kramer. De heer Kramer en dan kom ik bij de heer Van der Waal. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De heer Maartens stelt in het dictum ook van het voorstel dat hij zo dadelijk in gaat dienen, dat met één sociaal werkorganisatie een bijdrage geleverd wordt aan een sterke sociale basis. Mijn vraag is, waar heeft de heer Maartens dit vermeende causaal verband gevonden? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: De ervaring is, als ik daar nou kijk dat een aantal overlappingen zijn tussen beide organisaties, dat er met enige regelmaat discussies zijn over wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe je dat dan oplost en ik denk dat je dat kunt oplossen, wij denken dat je dat kunt oplossen door naar één sociaal werk in organisatie te gaan. De voorzitter: U mag nog een keertje, mijnheer Kramer.

De heer Kramer: Ik denk overigens dat dat weinig kans van slagen heeft, de toekomst zit dan volgens mij in de taakgerichte bekostiging, maar los daarvan, is de heer Maartens zich bewust van de mogelijke gevolgen van die eenzijdige aanpak om het college op te dragen om een sociaal werkorganisatie te realiseren, is de heer Maartens zich bewust van de gevolgen voor het draagvlak, bijvoorbeeld onder andere sociale partners, die overigens ook doelgroepen bedienen? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ik ben mij daarvan bewust. Sterker nog, ik heb vanmorgen de mail gezien van de portefeuillehouder waarin zij aangeeft dat zij op dit punt gesprekken voert met beide organisaties, om juist dit te bewerkstelligen. De voorzitter: Nog één keertje en dan ga ik naar de heer Van der Waal. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Daar zit volgens mij ook de crux gesprekken voert om in gezamenlijkheid te komen tot en volgens mij wordt in het voorstel dat u zo dadelijk indient nadrukkelijk gezegd dat bij opdragen om te komen tot één sociaal werkorganisatie. Heel eenzijdig, terwijl er heel veel andere partners in het Oldenzaalse veld zijn die ongetwijfeld hun bijdrage leveren aan de taak waar we als collectief samenleving verstaan. Dus buitengewoon merkwaardig. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. -37-

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vind de discussie tussen de PvdA en CDA heel goed, omdat bij eerste lezing ik de beide moties hetzelfde vond, lijken wat anders te zijn. Kan de heer Maartens mij duidelijk maken waarom zijn plan anders is en beter? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dat vind ik lastig. Ik kan moeilijk uitleggen waarom mijn plan anders is dan dat van de Partij van de Arbeid, lijkt mij. Lijkt niet mijn rol en taak niet. Ik kan wel uitleggen waarom ik dit een goed plan vind. Dat heb ik net gedaan en ik denk dat elke organisatie die nu samenwerkt met Impuls en of Wijkracht, dat ook zeker kan met die ene sociaal werk organisatie die ik hiermee bedoel. De voorzitter: Goed, dan ga ik nu naar de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik vind dit onderwerp, dat kun je best een en ander van vinden, ik snap de goede bedoeling ook, maar ik vind hem niet passen bij voor een motie. Heeft u er ook over nagedacht om het verder en dieper uit te werken voor een initiatiefvoorstel bijvoorbeeld, want dan kunt u ook de partners erbij betrekken, dan kunt u alle gevolgen in kaart brengen en kunnen we een andere afweging maken? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Nee, ik heb dit niet uitgewerkt tot initiatiefvoorstel, omdat ik denk dat het een taak is voor het college om te kijken hoe we dat de beste uiteindelijk kunnen realiseren.

De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Ik zal toch nog even het dictum voorlezen, zo spoedig mogelijk één sociaal werk organisatie onder één leiding te realiseren om daarmee de sociale basisinfrastructuur in Oldenzaal sterker te maken. De keuze om het Sociaal Plein, de centrale toegang, en misschien moeten we toch eens een keer nadenken over alle andere naam dan Sociaal Plein, in de Ganzenmarkt 11 te huisvesten is wat ons betreft prima. Sluit aan bij wat bewoners en organisaties willen en juichen wij van harte toe. Het stadhuis of huis van de stad zal altijd een hogere drempel houden voor inwoners die hulp en ondersteuning nodig hebben. Het vertrouwen in alles wat overheid is en dat geldt ook voor de gemeente, is immers helaas zeer laag. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Visscher. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Voorzitter, het CDA houdt ons in deze discussie altijd de laatste zin voor, het vertrouwen in de overheid is erg laag. Ik vraag mij als partij af, is het nou wel verstandig om dat steeds maar te blijven herhalen? Moeten we daar niet eens gewoon mee ophouden om dit te zeggen en gewoon geen woorden maar daar daden? De voorzitter: Mijnheer Maartens.

De heer Maartens: Ik hoef alleen maar te kijken naar het debat vorige week in de Tweede Kamer en ik durf de stelling aan dat het vertrouwen in overheid absoluut niet vergroot heeft. De voorzitter: Mijnheer Visscher.

-38-

De heer Visscher: Maar dat bedoel ik niet, want daar ben ik met de heer Maartens eens, dat was natuurlijk een vrij dramatisch tafereel, maar ik heb het over, wij zijn de gemeente Oldenzaal, wij zijn het dichtst op de mensen en wij zijn volgens mij ook heel goed in de mensen. Er is geen reden om in Oldenzaal geen vertrouwen te hebben in de gemeente. Die is er gewoon simpelweg niet. Daar vind ik het eigenlijk wel vervelend worden dat elke keer dit herhaald wordt dat er zo weinig vertrouwen is. Ben daar gewoon niet mee eens. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Daar kunt u het niet mee eens zijn, dat snap ik ook wel en ik denk dat de gemeente Oldenzaal een heleboel dingen goed doet, maar de gemeente Oldenzaal heeft ook te maken met een, ik noem het dan maar landelijke tendens, waarin overheden nou niet bepaald als de meest betrouwbare organisaties gezien worden. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Dan gaan we naar keuzes en kaders Spoor 2. De financieel technische maatregelen staat wat ons betreft niet ter discussie en mag wat ons betreft jaarlijkse plek krijgen in de kadernota. Spoor 2 tarieven en belastingen, een vraag over toeristenbelasting voor recreatie en toerisme werken we samen in NOT-verband en onze vraag is, is het verhogen en de mate van verhoging van toeristenbelasting afgestemd met de andere NOT-gemeenten.

De verhoging van OZB met tien procent voor zowel eigenaren als bedrijven, roept bij ons de nodige vragen op. We vinden het erg hoog en eigenlijk te hoog. Het argument dat het Rijk de heffing mogelijk eventueel wil beperken, is voor ons een oneigenlijk argument. Het argument dat een extra dekking oplevert, begrijpen we natuurlijk wel. We vragen ons ook echt af of tien procent dan echt nodig is. Vooral inwoners met lagere inkomens die in het verleden met moeite voor een lage prijzen woning hebben gekocht en inwoners met middeninkomens zullen hiervan de gevolgen ondervinden, terwijl hun bestaanszekerheid de afgelopen jaren zeker niet is toegenomen. Wij zullen nu geen amendement indienen, roepen het college wel op om deze verhoging bij de begroting 2025 zoveel mogelijk te beperken en beoordelen dan nodig is, alsnog te amenderen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de heer Visscher, want die wil een interruptie plaatsen. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Ik wil even de geschiedenis in met de heer Maartens, met zijn goedvinden. 7 november 2022 behandelen wij hier de begroting voor het jaar 2023, hebben wij een motie ingediend om de inflatiecorrectie op de OZB niet toe te passen. Tijdens die vergadering staakten de stemmen, maar de vergadering daarna werd door een beslissende stem van het CDA, haalde onze motie het niet.

Zou u mij kunnen uitleggen waarom CDA nu met dit verhaal komt en dat ze toen het niet met ons eens waren? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Ik kan u wel vertellen waarom wij nu met dit verhaal komen. We hebben namelijk jaarlijks als onderwerp over die OZB heb gehad, net zoals uw eigen partij trouwens en waarom wij de motie niet gesteund hebben is, nee, mag het zo niet zeggen, omdat wij binnen onze fractie de vrijheid hebben om, dat iemand anders mag denken over datgene wat hier gebracht wordt. We hebben kennelijk geen ijzeren fractiediscipline.

-39-

De voorzitter: Gaat u verder. Nog één interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: In het kort, mocht het Rijk over de brug komen, dan gaat de OZB verhoging sowieso al omlaag, omdat dat fifty-fifty is. Als u de OZB omlaag wil halen, wat een voorstel kan zijn, welke bezuinigingen gaat u dan verder invoeren aan de andere kant? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dat is zojuist waar ik op dit moment helemaal niets over ga zeggen. Niet over die bezuinigingen omdat er nog zoveel te gebeuren staat, het komend half jaar tot die begroting, dat wij daarover pas bij de begroting wat ons betreft definitieve uitspraken over gaan doen. Daarom zeg ik hier ook, ik dien nu geen amendement in en wacht de begrotingsdiscussie af waar dat mogelijk wel gebeurt. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: We gaan naar de voorgenomen keuzen indien het Rijk tekortschiet. Dat is natuurlijk het meest ingrijpende deel, omdat het de meeste maatschappelijke consequenties heeft. Hopelijk hoeven we bij de begroting de keuzes niet werkelijk allemaal te maken. Daarmee wordt dan voorkomen dat elke Oldenzaler de gevolgen hiervan zal ondervinden.

Wij willen nu al laten weten dat het bij de Oldenzaalse Turkse Democratische Arbeiders Vereniging en de Suryoye Aramese Vereniging Oldenzaal, die ook nog zorgt voor ondersteuning van de Eritrese gemeenschap in Oldenzaal, gaat om zeer specifieke bevolkingsgroepen met een andere culturele achtergrond. Ze hebben een niet te onderschatten waarde voor de eigen bevolkingsgroep en de samenleving in het algemeen. Wij willen deze verenigingen blijven ondersteunen, omdat we daarmee kunnen voorkomen dat er onnodige beroep wordt gedaan op geïndiceerde zorg. We doen een beroep op het college de dialoog met hen aan te gaan en vragen het college van daaruit de maatschappelijke meerwaarde duidelijk in kaart te brengen om in de toekomst eventueel de subsidie daarop te kunnen aanpassen. Ook hier zullen wij nu geen motie of amendement indienen en beoordelen bij de begroting of wij dat alsnog nodig vinden. Er zijn in dit verband overigens meer keuzes waar wij vraagtekens bij hebben. Wij hopen toch dat het Rijk ons nog verder tegemoet komt zodat het maken van deze keuzes eenvoudiger wordt. Daar komen we in november op terug bij de behandeling van de begroting.

Ook willen we ervoor pleiten de volledige lijst van subsidies, we hebben daar een aantal keren in de actie over gesproken, die bij ons best een aantal vragen oproept, dan heb je met name over de hoogte van subsidies voor vergelijkbare doelgroepen, om vlak de zomervakantie een politiek forum of een politieke avond met elkaar door te nemen en te bespreken. De taakstelling op de organisatie roept bij ons de vraag op in hoeverre dit op gespannen voet staat met goed werkgeverschap waarvoor gepleit wordt. Goed werkgeverschap is namelijk een van de redenen om te investeren in het stadhuis. Graag een reactie daarop. Nieuw beleid, het is goed te blijven investeren in de stad. We hebben ten aanzien van nieuw beleid de volgende opmerkingen. Ons stadhuis is echt toe aan een forse ingreep. In het huidige stadhuis kunnen we onze medewerkers niet lang meer laten werken. Vooralsnog een bedrag opnemen in de begroting is wat ons betreft prima. Het is overigens geen vrijbrief om dat bedrag ook daadwerkelijk uit te geven. Nadere keuzes en plannen zullen conform toezeggen van de portefeuillehouders uiteraard nog aan de raad moeten worden voorgelegd, inclusief een bijbehorende kredietaanvraag. De keuze om het Vondelpark 2.0 niet nu niet te honoreren, zijn we niet blij mee, maar kunnen we wel begrijpen.

Het is een mooi initiatief, maar in tijden van financiële krapte is voor ons toch onverantwoord om daar structurele verplichtingen voor aan te gaan. Verkeer en Verkeersveiligheid, in de begroting 2024 hebben wij zes ton extra vrijgemaakt voor om meer verkeersknelpunten op te lossen. Ik heb nog gevraagd om informatie op welke verkeerspunten -40-

hebben we daarmee kunnen oplossen. Daar heb ik helaas nog geen antwoord, ga er vanuit dat het antwoord binnenkort komt. We hebben toen ook aangekondigd dat wij voor dit jaar mogelijk ook zouden willen doen, gelet op de onzekerheid bij betrekking tot de financiële situatie, zullen we dat nu niet doen. Als afronding, spreek ik de hoop uit dat we bij de behandeling van de begroting 2025 kunnen voorkomen dat lasten voor onze inwoners fors toenemen. Dat geldt natuurlijk voor de OZB, maar ook voor de keuzes als het Rijk tekort schiet. Ze komen uiteindelijk allemaal voor rekening van onze inwoners en betekenen een lastenverzwaring, bijvoorbeeld in de vorm van hogere contributies. En tot slot heb ik nog één vraag, het is inmiddels ijzingwekkend stil rond de discussie over de aandelen van Twence. Wanneer kunnen we daar meer duidelijkheid over verwachten? Hoe lang moeten we nog wachten op een resultaat? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen reacties, dus we gaan door naar de laatste bijdrage van de eerste termijn vanuit de raad bij het onderwerp kadernota maar ook het voorstel rondom ambities en dat is de heer Snijders die daarvoor mag zorgen namens zijn partij fractie GroenLinks. Mijnheer Snijders, gaat uw gang. De heer Snijders: Dank u, voorzitter. Komt er in één keer iets op wat ik eigenlijk niet wil, maar goed.

Voorgaande twee jaren was ik met die fiets ervandoor en dat uw ‘...’ heeft mij gezegd dat ik dat niet meer moest doen. Dus, hier ben ik dan. Ik loop nou ongeveer zes jaar mee in de raad, ook een beetje parallel met onze burgemeester en ik herinner me dat er eerder tekorten waren, veroorzaakt door het Rijk, net als nu. Ik kan met de opmerking de grootste crisis ooit herinneren en ook dat we moesten bezuinigen zonder heilige huisjes. Die huisjes bleven destijds volgens GroenLinks de vorige keer wel staan, maar het gaat nu met ambities en middelen in balans een stuk beter, al is die informatie beknopt en soms onvolledig. In 2026 gaan we mogelijk te maken krijgen met een ravijnjaar. Wederom veroorzaakt door het Rijk. We vragen ons dan af, hebben deze tekorten misschien een cyclisch karakter en zo ja, weet iemand wat de cyclustijd is? Krijgen we elke vier jaar bezuinigingsronden, veroorzaakt door het Rijk of zijn de woorden als crisis en ravijn nodig om bezuinigingen te kunnen verantwoorden? Of het nou de crisis is of niet, het is altijd verstandig om af en toe de stofkam door organisatie te halen. Maar hoe maak je dan keuzes? Tijdens de masterclass sociaal domein enkele jaren geleden kwam ik in de pauze in gesprek met een docent, die vertelde dat als je keuze wilt maken, moet je weten wat voor stad je wilde zijn.

Toen nog dacht ik dat we geen stadsvisie hadden, ik kende de oude stadsvisie niet en deze werd ook niet aangehaald in fora of in de gemeenteraad. Heel komisch. In een uitleg vond ik in dit verband een vraag van een oudgediende uit de raad in een forum over Oldenzaal 2040, die zei of de projectleider wist wat er van de oude stadsvisie terecht was gekomen. In de kadernota zegt het college hoe keuzes worden getoetst, maar vergeet daarbij Oldenzaal 2040, althans ik heb het niet gezien, expliciet te vermelden. Gelukkig heeft de raad Oldenzaal 2040 aangenomen als basis voor denken over onze stad. Dus gaan we keuzes aan deze visie toetsen. En daar zijn wij als GroenLinks erg blij mee, want met een paar kleine aanpassingen is het zomaar de verkiezingsfolder van GroenLinks. Het college heeft voor de Kadernota 2026, het ravijnjaar, alvast voorstel gedaan. Er ligt een lijst met besparingen, maar dat valt nog wel wat op aan te merken. Over de inhoud, maar ook over de wijze waarop deze tot stand is gekomen, hebben we het net al over gehad en zo ook over de communicatie met betrokkenen. Het is weliswaar een voorschot op mogelijke tekorten, dus nog niet zeker, en de lijst is voor de Kadernota 2026, maar toch, je hebt deze wat stof doen opwaaien en dat is niet gek als je ermee wordt overvallen. Ook als je hoort dat het effect pas over anderhalf jaar is, heeft dat nu effect.

De communicatie naar de betrokken, blijkt uit het politiek forum maar ook uit bijvoorbeeld een gesprek met Impuls, gebrekkig. Zeker waar het structurele subsidies betreft waar toezeggingen zijn gedaan, mag je iets meer verwachten dan een brief of een email. En om de besparingen te kunnen incasseren, moet je ook weten dat de gevolgen van het schrappen van een activiteit in de toekomst -41-

is. De besparing moet er niet op termijn omslaan in kosten die die besparingen overtreffen, daar heeft D66 iets voor ingediend. Opnieuw weer leidt communicatie tot ophef. In politiek forum is opgeroepen om een bakje bij de partijen te doen, misschien motiveert het de wethouder als er een gebakje bij zit? In het Masterplan Sociaal Domein wordt vooral ingezet op preventie. Nu investeren om in de toekomst goedkoper uit te zijn. Dat bespaart niet alleen hoge kosten uit, het voorkomt ook onnodig leed en draagt bij aan een gezond en gelukkig leven uit Oldenzaal 2040. De nummers 25 en 28, dat gaat over de Turkse verenigingen en over Twents Zilver, zien wij, maar dat heeft de wethouder ook bevestigd, als inzetten op preventie en willen we daarom van de lijst gehaald zien. In Oldenzaal 2040 staat meer op de elektrische fiets, prima idee, maar dan wil je die wel veilig stallen, anders kun je niet terug op de elektrische fiets. Een menselijk bewaakte fietsenstalling straalt anders uit dan een stalling met alleen maar camera's. Voor een fietsvriendelijke stad en omdat de werkwijzen aangeeft dat besparingen mogen resulteren in ontslag van medewerkers, waardoor de besparing niet gehaald wordt maar elders een kostenpost terugkomt, wil GroenLinks graag nummer 16 van de lijst. Volgens de visie Oldenzaal 2040, moet er ook meer groen in de stad komen.

De geplande vergroening van Glinde Hooiland is een mooie stap in de groene richting. Maar er ligt ook een plan Vondelpark 2.0 wat niet gehonoreerd gaat worden. Dit wordt genoemd als nieuw beleid, maar dit van oorsprong stadsidee is al een aantal jaren op papier in ontwikkeling. Er is veel tijd en moeite ingestoken door initiatiefnemers uit de maatschappij. En we vinden dat we dat niet moeten frustreren door niets met het park te doen. We willen dan ook het college, initiatiefnemers, maar ook raadsleden graag oproepen om vooral in gesprek te blijven. Misschien is er een oplossing te vinden die financieel wel haalbaar is. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Inderdaad. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Toch even benieuwd, het is een stadsidee. Het is een stadsidee wij heel veel tijd en moeite gestopt door initiatiefnemers, is dat dan het criterium waarop we alles moeten honoreren omdat er tijd en moeite ingestopt is? Ik denk dat er heel veel dingen geweest zijn waar tijd en moeite gestopt is, die het ook niet gehaald hebben. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dat is een hele goede vraag. Nee, dat is niet het hoofdcriterium. Als je maar ergens moeite instopt, moet je niet het automatisch nemen, maar dat plan slaat wel aan bij wat in de stadsvisie staat, namelijk een groenere stad.

En dat is ook het deel wat wij het meest, heb ik in detail hier allemaal niet staan, maar het is wel een deel wat wij het belangrijkste vinden. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Is misschien flauw wat ik zeg, maar we kunnen allemaal iets vinden over de staat van het groen daar, maar het is er best groen al. Is volgens mij ... En groener wordt het niet. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dat is een perfecte opmerking, want ik zeg ook altijd tegen mensen, als je je tuin gewoon wilt vergroenen, dan haal je de steen eruit, je spit het wel of niet om, tegenwoordig moet je eigenlijk niet meer omspitten, maak je de bollen kapot en dan kijk je wat er gaat gebeuren. En dat groen wat daar komt, dat groeit daar, het beste. Hoef je niks meer aan te doen. Ik vind dat fantastisch, maar ik denk dat heel veel mensen in de stad dat niet zo leuk vindt. Dus je moet het toch wel ietsjes meer richting aangeven, zeg maar kaders stellen.

-42-

De voorzitter: Volgens mij een goed antwoord. Ik zie verder geen interrupties meer, dus gaat u verder met uw betoog. De heer Snijders: Ik hoop dat ik daarmee mensen op ideeën heb gebracht om iets met de tuin te gaan doen. Als je als overheid moet bezuinigen, dan kan je er niet omheen ook zelf een steentje bij te dragen. Op de lijst staan er wel maatregel, maar de investering in stadhuis en Sociaal Plein van circa twintig miljoen samen, vergt nogal wat uitleg. Links wordt er in ieder geval steeds op aangesproken. Kan het echt niet minder of is het zo uit te leggen dat ook bewoners begrijpen dat het bedrag gerechtvaardigd is? Omdat we nog geen keuze willen maken en ook niet wat betreft de locatie van Sociaal Plein, maar wel vast financiën willen reserveren, stellen we de volgende wijziging op het stadhuis raadsbesluit voor ... Moet ik het voorlezen eigenlijk? Gaat van mijn tijd af. De voorzitter: Inderdaad, hoeft niet. Volgens mij heeft iedereen in zijn bezit. De heer Snijders: Mooi. Tenslotte, de jeugd heeft de toekomst. We hebben sinds 2017 een Jeugdraad in Oldenzaal. Kom een keer kijken. Een onderdeel van de activiteiten is deelname aan de Jeugdhanze. Hierin treffen jongeren vanuit verschillende Hanzesteden in Europa elkaar. In Nederland is zelfs recent een vereniging de Nederlandse Jeugdhanze opgericht, met als voorzitter een voormalig lid van onze Jeugdraad.

Oldenzaal heeft aan die oprichting ook bijgedragen. Nummer 26 op de lijst gaat over het stoppen met jumelage en daar valt de deelname aan de Jeugdhanze helaas ook onder. Graag willen wij een budget van 2.500 euro van de besparing af halen, om in ieder geval de Jeugdhanze door te kunnen laten gaan. Geen opmerking? Dat is mooi. Tot slot voorzitter, het opstellen van de kadernota is een jaarlijks terugkeerde activiteit. Ik hoop dat we niet nalaten om ook in de toekomst telkens de gevolgen voor de kadernota te toetsen aan de toekomstvisie Oldenzaal 2040. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie in ieder geval de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. U hebt het over de Jeugdraad en dat ze geld nodig hebben voor de Jeugdhanze, is heel erg mooi. Heeft de Jeugdraad misschien nog behoefte aan meer geld om nog actiever te zijn en informatie aan deze raad te geven? Want ik mis dat eigenlijk nog steeds. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Meer geld om meer informatie te verstrekken. Nee, ik denk niet dat de Jeugdraad, volgens mij hebben zij uit mij hoofd budget van 15.000 euro per jaar, dat maken ze niet op. Ik denk niet dat ze meer geld nodig hebben om informatie te verstrekken. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Niet? Dan dank ik de heer Snijders.

En ja, beste leden, daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van u. Ik wil het volgende voorstellen om kort een pauze in te lassen, want uw voorzitter mocht aanwezig zijn bij het VNG congres en daar was ook de neuropsycholoog Erik Scherder aanwezig en die heeft ons duidelijk te verstaan gegeven niet alleen voor jongeren inderdaad, maar ook voor ouderen om af en toe een pauze in te lassen om even voor jezelf een activiteit in te bouwen, niet zijnde zitten of praten, maar wat anders, om weer wat energie op te laden, dus dat wil ik nu bij deze gaan invoeren. Wij gaan een pauze inlassen van tien minuten en daarna is het college aan zet. Ik schors de vergadering voor tien minuten. Goed, ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan het college en allereerst wethouder Zinkweg.

-43-

Mevrouw Zinkweg-Ankone: Voorzitter, dank u wel. We hebben hier twee stukken te behandelen vandaag en vorige week tijdens politiek forum heb ik daar namens het college een presentatie over gegeven hoe we nou zijn gekomen en hoe we dit proces hebben doorgemaakt. Want we hebben een opgave met elkaar en die zagen we al een tijdje aankomen. 2026, rode cijfers, eigenlijk algemeen in Nederland, dus daar hoeft het volgens mij verder niet meer over te hebben. GroenLinks gaf al aan, is er nou sprake van een cyclisch karakter, want we hebben dit al wel vaker gehoord. Ja, helaas hebben we vaker te maken met een Rijk die toch wel ons wat tekort doet, vinden de gemeenten. En dat heeft ook te maken met een systematiek die er eerst in staat. Eerst een trap op, trap af systematiek, daar gaan ze nu vanaf en nu krijgen we dan een systematiek die is gebaseerd op de BBP. Wellicht gaat dat wat meer rust geven, maar blijft nog steeds dat het Rijk ons 2,3 miljard tekort doet in 2026 en dat betekent voor Oldenzaal zo'n vier miljoen. En willen we dan die stad blijven die we willen zijn, dan moeten we, en het Rijk dus niet over de brug komt, dan moeten we ook daarvoor keuzes gaan maken, keuzes om dingen anders te doen, keuzes bewust om misschien wel te investeren, maar ook aan de andere kant dus te bezuinigen. En dat doet ook pijn.

Dat gaat niet voor niks en dat is ook waar we wel bij de verschillende bijdragen de geluiden van horen. Het is moeilijk om tegen een partij te zeggen die al jaren goed werk verricht, we gaan iets minder doen of we gaan iets anders doen. Maar dat is wel waar wij voor staan met elkaar, want we hebben wel een portemonnee die leger raakt en we moeten ook naar volgende colleges en naar onze samenleving het zo doen dat ook in de toekomst Oldenzaal nog steeds zo kan zijn zoals we willen dat die kan zijn. Als college hebben wij een drietal speerpunten bepaald waaraan we de investeringen, maar ook die bezuinigingen langs gaan leggen. Dat is allereerst een toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling, het vergroenen van de stad en ook de integrale aanpak en toegang van het sociaal domein. Dat zijn de drie zaken waarbij wij zeggen, die moeten we echt overeind houden de komende jaren, dat is belangrijk om de stad te kunnen zijn die we willen zijn. Ik ga even kijken, want ik heb van alles opgeschreven, wat we nu hebben gedaan is in ieder geval een voorstel neerleggen waarin we al wel hebben gekozen om de technische aanpassingen door te voeren, dus de financieel technische aanpassingen waarvan we ook hebben aangeven, die worden niet zozeer gevoeld in de samenleving. Wij merken al wel dat dat gewoon intern, dat je merkt, het vet is dan wel ...

We zijn wel het heel veel lucht uit de begroting aan het halen. En soms is daar ook wel eens de angst en de risico's, die hebben we ook opgeschreven, dat er misschien wel te veel lucht is. Dus die winstwaarschuwing wil ik zeker meegeven en dat betekent ook wat voor de keuzes die we moeten maken. Want ik hoor al regelmatig roepen, misschien kunnen we het toch bepaalde bezuinigingen nu niet doorvoeren. Het is heel bewust dat het college met het voorstel is gekomen om nu te bepalen wat de mogelijke bezuinigingen zijn als het Rijk niet over de brug komt. Wat aan die volgorde is zoals het college denkt dat dat het beste is voor Oldenzaal, met pijn in het hart soms echt wel. En wij denken ook dat ook in het najaar, dat is dan ook maar even een winstwaarschuwing, dat het kabinet nog niet die duidelijkheid heeft gegeven waar u naar op zoek bent. Dus om te zeggen bij de programmabegroting kunnen we andere keuzes maken en kunnen we misschien bepaalde dingen terugdraaien, ik hoop dat het kan, maar ik zou echt zeggen, wacht daar echt even mee want we hebben die duidelijkheid nog niet. Het rijk stelt ook voor bijvoorbeeld de specifieke uitkeringen stop te zetten, over te hevelen naar het gemeentefonds, maar daar werd een korting op te boeken.

Dus het blijft zo nog een paar keer doorgaan en voordat wij echt weten wat wordt nu het financieel perspectief voor gemeenten, verwachten wij dat we dat, nou dat hopen we, dat we dat volgend jaar bij de kadernota hebben. Dat is ook de reden waarom dit college heeft gezegd, dit zijn voorgestelde bezuinigingsmaatregelen en als er niks gebeurt, dan zullen die ook volgend jaar worden verwerkt in de kadernota voor 2026. Dus dit geef ik u mee, het is uiteraard aan u om op een gegeven moment ook andere keuzes te maken, maar ik zou wel die voorzichtigheid daarbij mee willen nemen. Ook wat ik zeg met de mogelijke negatieve ontwikkelingen die daar nog mee gepaard gaan.

-44-

De voorzitter: Wethouder, momentje. Ik zie een interruptie van mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag over wat u net aangaf dat de mogelijk financiële doorrekenen van het hoofdlijnenakkoord pas volgend jaar bij de kadernota mogelijk duidelijk is, welke stappen worden er in de tussentijd aangezet om wel die duidelijkheid te krijgen door de VNG, door de gemeente en eventueel andere belangenbehartigers bewindslieden om die zekerheid wel te krijgen? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Door de voorzitter van de VNG is ook aangegeven dat ze enorm de komende maanden haar best gaat doen om tussen de orde krijgen dat er meer geld naar de gemeente moet en de hoop is er ook dat dat bij de Miljoenennota wordt gepresenteerd. Maar volgens mij hebben we ook allemaal kunnen horen dat de minister van Financiën heeft aangegeven dat het met minder geld moet. En dan is de vraag en hoe ver is het dan nog reëel om te denken dat de gemeente de, eigenlijk de korting die er al opstaat, dat het weer terug wordt gedraaid. Dus ik vind echt dat het belangrijk is dat ik dat u maar meegeeft en niet dat u al misschien wel valse verwachtingen richting die partners gaat delen. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Nog een aanvullende vraag op, dank u wel, voorzitter.

Wij hebben eerder bericht gekregen van de meicirculaire, die zit wel verwerkt in het programmabegroting. Klopt dat wat ik nu zeg? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, wij zullen net zoals gewoonlijk de meicirculaire als basis laten dienen voor de programmabegroting. Wij hopen ook dat wij vlak voor het vaststellen van die programmabegroting ook al een doorrekening kunnen maken wat de septembercirculaire dan doet met onze begroting. Maar zoals ik al aangaf, er zit wellicht ook nog wat andere onzekerheden in en dan heb ik het ook over bijvoorbeeld het onderzoek dat we zelf moeten doen over doorvoeren van kostendekkend maken van leges, voor nu hebben we gezegd dat naar honderd procent moet. Daar zitten wel risico's in. We weten ook wat er de afgelopen jaren is gebeurd met kosten op bijvoorbeeld jeugd, die stijgen ook. Dus hoe reëel is het dat dat nu in één keer gelijk blijft? Ik hoop het, maar met de onzekerheden die er zijn, zou ik zeggen, wacht ook nog even met echt heel stellig zeggen dat bepaalde bezuinigingen niet nodig zijn. We hebben dus die financieel technische aanpassingen doorgevoerd, die ziet u ook terug. Daarnaast heeft dit college ook voorgesteld om alvast een OZB verhoging door te voeren per volgend jaar.

Als we kijken naar wat de oproep is geweest van de VNG, dan is het vooral, laat ook de tekorten zien en probeer ook aan te geven wat er nodig is om daar wel toe te komen maar laat vooral die tekorten nog zien, omdat in het hoofdlijnenakkoord was aangegeven door het nieuwe kabinet dat er mogelijk ook beperking worden opgelegd in het doorvoeren van belastingverhogingen bij gemeenten en wij als college gemeente dat toch verstandig is om nu wel die tien procent extra door te voeren en dat is ook niet iets wat we graag willen, maar als we kijken naar om uiteindelijk de voorzieningen in stand te houden, is dat wel iets waarvan wij zeggen, daar moeten we dat doen, naast de bezuinigingsvoorstellen die voorliggen. En als het toch geld van Den Haag komt, dan kunt u zoals te lezen, willen we voorstellen omdat ook weer gedeeltelijk of helemaal terug te draaien. Dus dat even over wat we tot nu toe hier hebben liggen. En dan nog steeds is er een tekort in 2028 zoals u ziet van 1,3 miljoen, als we dan die meicirculaire erbij pakken dan wordt hij minder, maar er zit nog steeds een fors tekort in 2028. Dan ga ik even in op de vragen die zijn gesteld en ook een reactie geven op de moties en amendementen en dan ook even -45-

het algemeen over de moties en amendementen, want wij hebben nu die lijst klaarliggen met al die voorgestelde bezuinigingen, dat zien we zeg maar als een soort noodscenario en ik heb net al aangegeven, dat zit best nog wel wat risico's in en u heeft nu ook een aantal voorstellen neergelegd, een aantal moties, een aantal amendementen waarbij eigenlijk geen dekking wordt voorgesteld. Er wordt gezegd, schrapt dat maar, doet dat toch maar weer niet. Het is wel als er vanuit u geen dekkingsvoorstel wordt aangeleverd, dan kunt u verwachten dat u dan geen positief advies krijgt om die motie of dat amendement in te dienen. Dus ik ga, ik denk dat ze allemaal stuk voor stuk nog even doorgelopen worden door mij en mijn collega's, maar dat is wel iets. Kijk als ze als dat budgetbezwaringen zullen zijn, dan kunnen we dat niet goedkeuren en dan zullen we u niet positief adviseren. De voorzitter: Moment, wethouder. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik begrijp dat als u de amendementen afzonderlijk gaat beoordelen, maar wij hebben bewust gekozen voor een geheel pakket aan zeven amendementen, die hebben ook direct doorgerekend en dus die dekking vindt u van ons in de voorstellen die aan de andere zijde bezuiniging opleveren.

Zo moet hem lezen, als u wellicht voor de volgende keer wil dat we dat expliciet per amendement aangeven, dan doen we dat, maar zo hebben wij het gedaan. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dat kan ik me voorstellen dat dat inderdaad zo neerlegt. Dat is wel iets u zegt, dat hebben we doorgerekend. Ik weet niet of u daarbij ook nog wat ondersteuning heeft gehad van de ambtenaren, maar het is soms wel zo en dat zie ik ook wat terug en daar wordt daar heel snel van uitgegaan dat bepaalde bezuinigingen, ook bepaalde kosten dan weer met zich meebrengen en als we dat terugdraaien dat het dan weer opbrengsten met zich meebrengt. Maar dat is natuurlijk wel soms ook gewoon een inschatting en dat is niet zozeer een feit, dus vandaar dat wij nu zeggen, als daar geen directe dekking tegenover staat, dan zult u nu van ons een ontrading krijgen en dan is het uiteindelijk natuurlijk aan u als raad om te kiezen wat ermee te doen. Dan ga ik naar de vragen. Een aantal vragen voor mijn portefeuille. Speeltuinen in de binnenstad. Er werd naar gevraagd en we zien toch wel dat, er wonen wat meer mensen inmiddels en het aantal speeltuinen zijn beperkt. Als college houden we het speeltuinenbeleid aan, dus als we zien dat de ontwikkelingen zijn, dan wordt dat meegenomen.

Op dit moment zijn er in het Singelpark sowieso een tweetal speeltuintjes en ook bij de toekomstige ontwikkelingen bij het Singelpark vinden we belangrijk dat daar echt meer ruimte is voor ontmoeten en bewegen, dus ook voor kinderen maar ook voor misschien wat oudere mensen of voor de sportende mens. Dus dat is eigenlijk een plek die wij zien als plek waar speeltuintjes gerealiseerd kunnen worden. Dan hittestress De Thij, op zich als we kijken naar De Thij dan is hij toch wel zo ingericht dat daar best wel voldoende schaduwplekken zijn, maar mogelijk zitten daar ook nog wel wat punten die aan verbetering toe zijn en helemaal als we kijken naar het veranderde klimaat. Dus voor nu hebben wij geen concrete plannen daar om aanpassingen te doen, maar op het moment dat wij aanpassingen gaan doen, wat dat dan ook maar mag zijn, dan kijken we natuurlijk ook of we dat klimaatadaptief kunnen aanpakken. Dan het wegenonderhoud, terecht punt, dat u zegt, daar heb ik al eens naar gevraagd, hoe zit dat nu precies met dat plan? Die komt als alles goed gaat in kwartaal één van 2025. We zijn er al wat druk mee bezig en we hebben ook wel gewoon budget op dit moment voor wegenonderhoud, maar we willen naar een integrale plan die we ook meegaan nemen bij het MJUP. Toeristenbelasting, is er ook afgestemd met Noordoost-Twente.

Het is in zoverre afgestemd, het is meegedeeld dat dit een van de punten is in het bezuinigingsvoorstellenplan, dus het is niet afgestemd dat we daar ook echt met elkaar over hebben, overleg van wat kunnen we hier iets gezamenlijks in betekenen? Heeft ook een beetje te maken met het feit dat Losser vorig jaar ook heeft besloten om dat te verhogen. Dus die gaat per 2025 in. En wellicht dat we daar wel weer bij -46-

kunnen aansluiten. Maar dan moeten we ook even kijken hoe dat precies zit. Maar het is dus wel meegedeeld dat dit een van de voorstellen is, maar niet met elkaar afgesproken hoe we dat het beste kunnen doen. Dan hoever is het met de Twence? Ik hoop dat daar na de zomer meer duidelijkheid over komt. Ik weet dat ik vaker benoemd, dat ik hoop dat daar wat snelheid inkwam. Dat is ook echt iets wat ik hoop en daar heb ik als wethouder van de gemeente Oldenzaal niet altijd de invloed op dat dat sneller gaat. Dus ik hou u op de hoogte als ze ontwikkelingen zijn. Dan ook de vraag of eventueel temporisering van het Singelpark, of dat misschien ook kan bijdragen. Gegeven de ambitie om onze binnenstad te vergroenen dan is dat niet direct het voorstel van het college dus om daarin te temporiseren en denken we juist dat het goed is om daar vaart in te maken. Uiteindelijk is dat aan u of u daar andere keuze in wil maken, maar niet van het college. Dan even kijken, budget van de verkeersknelpunten, heeft u inderdaad vraag over gesteld en dan kom ik bij u op terug. Dat heb ik volgens mij is nagenoeg gereed dus die kan ik daar kan ik u dan informatie over geven. En er is ook nog een vraag gesteld over de extra gelden Glinde Hooiland, GRP en volgens mij werd daar ook de vraag gesteld wat er precies met het GRP gebeurt.

Dat staat in het plan zoals je dat ieder jaar vaststelt, in het GRP, gemeentelijk rioleringsplan, en daarnaast stellen we dus nu voor, en dat is ook het aanvullende wat we vragen, is 25 procent extra voor maatregelen die de vergroening daarmee ook stimuleren en het klimaatadaptiever maken van Glinde Hooiland. Dus dat is wat nu voorligt en als u dus echt wat meer wil weten over het GRP, dan zou ik voorstellen om naar dat document gaan kijken, want dan weet u wat in welke straat gaat gebeuren. De voorzitter: Dank u wel, wethouder, want ik zag samen met u een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouman. De heer Bouwman: Zo had ik het inderdaad ook gelezen, maar wij zijn dan, wellicht kunt u dat niet beantwoorden, moet daar ambtelijk even bij staan, maar die mate wat wordt daarvan die 5,6 miljoen extra gedaan bovenop het GRP van u zegt, dat doen we voor vergoeding, maar ik kan mij daar eerlijk gezegd niet echt een voorstelling van maken, maar wellicht dat ik daar ambtelijke bijstand voor moet vragen. De voorzitter: Wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, ik denk dat het goed is, want het is inderdaad wat boven en dan gaat het echt om soms meer groene parkeerplaatsen aanleggen, meer ruimte voor groen, maar het lijkt me verstandig dat u daar als u daar echt de diepte in wil, dat dan even dat neerlegt bij de ambtenaren. Even kijken, volgens mij zijn dat de vragen.

Dan ga ik naar de amendementen. Amendement over fietsenstalling, dat werd ook gezegd, waarom nou cameratoezicht en geen gezicht meer en dat is dan een gezicht van de werkwijze die u gewend bent. We zien aan de ene kant dus dat hiermee een bezuinigingsvoorstel ligt, aan de andere kant zien we ook dat we hiermee meer veiligheid kunnen garanderen, want het is namelijk 24/7 dat er bewaakt kan worden in plaats van nu de twee dagen waarop de mens van de werkwijzer zitten. Dus we zien daarbij ook wel gewoon dat het bereik wat we ermee kunnen hebben groter is dan alleen maar dat in het weekend. Dus dat amendement willen wij ontraden. Even kijken. Dan ga ik naar, daar zijn er dus nog twee over en dan heb ik hier amendement 10 staan en ik heb zelf ik heb de heer alleen maar gezet eerder opmerking, maar ik weet eigenlijk niet meer goed waar die over gaat, dus misschien dat iemand mij zo dat kan influisteren. Dan ga ik naar moties en dat is motie 3, die gaat over parkeren en daarin wordt ook echt opgeroepen om, eigenlijk prima wat er staat, behalve tweede oproep en dat gaat namelijk echt al wat sturende over het eerste uur gratis parkeren. Zoals u weet, u heeft de wens om het parkeren wellicht wat aantrekkelijker te maken, maar de stadhouders hebben dat ook.

Zij hebben ook verzocht om een onderzoek te doen, waarbij ze ook hebben toegevoegd inderdaad dat uur gratis parkeren, wat zij echt -47-

wel zien als een wens voor de binnenstad. In het onderzoek is dat ook meegenomen. Ik denk dat het verstandig is om eerst die uitkomst van het onderzoek te horen, daar heeft u een uitnodiging voor gekregen, dat is volgende week woensdag dat het wordt besproken en het daarna ook aan de stadhouders te laten over hoe zij daarmee aan willen gaan en daar niet te sturend te gaan. Dus zoals die nu voorlegt zou ik ontraden als bullet twee eruit kan, dan is het volgens mij prima en dan kunnen we daar ook kijken, ook bijvoorbeeld wat u vraagt over de parkeergarage De Driehoek om daar eens naar te kijken wat daar mogelijk hierin zijn, dus dat over die motie. En dan kijk even of iemand mij nog even kan helpen wat amendement tien ook alweer is. De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik wil nog even inhaken op de parkeren. U zegt wel, dat zijn de stadhouders die daar over gaan, die met het voorstel zullen komen. Maar ik zou toch wel op prijs stellen als u zou willen influisteren bij deze mensen dat er ook in het verleden heel veel pandeigenaren zijn geweest die ter compensatie van het niet hebben van een parkeerplaats 9.000 euro of nog meer per parkeerplaats hebben betaald. Dus dat daar rekening mee wordt gehouden want dat is een openliggende zenuw in de binnen staat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder.

Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, die ga ik meenemen, is goed dat u het even hier meldt. Dan ga ik weer even naar amendement 10, want mijn collega heeft mij even geholpen en daar gaat het volgens mij echt over de eerder voorgenomen keuzes als het Rijk dus tekort schiet. Daarbij heb ik eigenlijk wel aangegeven, volgens mij is het verstandig om nu vooral de lijst zo te laten zoals die is, tenzij u nu andere keuze wil maken, dan geeft u het ook nu mee in de amendementen. Maar neem daarbij echt mee dat er nog onzekerheden zitten en dat we ook niet verkeerde verwachtingen willen wekken naar die partners. De voorzitter: Wethouder, ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Amendementen 10 keurt geen enkel punt van de bezuinigingslijst a priori af, maar vraagt om een evaluatie van elk punt om te kijken of de kostenbatenanalyse correct is. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: En dat is echt een hele mooie, want die kostenbatenanalyse, dan kunnen we denken dat allemaal zo te meten is, maar dat is niet altijd te meten. We hebben te maken soms met preventieve maatregelen en daar kunnen we echt niet heel hard van maken of dat werkelijk die leiden tot kostenbesparingen of kostenverhogingen, dus dat is heel makkelijk om dat te roepen maar dat is niet zo makkelijk om dat te meten. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, in mijn vak of oude vak zou ik misschien bijna kunnen zeggen, was dit juist de corebusiness. Schattingen maken van wat een goede oplossing is, niet goede oplossing op basis van de gegevens die we nu hebben en beter een schatting dan helemaal niets. De voorzitter: De wethouder.

-48-

Mevrouw Zinkweg-Ankone: Die schattingen, die maken wij ook en het is ook zo dat wij de keuzes die we nu hebben gemaakt, ook hebben gemaakt op basis van berekeningen en beelden die we daarbij hebben. Dus het is niet zo dat we dat zomaar hebben gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond, want u bent volgens mij aan het eind gekomen van uw bijdrage. Dan ga ik naar de volgende en dat is wethouder Christenhusz. Hoor ik nou kippen? Hebben wij kippen op bezoek? Ik zie René al die kant opgaan, dan komt het goed. Wethouder Christenhusz, ga uw gang. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen het ook kort te houden. Begin met de vraag van de VVD. Meerdere partijen hebben daar vragen over gesteld of in hun beschouwingen, aandacht voor besteed, dat is de subsidie aan de SAVO en de OTDIB. Als je kijkt naar de historie van deze twee subsidies, dan kennen ze ontstaansgeschiedenis in de tijd dat wij als gemeente nog een actief doelgroepenbeleid erkende. Dat doelgroepenbeleid, dat is in het verleden door u als raad niet gecontinueerd. Naast overwegingen zoals genoemd in de kadernota, moet u zich volgens mij ook afvragen of u nog specifieke subsidies wilt verlenen die doelgroepen gerelateerd zijn, maar ik ga even daarin meenemen.

Want heeft straks zeg maar de Eritrese gemeenschap dan recht op een zelfstandige subsidie? Wat doen we met een toekomstige Oekraïense gemeenschap die in Oldenzaal blijft? We kennen in Oldenzaal een Roma gemeenschap, kan die ook een beroep op zo'n subsidie doen? En zijn er nog andere geloofsgemeenschappen te benoemen die dan ook recht op een subsidie hebben? Heel chasserend gezegd, je kunt dan zelfs wel zover gaan dat je de Duitse gemeenschap in Oldenzaal ook een subsidie geeft. Of moet je zeggen, en dat is de lijn van het college en dat is ook wel een beetje de opmerking die de heer Visscher van de VVD maakt, ga het gesprek aan met de besturen van beide verenigingen, ga kijken hoe je de doelstellingen van beide verenigingen kunt realiseren, waarbij je gebruik kunt maken van bestaande voorziening in Oldenzaal. En die uitdaging heb ik een aantal keren ook terug gehoord, onder meer ook in een betoog van de heer Kramer, die zou ik als portefeuillehouder en die wilt het college op gaan pakken. De voorzitter: Wethouder, ik zag een interruptie, in ieder geval van heer Snijders en ook van de heer Bouwman en misschien wel nog meer, maar in ieder geval de heer Snijders. Daar begin ik mee, mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb misschien niet helemaal goed gehoord hoor, maar begrijp ik nu dat het subsidiebeleid van de gemeente veranderd is? Want ik bedoel als een gemeenschap ooit een subsidie gekregen heeft, dan is daar een doel voor geweest. Als dat doel weg is, moet je de subsidie ook weghalen, dan heb je geen bezuiniging voor nodig, dan moet je altijd doen, maar is dat doel dan verdwenen of is het subsidiebeleid veranderd? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Voorzitter, het doelgroepenbeleid is uiteindelijk door u als raad afgeschaft en eigenlijk hadden we misschien ook dat met ook de discussie moeten voeren over deze subsidie. Daar ben ik met u eens. Maar de motivatie zeg maar om nu in de lijst van bezuiniging op te nemen heb ik net ook gegeven. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoor portefeuillehouder zeggen, moeten we die groep dan subsidie geven en die groep? Maar is helemaal niet in vragen want deze groep die is al veertig jaar

-49-

lang diep verankerd in de Oldenzaalse samenleving. Zij organiseren tig evenementen en bijeenkomsten die ten goede komen aan een samenleving. Ze hebben ook duidelijk kunnen maken dat de minimale subsidie die ze ontvangen niet in verhouding staan tot de kosten die zij maken, wordt enorme bijdrage geleverd door de gemeenschap zelf om alle activiteiten te kunnen ontplooien. Dus ik vind het een beetje flauw om dan te zeggen, moeten we die en die doelgroep ook subsidie geven. Volgens mij is het een nieuw situatie, moeten we beoordelen, de situatie die voorligt en de winst die daaruit te halen zijn. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Ik ben met de heer Bouwman eens dat beide verenigingen een aantal zaken doen ten behoeve van hun gemeenschap in de Oldenzaalse samenleving. Vandaar dat ik ook zeg dat je het gesprek moet aangaan hoe je de doelstellingen van beide verenigingen kunt realiseren binnen dit bestaande voorzieningenniveau zoals we dat in Oldenzaal kennen. Dat is mijn antwoord. Kunnen we het misschien niet over eens zijn, blijft het antwoord van het college. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder De heer Christenhusz: Dank u, voorzitter. Dan de vraag rondom het Sociaal Plein, vroeg de VVD naar een vorm van tijdslijn en de domino effect naar andere gebouwen die mogelijk hierdoor vrij komen te vallen.

Op moment dat de kadernota door u ongewijzigd wordt vastgesteld op dit punt, dan zullen we natuurlijk een regiegroep in het leven gaan roepen die met alle potentiële partners het gesprek gaan voeren en uiteindelijk ook een tijdlijn gaan uitzetten hoe we kunnen komen naar de bouw van het Sociaal Plein en verbouw van het Sociaal Plein om daar te realiseren aan de Ganzenmarkt 11. Eén van de partijen die daarin genoemd is, is ook de GGD. De GGD is echt zeer geïnteresseerd om met ons dat proces in te gaan. Die zit nu gehuisvest aan de Hoogelucht, dus dat betekent dat daar een hele grote huurder uit gaat vertrekken. Dus dat is het enige gemeentelijke gebouw wat dan op termijn vrij zal komen te vallen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, wethouder geeft aan dat het een voorwaarde is dat de kadernota ongewijzigd wordt aangenomen om de regiegroep voor het Sociaal Plein bijeen te roepen. Stel dat de kadernota wordt aangenomen zonder vastlegging van de locatie van het Sociaal Plein, dus met de mogelijkheid om het in ergens in de bestaande stadhuis bij in te bouwen, zou dan de regiegroep dan ook een zinvolle rol kunnen krijgen? De voorzitter: De wethouder.

De heer Christenhusz: Ja, voorzitter Alleen het college is van mening om de snelheid daar in te houden en ook op een gegeven moment ook de keuzes rondom het stadhuis niet te belemmeren, om echt vast te blijven houden om het Sociaal Plein te huisvesten aan de Ganzenmarkt nummer 11. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Het antwoord over de Hoogelucht, is het de bedoeling dat we dan de Hoogelucht gaan gebruiken als gelddrager voor dit project? De voorzitter: De wethouder.

-50-

De heer Christenhusz: Die vraag komt vaker in deze raad aan de orde, maar u weet ook zeg maar dat wij met elkaar de afspraken hebben maakt vanuit financiële zuiverheid dat op moment dat je de Hoogelucht gaat verkopen of misschien wel gaat slopen om daar woningbouw te realiseren, dat de opbrengsten weer gewoon ten goede komen van de algemene diensten, algemene reserve. Maar het begint volgens mij op het moment dat het Sociaal Plein gehuisvest is aan Ganzenmarkt 11, dat wij met elkaar en ook met uw raad een discussie moeten voeren. Maar wat willen we dan op de plek van Ganzenmarkt 11 of van de Hoogelucht gaan doen, sorry voorzitter, en ja dat kan dat uitkomen. Dat kan aan de ene kant misschien uitkomen dat je zegt, we gaan het weer verhuren, dan zullen we denk ik nog wel redelijke investering in het pand moeten doen, omdat het pand ook gewoon niet meer van huidige tand des tijds is. Kunnen ook met elkaar een afweging maken om te kijken wat we daar dan wel op die plek kunnen realiseren, zodat het ook weer inkomsten gaat genereren. Maar nogmaals vanuit de financiële zuiverheid algemene dienst in de richting van collega Zinkweg. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dan graag de laatste optie graag. De voorzitter: Ik had de heer Snijders nog genoteerd sta en ik heb ook de heer Winkelhuis gezien. Mijnheer Snijders.

De heer Snijders: Misschien heb ik niet goed gehoord, maar het lijkt erop dat de motie verkeerd uitlegt, dat het doel is om het Sociaal Plein hier in het gebouw te houden, dat is het niet. Wij vragen enkel meer tijd om een debat en een keus te kunnen maken. Dus dat kan nog steeds zijn dat het Ganzenmarkt 11 wordt, alleen willen we die keuze nu nog niet maken. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Dan misschien op die keuze. U heeft als raad het Masterplan Sociaal Domein, beleidsplan sociaal domein vastgesteld en daarin staat bepaald wat onze uitgangspunten zijn om datgene wat we willen bereiken binnen de pijlen van de Jeugdwet, de pijlen van de Participatiewet, de pijlen van de Wmo, hoe we dat willen realiseren met onze partners. De wijze waarop we dat doen, klinkt misschien hard, maar de wijze waarop we dat doen en uitvoeren en dat is inclusief waar een Sociaal Plein gehuisvest is, is een uitvoeringszaak en derhalve een bevoegdheid van het college. Uiteindelijk, moeten we bij u vragen en dat is het moment nu of u bereid bent om dat geld voor beschikbaar te stellen. En wij, college, die zijn van mening dat we de doelstellingen die we hebben binnen de Jeugdwet, binnen de Wmo, binnen de Participatiewet, dat we dat het best kunnen realiseren met een Sociaal Plein dat niet gehuisvest is in het stadhuis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14564949/1