CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Armoedebeleid (aanpak tegen armoede) - Onderzoeksrapport armoede Kwiz

Gemeenteraad 10 juli 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Armoedebeleid Oldenzaal10.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoort bij raadsbesluitnr. 1297 van 10 juli 2023, de griffier,

HERIJKING MINIMABELEID GEMEENTE OLDENZAAL

I.I.

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Herijking minimabeleid 2023 Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid, het gebruik en bereik van regelingen en de ervaringen van huishoudens met geldzorgen en/of een laag inkomen in de gemeente Oldenzaal.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Oldenzaal Datum Mei 2023 Auteurs Michelle Ellens Jitske Kooistra – van der Wijk KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

1

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 3 Samenvatting................................................................................................................................. 5 S1. Aantal minimahuishoudens ................................................................................................. 5 S2. Bereik van de minimaregelingen ......................................................................................... 5 S3. Ervaringen van inwoners met een laag inkomen ................................................................ 6 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................... 8 1. Minimahuishoudens in Oldenzaal ........................................................................................... 10 1.1. Alle huishoudens .............................................................................................................. 10 1.2. Minimahuishoudens .......................................................................................................... 10 1.3. Kinderen............................................................................................................................ 11 2.

Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................. 12 2.1. Regelingen voor het minimabeleid ................................................................................... 12 2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen ........................................................................ 12 2.3. Bijzondere bijstand ........................................................................................................... 12 2.4. Individuele inkomenstoeslag ............................................................................................. 13 2.5. Collectieve zorgverzekering .............................................................................................. 13 2.6. Bijdragefonds (Sport & Cultuur) ........................................................................................ 13 2.7. Stichting Leergeld ............................................................................................................. 14 2.8. Energietoeslag .................................................................................................................. 14 2.9. Studietoeslag .................................................................................................................... 15 3.

Ervaringen van inwoners ......................................................................................................... 16 3.1. Kennis en gebruik van de regelingen ............................................................................... 16 3.2. Financiële situatie ............................................................................................................. 18 3.3. Aanvragen van regelingen ................................................................................................ 23 3.4. Informatie .......................................................................................................................... 25 3.5. Tips en adviezen van respondenten ................................................................................. 25 Bijlage 1: Kenmerken respondenten ........................................................................................... 30

2

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare inwoners de verbeteren. Ook in de gemeente Oldenzaal vormt armoede en schuldhulpverlening een actueel thema. De gemeente gaat in de komende maanden een integraal beleidsplan opstellen voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening. Ter voorbereiding op dit nieuwe beleidsplan worden er in de komende periode gesprekken gevoerd met diverse maatschappelijke partners om zodoende gezamenlijk ambities en doelstellingen voor de nieuwe beleidsperiode vast te kunnen stellen. De gemeente Oldenzaal heeft, in aanvulling hierop, KWIZ gevraagd om inzicht te geven in de omvang en kenmerken van de doelgroep inwoners met een laag inkomen, én om de ervaringen van cliënten te bevragen. De resultaten staan in deze rapportage beschreven. Opzet van het onderzoek Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • • • • • •

De omvang en kenmerken van de doelgroep met een laag inkomen; Het gebruik en bereik van de minimaregelingen; Bekendheid en gebruik van de regelingen en maatschappelijke organisaties; Aanvullende ondersteuningsbehoeften; De tevredenheid over de aanvraagprocedure; Effecten van de regelingen.

Om bovenstaande thema’s mee te nemen wordt een Armoede Index en behoeftepeiling onder de doelgroep uitgevoerd. Hieronder wordt van beide deelonderzoeken de opzet beschreven 1. Onderzoeksmethodiek Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2023 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm2 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2022 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente Oldenzaal zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Onderzoeksmethode behoeftepeiling Om een totaalbeeld van de huidige situatie te krijgen is het van belang dat de ervaringen van de doelgroep van de minimaregelingen worden betrokken. Om hun ervaringen, behoeften en tevredenheid mee te nemen in het onderzoek is een enquête uitgevoerd.

Doelgroep De doelgroep bestaat uit inwoners die in 2022 gebruik hebben gemaakt van een bijstandsuitkering en/of één of meerdere minimaregelingen (inclusief de energietoeslag). In totaal zijn 1.790 cliënten aangeschreven. De maatschappelijke organisaties 3 hebben een belangrijke rol gespeeld in het uitdelen van de vragenlijst onder hun doelgroep en het onder de aandacht brengen van het belang om deel te nemen aan het onderzoek. Daarnaast hebben zij ondersteuning geboden bij het invullen van de vragenlijst. 1

Tot de onderzoeksopdracht behoorde geen beleidsanalyse of gesprekken met ketenpartners. De resultaten gaan alleen over de omvang van de doelgroep, het bereik van minimaregelingen en de ervaringen van inwoners. Daar zullen ook de conclusies en aanbevelingen op gebaseerd zijn. 2 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat met een inkomen van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm (niet alleen op 130 procent Wsm). 3 Maatschappelijke organisaties die hebben ondersteund zijn onder andere de Voedselbank, Impuls en Wijkracht.

3

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Respons In totaal hebben 422 respondenten de enquête ingevuld (351 op papier en 71 online). Dat brengt de respons op 24 procent en dat is ruim voldoende 4 om betrouwbare uitspraken te doen over de gehele doelgroep. Dit betekent dat de resultaten in deze rapportage als representatief kunnen worden beschouwd voor de gehele doelgroep inwoners die gebruikmaken van een uitkering of één of meerdere minimaregelingen5. Duiding aantallen in de doelgroep Voor de behoeftepeiling zijn in totaal 1.790 huishoudens aangeschreven die gebruikmaken van één of meerdere gemeentelijke regelingen. Het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm wordt later in dit rapport geschat op 1.422 huishoudens. Dit verschil is te verklaren doordat bij de schatting van de totale doelgroep rekening wordt gehouden met vermogensgrenzen vanuit de Participatiewet. Het totale aantal aangeschreven huishoudens (behoeftepeiling) is hoger omdat bij dit aanschrijfbestand verschillende bronbestanden bij elkaar komen. Hierbij zijn ook de huishoudens meegenomen die gebruikmaken van een collectieve zorgverzekering of de energietoeslag. Voor deze regelingen geldt geen vermogensgrens. Leeswijzer Het rapport begint met een samenvatting en weergave van de belangrijkste bevindingen en daaruit voortvloeiende aanbevelingen.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 1 de omvang en samenstelling van de doelgroep inwoners met een laag inkomen weergeven. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van het gebruik en bereik van de minimaregelingen die de gemeente Oldenzaal aanbiedt. In hoofdstuk 3 staan de ervaringen van de doelgroep centraal. Tot slot worden in bijlage 1 de kenmerken van de respondenten die hebben deelgenomen aan de vragenlijst weergegeven. De vragenlijst bestond uit vragen met verschillende antwoordmogelijkheden. Bij vragen waar ‘Geen mening/n.v.t.’ een antwoordmogelijkheid was, is ervoor gekozen om deze buiten beschouwing te laten. De genoemde percentages gaan daarom over respondenten die de vraag hebben beantwoord met bijvoorbeeld ‘Eens’, ‘Neutraal’ of ‘Oneens’. Het weglaten van deze antwoordcategorie komt de leesbaarheid en de inhoudelijke analyse ten goede.

4 Om uitspraken te doen over de gehele doelgroep met een betrouwbaarheid van 95 procent waren 317

ingevulde enquêtes minimaal noodzakelijk. De respons overtreft dit aantal aanzienlijk. 5 De resultaten kunnen daarentegen niet volledig gegeneraliseerd worden naar alle inwoners die in armoede leven. De gemeente heeft een ruime meerderheid van deze groep in beeld, maar er zijn ook inwoners die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken. Op basis van dit onderzoek wordt duidelijk hoe groot de totale geschatte doelgroep is (dus inclusief inwoners die geen gebruikmaken van regelingen) en wat hun kenmerken zijn. Het is aannemelijk dat er grote paralellen bestaan tussen de groep inwoners die wel/geen gebruikmaken van gemeentelijke regelingen, maar een 1-op-1 vergelijking kan niet gegarandeerd worden.

4

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Samenvatting S1. Aantal minimahuishoudens Op 1 januari 2023 hebben naar schatting 1.422 huishoudens in de gemeente Oldenzaal een inkomen tot 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dat is 10,0 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dit percentage ligt in lijn met het gemiddelde in andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000; het gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte is 9 à 10 procent. Deze 1.422 huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 897 huishoudens hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Naar schatting groeien 693 kinderen tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. Dat is 11,5 procent van alle kinderen tot 18 jaar in de gemeente Oldenzaal. Kenmerken doelgroep Van de 1.422 huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm, heeft 29 procent (410 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. Verder hebben 539 huishoudens een AOWuitkering en de overige 473 huishoudens een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld een WWuitkering, of inkomsten vanuit een baan. Ruim de helft (56 procent) van de minimahuishoudens betreft een alleenstaand huishouden en 27 procent heeft thuiswonende kinderen.

S2. Bereik van de minimaregelingen Om ervoor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving biedt de gemeente een aantal minimaregelingen aan. Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de doelgroep van de verschillende gemeentelijke minimaregelingen) weer. Vergeleken met andere gemeenten ligt het bereik van de individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering hoger dan gemiddeld. Het bereik van het bijdragefonds, de energietoeslag en Stichting Leergeld (sport) ligt in lijn met het gemiddelde. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt lager dan gemiddeld. Tabel S2. Gebruik en bereik minimaregelingen Categorie Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Bijdragefonds Stichting Leergeld • Sport • Cultuur • Welzijn • Zwemles • School (Huiswerkbegeleiding) Energietoeslag6 Studietoeslag7

Gebruik 2022 245 huishoudens 90 huishoudens 287 huishoudens 1.586 personen 528 personen

Bereik 81% 10% 56% 51% 41%

165 kinderen 17 kinderen 3 kinderen 85 kinderen 3 kinderen 1.443 huishoudens 4 personen

35% 4% 1% 18% 3% 83% n.t.b.

6 De energietoeslag wordt toegekend aan alle huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Hierbij

wordt geen rekening gehouden met vermogen. Dit betekent dat de totale doelgroep niet vastgesteld kan worden. Voor de energietoeslag wordt daarom alleen het gebruik weergegeven. 7 Studietoeslag wordt toegekend aan studenten met een lichamelijke of psychische beperking waarbij het niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. De omvang van deze specifieke doelgroep kan niet bepaald worden. Daarom wordt alleen het gebruik van deze regeling weergegeven.

5

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

S3. Ervaringen van inwoners met een laag inkomen S3.1. Kennis en gebruik van regelingen De bekendheid en het gebruik verschilt per inkomensondersteunende regeling. De energietoeslag en de collectieve zorgverzekering zijn de meest bekende (ongeveer 85 procent) en meest gebruikte regelingen (respectievelijk 75 en 69 procent). Verder maakt ongeveer een derde van de respondenten gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen of het Bijdragefonds voor sport en cultuur. Van de kindregelingen is Stichting Leergeld het best bekend (74 procent bekend en 61 procent gebruik onder ouders). Maatschappelijke organisaties zoals de Kledingbank, Voedselbank en Stadsbank zijn onder ongeveer driekwart van de respondenten bekend. Een op de tien respondenten maakt ook daadwerkelijk gebruik van de ondersteuning vanuit deze organisaties. Tot slot krijgt één op de tien respondenten ondersteuning van andere organisaties zoals (ambulante) begeleiding, Wmoondersteuning of ze bezoeken een Repaircafé of de Huisraadbank.

S3.2. Financiële situatie De helft van de respondenten kan niet (altijd) rondkomen. Woonlasten, energiekosten en boodschappen vormen de grootste kostenposten waardoor respondenten niet altijd kunnen rondkomen. De regelingen hebben een positief effect op het dagelijks leven van respondenten. Zo hebben zij minder zorgen over geld (56 procent), kunnen ze meedoen (43 procent) en horen ze erbij (30 procent). Opvallend is dat een groot deel van de respondenten deze stellingen met ‘neutraal’ beantwoord. Mogelijk helpen de regelingen wel om de noodzakelijke kosten te dekken, maar geven zij niet voldoende financiële ruimte om maatschappelijk te participeren.

S3.3. Aanvullende ondersteuningsbehoefte Respondenten zouden graag (meer) ondersteund willen worden in de kosten voor participatie (sport, vervoer, laptop), schulden, energiekosten, gemeentelijke belastingen, zorgkosten, huishoudelijke apparatuur/witgoed en de kosten van het dagelijks levensonderhoud. Voor sommige kosten zoals participatie en zorgkosten biedt de gemeente Oldenzaal al ondersteuning aan (Bijdragefonds, Stichting Leergeld en collectieve zorgverzekering). In de praktijk maken respondenten hier echter niet altijd gebruik van. Daarnaast is het mogelijk dat de vergoeding niet toereikend genoeg is voor huishoudens.

S3.4. Tevredenheid over de aanvraagprocedure Voor de helft van de respondenten is het duidelijk waar zij moeten zijn om een regeling aan te vragen (47 procent) en snappen zij de informatie die ze krijgen (44 procent). Een kwart van de respondenten weet echter niet waar ze moeten zijn voor een aanvraag en snappen de ontvangen informatie niet. De meeste respondenten hebben hulp nodig bij het aanvragen van de regelingen. De meerderheid van de respondenten doet de aanvraag voor een regeling het liefst op papier.

S3.5. Informatie Vrienden of kennissen, de lokale krant of folder en de website van de gemeente/organisatie vormen de belangrijkste informatiebronnen voor informatie over de regelingen. Het voornaamste informatiekanaal verschilt per leeftijdscategorie: jongeren halen hun informatie vaker van de website en AOW-gerechtigden komen aan informatie door de lokale krant of folder.

S3.6. Tips en adviezen van respondenten De tips en adviezen van respondenten zijn in de volgende categorieën onderverdeeld: • Uitbreiding van het aanbod aan minimaregelingen: respondenten geven aan dat zij (meer) ondersteuning zouden willen krijgen op het gebied van sport, openbaar vervoer/reiskosten en ziektekosten.

6

Gemeente Oldenzaal

• • • •

Versie 1.2

Informatievoorziening: de behoefte aan laagdrempelige en toegankelijke informatie wordt benoemd, het liefst schriftelijk en proactief verstrekt door de gemeente. Communicatie: respondenten vinden een persoonlijke benadering en maatwerk belangrijk. Aanvraagprocedure: het aanvragen van regelingen vindt een deel van de respondenten lastig. Met name het jaarlijks aanleveren van bewijsstukken. Tevredenheid: respondenten geven aan tevreden en dankbaar te zijn voor de ondersteuning die ze ontvangen.

7

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Conclusie en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen een aantal conclusies en daaruit voortvloeiende aanbevelingen worden geformuleerd. Breed pakket aan minimaregelingen De gemeente Oldenzaal biedt een breed pakket aan minimaregelingen aan waarmee verschillende doelgroepen worden ondersteund zoals inwoners met een zorgvraag, huishoudens met kinderen en langdurige minima. Verder zijn regelingen beschikbaar voor verschillende kosten zoals participatie (Bijdragefonds en Stichting Leergeld), zorg (collectieve zorgverzekering), levensonderhoud (kwijtschelding van gemeentelijke belasting) en onvoorziene uitgaven (bijzondere bijstand). De noodzakelijkheid van de brede gemeentelijke ondersteuning komt ook naar voren in de onderzoeksresultaten. De helft van de respondenten kan niet (altijd) rondkomen. Ons eerste advies is daarom om dit brede pakket aan regelingen te blijven aanbieden omdat het vele inwoners met geldzorgen of een laag inkomen ondersteunt. Verder valt op dat de inkomensbronnen in de minimapopulatie verschillen van het landelijke beeld. Er zijn relatief minder huishoudens met een bijstandsuitkering. Daarentegen hebben in verhouding meer minimahuishoudens een AOW-uitkering of een overig inkomen zoals inkomen uit betaald werk. Het is daarom van belang om de behoeften van AOW-gerechtigden en werkenden in beeld te krijgen en te houden.

AOW-gerechtigden hebben in de praktijk weinig gelegenheid om een inkomensverhoging te genieten. Voor deze groep is het daarom vooral belangrijk dat ze kunnen blijven participeren; gemeentelijke inzet dient daarop gericht te zijn. Werkende armen zijn mogelijk in de gelegenheid om meer te gaan werken zodat ze meer inkomen genereren; in dat geval kan de gemeente hen daarover adviseren. Dit zal niet voor iedereen mogelijk zijn, ook voor deze groep is de inzet op maatschappelijke participatie van belang. Aanbeveling 1. Blijf de minimadoelgroep breed ondersteunen op verschillende levensdomeinen. 2. Krijg en houd de behoeften van werkende inwoners met een laag inkomen en AOWgerechtigden in beeld. Informeer proactief over bestaande ondersteunende regelingen en zet daar in op maatschappelijke participatie (meedoen in de samenleving) als een inkomensverhoging (meer loon) niet mogelijk is. Aanvullende ondersteuningsbehoeften Hoewel de gemeente Oldenzaal haar inwoners ondersteunt in de kosten op verschillende levensdomeinen, hebben inwoners ook aanvullende ondersteuningsbehoeften uitgesproken. In de behoeftepeiling komt naar voren dat zij niet altijd voldoende financiële middelen hebben om leuke dingen te doen, noodzakelijke spullen aan te schaffen of zorgkosten te betalen. Ook meedoen aan sport/cultuur of andere mensen ontmoeten is niet voor alle huishoudens mogelijk.

Hoewel de gemeente verschillende regelingen aanbiedt op het gebied van zorgkosten en participatie biedt dit niet voor iedereen voldoende soelaas. Het Bijdragefonds (participatie) is bij velen niet bekend en heeft een relatief lage inkomensgrens (110 procent Wsm). De collectieve zorgverzekering blijkt niet voor alle huishoudens voldoende aan te sluiten op de zorgbehoefte van inwoners. Verder benoemen respondenten ook aanvullende ondersteuningsbehoeften op het gebied van huishoudelijke apparatuur, reiskosten/vervoer en kleding. Respondenten geven ook aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning bij schulden, het betalen van de energiekosten en gemeentelijke belastingen. Voor deze kosten biedt de gemeente Oldenzaal al hulpverlening of regelingen aan. Toch wordt meermaals aangegeven dat het huidige minimuminkomen en de bijstandsuitkering te laag zijn om van rond te kunnen komen én dat 8

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

huishoudens die net boven het minimuminkomen zitten regelmatig tussen wal en schip vallen. Mogelijk sluiten deze behoeften daarom aan op de behoefte van inwoners aan een hogere inkomensgrens voor de betreffende regelingen. Aanbevelingen 3. Onderzoek de mogelijkheden voor het verder ondersteunen van inwoners in hun maatschappelijke participatie. Bijvoorbeeld door reiskosten te vergoeden. 4. Overweeg om begeleiding naar een passende zorgverzekering aan te bieden, naast de huidige collectieve zorgverzekering. Op deze manier kunnen de inwoners die op dit moment niet voldoende aansluiting vinden bij de huidige pakketkeuzes, een zorgverzekering kiezen die past bij hun zorgvraag en budget. 5. Overweeg om de inkomensgrenzen van de minimaregelingen te verhogen. Informatievoorziening & herijking minimaregelingen Op het gebied van informatievoorziening liggen kansen voor de gemeente Oldenzaal. De helft van de respondenten geeft aan dat ze weten waar ze moeten zijn om een regeling aan te vragen en vier op de tien snappen de informatie die ze krijgen. Verder heeft een meerderheid van de respondenten hulp nodig bij het aanvragen van de regelingen. Ook in de tips en adviezen van respondenten komt informatievoorziening naar voren: zij geven aan behoefte te hebben aan laagdrempelige en toegankelijke informatie, proactief door de gemeente verstrekt.

Een overzicht van de regelingen vinden zij wenselijk, evenals schriftelijke informatie en één duidelijk loket waar ze regelingen kunnen aanvragen. Daarom is een derde advies om aan te sluiten bij de wensen van inwoners en de informatievoorziening af te stemmen op de verschillende doelgroepen. Aanbevelingen 6. Stel een overzicht op van de beschikbare regelingen en ondersteuning van externe organisaties. Neem als gemeente een regisserende rol en zorg voor regelmatige updates en verspreiding van deze sociale kaart. 7. Investeer in laagdrempelige en toegankelijke informatie, afgestemd op de doelgroep. Voor alle communicatie-uitingen geldt: B1-niveau en pictogrammen of filmpjes spreken tot de verbeelding. 8. Onderzoek de mogelijkheden om de informatievoorziening dichter bij de inwoners te organiseren. Bijvoorbeeld door huisbezoeken of door bij het toekennen van een regeling ook mee te kijken naar andere regelingen waar de inwoner mogelijk recht op heeft. Hierboven (vorige pagina) werden enkele aanvullende ondersteuningsbehoeften benoemd. Respondenten hebben echter ook aangegeven dat het niet altijd duidelijk is welke regelingen worden aangeboden en of zij hier aanspraak op kunnen maken. Een aantal regelingen toevoegen is daarom niet per definitie een passende oplossing. Onderzoek daarom of regelingen kunnen worden samengevoegd.

Bijvoorbeeld door een vergoeding voor reiskosten via het al bestaande Bijdragefonds te verstrekken. Of door bepaalde regelingen onder de aandacht te brengen die nu al worden aangeboden: in verhouding tot het landelijk gemiddelde geven weinig respondenten bijvoorbeeld aan dat ze de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen kennen dan wel gebruiken. Aanbevelingen 9. Herijk het minimabeleid. Stel overzicht en duidelijke communicatie en informatievoorziening voorop, ook bij het aanvullen van extra vergoedingen. Bijvoorbeeld door regelingen samen te voegen. 9

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

1. Minimahuishoudens in Oldenzaal In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de huishoudens met inkomens tot 130 procent van het wettelijke sociale minimum in de gemeente Oldenzaal.

1.1. Alle huishoudens In de gemeente Oldenzaal wonen 31.741 personen waarvan er 6.040 (19 procent) jonger zijn dan 18 jaar. De gemeente telt 14.183 huishoudens. De gemiddelde huishoudgrootte komt daarmee uit op 2,24 personen. Dat is iets groter dan het landelijke gemiddelde van 2,16 personen per huishouden. De huishoudsamenstelling in Oldenzaal wijkt enigszins af van het landelijke beeld. Zo zijn er in de gemeente duidelijk minder alleenstaanden en wonen er meer paren met kinderen. Onderstaand geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2023 in de gemeente Oldenzaal weer. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners Oldenzaal Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

14.183 31.741 2,24

Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

Aantal 4.959 977 4.402 3.845 14.183

Aandeel 35% 7% 31% 27% 100%

Aandeel landelijk 39% 7% 29% 25% 100%

1.2. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente Oldenzaal moet 6,3 procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit zijn in totaal 897 huishoudens. Het landelijke percentage minima met een dergelijk inkomen ligt tussen de 5 en 6 procent. In totaal hebben 1.019 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm terwijl 1.218 huishoudens moeten rondkomen van een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm en 1.422 huishoudens moeten rondkomen van een inkomen tot 130 procent. Zij vormen 10,0 procent van alle huishoudens in de gemeente Oldenzaal. In gemeenten van vergelijkbare grootte is het aandeel minimahuishoudens tot 130 procent Wsm gemiddeld tussen de 9 en 10 procent. De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent van het wettelijke sociale minimum voor het betreffende huishoudtype. Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Oldenzaal (cumulatief) Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 897 1.019 1.218 1.422

Aandeel 6,3% 7,2% 8,6% 10,0%

Overige inkomens Totaal

12.761 14.183

90,0% 100%

10

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Verdeling naar kenmerken De gemeente Oldenzaal hanteert verschillende inkomensgrenzen voor de minimaregelingen. Hieronder worden kenmerken weergegeven van huishoudens met een inkomensgrens tot 100 en 130 procent van het wettelijk sociaal minimum. De doelgroep voor het lokale armoedebeleid (tot 130 procent Wsm) bestaat voor 29 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 33 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals werk of WW. 38 procent heeft een AOW-uitkering. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 35 tot 40 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt, 20 tot 25 procent heeft een AOW-uitkering en 40 tot 45 procent een overig inkomen. Alleenstaanden vormen met 56 procent de grootste groep minimahuishoudens in Oldenzaal 8. Bij andere vergelijkbare gemeenten met een inwonerstal tot 50.000 is het aandeel alleenstaanden gemiddeld tussen de 50 en 55 procent Wsm. Het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen ligt in de gemeente Oldenzaal op ruim een kwart (27 procent). Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten (gemiddeld tussen de 25 en 30 procent van de minimahuishoudens). Tabel 1.2.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm 100% Wsm Aantal

Categorie Inkomensbron Bijstand inkomen AOW inkomen Ander inkomen • WW/WAO/Wajong • Inkomen uit arbeid • Inkomen ZZP Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

130% Wsm

Aandeel

Aantal

Aandeel

410 234 253 139 74 40 897

46% 26% 28% 15% 9% 4% 100%

410 539 473 223 286 96 1.422

29% 38% 33% 16% 9% 8% 100%

489 112 156 140 897

55% 12% 17% 16% 100%

795 154 242 231 1.422

56% 11% 17% 16% 100%

1.3. Kinderen Van alle 6.040 opgroeiende jongeren in de leeftijd tot 18 jaar in Oldenzaal wonen er 693 in een huishouden met een inkomen tot maximaal 130 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum. Met elkaar maken zij 11,5 procent van de jeugdpopulatie in Oldenzaal uit. In vergelijkbare gemeenten ligt dit aandeel gemiddeld tussen de 9 en 10 procent. Tabel 1.3.1 Aantal kinderen (cumulatief) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 453 520 583 693

Aandeel 7,5% 8,6% 9,7% 11,5%

Overige kinderen Alle kinderen

5.347 6.040

88,5% 100%

8 In paragraaf 1.1 is geschreven dat in de gemeente Oldenzaal verhoudingsgewijs minder alleenstaanden

(35 procent) wonen dan landelijk gemiddeld (39 procent). Alleenstaanden vormen echter wel het huishoudtype dat het vaakst minima is; in totaal is 56 procent van alle minimahuishoudens alleenstaand.

11

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen. Met deze regelingen wil de gemeente ervoor zorgen dat inwoners met een minimuminkomen kunnen participeren in de samenleving. Zij kunnen door deze regelingen financieel worden ondersteund.

2.1. Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Tabel 2.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Categorie

Inkomensgrens 2022

Doelgroep

Kwijtschelding Bijzondere bijstand

100% Wsm 110% Wsm 101% Wsm Referteperiode: 3 jaar 130% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 120% Wsm Situatieafhankelijk

897 huishoudens 897 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Bijdragefonds Stichting Leergeld Energietoeslag Studietoeslag9

510 huishoudens 3.121 volwassenen 1.281 volwassenen 416 kinderen 1.746 huishoudens n.t.b.

2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In 2022 is aan 724 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van lokale heffingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 81 procent onder de primaire doelgroep. Tabel 2.2.1 Bereik kwijtschelding Categorie Doelgroep Gebruik kwijtschelding Percentage bereik

897 huishoudens 724 huishoudens 81%

2.3. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Oldenzaal is erop gericht om inwoners die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De doelgroep bestaat uit 897 huishoudens met inkomens tot 100 procent van de bijstandsnorm. In 2022 hebben 108 volwassen personen gebruik gemaakt van de individuele bijzondere bijstand. Met elkaar wonen deze personen in 90 huishoudens10. Daarmee komt het bereik van de bijzondere bijstand uit op 10 procent. Voor deze regeling geldt dat in veel gemeenten een percentage van 20 tot 25 procent gebruik op jaarbasis gangbaar is.

9 Studietoeslag wordt toegekend aan studenten met een lichamelijke of psychische beperking waarbij het

niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. De omvang van deze specifieke doelgroep kan niet bepaald worden. Daarom wordt alleen het gebruik van deze regeling weergegeven. 10 In de minimahuishoudens in Oldenzaal wonen gemiddeld 1,2 volwassen personen per economische eenheid.

12

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Tabel 2.3.1 Bereik bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik

897 90 10%

2.4. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Oldenzaal behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 100 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat dan uit 510 huishoudens. In 2022 hebben 287 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft is dit een bereik van 56 procent. Vergeleken met andere gemeenten, waar een bereik rond de 50 procent gangbaar is, ligt het bereik in de gemeente Oldenzaal iets hoger dan gemiddeld. Tabel 2.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Doelgroep Gebruik individuele inkomenstoeslag Percentage bereik

510 287 56%

2.5. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Menzis. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Er is keuze uit drie verschillende aanvullende pakketten; Garant Verzorgd 1, Garant Verzorgd 2 en Garant Verzorgd 3. Bij het meest uitgebreide pakket (Garant Verzorgd 3) is ook het eigen risico meeverzekerd. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 130 procent Wsm. Er wordt hierbij geen vermogenstoets gedaan. Op dit moment maken 1.586 hoofdverzekerden gebruik van deze regeling. Dit komt neer op een bereik van 51 procent. Het bereik van de zorgverzekering ligt landelijk gezien rond de 35 tot 40 procent van de doelgroep. Het gebruik in Oldenzaal ligt daarmee verhoudingsgewijs hoog. Tabel 2.5.1 Bereik collectieve zorgverzekering Categorie Doelgroep Gebruik collectieve zorgverzekering Percentage bereik

3.121 volwassenen 1.586 volwassenen 51%

2.6. Bijdragefonds (Sport & Cultuur) Middels het bijdragefonds wil de gemeente het mogelijk maken dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving. Het bijdragefonds is bedoeld voor een lidmaatschap voor de bibliotheek, een sportvereniging of een culturele vereniging. Ook is het mogelijk om voor het huishouden één abonnement voor een internetaansluiting te regelen of één abonnement op een krant per huishouden af te sluiten. De regeling is bedoeld voor huishoudens met inkomens tot maximaal 110 procent van de bijstandsnorm. De doelgroep bestaat uit 1.281 volwassen personen van 18 jaar en ouder.

13

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

In 2022 hebben 528 volwassenen gebruikgemaakt van het bijdragefonds. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 41 procent. Landelijk gezien hebben dergelijke regelingen vaak een bereik rond de 40 procent. Het bereik in de gemeente Oldenzaal ligt hiermee in lijn met het landelijk gemiddelde. Tabel 2.6.1 Bereik Bijdragefonds Categorie Doelgroep Gebruik bijdragefonds Percentage bereik

1.281 volwassenen 528 volwassenen 41%

2.7. Stichting Leergeld Deze regeling is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar uit gezinnen met inkomens tot maximaal 120 procent van de bijstandsnorm. Stichting Leergeld wil ervoor zorgen dat kinderen mee kunnen doen. In de gemeente Oldenzaal kunnen aanvragen worden gedaan voor activiteiten op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn. Per kind is er een vast bedrag beschikbaar per kind. Er kunnen meerdere aanvragen per kind worden gedaan, zolang het binnen het budget past. De doelgroep bestaat uit 466 kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar in de gezinnen met inkomens tot maximaal 120 procent Wsm. In onderstaande tabel wordt per categorie van aanvragen, de doelgroep en het gebruik weergegeven. Daarbij is het bereik per categorie berekend. Het totale bereik voor Stichting Leergeld is niet vastgesteld omdat de doelgroep wisselt per ondersteuningsvorm (sport, zwemles, cultuur e.d.). In 2022 zijn er 165 kinderen ondersteund zodat zij kunnen sporten. Dit is 35 procent van alle kinderen die gebruik zouden mogen maken van de ondersteuning voor sport vanuit Stichting Leergeld. 18 procent van doelgroep heeft gebruikgemaakt van Stichting Leergeld om de zwemlessen te bekostigen. Het gaat hierbij om 85 kinderen. Landelijk gezien heeft Stichting Leergeld vaak een bereik van rond de 40 procent.

Tabel 2.7.1 Bereik Stichting Leergeld Categorie Doelgroep kinderen 4 - 18 jaar Doelgroep kinderen 12–18 jaar Gebruik Percentage bereik

School (huiswerkbegeleiding) 117 3 3%

Sport

Cultuur

Welzijn

Zwemles

466

466

466

466

165 35%

17 4%

3 1%

85 18%

2.8. Energietoeslag In 2022 zijn de energiekosten enorm gestegen. Dit kan voor inwoners met een laag inkomen een grote zorg zijn. Daarom heeft het Rijk geld beschikbaar gesteld. De gemeente Oldenzaal heeft bepaald dat inwoners in de gemeente met een inkomen tot 120 procent Wsm in aanmerking komen voor de energietoeslag. Er wordt geen vermogenstoets uitgevoerd. In totaal hebben 1.678 huishoudens een aanvraag gedaan voor de energietoeslag waarvan 1.443 aanvragen zijn toegekend. Afgezet tegen de volledige doelgroep van 1.746 huishoudens, heeft de energietoeslag een bereik van 83 procent. Dit ligt in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten van rond de 85 procent.

14

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Tabel 2.8.1 Bereik energietoeslag Categorie Doelgroep Gebruik energietoeslag Percentage bereik

1.746 huishoudens 1.443 huishoudens 83%

2.9. Studietoeslag Inwoners die een studie of opleiding volgen, maar door een arbeidshandicap moeite hebben om een (bij)baan te hebben, kunnen gebruikmaken van de studietoeslag. De gemeente draagt hiermee bij aan de financiële situatie. Om in aanmerking te komen voor deze regeling, zijn een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet iemand recht hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. De inwoner mag geen Wajong uitkering ontvangen en er is sprake van een structurele medische beperking waardoor de persoon naast de studie geen extra inkomsten kan genereren. De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. In 2022 hebben 4 personen gebruikgemaakt van de regeling. Tabel 2.9.1 Gebruik studietoeslag Categorie Gebruik Studietoeslag

4 volwassenen

15

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

3. Ervaringen van inwoners In dit hoofdstuk staan de ervaringen van inwoners met een laag inkomen in de gemeente Oldenzaal centraal.

3.1. Kennis en gebruik van de regelingen Deze paragraaf bespreekt de bekendheid en het gebruik van de gemeentelijke regelingen voor volwassenen, de maatschappelijke organisaties en de regelingen voor kinderen. Gemeentelijke regelingen voor volwassenen De energietoeslag is de meest bekende en meest gebruikte regeling: 85 procent van de respondenten geeft aan deze regeling te kennen en driekwart van de respondenten maakt ook gebruik van de energietoeslag. In totaal zijn in de gemeente Oldenzaal 1.650 aanvragen gedaan. Het inzoomen op de gebruikers van de energietoeslag laat zien dat de verschillende leeftijdsgroepen evenveel gebruikmaken van de energietoeslag 11. Wel valt op dat laagopgeleiden de energietoeslag minder vaak gebruiken. Over het algemeen valt de conclusie te trekken dat de respondenten die de energietoeslag niet kennen (15 procent) veelal een inkomen tussen de 120 en 130 procent Wsm hebben. Het gros van deze respondenten gebruikt namelijk de collectieve zorgverzekering (enige regeling die wordt verstrekt tot 120 procent Wsm), maar niet de energietoeslag of een andere regeling. Oftewel: de groep die de energietoeslag niet kent, heeft een inkomen tussen 120 en 130 procent Wsm. Ook de collectieve zorgverzekering heeft een hoge bekendheid (87 procent) en een hoog gebruik (69 procent).

Verder maakt een derde van de respondenten gebruik van het bijdragefonds en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, hoewel deze regelingen bij ruim zes op de tien respondenten bekend zijn. De individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand hebben een lager gebruik ten opzichte van de andere regelingen (20 tot 22 procent). De individuele inkomenstoeslag is alleen beschikbaar voor inwoners met een langdurig laag inkomen (drie jaar of langer 100 procent Wsm) en de bijzondere bijstand biedt ondersteuning bij incidentele, noodzakelijke kosten die niet door een andere gemeentelijke regeling vergoed kunnen worden. Een lager gebruik kan vanuit dat perspectief gunstig zijn; als inwoners niet te vaak aanspraak hoeven maken op de bijzondere bijstand kan dat een signaal zijn dat de meeste kosten vanuit andere regelingen vergoed kunnen worden12. Het kan echter ook zijn dat er (te) strenge voorwaardeng om gebruik te mogen maken van de bijzondere bijstand (te) scherp zijn vastgesteld.

11 Geen van de leeftijdsgroepen valt op als het gaat om gebruik dan wel niet-gebruik. 12

Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit resultaat niet direct betekent dat het huidige aanbod aan minimaregelingen compleet is.

16

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Figuur 3.1.1. Bekendheid gemeentelijke regelingen (n = 329 ~ 387)13

Bekendheid en gebruik van gemeentelijke regelingen Ja, gebruik ik

Nee, maar ken ik wel

Nee, ken ik niet

Energietoeslag

75%

Collectieve zorgverzekering (Menzis)

69%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

34%

Bijdragefonds (Sport en Cultuur)

34%

Individuele inkomenstoeslag

22%

Bijzondere bijstand

20%

Studietoeslag 2%

14% 18% 38%

13% 28%

32% 21%

11%

34% 56%

43% 39%

37% 59%

Maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties zoals de Kledingbank, Voedselbank en Stadsbank zijn onder ongeveer driekwart van de respondenten bekend. Eén op de tien respondenten maakt ook daadwerkelijk gebruik van de ondersteuning vanuit deze organisaties. Figuur 3.1.2. Bekendheid maatschappelijke organisaties (n = 338 ~ 342)

Bekendheid en gebruik maatschappelijke organisaties Ja, gebruik ik

Kledingbank

9%

Voedselbank

8%

Stadsbank Oost Nederland

7%

Nee, maar ken ik wel

66%

Nee, ken ik niet

25%

72% 55%

20% 38%

Regelingen voor kinderen De bekendheid van de kindregelingen is afgezet tegen respondenten die thuiswonende kinderen tot 18 jaar hebben14. Stichting Leergeld is de best bekende regeling (74 procent) en zes op de tien ouders geeft aan dat hun kind hiervan gebruikmaakt. De helft van de ouders kent de 13 Het totale aantal respondenten dat de betreffende stellingen heeft beantwoord, wordt met een bovenschrift

bij de figuren weergegeven met (n = …). Het eerst genoemde aantal verwijst naar het laagste aantal respondenten dat een van de stellingen heeft beantwoord. Het tweede genoemde aantal verwijst naar het hoogste aantal respondenten dat een van de stellingen heeft beantwoord. Deze notatiewijze is in het hele rapport toegepast. 14 In totaal hebben 69 respondenten thuiswonende kinderen tot 18 jaar (16 procent van alle respondenten).

17

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

verjaardagsbox (43 procent gebruik) en een derde kent de VakantieKlas Doen! (12 procent gebruik). Figuur 3.1.3. Bekendheid kindregelingen onder ouders (n = 65 ~ 69)

Bekendheid en gebruik kindregelingen (ouders) Ja, gebruik ik

Nee, maar ken ik wel

Stichting Leergeld

61%

Verjaardagsbox VakantieKlas Doen!

13%

43% 12%

Nee, ken ik niet

12%

16%

26% 45%

72%

Hulp van andere organisaties Respondenten konden ook aangeven of ze hulp of ondersteuning ontvangen van een andere organisatie. In totaal hebben 59 respondenten (14 procent) aangegeven dat ze hulp ontvangen van andere organisaties. Respondenten krijgen veelal ambulante begeleiding of woonzorg, en Wmo-voorziening of ze bezoeken het Repaircafé. Onder de categorie ‘overig’ zijn organisaties ondergebracht die slechts enkele keren genoemd zijn zoals de bibliotheek, een administratiekantoor, landelijke toeslagen of hulp van vrienden of familie. Tabel 3.1.2 Ondersteuningstype Ondersteuningstype Ambulante begeleiding/ woonzorg Wmo Repaircafé Huisraadbank Welzijn AutoMaatje Overig Totaal

Aantal respondenten 12 11 6 4 3 2 21 59

3.2. Financiële situatie Deze paragraaf beschrijft de financiële situatie van respondenten. Bijvoorbeeld of zij kunnen rondkomen, of en hoe de gemeentelijke regelingen daarbij helpen en of zij een aanvullende ondersteuningsbehoefte hebben. De helft van de respondenten kan niet (altijd) rondkomen In totaal blijkt de helft van de respondenten niet iedere maand te kunnen rondkomen. Zo kan 47 procent van de respondenten soms wel en soms niet rondkomen, terwijl één op de tien respondenten maandelijks niet kan rondkomen. De overige 44 procent van de respondenten kan maandelijks rondkomen. Gekeken naar de inkomenssituatie van huishoudens, geven respondenten met een parttimebaan vaker aan dat ze niet (altijd) kunnen rondkomen dan respondenten die fulltime werken of niet werken. De verklaring hiervoor kan zijn dat parttime werken mogelijk te weinig inkomsten genereert. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat een klein(er) aantal uren werken,

18

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

zoals bij een parttimebaan, zorgt niet altijd voor voldoende inkomensstijging om de teruggang van gemeentelijke regelingen te compenseren15. Figuur 3.2.1. Rondkomen (n = 405) Sommige doelgroepen hebben meer moeite met maandelijks rondkomen dan andere doelgroepen. Zo kunnen respondenten tot 66 jaar vaker moeite om rond te kunnen komen dan AOW-gerechtigden. Ook kunnen respondenten die MBO, HBO of Universiteit hebben gevolgd minder vaak rondkomen dan respondenten die alleen basisschool of lager beroepsonderwijs hebben afgerond. Mogelijk wordt dit verklaard doordat gemiddeld een iets hoger percentage van respondenten met deze opleidingsniveaus parttime werken en daarmee mogelijk onvoldoende inkomsten genereren. Tot slot geven huishoudens met thuiswonende kinderen vaker aan dat ze niet (altijd) kunnen rondkomen dan alleenstaanden of paren zonder kinderen.

Kunt u iedere maand rondkomen? 8%

Ja 44%

48%

Soms wel/soms niet Nee

Woonlasten, energiekosten en boodschappen vormen de grootste kostenposten, waardoor respondenten niet altijd kunnen rondkomen Respondenten hebben hun grootste kostenposten gespecificeerd die ervoor zorgen dat zij niet altijd kunnen rondkomen. Op de eerste plaats werden vooral woonlasten zoals de huur of hypotheek (90 respondenten), energiekosten (47 respondenten) of boodschappen genoemd (42 respondenten). Op de tweede plaats noemen respondenten opnieuw energiekosten (58 respondenten) en boodschappen (49 respondenten). Zij noemen echter ook nieuwe kostenposten als zorg: zowel de zorgverzekering als het eigen risico, de aanschaf van hulpmiddelen en tandartskosten (23 respondenten). Verder worden ook algemene verzekeringen en de gemeentelijke belastingen genoemd (respectievelijk 4 en 3 respondenten). Op de derde plaats worden naast de eerdergenoemde vaste lasten (woonkosten, energie, zorgverzekering en boodschappen) vervoerskosten als nieuwe categorie genoemd (8 respondenten). Het gaat dan bijvoorbeeld om reparatiekosten, benzine en openbaar vervoer. Tot slot noemen respondenten enkele kostensoorten die niet binnen de grote categorieën vallen, maar wel meermaals genoemd worden. Het gaat dan om kosten voor kleding, internet, onvoorziene situaties, fietsen, laptop, luiers, schoolkosten en cadeautjes.

De helft van de respondenten heeft minder zorgen over geld door de regelingen De minimaregelingen helpen inwoners bij het rondkomen. Zo geeft de helft van de respondenten aan dat zij minder zorgen hebben over geld (56 procent) omdat ze gebruikmaken van de regelingen (15 procent oneens). De respondenten die minder zorgen hebben over geld door het gebruik van de regelingen, maken veelal gebruik van de energietoeslag (87 procent), de collectieve zorgverzekering (68 procent) en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (44 procent).

15 Of dit inderdaad van toepassing is (oftewel; of er sprake is van een armoedeval), valt op basis van de

huidige onderzoeksresultaten niet te zeggen. Dat vat buiten de scope van dit onderzoek.

19

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Figuur 3.2.2. Ondersteuning vanuit regelingen (n = 261 ~ 319)

Helpen de regelingen u bij het rondkomen? Op welke manier? Eens

Neutraal

Oneens

Door de regelingen heb ik minder zorgen over geld

56%

Door de regelingen kan ik meedoen

29%

43%

Door de regelingen hoor ik erbij

30%

44% 53%

15% 13% 17%

Verder geven respondenten aan dat de regelingen helpen om te kunnen participeren in de samenleving: respondenten kunnen meedoen (43 procent) en horen erbij (30 procent). Voor respectievelijk 13 procent en 17 procent geldt dit niet: deze respondenten geven aan dat de regelingen hen niet in staat stellen om (meer) te participeren of erbij te horen. Opvallend is dat ‘slechts’ de helft van deze respondenten gebruikmaken van het Bijdragefonds Sport en Cultuur voor volwassenen (50 procent). Bij de kindregelingen ligt dit aandeel hoger. Van de ouders die aangeven dat hun huishouden kan meedoen en erbij hoort, maakt de meerderheid gebruik van de participatieregelingen voor kinderen: Stichting Leergeld (71 procent) en de Verjaardagsbox (52 procent). Tot slot valt op dat een derde tot de helft van de respondenten de stellingen met ‘neutraal’ beantwoord. Deze groep respondenten spreekt zich niet duidelijk uit over het effect van de regelingen. Zij maken veelal gebruik van de energietoeslag, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De mogelijkheid bestaat dat deze groep hun kosten beter kan betalen, maar met de huidige ondersteuning nog niet in staat is om maatschappelijk te participeren.

3.2.2. Aanvullende ondersteuningsbehoefte In deze paragraaf komt de aanvullende ondersteuningsbehoefte van respondenten aan de orde. Het gaat om zaken die respondenten op dit moment niet kunnen bekostigen en voor welke kosten zij (extra) ondersteuning zouden willen ontvangen. Respondenten kunnen niet altijd leuke dingen doen of noodzakelijke spullen kopen Respondenten kunnen niet altijd leuke dingen doen (42 procent), noodzakelijke spullen aanschaffen (34 procent) en zorgkosten betalen (22 procent), omdat ze dit niet kunnen betalen. Ook meedoen aan sport/cultuur (18 procent) of andere mensen ontmoeten (13 procent) is niet voor alle huishoudens mogelijk. Bij ‘anders, namelijk’ noemen respondenten wensen voor participatiemogelijkheden zoals een museumjaarkaart, eens uit eten gaan en familie te kunnen bezoeken. Hoewel de gemeente Oldenzaal regelingen aanbiedt voor participatie (Bijdragefonds en Stichting Leergeld), geven respondenten aan dat ze niet altijd voldoende financiële middelen hebben om leuke dingen te doen en/of mee te doen aan sport of cultuur. Respondenten maken dan ook niet altijd gebruik van deze regelingen. Van de respondenten die aangeven dat leuke dingen doen of meedoen aan sport of cultuur vanwege de kosten niet altijd lukt, maakt respectievelijk 38 procent en 32 procent van de respondenten gebruik van het Bijdragefonds.

Hier liggen dus kansen om het Bijdragefonds meer onder de aandacht te brengen.

20

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

Verder biedt de gemeente een collectieve zorgverzekering aan via Menzis. Inwoners hebben daarbij de keuze uit drie aanvullende pakketten waarbij in Garant Verzorgd 3 ook het eigen risico wordt vergoed. Toch geeft een derde van de respondenten aan dat ze zorgkosten niet altijd kunnen betalen (en daarom soms wellicht ook niet naar de huisarts, specialist of tandarts gaan). Van de respondenten die zorgkosten niet altijd kan betalen maakt 68 procent al gebruik van de collectieve zorgverzekering. De collectieve zorgverzekering is goed bekend onder de doelgroep (87 procent, zie figuur 3.1.1.) dus vermoedelijk sluiten de pakketten niet voldoende aan op de zorgbehoefte van inwoners. Figuur 3.2.1. Te hoge kosten (n = 422)

Zijn er dingen die u of uw gezin niet doet, omdat u dit niet kunt betalen? Leuke dingen doen (uitje, abonnement)

42%

Noodzakelijke spullen kopen (kleding, fiets, huishoudelijke apparaten) Zorgkosten betalen (tandarts, medicijnen of ziekenhuisbezoek)

34% 22%

Meedoen aan sport/cultuur

18%

Andere mensen ontmoeten Schoolkosten betalen

13% 4%

Anders

16%

Een derde van de respondenten heeft kosten waarbij zij graag ondersteuning zou krijgen Als de aanvullende ondersteuningsbehoefte specifiek wordt uitgevraagd, geeft ruim een derde van de respondenten aan dat zij kosten hebben waarbij zij graag ondersteuning zouden willen krijgen (38 procent). Figuur 3.2.2. Aanvullende ondersteuningsbehoefte (n = 368) Gevraagd naar de aanvullende ondersteuningsbehoefte, kunnen de antwoorden Zijn er andere kosten van respondenten in een zevental categorieën waarvoor u graag onderverdeeld worden:

ondersteuning wilt krijgen?

•

Participatie Respondenten benoemen hun behoefte aan ondersteuning op het gebied van maatschappelijke participatie. Bijvoorbeeld voor sport, vervoer Ja 38% (regiotaxi, Ov-kaart of fiets), zangkoor, zakgeld voor hun kinderen, laptop en Nee sportkleding (22 respondenten). 62% • Schulden In totaal geven 22 respondenten aan dat ze graag ondersteuning willen krijgen bij hun schulden. De gemeente biedt schuldhulp-verlening aan. Uit de huidige resultaten is niet op te maken of respondenten hier al gebruik van maken of dat de geboden ondersteuning toereikend is. • Energiekosten 21

Gemeente Oldenzaal

•

•

•

•

Versie 1.2

Verder benoemen respondenten dat ze behoefte hebben aan meer ondersteuning in het betalen van de energiekosten (19 respondenten). Daarnaast geeft een enkeling aan dat ze graag ondersteuning zouden willen krijgen bij de aanschaf van zonnepanelen. Gemeentelijke belastingen Een deel van de respondenten geeft aan dat het betalen van de gemeentelijke belastingen lastig is; zij zouden hier graag meer ondersteuning bij willen ontvangen (17 respondenten). De gemeente biedt op dit moment kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen aan tot de inkomensgrens van 100 procent Wsm, maar ook voor huishoudens met een inkomen (net) boven de 100 procent Wsm zijn de gemeentelijke belastingen een grote kostenpost. Zorgkosten Verder geven respondenten aan dat zij meer ondersteuning bij zorgkosten zouden willen (15 respondenten). Zowel bij het bekostigen van de zorgverzekering als bij medische kosten zoals medicatie, hulpmiddelen (bril, gehoorapparaat, steunschoenen), tandartskosten of speciale therapieën. Huishoudelijke apparatuur & witgoed Respondenten geven aan dat ze problemen voorzien wanneer hun wasmachine, koelkast of andere huishoudelijke apparatuur vervangen moet worden (11 respondenten). Ze zouden graag ondersteuning vanuit een witgoedregeling willen hebben.

Dagelijks levensonderhoud Tot slot blijkt dagelijks levensonderhoud zoals boodschappen, benzine en ander huishoudgeld voor respondenten soms lastig te bekostigen. Hierin zouden zij ook graag meer ondersteuning ontvangen (7 respondenten).

22

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

3.3. Aanvragen van regelingen In deze paragraaf staan de ervaringen van respondenten beschreven met het aanvragen van minimaregelingen. Hierbij wordt tevens gekeken naar eventuele verschillen in ervaringen tussen verschillende doelgroepen. De helft van de respondenten weet waar hij moet zijn om een regeling aan te vragen Voor de helft van de respondenten is het duidelijk waar zij moeten zijn om een regeling aan te vragen (47 procent) en snappen zij de informatie die ze krijgen (44 procent). Een kwart van de respondenten is het hier overigens mee oneens. Dit betekent dat een relatief grote groep respondenten de stelling met ‘neutraal’ heeft beantwoord. Van deze groep kan niet worden vastgesteld of ze het eens of oneens zijn met de stellingen 16. Het lukt vier op de tien respondenten om de informatie op de website te vinden, maar 30 procent lukt dit niet. De meeste respondenten hebben hulp nodig bij het aanvragen van regelingen. De helft van de respondenten (48 procent) kan de aanvraag van regelingen niet zonder hulp doen. Een derde lukt dit wel. In totaal vindt 44 procent van de respondenten dat zij voldoende worden geholpen bij de aanvraag. De meerderheid van de respondenten doet de aanvraag voor een regeling het liefst op papier (52 procent) en 30 procent doet dit het liefst online. De ervaringen met het aanvragen van regelingen verschilt per leeftijdscategorie.

Zo geven 18 tot 27-jarigen en 46 tot 67-jarigen vaker aan dat ze weten waar ze moeten zijn dan respondenten in de overige leeftijdscategorieën (27 tot 45 jaar en ouder dan 67 jaar). Daarnaast kunnen respondenten onder de AOW-gerechtigde leeftijd informatie op de website beter vinden dan respondenten van de AOW-gerechtigde leeftijd. Tot slot geven 46 tot 67-jarigen vaker aan dat ze de aanvraag zonder hulp kunnen doen en de informatie snappen die ze krijgen dan respondenten in andere leeftijdscategorieën. Figuur 3.3.1. Stellingen over het aanvragen van regelingen (n = 300 ~ 352)

Aanvragen van regelingen Eens

Neutraal

Oneens

Ik doe de aanvraag het liefst op papier

52%

Ik weet waar ik moet zijn voor een aanvraag

47%

27%

26%

Ik snap de informatie die ik krijg

44%

31%

26%

Ik word voldoende geholpen bij het aanvragen van een regeling

44%

Ik kan de informatie op de website vinden

38%

27%

22%

39% 32%

17% 30%

Ik kan zelf de aanvraag doen zonder hulp

31%

21%

48%

Ik doe de aanvraag het liefst digitaal

30%

22%

48%

Toelichting Respondenten konden een toelichting geven op hun antwoorden. In totaal hebben 167 respondenten van deze gelegenheid gebruikgemaakt. In het kader op de volgende pagina worden enkele quotes weergegeven. 16 Dat een relatief grote groep respondenten de stellingen heeft beantwoord met ‘neutraal’ geldt voor alle

stellingen omtrent het aanvragen van regelingen.

23

Gemeente Oldenzaal

Versie 1.2

‘Als ik vragen heb, vraag ik mijn begeleider. Papier vind ik fijner dan digitaal, want dat kan ik minder goed.’ ‘De aanvraagformulieren zijn niet altijd gemakkelijk om in te vullen.’ ‘Als (hoog)bejaarde ben ik afhankelijk van anderen. Erg veel digitaal. Ik moet dat allemaal laten doen. Ook voor dit onderzoek heb ik hulp gevraagd.’ ‘Ik begrijp de procedures prima, maar ik kan mij voorstellen dat het voor een grote groep niet goed te volgen is.’ ‘Door leeftijd kan ik niet alles meer goed begrijpen en niet alles zelf meer regelen. Ik ben afhankelijk van familie met computer.’ ‘Ik ben niet handig met computers. Ik zou niet weten bij wie of waar ik moet zijn voor bepaalde regelingen.’ ‘Ik weet niet welke regelingen de gemeente heeft voor mij. Ik zou graag benaderd willen worden voor de regelingen waar ik recht op heb.’ ‘Ik zou graag mondeling een aanvraag willen doen.’ ‘Ik vind alles heel complex. Veel regelingen.’ ‘Vroeger kon je met iemand van de VoorzieningenWijzer praten. Die vertelde dan alles wat er mogelijk was. Ik heb begrepen dat die er niet meer is.

Ik mis het overzicht waar ik allemaal recht op heb.’ ‘Waarom al die aanvragen? Het wordt moeilijk gemaakt.’ ‘Waarom krijgt diegene die een uitkering heeft thuis geen hulp om te kijken waar je voor in aanmerking komt? Het blijft een drempel voor veel mensen.’ ‘Voor brieven en aanvraagformulieren heb ik hulp nodig van mijn zoon.’ ‘Soms is het handig dat één persoon zoveel mogelijk voor je regelt. Vaak vergeet je dingen of vul je iets verkeerd in waardoor alles verkeerd loopt.’ ‘Zonder hulp kan ik voor mezelf niets regelen. Ik ben afhankelijk van mijn kinderen en mijn begeleider.’ ‘Niet iedereen heeft internet. De gemeente Oldenzaal houdt daar onvoldoende rekening mee.’ ‘Men zou vanuit de gemeente meer actief de behoeftigen moeten benaderen in mijn opinie.’ ‘Ik weet dat er ondersteuning is voor bijvoorbeeld een kapotte wasmachine, maar daar moet zoveel voor ingevuld worden dat de drempel te hoog is.’ ‘Ik krijg helemaal geen uitkering en weet ook niet of ik hier recht op heb. Graag zou ik hulp willen om te kijken of ik hier wel recht op heb.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12961379/2