CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Definitieve RES Twente 1.0 - Bijlagenboek RES Twente 1.0

Gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Besluitvorming RES31.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op basis van deze ervaringen kan er mogelijk op meer locaties langs de grens in samenspraak met de Duitse buurgemeenten gezocht worden naar locaties voor plaatsing van windmolens/turbines. Via de lobby van de Twentse Energie Agenda zijn we actief mbt de grensoverschrijdende opwek van energie. De opdracht is om een regionale aanpak om elektriciteit duurzaam op te wekken met wind- en zonne-energie. Alleen door bewezen én gecertificeerde technieken kan windenergie vervangen worden. Nieuwe technieken worden onderzocht in de onderzoekstafel van de Twentse Energie Agenda. Het is echter niet realistisch dat deze technieken al in 2023 grootschalig uitgerold kunnen worden. Vandaar dat we in samenspraak met de omgeving op zoek gaan naar de juiste zoekgebieden voor grootschalige opwek van windenergie.

18

Tubbergen

M besluit locaties wind

om voor de vaststelling van de RES 2.0 in 2023 nog geen definitieve besluiten te nemen m.b.t. de locaties van eventuele windturbines

Grootschalige opwek Regionale koers

Tubbergen

M berekening bod

Rijk te verzoeken het huidige doel (het harde getal van 1,5 TWh in de regio Twente) richting de RES 2.0 weer om te zetten naar het percentage duurzame opwek ten opzichte van het elektriciteitsverbruik;

Grootschalige opwek

Tubbergen

M Hoogte regionaal bod

het standpunt kenbaar te maken dat het resterende deel tot invulling van de ambitie van 1,5 Twh duurzame opwek van elektriciteit in Twente in eerste instantie ingevuld dient te worden door de gemeenten die nu relatief de laagste ambitie hebben

Grootschalige opwek

Tubbergen

M Netbeheerders

netbeheerders tot maximale inzet op te roepen om initiatieven voor duurzame opwek te faciliteren

Grootschalige opwek

Twenterand

M Overprogrammering van het bod

Grootschalige opwek

Twenterand

M. verhouding zon / wind

Er is een wens tot overprogrammering. De raad wil duidelijk maken dat het wat hen betreft niet een verhoging van het bod betekent maar het mogelijk opstarten van meer projecten richting de RES 2.0 omdat ze niet allemaal de eindstreep halen. Verzoek is een verduidelijking op dit punt: de afweging echter blijven bezien vanuit álle 4 hoekpunten, ook vanuit ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

Grootschalige opwek

De gemeenten hebben eigen lokale autonomie met betrekking tot het vaststellen van hun lokale duurzaamheidsvisie. Echter, wanneer een projectontwikkelaar een aanvraag indient voor een windpark van tenminste 5MW maar niet meer dan 100MW dan is de provincie bevoegd gezag conform art. 9e Elektriciteitswet. In de nieuwe Energiewet wordt dit waarschijnlijk opgehoogd naar minimaal 15 MW. Het doel van 1,5 TWh is in de concept RES 0.1 afgesproken met de colleges, gedeputeerde staten en het AB van het Waterschap. Het Rijk heeft in het Klimaatakkoord afgesproken om landelijk 35 TWh op te wekken verdeeld over de RES-regio’s. Wanneer de gemeenteraad van Tubbergen nu richting de RES 2.0 een ander rekenmodel voorstaat, kan zij dit zelf voorleggen aan de andere 13 gemeenteraden, provinciale staten en het AB van het Waterschap. In het bestuurlijke regionale gesprek over het invullen van de ambitie kunnen de bestuurders hier onderling overeenstemming over krijgen. Het bestuurlijke gesprek wordt ambtelijk ondersteund

De netbeheerders zijn lid van de stuurgroep RES-Twente. Zij onderkennen het probleem van de netwerkschaarste maar zij kunnen dit alleen oplossen wanneer zij tijdig en duidelijke zoeklocaties van gemeenten krijgen. De investeringen die gemoeid gaan met het oplossen van de netwerkschaarste zijn dusdanig hoog en omvattend dat hierover goede afstemming moet zijn tussen de netbeheerders en de gemeenten. Om minimaal 1,5 TWh te kunnen realiseren, is overprogrammering van plannen nodig, zodat we rekening houden met mogelijke uitval van projecten in de planning. Ervaring leert dat circa 30% van geplande projecten komen te vervallen.

De hoekpunten van he afwegingskader komen terug als rode draad in de regionale koers voor de RES Twente 1.0.

19

Wierden

M besluit over onderzoek windenergie

De gemeente Wierden start een onderzoek naar mogelijkheden voor inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen. Bij bovenstaande beslispunten gelden de volgende voorwaarden: a. Gemeentelijk afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking is leidend. b. Er moet voldoende draagvlak zijn bij de inwoners.

Grootschalige opwek

Het is goed dat de gemeente Wierden haar eigen onderzoek start, zeker ook in het kader van de maatschappelijke kosten. De regionale organisatie RES is op verzoek bereid om de gemeente Wierden hierbij te ondersteunen of samen met hen de juiste deskundigen te betrekken

Monitoring Dinkelland

M open data

Alle cijfermatige uitgangspunten als open data publiceren met bronvermelding

Monitoring

Hellendoorn

O CDA Monitoring

De gemeenten een halfjaarlijkse evaluatie houden. Graag voortvarend beginnen en regionaal na 2 jaar een evaluatie met de stand van zaken op dat moment. Dit om een goede indicatie van de voortgang in de diverse gemeenten te krijgen en ook van elkaar te kunnen leren. Nieuwe omstandigheden die het speelveld veranderen dienen scherp gemonitord te worden

Monitoring

De cijfermatige uitgangspunten zijn doorberekend door het regionale coördinatieteam en zijn als bijlage opgenomen in het definitief ontwerp. Dit definitief ontwerp is openbaar en dus te raadplegen voor inwoners. Er is inmiddels een Twentse monitor, die is te vinden op de website van de energiestrategie Twente. De monitor kent twee jaarlijks een update.

Warmtetransitie Hengelo

O raadbreed warmtetransitie

warmtetransitie is het belangrijk dat die haalbaar en betaalbaar aandacht hebben voor de keuzevrijheid

Warmte transitie

Tubbergen

M Energie bedrijf

in te spannen een gemeentelijk energiebedrijf op te zetten waarbij opbrengsten uit duurzame energie ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Tubbergen

Warmte transitie

Gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar welke wijken per gemeente in 2030 en in 2050 naar een alternatieve warmtevoorziening kunnen overstappen. Voor het stedelijk gebied realiseren we een regionaal Warmtenet Twente door bestaande warmtenetten te verbinden en onderzoeken we de mogelijkheden voor uitbreiding met nieuwe warmtenetten. Het stedelijk gebied betreft de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal en mogelijk ook Haaksbergen. De gemeente Tubbergen kan de ervaringen van het regionaal warmtenet en de daarbij behorende intentieovereenkomst gebruiken als input voor het opzetten van een eigen gemeentelijk energiebedrijf

Twentse doelen

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

20

Hof van Twente

M strategisch koersdocument

de raad beschouwt de RES als een strategisch koersdocument waarvoor een inspanningsverplichting wordt aangegaan;

Twentse doelen

De RES 1.0 is een regionale opgave in de vorm van een niet vrijblijvende inspanningsverplichting.

Nog niet bepaald Twenterand

M verduidelijking termen

Verzoek om een begrippenlijst op te nemen

Bijlage

Er komt een begrippenlijst in de bijlage

DEEL 2 REACTIES OP COLLEGE EN RAADSVOORSTELLEN

Almelo

Collegevoorstel (C) of Raadvoorstel (R) Collegevoorstel

Kernpunt dat reflectie behoeft

Reflectie

1.

1.

2.

3. 4.

De Duurzame energieladder is het beleidskader voor duurzame energieopwekking in Almelo. De ambitie zoals beschreven in de Duurzame energieladder vormt de bijdrage van Almelo aan de RES Twente 1.0, namelijk 157 gigawattuur. Overprogrammering in de planfase is mogelijk maar kan niet tot meer realisatie van zon op land of windenergie leiden, omdat in de duurzame energieladder een maximum aantal is beschreven. Zon op dak wordt juist gestimuleerd en kent daarom geen maximum. Wij zien een regionaal warmtenet als een kans om hoge temperatuur restwarmte beschikbaar te stellen aan inwoners van Almelo. Echter, we kijken kritisch naar rollen en verantwoordelijkheden die wij als gemeente hebben, maar ook die de initiatiefnemers hebben. Wij zijn aandeelhouder van twee van de initiatiefnemers, wat overigens niet geldt voor alle betrokken gemeenten. Of wij een

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

2.

3.

4.

De ambitie van Almelo is meegenomen in het voorlopig ontwerp en is terug te vinden in de monitor; Overprogrammering is nodig omdat niet alle projecten uit de planfase ook richting uitvoering gaan. Overprogrammering is een regionaal vraagstuk en vraagt dus ook om regionale afstemming Zon op dak wordt door alle partners zoveel mogelijk gestimuleerd. We maken ambtelijk ook deel uit van de landelijke werkgroep Zon op dak zodat we ‘dicht bij het vuur zitten’ en ook onze lobby punten goed kunnen inbrengen; In de verdere uitwerking van de RES 1.0 en richting de RES 2.0 kunnen alle betrokken partijen bij het regionaal warmtenet in afstemming met elkaar afspraken hierover maken. D

Verwerking in definitief ontwerp Ambitie Almelo is verwerkt bij grootschalige opwek Zon op dak is onderdeel van de Twentse Energie Agenda; Het standpunt van Almelo inzake het regionaal warmtenet is op regionaal niveau onderdeel van de regionale structuur warmte

21

Borne

Raadsvoorstel

1.

2.

Dinkelland

College voorstel

1.

Enschede

Brief aan de raad

1.

2.

3.

intentieovereenkomst gaan tekenen, hebben wij nog in beraad vanwege onze aandeelhoudersposities in relatie tot investeringen in een dergelijk regionaal warmtenet De Energievisie Borne maakt gebruik van en bouwt voort op de uitgangspunten van de RES. Met name voor de zoekgebieden voor zon en wind is gebruik gemaakt van de hoekpunten van het afwegingskader uit de RES; De oproep om bij een eventueel extra beroep op een gemeente meer bij te dragen, er sprake moet zijn van enige compensatie, is nog niet concreet in het voorlopig ontwerp uitgewerkt We begrijpen dat onze inwoners zorgen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het unieke landschap. Bovendien worden inwoners en ondernemers ook geconfronteerd met andere maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw en klimaatadaptatie; Allereerst merken we op dat we in de Energievisie weliswaar hebben uitgewerkt, hoe we onze energiedoelstelling denken te verwezenlijken. Maar om voortgang te kunnen boeken zullen er na de vaststelling van de Energievisie wel voldoende financiële middelen voor de uitvoering van de plannen beschikbaar moeten komen en zullen aansluitings-en transportproblemen op het elektriciteitsnet voortvarend moeten worden aangepakt.

Een verschil bestaat tussen de in regionaal verband vastgestelde ambitie (1500 GWh) en de som van biedingen van de Twentse gemeenten (1358 GWh); mogelijkheden om het tekort aan te vullen tto 1500 GWh zien wij niet. De maatschappelijke kosten kunnen met 100 miljoen euro dalen, als we die verhouding zon/wind richting 40/60 weten om te buigen.

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

1.

Het is een mooie samenwerking dat de Energievisie van Borne gebruik maakt en voortbouwt op de uitgangspunten van de RES; Er zullen op regionaal niveau gesprekken plaatsvinden om te bespreken of het nodig is om enige compensatie te geven aan gemeenten die een extra bijdrage doen. Dit wordt betrokken bij de uitvoering van de RES 1.0 en wordt mogelijk meegenomen bij de RES 2.0.

De Bornse ambties zijn onderdeel van het regionale bod. Gesprekken over compensatie zullen regionaal worden afgestemd onder begeleiding van de stuurgroep RES-Twente.

1.

De zorgen van de inwoners zijn terecht. Vanuit de regionale RESorganisatie zullen wij gemeenten ondersteunen met tools en hulpmiddelen om op lokaal niveau het participatieproces met de inwoners vorm te geven. Een deel van dit participatieproces zal waarschijnlijk op subregionaal niveau plaatsvinden. Ook daarbij zal de regionale RES-organisatie binnen haar mogelijkheden ondersteuning geven aan de betreffende gemeenten.

In de RES 1.0 is een onderdeel opgenomen over communicatie en participatie.

1.

Terecht dat Enschede stelt dat er voldoende middelen moeten komen voor het verwezenlijken van de doelstellingen. Hiervoor is een lobby gestart vanuit de VNG. De aansluitings- en transportproblemen hebben onze aandacht. Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over uitbreiding en verzwaring van het netwerk; Het is juist dat er een verschil bestaat. We gaan bij de uitvoering van de RES 1.0 regionaal met alle partners in gesprek om dit verschil op te lossen. We streven op het niveau van de regio Twente een verhouding zon – wind van 40 – 60 na. Lokaal kan de verhouding tussen geproduceerde zonne- en windenergie verschillen. We communiceren hierover goed met de betrokken partners en inwoners.

De financiering van de uitvoering van de RES is een lobby dossier en wordt vermeld bij de Twentse Energie Agenda De stuurgroep zal ervoor zorg dragen dat op regionaal niveau gesprekken worden gevoerd om het verschil tussen de ambitie en het bod te overbruggen; In de RES 1.0 is een onderdeel opgenomen over communicatie en participatie.

2.

2.

3.

22

Haaksbergen

Raadsvoorstel

Hellendoorn

College besluit

Hengelo

College en raadsadvies

Hof van Twente

Een raadsbrief

De maatschappelijke wenselijkheid daarvan onderschrijven wij; mogelijkheden om daar ook in Enschede aan bij te dragen, zien wij echter niet. 1. Elke gemeente is verantwoordelijk voor de eigen bijdrage in Gwh. Keuzes voor zon of wind worden gemaakt op lokaal niveau. De Beleidsregels zonnevelden worden op 31 maart 2021 door de gemeenteraad van Haaksbergen besproken. Na de zomer van 2021 zullen wij samen met de raad het gesprek voeren over windenergie. Het college en gemeenteraad van Haaksbergen nemen hierover de juridisch bindende beslissingen; 2. Onze ambitie is om steeds meer wijken duurzaam te verwarmen, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat het haalbaar en betaalbaar is. Warmte is vaak nog een onderbelicht onderwerp landelijk in de RESsen. In Twente is dit opgepakt door de opzet voor de Regionale Structuur Warmte op te nemen in het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0. Twee coalities (regionaal warmtenet en biogas/groengas) werken dit verder uit. Het college van Hellendoorn heeft ingestemd met het voorlopig ontwerp en heeft hierbij geen speciale aandachtspunten vermeld. Naar aanleiding van de bespreking in een debatronde in de raad zijn opinies ingediend die zijn behandeld in het 1e deel van de matrix Naar aanleiding van het raadsadvies heeft de gemeenteraad van Hengelo tijdens een politieke markt het voorlopig ontwerp besproken.

De resultaten van deze bespreking zijn behandeld bij onderdeel 1 van deze matrix. 1. Het voorlopig ontwerp is na ontvangst vanuit de stuurgroep RES direct doorgeleid naar u als Raad. Het document is noch regionaal op bestuurlijk niveau inhoudelijk besproken noch door ons college. Daarmee is het voorlopig ontwerp nog geen door de regio

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

1.

2.

1.

Het is terecht dat de gemeenten zelf de keuzes maken voor hun eigen bijdrage maar zij stemmen dit op regionaal óf subregionaal niveau met elkaar af; De warmtetransitie heeft een iets andere dynamiek dan de grootschalige opwek maar is niet minder belangrijk. Gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar welke wijken per gemeente in 2030 en in 2050 naar een alternatieve warmtevoorziening kunnen overstappen.

De Haaksbergse bijdrage is onderdeel van het regionale bod De warmtetransitie is onderdeel van de RES 1.0

Het voorlopig ontwerp is de samenvatting van alle voorgaande besprekingen en documenten (o.a. concept RES 0.1) op regionaal niveau. In afstemming met de initiatiefgroep RES-Twente, waar ook de gemeente Hof van Twente in is vertegenwoordigd, is ervoor gekozen om een voorlopig ontwerp meningsvormend voor te leggen aan de raden, staten en AB van het Waterschap en deze input te verwerken in het definitief ontwerp RES 1.0.

De raadsbrief van de Hof van Twente is zeer uitgebreid. De input van de raadsbrief is terug te vinden op alle onderdelen van het definitief ontwerp RES 1.0.

23

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

bestuurders en het college gedragen document; We hebben geen garantie dat al onze reacties worden verwerkt in definitieve versie RES Twente 1.0. Hierdoor is er een kans op een niet regionaal gedragen definitieve RES Twente 1.0; Ons advies aan de RES organisatie is om in de nieuwe versie een opschoning te doen door doubleringen eruit te halen, hoofdzaken van bijzaken te scheiden, een publieksvriendelijke schrijfstijl en een logische opbouw te hanteren. Ook is een publieksvriendelijke versie naast de uitgewerkte RES Twente 1.0 aan te bevelen zodat het voor inwoners duidelijk is wat RES traject is, welke opgave hier ligt en wat de impact van de gekozen strategieën is op hun leefomgeving. Ons voorstel is om de stap van voorlopig ontwerp naar definitieve RES Twente 1.0 te gebruiken voor een aanscherping van de vorm en leesbaarheid van het document, aandachtspunten voor het traject naar de RES2.0, en deze inhoudelijke uitwerking onderdeel te maken van RES2.0; Landschappelijke waarde en natuur wordt meermalen genoemd maar hier is geen strategie op ontwikkeld. Hoe we hiermee omgaan als regio blijft onduidelijk waardoor de inhoud zoals het nu geformuleerd is weinig toevoegt; De keuze om voor klimaatneutraal te gaan zou beter onderbouwd moeten worden en door alle RES partijen gedragen moeten zijn.

Naar verwachting komt in de definitieve RES Twente 1.0 een regiokaart te staan waarop zoekgebieden zijn geduid. Hof van Twente werkt niet met zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens. Echter bieden we indien met grote betrokkenheid van inwoners overal de mogelijkheid aan, binnen wettelijke kaders; De Transitie Visie Warmte (TVW) is een lokale verantwoordelijkheid. Onze TVW is in

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

2.

De RES 1.0 is een regionaal document waarbij wij zoveel mogelijk alle lokale meningen en opinies verwerken. Het is niet mogelijk om toe te zeggen dat alle meningen en opinies van één van de partners 1 op 1 worden overgenomen. Hiervoor is altijd regionale afstemming nodig. Wel is er de toezegging van de stuurgroep RES-Twente dat alle ingebrachte moties en opinies van de volksvertegenwoordigers zorgvuldig worden beantwoord en daar waar het kan worden ingebracht in het definitief ontwerp RES 1.0; 3. Het advies om een opschoning te doen en hoofdzaken van bijzaken te scheiden wordt overgenomen. Het definitief ontwerp RES 1.0 is een koersdocument op hoofdlijnen en werkt met bijlagen die voortkomen uit het voorlopig ontwerp RES 1.0. We werken aan publieksvriendelijke informatie over de RES op regionaal niveau. Op lokaal niveau zijn de gemeenten aan zet om hun inwoners goed te informeren; 4. We hebben inmiddels de vorm van het definitief ontwerp RES 1.0 aangescherpt, naar ons idee is dit een verbetering; 5. In de RES Twente 2.0 zijn regionale uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt in lokaal ruimtelijk beleid als eerste stap naar vergunningverlening in 2025. De provinciale omgevingsvisie is leidend als regionaal kader voor ruimtelijke kwaliteit.

Op (sub)regionaal niveau stemmen partners, regionale belanghebbenden en een vertegenwoordiging van de Twentse samenleving met elkaar af; 6. De stuurgroep heeft bewust de keuze gemaakt voor de term ‘mogelijk klimaatneutraal’ ipv energieneutraal. Dit laatste is meer dan lastig voor een regio; 7. Er komt in het definitief ontwerp RES 1.0 géén regiokaart te staan met zoekgebieden. ER is alleen digitaal een werkkaart beschikbaar met zoekgebieden. Input voor deze kaart is de informatie die de gemeenten zelf aanleveren. 8. We zullen dit in de taartdiagram opnemen; 9. Het is de eigen lokale autonomie hoe de Hof van Twente om wil gaan met lokaal eigenaarschap; 10. De gemeenten hebben eigen lokale autonomie met betrekking tot het vaststellen van hun lokale windbeleid. Echter, wanneer een projectontwikkelaar een aanvraag indient voor een windpark van tenminste 5MW maar niet meer dan 100MW dan is de provincie bevoegd gezag conform art. 9e Elektriciteitswet. In de nieuwe Energiewet wordt dit waarschijnlijk opgehoogd naar minimaal 15 MW; 11. Het vormgeven van lokaal eigendom vindt op lokaal niveau plaats. Belanghebbenden en volksvertegenwoordigers hebben kenbaar gemaakt dat het wenselijk is om regionaal te werken met dezelfde uitgangspunten. Samen met een vertegenwoordig

24

9.

10.

11.

12.

13.

Losser

Het collegebesluit van Losser

1.

2.

Q4 2021 gereed, dit mag opgenomen worden in de taartdiagram; Het uitgangspunt is dat projecten worden ontwikkeld door of in ieder geval met inwoners. Hoe zij hiervan profiteren is aan de inwoners. Wanneer zij tevreden zijn met de afspraken is dat voor Hof van Twente voldoende. Dit hoeft geen 50% eigenaarschap te zijn. Daarmee is het geen uitgangspunt maar een streven; Ook wind is mogelijk in onze gemeente wanneer het een gedragen plan is waar inwoners actief bij betrokken zijn; Financiële participatie wordt alleen genoemd als de 50% eigenaarschap. Een duidelijke toelichting op onderscheid beleids-, procesen financiële participatie is wenselijk. En van daaruit een toelichting op wat de strategie van de regio is op al deze vormen; De RES organisatie wil tussen voorlopig ontwerp en definitieve RES1.0 de inhoud verder uitwerken. Er komen namelijk reacties van alle 14 gemeenten, de waterschappen en de provincie. Dit betekent een verschil in inhoud tussen voorlopig ontwerp en de definitieve versie waar er geen ruimte is voor bestuurlijke reactie op de definitieve versie.

Hierdoor kan er inhoud in de eindversie staan die niet regionaal gedragen wordt; Maatschappelijke acceptatie en ruimtelijke kwaliteit worden minimaal meegenomen in de RES wat het risico meebrengt voor de haalbaarheid van de strategie en de kracht en identiteit van de gemeente bij realisatie Losser heeft andere gemeenten altijd voor gehouden dat wij ons deel inbrengen, maar dat anderen ook naar vermogen moeten bijdragen; De noordoost Twentse gemeenten vragen samen om extra ruimte te reserveren op het elektriciteitsnetwerk om mogelijke toekomstige initiatieven die naar verwachting gaan ontstaan, te kunnen aansluiten. Vanuit de RES organisatie is aangegeven dat men meewerkt aan deze

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

van de Twentse LEI, heeft de RES Twente een plan van aanpak gerealiseerd als handreiking naar de gemeenten. Als er geen LEI is en/of het lukt niet om energieprojecten met een LEI te realiseren, kan een andere vorm van lokaal eigendom worden ingezet. De collectieve gedachte en de opbrengsten terug brengen in het gebied staan centraal; 12. De stuurgroep is van mening dat het doorlopen van een zorgvuldig en afgestemd proces voorkomt dat er in het definitief ontwerp RES 1.0 inhoudelijke standpunten staan die niet regionaal worden gedragen; 13. In de aanloop richting het definitief ontwerp is op regionaal niveau intensief ingezet op de maatschappelijke acceptatie, onder andere door het organiseren van stakeholders bijeenkomsten. In deze bijeenkomsten blijkt wel dat standpunten soms ver uit elkaar staan. De stuurgroep heeft hier kennis van genomen en de stuurgroep zal, daar waar het kan, ook vanuit de stakeholders betrokkenheid organiseren bij het uitvoeren van de RES 1.0. De stuurgroep heeft zich echter wel aan zijn opdracht te houden om met bestaande technieken een bod te doen voor de grootschalige opwek en warmtetransitie.

1.

2.

In de diverse regionale overleggen op bestuurlijk niveau heeft de gemeente Losser dit standpunt ingebracht en zij kan dit uiteraard blijven doen; Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over de versnelling van het netwerk

Het standpunt van het college kan ingebracht worden bij de regionale overleggen. De versnelling van het netwerk is onderdeel van de grootschalige opwek

25

Oldenzaal

Collegevoorstel

Provincie Overijssel

Statenvoorstel

Tubbergen

Collegevoorstel

oplossing en dat dit wordt vertaald in de definitieve RES 1.0 Het collegebesluit van Oldenzaal 1. commitment uit te spreken voor de realisatie van de RES Twente 1.0 als strategisch koersdocument; 2. commitment uit te spreken over de gezamenlijke ambitie van de 14 Twentse gemeenten, waterschappen en provincie: a. Samen willen we in 2030 in Twente 1,5 Terawattuur (Twh) duurzaam elektriciteit opwekken met een combinatie van wind- en zonne-energie, waarbij elke gemeente zelf verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage in Gwh. Hierbij is overprogrammering in de planfase mogelijk nodig, vanwege te verwachten planuitval (op basis van ervaring is dat 30%); b. de uitwerking van de Regionale Structuur Warmte voor Twente; 3. akkoord te gaan met de (proces)afspraken om te komen tot de RES Twente 1.0. Deze afspraken zijn bijgevoegd in bijlage 1; 4. eventuele reacties op het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 kenbaar te maken aan de secretaris van de stuurgroep RES Twente; 5. het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 en het bijgevoegde raadsvoorstel voor te leggen aan de gemeenteraad; 6. akkoord te gaan met het gewijzigde bod van de Noordoost Twentse gemeenten van 225 GWh en de Raad voor te stellen hiermee akkoord te gaan. 1. wij constateren dat de door u van belang geachte punten en onze inzet terug komen in het voorlopig onderwerp van de RES Twente; 2.

In de fase van RES 1.0 naar RES 2.0 werken wij met de RES-partners de vier hoekpunten verder uit. Ontstaan er gedurende het proces nieuwe inzichten die vertaling vragen in Omgevingsbeleid, dan wordt dat via reguliere weg bij de herziening van de Omgevingsvisie meegenomen. 1. We begrijpen dat onze inwoners zorgen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

1.

2.

Het is goed om te lezen op de juiste manier gevolg is gegeven aan de door de provinciale staten van belang geachte punten en de inzet van gedeputeerde staten; Dit is juist

De zorgen van de inwoners zijn terecht. Vanuit de regionale RESorganisatie zullen wij gemeenten ondersteunen met tools en

De inbreng van de provincie is terug te vinden in alle onderdelen van het definitief ontwerp

Grootschalige opwek

26

Twenterand

Raadsvoorstel

1.

Wierden

Raadsbesluit

1.

2.

3.

4. 5.

6.

unieke landschap. Bovendien worden inwoners en ondernemers ook geconfronteerd met andere maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw en klimaatadaptatie; Een belangrijke onzekerheid is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en de toepassing van het afwegingskader De raad van de gemeente Wierden stemt niet in met overprogrammering in de planfase en houdt daarmee vast aan het gedane bod van 56 GWh van de gemeente Wierden; De gemeente Wierden start een onderzoek naar mogelijkheden voor inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen. Bij bovenstaande beslispunten gelden de volgende voorwaarden: Gemeentelijk afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking is leidend. Er moet voldoende draagvlak zijn bij de inwoners De gemeente Wierden kiest ervoor om bij de realisatie van het gedane bod te starten met zonne-energie en deze raadsperiode niet in te zetten op grote windmolens; De gemeente Wierden hanteert in RES Twente 1.0 deze raadsperiode geen zoekgebieden, het vastgestelde afwegingskader is leidend

BIJLAGE 1. MOTIES EN REACTIES VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

hulpmiddelen om op lokaal niveau het participatieproces met de inwoners vorm te geven. Een deel van dit participatieproces zal waarschijnlijk op subregionaal niveau plaatsvinden. Ook daarbij zal de regionale RES-organisatie binnen haar mogelijkheden ondersteuning geven aan de betreffende gemeenten 1.

1.

2.

3.

Dit is een juiste constatering. Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over de versnelling van het netwerk Uiteraard heeft de raad van Wierden zeggenschap over haar eigen bod. Echter de overprogrammering betreft het regionale bod. Bij het regionale bod ligt het primaat bij de 14 gemeenten, provincie en waterschap gezamenlijk; De regionale organisatie kan indien nodig de gemeente Wierden ondersteunen bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor de inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen; Het is aan de gemeente zelf welke beslispunten zij hierbij wil hanteren

Grootschalige opwek

Grootschalige opwek

27

Regionale Energie Strategie Twente 1.0 - Bijlage 2. Afwegingskader -

BIJLAGE 2. AFWEGINGSKADER

1

1.

AFWEGINGSKADER RES TWENTE

In de periode op weg naar de RES Twente 1.0 is rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit, systeemefficiëntie en maatschappelijke acceptatie. Deze hoekpunten komen terug in de regionale koers voor de RES Twente 1.0. Aanvullend op het koersdocument geven we in deze bijlage een nadere toelichting op de uitgangspunten in het afwegingskader: Bod: het kwantitatieve bod voor duurzame opwek elektriciteit in 2030 van 1,5 TWh en het ontwikkelen van een warmteregio in Twente is verder geconcretiseerd (bronnen voor opwekken duurzame energie, aantallen, (zoek)locaties, aanpak ontwikkeling warmteregio). Met betrekking tot de warmteopgave, benut Twente in 2030 de beschikbare duurzame lokale en bovenlokale warmtebronnen. Er zijn twee coalities gestart met een verkenning onder welke randvoorwaarden deze ingezet kunnen worden om woningen en gebouwen in Twente te verwarmen. De technisch economische haalbaarheid wordt op basis van een ontwerp van de warmte-infrastructuur in de RES Twente 2.0 verder uitgewerkt. Ruimtelijke kwaliteit: we houden rekening met de mogelijkheden van het landschap en leggen verbinding met andere verduurzamingsopgaven en opgaven die invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit (integrale aanpak).

Systeemefficiëntie: we willen een haalbare en betaalbare RES Twente en zoeken naar efficiënte oplossingen, zodat we een zo hoog mogelijk rendement bereiken, tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Dat kan bijvoorbeeld door te kiezen voor een evenwichtige mix van wind- en zonne-energie en de energieopwek te bundelen en clusteren en het optimaal gebruik maken van beschikbare lokale warmtebronnen. Daarbij hoort ook een totale systeemefficientie voor warmte vanuit verschillende schaaliniveaus om onomkeerbare keuzes en effecten te voorkomen. Daarvoor is de wisselwerking tussen de Regionale Structuur Warmte en de Transitievisie Warmte van essientieel belang. Maatschappelijke acceptatie: we betrekken onze samenleving via lokale en regionale participatie. Ook werken we aan het vormgeven van minimaal 50% lokaal eigendom, dit draagt bij aan de maatschappelijke acceptatie om duurzame energie op te wekken. Initiatieven van onderaf dragen bij aan het stimuleren van warmteinitiatieven en het ontwikkelen van Twente tot warmteregio.

BIJLAGE 2. AFWEGINGSKADER

2

Regionale Energie Strategie Twente 1.0 - Bijlage 3. Monitor -

BIJLAGE 3. MONITOR

1

1. INLEIDING MONITOR Monitoring is van cruciaal belang om zicht te krijgen op het verloop van de energietransitie in Twente. De Twentse monitor heeft de stand van zaken in kaart gebracht op het gebied van energieverbruik van woningen en bedrijven, de duurzame energieopwekking, het gasverbruik van woningen en bedrijven, de productie van warmte en biogas/groengas en de aanleg van een stedelijk warmtenet en een biogasnetwerk. De monitor van de RES Twente is online beschikbaar via www.energiestrategietwente.nl/monitor. Het is een monitor die tot stand is gekomen in samenwerking met Kennispunt Twente, op basis van cijfers vanuit het CBS, RVO, Klimaatmonitor, netbeheerders etc. Belangrijk voor de totstandkoming van de monitor zijn ook de gehouden monitoringsgesprekken met de veertien Twentse gemeenten. Zo ontstaat een goed beeld van de voortgang en wat er in Twente nog gerealiseerd moet worden om duurzaam energie op te wekken of wat er nodig is om energie te besparen. Zo wordt het aanbod en het toekomstig verbruik van elektriciteit en warmte in balans gebracht. In mei 2021 vindt een actualisatieslag plaats van de monitor op basis van een nieuwe gespreksronde. In juni 2021 komen de meest actuele cijfers beschikbaar op de website.

Monitoring lokale plan- en beleidsvorming Alle Twentse gemeenten zijn bezig om hun plannen richting de RES 1.0 te concretiseren, maar het tempo en de werkwijze verschillen per gemeente. Dat betekent dat de huidige stand van zaken verschillende snelheden laat zien. We zien dat er veel projecten in de pijplijn zitten en dat er hard gewerkt wordt aan plan- en beleidsvorming om de uitvoering van projecten in gemeenten mogelijk te maken.

Monitoring duurzame opwek elektriciteit De monitor geeft een zo actueel mogelijk beeld van het verbruik en de besparing van elektriciteit en warmte in Twente, maar ook de stand van zaken ten aanzien van het realiseren van onze doelen voor het opwekken van elektriciteit en de warmtetransitie kunnen worden gevolgd. De monitor geeft inzicht in de cijfers per gemeente en voor Twente als geheel. We mogen in Twente trots zijn op de voortvarende manier waarop we de processen inrichten. Zo timmeren we flink aan de weg met de beleidsvorming, participatie- en besluitvormingsprocessen om onze plannen voor duurzame opwek en de warmtetransitie te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat elke gemeente zijn eigen (tijds)pad kiest en gebruik kan maken van goede voorbeelden van de andere gemeenten. In Twente leren we van elkaar en helpen we elkaar waar het mogelijk is (Noaberschap). Verschil in tempo is mede afhankelijk van de beschikbare ambtelijke capaciteit voor deze enorme transitie-opgave, wat voor met name de kleinere gemeenten een uitdaging blijkt. De monitor die online staat is bedoeld om actueel inzicht te geven aan bestuurders, raadsleden, vakambtenaren en professionals. Halfjaarlijks wordt de monitor bijgewerkt nadat er weer een nieuwe gespreksronde heeft plaatsgevonden met alle veertien gemeenten.

Deze gespreksronden vinden plaats in april en november, waarna in juni en december de aangepaste monitor kan worden gepresenteerd. Hiervan wordt ook een eenvoudige samenvatting gegeven aan inwoners en media.

BIJLAGE 3. MONITOR

2

Monitoring warmte De werkgroep monitoring werkt ook aan het monitoren van de ontwikkeling van Twente tot warmteregio. Als eind 2021 de Transitievisies Warmte en de wijkuitvoeringsplannen gereed zijn, zal de monitor ook een actueel beeld laten zien op gemeenteniveau van welke wijken worden aangesloten op welke warmtebronnen. Het tijdspad van de RES Twente 1.0 (oplevering juli 2021), inclsusief de Regionale Structuur Warmte en de Transitievisies Warmte (oplevering eind 2021) lopen hierbij niet geheel parallel. De warmtevraag brengen we in kaart op basis van het huidig verbruik. Deze gegevens worden jaarlijks geactualiseerd in de monitor. Thema’s rondom de energietranstie in de monitor Omdat de energietransitie niet op zichzelf staat, maar raakt aan diverse andere vakgebieden en daarmee een sterke wisselwerking kent, worden er themanummers ontwikkeld door vakspecialisten rondom bijvoorbeeld arbeidsmarkt en onderwijs, mobiliteit en opslag en circulaire landbouw. Het themanummer Mobiliteit zal in het voorjaar 2021 voor het eerst uitkomen. Mede op initiatief van de Universiteit Twente is er een Human Capital Agenda voor de energietransitie ontwikkeld. In deze Human Capital Agenda werken het ROC, hogeschool Saxion én de Universiteit samen om het onderwijs te faciliteren voor de nieuwe banen die gaan ontstaan in de energietransitie.

De samenhang en nieuwe ontwikkelingen op deze beleidsterreinen worden via de themanummers gekoppeld aan de monitor in 2021. Doorontwikkeling monitor De cijfers voor de duurzame opwekking op (grootschalige) daken behoeft nog een actualisatieslag voor 2019/2020. Dit wordt gedaan aan de hand van luchtfoto’s vanuit het project “zonnedakje” van de provincie Overijssel. Verwacht wordt dat een veel hoger percentage dakoppervlak (> 300m2) momenteel al is belegd met zonnepanelen in de Twentse gemeenten. Ook moet het onderdeel warmte nog verder worden uitgewerkt naar aanleiding van de ontwikkeling van de warmtetransitievisies van gemeenten. Dit gebeurt in samenwerking met de energie-atlas vanuit de VNG. Deze wordt ondere andere aangevuld met een vlekkenkaart waarop per wijk wordt aangegeven voor welke vervangende warmtebron gekozen wordt om het aardgas in de toekomst te vervangen.

BIJLAGE 3. MONITOR

3

Regionale Energie Strategie Twente 1.0 - Bijlage 4. Energiebesparing -

BIJLAGE 4. ENERGIEBESPARING

1

1. INLEIDING ENERGIEBESPARING Een eerste stap in de energietransitie is en blijft de energiebesparing. Want, wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Op verzoek van volksvertegenwoordigers hebben we hier meer nadruk op gelegd in het koersdocument en daar een procesafspraak over opgenomen. Daarnaast is als afspraak opgenomen in het koersdocument dat we inzetten op meer bewustwording als het gaat om de wisselwerking tussen elektriciteit en warmte. Aanvullend op het koersdocument geven we in deze bijlage de aandachtspunten weer: Energie besparen voor elektriciteitsopgave Zelf energie opwekken of gebouwen verduurzamen is iets waar veel inwoners van Twente en woningcorporaties al bewust mee bezig zijn. Bijvoorbeeld door in hun eigen woning of in hun eigen bedrijf op zoek te gaan naar kansen en mogelijkheden. Alhoewel zon op dak geen energiebesparing is, ervaren veel huiseigenaren in Twente al de voordelen van een goed geïsoleerd huis of zon op dak. Met hun eigen zonnepanelen dragen ze bij aan het terugbrengen van de CO₂-emissie. Niet alleen de CO₂-reductie is een voordeel, steeds meer woningeigenaren met zonnepanelen kunnen in hun eigen energiebehoefte voorzien. De financiële voordelen van verduurzaming kennen ze daarom ook. Het is belangrijk dat we deze trend vasthouden en zoveel mogelijk woningeigenaren motiveren om te verduurzamen.

Voor Twente is dit extra van belang vanwege het grote aandeel woningen in het buitengebied. Al deze vormen van verduurzaming helpen bij de energietransitie. Zon op dak bij particulieren wordt in Twente dan ook gestimuleerd en aangejaagd door gemeenten. In opdracht van gemeenten geven lokale energieloketten inwoners advies op maat om energie te besparen en duurzame maatregelen te nemen. Ook bedrijven investeren nu al in de duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing of ze denken erover na. De energietransitie bestaat niet alleen uit grootschalige initiatieven, iedereen kan wat bijdragen. Al deze initiatieven in het eigen huis en in het eigen bedrijf staan niet beschreven in deze RES, maar helpen zeker mee aan de opgave waar Twente voor staat. Energie besparen voor warmteopgave Naast de overschakeling op duurzame warmtebronnen is het essentieel om woningen beter te isoleren en de warmtevraag te beperken. Woningbouwcorporaties en veel inwoners van Twente zijn al bewust bezig met het verduurzamen van gebouwen. Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar energiebesparingsopties voor hun eigen woning of bedrijf. Zo ervaren veel huiseigenaren in Twente al de voordelen van een geïsoleerd huis en kunnen woningeigenaren met zonnepanelen in hun eigen energiebehoefte voorzien. Om deze trend ook in de toekomst vast te houden moet dit gestimuleerd worden.

Twentse gemeenten werken daarom samen in een gezamenlijk energieloket van Overijsselse gemeenten en bundelen de krachten en kennis om energiebesparing te stimuleren. Inwoners krijgen advies op maat om energie te besparen en duurzame maatregelen te treffen. In kunnen Lokale Energie Iniatiatieven (LEI) kunnen een belangrijke rol vervullen bij het vormgeven van lokale zelfstandige warmtenetwerken in een woonwijk en de realisatie van kleinschalige warmte- en biogas-/ groengasinstallaties. Wisselwerking elektriciteit en warmte Duurzame opwek van elektriciteit en de warmtetransitie zijn niet los van elkaar te zien. Het elektrificeren van de warmtevraag heeft een directe impact op de hoeveelheid opweklocaties voor duurzame elektriciteit. Met andere woorden, het risico om veel in te zetten op elektrificatie vergroot de uitdagingen om de duurzame opwek gerealiseerd te krijgen. Hierbij is de ruimtelijke kwaliteit een belangrijke afweging, evenals de impact op de elektriciteitsnetwerken en hiermee de maatschappelijke betaalbaarheid. Twente heeft unieke kansen om een warmteregio te ontwikkelen waarin diverse bronnen worden toegepast. Door dit optimaal te doen is de impact op het totale energiesysteem het kleinst en kunnen maatschappelijke middelen zo efficiënt en effectief mogelijk worden ingezet.

Daarom moet er maximaal worden ingezet op het benutten van beschikbare duurzame warmtebronnen en infrastructurele netwerken. Om onze regio haalbaar en betaalbaar aardgasvrij te verwarmen is hierbij het uitgangspunt te voorkomen dat bronnen onbenut blijven of gemeenten aanspraak maken op dezelfde bronnen in de Transitievisies Warmte, is het belangrijk hier nu al regionaal afspraken over te maken, zodat de belangen van iedere inwoner zo goed mogelijk geborgd zijn.

BIJLAGE 4. ENERGIEBESPARING

2

Regionale Energie Strategie Twente 1.0 - Bijlage 5. Systeemefficientie -

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

1

1.

INLEIDING SYSTEEMEFFICIËNTIE

De maatschappelijke kosten voor de energietransitie, het ruimtebeslag en de benodigde tijd in de uitvoering zijn fors. Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. Met de adviezen ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES. Voor een efficiënt energiesysteem moet onder andere vraag en aanbod van energie op elkaar zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en planning van het systeem. In het kader van een haalbaar, betaalbare en schaalbare RES Twente, is in het koersdocument aandacht gevraagd voor het realiseren van een efficiënt energiesysteem, de resultaten van de impactanalyse, uitbreiding van netcapaciteit en meer bewustwording over de benodigde investering en maatschappelijke kosten. Daarnaast is binnen de Twentse Energie Agenda aandacht gevraagd voor de behandeling van aanvragen bij netbeheerders. In aanvulling op de toelichting in het koersdocument is aandacht besteed aan: Uitgangspunten systeemefficiëntie Doorrekening van het bod RES Twente Efficiëntie van het Twentse bod Systeemstudie Overijssel

2.

UITGANGSPUNTEN SYSTEEMEFFICIËNTIE

De energietransitie vraagt om een uitbreiding en verzwaring van onze elektriciteitsnetten, om aanpassing van gasnetten en de aanleg van warmtenetten. Het is van belang dat de keuzes en afspraken die we maken in de RES 1.0 haalbaar zijn en bijdragen aan een efficiënt energiesysteem. Dit betekent onder andere dat vraag en aanbod van energie op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en planning van het systeem. Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie draaien we in Twente aan de volgende knoppen:

-

-

Energiemix: voor het realiseren van onze ambities (1,5 TWh in 2030) is een combinatie nodig van zonne- en windenergie

o

Zonne-energie vereist hogere kosten voor transport, en 50% hogere productiekosten per kWh. Elke vervanging van zonne-energie door windenergie levert een voordeel op in het kader van de invulling van het hoekpunt kosteneffectiviteit/systeemefficiëntie.

o

Bestaande en nieuwe aansluit- en transportcapaciteit benutten. Clusteren is doorgaans efficiënt.

Clustering: bronnen voor het opwekken van elektriciteit willen we bij voorkeur clusteren in het landschap.

o -

Bundeling van bronnen: de opwek van zonne-energie en windenergie bij elkaar.

o -

3.

betere benutting kabels en aansluitkosten lager.

Efficiëntie en kostenbesparing transport: vraag en aanbod dichtbij elkaar.

o -

Bij kleine zonnevelden (< 10 ha) worden kabels deels onbenut en zijn netaansluitkosten relatief hoog. De grotere projecten worden aangesloten op stations met grotere capaciteit, waardoor er minder verzwaringen nodig zijn, kabels beter worden benut en de kosten lager zijn.

We benutten dezelfde infrastructuur voor zowel vraag als aanbod. Bovendien betekent weinig transport ook dat minder uitbreidingen nodig zijn.

o Duurzame opwek nabij een netwerkstation is vanuit systeemefficientie kostenbesparend. Benutting bestaande aansluit- en transportcapaciteit. DOORREKENING VAN HET BOD

Enexis, Coteq en TenneT hebben in januari 2021 in beeld gebracht waaruit de gevolgen bestaan van de in de RES 1.0 gemaakte keuzes. De nieuwe inzichten uit de RES Twente 1.0 helpen, nu we de feiten beter kennen, om beter samen te werken en constructief het overleg aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en waar met welke prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten worden. Zowel door Enexis en Coteq als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het integraal plannen. Op weg naar RES Twente 2.0 gaan samen aan de slag om de locaties voor grootschalige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en realisaties te plannen in de tijd. Conclusies voor systeemefficiëntie 1. Uit een vooranalyse van alternatieve scenario’s die in het najaar van 2020 is uitgevoerd door de netbeheerders is gebleken dat het aantal uitbreidingen significant kan verminderen met het verschuiven van de verhouding wind/zon van 40/60 richting 60/40. 2. Uit dezelfde vooranalyse blijkt ook dat het optimaal benutten van bestaande en nieuwe capaciteit die ontstaat door uitbreidingen ook het aantal uitbreidingen kan verminderen. Dit kan gedaan worden door de locaties voor duurzame opwek af te stemmen op stations met capaciteit of waar uitbreidingen gepland staan.

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

2

Aanbeveling voor uitvoering/proces 1. Een volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van groot belang voor het bepalen van de netimpact en het plannen van de juiste investeringen. Hoe concreter en zekerder de locaties voor duurzame opwek worden, hoe beter deze opgenomen kunnen worden in de investeringsplannen van de netbeheerders. 2. Een uitvoerbare RES vraagt ook om integraal plannen van ontwikkelingen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek. Het is belangrijk om in gezamenlijkheid te bepalen waar gestart moet worden met uitbreidingen van de energie-infrastructuur. 3. Het tijdig starten met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur en onderzoeken hoe planprocedures versneld kunnen worden kan de impact op de haalbaarheid vergroten. Hiermee kunnen de doorlooptijden van benodigde uitbreidingen verkort worden. 4. Tussen het RES-bod en aanvragen uit de markt bestaat een verschil in fasering. Marktpartijen lijken nu al meer plannen voor duurzame energieproductie te hebben dan door de RES-regio wordt voorzien. Het is belangrijk om deze met elkaar in lijn te brengen om zo meer helderheid te scheppen over welke uitbreidingen wanneer nodig zijn en welke plannen beter inpasbaar zijn.

Het is ook belangrijk dat we afspraken maken hoe we omgaan met afwijkingen in de marktontwikkelingen ten opzichte van het RES bod. 5. Het is in de meeste gevallen verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations vrij te houden voor netuitbreidingen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. 6. De tijd om stations te bouwen/uit te breiden loopt niet synchroon met het aansluiten van duurzame initiatieven. De netbeheerders opteren ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Neem uitbreiding en aanleg van energie-infrastructuur, ten behoeve van de energietransitie, mee in omgevingsvisies en -plannen van gemeenten. Doorrekening van het bod Als onderdeel van de RES Twente 1.0 heeft de regio haar ambities met betrekking tot duurzame opwek gedeeld met de netbeheerders. Op basis van de aangeleverde gegevens hebben Enexis Netbeheer en Coteq Netbeheer de impact van de plannen op de noodzakelijke investeringen in de energie-infrastructuur bepaald.

Om een juiste inschatting van de netimpact te maken, hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan in de energie-infrastructuur en welke netinvesteringen nodig zijn om de ambities in de RES Twente 1.0 te realiseren. De RES Twente 1.0 geeft zo richting aan de investeringsplannen van Enexis en Coteq, die tweejaarlijks worden herijkt. Een aantal uitbreidingen dat nodig is om het RES-bod van Twente te faciliteren is reeds opgenomen in de huidige investeringsplannen en in voorbereiding.1 De analyse maakt inzichtelijk wat de impact is van het RES-bod op de investeringen in de energie-infrastructuur. De benodigde aanpassingen zijn een indicator voor het hoekpunt systeemefficiëntie in het afwegingskader. De netimpactanalyse beperkt zich tot de impact voor de netbeheerders. Overige maatschappelijke kosten en impact, zoals SDE-subsidies, zijn hierin niet meegenomen. We geven hier een korte samenvatting van de uitkomsten van de netimpactanalyse (netimpactrapportage RES 1.0 Twente, februari 2021). Samenvatting resultaten Uit de resultaten blijkt dat er op een groot aantal elektriciteitsstations uitbreidingen nodig zijn om het RES-bod te kunnen realiseren.

Uit de analyse blijkt echter ook dat er geen nieuw HS/MS-station nodig is, dit zijn de stations die voor de verbinding zorgen tussen het hoogspanningsnet van TenneT en de distributienetten van Coteq en Enexis. In algemene zin vragen uitbreidingen minder uitvoeringstijd dan het bouwen van een nieuw station. Voor het peiljaar 2025 is een inschatting gemaakt welk aandeel van het RES-bod gerealiseerd zal zijn, we zien dat hierin een verschil zit met de ontwikkelingen uit de markt op dit moment. In Twente zijn 16 HS/MS-stations (in de analyse is ook station Raalte buiten Twente meegenomen). Op vier van deze stations is nu al een knelpunt door huidig aangesloten of al in opdracht gegeven aan te sluiten duurzame opwekinitiatieven. Vanuit de netimpactanalyse van de RES Twente 1.0 wordt op nog eens twaalf stations een knelpunt verwacht, waarvan drie stations voor 2025 al voor een knelpunt kunnen zorgen en voor negen stations tussen 2025 en 2030. Op één station wordt geen knelpunt verwacht op basis van het RES 1.0 bod. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.

1 Dit betekent niet dat benodigde investeringen voor de RES 1.0 ook uitgevoerd worden, op dit moment zijn de investeringen klantvraag

gedreven. In gezamenlijk verband wordt met de netbeheerders momenteel onderzocht hoe we zo goed mogelijk pro-actieve investeringen voor de RES kunnen plannen.

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

3

Figuur xx. Kaart met hoog- en middelspanningsstations en aanduiding waar een knelpunt wordt verwacht. Om de knelpunten die ontstaan door het RES-bod op te lossen, zijn investeringen door Enexis, Coteq en TenneT nodig. Op veertien van de vijftien HS/MS-stations in Twente zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk om het RES-bod te faciliteren. Van deze knelpunten wordt er maar één veroorzaakt door de vraagontwikkeling. De andere uitbreidingen zijn noodzakelijk om de duurzame opwek aan te kunnen sluiten. Voor deze stations geldt als voorwaarde dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en Coteq pas volledig benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. De uitbreiding van een HS/MS-station is een tijdsintensief project, de doorlooptijd is tussen de vier en zes jaar. Deze indicatie voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door de netbeheerder uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel. De netbeheerders schatten in dat de benodigde uitbreidingen haalbaar zijn voor 2030, indien de RES-plannen tijdig voldoende concreetheid en zekerheid bieden om over te kunnen gaan tot investering.

Voor de tijdige uitvoering van het RES-bod is het daarom essentieel om continue afstemming te hebben tussen netbeheerder, gemeenten en provincie. De impact op de ruimte lijkt uit de impactanalyse beperkt. Bij de uitwerking van uitbreidingen kan echter blijken dat door omstandigheden in boven- en/of ondergrond toch nog ruimte gezocht moet worden om de uitbreidingen mogelijk te maken. De indicatieve kosten voor Enexis en Coteq, ten behoeve van netinvesteringen voor de realisatie van het RES-bod 1.0, wordt geschat tussen de 200 en 300 miljoen euro, zie figuur 2. De bandbreedte van deze kostenschatting ontstaat door de onzekerheid in de concreetheid van de plannen met betrekking tot duurzame opwekking. De netbeheerders kunnen daardoor enkel een indicatieve inschatting van MS- en LS-kosten maken. Ook de kosten per uitbreiding van een station zijn locatie- en situatieafhankelijk. Het toepassen van keuzes voor systeemefficiënte is nog niet meegenomen in deze bandbreedte. In de analyse is voor TenneT gekeken naar de impact en de benodigde netaanpassingen. Er is echter nog geen uitspraak gedaan voor de benodigde ruimte, kosten en tijd. De investeringen die TenneT moet doen voor het uitbreiden van de hoogspanningsnetten komen nog bovenop de eerdergenoemde bandbreedte.

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

4

Figuur 1 Huidig geplande uitbreidingen Er zijn binnen de regio Twente al verschillende plannen voor uitbreidingen door Enexis, Coteq en TenneT. In figuur 3 zijn de stations weergegeven waar reeds opdracht is gegeven voor uitbreidingen voor 2025 door Enexis en Coteq. Voor de stations Losser en Tubbergen zijn de reeds geplande uitbreidingen voldoende om het RES-bod aan te sluiten. Hier zijn (op basis van het RES-bod) geen verdere uitbreidingen door Enexis benodigd. Voor de uitbreidingen op de stations Almelo Mosterdpot, Enschede Wesselerbrink, Vroomshoop en Raalte geldt dat ze aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. Op deze stations zijn hiernaast nog verdere uitbreidingen door Enexis, Coteq én Tennet nodig om knelpunten op te lossen.

Figuur xx Het RES-bod past op veel van de stations met de in uitvoering zijnde netverzwaringen en aanpassingen van TenneT. De uitbreidingen die reeds door TenneT gepland staan worden weergegeven in figuur 4. Enkel de opgave rondom Tubbergen en Vroomshoop kan met het huidige netwerk van TenneT niet gefaciliteerd worden. Hiervoor zijn opwaarderingen nodig op de bestaande hoogspanningslijnen tussen Almelo, Vroomshoop en Tubbergen. De verwachting is dat deze opwaarderingen door TenneT gerealiseerd kunnen zijn voor 2030.

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

5

Figuur xx Verbetermogelijkheden en aanbevelingen Vanuit de impactanalyse doen de netbeheerders een aantal aanbevelingen aan de RES Twente, om de uitvoerbaarheid van het bod in de RES Twente 1.0 te verhogen en de maatschappelijke kosten te verlagen:

4.

EFFICIËNTIE VAN HET TWENTSE BOD

Er zijn verschillende manieren om naar (systeem)efficiëntie te kijken. Voor de scope van de RES waar we onder meer gezamenlijk keuzes en afspraken maken over waar we hoeveel elektriciteit willen opwekken met welke techniek, gaat het er vooral om of deze hoeveelheid elektriciteit efficiënt opgewekt en getransporteerd kan worden naar de afnemers. Voor onze afweging kijken we naar de maatschappelijke kosten die nodig zijn om ons bod in 2030 te realiseren. Deze kosten dragen we als maatschappij en worden (via energiebelasting en tarieven van de netbeheerders) naar onze burgers en bedrijven doorberekend. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben wij deze meegenomen in onze afweging tussen de verschillende hoekpunten uit ons afwegingskader. Door de complexiteit van de materie is een deel van de beschikbare keuzes vereenvoudigd weergegeven, de kosten zullen sterk afhangen van de toekomstige ontwikkelingen. Samen met de netbeheerders zijn de belangrijkste factoren bepaald waarmee lokale en regionale keuzes de systeemefficiënte en de maatschappelijke kosten beïnvloeden: de verhouding zon – wind; de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit; de afstand tussen een productielocatie hernieuwbare elektriciteit en het aansluitpunt op het elektriciteitsnet; mate waarin projecten worden geclusterd.

In Twente bedraagt de verhouding tussen de elektriciteitsproductie door windturbines en zonnepanelen nu 40/60, terwijl elektriciteitsproductie uit zon voor het netwerk ongeveer een factor 3 minder efficiënt is (duurder is) dan windenergie. Als het aandeel wind met 20% toeneemt (dus van 40% wind naar 60% wind), dan dalen de maatschappelijke kosten naar schatting met ruim € 100 mln. Hiervan betreft € 24 mln de kosten voor de netverzwaring (of het benutten van huidige capaciteit) en het aansluiten van de initiatieven hierop (bij aanname van gemiddelde afstand van 5 km). De rest betreft de verstrekte SDE-subsidie over de looptijd van 15 jaar. Dat is 75% van de meerkosten. Hier zijn dus mogelijkheden blijven liggen om kosten te besparen. Uit de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de Twentse energiemix niet afwijkt van het landelijke beeld en dat de maatschappelijke kostenefficiëntie nog sterk kan verbeteren. Uit de doorrekening van Enexis blijkt dat de ambitie uit de RES Twente 1.0 gerealiseerd kan worden door de beschikbare aansluit- en transportcapaciteit uit te breiden. De investeringen voor het uitbreiden van de capaciteit zijn groot, maar we hebben geen nieuw station nodig en dat is in de meeste regio’s wel het geval. Er is in Twente nog vrije capaciteit die geen investeringen vergt.

Inefficiënte keuzes in de RES Twente 1.0 maken het realiseren van meer duurzame elektriciteit na 2030 duurder. Bij de voorbereiding van de RES Twente 1.0 is geïnventariseerd waar reeds hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt en waar die projecten in voorbereiding zijn. Daarbij is ook gekeken naar de voorbereiding van ruimtelijk beleid door gemeenten. En dat levert een zeer divers beeld op.

BIJLAGE 5. SYSTEEMEFFICIENTIE

6

Sommige gemeenten tellen al meerdere zonnevelden. In andere gemeenten is de aanwijzing van locaties voor de realisatie van zonnevelden nog onderwerp van een participatieproces, terwijl er ook gemeenten zijn die ruimtelijk beleid aan het voorbereiden zijn. Dit maakt het niet eenvoudig om eenduidige conclusies voor heel Twente te kunnen trekken. Wat wel kan worden geconstateerd, is dat er in Twente geen sprake is van grootschalige concentratie van productiefaciliteiten voor zonne- en windenergie. In Twente kunnen kostenvoordelen worden behaald als projectlocaties meer worden geclusterd.

5.

SYSTEEMSTUDIE OVERIJSSEL

Eind 2020 zijn de resultaten beschikbaar gesteld van een systeemstudie waarin vier toekomstscenario’s voor het energiesysteem in Overijssel in 2050 uitgewerkt. De systeemstudie voor Overijssel heeft laten zien dat de voornaamste uitdagingen voor de infrastructuur in Overijssel liggen op het gebied van het elektriciteitsnet. Bij een stevige ambitie op de opwek van hernieuwbare elektriciteit (die vanwege weersafhankelijkheid een vrij grillig opwekpatroon heeft) neemt de vraag naar transportcapaciteit substantieel toe. Dit vraagt veel meer uitbreiding van de transportcapaciteit dan de verwachte sterke stijging van de vraag naar elektriciteit als gevolg van de elektrificatie bij onder andere de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de industrie en de verduurzaming van de mobiliteit. De systeemstudie laat ook zien dat er nog een groot aantal onzekerheden zijn die de toekomst kunnen beïnvloeden (wat wordt de rol van waterstof? Kiezen we voor zelfvoorzienendheid en zo ja op welke schaal?). De systeemstudie heeft de volgende inzichten opgeleverd die in gedachten gehouden kunnen worden bij de formulering van de Twentse RES 1.0.

Voorkom mogelijk onnodige netverzwaringen: gezien de onzekere toekomst is het relatief spijtvrij als we capaciteitsuitbreidingen ten behoeve van (liefst geconcentreerde) grootschalige opwek eerst overwegen voor rond Hoogspanning (HS)/Middenspanning (MS)stations die vanuit de lange termijn vraagontwikkeling ook verzwaard moeten worden. Pas op met een ambitieniveau: de keuze om lokaal/regionaal de eigen elektriciteitsvraag zelf op te wekken heeft grote impact op infrastructuur (je importeert en exporteert nog steeds veel). Formuleer een ambitie met een verstandige verhouding in relatie tot verwachte vraag en beschikbare infra voor elektriciteit. Maak verstandige keuzes met betrekking tot de energiemix: een groot aandeel zon vraagt relatief veel netverzwaring. Dezelfde hoeveelheid elektriciteit is met wind op te wekken met veel minder netverzwaring, waardoor zowel de tijdige realisatie als de betaalbaarheid sterk verbeteren. Mede doordat het aandeel zon in elektriciteitsproductie groot is, is er veel onbalans tussen aanbod en vraag en is er dus sprake van veel uitwisseling van elektriciteit met de omgeving. Daarnaast kunnen er afspraken met bedrijven gemaakt worden die veel energie verbruiken of grote pieken in het verbruik veroorzaken om kortdurend een deel van die energievraag uit te schakelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10291887/2