Transcript van de raadsvergadering d.d. 13 november 2024 vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2025
Tekst van het document
En als wij kijken van waar staan we dan nu en wat hebben we gedaan op dit terrein, dan merken we ook dat wij met zoals wij dat ook destijds hebben opgenomen in ons beleid met de sleutelprojecten Stakenbeek, Gravenbeek, maar ook de Lange Straat hebben we prioriteit gegeven aan drie projecten waar we al nou ja al met al 600 woningen gaan realiseren met elkaar. 600 woningen, dat is al meer als de helft van de 1000 woningen die we in onze ambitie hebben genoemd. En het kan ook dan u niet ontgaan zijn als u even toch door Oldenzaal rijdt, fietst, loopt, hoe dan ook, dat wij gewoon heel veel projecten ook inderdaad in ontwikkeling hebben gezien. U hoeft alleen maar naar toch de Stakenbeek fase één te kijken, StakenBeek fase twee die nu in voorbereiding is om woonrijp gemaakt te worden. Dan hebben we het over nog Gravenwijde die is in 2023 opengesteld. Die is al bijna nu op dit moment volgebouwd en de Gravenbeekdeel die wordt nu bouwrijp gemaakt en als u daar ook even langsfietst ziet u ook dat we daar echt wel goede stappen aan het zetten zijn. Dus er gebeurt heel veel in Oldenzaal waar we gewoon in ieder geval de woningen realiseren en ook de woonvormen deels. Dat kunnen woonwagens zijn op dit moment, maar dat kunnen ook de tiny houses zijn. Die krijgen daar ook een plek. Dus al met al zijn wij goed op, nou ja volgens onze planning loopt het allemaal goed.
En als we gaan kijken naar nou ja als u dan nog wat aantallen wil weten van wat hoeveel woningen dan in die afgelopen twee jaar zijn gerealiseerd, sinds 2021 noem ik maar even, dan heb je het al over heel gauw 250 woningen die al gerealiseerd en opgeleverde zijn. Dus al met al, we zitten echt wel goed op schema met betrekking tot onze ambitie die hier gewoon plaatsvindt. De voorzitter: Wethouder, ik heb een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U benoemt nu de kwantiteit, het aantal woningen, maar er schilt nogal wat aan andere wensen in deze stad. Het benoemen van de betaalbaarheid, de doorstroming, de verschillende woonvormen die aandacht behoeven. Daar zien wij op dit moment weinig zicht op een resultaat. Ik wil niet zeggen progressie, want dat kan ik op dit moment niet beoordelen. Ik hoop graag dat u daar ons een antwoord van kon voorzien vandaag. We hebben het hier al meermaals over noabershof gehad. Die willen graag op een andere plek ontwikkelen en dan hoor ik vaak de wethouder ja dat is wellicht een mogelijkheid. Maar ik had graag gezien dat de wethouder dan ook een keer zegt dat zien wij zitten en dat gaan we regelen en daar gaan we ons stinkende best voor doen. Niet dat we dat per se kunnen regelen als dat op een of andere manier niet haalbaar is, zo bedoel ik het ook niet.
Maar dat u de ambitie uitspreekt dat we zoiets gaan regelen. De voorzitter: De wethouder.
De heer Yildirim: Ik snap wat u ook en ik hoor heel goed wat u daar ook zegt, want daarvoor zijn ook de diverse moties over betaalbaarheid, transformatie van kantoorpanden, die zijn allemaal ingediend. Daar hebben we ook deels reactie opgegeven, maar daarin hebben we ook aangegeven dat wij deze moties meenemen in het toekomstige beleid. Want de plannen die ik zoals nu de kwantiteit even ja die zaten al grotendeels in de pijplijn, alleen die moesten nog tot uitvoering komen en daar zijn we dus nu ook mee bezig. De resultaten zien we nu ook verschijnen. De moties, initiatieven die u hier heeft ingediend, ja daarvan snapt u denk ik ook wel dat dat niet vandaag indienen is en morgen al gerealiseerd is. Was het maar zo dat wij dat zo konden doen. Maar ik denk dat u daar ook wel alle begrip voor heeft, dus dat snapt u ook wel hoe dat in elkaar steekt, waar we ook afhankelijk van zijn. Dit doen we niet alleen. Maar als u het echt specifiek heeft over bijvoorbeeld zo'n Knarrenhof of de Noabershof, de gesprekken met die doelgroep maar ook door die groep mensen die hebben we nu ook. Dat loopt ook. Alleen het is in Oldenzaal helaas niet zo eenvoudig om te zeggen van wij hebben zoveel locaties dat we al meteen ook van alleen al hierbij stil moet staan. Nee, wij moeten rekening houden gewoon met alles wat aan ontwikkeling nog verder in Oldenzaal ook plaats moet vinden.
Dus we nemen ze zeker mee. De gesprekken nou net voor de opening van Noabershof heb ik nog zelfs weer persoonlijk nog die gesprekken gaat met de landelijke Knarrenhof. Dus wij zijn echt wel bezig om ook uw genoemde moties, amendementen, allemaal daarin mee te nemen. De voorzitter: Ik ga naar de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Volgens mij is het punt hier ook in de raad, ik geloof echt wel dat u daarmee bezig bent en dat we daar achter schermen hard mee bezig zijn. Maar het is voor ons als raad gewoon onvoldoende zichtbaar op dit moment. En dat gaat niet alleen over Noabershof, maar gaat ook over de betaalbaarheid, de doorstroming, we hebben nog woonwagenbeleid liggen waar heel lang een vervolg aan moet worden gegeven. Dus kunt u ons als raad perspectief geven? Kunt u ons één keer informeren hoe het met verschillende moties en amendementen en initiatiefvoorstellen staat? Want dan hebben wij ook zijn we eventjes weer op de hoogte en dan kunnen we daarna de discussie verder. De voorzitter: De wethouder. De wethouder. De heer Yildirim: Zoals u weet hebben wij ook onze speerpunten als college benoemd en daarvan is één daarvan op woningbouw maar ook de stedelijke ontwikkeling 2050 is opgenomen. Dat is dus op de lange termijn waar we dus willen kijken naar wat er nog mogelijkheden zijn. Daarin nemen wij al die moties ook mee.
Dus we hebben een position paper, we hebben straks nog een omgevingsvisie waar we uitwerking aan gaan geven in het komende jaar. Dus daar wordt u straks meegenomen. Dan zullen we ook informeren van, wat hebben we nou gedaan met de moties? Alleen ik vind het wel jammer om dan van u te horen van dat een aantal dingen nog gewoon niet afgerond zijn. Misschien is die beleving niet goed of wij hebben misschien niet een juiste punt erachter gezet en dat is ook goed om dan daar nog eens naar te kijken. Dat wil ik ook wel graag doen, maar in sommige dingen heb ik wel in ieder geval de beleving dat we dat wel goed hebben afgerond. Alleen dat het dan soms weer terugkomt, ja dat mag ook altijd natuurlijk ook vanuit uw raad komen. De voorzitter: Goed. Ik ga nog een keer terug naar de heer Bouwman en ik heb ook de andere lichtjes gezien, maar ik ga nu eerst naar de heer Bouwman. De heer Bouwman: Even kort, wij geven niet aan dat dingen niet per se afgerond zijn. Want u zegt dat u daar nog mee bezig, dan vertrouw ik daarop. Maar ik zou graag willen dat wij gewoon op korte termijn of via een raadsinfobrief of via een politiek forum bijgepraat worden over hoe het nou precies met alle moties en
initiatiefvoorstellen en de wensen vanuit de raad hoe wat daar de stand van zaken is. Niet over kwantitatieve zin, maar in kwalitatieve zin. De voorzitter: Ik ga nog een keer naar de wethouder en dan ga ik kijken welke andere interrupties er nog meer zijn. De wethouder. De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Ik wil daar nog even naar kijken en ambtelijk ook afstemmen wat we daarop kunnen realiseren. En dan gaat mij even om de tempo, omdat wij toch met de vaststelling van deze ambitie en wat daar nog bij komt om nou ja daar bij u gewoon op terug te komen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het is ik heb net gehoord dat het de dag van de vriendelijkheid is, dus ik wil in ieder geval portefeuillehouder compliment geven over zijn bevlogen verhaal in ieder geval. Het is voor het eerst dat we een portefeuillehouder zien staan die echt met passievol over zijn portefeuille spreekt. Dat vind ik wel mooi om te zien. Tegelijkertijd hebben wij ook het gevoel van onbehagen, wat het toch is op dit dossier, dossier wonen. Hoe verklaart portefeuillehouder dat? Dat hij aantoonbaar zichtbaar succes heeft, maar toch een gevoel van onrust is hier in de raad, waardoor wij ons genoodzaakt voelen om bij wijze van spreken bijna iedere raadsvergadering wel een motie op dit onderwerp in te dienen. De voorzitter: De wethouder.
De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat dat niet alleen hier in Oldenzaal speelt, maar dat dit gewoon een landelijk probleem is. En laten we ook met elkaar goed hiernaar kijken, want dit is echt niet iets van inderdaad de afgelopen jaren, alleen de noodkreet die wordt steeds groter. En dat hoor ik van u ook hè, dus ik hoop dat u ook dan ziet en dat noemt u net ook en daarvoor dank ik u ook, wij doen ons echt stinkende best om dit ook voor alle Oldenzalers in ieder geval goed wonen in Oldenzaal mogelijk te maken. De voorzitter: De heer Mekenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u voorzitter. Is het dan verstandig om daarvan te zeggen van dan gaan we nu een pas op de plaats maken om dan vervolgens een stap rust om dan vervolgens weer drie stappen naar voren te kunnen zetten, zodat we met vol gas vooruit kunnen gaan richting de versnelling op de woningbouwopgave. De voorzitter: De wethouder. De heel Yildirim: Ik denk dat het goed is om ook gezien de motie die vandaag ook hier is ingediend, om goed te kijken naar laaghangend fruit.
Wat kunnen we nog wel versnellen hierin? En wat is er nog wat we dus met pas op de plaats toch rust kunnen gaan bieden? En u deed het net al, volgens mij was uw fractiegenoot dat, een voorstel van ga nou al die moties, initiatiefvoorstellen bij elkaar brengen, ga nou eens goed kijken naar wat willen we nu in het totaal en maak daar een totaalplaatje bij. En daarom daar kom ik daarstraks bij die motie ook op terug, zo wil ik die motie ook gaan lezen. Want we hebben met al die dingen aan visies en programma's die we hebben opgesteld, missen we gewoon op dit moment de capaciteit om dit versneld te doen. U vraagt om versnelling dus dan zou ik dit zo op deze manier willen gaan invullen, maar daar kom ik ook bij de motie zo op terug nog.
De voorzitter: Nog een keer de heer Mekenkamp en dan ga ik door naar de volgende. De heer Mekenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij verwoord portefeuillehouder precies wat ik versta onder pas op de plaats. Even kijken wat nodig is om die versnelling aan te kunnen brengen. Alleen mijn enige vraag die ik dan nog heb aan de portefeuillehouder is, zijn daar middelen voor nodig? Is daar capaciteit voor nodig of kan het binnen de bestaande formatie? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik denk dat ik vanuit ons als college echt wel kan aangeven dat wij hier extra capaciteit voor nodig hebben. De voorzitter: Goed. Dan ga ik nu naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Wij begrijpen ook de noodkreet van de wethouder, want ik denk dat het hem daar inderdaad in zit, dat wij graag aan onze inwoners willen duidelijk maken dat we echt aan het bouwen gaan voor al die mensen waar we het vanavond en in al die andere raadsvergaderingen over hebben gehad. En ik denk dat het goed is dat we daarom ook deze motie nog een keer hebben ingediend en terecht wat de heer Mekelenkamp zegt, het is elke raadsvergadering bijna, maar zo erg leeft het dus. Het is echt wel een van onze speerpunten denk ik bij iedereen hier in de gemeenteraad, dus daarom hebben we ook deze motie ingediend. Dat was geen vraag.
Ik had een vraag eigenlijk naar aanleiding van de opmerking van de wethouder over het Knarrenhof of Noabershof. We hebben al eerder aangegeven het initiatief wat we nu hebben gerealiseerd op het Tij daar wonen veel mensen van buiten Oldenzaal op dit moment, omdat het een landelijk initiatief is geweest dat weten we allemaal. Hoe is het met dit nieuwe initiatief? Wordt dat een Oldenzaalse stichting? Wordt het een ja zeg maar voor de Oldenzaalse doelgroep, zodat we die doorstroming daarmee toch voor een gedeelte, voor een klein deeltje misschien, op gang kunnen brengen? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Wat ik nu ga zeggen, is denk ik ook niet iets nieuws voor u. Want de huidige initiatiefnemers van het Noabershof Knarrenhof hebben al voor een tweede locatie ook bij u aangeklopt, maar dat wil nog niet zeggen dat wij al alleen naar die locatie kijken. Wij kijken juist breder en die inzet heb ik ook geprobeerd om in ieder geval bij hun neer te leggen: kijk alsjeblieft breder met ook de andere doelgroepen erbij en kijk ook wat je kunt doen en wat je voor de Oldenzaalse inwoners kunt gaan betekenen. Inclusief sociaal, inclusief het betaalbare. Dus wij gaan toch wel breder kijken, maar is nog niet zo dat wij concreet al ergens een initiatief hebben of zo.
Maar er zijn wel in ieder geval de gesprekken waar mogelijk locaties hiervoor geschikt zouden kunnen zijn, dat we dan dat gesprek ook meteen met ze oppakken, maar ook natuurlijk bij uw Raad ook terug gaan komen. Uiteindelijk hoor ik heel veel onderdelen van grondprijzen en dat soort dingen. Dan moeten we toch in gezamenlijkheid die gaan oppakken. De voorzitter: Volgens mij een mooi moment om nu naar de heer Van der Waal te gaan, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Er zijn een heleboel moties door de Raad ingediend, vandaag en in het verleden, over wonen. Die moeten allemaal een keer worden uitgevoerd in die nieuwbouwwoningen, eventueel in verbouw van bestaande woningen. Er komt ooit een plan, Gravenweide II, noem ik het maar even. Daar moet een voorontwerp voor worden gemaakt. En hoe mooi zou het zijn als de Raad in dat voorontwerp wordt meegenomen, zodat gecheckt wordt: zijn alle wensen daarin voorzien?
De heer Yildirim: Ja. De heer Van der Waal: Dan zijn we ver voordat we aan het eind bij het kruisje moeten tekenen geïnformeerd en hebben we erover mee kunnen spreken. Kunt u toezeggen dat zo'n plan in een vroeg stadium aan de Raad wordt voorgelegd? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik denk niet dat ik het zo even een twee vanuit de wonenportefeuille moet gaan toezeggen. Dan moet ik toch mijn collega ook even aankijken die over ruimtelijke ordening en grondzaken gaat. Hij gaat daar nog even zo op reageren. U heeft daar ook een duidelijke vraag over gesteld: wanneer starten we dan en wanneer zijn de mogelijkheden? Daar komt mijn collega's op terug. Dus ik hoop dat u nog even geduld kunt opbrengen. De voorzitter: Goed. Dan ga ik nu naar de heer Snijders. De heer Snijders: Mooi. Want ik had een vrij geniaal idee, dat was ik bijna kwijt. Wij hebben bij de begroting al aangegeven: als je nou met KPI’s werkt, dan kunnen wij veel beter zien wat we kunnen verwachten en dan kunnen we ook zien hoe we daarbij zijn. Als we nou bij de hele woningmarkt alle moties bij elkaar optellen en daar eens een plaatje van maken met de Raad ook, want die is duidelijk aan zet, wat nou precies wij krijgen. Zoveel eenpersoons-, zoveel tweepersoons daar allemaal, allemaal wat nu bekend is. Dat is niet heel moeilijk... Ja, dat is wel moeilijk om te maken, maar dat kan wel.
En dan kun je ook zeggen: daar staan we. Want nu is het: er komen duizend woningen, maar wat voor dan? Snap je? Dus dat geef ik dan even mee. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik neem dit ook graag mee. Want de heer Bouwman die gaf net ook al aan: het moet niet alleen om de kwantiteit gaan, maar ook de kwalitatieve aspecten. En dat is wel goed wat u meegeeft, dus dat zullen we ook zeker meenemen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Berger. Is goed, dan ga ik naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel voorzitter. Ik hoorde net de wethouder zeggen, al even een doorkijk geven naar de komende motie. Laaghangend fruit, dat geeft bij mij in mijn hoofd het idee dat de wethouder de motie zou willen aannemen. Maar onze extra capaciteit die nodig is, dat wat u aangeeft, er is extra capaciteit nodig. Waarom hebt u daar dan niet om gevraagd? Dat kan wellicht nu ook voor vertraging hebben gezorgd. Dat is dan jammer. Ik ben nog steeds een voorstander van om de motie die er ligt nu in te trekken en om dan raadsbreed die motie te herschrijven om te kijken hoeveel geld daar aan gehangen wordt. Dat kunnen we dan na de tijd bepalen. En het kan zomaar zijn dat dan twee ton niet eens voldoende is en dat we dan hoger uitkomen. Maar ik wil de Raad ook graag vragen hoe die daarover denkt en het antwoord van de wethouder afwachten. Dank u.
De voorzitter: De wethouder reageert nu. De wethouder. De heer Yildirim: Kijk, de motie en de inhoud van de motie daar gaat u natuurlijk over. Met name de indieners, die moeten dan zo meteen aangeven welke kant ze dan op willen. Maar op uw vraag: waarom heeft u niet eerder geroepen van capaciteit? Wij hebben onze visies vastgesteld, we hebben onze programma’s gemaakt,
wij hebben onze prioritering daarop gebaseerd en wij liggen op schema. Dus alleen de Raad die vraagt nu om versnelling hierin en daarom hebben wij nu extra capaciteit nodig. Dus als wij willen versnellen, hebben wij die extra capaciteit nodig. Maar als wij gewoon onze ambitie zouden volgen, minimaal duizend woningen, liggen we op schema in principe. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dat betekent dus eigenlijk: op dit moment hebt u geen capaciteit nodig als u zich gewoon aan het plan houdt en omdat wij vragen om versnelling heeft u extra capaciteit nodig. Begrijp ik dat zo goed? En als ik dat dan goed begrijp, de vraag om versnelling is al meerdere keren in de Raad gevraagd. Dan had u dus ook al eigenlijk eerder kunnen stellen dat er een capaciteitsprobleem was. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Ik heb ook wel eerder volgens mij in de moties her en der wel benoemd, maar dan wordt het een welles-nietes-kwestie. Misschien moeten we ook gewoon even uitblijven. Maar u vraagt nu om versnelling en wij geven nu aan dat wij die capaciteit nodig hebben. Volgens mij kunnen we beter vooruitkijken dan dat we dus continu terug gaan kijken. De voorzitter: Dan heb ik als volgende de heer Maartens staan, de heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel voorzitter. Ik ga even een klein stukje herhalen.
We hebben gevraagd in onze bijdrage al: creativiteit, innovatie, het leren van anderen, alle moties die er al zijn. Dit is voor mij een soort overall verhaal van: jongens, laten we nu eens een keer gewoon in de volle breedte van die woningenmarkt kijken: wat is er al in dit land, wat kunnen wij daarvan leren, wat kunnen we daarmee doen? Stel daar capaciteit voor beschikbaar die ook die creativiteit en die innovatiedrang die er bestaat in Nederland op kan halen. Dat is wat er volgens mij met de motie bedoeld is. En ik denk dat we niet nu nog een keer die motie moeten uitschrijven. Ik denk dat we gewoon met elkaar moeten zeggen: dit is gewoon nodig om die woningmarkt hier fatsoenlijk op gang te krijgen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Berger, mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Ik ben even van mijn à propos door de inbreng van de heer Maartens. Want dat is toch heel anders dan hoe ik de motie interpreteer. U wilt leren van elders in het land, begrijp ik. Ik denk dat we moeten kunnen leren van de inbreng die wij allemaal als raadsleden hebben gedaan en wat ik dan van de wethouder heb vernomen. Als ik het goed citeer is dat u zich afvraagt: wat willen we nou eigenlijk? Laten we zorgen dat we dat allemaal duidelijk op orde hebben. En hoe ik het heb begrepen, is dat daar geen capaciteit voor is om dat te doen.
Dan vraag ik me af waarom dat niet in het programmabegroting is gezet, dat er dus eigenlijk veel meer mensen aangenomen moeten worden op plan dossier, op dossier Wonen. Dan heb ik nog een vraag. Naar mijn idee zitten wij nog steeds in een wooncrisis, dus ik heb niet het idee dat wij op schema liggen. Wij lopen heel erg achter. Dus waarom was bij de vorige programmabegroting eigenlijk niet al de vraag om hulp? Want dan konden we wel versnellen. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Volgens mij heb ik daar net al antwoord op gegeven. Ja, er is een hoge nood op de woningmarkt. Daar spelen wij op en daar hebben wij onze plannen voor. Tot 2030 hebben wij die ambitie ook
uitgesproken. Ik weet nog ook heel goed hoe het hier in de Raad is gegaan. Daarvoor nog van: is dit niet te ambitieus, halen we deze aantal woningen nog wel? En nu zitten we alweer in de andere fase, van: is dit wel genoeg? En wij gaan een beetje nu juist naar: wij gaan... Wij willen veel meer realiseren dan die duizend woningen. En ja, dit hadden we misschien, als je dat zo aangeeft, in onze begroting kunnen meenemen, was het misschien verstandig geweest, maar die afweging hebben we niet op die manier gemaakt. En zoals ik heb net aangegeven, wij lopen gewoon wel… In die ambitie van duizend woningen lopen we gewoon op schema. De voorzitter: Volgens mij zag ik de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Er zit een wereld van verschil tussen de woorden die de heer Maartens net bezigt over de duiding van de motie en hetgeen wat er daadwerkelijk zwart wit op papier staat. De duiding die daaraan wordt gegeven, daar kunnen wij ons als fractie erg in vinden. Alleen op het moment zoals de motie nu aangenomen wordt zoals die nu staat en hij niet tekstueel wordt aangepast, dan gaan we weer wat daarnaast doen. Zoals wij meermalen hebben gezegd: laten we eerst die pas op de plaats maken, laten we nou eerst kijken van wat moet er allemaal gebeuren, om nog vervolgens drie stappen naar voren te kunnen nemen. En laten we dat alsjeblieft ook als hele Raad gezamenlijk doen.
Zonder weer allemaal losse paddenstoelen en ideeën op te laten poppen. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Oude Engberink, want ik hoorde geen opmerking of vraag richting de wethouder. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Ook bij deze motie geldt dat er heel veel nieuwe input wordt gegeven. Ik hoor ook dat de portefeuillehouder aangeeft dat het van ons allemaal de wens is om te versnellen, maar dat het college dat niet heeft meegenomen in de programmabegroting omdat het college vindt dat ze op koers ligt. En daar is net ook heel vurig uitgelegd wat dat dan in kwantitatieve zin betekent. Met deze motie hebben we ook bedoeld om kwalitatief versnelling te maken en daarvoor hebben we ook in de oproep aangegeven dat we capaciteit willen inzetten voor het verbeteren en realiseren van bouwplannen op de Oldenzaalse woningmarkt. Maar daarmee hebben we impliciet ook bedoeld dat we daarbij de initiatieven die er al in de Raad zijn ingebracht, om die daar integraal ook in mee te nemen en af te wegen. Dus wat onze fractie betreft, hoeven we daarvoor de motie zeker niet in te trekken als het gaat om die versnelling te realiseren. Ik denk dat het goed is om straks tijdens een schorsing ook even te beraden met mede-indiener van hoe we hier vervolgens naar kijken.
Maar op dit moment zie ik dat dit juist een prima aanvulling is in datgene wat we met elkaar willen bereiken in de stad. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie de heer Mekelenkamp nog en dan probeer ik tot een afronding te komen. En de suggestie werd net al gedaan om in de schorsing elkaar nog op te zoeken, mocht er behoefte zijn aan een schorsing. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik denk dat het in ieder geval wel zo fair is als mevrouw Oude Engberink dan ook de rest van de Raad daarbij meeneemt en zeker ook daarbij de dichterlijke vaardigheden van de heer Kramer niet onbelet laat, in ieder geval. Dan toch nog een vraag richting portefeuillehouder, want dat hoort wel bij interruptie. Recent hebben wij de ambitie gesteld op 40.000 inwoners voor Oldenzaal. Edoch de ambitie om 1000 woningen bij te bouwen is gelijk gebleven. Hoe kan dat in die verhouding? Had dan die ambitie van 1000 woningen niet naar 1500, misschien wel 2000 woningen gemoeten en daarbij dus de versnelling uit doen voortkomen? De voorzitter: De wethouder.
De heer Yildirim: Ik wil geen gras voor de voeten wegmaaien, maar ik ga met onze ambitie tot 2030 met de duizend woningen. En de rest laat ik even bij mijn collega die daar met ook andere vragen nog op terug gaat komen. De voorzitter: Bent u tot een afronding? Volgens mij had u nog twee onderwerpen die u nog aan de orde wilde stellen. Ga uw gang, maakt u uw betoog af. De heer Yildirim: Dank u wel. Ik wil wel even toch positief afsluiten op gebied van wonen, dat de verwachting is dat we toch in 2025 en het jaar daarop toch een mooi oogstjaar, ook al is dat misschien toch kwantitatief gaan realiseren op die twee nieuwe wijken in Oldenzaal. Dan heb ik nog de volgende onderwerp, dat zijn toch die warmtetransitie- en de wijkuitvoeringsplannen. Wij hebben met de wijkuitvoeringsplandetail, waar we laatst nog weer een evaluatie over hebben gehad, ervaring opgedaan hoe we bepaalde dingen wel of niet moeten gaan doen. Die ervaringen nemen we mee naar de toekomst toe. Wij vinden belangrijk dat die ervaringen worden meegenomen voor die hele warmtetransitie. En in 2025 zullen we de warmtevisie opnieuw gaan opstellen met een warmteprogramma. Misschien voelt u het al wel van: er komt weer een visie aan, maar dit is gewoon iets wat wij verplicht ook moeten gaan doen.
Dit gaan we ook samen met de NOTgemeenten opstellen en in 2025 worden dan dus de hele warmteprogramma meegenomen en ook de wijken buiten De Thij, inclusief ook De Thij, worden daarin straks meegenomen. Dus dat volgt gewoon in 2025. De voorzitter: De heer Bouwman per interruptie. De heer Bouwman: Dank u wel. We hebben vorige maand, zijn we bij bijgepraat door de kartrekkers van de wijkuitvoeringsplan De Thij. Daarin komt toch wel het beeld naar voren dat het op dit moment ontzettend lastig is om de wijk te verduurzamen. Dat heeft allerlei redenen. Wat in die nieuwe visie die u dan gaat opstellen, wordt dit ook meegenomen? De haalbaarheid, de wenselijkheid en afgezet tegen de kosten en baten en dat soort zaken? De voorzitter: Wethouder. De heer Yildirim: Ja, dat wordt ook zeker meegenomen. Daarom is dit ook als destijds een pilot benoemd om juist ervaring op te doen om voor de warmtevisie straks ook nog verder dingen vast te kunnen leggen. De voorzitter: De heer Van der Waal. Ook op dit thema of mag de wethouder door naar het volgende onderwerp? De heer Van der Waal: Nee, het gaat heel duidelijk over de … De voorzitter: Oké, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Het lijkt me heel duidelijk dat de inwoners goed geïnformeerd moeten zijn om verleid te worden op enige termijn hun woning te verduurzamen. Dat kan niet stel op sprong, om verschillende redenen.
De inwoners moeten daar hun eigen plan op kunnen maken, maar dat plan moet wel aanhaken bij een generieke aanpak binnen een wijk. Dus ik ben zeer benieuwd wat volgend jaar als warmtevisieprogramma op tafel komt te liggen. De voorzitter: Goed. Wethouder, volgens mij hebt u nog één thema.
De heer Yildirim: Ja, dat is even toch een algemene opmerking over participatie, want er worden diverse vragen over gesteld. Ik ga toch wat ik hier eerder al heb gezegd herhalen. We hebben… U heeft als Raad de Oldenzaalse participatieroute vastgesteld. Wat wij hier aan plannen, ontwikkelingen hier in dit huis organiseren, in Oldenzaal, die houden we altijd tegen deze participatieroute tegen het licht. Op die manier kijken we naar wat er wel of niet noodzakelijk is. Alleen we hebben ook in deze begroting een extra post opgenomen voor juist die participatie om dus die hele participatie in de organisatie goed in te bedden. Tot nu toe werd dat er als het ware een beetje bij gedaan en waar wat extra misschien her en der wat capaciteit te vinden was bij Communicatie of misschien bij een project, is dat op die manier ingevuld. Maar in de begroting hebben we nu een extra post meegenomen en daarmee hopen we, ook met gebruikmaking van de participatieroute, dat we daarmee een goede invulling kunnen geven aan de toekomstige participatie van onze inwoners. Dat waren even de onderdelen en dan heb ik nog een aantal vragen die ik zo langs wil lopen. Die waren heel specifiek even, dus vandaar dat ik ze zo ook toch wil beantwoorden. Er was nog een vraag over startersleningen vanuit de Partij van de Arbeid. Wij hadden in de afgelopen periode twee aanmeldingen per maand gemiddeld.
We hebben nu drie aanmeldingen per maand, dus er wordt echt goed gebruik gemaakt. Wij hebben op dit moment nog voldoende budget en als dat niet zo is, het is niet toereikend, dan komen we gewoon bij uw Raad weer terug zoals u dat ook van ons gewend bent. Dus mocht dat nodig zijn, dan hoort u van ons op tijd zodat u daar verder een besluit in kunt gaan nemen. Dan was er nog een vraag vanuit het CDA over de DUMAVA-subsidie verduurzaming van Ganzenmarkt 11. Wij zijn nog niet zo ver in de planvorming, dus vandaar dat die nu nog niet is aangevraagd. Als wij straks in die planvorming zover zijn, zullen we daar natuurlijk ook wel gaan kijken of dat voor ons goed is om die DUMAVA aan te vragen, net als bij elk ander project wat wij hier ook in dit huis doen. De voorzitter: Gaat u gewoon door. De heer Yildirim: GroenLinks had nog even een vraag over zorgmijders. Dat is ook met het idee eigenlijk van: is dit nog iets wat je kunt doen? Deze doelgroep die heet niet voor niks zorgmijders, dus het is een hele moeilijke groep om toch achter die deur, achter die voordeur te komen. Wij zijn nu weer eens aan het kijken naar een invulling van een wijk-GGD en we willen nog kijken of daar misschien nog een plek voor ook deze doelgroep te vinden is en of we daar nog weer toch kunnen aanhaken om ze te kunnen bereiken. Maar dat is nu nog iets te vroeg.
Blijf vooral meedenken, zou ik ook zeggen, met dit soort dingen, want het helpt ons natuurlijk ook. Dat waren de vragen wat mij betreft en anders hoor ik straks in tweede termijn graag terug. Dan heb ik nog een aantal volgens mij moties. Mijn systeem die… De voorzitter: Ik zie een aantal interrupties, wethouder. Zijn die op de moties, amendementen van toepassing of op beide? De heer Van der Waal, u was het eerste, dus ga uw gang. De heer Van der Waal: Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag gesteld over de uitzendingen van Nieuwsuur van 1 september, die heel veelbelovend was. Wij hebben daar als Raad een rectificatie op gekregen. Is die rectificatie ook naar Nieuwsuur gegaan en naar de woonwagengemeenschap in Oldenzaal? Mijn tweede vraag natuurlijk: is misschien de wethouder bezig met een nieuw beleid? De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Wij hebben geen rectificatie richting Nieuwsuur of de woonwagenbewoners gedaan. Wij hebben u uitvoerig op uw aangeven, op uw vragen hebben we uitgebreid geïnformeerd en dat vonden wij voldoende hierin en hebben verder geen actie ondernomen.
De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dit is nou een typisch voorbeeld van gebrek aan participatie. Licht de mensen in in wat er allemaal gebeurt. Er is, begrijp ik, per ongeluk een verkeerd bericht naar Nieuwsuur gestuurd. Dat was een verkeerde woordkeuze, het zij zo. Maar licht dan tenminste de direct belanghebbenden daarover in. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Dan kunnen we denk ik goed meenemen om hier weer over te hebben of dit nou participatie is of dit nu communicatie is, maar die discussie moeten we vanavond hier niet meer gaan voeren. We hebben de achttiende nog, volgende week een politieke avond waarin participatie nog naar voren komt. Laten we daar in ieder geval die inhoudelijke discussie doen. Dat gaat me niet om wat we nog verder op uw vraag van: moet er nog een rectificatie komen. Wij hebben die actie niet ondernomen en vonden dat ook niet noodzakelijk. De voorzitter: Nog een keer de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben van mening dat dat wel heel netjes is richting de burger en ik wil het niet tot een definitiediscussie laten behoren maar gewoon: hoe gaan we met onze burgers om? De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders. De heer Snijders.
De heer Snijders: Ik had niet een expliciete vraag gesteld, maar ik had voorgesteld in mijn betoog om bij preventie - en ik ben wel met de VVD eens, je moet niet overal preventie op plakken - maar er zijn nog wel bepaalde dingen waar wij in ieder geval gevoelsmatig van denken dat dat preventief werkt. Dan ligt vaak de bewijslast, denk ik, bij de vereniging. Want als zij echt hard konden maken dat 10.000 subsidie betekent 200.000 besparing, dan is dat helemaal niet moeilijk om te kiezen voor die subsidie. Nu heb ik voorgesteld, omdat het zo moeilijk is om dat hard te maken - dat zijn de beruchte knopjes – kun je het ook omdraaien. Dus: kan de wethouder hard maken dat de subsidie die bespaard wordt, niet leidt tot wegvallen van preventieve maatregelen en daardoor een hogere druk op sociaal domein? De voorzitter: De wethouder. De heer Snijders: U kijkt een beetje moeilijk. De heer Yildirim: Ja. Ik kijk heel even moeilijk omdat ik hem nog niet even met de beantwoording op de lijn die ik net heb gegeven. Ik kan nog niet plaatsen waar u nu op doelt. Is dat nu die zorgmijders of waar zitten wij? Ik ben u even kwijt. De heer Snijders: O, het is te moeilijk. De voorzitter: Nou heer Snijders, ga uw best doen. De heer Snijders: Toespraken in makkelijke taal moet doen denk ik. Dat is hip tegenwoordig. Nee ik heb… Ja, ik ben soms wat verwarrend, denk ik. Valt mee, nou oké.
Wat ik eigenlijk bedoel: we hebben een bepaalde prev… We hebben een vereniging en daar gaan we van uit: dat werkt preventief. Ze hebben ooit subsidie gekregen, dat is niet zomaar, dat is omdat we daar bepaalde voordelen van zien. Als dat echt preventief werkt,
dan betekent dat, dat er minder mensen in het sociaal domein in de ballenbak, noem ik dat altijd, terechtkomen en geholpen moeten worden. Als je het dan weghaalt, dan komen er weer meer mensen in het sociaal domein terecht. Dan kun je tegen de vereniging zeggen: bewijs maar dat het werkt. Maar ik kan ook tegen degene die de bezuiniging doorvoert, zeggen: bewijs maar dat het niet werkt. Omgekeerd. Dus mijn uitdaging aan… Is dat uitdaging? Mijn vraag aan u: ik daag u uit om aan te tonen dat die preventie, die wij met bezuinigingen dus weg gaan strepen, niet resulteert in een verhoging van de kosten van het sociaal domein. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: Dank voor de uitdaging. Maar u bent eigenlijk nog net iets te vroeg om het aan mij te vragen want mijn collega Christenhusz die gaat zo meteen juist die vragen beantwoorden over: wat doet dit nog met de verenigingen? De voorzitter: Mooi bruggetje? De heer Yildirim: Ja, ik vind het een mooi bruggetje inderdaad naar, even kijken, de moties amendementen. Volgens mij ligt er bij mij een amendement Incidentele ondersteuning Twente FM door D66. Wij hebben als college eerder al ons standpunt hierin bekendgemaakt en die is naar mijn idee ook wel helder.
Alleen ik snap ook wel wat hier leeft inderdaad, dus deze wil ik toch in het midden laten en bij de besluitvorming gewoon bij de Raad laten, want wij hebben al eerder aangegeven wat wij hiervan vinden en in ook samenspraak met de andere NOT-gemeenten. Dan heb ik nog, even kijken, de motie over wonen. Daar heb ik net al volgens mij aangegeven: ik wil hem wel omarmen, maar ik ben even afhankelijk van wat u er straks van gaat vinden. Ik heb hem op deze manier, ik herhaal hem maar even nog zoals ik hem net ook genoemd heb. Ik lees deze meer als: ga zoeken naar de mogelijkheden voor het bundelen van de diverse moties en voorstellen van uw Raad. Kijk gewoon kritisch naar de prioritering en kijk naar extra capaciteit die je dan hiervoor kunt gaan inzetten en gebruik dan deze motie om die versnelling te kunnen gaan realiseren. Zo heb ik hem ingevuld en volgens mij, voorzitter, ben ik erdoorheen. De voorzitter: Ik zie de heer Mekelenkamp. Ik had juist gehoopt dat we het onderwerp wonen achter ons konden laten, dat lukt niet helemaal. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Nee. Voorzitter, helaas nog één laatste afsluitende vraag dan, voor de eerste termijn van deze portefeuillehouder over dit onderwerp. Want zoals u hem nu interpreteert, dan pakken we alleen op wat we nu gedaan hebben. Daar komen dus geen nieuwe ontwikkelingen bij.
Dus dan zou in principe de kamerbewoning of het voorstel wat door het CDA gedaan is, de vragen die door CDA gesteld zijn met betrekking tot samenwonen binnen één huis, die zouden daar dus dan buiten gaan vallen, want dat is nog technisch gezien nog geen aangenomen motie. Dus dat is dan wel heel goed om die duidelijk te hebben. De voorzitter: De wethouder. De heer Yildirim: U heeft gelijk hierin, maar dat laat ik even aan u. Ik heb hem even zo net als motie genoemd, maar weet je, kunt hem beter ook de vragen meenemen, dan heb je naar mijn idee alle kleine dingen die ook tot nu toe die genoemd zijn, heeft u dan meegenomen. De voorzitter: Goed, lijkt mij helder. Dan gaan we nu naar de volgende portefeuillehouder en dat is volgens mij portefeuillehouder Christenhusz. Wethouder Christenhusz.
[Onderbreking] De voorzitter: Goed, als we nog een keer de aandacht van de raadsleden mogen, dan kunnen we verder met wethouder Christenhusz. Moet u nog wel op het knopje drukken. De heer Christenhusz: Dank u wel voorzitter. Ik ga proberen om er iets sneller doorheen te gaan, want de geschatte eindtijd van negen uur die ik gewed had, die gaan we waarschijnlijk toch niet redden met elkaar. Dus ik heb een wetenschap verloren. Er is al heel veel over wonen gegaan. Toch vraagt de PvdA naar de initiatieven met betrekking tot de groei naar 40.000 inwoners. Naar collega Yildirim heeft dat net denk ik heel goed aangegeven. De ambitie tot 2030 dat zijn die 1000 woningen. Wij hebben in het kader van onze position paper 2050 dus een verdere doorkijk willen maken die we ook nodig hadden in het kader van de ruimtelijke ontwikkelstrategie, die we samen met de regio Twente opgesteld hebben. Daar hebben we als Oldenzaal de ambitie uitgesproken om naar 40.000 inwoners te groeien. De position paper staat op 9 december geagendeerd voor het politiek forum en ik denk ook dat op dat moment het zaak is om met elkaar de discussie te voeren: hoe en wat en op welke manier we die 40.000 inwoners willen gaan bereiken. Dat naar aanleiding van de vraag van de PvdA. Dan ga ik even door naar andere inbrengen. SO niet rechtstreeks wat aan mij gevraagd.
Hetzelfde geldt voor de WG, even zien, ik heb het toch maar eens een keer weer uitgedraaid, ziet u. Even kijken. D66. Ook daar kwam woningbouw weer even aan de orde, maar dan meer in het kader van de ruimtelijke plannen. U noemt het volgende mogelijke bouwproject is Gravenbeek II, kan het aan de Raad worden voorgelegd. Collega Yildirim had het daar ook al over. Als u over de Graven Es fietst, loopt of wandelt of rijdt, ziet u dat Gravenbeek aan het eind van dit jaar bouwrijp is. De betekent dat de kaveluitgifte en de woningbouw start in 2025. Aansluitend gaan wij natuurlijk met de planvoorbereiding voor Gravenbeek II aan de gang. Dat doen wij binnen de rol en verantwoordelijkheden die wij als college hebben en die u als Raad heeft. Daar nemen we u natuurlijk ook mee in het kader van het door ons gezamenlijk vastgestelde participatietraject. Ik kan me wel voorstellen dat we aan de voorkant u daarover informeren door middel van de raadsinfobrief en dan kunt u altijd als Raad agenderen of kijken of u die raadsinfobrief wilt agenderen voor behandeling in een politiek forum. De voorzitter: Per interruptie, wethouder, momentje. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik denk goed te horen dat de wethouder niet zegt dat hij het plan hoe dan ook als basisplan aan de Raad voorlegt om te kijken of alle in verschillende moties voorgestelde wensen daarin vervuld zouden worden.
De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: U hebt fantastisch goed geluisterd. Klopt. Dan de vraag ten aanzien van de Franciscusschool en de bouw van de gymzaal. Die hopen wij te agenderen in de raadsvergadering van januari 2025. Dus daar hebben we die vraag ook beantwoord. CDA geen rechtstreekse vraag in mijn richting. Dan de vraag die GroenLinks, de heer Snijders net ook al in de richting van collega Yildirim stelde. Die omgekeerde bewijslast. Dat begint al met: kan de wethouder aantonen dat de 25.000 die hier bezuinigd wordt als bezuiniging ook daadwerkelijk gehaald wordt? Ja, op het moment dat we die bezuiniging inboeken, halen we die 25.000 bezuiniging. Maar waar u denk ik ook naar op zoek bent, dat is naar een directe correlatie tussen bezuinigen op deze twee verenigingen en een spijkerharde garantie dat er dan niet meer beroep op zorg wordt gedaan. Die directe correlatie die is gewoon niet hard te maken. Die spijkerharde garantie die is er niet, krijgt u ook niet van ons. Want er is denk ik niet aan te tonen dat op het moment dat je het project continueert, dat mensen geen beroep op bijvoorbeeld Wmo-dagbesteding doen, want dat kan gewoon, net zo
goed als je hem kunt omdraaien dat op het moment dat het project wel stopt, dat u dan te maken heeft met een toename van Wmo-dagbesteding. Dat noemen we in de zorg ook soms gewoon het noemer autonome groei. En dat is vervelend. Het wil niet zeggen dat we daarmee zeggen dat preventie niet helpt, maar een directe correlatie tussen die twee grootheden, zult u in allerlei onderzoeken zien, is niet aan te tonen. De voorzitter: De heer Snijders, per interruptie. De heer Snijders: Bedankt voor uw antwoord. Ik was bang dat het niet aangekomen was. Maar we hebben in ons masterplan sociaal domein wel gezegd: we steken in op preventie. Hoe weten we dan, om het VVD ook maar tegemoet te komen, dat iets gelabeld is preventie maar helemaal niet werkt, maar iets wel werkt. Is dat dan een gevoel of is dat gewoon een gezicht of is dat haardracht? Hoe moet ik nou gaan zeggen dat die besparing… En dat klopt, als je het nu gewoon eraf haalt, dan heb je 25.000 euro in de zak. Maar dat het niet volgend jaar 50.000 euro in de zak moet omdat in één keer de groei is geweest. Ik kan natuurlijk zeggen tegen u: ik kijk dit jaar wat in sociaal domein omgaat, als het volgend jaar hoger is, heeft u gefaald. Maar dat is niet fair. De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Voorzitter, ik heb volgens mij gezegd: preventie werkt altijd.
Maar u vraagt naar een directe correlatie in uw vragen en die directe correlatie kan ik niet aantonen ten aanzien van die twee grootheden. Dat probeer ik u duidelijk te maken. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Dat snap ik hoor, want dat is waarschijnlijk ook heel moeilijk. Maar ik moet als raadslid, en dan ben ik nog een leek ook nog, want ik ben geen expert in sociaal domein. Ik zie iets voorbijkomen. Ik vind het heel aannemelijk dat dat preventief werkt, omdat het gaat over een groep mensen die heel veel uit zicht zijn. Die hebben we dan heel goedkoop inzicht door een groep mensen die een groot deel vrijwillig doen. En dan schrappen we dat. Daar zeg ik van: dat is geen bezuiniging, dat is een kostenverhoging. Dus heeft u dan misschien voor mij een idee of een handvat hoe ik daar een goede keus kan maken? De voorzitter: De wethouder nog één keertje op dit punt. De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij moeten we oppassen dat we niet de discussie over gaan doen die we bij de kadernota hebben gedaan, waarom het college heeft besloten om deze twee subsidies - want daar duidt u dan heel specifiek op - ook op de lijst van mogelijke bezuinigingen te zetten.
Die discussie ga ik met u niet overdoen, want dan doe ik het volgend jaar bij de behandeling van de kadernota nog een keer en dan komt hij bij wijze van spreken ook nog bij de programmabegroting volgend jaar terug. Dan hebben we hem vier keer gevoerd met elkaar. U vraagt in dit geval… Nee, laat ik hem nog anders een keer insteken. Wij geloven in preventie. Wij hebben als college aangegeven wat de overwegingen waren om toch op deze twee verenigingen te bezuinigen, los van het feit dat we bestuurlijk nog steeds met hen gesprek zijn en u daar ook over terugrapporteren wat die gesprekken opleveren. Maar daar waar u vraagt om de directe correlatie aan te tonen, dat is niet mogelijk en dat heb ik u net proberen uit te leggen. De voorzitter: Ik heb het gevoel dat we nu in herhaling vallen. U komt toch niet bij elkaar in de overtuiging of het nou wel of niet. Maar u krijgt van mij nog één keer en dan wil ik echt door met het volgende thema van de wethouder.
De heer Snijders: Ik wil alleen maar zeggen dat ik er niet continu op terug wil komen, want dan krijgen we die besparing toch niet. De voorzitter: Kijk. Mooie woorden. Wethouder. De heer Christenhusz: Dat is een mooie bewoording. Dan de opmerking ten aanzien van de asielzoekers en de daarbij behorende motie. Nou ik zal u één ding zeggen. Ik ben als wethouder niet bang om een discussie hierover aan te gaan. Dat heb ik in een iets kleiner verband al negen keer gedaan. Ik heb het even geturfd. Dat begon met de noodopvang in De Thij ergens in 2017, in 2018. We zijn de buurten in gegaan om vier keer over een AMV-locatie te openen. Een kleinschalige AMV-locatie, bracht best wel wat onrust met zich mee. We hebben een grotere opvang georganiseerd in Oldenzaal voor Eritrese vrouwen. Ook daar zijn we de buurt in gegaan. We zijn twee keer de buurt in gegaan voor het realiseren van de opvang van Oekraïners en we hebben een keer, ook vrij recentelijk, als college besloten om statushouders op te vangen in De Kroon en ook daar zijn we de gesprekken met onze inwoners aan te gaan. Hier staat geen bange wethouder. Hier staat wel een wethouder die, kijkend naar het politieke klimaat wat er op dit moment in Nederland heerst, ook een stuk realisme heeft. En dat hebben meerdere colleges, dat hebben meerdere besturen op dit moment. Dat hebben ook meerdere raden op dit moment.
Wij hebben toegezegd dat wij met betrekking tot onze taakstelling rondom de Spreidingswet met u het gesprek aan willen gaan in het vierde kwartaal van dit jaar, dat is bijna ten einde, of het eerste kwartaal van volgend jaar. Misschien is het, dat heb ik toen ook al aangegeven, heel goed om dat in het eerste kwartaal van volgend jaar te doen, omdat we dan ook de consequenties zien van het feit wat er in Nederland gebeurt dat gewoon heel veel gemeenten niet voldoen aan die Spreidingswet. Die scenario's willen we in beeld gaan brengen. Ik vind ook dat u die discussie met het college moet afwachten en in die zin ontraadt het college dus ook deze motie ten zeerste. Op moment dat u een raadsmeerderheid krijgt om het anders te doen, zullen wij dat als college gaan uitvoeren. Maar u zult dan echt het politieke debat moeten gaan voeren met uw collega's in deze raadszaal. Het college zegt: ten zeerste ontraden, eerst de discussie voeren over de consequenties van de Spreidingswet en datgene wat wij nu zien in Den Haag. De voorzitter: Ik ga nu naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal heeft een interruptie. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: In Nederland heerst een politieke wind die aangeeft dat de asielinstroom omlaag moet. Daar kan je van vinden wat je wil, dat valt buiten de scope van deze Raad.
Mensen die in Nederland aanwezig zijn, hebben recht, werkelijk een grondrecht, op fatsoenlijk onderdak. Dat krijgen ze op dit moment niet. Ze moeten bij weer en ontij - soms met mooi weer, soms met regenweer, soms is het heel koud - buiten slapen. Waarom kunnen wij daar niet een stukje hulp geven? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Ik heb volgens mij al aangegeven dat hier een realistische wethouder staat, die op een gegeven moment zegt dat datgene wat wij als college hebben besloten, dat we dat terugzien bij veel meer wethouders en bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de migratieketen. We zien het terug bij veel meer raden. Mijn antwoord is volgens mij klip en klaar geweest in de richting van de heer Snijders: u zult een politiek debat erover moeten voeren in deze raadzaal op moment dat u op dit moment wilt gaan proberen om ons als college met een bepaalde opdracht op pad te sturen. En als die motie niet wordt aangenomen, blijft het aanbod staan om in het volgende kwartaal met u daar nader over van gedachten te wisselen. Maar dan ook in de volste breedte, hè? Dus ook op een gegeven moment tot de conclusie komen dat we statushouders moeten opvangen waarbij hetzelfde kabinet zegt dat op het moment… Want dat is dus echt wat de druk zou
kunnen verhelpen uit Ter Apel, ook geen voorrang meer mag worden gegeven bij het toewijzen van woningen in Nederland. Laten we dan maar in de breedte kijken van wat we daar allemaal met elkaar van vinden. De voorzitter: De heer Van der Waal nog een keertje. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Of het nou statushouders zijn extra of asielzoekers, maakt numeriek niet zoveel uit. Met beide zou ik tevreden zijn. Ik wil alleen als opmerking richting de Raad geven dat overal waar een asielzoekerscentrum een jaar of langer gevestigd is, dat mensen het jammer vinden als het asielzoekerscentrum weggaat. Sterker nog, als er een referendum lokaal wordt gehouden, dat de conclusie is dat het asielzoekerscentrum mag blijven. Dus laten we alsjeblieft niet bang zijn voor het neerzetten van een asielzoekerscentrum. Dat geeft wat beginmoeilijkheden, gewenning, noem ik het maar even. Daarna zal de bevolking gerust zijn. De voorzitter: Goed. Ik ga nu naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Het lokaal referendum klinkt me als muziek in de oren, maar daar gaat het hier niet om. Ik hoop dat ik de wethouder op het hart mag drukken, want u heeft het over het college komt bij u terug in de volle breedte. Wij zouden het ook graag in de volle openbaarheid willen bespreken. De voorzitter: De wethouder.
De heer Christenhusz: Voorzitter, daar wil ik wel op reageren. U was niet in de besloten vergadering, maar daar ben ik al tegemoetgekomen aan uw opmerking door te zeggen: dat debat moeten we dan inderdaad ook in de openbaarheid voeren met elkaar. Want ik zag hem van uw kant wel aankomen. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond. Wethouder, bent u tot een afronding gekomen van uw punten? De heer Christenhusz: Wel als het om die motie gaat. Dan heb ik nog één motie waar ik op moet reageren en dat is de motie van de PvdA rondom Vondelpark, om maar eens even zo te benoemen. Sorry, dat is een amendement. Begin ik even met de vraag van SO rondom de historie van het Vondelpark. Ja mijnheer Wammelden, ik nodig u dan echt uit om daar een keer een afspraak over te maken met ook ambtelijke ondersteuning erbij. Want die is begonnen in 2016. Ik zal u even een kleine schets maken. Het plan dat toen gepresenteerd werd, dit werd op een gegeven moment Klein Papendal genoemd, want daar zat een atletiekbaan bij die in de winter een ijsbaan zou kunnen gaan worden. Dus daarmee zijn we ooit eens een keer vertrokken met Vondelpark 1.0. Vondelpark 2.0 is door de huidige initiatiefnemer als StadsID geïntroduceerd ik moet even weer kijken, want ik had hem ergens genoteerd - in begin 2022. Heeft ook diverse keren in deze politieke arena tot een discussie geleid, tot moties geleid die niet zijn aangenomen.
Dus dat is de totale geschiedenis van Vondelpark. Ik kan er een uur met u door die hele tijdslijn heen, maar dat gaan we nu echt niet doen. Anders dan krijg ik de voorzitter op mijn dak. Kijkend naar het amendement, dan kunnen wij als college niet anders dan het amendement ontraden. Gewoon ook omdat het in de lijn zit van de kadernota die ook is vastgesteld. Als u toch, dan kijk ik ook in de richting van de indiener, daar een politieke discussie over wilt, dan missen wij als college toch nog wel een aantal dingen. Want u noemt een bedrag wat u hiervoor beschikbaar wil stellen uit de algemene reserve. Volgens mij hebben wij als college bij de kadernota ook de kapitaallasten hiervoor in beeld gebracht. Want hoe dan ook, dit gaat iets doen met de structurele financiering ook in onze begroting. We hebben de inzet van de ambtelijke capaciteit alleen op dit project in beeld gebracht. Dus daar komt de vraag achterheen dat op het moment dat toch het amendement wordt aangenomen, dat wij wel van u willen weten: wat gaan wij dan niet meer doen? Betekent dan dat mijn
ambtenaar die op dit moment bezig is met de gymzaal van de Franciscusschool, waar ook mevrouw Rödel een heel ontzettend groot belang bij heeft, dat we dat even moeten parkeren. Die keuze moet u echt dan als Raad gaan maken of u moet gewoon een budget erbij gaan zetten om dit te gaan ontwikkelen met elkaar. In de kadernota is ook aangegeven dat er in ieder geval gekeken moet worden naar de meerkosten van beheer en onderhoud, want ook dat zullen structurele lasten zijn die dan op onze begroting gaan drukken. Want hoe je het ook wendt of keert, in welke manier je het beweegpark ook invulling gaat geven, er zal altijd onderhoudskosten aan verbonden gaan worden. En we waren recentelijk als college nog op bezoek bij ons kunstenaarscollectief in de wijk De Thij, waar in het verre verleden heel mooi initiatief ontstond gefinancierd door onze woningcorporatie, maar wel met het idee erbij dat de buurt het park zou moeten gaan onderhouden. Nou ik zou zeggen: ga vooral kijken en zie dan ook of dat daadwerkelijk gelukt is, of dat je op moment dat je daar nu rondkijkt in een woestenij staat te kijken. Nou ik kan de tocht besparen, want wij zagen volgens mij als college gewoon een parkje wat gewoon niet onderhouden is. Dus dat betekent ook dat als je vindt als Raad dat je hierin moet investeren, dan moet er geld bij voor meerkosten, beheer en onderhoud.
Anders dan ben je daar over, ik wil niet zeggen drie, vier jaar, maar dan ben je een aantal jaren verder en dan kom je tot de conclusie dat dat niet goed gerealiseerd is. De voorzitter: Ik hoor dat u langzamerhand naar een punt gaat. De heer Christenhusz: Ik ben klaar. De voorzitter: Goed. Dan ga ik nog even naar de heer Bouwman, want die had nog een interruptie. De heer Bouwman: Op zich ben ik wel geïnteresseerd in die hele geschiedenis, maar niet voor nu. Ik was eigenlijk benieuwd naar het antwoord: het was een StadsID, maar is die ook aangenomen door de Raad? Er is groen licht gegeven door de Raad of niet? Want dat is voor ons nog even een belangrijke overweging om überhaupt... De voorzitter: Dit lijkt me nou net een antwoord voor een ja of nee en dan kunnen we vervolgens weer door. De heer Christenhusz: Het StadsID is geaccordeerd om uit te werken door het college. Dus ja. Op dat moment heeft de Raad gezegd: college kom maar met een uitwerking. En dan nog één, als het mag, voorzitter, opmerking. De voorzitter: Nou echt heel kort, want ik wil wel door. De heer Christenhusz: Het is echt de laatste, dan wandel ik weg. Eigenlijk was toen al de conclusie die we volgens mij met elkaar getrokken hebben dat dit als StadsID te groot was.
Er zat natuurlijk zo'n groot bedrag aan investering achter dat er volgens mij, in mijn beleving, ooit eens een keer gezegd is dat StadsID-en zouden moeten gaan voor ideeën tot maximaal 25.000 euro. De voorzitter: Dit lijkt me een mooi moment voor wethouder Rödel. Mevrouw Rödel, mag ik u uitnodigen? Mevrouw Rödel: Kijk, hij doet het. Bedankt voorzitter. Zal ik even wat samenvatten? Want onze voorzitter heeft een beetje haast, heb ik het idee. Maar ik hoor vier onderwerpen vanuit mijn portefeuille. Dat is namelijk armoede, is aan de orde geweest. IHP, afvalverwerking en de sociale basis, ofwel de integrale toegang. Eigenlijk onderwerpen die allemaal in de nabije toekomst op de agenda komen te staan van uw Raad en u dat ook samen in presidium moet gaan agenderen. Dat hoop ik ook dat u dat doet. Want ook
onderwerpen waar wij elkaar als college maar ook als Raad heel hard bij nodig hebben. Ga ik eerst even naar de Partij van de Arbeid. Die vraagt volgens mij naar een nieuwe meetmethode als het gaat om armoede. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Daar heb ik in deze vergadering niet naar gevraagd. Die stond wel in ons vragenoverzicht, maar die heb ik buiten beschouwing gelaten. Mevrouw Rödel: Oké, heb ik me toch vergist, want ik dacht het al. Maar goed. Samenvattend veranderen wij het beleid dus niet als het gaat om de nieuwe meetmethoden, maar krijgen wij hierdoor wel nieuwe inzichten die wij ook weer meenemen in de uitvoering van ons armoedebeleid. Dus ik ga er nog wel kort op in. Want ook D66 heeft wederom armoede aangekaart. Bedankt voor het vertrouwen. Maar ik wil u op het hart drukken, u als Raad in het algemeen, maar u doet dat ook al steeds als D66: blijf signalen oppikken, want wel de stille armoede is voor mij, maar ook voor ons college, echt een zorgending. Dus mensen die werkzaam zijn met name, dus geld verdienen, maar net overal buiten vallen en geen recht kunnen hebben op bepaalde voorzieningen. Daar hebben wij wel zorg om. Wij kaarten dat aanstaande vrijdag ook aan in het ondernemersontbijt waar wij met werkgevers in gesprek gaan van: gaan jullie ook in gesprek met jullie medewerkers over dit thema? IKT, hebben we het ook aangekaart.
Komt ook op de agenda voor de eerstvolgende bijeenkomst met ondernemers. En ik vraag ook aan u als Raad om dat thema elke keer overal op de agenda te krijgen, want het is gewoon van belang dat wij met elkaar ook die stille armoede in beeld krijgen. Ik wil zelfs graag met u gaan kijken in de toekomst naar het noodfonds wat nog staat. Ik ben nu aan het kijken hoe kunnen wij dat effectiever gaan inzetten met elkaar, want tot nu toe wordt er weinig gebruik van gemaakt. En waar dat aan ligt, wil ik ook nader bezien. Maar ik wil graag bij u terugkomen met: als wij denken van het kan effectief en het zou anders ingezet moeten worden, dan heb ik graag het gesprek met u daarover. Dus dit even nog naar aanleiding van de inbreng van D66. De voorzitter: Ik heb een interruptie, wethouder, van mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Eigenlijk een vraag voorzitter. Want het noodfonds ging voor ondernemers en particulieren. Klopt dat wat ik zeg? O, dichterbij, sorry, mensen op de tribune. De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder het gehoord. Mevrouw Rödel: Ik heb het over het noodfonds wat u destijds zelf heeft gesteld. Dat is een noodfonds geweest van miljoen euro. Daar is nu nog een dikke vier ton van over. Over de rest hebben gezegd: dat wordt weggestreept in die ombuigingen. En dat noodfonds wordt ook weinig aangewend. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Sorry.
Ik was even afgeleid, maar ik was benieuwd of dat vaker door bedrijven werd gevraagd of door de mensen zelf. En daar is dus nog vier ton van over zegt u, dat kunnen we meenemen. Mevrouw Rödel: Ja. Daar is nog maar heel weinig van gebruikt. Ik kan nu niet precies specificeren wie daarop aangevraagd heeft, maar ik heb wel begrepen dat er heel weinig gebruik van is gemaakt. Dus daar ga ik opnieuw naar kijken, kom ik op terug. IHP. Mijn collega heeft al beantwoord als het gaat om de vraag voor de gymzaal bij de Franciscus in januari. Maar het IHP op zich, daar heb ik u als Raad ook bij nodig. Ik heb gezegd: met de herijking van het IHP ga ik met de partijen rond tafel, maar ook graag met u als Raad van: wat wilt u
daar nu in terugzien? Daarvan wil ik u vragen om dat het eerste kwartaal van volgend jaar te gaan plannen. Dan zijn wij wel op het punt dat wij met u als Raad in gesprek kunnen gaan over de herijking van het IHP. Dan D66 was heel scherp op de vergunning van de Franciscus. Heb ik even uit laten zoeken. Er is wel een sloopvergunning. Daar zijn ze op dit moment mee bezig. Er is geconstateerd dat er asbest in het gebouw bestaat. Erger dan verwacht. Daarvan is er een lichte vertraging opgelopen, maar ook de commissie als het gaat om monumentale panden heeft veel vragen vooraf gesteld als het gaat om de renovatie. Vandaar dat er vertraging is gekomen op de vergunning, die overigens wordt aangevraagd door de stichting Konot, want dat is degene die de vergunning aanvraagt. Dus vandaar. Wij doen niks illegaals. Wij zijn bezig met slopen, ook in het bezit van een sloopvergunning. De voorzitter: Wethouder, voordat u verder gaat, zie ik een interruptie van mevrouw Egbers. Mevrouw Egbers. Mevrouw Egbers: Dank u wel voorzitter. U vertelde net dat de gymzaal van de Franciscusschool, daar gaan wij over in debat in januari. Worden dan ook de gymzalen van Twents Carmel College meegenomen? Mevrouw Rödel: Ik neem aan dat ze dat allemaal in dat onderzoek wat u heeft aangevraagd hebben meegenomen. Ja zeker, want dat was juist de vraag. Mevrouw Egbers: Oké, dank u wel.