CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag 25 oktober 2021

Gemeenteraad 25 oktober 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen/transcriptverslag 25 oktober 202123.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

daarin wordt geregeld wie voor welk gedeelte aan de lat is, van: wie doet de investeringen in de openbare ruimte et cetera? Dus daar worden nog afspraken over gemaakt. De participatie die hier heeft plaatsgevonden, die is begeleid door bureau SER en die is door de gemeente is die ingeschakeld om hier een mooi proces te krijgen. Dit kan natuurlijk, dit inschakelen kost ook financiële middelen. Ik vind dat het resultaat echt optimaal is. Het was ook een ingewikkelde klus. Dit kan natuurlijk niet bij elk plan kan dit, maar zodra er meerdere belangen denk ik tegenstrijdig zijn, dan is dit denk ik wel een hele mooie methode geweest. En dat werpt nu ook zijn vruchten gewoon af. Eens even kijken. Volgens mij heeft D66 ook niet echt vragen gesteld over een aantal. De verkeersafwikkeling heb ik al gezegd, de Deken Scholtenstraat, of dat de werkzaamheden gelijktijdig plaatsvinden. Nee, die vinden niet gelijktijdig plaats. Dat staat volgens mij ook in het voorstel, die vinden twee jaar later plaats omdat dan meerdere werkzaamheden moeten plaatsvinden. Dus dat gedeelte blijft nu nog in eerste instantie blijft dat ongemoeid, maar er moet hier nu nog een bestemmingsplanprocedure moeten we nog door. Dus ik weet niet wanneer precies die werkzaamheden zullen starten. Maar die zijn in ieder geval bij de gemeente zijn ze later gepland.

En volgens mij heeft de VVD ook geen vragen gesteld, dus dat was het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk even rond of er bij de raad behoefte is aan een tweede termijn. Ik kijk even rond, ik zie in ieder geval mijnheer Otter. En dan begin ik bij mijnheer Otter. Mijnheer Otter, het mag vanaf die plek. De heer Otter: Heel kort, voorzitter, een opmerking. GroenLinks stemt in met het plan, maar gelet op de eerste twee opmerkingen die wij gemaakt hebben is het voor ons wel een besluit met een zwart randje. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er nog meer behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan breng ik het voorstel in stemming en ik constateer dat er geen amendementen of moties zijn ingediend. Dus het voorstel is intact zoals het ook op tafel ligt. Ik kijk even rond, wie is tegen dit voorstel? Dat is niet het geval, dan is het unaniem aangenomen. Mooi, dan ga ik naar het volgende agendapunt. 10. Lokale Nota Publieke Gezondheid 2022-2026 De voorzitter: En dat is agendapunt 10, dat is het voorstel tot het vaststellen van de lokale nota publieke gezondheid 2022-2026, samen voor een gezonde toekomst. Ik heb begrepen dat iedereen heeft aangegeven dit onderwerp te willen bespreken. Ik kijk even of dat nog steeds het geval is. Ik zie dat dat het geval is. En dan begin ik dit keer bij de VVD.

Ik denk dat mijnheer Nijland als eerste. Mijnheer Nijland. De heer Nijland: Voorzitter, dank. Nota publieke gezondheid. Nu we het hier toch over hebben wil ik het inderdaad maar bij een burgemeester laten in het kader van de nota publieke gezondheid. Ik denk dat het gezond genoeg is voor ons. Vanavond ligt deze nota voor ons. Een stuk dat pleit voor een gezonde levensstijl, gebezigd door alle Oldenzalers. Een prima streven, maar voor velen is het al een vanzelfsprekendheid. Dus laten wij als gemeente waken voor betutteling, voorzitter. We dienen een vangnet en/of trampoline te zijn voor de Oldenzalers die het daadwerkelijk nodig hebben. Maar laat elk individu zijn of haar leven vooral zelf blijven inrichten. Dit gezegd hebbende, waar is de nieuw omschreven op gebaseerd? Op facts of feelings? Kijkende naar de cijfers, zoals 4 oktober tijdens het politiek forum door de PvdA opgevraagd, lijken bij de meeste doelgroepen in de afgelopen acht jaar geen schokkende verschillen te zijn ontstaan. Met uitzondering van het roken en de eenzaamheid onder ouderen zijn de procentuele schommelingen klein te noemen. Dus is hier wellicht een soort van 18

ijzeren bestand dat ondanks alle goede acties in de loop van de jaren toch niet verandert? Welke verklaring kan de portefeuillehouder hiervoor geven, kijkende naar de harde cijfers? En hoe denkt de portefeuillehouder met deze nota wel succes te hebben ten opzichte van de laatste jaren? Met de toenemende vergrijzing neemt inderdaad ook de eenzaamheid onder ouderen toe. En dat baart ook de VVD-fractie grote zorgen. Deze groep kwetsbare ouderen verdient onze volledige aandacht en wij ondersteunen alle activiteiten dan ook van harte richting onze ouderen. Wellicht zijn er mogelijkheden om de focus op roken en drinken te verschuiven naar extra inzet voor onze kwetsbare ouderen. Immers landelijke campagnes hebben reeds een positieve invloed aangetoond op het rook- en drinkgedrag in Nederland. In deze nota wordt ook de ambitie uitgesproken om middels preventief en curatief beleid het drugsgebruik te verminderen. Hierbij haalt onze fractie graag mijnheer Grapperhaus aan, die aangaf dat je met elke joint of xtc-pil een bijdrage levert aan de financiering en het in stand houden van de georganiseerde misdaad. Dus een goed streven om dit aan te pakken. Wat ons als fractie dan wel weer verbaast is het feit dat de woordvoerder van D66 tijdens het politiek forum aangaf het raar te vinden dat drugs in deze nota procentueel verder worden teruggedrongen dan, en ik citeer, de harddrug alcohol.

Hiermee lijkt het weleens of D66 alle bierproducenten, wijnboeren en georganiseerde misdaad over een kam scheert. En heel eerlijk, het was afgelopen weekend voor mij een bijzondere gewaarwording toen ik een glaasje Grolsch dronk. Onze fractie ondersteunt de ambitie tot reducering van het drugsgebruik van harte, maar zou graag zien dat er niet alleen preventief en curatief wordt gehandeld. Graag zien wij in deze nota ook terug dat er stevig met handhaving wordt opgetreden, naast de voorlichtingscampagnes. In hoeverre neemt portefeuillehouder de politie mee in deze nota? De voorzitter: Nu hoor ik een punt en dan kom ik bij D66. Een interruptie. Mevrouw Ailo: Ja, dank u, voorzitter. Die interruptie was inderdaad even bedoeld naar aanleiding van het feit dat ons forumlid hierop heeft gereageerd en softdrugs heeft benoemd. Hij heeft het gebaseerd op feiten, niet meer dan dat. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik weer naar mijnheer Nijland. De heer Nijland: Ja, ter kennisgeving aangenomen, waarvan akte. Laten we dit niet laten en vooral verder gaan met de publieke gezondheid. Ik wil het even gezegd hebben. Ja, dus de vraag aan de portefeuillehouder: in hoeverre wordt de politie meegenomen in de nota? Met betrekking tot laaggeletterdheid is het een goed streven deze inderdaad verder terug te dringen. De VVD-fractie ondersteunt dan ook van harte deze ambitie.

Wij weten inmiddels, ook tijdens het politiek forum, dat vormen van dwang wettelijk niet mogelijk zijn voor autochtone Oldenzalers. Maar geldt dit ook voor de mensen die een inburgeringscursus volgens? Beheersing van de Nederlandse taal is een vereiste om te slagen. Niet alleen voor je diploma, maar ook in de maatschappij waarin je dan verblijft. In de nota wordt onder andere de bibliotheek genoemd als partner. De voorzitter: Als u een momentje heeft, want u heeft een interruptie vanuit GroenLinks. Gaat uw gang. Mevrouw Oorthuis: Ik vraag me af hoe niet betuttelen zich verhoudt tot het afdwingen van zaken. Misschien kunt u dat nog even toelichten. De voorzitter: Mijnheer Nijland.

19

De heer Nijland: Jazeker. Afdwingen van zaken ben ik heel simpel in. We kijken wat er binnen de wettelijke kaders allemaal mogelijk is om iets tot stand te krijgen. En met betutteling, ja, ik refereer toch even aan een oproep van de potentiële klimaatburgemeester. Er is een oproep om van alles te doen en dan schakel ik het bel-me-niet register in. Nou, dat is het verschil tussen betutteling en binnen de kaders van de wet iets tot stand zien te krijgen. De voorzitter: Ja, ik was even afwachtend of u nog, een tweede reactie. Mevrouw Oorthuis: Dus je mag als je mensen van het zuipen af wil helpen, dan is dat betutteling. En als mensen geen zin hebben om in de bieb te leren lezen, dan mag je het afdwingen. Ik vind dat echt een beetje, ik vind dat niet passen bij wat u zegt. Maar dat is mijn … De voorzitter: Mijnheer Nijland. De heer Nijland: Ik zal het verklaren. Laten wij de focus, en dat zie je ook terug in de nota. In de nota pleit de portefeuillehouder ervoor om vooral de zwakkeren en de mensen die het moeilijk hebben, en daardoor in de problemen komen, te helpen. Dat is een percentage van de Oldenzaalse bevolking. Wat ik bedoel met betutteling, als ik even mijn zin af mag maken. Dank u. Wat ik bedoel met betutteling is dat wij collectief tegen alle Oldenzalers zeggen: wij willen dat je gelukkig bent, dus luister naar ons college.

Rook niet, drink niet, eet goed, eet vegetarisch, eet veganistisch, whatever. Dat is voor mij betutteling. Maar wij steunen het van harte als in deze nota de groep mensen wordt benaderd die het juist nodig heeft. Zodat wij niet de focus hoeven te leggen op de groep die het al snapt of denkt te snappen. De voorzitter: Mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Ja, dus die 50% in Oldenzaal die ruim overgewicht heeft, en ik weet de cijfers niet uit mijn hoofd, maar het grote aantal echt zware drinkers in Oldenzaal is veel hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat vindt u veel minder belangrijk dan dat hele kleine percentage van die mensen die ervoor kiest om laaggeletterd te willen blijven misschien en die daar zelf geen initiatief. Natuurlijk mag je die steunen, maar afdwingen? De voorzitter: Mijnheer Nijland, gaat uw gang. De heer Nijland: Ieder individu, ik begon mijn betoog daar ook mee, iedereen is vrij om zijn leven zelf in te richten. Waar het om gaat, en daarmee haal ik de laaggeletterden aan en deel ik ze op in twee delen, de laaggeletterden die een inburgeringscursus doen, net zoals wij allen een examen moeten doen willen we slagen voor ons diploma op school geldt dat ook voor hier. De mensen willen hier integreren, laaggeletterdheid is een probleem. Hoe fijn is het dan, je helpt ze ook, dat is het grappige erachter. Je helpt ze, ze zullen moeten slagen.

Dus ik zie dat totaal los van enige vorm van betutteling waar ik het vanavond over heb gehad. Je helpt mensen binnen de wettelijke mogelijkheden, hoe fijn wil je het hebben? Ik zou blij zijn als ik werd ondersteund. De voorzitter: Ja, mevrouw Oorthuis, u wil nog een keer interrumperen. Gaat uw gang. Of niet? Mevrouw Oorthuis: Ja, ik vind het heel mooi wat je allemaal zegt, wat u allemaal zegt, het is allemaal prima. Maar ik denk dat alcoholverslaafden ook dan wel misschien deze dwangsteun kunnen gebruiken, omdat het ook bepaald geen pretje is om een verslaving te hebben. Nou ja, misschien als u financiële middelen genoeg hebt …

20

De voorzitter: Reageert u op de spreker. U moet reageren op de spreker. Mevrouw Oorthuis: Goed, ik wou het hier wel bij laten, want het wordt een welles-nietes spelletje natuurlijk. Maar ik vind het nogal bijzonder dat de VVD aan de ene kant het heeft over betutteling en aan de andere kant graag tot dwang over wil gaan. Ik vind het echt een rare tegenstrijdigheid en daar wou ik het bij laten. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga weer terug naar mijnheer Nijland. De heer Nijland: Ja, ik moet ook op de klok kijken, anders heb ik dat straks in mijn nek hangen. Ik wil hier nog graag over debatteren, wellicht een andere keer, wellicht volgende borrel. En tot slot … De voorzitter: Beste raad, ik roep u echt op om het even serieus. Ik snap dat dit allemaal reactie oproept, maar laten we het wel even serieus houden. Mijnheer Nijland is aan het woord. De heer Nijland: Ja, ik ben bijna klaar, maar nog even terug. Als we het heel zwart bekijken, voorzitter, dan zijn bijzonder veel mensen van ons alcoholist, als je het sec het aantal glazen wat je nuttigt tijdens een week gebruikt. Dus laten we het in proportie blijven zien. En dat is mijn betoog, dus dat staat volledig los van elkaar. Maar ik begrijp uw irritatie in deze. Voorzitter, beheersing van de Nederlandse taal vereist.

In de nota wordt onder andere de bibliotheek genoemd als partner, mentaal coaches die op vrijwillige basis natuurlijk erbij staan. Wat de VVD, wat een beetje jeuk veroorzaakt is de vrijblijvendheid waarmee cursisten wel of niet aanwezig hoeven te zijn om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. Dat voelt voor ons niet goed. In hoeverre heb je als gemeente binnen wettelijke kaders de mogelijkheid om te sturen om toch de groep die zich voorbereiden voor het inburgeringsexamen met enige vorm van positieve dwang zover te krijgen dat ze op frequente basis de cursussen volgen die uiteindelijk vrijwillig worden aangeboden. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een eenmalige bijdrage door het in een geldelijke vorm te gieten. Maar even de vraag hoe de portefeuillehouder hierover denkt. Tot slot, ja, nog een aanvullende vraag. Hier is ook een onderwijsinstantie bij betrokken. Ik begreep dat het ROC Hengelo betreft. Zijn er cijfers beschikbaar van slagingspercentages van mensen die in Oldenzaal de laatste jaren een inburgeringscursus hebben gevolgd? Tot slot, voorzitter, zouden we het fijn vinden als de portefeuillehouder de toezegging doet dat deze nota publieke gezondheid binnen NOT wordt besproken. En dat er binnen NOT vorm wordt gegeven aan deze nota. Immers de uitdaging op het gebied van publieke gezondheid hebben binnen alle vier de gemeenten vaak dezelfde raakvlakken.

En wellicht kunnen we ook leren van elkaars positieve dan wel negatieve ervaringen en dat bundelen in een nieuwe Twentse synergie. Dus laten we niet vier keer het wiel opnieuw uitvinden, maar onze krachten bundelen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66. Mevrouw Ailo: Ja voorzitter, in de voorliggende nota wordt aangegeven dat de gezondheid van onze inwoners beter moet worden. En dat zo veel als mogelijk door zelfredzaamheid van de individuele inwoner. Hier is D66 het helemaal mee eens. Toch kan onze fractie zich niet aan de indruk onttrekken dat de voorname oorzaak van gezondheidsproblemen niet wordt aangepakt. Zaken als roken, overgewicht, alcoholgebruik en middelengebruik hebben invloed op gezondheid, zeker. Maar is de kwaliteit van leven, zoals bij geluk of afwezigheid van stress, niet van grote invloed op gedrag en gezondheid? In de nota wordt eenzaamheid op de achtergrond gehouden. Kunt u zich voorstellen dat ongezond gedrag door eenzaamheid en stress maar moeilijk tegen gegaan kan worden? Hoe is het mogelijk dat ondanks het veel geroemde noaberschap de helft van alle ouderen zich eenzaam 21

voelt? Terecht wordt in de tekst van het voorstel bij de ambitie aangegeven dat de problemen zich bevinden op verschillende beleidsdomeinen en dus vragen om opplussingen die domein overstijgend zijn. Laten we stress niet alleen integraal aanvliegen in deze nota publieke gezondheid, maar domein overstijgend werken. Laten we niet symptomen aanpakken, maar de oorzaken. De prioriteiten zijn ons inziens het verminderen van eenzaamheid en stress, vergroten van de regie over het eigen leven. En pas daarna gevolgd door de genoemde stimulerings- en verbodsmaatregelen. Dan ter zake richting de drie aandachtspunten. Aandachtspunt 1, een gezonde leefstijl. Alcoholgebruik moet volgens de nota verminderen. Hoe verhoudt deze doelstelling zich met de ruimschootse aanwezige horeca in Oldenzaal? Ook D66 is voor een rookvrije omgeving. Welke doelstelling heeft het college? De getallen in de nota en in de antwoorden op vragen van de PvdA zijn te verschillend om beide waar te kunnen zijn. D66 is het volledig eens met het bestrijden van handel en gebruik van harddrugs. Deze middelen zijn verslavend en schadelijk. D66 wil dan ook een vermindering van het gebruik van harddrugs naar minder dan een half procent. In tegenstelling hiermee zou het gebruik van softdrugs moeten worden begeleid en gereguleerd.

Gebruik en verkoop van softdrugs zijn in Nederland en veel andere landen in de wereld legale bezigheden. Laten we ons bij het gebruik van alcohol en softdrugs richten op het bestrijden van excessen. Incidenteel gebruik hiervan hoeft niet als schadelijk te worden gezien. Dan punt 2, gezondheid voor iedereen. Gezondheid hangt samen met het voldoende inkomen en opleidingsniveau. Dit laatste waarschijnlijk samenhangend met de mogelijkheid van het hebben van prettig werk en inkomen. Laten we, alweer, domein overschrijdend hier werk van maken. Laten we niemand vallen, leave no-one behind. Dan 3, gezond ouder worden. 48% van de ouderen voelt zich matig of meer eenzaam. Gezien het aantal ouderen zou D66 graag zien dat geprobeerd wordt eenzaamheid verder dan maar 45% terug te brengen. Doet het goede wat al wordt gedaan, maar werk dit verder uit. D66 hoopt dat in de komende raadsperiode alle doelstellingen uit deze nota worden gehaald, nee, hopelijk beter. Laten we met ons allen werk maken van een gelukkige en dus gezonde samenleving. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid. Ik denk mijnheer Ankone. De heer Ankone: Voorzitter, daar begin ik mee. Met de nota samen voor een gezonde toekomst leggen we een beleidsbasis neer voor het werken aan preventie en aan gezondheidsbevordering binnen onze mooie stad.

De eerste zin echter van de documentenlijst, op basis van de wet publieke gezondheid is elke gemeente verplicht om iedere vier jaar lokaal gezondheidsbeleid vast te stellen. Maar als ik over de eerste zin begin na, zit ik even te denken, dan denk ik van: hé, dat kun je op twee manieren bekijken. Namelijk van: oh yes, we mogen weer en we gaan er helemaal voor en we gaan een hartstikke mooi plan maken en we gaan vooral ook leren vanuit het verleden. Je zou ook kunnen denken: oh nee, shit, we moeten weer. Onze fractie gaat voorlopig maar even uit van het eerste. Voor wat betreft de ambitie willen we in Oldenzaal een bijdrage leveren aan de gezondheid, maar ook een gezonde leefstijl van onze inwoners. Wij weten ook dat mensen in een kwetsbare situatie een hoger risico hebben op een slechtere gezondheid. Problemen die bevinden zich, en dat werd net ook al gememoreerd, op verschillende beleidsdomeinen. Met dit verhaal, met dit stuk, zijn wij wederom, ik zeg met klem wederom, tevreden. Maar het is niet nieuw. Deze ambitie en de stukken die daarin staan, die hebben we ook kunnen lezen in de drie voorgaande beleidsplannen. En ja, je kunt best vooruit stappen op een goed ingezet proces, maar aan de andere kant moeten we denk ik ook leren om te reflecteren. Ik wil graag even een paar voorbeelden noemen die ik ook in voorgaande beleidsrapporten ben tegengekomen.

Het percentage overgewicht van kinderen jonger dan 18 jaar laat de laatste jaren een stijgende lijn zien. Het is niet heel groot, maar het laat een stijgende lijn zien. Percentage overgewicht van ouderen, 18 plus, laat ook een stijgende lijn zien. Roken is een goede zeg maar tegenhanger hierin, want dit laat een dalende trend zien. En dan gaan we het hebben over die alcohol. Het alcoholgebruik onder de ouderen is zeker nog niet onderhevig aan een daling. We 22

weten ook dat maar 21% van de mensen over 18 jaar, en dan kijk ik hier eens even rond in de zaal, die drinkt gewoon overmatig. En 11% is te rangschikken als zware drinker. Het Oldenzaalse percentage van bingedrinken ligt ook hoger dan het landelijke percentage. 32% van de jongeren die heeft in de voorbije periode dat dan ook gedaan. Alcoholgebruik onder jongeren heeft eigenlijk de laatste tijd wel een wat dalende trend laten zien, maar met corona is die weer naar boven heen gedraaid. En graag aandacht daarvoor. Een aantal laaggeletterden, dat werd net ook al een paar keer genoemd, dat blijkt gewoon lastig te beïnvloeden. En ik wil graag een oproep doen om een analyse te maken wat nou maakt dat dat op de een of andere manier lastig te beïnvloeden is. En het kan best zijn dat het zo is en dat we daar alles aan doen om dat te kantelen, maar dat dat door bepaalde redenen ook gewoon niet mogelijk is. En denk dan ook even aan de afstand die die mensen hebben om hier zeg maar zijn komen te wonen en vanuit welke situatie ze komen. En dan zeg ik niet dat iedereen dat zou moeten kunnen, maar ik vind wel dat je ook rekening moet houden met bijvoorbeeld intellectuele vermogens van mensen. Eenzaamheid, ook vervelend en gewoon hartstikke vervelend, dat werd net ook aangegeven.

Onze fractie, als wij er gewoon een beetje doorheen lezen, en niet een beetje doorheen lezen, maar als we het gewoon lezen, dan zien we ook dat die lijvige notities op de een of andere manier onvoldoende effect hebben gehad op zeg maar de doelstelling die we hadden. Dat was namelijk het beïnvloeden in positieve zin van zeg maar de in de notitie genoemde onderwerpen. En daar is klaarblijkelijk op de een of andere manier niet gelukt. En wellicht, en ik weet het niet, heeft het wat te maken met het ontbreken of het matig ontwikkeld zijn van doen-vermogen. Doen-vermogen is trouwens een leuk artikel, daar moet je vooral eens een keer naar gaan kijken. Fractie van Partij van de Arbeid Oldenzaal zal echt de nota wel steunen, maar wil graag een toezegging hebben van de wethouder dat er strakker gestuurd wordt. En dan niet aan het stuur in een auto, maar u begrijpt best wat ik bedoel. Tot slot, voordat ik afrond en ik heb dat hier vaker in deze raad gezegd: we hebben het hier over mensen van vlees en bloed. En onze fractie vindt dan ook dat wij hier voldoende financiële middelen tegenover moeten zetten om in de komende raadsperiode, die volgend jaar april begint, om het tij te kunnen keren. Tot dusver. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Mijnheer Ten Vergert. De heer Ten Vergert: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het toch iets meer op hoofdlijnen houden.

Het CDA kan zich vinden in de drie focuspunten van de lokale nota publieke gezondheid. Wel willen wij de wethouder vragen om in een verdere uitvoering twee punten mee te nemen. Allereerst de doelstellingen in de nota zijn niet helemaal smart geformuleerd. Hierdoor is het lastig om op de doelen te sturen en kunnen ze ook niet goed gemonitord worden. Evalueren en bijsturen is hierdoor erg lastig. Ook zou het mooi zijn om als Oldenzaal een bepaalde doelstelling toe te voegen, of dan de doelstellingen toe te voegen aan het dashboard we nu ook aan het ontwikkelen zijn voor het sociaal domein. Graag uw reactie hierop. Dan het tweede punt. Zoals in het politiek forum benoemd vindt onze fractie het jammer dat de nota de verbinding mist met onderwijs welzijn en hoe we dat vervolgens ook lokaal kunnen versterken. Graag zouden wij dit ook verder dan terugzien in de verdere uitvoering. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks, Ik denk mevrouw Oorthuis. Dat klopt, mevrouw Oorthuis. Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, zoals de PvdA al reflecteerde ook graag even wat vooruitkijken naar dit stuk wat voor ons ligt. Het klinkt namelijk prachtig, een gezond leven nu en in de toekomst, gezondheid van iedereen en gezond ouder worden. Dat zijn die focuspunten van deze nota publieke gezondheid. Het staat ook al redelijk wat dingen in over hoe we het gaan bereiken.

Ik vond het zelf bijvoorbeeld mooi om te lezen dat Oldenzaal voor alle kinderen inzet op het programma 23

kansrijke start. De eerste duizend dagen van conceptie tot twee jaar zijn zoals bekend de basis voor de verdere gezondheid van inwoners. En mijn zo’n kansrijke start kunnen we gezondheidsachterstanden inlopen en toegroeien naar een gezonde generatie. In dit programma is net zoals in de ambitie van deze nota verwoord dat de samenwerking tussen gezondheidszorg en sociaal domein en de leefomgeving erg belangrijk is. Om echt het verschil te kunnen maken voor de gezondheid van Oldenzalers zal daarnaast bewustwording over wat gezond gedrag nou eigenlijk is ook aandacht moeten zijn voor de oorzaken en de onderliggende factoren van ongezond gedrag, zoals geldzorg en stress. D66 vroeg daar ook aandacht voor. Armoedepreventie, schuldhulpverlening, genoeg mogelijkheden hebben om zelf grip te houden op je leven. Het sociaal domein is onlosmakelijk verbonden met de basis van de publieke gezondheid. Samenwerking en korte lijnen tussen organisaties zijn de basis van waaruit gebouwd kan worden aan een gezonde toekomst. In de voorbereidende vergadering hierop werd duidelijk dat alle groepen in de samenleving, ook al staan ze niet allemaal specifiek benoemd in deze nota, wel worden gezien en meegenomen in de plannen. Toch wil ik nog even een groep benoemen die we vooral niet mogen vergeten, de jongeren.

Vandaar dat ik ook de jongerenraad, maar die zijn al naar huis, maar we mogen ze niet vergeten. Kijk, er is nog een iemand aanwezig, heel goed. Dit is slechts een kleine groep in de Oldenzaalse samenleving, zeker als we jongeren vanaf 16 jaar, dus niet kinderen, maar echt de jeugd noemen. Want veel jongeren vertrekken na hun middelbare schoolperiode om te gaan studeren. Het is echter wel een groep die door de coronacrisis mentaal het erg zwaar heeft gehad. We zien ook dat het alcoholgebruik bijvoorbeeld is toegenomen, dat werd ook al genoemd. In de landelijke focuspunten voor de publieke gezondheid wordt deze groep wel specifiek benoemd. In Oldenzaal niet, maar ik zou graag van de wethouder de belofte horen dat hij deze groep niet over het hoofd ziet. GroenLinks is verder heel blij met de ambitie die uitgesproken wordt in deze nota en dat iedereen mee mag doen. Dat mensen die moeite hebben met meedoen, om wat voor reden dan ook, ondersteuning krijgen om toch volop deel te nemen. Want gezondheid is van iedereen, dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de WG. Mevrouw Weideveld. Mevrouw Weideveld: Voorzitter. Voor ons ligt de nota publieke gezondheid 2022-2026. Een nota waarin wordt voorgesteld dat de gemeente zich op drie voorkeurspunten gaat richten.

Tijdens het politiek forum op 4 oktober is toegelicht dat deze focuspunten, de zogenoemde wat-vragen, inderdaad nog erg abstract zijn. In de loop van de tijd komt er een invulling in de wie en de hoe vragen. Oldenzaal pakt haar rol op door integraal op de verschillende leefgebieden in te zetten. Daardoor creëren we een omgeving waarin er maximale ondersteuning gevonden kan worden voor positieve gezondheid. Wij kijken uit naar de invulling van het uitvoeringsprogramma dat volgt uit deze nota. Een vraag hierover aan de portefeuillehouder. Zijn al kaders zichtbaar over hoe dit uitvoeringsprogramma eruit gaat zien? Zijn er al contouren van een begroting die bij dit programma wordt zichtbaar, zoals ook mijn collega van het CDA zojuist vroeg. WG Oldenzaal is er een groot voorstander van om in de uitvoering van deze nota ook integraliteit toe te passen, waarbij onderwijs maar ook andere partners, zoals werkgevers en sportclubs, ook hun verantwoordelijkheid pakken. En dan de vraag daarover aan de portefeuillehouder: welke stappen gaat u zetten om in de uitvoering van deze nota ook andere partners, met name inwoners van Oldenzaal, en andere initiatiefnemers te betrekken? Tot zover onze eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik nu bij de termijn van het college. De wethouder. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb nog even overwogen om in de aanloop zeg maar naar deze behandeling van deze nota in deze raadsvergadering de nota nog enigszins aan te passen en nog op te nemen dat in 2021 tot op heden er een bestuurder gestruikeld is. En dat de 24

doelstelling is om ervoor te zorgen door middel van valpreventie dat we dat echt voor de komende jaren gaan terugbrengen, want het is toch verrekt onhandig zeg maar om op deze manier u hier te woord te moeten staan. Ja, dan moest ik langs de griffier met nog een voorzitter erbij, dus uiteindelijk heb ik dat maar niet gedaan. Ik ga proberen een aantal zaken samen te voegen in de beantwoording, ook gezien de tijd en het feit dat we nog een ander agendapunt hebben. Dan begin ik zo maar bij de bijdrage van de VVD, die het eigenlijk ook heeft, en dat komt ook in een aantal andere punten wel terug, over de hardheid van die cijfers. Sommige ontwikkelingen zien we soms dalen en weer stijgen en andere zeg maar zien we ze eigenlijk constant blijven. En ik denk zeg maar dat als je kijkt naar de ambities die we geformuleerd hebben, die ambities zijn denk ik best reëel geformuleerd, dat je ook met elkaar moet beseffen dat als je substantieel wat wil wijzigen zeg maar in percentages, dat daar echt een periode van een lange adem achter zit. En denk bijvoorbeeld aan het voorbeeld van roken. Als je zeg maar 40 jaar terug keek hoe normaal het was in huisgezinnen dat er ontzettend veel gerookt werd, dan heeft het denk ik echt 30 tot 40 jaar geduurd totdat we zijn op het niveau waar we nu met roken zijn. En ik denk zeg maar dat dat ook op andere onderwerpen echt aan de orde zal zijn.

Alcoholgebruik terugdringen onder jongeren, dat is niet iets wat we in vier jaar of in acht jaar met elkaar gaan lukken. Dat is misschien een generatievraagstuk. En hetzelfde gaat ook bijvoorbeeld alcoholgebruik onder ouderen. En dat besef wil ik toch wel meegeven. Daar waar we het hebben over publieke gezondheid en substantieel percentages terugdringen, dan is dat niet iets zeg maar van vier of acht jaar. Dat gaat echt een proces worden van een lange adem. En dat is dan ook meteen zeg maar van: ja, hoe succesvol is dan de huidige nota? Er zitten volgens mij realistische percentages in genoemd waar we naartoe willen. Maar als je echt zegt van: goh, kun je dan toch, even terugkomend op het voorbeeld van het alcoholgebruik van jongeren, kun je dat nou echt bij wijze van spreken minimaliseren? Vraag of die er ooit komt, maar als je het al hebt over het echt goed terugdringen, dan is dat echt die lange adem wat we met elkaar moeten gaan pakken. Dan stelt u een vraag rondom de politie meenemen in de nota. Nou, volgens mij, en dat zal ook wat later in mijn beantwoording terugkomen, we gaan nog werken zeg maar aan een uitvoeringsprogramma. En ik kan me voorstellen dat we dat uitvoeringsprogramma ook inderdaad via de portefeuillehouder veiligheid met de politie gaan bespreken.

Daar waar u wat verdere vragen duidt op de handhaving, denk ik dat de burgemeester even zeg maar die vragen voor zijn rekening moet nemen. Dan staat u stil bij de laaggeletterdheid en focust dat vooral zeg maar even op de mensen die moeten inburgeren. En u vraagt daar bijvoorbeeld van: goh, heeft de gemeente op dit moment cijfers van het ROC over het slagingspercentage van de laatste jaren van Oldenzaalse cursisten? Ik denk dat dat een hele lastige situatie is, omdat wij namelijk niet verantwoordelijk zijn voor de inburgering. Dat waren we in de jaren 90 en in de begin jaren 2000, toen heeft het Rijk dat weer overgenomen. En moeten inburgeraars dat zelf regelen met DUO. Gelukkig kan ik u wel antwoorden dat per 1 januari 2022 we wel weer verantwoordelijk worden voor die wet inburgering. En ik hoop dat we dus de komende jaren dit soort slagingspercentages wel met u kunnen delen. En dan heeft dat niet alleen zeg maar betrekking op het ROC, we hebben meerdere partijen gecontracteerd of die gaan we contracteren als het om inburgering gaat. En ja, die moeten ook aan ons verantwoording gaan afleggen wat slagingspercentages zijn. Dus in die zin ben ik er erg blij mee dat we vanaf 1 januari 2022 gewoon als gemeente weer de regie voeren op de wet inburgering.

En daar waar het gaat zeg maar om de taalcoaches die u benoemt bij de bibliotheek, ja, dan zit het hem zeg maar wat meer als het gaat om de inburgering, dat zij vrijwillig ondersteunen in het inburgeringsproces. En we moeten ook gewoon concluderen dat er ook niet inburgeraars zijn, maar wel mensen zeg maar die afkomstig zijn uit andere landen en die wel een beroep kunnen doel op die taalcoaches. En terecht dat mevrouw Renkema mij nog even meegaf van: dat is ook een aspect waar de bibliotheek echt op inzet en waar de bibliotheek ook echt extra middelen voor gekregen heeft. Dus in die zin mogen we blij zijn dat de bibliotheek zich daar zo actief in manifesteert. Dan was er nog een vraag, de nota publieke gezondheid binnen NOT. Ja, dat hebben we aan de voorkant wel geprobeerd. We liepen ook zeg 25

maar op dat moment wel tegen de situatie aan dat de tijdslijnen van de verschillende nota’s, ja, die kwamen niet helemaal overeen met elkaar. Ja, wij maken nu weer een nota voor 2022-2026, andere gemeenten hadden dat in andere tijdslijnen weggezet, dus daar hebben we de handen niet voor op elkaar gekregen. Dat laat onverlet dat we natuurlijk wel proberen te leren van de instrumenten die in de verschillende nota’s benoemd zijn. En het zou mooi zijn dat we ooit ook nog eens een keer in de samenwerking binnen noordoost Twente inderdaad tot een subregionale visie op publieke gezondheid zouden kunnen komen. Ik onderschrijft dat eigenlijk van harte, maar dat was voor deze nota niet aan de orde helaas. De voorzitter: Ik zie mijnheer Nijland. En de wethouder bracht al een pauze aan, dus mijnheer Nijland. De heer Nijland: Nou, goed getimed dus. Het zal, dan heb ik het even niet over de stip op de horizon, maar een datum op de horizon. Wellicht een idee om eens te kijken wanneer enkele nieuwe nota’s dus verlopen, en of de ene gemeente daar nu een of twee jaar dan aan vast moet plakken om uiteindelijk bij die datum te komen. In tegenstelling tot roken en drinken denk ik niet dat dat een hele generatie kost. De heer Christenhusz: ik denk dat we daar ook de komende tijd echt naar moeten gaan kijken.

Weet je, misschien moeten we dit uiteindelijk deze nota misschien voor drie jaar vaststellen of na drie jaar weer gaan updaten, dat je wat meer tot elkaar gaat komen. Ja, dan het verhaal van D66. Ja, los even van de opmerking rondom alcoholgebruik en aantal cafés, die ik echt even niet kon plaatsen of ik daar een antwoord op moet geven. Maar zie ik in uw verhaal eigenlijk geen vragen in mijn richting. U maakt een heel verhaal, waarbij u ook volgens mij aangeeft van: goh, daar moet een tandje meer, daar moet een tandje minder. Maar ja, op het moment dat u dat wil bewerkstelligen in deze nota, dan zou u moeten amenderen volgens mij. En dat heb ik ook niet gehoord. En ik heb geen vraag in mijn richting gehoord, dus ja, ik laat het eigenlijk een beetje bij die opmerking die u maakt. De voorzitter: Nou, u ziet dat u dat ook kunt duiden als een oproep. Dus ik zie dat mevrouw Ailo daar graag gebruik van maakt, dus een interruptie. Mevrouw Ailo: Ja, dank u, voorzitter. Volgens mij heb ik wel degelijk wat vragen gesteld. En als u vindt dat die vragen dan onvoldoende zijn om daar een reactie op te geven, dat is natuurlijk wat anders. Maar ja, als je het nou hebt over antwoorden op de vragen vanuit de PvdA en we kijken naar: welke doelstelling heeft dan het college in deze? En dat vindt u dan onvoldoende om een vraag te beantwoorden.

Ik weet niet zo goed hoe duidelijk ik die vraag dan zou moeten stellen, want het is wel iets waar het college rekening mee zou moeten houden. Dat is eigenlijk hoe wij dat benaderen. En we staan niet negatief tegenover het stuk, integendeel. Maar wat wij willen is juist nog meer dan dat. Wij willen echt die inwoners verder ondersteunen. En dat doen we door juist weer een graadje verder te kijken, wat strategischer te werk te gaan. Maar dat is even voor latere zorg, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Christenhusz: U wil een tandje erbij opzetten, maar volgens mij doet u dat zeg maar in een betoog in mijn richting zonder daar echt een vraag achteraan te stellen. Ja, dan kan ik echt niet anders dan tot de conclusie komen dat u hem moet amenderen en dan moet gaan proberen zeg maar om in deze raad een meerderheid te krijgen. En door te zeggen van: goh, er zitten bepaald percentage op het terugdringen van ouderen zeg maar die gevallen zijn, toch even dat voorbeeld weer pakken. Die ambitie, die vinden wij te laag geformuleerd door het college, wij vinden dat daar 26

10% nog meer vanaf moet. Dan moet u dat volgens mij zeg maar gaan bespreken met uw collegaraadsleden. Maar nu laat u iets voor mij in het luchtledige zitten, want u stelt geen vraag aan mij, u stelt eigenlijk alleen maar een opmerking in die richting. En ja, dan kan ik niets anders concluderen dan dat die opmerking, dat ik daar niet zoveel vanuit de kant van het college mee kan. Maar dat ik dan ook mis dat u geen amendement op de nota indient. Dan ga ik door. De voorzitter: Wethouder, voordat u verder gaat. Ik zie nog een interruptie van mijnheer Nijland. De heer Nijland: Ja, voorzitter. Wellicht dat ik wat duidelijkheid kan proberen te krijgen richting D66. We kunnen twee kanten op. Of u stelt bijvoorbeeld aan de wethouder de vraag: wethouder, het horecaplein, ojee, wat moet ik ermee? Vindt u het een goed idee om enkele cafés in te ruilen voor coffeeshops? Of u brengt deze vraag bijvoorbeeld aan de orde en gaat het amenderen dat wij als raad gaan praten of wij cafés moeten inruilen voor coffeeshops. Want dat was bijvoorbeeld een soort van retorische vraag die ik wel hoorde tijdens uw betoog. Dús ja, de keuze aan u, misschien een suggestie. De voorzitter: Ja, ik ga weer terug naar de wethouder. Wethouder.

De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij heb ik ook, de enige vraag die ik opgehaald heb dat ging over die café, dat ik echt dacht van: wat moet ik daar nu echt mee? Vraagt u nou serieus aan mij als wethouder publieke gezondheid dat ik ervoor ga pleiten zeg maar om het aantal cafés in Oldenzaal te halveren? Ja, zegt u het maar. De voorzitter: Ik voel een punt. D66, mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo: Toch even een opmerking, omdat ik me wel genoodzaakt voel om hierop te reageren. Wat wij zien is dat het een stuk is wat echt een deel mist. En dan krijg je daardoor ook vragen, waarbij wij eigenlijk wel het college vragen van: hou hier alsjeblieft rekening mee. U geeft net aan, wethouder, u geeft net aan: het duurt soms wel 30 tot 40 jaar tot we resultaten zien. En een goed voorbeeld is inderdaad het roken, op landelijk niveau. Wij geven dus aan van: let er dan ook op. We hebben bijvoorbeeld, er is sprake van veel alcoholgebruik. Als wij daar iets daadwerkelijk mee willen doen, dan moeten we dus ook kijken naar: wat bieden we dan aan voor onze inwoners? En vanuit die kant zou ik hem wel willen interpreteren. En dan bekijk ik het wel als een vraag van: beste college, wat willen jullie doen? En dat is eigenlijk de vraag. Het gaat om meer dan alleen even hap snap, dit is de vraag, oh, het zal wel een retorische vraag zijn. Maar het gaat verder dan dat.

We zitten hier met zijn allen om toch even te kijken van: hoe kunnen we nou het beste bereiken voor onze inwoners? En dat betekent dus ook dat we ook op de lange termijn moeten kijken en daar hoort dit stuk dan ook bij. En daar komen die vragen vandaan. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Oké, bij deze nog even een oproep. Interrupties graag kort, want anders dan vliegen we echt in de tijd weg. Wethouder. De heer Christenhusz: Voorzitter, ik voel me toch genoodzaakt om daar dan even wat dieper in te duiken. Daar waar u een vraag stelt zeg maar over alcoholgebruik en een relatie legt met het aantal cafés wat we in Oldenzaal hebben. Ja, ik ga echt proberen nu concreet te maken, met een vraagstelling daarachter zeg maar of het aantal cafés dan niet teruggedrongen moet worden. Dan is dat een vraagstuk waarin het college geen uitspraak in deze nota over doet en ook niet zal gaan doen. En dan rest u geen enkel ander instrument om met uw collega’s een discussie te gaan voeren.

27

En volgens mij is dan het amendement het meest juiste instrument wat u als raadslid heeft om te kijken of u dat dan wel in de nota opgenomen kunt krijgen. De voorzitter: Ja, gaat u verder, wethouder. De heer Christenhusz: Dank u, voorzitter. Nou, ik ben blij zeg maar met de complimenten van mijnheer Ankone van de PvdA, die ook terecht denk ik een aantal punten aangeeft waar mijnheer Ankone, of mijnheer Nijland inderdaad, zelfs ik raak er even van in de war, mijnheer Nijland ook aandacht voor vraagt. Echt zeg maar die hardheid van die cijfers en die trends die u daarin ziet. Met betrekking tot de analyse van de laaggeletterdheid, want daar staat wel een vraag in, dat is denk ik een terechte opmerking die u maakt. En een deel van de analyse of de uitkomst van de analyse die hebt u misschien zelf al in uw verhaal en in uw betoog gegeven. Ik vind het wel waard om nog eens een keer heel goed te kijken zeg maar van of er rondom die laaggeletterdheid die analyse nog een keer kunnen gaan verdiepen. Zeker als we ook naar een uitvoeringsprogramma gaan, dus die toezegging in uw richting die wilde ik wel maken. Nou, dan verder heeft u het over een korte notitie en u wil vooral naar doen-vermogen toe. Nou, dat willen wij graag ook. En in die zin hebben we ook echt als college en heeft deze portefeuillehouder gestuurd op een compacte notitie.

Eigenlijk ook zeg maar vanuit de kant van de VVD waren daar weleens vragen over gesteld van: maak nou een compacte notitie. En uiteindelijk zit het doen-vermogen erin van: hoe ga je nou zeg maar naar het uitvoeringsprogramma toe, maar hoe werk je nou bijvoorbeeld ook aan een sportakkoord? Een sportakkoord wat we recentelijk zeg maar met heel veel sportverenigingen en heel veel organisaties in Oldenzaal hebben afgesloten, waar ook weer hele concrete acties uit voortkomen. En dat is denk ik datgene waar we de komende tijd aan de lat voor staan. We moeten ook nog aan de slag met het preventieakkoord en daar zie ik eigenlijk zeg maar een soort zelfde werkwijze voor ogen. Dus wat mij betreft gaan we inderdaad in de doen-stand zitten. Dan de vragen van CDA. Kun je zeg maar nu nog een aantal zaken toevoegen ook aan het dashboard van het sociaal domein? Ik haper even. Laat ik zeggen, we gaan wel kijken of dat kan. Maar dat is niet een toezegging dat het ook daadwerkelijk gaat lukken. Want dan gebied de eerlijkheid te zeggen van: als er een reden is waarom het niet kan, dan moet nee ook een antwoord kunnen zijn. Dus als u genoegen neemt met het antwoord van: daar kijken we naar. Lukt het dan lukt het, maar lukt het niet omdat er gewoon redenen daartoe zijn, dan is dat een opmerking. Nou, ik zie de duim omhoog, mooi.

En de vraag die u ook in het politiek forum heeft gesteld van: hou die verbinding van onderwijs en welzijn. Ik hoop dat in dat uitvoeringsprogramma, wat we ook nog een keer hier terug zullen gaan brengen, dat we daar dan wat meer in vorm kunnen gaan geven. Nou, mevrouw Oorthuis van GroenLinks begint haar verhaal met de kansrijke start. Het is niet voor niets geweest dat we als gemeente Oldenzaal ook een van de eerste gemeenten waren die daarvoor ingetekend hebben, want daar kun je voor intekenen om die middelen te vragen. Dus niet iedere gemeente krijgt die middelen, je moet daar echt actief in zijn. En als het gaat zeg maar om de jongeren, want dat was wel echt een opmerking van uw kant, ook de jongeren zeg maar zullen in het uitvoeringsprogramma echt wat meer mee moeten gaan nemen, echt bij moeten gaan betrekken. En ik kan me voorstellen, we hebben de jeugdraad hier vanavond op bezoek gehad, dat zeker zeg maar als het gaat om die uitvoeringsprogramma’s, dat dat hele mooie thema’s zijn om ook met de jeugdraad te bespreken. Misschien dat zeg maar zo’n nota zoals die nu voorligt nog te abstract is. Maar die uitvoering, dat zijn echt denk ik dingen waarmee we ook de jeugdraad zouden moeten voorliggen. Dus degene die de nota heeft opgesteld die zit achter mij, Karlijn Kip, dus Karlijn, even noteren. Ja, jeugdraad betrekken bij het uitvoeringsprogramma. Dan de vragen van de WG.

Even kijken. Is er al een kader zichtbaar zeg maar hoe dat uitvoeringsprogramma eruit gaat zien? Nee, daar moeten we mee aan de slag, mevrouw Weideveld. Ik heb net al aangegeven, ik hoop dat we dat vooral in de praktische stad kunnen gaan brengen. En dat komt dan ook zeg maar in de richting van mijnheer Ankone weer terug naar dat doen-vermogen. En we doen 28

dat met de bestaande budgetten zeg maar die we binnen de begroting hebben of extra budgetten als we die kunnen aanvragen bij het Rijk. En voor het sportakkoord hebben we een extra budget aangevraagd, moeten we specifiek daarvoor besteden, dus die zetten we dan ook in. En hetzelfde geldt voor het preventieakkoord, daar gaan we ook extra middelen voor aanvragen. Dat zijn dan geoormerkte middelen, die zetten we dan ook daarvoor in. Maar los even van die extra gelden die we vanuit het Rijk krijgen zit er geen budgetuitbreiding achter. Ik hoorde volgens mij iemand de term gelukkig zeggen, daar hebben we ook bewust op gestuurd in deze. Andere partijen betrekken, nou, het sportakkoord heb ik net als voorbeeld genoemd. U noemt ook werkgevers, dat is bij het sportakkoord nog wel lastig gebleken. We hebben echt ook geprobeerd zeg maar bij dat sportakkoord ook Oldenzaalse werkgevers te betrekken. Maar daar was het animo om zeg maar zich te binden aan het sportakkoord nog niet zo heel groot. We zullen er bij het preventieakkoord nog een keer die handschoen oppakken. Maar de eerlijkheid gebied ook te zeggen dat, nou ja, dat blijkbaar dat op sommige momenten nog wel een brug te ver is. De voorzitter: Wethouder, ik zie een interruptie van mevrouw Weideveld. Mevrouw Weideveld. Mevrouw Weideveld: Ja, dank u wel, voorzitter.

De vraag die ik hier stelde ging niet zo zeer over het betrekken van werkgevers bij het sportakkoord, maar ook in de integraliteit van het plan. Want er is net een aantal keren gesproken over laaggeletterdheid en over alcoholgebruik. En ook werkgevers kunnen daar eventueel in de contacten met hun werknemers daarin stappen zetten om daar samen naar te kijken om bepaalde problematiek aan te pakken en daarin samen tot een oplossing te komen. Dus in die zin zie ik ook wel een rol van de Oldenzaalse ondernemers en misschien wel daarbuiten om hierin te participeren. De heer Christenhusz: Ja, dan snap ik uw opmerking in deze. Even kijken. Volgens mij, voorzitter, heb ik dan alle vragen beantwoord. En dan bent u aan zet voor de handhavingsvragen van de VVD. De voorzitter: Ja, dat klopt. Ik moet zeggen dat ik toen behoorlijk druk was om het gesprek even in goede banen te leiden. Maar in zijn algemeenheid, ik hoop dat ik daarmee recht doe aan de vraagstelling vanuit de VVD, is dit wel een thema wat ook in de handhaving en in het beleidskader daarvan terugkomt. Aan de andere kant, u moet zich ook realiseren: de handhavingscapaciteit is wel, daar zitten grenzen aan. En vanavond is een ander onderwerp al voorbij gekomen waar u ook als raad van gezegd heeft: daar zou onze handhavingscapaciteit ook een extra accent moeten zetten. En dan doel ik bijvoorbeeld op het parkeren bij Jumbo Kuipers.

En zo zijn er wel vaker in het jaar allerlei vragen en oproepen. Maar desondanks is het wel een punt wat steeds terugkomt en wat ook in ons beleidskader een belangrijke rol vervult. In zijn algemeenheid is het wel zo dat wij niet alleen bezoekers, en dan heb ik het niet alleen over de binnenstad maar ook bij de evenementen, aanspreken op hun gedrag. Maar dat geldt ook richting ondernemers en richting organisatoren van evenementen die hier in de stad plaatsvinden. En dan heb ik het niet alleen over alcohol, maar ook over andere middelen die wij niet toestaan. Daar moet u onder andere denken aan drugs. Dat zit altijd wel ook in onze gesprekken die we hebben met de organisatoren van evenementen nadrukkelijk op de agenda. En nemen we ook op in de vergunning dat daar specifiek aandacht voor is, om daar niet alleen aandacht aan te schenken maar ook te kijken hoe je dat kunt tegengaan. Met andere woorden, dat de middelen niet op het evenemententerrein zelf voor handen komen. Daar trekken we heel nauw op samen met de politie. En in dat opzicht kan ik niet anders constateren dat wij in Oldenzaal echt een goede samenwerking hebben, niet alleen met de politie maar ook met andere partners, op dit terrein.

En bijvoorbeeld ook met het onderwijs, dus dit is wel een thema wat vaak weer, niet alleen drugs maar ook drank, ik zou bijna zeggen misbruik, daar zit wel een wat ruime definitie aan, want het is ook een beetje een interpretatie die je er zelf aan geeft, wat vaak aan bod 29

komt. Dus in dat opzicht is het absoluut een thema wat vaak in de gesprekken met politie en partners in het veiligheidsdomein aan bod komt. Ik hoop daarmee antwoord te hebben gegeven op uw vragen. Goed, dan kijk ik even naar de raadsleden of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik vond de beantwoording vanuit de wethouder ruim, ik heb u ook volgens mij veel ruimte gegeven om indien nodig te interrumperen. Ik kijk even of er dus behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie u allemaal nee schudden. Nou, dan breng ik het voorstel in stemming. En volgens mij is er geen motie of amendement ingediend, dus het voorstel blijft zoals het ook op tafel ligt, met andere woorden zoals het is ingediend. Wie is tegen dit voorstel? Ik zie dat dat niet het geval is, dan wordt dat unaniem aangenomen. Afgetikt, mooi. 11. 3e financiële bijstelling 2021 De voorzitter: Daarmee kom ik tot agendapunt 11 en dat betreft de 3e financiële bijstelling 2021. En ik heb begrepen dat GroenLinks met een aantal moties komt, dus die wil ik als eerste het woord geven. Dus ik geloof dat dat mijnheer Snijders is. Dus als ik mijnheer Snijders mag uitnodigen om hier bij het spreekgestoelte plaats te nemen. En dan kijk ik nog even rond of er nog andere partijen zijn die ook het woord willen voeren. In ieder geval de VVD zal ik noteren. Oké, dan blijft het daarbij. Oké, GroenLinks. De heer Snijders: Dank u, voorzitter.

Als ik het goed onthouden heb allemaal, dan hoef ik alleen maar het dictum, oftewel het roept het college op om, voor te lezen. En dat zal ik ook doen. De eerste motie gaat over een energieprikkel. En wij roepen het college op om het energieverbruik en de kosten van energieverbruik zichtbaar te maken voor de huurder. Jammer, dat is het meest interessante deel, maar goed. Punt 2, de kosten voor het energieverbruik aan een huurder door te berekenen en het voordeel of het nadeel van een wijziging in energiekosten ook aan de huurder toe te kennen. Aldus getekend, 25 oktober 2021. Dat is de eerste. En de tweede, dat gaat over preventie in het sociaal domein. Met het dictum: we roepen het college op om een onderzoek uit te voeren naar alle genomen maatregelen en investeringen in het kader van preventie. Want we hebben het iedere keer over preventie, oh, dat mag niet. In dit onderzoek mee te nemen de ambtelijke organisatie, de sociale partners en de regionale regelingen. En kijken naar de aard, de kosten en de effecten van de preventieve maatregelen. De voorzitter: Ja, ik laat mijnheer Snijders even zijn zin afmaken en dan kom ik bij u. Mijnheer Snijders, gaat u verder. De heer Snijders: Dat is een nieuwe zin, dat is vier. En een suggestie doet naar de mogelijke nieuwe preventieve maatregelen met kosten en te verwachten effecten. Aldus. De voorzitter: Dank u wel.

En dan heeft u een hele mooie pauze ingelast, dus dan kom ik bij de VVD. Gaat uw gang. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Graag wil ik even reageren op deze ingebrachte motie. Alhoewel ik de motie heel sympathiek vind van uw partij, verbaast het mij ook enorm. Ruim een maand geleden hebben wij als raadsleden een hele zinvolle bijeenkomst gehad in Hofkerk, aangaande het sociaal domein. Waar velen van ons aanwezig waren. Die bijeenkomst die riep bij ons allemaal ook heel veel vragen op. En bij meerdere fracties was dat het geval. Dat bracht mij op het idee om deze vragen met elkaar uit te werken en als een stuk in te dienen bij de wethouder. Dit om versnippering te voorkomen, efficiënter werken en om de ambtenaren die al onder druk staan niet met nog meer werk op te zadelen. De vragen willen we ook graag tegen het licht houden van de nu 30

nog lopende zaken, zoals bijvoorbeeld de Oranjemaatregelen. Of de maatregelen die nog openstaan, of de feedback die we nog moeten ontvangen van de wethouder op de genomen maatregelen. Dat dacht ik al. Daarom was ik dus heel verbaasd dat na mijn oproep om de handen ineen te slaan als raad, er nu een motie komt vanuit GroenLinks zonder overleg. De reactie die ik van uw partij heb mogen ontvangen afgelopen zaterdag, een maand later, die was dan te laat. En wij steunen deze motie dan ook niet en roepen alsnog alle fracties op, ook de fractie die nog niet heeft gereageerd, om dit gezamenlijk op te pakken. Samen, zodat we slagvaardig kunnen zijn. En we zien versnippering dan ook als een kostenverhogend onderdeel, en dat is iets dat we zeker in het sociaal domein moeten voorkomen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Een wat lange interruptie, maar ik begrijp vanuit de aard dat dat wat langer was. Mijnheer Snijders, gaat uw gang. De heer Snijders: Ja, het zou goed kunnen zijn dat dat langs elkaar heen is gelopen, dat is dan mijn schuld. Maar we hebben al eens een keer iets samen gedaan, dat is het masterplan sociaal domein opstellen, en dat was voor ons eigenlijk een grote teleurstelling, omdat het vooral ging om bezuinigingsmaatregelen.

We zijn echt niet tegen efficiënt en dingen beter doen, maar je moet als je in het sociaal domein het goed wil doen ook durven te investeren. Er wordt in het sociaal basisplan genoemd preventie, maar het is weinig concreet. Het is net zoals duurzaamheid. U zult zien als je dat noemt, dat de VVD absoluut voor duurzaamheid is, net als GroenLinks, maar dat de invulling verschillend zal zijn. En daar gaat mij eigenlijk deze motie om, of ons, sorry. Dat is dat we eens een keer helder krijgen wat er nou eigenlijk allemaal aan preventie gedaan wordt. Wat dat dan kost en wat daar de effecten van zijn. Ja, het is alleen maar om iets helder te krijgen, omdat als je het probleem niet duidelijk kunt omschrijven, dan kun je er ook geen oplossing voor bedenken. Dat is hem. De voorzitter: Ja, u gaat over uw eigen reactie en over uw inbreng. Bent u hiermee aan een eind gekomen van uw eerste termijn? De heer Snijders: Dat was het. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan ga ik naar de VVD. De heer Kosterink: Voorzitter. Inmiddels zijn in de septembercirculaire de financiële nadelen in het sociale domein, en met name in de jeugdzorg, in belangrijke mate achterhaald. En daar zit wel de grootste zorg. Keer op keer worden we geconfronteerd met enorme kosten in de jeugdzorg, stijgende kosten, waardoor we in het sociaal domein tegen tekorten aanlopen.

Vervolgens zijn we afhankelijk van de goedheid van de overheid of er extra ondersteuning volgt. Dit maakt effectief besturen van dit domein bijzonder lastig. Daarom is het ook dringend noodzakelijk om de wel beheersbare kosten goed op orde te hebben. Al eerder drongen we aan op een zakelijk en efficiënte aanpak binnen het sociale domein. We zijn ervan overtuigd dat met efficiëntere en zakelijke aanpak kosten verlaagd kunnen worden, terwijl de kwaliteit van de zorg er niet onder hoeft te lijden. In de algemene beschouwing zullen we er straks ongetwijfeld ook weer op terugkomen. De portefeuillehouder heeft in het forum al aangegeven hieraan te zullen werken in de komende begroting. Voorzitter, wij kijken daarnaar uit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik had twee partijen genoteerd. Ah, toch mevrouw Weideveld namens de WG. Gaat uw gang.

31

Mevrouw Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt het voorstel om de derde financiële bijstelling 2021 vast te stellen. In deze bijstelling worden wij geconfronteerd met forse negatievere resultaten dan verwacht. Wij zijn door de portefeuillehouder al eerder geïnformeerd over deze resultaten, waarbij deze cijfers en uitleg over de oorzaken aan ons zijn toegelicht. Daarmee hebben we wel inzicht in hoe de huidige situatie is ontstaan gekregen, maar daar zijn de cijfers niet anders van geworden. Als raad willen wij door het college op de hoogte worden gehouden over hoe er grip op de situatie wordt gehouden, specifiek op het financiële vlak. Deze financiële bijstellingen helpen daarbij. Om goede kaders te kunnen stellen en om daarin te kunnen controleren hebben we inzicht nodig in hoe de financiële processen worden uitgevoerd. Gezien de ontwikkelingen binnen de financiële portefeuille vragen wij ons af hoe de beleidslijn aan de voorkant plaatsvindt, als er financiële bijstellingen plaatsvinden en wanneer er circulaires worden ontvangen. Met name hoe we vooraf bepaalde afrekeningen en betalingen hebben geregeld. In deze bijstelling lezen we vooral de mutaties die u toepast. Wij vragen ons af welke processen hieraan vooraf gaan om tot dergelijke keuzes te kunnen komen. Gezien de tegenvallende resultaten verwachten wij dat de hand meer op de knip wordt gehouden.

Hoe gaat u dat dat doen aan de voorkant? Zijn er mogelijkheden onderzocht om met name in de portefeuilles waar we steeds maar weer met tegenvallers te kampen hebben en we achteraf moeten bijstellen vooraf al stappen te zetten. Bijvoorbeeld in onze P en C-cyclus, om tegenvallers te kunnen voorkomen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. D66. Mevrouw Ailo: Ook even kort, voorzitter. Zoals wij ook tijdens het forum aangaven zijn wij als D66 in ieder geval positief over het feit dat wij eerder dan anders te horen hebben gekregen dat we tegenvallers hadden in het sociaal domein. Helaas zijn de laatste ontwikkelingen niet erg positief te noemen. Het enige wat we kunnen doen is ons als gemeente nog beter voor te bereiden op tegenvallers en te kijken hoe wij omgaan met tegenvallende ontwikkelingen. Tijdens het forum hebben wij de toezegging gekregen dat we nog een uitdraai zullen ontvangen over de ontvangen coronagelden. Waar waren deze coronagelden voor bedoeld en hoe zijn ze tot dusverre uitgegeven? Deze zouden wij graag nog voor de begrotingsbehandeling willen ontvangen, indien mogelijk. En tenslotte, voorzitter, gaan wij akkoord met het voorliggend raadsvoorstel 3 e financiële bijstelling. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Dan volgens mij zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de raad en dan ga ik naar het college. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Ja, er zijn een aantal vragen gesteld die echt specifiek ingaan op het sociaal domein. Ik denk dat het ook goed is dat mijn collega, mijnheer Christenhusz, daar een antwoord op geeft. Maar er zijn ook vragen gesteld over de financiële processen die lopen en waarbij dan ook de vraag wordt gesteld: kunnen we soms beter aan de voorkant zien wat er aan de hand is. Nou, u heeft volgens mij ook in de uitleg die er ook in deze bijstelling staat gezien dat we vaak na afloop van bepaalde trajecten, dat wij rekeningen toegezonden krijgen. En dan worden we eigenlijk voor een verdrongen feit gesteld. Dus daar waar u ook vraagt van: kunnen we beter aan die voorkant zitten? Dan zien wij die binnen bepaalde taken niet, daar zal mijnheer Christenhusz denk ik zo meteen ook op ingaan. Maar dat is dus ook wel een zorg voor ons. En dat hebben wij ook geuit in een brief die wij ook nog extra hebben toegestuurd, de raadsinformatiebrief. Waarbij wij ook als college hebben gezegd: we willen graag aan die voorkant zitten. We willen kijken: wat kunnen we doen om die tekorten, die we de afgelopen jaren al hebben geïncasseerd, dat we die ook naar de toekomst toe beter kunnen opvangen.

En daar zullen we ook nog met wat concretere voorstellen komen richting die programmabegroting. Dus die komt nog uw kant op. De hand meer op de knip, ja, 32

dat is op sommige onderdelen zeker mogelijk. Maar op andere onderdelen, zoals ik dat net aangaf, ook niet. Dus dat is een hele vervelende situatie. We hebben natuurlijk het geluk dat we vanuit het Rijk nu extra middelen krijgen. Middelen waar we al jaren op zaten te wachten, want we hebben al jaren het geld wat wij voor onze hele gemeente te besteden hebben voor een groot deel in moeten zetten voor het sociaal domein. En dat hebben we met alle liefde gedaan, maar we willen nu ook weer wat meer in gaan zetten voor de rest van onze gemeente. Dus ja, we moeten volgens mij vooral blij zijn dat die middelen er nu komen, maar ook scherp blijven kijken van: wat kunnen we anders doen, zodat we eventuele tekorten weer op kunnen vangen. Dan nog even, even kijken, nog een vraag over die coronamiddelen. Ja, die vraag heeft u tijdens het politiek forum gesteld en ik heb daar ook de toezegging gedaan dat u die voor de programmabegroting krijgt. Dus daar zijn wij druk mee aan de slag en wij verwachten dat wij die ik denk volgende week of de week erna kunnen toezenden. Dus in ieder geval voor de behandeling van de begrotingsbehandeling. Volgens mij waren dat de antwoorden op de vragen richting mij. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat mijnheer Christenhusz nog aan bod komt. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10935196/1