CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raadsvergadering 13 november 2023 (begroting) vastgesteld in de raadsvergadering van 18 december 2023

Gemeenteraad 13 november 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering54.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 13 november 2023

Aanvang 16.00 uur Aanwezig:

de heer P.G. Welman, voorzitter

de dames:

R. Berger, J.M. Egbers, N. Nevels-ter Brake, E.G. Nijendijk, P.J.H. Oude Engberink-Weideveld en M.J. Seijger

de heren:

J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, Y.B. Liebrand, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland, H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar, R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim de heer J.H. Brokers, griffier de heer R.G.H. Christenhusz, wethouder mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder

Afwezig:

--

Algemeen 1. Opening De voorzitter: Het is vier uur. Ik wilde beginnen met deze Begrotingsraad, de Programmabegroting om precies te zijn. Programmabegroting 2024. En ik wil dat eens een keer doen op een wat andere manier. En daar is een speciale aanleiding voor. En toen ik mij aan het prepareren was op dit moment toen dacht ik, heb ik in deze raad weleens iemand toegesproken uit de Marke De Lutte? En dat is volgens mij nog niet het geval geweest. Voor alles moet een keer een eerste keer zijn. Maar u weet waarschijnlijk allemaal dat dit de laatste vergadering zal zijn waar de geachte pers, kijk er wordt al ruimte gemaakt, aanwezig zal zijn. In ieder geval de functie als journalist. En wij kennen elkaar al een tijdje, heer Scheper. Ik doe dat natuurlijk nog, want we zitten nog in een formele vergadering, even heel formeel. Maar we kennen elkaar al een tijdje. Ik was net beginnend raadslid in Enschede. En dat was trouwens de Marke Lonneker, om in markentaal te blijven spreken. En ik constateer dat sinds die tijd in ieder geval in de haardracht weinig veranderd is, want dat was volgens mij toen ook al wit. En bij mij is er wel wat veranderd. Dat wordt steeds minder. Ik ben wel enigszins jaloers. En de jaloersheid neemt wat toe.

Je gaat ook nog eens een keer een hele mooie toekomst tegemoet, want als voorzitter van De Dree Marken, wederom marken, heb je een hele mooie uitdaging om niet alleen over de Marke De Lutte, de Marke Beuningen en waarschijnlijk nog de Marke Berghuizen te schrijven. Maar ik hoop dat het Wigbold Oldenzaal af en toe ook voorbij mag komen. Want die vier zijn toch wel onlosmakelijk met elkaar verbonden, als je kijkt naar hoe zich dit gebied over de afgelopen 100, 150 jaar ontwikkeld heeft. Kijk, dat is een mooie aanleiding om meteen iedereen te vragen om iPads, telefoons op stil te zetten. Laat ik dat dan ook maar meteen doen. Maar alle gekheid op een stokje. Ik denk dat wij, en ik hoop dat ik namens iedereen mag spreken, altijd -1-

ontzettend gewaardeerd hebben Stefan, nou doe ik het even in deze vorm, dat je aanwezig bent geweest om verslag te doen van de raadsvergaderingen. Toch het belangrijkste moment in de democratie van de lagere overheid of van een gemeente, in dit geval. En niet alleen jij, maar ook jouw collega's. Dat waarderen we ten zeerste. Je merkt, kijk bijvoorbeeld naar de Hof van Twente, dat het niet overal vanzelfsprekend is dat de journalistiek verslag doet, de pers verslag doet van de democratie binnen een gemeente. Maar het is mooi dat dat hier in Oldenzaal nog steeds wel het geval is geweest. Want als je kijkt naar hoe de machten in dit land verdeeld zijn, dan is het gewoon goed dat de pers als een soort waakhond fungeert om ons, niet alleen in deze zaal, maar ook daarbuiten scherp te houden. Daar wil ik je heel graag, ik denk namens ons allen, ontzettend voor bedanken. Ik hoop dat de lijn die jij en je collega's de afgelopen jaren in gang hebben gezet, dat dat ook door de nieuwe lichting voortgezet gaat worden. En dat ze niet alleen via de digitale weg, maar ook hier fysiek aanwezig ons gaan volgen, ons scherp gaan houden, allemaal in het belang van Oldenzaal en van de Oldenzaalse samenleving. Ik denk dat we daar allemaal baat bij hebben. Maar nogmaals van harte bedankt voor de wijze waarop je dat de afgelopen jaren gedaan hebt.

Waarschijnlijk zijn we het niet altijd met elkaar eens geweest over de vorm, maar dat doet er niet toe. Het feit dat het gebeurde, dat heeft wel de democratie denk ik verder geholpen. Dank daarvoor. En ik wens jou heel veel succes bij De Dree Marken. En ik hoop dat we elkaar daar nog een keer tegen gaan komen. En wellicht dat we dan nog eens een keer de pennen kunnen gebruiken om elkaar weer scherp te houden. Maar nogmaals dank en heel veel goeds voor de toekomst. Good goan. Dat gezegd hebbende, we hebben, zoals u zelf ook kunt constateren, geen bericht van verhindering. We hebben een voltallige raad. Dat is heel mooi. 23 raadsleden en ook 5 collegeleden. Dat is mooi. Verder wil ik u bij aanvang melden dat wij spreektijd hebben. Tien minuten per fractie. En ik, samen met de griffier, wij gaan u daaraan houden. En vooraf is ook afgesproken dat er interrupties zijn toegestaan tijdens het uitspreken van de beschouwing en vanuit het verhaal wat u te vertellen heeft. Maar dat gaat niet af van de tijd. Dan zullen we de tijd stopzetten. Maar maximaal tien minuten in ieder geval voor de eerste termijn. U heeft ook gezien welke volgorde wij willen gaan hanteren. We beginnen met GroenLinks, VVD, Partij van de Arbeid, Solidair Oldenzaal, WG, D66 en last but nog least het CDA. En ik zag in de teksten dat daar al op geanticipeerd werd. Dat is prima.

Verder is het de bedoeling om dan na de eerste termijn van de raad, indien nodig gewenst, een schorsing in te lassen. En dan de tijd te gebruiken voor een eerste termijn vanuit het college. En vervolgens is het tijd voor een warme maaltijd. En dan kijken we even hoe de rest van de avond eruit moet komen te zien, afhankelijk van de inbreng en de discussie die heeft plaatsgevonden. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Maar ik kijk eerst rond of u met de agenda, zoals net door mij toegelicht en die ook voor u ligt, kunt instemmen. Dat is het geval. Dan is die bij deze vastgesteld. Bespreekvoorstellen 3. Voorstel tot het vaststellen van de Programmabegroting 2024 inclusief bijlagenboek a.

AB GroenLinks

De voorzitter: En dan wil ik ook van start gaan door als eerste de heer Snijders namens GroenLinks uit te nodigen om hier naast de griffier plaats te nemen bij het spreekgestoelte om de aftrap voor zijn rekening te nemen. De heer Snijders.

-2-

De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Tijd is begonnen. Voorzitter, voor ons ligt de begroting voor 2024. Bescheiden, inclusief raadsprogramma en rekening houdend met de Toekomstvisie Oldenzaal 2040. GroenLinks vindt dat een prima begroting. Maar we zijn niet zo van de complimenten. Er moet ook wel wat kritiek komen. Hadden we niet een motie aangenomen waarbij de begroting langzaam smarter zou worden, door bij elke P&C-cyclus minimaal één onderdeel uit de begroting aan te wijzen en smart te gaan beschrijven? Heb ik iets gemist? En waar zijn de KPI’s van de verbetering van de binnenstad? We hadden afgesproken zonder KPI’s geen geld meer voor de binnenstad voor 2024. Ook heeft GroenLinks kritiek op de leesbaarheid van de begroting. Ik ben geen financieel expert en ik denk meerderen niet. En ik heb steeds meer moeite om het te lezen en te begrijpen. En dat heb ik bevestigd gekregen, omdat we een speciale auditsessie hebben besteed aan het lezen van de begroting van de heer De Kruijf, universitair docent Bestuurskunde aan het Radboud. Dat was verhelderend en tevens een bevestiging dat de leesbaarheid van op Programmabegroting te wensen overlaat. Willen we als raadsleden onze taken kunnen uitvoeren, dan moet dat beter. Dat zijn we in het kader van transparant bestuur ook aan onze inwoners verplicht.

En daarom dienen wij een motie in waarbij ik nog graag benadruk dat dit een taak is van ons allemaal. Van de raad, het college, de ambtenaren. En nou is de vraag of ik het college de oproep moet voorlezen of niet? De voorzitter: Voor de mensen thuis is dat misschien wel goed. Alleen roept op, dan heel graag. De heer Snijders: We roepen het college op om de opzet van de Programmabegroting te herzien naar meer voor de leek begrijpelijk format. Dit in samenwerking te doen met een delegatie van de raad en specialisten uit het veld. En ambtenaren, maar dat stond er niet bij. De werkbaarheid van het ambtelijke apparaat daarbij niet uit het oog te verliezen. En als planning zich te richten op de begroting van 2025. En om de portefeuillehouder alvast wat inspiratie mee te geven, heb ik gedacht om een soort van format alvast... De voorzitter: Als u toestaat, heer Snijders, er is een interruptie van de heer Visscher namens de VVD. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Snijders. Wij zijn toch geen leken? Met alle respect, maar ik vind onszelf wel iets meer dan een leek. Waarom moet het voor leken begrijpelijker worden? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: De heer Visscher, volgens mij is de raad een lekenbestuur. En zijn wij een vertegenwoordiging van de bevolking. Dat zijn niet allemaal financieel specialisten.

En we publiceren dit. Eigenlijk moeten de meeste inwoners dit tot zich kunnen nemen om te kijken waar hun geld naartoe gaat. En als ze dat niet begrijpen, dan kan dat niet. Dan moeten we het gaan uitleggen. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dan zijn we misschien leken. En ik ben ook geen financieel specialist. Maar ik vind het altijd een prima leesbaar document. Ik heb daar niet zo heel veel moeite mee, maar misschien ligt dat aan mij. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat denk ik. Dan bent u minder leek dan ik. Maar u gaat al wat langer mee.

-3-

De voorzitter: Gaat u verder. De heer Snijders: Eerst een kleine aantekening. GroenLinks is van mening dat je als raad niet alleen moet luisteren naar zij die spreken, maar misschien nog wel meer naar zij die zwijgen. Ook al is dat vaak lastiger en kost dat meer moeite. Maar toch, heel recent hebben twee partijen aandacht gevraagd en onze steun gezocht. En dat kunnen we niet negeren. Daar moeten we iets van gaan zeggen. Allereerst De Höfte. GroenLinks vindt dat een kinderboerderij in Oldenzaal niet mag ontbreken. Maar je kan je wel afvragen welke vorm dat moet hebben en wat dat mag kosten. In de raadsbrief van het college van 10 november vormt het college haar zienswijze. En daar staat GroenLinks volledig achter. We roepen het bestuur van De Höfte dan ook op om de geboden hulp van de gemeente aan te nemen. Ik weet niet of de voorzitter mijn betoog al gelezen heeft, maar die heeft een mooi voorzetje gegeven over democratie. Gaat over Twente FM. Voor een goede democratie is het van essentieel belang dat je geïnformeerde keuzes kunt maken. Goede lokale journalistiek is voor iedereen, als het gratis is sowieso. Toegankelijk is daarbij noodzakelijk. Twente FM heeft een plan gepresenteerd waarin zij aangeven hoe dit te bieden tegen een bescheiden prijs.

Zeker als je die prijs afzet tegen de bijdrage die wordt geïnd, niet door de gemeente, maar het komt wel van de burgers, voor landelijke of provinciale journalistiek. Verschillende gemeentes om Oldenzaal heen hebben al toegezegd hun plan te zullen steunen. En als we ook in Oldenzaal de lokale journalistiek willen behouden, helemaal nu de heer Schepers weggaat, moeten we dit plan ook steunen. Daarom dienen wij, samen met SO, de volgende motie in. Het heet Investering lokale democratie Twente FM. En wij roepen het college op om de gevraagde 2,50 per inwoner op korte termijn structureel beschikbaar te stellen aan Twente FM. Dit bedrag het eerste jaar te financieren uit de algemene reserves en de dekking in opvolgende jaren opnieuw te bepalen na herziening van de financiering van het publiek bestel in 2025. Volgens het masterplan sociaal domein steken we vooral in op preventie. Met preventie in het sociaal domein voorkom je dat mensen afglijden naar diepe problemen en zo voorkom je veel menselijk leed. Voor preventie is het noodzakelijk dat je op tijd ziet dat er iets mis dreigt te gaan. En als je dan ziet dat iets misgaat, dat je snel kunt reageren. Daarvoor is goede samenwerking noodzakelijk, maar ook de ruimte om te kunnen handelen. Immers, soms is die ruimte er niet, omdat regelgeving hiermee geen rekening houdt.

GroenLinks vindt dat professionals dan de ruimte moeten krijgen om naar eigen inzicht te helpen. Wij willen hiervoor jaarlijks een budget beschikbaar stellen. Deze motie is geïnspireerd door een uitzending van RegioNet, waarin iemand een auto krijgt om naar zijn werk te kunnen gaan. Een jongen met een beperking, die anders waarschijnlijk in een depressie zou raken en die nu gewoon toch naar zijn zorgboerderij kan. De motie heet Ruimte voor preventie. Roept het college op om jaarlijks een budget van 15.000 euro uit de algemene reserves beschikbaar te stellen als handelingsruimte voor professionals. Dit geld naar eigen inzicht voor een cliënt gebruikt mag worden als zij dat nodig achten. En te rapporteren naar de raad over de inzet en de resultaten. De voorzitter: De heer Snijders, moment. Interruptie van de heer Maartens, de heer Maartens. De heer Maartens: Even een vraag. 15.000 euro en ik weet niet hoeveel medewerkers in het sociaal domein. Wat gaan we daarmee doen? En ook de vraag, volgens mij doen wij al heel veel aan preventie en wat voegt dit dan toe? Wat gaan wij dan doen wat wij nu niet doen? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Eerlijk gezegd ben ik geen specialist in sociaal domein. Ik weet niet wat wij allemaal al precies doen. En als de wethouder kan toegeven dat dit al is afgedekt, dan is de motie niet nodig. Zo simpel is het.

-4-

De heer Maartens: Maar dan hoor ik graag dat het is afgedekt. De voorzitter: Gaat u door. De heer Snijders: Voorzitter, bij de renovatie van kleedkamers is het plaatsen van zonnepanelen aan de orde geweest. Het zou economisch niet rendabel zijn. Hoe kan je als gemeente geen paneel leggen op een geschikt dak, terwijl je enkele jaren terug nog het project Gemeente zoekt dak hebt opgestart. Bij de keuze om energie op te wekken, op een duurzame manier, op een dak moet verder worden gekeken dan alleen naar teruglevering. Zo kan je energie opslaan of je kan het onderling verdelen. Voorbeelden in den lande te over. En niet alleen het financieel gewin moet een keuze bepalen. De hele energietransitie is immers ook niet begonnen om louter financieel gewin. Hoe ga je als Oldenzaal duurzaam energie opwekken als je de daken niet optimaal benut? We hebben hier eerder een motie voor ingediend, maar die is vanwege een uitgelopen vergadering niet behandeld. Daarom dien ik hem graag alsnog in. De motie heet Duurzaam dak. En we roepen het college op om bij alle projecten waarbij de gemeente betrokken is en waarbij het eveneens mogelijk is om zonnepanelen te plaatsen alle technische mogelijkheden te bekijken voor het gebruik en verdelen van opgewekte energie. En niet alleen het rendement op basis van de mogelijkheden van terugleveren.

En een waarde toekent aan het verlies van niet benutte dakruimte, zodat deze meegenomen kan worden bij de overweging voor het wel of niet plaatsen van zonnepanelen. Tot zover. En bedankt voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie in ieder geval een interruptie nog van mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ook bedankt GroenLinks voor de mooie inbreng. Wij kunnen ons in veel moties vinden. Wij hadden inderdaad ook vragen over die 15.000 euro, maar is enigszins beantwoord. Dan even over deze motie Duurzaam dak. Verbaast mij toch. Onze fractie heeft namelijk in het herziene zonneveldenbeleid gevraagd aan de raad, kunnen we niet inzetten op zon op dak? In het zonneveldenbeleid werd namelijk verteld dat de doelen die daar gesteld zijn totaal onhaalbaar zijn. Die motie is weggestemd. Vervolgens dient de WG een motie in voor zon op dak. En nu gebruikt GroenLinks dezelfde tactiek. Ik vind het een goed idee hoor. Maar ik vraag me dan toch af waarom die van ons er niet doorkwam en er nu twee partijen exact dezelfde motie indienen. Daar ben ik heel benieuwd naar. En dan nog een vraag. Een waarde toekennen aan het verlies van een niet benutte dakruimte, zodat deze meegenomen kan worden bij de overweging van het wel of niet plaatsen van zonnepanelen. Wat bedoelt u daar precies mee? Dat we in de wijken gaan uitrekenen, zoveel vierkante...

Wacht even tot de telefoon... We hebben een beller. De voorzitter: Ik wil nogmaals iedereen echt vragen, want het stoort, om de telefoons uit te zetten, zodat we gewoon door kunnen gaan met de vergadering. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u. Kan gebeuren. Bedoelt u dan hoeveel vierkante meter zon op dak gerealiseerd zou kunnen worden? Kunt u dat iets meer toelichten? Dank u. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Het is een lastige beschrijving. En die licht ik graag toe. Omdat wij niet echt werken met KPI’s nog voor duurzaam op te wekken energie, is niet duidelijk hoeveel energie we gaan opwekken uiteindelijk. Hadden we het wel gedaan, dan hadden we bijvoorbeeld gezegd, we moeten 10.000 zonnepanelen leggen. Op het moment dat je dan op een dak geen zonnepanelen legt, dan ga

-5-

je die 10.000 niet halen of je moet ze ergens anders neerleggen. Dat betekent een bepaalde soort van verlies. Daar zou je een waarde aan moeten toe kennen, net zo goed als je in de olie industrie een waarde toe moet kennen aan milieuverontreiniging. Als een schip zinkt of als er een olieramp gebeurt. Dat doen we niet. Dat lossen met zijn allen op. Maar je moet daar een waarde aan toekennen. En dan in één keer krijg je niet alleen maar het financiële nadeel doordat je de terug geleverde energie niet betaald krijgt, maar dan heb je een financieel nadeel doordat je zonnepanelen niet legt en ergens anders moet gaan leggen. Financieel of op een andere manier, daar moet je een waarde aan toe gaan. Die is lastig. Maar als je gewoon opneemt in het duurzaamheidsbeleid hoeveel panelen je wilt gaan leggen, dan wordt het heel makkelijk. Want dan leg je er hier driehonderd niet. Dan moet ze ergens anders neer gaan leggen. De voorzitter: Dan zag ik nog de heer Mekelenkamp. Wilt u nog? Dan krijgt u nog. En dan ga ik daarna naar de heer Mekelenkamp. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik had namelijk nog een vraag uitstaan. Die verwacht ik nog. Het kan aan mij liggen misschien, maar ik vind het duurzaam opwekken en wat je dan niet zou realiseren met zonnepanelen... Ik zie daar de meerwaarde niet van in.

Eigenlijk als ik het goed begrijp, u wil van alle daken in Oldenzaal berekenen wat het verlies is van opwekking, als we daar geen panelen op leggen. Heb ik dat op die manier goed begrepen? De heer Snijders: Nee, helaas. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Snijders: Het gaat alleen maar op die panelen waar... Als we een casus hebben waar we zeggen, we leggen wel of niet panelen op het dak, dan gaan we nu alleen maar kijken, krijgen we geld voor het terugleveren? En dan zeggen we niet, dan gaat het over. Maar het feit dat je er geen panelen neerlegt, is ook een waarde. Namelijk, die energie ga je niet opwekken. En daar moet je naar kijken. En daar moet je rekening mee houden. En dan kan het zijn dat je alsnog beslist om het niet op te leggen. Maar nu kijken we alleen maar, het wordt niet terug geleverd. Doe het nog niet. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Berger: Ik wacht nog steeds op die vraag, maar die komt zo. Maar het gaat mensen toch natuurlijk ook om de investering die ze moeten doen. Het is toch niet de waarde die je niet terug levert? Je doet ook een investering. En als mensen tegenwoordig niet meer kunnen salderen, dan begrijp ik heel goed dat dat afremt om het besluit te nemen om geen zonnepanelen te doen. Want dan is het best wel een knauw met geld.

De voorzitter: Als de heer Snijders dit wil meenemen bij zijn beantwoording en ook nog de tweede vraag die uitstond, dan ga ik vervolgens naar de heer Mekelenkamp. De heer Snijders: Dat hangt natuurlijk af van het grondprincipe. Vind je dat we een energietransitie moeten doormaken? Als je vindt dat het niet nodig is, kunnen we gewoon olie blijven stoken. Hebben we die zonnepanelen helemaal niet nodig. Dan doen we het alleen omdat het leuk geld opbrengt. Een soort spaarrekening. Maar als je een transitie wil doormaken, moet je ergens je energie vandaan halen. Dat kan van een kerncentrale zijn, maar dat is voorlopig nog even niet. Dat kan van windmolens zijn of zonnepanelen of van iets anders. Dan moet je zonnepanelen niet alleen maar leggen omdat het geld opbrengt, maar omdat je dat onderdeel is van de transitie.

-6-

De voorzitter: En de tweede vraag die nog uitstond. De heer Snijders: Die ben ik kwijt. De voorzitter: Zou u die nog willen herhalen? Mevrouw Berger: Heel graag, voorzitter. Ik heb de vraag gesteld en ook voor de WG. Allicht mogen zij reageren, maar wellicht ook niet. Onze fractie heeft namelijk de motie zon op dak. Hele zonneveldenbeleid hebben wij herzien. Geen zonneveldenbeleid, maar zon op daken beleid. Dat is door iedereen weggestemd. En nou komt de WG met een zon op dak motie en nu ook GroenLinks. Heel top idee hoor, maar het was ons idee. De voorzitter: De heer Snijders van GroenLinks staat nu hier. En de WG heeft zo meteen haar eigen moment nog. De heer Snijders. De heer Snijders: Sorry, voorzitter. We hebben eerder in de motie geprobeerd om meer zon op dak te krijgen. Dat was nog voor die andere moties. Deze motie is in zoverre anders dat wij vinden dat de basis van de motie is dat je anders moet kijken of je ze wel of niet op een dak gaat leggen. Nu voorin zeggen we, het brengt niks op, doe het niet. En de kern van deze motie is, je moet verder kijken dan je neus lang is, wat gebeurt als je dat niet doet? Wat voor consequenties heeft dat? De voorzitter: En nu ga ik naar de heer Mekelenkamp. Ik kom zo weer bij u terug. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik heb eigenlijk nog een vraag aan de heer Snijders over zijn eerste oproep.

Want hij stelt daarin bij alle projecten waarbij de gemeente betrokken is en waarbij het eveneens mogelijk is om zonnepanelen te plaatsen. Wat voor een projecten zijn dat dan? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb me bij het zoveelste keer doorlezen van die motie gerealiseerd dat het misschien iets te breed is, want het zou ook eens een schoolproject kunnen zijn waarbij je zonnepanelen... Zo bedoel ik het niet. De inspiratie komt van de kleedkamers. Die worden opnieuw gebouwd. Dan kun je op het dak zonnepanelen plaatsen. En dat hebben we niet gedaan, want het was niet rendabel. Daar komt hij vandaan. Dat is zo'n project waarbij de gemeente betrokken is. Volgende is zonneweide. Dat is een project waarbij de gemeente betrokken is, waarbij je kunt kiezen of het dak renoveren en vol leggen of niet renoveren en minder panelen plaatsen. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Maar het is wel goed om dat even dan te verduidelijken. Niet dat bij ieder bestemmingsplan als project waar wij als gemeente bij betrokken zijn dat we overal een keuze moeten maken of we wel of geen zonnepanelen erop willen leggen. Zodat we niet inwoners nodeloos op kosten gaan jagen om ze te verplichten zonnepanelen te nemen. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Terechte opmerking. De voorzitter: En dan ga ik nog weer even terug naar mevrouw Berger. -7-

Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik wilde hier graag op inhaken, want de voetbalvereniging is iets heel wat anders. Dat zijn grootverbruikers. Grootverbruikers kunnen geen vergunning meer krijgen voor het aanleggen van zonnepanelen vanwege de netcongestie. Het net zit vol. Verhaal kennen we allemaal. Ik neem aan dat uw motie gaat over de kleinverbruikers, waar we nog wel enige ruimte in hebben. U schudt nee. Dat vind ik dan toch heel bijzonder. Want je kan het wel willen, maar als niet kan, kunnen we geen zonnepanelen op het dak leggen, zoals bij scholen of bij voetbalverenigingen. De voorzitter: De heer Snijders, tot slot. De heer Snijders: Je kunt ze in ieder geval opleggen. Je kunt ze er gewoon opleggen. Dat kan. Dat weet ik niet zeker of de voetbalvereniging ook niet kan terugleveren. Toen was het zo, ze kunnen niet salderen, omdat ze grootverbruiker zijn. Er is nu netcongestie. Maar zoals ik eerder heb gezegd, je zou eigenlijk alle westerlingen moeten verbieden een auto te kopen, want daar is ook netcongestie. Dat zijn files. Netcongestie gaat opgelost worden. En bovendien waar ik in oproep in deze motie is, kijk naar andere ideeën. Je kunt bijvoorbeeld de energie, als je die niet kunt terugleveren, kun je hem bijvoorbeeld opslaan of je zet hem in een boiler, zodat je er ’s avonds mee kunt douchen. Je hoeft het niet weg te gooien. Er zijn andere dingen mogelijk.

En daar wordt nu niet naar gekeken. En dat zou je wel moeten doen. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot, en dan wil ik echt naar de volgende spreker, dat is de VVD. En dan wil ik echt naar de volgende spreker. Dat is de VVD. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik had me voorgenomen bij deze motie niet te reageren, maar gezien het debat wat er net is geweest dacht ik, ik voel toch de behoefte om daar nog op aan te haken. Wij vinden het een sympathieke motie. Maar als ik zo hoor dat er een aantal vragen worden gesteld die wij ook wel hadden geformuleerd, waarbij volgens mij niet helemaal duidelijk is hoe u zelf de motie heeft bedoeld van alle projecten, wel of niet doorberekenen. U heeft net een toelichting gegeven hoe u die kosten wil berekenen voor zonnepanelen die niet worden gelegd, maar waarbij dan de kosten vervolgens niet worden meegenomen. Daarbij haak ik nu al af. Ik zou in ieder geval mee willen geven, wellicht dat u de motie wat moet gaan aanscherpen voordat u hem überhaupt bij ons neerlegt. En de vraag die net ook werd gesteld, heeft u nagedacht over de netcongestie als u bij alle projecten waar zonnepanelen worden gelegd... Heeft u daar ook bij stilgestaan wat daar de effecten zijn? Ik vraag me af of dit de plaats is nu om die motie in te dienen. Ik ben heel benieuwd hoe u daarnaar kijkt.

En ik voel me toch verleid om te reageren op wat mevrouw Berger net aangaf. Waarom dat wij eerder tegengestemd hebben bij de motie die u aangaf en waarvoor wij vervolgens zelf een motie hebben ingediend. Het voorstel wat u indiende was in plaats van het zonneveldenbeleid. Dat wilde u van tafel af hebben. En daar zijn wij op tegen. En onze motie is daarin veel beperkter dan wat u had voorgesteld. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Snijders, eerst een reactie. Dan kijk ik even verder. De heer Snijders. De heer Snijders: Er zitten misschien wat schoonheidsfoutjes in de motie. Met name de oproep om bij alle projecten, realiseer ik me, dat is misschien iets te breed. Maar het aspect van waarde toekennen, dat is niet zo moeilijk. Dat is nu moeilijk omdat we niet gezegd hebben, we gaan 10.000 panelen plaatsen. Als we dat wel gedaan hadden, dan plaatsen we er daar 500 niet. Waar gaan we die plaatsen dan? Dan is het gelijk duidelijk dat je een probleem maakt als je niet begint met zonnepanelen plaatsen. En netcongestie wordt iedere keer geroepen om de energietransitie te vertragen. Maar als je dat gaat doen, wat ik zei met de auto's, we gaan toch ook niet nu geen auto's meer produceren, omdat er files zijn. Die netcongestie wordt opgelost. En je ziet ook al bijvoorbeeld -8-

op bedrijventerreinen dat ze elkaars energie gaan gebruiken, omdat ze van de leverancier niet geleverd krijgen. Krijg je creatieve oplossingen. Als je alles oplost, dan doof je de creativiteit uit. En dit is eigenlijk een oproep, wees wat creatiever met het plaatsen van zonnepanelen dan alleen maar salderen. Dat is te simpel. De voorzitter: Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag wat betreft de motie Ruimte voor preventie. Er staat bij punt één als handelingsruimte voor professionals. Ik vraag me af of de heer Snijders dat iets kan specificeren in, welke professionals heeft u dan in gedachte? De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat zijn de zorgprofessionals. En ik weet niet precies hoe het systeem in elkaar zit. Daar ben ik niet genoeg voor onderlegd. Maar ik zou me voor kunnen stellen dat bijvoorbeeld... Stel je voor je gaat naar de voedselbank en je haalt daar wat dingen op. En die kun je niet kwijt, omdat je geen vriezer hebt. Of je zit met een heleboel kinderen en je wasmachine gaat kapot. Dan raak je zwaar in de stress. Dan kun je hulp daarbij vragen, maar dat kost waarschijnlijk meer dan een simpele wasmachine. Of in het voorbeeld van het RegioNet dat die jongen depressief werd, omdat hij niet meer naar zijn zorgboerderij kon. Toen hebben ze hem een autootje gegeven. Echt geen Ferrari. Gewoon een simpel autootje.

En dat was goedkoper dan de zorg die hij had moeten hebben als hij depressief was geworden. De voorzitter: Ik kijk even richting mevrouw Nijendijk. Anders ga ik naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Gaat ook over de preventie motie. Ik wil heel graag van de heer Snijders weten, hoe denkt hij dan? Als wij een bedrag hebben van 15.000 euro. We moeten dat over heel veel mensen verdelen. Wie gaat dat dan bijhouden? Hoe wordt dat dan uitgelegd? En misschien zit ik wel even te diep in de materie, maar ik vind het heel erg... Oncontroleerbaar lijkt het mij. Dat lijkt me wel moeilijk dat je voor iedereen het juiste middel kunt toekennen voor eigenlijk zo’n klein bedrag. De voorzitter: De heer Snijders. Ik hoop dat u een kort antwoord kunt geven. De heer Snijders: Dat controleren we even niet. Lijkt me niet zo moeilijk. Desnoods doe je het cash. Komt het niet in het potje. Maar dat zal niet de oplossing worden. Je kunt het gewoon van één rekening afhouden of je telt het gewoon bij elkaar op. Even kijken. Die tweede was over hoe je controleert dat zorgprofessionals dat in de gaten houden? Was dat de vraag? De voorzitter: Ja. De heer Snijders: Daar zijn ze denk ik gewoon professionals voor. Ze moeten met elkaar communiceren. Het is niet gewoon dat je zegt, kom maar met de Club Sinterklaas en deel maar uit.

Die mensen zien een probleem aankomen, kunnen niet handelen en nu krijgen ze van ons de ruimte om wel te kunnen handelen. Als je kijkt naar de Oekraïneopvang, toen hebben we ook gezegd, zet gewoon geld daar neer, dan kan de provincie gelijk aan de slag. Dan hoeven niet voor elke verbouwing daar terug te komen en zo. Dan kunnen ze gewoon snel handelen. Meer dat systeem zit erachter.

-9-

De voorzitter: Dank u wel. En terwijl u naar uw plaats loopt, want ik wil daarmee uw termijn afronden, wil ik de VVD de gelegenheid geven. Maar wil ik u nog wel ter overweging meegeven, als u kijkt naar uw moties, zeker de motie Investering lokale democratie en de motie Ruimte voor preventie, dan hebben ze van origine wel een amendement insteek. U zou er ook nog een amendement van kunnen maken. U heeft ze nu als motie vormgegeven, maar eigenlijk wilt u een wijziging in de teksten aanbrengen en daar is het amendement het geschikte instrument voor. Maar ik geef u dat even ter overweging mee. En dan kunnen we in de pauze vervolgens wel kijken wat voor een keuze u gemaakt heeft. Zullen we dat zo afspreken? De heer Snijders: Die overweging is er geweest. De voorzitter: Dat kan ook. De heer Snijders: Maar ik ben ook een beetje een lui raadslid. Dit was makkelijker. De voorzitter: Kijk maar of u daar aan vasthoudt. b.

AB VVD

De voorzitter: En dan ga ik nu naar de VVD. En dat is de heer Visscher. De heer Visscher. De heer Visscher: Misschien is ook wel iets als amendementen voor dummy's. Ik weet niet of dat er is. Misschien mijnheer Snijders. Voorzitter, dank u wel. Na een aantal vette jaren, en het waren er helaas geen zeven, komen er nu weer magere jaren aan. Dat wisten al enige tijd, maar ze staan nu ook heel hard op papier. Gelukkig hebben we nog wel een meevaller in de septembercirculaire, maar het tekort waar we op afstevenen is drie miljoen per jaar. En dat baart uiteraard zorgen. En de kans dat de Rijksoverheid ons gaat helpen, lijkt ons gering, omdat die zelf ook moeten gaan bezuinigen de komende tijd. Het brengt ons bij meer een echte beschouwing, dat we met elkaar toch een andere koers moeten gaan varen. En daarbij moeten wij naar ons idee niet alleen maar gaan kijken wat wij als gemeente moeten, maar ook wat wij als gemeenschap moeten gaan doen. Liberalen zijn er voorstander van dat de gemeenschap meer ruimte krijgt ten opzichte van de overheid. En wij zijn ook voorstander van een zo klein en efficiënt mogelijke overheid. Maar vrijheid geven aan de gemeenschap betekent ook dat daar een stuk verantwoordelijkheid bijkomt. En bij verantwoordelijkheid hoort ook financiële dekking. En ook het accepteren dat niet alle ontwikkelingen die we met elkaar willen voor iedereen welgevallig zijn.

Zaken worden nu vooral bij de overheid neergelegd. En je kunt je afvragen of dat terecht is. Sinds corona is de houding richting de overheid veranderd, verhard. En we zien dat bij heel veel dossiers terug. Ik noem er drie in dit geval. Het spoor, een aantal bouwprojecten en kinderboerderijen De Höfte. Om met het spoor te beginnen. Het spoor houdt ons bezig. Zeker als wij afgaan op berichten in de media en inspraak tijdens informatieavonden. We hebben ons als VVD afgevraagd of dit beeld breed gedeeld wordt. En we zijn daartoe de afgelopen weken met een kleine tweehonderd huishoudens in gesprek gegaan die in de buurt van het spoor wonen. Dat is zeker geen perfecte steekproef, maar het is wel een aanleiding voor een wat genuanceerder beeld van de spoorproblematiek. Een kleine dertig procent van de gesproken personen geeft aan dat ze echt last hebben van het spoor. En dan gaat het vooral om trillingen en niet zozeer om geluidsoverlast. De rest van de mensen, toch ruim zeventig procent, ervaart eigenlijk geen echte overlast, maar die geven wel aan dat hun limiet ook wel bereikt is qua aantal treinen en qua veiligheid in wonen naast het spoor. En we hebben als gemeente echt wel een belangrijke taak hier en ook als regio en als provincie om te blijven hameren op een aantal zaken met het spoor betrekking hebbend. Ik noem een paar dingen die er uitgekomen zijn. We zullen daar later

-10-

nog dieper op ingaan. Maar in ieder geval het niet verder uitbreiden van het aantal goederentreinen. Het handhaven van een maximumsnelheid waarmee treinen hier door de bebouwde kom rijden. En het vervangen van treinmaterieel, omdat nieuw treinmaterieel simpelweg veel minder overlast geeft dan oudere treinen. Dan door naar de complexe bouwprojecten. Dat zijn projecten die complex zijn, anders zouden ze ook niet zo heten, omdat ze niet eenvoudig zijn te realiseren, omdat heel veel partijen erbij betrokken zijn. Maar wat als deze projecten nu waardevolle cultuurhistorie in stand houden? En ik doel daarbij op de Mariakerk en de Drie-eenheidskerk. Dat zijn iconen in onze stad. Bouwwerken die we willen houden, die we niet uit het straatbeeld willen zien verdwijnen. Ondernemers pakken hier de handschoen op. De gemeente denkt hier goed aan mee. Het leidt tot mooie voorstellen, maar ook vaak dure verbouwingen met een behoorlijke impact op de omgeving. Maar is het beperken van het aantal parkeerplaatsen erg als we daarmee een karakteristiek gebouw kunnen bouwen? Is een extra winkelruimte een bezwaar als we daarmee een kerkgebouw kunnen redden? Wat ons betreft niet. Mensen moeten beseffen dat ze water bij de wijn moeten doen om zulke projecten levensvatbaar te houden. De term NIMBY, not in my backyard, is een vervelende term die we toch steeds vaker aan de oppervlakte zien komen.

Mooi voorbeeld daarvoor is ook de verbouwing van de Aldi, die eraan zitten komen. Het gebouw waar de Aldi inzit, verkeert al jaren in een deplorabele staat. En ik dacht bij de aankondiging van dit plan dat de buurt daar heel erg blij mee zou zijn. Het tegendeel is waar. De indieners van het bezwaar schreven wel drie regels over het positieve aspect en ongeveer driehonderd over alle negatieve nadelen van dit project. Moeten we accepteren dat de samenleving zo in elkaar zit of moeten we proberen om die verantwoordelijkheid steeds meer in die maatschappij te leggen? En wat ons betreft moet dat laatste plaatsvinden. NIMBY willen wij niet meer. We hebben een beetje zitten goochelen met getallen, met letters. Er is nog geen heel lekker naampje uitgekomen. QUIMOT, Quality in my town of kwaliteit in onze stad, KIOS. Nee, daar moet nog even wat marketingsausje overheen. Maar in ieder geval, het gaat om de essentie dat we het positieve veel meer benadrukken dan het negatieve. Laatste voorbeeld voorzitter, kinderboerderij De Höfte. Een prachtige voorziening voor Oldenzaal en voor de Oldenzalers, die wat ons betreft zeker behouden moet blijven. Maar, en eigenlijk heeft mijnheer Snijders dat ook al zo gezegd, niet tegen elke prijs. De Höfte vraagt ons een jaarlijkse extra subsidie van 65.000 euro. En dat is 55 procent meer dan de huidige subsidie.

In een goed gesprek dat wij met het bestuur hebben gehad, kwam naar voor dat De Höfte zelf ook steken heeft laten vallen en dat er bijvoorbeeld te lang niet is gekeken naar nieuwe inkomstenbronnen. Na dit positieve gesprek is er een orkaan aan bericht over ons heen gestort. En helaas vooral toch wel met fake nieuws en heel veel onjuiste informatie. Inmiddels is ook duidelijk dat De Höfte geen helpende hand van de gemeente wil aanpakken, maar alleen geld wil zien. Maar waar is dan het eigen plan van De Höfte? Hoe is het mogelijk dat je je als bestuur van De Höfte alleen maar richt op de gemeente en niet op de gemeenschap. Want wordt ons Stadstheater alleen gefinancierd door de gemeente? Nee. Worden sportclubs alleen gefinancierd door de gemeente? Nee. Worden welzijnsorganisaties alleen maar gefinancierd door de gemeente? Nee. Waarom zou De Höfte dan wel alleen door de gemeente gefinancierd moeten worden? De manier waarop de gemeenteraad en het college zijn bejegend de afgelopen weken noemen wij stuitend en triest. Persoonlijke aanvallen op raadsleden en partijen waren dan wel het dieptepunt. Zo ga je niet om met stadsgenoten die zich dag in dag uit inspannen om Oldenzaal leefbaar te houden. En helaas voor De Höfte, de manier van communiceren heeft veel meer kwaad gedaan dan goed. En ik hoop dat betrokkenen zich dat beseffen.

Voorzitter, de hulp die de gemeente geboden heeft is prima. Eerst kijken hoe de organisatie ervoor staat en wellicht een tijdelijk overbrugging lijkt ons de juiste volgorde. En als dan blijkt dat het in de been houden van de kinderboerderij niet mogelijk is onder de huidige voorwaarden, dan ligt er ook een taak voor de gemeenschap en niet alleen voor de gemeente. De voetbalclub in Glanerbrug sluit de kantine, omdat er geen vrijwilligers zijn. Laten de Oldenzalers die deze voorziening belangrijk vinden zich inspannen als vrijwilliger. Laat het bedrijfsleven en het onderwijs meebetalen aan de kosten. En samen met 120.000 euro subsidie van -11-

de gemeente moet het toch haalbaar zijn om deze mooie voorziening in de benen te houden. Ook dit is een voorbeeld van de grens tussen gemeente en gemeenschap. Die grens zal de komende decennia alleen maar meer overschreden gaan worden richting de gemeenschap. Is dat erg? Nee. Het is de realiteit waar wij aan moeten wennen. Meer eigen verantwoordelijkheid, meer zelfredzaamheid en minder de hand ophouden. Meer eigen initiatief, meer actie. Daar is echt nog nooit iemand slechter van geworden. Kijkend naar de begroting geldt dit adagium ook en vooral voor het sociaal domein. Want we praten vanavond heel veel over De Höfte, maar het sociaal domein is een iets grotere factor in onze begroting uiteraard. Om de zorg voor de allerzwaksten betaalbaar te kunnen houden, moeten we hier ook anders blijven denken en meer aan de mensen zelf overlaten. Hoe moeilijk dat soms ook is. Wij zien dat de nieuwe aanbestedingen in de jeugdzorg en de Wmo veel duurder uitvallen. De kosten zullen de komende jaren weer fors gaan toenemen. We zullen wel weer met elkaar als raad het gesprek moeten aangaan over nieuwe, groene maatregelen om het sociaal domein betaalbaar te houden. Onze begroting voor de komende jaren... Ik laat een pauze vallen. De voorzitter: U maakt zelf al een punt. Dank u wel. De heer Van der Waal, per interruptie.

De heer Van der Waal: Ik heb een aantal andere vragen later, maar nu spring ik even op tilt. Een aantal maanden geleden heb ik voorgesteld om in alle rust oranje maatregelen onder andere te gaan bespreken. Dat werd door de VVD met name afgewezen. Nu komt u zelf met het voorstel. Hoe komt u nu tot dit voorstel? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik kan mij niet herinneren dat wij dat afgewezen hebben. Maar het gaat mij niet om de oranje maatregelen die wij al in beeld hadden. Het gaat mij om nieuwe groene maatregelen die we nog niet in beeld hebben. Daar gaat het mij om. Maar ik kan me niet herinneren dat wij die afgewezen hebben. Ik kijk naar links. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik herken het geheugenprobleem. De heer Visscher: Ik heb er geen actieve herinnering aan. De voorzitter: Heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb toen gezegd dat alle maatregelen bekeken moeten worden om te zien of ze groen of rood waren, in verband met de efficiency. En dat we dat moeten bespreken in alle rust. Nu ziet u daar een panieksituatie aankomen. Tenminste, zo interpreteer ik uw tekst. En nu moet het ineens besproken worden. Nu komen we in een stresssituatie, waarin we niet rustig kunnen beslissen. Hoe is uw visie daarop? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: We moeten die stresssituatie juist zien te voorkomen.

En daarom willen we juist het gesprek over nieuwe maatregelen met elkaar hebben. Nogmaals, het zeg mij niets dat wij dat hebben afgewezen. Volgens mij zal de context anders zijn geweest dan ik nu voor ogen heb. Maar met elkaar nieuwe maatregelen bedenken, is zeker wat wij ook willen.

-12-

De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Nevels. Ik denk dat dat een aanvulling is op de tekst van de heer Visscher. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Eerst even een reactie op de heer Van der Waal. Dank u, voorzitter. Wij hebben het niet afgeschoten. We hebben alleen gezegd, luister, de wethouder heeft ons beloofd om daarop terug te komen. En dat wilden wij even afwachten. Wij willen dat graag bespreken op het moment dat de wethouder daarmee terugkomt. En aangezien de tijd gaat dringen, mag daar wel wat druk op zitten. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Onze begroting voor de komende jaren wordt dieprood. Zeker in 2026 en 2027. Kan het college aangeven welke onderhandelingen er op dit moment spelen tussen de gemeente en de Rijksoverheid? Hoe groot wordt de kans geacht dat het Rijk alsnog gaat bijspringen? En zo niet, heeft het college al gedachten hoe wij dat gat zelf kunnen gaan dichten? We staan de komende decennia voor gigantische investeringen in schoolgebouwen, riolering, binnensport, buitensport. We zullen echt alles op alles moeten zetten om onze financiën op orde te houden. Wat ons betreft kan het ook niet zo zijn dat we op dit moment geld en tijd investeren in projecten die op de korte termijn niet noodzakelijk zijn. Om die reden dienen wij een amendement in om het project Vondelpark uit de begroting te halen.

Dat moet ik eigenlijk toelichten, want het staat eigenlijk niet in de begroting. Maar het blijkt dat hier in huis wel aan het project wordt gewerkt. Het is jammer dat we dit moeten indienen, want het betreft een stadsidee en wij zijn heel blij met stadsideeën, maar op dit moment is deze niet financieel haalbaar. En blijft overeind dat wij graag meer stadsideeën zien, maar deze helaas moeten we pas op de plaats maken. De voorzitter: Per interruptie, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Reagerend op wat u net zegt over Vondelpark. Zoals u weet bestaat het idee van het Vondelpark uit verschillende onderdelen. Er zitten ook onderdelen in die door de gemeenschap opgepakt kunnen worden en die daarmee dan ook niet of beperkt middelen kosten. Ziet u daar ook mogelijkheden in en hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik denk als je een dergelijk project wil gaan opstarten, dan ontkom je er niet aan dat er gemeentelijke middelen worden ingezet. In ieder geval menskracht moet er worden ingezet. Als ik het college beluister de afgelopen maanden hebben we een ernstig gebrek aan die menskracht en kunnen we dat beter inzetten op de plek waar we het acuut wel nodig hebben en niet bij dit project. Natuurlijk, mijn hele verhaal is daarop gebaseerd. Als de gemeenschap zegt, wij gaan daar een park bouwen, be my guest.

Maar laat er in ieder geval dan geen beslag worden gelegd op de mens en de middelen van de gemeente. De voorzitter: Ik zie instemmend geknikt. Gaat u gerust door met uw bijdrage. De heer Visscher: Laatste stuk, voorzitter. We leven in een tijd waar minderheden zich steeds meer roeren. We zijn en blijven een partij van en voor de stille meerderheid van Nederland en Oldenzaal. Voor de mensen die wat willen maken van hun leven. Voor ondernemers die snoeihard werken en de vrijheid willen hebben om te ondernemen. Voor iedereen die zich netjes aan de regels houdt en wil dat er een sterke overheid is die optreedt tegen overtreders. Voor iedereen die leefbaarheid in zijn achtertuin wil en niet elke ontwikkeling tegenhoudt. Voor mensen die fatsoenlijk met ons in gesprek

-13-

gaan en niet de schreeuwers. Voor iedereen die Oldenzaal in het hart heeft zitten en zich wil inzetten om onze Boeskoolstad verder te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie in ieder geval een interruptie van mevrouw Berger. En ik heb ook de heer Van der Waal genoteerd staan. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Netjes gewacht tot het einde van de speech. Ik pak even de notities erbij. Ik had wat voorbereid. Even over de verharding van de maatschappij. Kan ik me ook wel in vinden. Ik denk dat wij, onze fractie, ons in jullie ogen mogen scharen onder de schreeuwers en de regelovertreders, want ik denk dat wij dat destijds waren. En ik denk dat die verharding uit de maatschappij ook zeker komt als de VVD blijft koketteren met geen actieve herinneringen aan. Want als je geen consequenties neemt van de dingen die je zegt of doet, dan snap ik dat men verhardt. Dat is even een pak van hart. Maar dan, even kijken. Ik hoor u zeggen, we moeten meer zaken aan de gemeenschap overlaten. Kunt u mij volledig in vinden. In mijn ogen is de gemeenschap in de bres gesprongen voor De Höfte. Er zijn petities ondertekend. Er is een inzamelingsactie geweest. In onze ogen wil de gemeenschap De Höfte, de kinderboerderij en het educatief centrum in deze hoedanigheid door laten gaan.

Maar waarom wil de VVD die wens van de gemeenschap dan niet faciliteren? Ik begrijp dat als u persoonlijk bent aangevallen, en dan kijk ik ook naar andere fractie, want ik heb het gevolgd op social media, dan kunt u mijn mening daarin vinden. Maar aan de andere kant, we hebben een publieke functie. Wij zijn volksvertegenwoordigers. En dan soms is het niet altijd maar positief. Soms op de kringverjaardag of de barbecue word je er wel doorheen gehaald. Maar ook dat hoort erbij, bij het werk wat je doet. Ik vind dat je dat maar moet accepteren. Het is wel een andere situatie als iemand aan je deurbel staat of je echt persoonlijk benadert. Laat ik dat vooropstellen. Maar de dingen die in de krant geschreven worden of op social media gezegd worden, dat hoort erbij. Even kijken, dan over dat ravijnjaar. We hebben het elke keer over, we hebben drie miljoen euro tekort. Twee weken geleden heeft geen enkele andere partij, behalve die van ons, vragen gesteld bij vier miljoen euro voor kleedkamers. Kon het goedkoper? Waar wordt het precies aan gespendeerd? Helemaal niemand heeft daar vragen over gesteld. En iedereen maakt zich nu zorgen over drie miljoen tekort. Dat zou ik graag nog even toegelicht hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher. De heer Visscher: Dat waren niet echt vragen, maar laat ik dan proberen om erop te reageren.

Als we naar D Höfte kijken, ik zeg in het begin van mijn tekst ook, vrijheid komt met verantwoordelijkheid. En verantwoordelijk betekent ook een financiële verantwoordelijkheid. En de gemeente heeft 120.000 euro subsidie over voor de kinderboerderij. En als de kinderboerderij ambities heeft om veel meer te doen dan dat... En ik ben benieuwd wat dat allemaal is, want als ik het hoor wat er allemaal met scholen gedaan wordt, dan vind ik dat nog wel dubieus. Dan vind ik dat nog wel veel meer zou mogen voor een educatief centrum. Maar als je dat wil, dan zul je die gelden ergens anders vandaan moeten halen. En daar kan ik nog wel twintig voorbeelden van noemen van Oldenzaalse projecten die gerealiseerd zijn door inzet van de gemeenschap. En niet alleen maar met een eenmalige sponsorloop. Dan zouden ze dat elk jaar moeten doen. En ik hoop dat Oldenzaal dan ook goed geld betaalt om dat in de benen te houden. Maar als we als maatschappij, als samenleving een voorziening overeind willen houden en de gemeente zegt, met alle goede gronden, wij willen maximaal dat geldbedrag daaraan spenderen, dan zul je als je meer wil het ergens anders vandaan moeten halen. En dat is heel vervelend, maar dat is de consequentie daarvan. En de laatste vraag, die ben ik heel erg even kwijt. Die ging over het ravijnjaar en over de kleedkamers, geloof ik.

Was dat het? Daar kom ik straks ook nog op bij jullie betoog. Er zijn natuurlijk verschillen. Als het gaat om een sportvereniging, hebben wij een verplichting. Dat zijn we wettelijk verplicht om voor kleedkamers te -14-

zorgen. Bij De Höfte is er geen wettelijke verplichting. Dat doen we omdat we dat een hele mooie voorziening vinden en in stand willen houden. Die vergelijking kun je eigenlijk niet maken. Want ik kan ook wel zeggen, we investeren ook elk jaar vijftig miljoen in het sociaal domein. Waarom doen we dat dan? Ik vind dat een moeilijke vergelijking. De voorzitter: Dank u wel. Ik dacht dat de heer Van der Waal ook nog een interruptie wilde plaatsen. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, twee vragen. VVD beroept zich op zijn liberale inslag om te zeggen, we moeten een zo klein mogelijke overheid hebben. Tegelijkertijd zeggen ze, we moeten een sterke overheid hebben die optreedt tegen het overtreden van regels. Is dat niet een beetje in tegenspraak? En ik vraag dat als mede liberaal, zij het sociaal liberaal. Dat is de eerste vraag. De tweede vraag is, de zin die u daar hebt staan, maar is het beperken van het aantal parkeerplaatsen erg. Ik weet dat er een probleem is bij de, ik geloof dat Mariakerk is, maar het mag ook de Drieeenheidskerk zijn, dat daar in verband met een kleine uitbreiding van het gebouw een tekort aan parkeerplaatsen gaat ontstaan. Dat komt nog aan de orde in het bestemmingsplan.

Pleit u hier voor de ontwerper die meer parkeerplaatsen nodig heeft of pleit u voor de inwoners die een tekort aan parkeerplaatsen op zich af zien komen? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Met het laatste te beginnen. De bezwaarmakers uit de buurt maken zich druk over het feit dat er straks weleens minder parkeerplaatsen kunnen zijn. En daarvan denk ik, je zal als inwoner de afweging moeten maken, vind ik, mag wat mij betreft die kerk platgegooid worden of accepteer ik in een constructie die nu gemaakt wordt dat ik misschien een keertje geen parkeerplaats kan vinden? Dat is de afweging die je moet maken. De voorzitter: U had twee vragen gesteld. Ik hoop dat u eerst de vragen afwacht voordat u een tweede... De heer Visscher mag zijn tweede antwoord geven en dan kom ik bij u terug. De heer Visscher: De eerste, een kleine en efficiënte overheid. Dat klinkt raar, het geweldsmonopolie ligt bij de overheid. Als het gaat om handhaving van regels en veiligheid, dan moet de overheid dat doen. Zo efficiënt en zo klein mogelijk als maar kan natuurlijk. En ik denk dat in het geval van handhaving en veiligheid er weldegelijk een belangrijke rol voor de overheid ligt. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Het aantal parkeerplaatsen. U zegt, de omwonenden hebben bezwaar tegen het verkleinen van het aantal parkeerplaatsen.

Is niet helemaal correct geformuleerd van u, want het aantal parkeerplaatsen wordt uitgebreid. Maar het aantal gebruikers wordt nog meer uitgebreid, waardoor een groter tekort ontstaat. De heer Visscher: Ik bedenk mij, ik had het woord parkeerdruk moeten noemen. Parkeerdruk dreigt groter te worden. Laten we het zo formuleren. De voorzitter: En dan ga ik nog naar de heer Lulofs. Dn dan hoop ik dat ik door kan naar de volgende fractie. En dat is toevallig de Partij van de Arbeid. Maar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Dan hebben we het toch over parkeerdruk. Maar het zijn niet alleen de bewoners die daar zitten. Er zit ook nog een onderneming. En die heeft ook uitgesproken dat hij heel bang is. En -15-

daar zijn onderhandelingen over op dit moment, dat gebeurt best wel zorgvuldig, dat hij straks niet meer naar zijn uitbreiding, die hij nog voor ogen heeft, dat hij daarnaartoe kan gaan door deze parkeerdruk. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Moet hij dan ook zeggen, accepteer dat maar. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Volgens mij, de kern van de hele discussie is dat wij dat kerkgebouw willen behouden. En daar zullen we veren voor moeten laten. En dat betekent dat iedereen die daar in de omgeving woont die zal daar iets voor moeten accepteren. En de specifieke casus, volgens mij ken ik de casus, als het gaat om geluidsoverlast. Verder, deze casus exact waar u het over hebt, weet ik niet. De voorzitter: En dan gaan we tot slot naar mevrouw Berger. En dan hoop ik dat ik naar de volgende fractie mag. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Excuses voorzitter. Ik was in mijn notulen nog een vraagje vergeten. Daar hoop ik toch nog van de VVD antwoord op te krijgen. In uw speech vertelt u, wij zijn liberalen en houden niet van handje ophouden bij de gemeente. Heel begrijpelijk. Maar toch vraag ik me dat af hoe het dan mogelijk is dat de VVD de vorige vergadering, een handje ophouden motie in werking heeft gesteld. De starterslening en ook de duurzaamheidslening, inclusief loophole, hebben we het nog over gehad, mijnheer Mekelenkamp.

Vind ik dit toch niet stroken met uw speech. Hoe ziet u dat zelf? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik vind een duurzaamheidslening geen handje ophouden hoor. Een duurzaamheidslening is een lening. En die moet je terugbetalen. En we proberen met die lening te stimuleren dat mensen hun huis verduurzamen. Ik vind dat absoluut geen handje ophouden. De voorzitter: Dank u wel. c.

AB PvdA

De voorzitter: Dan ga ik naar de overkant, denk ik. De Partij van de Arbeid, de heer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Hoe willen we wonen, werken en leven in het Oldenzaal van 2040? Dat is de vraag die we onze inwoners de afgelopen maanden hebben gesteld. Dit hebben we gedaan, omdat we samen met onze inwoners willen werken aan een nieuwe Toekomstvisie. Onze fractie heeft inmiddels al verscheidene mooie ideeën voorbij horen komen. Ook onze allerjongsten zijn aan het woord gekomen. Ze hebben misschien wel het allermooiste ambitie geformuleerd, namelijk een boom voor iedere inwoner. Maar hoe ziet Oldenzaal van 2040 eruit tegen de tijd dat ons allerjongsten kunnen beoordelen of hun ambities zijn waargemaakt? Hebben we tegen die tijd niet meer bomen dan inwoners? Jarenlang heeft de PvdA geroepen dat we ons inwoneraantal op peil willen houden, zodat we onze voorzieningen in stand kunnen houden. Voorzitter, u bent getuige van het moment dat wij afstappen van deze ambitie. Wij willen niet langer ons inwoneraantal op peil houden. Vanaf vandaag willen wij groeien, fors groeien en snel. De voorzitter: Excuus, ik had u niet zo snel gezien. De heer Visscher.

-16-

De heer Visscher: Ik neem aan dat de heer Lulofs deze vraag gewoon verwacht had. Want ik vind het een hele interessante stelling. En ik denk ook dat wij de stelling steunen. Maar ik ben wel benieuwd, hoe fors dan? Wat is de ambitie van de PvdA? De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik ben nog niet helemaal klaar met mijn betoog. Maar we hebben nu een ambitie staan van 1.000 woningen de komende tijd. Dat moeten er veel en veel meer worden. Wij willen wel groeien richting 40.000 inwoners. In het verleden heeft Oldenzaal een fantastische denkfout gemaakt. Wij dachten in de zestiger jaren dat wij ook wel richting een volume konden gaan van Hengelo. Daarop zijn allerlei plannen in werking gezet. Helaas, of misschien gelukkig op dat moment, heeft het dat niet allemaal gehaald. Maar daar Oldenzaal wel de sprong kunnen maken over de rondweg. Daar zijn we gegroeid. En daar is door de groei een economisch voordeel ontstaan. En zie je dat de levensstandaard in Oldenzaal ook voor Twentse begrippen op een hoog peil staat. De voorzitter: De heer Visscher, u werd uitgenodigd. Ga uw gang. De heer Visscher: Ik hoor geen getal. De voorzitter: De heer Lulofs antwoordt. En dan mag u verdergaan met uw betoog. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik zei al, ik ben nog niet helemaal door mijn betoog heen. Ik was bij het woord, en snel.

En wat de fractie van de PvdA betreft, zouden we de ambitie moeten hebben om te groeien naar 40.000 inwoners. Voorzitter, door te groeien kunnen we ook in 2040 bloeien. En daarmee bedoel ik niet het onkruid dat inmiddels bloeit op het grasveld van het voormalige postkantoor. Groeien kan door in en uit te breiden. Uitbreiden is lastig voor Oldenzaal. We beschikken op dit moment over weinig tot geen buitengebied, wat hier geschikt voor is. Voor het buitengebied dat we hebben, geldt dat dit een prachtige, groene stadsmuur vormt voor onze stad. En daar willen we niet aankomen. Ook onze huidige uitbreidingslocaties voor woningbouw, zoals Stakenbeek en Gravenbeek zullen binnen afzienbare tijd volgebouwd zijn. Voorzitter, we hebben als raad ervoor gekozen om Jufferbeek-Noord uitsluitend te bestemmen voor de ontwikkeling van een nieuw industrieterrein. Wij wagen het momenteel om te twijfelen aan de nut en noodzaak voor deze uitbreiding van industriegebied. De voorzitter: De heer Lulofs, of u een momentje heeft. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u. U geeft aan dat we Jufferbeek-Noord hebben bestemd voor uitsluitend bedrijvengebied. Volgens mij hebben we daar een functiemenging wonen en werken opgelegd. Het is niet helemaal correct in mijn ogen. De voorzitter: De heer Lulofs.

De heer Lulofs: Voor zover mij dat bijstaat, is dat wonen de combinatie van wat er al bewoond wordt, maar geen uitbreiding van woningen. En daar willen wij wel naartoe. Onze spaarzame grond zou daar ook gebruikt kunnen worden voor woningbouw. Ontwikkeling van meer bedrijfspanden wordt toegejuicht door beleggers en investeerders, maar leiden momenteel tot meer dozen. Soms zonder personeel of met minimaal personeel. Het komt niet altijd de werkgelegenheid in Oldenzaal ten goede. De voorzitter: De heer Lulofs, of u nog een momentje heeft. De heer Visscher, per interruptie. -17-

De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Hier kunnen we waarschijnlijk soebatten over het woordje uitsluitend. Maar de stelling dat meer bedrijfspanden alleen maar voor beleggers en investeerders zijn, dat waag ik toch te betwijfelen. Ik was laatst op de bijeenkomst voor ondernemers Oldenzaal 2040. Daar zaten allemaal Oldenzaalse ondernemers die heel erg veel behoefte hebben aan uitbreiding. Ik ben wel even benieuwd waar de PvdA het vandaan haalt dat we dat eigenlijk niet nodig zouden hebben. De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Wat je ziet wat de laatste tijd is ontwikkeld, en dat zijn op zich best wel mooie dozen om te zien, laten we het daar maar ophouden, maar daar werken geen of minimaal maar een aantal mensen. En ik denk niet dat dat de bedoeling is van de spaarzame gronden die we hebben in Oldenzaal voor economische ontwikkeling. Daar zullen we echt betere keuzes moeten maken. En dan toch maar weer met die ondernemers om de tafel moeten gaan zitten, als je er vierkante meters bij wil hebben, prima, maar dan ook werkgelegenheid. De voorzitter: Ik kijk even naar de overkant. Mevrouw Egbers. De heer Lulofs: Sorry. En ik wilde nog even reageren, u zei net uitsluitend, dat woord heb ik wat mij betreft niet gebruikt. De voorzitter: En dan nodigt u de heer Visscher weer uit. Dat mag natuurlijk. De heer Visscher.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625464/3