CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Rekenkamerrapport Functioneren Sociaal domein - Bijlage 1 Eindrapport Rekenkameronderzoek sociaal domein Oldenzaal

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Voorstel tot het overnemen van de conclusies en aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Sociaal domein13.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bijlage 1: Bronnen

29

Figuur 1. Overzicht gerealiseerde uitgaven sociaal domein Dinkelland, Losser, Oldenzaal 2020-2023 (bedragen x € 1.000) Lasten naar taakvelden in duizenden euro's 2020

2021

2022

2023

Taakvelden

Dinkelland

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

€

1.590 €

1.841 €

5.593 €

1.947 €

1.656 €

5.381 €

4.429 €

1.674 €

6.038 €

5.063 €

1.738 €

6.2 Wijkteams

€

- €

1.234 €

459 €

1 €

1.254 €

510 €

5 €

1.288 €

625 €

620 €

1.858 €

808

6.3 Inkomensregelingen

€

8.037 €

9.103 €

15.338 €

5.453 €

6.763 €

11.577 €

5.227 €

8.999 €

12.229 €

6.551 €

2.572 €

13.442

6.4 Begeleide participatie

€

2.586 €

3.539 €

8.934 €

2.067 €

3.494 €

8.639 €

2.071 €

3.506 €

8.647 €

2.337 €

3.248 €

8.728

6.5 Arbeidsparticipatie

€

408 €

684 €

1.168 €

374 €

755 €

1.213 €

396 €

1.091 €

1.247 €

317 €

795 €

1.611

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

€

1.035 €

3.562 €

1.665 €

1.114 €

3.535 €

976 €

977 €

4.167 €

1.285 €

1.374 €

1.912 €

1.501

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

€

5.096 €

2.799 €

8.501 €

5.698 €

3.066 €

8.580 €

5.853 €

3.237 €

8.927 €

6.405 €

4.049 €

10.084

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

€

6.617 €

3.477 €

9.097 €

6.260 €

4.300 €

8.621 €

4.637 €

4.249 €

9.592 €

5.047 €

4.019 €

10.822

6.81 Geescaleerde zorg 18+

€

166 €

- €

314 €

266 €

9 €

381 €

209 €

- €

510 €

1.112 €

3.725 €

670

6.82 Geescaleerde zorg 18-

€

745 €

1.938 €

717 €

810 €

1.960 €

708 €

613 €

2.101 €

840 €

214 €

542 €

978

Totale lasten sociaal domein

€

26.280 € 28.177 €

51.786 €

23.990 € 26.792 €

46.586 €

24.417 € 30.312 €

49.940 €

29.040 € 25.821 €

55.813

12.434 €

6.618 €

12.673 €

6.745 €

12.113 €

8.091 €

13.340

Losser

Oldenzaal Dinkelland

0.4 Overhead (alle gemeentelijke taken)

€

6.022 €

Totale gemeentelijke lasten

€

73.509 € 67.696 € 130.772 €

7.055 €

Losser

Oldenzaal Dinkelland

7.624 €

74.613 € 66.079 € 133.762 €

Losser

Oldenzaal Dinkelland

8.219 €

82.117 € 77.152 € 138.072 €

Losser

Oldenzaal

8.577 €

7.169

88.101 € 81.497 € 147.189

Overhead als % van de totale lasten

8,2%

10,4%

9,5%

8,9%

11,5%

9,5%

8,2%

10,7%

8,8%

9.2%

10,5%

9,1%

Lasten sociaal domein als % van totale lasten

35,8%

41,6%

39,6%

32,2%

40,5%

34,8%

29,7%

39,3%

36,2%

33,0%

31.7%

37,9%

Uit dit overzicht blijkt dat de totale lasten voor het sociaal domein in Oldenzaal dalen de lasten voor het sociaal domein van 2020 tot 2022 van ongeveer 51 miljoen euro naar ongeveer 49 miljoen euro. In 2023 nemen de lasten weer toe tot ongeveer 55 miljoen euro. Mogelijk heeft de corona periode invloed gehad op de dalingen in 2020-2022. De overheadkosten als percentage van de totale lasten dalen van 9,5% in 2020 naar 9,1% in 2023. In de gemeente Dinkelland is ook tussen 2020 en 2022 een daling in de lasten voor het sociaal domein te zien, gevolgd door een stijging in 2023. In Losser is het tegenovergestelde zichtbaar. Daar stijgen de lasten tussen 2020 en 2022, waarna de lasten dalen in 2023. Daarnaast ligt het overheadpercentage in Losser structureel hoger dan in Oldenzaal en Dinkelland. Uit de programmabegroting 2024 en de programmabegroting 2025 van de gemeente Oldenzaal is het volgende overzicht te maken voor de verwachtte lasten voor het sociaal domein van 2024 tot en met 2026. Figuur 2. Overzicht begroting sociaal domein Oldenzaal 2024-2026 Taakveld

2024

2025

2026

Openbaar basisonderwijs

€ 244

€ 247

€ 246

Onderwijshuisvesting

€ 2.213

€ 733

€ 733

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€ 2.054

€ 2.465

€ 2.364

Samenkracht en burgerparticipatie

€ 6.411

€ 7.127

€ 6.801

Wijkteams

€ 527

€ 856

€ 838

Inkomensregelingen

€ 12.262

€ 13.135

€ 13.135

Begeleide participatie

€ 8.581

€ 8.801

€ 8.138

Arbeidsparticipatie

€ 1.737

€ 1.902

€ 1.902

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

€ 1.255

€ 1.310

€ 1.280

Maatwerkdienstverlening 18+

€ 11.742

€ 10.871

€ 10.871

Maatwerkdienstverlening 18-

€ 11.265

€ 12.930

€ 12.930

Bijlage 1: Bronnen

30

Geëscaleerde zorg 18+

€ 610

€ 725

€ 725

Geëscaleerde zorg 18-

€ 1.132

€ 1.166

€ 1.166

Volksgezondheid

€ 1.570

€ 1.903

€ 1.848

Totale lasten sociaal domein

€ 61.600

€ 64.171

€ 62.977

0.4 Overhead (alle

€ 12.165

€ 13.410

€ 12.992

Totale gemeentelijke lasten

€ 115.308

€ 126.487

€ 118.576

Overhead als % van de totale

10,6%

10,6%

11%

53,4%

50,7%

53,1%

gemeentelijke taken)

lasten Lasten sociaal domein als % van totale lasten Uit dit overzicht blijkt dat de totale lasten voor het sociaal domein volgens begrotingen blijven stijgen tot 2025, waarna verwacht wordt dat deze lasten in 2026 dalen. De gemeente verwacht daarnaast dat gemeentelijk breed de overheadkosten stijgen van 8,8% gerealiseerde overhead (zie figuur 1) in 2022 naar 11% begrootte overhead in 2026 (zie figuur 2).

Bijlage 1: Bronnen

31

7.

In hoeverre wordt maatwerk feitelijk toegepast?

Beantwoording op hoofdlijnen: ▪

De ruimte voor maatwerk wordt niet altijd benut. Verklaringen daarvoor zijn: voorzichtigheid bij gemeentelijke medewerkers vanwege mogelijke precedentwerking, weinig gemeentelijke regie op maatwerk bij domein- of wetoverstijgende situaties, tijdgebrek omdat maatwerk veel afstemming vraagt en wachtlijsten.

Beantwoording op hoofdlijnen: In de praktijk geven de uitvoerende professionals aan dat de ruimte voor maatwerk niet altijd optimaal wordt benut of veel tijd en inzet vraagt. Een voorbeeld is een vraag van een inwoner om een rekening van een psychiater te betalen. Het gezin had daar gelijk een plek. Maar volgens de regels kan dat helemaal niet, want er is geen contract met deze psychiater. Dat voorbeeld heeft zeker vele uren gekost om mensen te overtuigen, navragen te doen, voorwaarden op te halen, mailwisseling met psychiater, etc. Zij benoemen een aantal redenen daarvoor: ▪ Voorzichtigheid: Uitvoerende professionals van de gemeente lijken het spannend te vinden om ruimte te claimen voor de menselijke maat, mede uit angst om precedenten te scheppen. Het vergt vertrouwen in elkaars oordeel - en schept daarmee tevens nieuwe vormen van verantwoordelijkheid. In gesprekken is aangegeven dat in Oldenzaal beschikkingen en maatwerkoplossingen juridisch afgedekt moeten zijn. Partners ervaren dat bij de Participatiewet en de Wmo vaker vanuit de ‘letter van de wet’ wordt gehandeld, dan bij de Jeugdwet, waar veel meer ruimte wordt genomen voor maatwerk. Het zou volgens de partners goed zijn als consulenten van de gemeente meer durven vertrouwen op de onderling gemaakte beleidsafspraken en het oordeel van partners, in plaats van te leven naar de letter van de wet.

Als twee of drie partners bijvoorbeeld dezelfde informatie hebben over een inwoner en het eens zijn over een aanpak, waarom dringt de gemeente dan alsnog aan op een keukentafelgesprek? Hoe efficiënt is zo’n gesprek, als alle informatie al op tafel ligt? Speelt zo’n gesprek dan in op de behoefte van de inwoner, of draait het meer om een proces-checklist van de gemeente? Op dit vlak zijn ook goede voorbeelden die volgens partners breder kunnen worden ingezet. Bij Wmo-dagbesteding mogen adviseurs van uitvoeringspartners sinds kort ook een indicatie afgeven voor de eerste 4 dagdelen van de week voor bestaande klanten. Eenzelfde soort pilot voor ‘anders indiceren’ loopt nu ook met ergotherapeuten. Uitvoeringspartners waarderen dit soort initiatieven: op onderdelen waar gemeenten partners een advies laten geven over de indicatie loopt het proces sneller. ▪ Weinig gemeentelijke regie op maatwerk bij integraal en domeinoverstijgend werken: Uitvoerende professionals hebben mogelijk niet exact in beeld welke vormen van steun mogelijk zijn vanuit aanpalende wetten. Zolang de casuïstiek binnen de domeinen blijft, gaat het meestal goed: dan is er goed overleg mogelijk tussen uitvoeringspartners en gemeente.

Maar zodra er domeinoverstijgend gedacht moet worden gaat het vaak wringen, bijvoorbeeld als een case uit de Jeugdwet ook steun nodig heeft van een andere afdeling zoals werk en inkomen. Benoemd is dat de integrale samenwerking tussen Wmo, Jeugd en Participatie nog gehinderd wordt door het feit dat deze medewerkers niet bij elkaar zitten. Uitvoeringspartners geven aan dat zij vooral op het vlak van integraal werken een regierol missen van de gemeente. Ze ervaren dat zij vaak de regie moeten nemen om verschillende afdelingen binnen de gemeente samen te brengen rondom een casus. In het verleden werd deze regierol wel meer gepakt door de gemeente. ▪ Tijdgebrek: Vooralsnog kost maatwerk extra tijd (collegiale afstemming met andere teams, partners, onderbouwing van verwachte effecten, etc). Die extra tijd is soms moeilijk te vinden te midden van de dagelijkse drukte. ▪ Wachtlijsten: De wachtlijstenproblematiek veroorzaakt extra dilemma’s voor maatwerk: in hoeverre mag je een maatwerkcase “tussensteken” op de wachtlijst voor een aanpalende regeling? Hoe valt dat te verantwoorden aan andere huishoudens die reeds lang op de wachtlijst staan voor de betreffende

Bijlage 1: Bronnen

32

vorm van steun? Met name in de Wmo, bij nieuwe aanvragen huishoudelijke ondersteuning van inwoners bij de gemeente, zijn de wachttijden op momenten lang (grote fluctuaties bij zowel gemeenten als bij zorgaanbieders), mede door invoering van het abonnementstarief (aanzuigende werking) en diverse personeelswisselingen bij de gemeente op leidinggevend niveau. Inmiddels is het team weer compleet en wordt hard gewerkt aan wachtlijstreductie. In de Jeugdzorg en Participatiewet zijn er volgens de uitvoerende professionals geen wachttijden bij de gemeente, wel bij sommige vormen van jeugdhulp die door partners wordt geleverd. Geen apart potje: Het ontbreekt vooralsnog aan een apart potje voor maatzorgtrajecten. Zo’n potje kan mogelijk helpen om de bovengenoemde drempels voor maatzorg te verlagen.

▪

8.

In hoeverre zijn de uitvoering van het beleid (en tevens de handhaving) in het gemeentelijk sociaal domein doeltreffend, onder meer ten aanzien van preventie, participatie en zelfredzaamheid van inwoners?

Beantwoording op hoofdlijnen: ▪

Het gemeentelijk doelbereik op de meest recent vastgestelde doelen is lastig te bepalen omdat recent gestart is met de gegevensverzameling op de indicatoren die de gemeente in het integraal beleidskader sociaal domein heeft opgenomen.

▪

Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat inwoners zich zelfredzamer voelen door de ondersteuning die zij ontvangen.

▪

De gemeente en partners sturen op vier effecten in de uitvoeringspraktijk: zelfredzaamheid, verbondenheid, veiligheid en gezondheid. Op deze effecten vindt bij de intake van inwoners een uitvraag plaats. Het meten ervan in de praktijk blijkt volgens uitvoerders lastig. Ook zijn er grenzen aan de zelfredzaamheid bij groepen inwoners.

Onderbouwing Sturingsinstrumentarium: indicatoren Het integraal beleidskader Sociaal Domein bevat in de bijlage een overzicht van indicatoren waarmee de gemeente het doelbereik van zelfredzaamheid (10 indicatoren), verbondenheid (7 indicatoren), veiligheid (10 indicatoren) en gezondheid (7 indicatoren) wil volgen. Indicator

Bron

Zelfredzaamheid Wonen % inwoners dat zichzelf kan redden op levensgebied wonen

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat nieuwe vaardigheden leert op levensgebied wonen

Cliëntervaringsonderzoek

Mobiliteit % inwoners dat zichzelf kan redden op levensgebied mobiliteit

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat nieuwe vaardigheden leert op levensgebied mobiliteit

Cliëntervaringsonderzoek

Werk en inkomen % werkzame beroepsbevolking

CBS

% inwoners van de beroepsbevolking dat vanuit een

Twentse Arbeidsmarktmonitor en

werkloosheidssituatie (WW, PW, NUG) doorstroomt naar betaald werk

gemeentelijke administratie

het verschil tussen inwoners met een lage en hoge SES

GGD gezondheidsmonitor

% inwoners dat niet zonder ondersteuning kan rondkomen

Aanvragen inkomensondersteuning

% laaggeletterdheid

GGD gezondheidsmonitor

de regie over het eigen leven

GGD gezondheidsmonitor

Bijlage 1: Bronnen

33

Verbondenheid % inwoners dat zichzelf kan redden op levensgebied sociaal netwerk

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat nieuwe vaardigheden leert op levensgebied sociaal netwerk

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat vrijwilligerswerk verricht

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat voldoende meedoet aan sociale activiteiten

Cliëntervaringsonderzoek

% inwoners met voldoende sociale contacten

Cliëntervaringsonderzoek

% mantelzorgers

Cliëntervaringsonderzoek

% eenzame inwoners

Cliëntervaringsonderzoek

Veiligheid % inwoners dat zich onveilig voelt in de eigen woonbuurt

Opnemen cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat sociale overlast ervaart

Opnemen cliëntervaringsonderzoek

% inwoners dat geen veilige leefomgeving ervaart in en om het huis

Opnemen cliëntervaringsonderzoek

# meldingen rondom verward gedrag (acuut en niet-acuut)

E33-meldingen en Monitor meldpunt verward gedrag

% jongeren dat aangeeft de laatste 3 maanden gepest te zijn

GGD gezondheidsmonitor Jeugd

% jongeren dat aangeeft de laatste 3 maanden gepest te hebben

GGD gezondheidsmonitor Jeugd

# jongeren (vo) dat een hulpvraag aan schoolmaatschappelijk werk stelt in

Periodieke evaluatie SMW

verband met pestverleden # meldingen discriminatie door inwoner van de Oldenzaal bij de

Monitor Discriminatie Oost-NL

antidiscriminatievoorzieningen # meldingen discriminatie over een voorval in de gemeente Oldenzaal bij een

Monitor Discriminatie Oost-NL

van de anti-discriminatievoorzieningen # geregistreerde discriminatie-incidenten in Oldenzaal bij de politie

Monitor Discriminatie Oost-NL

Gezondheid % inwoners met overgewicht

Cliëntervaringsonderzoek / GGD gezondheidsmonitor

% inwoners dat voldoet aan de beweegnorm

Cliëntervaringsonderzoek / GGD gezondheidsmonitor

% inwoners dat rookt

GGD gezondheidsmonitor

% inwoners dat overmatig alcohol drinkt

Cliëntervaringsonderzoek / GGD gezondheidsmonitor

% inwoners dat soft/harddrugs gebruikt

GGD gezondheidsmonitor

gezondheidsverschillen tussen de inwoners met een lage sociaal economische

GGD gezondheidsmonitor

status en inwoners met een hoge SES % inwoners dat de eigen mentale gezondheid als goed ervaart.

Cliëntervaringsonderzoek / GGD gezondheidsmonitor

Uit de interviews met de gemeente blijkt dat de gegevensverzameling van een aantal van deze indicatoren recent gestart is. Rapportages aan de raad waarin gezamenlijk over deze indicatoren wordt gerapporteerd zijn niet aangetroffen. De programmabegroting hanteert voor programma Maatschappelijke Ondersteuning een andere set van (verplichte) beleidsindicatoren. Voor 2024 zijn dat de volgende indicatoren:

Bijlage 1: Bronnen

34

De jaarrekeningen rapporteren op deze beleidsindicatoren en geven aan welke van de ingezette acties zijn uitgevoerd. De Najaarsnota rapporteert over de uitvoering van ingezette acties en de kostenontwikkelingen in het sociaal domein, maar niet op de beleidsindicatoren. De Voorjaarsnota rapporteert over financiële bijstellingen en daaruit voortkomende acties. In geen van de reguliere planning- en controldocumenten wordt gerapporteerd over maatschappelijke effecten gerelateerd aan het doelbereik in het sociaal domein. Op de in het gemeentelijk beleidskader sociaal domein genoemde maatschappelijke effecten wordt niet gerapporteerd. De documenten geven geen inzicht in de effecten van beleid waar het gaat om preventie, zelfredzaamheid en participatie. Uitkomsten onderzoeken Voor de Wmo en Participatiewet worden klanttevredenheidsonderzoeken gehouden. Niet alleen via enquêtes maar ook via mondelinge interviews. Bij de Wmo gebeurt dit al jarenlang, bij de Jeugdwet en de Particpatiewet sinds een paar jaar. Verder vinden evaluatiegesprekken met cliënten plaats. Ook heeft een cliënttevredenheidsonderzoek over het Sociaal Plein plaatsgevonden. Verder wordt ingezet op data gedreven werken. Alleen de juiste data verzamelen is dan soms lastig. Data gedreven werken speelt niet alleen voor nieuwe projecten, ook voor projecten die nu al lopen.

Het beeld dat hieruit voorkomt, is dat de tevredenheid onder inwoners hoog is onder zowel cliënten in de Jeugd, Wmo en Participatiewet. De uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek zijn in paragraaf 3.2 uitgebreider toegelicht. Uit de onderzoeken blijkt dat inwoners zich zelfredzamer voelen door de ondersteuning. Het is lastig om de directe link tussen de ontvangen ondersteuning en zelfredzaamheid te leggen volgens ambtelijk respondenten. Inwoners geven aan dat zij beter op weg kunnen door de geleverde ondersteuning. De gemeente maakt onderscheid in vier wijken. Per wijk wordt naar verschillende aspecten gekeken. Bijvoorbeeld naar hoe het beleid wordt ervaren onder inwoners, hoe de ondersteuning wordt ervaren, hoe de contactpersoon en de ondersteuning wordt ervaren. Vervolgens vergelijkt de gemeente de wijken en kijkt welke verbeterpunten hieruit komen. In het kader van het nieuwe armoedebeleid wordt gekeken wat het bereik van de inkomensondersteunende regelingen is. Met aanbieders van hulp en ondersteuning wordt individueel per aanbieder het gesprek gevoerd hoe de uitvoering en monitoring gaat. Verder is een regionale zorgvisie opgesteld voor Jeugd met actielijnen. Deze actielijnen en visie wordt met gecontracteerde partners besproken, op gereflecteerd en gekeken naar hoe monitoring gaat plaatsvinden.

Bijlage 1: Bronnen

35

Sturing op effecten in de uitvoeringspraktijk Voor uitvoerende professionals van de gemeente en partners is duidelijk wat de vier maatschappelijke effecten zijn die de gemeente Oldenzaal ambieert: zelfredzaamheid, verbondenheid veiligheid en gezondheid. Uitvoerders vragen dit uit bij inwoners bij een intake. Vervolgens doen ze dit later in het proces ook waardoor het effect kan bijhouden. Hierdoor zie je welke invloed het handelen op cliënten heeft, bijvoorbeeld op hun zelfredzaamheid. Sturing op zelfredzaamheid proberen uitvoeringspartners wel alleen merken ze dat het niet op ieder terrein mogelijk is. Zelf als afgesproken doelen worden bereikt komen daar andere problemen voor terug. Ook blijkt het in de praktijk vaak lastig om de causale verbanden te bepalen tussen diverse vormen van steun en effecten. Een scootmobiel kan bijvoorbeeld bijdragen aan alle gespecificeerde effecten: zelfredzaamheid, verbondenheid veiligheid en gezondheid. Dus welk effect schrijf je waar weg? Alle uitvoeringspartners proberen actief te sturen op zelfredzaamheid. Dit soort dingen meten blijft moeilijk en doen ze vooral in gesprek met inwoners (intakes en jaarlijkse gesprekken). Veel uitvoeringspartners geven aan dat er grenzen liggen aan zelfredzaamheid. Je kunt hierop sturen en doelen halen, maar vaak gebeurt er daarna weer iets waardoor er een terugval is en je weer nieuwe doelen moet afspreken.

Bij bepaalde groepen inwoners zal er altijd een bepaalde behoefte blijven bestaan. Neem bijvoorbeeld een gezin waarin de moeder zelf niet opmerkt dat het kind te groot is geworden voor een peuterbedje. Als het haar verteld wordt, schaft ze een nieuw bed aan - dus het is geen onwil of geldgebrek, maar ze heeft gewoon niet het vermogen om dit zelf te zien. Zolang er kinderen in huis zijn hebben zulke ouders support nodig. Zij groeien niet mee met de ontwikkeling van kinderen en hebben chronisch een vorm van ondersteuning nodig. Voor de Participatiewet geldt dat bepaalde taken, bijvoorbeeld een betaling, niet altijd mogelijk is om door een cliënt zelf te doen. Daar blijven ze altijd ondersteuning voor nodig hebben. Volledige zelfredzaamheid behalen is daardoor lastig. Integrale samenwerking over domeinen heen Integraal werken is een van de thema’s in het beleidskader. Aangegeven wordt vanuit zowel de gemeente als de partners van de gemeente dat de lijnen kort zijn, zowel intern als extern. Oldenzaal is een relatief kleine gemeente en uitvoerende professionals kennen elkaar. Binnen de gemeentelijke teams (Wmo, jeugd en Participatie) is nog winst te behalen: de teams zitten nu op verschillende plekken in het gemeentehuis. Dat was in het verleden niet zo. Uitvoerende professionals vinden dat zonde en zoeken elkaar daardoor minder op.

Er zijn ook veel nieuwe collega’s en er wordt gewerkt in verschillende registratiesystemen voor Wmo, Jeugd en Participatie. Door dat laatste kunnen medewerkers niet zien wie wanneer betrokken is bij een bepaald huishouden. Uitvoerende professionals van partners van de gemeente herkennen bovenstaande, maar vinden dat de samenwerking met de gemeente overwegend positief is. Zij zien nog wel ruimte voor een meer integrale benadering, bijvoorbeeld een apart potje voor maatzorgtrajecten/ domeinoverstijgende vragen waarmee uitvoerders meer ruimte krijgen om maatwerk te leveren.

4.4

Toetsing aan het normenkader

Voor de toetsing aan de norm is gewerkt met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪

Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm.

▪

Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm

▪

Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm.

▪

Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm.

▪

Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

Bijlage 1: Bronnen

36

Toetsing normenkader Norm

Toetsing

▪

De ervaringen van de doelgroepen over de uitvoering en de handhaving zijn positief.

▪

▪

De uitvoeringskosten van de gemeente en de partners zijn niet hoger dan in vergelijkbare gemeenten.

▪

▪

Sprake is van een continu en gestructureerd proces van leren en verbeteren waarbij de perspectieven van inwoners en uitvoerende professionals zijn betrokken.

▪

▪

De gemeente beschikt over analyses op het doelbereik en deze analyses bieden inzicht in het doelbereik. Uit de analyse van de gemeente en de ervaringen van inwoners en uitvoerende professionals blijkt dat doelen bereikt worden.

▪

▪

▪

Voldoet merendeels. De gemeente Oldenzaal focust zich op inwoners en niet op specifieke doelgroepen. De gesproken inwoners hebben over het algemeen positieve ervaringen met het contact met de gemeente en de geboden hulp. Aandachtspunten zijn het onder andere het moeilijk kunnen vinden van jeugdhulp en de lange wachttijden voordat hulp start, met regelmatig contact daarna. Bij de Wmo zijn wachttijden voor hulp, zoals huishoudelijke hulp, een probleem. Zowel bij jeugdhulp als Wmo wordt de snelheid van hulp als verbeterpunt genoemd. De snelheid van handelen bij de Participatiewet wordt als positief ervaren. Voldoet. De uitvoeringskosten in de gemeente Oldenzaal zijn niet gestegen van 2020 naar 2022. Dit geldt ook voor Dinkelland. De uitvoeringskosten in de gemeente Losser zijn wel gestegen. Voldoet beperkt. Er zijn overlegmomenten tussen beleidsmedewerkers en uitvoerende professionals van de gemeente binnen elk van de drie wetten. Gemeentelijke respondenten beschouwen dit niet als een structurele leer- en verbetercyclus, zeker niet over de drie wetten heen. Partners geven aan dat zij bij nieuwe initiatieven (bv Sociaal Plein) goed betrokken worden en dat de gemeente openstaat voor hun signalen. Echter een vertaling daarvan in de uitvoering is niet altijd zichtbaar. Voldoet beperkt.

De gemeente beschikt over een instrumentarium met indicatoren om op het vlak van zelfredzaamheid, gezondheid, veiligheid en verbondenheid de uitkomsten van het beleid in het sociaal domein te monitoren. Indicatoren met zeggingskracht over preventie zijn hierin niet expliciet geformuleerd. De analyses zijn niet opgenomen in de reguliere planning- en controlcyclus van de gemeente. Ook wordt de raad niet op een andere manier daarover geïnformeerd. Voldoet merendeels. De beschikbare gegevens tonen aan dat inwoners als gevolg van de ondersteuning meer zelfredzaamheid zijn en kunnen participeren.

Bijlage 1: Bronnen

37

Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

BIJLAGE BRONNEN

Bijlage 1: Bronnen

38

Bijlage 1: Bronnen Geraadpleegde documenten ▪ Raadsinformatiebrief gewijzigde beleidsregels Jeugd en Wmo 2023 ▪ Programmabegroting 2024 ▪ Najaarsnota 2023 ▪ Raadsinformatiebrief jaarverslag 2022 commissie bezwaarschriften ▪ Collegeadvies beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2024 ▪ Voorjaarsnota 2023. ▪ Raadsinformatiebrief stand van zaken proces armoede ▪ Raadsinformatiebrief wachttijden Wmo ▪ Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Oldenzaal 2023 ▪ Integraal Beleidskader Sociaal Domein ▪ Jaarstukken 2020 ▪ Jaarstukken 2021 ▪ Jaarstukken 2022 ▪ Jaarstukken 2023 ▪ Kadernota 2024 ▪ Presentatie financiën sociaal domein raad 20210919 ▪ Programmabegroting 2023 ▪ Rapportage Klanttevredenheidsonderzoek mei-juli 2023 ▪ Ombuigingsmaatregelen stand van zaken ▪ Raadsinformatiebrief datagedreven sturing ▪ Raadsinformatiebrief Jeugdgezondheidsmonitor 2019 ▪ Raadsinformatiebrief start sociaal plein Oldenzaal ▪ Raadsinformatiebrief jaarverslag 2021 commissie bezwaarschriften ▪ Raadsinformatiebrief huishoudelijke ondersteuning ▪ Raadsinformatiebrief evaluatie Sociaal plein ▪ Raadsinformatiebrief stand van zaken verbeterpunten Sociaal plein ▪ Beleidsregels Jeugdhulp 2023 ▪ Besluit Jeugdhulp_Oldenzaal 2023 ▪ Werkproces melding aanvraag 2023 ▪ Tarieven voorzieningen Jeugdwet 2023 ▪ Werkinstructie 18- 18+ ▪ Beleidsregels Energietoeslag 2023 ▪ Beleidsregels

Inkomensvrijlating 2023 ▪ Uitvoeringsregels toelating tot schuldhulpverlening ▪ Vergoedingenlijst Bijzondere Bijstand 2023 ▪ Werkproces Beschut werken ▪ Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2023 en 2025 ▪ Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2023 en 2025 ▪ Besluit Maatschappelijke ondersteuning 2023 en 2025 Geraadpleegde respondenten Functie en organisatie Wethouders Participatiewet, Wmo en Jeugd gemeente Oldenzaal Beleidsmedewerker Wmo, Jeugd, Participatiewet gemeente Oldenzaal Medewerkers kwaliteit en monitoring gemeente Oldenzaal Medewerkers uitvoerende partners in gemeente Oldenzaal Consulenten Wmo, Jeugd en Participatiewet gemeente Oldenzaal Inwoners die gebruik maken van Wmo, jeugdhulp of Participatiewet

Aantal 3 3 2 6 5 12

Bijlage 1: Bronnen

39

Bijlage 2: Onderzoek inwoners Oldenzaal: jeugd analyse Onderwerp

Vragen/normen

Vinden van

Wist u waar u met uw vraag terecht

hulp

kon?

Casus

Casus

1

2

Casus 3

Casus 4

Weten de inwoners van de gemeente waar zij met een hulpvraag terecht kunnen? Bereikt de gemeente de inwoners die met dezelfde vragen en problemen zitten? Lukt het de gemeente om inwoners te bereiken voordat zij problemen hebben? Ervaring met

Had u het gevoel dat u op tijd de hulp

de hulp van de

kreeg die u nodig had?

gemeente

Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker van de gemeente? Heeft u nadat de beschikking is afgegeven nog contact gehad met de medewerker van de gemeente? Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker die uw hulp of ondersteuning biedt? Heeft de geboden hulp de verergering van de problemen voorkomen? Heeft de geboden hulp de problemen behapbaarder gemaakt? De hulp die u kreeg, wist die de problemen te laten afnemen of op te lossen? Als u met klachten zou zitten over de hulp die u heeft ontvangen/ontvangt, weet u dan waar u met deze klachten terecht zou kunnen?

Ondersteuning door familie, vrienden en anderen uit de

Welke hulp krijgt u van familie, partner, vrienden en anderen uit uw omgeving

omgeving

Bijlage 2: Onderzoek inwoners

40

Heeft het bijgedragen aan het verhelpen van uw vraag?

Oldenzaal: Wmo analyse Onderwerp

Vragen/normen

Vinden van

Wist u waar u met uw vraag terecht

hulp

kon?

Casus

Casus

1

2

Casus 3

Casus 4

Weten de inwoners van de gemeente waar zij met een hulpvraag terecht kunnen? Bereikt de gemeente de inwoners die met dezelfde vragen en problemen zitten? Lukt het de gemeente om inwoners te bereiken voordat zij problemen hebben? Ervaring met

Had u het gevoel dat u op tijd de hulp

de hulp van de

kreeg die u nodig had?

gemeente

Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker van de gemeente? Heeft u nadat de beschikking is afgegeven nog contact gehad met de medewerker van de gemeente? Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker die uw hulp of ondersteuning biedt? Heeft de geboden hulp de verergering van de problemen voorkomen? Heeft de geboden hulp de problemen behapbaarder gemaakt? De hulp die u kreeg, wist die de problemen te laten afnemen of op te lossen? Als u met klachten zou zitten over de hulp die u heeft ontvangen/ontvangt, weet u dan waar u met deze klachten terecht zou kunnen?

Ondersteuning door familie,

Welke hulp krijgt u van familie, partner,

vrienden en

vrienden en anderen uit uw omgeving

Bijlage 2: Onderzoek inwoners

41

anderen uit de omgeving

Heeft het bijgedragen aan het verhelpen van uw vraag?

Oldenzaal: participatie analyse Onderwerp

Vragen/normen

Vinden van

Wist u waar u met uw vraag terecht

hulp

kon?

Casus

Casus

1

2

Casus 3

Casus 4

Weten de inwoners van de gemeente waar zij met een hulpvraag terecht kunnen? Bereikt de gemeente de inwoners die met dezelfde vragen en problemen zitten? Lukt het de gemeente om inwoners te bereiken voordat zij problemen hebben? Ervaring met

Had u het gevoel dat u op tijd de hulp

de hulp van de

kreeg die u nodig had?

gemeente

Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker van de gemeente? Heeft u nadat de beschikking is afgegeven nog contact gehad met de medewerker van de gemeente? Hoe verliep het contact tussen u en de medewerker die uw hulp of ondersteuning biedt? Heeft de geboden hulp de verergering van de problemen voorkomen? Heeft de geboden hulp de problemen behapbaarder gemaakt? De hulp die u kreeg, wist die de problemen te laten afnemen of op te lossen? Als u met klachten zou zitten over de hulp die u heeft ontvangen/ontvangt, weet u dan waar u met deze klachten terecht zou kunnen?

Bijlage 2: Onderzoek inwoners

42

Ondersteuning door familie, vrienden en anderen uit de

Welke hulp krijgt u van familie, partner, vrienden en anderen uit uw omgeving

omgeving Heeft het bijgedragen aan het verhelpen van uw vraag?

Bijlage 2: Onderzoek inwoners

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16494010/1