08. Rekenkamerrapport Functioneren Sociaal domein - Bijlage 1 Eindrapport Rekenkameronderzoek sociaal domein Oldenzaal
Tekst van het document
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
Eindrapport onderzoek Functioneren sociaal domein gemeente Oldenzaal Rekenkamer Noord-Oost Twente
Colofon Projectnummer: 465 Auteurs: Gerard Nieuwe Weme Julian Edens Yorick van den Berg B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, september 2025
© Copyright B&A B.V. 2025 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.
Inhoudsopgave 1. Managementsamenvatting
5
1.1
Aanleiding en onderzoeksdoel
5
1.2
Beantwoording centrale vraag en conclusies
5
1.3
Aanbevelingen
7
1.4
Bestuurlijke reactie
8
2. Onderzoeksvragen en verantwoording
11
2.1
Onderzoeksvragen
11
2.2
Normenkader
12
2.3
Onderzoeksverantwoording
13
3. Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk 15 3.1
Inleiding
15
3.2
Bevindingen huidig beleid
15
3.3
Bevindingen leveren van maatwerk & omgang aanpassingen
21
4. Bevindingen leefwereld: uitvoeringspraktijk, ervaringen en resultaten
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Bevindingen perspectief inwoners
25
4.3
Bevindingen doelmatigheid en doeltreffendheid
29
4.4
Toetsing aan het normenkader
36
Bijlagen
3
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
1
MANAGEMENTSAMENVATTING
Managementsamenvatting
4
1. Managementsamenvatting 1.1
Aanleiding en onderzoeksdoel
De Rekenkamer Noord-Oost Twente (NOT), betreffende de gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen, heeft besloten om een onderzoek te doen naar het functioneren van het sociaal domein in drie gemeenten: Dinkelland, Losser en Oldenzaal. Dit onderzoeksrapport richt zich op Oldenzaal. De Rekenkamer DLO geeft daarbij aan dat in rekenkameronderzoek naar het functioneren van het gemeentelijk sociaal domein niet het systeem voorop staat, maar de leefwereld van inwoners, of met andere woorden: het cliëntperspectief en de menselijke maat. Is hier voldoende aandacht voor en is lerend vermogen op basis van wat professionals en inwoners meemaken voldoende aanwezig bij gemeenten? De Rekenkamer beoogt met dit onderzoek bij te dragen aan het lerende vermogen van de drie aangesloten gemeenteraden.
1.2
Beantwoording centrale vraag en conclusies
In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: In hoeverre functioneert het gemeentelijk sociaal domein voor inwoners daadwerkelijk doelmatig en doeltreffend, voornamelijk ten aanzien van preventie, participatie, zelfredzaamheid en individueel maatwerk? De centrale onderzoeksvraag is als eerste beantwoord vanuit de perspectieven van preventie, participatie en zelfredzaamheid en individueel maatwerk. Daarna zijn de bevindingen over doeltreffendheid en doelmatigheid weergegeven. Elk onderdeel eindigt met een conclusie. Bevindingen sturen op preventie In het gemeentelijk beleid is specifiek aandacht voor preventie. De gemeente wil meer, gerichter en gestructureerder inzetten op het normaliseren van problematiek en het aanbieden van preventieve activiteiten en lichte ondersteuning. Bijvoorbeeld door het versterken van de samenwerking met partners in de sociale basis, het inzetten van het instrument preventiematrix en het vergroten van inwonerbetrokkenheid in de sociale basis door inwonerpanels, buurtbudgetten en wijkinloop. De gemeente heeft de ambitie om met het Sociaal Plein een verbinding te leggen tussen de gemeentelijke toegang tot voorzieningen en het preventieve aanbod. Uit gesprekken met de uitvoering blijkt dat de realisatie hiervan nog in ontwikkeling is. Conclusie 1: De gemeente ambieert een integrale toegang met verbinding met preventieve voorzieningen.
Deze is nog niet volledig gerealiseerd. Bevindingen functioneren sturen op zelfredzaamheid en participatie De gemeente zet bij het ondersteunen van inwoners in op het zo goed mogelijk benutten van de eigen kracht. Samen met het sociaal netwerk van inwoners vormen zij de basis. De focus ligt op het versterken van het oplossingsvermogen van de inwoners en het activeren van haar sociale omgeving. De gemeente houdt rekening met de grenzen van leerbaarheid en zelfredzaamheid van inwoners. Zodra de grens van de eigen kracht van een inwoner is bereikt, ondersteunt de gemeente. Dit is leidraad in het beleid en de uitvoering en is zichtbaar in verordeningen, beleidsregels en in de gemeentelijke toegang en partners. Inwoners die gebruik maken van voorzieningen vanuit de Participatiewet geven aan dat zij minder vaak
Managementsamenvatting
5
kunnen rekenen op informele hulp uit hun directe omgeving, terwijl dit bij inwoners die gebruik maken van de Wmo en Jeugdwet makkelijker is. Conclusie 2: De gemeente stuurt in de praktijk op zelfredzaamheid en participatie maar erkent dat er grenzen aan leerbaarheid en zelfredzaamheid zijn. Bevindingen functioneren sturen op individueel maatwerk De gemeente streeft het realiseren van een integrale benadering en ondersteuning van inwoners na. Het doel is om zoveel mogelijk ontschot te werken. In de praktijk blijkt dat de ruimte voor maatwerk niet altijd wordt benut. De verklaringen daarvoor zijn: voorzichtigheid bij gemeentelijke medewerkers vanwege mogelijke precedentwerking, weinig gemeentelijke regie op maatwerk bij domein- en wetsoverstijgende situaties, tijdgebrek omdat maatwerk veel afstemming vraagt en wachttijden en achterstanden bij met name Wmo-aanvragen. Conclusie 3: In de uitvoeringspraktijk is ruimte voor maatwerk maar deze wordt niet maximaal benut door uitvoerders. Bevindingen doeltreffendheid Bij gezinnen die gebruik maken van voorzieningen uit de Jeugdwet voorkomt de hulp verergering van problemen en maakt ze behapbaar. Het gaat beter met het gedrag van de jeugdigen en de thuissituatie wordt verbeterd. Gezinnen ervaren positieve effecten als gevolg van de ondersteuning.
Bij Wmo is het effect dat de gevolgen van een beperking behapbaar worden gemaakt en soms deels worden opgelost. De kwaliteit van leven wordt beter. Inwoners ervaren meer rust aan het hoofd en de ondersteuning zorgt voor meer zelfredzaamheid en participatie. Inwoners die gebruik maken van hulp en ondersteuning uit de Participatiewet geven aan dat problemen behapbaar blijven en in beperkt aantal gevallen verbetert de situatie. Inwoners kunnen beter rondkomen en meedoen in de samenleving. De gemeente stuurt op vier effecten in individuele casuïstiek: zelfredzaamheid, verbondenheid, veiligheid en gezondheid. Het gemeentelijk doelbereik is lastig te bepalen omdat de gemeente niet over de juiste gegevens beschikt. Hierdoor is niet duidelijk of de beoogde effecten worden behaald en wat de resultaten zijn op het gebied van preventie, zelfredzaamheid en participatie. De gemeente heeft wel indicatoren geformuleerd en heeft de ambitie om hierop gegevens te verzamelen. Conclusie 4: Inwoners ervaren positieve effecten van hulp en ondersteuning op zelfredzaamheid. Kwantitatief onderbouwd zicht op het bereiken van gemeentelijke doelen is nog niet voorhanden. Bevindingen doelmatigheid De uitgaven binnen het sociaal domein laten tussen 2020 en 2023 een wisselend beeld zien.
De Wmouitgaven stijgen van 10,5 miljoen euro in 2020 naar 11,7 miljoen in 2023, terwijl de kosten voor de Participatiewet dalen van 25,4 miljoen naar 24,6 miljoen. Tussen 2022 en 2023 is echter een stijging van 2,5 miljoen euro zichtbaar. De uitgaven voor de Jeugdwet nemen toe van 9,8 miljoen in 2020 naar 11,8 miljoen in 2023. In totaal groeien de uitgaven in het sociaal domein van 51,7 naar 56,3 miljoen euro, een stijging van 9 procent. De uitgaven aan collectieve en voorliggende voorzieningen nemen met 2,2 miljoen toe, een stijging van 37 procent.
Managementsamenvatting
6
De totale gemeentelijke overhead stijgt van 9,5 procent in 2020 naar 10,3 procent in 2023. Specifieke cijfers over uitvoeringskosten binnen het sociaal domein ontbreken in de beschikbare documenten. Conclusie 5: De gemeente investeert meer in collectieve en voorliggende voorzieningen en de uitgaven bij jeugd en Wmo stijgen. Onduidelijk is of de investering in collectieve en voorliggende voorzieningen effect zullen hebben op het gebruik van maatwerkvoorzieningen.
1.3
Aanbevelingen
Aanbeveling 1: Zet de ingezette ontwikkeling met het Sociaal Plein en daarmee de verbinding tussen gemeentelijke toegang en voorliggende en preventieve voorzieningen door. Dat verlicht mogelijk de druk op maatwerkvoorzieningen en kan ervoor zorgen dat de gemeentelijke ambitie om inwoners daar waar nodig (als gevolg van de grenzen aan leerbaarheid en groei) blijvend te ondersteunen haalbaar blijft. Aanbeveling 2: Benut de mogelijkheden tot maatwerk door meer uitwisseling tussen consulenten van de drie wetten te organiseren. Daarmee ontstaat meer ruimte om de voorzichtigheid die voorkomt uit angst voor precedentwerking te verminderen. Aanbeveling 3: Monitor de effecten van het investeren in preventie en voorliggende voorzieningen op het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Het gebruik van maatwerkvoorzieningen neemt in Oldenzaal toe, ondanks de investeringen die de gemeente in preventie en voorliggende voorzieningen heeft gedaan. Monitoring van het effect kan leiden tot mogelijke verklaringen. Aanbeveling 4: Zet de ingezette monitoring van effecten van het beleid versneld door. Het kunnen sturen op effecten zorgt voor een betere legitimatie en onderbouwing van beleids- en uitvoeringskeuzes. Bovendien kan de raad daarmee beter in de kaderstellende en controlerende rol in positie worden gebracht.
Managementsamenvatting
7
1.4
Bestuurlijke reactie
Gemeente Oldenzaal College van Burgemeester en Wethouders Ganzenmarkt 1 7571 CD Oldenzaal 11 september 2025 Aan de Rekenkamer Noordoost-Twente Onderwerp: Reactie op het Rekenkameronderzoek Sociaal Domein
Geachte leden van de Rekenkamer, Wij danken u voor het door u uitgevoerde onderzoek naar het functioneren van het sociaal domein in de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal. Het is goed om te lezen dat er in de uitvoering al veel goed gaat en dat de inzet van onze medewerkers en maatschappelijke partners zichtbaar resultaat oplevert voor onze inwoners. De conclusies en aanbevelingen uit uw rapport nemen wij ter harte. Zij geven ons richting bij de verdere doorontwikkeling van het sociaal domein. Wij zetten daarbij stevig in op het versterken van integraal werken en de integrale toegang. Een belangrijk aandachtspunt in ons beleid blijft de beweging naar de voorkant. Binnen de domeinen Wmo, Jeugd en Participatie leggen wij nadruk op preventie en vroegsignalering. Dit vraagt om blijvende inzet en samenwerking met onze maatschappelijke partners. Daarnaast benutten wij de beschikbare data steeds beter om inzicht te krijgen in de effecten van beleid en uitvoering. Dit helpt ons om meer te sturen op resultaat, preventie en maatwerk. Met het nieuwe subsidiebeleid sluiten wij hier nadrukkelijk op aan: wij richten ons meer op het meten en zichtbaar maken van maatschappelijke effecten en op samenwerking met partners om preventie, participatie en zelfredzaamheid te bevorderen. Wij merken wel op dat cijfers en prognoses binnen het sociaal domein voortdurend in beweging zijn.
Hierdoor kunnen de in uw rapport opgenomen gegevens inmiddels deels afwijken van de actuele situatie. Wij zien uw rapport echter als een belangrijke steun in de rug om onze inzet voor een toekomstbestendig sociaal domein verder te versterken, steeds in samenhang met de actuele context. Wij danken u nogmaals voor dit waardevolle onderzoek en de heldere aanbevelingen die u ons heeft meegegeven.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldenzaal.
Managementsamenvatting
8
2
ONDERZOEKSVRAGEN EN VERANTWOORDING
Managementsamenvatting
10
2. Onderzoeksvragen en verantwoording 2.1
Onderzoeksvragen
De deelvragen zijn geordend langs de lijnen van de beleidscyclus zodat de doeltreffendheid en doelmatigheid kunnen worden bepaald. Systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie 1.
Welke gemeentelijke beleidsregels, regelingen en voorzieningen zijn er binnen het gemeentelijk sociaal domein en welke rol spelen preventie, participatie, zelfredzaamheid en individueel maatwerk?
2.
Welke doelgroepen zijn te onderscheiden binnen het gemeentelijk sociaal domein?
3.
In hoeverre wordt binnen het gemeentelijk sociaal domein ruimte gegeven voor individueel maatwerk?
4.
In hoeverre worden binnen het gemeentelijk sociaal domein beleid, beleidsregels en werkwijzen aangepast op basis van ervaringen van professionals in de uitvoering, en op basis van ervaringen, bezwaren en klachten van inwoners?
Leefwereld: uitvoeringspraktijk, ervaringen en resultaten 5.
Wat zijn in elk van de doelgroepen de ervaringen als het gaat om de uitvoering van het beleid en de handhaving?
6.
In hoeverre is de uitvoering van het beleid (en tevens de handhaving) in het gemeentelijke sociale domein doelmatig?
7.
In hoeverre wordt maatwerk feitelijk toegepast?
8.
In hoeverre zijn de uitvoering van het beleid (en tevens de handhaving) in het gemeentelijk sociaal domein doeltreffend, onder meer ten aanzien van preventie, participatie en zelfredzaamheid van inwoners?
Onderzoeksvragen en verantwoording
11
In onderstaand onderzoeksmodel gebaseerd op de klassieke beleidscyclus zijn de onderzoeksvragen weergegeven.
2.2
Normenkader
Voor de oordelende vragen zijn normen opgesteld. De beschrijvende vragen zijn hierin niet meegenomen. Dit heeft geleid tot onderstaand normenkader. Onderdeel
Vraag
Norm
Wat zijn in elk van de doelgroepen
De ervaringen van de doelgroepen over
de ervaringen als het gaat om de
de uitvoering en de handhaving zijn
uitvoering van het beleid en de
positief.
onderzoeksmodel Resultaten
handhaving?
Uitvoeringspraktijk
Uitvoeringsstrategie
In hoeverre is de uitvoering van het
De kosten voor de uitvoering van de
beleid (en tevens de handhaving) in
Jeugdwet, Wmo en Participatiewet van
het gemeentelijke sociale domein
de gemeente en de partners zijn niet
doelmatig?
hoger dan in vergelijkbare gemeenten.
In hoeverre worden binnen het
Sprake is van een continu en
gemeentelijk sociaal domein beleid,
gestructureerd proces van leren en
beleidsregels en werkwijzen
verbeteren waarbij de perspectieven van
aangepast op basis van ervaringen
inwoners en uitvoerende professionals
van professionals in de uitvoering, en
zijn betrokken.
op basis van ervaringen, bezwaren en klachten van inwoners?
Onderzoeksvragen en verantwoording
12
Onderdeel
Vraag
Norm
In hoeverre zijn de uitvoering van het
▪
onderzoeksmodel Doelbereik
beleid (en tevens de handhaving) in het gemeentelijk sociaal domein doeltreffend, onder meer ten aanzien van preventie, participatie en zelfredzaamheid van inwoners?
2.3
▪
De gemeente beschikt over analyses op het doelbereik en deze analyses bieden inzicht in het doelbereik. Uit de analyse van de gemeente en de ervaringen van inwoners en uitvoerende professionals blijkt dat doelen bereikt worden.
Onderzoeksverantwoording
Het onderzoek heeft grotendeels plaatsgevonden in 2024, de rapportage is in 2025 opgesteld.. Veldwerk inwoners In het onderzoek is gestart met onderzoek onder 12 inwoners van Oldenzaal die gebruik hebben gemaakt van gemeentelijke ondersteuning vanuit één van de drie wetten, waarbij vier inwoners per wet zijn gesproken (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet). De inwoners zijn in een interview gevraagd naar hun ervaringen met de ondersteuning die zij hebben gekregen. Veldwerk uitvoerders In deze fase is gestart met een analyse van relevante beleids- en uitvoeringsdocumenten om een beeld op te bouwen van de beleids- en uitvoeringswereld. De gebruikte documenten zijn in de bijlage opgenomen. De volgende stap bestond uit het organiseren van een zogenaamde ‘ontwikkelkamer’ met betrokken uitvoerders van gemeente en partners die direct betrokken zijn met het leveren van voorzieningen aan de inwoners. Aan deze uitvoerders zijn de bevindingen uit de gesprekken met de inwoners voorgelegd. Ook is gevraagd om de ontwikkelpunten te benoemen die de huidige uitvoering in de weg staan. En of de inrichting en de ontwikkelpunten een beter doelbereik in de weg staan. Zo hebben zij gereflecteerd op de uitvoeringspraktijk en de bereikte resultaten. De gesproken uitvoerders zijn opgenomen in de bijlage.
Veldwerk beleidsmakers Met de uitkomsten van de interviews met inwoners, de ontwikkelkamer met de uitvoerders en de documentenanalyse in de hand zijn drie groepsgesprekken met beleidsmakers en verantwoordelijk wethouder(s) georganiseerd. De gesproken beleidsmakers zijn opgenomen in de bijlage. Groepsgesprek vertegenwoordiging raad Tijdens het groepsgesprek met de raad is ingegaan op de rollen die de raad heeft bij de uitvoering van het sociaal domein in kaderstelling en controle. Met hen is teruggeblikt op hoe de raad nu kaders heeft verstrekt en stuurt op het sociaal domein en hoe de raad deze sturing wenst vorm te geven in de toekomst. Analyse en rapportage De bevindingen uit alle voorgaande fasen zijn geanalyseerd en vastgelegd in een nota van bevindingen. Via ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor is dit eindrapport opgesteld.
Onderzoeksvragen en verantwoording
13
3
BEVINDINGEN SYSTEEMWERELD: DOELEN EN UITVOERINGSSTRATEGIE BEVINDINGEN PRAKTIJK
Onderzoeksvragen en verantwoording 14
3. Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de onderzoeksvragen benoemd in het vorig hoofdstuk. Elke onderzoeksvraag wordt op hoofdlijnen beantwoord. Daarna volgt de onderbouwing daarvan. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de tekstblokken met de beantwoording van de onderzoeksvragen op hoofdlijnen. De kwantitatieve toetsing van de doelstellingen in dit hoofdstuk levert beperkte inzichten. Mede om deze reden zijn ook gesprekken met inwoners gevoerd om hun beleving met betrekking tot de doestellingen te duiden.
3.2 1. 2.
Bevindingen huidig beleid Welke gemeentelijke beleidsregels, regelingen en voorzieningen zijn er binnen het gemeentelijk sociaal domein en welke rol spelen preventie, participatie, zelfredzaamheid en individueel maatwerk? Welke doelgroepen zijn te onderscheiden binnen het gemeentelijk sociaal domein?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪
De gemeente Oldenzaal heeft een integraal beleidskader sociaal domein. De gemeente beschikt over beleidsregels en een besluit Jeugd waarin vormen van jeugdhulp zijn opgenomen. Voor de Wmo is dit geregeld in beleidsregels, een besluit en een verordening maatschappelijke ondersteuning. Voor de Participatiewet zijn beleidsregels voor inkomensregelingen, schuldhulpverlening en arbeidstoeleiding.
▪
Preventie. De gemeente richt zich op het gestructureerd inzetten van het normaliseren van problematiek en het aanbieden van preventieve activiteiten en lichte ondersteuning.
▪
Zelfredzaamheid en participatie. De gemeente zet in op het versterken van het oplossingsvermogen of het activeren van de sociale omgeving van de inwoner. Daarbij zijn drie leidende principes van belang: vraaggericht werken, mensen aanspreken op eigen verantwoordelijkheid en mensen helpen zichzelf te helpen.
▪
Integraal werken en maatwerk. De gemeente werkt aan het realiseren van een integrale benadering in samenhang met verschillende terreinen in het sociaal domein. De ondersteuning richt zich op leefgebieden. Als bestaande voorzieningen onvoldoende passend zijn, dan wordt maatwerk geleverd. Dit moet bereikt worden door: een integrale toegang (Sociaal Plein), inzet onafhankelijke cliëntondersteuning, scholing professionals in integraal kijken en een sluitende ketenbenadering.
Onderbouwing Integraal beleidskader sociaal domein De gemeente Oldenzaal heeft een integraal beleidskader voor het sociaal domein (2022) ‘iedereen doet mee’. Afzonderlijke actuele beleidskaders voor de Wmo, Jeugdhulp of Participatiewet zijn er niet. Het integraal beleidskader sluit aan bij het Masterplan Sociaal Domein uit maart 2021 waarin de strategische kaders voor het Oldenzaals sociaal domein zijn opgenomen. Preventie, integraal werken en strategisch partnerschap zijn de centrale thema’s in het beleidskader. Oldenzaal is voor de ondersteuning van
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
15
inwoners, zodat iedereen mee kan doen. Waarbij wordt gestreefd naar een krachtige samenleving, met zelfredzame, gezonde en verbonden inwoners die zich veilig voelen. Het beleidskader beschrijft de doelstellingen die aan de hand van drie principes richting geven aan beleid en uitvoering in het Oldenzaals sociaal domein: ▪ Wij werken vraaggericht vanuit de bedoeling. We werken vanuit de vraag van de inwoner en streven ernaar dat alle inwoners actief deelnemen aan de samenleving. ▪ Wij spreken mensen aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Uitgangspunt is gedeelde verantwoordelijkheid in plaats van ‘recht hebben op’. Dat betekent dat we zelfredzaamheid stimuleren. ▪ Wij komen om weer te gaan. Daarbij is het uitgangspunt dat we het belangrijk vinden mensen te helpen zichzelf te helpen (= reablement). Dat geldt zowel voor de maatwerkvoorzieningen, als voor algemene en voorliggende voorzieningen. Gestuurd wordt op een viertal effecten zoals in navolgende figuur uit het beleidskader is weergegeven.
Welke rol spelen preventie, participatie, zelfredzaamheid en individueel maatwerk? In het beleidsplan is specifiek aandacht voor preventie: ‘Op basis van het masterplan sociaal domein willen we in de nabije toekomst meer, gerichter en gestructureerde inzetten op het normaliseren van problematiek en het aanbieden van preventieve activiteiten en lichte ondersteuning’ (p18). Concreet wil de gemeente inzetten op: ▪ Het versterken van de samenwerking met onze partners in de sociale basis. Zij zijn als strategische partners samen met de gemeente verantwoordelijk voor het uitvoeren van preventie. Deze samenwerking moet uitgebouwd worden als voorwaarde voor succesvolle inzet op preventie. ▪ Effectief en efficiënt vormgeven van onze preventieaanpak door middel van gebruik van de preventiematrix met kritisch oog op de kosten en verwachte opbrengsten van preventie; ▪ Het vergroten van inwonerbetrokkenheid op het gebied van de preventieve aanpak. Daarvoor is nodig dat er vanuit de betrokken organisaties in de sociale basis een goed contact wordt onderhouden met voor hen relevante groepen van inwoners. De inwoners worden door hen
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
16
gestimuleerd mee te denken en doen aan het ontwikkelen of bijstellen van activiteiten en de uitvoering daarvan, bijvoorbeeld door middel van inwonerpanels, met buurtbudgetten en wijkinloop. Zelfredzaamheid en participatie. In het integraal beleidskader voor het sociaal domein (2022) staat dat bij het ondersteunen van (kwetsbare) inwoners de eigen kracht zo goed mogelijk wordt benut en deze zo goed mogelijk in wordt gezet. De eigen kracht en het sociaal netwerk van Oldenzaal vormen de basis. Daarbij zet Oldenzaal sterk in op preventie. De focus ligt daarbij steeds op het versterken van het oplossingsvermogen of de activering van de sociale omgeving van de inwoner. Samenwerking met strategische partners als werkgevers, welzijns- en culturele instellingen, zorgaanbieders, onderwijs en sportverenigingen maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. Oldenzaal heeft aandacht voor de verschillen tussen mensen. Er kan een groei in zitten naar het weer zelfstandig oppakken van bepaalde activiteiten in het dagelijks leven, maar regelmatig is dit niet mogelijk. Oldenzaal stimuleert mensen zelf te doen wat ze zelf kunnen maar ondersteunen ook verder, daar waar de grenzen aan leerbaarheid en zelfredzaamheid bereikt zijn. Ten slotte zet de gemeente in op zelfredzaamheid en participatie aan de hand van de drie leidende principes die eerder hierboven zijn beschreven.
Een ander thema dat aandacht krijgt is integraal werken en maatwerk. Zo valt te lezen: ‘In Oldenzaal wordt hard gewerkt aan het realiseren van een integrale benadering en daardoor tevens het bieden van integrale ondersteuning aan de inwoner. Dit houdt in dat er wordt gestreefd naar een samenhang tussen de verschillende terreinen in het sociaal domein. Hierbij wordt er zoveel mogelijk ontschot gewerkt en benaderen we ondersteuning vanuit de verschillende leefgebieden (wonen, mobiliteit, werk en inkomen, sociaal netwerk, gezondheid).’(p 21). Daarbij wordt ook de verbinding gelegd met maatwerk. Voor de eigen gemeentelijke uitvoering geldt in ieder geval dat de gemeente bij ondersteuningsvragen van inwoners de oplossing primair zoekt in de eigen kracht en algemene voorzieningen. Pas wanneer dat niet voldoende passend is, dan bieden we ondersteuning in de vorm van maatwerk. Dat vraagt om een manier van werken waarbij de gemeente zich richt op preventie en integraal werken. Concreet wil de gemeente inzetten op: ▪ Een integrale toegang als instrument om de integrale benadering te versterken, voor de inwoners voor al hun vragen (vraaggericht werken).
Deze toegang zal door een aantal belangrijke partners binnen het sociaal domein en de gemeente gevormd worden en biedt zowel toegang tot het aanbod vanuit de brede sociale basis als maatwerkvoorzieningen op basis van de 3 belangrijkste terreinen te weten Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet (gestart is met het Sociaal Plein); ▪ Betere inzet van de onafhankelijke cliëntondersteuner daar waar nodig ter versterking van de positie van de inwoner. De ondersteuning is redelijk bekend bij de inwoners, toch wordt er weinig gebruik van gemaakt. De gemeente gaat de inzet stimuleren door enerzijds meer bekendheid te geven aan de onafhankelijk cliëntondersteuner en anderzijds inwoners te stimuleren er gebruik van te maken; ▪ Scholing van professionals in de uitvoering in integraal kijken naar (problematiek van) de inwoner. ▪ Een sterke verbinding tussen de integrale toegang van de gemeente en de organisaties en instellingen daarom heen; ▪ Een sluitende ketenbenadering (op- en afschalen met warme overdracht, regie over de keten). Zo mogelijk wordt een netwerkaanpak toegepast met eenduidige regievoering, waarbij de gehele keten betrokken is; ▪ Toewerken naar een situatie waarbij de AVG geen beletsel is om bovenstaande naar behoren uit te voeren. Hierna zijn per wet de beleidsregels, regelingen of voorzieningen weergegeven.
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
17
Jeugd Beleidsregels en regelingen De gemeente Oldenzaal beschikt over de volgende beleidsregels en regelingen: Beleidsregel, regeling
Regelt
Beleidsregels Jeugdhulp 2023
▪
Procedure, meldingen, onderzoek aanvraag
▪
Een individuele beoordeling “eigen kracht”
▪
Vormen van jeugdhulp
▪
Hoe de jeugdhulp wordt geleverd
▪
Vorm individuele voorzieningen
▪
Naturaverstrekking en Persoonsgebonden budget
▪
Bijdrage in kosten, inlichtingenplicht en controle
▪
Tarieven voorzieningen jeugdwet 2023
▪
Een perspectiefplan waarin de leefgebieden in kaart worden gebracht
Besluit Jeugdhulp gemeente Oldenzaal 2023
Werkinstructie aanpak 18-/18+ en het perspectiefplan
en de risico’s beschreven ▪
Aanpak jeugdigen 16,5 jaar
▪
Aanpak jeugdigen 17,5 jaar
▪
Overdracht jeugdige (naar Wmo, andere gemeente) of overname
Verordening maatschappelijke
▪
jeugdige op externe verwijzing. Melding, onderzoek en aanvraag
ondersteuning 2022 en 2025
▪
Maatwerkvoorziening
▪
Bijdrage in kosten
▪
Kwaliteit en veiligheid
▪
Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming zelfredzaamheid
▪
Klachten, medezeggenschap, Inspraak en gegevensbewerking
Doelgroepen gemeentelijk beleid De gemeente heeft in het beleid geen specifieke doelgroepen benoemd op het vlak van opvoeden en opgroeien. Dit is ook bevestigd in de interviews met de beleidsmakers. De beleidsregels Jeugdhulp richten zich logischerwijs op de doelgroep gezinnen en jeugdigen. Het gevolg is dat de gemeente ook niet specifiek monitort en stuurt op de ontwikkeling van vragen en behoeften bij specifieke doelgroepen. Wmo Beleidsregels en regelingen De gemeente Oldenzaal beschikt over de volgende beleidsregels en regelingen waar inwoners een beroep op kunnen doen: Beleidsregel, regeling
Regelt
Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2023 en
▪
Melding, onderzoek en aanvraag
2025
▪
Maatwerkvoorziening
▪
Bijdrage in kosten
▪
Kwaliteit en veiligheid
▪
Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming
▪
Klachten, medezeggenschap, Inspraak en
Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
▪
Vorm maatwerkvoorziening
Oldenzaal 2023 en 2025
▪
Naturaverstrekking
▪
Persoonsgebonden budget
▪
Bijdrage in kosten
zelfredzaamheid gegevensbewerking
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
18
Verordening maatschappelijke ondersteuning 2022 en 2025
▪
Informatieplicht en controle
▪
Melding, onderzoek en aanvraag
▪
Maatwerkvoorziening
▪
Bijdrage in kosten
▪
Kwaliteit en veiligheid
▪
Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming
▪
-Klachten, medezeggenschap, Inspraak en
zelfredzaamheid gegevensbewerking
Doelgroepen gemeentelijk beleid De gemeente heeft in het beleid geen specifieke doelgroepen benoemd op het vlak van de Wmo. Dit is ook bevestigd in de interviews met de beleidsmakers.. Participatie Beleidsregels en regelingen De gemeente Oldenzaal beschikt over de volgende beleidsregels en regelingen waar inwoners een beroep op kunnen doen: Beleidsregel, regeling
Regelt
Beleidsregels éénmalige energietoeslag 2023 gemeente
▪
Eénmalige energietoeslag
▪
Doelgroep
▪
Voorwaarden, Inkomen en hoogte energietoeslag
▪
Ambtshalve toekenning, aanvraag, betaling en
Oldenzaal
hardheidsclausule De inkomstenvrijlating per 1 januari 2023
Uitvoeringsregels toelating tot schuldhulpverlening gemeente Oldenzaal 2017
Vergoedingenlijst Bijzondere bijstand 2023
▪
De nieuwe vrijlatingsregeling
▪
De volgorde van de verschillende vrijlatingen
▪
De aanpak van het zittende bestand
▪
De doelgroep
▪
Aanbod schuldhulpverlening
▪
Verplichtingen
▪
Weigering of beëindiging schuldhulpverlening
▪
Recidive – nieuw verzoek
▪
Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
▪
Uitgangspunten voor verstrekking
▪
Wanneer en in welke vorm bijzondere bijstand
▪
Voor wie, aanvraag, advies UWV aan gemeente,
verstrekt wordt Werkproces “Beschut werken”, 2017
werkproces, plaatsing, rechtsbescherming en financiële stroming. Beleidsregels re-integratie Participatiewet 2024
▪
Wie waarvoor aanspraak kan maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van het realiseren van de kortste weg naar algemeen geaccepteerde arbeid waartoe deze in staat is.
▪
Regelt verschillende vormen van ondersteuning (proefplaats, detacheringsbaan, scholing, leerwerktraject, interne werkbegeleiding, jobcoach, participatieplaats, sociale activering, werkplekaanpassingen
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
19
▪
Regelt financiële zaken als loonkostensubsidie en beschikbare budgetten voor inzet van ondersteuningsmiddelen (o.a. jobcoaching).
Doelgroepen gemeentelijk beleid De doelgroepen van het gemeentelijk beleid zijn niet specifiek benoemd in beleidskaders. Wel zijn specifieke regelingen bedoeld voor specifieke groepen. Dat is onderstaand weergegeven. Beleidsplan
Benoemde doelgroepen
Beleidsregels éénmalige
Doelgroep:
energietoeslag 2023
De éénmalige energietoeslag 2023 is bedoeld voor huishoudens met een inkomen tot 120%
gemeente Oldenzaal
van de van toepassing zijnde bijstandsnorm én woonachtig in een zelfstandige woonruimte. Niet tot de doelgroep wordt gerekend: a. in een inrichting verblijvende persoon van 21 jaar of ouder die in aanmerking komt voor de zak- en kleedgeldnorm; b. personen jonger dan 21 jaar; c. personen jonger dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of d. personen die uitsluitend met een briefadres ingeschreven staan in de basisregistratie personen (BRP).
De inkomstenvrijlating
De inkomstenvrijlating is bedoeld voor de werknemer die met loonkostensubsidie werkt;
per 1 januari 2023 Uitvoeringsregels
Schuldhulpverlening in Oldenzaal staat open voor bezoekers van 18 jaar of ouder die inwoner
toelating tot
van de gemeente Oldenzaal zijn.
schuldhulpverlening gemeente Oldenzaal 2017 Vergoedingenlijst
Doelgroep. Uitgangspunten hierbij zijn:
Bijzondere bijstand 2023
• Er is geen vergoeding mogelijk als er sprake is van een voorliggende voorziening; • De kosten moeten als noodzakelijk zijn aan te merken; • De kosten kunnen niet als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt; • De kosten kunnen niet uit het inkomen en/of vermogen worden voldaan; • Er wordt rekening gehouden met de draagkrachtregels en de bepalingen ingevolge de PW
Werkproces “Beschut
Doelgroep:
werken” 2017
-mensen met arbeidsvermogen die uitsluitend in beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheid hebben om aan het arbeidsproces deel te nemen, een betaalde dienstbetrekking krijgen waarmee zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dagbesteding of vrijwilligerswerk zijn geen adequate vorm van beschut werk omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking.
Beleidsregels re-
Doelgroepen:
integratie Participatiewet
-
Uitkeringsgerechtigden
2024
-
anw’ers (Algemene Nabestaandenwet) en niet-uitkeringsgerechtigden reintegratievoorzieningen aanbieden om daarmee arbeidsinschakeling mogelijk te maken
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
20
3.3
Bevindingen leveren van maatwerk & omgang aanpassingen
3.
In hoeverre wordt binnen het gemeentelijk sociaal domein ruimte gegeven voor individueel maatwerk?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪
De gemeente heeft tot doel ruimte voor maatwerk te bieden en biedt daardoor in de regelingen ook ruimte. Dat er ruimte is voor maatwerk wordt door zowel de gemeentelijke uitvoerders als de uitvoerders van partners ervaren.
Onderbouwing Volgens de uitvoerende professionals van de gemeente en de partners actief om en in het Sociaal Plein bieden de gemeentelijke beleidskaders zeker ruimte voor individueel maatwerk. Deze ruimte kan worden geclaimd door helder aan te geven hoe het maatwerk bijdraagt aan de in het gemeentelijk beleid beoogde maatschappelijke effecten, te weten: ▪ Zelfredzaamheid ▪ Verbondenheid ▪ Veiligheid ▪ Gezondheid In beginsel is hierdoor ruimte om te schakelen tussen diverse regelingen. Bijvoorbeeld: als een jeugdzorgconsulent signaleert dat een gezin financiële problemen heeft, kan het zinvol zijn om eerst (tijdelijk) de participatiewet in te schakelen voordat psychosociale hulp wordt ingezet. Vanuit de praktijk zijn nog een aantal voorbeelden van maatwerk genoemd. Bijvoorbeeld dat waar in plaats van kinderen, de ouders uit huis zijn geplaatst. Daarvoor is een chaletje gehuurd waarin ouders verblijven en twee honden naar het asiel zijn gegaan. Uitvoerders is er alles aan gelegen om mensen aan het werk te krijgen. Als vervoer naar de werkgever voor de inwoner dan moeilijk is, is er een vervoersvoorziening geregeld. Of een huisvestingsvraag van twee volwassen kinderen die niet zonder begeleiding konden wonen. Over het algemeen zijn uitvoerende partners van de gemeente tevreden over de samenwerking met de gemeente als het gaat om het leveren van maatwerk.
De lijnen zijn kort en er is ruimte om te overleggen met de gemeente over mogelijke oplossingen. De gemeente betrekt partners ook actief bij gezamenlijke beleidsontwikkeling binnen het sociaal domein. Goede voorbeelden hiervan zijn het Masterplan Sociaal Beleid en Beleidsplan armoede: uitvoerende partners zijn actief betrokken in de ontwikkelfase van deze plannen. Ook worden medewerkers van uitvoeringspartners geregeld door de gemeente gevraagd om bij te dragen aan beleidsvorming via werkgroepen, stuurgroepen, etc. Partners die hulp bieden vanuit de Wmo geven aan dat ook inwoners over het algemeen positief zijn over het contact met de gemeente. Zij hebben het gevoel dat ze meegenomen worden en meetellen. Voor de Jeugdwet geldt dat het onderlinge contact tussen de gemeente en partners goed is. Partners hebben korte lijnen met de gemeente en de partners hebben het gevoel serieus genomen te worden door de gemeente.
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
21
4.
In hoeverre worden binnen het gemeentelijk sociaal domein beleid, beleidsregels en werkwijzen aangepast op basis van ervaringen van professionals in de uitvoering, en op basis van ervaringen, bezwaren en klachten van inwoners?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪
Beleid, beleidsregels en werkwijzen worden aangepast als gevolg van: o
Landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving (bv abonnementstarief huishoudelijke hulp)
o
Regionale afspraken over inkoop, bijvoorbeeld doordat nieuwe inkoopafspraken worden gemaakt.
o
Klachten en bezwaren, bijvoorbeeld het informeren over wettelijke afhandelingstermijnen in brieven van de gemeente.
o
Signalen van uitvoerders en inwoners zoals het informeren over wachttijden bij zorgaanbieders.
▪
Van een gestructureerde cyclus van leren en verbeteren binnen teams, met uitvoerende partners, al dan niet domeinoverstijgend is nog geen of in beperkte mate sprake. De start van het Sociaal Plein heeft daar wel een aanzet voor gegeven.
Onderbouwing Uit de documentenstudie blijkt dat de beleidsregels zijn aangepast in de afgelopen jaren als gevolg van lokale beleids-, landelijke en regionale ontwikkelingen. Bijvoorbeeld omdat de Centrale Raad voor Beroep meerdere uitspraken heeft gedaan over de toepassing van een stappenplan om een volledig onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van inwoners te doen. Dat is in 2023 opgenomen in de beleidsregels. Ook zijn de voorwaarden voor het verstrekken van een persoonsgebonden budget (PGB) aangescherpt bij de Jeugdwet en de Wmo. In regionaal verband is gewerkt aan de aanpak van zorgfraude, als gevolg waarvan beleidsregels zijn aangepast. Een ander voorbeeld is het aanpassen van het normenkader Huishoudelijke Ondersteuning mede omdat dit in de nieuwe contractering van aanbieders voorgeschreven is. Ook klachten en bezwaren kunnen leiden tot aanpassingen. Zo brengt de commissie bezwaarschriften jaarlijks een verslag uit met aanbevelingen voor aanpassingen. Bijvoorbeeld door in het cliëntervaringsonderzoek ook vragen te stellen over de ervaringen met de inzet van medisch adviseurs (2022) en het informeren van inwoners over de wettelijke afhandelingstermijnen in de Wmo (2023). Uitvoeringspartners geven aan dat de gemeente zeker ruimte biedt om signalen terug te geven over verbeterpunten in de werkwijze en beleidsregels.
Een goed voorbeeld is de start van het Sociaal Plein in 2020. Uitvoerende partners konden actief meedenken over nieuwe beleidslijnen op grond van praktijkervaringen. Dat laatste kan leiden tot mogelijke aanpassingen. Bijvoorbeeld waar het de beleidsregels voor Bijzondere Bijstand betreft. Het verschil maken in het draagvlakpercentage zoals gespecificeerd in de beleidsregels bleek niet werkbaar in de praktijk: het vormt een drempel voor huishoudens die leven met bestaansonzekerheid. Ook het informeren van inwoners over wachttijden bij zorgaanbieders is een voorbeeld om de verwachtingen over de snelheid waarmee hulp kan worden ingezet realistisch te houden. Verbeterpunten zijn er ook. Nieuwe beleidslijnen worden niet altijd doorgevoerd naar de praktijk. Het blijft constant zoeken met elkaar naar de beste route. Daarbij hebben uitvoerende partners wisselende ervaringen met consulenten van de gemeente. Waar de één goed meedenkt (met name bij jeugd) lijken andere soms vast te zitten in oude patronen (meer genoemd bij Wmo). Een verklaring die daarvoor is gegeven, zijn wisselingen in uitvoerende en leidinggevende medewerkers.
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
22
Vooralsnog zijn er in het sociale domein breed (over de drie wetten heen) geen vaste momenten, methodieken of processen belegd waarin gemeentelijke medewerkers (beleid en consulenten) tussentijds samen reflecteren op de vraag of werkwijzen, regelingen en beleid moeten worden aangepast op grond van de praktijkervaringen van professionals en/of ervaringen van inwoners. Voor elk van de wetten afzonderlijk is wel sprake van afstemming (al dan niet regulier) tussen beleid en de consulenten. Er zijn intercollegiale overlegmomenten tussen beleidsmedewerkers en de diverse teams van consulenten (Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet). Maar die worden als te vrijblijvend ervaren om te kunnen spreken van structureel leren en verbeteren. Vooralsnog worden daar vooral lopende zaken besproken. De overlegmomenten gaan meestal over individuele gevallen en aanvragen. Ook komen de implementatie van de nieuwe inkoop en beleidsmatige ontwikkelingen hier aan de orde. Verbeterpunten zijn genoemd vanuit verschillende respondenten. Soms wordt nog te veel gedacht vanuit drempels (waarom kan het niet) en kan meer worden gedacht hoe het wel kan. Dat vraagt ook aansturing hierop vanuit het ambtelijke management. Uitvoerende partners zien bij andere gemeenten daar goede voorbeelden van. De verbindende rol tussen beleid en uitvoeringspraktijk ligt vooral bij de medewerkers kwaliteit en monitoring.
Zij geven hier vorm aan via initiatieven als: ▪ Klantreizen: Hiervoor is een projectteam opgezet dat klantreizen in beeld brengt n.a.v. klachten en signalen van inwoners. Deze methodiek is nuttig gebleken om snel in kaart te brengen wat mogelijke ‘quick wins’ zijn en welke verbeteringen wenselijk zijn op lange termijn. ▪ Instructiebijeenkomsten: Bijvoorbeeld de voorwaarden en gevolgen van nieuwe aanbestedingen en bijbehorende contracten presenteren.
Bevindingen systeemwereld: doelen en uitvoeringsstrategie bevindingen praktijk
23
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
4
BEVINDINGEN LEEFWERELD: UITVOERINGSPRAKTIJK, ERVARINGEN EN RESULTATEN
Bijlage 1: Bronnen
24
4. Bevindingen leefwereld: uitvoeringspraktijk, ervaringen en resultaten 4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de onderzoeksvragen benoemd in het vorig hoofdstuk. Elke onderzoeksvraag wordt op hoofdlijnen beantwoord. Daarna volgt de onderbouwing daarvan. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de tekstblokken met de beantwoording van de onderzoeksvragen op hoofdlijnen.
4.2 5.
Bevindingen perspectief inwoners Wat zijn in elk van de doelgroepen de ervaringen als het gaat om de uitvoering van het beleid en de handhaving?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪
Vinden van hulp. Bij de jeugdhulp ervaren gezinnen dat het lastig was om de weg naar hulp te vinden. Bij de Wmo vinden inwoners de weg naar hulp via verwijzers zoals (huis)artsen. Bij de Participatiewet vinden inwoners zelf de weg naar de gemeente.
▪
Ervaring met hulp van de gemeente. Bij jeugdhulp duurde het bij meerdere gesproken gezinnen lang voordat de hulp daadwerkelijk startte. Er is meermaals contact met de gemeente over de hulp als de hulp is gestart. Bij de Wmo kan het voor sommige vormen van hulp (huishoudelijke hulp) langer duren voordat deze geboden kan worden. Dat komt door huidige wachttijden bij de aanbieders, maar ook wachttijden bij de gemeente in het verleden. Bij de Participatiewet zijn de ervaringen met de gemeente wisselend positief (vaste contactpersoon, snel geholpen) en negatief (wisselende contactpersonen, angst voor verlies van ondersteuning).
▪
Ondersteuning vanuit directe omgeving. Bij zowel de jeugdhulp als bij Wmo krijgen inwoners hulp uit de directe omgeving. Bij de Participatiewet is dat niet het geval.
▪
Wensbeeld voor anderen. Bij zowel jeugdhulp als Wmo is de snelheid waarmee hulp beschikbaar is een verbeterpunt, als de hulp er is, dan wordt deze als goed ervaren. Bij de Participatiewet is de snelheid van handelen van de gemeente een positief punt.
Onderbouwing In de interviews met inwoners hebben we hun ervaringen geanalyseerd aan de hand van vier thema’s: het vinden van hulp, de ervaring met gemeentelijke hulp, ondersteuning door de omgeving, en wat goed gaat of beter kan. In dit hoofdstuk worden de ervaringen per wet beschreven. In bijlage 2 is het analyseschema toegevoegd dat we hebben gebruikt voor deze analyse. Daarnaast worden de ervaringen van de inwoners uit onze gesprekken aangevuld met informatie uit de cliëntervaringsonderzoeken (CEO's) uit 2022 over jeugd, Wmo en Participatie. Jeugdzorg Vinden van hulp. De meeste gesproken gezinnen wisten niet waar ze terecht konden voor ondersteuning. Het duurde lang voordat ze bij het juiste ‘loket’ waren. Als je als inwoner er eenmaal ‘in zit’ dan gaat het beter. De verwachting van de ondervraagde gezinnen is dat voor veel gezinnen de weg naar de juiste hulp vinden lang zal zijn. Pas als het gezin echt in beeld is, lukt het de gemeente om deze gezinnen te bereiken is hun verwachting. Gezinnen kunnen eerder in beeld komen als preventie en vroegsignalering plaatsvindt
Bijlage 1: Bronnen
25
op school. Maar dit gebeurt nog weinig. Uit de gesprekken met de uitvoerende professionals blijkt dat de gemeentelijke beschikking vaak snel is geregeld als het gezin de weg naar de gemeente heeft gevonden. De school wordt gezien als een logische plek voor vroegsignalering. Ervaring met de hulp door de gemeente. Het merendeel heeft lang moeten wachten op passende hulp. Het is soms een hele zoektocht om na te gaan wat bij het gezin en de kinderen past. Gezinnen hebben wisselend positieve en minder positieve ervaringen met de gemeentelijk contactpersoon. Sommigen geven aan een vaste contactpersoon te hebben en daar tevreden over te zijn. Terwijl anderen aangeven dat het contact met de gemeente persoonsafhankelijk is. Een meerderheid geeft aan dat het contact met gemeente meer dan eens is en meer gericht op tussentijdse evaluatie. De geboden hulp voorkomt verergering van en maakt problemen behapbaar. De meeste gezinnen verwachten dat ze bij klachten over de hulp wel de route naar het indienen daarvan weten te vinden. Uitvoerende professionals herkennen dat voor sommige vormen van hulp langere wachttijden gelden, met name in de specialistische GGZ geldt dat het lang kan duren voordat de diagnostiek is uitgevoerd. Verkend wordt of de inzet van tijdelijke hulp uitkomst kan bieden als overbrugging.
Aangegeven wordt daarnaast dat bij externe (niet gemeentelijke verwijzers zoals de huisarts) de gemeente hierop minder tot geen invloed heeft. Ondersteuning door familie, sociaal netwerk. Het merendeel van de gezinnen krijgt ook hulp vanuit grootouders en vrienden en die hulp is merendeels effectief: ‘alle hulp draagt bij’. Gezinnen wensen voor de toekomst dat zij vooral handvatten krijgen bij de opvoeding van hun kinderen zodat de kinderen uiteindelijk zichzelf kunnen redden. Wensbeeld voor andere gezinnen. Wat goed is en wat moet blijven is dat andere gezinnen hulp krijgen die niet alleen effectief is voor de kinderen, maar ook de ouders ontlast. De hulp die nu wordt ontvangen wordt ervaren als professioneel. Een verbeterpunt is de snelheid waarmee de uiteindelijke hulp beschikbaar is. Uitkomsten cliëntervaringsonderzoek gemeente Oldenzaal 2024 De gemeente laat jaarlijks cliëntervaringsonderzoeken uitvoeren. Uit het onderzoek dat in augustus 2024 is uitgebracht blijkt dat voor ouders over het algemeen de weg naar jeugdhulp goed te vinden is. De meest voor de hand liggende route voor cliënten is via de huisarts, omdat inwoners deze vaak al kennen. De mogelijkheid tot jeugdhulp via de gemeente lijkt minder bekend te zijn. Over de snelheid waarmee men terecht kan bij de huisarts of gemeente zijn cliënten te spreken.
Over de wachttijd tot de jeugdhulp zijn soms minder positieve geluiden. Ook wordt volgens jeugdhulpcliënten en hun ouders niet altijd gevraagd naar andere benodigde hulpvormen. Over het algemeen zijn jeugdhulpcliënten (of hun ouders/verzorgers) zeer tevreden over de dienstverlening van de gemeente Oldenzaal. Zij krijgt als gemiddeld rapportcijfer een 7,9. De gesprekken met de gemeente werden als prettig en duidelijk ervaren. Een cliënt hoorde wel dat er verschil zit in de deskundigheid van contactpersonen bij de gemeente. Over het algemeen is de schriftelijke communicatie vanuit de gemeente goed, maar het kan soms nog wat begrijpelijker. Over het algemeen zijn cliënten zeer tevreden over de kwaliteit van de jeugdhulp. Over de jaren heen is een toename te zien. Grootste verbeterpunten zijn de wachttijden en de soms moeizame communicatie met de hulpverlener. Cliënten ondervinden veel positieve effecten van de jeugdhulp. Cliënten voelen zich beter, het gaat beter met hun gedrag en de thuissituatie wordt vaak ook beter. Wmo Vinden van hulp. Inwoners hebben de weg naar hulp merendeels via verwijzers (zoals (huis)artsen) gevonden. Inwoners verwachten dat andere inwoners de hulp uiteindelijk ook wel weten te vinden op deze manier. Inwoners hebben weinig tot geen beeld of de gemeente inwoners met dezelfde vragen (preventief) weet te bereiken.
Bijlage 1: Bronnen
26
Ervaring met de hulp door de gemeente. Sprake is van wisselend beeld over de tijdigheid van de hulp: bij de een gaat het snel en bij de ander duurt het lang(er). Het contact met de gemeente wordt als positief ervaren. De meeste inwoners geven dat dat ze eenmalig contact met gemeente hebben. De hulp is vooral gericht op het voorkomen of vertragen van verergering van de situatie. Het gaat om de beperking behapbaar te maken en soms deels op te lossen. Als sprake zou zijn van klachten, dan zouden inwoners die of bij de gemeente of bij de zorgorganisatie neerleggen. Uitvoerende professionals herkennen dat het soms lang kan duren bij de Wmo voordat de beschikking en/of de hulp er is. Sprake is geweest van wachttijden bij de gemeente als het gaat om Wmo-aanvragen. In de zomervakantieperiode is het lastiger om huishoudelijke hulp te starten. Uitvoerende professionals herkennen niet dat er vaak maar eenmalig contact is met de gemeente. Ondersteuning door familie, sociaal netwerk. Alle inwoners krijgen hulp uit de omgeving (vaak kinderen) en dat draagt bij aan het verbeteren van de situatie. Ook de professionele hulp helpt; het gaat om ‘de combinatie van alles’. Wensbeeld voor andere inwoners. Gesproken inwoners geven aan dat zij andere inwoners in eenzelfde situatie toewensen dat zij aangepast kunnen wonen of zo lang mogelijk thuis kunnen blijven.
Inwoners vinden het belangrijk dat de gemeente snel beslist en dat er snel hulp wordt geleverd. Dat is in een aantal gevallen niet gebeurd. Daarnaast uiten inwoners zorgen over de vervanging van hulp als een hulpverlener uitvalt. Uit de interviews met uitvoerende professionals blijkt dat vooral in de Wmo de gemeentelijke uitvoering hapert. Hier zijn de wachtlijsten lang, het lijkt alsof het wegwerken hiervan lastig is. Ook zijn er veel personele wisselingen. Inwoners en partners krijgen daardoor te maken met veel wisselende consulenten als inwoners voor de eerst keer contact zoeken met de gemeente. Wat je voor elkaar krijgt en wat niet, hangt sterk af van de persoon met wie je te maken krijgt, om welke soort hulp het gaat en hoeveel contact er is tussen inwoner en hulpverlener. Bij multi-problematiek zijn gezinnen al in beeld en is minder sprake van wisselende contacten. Uitkomsten cliëntervaringsonderzoek gemeente Oldenzaal 2024 Vaak horen cliënten van naasten in hun omgeving of een zorgverlener/-organisatie waar zij met hun hulpvraag terecht kunnen. Het Sociaal Plein in het stadhuis lijkt niet bij iedereen bekend te zijn. Van de Wmo-cliënten die wel contact hadden met het Sociaal Plein voelde een grote meerderheid zich snel geholpen en bijna iedereen voelde zich serieus genomen. Over het algemeen kunnen cliënten snel terecht voor een keukentafelgesprek.
Wel is daarna tussentijdse informatie over de verdere wachttijd gewenst. Wmo-cliënten zijn zeer tevreden over de bejegening van medewerkers tijdens het keukentafelgesprek. Soms is er sprake van wisselingen bij Wmo-consulenten, wat de ene persoon storender vindt dan de ander. Er wordt niet altijd gevraagd of er andere hulpvragen zijn waarbij de gemeente zou kunnen ondersteunen. Voor de meeste cliënten was dit echter ook niet van toepassing, of men had hier zelf geen behoefte aan. Cliënten zijn over het algemeen zeer tevreden over kwaliteit van de Wmo-ondersteuning. Ook kon de hulp binnen een redelijke termijn starten. De ervaringen met specifiek de huishoudelijke hulp zijn wisselender. Sommige cliënten spreken over jonge, onervaren medewerkers, onduidelijkheden in de communicatie over of en wanneer de hulp komt of over te weinig uren. Cliënten ervaren positieve effecten door de ontvangen hulp. Hun kwaliteit van leven wordt beter en zij ervaren meer rust aan hun hoofd. De hulp zorgt voor meer zelfredzaamheid en participatie. Participatiewet Vinden van hulp. Inwoners nemen vaak zelf contact op met de gemeente voor een andere hulpvraag en worden vervolgens doorverwezen naar hulp vanuit de Participatiewet. De gemeente pakt hulpvragen snel op volgens de inwoners. Inwoners kunnen niet inschatten of andere inwoners met dezelfde hulpvragen de gemeente ook zouden weten te vinden.
Bijlage 1: Bronnen
27
Ervaring met de hulp door de gemeente. De inwoners ervaren tijdige hulp en hebben of een vaste contactpersoon of wisselende contactpersonen bij de gemeente. In een enkel geval is de relatie met de gemeente verslechterd uit angst voor het verlies van hulp. De hulp zorgt ervoor dat problemen behapbaar worden gemaakt en in een enkel geval verbetert de situatie. Sprake is van een wisselend (positief en negatief) beeld. Voor klachten denken de inwoners vooral bij de gemeente terecht te moeten. Ondersteuning door familie, sociaal netwerk. Geen van de gesproken inwoners krijgt hulp vanuit het eigen netwerk (familie / vrienden). Wensbeeld voor andere inwoners. Wat al goed is de snelheid van het handelen van de gemeente. Verbeterpunten zijn er ook: bijvoorbeeld meer informatie over de jobcoach die ingezet wordt en het hebben van een vaste contactpersoon bij de gemeente. Uitkomsten cliëntervaringsonderzoek gemeente Oldenzaal 2024 Cliënten weten de gemeente te vinden bij hulpvragen op het gebied van de Participatiewet. De cliënten die hebben deelgenomen aan het onderzoek maken gebruik van inkomensvoorzieningen (klantmanager inkomen) en voorzieningen gericht op het vinden van werk (klantmanager Werk).
Ongeveer de helft van de respondenten heeft daarnaast ook gebruik gemaakt van kwijtschelding van gemeentelijke lasten en aanvullende inkomenstoeslagen zoals de individuele inkomenstoeslag, het bijdragefonds en de energietoeslag. Vaak worden zij hierover getipt door mensen uit hun naaste omgeving. Niet alle cliënten zijn bekend met de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het lijkt er echter op dat hier ook niet altijd behoefte aan is. Ook bij cliënten Participatiewet wordt niet altijd gevraagd of er andere hulpvragen zijn waarbij de gemeente zou kunnen ondersteunen. Voor de meeste cliënten was dit echter ook niet van toepassing, of men had hier zelf geen behoefte aan. Cliënten zijn over het algemeen tevreden over de klantmanager inkomen. De klantmanager wordt ervaren als deskundig en begripvol. Cliënten die iets minder tevreden zijn wensen meer aandacht voor de persoonlijke situatie en zien graag meer vertrouwen in de cliënt. Ook over de klantmanager werk zijn cliënten te spreken. Zij worden als begripvol ervaren, helpen goed en leggen alles duidelijk uit. Sommige cliënten verwachten meer initiatief van de klantmanager en willen dat er meer rekening gehouden wordt met de persoonlijk situatie. Niet bij alle cliënten worden in hun ogen passende oplossingen geboden bij het zoeken naar werk. Sommige cliënten hebben te maken met wisseling van klantmanagers.
Dit wordt verschillend ervaren. De schriftelijke communicatie vanuit de gemeente wordt niet altijd als prettig ervaren. De toon en begrijpelijkheid van de communicatie sluit soms niet goed aan bij de inwoner. Cliënten ervaren positieve effecten van de ondersteuning vanuit de Participatiewet. Cliënten krijgen duidelijkheid, kunnen beter rondkomen en krijgen hulp met het regelen van de ondersteuning. Een enkeling ervaart stress door de druk vanuit de gemeente. De meerderheid van de cliënten maakt ook gebruik van minimaregelingen. Ook dit zorgt ervoor dat cliënten beter kunnen rondkomen. Ook kunnen zij beter meedoen in de samenleving. Wanneer dit niet het geval is dan is dit bijvoorbeeld vanwege een taalbarrière, gezondheidsproblemen of blijvende onzekerheid. Bevindingen evaluatie sociaal plein mei-juli 2023 In mei 2022 is het Sociaal Plein als integrale toegang tot het sociaal domein actief. Na een jaar is een onderzoek door de gemeente uitgevoerd naar de bekendheid met het Sociaal Plein, de tevredenheid over de dienstverlening door het Sociaal Plein en mogelijke verbeterpunten voor het Sociaal Plein. Bekendheid met het Sociaal Plein. Respondenten (48 van 86) gaven veelvuldig aan, dat zij – als zij een vraag hebben op het gebied van zorg- in eerste instantie contact met de gemeente opnemen. Het Sociaal plein is als “integrale toegang” bij de inwoners nauwelijks bekend.
Tevredenheid over de dienstverlening door het Sociaal Plein. Het gemiddeld rapportcijfer voor het contact met het Sociaal Plein is 8,3. Verreweg de meeste inwoners geven aan dat het contact heel erg prettig was. Vaak wordt benoemd dat zij vriendelijk te woord zijn gestaan; dat de medewerker goed de tijd nam om te
Bijlage 1: Bronnen
28
luisteren en vragen te beantwoorden. Ook de deskundigheid van de beantwoording werd vaak positief genoemd. Verbeterpunten die zijn genoemd betroffen o.a. de lange wachttijd bij de Wmo, op meer locaties in de wijk beschikbaar zijn en betere doorverwijzing vanuit het Klantcontactcentrum van de gemeente. Aanbevelingen en verbeterpunten. In de evaluatie is een aantal aanbevelingen gedaan. Bijvoorbeeld het vergroten van de bekendheid van het Sociaal Plein, het verbeteren van de telefonische bereikbaarheid en ruimte voor inloop en een goede ontvangst.
4.3 6.
Bevindingen doelmatigheid en doeltreffendheid In hoeverre is de uitvoering van het beleid (en tevens de handhaving) in het gemeentelijke sociale domein doelmatig?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪
Specifieke cijfers over de uitvoeringskosten in het sociaal domein zijn niet beschikbaar in de gemeentelijke documenten.
▪
De totale lasten voor het sociaal domein dalen in de periode 2020-2022 van ruim 51 miljoen euro naar iets minder dan 50 miljoen euro. Hierna stijgen de lasten naar ongeveer 55 miljoen euro in 2023.
▪
De overheadkosten gemeentebreed dalen van 9,5% in 2020 naar 9,1% in 2023.
▪
De gemeente verwacht dat de lasten voor het sociaal domein stijgen tot en met 2025 en afnemen in 2026. Daarnaast verwacht de gemeente dat de overheadkosten gemeentebreed stijgen tot en met 2026
Onderbouwing We kunnen maar een beperkte uitspraak doen over de doelmatigheid vanwege de beperkte aanwezigheid van gegevens. Wij zien doelmatigheid in dit geval als de verhouding tussen de totale uitgaven in het sociaal domein (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet) en wat het directe effect van de hulpverlening is op inwoners. Met andere woorden, het resultaat hangt af van de kosten die echt aan directe hulp voor inwoners worden besteed, verminderd met de organisatiekosten van de gemeente. Op basis van de beschikbare gegevens kunnen we doelmatigheid bepalen door de totale uitgaven van de gemeente, min de overheadkosten, zoals administratiekosten en uitvoeringskosten. Een dergelijke uitsplitsing van uitvoeringskosten is lastig te maken in de praktijk. De gemeente geeft in de jaarrekeningen bijvoorbeeld aan wat het overheadpercentage is, maar dit is niet uitgesplitst naar taken in het sociaal domein. Daarmee is het lastig om tot een ‘klassieke’ bepaling van doelmatigheid te komen. Onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten is eveneens lastig omdat gemeenten op verschillende manieren de uitvoering van het sociaal domein hebben georganiseerd. Wat voor alle gemeenten wel hetzelfde is, is de wijze waarop zij op taakveldniveau (conform de begrotingsvoorschriften) de lasten moeten rapporteren.
Dit doen zij voor de taakvelden die betrekking hebben op het gehele sociaal domein maar ook op het taakveld kosten overhead. Door deze twee tegen elkaar af te zetten, ontstaat een beeld van doelmatigheid. In dit onderzoek zijn de drie gemeenten waarvoor de Rekenkamer onderzoek doet op dit punt met elkaar vergeleken op basis van de aan het Rijk (www.findo.nl) gerapporteerde lasten vanuit de jaarrekeningen 2020, 2021, 2022 en 2023 zie hieronder. Wij zien dit als meest geschikte manier van vergelijking (via Findo) en de door de gemeentelijke gepubliceerde begroting omdat gemeenten verplicht zijn via IV3 om de begroting op een standaard manier te delen. Hiernaast kijken wij afzonderlijk per gemeente naar de gepubliceerde begroting voor 2024, 2025 en 2026, zie figuur 2 hieronder.