CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raad 4 juli 2022

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering46.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In de beantwoording van de wethouder werd de toezegging gedaan om de antwoorden op de vraag wat ervoor nodig is om de aangescherpte criteria te verruimen, om dat te onderzoeken, om snel met die antwoorden te komen. Maar goed. Desalniettemin blijft de vraag bestaan waarom de criteria überhaupt aangescherpt zijn ten opzichte van het reeds door het rijk aangeleverde beleid. Een aanscherping suggereert immers -46-

dat er dan wel een bestuurlijke ofwel ambtelijke interventie heeft plaatsgevonden. Oftewel, daar is wat gebeurt wat, denk ik, vandaag wel boven water te krijgen is. Dan de POH jeugd. Onze ontsteltenis is vooral gebaseerd op het feit dat in de kadernota een cijfer bij POH jeugd wordt weergegeven van min 50.000. Nou ja, ik heb begrepen dat die min 50.000 een gevolg is van een alternatieve vorm van boekhouden die ons onbekend is. Desalniettemin zou ik wel even de beantwoording af willen wachten. Dan drie, bijles. Nou, we hebben goed geluisterd toen we het even over commerciële aanbieders van bijles hebben en we hebben eigenlijk allereerst geconstateerd dat er geen enkele gemeenteraad in Oldenzaal is die zoveel onderwijspartijen kent en tegelijkertijd hebben we gehoord dat het onderzoeken van de mogelijkheid om kinderen uit minder welvarende gezinnen toegang te geven tot commerciële vormen van bijles wellicht iets te voorbarig is. Ja, bij de Partij van de Arbeid leren we snel. De onderlegger hiervan is namelijk dat we allemaal eigenlijk geen onderwijs institutie wensen waarin het eigenlijk noodzakelijk is om je kinderen naar commerciële aanbieders van bijles te sturen. Oftewel, als publiek orgaan kunnen wij nu onze kans pakken.

In het korte intermezzo over onderwijs hebben we eigenlijk nog meer geleerd, want we hebben namelijk vanuit de wethouder gehoord dat er verschillende verklaringen ten grondslag kunnen liggen aan het feit dat kansenongelijkheid de kop opsteekt in Oldenzaal. Oftewel, nog meer redenen om de reeds opgeladen motie in te dienen, dan wel met een aantal kleine aanpassingen. Nou goed, ik weet niet wat procedureel het makkelijkste is als ik nu een motie wil indienen die aangepast is in de korte schorsing. De voorzitter: Nou, dat laatste is volgens mij niet nodig, maar ik begrijp dat die inmiddels is rondgestuurd naar alle raadsleden. Maar ik denk dat het voor de mensen thuis wel goed is om de wijzigingen in ieder geval nog even vanuit uw zijde toegelicht te krijgen. De heer Kramer: Ja, dat gaat volgens mij … Heb jij de motie? De voorzitter: Ik weet niet of die ook naar de collegeleden is gestuurd of dat hij … Ja, ik zie de griffie knikken, ‘…’. De heer Kramer: Ja, dank je. Zoals u ziet, kan de Partij van de Arbeid nog wel wat bijles digivaardigheden gebruiken. Ja. Hartelijk dank. Punt 3 bij constaterende dat, daar staat nu: bepaalde groepen kinderen afkomstig uit minder welvarende gezinnen op geen enkele wijze toegang hebben tot commerciële bijles. Nou ja, we hebben geleerd tijdens de vergadering dat dit natuurlijk niet helemaal het geval is. Daarom willen we die aanpassen.

Door de zin: bepaalde groepen kinderen afkomstig uit minder welvarende gezinnen, slechts in mindere mate toegang hebben tot commerciële bijles. En bij roept het college op willen wij graag de aanpassing doorvoeren: gesprekken te starten met onze natuurlijke partners te noemen, de Oldenzaalse scholen, op dat onderzocht kan worden hoe de gemeente een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de bijles die door onze partners wordt aangeboden en wat hier de financiële consequenties van zijn. Dank u. De voorzitter: Ja. Even voor de boekhouding en dan geef ik hem graag open voor een reactie. Maar het betreft dus de motie rondom bijles Oldenzaalse kinderen, die is aangepast zoals zonet is toegelicht en ook ingediend. Daarmee is die zo meteen onderdeel van stemming, maar in ieder geval onderdeel van de beraadslagingen. Ik zie de heer Visscher vanuit de VVD. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk de belangrijkste vraag die ik heb staat in de eerste oproep punt. Hoe de gemeente een positieve bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de bijles. Ja, als dat erin staat dan ja, kunnen we hem onmogelijk in meegaan want wij gaan absoluut niet over de kwaliteit van onderwijs. Dus dat wil ik wel even duidelijk gezegd hebben.

-47-

De voorzitter: Oké. Ik kijk even aan richting de Partij van Arbeid of er nog behoefte is ... Want ik zie dit even als een interruptie en anders ga ik door, want er zijn nog een aantal anderen. Het CDA, de heer Maartens, ook als interruptie. De heer Maartens: Ja, nou eigenlijk. Het zit heel dicht in de buurt van wat de VVD al zegt. Wij vinden dat kwaliteit van onderwijs in eerste instantie een functie is van de school en de schoolbesturen en niet van ons als gemeente. Dus daar hikken wij echt wel tegenaan, als dat het criterium moet zijn, om daar zo in mee te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ailo-Zaia en dan ga ik volgens naar de heer Winkelhuis. Maar eerst mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Ik vind het idee van de motie ontzettend sympathiek en het is ontzettend fijn ook dat jullie hiermee komen. Wij hebben ook meerdere gesprekken gehad, inderdaad, met de scholen van, wat hebben ze nou daadwerkelijk nodig, hoe kunnen we ze daarin ondersteunen? Want de kwaliteit van het onderwijs blijft inderdaad bij de scholen.

Wat we terug hebben gekregen, was dat ze eigenlijk heel veel behoefte hebben aan onderwijs ondersteuners en dat zijn die ondersteuners die niet echt lesgeven, maar tegelijkertijd wel aandacht en tijd kunnen hebben voor diegenen die extra bijles of wat dan ook nodig hebben of juist het extreem goed doen op school waardoor ze een beetje alles saai vinden. Als iets daarin in die motie teruggevonden kan worden, dan kunnen we zeer zeker daarin meegaan. Maar ik denk dat je ze dan ook heel blij maakt als die onderwijsondersteuners hierin komen te staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Winkelhuis, want dat had ik beloofd. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: De volgende onderwijspartij van Oldenzaal. Ja, weet je, we gaan nou ... En ik herinner me de woorden van de heer Visscher, hoe diep gaan wij als gemeenteraad de discussie in? En we zitten nou eigenlijk op onderwijs inhoudelijk niveau al te praten. Voor mij was de bedoeling, zorg ervoor dat kinderen die het niet kunnen betalen bijles krijgen. Dat is volgens mij onder de streep wat we eigenlijk met mekaar toch, als ik dat zo proef, allemaal willen. Wat D66 net voorstelt dat is een kansloze missie voor ons. Dan krijg je zo megaveel aanvragen en dat is werkelijk onbetaalbaar, hoe graag wij het ook zouden willen.

Maar alle klassen kleiner, zet ze allemaal in de wei, dat ze kunt kijken naar koeien en weet ik wat allemaal, maar dat ze blijken, nee, maar dat ze … Ja, er is straks plek, he. Dus maak er niet te veel van, dus hou hem volgens mij simpel. Haal die moeilijke dingen van positief en dat hele circus eruit en ik zou zeker wel Stichting Leergeld ook noemen bij: roept het college op om samen met de Oldenzaalse scholen ook Stichting Leergeld erbij, want die hebben al aangegeven, wij doen al wat. Geef maar de naam van een leerling op en we pakken het op. Weet je? Dus ja, en elke leerling die je kunt helpen is er een. Maar maak het niet te moeilijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Maartens, volgens mij. De heer Maartens: Ik beluister bij de heer Winkelhuis dat hij nu alle leerlingen bijles wil geven? Zo heb ik het verstaan. De voorzitter: De heer Winkelhuis. Ja, want u bent uitgedaagd om te reageren. Dus de heer Winkelhuis, aan u het woord. De heer Winkelhuis: Nee, natuurlijk niet. Het is zeker wel de bedoeling dat je kijkt naar wat zijn de financiële mogelijkheden. Maar het kind moet er ook aan toe zijn, hè. Je kunt wel zeggen, wij bieden het aan, maar als het kind niet wil ja, dan komt er echt helemaal niks van terecht. Dus je moet in overleg met de scholen kijken van voor welke kinderen zou dat een positieve bijdrage kunnen opleveren.

Kan Stichting Leergeld wat doen? Kan de school misschien zelf wat doen? Maar je moet -48-

echt wel heel goed naar elk kind apart kijken. Dus ik ben ook heel benieuwd wat de wethouder hier zo dadelijk van vindt. Maar voor mij is dat ook het idee van juist die kinderen die net op het randje zitten, die die extra les nodig hebben om toch dat stapje verder te kunnen maken. Maar lang, nee, als je dat bij iedereen wil doen, dan is helemaal niet te betalen. De voorzitter: Ja, ik zie de heer Maartens nog aanstalten maken, dus de heer Maartens. De heer Maartens: Nee, mijnheer Winkelhuis eindigt terecht met als je met iedereen wil, is het helemaal niet meer te betalen. Maar volgens mij hebben we heel veel kinderen op school rondlopen die zich prima kunnen redden, die absoluut geen ondersteuning nodig hebben en laten we dat alsjeblieft zo houden. Laten we nou zorgen dat we dat niet allemaal ook oppakken, want dat risico vind ik hier wel inzitten, in deze discussie. Dus ik zou er heel graag willen voor willen pleiten om dit vooral ook bij het onderwijs te laten. De voorzitter: Dan ga ik nog naar mevrouw Ailo-Zaia en ik zag ook de hand van, ja, mevrouw Berger van Solidair Oldenzaal. Ja, soms. Maar mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u, voorzitter. Ik ben nu ook getriggerd om toch even te reageren, hè, want je gaat heel snel inderdaad die kwaliteit in. Vanuit onze kant is het even weer een stap omhoog.

We hebben het over kansen ongelijkheid en het idee erbij is, bijles geven zodat die kansenongelijkheid afneemt. Dat is eigenlijk je doel van die motie. Waar wij op doelen is, wij hebben ook vakleerkrachten gym, die hebben we. We kunnen dus ook die vakleerkrachten, dan kunnen we bijvoorbeeld drie FTE, ik noem maar wat, onderwijsondersteuners. Die kunnen dat werk gaan uitvoeren, laat ze lekker flexibel te werk gaan, voor alle scholen hier in Oldenzaal. En laten we ze na een jaar gaan evalueren om te kijken wat voor effect dat heeft. En dat is specifiek voor die leerlingen die daadwerkelijk hulp nodig hebben. Want, zoals de heer Maartens ook zegt, 95 procent heeft die hulp niet nodig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Berger en ik heb mevrouw Nevels ook gezien, maar ik heb mevrouw Berger als eerste beloofd. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel.

Ik had een vraag aan mijnheer Kramer, want in het begin van de motie staat, even helpen, want ik heb hem niet zo bij de hand, dat de … Wat stond er nou? Kansenongelijkheid in het onderwijs zien toenemen, maar is dat mee te maken omdat mensen misschien naar aanleiding van alle maatregelen en dergelijke die zijn geweest, hebben ze daar gewoon een achterstand? Moesten ze gewoon vaak heel veel dingen zelf doen en is er nu heel veel behoefte aan bijles die misschien langzaam weer wegvloeit? Misschien kan mijnheer Winkelhuis daar een antwoord opgeven. De voorzitter: Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, u richt zich tot heer Kramer. Ik wil het wel even ordentelijk laten verlopen. Bent u aan het eind gekomen van uw bijdrage? Oké. Dan ga ik nog even naar mevrouw Nevels en dan geef ik u de gelegenheid om nog aan te geven wat u aan reactie wilt geven op de reacties die gekomen zijn en of dat nog gevolgen heeft voor de motie. En mocht de heer Winkelhuis dan nog wat willen zeggen, dan kan dat daarna. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag, ik werd getriggerd door mevrouw Ailo-Zaia. Is het zo … Vindt u dat bijlessen, zouden het probleem van kansenongelijkheid verminderen? Want ik hoor uit uw verhaal dat u zegt, een kind dat bijles heeft, heeft kan opklimmen tot … Heeft kans op minder kansenongelijkheid. Zo heb ik het begrepen.

De voorzitter: Nou, dan mag mevrouw Ailo-Zaia daar nog op reageren en dan ga ik vervolgens naar de heer Kramer en ik heb de heer Winkelhuis ook nog in de wachtstand staan. Mevrouw Ailo-Zaia. -49-

Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter, dank ook voor de vragen vanuit mevrouw Nevels. Nee, u heeft mij, denk ik, verkeerd begrepen. In dit geval gaat het er puur om, hoe kunnen we die kansenongelijkheid minderen? Dat kunnen we doen, niet door meer bijles te geven, precies eigenlijk wat de VVD zegt, daar ben ik het ook mee eens. Dat moet niet het doel zijn, nee, het doel moet zijn die 95 procent van de leerlingen die het goed doet, prima, hè. Al is het een MBO niveau of universitair, dat maakt even helemaal niks uit. Het niveau van het kind, dat is wat zich afspeelt op dat moment. Maar er is een gering aantal kinderen bij wie het óf wegens thuissituatie, óf wegens een taalachterstand of wat dan ook echt achterlopen en daarnaast kinderen ook die zo pienter zijn dat ze in de klas gewoon, ja, een beetje uit hun neus zitten te peuteren. Dat zijn de twee groepen die je eigenlijk wil pakken en verder wil helpen. Dat zijn twee totaal verschillende groepen. En ik noem het dan liever geen bijles, maar ik noem het iemand die ze op dat moment even mee kan nemen en de juiste hulp kan bieden. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mevrouw Nevels en dan ga ik echt … Ik snap wel, het is nog maar vijf over half negen, maar we hebben nog meer op de agenda staan. Dus ik probeer wel het tempo erin te houden. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Een korte reactie.

Bedankt voor uw antwoord. Blij dat u dat het zo stelt, alleen de laatste paar zinnen die u dan vernoemt, die laatste vijf procent, dat gaat mij inhoudelijk te ver, dat zou ik dan liever echt laten bij het onderwijs en ik zou me daar als raadslid niet meer in willen mengen. Dat is in ieder geval mijn idee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Een mooi woordje, later. Ik ga naar de heer Kramer. Ja. De heer Kramer: Allereerst reagerende op de vraag van mevrouw Berger en die vraag is eigenlijk bedoeld voor de heer Winkelhuis. Dus onder scherp toeziend oog van de ervaringsdeskundige ga ik het toch proberen. Ja, corona heeft, want dat was uw vraag, heeft inderdaad invloed gehad op de kansenongelijkheid die zijn ontstaan in het onderwijs. Desalniettemin zien we een structurele ontwikkeling die al jaren gaande is en dat is mijn vertrekpunt vanuit mijn initiatief om deze gedachte op te werpen. Dan reagerende op dat wat eigenlijk als eerste werd gezegd door de heer Visscher, namelijk het feit dat wij ons als lokale politiek niet mogen bemoeien met de wijze waarop onderwijs wordt aangeboden of de inhoud daarvan. Dat was ook niet mijn bedoeling. De wijze waarop ik het opgeschreven heb, dat is in de breedste zin van het woord. Dus we proberen ons niet daadwerkelijk te bemoeien met de daadwerkelijke inhoud van de bijles.

Want ik snap ergens wel dat de uitspraak positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van een bepaalde vorm van overheidsbemoeienis suggereert waar de VVD jeuk van krijgt. Dat kan ik me heel goed voorstellen, maar wat ik daar eigenlijk mee bedoelde, is dat wij ons binnen de gegeven kaders die ons opgelegd zijn, en die kaders bepalen nou eenmaal dat we ons daar niet mee mogen bemoeien, echt wel een positieve bijdrage kunnen leveren aan het aanbod van bijles vanuit publieke organen. De voorzitter: En ik hoorde een punt. Dan ga ik naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Poe. Ik heb het gevoel dat we allemaal juffrouwen en meesters hier hebben die allemaal precies weten hoe het moet. Dus dat is al heel prachtig. Maar nog even terug op de opmerking van mevrouw Berger, is het nu erger geworden de laatste twee jaar? In 2011 en in 2013 zijn er onderzoeken geweest dat onze leerlingen steeds slechter rekenen kunnen en steeds slechter lezen. Dat is gewoon een groot drama, natuurlijk en toch redden we ons. Maar veel ouders, en dan kom ik terug bij de heer Visscher, die vinden dat wel heel ernstig en die maken zich ernstig zorgen over de ontwikkelingsmogelijkheden van hun kind.

De vraag is, waar moet je bijles in geven, hè? Is dat omdat het kind toevallig niet zo goed kan rekenen of taal en wellicht is juist door de coronamaatregelen het wel zo dat een kind moet leren hoe ga ik met mekaar om? Hoe ga ik om met teleurstellingen, hoe ga ik om met dat dingen niet meer gaan zoals ze gaan? Nee, maar dat zijn heel andere lessen waar we eens over na moeten gaan denken. En dus wat die bijles inhoudt, laat het -50-

alsjeblieft aan het onderwijs over en laat ook dat onderwijsveld kijken van en welk kind heeft er ook baat bij dat het iets langer op school blijft? Want ze zitten op school ‘s morgens tot ’s middags, ik weet niet hoe laat. En dan zitten ze echt niet te wachten om nog een halfuurtje ‘…’. Dan moet je echt wel gemotiveerd zijn, anders zeggen ze van, dat ga ik echt niet doen. Nou, dat was het even. De voorzitter: Dank u wel. We waren bij de bijdrage van de Partij van de Arbeid. Ik kijk even of de Partij van de Arbeid nog andere punten heeft die ze naar voren wil brengen. De heer Kramer: Ik zou daar nog wel een keer op willen reageren, als dat mag. Nou ja, de heer Winkelhuis noemt al, leren omgaan met teleurstellingen. Ik denk dat ik dat vanavond ook even moet gaan leren, als ik de reacties beluister. Maar goed. Ik wil daar wel even op reageren, want we zien gewoon dat het aanbod van bijles zich verplaatst naar de commerciële sector en dat komt, en dat heeft de heer Visscher ook opgemerkt, omdat wij wellicht in een tijd leven waarin wij kinderen iets te veel aanmoedigen, daar zijn we het denk ik allemaal over eens. Die norm die hebben wij geïnstitutionaliseerd in dat wat wij commerciële bijlessen noemen.

Dus ja, ik had ook liever niet hier de lans willen breken voor het aanbieden van bijles aan alle Oldenzaalse kinderen, maar het is helaas nodig omdat we leven in een tijd waarin bijles als negatief gevolg van het pushen wellicht de norm is geworden. Vandaar dat ik deze gedachte even opgeworpen wil hebben. Punt. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik naar de bijdrage van Solidair Oldenzaal gaan, maar niet voordat ik toch nog even een checkvraag, want in de eerste termijn kondigde de Partij van de Arbeid aan wellicht met drie moties te komen. Ik heb er nu eentje gehoord. Dat is namelijk rondom bijles Oldenzaalse kinderen. Minimabeleid en het POH jeugd, die dient zij dus niet in. Mag ik dat als juist constateren? Ik zie iemand schudden, ik hoor het graag hoe het wel is. De heer Kramer: Ja. Nou ja, het feit of wij die moties indienen, is afhankelijk van de beantwoording die ons nog beloofd is, dus het zou eigenlijk zonde zijn van mijn woorden om de moties alsnog in te dienen terwijl het misschien niet nodig is. De voorzitter: Oké. Hieruit constateer ik dat u de bijdrage en de reactie van het college in de eerste termijn nog niet voldoende vond om tot een oordeel te komen of u twee moties die eerder aangekondigd zijn, gaat indienen. De heer Kramer: U verwoordt het nog mooier dan ik. De voorzitter: Nou ja, ieder zijn vak. Oké. Dan ga ik nu naar Solidair Oldenzaal, de heer Bouwman.

De heer Bouwman: Ja, dank u wel. We hebben zojuist de reactie gekregen op onze gestelde vragen. Ja, nou kan ik daar wel weer op ingaan, maar dat was een beetje een welles nietesspelletje en daar heb ik eigenlijk helemaal geen zin in, maar ik wil eigenlijk een principieel standpunt maken, want als we het hebben over dat bestemmingsplan aan de Hengelosestraat, dan wordt er gewoon geanticipeerd op de toekomst op een wet die niet van kracht wordt en er wordt nu door de wethouder een suggestie gedaan om dat in stemming te brengen of we dat de komende tijd gaan doen of niet. Ik kijk dan een beetje zo rond en er komt helemaal geen reactie vanuit de raad en ik vind dit eigenlijk wel een heel rare voorstelling om een stemming te gaan doen om buiten de wettelijke kaders te gaan toetsen. Volgens mij zitten we hier als de raadsleden om het college te controleren. Dan wordt dat gedaan en dan komt er maar een halve reactie daarop. Dus ik zou dit eigenlijk bij de raad willen neerleggen om daar ook een reactie op te geven wat ze hiervan vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het is dus een oproep aan en ik geef daar graag de gelegenheid voor, maar het is aan de raad of ze daar zelf de ruimte voor willen nemen. Dus ik kijk even rond of er fracties dan wel raadsleden zijn die willen reageren op de oproep van de heer Bouwman.

Dat is niet het geval, dan constateer ik dat we … Ah, de heer Visscher. -51-

De heer Visscher: Nou, eigenlijk roept ‘…’ bij mij vragen op. Ik kan me niet voorstellen dat wij niet aan het wettelijk kader toetsen. Volgens mij, wat de wethouder gezegd heeft is dat in voorkomende gevallen, dat we ook alvast kijken van, wat zou de impact zijn als we de omgevingswet hadden gehad. Volgens mij, in die context, als die in die context bedoeld is, dan ben ik het niet eens. Als die bedoeld is van we laten het wettelijk kader vallen en we kijken alleen nog maar naar iets niet bestaat, dan ben ik het wel met de stelling eens. De voorzitter: Nee, nee, nee, nee, nee, u bent zo meteen aan de beurt, college. Nee, maar de heer Bouwman, dit is nog even het rondje raad. Dus wilt u daar nog op reageren? Dan heeft u van mij nu de gelegenheid. Dus wilt u reageren, gaat uw gang. De heer Bouwman: Op de heer Visscher, bedoelt u? Ja. Het is, de wethouder heeft net gezegd dat als we toetsen aan de huidige wetgever, dat dan een geluidswal daar mogelijk is, gerealiseerd moet worden. Dus dan betekent het, als we het op de basis van de huidige wetgeving realiseren, dan is een geluidwal niet wenselijk, dat begrijp ik. En anticiperen we op de omgevingswet die nog niet van kracht is. Dan gaan we het op deze manier doen. Maar dat lijkt mij juridisch volstrekt onhoudbaar. En volgens mij zitten wij er hiervoor om dat in ogenschouw te houden.

De voorzitter: Nou, de wethouder is zo meteen in zijn termijn aan de beurt. Dus dan horen we de reactie van het college. Ik kijk nog even rond of er nog andere fracties … Ik zie in ieder geval D66 nog en dan wil ik de tweede termijn van de raad beëindigen en dan is het aan het college om nog de punten die er nog liggen te beantwoorden. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Toch even kort omdat dat de vraag is richting de raadsleden. Ik begrijp wel waar de heer Bouman vandaan komt met het idee van is dit theoretisch gezien correct wat we nu aan het doen zijn? Alleen als we dan kijken naar alle gemeentes, echt alle gemeentes zijn gewoon bezig met die omgevingswet en je ziet ook overal, alle plannen die komen, die worden gewoon getoetst al aan zo’n omgevingswet. Dus op de een of andere manier, ja, wordt dat gewoon goedgekeurd door iedereen en dan is het wel lastig om dan vanuit deze raad te zeggen van oké, omdat het niet 100 procent theoretisch dichtgetimmerd is, dan houden wij er gewoon mee op. Dat is een beetje lastig, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Ja, en daar wilt u nog op reageren, dat snap ik. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, dat klopt inderdaad. En had ik op 30 mei heb ik dat ook aangegeven dat ik steeds vaker zie voorkomen dat dit gebeurt, maar volgens mij … Ik spreek meerdere deskundigen die zeggen dat dit niet kan.

Vandaar dat ik hier ook een punt van maak dat we hier mee moeten uitkijken dat we dit niet als standaard gaan gebruiken voor plannen die wellicht wel wat gevoeliger liggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat we de tweede termijn van de raad beëindigd hebben en dan geef ik graag de gelegenheid aan het college. Ik weet niet of het college nog wil schorsen of direct door? Direct door. Mooi. Dan begin ik bij de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Wel, voorzitter. Nou, met de afwezigheid van mevrouw Zinkweg neem ik ook de portefeuille van financiën even over en doe die beantwoording. Als het gaat om het gat in de begroting van Oldenzaal Promotie in verband met het wegvallen van de reclame inkomsten. Mocht dat zo zijn, ja, dan komt er vanuit het college een voorstel naar u als raad toe en daarmee heb ik volgens mij zowel de WG als VVD voldoende beantwoord op hun vraag. Dan de WG, het sportwethoudersoverleg. Ik denk dat we wel op moeten passen, zeg maar, tussen kaderstellend controlerend raad en sportwethouders overleg, wat toch een bestuurlijk uitvoerend overleg is. Maar mochten daar heel belangrijke zaken uit naar voren komen, dan zullen we u natuurlijk daarin gaan meenemen. Maar ik kan me ook voorstellen dat als ik u echt alle agendapunten laat zien en het gaat -52-

ook over kunstgrasvelden, dat u denkt van nou, daar wil ik niet ieder moment en iedere maand over geïnformeerd worden. Dan de vraag van D66 als het gaat om de huisvesting van statushouders en hoe we daar een plus bij op kunnen gaan zetten. Daar zullen wij u als college binnenkort over gaan informeren hoe we dat gaan doen. Het huisvesten van statushouders is natuurlijk inmiddels tot een crisis in Nederland benoemd, maar hetzelfde gaat gelden voor het realiseren van crisisnoodopvang waar wij een taak in zullen gaan krijgen. Daar zijn we ambtelijk bestuurlijk ontzettend druk mee op dit moment en er komt een moment, zeg maar, dat we u als raad daar ook in mee gaan nemen. Dat zal op korte termijn zijn. Subsidiestromen provincie EU. De voorzitter: Ja, dat zag ik niet, ik was even afgeleid. Mevrouw Ailo-Zaia, per interruptie. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja. Heel kort. Op korte termijn, is dat september of? De heer Christenhusz: Ik denk dat de noodzaak wel zo hoog is en de druk wel zo hoog is, ook vanuit het rijk naar de veiligheidsregio en van de veiligheidsregio naar ons als individuele gemeenten toe, dat dat op een kortere termijn dan september gaat gebeuren. Ik denk ergens voor de zomervakantie, ga ik zelf nog van uit. Subsidiestromen provincie EU kijken wij natuurlijk altijd aan.

We zijn bijvoorbeeld bij de geldstromen van het EU werken we samen met de veertien Twentse gemeenten in elkaar van het portefeuillehouderoverleg arbeidsmarktbeleid en we zijn altijd in staat om ten behoeve van de hele regio Twente, waar wij in Oldenzaal ook projecten uit gefinancierd krijgen vanuit het arbeidsmarktbeleid, om een heel grote beroep op middelen van het Europees sociaal fonds te doen. Dat is maar even een voorbeeld die ik u daarbij kan geven. De opmerkingen van het CDA met betrekking tot de kosten die meegenomen worden in het kader van het ozb. Die neemt het college mee in de afweging om te komen tot de totstandkoming van de programmabegroting. Of daar meteen de wenselijke uitkomst in zit voor u als CDA, ja, dat zult u dan, zeg maar, bij de programmabegroting moeten zien, maar dan hebt u natuurlijk altijd bij die programmabegroting de mogelijkheid om te amenderen. VVD schade compenseren Oldenzaal Promotie beantwoord. Sociaal Plein website, daar zitten inderdaad ook wat extra ambtelijke uren inzet in, maar die zullen we ook bij de uitsplitsing aan u kenbaar gaan maken. Motie rondom de energietoeslag van de PvdA. Die gaat dan, zeg maar, neem ik aan over de inwoners van de woonzorgcentra waar u destijds ook bij het politiek forum al ‘…’ gegeven. Dan moet ik zeggen dat ik de aanscherping die u aangeeft ten opzichte van de Rijksregeling niet scherp heb.

Dat heeft er ook mee van doen dat ook dit soort voorstellen werken we samen uit met meerdere gemeenten. Dat is ook een van de vragen die ik ambtelijk uitgezet hebt. Hebben we hier nu een aanscherping gepleegd ten opzichte van, ten opzichte van rijksregels? Daar moet ik nog een antwoord op hebben. Zo gauw we dat hebben, komen we met u bij de beantwoording door middel van een raadsinfobrief op terug. Dat is een toezegging die ik ga doen. Mocht de aanscherping eruit kunnen worden gehaald, zullen we dat ook meenemen. De voorzitter: Ja. De heer Kramer. Per interruptie. De heer Kramer: Ja. Is het mogelijk om aan die toezeggingen een houdbaarheidsdatum te verbinden? De heer Christenhusz: Nou aarzel ik even, want ik heb ook wat mensen, zeg maar, daarbij nodig die vakantie en ziekte … Waarbij vakantie en ziekte speelt. Kort na de zomervakantie, dat ga ik, denk in, de zomer, voor de zomervakantie niet meer redden, maar wel begin september. De heer Kramer: Mooi, in ieder geval voor de winter, want dan wordt het koud. De heer Christenhusz: Ja, en weet je, dit soort echte problemen gaan pas, denk ik, ook spelen bij de eindafrekening als die binnen gaat komen en dat dat … In de meeste gevallen duurt dat nog wel eventjes. Vandaar dat we ook wel hebben gekeken om dat dan ergens dan in september ook wel, zeg maar, de antwoorden te moeten hebben, ook voor onszelf. En dan de bijdrage van SO.

De -53-

conclusie die de heer Visscher stelt, die klopt. Wij denken met het juridisch advies, zeg maar, met het advies van het ODT, dat het juridisch houdbaar is. Dan kunnen we heel ver techniek ingaan, over akoestische onderzoeken. Ik heb ook gezegd eventueel een geluidswal. Ik heb meer in de verbeeldende zin daarin gesproken, maar het zou, denk ik, misschien ook heel mooi zijn, zeg maar, om hier op 11-07, als we toch de omgevingswet hebben, nog eens even verder met elkaar van gedachten over te wisselen. Volgens mij is dat een mooie casus, zeg maar, die je in kunt brengen. Want het is natuurlijk niet zo dat wij ons niet meer aan wetgeving houden, maar we willen wel ten behoeve van onze inwoners ook meegaan anticiperen, meekijken, zeg maar, al naar toekomstige ontwikkelingen. Daarvan heb ik de oproep gedaan: als u als raad echt vindt dat we dat niet moeten doen, ja, dan moet u daar mij een opdracht in meegeven door gewoon als meerderheid van de raad te zeggen van, wethouder, doe dat nou vooral in de komende periode nog niet. Waarbij ik overigens ook wil aangeven dat ik niet denk dat de omgevingswet er niet zal gaan komen, maar ik denk eerder, zeg maar, dat de omgevingswet mogelijkerwijze in de tijd misschien nog wel iets uitgesteld gaat worden.

Maar misschien dat we ook 11-07 maar eens van gedachten moeten wisselen over het gegeven waarom u zo hard de stelling deponeert dat de omgevingswet niet door gaat. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Nou, dat viel wel mee, hoe hard we hebben die gedeponeerd. Ik heb mijn twijfels erbij. Dus ik zeg niet dat hij niet doorgaat. De voorzitter: Dank u wel. De heer Christenhusz: Ik zie al een kleine afzwakking bij de heer Bouwman. Maar daar hebben we het de elfde over. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan ga ik naar de rest van het college kijken. De heer Yildirim. Ik zie hem aanstalten maken, dus die ziet voor zichzelf nog een aantal punten. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel. Tuurlijk, anders is niet op goede hoogte, hè? Dus dat moet meteen aangepast worden. Ja, even nog twee kleine vraagjes. Een vanuit de WG, de tegemoetkoming in de sportvoorziening of daar inderdaad een toezegging gedaan kan worden om daar nog meer bekendheid aan te geven? In principe is dat niet nodig, want dit is eigenlijk al iets wat vanuit de website Sociaal Plein ook straks geïnformeerd en ook de nodige informatievoorziening geregeld gaat worden. Dus met eigenlijk hiermee zouden we die toezegging niet nodig moeten hebben, want uiteindelijk wordt het ook nog in gesprekken meegenomen en er wordt gewoon maatwerk geleverd.

Dus ik ga ervan uit dat dat voldoende moet zijn en zo niet moeten we daar altijd samen, natuurlijk, naar kijken. En dan hebben we nog een opmerking vanuit het CDA voor mij, de tiny houses en ik noem meteen ook met de bijhorende alternatieve woonwijzen, dus ik hou het elke keer gewoon even algemeen zodat we daar eigenlijk ook in de woonprogrammering en de planontwikkelingen verder dit soort ontwikkeling meenemen. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. Dan mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. De VVD, de preventiematrix. U heeft zelf als raad, bent u akkoord gegaan dat wij de planning voor het derde kwartaal, dat wij de planning van de preventiematrix op het derde kwartaal hebben gezet in 2022. Dus het is vanuit uw eigen raad gekomen. Het Studio 15 verhaal, u zegt van: wij hebben gekeken op de website van Almelo. Nou, het Studio 15 verhaal in Oldenzaal is een afgeleide van Almelo, maar absoluut geen commerciële partij. Het bestaat uit Kaliber en Impuls en het plan van aanpak behoort tot Kaliber en Impuls en zij gaan nu in september geheel meenemen in het plan van aanpak op het moment dat wij daar ook een rondleiding gaan krijgen als raad en college in het nieuwe gebouw. Voor nu wordt het bekostigd uit de preventie … Uit de preventiemaatregelen, preventiegelden vanuit NPO. En nou ja goed, dat is wat -54-

het is en het is aan u als raad als u zegt van, nou, wij willen dat niet het welzijn wordt bekostigd vanuit NPO gelden waar ze voor bedoeld zijn op dit moment, het zijn geen extra middelen die wij beschikbaar moeten stellen, dan is dat aan u als raad. Maar wij denken dat het gewoon een heel mooie verdere invulling van een bruisende binnenstad is en activiteiten voor jongeren in die binnenstad om aan talentontwikkeling te doen aan een hele brede doelgroep. Tot zover voor mij even Studio 15. Voor mij is daar wel het nodige over gezegd vanavond. Dan eventjes naar PvdA. Ik hoor daarnet inderdaad heel veel meningen over het onderwijs. Ik denk ook heel veel dingen die niet hier in de raadzaal hoeven besproken als je het hebt onder onderwijsondersteunend personeel, mevrouw Ailo, daar heeft het onderwijs ruim aan NPO gelden voor gekregen en die worden ook ingezet om die leerlingen extra te begeleiden. Dat is ook gelijk mijn reactie op kansenongelijkheid die is ontstaan, wellicht vanuit de coronaperiode, zoals net is benoemd. Daarvoor zijn ook gelden beschikbaar gesteld. Daar wordt vanuit het onderwijs al heel veel op ingezet, dat weet ik ook vanuit leerlingbegeleiding. Ik wil nog steeds de motie ontraden op dat moment. Ik zie ook dat er door de raad verschillend over wordt gedacht.

Ik zou echt willen adviseren, ga daarover in gesprek met mekaar en kom daar voor de begrotingen op terug of dat inderdaad zo moet zijn. En ja, dan zou je kunnen gaan kijken, wat bieden wij al? Wat bieden wij in het onderwijs, in die scholen, wat bieden wij vanuit de Stichting Leergeld en wat is er dan nog mogelijk om een heel kleine groep nog te kunnen bedienen die mogelijk overal buiten de boot valt? Dus ik denk dat dat een betere optie is. Dus die zou ik willen voorstellen voor u. Dan was ik nog een antwoord verschuldigd als het ging om de gelden, en u noemt dat creatief boekhouden, hoorde ik dat net goed dat u dat zo benoemde? De heer …: Alternatief. Mevrouw Rödel: Dat is het nu, als je kijkt op pagina, ik moet even kijken, op bladzijde 16. Daar staan dus zachte ombuigingen benoemd in de kadernota en daar staan ook de effecten achter die er moeten worden behaald. Daar kunt u hem terugvinden als de 50.000 in de effecten die er moeten worden behaald en die worden afgeboekt bij de jeugd en een ondersteuningsbehoefte drie. Dus wordt verwacht dat hij wordt weggehaald. Maar nogmaals, het is een zachte ombuiging. De voorzitter: Nee, als er geen reactie komt, wethouder, dan is het … Toch, u heeft hem uitgedaagd. De heer Kramer. De heer Kramer: Ja. Ik moet naar alle eerlijkheid bekennen dat ik geen flauw idee heb wat u bedoelt. Ik ...

Zou u het eens op een andere manier uit willen leggen aan iemand die geen economische achtergrond heeft? De voorzitter: Nou, wethouder, een tweede poging. Mevrouw Rödel: Dat is ook een mooie uitdaging voor iemand die dat ook niet heeft. Maar goed, ja. Er zijn in een vorige raadsperiode zijn er een aantal bijeenkomsten geweest als het gaat om sociaal domein. Daar is een masterplan uit ontstaan. Daar zijn ombuigingen benoemd waarvan er ook groene ombuigingen waren. Dit is zo'n groene ombuiging, het is een zachte ombuiging die je ingeeft op POH en de inzet van POH bij de huisartsen. Daarvan wordt verwacht dat die op de duurdere jeugdzorg, drie, niveau drie, minder kosten veroorzaken. Dat is het effect wat je wil hebben doordat je die POH inzet. En daar is die op afgeboekt. Duidelijker dan dit kan ik het niet uitleggen. De voorzitter: Oké, toch. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Dan heb ik toch nog wel een vraag. Kijk, normaal gesproken, als jij 200 hebt, hè, om in te zetten als POH en dan ga je zeggen van nou, ik ga daarop in verdienen, want het wordt allemaal goedkoper. Dan haal ik er 50 af, zoals de gemeente Oldenzaal redeneert. Dan hebben we de volgende keer als we weer bij de begroting zitten, hebben we geen 200, maar hebben we 150. Het effect namelijk belandt ergens anders doordat we POH inzetten, schakelen we, zeg maar, voor -55-

50.000 euro minder dure psychologen in. Dan moet je eigenlijk zeggen van, daar lever ik 50.000 in of 50 in. Dan snappen we het met mekaar en dan hebben we ook een besluit waarvan we later kunnen zeggen, oh ja, dat was dat en niet dat je dan over een jaar of over twee jaar bij mekaar zitten en zegt: ja, maar jullie hebben toen met mekaar goedgekeurd dat we niet meer 200 inzetten maar 150. Dat is, zeg maar, het alternatieve boekhouden zoals de gemeente Oldenzaal dat doet. De voorzitter: Ik ga naar de wethouder, ja. Wethouder. Mevrouw Rödel: Nou, ik krijg allerlei signalen vanaf de tribune, maar dat mag niet van onze voorzitter. Dus ik ga ook aangeven, wij doen dit ook op die manier en ik wil echt een voorstel doen dat u gaat praten met de heer Meijerink, op een ander moment. Vindt u dat een goede oplossing? De voorzitter: Dat dat mag natuurlijk altijd. Het is wel uiteindelijk aan het raadslid of die op dit moment akkoord kan gaan met de beantwoording die de wethouder geeft. Ik snap dat u voor een inhoudelijke toelichting verwijst naar een ambtenaar. Dat kan ik me vanuit de systematiek heel goed voorstellen, maar dat kan niet in deze raad op deze manier geformuleerd worden. Maar ik kijk wel even naar de heer Lulofs of het voorstel wat wethouder doet, of dat op uw instemming kan rekenen? Met andere woorden, dat ik de beraadslagingen nu kan stoppen. Maar ik kijk richting de Lulofs.

De heer Lulofs: Ik wil best wel een keer een kop koffie drinken met meneer Meijerink, dat lijkt me hartstikke gezellig. Maar waar het mij om gaat is, dit is geen bezuiniging op POH. Als we dit gewoon vastleggen voor de notulen dat we dat echt de volgende keer na kunnen kijken. Prima, want hij landt dan ergens anders. De voorzitter: Ik wil met alle plezier even een paar minuten schorsen dat de wethouder zich nog even inhoudelijk kan bijpraten op dit onderwerp, maar als dat niet hoeft, dan … Akkoord zo? De heer Lulofs: Ja, als de wethouder zegt van het is geen bezuiniging op de POH. De voorzitter: Nou, wethouder. Mevrouw Rödel: De wethouder zegt: het is geen bezuiniging op de POH. Dat heb ik in de eerste termijn ook al gezegd, dat wil ik u nogmaals toezeggen. De voorzitter: Nou, dan heeft u een toezegging van de wethouder, dat lijkt mij toch heel mooi. Wethouder, dank u wel. Heeft u nog andere punten waar u op wilt reageren? Mevrouw Rödel: Daar was ik net even naar aan het kijken, maar u bent mij voor. Nee, volgens mij ben ik hierdoorheen, mijnheer. Dank u wel. De heer Lulofs: Top. De voorzitter: Dank u wel, dank u wel. Dan is er nog een andere portefeuillehouder ... Oh, mevrouw Nevels.

Voor mij is het op een gegeven moment ook heel moeilijk om nog te zien wie nou wat, want … Nou ja, daar hebben we volgens mij al vaker wat over gezegd, de manier van hoe wij hier het debat met mekaar voeren. Maar de heer Visscher, ga uw gang. De heer Visscher: Nou, het was geen vraag, maar misschien reactie op IHP, misschien? De voorzitter: Dat klopt, die had u nog wel staan. Mevrouw de wethouder. Mevrouw Rödel: Die had u nog van mij tegoed. Wij komen inderdaad in september terug met die scenario's. Wij hebben het haalbaarheidsonderzoek naar voren gehaald vanuit het Carmel. Die -56-

scenario's gaan we met u bekijken en daar volgt dan weer een nieuw proces uit. Dus dan kunnen we ook verder ingaan op de vraag die u heeft gesteld. Ja? De voorzitter: Nou, dan kijk ik voor de zekerheid nog een keer rond of ik nu iedereen recht heb gedaan, inclusief de wethouder. Dat ik mag constateren dat dat het geval is. Mooi. Ik had nog een punt staan voor de portefeuillehouder stadsvisie en als u mij toestaat, doe ik dat even vanaf deze plek inclusief keten. Het is een heel korte reactie, maar u heeft gelijk, de heer Visscher, de insteek vanuit het college ... De heer Lulofs: Ik wou alleen maar even zeggen, als u zich kort houdt, dan mag u rustig uw gang gaan. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter, doe ik het zo. U heeft gelijk de bedoeling is om tot een opdracht formulering te komen, dat doen we gezamenlijk, en in die opdrachtformulering staat hoe je tot een stadsvisie zou kunnen komen. Natuurlijk maakt dan vervolgens onderdeel uit van het plan van aanpak dat je gebruik maakt van de informatie en ook de andere bronnen die voorhanden zijn om tot een uitvoering over te gaan. Dus volgens mij hebben we hetzelfde, ik formuleer het alleen net iets anders, maar volgens mij zitten we daar met zijn allen op dezelfde manier in en ik denk dat het heel goed en mooi zou zijn om die opdracht formulering samen - raad, college - te formuleren.

Eigenlijk net zoals ik dat heb begrepen het ook de vorige keer gegaan is. Dus als toezegging mag u die noteren. Excuus, voorzitter. Dan geef ik weer het woord aan u. De heer Lulofs: Nou, ik had niet eens echt het woord genomen, ik had alleen maar een opmerking gemaakt dat als u het kort zou houden, dan mocht u gewoon uw gang gaan. Dus nou, bij dezen. De voorzitter: Dank u wel. Dan... Volgens mij zijn we daarmee aan het eind gekomen van de tweede termijn van het college. Ja, want dan kijk ik even naar u. Want ik heb in ieder geval genoteerd een amendement die ingediend is door de VVD, geheten Studio 15, en ik heb een aangepaste motie van de Partij van de Arbeid rondom bijles Oldenzaalse kinderen. Er zijn nog twee moties in de eerste termijn vanuit de Partij van de Arbeid aangekondigd en ik kijk even nu naar de overkant of er nog steeds de behoefte is om die in te dienen, dan hoor ik dat graag nu. Wie van de Partij van de Arbeid mag ik het woord geven? De heer Kramer: Die behoefte is er niet. De voorzitter: Dat betekent, beste raad, dat we een amendement en een motie hebben bij de beraadslagingen. Dat betreft het amendement, dus nogmaals Studio 15 en een motie, aangepaste motie, van de Partij van de Arbeid, bijles Oldenzaalse kinderen. En ik kijk even rond of dat juist is. U wilt even schorsen. Hoelang wilt u schorsen? Vijf minuten. Dan schorsen we vijf minuten.

Schorsing De voorzitter: Oké. Ik heropen de vergadering. Ik kijk richting de WG, want zij hebben een schorsing aangevraagd. Dus mevrouw Oude Engberink, aan u het woord. Als ik van iedereen de aandacht mag. Overigens, voordat ik het vergeet, zou u na afloop van de vergadering uw telefoon weer op aan willen zetten, althans het geluid? Dus als de vergadering afgelopen is, dan mag u voor mij het geluid weer op aan zetten. Mevrouw Oude Engberink, aan u het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt een amendement en één motie. Wij hebben in de schorsing met de fractie over het amendement gesproken van VVD, aangaande alles wat Studio 15 betreft uit de kadernota te halen. We hebben de overwegingen gehoord, beluisterd en we hebben ook de beantwoording van de portefeuillehouder beluisterd. -57-

Daarnaast hebben wij zelf ook een aantal zaken opgezocht wat bekend is over het initiatief en wij volgen hierin de beantwoording van de portefeuillehouder en wij gaan niet mee in het amendement, omdat wij vinden dat dit initiatief daadwerkelijk een bijdrage is voor een bruisende binnenstad en vooral ook voor alle jongeren, doelgroepen in de leeftijdscategorie zoals genoemd, een bijdrage levert, niet alleen voor de kwetsbare jongeren, maar zeker ook voor andere jongeren die, nou, op dat moment misschien niet goed weten waar ze naartoe kunnen en willen en dat ze daar ook elkaar kunnen ontmoeten en kunnen samenwerken. Nou, en ten aanzien van de motie. Die is ondertussen aangepast. We hebben daarin ook de beantwoording van de portefeuillehouder gehoord. Wij zijn van mening dat dit onderwerp zeker wel hier besproken kan worden, maar dat het een primaire opdracht is voor de scholen om dat samen met de ouders te bespreken. Wij hebben de voorzichtige toezegging gehoord van de portefeuillehouder dat in de gesprekken die regulier gevoerd worden met onderwijs, dit soort zaken ook op tafel kunnen komen. Nou, dat is voor ons voldoende basis om niet mee te gaan met de motie en erop te vertrouwen dat dit onderwerp ook aan tafel wel wordt besproken. Dus wij gaan ook niet mee met de motie. De voorzitter: Oké, ik zie dit als stemverklaringen bij in ieder geval de motie en het amendement.

Dan wil ik nu de beraadslagingen stoppen en overgaan tot stemming. Ik breng allereerst het amendement in stemming, het amendement van de VVD, Studio 15 geheten. Is er nog behoefte aan een stemverklaring, net al afgegeven door de WG, maar wellicht nog door een andere fractie? Ik constateer dat dat niet het … Het CDA. De heer Maartens: Ja, toch maar even. Volgens mij ben ik in mijn bijdrage heel duidelijk geweest. Dat betekent dat onze fractie het amendement niet zal steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan breng ik het amendement in stemming. Wie is voor het amendement Studio 15? Ik constateer dat dat alleen de VVD is. Daarmee is het amendement verworpen. Dan breng ik het voorstel zelf in stemming en dan pak ik die erbij. Dat is de kadernota 2023, het raadsvoorstel zoals voor u ligt. Wie is voor het geamendeerde voorstel? Ik zie nog een stemverklaring. De VVD. De heer Visscher: Voor, met uitzondering van Studio 15. De voorzitter: U heeft helemaal gelijk, het niet geamendeerd, dus het voorstel zoals dat ook op tafel lag vooraf deze vergadering. Hij is niet gewijzigd, u heeft helemaal gelijk. Ik was zo enthousiast over het feit dat er een amendement is dat ik dat maar meenam, maar u heeft helemaal gelijk. Dank voor de correctie, maar het ongewijzigde voorstel. Wie is tegen dat voorstel wat voorligt en dat betreft de kadernota 2023.

Ik constateer dat iedereen geacht wil worden voor gestemd te hebben. Dan is het voorstel aangenomen. Dan hebben we nog een motie en dat is de motie van de Partij van de Arbeid met betrekking tot bijles Oldenzaalse kinderen. Dat is een aangepaste motie, het is toch wel goed om dat nog even te noemen, en hij is via de mail is die verspreid onder de raadsleden. Dus dat, die motie breng ik in stemming. Wie is tegen die motie? Dat betekent dat de Partij van de Arbeid geacht wil worden voorgestemd te hebben, D66 en Solidair Oldenzaal. Dat betekent dat de motie is verworpen. Oké. Daarmee komen we aan het eind van dit agendapunt. 5. Beëdiging van een forumlid De voorzitter: En dan ga ik weer even terug na het agendapunt 5, wat we hadden geparkeerd. Dat betreft de beëdiging van een forumlid, dat is mevrouw Ruth Loke. Mag ik iedereen uitnodigen om te gaan staan, voor zover dat mogelijk is, en Ruth Loke uit te nodigen om hier naar het midden te -58-

komen. Nou, supercool dat je hier in het midden staat. De vorige keer stonden ze daar met zijn drieën en jij staat daar nu alleen, maar wel met een hele groep raadsleden, forumleden, om je heen dus zie absoluut niet het beeld voor je dat je daar alleen staat, want je doet het echt wel mede namens ons allen. Je hebt aangegeven de belofte. Ik ga hem voorlezen en dan ben jij aan het eind om de uitspraak te doen: dat verklaar en beloof ik. Goed. Ik verklaar dat ik, om tot forumlid benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Tot slot, ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als forumlid naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw Loke: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Van harte proficiat. 7. Jaarstukken 2021 en verslag van de accountant De voorzitter: Ja. Als ik weer de aandacht van iedereen mag dan wil ik wel snel door met onze agenda. Want dan ga ik naar agendapunt 7. Dus ik heropen de vergadering en dat betekent dat ik, zoals al aangekondigd, naar agendapunt 7 ga. Dat zijn de jaarstukken horende bij het jaar 2021.

Daar zit ook het verslag van de accountant bij, zoals u gezien heeft. Ik kijk even rond of er vanuit de raad de wens is om hier het woord te voeren. Ik constateer dat dat niet het geval is. Toch de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp namens de VVD. De heer Mekelenkamp. Dank u wel, voorzitter. Ik zal even gaan staan op de plek zoals het hoort. Het was niet echt een vraag, meer een oproep van onze zijde. We hebben een heel mooie rekeningenresultaat over het afgelopen jaar. We hebben een raadsprogramma wat eraan komt met heel veel ambitie, waar we zelf nog heel veel ambitie in willen gaan steken. Dus eigenlijk de oproep in ieder geval vanuit onze fractie is om in ieder geval een deel van het rekeningenresultaat daarvoor te gaan gebruiken zodat wij ook onze nieuwe ambities die we in het raadsprogramma hebben staan, kunnen gaan verwezenlijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even of er nog andere wensen zijn vanuit de raad. Zo niet, dan ga ik richting het college. Dan ga ik naar mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg, ja, ze is weer terug. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ik ben er weer. De voorzitter: Dat kunnen we ook weer in het verslag opnemen. Ja. Zo snel kan het gaan met een wethouder. Ja. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja.

Als reactie op de opmerking van de heer Mekelenkamp kan ik volgens mij aangeven, dat heb ik ook al bij de kadernota aangegeven, dat juist dat wat over is gebleven vanuit het rekeningenresultaat, ja, het is aan u om dat aan te wenden waar u dat aan wilt aanwenden. Dus ja, daar gaat u over. Maar volgens mij is dat een prima insteek, zoals de heer Mekelenkamp aangeeft. De voorzitter: Oké. Dan wil ik het voorstel in stemming brengen en dan vraag ik of er iemand tegen het voorstel is. Niemand tegen, dan het betekent het dat iedereen voor is. Dan is het voorstel bij dezen aangenomen. -59-

8. Bekrachtiging geheimhouding Financiële grondexploitaties 2021 De voorzitter: Dan hebben we nog een bekrachtiging van een collegebesluit geheimhouding financiële rapportage grondexploitatie 2020, zoals u hier ziet staan. En de vraag is of daar nog iemand het woord over wil voeren. Dat is niet het geval, dan breng ik het in stemming. Wie is tegen? Dat is niet het geval, dan is het voorstel aangenomen. 9. Accountantsaanbesteding De voorzitter: Dan ga ik naar de accountantsaanbesteding. Ook daarvoor heeft u een voorstel voor u liggen, ik open hem, met een raadsvoorstel inclusief besluit. Wie wil het woord voeren over dit voorstel? Dat is niet het geval, dan breng ik het in stemming. Wie is tegen dit voorstel? Ook dat is niet het geval. Niemand die aangeeft tegengestemd te willen hebben, dan is het voorstel aangenomen. Dank u wel. D(irecte)-voorstellen - Geen De voorzitter: Dat betekent dat we niet alle tijd hebben goedgemaakt, maar wel veel. En dan ga ik nu naar de direct voorstellen, maar die zijn er niet. 10. Moties - vreemd De voorzitter: Dat betekent dat we naar de moties vreemd gaan, dat zijn er twee. Beide ingediend door Solidair Oldenzaal. Ik begin met de motie die ik als eerste heb staan en dat is de motie rondom corona, als ik het goed zeg. Ik begrijp dat die aangepast is, maar ik denk dat de heer Bouwman of mevrouw Berger dat zelf wel even kan toelichten.

Dus mevrouw Berger, aan u het woord. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond allemaal. Ik heb met het indienen van deze motie mijn allereerste speech achter dit spreekgestoelte en dat betekent dat het mijn maidenspeech is, mijn debuut in de politiek. Onze partij en ik debuteren in de politiek, daar waar het vertrouwen in de politiek het aller-, allerlaagst is. Historisch, zou je kunnen zeggen. Of dat zo fijn is, dat weten we nog niet. Toegegeven, we vallen natuurlijk als samenleving van de ene crisis in de andere en een samenleving was niet vaak eerder zo afhankelijk van haar overheid als nu. Ik vind dat wij als gemeenteraadsleden, mijns inziens, het dichtst bij de bewoners staan of bij de inwoner, en ik vind dat we samen ervoor moeten strijden om zorgen en vertrouwen in de politiek weer te herstellen. Afgelopen coronaperiode is enorm veel gevraagd van onze inwoners en ik vraag mij af of we nu de berichten van een aantal besmettingen en de teststraten die weer opengaan en de vaccinaties die weer herstart worden, of we nu voor de derde keer een herfst ingaan zonder duidelijk perspectief. Gaan we dit keer misschien denken in oplossingen, uiteraard binnen de wettelijke kaders van het rijk, want hier in Oldenzaal was meer mogelijk dan dat er gedaan werd en dat vind ik erg jammer. Ik hoop dat we er van kunnen leren en dat we Oldenzalers zo veel leed kunnen besparen.

Ik heb respect voor de antwoorden die wij van het college hebben gekregen en daarom hebben wij heel gauw in de schorsing even onze motie aangepast. Ik zal hem zo dadelijk ook voordragen. Ik dien deze motie in namens Solidair Oldenzaal, omdat ik gewoon heel graag hoop dat we bepaalde situaties anders gaan doen, mocht het weer voorkomen. Ik heb ook een vriendelijk verzoek aan de voorzitter, want het is een ongeschreven regel dat een maidenspeech niet onderbroken mag worden, maar ik weet dat er vanuit de raad heel veel behoefte is om hierover te spreken. Dus ik, als dat mag van de voorzitter, wil ik jullie daar heel graag de kans voor geven, als die behoefte daar is, alvorens ik de motie ga

-60-

voorlezen. Want ik hoop dat we misschien van lokale fouten kunnen leren en het anders kunnen doen om het leed dan wel echt te beperken. De voorzitter: Nou, volgens mij … Nee, dat snap ik. Dank u wel, mevrouw Berger, maar de raad heeft nog een gelegenheid om te reageren op de motie. Dus op zich is een interruptie op uw inbreng niet noodzakelijk. Maar u geeft de gelegenheid daarvoor, dat is heel netjes dat u dat doet, maar ik kijk even rond, dat die behoefte er niet is. Dus dat de raad eigenlijk recht doet aan de mores die we met elkaar ten aanzien van maidenspeech hebben afgesproken. Dat is mooi. Maar de raad kan dus nog wel reageren, maar in haar eigen termijn. Ik weet niet of u nog verdere toelichting wilt geven op de motie, maar dan wil ik hem vrijgeven voor een reactie van uit de raad. Mevrouw Berger: Nou, ik had nog één ding, want ik denk dat op dit moment mensen niet meer zozeer heel bang zijn voor corona, maar meer voor de maatregelen en alles wat dat met zich teweegbrengt. Dus ik hoop dat we dat in gedachten houden op het moment van het lezen van de motie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wellicht voor de volledigheid, de motie, de aangepaste motie, zoals net toegelicht door mevrouw Berger, is via de mail naar u toegestuurd. Ik hoop dat u in de gelegenheid bent geweest om hem te lezen.

Het gaat met name, volgens mij, als ik mevrouw Berger goed heb begrepen, om het laatste punt. Dus bij, roept het college op, dat is gewijzigd. Mevrouw Berger: Ja, en overwegende dat. De voorzitter: En de overwegingen. Maar ik kijk even rond of er behoefte is aan een schorsing voor een leespauze. Zo niet, dan geef ik hem vrij en dan kijk ik graag wie … In ieder geval D66. Oké, mevrouw Berger, u mag weer op uw plek gaan zitten. Ja. En dan nodig ik mevrouw Ailo-Zaia uit om hier, jazeker, ja ja. Komt u deze kant op. Even de microfoon nog uit. Ja. Maar dan doen we het helemaal netjes. Heel goed, raad, heel goed. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u, voorzitter. Ik dacht dat ik het gewoon vanuit mijn luie stoel kon doen, maar, nou ja, zo kan het ook. Wat ik teruglees, lokaal de speelruimte, hè, jullie roepen het college op om lokaal de speelruimte volledig te benutten binnen de wettelijke kaders als er sprake is van nieuw coronamaatregelen dan wel lockdowns. En dan had ik eigenlijk ook een vraag richting college, want volgens mij heeft dat college destijds ook gedaan binnen de wettelijke kaders zoveel mogelijk speelruimte. Anders hoor ik dat graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er andere fracties zijn die het woord willen voeren. Dat is niet het geval. Ik denk dat het goed is om het college nog even gelegenheid te geven om tot een reactie te komen.

Ik wil graag even schorsen voor een paar minuten en dan komen we bij u terug. Dus graag even een schorsing van, nou, ik denk maximaal vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Ik wil de vergadering wederom heropenen en dan kijk ik even naar de overkant of de heer Lulofs wederom dit deel wil voorzitten. De heer Lulofs (plv voorzitter): Dat wil die wel. Meneer Welman, aan u het woord. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Zoals ook al in de discussie rondom de kadernota aangegeven, heeft het college de afgelopen tijd op verschillende momenten de raad geïnformeerd -61-

over de wijze waarop vanuit het college, vanuit dit huis is omgegaan met de maatregelen, maar ook de regelgeving die in het kader van de bestrijding van Covid 19 op ons afgekomen is. En het college is van mening dat daarbij altijd gekeken is naar wat de ruimte is die binnen die wettelijke kaders gegeven is. Dus een oproep om dat wederom te doen, het college voelt geen behoefte om die steun te ontvangen, omdat men altijd al met die insteek heeft gehandeld. Daarom wil het college deze motie ook als overbodig beschrijven. Dat was het, voorzitter. De heer Lulofs (plv voorzitter): Dank u wel. Dan richt ik mij tot mevrouw Berger. U mag blijven zitten. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Bedankt, meneer Welman, voor uw inbreng. Ik zit hier natuurlijk als, hè, de beruchte zwembadmoeder, groot in de krant, heb ik gehoord. Ik heb … De zwembad moeder, zo werd ik genoemd. Ik heb echt oprecht mijn best gedaan om in die situatie te denken in oplossingen binnen de wettelijke kaders. Zwemles kunnen we namelijk scharen onder onderwijs. Dat had gekund, dan hadden die situaties die ik bij het zwembad, in mijn stedke van plezier, niet mee hoeven maken. Dat gaat me zwaar aan het hart, met mij meer. Sterker nog, ik denk dat dat de reden is dat ik überhaupt op deze zetel zit. Het zou gek zijn om daar niks over te zeggen.

Ik heb heel veel respect voor hoe iedereen, en ook het college en de raad, is omgegaan met alle ad hoc maatregelen, want er werd van iedereen heel veel gevraagd en het is ook absoluut niet mijn bedoeling, daarom hebben we nu, net in de schorsing heel snel onze motie aangepast, om iemand van het college, ja, een verkeerde indruk te geven dat we denken dat verkeerd is, maar mijns inzien, dit had anders gekund. En ook hoe de boa's op je afkomen als je bijvoorbeeld geen mondkapje op hebt. Mensen doen dat voor medische reden en daar wordt altijd uitgegaan van het verkeerde. Ik heb net van collega raadsleden gehoord gekregen dat het advies is om deze motie wellicht even op on hold te zetten om het beter te kunnen formuleren, zodat we daadwerkelijk echt het doel kunnen bereiken. En als dat nog mogelijk is, zou ik dat heel graag doen, want het gaat me wel echt zo aan het hart dat ik echt heel graag zou willen dat we, mocht er een volgende lockdown komen of een volgende QR-regeling, wat ik helemaal prima vind bij horeca en wat dan ook, dat is helemaal niet wat ik van jullie vraag, behalve bij die zwemles. Want dat, ja, vond ik echt shocking. Dus ik heb begrepen dat we hem on hold moeten zetten, dus dat verzoek wil ik dan dus nu ook graag indienen. Nogmaals naar het college, het is geen sneer of iets dergelijks, dit had wel gewoon alleen anders gekund. Dank je wel.

De heer Lulofs (plv voorzitter): Bedankt, mevrouw Berger. Ik begrijp dat u de motie on hold zet. Ik vraag aan de heer Welman … Oh, ja. Ik zie in mijn rechterooghoek de heer Winkelhuis die wil reageren. De heer Winkelhuis, gaat uw gang. De heer Winkelhuis: Ja. Voorzitter, dank u wel. Ik had me eigenlijk voorgenomen om niks te zeggen, omdat mijn ervaring is, op het moment dat we het over corona hebben, dat we ons allemaal hebben ingegraven. Je kunt nog wel een uur, wel twee uur over dingen discussiëren. Daar komen we niet meer uit. En je kunt hem wat mij betreft kan Solidair Oldenzaal deze on hold zetten. Volgens mij lopen wij met onze meningen hier zo vreselijk uit elkaar, dat we hier niet tot een vergelijk gaan komen. We zijn het met heel veel dingen met elkaar eens, dat hebben we vanavond ook gemerkt, en soms moet je gewoon constateren, en dat heb ik vanavond al een paar keer eerder gezegd, op dit punt dus niet. En bij corona heb ik echt te veel ervaring, maar ik zeg van, dit kan echt niet, en ik heb de ervaringen met de gemeente dat ze echt doen wat ze kunnen en van 1000 dingen gaan er waarschijnlijk twee, drie, vier niet helemaal zoals ze gaan en dan kunnen we daar een vergrootglas opleggen en zeggen, je hebt het hartstikke verkeerd gedaan, maar dan kijken we niet naar die 996 dingen die wel goed zijn gegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11954768/4