CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raadsvergadering 27 november 2023 vastgesteld in de vergadering van 18 december 2023

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering28.240 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 27 november 2023

Aanvang 19.30 uur Aanwezig:

de heer P.G. Welman, voorzitter

de dames:

R. Berger, J.M. Egbers, E.G. Nijendijk, P.J.H. Oude Engberink-Weideveld en M.J. Seijger

de heren:

J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, Y.B. Liebrand, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland, H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar, R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim Mevrouw I.C.M. IJland, griffier de heer R.G.H. Christenhusz, wethouder mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder (vanaf 19.47 uur) de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder

Afwezig:

mevrouw N. Nevels-ter Brake

Algemeen 1. Opening De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Ik wil deze raad openen. Ik heb bericht van verhindering van mevrouw Nevels, zoals u ook kunt zien, en bericht van tijdelijke verhindering, althans, voor een deel van vanavond, van wethouder Rödel. Zij zal later vanavond wel aansluiten, maar is nog elders in Oldenzaal wegens verplichtingen. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de agenda. Ik zie de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Wij willen verzoeken om het agendapunt Najaarsnota te verplaatsen naar de volgende vergadering en dat met als reden dat wij vorige week technische vragen hebben gesteld en die hebben wij pas vanmorgen ontvangen. Wij vragen ons eigenlijk even af hoe het college ziet hoe wij dit agendapunt voor hadden moeten bereiden als wij vanmorgen pas de beantwoording hebben gekregen. Dus het verzoek om ons in de gelegenheid te stellen om dit agendapunt goed voor te bereiden en deze te verplaatsen naar de volgende vergadering. De voorzitter: Ik kijk even rond of er vanuit andere fracties ook opmerkingen zijn. Dan ligt er wel een vraag voor. Ik merk dat er vanuit de zijde van het college wel de wens is om daar nog op te reageren.

-1-

Dus ik kijk even naar wethouder Zinkweg en dan kijk ik vervolgens naar u om te kijken of er steun is voor het voorstel van Solidair Oldenzaal. Allereerst het college. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat u dit voorstelt. Wij hebben de beantwoording van de vraag afgelopen vrijdag verstuurd. Dat zal even zijn blijven liggen, maar die waren er in ieder geval vrijdag. Ik wil daarbij ook nog opmerken dat we met de provincie hebben afgesproken dat zij de beoordeling van de toezichtsvorm hebben uitgesteld tot na vaststelling van deze Najaarsnota. Zij moeten dat … Wij hebben gezegd dat wij dat vandaag zouden behandelen en daar hebben zij akkoord voor gegeven, dat op het moment dat wij dit gaan uitstellen, dan hebben we daar een groot probleem mee. Dus dat zou niet wenselijk zijn, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de zijde … Dan breng ik het voorstel van Solidair Oldenzaal in stemming. Wie is voor het voorstel van Solidair Oldenzaal om agendapunt 7 van de agenda af te halen en door te schuiven naar een volgende keer? Ik zie twee fracties, allereerst D66 en Solidair Oldenzaal. Daarmee is het voorstel verworpen en blijft de agenda zoals die ook voor u ligt.

Dat betekent, zoals we dat ook de vorige keer hebben afgesproken, dat de motie vreemd van Solidair Oldenzaal die de vorige keer niet behandeld kon worden, als eerste op de agenda staat. Dus ik wil de heer Bouwman vragen om hier naar voren te komen om de motie vreemd van hem toe te lichten. 10. Motie vreemd - Solidair Oldenzaal - informatievoorziening gemeenteraad De heer Bouwman: Dank u wel. De motie stond eigenlijk al geagendeerd voor de vergadering van 30 oktober. Die is toen helaas niet voorgedragen, dus dat gaan we vandaag doen. D motie die voorligt is denk ik heel helder. Meermaals hebben we in het recente verleden een kredietaanvraag ontvangen van het college waarbij er behoorlijke bedragen worden gevraagd aan ons als raad. Echter wordt in zo'n voorstel alleen het benodigde bedrag genoemd, zonder dat daar een financiële onderbouwing bij zit. Onze fractie vraagt zich af hoe zij een goede afweging kan maken voor zoveel geld, als er geen onderbouwing bij zit. Want de raad heeft budgetrecht. Dat betekent dat wij dan ook gaan over het verdelen van de gelden. Mogen wij dan als raad ook inzicht krijgen in het gehele kostenplaatje? Als u een offerte opvraagt bij een bedrijf en u ontvangt alleen een totale prijs zonder dat deze is gespecificeerd, dan gaat u daar waarschijnlijk ook niet mee akkoord. U wilt graag weten hoe dit bedrag is opgebouwd.

Een raadsvoorstel hoort daarnaast zelfstandig leesbaar te zijn, al dan niet met verwijzingen naar de bijlage. Dat is het vaak niet. Dan ontkomen we er niet aan om stukken op te vragen bij het college om een voorstel goed te kunnen duiden. Daarnaast heeft onze fractie ook de nadrukkelijke wens, het is ook nog eens vastgelegd in artikel 169 van de Gemeentewet, waarin staat dat het college alle benodigde informatie moet verschaffen aan de raad, zodat zij hun wettelijke taak goed kunnen uitvoeren. Bovendien komen we nu een situatie terecht waarbij we het college afzonderlijk iedere keer moeten bevragen en ontkomen we er niet aan dat we separaat stukken moeten opvragen bij de organisatie. Dat is volgens mij voor niemand wenselijk. Bovendien komt dat de kwaliteit van de besluitvorming niet ten goede. Daarom in de motie een nadrukkelijke oproep aan het college om de raad bij kredietaanvragen en overige raadsvoorstellen alle benodigde informatie te verstrekken, al dan niet vertrouwelijk, die de raad nodig heeft voor het uitvoeren van haar vertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er vanuit de zijde … Ik zie in ieder geval de heer Snijders. Is dat een interruptie of uw bijdrage? De heer Snijders: Een vraag. -2-

De voorzitter: Een interruptie. Gaat uw gang. De heer Snijders: Het is alleen maar een vraag. Ik sta achter uw punt dat eigenlijk alle informatie die we nodig hebben voor het maken van de keuze opgeladen moet zijn, dat je niet zelf aan het zoeken moet gaan of zelfs navragen. Alleen wat is alle informatie? Dat kon wel eens per fractie verschillen. Daar zullen we dan gezamenlijk een motie, of een motie, een consensus in moeten vinden. Want anders moet je iedere keer heel internet meeleveren en dat is wel heel groot. Dat gaan we niet doen. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik begrijp wat u bedoelt. Daar heb ik zelf ook over nagedacht. Maar volgens mij is het de bedoeling, als wij een raadsvoorstel voor ons krijgen, dat die zelfstandig leesbaar is, dat elke inwoner in Oldenzaal zou in principe begrijpt wat er staat en dat die kan achterhalen hoe zo'n bedrag nou is opgebouwd. Als wij dan nog echt meer technische informatie nodig zouden hebben, dan kunnen we altijd nog doorvragen. Maar dat is vaak niet het geval. Dus onze dringende oproep om dat met name bij kredietaanvragen, maar ook bij andere voorstellen, toch wel te doen, zodat een voorstel in ieder geval zelfstandig leesbaar is voor ons als raadsleden. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik ook volgens mij de heer Visscher en de heer Van der Waal. Maar ik ga eerst naar de heer Visscher.

De heer Visscher: Het is geen interruptie, maar gewoon mijn bijdrage. De voorzitter: Dan ga ik eerst naar de heer Van der Waal. Een vraag of een andere opmerking richting de heer Bouwman, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Dank u. Roept het college op om informatie te verstrekken, al dan niet vertrouwelijk. Ik weet dat uw fractie nogal tegen vertrouwelijke informatie is, in verband met de openbaarheid van alle gegevens. Zou het hier niet zijn dat vertrouwelijk te beperken tot slechts wanneer het strikt nodig is vertrouwelijk te zijn? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat vind ik op zich wel een hele goede suggestie. Maar uw opmerking dat onze fractie tegen vertrouwelijkheid is, dat is niet helemaal juist. Als iets openbaar kan zonder dat de gemeente daar hinder van ondervindt, dan vinden we dat het openbaar moet. Als het echt zwaarwegende belangen zijn waarbij we vinden van, dit is niet handig om in openbaarheid te brengen, met goede redenen, dan zijn we zeker niet tegen vertrouwelijkheid dan wel geheimhouding. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan kijk ik even rond of er vanuit de zijde van de raadsfracties raadsleden … De heer Visscher en de heer Lulofs. Dan kijk ik nog even verder rond. Maar in ieder geval eerst de heer Visscher. Gaat uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb bij mezelf even teruggedacht, ik ben nu vijftien jaar raadslid, plus nog acht jaar in fora en commissies en ik heb eigenlijk nog nooit de situatie gehad dat ik een voorstel niet heb kunnen lezen of dat er niet voldoende informatie bij aanwezig was. Mijn eerste periode was zelfs nog in het papieren tijdperk. Dat was nog wat anders. Dan moest je nog al je stapels door om te kijken wat er was. Inmiddels hebben we deze prachtige iPad. Ik hoef maar een zoekwoord in te vullen en ik krijg alle voorgaande stukken daarover te zien. Natuurlijk, ik ondersteun dat er zoveel mogelijk informatie beschikbaar moet zijn voor ons. Maar om te zeggen … Ik heb nog -3-

nooit iets gemist, laat ik het dan zo zeggen. Dus wat ons betreft, is het overbodig. Dat wil niet zeggen dat ik het niet een sympathieke vraag vind, maar ik vind het overbodig. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel. Ik ben het met Solidair Oldenzaal eens dat we voor onze controlerende taak, en die is heel belangrijk, dat we daar goede en volledige informatie voor nodig hebben. Maar aan de andere kant, wij vertrouwen ook op de gehanteerde werkwijze van het college. Zoals ze dat tot nu toe, en dan spreek ik van tot nu toe, dat is voor mij al vanaf 2006, gehanteerd is. Maar feit blijft dat stukken zelfstandig leesbaar moeten zijn. Als er dan ook een fractie is die zegt van, ik mis hier iets in het stuk en ik kan daar geen goed oordeel over vellen, dan zal toch de informatie moeten worden aangeleverd waarom wordt gevraagd. Het kan ook zijn dat dat dan soms op hele korte termijn is. Dat zij allemaal zo. Maar dan moet je daar wel mee verder kunnen. Of wij dit volmondig gaan ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. De heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Voor een deel sluiten we aan bij wat er gezegd is. Natuurlijk willen wij ook graag goede en volledige informatie, laat ik daar heel helder in zijn. Maar wel op hoofdlijnen.

Wij hoeven geen informatie als we het bijvoorbeeld over bouwkundige dingen hebben op besteksniveau. Soms krijg ik het gevoel dat we dat hier weleens vragen. Ik vind ook dat het college in zijn algemeenheid voldoende en juiste informatie geeft, ook waar nodig aan haar actieve informatieplicht voldoet. Als ik een keer extra informatie nodig heb, dan vraag ik dat op en dan krijg ik dat meestal direct telefonisch al. Volgens mij is dat ruim voldoende. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Alle woorden zijn al wel bijna genoemd hier in de zaal. Ook wij vinden goede, betrouwbare en volledige informatie ontzettend waardevol en belangrijk dat we die terug kunnen lezen in de voorstellen. Wij zijn van mening dat die door het college ook als zodanig worden aangeleverd. Ik sluit ook aan bij de heer Maartens, wat hij aangeeft. Op het moment dat we daar toch nog dingen missen of ergens accentverschillen of accentdetails nodig hebben, dan kunnen wij daar altijd een beroep doen op de ambtenaren en dan krijgen we ook daar de antwoorden op. Dus voor ons is deze motie ook niet nodig. De voorzitter: Dank u wel. Dan ben ik denk ik tot slot bij de heer Van der Waal. Dan ga ik over naar het college. De heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, ik hoor dat de oudgedienden zeggen van, we zijn eraan gewend dat we de informatie krijgen die we krijgen en we vertrouwen het college. Ik denk dat de groentjes onder ons het college ook vertrouwen, maar dat we graag dat vertrouwen bevestigd willen zien, met behulp van informatie die proactief naar ons wordt toegezonden. In een aantal gevallen heb ik ook de indruk gehad dat de informatie die verstrekt werd niet fout was, maar wel onvolledig en onvoldoende om een goed oordeel te kunnen vellen om ergens mee akkoord te gaan, ja of nee. Dank u. De voorzitter: U heeft uw beurt gehad, dus ik wil eerst na het college en dan bent u weer aan zet. Mevrouw Zinkweg, namens het college. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Het college heeft deze motie uiteraard goed gelezen en eigenlijk zouden wij het een overbodige motie willen noemen, want het college is van -4-

mening dat de stukken zoals die bij u worden aangeleverd de informatie hebben die u nodig heeft om uw taak te kunnen uitvoeren. Op het moment dat u van mening bent dat u toch nog iets extra's nodig heeft, bent u natuurlijk vrij om die extra informatie op te vragen. Volgens mij bent u dan ook gewend dat u die op korte termijn ontvangt, zodat u eventueel nog dat stapje verder kan zetten of dat stukje dieper in een dossier kan duiken. Dus de stukken die wij aanleveren, zijn wat ons betreft voldoende, meer dan voldoende. Daar kunt u het mee doen. Op het moment dat u toch in een meerderheid zegt van, we moeten daar toch nog eens naar kijken of we vinden toch dat dat anders kan, denk ik dat het goed is om bijvoorbeeld in een auditcommissie met elkaar te bespreken wat dat dan precies is. Want zoals wij ernaar kijken en wat we ook de afgelopen jaren hebben ervaren, is dat u zich goed kan redden. Om dan te veel details te gaan geven, helpt volgens mij niet in het uitoefenen van uw taak. Dus het college zou deze motie willen ontraden, omdat zij van mening is dat het overbodig is. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu weer naar de heer Bouwman als indiener van de motie. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik hoor de portefeuillehouder zeggen dat het aanleveren van te veel details overbodig is voor het uitvoeren van mijn taak. Volgens mij bepaal ik nog zelf altijd hoe ik mijn werk doe.

Als ik vind dat details nodig zijn om een voorstel te kunnen beoordelen, dan is het mijn goed recht. Dus ik vind het heel flauw dat dit nu zo geframed wordt als zijnde dat ik niet op te veel details moet gaan letten. Bovendien hebben wij de afgelopen vergaderingen drie voorstellen gehad waarbij er miljoenen werden uitgegeven en wij niet konden verifiëren waar dat aan gespendeerd werd. Dat was de aanleiding om deze motie te schrijven. U kunt het hebben over details, maar ik vind miljoenen geen details. Bij deze. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik dan hieruit concluderen dat wij met de beraadslagingen kunnen … Ik zie de heer Snijders nog. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb nog een vraagje aan de heer Bouwman, als dat mag. De voorzitter: Dat mag zeker. De heer Snijders: Wethouder, ik moest even om de naam denken, de wethouder stelt voor om het in een auditcommissie een keer over de informatie te hebben. Dat lijkt mij een heel erg goed voorstel, om eens te kijken of het nog wel of niet goed gaat. Ik ben benieuwd of mijnheer Bouwman bereid is om zijn motie vast te houden tot na die auditcommissie en dan te kijken of die alsnog nodig is. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik heb hem 30 oktober ingediend, toen is hij op verzoek van de raad eraf gehaald. Ik dien hem nu weer in. Volgens mij hebben we voldoende informatie om hem nu in stemming te brengen.

Als de auditcommissie daar iets anders over zegt, dan kunnen we het er daarna weer een keer over hebben in de raadsvergadering. Dus ik laat hem gewoon staan. De voorzitter: Volgens mij hebben wij genoeg met elkaar gedeeld. Dus ik beëindig de beraadslagingen en ga over tot stemming. Ik breng deze motie in stemming. Wie is voor deze motie? Ik zie in ieder geval vier fracties. D66, Solidair Oldenzaal en GroenLinks. Alle drie voltallig. Daarmee is de motie verworpen.

-5-

3. Vragenuur De voorzitter: Dan gaan we weer over naar de agenda zoals voor u ligt. Dat betekent dat we bij het vragenuur gaan komen. Allereerst de vragen, ze zijn alle drie afkomstig van de VVD, maar ik pak als eerst het onderwerp Orange the World. Ik geloof dat ik naar de heer Mekelenkamp mag kijken. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, in afwezigheid van mevrouw Nevels, heb ik de eer om deze vraag te mogen stellen. Op 22 juni 2022 heeft de raad raadsbreed een motie aangenomen waarbij is vastgesteld dat Orange the World een uitstekende actie is. Dat onderschrijven wij als fractie van de Oldenzaalse VVD nog steeds. Tevens is in deze motie door de raad aan het college gevraagd om in september met een plan te komen en de raad tijdig te informeren over de eventuele kosten die met de organisatie van de genoemde actie gemoeid zijn. Op 8 november jongstleden heeft het college via een raadsinfobrief laten weten dat de kosten voor 2022 zich beperken tot 1600 euro. Deze kosten worden voldaan uit het door de raad beschikbaar gestelde budget voor stadsideeën. Inmiddels hebben wij via de pers en social media vernomen dat er dit jaar opnieuw activiteiten in het kader van Orange the World worden georganiseerd. Zoals het verlichten van Sint-Plechelmusbasiliek en twee theateravonden in Stadstheater De Bond.

Als raad zijn wij niet geïnformeerd over deze kosten en de wijze van organiseren en wat de betrokkenheid van gemeenten en of derden is. Vandaar hebben wij de volgende vraag aan het college. Welke budgetten zijn er gemoeid met de acties die thans lopen? Wat is hiervan de bijdrage uit de gemeente? Drie, hoeveel geld is er gemoeid met de ambtelijke ondersteuning van het thans lopende project en hoeveel kosten verwacht u nog? Vier, hoe beoordeelt het college het feit dat vragen gesteld door de raad aan het college in de motie zijn uitwijking kennelijk vinden in de werkgroep, waar drie raadsleden van de huidige raad zitting in hebben. Dit geeft ons een beetje een unheimisch gevoel, zeker nu door de drie raadsleden ook niet gemeld is als een nevenfunctie. Dit moeten we met elkaar op deze manier niet willen, hoe goed het initiatief ook is. Is het college het met ons eens dat de raad eerst geïnformeerd moet worden alvorens over te gaan tot uitwerking? Wij zijn van mening dat dit anders een vrijbrief geeft voor eenieder die iets wil initiëren. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar wethouder Yildirim. Gaat uw gang. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Zoals net al werd aangegeven, is er inderdaad een motie 20 juni 2022 aangenomen.

Daarop hebben wij geacteerd om in ieder geval een actie ook te starten die Orange the World heet en gaat om het geweld tegen vrouwen en meisjes te stoppen. In november, daar is ook de raad over geïnformeerd, zijn er een aantal acties uitgevoerd. Die waren wel beperkt van omvang, omdat we dan op dat moment ook nog het WK voetbal hadden en alles ook al Oranje gekleurd was. Vandaar dat wij toen alleen de Plechelmus hebben uitgelicht en daarmee ook wel uitvoering hebben gegeven aan de motie, maar dan gedeeltelijk. Ook hebben we een aantal andere dingen uitgevoerd, waarbij met name ook de raad is uitgenodigd, het college, maar ook de Jeugdraad en andere belangstellenden, waarbij we dus ook een medestanderspledge hebben ondertekend en een flyer hebben uitgebracht. We hebben de raad ervan op de hoogte gesteld wat we toen hebben gedaan en wat de bedoeling was. We hebben toen ook aangeven dat het een startsein is voor de campagne en dat wij in 2023 met een uitgebreidere campagne ook zouden komen. 13 oktober jongstleden hebben een aantal inwoners die zich verenigd hebben in een commissie, Commissie Orange the World Oldenzaal, zich bij gemeente Oldenzaal gemeld. Ze hebben aangegeven om verdere inhoud te willen geven en vorm te willen geven aan ook deze campagne Orange the World Oldenzaal. Zo zijn we eigenlijk begonnen met het vormgeven voor de rest van de campagne.

Als ik dan kom bij uw vragen, vraag één, welke budgetten, als wij nu kijken naar wat er voor ons ligt aan -6-

programma, dat is dus inderdaad twee theatervoorstellingen en het aanrichten van de Plechelmus, dan komen we rond een bedrag uit van 4000 euro in het totaal. Heel veel activiteiten rondom deze campagne worden ook door de mensen, dus de vrijwilligers die hierbij betrokken zijn, ook uitgevoerd. Hier is ook rekening gehouden met wat er alleen maar moet en noodzakelijk is financieel. Dat wordt ook bij de gemeente gedeclareerd. Voor de rest wordt het allemaal door toch inzet van vrijwilligers en serviceclubs vormgegeven. Een aantal onderdelen zoals materialen die we ook de vorige jaren bij de actie hebben gebruikt en bij de campagne hebben gebruikt, zijn dit jaar ook ingezet. Vraag twee, wat is hiervan de bijdrage voor als gemeente? Dat is dus het totale bedrag zoals ik net heb benoemd, ongeveer die 4000 euro die daarmee gemoeid is. Hoeveel geld is er gemoeid met de ambtelijke ondersteuning? Als we daarnaar kijken, is het niets meer dan wat normaal gesproken ook bij een aanvraag voor activiteiten of vergelijkbare evenementen en campagnes van ons gevraagd wordt. Dat hebben we ook hierin ingezet als ambtelijke uren. Wat we nog verder hebben gedaan, is ondersteuning bieden in het PR. Maar ook daarbij met de kanttekening dat heel veel ook al door de commissie zelf is gedaan. Het adviseren hierbij hebben we nog wel in geholpen.

Verder is het aanrichten van de Plechelmusbasiliek geregeld. Dat zit ook in die kosten die ik al net heb genoemd. Dan vraag vier. We hebben u dus meegenomen al in de raadsinfobrief. Daarin heeft u ook kunnen lezen wat we toen hebben gedaan en dat we dan ook verder zouden kijken naar wat we nog meer zouden kunnen doen, omdat we door het WK toen ook beperkt waren in bepaalde dingen oranje gaan kleuren. In die hoedanigheid hebben we dus ook nu een aanvraag liggen bij ons en hebben wij als college ook gekeken naar, wat kunnen we hierin doen? Dus we hebben gewoon uitwerking nog verder gegeven aan de motie, zoals we het ook hebben gedeeld met u. De commissie is zelf verder nog aan het werk gegaan en ze gaan nu ook formeel … Formeel worden ze nog opgericht als een stichting waarbij ze dus ook verder kunnen en bepaalde dingen ook makkelijker zullen gaan verlopen. Verder is het eigenlijk dus niet aan ons wie er allemaal, want dit zijn allemaal inwoners die in die commissie zitten vanuit Oldenzaal, het is niet aan ons als college om te beoordelen wie nou in zo'n commissie wel of niet gaat zitten. Laatste vraag, is het college met ons eens dat eerst de raad geïnformeerd moet worden? Deels hebben wij u al geïnformeerd en dit is dan ook de uitvoering van de motie die hier ligt. Dus vandaar dat wij het ook hebben doorgepakt.

En ook gezien het belang en het thema dat zo toch ingrijpend is ook in Oldenzaal en verder, hebben wij gewoon nog verder uitvoering gegeven aan de motie en de ondersteuning die hierbij noodzakelijk was. Wel hebben wij daar nog een voorwaarde aan gesteld, ook aan die werkgroep die nu nog niet formeel is, dat zij de volgende campagnes zelf gaan bekostigen, bijvoorbeeld door fondsenwerving en dat ze dan verder ook weer vorm gaan geven. Daarmee denken we ook dat wij voldoende invulling hebben kunnen geven aan de motie die voor ons heeft gelegen en dat we daarmee ook als gemeente, tenzij u daar anders insteekt, de motie als opdracht bij ons kunnen afronden en weer terug kunnen leggen bij de commissie, of welk groep die daarover gaat. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik al eerst naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekenkamp. Wethouder, u mag gaan zitten. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ik wacht even totdat de wethouder weer op zijn plaats is. Voorzitter, Orange the World is gewoon een hele goede actie, dat staat buiten kijf. Het is gewoon belangrijk dat iedereen die in Oldenzaal leeft of woont, is überhaupt, of je nou hier 's avonds komt om uit te gaan of je hier overdag loopt om te shoppen, iedereen moet zich gewoon veilig in Oldenzaal kunnen voelen. Dat is in ieder geval iets waar wij ons als Oldenzaalse VVD al een tijdje hard voor maken.

Maar ik concludeer wel dat de portefeuillehouder en wij in ieder geval verschillen van mening over wanneer de motie volledig tot uitvoering is gebracht. Want als er in de motie wordt gesproken over de raad tijdig te informeren over de eventuele kosten die met de actie gemoeid zijn en wij dan vervolgens

-7-

moeten van vernemen dat de actie al geweest is en dat wij, als wij deze vragen niet gesteld hadden … De voorzitter: Heeft u nog een vraag? De heer Mekelenkamp: Ja. De voorzitter: Want dat is de bedoeling van een rondvraag. Een rondvraag is geen discussie. Want de rondvraag is echt bedoeld, de tweede termijn, om nog een aanvullende vraag te stellen. Dus ik ben even benieuwd of u tot uw vraag gaat komen. De heer Mekelenkamp: Ik was benieuwd naar de blik van de portefeuillehouder hierop ten eerste, in hoeverre hij van mening is dat de motie in zijn volledigheid ten uitvoer is gebracht. Tegelijkertijd denk ik ook dat vraag vier die de portefeuillehouder net beantwoordt, ook meer iets is om in het presidium te bespreken. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog vanuit … Ik zie in ieder geval vanuit die kant … Volgens mij was mevrouw Berger als eerste. Mevrouw Berger, Gaat uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Onze motie is net tegengestemd door de VVD, dus het verbaast mij enigszins dat de eerste vraag dan gaat over verificatie van kosten. Had dan voorgestemd, denk ik dan. De voorzitter: Dat geldt voor u ook. Heeft u een aanvullende vraag aan het college? Mevrouw Berger: Waarom heeft u dan tegen de motie gestemd? De voorzitter: Nee.

Het is niet de bedoeling om de rondvraag te gebruiken om raadsleden vragen te stellen naar aanleiding van vragen die gesteld zijn. De rondvraag is bedoeld om vragen aan het college te stellen. Op het moment dat een raadslid een vraag heeft gesteld, zoals net de heer Mekelenkamp ook gedaan heeft, heeft de raad vervolgens nog de gelegenheid om in de tweede termijn aanvullende vragen te stellen. Die gelegenheid heeft u nu. Dus heeft u nog een vraag aan het college? Mevrouw Berger: Dank u voor de opheldering, voorzitter. Dat heb ik zeker. Vergt enige inleiding, dus ik hoop dat ik daar de ruimte voor krijg. De voorzitter: Heel kort graag. Mevrouw Berger: Wij hebben in de vorige vergadering een motie on hold gezet over het verlichten van de Plechelmus, want het lag erg gevoelig bij het kerkbestuur. Nu is de hele kerk Oranje. Dus ik vraag mij af hoe zich dat verhoudt tot de gevoeligheid van het verlichten van de kerk. Dat was mijn vraag. Ik zou toch heel graag nog beter antwoord willen hebben op vraag vier. Ik hoop dat u dat kunt verduidelijken, want dat vind ik een heel onbevredigend antwoord. Ik hoop ook dat het college met ons eens is dat het van de drie raadsleden het zou sieren om zich niet in de commissie te voegen en zich daaruit te plaatsen en wat u daarvan vindt. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Van der Waal. Ik zag de heer Van der Waal ook. De heer Van der Waal.

-8-

De heer Van der Waal: Ik moet een vraag stellen dus ik verpak mijn opmerking in een vraag. Vindt het college dat het vermenigvuldigen van termieten om daar uiteindelijk een olifant uit te voeren in dit geval recht doet aan het budget dat met dit onderwerp gemoeid is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Als u geen antwoord kunt geven, dan merken we dat vanzelf en dan kijk ik vervolgens … Nee, die gelegenheid is geweest. Dus u bent aan zet, wethouder. Gaat uw gang. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Sorry voor mijn verbale reactie misschien, maar die laatste vraag van de heer Van der Waal kan ik even niet plaatsen. Dus vandaar ook dat ik daar niet zo één twee een antwoord op heb. De andere vragen gaan over met name vraag vier en daar gaan wij niet over als college. Want het gaat met name over het deel van belangenverstrengeling. Daar gaan wij als college niet over. Volgens mij heeft de heer Mekelenkamp ook al aangegeven van, dit zou dan iets moeten of kunnen zijn voor het presidium. Dat zou ik dan ook willen meegeven. Voor de rest ga ik daar ook niet op in. De vragen vanuit Solidair Oldenzaal met betrekking tot het aanlichten, het oplichten van de Plechelmusbasiliek, dit is toch van een andere orde ook en dit gaat ook met name om de toren die wij aanlichten. Maar dit is ook in overleg gegaan met het kerkbestuur toen al.

Dus het is niet zomaar uit het niets dat wij hier een actie bedenken en uitvoeren, maar dit is ook met instemming van het kerkbestuur uitgevoerd. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat snap ik, maar ik was even naar het Reglement van orde. Daar hebben we hele heldere afspraken met elkaar gemaakt. Als u vindt dat het regelement van orde niet meer van toepassing is, dan hebben we het presidium om dat met elkaar te bespreken en u bent vervolgens aan zet. In het Reglement van orde staat gewoon heel duidelijk, het vragenuurtje is niet bedoeld om met elkaar een discussie te voeren, Het is bedoeld om vragen te stellen en dat doet u in twee termijnen en daarna is het Schluss. Dus ik ga over naar de volgende vragen. Dat zijn ook vragen van de VVD, met betrekking tot de Lindenstraat 25. Volgens mij zijn die afkomstig van de heer Nijland. Mag ik de heer Nijland uitnodigen om hier voor plaats te nemen, dan kan hij zijn vragen toelichten. De heer Nijland. De heer Nijland: Even een suggestie, voorzitter. Is het een idee om beide vragen te koppelen, waarmee de portefeuillehouder wellicht de vraag in één keer kan beantwoorden. Ik vraag het even. De voorzitter: Er zijn twee portefeuillehouders. Dus ik zou toch willen voorstellen om het apart te doen. Gaat uw gang, Lindestraat 25.

Mag ik dan de heer Lulofs vragen om het stokje even van mij, althans de voorzittershamer, tijdelijk van mij over te nemen? De heer Lulofs. De voorzitter: De heer Nijland, Gaat uw gang. De heer Nijland: Dank, voorzitter. Om mijn Duitse collega's te citeren dit het weleens vragen en zeggen tegen mij, Wie bekomme ich die Kuh tanzend vom Eis, in goed Nederlands, wil ik beginnen met de Lindestraat. Sedert vele jaren staat er op dit adres een woning, inmiddels in een vergevorderd stadium, van verval en verloedering. Deze ronduit treurige aanblik ontschiet niet alleen de Lindestraat, ook qua aanzicht, hygiëne en veiligheid moeten we ons afvragen of wij dit wel in Oldenzaal willen. Een onbewoonbaar verklaard huis, kapotte ruiten, bouwafval en andere rommel en rotzooi rondom de woning met grote kans op ongedierte. Het is kort door de bocht een ongelooflijke bende die menig wenkbrauwen doet fronzen. Jaren geleden schijnt met de betreffende bewoner te zijn afgesproken dat er achter de woning een vorm van nieuwbouw mocht worden gerealiseerd en indien dat zou zijn afgerond zou de vervallen woning worden gesloopt. Wij zijn echter benieuwd -9-

waarom anno 2023 de vlag er nog steeds zo deplorabel bij hangt. Daarom hebben we een paar vragen aan de portefeuillehouder. Vraag één, is de portefeuillehouder inderdaad op de hoogte van dit meerjarendossier? Zo ja, welke bindende afspraken zijn er destijds gemaakt met de eigenaar van het pand? Op welke wijze wordt er gecontroleerd of de gemaakte afspraken zijn dan wel worden nagekomen? En tot slot, welke mogelijkheden heeft de portefeuillehouder om desnoods middels wettelijk geëigende middelen dit dossier te bespoedigen en op korte termijn te kunnen afronden? Dank. De voorzitter: Duidelijke vragen, de heer Nijland. Ik denk dat de heer Welman al staat te popelen om antwoord te geven, dus het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. De portefeuillehouder was niet op de hoogte van het dossier, maar dat is die dus inmiddels wel. Als inwoner van Oldenzaal was hij wel een keer door de straat gelopen en had ook toen een bepaald beeld bij de betreffende woning. In het verre verleden ben ik zelf raadslid geweest in de gemeente Enschede en daar hadden we een soortgelijke situatie. Dus ik kan de vragen van het raadslid me goed voorstellen.

U zult zich waarschijnlijk ook wel heugen dat zowel de gemeente Enschede op een andere plek, maar ook de gemeente Losser, vergelijkbare woningen hebben of hebben gehad die lijken op de situatie zoals ook aan de Lindestraat het geval is. Daarmee zeg ik al iets, want als u die artikelen hebt gelezen of nog een keer gaat lezen, dan zult u zien hoe moeilijk het is om als overheid, zeker als lagere overheid of als lokaal, niet als lagere, maar als lokale overheid hier verandering in aan te brengen. Dus om antwoord te geven op de vragen, ik was niet op de hoogte van het dossier, maar inmiddels dus wel. Het betreft een dossier uit 2017. Destijds is er een controle uitgevoerd op het betreffende perceel. Na die controle is er toen wel contact geweest, een gesprek zelfs, met de betreffende eigenaar, bewoner. In dit gesprek is afgesproken dat de bewoner werkzaamheden omgevingsvergunning-vrij uitvoert. Hij of zij heeft, de bewoner, heeft toen ook aangegeven die werkzaamheden zelf uit te willen voeren. Vraag twee, destijds waren de werkzaamheden omgevingsvergunning-vrij. Dan is het in principe zo dat het onder verantwoordelijkheid van de eigenaar, bewoner moet plaatsvinden. Daar heb je dan als overheid geen rol in. Daarmee kom ik ook tot vraag drie. Ik zie het signaal, eigenlijk de vragen die nu door de raad gesteld zijn, door het raadslid de heer Nijland, als een melding.

Dat betekent dat wij dat vanuit het VTH-beleid, wat we ook hier in de raad van Oldenzaal hebben vastgesteld, gaan oppakken. Daarmee zeg ik niet dat de situatie die de heer Nijland zojuist heeft beschreven op korte termijn zal veranderen. Want aan de andere kant, de raad moet zich ook realiseren, het is een groot recht in dit land dat de overheid zich niet te snel met een individueel belang gaat bemoeien. Dat is dus ook hier het geval. Dus dit is weer een belangenafweging, maar wij gaan kijken of er toch iets te doen is om via ons VTH-beleid de bewoner, eigenaar in beweging te brengen. Maar uiteindelijk is het toch de persoon zelf, tenzij er sprake is van bepaalde situaties waar wij wel een rol in hebben. Dat gaan we bekijken naar aanleiding van het signaal. Maar anders is het aan de bewoner, eigenaar zelf. Dat is het, voorzitter. De voorzitter: Ik heb mee geturfd. Ik zie dat u alle vragen beantwoord heeft. Ik kan me voorstellen dat de heer Nijland nog wil reageren. De heer Nijland: Dank voor de duidelijke beantwoording. Vooral Losser is het raadslid inderdaad bekend. Even denkend, stille diplomatie, eventuele acties vanuit de omgeving. Zijn er ervaringen, is er jurisprudentie op dit soort cases waarbij de uitkomst op termijn wel positief is gebleken? Daarbij kijk ik dus even niet naar Enschede en Losser. Dan draai ik de bal eventjes om.

Dat er situatie zijn geweest dat middels een bepaalde vorm van, noem het positieve druk of begeleiding of aandacht, mensen wel zover zijn gekomen dat ze zaken vakkundig hebben opgepakt? Dank, voorzitter. -10-

De voorzitter: De heer Nijland, dank u wel. Dat lijkt me een uitdagende vraag voor de portefeuillehouder. De heer Welman. De heer Welman: Dank u wel. Wat ik net ook al in mijn eerste termijn aangaf, wij pakken dit signaal ook naar aanleiding van de vragen op. Daar hebben we ook afspraken over gemaakt in ons VTHbeleid. Dat betekent dat we onder andere ook contact gaan zoeken met de eigenaar, bewoner. Wellicht dat dat de stille diplomatie is waar de heer Nijland net op doelde. Wellicht dat dat helpt om wat beweging te krijgen. Daarnaast zal het signaal ook zo opgepakt worden dat wij gaan kijken of de situatie inmiddels toch anders is dan eerder aangetroffen door onze collega's en of we daarmee tot actie over moeten gaan, maar dan wellicht vanuit een andere titel. Dus dat gaan we zeker doen. Die toezegging heeft u. De voorzitter: Goed. Die toezegging heeft u binnen. Ik kijk nog even rond, maar ik zie niemand aanstalten maken. Dan geef ik het voorzitterschap weer over aan de burgemeester. De voorzitter: Dank u wel, heer Lulofs. Dan ga ik over naar de derde vraag die er vanuit de VVD is gesteld. Dit betreft de droomvilla’s. Ik denk dat ik weer de heer Nijland aan mag kijken. De heer Nijland, mag ik u uitnodigen om uw vragen hier bij het spreekgestoelte toe te lichten? De heer Nijland: Dat mag u zeker. Het spandoek belooft al enige tijd de komst van luxe droomvilla’s.

Maar tot op heden groeit hij alleen gras op de braakliggende kavel op de hoek Hengelosestraat en Ada Kokstraat. Gaan de woningen er überhaupt nog komen? Dit citaat betreft een artikel uit de Tubantia, gedateerd 26 mei 2022. Inmiddels is de 27 november 2023 en kunnen wij ons wederom deze vraag stellen. Droomvilla's of luchtfietserij? 2 januari van dit jaar heb ik nog een foto gemaakt van een bouwkeet die, wellicht niet geheel toevallig, plotseling op de bouwkavel stond. Maar tot op de dag van vandaag is er in de keet nog geen kop koffie gezet, laat staan gedronken. Voorzitter, het betreffende gras op de bouwkavel is langzamerhand verworden tot een urban jungle die in ook werkelijk helemaal niets de indruk wekt dat hier op korte termijn wordt gestart met de bouw van luxe villa's. Los van het feit dat er waarschijnlijk nog geen interesse is in de kavels, is onze fractie van mening dat de eigenaar van de bouwkavel een verantwoordelijkheid met zich meedraagt de kavel op zijn minst fatsoenlijk te onderhouden. Los van de enorme hoeveelheid onkruid, hebben inmiddels ook de achterliggende buren meerdere malen klaagt over een enorme haag die het voetpad begint te overwoekeren. Daarnaast ontsierende kapot gewaaide spandoeken in de Hengelosestraat en kunnen op termijn voor overlast dan wel of veilig situatie zorgen. Kortom, het ziet er niet uit.

Dus werk aan de winkel voor de eigenaar en een aantal vragen aan de portefeuillehouder. Vraag één, is de bouwkavel nog steeds wettig eigendom van Lassche Bouwregisseurs? Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de voortgang van dit project ? Zijn bijvoorbeeld andere woningtypen ook een optie voor de eigenaar? Is er al contact geweest met de eigenaar omtrent de verloedering van de bouwkavel? Welke wettelijke mogelijkheden heeft de portefeuillehouder tot zijn beschikking de eigenaar te dwingen de bouwkavel tot nader orde volgens gedefinieerde maatstaven te onderhouden, wellicht via de VTH? Tot slot, kan de eigenaar worden gemaand de spandoeken die de Hengelosestraat ontsieren aan de straatzijde te verwijderen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Christenhusz. Wethouder. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Een aantal vragen. De bouwkavel, voor zover wij weten, is nog steeds wettig eigendom van degenen die u in uw vraag benoemt. Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de voortgang van het project? Dat is dat er, ik geloof eind februari van dit jaar, ook een vergunning is afgegeven waarmee de werkzaamheden gestart zouden kunnen -11-

worden. Maar ook wij constateren dat het daar nog niet toe is gekomen. Zijn bijvoorbeeld ook andere woningtypen een optie voor de eigenaar? Dat is een vraag die ik op dit moment niet kan beantwoorden, want dat zouden we eigenlijk aan de eigenaar van de kavel zelf moeten gaan vragen. Er is nog geen contact geweest met hem omtrent de verloedering van de bouwkavel. Welke mogelijkheden hebben wij dan? Op zich zijn de mogelijkheden niet zo heel erg groot, tenzij veiligheid en openbare orde in het geding zijn. Maar dan gaat u ook naar de andere portefeuillehouder toe. Datzelfde geldt ook rondom de vraag of het spandoek aan de straatkant verwijderd kan worden. Op het moment dat veiligheid in geding is. Ook deze vragen zien wij wel als een signaal. Zonder dat wij wat kunnen afdwingen, zeg ik wel toe dat we proberen in contact te komen met de eigenaar van de kavels en dat we in ieder geval uw zorgen ook bij hem onder de aandacht zullen gaan brengen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Nijland, of er vanuit zijn zijde nog aanvullende vragen zijn. Ik hoor, ik zie hem ontkennend bewegingen maken. Ik kijk nog even rond. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Een oordelende vraag, er is een vergunning afgegeven voor het bouwen van het een en ander.

Heeft de vergunning een zekere geldigheidsduur waarvoor iets gedaan moet worden? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Dat ga ik navragen. Daar kan ik op dit moment niet direct antwoord op geven. Dat krijgt u per mail. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee kom ik aan het eind van het vragenuur. Ik kan u trouwens ook melden dat voor een deel het systeem waarmee wij altijd livestreamen het begeven heeft. Dat betekent dat we nog wel hoorbaar zijn, maar niet iedereen is zichtbaar en niet iedereen is vooral uw voorzitter. Die is wat minder zichtbaar op het moment dat hij het knopje hier indrukt. Maar dat betekent niet dat wij nu gaan stoppen. We gaan gewoon door. Maar dat geeft nogmaals aan de noodzaak om echt hier wat noodzakelijke investeringen te gaan verrichten. Maar dat even terzijde. Maar dan weet u dat. Mocht u daar vragen over krijgen vanuit uw achterban, dan heeft dat dus daarmee te maken. Daarmee ook bericht meteen naar de mensen thuis, dat ze niet verschrikt opkijken als ze de voorzitter niet zien, maar wel horen. 4. Vaststellen notulen van de vergadering van 30 oktober 2023 De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 4 en dat betreft het vaststellen van de notulen van de vorige keer. Dat was 30 oktober 2023. Ik zie mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het transcriptieverslag doorgelezen en ik wil graag iets rectificeren.

Ik heb het op pagina 57 namelijk over superslimme verkeersmeters. Dat gaat over die iVRI’s. ik rectificeer dat graag formeel, want het zijn geen meters, het zijn verkeerslichten. Bij deze. Dank u wel. De voorzitter: Dat is genoteerd. Ik hoop dat het, maar dat mag u controleren, goed in het volgende verslag komt. Maar daar gaan we wel vanuit. U heeft het nu goed gearticuleerd. Dus dank. Verder niet? Dan, klap erop. Dan zijn ze bij deze aangenomen.

-12-

5. Vaststellen lijst van ingekomen stukken Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen lijst ingekomen stukken. Dan pak ik allereerst de lijst van ingekomen stukken, dat is dus A, dat is een hele waslijst, heb ik net zelf ook kunnen constateren. Ik weet niet of dat nog bij u een reactie oproept. Niet? Dan conform. Vragen volgens art. 4.7 van het Reglement van orde voor de raad 2018 - Geen Dan vragen volgens artikel 4.7 van het Reglement van orde voor de raad 2018. U heeft met de voorzitter kunnen constateren dat u daar nog geen gebruik van heeft gemaakt de laatste tijd, dus vandaar dat daar ook niets is opgeladen. Raadsinfobrieven (10) De voorzitter: Dan kom ik bij de raadsinfobrief en dat zijn er tien. Ik zie mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat over brief 8, dat is de … Sorry, ik excuseer. Brief 7, de raadsinfobrief Situatie De Höfte. De vorige keer heeft het bestuur van De Höfte verteld dat zij gingen aftreden op het moment dat er geen hulp kwam vanuit de gemeenteraad. Mijn vraag luidt, treedt het bestuur van De Höfte nu af, of wat is de stand van zaken? En heeft het college een plan B voor het draaiende houden van de kinderboerderij, mocht het bestuur aftrekken. Dank je wel. Aftreden, sorry, excuses. Aftreden.

De voorzitter: Ik zeg verder niks, maar u heeft het snel gecorrigeerd. Ik kijk naar het college. Ik denk dat mevrouw Zinkweg antwoord kan geven op uw vragen naar aanleiding van de brief die u net noemde. Wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Op dit moment is er geen sprake van een aftredend bestuur, dus vooralsnog gaan wij ervan uit dat het bestuur gewoon de taken vervult zoals hij die moet vervullen volgens zijn stichting. Dus daar is op dit moment geen sprake van. De voorzitter: Mooi. Dan kijk ik even of er nog anderen … Niet. Dan is bij deze verder conform. Stukken ter afdoening in handen van college te stellen (11) De voorzitter: Dan kom ik bij stukken ter afdoening in handen van het college te stellen. Dat zijn er zeven. Ook daar is een lijst bijgevoegd. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Sorry, ik moet even nog bijkomen. De voorzitter: Ik hoop dat u het nu goed zegt. Mevrouw Berger: Ik pak even de notulen erbij. Mijn vraag gaat over brief nummer 10 en dat is de taakstelling huisvesting statushouders, opvang van asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne. Een hele mond vol. In deze brief, geschreven door de VNG, wordt gerefereerd aan een brief die bestuurd is door het ministerie van Justitie en Veiligheid, verzonden op 10 november. Deze brief heb ik hier.

Die gaat over de capaciteitsbehoefte van asielopvang vanaf januari 2025, de taakstelling voor 2024 -13-

en de evaluatie taakstelling voor 2023, de tweede helft van het jaar. Dan valt me daar toch iets uit op. Ik moet dat echt even voorlezen, wat ik denk namelijk niet dat iemand dat heeft gelezen. Ik neem het jullie niet kwalijk, want je moest even zoeken. Het trekt bij ons toch wel een opgetrokken wenkbrauw. Pagina 6 van deze brief, van het ministerie dus. Hier staat, versneld toewijzen corporatiewoningen. Directe uitplaatsing van de statushouders naar een corporatiewoning is het meest optimaal, omdat vanuit hier de opbouw van het bestaan in Nederland in permanente huisvestingssituatie kan starten. Om dit versneld op te pakken, roepen we iedere gemeente op om met corporaties een gezamenlijk plan te maken om de huisvesting aan statushouders te versnellen. Voorzitter, de fractie van Solide Oldenzaal wil graag van het college weten welke afspraken er met de WBO gemaakt zijn, dan wel gemaakt gaan worden over de oproep om statushouders versneld toe te wijzen naar corporatiewoningen. Hiermee bedoelen ze dus sociale huur. Kunt u daar wellicht al antwoord op geven? Verder zou ik graag van het college willen weten hoe zij vinden dat deze brief en taakstellingen zich verhouden met de houding om meer vluchtelingen op te vangen dan de taakstelling van ons vraagt, gezien het vallen van het kabinet om migratie en de nieuwe verkiezingsuitslagen.

Daarnaast wordt Oldenzaal opgedragen om zeven alleenstaande minderjarige vreemdelingen te huisvesten. Zij worden vanaf vier personen opgevangen in een huis. Hoe gaat Oldenzaal deze minderjarige vreemdelingen begeleiden? Hierover zou ik graag geïnformeerd willen worden. Ook hopen wij een forum aan te kunnen vragen waarbij wij graag de WBO uitnodigen om eventuele afspraken samen met de raad en forumleden te kunnen bespreken. Ik vind het zo'n gevoelig onderwerp, helemaal na afgelopen verkiezingen, dat dat onze volledige aandacht vraagt en onze kaderstellende rol. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de wethouder. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij wordt mevrouw Berger op haar wenken bediend. Want als ze in de strategische agenda kijkt, dan ziet ze dat wij het onderwerp, de migratie keten, in januari met u willen gaan bespreken. Dat wordt dan in de volle breedte gedaan. Ik denk dat het dan verstandig is om al uw vragen die u nu stelt, tijdens dat politiek forum te stellen. Want dan zal ook een aantal mensen aanwezig zijn die exact van de hoed en de rand kunnen vertellen hoe die aantallen in elkaar steken. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond of er nog anderen… De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen, in volle breedte.

Gaan we het ook hebben over integratie of is dat weer een ander onderwerp? De voorzitter: Wethouder. De heer Christenhusz: Dan gaan het hebben over de taakstellingen die wij hebben rondom statushouders, Oekraïne, Oekraïense mensen en eventueel ook de taakstelling die rondom asiel … Vraagstukken die spelen. De voorzitter: Dan heeft u altijd de gelegenheid om nog meer naar voren te brengen, maar dat is aan u. Daarmee … Nogmaals, het is niet de bedoeling om met elkaar een discussie te voeren. U heeft net een antwoord gekregen. Ik kijk even nog weer naar u, Gaat uw gang. Maar ik ben er even scherp op. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik heb het idee dat ik ook scherp moet zijn, want u heeft het over de taakstelling. De taakstelling staat er gewoon, die weet ik al. Daar hoef ik niet per se een forum over.

-14-

Mij gaat het om de versnelling van het opvangen van vluchtelingen in sociale huurwoningen. Gaan wij het daarover hebben in het forum? Want dat is de vraag die ik graag beantwoord zou willen hebben. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: De taakstelling die wij als gemeente krijgen, die zullen wij moeten realiseren met elkaar. Daar hebben we woningen voor nodig. In de praktijk betekent dat dat we daar afspraken dan op casusniveau moeten gaan maken met de WBO, om te zorgen dat mensen die gekoppeld zijn aan Oldenzaal hier ook een passende woonruimte krijgen. Zoals u weet, hebben we daar tijdelijk even een situatie gecreëerd in het kader van de hotelarrangementenregeling door de Kroon als een vorm van overloop te zien. Maar dat is ook een tijdelijke situatie. Uiteindelijk zullen alle mensen die aan Oldenzaal qua taakstelling gekoppeld worden een woning in Oldenzaal moeten krijgen. Ja, dan zul je heel vaak in de richting van de WBO moeten gaan kijken, omdat zij die sociale huurwoning inmiddels dus ook hebben. De voorzitter: Goed. U wordt dus nog bediend. Ik kijk even rond. Verder niet. Dan met de opmerkingen die gemaakt zijn conform. Stukken in handen van presidium te stellen (1) De voorzitter: Dan kom ik tot slot bij het punt E. Nee, er komt er nog eentje. Nee, toch niet. Alleen E, want daar staat nog iets opgeladen. Stukken in handen van het presidium te stellen.

Dat betreft het Rekenkamerrapport Uitvraag onderzoek sociaal domein DLO. Ik weet niet of dat nog iets … Want dat komt in het presidium dan aan orde. U gaat daarmee akkoord. Mooi. Ook dat is conform. 6. (Ongewijzigd) Bestemmingsplan Graven Es, deelgebied Gravenbeek De voorzitter: Dat is mooi, want dan betekent dat we nu aangekomen zijn, want de stukken om preadvies waren er niet, in handen van het college te stellen, dan kom ik bij de bespreekvoorstellen. Dan hebben we als eerste staan het bestemmingsplan Graven Es, deelgebied Gravenbeek. Ik heb begrepen dat er vanuit de zijde van D66 een aantal amendementen zijn aangekondigd. Dus ik zou de heer Van der Waal als eerste willen vragen om namens zijn fractie het woord hier links van mij te voeren. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Voor ons ligt het voorstel bestemmingsplan voor het deelgebied Gravenbeek van de Graven Es. Zoals in het forum van vorige week, met name door de WG aangegeven, een mooi plan met een diversiteit van woningen en een behoorlijke hoeveelheid groen. Technisch gezien een mooi plan. Toch heeft D66 twee opmerkingen, of eigenlijk beter gezegd, wensen, bij dit bestemmingsplan. Ten eerste, volgens de ambtenaar die de vragen gesteld heeft aan de wethouder tijdens het forum beantwoording, is in dit plan invulling gegeven aan alle vraagstukken die op dit moment spelen.

De wethouder gaf aan dat hij aan het ontwerp geen sturing heeft gegeven. De betrokken ambtenaren hebben zo te zien technisch goed werk geleverd op basis van afwezigheid van een opdracht anders dan, maak een mooi bestemmingsplan. Mooi werk. Maar een belangrijk vraagstuk wat al vele jaren in Nederland speelt, is de beschikbaarheid van voldoende woningen, daarbij de beschikbaarheid van betaalbare woningen. Niet alleen woningen die sociaal verhuurd worden, ook woningen die gekocht worden. Mede door schaarste is de prijs van woningen hoog. De wethouder gaf vorige week al aan dat we moeten bouwen, bouwen, bouwen. En gelijk heeft hij. De meeste partijen in deze raad zijn het met elkaar eens dat er meer woningen moeten worden gebouwd voor starters, waarvoor de betaalbaarheidsgrens van ruim 400.000 euro echt te veel geld is en mede

-15-

voor ouderen. Om aan deze vraag tegemoet te komen, dient D66 een amendement in, waarbij zowel het aantal woningen als het aantal betaalbare woningen toeneemt. Zo komen we tegemoet aan een van de grote uitdagingen waar Oldenzaal en Nederland voor staat. Het dictum, voorzitter, van het amendement is, de raad van vandaag stelt voor tekst in het besluit waar staat, het bestemmingsplan, ik sla even de detaillering van het bestemmingsplan met nummers en zo over, het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen, te wijzigen in, het bestemmingsplan vast te stellen, met dien verstande dat in de regels voor het bestemmingsplan in artikel 6.2.1.a de tekst maximaal 200 woningen toegestaan, te vervangen door maximaal 220 woningen toegestaan. Daarbij in de regels voor het bestemmingsplan in het volgende deel van het genoemde artikel de tekst, maximaal 36 gestapelde woningen zijn toegestaan, te vervangen door, maximaal 45 gestapelde woningen zijn toegestaan. Uiteraard in de toelichting bij het bestemmingsplan in de situatieschets tenminste één woonblok te wijzigen, zodat hierop ongeveer 10 woningen meer kunnen worden gebouwd dan nu in de planning staat. Dit wat betreft het eerste amendement. De voorzitter: Een momentje. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Ik heb even een vraag over het feit, u schippert erg makkelijk van 200 naar 220 en van 36 naar 45, heeft u er voldoende onderzoek naar gedaan dat dat mogelijk is binnen het ruimtebestek dat daar mogelijk is? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb daar onderzoek gedaan middels de uitgeprinte situatieschets. In het zuidoostelijk deel van de schets zie ik een huizenblok, ik zie eigenlijk drie huizenblokken, maar één huizenblok is gevuld met zeven woningen, een ander huizenblok is gevuld met negen woningen. En die blokken zijn groter dan een ander huizenblok waarop achttien woningen zijn gesitueerd. Dus op basis van dat onderzoek concludeer ik dat het met gemak mogelijk is om tien woningen extra te bouwen op dit grondoppervlak. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik zou dan toch graag straks ook nog even een reactie van de portefeuillehouder willen over dit punt. De voorzitter: De heer Van der Waal, gaat u verder. De voorzitter: Dank u, voorzitter. De tweede wens die wij hebben. In het plan is opgenomen dat er voor zes woonwagens locaties worden gereserveerd. Dit aantal is gebaseerd op het Woonwagenbeleid Oldenzaal 2023, wat op 27 maart van dit jaar is vastgesteld. In hetzelfde beleid is aangegeven dat het nu gekozen aantal van zes gebaseerd is op de ruimtelijke mogelijkheden.

De wethouder gaf tijdens het forum aan dit aantal te hebben gekozen, omdat dit passend wordt gevonden, maar gaf tevens aan geen bezwaar te hebben als de raad tot een hoger aantal beslist. Wanneer ik ook weer een onderzoek doe op de situatieschets … Aangegeven, wanneer ik de situatieschets in de toelichting van het plan bekijk, zie ik in het verlengde van de geplande zes woonplaatsen, ruimte voor nog eens drie plaatsen. Volgens de geest van het Woonwagenbeleid kunnen dus goed drie extra woonwagenplaatsen in dit plan worden opgenomen. Om deze reden dient D66 een tweede amendement in waarin wordt opgeroepen het aantal plaatsen met drie te verhogen.

-16-

De voorzitter: Als u een momentje heeft, want ik zag in ieder geval de heer Bouwman een interruptie willen plaatsen. Dus daar krijgt hij van mij de gelegenheid voor. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik zou toch even één ding willen rectificeren. Want u gaf aan dat de wethouder er geen problemen mee had om meer woonwagenstandplaatsen te realiseren. Ik heb in datzelfde forum gevraagd of de wethouder negen te veel vond en daar bevestigde hij op dat hij negen te veel vond. Dus volgens mij heeft de portefeuillehouder wel moeite met meer woonwagenstandplaatsen. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: De wethouder heeft aangegeven dat als de raad anders besloot, dat hij daarmee akkoord zou gaan. Dus dat interpreteer ik als een geen bezwaarstelling. Dat is een interpretatie uiteraard. De voorzitter: Zeker, maar gaat u verder. De heer Van der Waal: Voorzitter, het dictum van het amendement is, waar staat het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen, te wijzigen in, het bestemmingsplan vast te stellen, met dien verstande dat in de regels van een artikel genoemd in dit amendement de tekst, maximaal zes woonwagens zijn toegestaan, vervangen door, maximaal negen woonwagens zijn toegestaan. Waarbij de ruimte voor met de functie aanduiding woonwagenstandplaats wordt verruimd, zodat voor de drie extra woonwagens plaatsruimte wordt gecreëerd. Voorzitter, tot zover.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zie in ieder geval de heer Nijland nog een vraag voor u hebben. De heer Nijland. En als de heer Van der Waal op het knopje wil drukken, zodat zij microf… Heel goed. De heer Van der Wa… Nijland. De heer Nijland: Dank, voorzitter. Ik zit het te beluisteren. Ik kijk naar de tekening van de heer Van der Waal en ik proef in ieder grenzeloze ambities, de heer Van der Waal ,om wellicht binnen R&O de komende jaren een functie van betekenis te gaan bekleden. Wat ik mij alleen afvraag, hoe kan mijnheer Van der Waal op basis van een geprinte schets in pak hem beet een kwartier een compleet andere uitkomst creëren waar een heel team R&O echt op professionele wijze mee bezig is geweest? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben politicus en ik maak keuzen. De ambtenaren die dit plan goed hebben opgelost, hebben gebruik gemaakt van het grondoppervlak om daarop woningen te situeren. Als ik kijk hoeveel oppervlak een woning nodig heeft, zie ik dat het afhankelijk is van het type woning.

Als ik dan vervolgens kijk naar het probleem in Nederland, dus ook in Oldenzaal, van het gebrek aan woningen, vraag ik me af of het niet nuttig is om een zekere verdichting aan te brengen in het ontwerp van woonwijken, om daarmee het mogelijk te maken dat er meer woningen worden gebouwd op het oppervlak van de gemeente Oldenzaal, wat zeer beperkt is gezien de gemeentegrenzen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen aanvullende vraag van de heer Nijland. Dat concludeer ik juist. Wel van de heer Wagelaar. De heer Wagelaar nog. De heer Wagelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wel even een aanvullende vraag. We hebben drie maanden geleden met elkaar uitgebreid gediscussieerd over het woonwagenpark, woonwagenbeleid en de toekomstige invulling daarvan. Is de nieuwe informatie die onze discussie -17-

opnieuw kan … Of onze keuze opnieuw kan heroverwegen? Want die heb ik nog niet helemaal gehoord. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb geen nadere informatie dan de informatie die ik genoemd heb. Plaatsing van woonwagens op andere locaties blijft voortdurend in het vage, ondanks herhaalde vragen die we ook op 27 maart hebben gesteld. Hier hebben we een mogelijkheid om de plaatsing van woonwagens enigszins, maar dan ook nog zeer beperkt, te versnellen. Ik vraag de raad om deze versnelling mogelijk te maken. De voorzitter: Goed. Dank u wel, de heer Van der Waal. Dan ga ik naar Solidair Oldenzaal. Volgens mij de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Voorzitter, waar moeten we beginnen? We hebben het bestemmingsplan bestudeerd, de zienswijze gelezen en de beantwoording van het college gelezen. Daaraanvolgend hebben we in het politiek forum een aantal vragen gesteld. Onze conclusie na afloop, er zijn meer vragen bijgekomen dan dat er beantwoord zijn. De rode draad voor ons is de inpassing van woonwagenstandplaatsen en onze zorg over betaalbare woningen voor onze inwoners. Om met het eerste te beginnen, de woonwagens. Laten we nog een keertje heel helder formuleren, er ligt een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarin heeft het Hof uitspraak gedaan dat gemeenten niet langer een uitsterfbeleid mogen voeren.

Onder uitsterfbeleid valt niet alleen dat gemeenten woonwagenstandplaatsen opheffen, maar ook het nuloptiebeleid valt daaronder. Dat wil zeggen dat we de mogelijkheid moeten geven om woonwagenstandplaatsen uit te breiden. Gemeenten zijn niet alleen verplicht om de cultuur van de Roma, Sinti en woonwagenbewoners te beschermen, maar ook te faciliteren. Maar wat wordt dan bedoelt met faciliteren? Ook daar is het Hof heel helder in. Gemeenten moeten de behoeften van woonwagens in kaart brengen en voldoen aan deze behoeften. Kortom, het leven van deze cultuur mogelijk maken en te zorgen voor een goede mix van sociale huur- en koopwagens. Het is dus zeker niet vrijblijvend en het moet goed gemotiveerd worden. De uitspraak van het Hof valt onder internationaal recht. Internationaal recht prevaleert altijd boven het nationale recht en zal dus ook altijd zeker prevaleren boven een gemeentelijk beleidskader. De beantwoording van het college aan de indiener van de zienswijze, dat met dit bestemmingsplan wat voldaan aan het beleid, is dus veel te kort door de bocht. Mocht dit bestemmingsplan voor de rechter komen, dan zal de rechter toetsen aan de wettelijke kaders die van toepassing zijn en dat is onder andere de uitspraak van het Europees Hof. Daartoe hebben we ons te verhouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13626291/4