10. Beleidskader Verbonden Partijen 2025 - Bijlage - Beleidskader verbonden partijen 2025
Tekst van het document
Verbonden Partijen
Beleidskader Verbonden Partijen 2025
Beleidskader Verbonden Partijen 2025
Verbonden Partijen
Datum Versie Auteur
: : :
30 oktober 2025 1 Albert Lageweg
Inhoud 1. Inleiding .......................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding...................................................................................................................................6 1.2 Doelstelling van deze nota .........................................................................................................6 1.3 Definities.....................................................................................................................................6
2. Wettelijk kader en ontwikkelingen ................................................................................ 8 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................8 2.2 Wettelijk kader ............................................................................................................................8
3. Afwegingen oprichting of deelname aan een verbonden partij ................................ 11 3.1 Inleiding ....................................................................................................................................11 3.2 Beslisboom bij het oprichten of deelnemen aan een verbonden partij ....................................11 3.3 Evaluatie en heroverweging van verbonden partijen ...............................................................14 3.4 Beleidskader voor oprichting of deelname aan een verbonden partij ......................................15 15
4. Vertegenwoordiging in een verbonden partij............................................................. 16 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................16 4.2 Relaties en rollen met verbonden partijen ...............................................................................16 4.3 Vertegenwoordiging in publiekrechtelijke organisaties ............................................................16 4.4 Vertegenwoordiging in privaatrechtelijke organisaties .............................................................17 4.5 Beleidskader vertegenwoordiging in een verbonden partij ......................................................17
5. (Aan)sturing van verbonden partijen .......................................................................... 18 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................18 5.2 (Aan)sturing van verbonden partijen in de aanloopfase ..........................................................18 5.3 (Aan)sturing van bestaande verbonden partijen ......................................................................19 5.4 Beleidskader (aan)sturing verbonden partijen .........................................................................20
6. Beheersing van verbonden partijen ........................................................................... 21 6.1 Inleiding ....................................................................................................................................21 6.2 Informatievoorziening publiekrechtelijke verbonden partijen ...................................................21 6.3 Informatievoorziening privaatrechtelijke verbonden partijen ....................................................22 6.4 Risicomanagement ..................................................................................................................22 6.5 Beleidskader beheersing verbonden partijen...........................................................................22
7. Toezicht houden .......................................................................................................... 23 7.1 Inleiding ....................................................................................................................................23 7.2 Instrumenten voor het houden van toezicht .............................................................................23 7.3 Beleidskader toezicht houden ..................................................................................................23
8. Verantwoording door de verbonden partij ................................................................. 24 8.1 Inleiding ....................................................................................................................................24
3
8.2 Aspecten van verantwoording ..................................................................................................24 8.3 Beleidskader verantwoording door een verbonden partij ........................................................24
9. Paragraaf verbonden partijen ..................................................................................... 25 9.1 Inleiding ....................................................................................................................................25 9.2 Huidige eisen BBV met betrekking tot de paragraaf verbonden partijen. ................................25 9.3 Format paragraaf verbonden partijen. .....................................................................................25 9.4 Overzicht verbonden partijen (per december 2025). ...............................................................26
Bijlage 1: Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtsvormen ................................... 27
4
Samenvatting Verbonden partijen zijn organisaties die een taak voor de gemeente uitvoeren en waarin we als gemeente een bestuurlijk en financieel belang hebben. Deelname aan een verbonden partij is een manier om een gemeenschappelijk doel te bereiken. De keuze om deel te nemen aan een verbonden partij vraagt altijd een specifieke afweging. Centraal staat daarbij de vraag: “Is dit de geëigende vorm om de doelstellingen van de gemeente te realiseren?” Verbonden partijen zijn van belang voor de gemeente Oldenzaal en wel om de volgende drie redenen: 1. zij realiseren (publieke) doelen van de gemeente Oldenzaal; 2. zij kunnen financiële risico’s met zich meebrengen voor de gemeente Oldenzaal; 3. zij kunnen bestuurlijk-organisatorische risico’s met zich meebrengen die te maken hebben met de dubbele rol van de gemeente (bestuurder/eigenaar en klant/opdrachtgever) bij de partij en het risico van het op afstand plaatsen van taken en verantwoordelijkheden. Volgens de definitie van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een verbonden partij een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. 1. De definitie financieel belang wil zeggen dat door de gemeente beschikbaar gestelde financiële middelen niet verhaald kunnen worden in het geval van faillissement van deze verbonden partij.
Ook kan het zo zijn dat, wanneer de verbonden partij in de financiële problemen komt, deze verhaald kunnen worden bij de gemeente. Voorbeelden waarbij het financieel belang ontbreekt is het geval bij crediteuren of subsidierelaties waar tegen betaling een prestatie wordt geleverd. 2. Van bestuurlijk belang is sprake wanneer er zeggenschap is door middel van vertegenwoordiging in het bestuur door een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente of in vorm van stemrecht. Bij de oprichting van een verbonden partij hebben we als gemeente maximaal invloed en sturen we actief op de vormgeving, dit geldt vooral bij de publiekrechtelijke verbonden partijen. Op dat moment moet de gemeenschappelijke regeling nog worden vastgesteld en kunnen we actief sturen op het functioneren en toekennen van bevoegdheden en verantwoordingseisen. Het college legt in deze fase de keuzes voor aan de raad. De raad heeft een kaderstellende en controlerende rol ten opzichte van het college en de taak van het college is om zicht te houden op de uitvoering, prestaties, kosten en risico’s van de verbonden partij. Naast de reguliere verantwoordingsmomenten rond kadernota en begroting, informeert het college de raad actief bij grote bestuurlijke en/of financiële wijzigingen en ontwikkelingen.
De ambtelijke organisatie heeft en onderhoud actief contact met de verbonden partijen en de overige deelnemers en ondersteunt het bestuur met informatie en advies. Aan het einde van iedere raadsperiode vindt er een evaluatie plaats van de raads- en gemengde regelingen. Bij de evaluatie kijken we of deelname aan de verbonden partij nog steeds de geëigende vorm is om de doelstellingen van de gemeente te realiseren. In de gemeentelijke visie geven we aan wat we willen realiseren met de verbonden partij. De gemeentelijke vertegenwoordiger in de verbonden partij draagt deze visie uit in de verbonden partij en legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. Jaarlijks worden in de paragraaf verbonden partijen bij begroting en jaarrekening de actuele beleidsvoornemens en ontwikkelingen aangegeven. Dit naast de risico’s en financiële ratio’s. De betrokkenheid van een verbonden partij bij de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen (de effecten daarvan) vindt plaats bij het betreffende programma van de programmabegroting of jaarrekening.
5
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het huidige “Beleidskader verbonden partijen Oldenzaal 2011” is in februari 2012 door de raad vastgesteld. Onder andere door de “Visie en afwegingskader regionale samenwerking gemeente Oldenzaal” die op 26 mei 2025 door de raad is vastgesteld en de wijzigingen per 1 juli 2022 in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en de behoefte om meer grip te krijgen op de verbonden partijen is ervoor gekozen het huidige beleidskader te actualiseren.
1.2
Doelstelling van deze nota
Deelname aan een verbonden partij is een manier om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Deelname aan een verbonden partij is in principe een politieke keuze, met uizondering van de verplichte door de wet opgelegde samenwerkingsverbanden zoals bijvoorbeeld de Veiligheidsregio’s. Verbonden partijen voeren vaak, maar niet altijd, beleid uit dat de gemeente in principe ook zelf kan (blijven) uitvoeren. Omdat de gemeente uiteindelijk verantwoordelijk blijft voor de realisatie van de beoogde doelstellingen van de programma’s, heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende taak met betrekking tot de invulling en uitvoering van de activiteiten. Vanuit verschillende oogpunten is het belangrijk dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. De verschillende oogpunten zijn: • beleidsmatig: Het gemeentelijk beleid wordt uitgevoerd door de verbonden partijen in plaats van de gemeente. De gemeente blijft echter wel verantwoordelijk voor het realiseren van het beleid; • bestuurlijk: Bij de realisatie van het beleid door middel van verbonden partijen kunnen zich bestuurlijke risico’s voordoen. Het is van belang voor de gemeente om te weten welke bestuurlijke risico’s gelopen kunnen worden per verbonden partij; • financieel: Het is voor de gemeente van belang om de kosten en de financiële risico’s inzichtelijk te hebben die zij loopt met de verbonden partijen.
De gemeenteraad legt door middel van dit beleidskader verbonden partijen algemene en specifieke uitgangspunten vast ten aanzien van de deelname, sturing, beheersing, verantwoording en toezicht van verbonden partijen.
1.3
Definities
Verbonden partij Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: “een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft”. Financieel belang In artikel 1 lid c BBV wordt financieel belang gedefinieerd als: “Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt”. Bestuurlijk belang In artikel 1 lid d BBV wordt bestuurlijk belang gedefinieerd als: “Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”.
6
Er is sprake van een bestuurlijk belang als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij alleen een (niet benut) benoemingsrecht of voordrachtrecht is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Ook als niet namens de gemeente maar op persoonlijke titel zitting wordt genomen in een bestuur is er geen sprake van een verbonden partij.
7
2.
Wettelijk kader en ontwikkelingen
2.1
Inleiding
Op het gebied van verbonden partijen gelden meerdere wetten en (beleids)regels die tezamen het wettelijk kader vormen. Het wettelijk kader bestaat onder meer uit de Gemeentewet, het Burgerlijk Wetboek (boek 2, rechtspersonen), de Wet gemeenschappelijk regelingen en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de relevante bepalingen. Tevens wordt ingegaan op relevante ontwikkelingen binnen het wettelijk kader en landelijke en regionale ontwikkelingen met betrekking tot samenwerkingsverbanden.
2.2
Wettelijk kader
Gemeentewet (Gw) De grondregel van de Gemeentewet is dat publieke taken door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Private rechtsvormen zijn slechts toelaatbaar: “indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang” (artikel 160 lid 2 Gw). Voor het gebruik van publieke rechtsvormen geldt deze beperking overigens niet. In de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn bepaalde waarborgen opgenomen voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, beïnvloedingsmogelijkheden, toezicht, democratische controle en openbaarheid die niet gelden bij privaatrechtelijke rechtsvormen. De Gemeentewet bepaalt dat het besluit (van het college) tot oprichting van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap (of een deelneming daarin) niet wordt genomen dan nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Een belangrijk juridisch kader voor samenwerking tussen gemeenten is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De Wgr richt zich op samenwerkingen tussen decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) onderling. Het gaat in dit geval om gemeenschappelijke regelingen.
In deze wet staan de (procedurele) regels over het ontstaan, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, de werking van het bestuur en de informatie en verantwoordingsrelatie (zienswijze begroting en verantwoording afleggen jaarrekening) tussen gemeenschappelijke regeling en een gemeente. In de tekst van de gemeenschappelijke regeling zelf staan vervolgens details over de bestuurlijke inrichting. Burgerlijk wetboek (boek 2, rechtspersonen) Ten aanzien van privaatrechtelijke organisatie zijn in het Burgerlijk wetboek (boek 2, rechtspersonen), bepalingen opgenomen over de verschillende rechtspersonen waarin ook een gemeente kan deelnemen. Het gaat om vennootschappen (NV’s en BV’s), verenigingen, coöperaties en stichtingen. Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) In het BBV zijn verschillende bepalingen opgenomen ten aanzien van verbonden partijen. Zo schrijft het BBV voor dat in de begroting en de jaarrekening de verbonden partijen verplicht moeten worden opgenomen in een aparte paragraaf Verbonden Partijen. Tevens schrijft het BBV voor welke informatie deze paragraaf tenminste moet bevatten. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in (zie paragraaf 9.4): • 1°.
gemeenschappelijke regelingen; • 2°. vennootschappen en coöperaties;
8
• 3°. stichtingen en verenigingen, en, • 4°. overige verbonden partijen; c. de lijst van verbonden partijen. In de lijst van verbonden partijen wordt tenminste de volgende informatie opgenomen: a) de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b) het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c) de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d) de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e) de eventuele risico’s van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente. Wet Markt en Overheid De Wet Markt en Overheid geeft gedragsregels voor overheden en overheidsbedrijven die marktactiviteiten ondernemen. De wet staat marktactiviteiten door overheidsorganisaties en –bedrijven toe indien dit gebeurt op basis van een expliciet besluit, waarbij het publiek belang van de marktactiviteit wordt afgewogen tegen de private belangen van ondernemers. Digitale toegankelijkheid Alle overheidsinstanties, publiekrechtelijke instellingen en samenwerkingsverbanden dienen te voldoen aan de toegankelijkheidseisen die aan websites en mobiele apps worden gesteld.
Hierover moet verantwoording worden afgelegd in een toegankelijkheidsverklaring. Deze wettelijke eis geldt ook voor de verbonden partijen. Wet op de vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 betalen overheidsondernemingen, waaronder verbonden partijen belasting over hun winst. Doel van de wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Daar waar de Gemeente 100% aandeelhouder is, bv. Sport Oldenzaal BV, dan vallen deze overheidsondernemingen onder het gemeentelijk horizontaal toezicht op basis van de controle aanpak van de Belastingdienst. Publiek aandeelhouderschap De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) regelt dat uitzettingen in de vorm van aandelen uitsluitend zijn toegestaan indien daarmee een publiek belang wordt gediend. Wet Normering Topinkomens (WNT) De WNT is van toepassing op topfunctionarissen bij: - De gemeenschappelijke regelingen (die rechtspersoonlijkheid bezitten). - Instellingen waarop een overheidsorgaan invloed uitoefent op het beheer of beleid van de instelling, bijvoorbeeld door de benoeming van één of meer leden in het bestuur. De Oldenzaalse publiekrechtelijke verbonden partijen vallen allen onder de WNT. NV’s en BV’s die geen publiekrechtelijke bevoegdheden (openbaar gezag/ bestuursorgaan) hebben, vallen niet direct onder de WNT.
Vrijwel alle privaatrechtelijke deelnemingen waarvan Oldenzaal aandeelhouder is, houden zich, al dan niet vrijwillig, aan de WNT (Cogas en Twente Milieu). Wet open overheid en gemeenschappelijke regelingen Vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en van het gemeenschappelijk orgaan dienen actief openbaar te
9
worden gemaakt. Dat geldt ook voor de besluitenlijsten en agenda’s van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. De Wet open overheid is op 1 mei 2022 in werking getreden en kent een overgangsperiode van acht jaar. Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van het verslagjaar 2023 stellen decentrale overheden zelf een rechtmatigheidsverantwoording op, die wordt opgenomen in de jaarrekening. Hiermee leggen decentrale overheden zelfstandig verantwoording af over de naleving van geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening. De gemeente dient rekening te houden met verbonden partijen (m.n. gemeenschappelijke regelingen) waarvan de fouten en onzekerheden meegenomen moeten in de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente.
10
3.
Afwegingen oprichting of deelname aan een verbonden partij
3.1
Inleiding
De eerste vraag die gesteld moet worden is of het aangaan van een samenwerkingsverband het publieke belang dient. Om te helpen een antwoord te vinden op deze vraag wordt er in dit hoofdstuk een beslisboom weergegeven die kan worden gebruikt ter bepaling of de gemeente een bestuurlijk en financieel belang aan zou moeten gaan of moeten doorzetten. De beslisboom is gebaseerd op wetgeving en moet niet gezien worden als een instrument dat onafwendbaar tot een uitkomst leidt, maar als een leidraad. De keuze zal in bijna alle gevallen een specifieke afweging vragen en een politieke keuze zijn. Daarnaast moet bij het maken van de juiste keuze ook rekening worden gehouden met de (Europese) regels omtrent staatssteun en aanbesteding. Dat geldt ook voor de fiscale regels op het gebied van VpB en BTW. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beleidskader voor de oprichting of deelname aan een verbonden partij. In mei 2025 is de Visie en afwegingskader Regionale samenwerking gemeente Oldenzaal door de raad vastgesteld. Dit afwegingskader is ontwikkeld om bewust een keuze te kunnen maken om al dan niet regionaal samen te werken. De inhoud van de Visie en afwegingskader Regionale samenwerking gemeente Oldenzaal is leidend bij de keuzes van de stappen die in paragraaf 3.2. zijn beschreven.
3.2
Beslisboom bij het oprichten of deelnemen aan een verbonden partij
Deze kadernota bevat geen eensluidend antwoord op de vraag of deelgenomen kan worden aan een samenwerking. De ervaring leert dat ieder geval een specifieke afweging vraagt. Centraal daarbij staat telkens het antwoord op de vraag: “Is dit de geëigende vorm om de doelstellingen van de gemeente te realiseren?” In onderstaand schema zijn een aantal vragen opgesteld die als leidraad kunnen dienen bij de afweging:
11
1
Is er sprake van een publiek belang?
Nee
Niets doen en aan de markt of andere overheden overlaten.
Ja
Uitvoering door de gemeente zelf.
Ja
Uitbesteden of met toezicht door de markt laten uitvoeren.
Ja
Oprichten of aangaan van een publiekrechtelijke samenwerking.
Ja 2
Is volledige gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publiek belang noodzakelijk?
Nee 3
Kan de gemeente het publieke belang als opdracht-, subsidie- of regelgeven voldoende behartigen?
Nee 4
Is een publiekrechtelijke participatie op basis van de Wgr mogelijk?
Vertegenwoordiging
Nee
Een publiekrechtelijke participatie met gemeentelijke vertegenwoordiging.
(VERBONDEN PARTIJ)
5
Is er sprake van een (tijdelijk) project waarbij een PPS constructie meerwaarde kan hebben?
Ja
Oprichten of aangaan van een publiekprivate samenwerking wel/geen vertegenwoordiging? Vertegenwoordiging
Nee
Een PPS constructie met gemeentelijke vertegenwoordiging. (VERBONDEN PARTIJ)
6
Is er privaatrechterlijke deelneming mogelijk en opportuun?
Nee Uitvoering door de gemeente zelf. (zie vraag 2)
Ja
Oprichten of aangaan van een privaatrechtelijke participatie. Wel/geen vertegenwoordiging? Vertegenwoordiging Een privaatrechterlijke participatie met gemeentelijke vertegenwoordiging.
(VERBONDEN PARTIJ)
Stap 1: Is sprake van een publiek belang? Om te beoordelen of er sprake is van een publiek belang, moeten de volgende twee vragen beantwoord worden: 1a Is er sprake van een maatschappelijk belang? In principe moet er alleen deelgenomen worden in een samenwerkingsverband als daarmee het publiek belang wordt gediend en de samenwerking publieke meerwaarde oplevert. Publieke belangen
12
komen voort uit een maatschappelijk belang. Belangen zijn maatschappelijke belangen als hun behartiging voor de samenleving als geheel gewenst is. 1 b: Dient de gemeente dit maatschappelijke belang te dienen omdat het anders niet voldoende gediend wordt? Een maatschappelijk belang wordt pas een publiek belang als de overheid (c.q. gemeente) zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt, omdat zij ervan overtuigd is dat dit belang anders niet voldoende gediend wordt. Om tot een beslissing te kunnen komen of moet worden deelgenomen in een partij, zal steeds afgewogen moeten worden of het ten eerste een maatschappelijk belang is en ten tweede een publiek belang. Stap 2: Is volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk? In sommige gevallen van een publiek belang is er sprake zijn van een volledige gemeentelijke betrokkenheid. Voorbeelden van deze gevallen zijn: • de gemeente heeft wettelijke verplichtingen tot uitvoering van de taak; • het zelf uitvoeren van een taak is voor de gemeente van groot strategisch belang; • door hoge risico’s of onzekerheden is het uitbesteden van een taak niet mogelijk of alleen tegen hoge kosten. Als blijkt dat een volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is, dan moet de gemeente de activiteiten intern uitvoeren. Blijkt dat geen volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is, dan volgt de volgende stap.
Stap 3: Kan de gemeente als opdrachtgever, subsidiegever of regelgever het publieke belang behartigen? Als blijkt dat geen sprake is van een volledige gemeentelijke betrokkenheid, heeft de gemeente drie mogelijkheden om via het publiekrechtelijk systeem op te treden. Deze drie mogelijkheden zijn: • de gemeente kan optreden als regelgever door middel van voorschriften die betrekking hebben op de uitvoering van de publieke taak en de handhaving hierop (bijv. APV); • op basis van de gemeentelijke subsidievoorwaarden kan de gemeente door middel van subsidies een publieke taak uit laten voeren door derden; • op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst kunnen goederen en diensten worden ingekocht bij een externe uitvoerder. Het is van belang dat de gemeente voldoende invloed heeft om de door haar gewenste taken uitgevoerd te krijgen. Ook moet voldoende controle uit te oefenen zijn. Mocht dit niet of onvoldoende het geval zijn, dan volgt de volgende stap. Stap 4. Is een publiekrechtelijke deelname op basis van Wgr mogelijk? Uitgangspunt is dat de gemeente, in de hoedanigheid van publiekrechtelijk rechtspersoon, bij voorkeur zelf het publiek belang moet behartigen. Dit staat bekend onder het ‘Neen, tenzij.. principe’. Dit houdt in dat in principe niet deelgenomen moet worden in privaatrechtelijke partijen, tenzij hier gewichtige redenen voor zijn.
Als blijkt dat bij een publiek belang geen volledige gemeentelijke betrokkenheid vereist is en de gemeente niet als opdracht-, subsidie- of regelgever kan optreden om het publiek belang voldoende te behartigen, dan pas zal de optie voor deelname in een verbonden partij bekeken moeten worden. Als bij afweging drie blijkt dat de gemeente nauw bij het te behartigen publiek belang betrokken moet zijn en dat door efficiency- of effectiviteitvoordelen het wenselijk is om de activiteiten door een verbonden partij te laten uitvoeren, dan biedt de Wgr een mogelijkheid. (Zie bijlage 1 voor een overzicht van de publiekrechtelijke verbonden partijen). Als blijkt dat een publiekrechtelijke deelname op basis van de Wgr niet mogelijk of wenselijk is, dan volgt stap 5.
13
Stap 5. Is een publiek-private samenwerking mogelijk en opportuun? Als sprake is van de mogelijkheid van een samenwerkingsverband tussen de gemeente en het bedrijfsleven, waarbij er bijzondere redenen zijn qua meerwaarde en aan de onderstaande voorwaarden voldaan wordt, heeft een publiek-private samenwerking (PPS) de voorkeur. De voorwaarden waaraan op zijn minst voldaan moet worden zijn: • de gemeente moet duidelijk voor ogen hebben wat het uiteindelijke doel is van de samenwerking met de private partij(en); • vooraf moet er een indicatie zijn dat de samenwerking met een private partij toegevoegde waarde oplevert ten opzichte van andere mogelijkheden; • een heldere gemeenschappelijke doelstelling zijn; • betere beheersing van de risico’s en/of een betere verdeling van de risico’s; • een beeld schetst van het project voordat een samenwerking met een private partij wordt aangegaan. Er moet wel voor gewaakt worden dat het project niet volledig uitgewerkt wordt en hierdoor geen ruimte meer overblijft voor efficiencyvoordelen. Naast deze voorwaarden moet de gemeente zich afvragen tot op welke hoogte de gemeente bestuurlijke verantwoordelijkheid moet nemen. Indien wordt besloten tot het aangaan van een PPSconstructie, zal een gemeentelijke vertegenwoordiger aangesteld moeten worden. Het college zal deze gemeentelijke vertegenwoordiger aanstellen.
Dit is om de controlerende functie van de gemeenteraad niet in het geding te brengen. Zie bijlage 1 voor een nadere toelichting op publiekprivate samenwerking. Stap 6. Is een privaatrechtelijke deelname mogelijk en opportuun? Bij zwaarwegende argumenten geldt dat het publieksbelang kan worden behartigd via de privaatrechtelijke weg. Zoals al eerder opgemerkt heeft dit niet de voorkeur als deze zwaarwegende argumenten niet aanwezig zijn. Een reden hiervoor is dat de gemeente aandeelhouder is en daarmee gelijk staat aan andere privaatrechtelijke partijen. Daarbij is zij zowel verbonden aan het privaatrecht als aan het publiek recht. Daarnaast kan een belangenconflict ontstaan door de verschillende rollen die de gemeente dan heeft. In de rol als aandeelhouder is de gemeente gebaat bij een goede bedrijfsvoering, de continuïteit en een goed resultaat van het bedrijf. In de rol van afnemer (of vertegenwoordiger van) heeft de gemeente belang bij een gunstige prijs-kwaliteitverhouding van de af te nemen producten en/of diensten. Als vertegenwoordiger van de burgers heeft de gemeente weer andere belangen (bijv. werkgelegenheid). Als aandeelhouder moet de gemeente de belangen van het bedrijf behartigen en als klant moet de gemeente de eigen belangen behartigen.
Een publiekrechtelijke regeling legt ten slotte nog een zwaarder accent op de democratische controle en verantwoording dan een privaatrechtelijke rechtspersoon, een private partij is zelfstandiger dan een andere vorm waardoor toezicht op het behalen van de publieke doelstellingen tegen verantwoordelijke kosten moeilijker is. Een zwaarwegend argument om deel te nemen in een privaatrechtelijke deelname kan bijvoorbeeld een wens zijn om een specifieke private partij te betrekken. Daarnaast is het mogelijk dat de gemeente slechts een gering aandeel heeft in een privaatrechtelijke rechtspersoon, wat een geringe invloed op het uit te voeren beleid als gevolg heeft. Als geen van de bovenstaande opties mogelijk is, dan kan de gemeente besluiten om de activiteit intern onder te brengen. Daarnaast kan er voor gekozen worden om de activiteiten niet uit te voeren. Zie paragraaf 9.4 voor een overzicht van privaatrechtelijke verbonden partijen.
3.3
Evaluatie en heroverweging van verbonden partijen
Aan het einde van iedere raadsperiode vindt een evaluatie plaats van de raads- en gemengde regelingen (voor onderscheid zie paragraaf 5.3) aan de hand van het afwegingskader zoals omschreven. Doel van de evaluatie is antwoord te geven op de vraag of de verbonden partij nog steeds de geëigende vorm is om de doelstellingen van de gemeente te realiseren.
14
Tussentijds kunnen bepaalde veranderingen c.q. ontwikkelingen in financiële én bestuurlijke relaties overigens ook aanleiding zijn tot heroverweging van de desbetreffende relatie. Deze zijn te verdelen in veranderingen c.q. ontwikkelingen bij de verbonden partij zelf of door verandering bij de deelnemer(s). Mogelijke veranderingen c.q. ontwikkelingen bij de verbonden partij: • een wijziging van de doelstelling van een verbonden partij; • het (voornemen tot het) beëindigen van een verbonden partij; • een (komende) wijziging van het voortbestaan en eigenstandigheid van de relatie c.q. verbonden partij als gevolg van fusie of integratie; • een grote afwijking van de voorgenomen of gerealiseerde activiteiten en prestaties. Mogelijke veranderingen c.q. ontwikkelingen bij de deelnemer(s): • nieuwe risico’s en ontwikkelingen in relatie tot het weerstandsvermogen; • zijn de kaders in relatie tot de verbonden partij nog steeds actueel? • worden de doelstellingen van de gemeente als deelnemer via de verbonden partijen (nog steeds) binnen deze kaders gerealiseerd? • een verbonden partij is niet meer de beste optie voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten en prestaties.
3.4
Beleidskader voor oprichting of deelname aan een verbonden partij
Deelname in een verbonden partij kan alleen plaatsvinden nadat, met gebruik van de beslisboom als leidraad, vastgesteld is dat: • Een publiek belang behartigd wordt door middel van de deelname. • De Visie en Afwegingskader regionale samenwerking gemeente Oldenzaal uit 2025 is leidend, bij de afweging al dan niet in regionaal verband samen te werken. • Geen volledige gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publiek belang noodzakelijk is. • Als blijkt dat bij een publiek belang geen volledige gemeentelijke betrokkenheid vereist is en de gemeente niet als opdracht-, subsidie- of regelgever kan optreden om het publiek belang voldoende te behartigen, dan zal de optie voor deelname in een verbonden partij bekeken moeten worden. • De afweging of een publiek-private samenwerking mogelijk en opportuun is, volgt pas als blijkt dat een publiekrechtelijke deelname op basis van de Wgr niet mogelijk is. • Alleen bij zwaarwegende argumenten geldt dat het publieksbelang kan worden behartigd via de privaatrechtelijke weg. Dit heeft niet de voorkeur als deze zwaarwegende argumenten niet aanwezig zijn. • Aan het eind van iedere raadsperiode vindt een evaluatie plaats van de raads- en gemengde regelingen aan de hand van het afwegingskader zoals omschreven.
Doel van de evaluatie is antwoord te geven op de vraag of de verbonden partij nog steeds de geëigende vorm is om de doelstellingen van de gemeente te realiseren.
15
4.
Vertegenwoordiging in een verbonden partij
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende relaties en rollen die de gemeente kan hebben met een verbonden partij zoals deze in deze kadernota is gedefinieerd. Vervolgens wordt onderscheid gemaakt naar vertegenwoordiging in publiekrechtelijke organisaties en vertegenwoordiging in privaatrechtelijke organisaties en tenslotte wordt het beleidskader voor vertegenwoordiging in een verbonden partij weergegeven.
4.2
Relaties en rollen met verbonden partijen
Bij verbonden partijen kan de gemeente verschillende relaties en rollen met een verbonden partij hebben. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende relaties/rollen: • opdrachtgever/klant: de gemeente als opdrachtgever/klant wil een aantal effecten verwezenlijken, zoals geformuleerd in het beleid. Om dit te kunnen bewerkstelligen, moeten producten of diensten worden geleverd door de verbonden partij. Vanuit de rol als klant wordt gestuurd op het halen van de afgesproken prestaties binnen de gestelde financiële kaders en niet op de interne bedrijfsvoering van de verbonden partij. Activiteiten die horen bij de rol van opdrachtgever/klant is het formuleren van beleid, het opstellen van contracten, bewaken van de levering, prijsbeoordeling, prestatiebeoordeling en evaluatie in welke mate de positionering en invulling tegemoet komt aan de gestelde doelen; • eigenaar: de gemeente beslist samen met de andere deelnemers over de oprichting, de missie, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. Het gemeentebestuur is mede eigenaar van de verbonden partij en draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid (de gemeente neemt deel aan het bestuur). De eigenaarsrol richt zich vooral op de continuïteit en de levensvatbaarheid van de (samenwerking-)organisatie o.a.
aan de hand van de begroting, periodieke rapportages en jaarrekening; • toezichthouder: er kan voor worden gekozen om als toezichthouder op te treden en een vertegenwoordiger in de Raad van Toezicht of een commissaris te benoemen. Bij een Naamloze Vennootschap mag een commissaris uitsluitend het belang van het bedrijf behartigen en kan dus geen andere rol vertolken. De relatie en/of rol bepaald is uiteindelijk ook van belang bij het inschatten van de risico’s die de gemeente loopt. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 6.4.
4.3
Vertegenwoordiging in publiekrechtelijke organisaties
De vertegenwoordiging in gemeenschappelijke regelingen is geregeld in de Wgr. Ten aanzien van de publiekrechtelijke organisaties is het volgende van toepassing: • als de gemeenschappelijke regeling door de gemeenteraad wordt getroffen (de zgn. raadsregeling), dan dienen raadsleden zitting te nemen in het gemeenschappelijk orgaan. (artikel 13 lid 1 Wgr); • als de gemeenschappelijke regeling door de bestuursorganen “college” of “burgemeester” zijn getroffen (de zgn. collegeregelingen), dan worden ook de leden van het algemeen bestuur uit de leden van deze bestuursorganen aangewezen. Voor collegeregelingen geldt dat leden van het bestuur uit het college moeten worden aangewezen. (artikel 13 lid 6 Wgr); • voor gemengde regelingen geldt dat gekozen kan worden uit raadsleden, burgemeester en wethouders. Voor gemengde regelingen hanteren wij het uitgangspunt dat leden van het bestuur uit het college worden aangewezen. (artikel 13 lid 1 Wgr).
16
4.4
Vertegenwoordiging in privaatrechtelijke organisaties
Bij privaatrechtelijke deelname treedt de gemeente op als aandeelhouder. Er zijn een aantal risico’s verbonden aan vertegenwoordiging van de gemeente in een privaatrechtelijke organisatie. Deze risico’s zijn: 1. Belangenverstrengeling: Belangenverstrengeling, of de schijn daarvan, kan voorkomen als rollen door elkaar heen lopen. De gemeente kan in verschillende rollen bij een privaatrechtelijke partij betrokken zijn, zoals weten regelgever, aandeelhouder, subsidieverstrekker en afnemer.; 2. Positie van de gemeentelijke vertegenwoordiger niet helder: Een collegelid heeft als gemeentelijke vertegenwoordiger een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het dienen van de belangen van een privaatrechtelijke partij. Leden van het college tezamen en ieder afzonderlijk zijn immers verantwoording aan de gemeenteraad schuldig voor het gevoerde bestuur. De risico’s zijn met name aanwezig als de gemeentelijk vertegenwoordiger zitting heeft in de Raad van Commissarissen (RvC). De RvC heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap. De RvC staat het bestuur ter zijde. De leden van de RvC of Raad van Toezicht (RvT) dienen het belang van de onderneming voorop te stellen. De commissaris is conform het vennootschapsrecht alléén aan de aandeelhouders van de onderneming verantwoording verschuldigd.
De functie van commissaris in het toezichthoudende orgaan van de onderneming is dan moeizaam te verenigen met de uitoefening van de rechten verbonden aan het aandeelhouderschap. De zeggenschap verbonden aan het aandeelhouderschap berusten in het duale bestel primair bij het college van burgemeester en wethouders. Collegeleden nemen om die reden alleen zitting in de RvC of RvT na verkregen toestemming van de gemeenteraad.
4.5 • • •
•
Beleidskader vertegenwoordiging in een verbonden partij
De rol van opdrachtgever/klant wordt belegd bij de vakinhoudelijk verantwoordelijke wethouder. Vertegenwoordiging in de Algemene vergadering van Aandeelhouders gebeurt in principe alleen door de portefeuillehouder financiën. Collegeleden nemen zitting in het bestuur van een publiekrechtelijke verbonden partij in de gevallen dat gekozen kan worden uit bestuurlijke vertegenwoordiging tussen raadsleden en collegeleden (in geval van gemengde regelingen). Collegeleden nemen geen zitting in de RvC of RvT zonder toestemming van de gemeenteraad.
17
5.
(Aan)sturing van verbonden partijen
5.1
Inleiding
Het inrichten van democratische (bij)sturing en (tussentijdse) controle, het afnemen van verantwoording en uitoefenen van toezicht wordt samengevat onder het begrip governance, oftewel: goed besturen. De volgende aspecten spelen hierbij een belangrijke rol: • sturen: het proces waarbij door de gemeenteraad richting wordt gegeven aan een organisatie om de beleidsdoelstellingen te realiseren; • beheersen: het proces waarbij de gemeenteraad kan vaststellen of de uitvoering in overeenstemming blijft met de gemaakte plannen; • verantwoorden: het rekenschap afleggen aan de gemeenteraad door de organisatie door bijvoorbeeld voortgangsrapportages en jaarverslag; • toezicht houden: de beoordeling door een extern toezichthouder (zoals de accountant) of de processen van de organisatie voldoen aan de daaraan gestelde eisen. In de hoofdstukken 5, 6, 7 en 8 komen deze aspecten afzonderlijk aan de orde. Dit hoofdstuk gaat over de (aan)sturing van verbonden partijen. Ten aanzien van de (aan)sturing van verbonden partijen kan onderscheid worden gemaakt worden in twee fasen, namelijk de aansturing in de aanloopfase van een verbonden partij en de (aan)sturing van bestaande verbonden partijen.
5.2
(Aan)sturing van verbonden partijen in de aanloopfase
Met name bij publiekrechtelijke verbonden partijen kan in de aanloopfase door zowel gemeenteraad als college actief gestuurd worden op de vormgeving van de verbonden partij. Op dat moment moet namelijk de gemeenschappelijke regeling nog worden vastgesteld, waarin de randvoorwaarden voor het functioneren van de verbonden partij zijn opgenomen. Daarin kunnen bepaalde bevoegdheden worden toegekend, verantwoordingseisen worden opgenomen etc. Het is dus van groot belang dat in deze fase actief gestuurd wordt. Om als gemeenteraad een goede afweging te kunnen maken over een voorstel om voor bepaalde taken een concrete samenwerking aan te gaan, dient het voorstel in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten: • de over te dragen bevoegdheden; • de bestuurssamenstelling; • de voorwaarden van toe- en uittreding; • de structurele en incidentele informatievoorziening vanuit het samenwerkingsverband, inclusief het moment van informeren; • eventuele alternatieven die onderzocht zijn; • een plan om de samenwerking te implementeren, zoals het proces en het benodigde budget; • de tussentijdse betrokkenheid van de gemeenteraad bij de totstandkoming van de samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een raadswerkgroep. Onderwerpen die aandacht verdienen in een formeel vast te leggen contract c.q.
regeling om goed te kunnen sturen in het vervolgtraject: • doel van de verbonden partij; • taken van de verbonden partij; • de bijdrage die de verbonden partij levert aan de realisatie van beleidsdoelstellingen; • de beoogde effecten van de producten of dienstverlening; • te leveren prestaties en financiering van activiteiten; • risico’s, risicoverdeling en de wijze van beheersing van de risico’s; • beïnvloedingsmogelijkheden (raad); 18
• • • •
tussentijdse evaluaties; informatievoorziening en frequentie(raad); beëindiging van deelneming aan de verbonden partij; frequentie en aard van de overlegstructuur.
Om de raad meer kaders te geven voor sturing bij de oprichting van een privaatrechtelijke verbonden partijen (collegeregeling), hieronder vallen ook het wijzigen van een regeling of het toetreden of uittreden van een organisatie, heeft de raad op basis van artikel 1 Wgr de mogelijkheid om binnen 8 weken een zienswijze indienen
5.3
(Aan)sturing van bestaande verbonden partijen
Bij de (aan)sturing van bestaande verbonden partijen maken we onderscheid tussen de volgende verbonden partijen: 1. publiekrechtelijke verbonden partijen (de gemeenschappelijke regelingen): 1a: Raadsregelingen: waarbij de bevoegdheid om beleid te maken overgedragen is; 1b: Gemengde regelingen: waarbij sprake is van een samenwerkingsverband waarbij zowel beleidstaken als uitvoerende taken zijn overgedragen. 1c: Collegeregelingen: waarbij het een samenwerking betreft voor uitvoeringstaken. 2. privaatrechtelijke verbonden partijen. Ad.1a en b: Raads- en gemengde regelingen Bij raads- en gemengde regelingen is sturing vanuit de inhoud op een gewenst maatschappelijk effect aan de orde. De verbonden partij is in feite het middel dat wordt ingezet om een beoogd effect te realiseren. Bij raadsregelingen en gemengde regelingen is het derhalve van belang dat: • een gemeentelijke visie per verbonden partij aanwezig is waarin staat wat de gemeente wil realiseren bij/met de verbonden partij; • duidelijk is welke specifieke bijdrage de verbonden partij levert aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de gemeente en welke prestaties en/of producten hiervoor worden geleverd; • de gemeentelijke vertegenwoordiger in de betreffende verbonden partij de visie van de gemeente uitdraagt en probeert dit te realiseren en hierover verantwoording aflegt aan de gemeenteraad. Ad.
1c: Collegeregelingen Bij collegeregelingen, waarbij uitsluitend collegeleden of burgemeesters deelnemen, gaat het om uitvoeringstaken. Voor deze regelingen geldt dat het college richting geeft aan het behalen van de afgesproken (beleids)doelstellingen. Uiteraard heeft het college(lid) een actieve informatieplicht aan de gemeenteraad. Ad.2: Privaatrechtelijke verbonden partijen Voor privaatrechtelijke verbonden partijen geldt dat het de taak van het college is om (als eigenaar) zicht te houden op de taakuitvoering door de verbonden partij en zo nodig bij te sturen. Bij deelneming aan een vennootschap gaat het om het sturen op c.q. bewaken van de financiële positie en is het inhoudelijke belang een afgeleide. De gemeenteraad houdt zich in deze gevallen met name bezig met het controleren van het college bij de taak en kan niet rechtstreeks sturen op de verbonden partij.
19
5.4
Beleidskader (aan)sturing verbonden partijen
Om als gemeenteraad verbonden partijen goed te kunnen (aan)sturen moet er gekeken worden of de verbonden partij in de aanloopfase zit of al langer bestaat.In de aanloopfase kan er actief gestuurd worden op de vormgeving van de verbonden partij. Hier wordt dan voornamelijk gekeken naar: • De over te dragen bevoegdheden. • De bestuurssamenstelling. • De voorwaarden van toe- en uittreding. • De structurele en incidentele informatievoorziening vanuit het samenwerkingsverband, inclusief het moment van informeren. • Eventuele alternatieven die onderzocht zijn. • Een plan om de samenwerking te implementeren, zoals het proces en het benodigde budget. • De tussentijdse betrokkenheid van de gemeenteraad bij de totstandkoming van de samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een raadswerkgroep. Aan de volgende onderwerpen wordt aandacht besteed in een formeel vast te leggen (nieuw) contract c.q. regeling: • Doel van de verbonden partij. • Taken van de verbonden partij. • De bijdrage die de verbonden partij levert aan de realisatie van beleidsdoelstellingen. • De beoogde effecten van de producten of dienstverlening. • Te leveren prestaties en financiering van activiteiten. • Risico’s, risicoverdeling en de wijze van beheersing van de risico’s. • Beïnvloedingsmogelijkheden. • Tussentijdse evaluaties. • Informatievoorziening en frequentie.
• Beëindiging van deelneming aan de verbonden partij. • Frequentie en aard van de overlegstructuur. Voor raads- en gemengde regelingen (publiekrechtelijke verbonden partijen): • Wordt per verbonden partij één keer per vier jaar, te weten bij aanvang van een nieuwe raadsperiode, een gemeentelijke visie opgesteld wat de gemeente wil realiseren bij/met de verbonden partij. • Draagt de gemeentelijk vertegenwoordiger in de verbonden partij de visie van de gemeente uit en probeert deze te realiseren en legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. Voor collegeregelingen (publiekrechtelijke verbonden partijen): • Houdt het college zicht op de taakuitvoering door de verbonden partij en stuurt zo nodig hierop bij. • Houdt de gemeenteraad zich bezig met het controleren van het college bij de uitvoering van deze taak. Voor privaatrechtelijke verbonden partijen: • Het is de taak van het college om zicht te houden op de taakuitvoering door de verbonden partij en zo nodig bij te sturen. De gemeenteraad houdt zich in deze gevallen bezig met het controleren van het college bij de uitvoering van deze taak. Voor alle regelingen geldt dat zij bepalingen inhouden hoe inlichtingen, die nodig zijn voor de raad, worden verstrekt
20
6.
Beheersing van verbonden partijen
6.1
Inleiding
Beheersen is het proces waarbij de verbonden partij zorgt voor het (blijvend) nastreven en realiseren van de vastgestelde (beleids)doelstellingen en samenwerkingsafspraken. In dit proces is het van belang dat de gemeenteraad danwel college kan vaststellen of de uitvoering in overeenstemming blijft met de gemaakte plannen. De nadruk bij beheersen ligt op planning en control. Hierbij gaat het over de kadernota, begroting en begrotingswijzigingen, meerjarenraming en tussentijdse rapportages.
6.2
Informatievoorziening publiekrechtelijke verbonden partijen
Op grond van artikel 34b en 35 lid 1 van de Wgr zendt het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan de volgende stukken aan de raden van de deelnemende gemeenten: • vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening; • 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk 12 weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, de ontwerpbegroting. In dit proces ziet het college erop toe dat de verbonden partij hun kadernota, (ontwerp)begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening en –verslag aanleveren binnen de afgesproken termijnen. Tevens ziet het college erop toe dat de wettelijke termijnen niet worden overschreden en dat de vorm en inhoud van de voormelde stukken conform afspraak zijn. De wettelijke bevoegdheid tot het indienen van een zienswijze op de begroting(swijzigingen) op grond van artikel 35 lid 3 van de Wgr voor zowel raads-, gemengde- en college- regelingen ligt bij de gemeenteraad. Hiertoe wordt er een raadsvoorstel gemaakt met daarin het gemotiveerde advies van het college aan de raad om wel of geen zienswijze in te dienen.
De uitkomst van het raadsbesluit wordt gedeeld met de betreffende verbonden partij. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Met het ingaan van de nieuwe Wgr per 1 juli 2022 is er op basis van artikel 10 lid 5 Wgr een uitbreiding mogelijk van de besluiten waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen. De aard van de besluiten kan verschillen per gemeenschappelijke regeling. Om welke besluiten het gaat is vastgelegd in de GR. Dit kan bijvoorbeeld bij een bestuursrapportage of de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling. Op basis van artikel 10 lid 6 Wgr, moet door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan schriftelijk en gemotiveerd gereageerd worden op alle ingediende zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Door de ambtelijke organisatie zal er, door middel van gesprekken, meer een vinger aan de pols worden gehouden.
Deze gesprekken zullen bij voorkeur plaatsvinden in april, dus voor de Kadernota
21
en de Begroting. Hierbij zal de focus aangebracht worden op het maatschappelijk effect van de verbonden partij op de afgesproken doelen.
6.3
Informatievoorziening privaatrechtelijke verbonden partijen
Voor de privaatrechtelijke verbonden partijen zijn er, afhankelijk van de inhoud van de regeling, statuten of overeenkomst, meer of minder formele instrumenten die de gemeente kan inzetten met betrekking tot de informatievoorziening. De vertegenwoordiger van de gemeente kan in de Vergadering van Aandeelhouders slechts een stem uitbrengen namens de gemeente. De inhoud van de stem wordt dan bepaald door het beleidskader van de gemeente of door een individueel collegebesluit aangaande de inhoud van het voorstel waarover gestemd wordt. Dat geldt ook voor de vaststelling van de jaarrekening van deze privaatrechtelijke partijen. Voor deze privaatrechtelijke partijen is geen begroting voorgeschreven. Het college is bevoegd goedkeuring te geven aan begrotingen en jaarverslagen niet zijnde gemeenschappelijke regelingen. Dit laat onverlet dat het college aan de gemeenteraad inlichtingen geeft over de uitoefening van bevoegdheden indien de gemeenteraad daarom verzoekt of de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dat laatste geval wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld, voorafgaand aan besluitvorming door het college, wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
6.4
Risicomanagement
De risico’s rondom verbonden partijen worden meegenomen c.q. meegewogen binnen de reguliere planning- en control cyclus (paragraaf Verbonden Partijen en Risicoparagraaf) van de gemeente evenals de evaluatie en actualisatie van deze risico’s. Voorts wordt erop toegezien dat de verbonden partijen in de begroting en jaarrekening een risico-paragraaf is opgenomen en het weerstandsvermogen voldoende is.
6.5 •
• •
22
Beleidskader beheersing verbonden partijen
Het college ziet erop toe dat de verbonden partij de kadernota, (ontwerp)begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening en jaarverslag aanleveren binnen de afgesproken termijnen en de vorm en inhoud van de stukken conform afspraak is. Het indienen en besluiten op zienswijze gebeurt volgens de bij pararaaf 6.2 aangegeven werkwijze Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan moet de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het baststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis stellen van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
7.
Toezicht houden
7.1
Inleiding
Onder toezicht wordt de beoordeling door een externe toezichthouder, zoals bijvoorbeeld de accountant, verstaan. De beoordeling richt zich erop of de processen van de organisatie voldoen aan de daaraan gestelde eisen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan welke instrumenten kunnen worden ingezet voor het houden van toezicht.
7.2
Instrumenten voor het houden van toezicht
De gemeente kan haar taak als toezichthouder concreet vormgeven door zitting te nemen in het algemeen bestuur, dagelijks bestuur, raad van toezicht, raad van commissarissen of de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij de invulling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de toezichthouder is het goed om mogelijkheden in te bouwen voor het treffen van corrigerende maatregelen. Mogelijkheden tot ingrijpen zijn: • aanwijzingen, correctiemaatregelen en sancties; • ontslag van bestuurders; • inlichtingen, inzage bevoegdheid en controlerechten; • goedkeuring jaarrekeningen en begrotingen; • controlebevoegdheden. Voorts heeft de gemeenteraad bij het controleren van het college binnen een verbonden partij de volgende instrumenten in handen: • Rekenkamerfunctie: de raad heeft de mogelijkheid de rekenkamer te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan; • Onderzoekscommissie: de raad kan ook een onderzoekscommissie instellen om onderzoek te doen naar het door het college of burgemeester gevoerd bestuur. Hierbij mag ook onderzoek worden gedaan naar de opstelling van de wethouder of de burgemeester binnen organen van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden.
De onderzoekscommissie mag echter geen onderzoek doen naar het samenwerkingsverband als zodanig.
7.3
Beleidskader toezicht houden • •
Indien gebruik wordt gemaakt van de instrumenten voor het houden van toezicht, wordt dit op collegiale wijze afgestemd binnen het betreffende bestuursorgaan. Voor het gebruik van de toezichtsinstrumenten wordt zoveel mogelijk regionaal (met de overige gemeentelijke deelnemers opgetrokken.
23
8.
Verantwoording door de verbonden partij
8.1
Inleiding
Bij verantwoording gaat het om het afleggen van verantwoording over de gedelegeerde taken en bevoegdheden door de verbonden partij. Over alle gedelegeerde taken en bevoegdheden dient informatie te worden verschaft. Op basis hiervan kan de gemeente nagaan in hoeverre taken conform afspraken zijn uitgevoerd is en wat de financiële situatie is van de verbonden partij.
8.2
Aspecten van verantwoording
Bij verantwoording gaat het om meerdere aspecten, te weten: 1. het afleggen van verantwoording over de gedelegeerde taken en bevoegdheden waardoor kan worden nagegaan of taken conform de afspraken zijn uitgevoerd; 2. inzicht in de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de verbonden partij; 3. afleggen van verantwoording door een collegelid over het gevoerde bestuur. Ad. 1: Door middel van de jaarverslag en -rekening leggen verbonden partijen verantwoording af over de realisatie van doelstellingen. Om te kunnen controleren of gemeentelijke (beleids)doelen gerealiseerd worden, beoordeeld het college de jaarstukken van alle verbonden partijen. Ad. 2: De rechtmatigheid kan worden getoetst op basis van het jaarverslag inclusief een goedkeurende accountantsverklaring en het verslag van bevindingen van de accountant. Het jaarverslag, de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen van de verbonden partijen worden door het college beoordeeld. Verantwoording rondom de doelmatigheid en doeltreffendheid kan worden getoetst door middel van het periodiek volgen of benchmarken van afspraken of door bijvoorbeeld een audit van de kwaliteit van diensten, organisatie en kostenniveau. Ad. 3: Het bestuursorgaan (gemeenteraad of college) dat een lid in het bestuur heeft aangewezen, kan het lid ter verantwoording roepen voor het door hem gevoerde bestuur.
Wordt bijvoorbeeld in de gemeenschappelijke regeling in afwijking van het ‘eigen beleid’ besloten of draagt een lid het standpunt van het bestuursorgaan niet goed uit, dan kan het lid ter verantwoording worden geroepen. De basis hiervoor ligt in de Gemeentewet.
8.3
Beleidskader verantwoording door een verbonden partij •
24
Het college beoordeelt de jaarstukken, accountantsverklaring en verslag van bevindingen van de accountant van alle verbonden partijen om te kunnen controleren of gedelegeerde taken en bevoegdheden volgens afspraken zijn uitgevoerd en om inzicht te hebben in de rechtmatigheid van de van de verbonden partij. Het college rapporteert hierover aan de gemeenteraad in de reguliere P&C-cyclus of wanneer hiertoe aanleiding is.
9.
Paragraaf verbonden partijen
9.1
Inleiding
Voor zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke partijen geldt dat de gemeenteraad via de gemeentebegroting en het gemeentelijk jaarverslag van het college van burgemeester en wethouders informatie ontvangt omtrent de partijen in de paragraaf verbonden partijen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de eisen die worden gesteld aan deze paragraaf op grond van de BBV en de ontwikkelingen die op dit gebied spelen. Vervolgens wordt ingegaan op het te hanteren format. Tenslotte worden de huidige verbonden partijen conform het format voor de paragraaf verbonden partijen weergegeven.
9.2
Huidige eisen BBV met betrekking tot de paragraaf verbonden partijen.
Verbonden partijen moeten verplicht als aparte paragraaf in de gemeentelijke begroting en jaarverslag worden opgenomen (artikel 9 lid 2f c.q. art 24 lid 2b BBV). De verbonden partijen mogen niet (financieel) geconsolideerd in de gemeentelijke begroting en jaarstukken worden opgenomen (artikel 5 BBV). In artikel 15 BBV lid 1b is de volgende onderverdeling van de verbonden partijen opgenomen: 1. Gemeenschappelijke regelingen; 2. Vennootschappen en coöperaties; 3. Stichtingen en verenigingen en 4. Overige verbonden partijen. Op grond van artikel 15 lid 1a en lid 2 moet de paragraaf verbonden partijen ten minste bevatten: • de gemeentelijke visie op verbonden partijen in relatie tot de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; • de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partijen; • de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij; • het openbaar belang dat wordt behartigd; • het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de (verwachte) omvang aan het einde van het begrotingsjaar; • de (verwachte) omvang van het eigen- en vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; • het (verwachte) resultaat van de verbonden partij; • de eventuele risico’s van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.