CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Vernieuwbouw Stadhuis - Bijlage 2 - Beantwoording vragen fracties

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vernieuwbouw stadhuis12.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Technische aandachtspunten: –

–

–

–

Beglazing plaatsen volgens de geldende richtlijnen: glas rondom vrijhouden en op glasblokjes stellen, en afdichten met geschikt beglazingsrubber of kit (of droogbeglazingssysteem) om spanning in het glas te voorkomen. Zorgen voor ventilatie van de spouw achter buitenbeglazing (bij traditionele plaatsing met glaslatten) om ophoping van condens te voorkomen; ventilatieopeningen in kozijn of glaslatten indien nodig. Voorkom overmatige thermische spanning: bij donkere of zonbelaste ruiten rekening houden met risico op thermische breuk en zo nodig getemperd (gehard) glas toepassen of zonwerende coating. Glaskeuze laten afhangen van de oriëntatie en functie: aan zonnige gevels zonwerend HR+++ glas gebruiken om opwarming te reduceren, aan drukkere straten extra geluidsisolerend glas overwegen. Materialen:

– –

–

–

Isolatieglas: HR+++ triple glas (U ≤ 0,7 W/m²K) met spouw gevuld met edelgas (argon of krypton) en warmte-reflecterende coating. Veiligheidsglas: Gelaagd glas (bijvoorbeeld samenstelling 44.2 of 66.2) toepassen bij risico op doorval (balustrades, puien tot vloerniveau) of bij inbraakgevoelige posities; gehard glas (EN 12150) waar stootvastheid gewenst is. Zonwerend glas: Isolerende beglazing met zonwerende coating (lage g-waarde) en eventueel aangepaste tint, om warmte-instroom te beperken in ruimten met veel zonbelasting. Akoestisch glas: Gelamineerd isolatieglas met speciale geluiddempende folie tussen glaslagen voor extra geluidsisolatie kantoren en spreekruimtes.

29

–

Brandwerend glas: Glas met brandwerendheidsklasse EI30 of EI60 (conform EN 13501-2 classificatie) in brandwerende kozijnen, afhankelijk van de compartimenteringseis ter plaatse.

Uitvoeringseisen: –

Glas spanningsvrij en volgens de NPR 3577 richtlijnen plaatsen: op voldoende steunblokjes (minimaal 2 per ruit, hard kunststof of neopreen) en met vrije speling rondom binnen het kozijn. – Aansluitvoegen tussen glas en kozijn afwerken met een duurzame elastische kitvoeg die UVbestendig en weerbestendig is (buiten) dan wel overschilderbaar (binnen).

30

– Draagvlak voor het glas minimaal 5 mm breed en vrije oplegging aan zijkanten en bovenzijde circa 5 mm, om spanningsconcentraties te vermijden.

35 Natuur- en kunststeen Werkzaamheden: –

– – – – –

Leveren en aanbrengen van elementen van natuursteen of kunststeen voor diverse toepassingen, binnen. Denk aan dorpels, vensterbanken, traptreden of een natuursteenvloer in de entree, volgens afmetingen en details op tekening. Bevestigen van natuursteen- of kunststeenelementen door middel van verlijming (voegof lijmtechniek) binnen. Voorzichtig demonteren en enkele bestaande geveldelen (t.b.v. vergroten van de gevelkozijnen/transparantie). Bestaande natuursteen gevel reinigen. Hermonteren van de aangepaste natuursteen geveldelen. Aanbrengen bestaande gevelelementen aan ophangsysteem. Daar waar mogelijk tegels niet voldoende aanwezig zijn, demonteren van deel tussen fase 1 en 2 en gebruiken in de gevel.

Technische aandachtspunten: –

–

–

–

De keuze van de steensoort binnen (bij natuursteen: soort en afwerking; bij kunststeen: type composiet of prefab) gebeurt in overleg met de opdrachtgever en architect, zodat kleur en textuur aansluiten bij het ontwerp. Natuursteen gevel als bestaand. Zwaar belaste of grote verticale elementen (gevelplaten) onzichtbaar verankeren met pin ankers aan de achterliggende ophangconstructie; kleinere elementen (vensterbanken) kunnen vaak volvlak verlijmd worden met constructielijm. Bij horizontale natuursteen oppervlaktes (buiten entree) altijd afschot van ca. 2% realiseren, zodat water afloopt en niet blijft staan (voorkomen van vochtindringing en vorstschade). Maatregelen nemen om vuilaanhechting en vochtindringing te beperken: bijvoorbeeld door onderling afkitten van de natuursteen. Kiezen voor een ruwe gevuurvlamde tegel bij beloopbaar buitengebruik.

Materialen: –

– – – – –

Natuursteen horizontaal: Diverse soorten mogelijk, o.a. graniet, Belgisch hardsteen (arduin), basalt, marmer – in de gewenste afwerking (gezaagd, gezoet, gepolijst, gevlamd, etc.). Kunststeen: Terrazzo (granito), composietsteen op basis van kwarts of hars, of prefab betonsteen elementen, ter plaatse op maat gemaakt of prefab geleverd. Lijm: Tweecomponenten epoxylijm of polymeerkit die flexibel en vorstbestendig is, geschikt voor het verlijmen van steen op beton/metselwerk. Ankers: RVS steenankers, klemankers of draadeinden met pluggen, ontworpen conform rekenregels (Eurocode) voor het dragen van natuursteen gevelelementen. Ophangsysteem: Aluminium opgang constructie aan bestaande gevel conform opgave leverancier en constructeur. Natuursteen buiten: Bestaande natuursteen geveldelen handhaven.

31

– Uitvoeringseisen: – –

– –

Elementen op maat maken en plaatsen met een maximale maatafwijking/tolerantie van ±2 mm ten opzichte van de opgegeven maatvoering, voor strakke aansluiting. Voegen tussen aangrenzende natuursteen elementen gelijkmatig houden; indien gevoegd met kit of specie, de voeg volledig vullen en afwerken (bij buiten toepassing een geschikt weerbestendig kit gebruiken). Geen directe koudebruggen laten ontstaan: bij gevelbanden of massieve dorpels eventueel thermisch isolerende strips aanbrengen tussen steen en binnen constructie. Vlakheid van gelegde natuurstenen vloeren of bekledingen controleren conform DIN 18202, klasse 2 (strenge vlakheidseis voor representatieve vloeren). Ophangconstructie geveldelen zo ontwerpen dat koudebruggen worden voorkomen.

36 Voegvulling (afdichtingskitten) Werkzaamheden: –

–

Leveren en aanbrengen van elastische voegvullingen (kitvoegen) en andere afdichtingsmiddelen in aansluitvoegen, dilatatievoegen, sanitaire ruimtes en rondom gevelelementen volgens de detailleringen. Toepassing van kitvoegen zowel binnen als buiten, inclusief het reinigen en primen van de ondergronden, het plaatsen van een rugvulling (rugschuim) en het netjes afstrijken van de kitnaden.

Technische aandachtspunten: –

–

–

De keuze van het voegmateriaal (kit) afstemmen op de specifieke omstandigheden: ondergrond (bijv. beton, hout, glas, metaal, tegels), mate van beweging in de voeg (krimp/zetting), UV-belasting (buiten) en vochtbelasting. Compatibiliteit van de primer en kit met de ondergronden controleren; verschillende materialen (bijv. aluminium kozijn en gemetselde gevel) kunnen elk hun eigen primer vereisen voor optimale hechting. Let op voldoende bewegingscapaciteit van de kitvoeg (rekbaarheid) en goede hechting aan beide zijden, om gedurende de levensduur de werking (uitzetten/krimpen) van materialen op te vangen zonder scheuren of loslaten.

Materialen: –

–

–

Afdichtkit: Hoogwaardige kit, bijv. op basis van MS-polymeer, polyurethaan (PU) of siliconen, geschikt voor het toepassingsgebied (binnenkit vaak overschilderbaar, buitenkit UV- en weersbestendig). Rugvulling: Rondschuim van polyethyleen (PE) met gesloten celstructuur, in de juiste diameter om de voeg op diepte te ondersteunen en driepuntshechting van de kit te voorkomen. Primer: Indien door fabrikant voorgeschreven, een primer passend bij de kit en ondergrond (bij poreuze ondergronden vaak primer voor betere hechting).

Uitvoeringseisen: –

Voegdiepte en voegbreedte op elkaar afstemmen afhankelijk van de dilatatiefunctie; als vuistregel een diepte:breedte verhouding van circa 1:2 (diepte ongeveer de helft van de breedte, tenzij fabrikant anders voorschrijft).

32

– –

– –

Binnen aangebrachte kitvoegen (bijv. sanitaire ruimtes) moeten overschilderbaar zijn als dat onderdeel is van de afwerking, of anders in passende kleur worden uitgevoerd; buitenkit in kleur passend bij gevel of kozijn. Kitvoegen voor buitengebruik moeten UV- en ozonbestendig zijn en niet aantasten/verkleuren door weersinvloeden. Bewegingsopname van de kitvoeg minimaal 25% van de voegbreedte, getoetst volgens NEN-EN-ISO 11600 (classificatie van kit, bijv. 25LM/25HM).

37 Na-isolatie Werkzaamheden: –

Aanbrengen van aanvullende thermische isolatie op of in bestaande bouwdelen (gevels, vloeren en plafonds) om te voldoen aan hedendaagse isolatienormen.

Technische aandachtspunten:

–

Voorkom koudebruggen door de isolatielaag zo volledig mogelijk door te laten lopen; bij onderbrekingen (bijv. funderingsranden, balkondoorvoeren) voorzien in thermische onderbrekingen of extra isolatie. Let op de brandklasse van het isolatiemateriaal en de luchtdichtheid na isolatie.

Materialen: – – –

Gevelisolatie op bestaand metselwerk: PIR /EPS isolatie op bestaande metselwerkgevels lijmen welke worden voorzien van steenstrips. Dampremmende tape: afgedichte naden en randen (met tape). Bevestigingsmiddelen: speciale isolatiepluggen voor mechanische bevestiging (bij gevelplaten); materialen conform het systeem van de fabrikant.

Uitvoeringseisen: – – –

Na-isolatie moet resulteren in minimaal Rc = 6,3 m²K/W voor gevels (verhoogde isolatiewaarden in verband met Paris Proof). Verwerking van isolatiemateriaal alleen bij geschikte temperatuur en weersomstandigheden, en volgens de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Zorg dragen voor een vlakke en stabiele afwerking van de vloerisolatie alvorens de eventuele afwerkvloer of vloerbedekking te plaatsen; geen losliggende delen.

38 Screens / Zonwering Werkzaamheden: – – –

Leveren en monteren van buitenzonwering in de vorm van screens, bevestigd aan of rondom de gevelkozijnen van het gebouw alleen ter plaatse van de voorgevel. Aansluiten van de elektrische bedieningsmotoren van de screens op de aanwezige elektra (voorzien van bekabeling naar motorpunten en schakelaar of domoticasysteem). Integratie van de zonwering in het centrale gebouwbeheersysteem of domotica (voor automatische sturing op zonintensiteit, wind en tijd).

33

– Technische aandachtspunten: – –

–

–

De wijze van bevestigen van de zonwering (kozijnmontage) wordt afgestemd met de kozijnleverancier. Bij voorkeur een verholen (onzichtbare) montage toepassen, bijvoorbeeld de cassette geïntegreerd in de dagopening of strak tegen het kozijn, zodat het gevelaanzicht zo min mogelijk verstoord wordt. Controleer de positie van het screendoek in uitgerolde stand ten opzichte van uitstekende delen van de gevel (vensterbanken, luifels e.d.) om te voorkomen dat het doek ergens tegenaan schuurt of vastloopt. Houd rekening met de bereikbaarheid voor onderhoud: bijvoorbeeld demontabele kappen of luiken in de koof om later de motor of doek te kunnen vervangen.

Materialen: –

–

–

–

Doek: Screenweefsel van glasvezel met PVC-coating, UV-gestabiliseerd en dimensioneel stabiel, kleur volgens keuzepalet (doorgaans grijstinten) met een bepaalde openingsfactor voor zicht naar buiten. Kast en geleiders: Geëxtrudeerd aluminium onderdelen (cassette en zijgeleiders), van een poedercoating voorzien in een RAL-kleur naar keuze (corrosievrij en onderhoudsarm). Bediening: Elektrische buismotor 230V in de oprolbuis van het screen geïntegreerd, met afgestelde eindposities. Bediening middels een wandschakelaar of draadloze afstandsbediening, afhankelijk van specificatie. Automatisering: Een gecombineerde wind- en zonautomaat sensor, en integratie op KNX- of DALIsysteem voor centrale aansturing. Sturingseenheden in de meterkast of gebouwbeheersysteem aangesloten.

34

Uitvoeringseisen: –

–

–

–

Screeninstallatie bestand tegen windbelasting: minimaal klasse 2 volgens EN 13561 (windkracht circa 5 Beaufort) voor standaard hoogtes; voor hogere gevelzones of windrijke locaties toepassen tot klasse 3. De kleur en textuur van de screenkasten en doeken dienen in overleg met de architect te worden gekozen, zodat deze harmoniëren met de gevel (esthetisch aspect in aanbesteding voorgelegd). De gehele zonweringsinstallatie moet onderhoudsarm zijn: gebruik van corrosiebestendige materialen en degelijke lagers, zodat periodiek onderhoud minimaal is. Tijdig zorgen voor de aanwezigheid van stroomvoorziening bij elk screen: de elektrotechnisch installateur dient leidingen en centraaldozen op de juiste plek te hebben aangebracht voorafgaand aan de montage.

40 Stukadoorswerk Werkzaamheden: –

–

–

Verrichten van stukadoorswerk op binnenwanden als voorbereiding voor de eindafwerking (schilderen of behangen). Alle wanden die in het zicht komen vlak en strak afpleisteren volgens klasse B voor gipswanden en plafonds en Groep 1 voor harde oppervlaktes zoals beton en metselwerk. Waar ondergronden zeer oneffen zijn, deze vooraf uitvlakken of egaliseren voordat de eigenlijke pleisterlaag wordt aangebracht, zodat een gelijkmatige dikte en hechting is verzekerd. In natte ruimtes (toiletten, douches) bij voorkeur cementgebonden pleister toepassen in plaats van gipspleister, om vochtbestendigheid te garanderen.

Technische aandachtspunten: –

–

–

Voordat gestart wordt, dient de ondergrond te worden gecontroleerd: deze moet droog, schoon, stabiel en vrij van stof of loszittende delen zijn. Eventueel eerst een hechtprimer of voorstrijk gebruiken op sterk zuigende of gladde ondergronden. Duidelijke afspraak maken over het opleveringsniveau van het stucwerk: standaard is klasse B / Groep 2 (glad maar met lichte imperfecties toegestaan buiten kijklicht), voor representatieve zichtvlakken klasse A / Groep 1 (zeer glad, vlak, geschikt voor strijklicht) volgens afwerkingsniveaudefinitie. Op buitenhoeken hoekbeschermers/hoekprofielen inbedden voor strakke, stootvaste hoeken. Bij overgangen tussen verschillende ondergronden of bij grote oppervlakken wapeningsweefsel in de pleister opnemen om scheurvorming te voorkomen (bijv. over stucnaden, boven deuren).

Materialen: – – –

Gipspleister: Universele gipsmortel (hand- of spuitgips) voor binnenwanden in droge ruimten. Cementpleister: Cementgebonden pleistermortel (bijv. zand-cement) voor gebruik in vochtige ruimten of op vochtige ondergronden. Voorstrijk / hechtmiddel: Indien vereist, een hechtbrug voor glad beton (betoncontact) of voorstrijkmiddel op poreuze muren om zuiging te verminderen en hechting te verbeteren, conform productadvies.

35

– Uitvoeringseisen: –

–

–

Gemiddelde laagdikte van de pleisterlaag variërend van ca. 5 mm tot 15 mm, afhankelijk van ondergrond en gewenste afwerking. In meerdere lagen werken als grotere diktes opgebouwd moeten worden (onderlaag + afwerklaag). Pleisterwerk gecontroleerd laten drogen: voorkomen van snelle uitdroging door tocht of directe hitte (anders kans op scheurvorming). Indien nodig nathouden of geleidelijk ventileren. Krimpvrij en egaal uitharden: indien dikke lagen worden aangebracht eventueel in twee gangen werken of gebruikmaken van krimparm materiaal, zodat na uitharding geen scheurvorming optreedt.

41 Tegelwerk Werkzaamheden: – –

Leveren en aanbrengen van wand- en vloertegels in daarvoor bestemde ruimten zoals sanitaire groepen (toiletten, doucheruimtes), entreegebieden en pantry/keukenruimtes. Aanbrengen van benodigde hoekprofielen bij uitwendige hoeken en dilatatieprofielen/voegen op de aangegeven plaatsen in het tegelwerk, volgens de tekening en detailafspraken.

Technische aandachtspunten: –

–

–

–

De ondergrond voor het tegelwerk dient droog, voldoende vlak en dragend te zijn. Als de ondergrond oneffen is of scheuren vertoont, deze eerst egaliseren of herstellen voordat er betegeld wordt, om holle ruimtes onder tegels te vermijden. Zowel wandtegels in natte cellen als vloertegels dienen volvlak verlijmd te worden (100% dekkingsgraad van de lijm), met name in doucheruimtes om wateronderloop en plakverlies te voorkomen. Voegen waterdicht en soepel afgewerkt: in natte ruimtes waterdichte voegmortel of epoxyvoeg toepassen en in hoekaansluitingen sanitairkit. Voegen afstemmen op de verwachte belasting en reinigingsmiddelen (bij intensieve schoonmaak chemisch bestendige voeg gebruiken). Uitvoeringspatroon (tegelverband) volgens bestek: halfsteens, recht, diagonaal of wildverband, afgestemd met de architect. Tegels zorgvuldig uitzetten zodat snijstukken op logische/plintniveau posities komen (symmetrie in het vlak nastreven).

Materialen: –

–

–

–

Wandtegels: Keramische tegels, bijv. geglazuurd wit of in kleur, in gangbare formaten (30x60 cm). Keuze conform afwerkstaat, met harde glazuur voor onderhoudsgemak. Stelpost voor de wandtegels is € 45,- / m2. Vloertegels: Slijtvaste ongeglazuurde of matglazuur keramische tegels (gres of porcellanato), met antislipwaarde minimaal R10 (mogelijk R11 in douchevloeren) voor veiligheid. Dikte meestal 8-10 mm afhankelijk van type. Stelpost voor de vloertegels is € 65,- / m2. Tegellijm: Flexibele cementgebonden poederlijm, classificatie C2TE S1 volgens EN 12004 (verbeterde hechting, verlengde open tijd, vervormbaar), geschikt voor zowel wand als vloer. Voegmiddel: Fijn voegmiddel, klasse CG2 WA conform EN 13888 (verhoogde hardheid, waterafstotend en schimmelwerend), kleur in overleg (veelal grijs of cementkleur op vloer, wit/licht op wand).

36

– –

Kitvoegen: Sanitair siliconenkit (fungicide, schimmelwerend) in hoekaansluitingen en rondom sanitair, kleur afgestemd op tegelwerk (transparant, wit of grijs doorgaans).

Uitvoeringseisen: –

– –

–

Voegbreedte: Wandtegels in principe smal gevoegd, ca. 2–3 mm; vloertegels ca. 3–5 mm, tenzij anders gespecificeerd (bij grootformaat tegels mogelijk breder). Gebruik kruisjes of levellingsysteem voor gelijkmatige voegbreedte. Inloopdouches en natte vloeren uitvoeren met afschot van minimaal 1:100 (1 cm per 1 m) richting de vloerafvoer, om water goed te laten wegstromen zonder plassen. Vlakheid van het betegelde oppervlak controleren en voldoen aan DIN 18202 toleranties; geen uitstekende hoeken of kuilen. Oneffenheden op tijd corrigeren (evt. tegel na kloppen vervangen als dieper ligt). Tegelwerk opleveren schoon en droog, met cementsluier verwijderd en voegen goed uitgehard. Beschadigde tegels of onvolkomenheden zijn niet acceptabel en moeten vervangen/hersteld worden.

42 Dekvloeren Werkzaamheden:

–

Aanbrengen van nieuwe dekvloeren (cementdekvloer) op de bestaande draagvloeren, als ondergrond voor de uiteindelijke vloerafwerking (bijvoorbeeld tapijt, PVC, tegels). Uitgangspunt is dat er in het hele gebouw nieuwe zwevende dekvloeren komen. Niet-hechtende zwevende dekvloeren op isolatie, afhankelijk van de situatie per ruimte (geluidsisolatie, vloerverwarming, etc.).

Technische aandachtspunten: –

–

–

Controle van de ondergrond (bestaande constructievloer): deze moet scheurvrij, voldoende draagkrachtig en vrij van stof en vet zijn voordat de dekvloer wordt aangebracht. Bij zwevende dekvloeren langs alle opstanden en wanden randstroken plaatsen (stroken van foam of isolatie) om direct contact te voorkomen in het kader van contactgeluidsisolatie en om spanningen (uitzetting) op te vangen. Afspraken maken over de droogtijd en afbindtijd: duidelijk aangeven wanneer de dekvloer beloopbaar is en wanneer deze voldoende droog is voor het aanbrengen van de vloerbedekking, om schade door te vroeg belasten te voorkomen.

Materialen: –

–

– –

Cementdekvloer: Traditionele zand-cementvloer, bijvoorbeeld kwaliteitsklasse C20-F4 (druksterkte 20 N/mm², buigtrek 4 N/mm²). Eventueel gebruik van sneldrogende cementmortel om wachttijd te verkorten. Akoestische onderlaag: Bij zwevende dekvloeren toepassen van een veerkrachtige isolatielaag (bijvoorbeeld rubber- of polystyreenvezelmat) met een geluidsreductie van minimaal ΔLw ≥ 10 dB voor contactgeluid. Randisolatie: Stroken van schuim of vilt langs randen van vloeren (circa 5-10 mm dik) om geluidbruggen te vermijden en krimpruimte te bieden. Wapening: Indien vereist, toevoegen van wapening: staalvezels in de mortel of een net (kunststof of staal) bij grotere overspanningen of belasting om scheurvorming te beheersen.

37

– Uitvoeringseisen: – – –

–

Opgeleverde dekvloer moet voldoen aan vlakheid klasse 2 volgens NEN 2747: maximaal 4 mm afwijking over 2 m. Ongelijkmatigheden direct na afreien wegwerken. De druksterkte van de dekvloer bij volledige uitharding minimaal 20 N/mm² en buigtreksterkte minimaal 4 N/mm² (volgens specificatie C20-F4 of CA-C20-F5). Rondom kolommen, dilatatieprofielen en bij grote oppervlaktes dilatatievoegen aanbrengen in de dekvloer conform dilatatieplan om ongecontroleerde scheuren te voorkomen. Voor het plaatsen van de definitieve vloerafwerking controleren of het restvochtgehalte van de dekvloer voldoende laag is: maximaal ~2,0 gewichts% bij cementgebonden dekvloer,

44 Wanden en Plafonds Werkzaamheden: –

– –

Leveren en plaatsen van systeemwanden, geïsoleerde voorzetwanden t.p.v. de gevels en scheidingswanden binnenshuis, alsmede het aanbrengen van verlaagde plafonds, volgens de nieuwe indeling van het gebouw (kantoorindeling, vergaderruimtes, gangen). Uitvoeren van verschillende wandtypes: metalstud gipswanden en vaste glaswanden voor transparante afscheidingen waar gewenst. Aanbrengen van systeemplafonds (bijv. mineraalvezelplaten in een raster) in kantoren en gangen (inclusief sparingen voor verlichting, luchtroosters, sprinkler, etc.).

Technische aandachtspunten:

38

–

–

–

De keuze van ieder wandsysteem afstemmen op de functie: zo moeten wanden tussen kantoren een bepaalde geluidsisolatie bieden, wanden rond trappenhuizen brandwerend zijn, en eventueel moeten sommige wanden demontabel zijn voor toekomstige wijzigingen. Akoestische eisen zijn cruciaal: zorg dat gesloten kantoorscheidingswanden voldoende luchtgeluidsisolatie (hoge Rw-waarde) hebben en dat plafonds in open kantooromgevingen voldoende geluidsabsorptie bieden om nagalmtijd te beperken. Houd rekening met integratie van installaties in wanden en plafonds: positie van elektrapunten, wandcontactdozen, lichtarmaturen, ventilatieroosters en kabelgoten moet in de systeemplafonds en -wanden opgenomen worden zonder de prestaties (brand, geluid) significant te beïnvloeden.

Materialen: –

–

–

–

Metalstud binnenwanden: Opgebouwd uit verzinkte stalen U/C-profielen, dubbelzijdig bekleed met gipskartonplaten (diktes 2x12,5 mm) en gevuld met minerale wol voor isolatie. Afwerking gereed voor schilderen of behangen. Glazen wanden: Volglas scheidingswanden met gelaagd veiligheidsglas voorzien van akoestische folie, geplaatst in slanke aluminium profielen boven- en onderaan (en eventueel verticaal), met transparante of matte folies waar privacy nodig is. Hang wanden: boven de glazen wanden bandrasters met akoestische afwerking toepassen og het vervaardigen van zogenoemde hangwanden tot bouwkundig plafond. Dikte en samenstelling afhankelijk van geluidseis. Plafondsystemen: o Systeemplafond: Draagconstructie van T-profielen met daarin modulaire plafondplaten van mineraalvezel, zachtboard of gipsvinyl, formaat meestal 60x60 cm of 60x120 cm. o Gipsplafond: Draagconstructie van C en U profielen waarop gipsplaten worden bevestigd. Type en aantal platen afhankelijk van al dan geen brandwerendheid.

Uitvoeringseisen: –

–

–

–

Geluidsisolatie wanden: Realiseer Rw ≥ 40 dB voor scheidingswanden tussen normale kantoren; Rw ≥ 47 dB voor vergaderkamers; en Rw ≥ 52 dB voor concentratie- of stiltewerkplekken, door juiste wandopbouw (bijv. dubbele beplating, verzwaarde platen, dubbele spouw). Brandwerendheid: Waar van toepassing (bij compartimentgrenzen, trappenhuiswanden) wanden realiseren met een brandwerendheid van EI60, d.w.z. 60 minuten brandwerend, met gecertificeerde systemen (gipsplaten, steenwol en kit voor doorvoeren conform testcertificaten). Akoestische absorptie panelen: In open centrale hal een akoestisch paneel toepassen die een absorptiewaarde α_w ≥ 0,65 hebben om nagalm te dempen. Eventueel aangevuld met baffles of andere absorptiepanelen bij grote ruimten. Zorg voor nette aansluitingen: wanden goed laten aansluiten tegen plafonds en vloeren.

45 Afbouwtimmerwerk Werkzaamheden: –

Leveren, vervaardigen en monteren van diverse aftimmeringen ter afronding van het interieur, waaronder:

39

– Vensterbanken, plinten, dagkanten en koofconstructies; o Omkastingen van leidingen, kabelgoten en installaties; o Betimmeringen van wanden, kolommen en plafondranden; o Demontabele omkasting bij regelkleppen en technische componenten. Afbouwtimmerwerk wordt uitgevoerd volgens maatvoering en detaillering op tekening, afgestemd op het esthetisch en functioneel ontwerp. o

–

Technische aandachtspunten: –

–

Afstemming van het gebruik van het juiste materialen in combinatie met de ondergronden (metselwerk, gips, beton) en afwerkingen zo maken dat deze in het concept vallen. Zorgvuldige detaillering bij aansluitingen met vloeren, wanden, plafonds en kozijnen. Toepassing van materialen in vochtige ruimten dient in vochtbestendige materialen uitgevoerd te worden.

Materialen: – – – –

MDF vochtwerend V313 : te gebruiken voor plinten uitvoeren als PEFC-gecertificeerd. Multiplex WBP: uitgaande van 18 mm voorgegronde meranti multiplex voor het in zicht blijvende aftimmeringen voor koven en dagkant aftimmeringen HPL: afgewerkt voor koofconstructies of zichtwerk welke een hoog afwerkingsniveau hebben. Bevestiging: schroeven, nagels, clips, lijm of combinatie, onzichtbaar waar mogelijk.

Uitvoeringseisen: –

–

– –

Al het timmerwerk dient maatvast en haaks te zijn uitgevoerd. Indien er rondingen van toepassing zijn dient hier een geëigend materiaal voor worden toegepast. Denk hierbij aan buigzaam multiplex. Toleranties van het timmerwerk overeenkomstig NEN 2768. Alle afwerkingen dienen vooraf gegrond te zijn en na bevestiging dienen de bevestigingspunten geplamuurd te zijn zodat de aftimmeringen klaar voor schilderen, lakken of direct gebruik (afhankelijk van specificatie) zijn. Er dient rekening te worden gehouden met de te gebruiken materialen indien deze in een vluchtweg worden toegepast. Brandklasse B-s2,d0 is het uitgangspunt. Afneembare delen bij technische installaties of regelkleppen dienen middels magneten of clips gedemonteerd kunnen worden..

46 Schilderwerk Werkzaamheden: –

– – –

Uitvoeren van schilderwerk aan binnen- en buitenelementen van het gebouw, waaronder: ▪ Binnen: wanden, plafond centrale hal, kozijnen, deuren, plinten, betimmeringen; ▪ Buiten: stelkozijnen en binnenzijde buitenkozijnen; Grond-, voor- en aflaklagen aanbrengen volgens voorgeschreven verfsysteem; Herstel en voorbehandeling van ondergronden vóór het aanbrengen van verflagen. Schilderwerk wordt uitgevoerd conform verftechnisch advies en kleurontwerp van de architect.

40

– Technische aandachtspunten: – – –

–

Ondergronden dienen draagkrachtig, schoon, droog en vrij van vet of stof te zijn; eventueel schuren, plamuren en voorstrijken. Bij buitenschilderwerk rekening houden met weersomstandigheden (geen neerslag, temperatuur ≥10 °C, RV <80%); Schilderwerk in natte ruimtes (toiletten, doucheruimtes) dient waterafstotend en schimmelbestendig te zijn; Aansluitingen tussen schilderwerk en andere bouwdelen (kitnaden, kozijnen) dienen strak en sluitend te zijn afgewerkt.

Materialen: Binnenverf: watergedragen acrylaatverven (muurverf, lak), klasse 1 reinigbaarheid volgens EN 13300; – Buitenverf: alkydhars- of hybride verfsystemen met hoge weersbestendigheid, minimale levensduur 6 jaar (buitengebruik); – Grondverf: universele primer afgestemd op ondergrond (hout, metaal, kunststof); – Kit: overschilderbare acrylaatkit of siliconenkit (schimmelwerend) voor randafwerking; – Eventueel: 2K epoxy- of PU-verf voor intensief belaste zones (bijv. trappenhuizen, technische ruimten). Uitvoeringseisen: –

–

– – – –

Verfsystemen dienen minimaal te bestaan uit: ▪ 1 laag grondverf/primer; ▪ 2 lagen dekkende afwerking (kleur volgens RAL- of NCS-code); Dekkend eindresultaat zonder zichtbare strepen, blaasvorming, kraters of schaduwplekken; Kleurkeuze in overleg met architect en opdrachtgever, inclusief glansgraad (mat, zijdeglans, hoogglans); Binnen ≥5 jaar en buiten ≥6 jaar onderhoudsvrij, conform duurzaamheidsgarantieklasse D; Verf dient VOC-arm (volatiel organisch component) te zijn en voldoen aan milieuklasse A+.

48 Behang en Vloerbedekking Werkzaamheden: Aanbrengen van wandafwerking (behangsystemen) en vloerafwerkingen in binnenruimten zoals kantoren, vergaderruimtes, verkeerszones en toiletruimten. Dit omvat: – – – –

Glasvliesbehang of projectbehang op wanden; Vloerafwerkingen zoals tapijttegels, PVC-stroken, linoleum, tegels of rubbervloer; Aanbrengen van plinten, overgangsprofielen en randafwerkingen; Egaliseren van de ondergrond waar nodig, inclusief vochtschermen of primers.

Technische aandachtspunten: –

Ondergrondcontrole: wanden en vloeren dienen vlak, droog, stof- en vetvrij te zijn. Voorstrijken of egaliseren waar noodzakelijk.

41

– – – –

Wandafwerking dient naadloos, strak en zonder luchtbellen te worden aangebracht, met aandacht voor aansluitingen rond deuren en kozijnen. Vloerafwerking dient geschikt te zijn voor intensief gebruik (klasse 33), met voldoende slipweerstand en geluidsdemping (ΔLw ≥ 17 dB in kantoren). Brandreactieklassen van materialen conform vluchtroute-eisen.

Materialen: –

–

Behang: o Glasvliesbehang (gramgewicht ≥ 180 g/m²), met afwasbare of overschilderbare coating; o Projectbehang met print (vliesdrager of textielrug), vlamvertragend (B-s1,d0); o Behanglijm: op cellulosebasis of dispersielijm geschikt voor zuigende ondergronden. Vloerafwerking: o Tapijttegel: Projecttapijt tegels (velours, luspool), brandklasse Cfl-s1; o PVC: Heterogene PVC-stroken of tegels, toplaag ≥ 0,7 mm, slipweerstand R10; o Linoleum: Natuurlijk materiaal (≥ 2,5 mm dik), bacteriostatisch, geschikt voor intensief gebruik; o Rubbervloer: Slijtvaste rubbertegels of banen, anti-slip, geschikt voor trappen of natte ruimten; o Keramische tegels: afmeting in nader overleg, slipweerstand minimaal R10; o Lijm: Dispersielijm of PU-lijm afhankelijk van vloerafwerking en ondergrond (inclusief primer indien nodig); o Plinten: PVC of MDF plinten, in kleur afgestemd op wand of vloer.

Uitvoeringseisen: – – – –

Wandafwerking dient strak, zonder zichtbare naden of luchtbellen te worden aangebracht; Overgangen tussen wand- en vloerafwerking voorzien van strakke plint, zonder openingen; Vloerafwerking dient vlak, strak en spanningsvrij te liggen (NEN 2747 klasse 2: max. 4 mm afwijking op 2 m); Behang en vloerbedekking in vluchtroutes en verkeerszones voldoen aan:

42

o Wandafwerking: brandklasse minimaal Bs1,d0;

–

o Vloerafwerking: brandklasse minimaal Cfls1; Vloerbedekking stofvrij opleveren, restmateriaal afvoeren of op locatie opslaan t.b.v. onderhoud.

80 Liftinstallatie Werkzaamheden: Leveren, monteren, testen en bedrijfsklaar opleveren van een complete personenliftinstallatie, geschikt voor rolstoelgebruik, brancardtransport en toegankelijkheid conform de eisen van het gebouw. Deze lift is gesitueerd in de centrale hal. De installatie omvat: – – – –

Liftkooi met automatische deuren en signalering; Machinekamerloze elektrische aandrijving (MRL); Liftafwerking, besturing, verlichting, ventilatie en intercom; Liftaansluitingen op gebouwinstallaties (elektra, brandmeld, noodstroom).

De lift wordt geplaatst in een nieuwe glazen liftschacht, afgestemd op de bouwkundige en functionele specificaties van het project. De bestaande lift wordt gemoderniseerd en voorzien van een nieuwe personen goederenlift met spindelwerking aandrijving. Specificatie voor deze lift nader af te stemmen. Technische aandachtspunten: – – – – –

Lift centrale hal geschikt voor rolstoelen en brancards: vrije kooi-afmeting min. 1100 x 2100 mm, vrije deuropening 2 zijdig min. 900 mm; Besturingspanelen op gebruiksvriendelijke hoogte (max. 1100 mm boven vloer) en voorzien van voelbare knoppen, braille en akoestisch signaal; Integratie met brandmeldinstallatie en noodstroomvoorziening voor veilige ontruiming; Rijstabiliteit, deurbediening en geluidsemissie in overeenstemming met comfortklasse A of B volgens ISO 18738. Liftschacht vervaardigen uit een staalconstructie welke voorzien wordt van glazen wanden

Materialen: Liftkooi: – – – – –

Wanden: glazen wanden voorzien van roestvast staal (RVS) geborsteld bedieningspaneel; Vloer: rubber, antislip PVC (slijtvast, onderhoudsarm); Plafond: voorzien van LED-verlichting, ventilatie en noodverlichting; Leuningen: RVS rond profiel, op 900 mm hoogte gemonteerd; Bedieningspanelen: vandalismebestendig RVS met tactiele en brailletoetsen.

43

Installatiedelen: – – –

Aandrijving: frequentiegeregelde tractie-aandrijving (MRL), energiezuinig (klasse A); Deuren: automatisch schuivend, met lichtgordijn; Besturing: microprocessorgestuurde besturing met groepsregeling indien van toepassing; – Intercom: tweezijdige spreek-luisterverbinding gekoppeld aan gebouwbeveiliging.

Uitvoeringseisen: – – – –

Lift conform lifttype 2 of 3 volgens NEN-EN 81-70 (toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en brancardvervoer); Rijstabiliteit volgens ISO 18738: comfortklasse A of B (trillingsarm en stil); Energieklasse A (standby en actief) volgens ISO 25745-2; Montage volgens voorschrift fabrikant; test- en keuringsrapporten overleggen vóór ingebruikname; – Uitrusting voorzien van CE-markering en conformiteit met Machinerichtlijn en Liftrichtlijn.

44

Bijlage B: Advies Welstandscommissie

gemeentelijke adviescommissie College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Oldenzaal Afdeling Publiekszaken Postbus 354 7570 AJ Oldenzaal Zwolle, 17 september 2025 Ons Kenmerk: V12933-2025 Uw Kenmerk: 20250331 00781 Betreft: renoveren van het stadhuis Adres: Ganzenmarkt 1 Inlichtingen bij: Endrie Nijhuis

Geacht college, Bovengenoemde adviesaanvraag voor het renoveren van het stadhuis is op 20 augustus 2025 vooruitlopend op de indiening van een definitief plan voor advies binnengekomen. De gemeentelijke adviescommissie heeft al eerder advies uitgebracht onder nummer V12047-2025. BEOORDELINGSKADER De gemeentelijke adviescommissie adviseert op grond van de Omgevingswet en het gebied ‘Stadscentrum’ in de welstandsnota van de Gemeente Oldenzaal. Bij de beoordeling van het plan heb ik tevens betrokken dat het bestaande gemeentehuis als karakteristiek is aangemerkt in het recent vastgestelde bestemmingsplan Cultuurhistorische Waarden Binnenstad Oldenzaal. Bij de overweging is met name het volgende specifieke criterium van belang: − Bij verbouw en renovatie behouden van de oorspronkelijke gevelopbouw, karakteristieke details en kenmerkende ornamentiek. BEVINDINGEN Het ontwerp is gewijzigd. De kenmerkende en beeldbepalende gevel aan de zijde van de Ganzenmarkt blijft grotendeel behouden. De geveldelen worden vanaf de binnenzijde geïsoleerd. De latere, en minder beeldbepalende geveldelen worden vanaf de buitenzijde geïsoleerd. Dat is goed mogelijk en daarmee wordt in principe voldaan aan het welstandsbeleid. Zoals ook in het vorige advies is aangegeven, zijn binnen het oorspronkelijke gevelconcept transformaties mogelijk om het gebouw weer bij de tijd te brengen.

In de huidige plannen worden door de architect onder andere de volgende aanpassingen voorgesteld: 45

-

het opener maken van de plint, zodat het gebouw met name op straatniveau, een representatievere uitstraling krijgt; het toevoegen van eigentijdse gevelelementen, op basis van de oorspronkelijke accenten in de gevels; het toevoegen van een luifel;

-

een herinrichting van een deel van de Ganzenmarkt, op een groene en natuurinclusieve wijze. Voor de zonnewering wordt nog naar een oplossing gezocht. Dit lijkt op zichzelf goed te integreren in het voorliggende concept.

Op hoofdlijnen kan op grond van het welstandbeleid met de aanpak worden ingestemd en ik ga er daarbij ook van uit dat deze voldoende invulling geeft aan de opgave van de gemeente. De voorgestelde transformaties sluiten grotendeels aan bij de gewaardeerde kwaliteiten van de gevel, maar behoeven nog wel nadere detailuitwerking op een hoogwaardig kwaliteitsniveau dat recht doet aan het stadhuis en de maatschappelijke betekenis hiervan. Ik wil met name ook aandacht vragen voor de uitstraling van de transparante plint in relatie tot het oorspronkelijke gevelconcept, voor de uitstraling van de luifel en op welke wijze de aanpassingen en toevoegingen met elkaar een consequent architectonisch concept vormen. Een zorgvuldig mee-ontworpen herinrichting van een deel van de Ganzenmarkt heeft een positieve invloed op de beleving van het Stadhuis. Ook dit onderdeel behoeft in de uitwerking nadere aandacht. Tot slot merk ik op dat het balkon een onderscheidend onderdeel is van het stadhuis ten opzichte van panden met een andere functie. Daarnaast is het kenmerkend voor het oorspronkelijke gevelontwerp. Het ligt om deze reden niet voor de hand om de balkonfunctie geheel weg te halen. Het bovenstaande is ook op het welstandsspreekuur van 18 augustus besproken. CONCLUSIE Het ingediende plan voldoet in dit stadium van de planontwikkeling op hoofdlijnen aan redelijke eisen van welstand.

Bij de uitwerking wordt met name nog wel aandacht gevraagd voor de te transformeren onderdelen. TOT SLOT Een nadere uitwerking wordt tegemoet gezien.

Hoogachtend, namens de gemeentelijke adviescommissie

ir. E.H.G. Nijhuis, stadsbouwmeester Pagina 2 van 2

46

Bijlage C: Reactie Cuypersgenootschap

47

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16361410/1