CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raad 4 juli 2022

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering46.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Als ik alle bijdragen lees en hoor dan is het terecht dat wij hier veel aandacht hebben voor mensen die het minder goed hebben, de armoedegrens. Mensen die zorg nodig hebben. Toch zou ik ervoor pleiten dat wij ook wat vaker aandacht besteden aan al die hardwerkende Oldenzalers die zorgen dat het systeem überhaupt overeind kan blijven. Zou ik toewensen. Tot absoluut slot, ik wens iedereen, dan zal ik even deze erop zetten, een stikstof- en C02-loze toekomst toe en ik hoop dat we dan nog voldoende banen over hebben om Nederland overeind te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even voor de boekhouding. Ik heb een amendement genoteerd. Dat is dan ook meteen amendement een geworden en dat gaat over Studio 15. Ik kijk even rond of er vanuit raadsleden behoefte is aan reactie. Dat is het geval. Tot mijn verrassing de VVD niet. Ik kijk even rond. Volgens mij was mevrouw Berger als eerst en dan ga ik gewoon het rijtje langs. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Ik vond het een heel mooi betoog, een goeie ‘…’ maar toch even het laatste mijnheer van VVD, u bent op de hoogte dat wij ook bestaan uit stikstof dus stikstof vrij leven dan bestaat niemand meer. Dat denk ik niet dat u bedoelt wel. Dank je. De voorzitter: Oké, dan ga ik door. Dan kom ik bij mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u voorzitter. Dank ook voor de uitnodiging vanuit de heer Visscher voor een debat.

Want dan gaat hij het volgens mij op dit moment wel krijgen. Even kijken, u heeft het meerdere keren over zorgen voor en zorgen dat in uw betoog. U heeft het heel duidelijk, dat is ook iets vanuit D66, wij geven ook aan, er moet wel wat ruimte zijn voor financiën. In ieder geval moet er plek zijn voor bepaalde omstandigheden om geld opzij te kunnen leggen. We hebben nu wel te maken met de huidige crisis. Wat ik echt miste is: waar blijft de inwoner in het betoog dat we lezen? Dat mis ik echt heel erg. Daarnaast heeft u het over preventie. Waar hebben we die preventie voor nodig en die hardwerkende mensen uiteraard, die verdienen ook het respect waar u het over heeft. Alleen zijn we hier wel met zijn allen aan het kijken: hoe zorgen we ervoor dat iedereen overeind blijft en niet degenen die het al goed doen. Op basis daarvan vroeg ik mij toch even iets af. U heeft het over preventie en wat we daarmee kunnen en je ziet geen resultaat. Toevallig werk ik bij een tandarts en daar is sprake van preventie. Ik hoor heel vaak van mensen: maar die preventie kunt u overslaan, ik moet naar de tandarts want ik moet een vulling hebben. Maar waar komt die vulling vandaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher. -16-

De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Waar is de inwoner? De inwoner zit in alles wat wij doen zit de inwoner natuurlijk. Mijn verhaal ging nu niet over inwoners maar daar komen we straks bij het raadsprogramma zeker aan toe. U moet mijn verhaal niet zien dat wij tegen preventie zijn. Wij zijn helemaal niet tegen preventie, we vinden preventie juist heel erg belangrijk. Alleen wij schieten in deze gemeente met hagel. We weten eigenlijk niet voor welke doelgroep we nu eigenlijk wat doen. Daar is die preventie-matrix voor. Daarom hebben we ook in het masterplan sociaal domein gezegd: we moeten een preventie-matrix krijgen zodat we letterlijk kunnen zien. Ik stel me dat voor als een muur waarop staat welke instanties wij allemaal steunen en wat die instanties allemaal voor de maatschappij doen. Daar moet uit blijken of wij wel recht schieten op de dingen die wij willen. Ik noem als voorbeeld altijd BoesCoolFit, een fantastisch programma. Maar BoesCoolFit is op dit moment meer voor kinderen die al twee sporten doen die een derde sport willen proberen dan dat het voor kinderen is die nog nooit gesport hebben. Daar moeten we met elkaar voor oppassen dat we in die valkuil niet lopen. De voorzitter: Nog een keer mevrouw Ailo-Zaia excuus.

Mevrouw Ailo-Zaia: Ik ben het helemaal met u eens dat die preventie-matrix zo snel mogelijk onze kant op moet komen om te kijken waar we mee door willen gaan en wat we anders willen gaan doen. Helemaal mee eens. Maar tegelijkertijd ook vanwege de manier waarop u uw betoog in elkaar heeft gezet komt het toch over alsof preventie dan iets is wat weinig waarde heeft. Ik denk dat we daar echt bij stil moeten staan om die preventie nader te bekijken en te kijken op welke manier wij verder willen gaan. Dus zodoende, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar links. De heer Visscher: Nee zo is die zeker niet bedoeld. Laten we heel duidelijk zijn: ik vind ook dat we Studio 15 nu niet kunnen doen omdat we die matrix nog niet klaar hebben. Als we de matrix klaar hebben en blijkt dat er wel degelijk behoefte is aan iets als Studio 15, laten wij ons als fractie graag overtuigen. Maar voor nu is het echt een stap te ver. De voorzitter: Nog een heel klein puntje en dan ga ik door naar de heer Maartens. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u wel voorzitter. We hebben de afgelopen jaren, vorig collegeperiode, continu gezegd: we hebben iets nodig voor onze jongeren. Met name in de binnenstad. Dat misten we continu. Zie hier, er is eindelijk iets wat voor de jongeren in de binnenstad opgebouwd kan worden.

Dan kan ik alleen maar ja roepen en dan kijken we achteraf wel of dat teveel of te weinig is maar dan hebben we alsnog een evaluatie nodig. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de heer Visscher. De heer Visscher: Agree to disagree lijkt mij. De voorzitter: Mooi Twents. De heer Maartens. De heer Maartens: Dat is natuurlijk een prachtige uitspraak, die helpt heel vaak. Ik heb behoefte aan iets te corrigeren. Mijnheer Visser had het erover dat ik de meicirculaire noemde als nieuwe ruimte om te gebruiken. Volgens mij heb ik juist het tegenovergestelde gezegd. Ga er zorgvuldig mee om, wees juist voorzichtig, geef niet teveel geld daarop uit. Want de septembercirculaire die kon ons wel eens de andere kant op helpen. Dat is een. Twee, Talenthouse Studio 15. Wacht maar even. Ik heb ook toen gezegd: we zijn gewend van zorgen voor naar zorgen dat. Zorgen voor is: we hebben een -17-

aanbod voor u. Zorgen dat is: wij vragen u wat u nodig hebt om te kunnen zorgen dat u hetzelfde stappen kunt zetten in talentontwikkeling dan andere jongeren bijvoorbeeld. Daarom is Talenthouse Studio 15 zo belangrijk in deze stad. Niet alleen in deze stad, maar ook op meer plekken. Hij is niet voor niets is er mee gewerkt in Hengelo of Almelo. Daarbij de kanttekening: wij willen toch een bruisende binnenstad? Ik weet ook dat er in dat samenwerken geld is gestoken vanuit het provinciaal programma Bruisende Binnenstad om juist te zorgen dat in die binnenstad ook voor jongeren activiteiten en zaken beschikbaar zijn. Dan denk ik: het raakt meerdere dingen die wij graag willen van zorgen voor naar zorgen dat. De binnenstad die meer gaat bruisen. Jongens, laten we er heel erg blij mee zijn. Dan nog als laatste puntje: we hebben Impuls de afgelopen jaren opgedragen om twee ton te bezuinigen. Impuls heeft dat gedaan door afscheid te nemen van Breedwijs, door afscheid te nemen van het Michgoriushuis en te zeggen wij gaan goedkoper onze huisvesting regelen. Echt goedkoper. Mag u nazoeken bij Impuls in de boeken. Vandaar om te zorgen dat wij zo min mogelijk van die activiteiten die wij belangrijk vinden voor deze stad verliezen. Ik juich dat toe. Ben wel benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter.

Heel goed stuk maar wat betreft de meicirculaire ben ik het helemaal met u eens hoor. Dat was een bevestiging eigenlijk van wat u gezegd hebt. Als het gaat om de bruisende binnenstad dan denk ik dat wij daar andere dingen voor nodig hebben dan dit initiatief. Ik geloof niet dat dit initiatief de binnenstad gaat laten bruisen, maar goed dat zullen we dan op termijn gaan zien. Ik denk dat we voor dit geld wel andere dingen hadden kunnen doen om de binnenstad te laten bruisen. Maar goed daar kunnen we van mening over verschillen. Wat betreft de bezuinigingsopgave voor Impuls. Ik heb een half jaar geleden gekeken naar alle incidentele subsidies die wij verstrekt hebben. Impuls werd geloof ik met een ton gekort maar ze kregen voor vijf ton aan incidentele subsidies ervoor terug. Wij hebben als fractie, zeg ik heel eerlijk in, weinig vertrouwen in Impuls als het om dit vlak gaat. Impuls doet hele goeie dingen maar als het gaat om echt heel erg gericht kijken wat ze wel en niet moeten doen hebben wij er als fractie weinig vertrouwen in. Dat zullen ze dan moeten ophalen bij ons wat ze daar dan per se mee willen. Maar zo is het wel op dit moment. De voorzitter: De heer Maartens nog een keertje. De heer Maartens: Een korte reactie.

Ik heb niet voor niets de vragen gesteld bij Talenthouse Studio 15: laten we aan de voorkant even afspraken maken hoe het gaat als het werkelijk een doorslaand succes wordt. Hoe je dan tegen financiering aankijkt. Doen wij dat of moeten ze zelf gewoon zorgen binnen hun eigen budget dat ze dat regelen? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de heer Visscher. De heer Visscher: Heel kort. Ik denk dat geldt hetzelfde voor pilotprojecten. Daar hebben we het volgens mij twee jaar geleden ook een discussie over gehad. Als je een pilotproject start, dat is leuk want het is incidenteel geld. Maar je moet eigenlijk aan de voorkant al weten als het succesvol is hoe je het gaat financieren. Dus daar ben ik het helemaal mee eens. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer in ieder geval dat de heer Kramer aanwezig is. Dat was net nog niet het geval maar voor de mensen thuis, de heer Kramer is weer in ons midden. Ik dacht even ook een hand van u te zien of in ieder geval van de Partij van de Arbeid. De heer Lulofs. De heer Lulofs. -18-

De heer Lulofs: Heel kort. De rode draad is elke keer weer Impuls. We hebben vorige keren hier in de raad diverse debatten gehad over de kortingen die wij toe hebben gepast bij impuls. Maar ik zou graag van de heer Visscher willen horen of wij daar niet eens een keer als raad zouden moeten zeggen: die taken die jullie voor ons uitvoeren, die hoeven niet meer. Daar zitten budgetten aan en die laten we dan achterwege. Dat zou veel eerlijker zijn dan elke keer weer lumpsum, weer die kaasschaaf erlangs houden. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ik ben het helemaal eens met de heer Lulofs. Daarom willen we ook zo graag die preventie-matrix, dat we dan echt eens heel erg goed kunnen weten waar doen we wel iets voor, waar doen we niet iets voor. Als dan blijkt dat Impuls zoveel taken van ons krijgt dat ze meer budget nodig hebben dan kunnen ze van ons ook meer budget krijgen. Alleen het moet wel heel duidelijk zijn waar we ons als gemeente op willen richten en waar we ons niet op willen richten. Zonder die informatie kunnen we dit niet doen. De voorzitter: Dank u. Ik kijk nog even. Precies, ik zag de heer Winkelhuis en volgens mij ook mevrouw Oude Engberink en mevrouw Nijendijk. Oké drie. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter dank u wel. Allereerst bedankt voor de bijdrage van de VVD.

Het is wel mooi hoe we met allemaal verschillende petten toch kijken naar onze samenleving. U kijkt echt wel met een pet van de werknemer, ‘…’ hij die of zij die dat inderdaad heeft. Maar er zijn echt heel veel mensen in onze ‘…’ die het zo graag zouden willen maar die op een of andere manier dat niet kunnen. Daar zijn ook kinderen dus de dupe van. Dus dat vind ik ook wel dat we daar als raad heel zorgvuldig naar moeten gaan kijken. Ik heb twee vragen en twee opmerkingen waar ik het volledig met de heer Visscher over eens ben. Op hoofdlijnen, dat is wel eend ding waar wij met elkaar nadrukkelijk naar moeten gaan kijken. Dan kom ik gelijk bij de opmerking van de heer Lulofs net. Hoe diep ga je er dan op in op Impuls? Welke taken? Hoe ver gaan wij gedetailleerd zeggen: dit moet je doen, dat moet je doen, hoe vaak ga ik je controleren. Dat zijn lastige discussies denk ik. Maar ik denk wel dat het een goeie is om daar met elkaar nog een keer een discussie over te gaan hebben. Wat me uit het hart gegrepen is en gelukkig hebben we ook al een paar keer genoemd, dat we echt met elkaar moeten zorgen dat we voor de begrotingsbehandeling die andere zeven thema’s echt door geakkerd hebben. Dat wordt best een klus. Ik wil het hier nog maar een keer ook als geen fractievoorzitter maar als raadslid komen zeggen: dat gaat ons heel veel tijd kosten, heel veel energie.

Maar ik weet zeker dat ons dat in de loop van de dik drie jaar die er dan nog achteraan komen ontzettend veel gaat helpen. Dus echt een oproep, bereid je maar erop voor dat je veel avonden weg bent. Geef thuis maar vast door. Ik heb het Anne al gezegd. Dan nog twee vragen, de eerste ging over locatie Potskampstraat, daar ken ik toevallig de zaken een beetje. U heeft het over woningbouw aan de achterkant. Bedoelt u daar het sportveld mee? Daar ben ik wel benieuwd naar. Collega Mekelenkamp had het onlangs bij de vorige raad over zorgen die hij zich maakte over het ambtelijk apparaat. Dat we soms in de problemen komen omdat we de capaciteit er niet voor hebben. Maakt de heer Visscher zich daar ook zorgen over? Hoe verhoudt zich dat tot de Zinkwegnorm? De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel. Potskamp, ik ben zelf niet bij de rondgang langs de Carmel locatie geweest. Mevrouw Nevels heeft dat gedaan. Wat ik begrepen heb is dat er een hele vleugel eigenlijk over is en dat op de plaats van die vleugel misschien met de combinatie van een deel van het grasveld, dat daar woningbouw mogelijk is. De exacte details moeten jullie straks in de pauze maar -19-

even over spreken. Wat betreft ambtelijke organisatie, die zorg deel ik zeer. Volgens mij is Noordoost-Twente daar het antwoord op. We gaan woensdag een radenbijeenkomst voorbereiden. Ik denk dat we daar snelheid mee moeten gaan maken om te zorgen dat wij als werkgever aantrekkelijk blijven voor mensen om bij ons te werken. Dat zal ons heel veel helpen als het gaat om de kwetsbaarheid van de ambtelijke organisatie. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even richting de heer Winkelhuis en dan ga ik graag door naar de volgende. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Dan is het nu voor mij duidelijk. Want woningbouw, ik dacht ze gaan echt iets nieuws bouwen. Maar het is dus invulling van de ruimte die vrijkomt. Dat is helder, dank u wel. De voorzitter: Nee zo doen we dat niet. Dat is even een reactie op mevrouw Nevels. Het gaat altijd via de voorzitter en zeker niet als u niet het woord van mij heeft gekregen want uw fractievoorzitter staat daar. De heer Winkelhuis voldoende zo? De heer Winkelhuis: Voorzitter, helemaal. De voorzitter: Goed zo, kijk, we brengen het meteen in de praktijk. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. De heer Visscher heeft het in zijn betoog een aantal keren over snelheid om tot een raadsprogramma te komen. We hebben inderdaad heel veel discussies met elkaar gevoerd. We hebben veel gesprekken nodig gehad.

Maar uiteindelijk heeft dat er wel toe geleid dat we met elkaar mores hebben gevonden om met het eerste thema aan de slag te gaan. Heeft heel lang geduurd, te lang ook naar ons inzicht. De bijdrage van de heer Visscher geeft ook aan: laten we vaart maken na het reces en zorgen dat de andere zeven thema’s voor 1 november gereed zijn. Ik zou er graag nog een schepje bovenop willen doen want ik ben heel erg benieuwd hoe je daarnaar kijkt. Of u die ambitie ook nog wat scherper zou willen stellen. Volgens mij moet het ons kunnen lukken om zelfs misschien al voor 1 oktober de stukken gereed te hebben. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Geweldig, graag zelfs. Toevallig afgelopen week met mensen uit Dinkelland gesproken, die hebben het mij uitgelegd hoe zij dat gedaan hebben. Dat is echt in een snelkookpan gegaan. Ik ben ook voor de snelkookpan dus laten we dat vanavond afspreken. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink nog een keertje. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Inderdaad, laten we daar vanavond bij de evaluatie van het eerste thema even bij stilstaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: Dank u wel voorzitter. De heer Visscher die vroeg zich af of de jongeren die gebruik zouden maken van Studio 15 hun tijd niet beter kunnen besteden om te gaan werken.

Dan vraag ik mij af hoe u de doelgroep jongeren in Oldenzaal op het gebied van diversiteit voor zich ziet. Als u denkt dat die jongeren allemaal in staat zijn om te werken. De voorzitter: Als u nog even weer op het knopje drukt dan is die uit. Heel goed. De heer Visscher.

-20-

De heer Visscher: Wij begrijpen heel goed dat niet alle jongeren in staat zijn om te werken. Maar volgens mij is toch het over, over, overgrote deel van de jeugd kan aan het werk gaan. Als ik zie hoe hard er in de horeca hoeveel behoefte er is aan mensen en hoeveel jonge mensen in de horeca een baan op dit moment vinden moet dat voor heel veel mensen mogelijk zijn. Voor alle mensen die dat niet kunnen hebben we heel veel vangnetten en wij zijn ook voor de vangnetten maar wij zijn ook voor de trampoline om ze verder te laten komen. De voorzitter: Mevrouw Nijendijk. Mevrouw Nijendijk: U deed zelf ook de uitspraak, we weten niet voor welke doelgroep we het doen. Het is dus precies die doelgroep die niet daar bij de horeca kan werken. Als u het heeft over een trampoline, Studio 15 geeft juist die mensen die niet meteen daartoe in staat zijn de skills om dat eventueel wel te kunnen ontwikkelen. Dus ik vind het heel erg haaks staan op wat u eigenlijk zegt en het doel van Studio 15. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher. Dank u wel voorzitter. Wat ik bedoel met doelgroepen, wij weten natuurlijk wel dat het voor kwetsbare mensen in de samenleving is. Wat ik met doelgroepen bedoel: hoeveel schieten wij naar jeugd, hoeveel schieten wij naar ouderen, hoeveel schieten wij naar sporten. Dat is de bedoeling van de preventie-matrix.

Naar welke doelgroep gaan welke activiteiten? Als Studio 15 heb ik net ook gezegd, wij willen eerst die preventie-matrix en als dan blijkt dat er echt kernbehoefte is aan Studio 15, dan laten wij ons graag overtuigen dat dat zo is. Maar nu zijn we daar niet van overtuigd. De voorzitter: Goed daarmee kom ik aan het eind van in ieder geval uw deel. f.

PvdA De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Lulofs. De heer Lulofs namens de Partij van de Arbeid. De heer Lulofs: Voorzitter dank u wel. Politiek gaat overwegend over de vraag waar we als stad ons gemeenschapsgeld aan uitgeven. Als PvdA Oldenzaal geloven wij dat politiek niet alleen gaat over geld en rendement: het gaat om zaken die zó waardevol zijn dat ze niet in geld zijn uit te drukken. De begroting dient binnen deze kaders opgesteld te worden. Om deze uitspraak scherper te maken: binnen de kaders die wij stellen aan de begroting, dienen wij beleid te bekostigen dat een bijdrage levert aan essentiële randvoorwaarden van het leiden van een gelukkig, waardevol en gezond leven, waarin zekerheid op sociale contacten en waardevol werk de basis is. Als PvdA Oldenzaal willen wij eerlijk en transparant zijn over financiën. Wij geloven dat elke euro besteed moet worden aan initiatieven die het Oldenzaalse belang dienen. We kunnen met elkaar constateren dat het huishoudboekje van de gemeente doorgaans keurig op orde is, mede omdat wij voorzichtig begroten en conservatief met ons geld omgaan: een gegeven waar elke bankier zijn vingers bij aflikt. Juist in deze tijden zouden we echter moeten overwegen om incidentele baten in te zetten om structurele lasten van Oldenzaal terug te dringen. Dit zou getuigen van bestuurlijk lef, iets waarover ik het vandaag met u over wil hebben.

Het ontbreken van bestuurlijk lef kan een gevolg zijn van het feit dat we verliefd zijn geworden op positieve cijfers onderaan de streep. Ons rapportcijfer voor het vak financiën werd door sommige partijen in uw raad geschat op een acht. Er wordt door sommige partijen zelfs gesuggereerd dat dit cijfer naar een 9 opgekrikt dient te worden. Als PvdA maken wij ons zorgen over de consequenties van deze ambitie. Betekent een investering in meer bijles over financiën niet een lager rapportcijfer voor het kernvak sociaal domein? Als de voorjaarsnota iets duidelijk heeft gemaakt, dan is dat wel het feit dat uw raad binnenkort ingeschreven dient te worden -21-

bij Steunenbrink om wat te doen aan het sociaal domein. Bestuurlijk lef. Geld beheren en uitgeven vraagt om bestuurlijk lef. Als raad tonen we zo nu en dan onvoldoende lef: de durf om vooruit te kijken ontbreekt in sommige gevallen. We rekken financiële kaders op, zodat we altijd binnen de lijntjes kunnen kleuren en een vlekkeloze begroting kunnen presenteren. Dit blijkt onder meer uit het feit dat het college in tijden als deze geen andere bestemming kunnen vinden voor de financiële meevaller van ruim 7.000.000 dan de algemene reserves. Hieruit blijkt dat we dit geld niet durven te oormerken en niet durven te investeren in zaken waarvan we weten dat deze op ons af zullen komen, zoals toenemende armoede en een complexer wordende hulpvraag onder jeugdigen. Een keurig huishoudboekje is daarbij het uitgangspunt geworden en niet meer de menselijke maat. Dit ontbrekende bestuurlijke lef is inmiddels doorgedrongen in onze dagelijkse vergaderingen en heeft uiting gekregen in de zogeheten Zinkweg-norm: een norm die voorschrijft dat we 1 procent van onze begroting reserveren voor totstandkoming van innovatief en ontwikkelgericht beleid. In tijden als deze, waarin veel Oldenzalers niet weten of ze de energierekening nog kunnen betalen, zijn wij van mening dat we deze norm moeten inruilen voor een andere ambitie.

Voorzitter, gelet op de beperkte tijd die ons gegeven is, wil ik me voor nu, in dit debat, beperken tot het opwerpen van twee voorbeelden waaruit blijkt dat een norm niet meer bij deze tijd past, te noemen: de energiearmoede en een voorziene bezuiniging op de POH-jeugd. We leven in onzekere tijden. De huizenprijzen stijgen door het dak en de prijzen van energie exploderen. Deze laatste ontwikkeling treft niet langer alleen onze huishoudens met een minimuminkomen in het hart, maar ook groep huishoudens die nog nooit hebben hoeven bekommeren over hun huishoudboekje. Zij zien hun spaarrekening slinken: een gegeven dat zij tot voor kort onmogelijk hadden gehouden. In tijden als deze is het streven naar zwarte cijfers onderaan de streep onderschikt geworden aan de bestemming van onze gelden. Met andere woorden: in tijden als deze is het onverantwoord om vast te houden aan de ambitie om een keurig huishoudboekje te presenteren. In plaats daarvan moeten wij Oldenzalers een helpende hand toereiken en fungeren als een sociaal vangnet voor onze inwoners die Oldenzaal dat unieke karakter geven. Daarmee kunnen we voorkomen dat een on-Oldenzaals fenomeen als armoede zijn intrede kan maken in onze prachtige stad. Dit is bestuurlijk lef: incidentele, financiële baten durven delen met onze inwoners. Deze gedachte wil ik alvast opgeworpen hebben.

Met het opwerpen van deze gedachte zijn onze burgers niet geholpen. Dit geldt zeker niet voor onze burgers die getroffen worden door stille armoede als gevolg van de onverwachte hoge energiekosten. Een voorbeeld van een groep Oldenzalers die getroffen wordt door stille armoede is de groep Oldenzalers die woonachtig zijn in de woonzorgcentra van onze stad: een gegeven waar wij het college ook in het politiek forum voorafgaand aan deze vergadering al op hebben gewezen. Dit roept bij ons de vraag op wanneer u als college een verscherping heeft aangebracht op de voorwaarden die door de Rijksoverheid worden gesteld aan het ontvangen een tegemoetkoming op stijgende energielasten. In afwachting van de beantwoording, houden wij een motie aan, waarin wij het college oproepen om het minimumbeleid tijdelijk uit te breiden, zodat inwoners van woonzorgcentra ook in aanmerking kunnen komen voor deze regeling. In de kadernota geeft het college aan dat er 50.000 euro van het budget POH-jeugd wordt gehaald. Dit is niet duidelijk of het hier gaat om een substantiële bezuiniging of een herverdeling op inzet. Anno 2022 zien we een groeiende hulpvraag onder jeugdigen. Tegelijkertijd zien we diezelfde hulpvraag alsmaar complexer worden.

Eén ding is voor ons duidelijk: wat er ook gebeurt, op de hulp die door de POH-jeugd geboden wordt, mag geen enkele manier minder worden: zeker niet nu we de week van de huisarts achter de rug hebben met ook een betoging op het Malieveld. Integendeel: wat de PvdA Oldenzaal betreft moet de POH-jeugd in staat worden gesteld om meer hulp te kunnen bieden. Immers is de inzet van een POH-jeugd een van de remedies tegen het beteugelen van de explosief stijgende kosten van de jeugdzorg en het ontzorgen van huisartsen: een groep waar we vandaag de dag zuinig op moeten zijn. De PvdA Oldenzaal vindt dat er veel vaker een praktijkondersteuner jeugd aanwezig moet zijn bij een huisarts. De bedoeling hiervan is immers dat de jongeren zo laagdrempelig hulp kunnen krijgen en geen beroep meer hoeven te doen op -22-

gespecialiseerde GGZ-zorg. Onderzoek staaft deze uitspraak: vooral de laagdrempelige aard van deze hulp is een succesfactor, doordat de huisarts een vertrouwd adres is. POH-jeugd kunnen 41 procent van de jeugdigen en ouders met psychische problemen helpen en met een snelle, kortdurende, lichte hulp. Dit is een uitstekend voorbeeld van een initiatief dat veel geld kost en niet direct financiële baten oplevert. Dit neemt echter niet weg dat we met dergelijke initiatieven investeren in zaken die zó waardevol zijn, dat ze niet in geld zijn uit te drukken. Vanuit deze constatering willen wij het college vragen wat ze bedoelt met de voorziene bezuiniging of herverdeling op de inzet van POH. Tot de beantwoording van deze vraag houden wij een motie in over de voorgestane bezuiniging of herverdeling aan. Voorzitter, zojuist refereerde ik al even aan bestuurlijk lef. Bestuurlijk lef betekent vooruitkijken en durven inspelen op mogelijke kansen, zodat wij nu alvast iets kunnen doen voor onze stadsgenoten. Ik ga het nu niet hebben over het laaggeletterdheid. Wij willen het als de onderwijspartij van Oldenzaal hebben over kansenongelijkheid en het recht op ontwikkeling. In de laatste jaren zien we het aantal aanbieders van commerciële bijles, examentraining en huiswerkbegeleiding toenemen. Dit is zorgelijk, temeer omdat dit kansenongelijkheid in de hand werkt. Ik zal een voorbeeld geven.

Twee kinderen zijn biologisch identiek aan elkaar. Kind een groeit op in een gezin alwaar financiële middelen ruim voorhanden zijn. Kind twee groeit op in een gezin alwaar de eindjes net aan elkaar geknoopt kunnen worden. Met veel aandacht van ouders en een wekelijks bezoek aan Steunenbrink of een van zijn vele collega’s kunnen beide kinderen net prettig ontwikkelen op havoniveau. Voorzitter, u voelt de crux al: kind twee heeft helaas niet de financiële middelen om een wekelijks bezoek aan Steunenbrink of aan een collega daarvan te brengen. Daarom zal het havoniveau niet kunnen handhaven. Ik noem hier een klein voorbeeld, dat op de langere termijn een grote impact zal hebben. Kind een zal immers hoogstwaarschijnlijk in de toekomst kunnen genieten van een hoger inkomen dan kind twee. Beide kinderen willen op hun beurt het beste voor hun eigen kinderen, al zullen zij geconfronteerd worden met dezelfde problematiek die ik zojuist beschreef. Daarmee zullen sociaaleconomische klassen verder uit elkaar groeien en zullen niet alle kinderen dezelfde kansen krijgen, zo oordeelt de Inspectie van het Onderwijs als de OECD. Om de toenemende kansenongelijkheid terug te dringen dan wel niet verder op te laten lopen, zullen wij in de tweede termijn van deze vergadering een motie indienen. Voorzitter, ik rond af.

Oldenzaal bruist van een weelderig verenigingsleven, hardwerkende mensen en veel meer zaken die onze stad mooi maken. In Nederland is er geen enkele andere stad waar je met dat troste gevoel over de markt kunt lopen. Wij zijn nuchter, sociale, familiemensen en soms een tikkeltje bourgondisch. Dit zijn waarden en eigenschappen waar we ontzettend trots op mogen zijn. Om ervoor te zorgen dat we trots kunnen blijven op onze stad, zullen wij, in afwachting van de beantwoording van enkele vragen die we gesteld hebben, een drietal moties indienen. Dank u wel voor nu. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Even voor de boekhouding. U zegt het zelf al maar ik constateer het met u, u heeft geen amendementen of moties ingediend maar u heeft wel aangekondigd ze eventueel in te dien. Maar dat zullen we dan in de tweede termijn van u horen. Ik kijk even rond. In ieder geval de VVD en het CDA. De VVD, de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij het stuk van de PvdA wel heel veel vragen en bedenkingen heb. Ik zal mij proberen te beperken. In ieder geval vraag of mijnheer Lulofs aandeel heeft in dat bedrijf wat hij noemde want hij komt wel heel vaak naar voren als sluikreclame. Ik ben ook benieuwd wie de echte Oldenzaalse partij van Oldenzaal is. Maar daar ga ik verder niet tussenin.

Het begin van het stuk gaat over onze financiën, gaat over verliefd zijn op zwarte cijfers, het gaat over bestuurlijke lef, een gebrek daaraan. Ik kan mij de PvdA herinneren als een partij die ook hier altijd graag zwarte cijfers wilde. Want volgens mij is dat een must dat we zwarte cijfers schrijven want anders gaat de provincie onze begroting niet goedkeuren en dan hangen -23-

we straks aan de lat bij Zwolle. Dus ik begrijp die eigenlijk, die kan ik heel slecht vertalen naar dat wij gewoon zwarte cijfers moeten schrijven. Wat betreft die zeven miljoen, de financiële meevaller. Heb ik eerder gezegd, wij moeten als raad bepalen wat we met dat geld doen. Ik kan mij voorstellen dat we daar dingen gaan doen eenmalig wat betreft raadsakkoord. Maar ik vind het juist heel goed dat het college daar nu niks over zegt. Wat betreft die Zinkwegnorm, die Zinkwegnorm is juist bedoeld dat we elk jaar geld over hebben om nieuw beleid te kunnen starten. Dus als er bijvoorbeeld de vraag is over armoede en we moeten daar wat meer in doen. Als wij nul onderaan de streep hebben dan kunnen we ook nul weggeven. Als we negen ton onderaan de streep hebben dan kunnen we negen ton weggeven. Dus in die context is echt die Zinkwegnorm bedoeld. Als het gaat om de POH, het college zal die vraag ongetwijfeld beantwoorden. Volgens mij komt dat van de huisartsen zelf en is het een herverdeling. Maar goed daar zal het college beantwoorden. Die laatste dat vind ik wel een hele moeilijke. Want dat is echt een oprechte vraag van mijn kant.

Komt die ongelijke kans doordat kinderen minder geld hebben dan anderen of komt het omdat wij als ouders onze kinderen zo ver pushen dat we ze op een niveau zetten wat ze helemaal niet aankunnen? Want dat is volgens mij wat er in de praktijk in de samenleving gebeurt en waarom al die bijlesbureaus als paddenstoelen uit de grond groeien is omdat ouders teveel van hun kinderen verwachten. Volgens mij als jij de havo niet aankunt dan zul je een niveau lager moeten gaan. Is dat erg? Nee. Want iemand die twintig jaar geleden gekozen heeft voor de techniek die is nu spekkoper want daar hebben we de komende dertig jaar een tekort aan. Dus ik geloof niet dat daar een oorzaak ligt. Wat ouders betreft dat zien we ook langs het voetbalveld, langs het hockeyveld zien we ook dat push gedrag, volgens mij moeten we eerst bij onszelf gaan kijken voordat we dit soort dingen stellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Was een hele trits. Ik hoorde al wel een kleine reactie in de zaal waar mensen reageerden wie de onderwijspartij voor Oldenzaal zou moeten zijn. Mooi, zijn we precies op de goede plek. Ik hoop dat iedereen van zichzelf dat vindt. Daar zitten we echt met elkaar op te wachten. Laten we eens een keer het onderwijs echt centraal stellen met elkaar. Want we staan ook voor IHP, daar gaan we echt miljoenen en miljoenen in stoppen.

We gaan goed nadenken over wat we gaan doen met de scholen. We hebben het al met elkaar over gehad: voeg niet basisschool samen met voortgezet onderwijs. Biedt kinderen een veilige omgeving. Precies, daar gaan we het met elkaar nog allemaal over hebben. Was een klein schot voor het doel. Dan over het voorbeeld. Het voorbeeld heb ik aangehaald maar neem het alsjeblieft niet te letterlijk want het is niet alleen onderwijsondersteuning op het niveau van havo. Maar het is zelfs op vmbo-niveau is dat noodzakelijk om net die kinderen die extra push te kunnen geven dat ze bijblijven en dat het niet puur ligt aan de portemonnee van de ouders die daar wel of geen geld voor over hebben. Het is gewoon een feit dat mensen die een beter inkomen hebben, laten we dat maar eens even zo benoemen, dat die ook eerder bereid zijn om daar extra geld voor de kinderen uit te geven voor bijles. Daarmee krijg je kans op ongelijkheid. Die moeten we zoveel mogelijk zien te beperken. Daar zijn we ook als Oldenzaal mee geholpen. De voorzitter: De heer Visscher. Dank u wel voorzitter. Ik pleit er niet voor dat we het verbieden. Ik pleit er ook niet voor dat we het stimuleren. Maar volgens mij moeten we niet vergeten wat de scholen zelf doen aan bijles. Want als ik kijk naar het Carmel, mijn zoon heeft ook bijles nodig maar dat wordt gewoon vanuit school geregeld en dat is voor iedereen beschikbaar.

Dus ik denk toch dat die bureaus er voornamelijk zijn voor die kinderen die door de ouders gepusht worden maar goed. Daar kunnen we nog over in discussie gaan.

-24-

De heer Lulofs: Die discussie die wil ik nog wel een keer met u voeren maar laten we dat niet hier doen. Maar ik kan wel zeggen, ik heb twee zoons en die hebben allebei gezeten op het vmbo en die hadden wel die extra bijles nodig. Ik kon het zelf niet voor elkaar krijgen om dat als vader te doen. Ik heb het wel gewoon netjes kunnen betalen en die mogelijkheid heb ik wel gebruik van gemaakt. Maar er zijn ook anderen die kunnen dat gewoon niet. Die ongelijkheid die moeten we gewoon wegnemen. Even kijken, verder had u geen concrete vraag. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan volgens mij de heer Maartens en ik zag mevrouw Ailo-Zaia. Maar in ieder geval eerst de heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel voorzitter. Wat mij betreft twee vragen. Ik hoorde geluiden over die 7 miljoen uit de algemene reserve en dat we die anders zouden moeten besteden. Dan denk ik: als we die 7 miljoen in de algemene reserve hebben staan, dan hebben juist de komende vier, dat heb ik zelf ook aangegeven in mijn verhaal, de mogelijkheid om als we het een keer echt nodig vinden om ergens iets te doen dat daar uit te halen. Waarom zouden we nu aan de voorkant dat allemaal al vast moeten leggen in allerlei voorzieningen? Vraag waar ik graag van u een antwoord op heb. Een tweede, u noemt het een on-Oldenzaals fenomeen, armoede. Maar wij kennen volgens mij wel een aantal jaren armoedebeleid.

Ik loop veel in de wijk Berghuizen zoals ik al eerder zei. Daar zie ik gewoon in de dagelijkse praktijk, niet iedereen kan erom lachen, maar je ziet gewoon dat daar mensen zijn die aanzienlijk minder geld te besteden hebben dan het gemiddelde raadslid of überhaupt de gemiddelde Oldenzaler. Armoede bestaat in Oldenzaal. Armoede bestaat al heel lang. Ik ben blij dat we daar proberen met elkaar het nodige aan te doen. Ik denk dat we heel goed op moeten passen, zeker nu, daar hebt u gelijk in, we zien dat de energielasten, de inflatie die heb ik genoemd. Ik denk dat we daar vooral op moeten letten en laten we daar zuinig zijn op het geld wat we beschikbaar hebben. Bijvoorbeeld die 7 miljoen in de algemene reserve. De voorzitter: Dank u wel. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Om op het laatste terug te komen. Natuurlijk hebben wij in Oldenzaal armoedebeleid. Dat doen we met elkaar vind ik best wel goed. Wat jammer is, wat er op dit moment dreigt te gebeuren is dat er een hele groep Oldenzalers die normaal gesproken nooit maar dan ook nooit in aanraking zou komen met armoede, nu die kant worden op gepusht. De gemeente, hoe we het ook met elkaar bekijken, is toch een soort van vangnet. Wij zijn straks hier de reddingsboei voor een heel aantal mensen. Dat gaat geld kosten. Dan zou het ook ons sieren om alvast een stuk daarvoor te reserveren. De voorzitter: Dank u wel.

Ik zie dat de heer Maartens daar nog op wil reageren en dan kijk ik weer rond of er nog anderen zijn. Maar de heer Maartens. De heer Maartens: Wat mij betreft een laatste reactie. Waarom moet ik nu vooraf reserveren als ik een mooie spaarpot hebben waaruit ik kan zeggen op het moment dat het echt nodig is ga ik daar wat mee doen. De voorzitter: De heer Lulofs. De heer Lulofs: Wij zijn gek op beleid met elkaar. Ik denk dat je daar aan de voorkant over na moet gaan denken. Dat je zegt: in welke situaties kom je nu in aanmerking voor hulp en hoe hebben we dat dan geregeld? Ik denk niet dat dat een twee drie geregeld wordt als iemand zich hier meldt en zegt: nu heb ik een probleem en dat ligt hier en hier aan en ik zou niet weten hoe ik het moet oplossen.

-25-

Daar hebben we straks extra geld voor nodig in hoe we dat gaan inrichten. Dat is eigenlijk mijn oproep daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Ailo-Zaia tot slot. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u voorzitter. Om meteen te beginnen inderdaad dat de PvdA onze onderwijspartij van Oldenzaal is dat juicht D66 weer van harte toe en ik hoop van harte dat meer partijen hierin aanschuiven. Het was gewoon net muziek in de oren. Ik hoor ook graag waar die plaat te koop is dan kan ik nog nagenieten na vanavond. Even kijken voor wat betreft het raadsprogramma en het wachten. De gelden die we straks kunnen uitgeven. Ik ben het eigenlijk met de collega’s van de VVD en het CDA eens. We zijn nu zo mooi onderweg met het raadsprogramma. Ja we hebben wat vertraging. Maar ik denk dat iedereen van alle hoeken wel zijn best doet om dat voor elkaar te krijgen en ruim voor die begrotingsbehandeling af te krijgen. We kunnen nu zoals u zegt bepaalde delen opzij leggen. Maar vaak is het als je er even goed over nadenkt dan ben je al voor de helft verder gekomen. Nog voordat je ermee begint. Ik denk dat het heel goed is, net als met de preventiematrix, als we dat straks in orde hebben en we weten hoeveel we over houden. Dan kunnen we daar ook veel beter aangeven hoeveel geld daarnaar uit kan gaan. Ik ga er eigenlijk vanuit dat we een aardige som geld neer moeten gaan leggen.

Dan kijk ik toch ook richting het college daarin. Want armoedebeleid hebben wij ook benoemd. Ik heb het ook bij andere partijen gehoord. Want het zal ongetwijfeld zo zijn dat er een stijgende lijn komt. Dan is wel de vraag inderdaad: hoe gaan wij daar de komende tijd mee om? Dan leg ik die vraag wel graag terug bij het college. Kunnen we als raad iets verwachten daarin? Tot zover dank u wel. De voorzitter: Oké dank u wel. De heer Lulofs nog behoefte aan een reactie? De heer Lulofs: Nee ik hoor dat we het in hele grote lijnen wel met elkaar eens zijn. Maar waar ik mij echt wel zorgen over maak is dat mensen die tot voor een jaar geleden best een fatsoenlijk inkomen hadden en het nog lukte om elke maand 200 euro te sparen, nu worden geconfronteerd met enorme verhogingen van energielasten. Die komen nu achter elkaar in de problemen. Als je goed om je heen luistert dan wordt je daarmee geconfronteerd. Daar maak ik mij echt zorgen over. Ik weet niet of die mensen straks allemaal tijd hebben om te wachten tot dat wij klaar zijn met een raadsprogramma. De voorzitter: Dank u wel. g.

SO De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bouwman van Solidair Oldenzaal. De heer Bouwman: Dank u wel voorzitter. Een algemene beschouwing geven van maximaal 10 minuten. Voor onze fractie is het te kort om een duidelijke visie uiteen te zetten over hoe wij vinden dat onze stad bestuurd moet worden. Wel kunnen wij terugkijken op de afgelopen vier maanden als nieuwe fractie in de raad. En ja, waar begin je dan? Uiteraard horen we in deze 10 minuten die ons gegund is het te hebben over de voorliggende kadernota. Maar wij vinden dat lastig. Want hoe beoordeel je een kadernota als we niet alle antwoorden hebben op onze vragen die we gesteld hebben in het politiek forum. En niet alleen in het politiek forum. En daar maken we ons eigenlijk wel een beetje zorgen over. Onze vragen in het vragenuurtje over de evaluatie van de coronamaatregelen werden niet beantwoord. Volgens het college kunnen deze vragen niet beantwoord worden ‘omdat het niet in de toekomst kan kijken’. Het college gaat geen wat-als-vragen beantwoorden. Maar het waren juist ook vragen waarbij het college terug kan kijken op de afgelopen

-26-

periode. Een periode die enorm veel leed heeft veroorzaakt in Oldenzaal. Zo ook bijvoorbeeld onze vraag over waarom er in het bestemmingsplan is getoetst aan de Omgevingswet die nog niet van kracht is. Daarbij heeft het college dus wel geanticipeerd op de toekomst. Het is hoogst onzeker of deze Omgevingswet überhaupt nog van kracht gaat worden. In deze casus kan het college dus wel anticiperen op de toekomst. Uit het antwoord van de portefeuillehouder op onze vraag hoe dit kan, blijkt dat de Omgevingsdienst dit advies heeft gegeven en dat zij ter zake deskundig zijn. Op het gebied van milieutechnische zaken zoals geluid is de Omgevingsdienst zeer zeker ter zake deskundig en daar twijfel ik helemaal niet aan, maar moet een advies dat niet strookt met huidige wetgeving zomaar een-op-een overgenomen worden en waarom kan er in dit geval wel op de toekomst geanticipeerd worden? Graag een reactie. Kijken we verder in de kadernota dan zien we dat er een hogere bijdrage wordt gevraagd voor de Omgevingsdienst. We kennen allemaal de lange wachttijden van beoordeling door personeelstekort aldaar. Wachttijden voor simpele adviesverzoeken van enkele maanden is geen uitzondering meer. Ook staat de Omgevingsdienst ver af van onze gemeente en wordt er op afstand adviezen gegeven.

Onze fractie pleit voor een terugkeer van de specialisten in eigen huis zodat de ruimtelijke planprocessen effectiever en efficiënter laten verlopen en waarschijnlijk goedkoper zijn en we bovendien regie kunnen houden op prioritering binnen onze eigen gemeente. We zijn benieuwd hoe de wethouder of college hier tegenaan kijkt. En dan de Stadsvisie. Wij vroegen ons af wat de meerwaarde is van een Stadsvisie als er in het kader van de nieuwe Omgevingswet ook een verplichte Omgevingsvisie moet worden opgesteld die nagenoeg dezelfde onderwerpen behandelen. Ook in de Omgevingsvisie kan er uitvoerig participatie plaatsvinden, het is zelfs verplicht. De Stadsvisie kost ons dus wel zo’n 100.000 euro. De portefeuillehouder gaf aan dat de Stadsvisie als overkoepelende visie, een paraplu, moet worden gezien, waar de Omgevingsvisie onder komt te hangen. Maar we beginnen pas op z’n vroegst in 2023 met deze Stadsvisie terwijl er nu al voorbereidingen lopen voor de Omgevingsvisie. Dat strookt niet met elkaar. Daarnaast zijn we benieuwd bij welke planvorming de afgelopen jaren de huidige Stadsvisie uit 2008 daadwerkelijk is gebruikt. Wat wordt in de Stadsvisie ondergebracht dat pertinent niet in de Omgevingsvisie ondergebracht of geregeld kan worden? Zo kunnen we dus met het schrappen van de Stadsvisie en deze onder te brengen in de Omgevingsvisie wat ons betreft dus al 100.000 euro besparen.

Integraler en efficiënter dan dit kan niet. En afhankelijk van de beantwoording door het college gaan we hier eventueel nog een amendement op indienen. Dan hebben we nog onze vraagtekens gesteld bij het aanstellen van de vierde wethouder. Door een hoge werkdruk zou dit noodzakelijk zijn. Maar in de kadernota wordt aangegeven dat onze raad slechts incidentele ruimte heeft om nieuw beleid voor te stellen. Mochten we toch meer ruimte willen, dan gaat dit ten koste van de uitvoering van huidig beleid. Dat is op zich heel logisch, maar waarom dan een vierde wethouder aanstellen? Per saldo blijft het ambitieniveau gelijk of daalt zelfs, en ook worden er geen extra ambtenaren aangenomen om de productie te vergroten. Wij stellen onze vraagtekens bij de efficiëntie van een vierde wethouder. Vandaar dat wij de kosten van de vierde wethouder in beeld willen hebben om te toetsen of dit in verhouding staat met alles wat in de kadernota terug te vinden is. De kosten zou door het college uitgezocht worden. Dit is als toezegging slash afspraak genoteerd in het afgelopen politiek forum. Helaas hebben wij tot op heden nog steeds niks ontvangen. We hopen dat dit niet een teken aan de wand is.

Graag een reactie van de portefeuillehouder hoe het kan dat er door ons vele vragen zijn gesteld maar dat er op zo weinig vragen een antwoord komt? Daarnaast ontvangen we nog graag in deze vergadering een antwoord op de kosten van de vierde wethouder, zoals toegezegd door uw college. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de raad in ieder geval de VVD, dat is consistent, en de Partij van de Arbeid. Ik ga dit keer eens voor de verandering naar de Partij van de Arbeid. De heer Kramer.

-27-

De heer Kramer: Dat juich ik toe. Mooi betoog maar ik had een vraag. Klopt het dat de heer Bouman met zijn voorstel voor een evaluatie in het kader van COVID-19, aan wil sturen op beleid dat lokaal vormgegeven kan worden op lokaal niveau mocht COVID-19 ook in de toekomst hier weer de kop op steken. Tweede vraag, die ligt een klein beetje in het verlengde daarvan. Namelijk, wil de heer Bouwman met diens betoog de suggestie wekken dat we niet moeten varen op landelijk beleid gebaseerd op expertise, lijkt mij vrij evident. Maar op lokaal beleid gebaseerd op grillen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ten eerste uw vraag of wij pleiten voor lokaal beleid ten aanzien van coronamaatregelen, dat is niet het geval. Maar wij proberen binnen de kaders die het Rijk ons stelt te zoeken naar ruimte die er is om de schade die veroorzaakt wordt door die maatregelen te beperken. We hebben de afgelopen periode dat vaker gezien. Maar dat zal mijn fractievoorzitter of mijn fractiemedelid zal daar straks in de motie verder op ingaan. De tweede vraag ging over, kunt u nog een keer … De heer Kramer: Die is dan beantwoord. De heer Bouwman: Ja. De heer Kramer: Maar wellicht een kleine tegenvraag dan.

In hoeverre verwacht u dat een evaluatie bij kan dragen aan de kwaliteit van het beleid dat op lokaal niveau binnen die smalle kaders vormgegeven kan worden? De heer Bouwman: Ik denk als we heel eerlijk terugkijken op de afgelopen coronamaatregelen dan dat er best veel voorbeelden in onze stad te vinden zijn. Waarbinnen binnen de maatregelen en geldende wet- en regelgeving best wat soepeler om kon gegaan worden met bepaalde situaties. We zijn benieuwd hoe het college daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Verder niet? Oké. Ik had de VVD beloofd. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ik begrijp dat het voor de heer Bouwman moeilijk is om in 10 minuten een beschouwing te geven over hoe Oldenzaal bestuurd moet worden. Maar mijnheer Bouwman heeft nog ruim 5 minuten over van zijn 10 minuten dus ik zou de heer Bouwman toch uit willen dagen om dan toch die resterende 5 minuten te gebruiken om te vertellen hoe Oldenzaal dan bestuurd zou moeten worden. Mijn tweede vraag gaat over de vierde wethouder. Ik ben even benieuwd of de heer Bouwman ook aanvullende informatie heeft waaruit blijkt dat het in de afgelopen periode drie wethouders wel ruimte genoeg was om de stad te besturen. Laatste punt gaat even over de stadsvisie. Sluit ook aan wat de heer Maartens al gezegd heeft. Ik ben het eens dat we dat op een andere manier kunnen gaan vormgeven dus daar vinden we elkaar.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb net gezegd dat we binnen die 10 minuten dus dat niet gaan redden dus binnen die 5 minuten gaan we het ook niet redden. Maar ik nodig u een keer uit om een keer bij onze fractie een kop koffie te drinken en dan kunnen we het er eens even goed over hebben. De tweede vraag over de vierde wethouder. Ik snap waar uw vraag vandaan komt. Ik begrijp ook waarom u die vraag stelt. Maar wij hebben dus nu geen inzicht waarom per se die vierde wethouder zo noodzakelijk zou moeten zijn. Daar kwam onze vraag in politiek forum ook vandaan. Daar hebben we geen antwoord op gekregen. Nu krijgen we dus ook weer geen antwoord op de kosten die zijn -28-

toegezegd. Dus om een goed beeld te schetsen waarom die vierde wethouder is aangesteld zouden we daar graag een antwoord op willen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Winkelhuis zoals toegezegd. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter dank u wel. Eens over de opmerkingen over de Stadsvisie zoals collega Visscher net gaf, dan gaan we denk ik met elkaar nog wel eens een discussie over hebben. U triggerde mij met de opmerking richting de Partij van de Arbeid. Want u noemt een aantal situaties die in Oldenzaal zich hebben afgespeeld waar u vindt dat de kaders eigenlijk of de ruimte niet is gezocht. Zou u nader voorbeelden kunnen noemen? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja zeker. We hebben net de beveiliging bij Vondersweijde bijvoorbeeld gezien waar een beveiliger bij de zwemles neer is gezet om te controleren op QR-codes terwijl er kleine kinderen van 5, 6 jaar misschien nog wel jonger dat weet ik zo niet, maar die niet naar binnen konden omdat ouders niet naar binnen konden omdat ze geen QR-code konden hebben. De consequentie is dan dat die kleine kinderen dus niet op fatsoenlijke wijze in paniek richting de kleedkamers moeten gaan om daar zelfstandig om te kleden zonder hulp. Als ze dan aan wordt geboden: ik wil dan alleen even helpen omkleden, wordt pertinent geweigerd en je wordt met harde hand buiten gezet.

Is maar een klein voorbeeld. Kleine kinderen die buiten afgedroogd moeten worden om dat ouders niet in de kleedkamer hun kind kunnen helpen omdat ze geen QR-code hebben. Allemaal kleine dingen die wat ons betreft gewoon voorkomen had kunnen worden met een beetje de menselijke maat en kijken naar wat wel mogelijk is. Laten we gewoon op een menselijke en sociale manier met elkaar oplossen. Een voorbeeld. De voorzitter: De heer Winkelhuis want u stelde de vraag ik kijk nog even of er bij u behoefte is aan nog een vervolg. De heer Winkelhuis: Ja want u noemde nadrukkelijke situaties en dan ga ik er vanuit dat het zwembad er eentje is, die heeft groot in de krant gestaan. Begrijpelijk, dat zijn vervelende situaties. Maar de hele wereld in corona is nog meer een vervelende situatie. Daar moeten we met zijn allen toch wel mee dealen. Maar ik was dus eigenlijk benieuwd of er nog meer situaties zijn. Want ik ben het u eens, zoek de menselijke maat op. Dus laten we daar ook naar zoeken. Maar die van het zwembad die heb ik dan al. Dus voor die tijd voldoende mensen informeren: neem de buurvrouw mee die wel weet ik veel. Maar is er dan nog meer waar we dan aan zouden moeten denken? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Bijvoorbeeld de handhaving op QR-codes bij winkels bij sluitingstijden. Ondernemers hebben het al ontzettend moeilijk in de binnenstad.

Wij horen constant verhalen van ondernemers waarbij er binnen 2 minuten als de laden lossen tijd bijvoorbeeld is verstreken dat er gelijk gehandhaafd wordt bijvoorbeeld. Ook sluitingstijden op kerstmiddagen van ondernemers waarbij ze met een bepaalde tijd open mogen en dat er maatregelen zijn en dan heel eventjes nog bezig zijn met de winkel die gelijk beboet worden. Het zijn maar kleine voorbeelden maar hij kan ook wat menselijker en wat meer meedenken met de ondernemer, met de inwoners, dat we niet in een soort politieachtige stad gaan leven. Dus nog een voorbeeld.

-29-

De voorzitter: Ik ga nog even terug naar de heer Winkelhuis maar ik zag ook een vinger van de heer Visscher. Maar ik ga eerst naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Duidelijk. Ik denk dat er sommige dingen zijn waar we het niet met elkaar eens zijn en dat is een goed Twents, wat was het ook alweer, agree not to disagree. Je bent niet met elkaar eens. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Visscher: Toch nog een opmerking want het meeste wat de heer Bouwman noemt zijn landelijke maatregelen die door de Veiligheidsregio zijn opgelegd waar wij dus geen ruimte als Oldenzaal hebben gehad. Maar laten we ook denken aan de dingen die we wel gedaan hebben. Meteen ruimte gemaakt voor afhalen van eten op de grote markt, we hebben kleine ondernemers ondersteund die niet de steunpakketten konden krijgen. Ik denk dat ik zo nog wel een aantal voorbeelden kan noemen die ook in de rapportage hebben gestaan die we wel gedaan hebben. Volgens mij hebben we alles gedaan wat we konden. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog even naar de heer Bouwman voor een reactie en dan kom ik tot een afronding. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat is een goed punt wat u noemt, daar twijfel ik ook helemaal niet aan. Zijn ook hartstikke veel dingen goed gegaan.

Maar er zijn ook dingen waarbij we best wel de ruimte kunnen opzoeken om de stad wat leefbaarder te houden dan we de afgelopen periode hebben gehad. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Daarmee komen we aan een afronding van de eerste termijn van de raad. Ik kijk nog even richting het college want we hadden in het programma een kwartier staan maar volgens mij is dat niet nodig. Wellicht wel goed om een paar minuten te schorsen voor een sanitaire stop of iets dergelijks. Over 5 minuten gaan we weer beginnen. Dus een pauze van 5 minuten. Ik schors de vergadering. Goed als iedereen wil gaan zitten dan wil ik de vergadering heropenen. Dus als ik u mag uitnodigen. Ik heropen de vergadering en het woord is aan mevrouw Zinkweg vanuit het college. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel voorzitter. De kadernota. Eerste document in deze nieuwe p&c-cyclus en ook wel een document die iets anders is dan normaal. Ten minste, wat we als college gewend zijn. Dus dat we daar nieuw beleid in opnemen, dat we daar onze ambities in uitspreken. Maar we hebben nu een kadernota maar we hebben nog geen raadsprogramma. Daarbij hebben we als college de keuze gemaakt om juist de ruimte die er nog is, en die is niet heel groot zoals u ook kan zien, om die echt voor u te laten. Want u gaat nog allerlei plannen bedenken, ambities schrijven waar Oldenzaal de komende jaren naartoe gaat.

Wij vinden het belangrijk dat we die ambitie dat we die straks ook kunnen uitvoeren. Dat kan alleen maar door nu niet al het geld uit te geven en allerlei plannen te schrijven maar door juist die ruimte bij u te laten. Het is dus belangrijk dat we daarbij behoedzaam zijn. Niet alleen behoedzaam omdat u nog met de plannen bezig bent maar ook omdat wij voor een hele grote maat afhankelijk zijn van Den Haag. Goed, u ziet ook dat wij soms daarin tegenvallende resultaten daarvan zien. Maar we hebben onlangs ook de meicirculaire ontvangen, die hebben we doorgerekend. Daar komen weer flinke extra middelen onze kant op. Wij vinden dat niet altijd heel erg geruststellend dat we denken: nu hebben we weer veel geld wat we kunnen uitgeven. We vinden het belangrijk dat we daar serieus naar kijken, dat we daar ook voorzichtig naar kijken. Niet meteen ons rijk rekenen. Want die voorspelbaarheid, het kan zomaar zijn dat we straks bij de septembercirculaire of decembercirculaire dat we zien dat het weer tegen gaat vallen. Dus wat ons -30-

betreft blijven we behoedzaam, blijven we ook ruimte over houden zodat we ook eventueel tegenvallende berichten vanuit Den Haag op kunnen vangen. Er waren natuurlijk ook wat opmerkingen vanuit de heer Lulofs. Die geeft aan: we willen graag bestuurlijk lef zien, we willen graag zien dat er bepaalde wensen alvast worden opgenomen, dat er reserves worden gevormd. Volgens mij ben ik daar zojuist op ingegaan waarom we dat juist niet hebben gedaan. Ook niet met het jaarrekeningen resultaat over 2021. Wij denken juist dat we met het toevoegen aan de algemene reserve dat we u daarmee alle ruimte bieden die u wilt. Dus niet zozeer kijken naar wat nog aan plannen hebben maar waar u straks naar gaat kijken. Dus wat ons betreft is alle ruimte aan u en kunt u aangeven vandaag waar u naartoe wil met de begroting. Een vraag die is gekomen over de vereenvoudiging van de belastingen. Wij hebben een motie gekregen, volgens mij was dat afgelopen programma begroting vastgesteld, waarin werd opgeroepen: ga eens kijken of wij onze gemeentelijke belastingen kunnen vereenvoudigen. Dat hebben we gedaan en daarbij kwam naar voren dat het verstandig zou zijn, of dat in ieder geval een optie is, om de hondenbelasting af te schaffen en eventueel ook de precariobelasting.

Nou ja, wij hebben met afschaffen … Dat is natuurlijk heel mooi als we alles willen afschaffen, maar het geld moet uiteindelijk wel binnenkomen. Dus wat wij hebben gedaan is dat wij inderdaad nu voorstellen aan u om straks bij de programmabegroting vast te stellen dat de hondenbelasting en precariobelasting wordt afgeschaft, maar daarvoor in de plaats de OZB iets te verhogen. Daarmee blijven we dus op hetzelfde resultaat uitkomen. Ik snap dat de heer Maartens zegt van ja, dat hebben we een vorige keer niet gedaan. Daar kunt u nu ook voor besluiten, mag u nu ook meegeven aan het college, maar dat betekent dat we dan gewoon minder inkomsten hebben, dus minder te besteden voor Oldenzaal. Het moet ergens vandaan komen en wij hebben als college gedacht om dat op deze manier te doen. Hetzelfde gaat ook om de inflatiecorrectie. U geeft ook aan van ja, die neemt toe. Jam zeker neemt die toe, dat zien we ook. Maar ook alles wat de gemeente wil investeren kost meer geld. Als wij op dit moment zeggen we gaan de OZB niet meer verhogen met de inflatiecorrectie, dan zal het gat op een gegeven moment zo groot worden dat we dan, ja, of echt veel minder kunnen doen of dat we dan de OZB heel fors moeten volgen en nu gaat dat geleidelijk. Daar waar we kijken naar de gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld voor afval of riool, kijken we altijd, waar kan het minder.

Wellicht is dat met afval ook zo, omdat ook het rijk wat aan het bewegen is met wat regelingen, maar als die mogelijkheid er is om die lasten te verlagen, dan gaan we dat zeker doen. Maar voor wat betreft de OZB denkt dit college dat het verstandig is om de inflatiecorrectie mee te nemen. Dat even voor wat betreft financiën. Dan heb ik natuurlijk nog meer mijn portefeuille waar ook wat vragen over gesteld zijn. Als het gaat om de binnenstad, er is gevraagd wat de inkomsten zijn van de borden van Oldenzaal Promotie. Dat hebben wij even nagevraagd en dat is ongeveer zo'n 30.000 euro. Dat verwachten ze voor dit jaar binnen te krijgen. Als we dan kijken, want u vraagt ook van wat … Want volgens mij zit er meer een vraag achter en dat is wat gebeurt er als Oldenzaal Promotie niet de mogelijkheid krijgt om de digiborden in te zetten, daar hebben we ook al eerder het gesprek over gevoerd tijdens de vorige begrotingsbehandeling, wat doen we dan eventueel met de inkomsten? Want we hebben destijds gezegd: Oldenzaal Promotie krijgt voor marketing 150.000 - dat was vorig jaar - en we hebben daarbij aangegeven omdat ze straks een mogelijkheid krijgen om inkomsten te genereren uit de digiborden, wordt dat bedrag ieder jaar teruggebracht met 20.000 euro.

Toen heeft het college ook gezegd: mocht nou blijken dat de borden niet dit jaar komen te staan, dan is het college bereid om te kijken om die 20.000 niet te korten. Het college is daartoe nog steeds bereid, maar uiteindelijk gaat u natuurlijk ook over de middelen, dus ik ben straks ook wel benieuwd hoe u daarnaar kijkt, of u dan eventueel wilt aangeven toch 150.000 euro voor dit jaar richting Oldenzaal Promotie te doen voor de marketing. Dat voor wat betreft de binnenstad. Dan verkeer en vervoer, er is een vraag gesteld over de verkeersknelpuntenlijst. Ja, dat deden we in het verleden altijd twee keer per jaar en dat zou dit college ook graag doen. De volgende staat volgens mij gepland voor september, dan staat hij geagendeerd. Dus dan willen we graag de vernieuwde lijst aan u voorleggen en wat mij betreft -31-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11954768/4