08. Zienswijzen begrotingen div gemeenschappelijke regelingen - Bijlage 2 - Begroting Recreatieschap Twente 2026
Tekst van het document
Hieruit vloeit dan ook voort dat de omvang van de leningenportefeuille in basis niet groter zal zijn dan de totale omvang van de materiele vaste activa op balans (de gouden regel). Treasury bij het Recreatieschap Uit de bovenstaande toelichting kan afgeleid worden dat het onderdeel treasury belangrijk is voor het Recreatieschap, belangrijker dan het hiervoor was onder de vlag van Regio Twente. Dit komt omdat het Recreatieschap een kapitaalintensieve uitvoeringsorganisatie is gefocust op 1 taak, Twentse Recreatieve Voorzieningen en toeristische promotie. Er zijn dus geen tijdelijk overtollige middelen vanuit andere taken waardoor er voor de benodigde investeringen goed gekeken zal moeten worden naar de verwachte financieringsbehoefte. Dit zou moeten blijken uit de nog op te stellen liquiditeitsplanning van de investeringen. Er zal bij het aantrekken van langlopende leningen gezorgd moeten worden voor een spreiding van het renterisico en de leningenportefeuille zou een evenwichtig aflossingspatroon moeten kennen. Als ◄Inhoudsopgave
30 30
Paragrafen
Programmabegroting 2026
overheidsinstelling heeft het Recreatieschap een goede toegang tot de kapitaalmarkt. We zullen aansluiting zoeken bij de sectorbanken BNG en NWB. Omslagrente In deze begroting is rekening gehouden met rentelasten van de aangetrokken langlopende lening. Schema rentetoerekening Begroting jaar (x €1.000) a. b.
c1. c2. d. e.
2026 86 0 86 86 0 0 86 86 0
Externe rentelast langlopende leningen externe rente baten Saldo rentelasten en rentebaten (a-b) Aan taakvelden toe te rekenen rente: Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Aan taakvelden toe te rekenen rente (renteopslag %) Toe te rekenen rente aan taakvelden (in €) Totaal verwacht renteresultaat op taakveld treasury
Bedrag (in €) 3.942 1.863 395 5.410 86 1,6%
Berekening voorgecalculeerde omslagpercentage 2026 Boekwaarde materiele vaste activa begin 2025 Verwachte vervangingsinvesteringen 2025 Verwachte afschrijvingen 2025 Verwachte boekwaarde materiele vaste activa begin 2026 (A) Toe te rekenen rente (B) Voorgecalculeerde omslagpercentage 2026 (B/A)
Wettelijk kader De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken is in de Wet FIDO een tweetal instrumenten opgenomen, te weten de rente risiconorm en de kasgeldlimiet. Door de bepalingen van de Wet FIDO worden gemeenschappelijke regelingen verplicht alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen; schatkistbankieren. Renterisiconorm De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende lening portefeuille. Van renteherziening is sprake als in de
◄Inhoudsopgave
31 31
Paragrafen
Programmabegroting 2026
leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast. Herfinanciering is het aangaan van een nieuwe lening om de oude af te lossen. De rente risiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. In onderstaand tabel is de renterisiconorm uiteengezet. Het Recreatieschap heeft een langlopende lening aangetrokken waarop ieder jaar afgelost wordt. Onderstaande renterisiconorm geeft aan dat per 1/1 van ieder jaar de organisatie maximaal € 975.000 mag oversluiten. Nr
Omschrijving x € 1.000
1 2 3 4 5
Begrotingstotaal (excl. mutaties reserves) Renterisiconorm (20% van 1) renteherziening Aflossing Rente risico (3+4)
Raming 2026
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
5.752 1.150 0 175 175
5.935 1.187 0 175 175
6.111 1.222 0 175 175
6.293 1.259 0 175 175
975
1.012
1.047
1.084
Tabel 7 Renterisiconorm
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenschappelijke regelingen hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortlopend vreemd vermogen mogen financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten (excl. de stortingen in de reserves). Het percentage wordt berekend als een kwartaalgemiddelde. De organisatie mag dus niet onbeperkt haar kortlopende schulden aanhouden maar wordt gedwongen een goede verdeling te maken tussen korte en lange schulden. Hiermee worden de nadelige effecten die ontstaan als de variabele rente snel stijgt, voorkomen. Dit is een kenmerkend risico van de geldmarkt. Nr
Omschrijving x € 1.000
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
1 2
Begrotingstotaal (excl. mutaties reserves) Vastgesteld percentage
5.752 8,2%
5.935 8,2%
6.111 8,2%
6.293 8,2%
Kasgeldlimiet (1x2)
472
487
501
516
Schatkistbankieren Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet FIDO een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Vanaf 1 juli 2021 is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het totaal lager is dan € 500 miljoen
◄Inhoudsopgave
32 32
Paragrafen
Programmabegroting 2026
met een minimale drempel van € 1 miljoen. Voor het Recreatieschap komt 2% van de begroting uit op een drempelbedrag van € 112.805 en daarmee ruim lager dan de minimale drempel van € 1 miljoen die dus gehanteerd wordt. Maar omdat er sprake is van rente over positieve banksaldi is het aan te bevelen om überhaupt de middelen aan te houden in de schatkist aangezien daar een positieve rente geldt.
5.5 Openbaarheidsparagraaf De openbaarheidsparagraaf is een verplichte paragraaf die voortkomt uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo). De wet is bedoeld om bestuursorganen transparanter te maken en zo het belang van openbaarheid van publieke informatie beter te dienen. Om tot deze transparantie te komen dient informatie beter vindbaar en uitwisselbaar te worden. In onderstaande paragrafen wordt op drie thema’s (actieve openbaarmaking, passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding) toegelicht welke beleidsvoornemens er zijn voor 2026 om de transparantie te bevorderen. Actieve openbaarmaking Recreatieschap Twente maakt via een overeenkomst gebruik van de diensten van SamenTwente. Wij verwijzen u naar de begroting van SamenTwente voor nadere informatie. Passieve openbaarmaking Recreatieschap Twente maakt via een overeenkomst gebruik van de diensten van SamenTwente. Wij verwijzen u naar de begroting van SamenTwente voor nadere informatie. Herinrichting digitale informatiehuishouding (duurzaam toegankelijk) Recreatieschap Twente maakt via een overeenkomst gebruik van de diensten van SamenTwente. Wij verwijzen u naar de begroting van SamenTwente voor nadere informatie.
◄Inhoudsopgave
33 33
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
6. Financiële begroting 6.1 Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten Bedragen X € 1.000
Jaarrekening 2024 Baten Lasten Saldo
Begroting na wijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Baten
Begroting 2026 Lasten
Saldo
Programma`s Recreatieve voorzieningen (taakveld 5.7) Subsidiering Twente Marketing (taakveld 3.1) Subtotaal programma's Overhead (taakveld 0.4) Totaal programma's incl. overhead Treasury (taakveld 0.5) Gemeentelijke bijdrage
2.180 0 2.180 1 2.180 26 3.935
3.783 738 4.522 851 5.373 -1 0
-1.604 -738 -2.342 -851 -3.193 27 3.935
2.848 0 2.848 0 2.848 0 4.126
3.760 748 4.509 966 5.474 0 0
-912 -748 -1.661 -966 -2.626 0 4.126
1.384 0 1.384 0 1.384 0 4.293
3.963 785 4.748 1.004 5.752 0 0
-2.579 -785 -3.364 -1.004 -4.368 0 4.293
Totaal algemene dekkingsmiddelen
3.961
-1
3.961
4.126
0
4.126
4.293
0
4.293
Begroot totaal saldo van baten en lasten
6.141
5.372
769
6.974
5.474
1.500
5.677
5.752
-75
Toevoeging/onttrekking aan reserves Recreatieve voorzieningen Totaal toevoegingen/onttrekkingen aan reserves
15 15
632 632
-617 -617
0 0
1.500 1.500
-1.500 -1.500
0 0
-75 -75
75 75
Gerealiseerd/Begroot resultaat
6.156
6.005
152
6.974
6.974
0
5.677
5.677
0
Tabel 8 Overzicht van baten en lasten
◄Inhoudsopgave
34 34
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
Meerjarenbegroting (2024-2027) Overzicht van baten en lasten Begroting Meerjarenraming 2026 2027
Bedragen x €1.000 Programma Openbaar groen en (openlucht) recreatie Economische ontwikkeling Subtotaal programma's Overhead Subtotaal programma's incl. overhead Algemene dekkingsmiddelen (gemeentelijke bijdrage) Treasury Gemeentelijke bijdrage Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Mutaties reserves Resultaat
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
3.963 785 4.748 1.004 5.752
2.5797853.3641.0044.368-
1.411 1.411 1.411
4.093 802 4.896 1.039 5.935
2.6838023.4851.0394.524-
1.437 1.437 1.437
4.211 820 5.030 1.080 6.111
2.7748203.5941.0804.674-
1.464 1.464 1.464
4.331 838 5.169 1.123 6.293
2.8688383.7061.1234.829-
4.293 4.293 5.677
5.752
4.293 4.293 75-
4.449 4.449 5.860
5.935
4.449 4.449 75-
4.599 4.599 6.036
6.111
4.599 4.599 75-
4.754 4.754 6.218
6.293
4.754 4.754 75-
-
75-
75
-
75-
75
-
75-
75
-
75-
75
5.677
5.677
-
5.860
5.860
-
6.036
6.036
-
6.218
6.218
0
Baten 1.384 1.384 1.384
Tabel 9 Meerjarenbegroting
◄Inhoudsopgave
35 35
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
6.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten en structureel evenwicht Loon- en prijsontwikkeling De loon- en prijstendensen blijven uiteindelijk veruit de belangrijkste factor van de ontwikkeling van onze begroting en van de gemeentelijke bijdrage. Het onderdeel prijscomponent werkt bovendien het zwaarst door, ca. 71% van onze kosten bestaat namelijk uit materiële lasten. Jaarlijks doen de gemeenten ons als verbonden partij de uitwerking voor de mee te nemen loon- en prijsontwikkelingen als uitgangspunt voor de begroting. Deze uitgangspunten nemen wij over. Loonontwikkeling De cao 2024-2025 (15 maanden, t/m maart 2025) is verwerkt in de loonindex voor de begroting 2025. Er is nog geen principeakkoord voor de rest van 2025 en 2026. Volgens de uitgangspunten van de Twentse gemeenten wordt de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten per 31-12-2024 als uitgangspunten gehanteerd. Deze salarisstaat wordt verhoogd met 4,7% voor 2025 (gebaseerd op de concept Macro Economische Verkenning van 2025). Voor het jaar 2026 gaan we uit van een verdere stijging van 2,1% (ook op basis van de Macro Economische Verkenning 2025). Dit leidt tot een totale stijging van 6,8% maar omdat we in de begroting van 2024 hebben gerekend met een stijging van 5,3%, is per saldo de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor de loonkosten 1,5%.
In overeenstemming met afspraken met het algemeen bestuur wordt een verschil op de loonsom (overschot of tekort), voor zover het CAO-ontwikkelingen of mutaties in de werkgeverslasten betreft, indien nodig separaat met de gemeenten verrekend via een tussentijdse rapportage of via de jaarstukken. Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling nemen we de prijsontwikkeling zoals het CPB deze per september 2024 bij de Macro-Economische Verkenning (MEV) publiceert als uitgangspunt. Het CBS stelt deze werkelijke inflatoire effecten achteraf nog bij. Deze bijstelling hebben we nog niet in onze prijsontwikkeling verwerkt als we uitgaan van het prijspeil van de vorige begroting. Daarom worden de correcties over deze 3 jaren alsnog meegenomen voor de bepaling van de totale prijsontwikkeling voor het begrotingsjaar 2026. Dit leidt tot een inflatiecorrectie ten opzichte van de begroting 2025 van 4,9%.
Uitgangspunten meerjarenraming 2027-2029 Bij de opstelling van de meerjarenraming gaan we uit van de loon- en prijsontwikkeling meerjarig geraamd door het CPB in de verzamelde bijlagen van de concept Macro Economische Verkenning. Voor de meerjarenraming 2027-2029 wordt het aantal inwoners gefixeerd op het aantal zoals gehanteerd in de begroting 2026, peildatum 1 januari 2025. Jaar
Looncompensatie
Prijscompensatie
Aantal inwoners
2027
4,90%
2,20%
643.682
2028
4,30%
2,20%
643.682
2029
4,30%
2,20%
643.682
◄Inhoudsopgave
36
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
Vervangingsinvesteringen De investeringsruimte blijft op peil door de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, op te voeren als vervangingsinvesteringen. Weerstandsvermogen/reserves en voorzieningen Er wordt weerstandsvermogen aangehouden zodat de organisatie zelf in staat is om risico’s op te vangen. Een kwalitatieve risicoanalyse is de basis voor deze buffers. Onze gemeenschappelijke regeling beschikt over een nota reserves en voorzieningen zoals eerder vastgesteld door het algemeen bestuur van voormalig Regio Twente welke de basis vormt voor ons weerstandsvermogen maar ook regels bevat hoe wij omgaan met reserveringen en voorzieningen. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven wordt een bedrag van € 0 gehanteerd. Bijdrage per gemeente De gemeentelijke bijdrage 2026 wordt verdeeld over de gemeenten op basis van de inwoneraantallen (in % van totaal) per 1 januari 2025 (eigen opgave gemeenten). 6.2.1
Overzicht van baten en lasten per taakveld
Code 0.1 0.4 0.5 3.1 5.7 Eindtotaal
Taakveld Mutaties reserves Overhead Treasury Economische ontwikkeling Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Totaal Baten Totaal Lasten Gem. Bijdrage 0 -75.000 -75.000 0 1.004.140 1.004.140 0 0 0 0 785.068 785.068 1.383.723 3.962.695 2.578.972 1.383.723 5.676.904 4.293.180
6.2.2 Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten Voor de periode 2026 tot en met 2029 worden geen incidentele baten en lasten verwacht. 6.2.3
Overzicht structureel evenwicht
Toelichting Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Waarvan incidentele reservemutaties (saldo) Structureel begrotingssaldo Baten voor mutaties reserves
2026 7575 75750%
2027 7575 75750%
2028 7575 75750%
2029 7575 0 75750%
De begroting is structureel in evenwicht waarbij rekening wordt gehouden met meerjarige onttrekking aan de reserve kapitaallasten beschoeiing.
◄Inhoudsopgave
37
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
6.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Deze paragraaf bevat een prognose van de balans en het EMU-saldo. Daarnaast zal aandacht besteed worden aan de jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, de investeringen en het verloop van de reserves. 6.3.1 Geprognosticeerde balans De prognose van de balans bevat tenminste het begrotingsjaar, het voorliggende jaar en de 3 jaren volgend op het begrotingsjaar:
Materiele vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa
Eind 2024 3.942 0 2.193
Eind 2025 5.410 0 1.322
Eind 2026 5.785 0 1.099
Eind 2027 5.487 0 1.549
Eind 2028 5.021 0 1.318
Eind 2029 4.800 0 1.325
Totaal activa Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden Vlottende passiva
6.135 1.566 492 3.150 927
6.732 2.361 331 2.975 1.064
6.884 2.286 357 2.800 1.441
7.036 2.211 324 2.625 1.876
6.339 2.136 324 2.450 1.429
6.125 2.061 324 2.275 1.465
Totaal passiva
6.135
6.732
6.884
7.036
6.339
6.125
Bedragen (x € 1.000)
Toelichting Materiele vaste activa Deze balanspost is geprognosticeerd door de jaarrekening 2024 als uitgangspunt te nemen. Hier zijn de toekomstige vervangingsinvesteringen aan toegevoegd. En de begrote afschrijvingen vanuit de activa administratie zijn hierop in mindering gebracht. Vlottende activa Deze balanspost is geprognosticeerd door voor het jaar 2024 de vlottende activa op basis van de jaarrekening 2024 uit te gaan. Onder de vlottende activa hoort ook de post liquide middelen. Deze bevat het positieve effect van alle overige activa en passiva posten. Eigen vermogen De balanspost reserves is op basis van de omvang van de reserves per 2024.
◄Inhoudsopgave
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
Voorzieningen Deze post is begroot op basis van de begrote dotaties en verwachte bestedingen conform het grootonderhoudsplan. De effecten van het onderhoudsplan zijn hierin meegenomen. Vaste schulden De prognose voor de vaste schulden is gebaseerd op de afloop van de geldlening uit de leningenadministratie. Vlottende schulden De vlottende schulden zijn gebaseerd op de schulden jaarrekening 2024. 6.3.2 Berekening EMU-saldo In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een bij de euro aangesloten land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Het EMU-tekort wordt bepaald door een gezamenlijk tekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen. Vanuit het BBV is het verplicht om in de begroting een raming van het eigen EMU-saldo op te nemen. De begroting van het Recreatieschap is opgesteld conform een stel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het EU-systeem van nationale en regionale rekeningen in de EU. Omschrijving (x € 1.000) 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2 3 4 5
Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
Berekend EMU-saldo (1-2+3-4-5)
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
0
-75
-75
-75
375 25 0 0
-298 -33 0 0
-466 0 0 0
-221 0 0 0
-349
190
391
146
Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de jaarlijkse kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een bepaald jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting zou het daardoor dus toch kunnen dat er een negatief saldo is. In het jaar 2026 is het EMU-saldo negatief door het hoge investeringsniveau (parkeersystemen) in dat jaar.
◄Inhoudsopgave
Financiële begroting
6.3.2
Programmabegroting 2026
Verloopoverzicht voorzieningen en reserves
Verloopoverzicht voorzieningen
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
2025
2026
2026
2026
2027
2027
2027
2028
2028
2028
2029
2029
2029
Grootonderhoud Recreatieve Voorziening
331
107
82
357
107
141
324
0
0
324
0
0
324
Voorziening RVU
15
0
15
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Voorziening Verlofsparen
75
10
0
85
10
0
95
10
0
105
10
0
115
Totaal
421
117
97
442
117
141
419
10
0
429
10
0
439
Verloopoverzicht reserves
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
2025
2026
2026
2026
2027
2027
2027
2028
2028
2028
2029
2029
2029
0
0
79
75
1983
Algemene reserve
79
Subtotaal
79
79 0
0
79
75
2208
79 0
0
79
75
2133
79 0
0
79
75
2058
79
Bestemmingsreserve: - Egalisatie
0
- Overige
2.283
0
0
0
0
Subtotaal
2283
0
75
2208
0
75
2133
0
75
2058
0
75
1983
Totaal
2361
0
75
2286
0
75
2211
0
75
2136
0
75
2061
Tabel 10 Verloopoverzicht voorzieningen en reserves
6.3.4 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen In onderstaand overzicht zijn de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen opgenomen, die jaarlijks een vergelijkbaar volume hebben. De dekking van deze verplichtingen is in de meerjarenraming voorzien. Bedragen in € Individueel keuzebudget Tabel 11 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
◄Inhoudsopgave
2026 229.774
Financiële begroting
Programmabegroting 2026
6.3.5 Investeringen Hieronder treft een overzicht van de verwachte herinvesteringen: Herinvesteringen Bedrag Tabel 12 Herinvesteringen
◄Inhoudsopgave
2026 687
2027 158
2028 74
2029 318
Bijlagen
Programmabegroting 2026
Bijlagen Gemeentelijke bijdrage 2026 per taakveld Aantal inw.
0.4
0.10
3.1
5.7
Totaal
1-1-2025
Overh.
Mutaties reserves
Economische ontwikkeling
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Gemeentelijke bijdrage
Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen / Holten Tubbergen Twenterand Wierden
74.772 24.736 26.727 162.427 24.218 36.207 83.634 35.661 23.454 32.031 38.839 21.508 34.119 25.349
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-8.712 -2.882 -3.114 -18.926 -2.822 -4.219 -9.745 -4.155 -2.733 -3.732 -4.525 -2.506 -3.975 -2.954
91.196 30.169 32.598 198.104 29.538 44.160 102.004 43.494 28.606 39.067 47.370 26.232 41.613 30.917
416.225 137.695 148.778 904.164 134.812 201.549 465.556 198.510 130.559 178.303 216.201 119.726 189.926 141.107
498.709 164.982 178.262 1.083.343 161.528 241.491 557.815 237.849 156.432 213.638 259.045 143.452 227.564 169.071
Totaal
643.682
0
-75.000
785.068
3.583.112
4.293.180
Gemeente
Bijdrage per taakveldl Mutaties reserves
Economische ontwekkeling Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Toelichting Volgens het BBV is het voor verbonden partijen niet toegestaan om de gemeentelijke bijdrage voor overhead op te halen via taakveld overhead (voor zover het geen overhead activiteiten betreft). Dit is uiteengezet in de notitie verbonden partijen van de commissie BBV. Hierdoor verantwoorden wij de bijdragen voor overhead onder de baten bij de directe taakvelden door taakveld overhead extracomptabel te verdelen over het grootste taakveld, openbaar groen en openluchtrecreatie. De rente voor de aangetrokken geldlening wordt niet separaat via taakveld 0.5 opgehaald doch via de omslagrente verantwoord via het taakveld openbaar groen en (openlucht) recreatie.
◄Inhoudsopgave
42