NIET BEHANDELD 05 Jaarstukken 2023 - Bijlage 1 - Jaarstukken 2023
Tekst van het document
7. Voortgang
In 2022 is door de aandeelhouders van Enexis een nieuw strategisch plan vastgesteld. Daarin wordt gekozen voor focus op kerntaken met drie hoofddoelen: 1. Wij sturen op maatschappelijk optimale energiekeuzes Mede richting geven aan maatschappelijk optimale keuzes voor een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem van de toekomst en een haalbare weg daarnaartoe. 2. Wij bieden iedereen altijd toegang tot energie Voor iedereen een toegankelijke, veilige energie-infrastructuur met behoud van een hoge leveringszekerheid en tegen de laagst mogelijk kosten. 3. Klanten weten wat ze aan ons hebben Transparante, betrouwbare en efficiënte dienstverlening aan klanten en marktpartijen. Deze missie komt voort uit maatschappelijke ontwikkelingen die een materiële impact op Enexis hebben: klimaatverandering & energietransitie; participatie en vertrouwen in instituties (burgers willen meer invloed op hun directe leefomgeving) en digitale transformaties
8. Risico’s en kansen
9. Ontwikkelingen in het afgelopen en komende jaar.
De energietransitie leidt voor Enexis tot een grote investeringsopgave en kapitaalbehoefte, die op lange termijn waarschijnlijk niet door de huidige aandeelhouders kan worden ingevuld. Enexis en haar aandeelhouders zijn in gesprek over de ontwikkelingen en mogelijke maatregelen om te zorgen dat Enexis een financieel solide basis behoudt. Ook het Rijk voert overleg met de regionale netbeheerders en hun aandeelhouders over een eventuele participatie door het Rijk. Op basis van de huidige inzichten is de prognose dat Enexis voor de middellange termijn (huidige reguleringsperiode / tot 2027) aan de vastgesteld ratio's blijft voldoen. Enexis is financieel gezond. Enexis heeft de Standard & Poor's (S&P) rating A+ (Stable outlook) en bij Moody's Aa3 (stable outlook). Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist, Enexis heeft op dit moment meer dan 50% eigen vermogen. Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd middels een overeengekomen streefwaarde van € 100 miljoen voor het jaarlijkse dividend.
Eind 2022 hebben de 3 regionale netbeheerders (Enexis, Alliander en Stedin) en hun aandeelhouders een onderhandelaarsakkoord bereikt met het Rijk over de voorwaarden en het proces voor een toekomstige participatie door het Rijk als de kapitaalbehoefte de mogelijkheden van het bedrijf en de huidige aandeelhouders overstijgt. De AVA heeft in april 2023 ingestemd met het akkoord. De focus van Enexis ligt op de uitvoering van de energietransitie. De verkenningen van netbeheer NL en de individuele netbeheerders geven aan dat de energietransitie een enorme investeringsopgave en daaruit voortvloeiende kapitaalbehoefte tot gevolg heeft. Ontwikkelingen op het gebied van warmte, waanronder het nieuwe wetsvoorstel, zij voor Enexis aanleiding om het strategisch plan op dit onderwerp nader uit te werken. Enexis verwacht in het voorjaar van 2024 dit plan ter vaststelling voor te leggen aan de AVA.
91
Publiek Belang Elektriciteitsproductie 1.Rechtsvorm en Vestigingsplaats 2. Doel
3. Partijen 4. Bestuurlijk belang
Informatie Besloten Vennootschap. Den Bosch. Onderdeel van Essent in 2009 bij de verkoop aan RWE, was het 50% aandeel in N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ), o.a. eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Het bedrijf Delta N.V. (destijds 50% aandeelhouder, nu 70% aandeelhouder) heeft de verkoop van dit bedrijfsonderdeel van Essent aan RWE in 2009 bij de rechter aangevochten. Als consequentie op deze gerechtelijke procedure is in 2009 het 50% belang van Essent in EPZ tijdelijk ondergebracht bij Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (PBE). In 2010 is op gezamenlijk initiatief van de aandeelhouders van PBE en de provincie Zeeland als belangrijkste aandeelhouder van Delta N.V. een bemiddelingstraject gestart om het geschil tussen partijen op te lossen. In 2011 is dit bemiddelingstraject succesvol afgerond. Op 30 september 2011 is, 2 jaar na de verkoop van de aandelen Essent, het 50% belang in EPZ alsnog geleverd aan RWE. PBE is blijven bestaan met een beperkt takenpakket. PBE wikkelt de zaken af die uit de verkoop zijn voortgekomen. Daarnaast is PBE verplichtingen aangegaan in het kader van het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009. Hiermee is een termijn van 8 jaar na verkoop gemoeid.
Na een statutenwijziging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 14 december 2011 is de inrichting van PBE aangepast naar de status van een SPV, vergelijkbaar met o.a. Verkoop Vennootschap B.V. Conform de koopovereenkomst kon RWE tot uiterlijk 30 september 2015 potentiële claims indienen ten laste van het General Escrow Fonds (zie Verkoop Vennootschap B.V.). RWE had op 30 september 2015 geen potentiële claims ingediend m.b.t. verkoop van het 50% belang in EPZ. Het General Escrow Fonds is in juli 2016 geliquideerd en uitgekeerd aan de aandeelhouders. 6 provinciale en 130 gemeentelijke aandeelhouders Het aandeel van de gemeente Oldenzaal bedraagt 0,021 procent.
5. Financieel belang Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV Eigen Vermogen Waarvan reserves Vreemd Vermogen Waarvan voorzieningen Resultaat na belasting Agio / dividend 6. Prestaties – effecten
92
31 dec 2021 € 1.532.074 € 35.252 € 6.925 €0
31 december 2022 €0 €0 €0 €0
€ 37.321
€ 50.000
€0
€ 1.489.259
7. Voortgang
8. Risico’s en kansen
9. Ontwikkelingen in het afgelopen en komende jaar.
Ondanks dat het General Escrow fonds in juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen met betrekking tot het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009 nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan of deze contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden ontbonden. Het doel was dat de vennootschap in 2023 zou kunnen worden opgeheven. verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden ontbonden. Het doel is dat de vennootschap in 2023 (of eerder indien mogelijk) zal kunnen worden opgeheven en de resterende liquide middelen kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang. Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatief gering en beperkt tot de hoogte van het gestort aandelenkapitaal en het resterend werkkapitaal in deze vennootschap. Het doel was op de vennootschap in 2023 op te heffen. De verwachting is dat deze in 2024 zal worden opgeheven
93
Grondbeleid Visie op het grondbeleid Onze visie op het grondbeleid is een voorzichtig actief grondbeleid. Dit beleid gebruikt de gemeente om beleidsdoelen te kunnen realiseren voor de beleidsvelden: wonen ruimtelijke ordening leefbaarheid economie natuur en groen verkeer sociale en maatschappelijke voorzieningen. Hiervoor nam de gemeente in de nota Grondbeleid 2020 de volgende doelstellingen op: 1. Interveniëren op de grondmarkt om het feitelijke ruimtegebruik te laten aansluiten op het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik. Dit interveniëren gebeurt zowel kwantitatief als kwalitatief; 2. Bevordering van de kwaliteit van het ruimtegebruik, evenals de zeggenschap die de burger daarover heeft; 3. Een eerlijke verdeling van kosten en baten die ontstaan door overheidsinterventies. Zoals bestemmingsplanwijzigingen, uitgebreide Wabo procedures en investeringen in de openbare ruimte. Een voorzichtig actief grondbeleid biedt de vrijheid om situationeel te schakelen naar een faciliterend grondbeleid. Of een samenwerkingsvorm te zoeken die het dichtst in de buurt komt van (de voordelen van) een actieve grondpolitiek.
De manier waarop de gemeente haar grondbeleid uitvoert en het beleid voor reserves Bovengenoemde beleidsvelden geven met de structuurvisie en onderliggende beleidsnota’s (Woonvisie, Bedrijventerreinenvisie, e.d.) antwoord op de vragen: welke ontwikkelingen plaatsvinden waar ontwikkelingen plaatsvinden wanneer ontwikkelingen plaatsvinden Het grondbeleid ondersteunt het ruimtelijk beleid van de gemeente. De nota Grondbeleid maakt het mogelijk om deze ruimtelijke doelstellingen te faciliteren. In het grondbeleid staan de instrumenten die de gemeente hiervoor inzet. Strategische voorraad: verwerving en waarderingsgrondslag Verwerving is voor Oldenzaal hét instrument bij uitstek om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten te voeren. Met een eigendomspositie kan de gemeente actief sturen op de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling. Dit alles binnen kwalitatieve en financiële kaders. Het waarderen van grond die de gemeente aankocht op de balans gebeurt tegen de waarde bij huidige bestemming. Hogere aankoopkosten en jaarlijkse rentekosten dekt de gemeente uit de reserve strategische voorraad of de bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. De zo gevormde boekwaarde blijft op dit niveau. Pas 1 à 2 jaar voor de start van de werkzaamheden in het plangebied start de exploitatiefase.
De gemeente maakt vanaf dat moment kosten voor de ontwikkeling (planontwikkeling, bestemmingsplanwijziging enzovoort). Reserve strategische voorraad De reserve strategische voorraad dekt het risico over de voorraad grond die nog niet in exploitatie (productie) is. De omvang van de reserve strategische voorraad stelt de gemeente elk jaar vast. Daarbij houdt zij rekening met de toekomstige ontwikkeling van Oldenzaal. De reserve strategische voorraad is van belang om actieve grondpolitiek ook in de praktijk te brengen. Zij staat garant voor continuïteit en
94
consistentie. En de reserve geeft maximale politieke beleidsvrijheid voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Bouwgrond in exploitatie Voor elk ruimtelijk plan stelt de gemeente een grondexploitatieberekening op. Dit is een financiële doorrekening van de kosten en opbrengsten uitgezet in de tijd. Deze berekening geeft (een financieel) inzicht in het geheel van activiteiten en werkzaamheden voor: verwerving het bouw- en woonrijp maken de uitgifte van gronden Algemene reserve grondexploitatie De algemene reserve grondexploitaties vormt het weerstandsvermogen om algemene risico’s te kunnen opvangen. Het volume onderhanden werk en de omvang van de risico’s begrenst de omvang van deze reserve (zie paragraaf weerstandsvermogen). Om algemene risico’s in beeld te brengen loopt de gemeente de projectenportefeuille door. En stelt zij een risicoparagraaf op. De gemeente berekent de omvang van de risico’s. Vervolgens houdt zij rekening met de kans dat een risico zich voordoet. De risico’s kunnen zich niet allemaal gelijktijdig voordoen. Daarom neemt de gemeente over het resultaat een minimumpercentage en een maximumpercentage. De omvang van de algemene reserve grondbedrijf is minimaal: 1% van het volume aan onderhanden werk; 15% van de omvang van de risicoparagraaf van het Grondbedrijf; en een risicobuffer van € 500.000.
De omvang van de algemene reserve grondbedrijf is maximaal: 2% van het volume onderhanden werk; en 30% van de omvang van de risicoparagraaf. Verliesneming Soms heeft een project (bij de start of tijdens de loop van het project) geen sluitende grondexploitatie. Dan dekt de gemeente het tekort direct af uit de algemene reserve grondexploitatie. Voor (deel)gebieden binnen het Masterplan Oldenzaal Centraal geldt dezelfde handelswijze. Alleen verrekent de gemeente de resultaten met de speciale bestemmingsreserve Oldenzaal Centraal. Resultaatneming Soms sluit de gemeente een grondexploitatie af met een positief resultaat. Dit resultaat brengt de gemeente dan naar de algemene reserve grondexploitatie of de reserve Oldenzaal Centraal. Ditzelfde geldt voor tussentijdse winstnemingen. Voor (tussentijdse) winstneming geldt de ‘percentage of completion’ methode (POC). De gemeente neemt naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst: wanneer de gemeente kosten maakte; en opbrengsten realiseerde; en voldoende geld in de grondexploitatie resteert voor het afdekken van risico’s in het project. Reserve Oldenzaal Centraal (OC) De reserve Oldenzaal Centraal vormde de gemeente voor het herinrichten van de stationsomgeving. Het is een omvangrijk stadsvernieuwingsproject met een substantieel financieel tekort.
Daarom vormde de gemeente een aparte reserve zodat realisatie mogelijk wordt. De reserve Oldenzaal Centraal voedt de gemeente met maximaal € 2 miljoen per jaar. Alleen als en voor zover het bedrijfsresultaat en de ondergrens van de algemene reserve dit toelaten. Om ongebreidelde reservevorming te voorkomen stelde de gemeente een plafond vast. Dit plafond ligt in 2023 op € 6,5 miljoen vrij besteedbaar. De stand van de Reserve Oldenzaal Centraal bevindt zich bij deze jaarrekening 95
boven het plafond. Afdracht uit de Reserve Oldenzaal Centraal vindt plaats op basis van het Cascademodel. Planontwikkeling van het gebied aan de noordzijde van het spoor resteert nog. Dit gaat over het gebied van het Landreben tot de parkeervoorzieningen bij het station. Daarnaast kunnen zich bij de realisatie van de ontwikkeling aan de zuidzijde van het spoor nog tegenvallers voordoen. Voor deze beide situaties kan de gemeente de reserve Oldenzaal Centraal inzetten. Reserve Jufferbeek Noord (JN) In de kadernota 2022 besloot de gemeenteraad om geld in de bestemmingsreserve strategische voorraad te reserveren. Met dit geld kan de gemeente starten met verwerven van grond in het gebied “Ontmoeten en verbinden”. Op deze wijze kan de gemeente ook deze locatie actief ontwikkelen. Daarnaast kan de gemeente met dit geld overgaan tot gelegenheidsaankopen in overige delen van het plangebied. De gemeente stelt een werkkapitaal van € 500.000 per jaar beschikbaar. Dit zet de gemeente in voor: strategische grondaankopen; optimalisatie van (verkeer en water) voorzieningen; bijdragen in gewenste/noodzakelijke verhuizingen van bewoners etc. In 2023 zat € 2.335.000 in deze reserve. Bij deze jaarrekening wordt daar € 500.000 aan toegevoegd na bestemming van het resultaat. Voordat de realisatie van een fase start, dekt de gemeente eventuele tekorten van die fase volledig af.
Cascademodel Voor de schematische voorstelling van de geldstromen binnen het grondbedrijf geldt het cascademodel. Verevening kosten/opbrengsten binnen de exploitatie Overschotten van een exploitatie dragen bij aan onrendabele toppen van andere exploitaties (via reserves) Treffen van voorzieningen en vorming van reserves voorzienbare exploitatietekorten, tegenvallers en risico's Vorming van de (vrij besteedbare) algemene reserve voor het opvangen van algemene, onvoorziene bedrijfsrisico's tot de minimale omvang Toevoeging aan de bestemmingsreserve Fonds Stadsuitleg Vorming van reserve voor strategisch belangrijke verwervingen Vorming van reserve voor Oldenzaal Centraal Aanvulling van de (vrij besteedbare) algemene reserve, bedoeld voor algemene, onvoorziene bedrijfsrisico's tot de maximale omvang van de algemene reserve Aan de algemene reserve van het concern bij eigen vermogen boven de afgesproken waarden t.o.v. het volume in het grondbedrijf (let wel: bij tekorten is de algemene dienst gehouden bij te storten!)
Voorzieningen De voorziening nazorg afgesloten grondexploitatiecomplexen De gemeente sluit grondexploitaties af in de jaarrekening, wanneer: 96
de gemeente alle grond verkocht; en goed overziet welke werken de gemeente nog moet uitvoeren. Voor de nog uit te voeren werken hevelt de gemeente budget over naar het grondexploitatiecomplex “nog af te werken exploitaties”. Vennootschapsbelasting (VpB) De gemeente is vennootschapsbelastingplichtig: voor activiteiten waarin zij deelneemt aan het economisch verkeer; en waarbij zij zich als fiscale onderneming opstelt. Over de fiscale winst betaalt de gemeente belasting. De grondexploitatie activiteiten zijn Vpb-plichtig. Nieuwe grondexploitatiecomplexen brengt de gemeente fiscaal in met een taxatie van de marktconforme waarde. Landelijk bestaat er discussie of dat de meest geëigende manier is. In de algemene risicoreserve neemt de gemeente dit risico mee. De markt voor bouwgrond De vraag naar bouwgrond bleef het afgelopen jaar groot. Daarnaast stegen de kosten voor initiatiefnemers: De hypotheekrente steeg opnieuw. De bouwkosten bleven hoog door de grote vraag naar bouwgrond en de oorlog in Oekraïne. Daarnaast zijn door allerlei ontwikkelingen meer onderzoeken nodig, denk bijvoorbeeld aan stikstof. In enkele gevallen was dit voor initiatiefnemers reden om de plannen aan te passen of om geopteerde kavels aan de gemeente terug te geven.
Markt voor woningbouwkavels Het afgelopen jaar zette de gemeente ook weer in op versnelling van de ontwikkeling van woningbouwlocaties. Door in de planning 3 grotere woningbouwlocaties te versnellen wil de gemeente tegemoetkomen aan de vraag naar bouwgrond. Door de genoemde ontwikkelingen houdt de gemeente rekening met een risico van een dalende marktvraag. Daarmee wordt het noodzakelijk om plannen in fases te ontwikkelen. Markt voor bedrijfskavels De kwetsbaarheid van de verknoopte wereldeconomie en mondiale productieketens zijn nu regelmatig erg duidelijk. Sommige bedrijven gaan structureel grotere voorraden aanhouden om uitvalrisico in de toekomst te beperken. Dit leidt tot een groeiende vraag naar ruimte voor opslag/logistiek. Tegelijkertijd zagen we in de afgelopen jaren dat bedrijven meer onzekerheid hebben door de bovengenoemde stijging van (bouw)kosten. Daarnaast speelt voor bedrijven netcongestie een belangrijke rol in de afweging om al dan niet uit te breiden of ergens nieuw te vestigen. Dit werd de afgelopen jaren duidelijk door een deel van de geopteerde kavels dat op het bedrijventerrein werd teruggegeven. De behoefte blijft dus groot maar niet iedereen kan zich meer vestigen op de meest gewenste locatie door bovengenoemde ontwikkelingen. De bedrijfskavels in Jufferbeek Zuid komen in het tweede kwartaal van 2024 opnieuw in de verkoop.
Selectie van gegadigden vindt plaats op basis van selectiecriteria. Risicomaatregelen grondbedrijf Oldenzaal De effecten van een crisis op de woningmarkt worden pas na enige vertraging zichtbaar. Op dit moment is de behoefte aan woningen in Oldenzaal nog onverminderd groot. Gefaseerde woningbouw beperkt het risico. Daarnaast is er op dit moment veel belangstelling voor bedrijfskavels op bedrijventerrein Jufferbeek Zuid. Maar zorgen bovengenoemde ontwikkelingen ook voor meer onzekerheid over het moment van afname van de kavels. De gemeente gaf de meest courante kavels inmiddels uit. De verkaveling van het bedrijventerrein maakt dat nieuwe bedrijfsvestigingen zich soms wat meer naar de situatie moeten plooien.
97
Bijvoorbeeld door een hogere prijs voor een zichtlocatie te betalen en aan hogere beeldkwaliteitseisen te moeten voldoen. De woningmarkt of de behoefte aan bedrijfskavels kan zich nadelig ontwikkelen. De gemeente merkt dat dan vooral bij de grondexploitatiecomplexen waarvoor nog veel werk uitgevoerd en bouwgrond verkocht moet worden: Bedrijventerrein Jufferbeek Zuid Oldenzaal Centraal Stakenbeek 2e fase Saasvelderlaan/Kaltersweide. De gemeente houdt in alle complexen rekening met project specifieke risico’s. Maar vanwege de hoge boekwaarde wordt specifiek in bovengenoemde complexen rekening gehouden met vertraging in de uitgifte door netcongestie, de hoeveelheid woningbouwkavels die op de markt komt en de grote oppervlakte van de kavels in het geval van Kaltersweide. Door de vertraging stijgen ook nog te maken kosten. Daarnaast bevat de algemene reserve grondbedrijf een bedrag voor markt- en conjunctuurrisico’s. Met deze laatste risicopost vangt de gemeente ook risico’s aan de opbrengstenkant op. Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de bouwgrond in exploitatie Per grondexploitatiecomplex raamt de gemeente kosten en/of opbrengsten voor de looptijd van het project. Deze ramingen deelt de gemeente op in jaren. Soms maakt de gemeente in een jaar meer kosten dan begroot. Dan resteren minder kosten voor de volgende jaren.
En andersom geldt hetzelf-de wanneer de gemeente minder kosten maakt dan begroot. En ditzelfde geldt voor de opbrengsten-kant. Vanaf 1-1-2024 bedragen de nog te maken kosten voor de complexen bouwgrond in exploitatie (op basis van de exploitatieopzetten 2023) € 22.503.000. De opbrengsten bedragen € 28.528.000. Naar verwachting kan in de totale complexen nog een resultaat worden behaald van € 7.636.000. Het verschil is de boekwaarde (de gerealiseerde kosten en opbrengsten) met de verplichtingen in de grondexploitatiecomplexen. Gerealiseerde en verwachte resultaten van de bouwgrond in exploitatie Boekwaarde 1-1-2023: - € 525.164 Boekwaarde 31-12-2023: - € 1.620.699 Opbrengsten
Kosten 28%
3%
2% 1% 9% 75%
23%
23%
6%
11%
4% 3% 46% Gerealiseerde kosten tot 2023 Gerealiseerde kosten in 2023 Nog te maken kosten Verwerving Bouw- en woonrijp maken Resultaat Project specifieke risico's Overig
98
5% 2% 4% 1%
0% 0%
Gerealiseerde verkopen tot 2023 Gerealiseerde bijdragen en subsidies tot 2023 Gerealiseerde opbrengsten in 2023 Nog te verkopen gronden Bedrijfsgrond toplocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond zichtlocaties (incl. in optie) Bedrijfsgrond reguliere kavels (incl. in optie) Kantoorkavels Grondgebonden woningbouwkavels Gestapelde woningbouw Maatschappelijke voorzieningen Nog te ontvangen bijdragen