4a Transcriptverslag vergadering 26 juni 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 26 juni 2023
Aanvang 18.00 uur Aanwezig:
de heer P.G. Welman, voorzitter
de dames:
R. Berger, N. Nevels-ter Brake, E.G. Nijendijk, P.J.H. Oude Engberink-Weideveld en M.J. Seijger
de heren:
J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, Y.B. Liebrand, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland, H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar, R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim de heer J.H. Brokers, griffier de heer R.G.H. Christenhusz, wethouder mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder
Afwezig:
mevrouw J.M. Egbers
Algemeen 1. Opening De voorzitter: Goed. Goedenavond allemaal. Het is zes uur, dus ik wil beginnen zoals ook op de agenda vermeld staat. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Ik heb een agenda voor mij liggen. U hopelijk ook en kan die op uw instemming rekenen? We hebben overigens één bericht van verhindering en dat is mevrouw Egbers, zoals u ziet. Voor de rest zijn alle raadsleden, 22 in totaal, aanwezig. Maar dan weer terug naar de agenda. Kan deze agenda op uw instemming rekenen? Ik kijk voor de zekerheid nog even naar links naar de VVD. Want ik begreep dat de VVD nog een verzoek had. Maar ik kijk even of dat klopt. De heer Mekelenkamp: Bij nader inzien laten we hem zo staan, voorzitter. De voorzitter: Dat betekent dat u de motie met betrekking tot uniforme kades windbeleid aan het eind van deze vergadering aan de orde wilt stellen. Hij staat ook als zodanig opgeladen en ik ga ervanuit dat de raad daarmee in kan stemmen. Dat is het geval. Dan gaan we uit van deze agenda.
-1-
3. Vragenuur De voorzitter: Dan kom ik bij het vragenuur. Ik hoop niet dat we dat nodig zijn. Maar allereerst heb ik opgeladen staan, de vragen van de WG met betrekking tot de integrale laadvisie. Ik denk dat de heer Yildirim daarvoor het woord wil voeren. Mag ik uitnodigen om vanaf het spreekgestoelte uw vragen aan het college te stellen. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. 23 mei jongstleden hebben wij kennisgenomen van de integrale laadvisie. Wij zijn blij dat de gemeente Oldenzaal het gebruik van elektrische auto's faciliteert. Door het plaatsen van meer openbare elektrische laadpalen, krijgen inwoners zonder een eigen oprit ook de mogelijkheid om een elektrische auto dichtbij huis op te laden. In de laadvisie wordt beschreven dat maximaal gebruik van privé laadinfrastructuur de voorkeur heeft om het aantal laadpalen in de openbare ruimte te beperken. Dit begrijpen wij en dit ondersteunen wij ook. Helaas missen wij door de manier van opladen in twee groepen te verdelen, openbaar bij een laadpaal of privé op een eigen oprit, een grote groep. De integrale laadvisie zou in het oog van WG Oldenzaal dus beter gepasseerde laadvisie kunnen heten. In Oldenzaal zijn heel veel woningen zonder een eigen oprit, maar wel met een openbare parkeerplaats voor een huis, afgezonderd door een trottoir. Bij een aantal van jullie ook wel bekend als de stoep.
Dit trottoir vormt een belemmering voor kabels. Met creatieve oplossingen, zoals kabelgoottegels of een laadkabel zwenkarm, zouden veel Oldenzalers zonder eigen oprit ook veilig een elektrische auto kunnen opladen. Dit scheelt ook aanzienlijk in het aantal benodigde publieke laadpalen. Wij hebben van inwoners signalen ontvangen dat laden over de stoep niet is toegestaan volgens de gemeente. Maar dat er alleen bij klachten gehandhaafd zal worden. Een echte integrale laadvisie zou hier helderheid over moeten bieden. Hierover zien we echter niets terug in de huidige integrale laadvisie. Het lijkt ons dan ook goed dat inwoners duidelijkheid krijgen over het laden van elektrische auto's over een trottoirs. We hebben dan ook de volgende vragen aan de wethouder. Is de wethouder bekend met creatieve oplossingen voor het laden van elektrische auto's, zoals kabelgoottegels en laadkabel zwenkarmen? Hoe kijkt de wethouder naar deze creatieve oplossingen? Waarom zijn genoemde oplossingen over de stoep niet meegenomen in de laadvisie? Kan de wethouder inwoners duidelijkheid bieden met betrekking tot het laden over een stoep? Is de wethouder bekend met proeven met creatieve oplossingen in andere gemeenten? Bijvoorbeeld de proef met kabelgoottegels in Enschede.
Zo nee, is de wethouder bereid contact te zoeken met de gemeente die de proeven uitvoeren? Indien de proefresultaten positief zijn, is de wethouder bereid om beleid op te stellen voor het opladen van elektrische auto’s over het trottoir met behulp van creatieve oplossingen? Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij was dat uw eerste bijdrage, of niet? Inderdaad. Mag ik dan de wethouder uitnodigen om namens het college te reageren? Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. De integrale laadvisie. Mooie vragen die u heeft gesteld en dan kunnen we daar meteen wat aandacht aan besteden. Ja, wij zijn bekend met wat creatieve oplossingen en we vinden het ook heel mooi dat als er nieuwe technieken ontstaan, zoals elektrische auto's, dat mensen dan ook creatief gaan zoeken naar oplossingen. Dat is nu eenmaal onze samenleving en zo gaan we daar met elkaar mee om. Als overheid zijn wij er natuurlijk voor alle inwoners en moeten wij er ook voor zorgen dat alle inwoners veilig en netjes over trottoirs en dergelijke kunnen lopen. Dat is ook de reden waarom wij vooralsnog zeggen, dat is niet mogelijk. Wat wij wel weten, is dat Enschede een pilot doet. Daar wordt ook op gestuurd, ook vanuit bijvoorbeeld een provincie die ook ons kaders meegeeft van, doe het niet en als je het doet, doe het dan middels een pilot.
Dan kun je goed toetsen van, is dit wel of niet gewenst. Dus dat volgen wij op de voet. Vervolgens vraagt u, waarom zijn die nu niet meegenomen in de laadvisie? We zetten ons nu vooral -2-
in op die openbare laadpunten in de openbare ruimte. Dat is heel bewust en daar gaan we onze tijd en energie inzetten. Dat vinden we belangrijk dat dat aantal toeneemt. Als je dus te maken hebt met laadkabels die je over het trottoir trekt, dan moet je daar ook regels voor bedenken. Dan moet je ook met inwoners in gesprek hoe ze dat gaan doen. Het betekent ook dat op het moment dat je een kabelgoot aanlegt, dat eigenlijk die plek ook wel min of meer, voor die bewoner dan, een beetje gereserveerd wordt. Zo voelt die bewoner dat in ieder geval wel. Dus ook daar moet je afspraken over maken. Al met al gaat dat ook veel tijd kosten en willen wij die tijd liever inzetten om juist die openbare laadpalen maximaal in te gaan zetten. Dus wij blijven kijken naar Enschede. Wat wij ook, want ik had zelf ook het idee van, kunnen we dat niet opnemen, maar het is toch ook belangrijk dat wij onze inwoners wijzen op de aansprakelijkheid die daarmee ook gepaard gaat. Dus op een moment dat wij zeggen in een laadvisie, u mag dat en er is een ongeval en iemand heeft blijvend letsel en die gaat een inwoner aansprakelijk stellen, dan vind ik ook dat wij daar zorgvuldig mee om moeten gaan en daarover moeten nadenken van, willen wij die aansprakelijkheid bij onze inwoners neerleggen. Vinden wij dan dat dat wenselijk is? Dus dat even over waarom staat het er niet in.
Kan de wethouder duidelijkheid bieden met betrekken tot laden over een stoep? Ja. Dat mag niet. We moeten zorgen dat de trottoirs toegankelijk zijn en op het moment dat daar klachten over komen, dan zullen wij ook handhavend op moeten treden. Zijn we bekend met die proeven? Ja, dat zijn wij en ja, op een moment dat die proeven positief blijken te zijn, dan zijn wij ook bereid om het beleid daar eventueel op aan te passen. Tot zover de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Yildirim of er vanuit zijn kant nog aanvullende vragen zijn naar aanleiding van de beantwoording. De heer Yildirim? De heer Yildirim: De vragen zijn voldoende beantwoord. Dank u wel. De Voorzitter: Ik kijk nog even rond of er wellicht vanuit andere raadsleden behoefte is aan vragen op dit onderwerp. Niet het geval. Dank u wel, wethouder. Dan ga ik naar het tweede deel van dit agendapunt. Dat betreft vragen van zowel de WG als het CDA met betrekking tot bewegwijzering. Ik zie volgens mij de heer Winkelhuis klaar zitten en opstaan om deze kant op te komen en de vragen te stellen. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Vorige week dinsdag waren een aantal raads- en forumleden aanwezig bij een bijeenkomst van de StadsNoabers. In totaal waren er zo'n veertig ondernemers, vastgoedeigenaren en winkeliers verzameld.
Dat hebben we een aantal jaren geleden wel eens anders meegemaakt. Nu is er één gezamenlijke organisatie. Dat is een hele positieve ontwikkeling. Het is supermooi te zien dat de verschillende partijen binnen StadsNoabers elkaar steeds beter weten te vinden en met elkaar aan tafel zitten. Maar ondanks dat StadsNoabers op papier een fantastisch initiatief is en ondanks deze mooie ontwikkeling, merkten we afgelopen dinsdag dat we er nog niet zijn. We hopen echt dat nog meer ondernemers, vastgoedeigenaren, horeca en andere partijen zich actief aansluiten en vanuit het gezamenlijk belang de schouders zetten onder een aantrekkelijke binnenstad. Er waren die avond een aantal sprekers, waaronder ook een onderneemster uit Hengelo. Zij nam ons mee terug naar 2017. De binnenstad van Hengelo lag toen volledig op zijn of haar gat. Geen samenwerking en de gemeente leek onzichtbaar. Met een klein clubje enthousiastelingen zijn ze toen begonnen om de neuzen dezelfde kant uit te krijgen. Nu zes jaar later kunnen we het resultaat zien van die neuzen dezelfde kant op, ontmoeten en samenwerken. Zij gaf ook aan dat de druk in Hengelo toen enorm hoog was en onder druk wordt alles vloeibaar. In Oldenzaal is die druk een stuk minder. Hier gaat gelukkig al veel goed, maar het kan dus uiteraard beter. Dat gaven we net al aan. Dat bleek ook uit de discussie en de bijdrages van de aanwezigen.
Daarnaast is er dringend behoefte aan zichtbaar resultaat en beter structureel -3-
overleg. Men vraagt zich bijvoorbeeld af waarom de aanpak van de bewegwijzering in de binnenstad zo lang moet duren. Een van de grote wensen van de StadsNoabers. Daarnaast lijkt het erop dat door de personele wisselingen in het ambtelijk apparaat de contacten moeizamer verlopen. De bijeenkomsten van de StadsNoabers zijn één keer in de zes weken en de wethouder schuift gemiddeld jaarlijks drie keer aan. De heer Wagelaar van het CDA en ikzelf zaten naast elkaar bij die bijeenkomst en we besloten ter plekke dat we samen de volgende vragen aan het college zouden gaan stellen in het vragenuurtje. Dit zijn ze. Wanneer wordt de aanpak van de bewegwijzering opgepakt? Hoe ziet en ervaart de wethouder de samenwerking binnen StadsNoabers en de rol van de gemeente hierin? De laatste vraag, welke kansen ziet de wethouder vanuit de gemeente om die rol te verbeteren? Is de wethouder bijvoorbeeld bereid, dit kalenderjaar aan te schuiven bij ieder regulier overleg één keer in de zes weken van de StadsNoabers, tot het moment dat zaken gestroomlijnder lopen? Namens de heer Wagelaar ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de wethouder. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter.
Allereerst wanneer wordt de bewegwijzering opgepakt? Ik denk dat het goed is om te zeggen dat de StadsNoabers een actieprogramma heeft samengesteld en dat hebben ze met alle partners binnen de StadsNoabers gedaan. Daarin hebben ze aangegeven wat zij prioriteit 1 geven, wat zij prioriteit 2 geven en prioriteit 3. Het aanpakken van de bewegwijzering in de binnenstad heeft prioriteit 2 gekregen. Dus ik denk dat het ook belangrijk is, dat de leden van de StadsNoabers dat goed terugkoppelen aan hun achterban. Dat zij ook zeggen, wij hebben zaken die we belangrijker vinden dan dit en dat betekent dus ook dat het soms wat langer kan duren. Want wij gaan dus allereerst bezig, als dan de taak voor de gemeente is, met prioriteiten die één hebben gekregen, gaan we aan de slag. Daarna gaan wij verder met de andere prioriteiten. Dus de bewegwijzering heeft niet als hoogste prioriteit. Gaan wij dus ook nu niet de meeste capaciteit voor inzetten, dus het kan nog even duren. Het komt omdat de StadsNoabers gezamenlijk hebben bepaald dat dat het actieprogramma is. Dus dat is ook goed voor hen dat ze dat met hun achterban delen. Dan, hoe ervaren we nou die samenwerking? Want we hebben natuurlijk eigenlijk StadsNoabers 2.0 opgezet. We werkten al met de StadsNoabers, maar dat hebben we iets anders vormgegeven.
Ik denk dat we wel kunnen zeggen dat we flinke stappen de afgelopen twee jaar hebben gezet, maar we zijn er ook nog niet en ik denk dat we daarover een jaar misschien ook nog wel niet zijn, want het is iets wat constant in beweging blijft. We hebben binnenkort een tussentijdse evaluatie, waarin we ook gaan kijken naar hoe loopt het nou? Moeten we misschien nog een partij erbij aan laten schuiven? Wat ik merk, is dat ik vaak hoor dat men veel naar de gemeente kijkt, terwijl ik denk dat het vooral iets is wat we echt gezamenlijk moeten doen. Dus dat zijn zaken, daar gaan we het over hebben. Dat heb je natuurlijk ook gehoord bij wat Hengelo te vertellen had. Daar werd het echt gezamenlijk opgepakt van onderop en hier zijn we al een paar jaar op deze manier bezig en hebben we dat geprofessionaliseerd en doen we het ook gezamenlijk, maar toch wordt er nog vaak naar de gemeente gekeken van, dit is ons wensenlijstje en gaat u maar aan de slag. Terwijl wij van mening zijn dat het echt iets is wat we samen moeten doen. Dus dat. Dan de laatste. Daar vraagt u ook, ziet u ook nog kansen om dat te verbeteren vanuit de gemeente? U benoemt dat er wat wisselingen zijn geweest. Ja. Eigenlijk valt wel mee wat er aan wisselingen zijn geweest, maar ik kan me voorstellen dat … We hadden eerst een procesmanager binnenstad. Die is vorig jaar vertrokken.
Er is een nieuwe gestart, dat dat mogelijk wel even wat wennen is voor iedereen. Maar volgens mij vallen die wisselingen wel mee. Ook ter verduidelijking is denk ik ook goed om aan te geven dat als wethouder zit ik zelf niet bij de StadsNoabers en daar is ook bewust voor gekozen. Wij hebben daar twee ambtenaren zitten en die vertegenwoordigen de gemeente. Dus die brengen daar zaken en die halen ook taken op die dan weer hier intern verdeeld moeten worden. Ik denk dat u ook niet mijn rol moet overschatten, dat ik dat niet beter kan dan de ambtenaren die daar zitten. Ik hoor ook heel goed -4-
wat daar speelt, want ik heb daar gewoon terugkoppeling van. Van de ambtenaren, maar ook van een SOBO of van de horeca of van Oldenzaal Promotie. Dus ik spreek die mensen en daar hoor ik wel terug wat er gebeurt. Maar ik denk juist dat het belangrijk is dat het daar ligt, bij die leden van de StadsNoabers, die zijn uiteindelijk degenen die dit moeten gaan doen. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat we ook een goede evaluatie zullen hebben en dat we daar weer wat verbeterpunten uit op gaan halen en dat toe gaan passen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even richting de heer Winkelhuis of er vanuit zijn kant nog aanvullende vragen zijn. De heer Winkelhuis: Wat mij betreft niet, maar wellicht collega Wagelaar. De Voorzitter: Daar kijk ik ook even naar en dan hebben ook de andere leden nog de gelegenheid, mocht dat het geval zijn. De heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Ik heb nog één vraag aan de wethouder. Dank voor de beantwoording. Dat gaat even over de contacten met de procesmanager en de binnenstadsmanager. Die zijn nu drie keer per jaar. Ziet u nog kansen in om dat te intensiveren? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. Vanuit de VVD, de heer Visscher. De heer Visscher: Voorzitter. Eén vraag en opmerking. Mijn vraag, wat staat er dan op één? En opmerking, ik denk … Dan richt ik me eigenlijk tot de raad.
Ik denk dat wij als raad over de positie van StadsNoabers nog een keer iets moeten organiseren, iets moeten opzetten. Want kijk, staatsrechtelijk hebben ze geen positie, maar we laten wel heel veel aan ze over. Wat ligt bij hun, wat ligt bij het college, wat ligt bij de raad? Dus ik denk dat wij daar als raad een keer iets over moeten vinden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog de heer Bouwman en dan ga ik langzamerhand richting de wethouder. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Even een algemene opmerking. We hebben op 6 maart het rapport van de rekenkamer besproken. Daarin heeft de rekenkamer een aantal conclusies en aanbevelingen aan onze raad gegeven over de rol van ons als gemeente in de samenwerking met de StadsNoabers. Dan hebben met name de VVD en de WG hebben destijds geamendeerd om de conclusies en aanbevelingen slechts voor kennisgeving aan te nemen. Dus ik vraag me even af, met name richting de vragensteller, of ze daar nu op terugkomen? De voorzitter: Ik snap dat u dat wilt doen, maar daar is het vragenuurtje echt niet voor bedoeld. Het vragenuurtje nogmaals, maar ik val in herhaling heb ik de indruk, dat het vragenuurtje echt alleen maar bedoeld is om vragen richting de wethouder of het college. Ik heb daar nu even wat ruimte voor geboden, maar het is niet de bedoeling om nu met elkaar een gesprek over de binnenstad te voeren.
Dus het is een vraag en antwoord richting het college. Ik kijk nog even rond of er vanuit de raadsleden en ik zie de heer Lulofs. De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik zat me net te bedenken. Ik wil me wel mengen in deze discussie, maar komende woensdag hebben we presidium, dus laten we daar agenderen. De voorzitter: Ik zag de griffier ook al schrijven, dus dat komt vast goed. Nog anderen? Zo niet, dan ga ik naar de wethouder. Wethouder. -5-
Mevrouw Zinkweg: Volgens mij hoef ik dan maar één vraag te beantwoorden en dat is inderdaad de frequentie. De procesmanager binnenstad die zit dus als lid bij de StadsNoabers samen met de ambtelijke opdrachtgever. Dat is in dit geval de domeinmanager. Dus die hebben geregeld contact. Die heeft trouwens ook wekelijks contact met onze Promotie, met de heer Van den Biggelaar. Dus die contacten die zijn er veel veelvuldig. Op het moment dat er iets is, waarbij de StadsNoabers mij bijvoorbeeld vraagt van, wilt u daar eens bij zijn, wethouder? Ja, dan ben ik daar zeker toe bereid. Dus dat wil ik wel. Alleen ik denk dat het belangrijk is dat we dat juist bij hen laten en niet dat ik daar bestuurlijk iedere keer bij zit. De voorzitter: Wethouder, volgens mij had u nog een vraag van de VVD. Wat is prioriteit 1? Mevrouw Zinkweg: Ja, toch wel inderdaad. Ik heb inderdaad een aantal zaken. Ik noem dan even zomaar iets. Dat is de online vindbaarheid verbeteren, verbeteren van het parkeren en het realiseren van een openbaar invalidentoilet. Dat zijn zaken die in ieder geval door de StadsNoabers prio 1 hebben gekregen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Daarmee kom ik aan het eind van dit onderdeel van de agenda. 4. Vaststellen notulen van de vergadering van 22 mei 2023 De voorzitter: Daarmee ga ik naar agendapunt 4 en dat betreft de notulen van 22 mei, de vergadering.
Vanuit de heer Yildirim, wethouder, is al aangegeven dat de naam niet juist gespeld was. Dus dat zullen we zeker aanpassen en voor een volgende keer meenemen. Dus dat komt vast en zeker goed. Bij deze genoteerd. Ik kijk even rond of er vanuit anderen nog op- of aanmerkingen zijn. Dat is niet het geval. Dan worden ze bij deze, met inachtneming van de opmerking van zojuist, aangenomen. 5. Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan ga ik naar 5. Dat is het vaststellen van de lijst ingekomen stukken. Ik heb begrepen dat daar toch een aantal opmerkingen zijn. Dus ik ga het rijtje langs. A. Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen (zie link naar lijst van ingekomen stukken) De voorzitter: Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen. Daar heeft zich niemand gemeld. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond of dat juist is. Dat is juist. B. Vragen volgens art. 4.7 van het Reglement van orde voor de raad 2018 De voorzitter: Dan ga ik naar het vragen volgens artikel 4.7 van het Reglement van orde voor de raad 2018. Ik dacht dat de VVD daar een opmerking bij wilde maken. Dus de heer Mekelenkamp. Klopt dat? De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u, voorzitter. Eigenlijk één korte bondige vraag. Er wordt gesproken over de verduurzamingslening, dat daar een plan gaat komen, dat hij uitgewerkt gaat worden.
Onze enige vraag is van, wanneer kunnen we dat plan ongeveer gaan verwachten? De voorzitter: Het college. De heer Yildirim.
-6-
De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben wij nog besproken, volgens onze planning zal dat september, oktober zo zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk … Nog niet? Dan ga ik daarmee nog even rondkijken voor de zekerheid. Dan worden ze verder aangenomen. C. Raadsinfobrieven De voorzitter: Dan ga ik naar de raadsinfobrieven. Dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, raadsinfobrieven, onderdeel C en dan gaat het omtrent brief nummer 2, raadsinfobrief impact netcapaciteit. Wij zouden hier graag een forum voor willen aanvragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat nemen we uiteraard mee. We hebben deze week toevallig presidium, dus dan kunnen we meteen kijken of we hem in kunnen plannen en wanneer. Dus dan gaat hij mee in het presidium. Dus dat gaat gebeuren. Ik kijk even rond of er nog andere … De heer Lulofs. De heer Lulofs: Ik wou reageren op de raadsinfobrief inzake economisch beleid. Oldenzaal is een echte MKB-stad en een onderzoek is een zeer goed initiatief. Maar als fractie van de PvdA zijn we wel heel benieuwd naar de onderzoeksvragen die het college dan meegeeft aan een dergelijk bureau.
Is hier al over nagedacht? Wordt er ook een duidelijke scheiding aangebracht in binnenstad ondernemers en overige ondernemers en maakt u ook een onderscheid tussen dienstverlenende ondernemers en maakindustrie? Graag zouden wij als PvdA in een dergelijk onderzoek een antwoord willen hebben op het groeipotentieel wat plaatselijke ondernemers nog zien hier in de regio. Dat heeft dan met name te maken met goed opgeleide werknemers voor hun. Want dat was ook een van de argumenten die onlangs is gebruikt bij de donutfabriek. Die zei van, we gaan een andere richting zoeken. De voorzitter: Ik snap hem. Dank u wel. De wethouder, de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Dat laatste zullen we zeker, zeg maar, in dit beleid mee gaan nemen. Zal daar ook een positie krijgen. Daar waar u vraagt van, richt u zich ook, zeg maar, op de binnenstad, daar hebben we heel specifiek gezegd. Daar hebben al een detailhandelsvisie vastgesteld. Dus laten we dat onderdeel, zeg maar, nu buiten beschouwing laten, dus dat valt buiten de scope van het economisch beleid zoals we dat nu straks gaan opvoeren en gaan maken. De voorzitter: En de vraag? Want volgens mij had de heer Lulofs ook de vragen die ten grondslag liggen aan het onderzoek en die meegenomen in het onderzoek. Kunt u daar nog iets over zeggen? De heer Christenhusz: Ik zal zorgen dat die met u gedeeld worden.
De voorzitter: Mooi, dank u wel. Nog anderen? Zo niet, dan bij deze. Dank u wel. D. Stukken ter afdoening in handen van college te stellen (5) De voorzitter: Dan ga ik naar het volgende. Dat zijn stukken ter afdoening in handen van het college te stellen. Niet? Dank u wel. Bij deze afgehandeld. E. Stukken in handen van presidium te stellen (1) -7-
De voorzitter: Dan stukken in handen van het presidium te stellen. Daar gaat u ook mee akkoord. Akkoord. F. Stukken om preadvies in handen van het college te stellen (2) De voorzitter: Tot slot. Stukken om preadvies in handen van het college te stellen. Ook dat volgt u. Dank u wel. Bij deze afgesproken. B(espreek)-voorstellen 6. Voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Steenstraat 44 De voorzitter: Dan kom ik bij het eerste bespreekpunt, voorstel, zo moet ik het zeggen, wat op de agenda staat. Dat betreft het bespreekvoorstel tot ongewijzigd vaststellen of eigenlijk het betreft het voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Steenstraat 44. Er heeft één fractie bij het politiek forum aangegeven dit als een bespreekstuk te zien en dat is D66. Dus de heer Van der Waal. Mag ik u uitnodigen om hier te komen staan, want u heeft volgens mij ook een amendement in uw achterzak, dus ga uw gang. Aan u het woord. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank wel. Voor ons ligt een bestemmingsplan voor de Steenstraat 44, een verbouwing van een kantoorpand naar een woning, waarin beschreven staat de verbouwing van, dat zei ik net, van een bestaand kantoorgebouw naar een wat groter woongebouw. In principe is onze D66 fractie heel enthousiast over deze ontwikkeling. Vorm en gebouw passen mooi in het straatbeeld.
Tot zover zijn we met het college heel enthousiast. Echter lijkt het college slechts te kijken naar de schoonheid van het nieuwe gebouw, maar in onze ogen wat te weinig naar de invloed van het gewijzigde gebouw op de omwonenden. In een stad, dus ook in Oldenzaal, mag men verwachten dat in een onbestaande bouw extra en/of grotere gebouwen worden gebouwd. Met name wanneer dit extra woonruimte creëert, is D66 hier enthousiast over. Echter mag in de ogen van D66 de gezondheid van reeds gevestigde bewoners en de duurzaamheid van bestaande gebouwen niet negatief worden beïnvloed. In de ogen van D66 is dit met onderliggend plan wel het geval. D66 zou dan ook graag zien dat het plan zodanig wordt aangepast, dat de hoeveelheid zonuren in elk jaargetijde op de gevel van omwonenden niet beneden de drie uren per dag komt. Uiteraard berekend bij een onbewolkte hemel. Dit in overeenstemming met de TNO-norm, zoals genoemd in de beoordeling van het college van punt 3, bij Zienswijze 3. Hiermee wordt de gevel drooggehouden en hebben de inwoners daglicht in hun kamer. Hiertoe hebben wij een amendement en dat houdt in dat het bestemmingsplan wordt goedgekeurd zoals het is, met dien verstande dat aan de regels wordt toegevoegd dat de vorm van het gebouw niet … Sorry, we moeten even letterlijk lezen.
De vorm van het gebouw mag de hoeveelheid zon bij onbewolkte hemel op de gevel van de aangrenzende panden, gelegen aan Op den Koen, niet verminderen tot minder dan drie uren op één dag op enige dag van het jaar. Deze beperking geldt onverkort bij toegestane afwijkingen, zoals elders in deze regels worden benoemd. Daarmee verwijs ik dan even voor het gemak naar die 10-procent regels voor afmetingen en hoogte. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een aantal interrupties. Ik ga bij de heer Nijland beginnen. De heer Nijland. De heer Nijland: Bedankt, voorzitter. Even los van … Ik ben ten eerste benieuwd of de heer Maartens een bepaalde zongarantie af kan geven, gedurende het jaar en ten tweede ben ik benieuwd naar de
-8-
motivatie, want hij had het begrip gezondheid aan. We zijn even benieuwd waar dat op is gebaseerd, de gezondheid, aangaande deze verbouwing. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Het is overigens de heer Van der Waal. De heer Nijland: Dat had ik in mijn hoofd, maar het kwam niet uit mijn mond. De voorzitter: Dat hebben we allemaal wel een keer. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Het is bekend dat een duistere omgeving op de geestelijke gezondheid van mensen een negatieve invloed kan hebben als dat niet aanwezig is. Er worden lichttherapieën voorgeschreven, die mensen die aan een winterdepressie leiden en een vermindering van het zonlicht door schaduwwerking kan hier zeker van invloed zijn. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik het rijtje langs. De heer Bouwman. De heer Bouwman: k heb één opmerking, één vraag. De opmerking betreft het amendement zelf. Want als deze het onverhoopt haalt, dan klopt hij technisch gezien niet helemaal. Want u geeft aan dat we hem te wijzigen in ongewijzigde bestemming zullen vast te stellen. Maar we gaan hem naar gewijzigd vaststellen. Dus ter overweging.
Ten tweede in verlengde van de vraag van de VVD, u geeft aan dat het de gezondheid zou schaden, maar u heeft de aanwijzingen voor op basis van de tekeningen en de ligging van de omliggende woningen? Dat dat inderdaad zo is en waar voldoet het dan exact niet aan? Dat vroegen wij ons even af. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. Bij de beoordeling van het bestemmingsplan was niet een bezonningsberekening, schets, wat dan ook, bijgevoegd. Dat is in de zienswijze genoemd. Daarna is er met slechts tekeningen wat schetsen gegeven voor de schaduwwerking van de gebouwen in de verschillende seizoenen. Die is als bijlage in ieder geval bij het forum bijgevoegd en daar is te zien dat de schaduw op de woning, op de bestaande woningen behoorlijk is. Het college verwijst naar een TNO-norm, waarbij ze zeggen dat het geen wettelijke norm is. Maar ik vraag me af of we ons alleen maar aan de wet als minimum moeten houden of dat we ook moeten kijken naar redelijke omstandigheden. Daar wordt aangegeven dat ten opzichte van de genoemde norm er minder zonlicht op de gevels gaat komen dan in die norm staat. De voorzitter: De heer Bouwman nog een keer. De heer Bouman.
De heer Bouwman: Misschien moet ik die vraag niet aan u stellen, maar welke gevolgen zou dat dan in uw ogen hebben als we duidelijk hebben wat u bedoelt? Het is misschien een beetje kromme vraag, maar ik hoop dat u het snapt. De voorzitter: Dat gaan we merken. De heer Van de Waal. De heer Van der Waal: Het eerste kan zijn, dat heb ik bij mijnheer Nijland al … Mijnheer Geert ja, mijnheer Nijland klopt. Al benoemd. Het is voor een mens belang, ook in het winterseizoen, licht om zich heen te hebben. Dus zonlicht is daar een gratis variant van, mits beschikbaar. Voor de gevel kan het gunstig zijn om warmte van de zon te krijgen, om op die manier droog gehouden te worden.
-9-
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik … U had nog een … Ga uw gang, dan ben ik te snel. Ga uw gang. De heer Van der Waal: Ik realiseer me dat ik op het eerste deel van de vraag of de formulering correct is, nog geen antwoord heb gegeven. Ik heb een voorstel met bedoeling, zoals ongeveer hier staat, aan de griffie gestuurd. Die heeft de tekst daarvoor aangepast en het is zeker de bedoeling dat de regels … Het bestemmingsplan wordt goedgekeurd met dien verstande. Dus wat mij betreft kunnen de woorden, de regels vast te stellen, bij punt 3, zoals het in het amendement staat, worden weggenomen. Ik weet niet of de griffie dat ook zal adviseren. De voorzitter: We zullen zo dadelijk de griffier aan het woord laten als u daarmee instemt, dan kan hij daar meteen een toelichting op geven. Dan ga ik naar de heer Snijders, want die had ik ook gezien. De heer Snijders. De heer Snijders: Misschien komt beslissing aanpassen helemaal niet nodig. U heeft een norm genoemd en u stelt in uw eigen stuk drie uur. Waar komt die drie uur vandaan? Waarom is het niet vier uur, waarom niet twee uur? Dat is vraag één. Wat zou er gebeuren in Oldenzaal als we alle gebouwen gaan toetsen op die norm van drie uur? Wat moeten we dan slopen of wie geven we dan voordeel? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Waar de norm van drie uur vandaan komt? Ik heb geen idee.
Het is een norm die al bestaat vanaf 1960. Dus sinds die tijd is er geen aanpassing aan deze norm geweest. Of er andere gebouwen zijn die minder dan drie uur zonlicht krijgen in de winter weet ik niet. Ik concentreer me hier op dit bestemmingsplan, wat nu aan de orde ligt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Snijders. De heer Snijders: Een kleine toevoeging. Want in feite als we dat niet altijd zo toetsen met drie uur, dan stellen we hier dus een soort van voorkeurspositie. Dat zou niet fair zijn naar de rest van Oldenzaal, denk ik. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Van der Waal daar nog op wil reageren. Dan heeft hij die gelegenheid. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben hier niet bezig met een voorkeurpositie, maar met een verbetering van de beoordeling van in ieder geval dit bestemmingsplan en ik hoop dat het in enige toekomst op dezelfde manier beoordeeld gaat worden. Wat in het verleden is gebeurd, kan ik op dit moment vanaf hier niets aan doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er nog andere raadsleden zijn die reactie willen geven of interrumperen bedoel ik. Niet? Dan dank ik de heer Van de Waal. Wellicht goed dat vanuit de griffie, onze griffier de heer Brokers, nog een reactie komt op de vraag, opmerking met betrekking tot de tekst van het amendement. De heer Brokers. De heer Brokers: Dank u wel, voorzitter.
Het betrof inderdaad de tekst van het amendement. Het dictum in uw voorstel 2 is gelijk te blijven en 3 gaat over de regels. Daar is de wijziging van de heer Van der Waal, zoals die hem nu voorstelt, de regels vast te stellen met dien verstande, dat aan de regels wordt toegevoegd. Dus bij punt 3 wordt toegevoegd, 2.2 blijft gelijk. Zo staat het nu -10-
opgenomen en volgens mij is dat een juiste formulering. Los even van uw besluitvorming zo meteen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Van de kant vanuit het college een hele korte toelichting. Het is in ieder geval goed te vernemen dat D66 dit ook een heel mooi plan vindt. Dus dat delen we volgens mij met elkaar. Ik kan alleen maar citeren, zeg maar, uit de zienswijze en onze reactie daarop. Het plan, zoals nu voorligt, heeft de nieuwbouw alleen in de maand december, wanneer de stand van de zon op zijn laagste is, een half uur op de dag een negatief effect op de bezonning. Wij zijn van mening als college dat het geen onevenredige verslechtering is. Men heeft mij ambtelijk verzekerd dat dat half uur valt tussen elf en twee en daarna, zeg maar, is het effect ook weg. Als je dat dan mee laat wegen, nogmaals blijft het college van het standpunt, dat dit plan geen onevenredige verslechtering van de bezonning op de pencelen aan de Westwal met zich meebrengt. Daarmee ontraadt het college het amendement van D66. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ik kijk even rond. Ik zie in ieder geval de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik wilde eigenlijk alleen even een stemverklaring afgeven. De voorzitter: Dat mag. Ga u gang.
De heer Bouwman: We hebben er heel even over getwijfeld, maar we kiezen toch de uitleg van het college als zijn afdoende voor ons. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er nog anderen zijn in het tweede termijn. Mag ook een stemverklaring, hebben we dat ook meteen gedaan. Niet? Dan breng ik eerst het amendement in stemming. Met andere woorden ik beëindig de beraadslagingen. Het amendement van D66, zoals zo net toegelicht. Wie is voor dat amendement? Met volle overtuiging zag ik de heer Van de Waal van D66. Daarmee is het amendement verworpen. Dan breng ik het ongewijzigde voorstel in stemming. Wie is voor dit voorstel. Allen aanwezig, dus 22 raadsleden voor. Dank u wel. Daarmee is het aangenomen. 7. Zonneveldenbeleid Noordoost-Twente De voorzitter: Dat betekent dat ik naar agendapunt 7 ga. Dat betreft het Zonneveldenbeleid Noordoost-Twente. Wellicht overbodig, maar ik noem het dan toch maar even. Wat wij voor hebben liggen, is het gewijzigde voorstel. Gewijzigd naar aanleiding van het Politiek Forum. Dat is ook opgeladen. Dat ziet u ook in de stukken. Dat is wat nu voorligt. Wellicht overbodig, maar toch goed om dat nog even nadrukkelijk te benoemen. Ik heb gezien dat alle aanwezige fracties het als bespreekstuk hebben aangegeven. Dus dat wil ik dan ook graag doen. Ik begin bij het CDA. Wie mag ik het woord geven? De heer Gelevert.
De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. Het Zonneveldenbeleid dat een aantal jaren geleden is vastgesteld, is achterhaald en we er zijn blij mee dat dit nu wordt herzien. We begrijpen aan de ene kant ook de druk die het college voelt om als Oldenzaal ook ons steentje bij te dragen in NOTverband. Aan de andere kant laten we onszelf ook niet voor de gek houden. Het college roept dat we 20 hectare aan zonnevelden gaan aanleggen, die voor 1 januari 2025 dan ook verleend moeten zijn. Dat terwijl in de afgelopen vijf jaar tot nu toe één hectare gerealiseerd is. Terwijl de gemeente daar -11-
zelf ook weinig invloed op heeft, terwijl het netwerk dat op dit moment ook niet aankan en terwijl er geen duidelijk zicht is of en wanneer dat die netwerkcapaciteit wordt opgelost. We zijn er daarom ook niet voor zo'n expliciete doelstelling van 20 hectare vast te leggen. Daarnaast vinden we dat op het grote geheel gezien ons totale, nationale belastinggeld veel beter kan worden besteed, dan het subsidiëren van anders onrendabele zonnevelden, waarvan het netwerk de energie niet kwijt kan. Waarvan mogelijkerwijs dan 50 procent van de gesubsidieerde winsten, ook nog na niet lokale partijen zouden kunnen wegvloeien. Laat staan dat dit ook nog op kostbare landbouwgrond zou worden toegestaan, zoals het college voorstelt om die doelstelling te kunnen halen in NoordoostTwente. Dit willen we niet en we steunen daarom het amendement dat wordt ingediend door de VVD en PvdA, dat straks nog ter sprake komt. Waar we wel voor pleiten is een proactieve inzet vanuit de gemeente om bedrijven te stimuleren na te denken over het aanleggen van zonnepanelen op grote daken. Dat we daar wel alle energie in steken, die we als gemeente ook kunnen. Daarnaast vragen we het college op zich meer te focussen op het warmte vraagstuk dat tot nu toe nog amper aan bod gekomen is in de RES en te kijken waar Oldenzaal in Noordoost-Twente op dat gebied kan bijdragen.
We vinden dat we met zijn allen eerlijk onder ogen moeten durven zien en ook moeten durven uit te spreken dat grootschalige zonnevelden en torenhoge windturbines niet de beste besteding zijn van onze algehele, schaarse middelen om op deze manier duurzame energie op te wekken in het Noordoost-Twente gebied. Maar we kunnen wel meer doen aan het besparen van energiegebruik en ook op het gebied van duurzame warmteopwekking liggen kansen. Daarnaast kunnen we ook al een heel eind komen met kleinschaligere oplossingen. Die ook worden gerealiseerd, maar die voor de rest niet meetellen. Eén van die oplossingen wordt ook straks door de VVD nog ingediend en daar kunnen we straks ook mee instemmen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar … U heeft een interruptie. Ik zie de heer Snijders. De heer Snijders voor de heer Gelevert. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb wel een vraag. Ik snap dat alle verandering moeilijk is en dat dat weerstand oproept. Maar als u, zeg maar, zonnevelden en dat soort dingen een beetje tegenhoudt als het ware, want dat proef ik hier een beetje uit. Dan gaan we langer met fossiele brandstof verder. Wat vindt het CDA daarvan. Dat wordt ook gesubsidieerd. De voorzitter: De heer Gelevert.
De heer Gelevert: Ik denk dat, zeg maar, landelijk gezien beter is dat er een echt een top down benadering plaatsvindt van, zeg maar, mogelijkheden voor kernenergie, mogelijkheden voor op zee, mogelijkheden waar echt geschikte gebieden zijn in Nederland voor zonnevelden en windenergie. En Noordoost-Twente is niet het meest geschikte gebied daarvoor. Dat betekent niet dat we tegen zonnevelden zijn of tegen windmolens op land maar in Noordoost-Twente en in Oldenzaal is dat niet de meest efficiënte plek. Daarom denk ik dat we op andere manieren moeten kijken hoe we aan die doelstelling komen. De voorzitter: De heer Snijders nog een keertje. De heer Snijders. De heer Snijders: U legt het voor. Is dat toch niet een beetje not in my backyard-principe? Komt hier niet zo goed uit, maar doe maar ergens anders. Maar wij gaan wel gebruiken. De voorzitter: De heer Gelevert.
-12-
De heer Gelevert: Ik denk dat het gaat om het volgende. Als uiteindelijk blijkt dat het echt niet anders kan dat hier bepaalde dingen moeten gebeuren en er is echt de noodzaak toe die ook aangetoond wordt. Dat is op dit moment niet zo. Dan vinden we daarnaast dat je dan ook moet kijken dat je volledig de lasten en lusten op lokaal niveau houdt. Dat is in dit geval dan ook niet zo. De voorzitter: De heer Van de Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. De doelstelling is om in 2030, ik herhaal 2030, 55 procent minder CO2 uit te stoten. Dat gaat door tot 95 à 100 procent in 2050. Dus als we in 2030 overal niet klaar zijn, gaat het proces van bezuiniging op CO2 steeds door. U geeft aan, het wordt al moeilijk om vergunningen voor 2025 te geven en dus zijn we niet op tijd klaar. Enerzijds zou je kunnen denken, kunnen die procedures niet wel versneld worden? Anderzijds als we een maand al aan zijn, zijn in 2030 ook een maand te laat. Ik heb het liever drie maanden te vroeg dan een maand te laat. Maar het is absoluut noodzakelijk om CO2 te besparen. U hebt het over de bezetting van landbouwgrond voor zonnepanelen, dat vindt u zonde van landbouwgrond. Zit een argument in. Kijkt u op dezelfde manier daarnaar als wanneer op het moment dat een industrieel gebouw op een weiland wordt neergezet? Dat is een open vraag.
U hebt het over kernenergie en verwacht u, hoe dan ook, dat kernenergie geplaatst kan worden voor 2030? Ik vermoed zelf van niet. Dat heeft met ontwikkelingstijden te maken. Hoe is uw mening daarover? De voorzitter: Ga uw gang. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Ik kan op al dat soort dingen gaan uitweiden, maar volgens mij zijn we hier voor een herziening van het Zonneveldenbeleid. Dit soort vragen komen straks als we over de rest gaan praten, komen dit soort vraagstukken meer aan de orde. Ik denk dat het nu niet relevant is. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik heb slechts opmerkingen op basis van de inhoud van uw voordracht. De voorzitter: De heer Gelevert. De heer Gelevert: Dat was een algemene toelichting rondom ons besluit. Maar de detail over of kernenergie voor 2030, dat is niet in dit geval voor de Zonneveldenbeleid van belang. De voorzitter: Ik kijk nog. De heer Snijders nog. Allemaal nog per interruptie en dan wil ik graag door naar de volgende spreker. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik moet nog een beetje de heer Van der Waal steunen. Ik vind, u noemt als argument kernenergie. Dan wordt er een vraag gesteld over kenenergie en dan is die in een keer niet meer van toepassing. Dat is niet fair, dan mag u het ook niet noemen.
De voorzitter: Ik weet niet of de heer Gelevert daar nog op wil reageren? De heer Gelevert: Ik kan over kernenergie … Kijk, ik loop al heel lang dat er al veel eerder met kernenergie begonnen had moeten worden. Dan waren we op dit moment niet eens in deze situatie terechtgekomen. Dan hadden we dit probleem niet gehad. Dat zijn een aantal partijen die dat nog steeds ontkennen dat het nodig is. Maar als we over kernenergie beginnen. Maar daarnaast zijn de ontwikkelingen op kernenergie dat je kleinschalige kernenergie kunt inzetten. Daar gaan de ontwikkeling ook vrij snel op. Dus uiteindelijk denk ik, dat als we nu zonnevelden op landbouwgrond -13-
in Noordoost-Twente gaan realiseren, is dat niet de meest efficiënte manier. Als dat uiteindelijk zou moeten, dan zouden we dat in een later stadium misschien nog kunnen beslissen. Maar nu op dit moment dat gewoon nog niet aan de orde wat ons betreft. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar … Dank u wel. Naar SO. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik was al aan het popelen om hier te mogen staan. Even kijken of dit het nog doet. Ja, hij doet het. Goedenavond college, leden van de raad en kijkers thuis uiteraard. Vandaag ligt voor ons ter besluitvorming het herziene Zonneveldenbeleid in NoordoostTwente 2023 tot en met 2027. Dit zonneveldenbeleid is een onderdeel van de regionale energiestrategie, ofwel de RES. Elke twee jaar wordt dit beleid geëvalueerd, eventueel herzien en opnieuw vastgesteld. Als ik het goed heb begrepen, komt de conceptversie van de RES 2.0 in augustus of september onze kant op en gaan we de definitieve versie hiervan in december dit jaar vaststellen. Het doel van de RES is om recht te doen aan het klimaatakkoord van de Europese regeringen om in 2030 29 procent minder CO2 uit te stoten. Vanuit de Noordoost-Twente gemeenten, dat zijn Losser, Dinkelland, Tubbergen en Oldenzaal, ligt er een bod om 225 gigawatt uur energie op te wekken. Even een kleine notitie. De RES is geen bindend gegeven, het is een koersdocument.
Omdat wij in Oldenzaal gelukkig niet in aanmerking komen voor windturbines, vanwege dat wij onder de radar zitten van vliegveld Twente, heeft het college besloten om in te zetten op extra zonnevelden, 20 hectare maar liefst. Dat zijn ongeveer veertig voetbalvelden. Het college geeft in haar zonneveldenbeleid aan dat dit een wel erg ambitieuze doelstelling is. Informatie uit het Politiek Forum leert ons ook dat er geen plek voor is om zo een grote hoeveelheid in één keer te plaatsen en dat het dus geen zonneveld wordt, maar zonneveldjes versnipperd over heel Oldenzaal. Toch wordt dit beleid aan ons op deze manier voorgelegd om zo de doelstelling van 2030 te kunnen halen. De reden dat ik graag wilde inspreken, is omdat ik eigenlijk even met jullie wil doornemen wat ze nu allemaal precies in dit herziene zonneveldenbeleid beschreven staat. Ik vind het op zijn minst opmerkelijk te noemen. In chronologische volgorde, ik heb het helemaal mooi genummerd, jongens, neem ik jullie allemaal mee. Op de derde pagina lees je dat de gehele provincie Overijssel 1,5 terawattuur bijdraagt aan de landelijke opgave van 35 terawattuur. Hieruit citeer ik en ik quote, “Hiervoor worden alleen bewezen technieken toegepast die in 2030 realiseerbaar zijn. Dit zijn vooralsnog grootschalige zonnedaken, meer dan 40 panelen, zonnevelden en windturbines.
De vergunningen voor grotere projecten dienen uiterlijk op één januari 2025 verleend te zijn door de gemeenten om de doelstellingen te behalen.” Bijzonder genoeg worden zonnedaken en diens overcapaciteit met minder dan 40 panelen op het dak niet meegerekend voor de 7 terawattuur die daarvoor berekend is. Ons werd uitgelegd, excuses, ons werd uitgelegd dat te verwachten zonnepanelen op daken al zijn meegerekend voor de te behalen 7 terawattuur. Wij zouden denken, misschien kunnen we naar de postcoderoosregeling kijken en kunnen we zo zorgen dat inwoners samen een energiecoöperatie op kunnen zetten en wellicht meer dan 40 panelen halen. Excuses. Dat gaat niet gebeuren. Enfin, dan de volgende pagina. Hier wordt uitgelegd dat de verdeling windturbines 60 procent en zonnevelden 40 procent de voorkeur heeft van de vast samenwerkende partners, maar dat dit niet vaststaat. De verdeling in Twente is namelijk andersom. We gaan in 60 procent zonnevelden en 40 procent turbines. Dit zorgt voor problemen. Ik citeer weer uit het document, “Daardoor ontstaan op Twentse schaal 365 miljoen euro meer kosten voor extra benodigde verzwaring van hun netwerk. Het verkrijgen van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten voor de benodigde verzwaring van het netwerk is niet haalbaar in de huidige markt.” Een quote.
Tijdens het Politiek Forum was er helaas geen vertegenwoordiger van een van de netbeheerders aanwezig en gelukkig heeft onze fractie meermaals uitvoerig met de netbeheerder gesproken. Enexis, TenneT en Coteq geven namelijk allemaal aan dat er congestieproblemen op het net zijn. Dat betekent dat het is dichtgeslibd, het zit vol en kampt met capaciteitsproblemen. -14-
Netbeheerder Enexis vertelt dat de huidige vraag voor levering, dan wel terug levering van energie ervoor zorgt dat het net met maar liefst 80 procent verhoogd dient te worden. Let op, dat is de huidige vraag voor energie, niet eens de 688 hectare zonnevelden dat door heel Twente gerealiseerd dient te worden. Momenteel voert netbeheerder Tenne… Is het saai? Momenteel voert netbeheerder TenneT een onderzoek spitsmijden uit. Wellicht geeft dat iets meer capaciteit. Maar bij lange na niet genoeg. Uitslagen van dit onderzoek verschijnen in november of december van dit jaar. Uitbreiding van het net zou rond 2030 pas klaar zijn, meldt de netbeheerder aan onze fractie. Goed, dan tussendoor even resumerend. Het net zit vol, onderzoek naar meer capaciteit is klaar eind 2023. Uitbreiding van het net is sowieso nodig, ongeacht de uitslagen van dit onderzoek. Maar zoals dit herziene zonneveldenbeleid beschrijft, niet is mogelijk, want er zijn geen gekwalificeerde arbeidskrachten om dit te realiseren. Mocht er dan op bijzondere wijze wel mankrachten zijn, dan leert een snel rekensommetje dat de gemiddelde Twentenaar toch behoorlijk veel geld kwijt is: 365 miljoen euro voor het opschalen van het net. Dan hebben wij niet eens de volledige lokale eigenaarschap daarover.
Dus multinationals mogen zonnevelden investeren in ons mooie Oldenzaal, waar de Oldenzaler maar slechts 50 procent lokaal eigenaarschap was. Dat had niet gehoeven, het had ook 100 procent kunnen zijn. Dan stel verder, je bent initiatiefnemer. Je wilt graag een zonneveld aanleggen. Hoe gaat het dan precies? Dan moet ik zeggen, dat staat keurig beschreven in het document. Je gaat langs de gemeente, afdeling ruimtelijke ordening, maak kenbaar dat je een zonneveld wilt plaatsen en geeft aan waar je dit ziet. Na het eerste contact vindt er op korte termijn een ander gesprek plaats met de gemeente over de planbeoordeling, de ruimtelijke inpassing, de netaansluiting en het concept participatieplan, want ook de inwoner van Oldenzaal mag meedoen en haar mening geven. Goed. Dan deel drie. Hoe leg ik een zonneveld aan? Je neemt als initiatiefnemer contact met de netbeheerder om aansluitbaarheid en transportcapaciteit aan het net voor te leggen zonneveld in kaart te brengen. Kijk, dan zie je dus hier dat hele stappenplan dat je dus moet doorlopen. Solidair Oldenzaal heeft aan de netbeheerder gevraagd, hoelang duurt dat dan zo een aantoonbare aansluitbaarheid. Die staan allemaal op holt momenteel. Er is geen capaciteit. Er zijn congestieproblemen. Het duurt één à twee jaar om een vergunning te verlenen, mocht er capaciteit zijn. Maar goed, er is geen capaciteit.
Voor de oplettende kijker en luisteraar, het is nu medio 2023. Vergunningen voor zonnevelden dienen voor 1 januari 2025 verleend te zijn om de doelstellingen uit de RES te halen. Voorzitter, onze fractie vraagt zich af, hoe is dat haalbaar? Dat is een wel erg ambitieus plan. Dat geeft het college gelukkig zelf ook toe, maar onze fractie vindt het niet alleen erg ambitieus, het is erg onrealistisch. Voorzitter, waar onze fractie enigszins wel een geruststelling van krijgt, is de zonneladder, als handleiding uitgereikt door provincie Overijssel. Hierin staat dat we met verschillende treden te werk gaan over hoe we energie op gaan wekken vanuit zon. In de eerste treden wordt vooral ingegaan op zon op daken. In onze fractie gaat dit trappensysteem, eigenlijk het gehele beleid, zo dadelijk amenderen. Maar ik hoop toch ergens opheldering op te kunnen krijgen, want in de tweede … Excuses. In de tweede treden van dit beleid staat dat wij om het klimaat te redden stukken natuur mogen gebruiken voor zonnevelden en dan wel op de 80-20 regeling. Dat betekent 80 procent zonneveld en 20 procent natuur. Hier in het document … Sorry. Ik moest er een beetje om lachen. Krijgt dit dikke duim. Kijk, dikke duim voor natuurkwaliteit.
Kan iemand mij uitleggen hoe wij denken het klimaat te gaan redden als wij niet ons milieu helpen? Want met 80 procent zonnepanelen en maar 20 procent natuur geloof ik niet dat wij de natuur helpen. De voorzitter: De heer Snijders, een interruptie. De heer Snijders: Mevrouw Berger. Sorry. Dan trek ik toch een interessant vraagje. Hoe kun je de natuur redden door zonnevelden te plaatsen? Als je zonnevelden plaatst op het agrarische gebied, dan wordt er minder pesticiden gebruikt. Dat is toch ook positief?
-15-
De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Dan ageert u voornamelijk tegen het feit dat de pesticiden gebruikt wordt op landbouwgrond en dat kan ik alleen maar onderschrijven. Ja? Goed. Ik wil graag mijn betoog afsluiten. Met een ci… Sorry, ik dacht dat ik weer onderbroken werd. Ik wil dit graag afsluiten met een citaat uit ditzelfde beleid, “Naar verwachting zijn veldopstelling van zonnepanelen in de groene omgeving op lange termijn niet meer nodig, omdat innovatie ertoe zal leiden dat energie op een andere, voordeligere wijze kan worden opgewekt.” De regering is vooruitzien en voortschrijden in zich ook. Onze fractie speelt daar graag nu op in. Wij willen graag dit complete beleid amenderen en straks bij concept RES 2.0 in te zetten op haalbare doelstellingen. Dan de vraag aan de voorzitter. Moet ik mijn hele amendement voorlezen? De voorzitter: Dat hoeft wat mij betreft … Nee, dat hoeft wat mij betreft zeker niet. Ik zou het houden bij het punt wat u wilt wijzigen. Maar volgens mij zag ik ook bij de VVD een interruptie. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. Wist mevrouw Berger dat haar huisvlijt, haar huisnijverheid, de contacten die u gelegd heeft met de netbeheerders, et cetera, heel erg door onze fractie gewaardeerd worden en uw voorbereiding daarvoor in ieder geval ook. Mevrouw Berger: Dank u wel.
Ik hoop ook echt dat bij het Forum daadwerkelijk ook de netbeheerder aanwezig is om dit met ons te kunnen delen. Maar dat zou in het presidium nog wel besproken worden. Sorry. De voorzitter: Uw amendement. Als u het houdt bij wat u wilt wijzigen, dan komt het vast goed. Mevrouw Berger: Lang verhaal kort. Eigenlijk wil ik het liefst gewoon geen zonneveldenbeleid, maar een zonnedakenbeleid. Inzetten op zonnedaken. Trede 1, stimuleren van productie van zonneenergie op daken in bebouwd gebied, zoals woningen bedrijven, agrarische gebouwen, gebruik van bruikbare restruimte boven parkeerterreinen, op niet-monumentele delen van schooldaken en overheidsgebouwen. Trede 2 heb ik gewoon helemaal 80-20 regeling weggelaten. Trede 3 wordt dus tweede tree. Gronden die deel uitmaken van Natuur Netwerk Nederland en een agrarische hoofdfunctie hebben, komen niet in aanmerking voor een ontwikkeling van een zonneveld en dit geldt eveneens voor gronden bij Natura 2000 gebied. Eigenlijk overal waar het voor het woord zonneveld staan, wordt zonnedak. Dat was het. Lang verhaal kort. Dank u wel. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie nog een tweetal interrupties en dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde in het begin, maar het kan zijn dat ik het verkeerd gehoord heb, maar dat er maar 29 procent … Ik zie een nee schudden.
Mevrouw Berger: Het is 49 procent en de verwachting is dat ons ministerie overgaat op 55 procent, maar dat is voor nu niet het geval. Dus voor 2030 wordt ingezet op een reductie van 49 procent. De heer Van der Waal: Akkoord, dank u wel. Ik heb eerder genoemd 50 procent, of dat dan 49 is of 55 procent, hoe meer hoe beter, maar het zit rond de 50 procent. Mevrouw Berger: Let’s agree to disagree.
-16-
De heer Van der Waal: Akkoord. U had het over het kostbaarder worden van het elektriciteitsnet als gevolg van de aanleg van zonnevelden. Het probleem op dit moment is, maar dat moet vandaag niet verder bediscussieerd worden, dat we molens te kort hebben. Molens om in de winter en in de nacht stroom op te wekken. Zonnepanelen doen het helaas alleen maar overdag als de zon schijnt en het liefst nog bijna recht daarboven. Wat betreft het argument wat ik regelmatig hoor terugkomen van een verstopt netwerk, dat is een probleem, helemaal juist, maar het is niet alleen maar als gevolg van de opwek. Het is met name ook een gevolg van het afnemen, het gebruiken van energie. Stel, je zou allemaal windmolens op zee neerzetten of een paar kerncentrale, waar dan ook op het land op de bestaande plaatsen van de huidige elektriciteitscentrales, ook dan zou je een verzwaring van het net nodig hebben, omdat er zoveel energie wordt verbruikt. Als laatste opmerking. Eerder is … De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, interrupties zijn niet bedoeld om opmerkingen te maken. Interrupties zijn bedoeld om een verduidelijkende vraag bij de inleider te stellen om wat punten die hij of zij naar voren heeft gebracht voor uzelf verhelderd te krijgen. Daar is een interruptie voor bedoeld. U heeft zelf zo dadelijk nog een eigen termijn om opmerkingen te maken.
Mevrouw Berger: Had u een vraag? De heer Van der Waal: Dan houd ik het hierbij, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Snijders. De heer Snijders: Ja, want ik heb wel vragen. Ik hoor u iets zeggen over Twente Airport. We hebben er eigenlijk in de raad, niet wij maar anderen, ervoor gestemd om Twente Airport open te laten. Als we dat niet hadden gedaan, dan hadden we minder agrarische grond hoeven in te zetten. Hadden we ruimte gehad. Maar u was daar destijds niet bij, dus ik ben wel benieuwd hoe u erin staat? Maar ik heb nog een vraag. Onder druk wordt alles vloeibaar, werd net door een wijs iemand in de raad gezegd. Kijk, als we alleen maar niet-niet-niet blijven roepen en zeggen, we hebben geen arbeidskrachten en noem maar op, dan gebeurt er ook niks. Dus ik ben benieuwd, ziet u in als er tekort komt aan arbeidskrachten, gaat de markt in werking gaat staan, dan krijgen we jongeren die iets doen in netbeheer, krijgen meer geld en zullen daar meer voor kiezen. Worden dan niet meer advocaat, maar worden gewoon netbeheerder. Hoe u daar tegenaan kijkt? Even kijken. Ik vroeg me af of u aandelen Shell had. Dat is ook één van de grote energie opwekkers, voorzieners. Shell. Dat is geen lokaal bedrijf. Dat is internationaal, een multinational en die levert ook energie, gas, olie en daar wordt dan stroom van gemaakt. Daar heeft u zelf al een opmerking over gemaakt.
Ik hoor heel veel niet-niet-niet over zonneweides, maar het is eigenlijk een tijdelijke manier om met onze verbruik om te gaan. Realiseert u zich dat dat tijdelijk is en tijdelijk is niet een paar honderd jaar, maar misschien maar dertig jaar. Dan komen misschien wel de kerncentrales van het CDA of een kernfusiecentrale, nog beter. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Eerst de inbreng over als wij, als ik het goed heb begrepen, als Twente Airport gesloten zou worden, dan zouden er windturbines komen en daardoor zouden wij landbouwgronden ontzien van zonnevelden. Ik vind, zonnevelden horen helemaal niet in een veld thuis. Natuur is natuur of het nu een agrarisch stuk natuur is, een bos of iets anders. Zet het in op daken of inderdaad, ga in de RES 2.0 inzetten op energie dat daadwerkelijk haalbaar is. Dan zegt u tegen mij, ik hoor heel veel niet-niet-niet-niet-niet. Dit is allemaal uit het herziene zonneveldenbeleid
-17-
waar u dadelijk waarschijnlijk uw handtekening als GroenLinks onder gaat zetten. Dat staat er zelf, dat is niet mijn mening. De voorzitter: Gaat u … Nee, want anders dan blijven we in een gesprek met elkaar en volgens mij is het beter dat u eerst even antwoorden geeft op de vragen die gesteld zijn. Dan kan de heer Snijders daar nog weer op reageren en ik weet nu al dat hij dat gaat doen. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Mijnheer Snijders. Inderdaad, ik ben net zo verbaasd als u over het aantal niet-nietniet-niet-niet, want dat staat gewoon in het herziene zonneveldenbeleid om correct te zijn. Dus ik heb daar inderdaad ook vragen over. Wat zijn we aan het doen als het toch niet haalbaar is? Dan over die tijdelijkheid. Ik ben gewoon absoluut geen voorstander van om de kostbare natuur, de leefbaarheid, elk beetje groen om te zetten in … Licht en warmte weerkaatsen zonnepanelen, waar een aandeelhouder Shell misschien wel nog meer winst op gaat maken. Hoe kijkt u daartegen aan? De voorzitter: Nu is de heer Snijders. De heer Snijders. De heer Snijders: Ik heb geen aandelen Shell, ik zal ze ook niet doen. Over natuur. Dan zouden we Oldenzaal wat groener moeten maken. Hebben we al eens een keer gestemd, om bijvoorbeeld, die auto's lopen hiervoor, om daar een park van te maken. Is verworpen. Dat is groen. En niet-niet-niet, ik bedoel, ik reageer op uw betoog.