07. Kadernota 2024 - bijlage Kadernota 2024 - versie na PF
Tekst van het document
Jaar 2021 2022 2023 Correctie vorige jaren 2024 Totaal
CEP 2022 1,80% 4,10% 2,30%
CEP 2023 2,20% 5,10% 5,90%
Verschil +0,40% +1,00% +3,60% +5,00%
8,20%
3,90% 17,10%
+3,90% +8,90%
Bovenstaande tabel interpreterend is de conclusie dat de budgetten, zoals die zijn opgenomen in de begroting 2023, als gevolg van de actuele prijsinflatie te laag zijn geraamd. We adviseren voor het dienstjaar 2023 niets te wijzigen, temeer omdat het niet ongebruikelijk is dat ook de komende jaren nog steeds mutaties in deze percentages kunnen optreden. Bovendien wordt door bovenstaande handelwijze, bij het bepalen van het inflatiepercentage voor het dienstjaar 2024, wél rekening gehouden met deze verschillen. Volgens de bestendige lijn zouden we voor de komende planperiode rekening houden met een prijsontwikkeling van 8,9%. 3.
Indexering Sociaal Domein Met ingang van de begroting 2021 is besloten om voor het Sociaal Domein een andere index te hanteren dan voor de rest van de begroting. Dit gezien het specifieke karakter van het domein. De indexering gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor 2023 werd op basis van dit indexcijfer een (voorlopig) percentage van 3,72% doorgevoerd. De definitieve index kwam voor 2023 uit op 6,36%, waardoor in 2023 feitelijk een te lage index is gehanteerd. Conform de bestendige gedragslijn gaan we deze te lage indexering (2,64%) corrigeren op de (voorlopige) index 2024 van 4,94%. Het te hanteren indexcijfer voor 2024 komt hiermee op 7,58%. In onderstaande tabel de samenvatting van bovenstaande:
Jaar 2023 Correctie vorige jaren 2024 Totaal
CEP 2022 3,72%
CEP 2023 6,36%
Verschil +2,64% +2,64%
3,72%
4,94% 11,30%
+4,94% +7,58%
4.
Renteontwikkeling De omslagrente heeft alleen betrekking op de rente over vreemd vermogen. De meest recente berekening hiervan resulteert in een gewijzigde renteomslag voor de begroting 2024 van 1,25% (2023 0,50%). Voor grondexploitatie is een afwijkende berekening van toepassing. Ook hiervoor zal in 2024 een gewijzigd) rentepercentage van 1,25% worden gehanteerd. Ter gelegenheid van de opstelling van de programmabegroting 2024 zal er nog een gedetailleerde doorrekening van de omslagrente plaats vinden, maar de verwachting is niet dat deze substantieel zal afwijken.
5.
Ontwikkeling subsidies Gesubsidieerde instellingen worden bij de vaststelling van hun jaarlijkse subsidies gecompenseerd 24
voor de bij de begrotingsuitgangspunten opgenomen verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Geadviseerd wordt deze handelwijze voor de planperiode 2024-2027 te handhaven. Dit betekent dat de bestaande subsidies vanaf 2024, ten opzichte van de begroting 2023, voor wat betreft de looncomponent met 5,60% mogen stijgen en voor wat betreft de prijzen van goederen en diensten 8,9%. III.
Uitgangspunten voor de baten aanvaard beleid
1.
Rijksuitkeringen Ten aanzien van de baten aanvaard beleid spelen de rijksuitkeringen een belangrijke rol. In dat verband zijn de economische ontwikkelingen ontzettend belangrijk. De verwachtingen op dit gebied (basis CEP 2023) zijn dat de Nederlandse economie zich ondanks tegenwind positief blijft ontwikkelen. De Nederlandse economie groeit in 2023 en 2024 naar verwachting met respectievelijk 1,6% en 1,4%, ondanks de inflatie, zwakkere wereldhandel en dalende huizenprijzen. De arbeidsmarkt blijft krap, waarbij de werkloosheid naar verwachting licht oploopt in 2024. De energieprijzen zijn de afgelopen maanden sterk gedaald, maar daar staat tegenover dat de inflatie is verbreed naar andere goederen en diensten. De overheidsfinanciën verslechteren dit jaar, vooral door de extra inkomenssteun om de hogere energieprijzen te compenseren. In 2024 zal het tekort naar verwachting iets afnemen. Voor beide jaren is overigens verondersteld dat het de overheid, onder meer door de krapte op de arbeidsmarkt, niet lukt alle begrote middelen te besteden. Voor de middellange termijn gaat het CPB ervan uit dat dat wel lukt. Samen met de gestaag oplopende rentelasten zorgt dat voor verslechterende overheidsfinanciën. Bovenstaande ontwikkelingen zullen uiteraard ook hun weerslag vinden op de uiteindelijk te ontvangen algemene uitkering.
Hierbij kon in zijn algemeenheid gesteld worden dat hogere/lagere rijksuitgaven, in het verleden en tot aan 2026, als vanzelfsprekend zouden leiden tot een hogere/ lagere algemene uitkering. Deze stijging/daling, accres genaamd, was bedoeld voor compensatie van loonen prijsstijgingen en om gemeenten mee te laten delen in hetzij budgettaire ruimte, hetzij bezuinigingen bij de overheidsfinanciën. Het kabinet heeft echter het voornemen om voor de periode vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds uit te werken met daarbij ook een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied. Het Kabinet geeft daarbij aan te streven naar een financieringssystematiek die “gemeenten en provincies stabiliteit biedt en ruimte geeft om autonome keuzes te maken, vanuit een solide financiële basis”. Vooruitlopend hierop heeft het Kabinet voor 2026 eenzijdig de huidige systematiek ‘opgezegd’ en de jaarlijkse aanpassing van het gemeentefonds voor stijgende lonen, prijzen en het aantal inwoners (het zogenoemde accres) teruggezet naar een lager niveau. Tevens is voor 2026 de terugkeer van de volledige opschalingskorting weer aangekondigd. Als gevolg hiervan komen gemeenten vanaf 2026 (ravijnjaar) structureel middelen te kort om hun taken uit te voeren. Dit tekort loopt daarna elk jaar verder op.
In de onlangs verschenen Voorjaarsnota 2023 van het Kabinet staat dat gemeenten er vanaf 2027 structureel geld bij krijgen. De opschalingskorting blijft echter in stand en doordat er pas in 2027 geld bij komt, bedraagt de terugval van middelen in 2026 € 2 miljard (ten opzichte van 2025). Vanaf 2027 kent het Kabinet gemeenten structureel een bedrag van € 1 miljard toe en een volume indexatie. De exacte invulling van de systematiek moet echter nog verder worden uitgewerkt. Ondanks de extra middelen vanaf 2027 blijven voor gemeenten in de jaren vanaf 2026 grote kortingen in de boeken staan: in 2026 een daling van circa € 2 miljard ten opzichte van 2025. Onderdeel daarvan is de opschalingskorting (ongeveer € 700 miljoen). Het kabinet heeft deze korting nog steeds niet geschrapt. Dit zet de gemeentelijke uitvoering van wettelijke taken én de haalbaarheid van de grote maatschappelijke opgaven onder druk. Op de vraag “Kunnen we vooruitblikken ná 2026, inschatten hoe groot het ravijn wordt?” is dus nog geen eenduidig antwoord te geven. Op basis van de informatie uit de Voorjaarsnota kunnen we wel een voorzichtige eerste indicatie geven dat een extra structurele bijdrage van € 2 miljard ongeveer gelijk staat aan een extra inkomst voor Oldenzaal van € 1,7 miljoen. Bij de meicirculaire 2023 zal 25
een en ander nader geconcretiseerd worden. In afwachting daarvan wordt bij de uitwerking van de Kadernota 2024 uitgegaan van een hogere uitkering van € 1,7 miljoen voor 2027. De mei- en septembercirculaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zullen uiteindelijk bepalend zijn voor de op te nemen ramingen in de P&C-documenten. Voor de kadernota en de programmabegroting wordt in beginsel steeds met de meest recente daaraan voorafgaande circulaire rekening gehouden. De provincie, als financieel toezichthouder, gaat ervan uit dat voor de beoordeling van de begroting van enig jaar tenminste de meicirculaire van het voorafgaande kalenderjaar is verwerkt. Wanneer er voor gekozen wordt de uitkomsten van de septembercirculaire te verwerken dan wordt het van belang gevonden dat hierin een consistent beleid wordt gevoerd. Dit om te voorkomen dat de uitkomsten van deze circulaire gaan bepalen of al dan niet tot verwerking van deze circulaire wordt over gegaan. Omdat de praktijk is dat het verwerken van de septembercirculaire lastig is gelet op het moment van openbaar worden hiervan, adviseren we (bestendige lijn) de ramingen van de rijksuitkering in de ontwerpbegroting jaarlijks te baseren op de meicirculaire. De gevolgen van de septembercirculaire zullen dan worden verwerkt in de eerstvolgende tussentijdse rapportage.
Indien realiseerbaar zullen de gevolgen van de septembercirculaire voor de raadsbehandeling van de programmabegroting ter kennisneming aan de raad worden aangeboden, zonder dat deze vervolgens onderdeel van de besluitvorming worden. Al met al zijn de ontwikkelingen van de financiën van de rijksoverheid uiteindelijk bepalend voor de ontwikkeling van de algemene uitkering. De aanstaande meicirculaire zal een eerste indicatie hiervan opleveren. 2.
Belasting- en tarievenbeleid Het uiteindelijke belasting- en tarievenbeleid betreft zowel een politiek beïnvloedbare als politiek gevoelige materie. De uiteindelijke kaders hiervoor kunnen ter gelegenheid van de bespreking van de kadernota (= kaders aangeven voor het opstellen van de begroting) door de raad gegeven worden. Dit mede afgestemd op de dan geconstateerde financiële positie op hoofdlijnen, het beoogde beleid voor de komende planperiode en het bijbehorende dekkingsplan. Voor het opstellen van de kadernota alsmede voor de begroting aanvaard beleid voor de komende planperiode stellen we voor de tarieven te hanteren zoals deze zijn vastgesteld voor de begroting 2023 waarbij voor de actualisering van de ramingen aanvaard beleid voor de algemene heffingen rekening wordt gehouden met een stijging gelijk aan het gemiddelde van de loon- en prijsindex. Verder wordt rekening gehouden met autonome volumeontwikkelingen zoals aangegeven in de kerngegevens opgenomen in paragraaf V. De ramingen met betrekking tot reinigingsheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding) worden gebaseerd op 100% kostendekking. Specifiek ten aanzien van de huurtarieven gemeentelijk vastgoed stellen we voor deze, voor wat betreft aanvaard beleid, in de pas te laten lopen met de ontwikkeling van de prijzen van goederen en diensten.
Ten aanzien van de kostendekkendheid van leges en begraafplaatsrechten is (nog) geen concreet dekkingspercentage vastgelegd. Bij de uiteindelijk definitief door de gemeenteraad vast te stellen tarieven c.q. het dekkingsplan, opgenomen in de programmabegroting, kan uiteraard van het aanvaard beleid worden afgeweken en kan aandacht besteed worden aan: a) de mate waarin er reden is voor een eventueel afwijkende aanpassing van belastingtarieven; b) de mate van kostendekking voor begraafplaatsrechten, marktgelden en de diverse leges; c) de mate waarin tariefstijgingen voor de overige gebruikers van gemeentelijke eigendommen (bijv. sport- en welzijnsaccommodaties, volkstuinen, openbaar groen, woningen) acceptabel zijn.
IV. Uitgangspunten voor beleidsontwikkelingen Ten aanzien van de begrotingsuitgangspunten wordt er onderscheid gemaakt tussen aanvaard beleid en aanvullend beleid. Aanvaard beleid is het beleid, inclusief het bijbehorende budget, zoals dit door de raad is vastgesteld en aanvullend beleid bestaat uit alles wat daaraan wordt toegevoegd en afgehaald, inclusief compleet nieuwe ontwikkelingen. Echter, aanvaard beleid kent óók ontwikkelingen en daar ontstaat af en toe enige spraakverwarring. Teneinde deze spraakverwarring te voorkomen en consequent handelen te realiseren wordt onderstaand proces gevolgd. 26
Aanvaard beleid (door raad vastgesteld) wordt jaarlijks geactualiseerd in verband met autonome ontwikkelingen op het gebied van lonen en prijzen, rentewijzigingen en autonome volumeontwikkelingen in bijv. aantal woningen, inwoners en andere kerngegevens (paragraaf V). Deze ontwikkelingen worden jaarlijks via de notitie begrotingsuitgangspunten vastgesteld. In feite zijn dit (politiek) niet beïnvloedbare ontwikkelingen en het aanpassen van de budgetten met deze ontwikkelingen zorgt ervoor dat het aanvaarde beleid op verschillende terreinen ongestoord door kan gaan. Indien wordt overwogen om op deze (min of meer onvermijdbare) ontwikkelingen te korten, is er in feite een kwaliteitsdiscussie. Want met het oude niet aangepaste budget moeten dan nieuwe (meestal hogere) lonen en prijzen worden betaald. Dit kan niet anders dan ten koste gaan van kwaliteit. De vraag ontstaat dan wat leidend is, het budget of het vastgestelde beleid. Daarom stellen we voor deze discussie niet jaarlijks aan te gaan en de begrotingsuitgangspunten jaarlijks door te voeren in de budgetten aanvaard beleid. Ook de vervangingsinvesteringen gerelateerd aan de eigen bedrijfsvoering behoren tot de ontwikkelingen aanvaard beleid. Ten aanzien van deze onderdelen is het de bedoeling deze niet zomaar in aanvaard beleid op te nemen. Er dient een afweging plaats te vinden.
Voorgesteld wordt deze afweging expliciet te laten plaatsvinden door deze bij de besluitvorming duidelijk zichtbaar te maken. In de P&C-documenten op te nemen financiële analyse zullen beide vormen van ontwikkelingen aanvaard beleid expliciet in beeld gebracht worden. Naast aanvaard beleid onderscheiden we zoals gezegd aanvullend beleid. Hieronder verstaan we: volumeontwikkelingen van aanvaard beleid die weliswaar autonoom (onafhankelijk en zonder politieke invloed) tot stand komen maar meer dan normaal (substantieel) toe- of afnemen; vervangingsinvesteringen niet zijnde vervangingen ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering; in- en extensiveringen of aanpassingen van aanvaard beleid door (wets)wijziging van dit aanvaarde beleid, door voortschrijdend inzicht, bijstelling doelstellingen en/of andere maatschappelijke effecten; overige ontwikkelingen waarmee inhoudelijk en financieel niet eerder in één van de P&C-producten rekening is gehouden en die al dan niet gebaseerd zijn op politiek bestuurlijke wensen. Dit aanvullend beleid zal zich elk jaar in meer of mindere mate voordoen en wordt via een inventarisatieproces in de organisatie inzichtelijk gemaakt.
Aangezien we ook te maken hebben met beperkte middelen zal er ook altijd sprake zijn van (politieke) afweging en dus worden al deze voorstellen expliciet aan het college voorgelegd alvorens ze via de kadernota in de ontwerpbegroting worden opgenomen.
27
V.
Kerngegevens
Peildatum
Werkelijk 1-1-2023
Prognose 1-1-2024
Prognose 1-1-2025
Prognose 1-1-2026
Prognose 1-1-2027
Aantal inwoners: Jonger dan 18 jaar
5.978
5.968
5.958
5.942
5.942
Ouder dan 17 maar jonger dan 65 jaar Ouder dan 64 maar jonger dan 75 jaar
18.113
18.051
18.013
17.988
17.988
4.115
4.135
4.151
4.136
4.136
Ouder dan 74 maar jonger dan 85 jaar
2.834
2.839
2.879
2.919
2.919
Ouder dan 84 jaar Totaal aantal inw. Aantal huishoudens: Aantal periodieke uitkeringsgerechtigden:
891 31.931
888 31.881
890 31.891
909 31.894
909 31.894
14.183
14.283
14.383
14.483
14.583
424 18
420 16
420 15
420 14
420 13
5
5
5
5
5
227
221
214
208
202
Basisonderwijs
2.619
2.559
2.479
2.461
2.433
Voortgezet onderwijs Oppervlakte gemeente in ha.:
3.791
3.730
3.683
3.593
3.548
Land
2.155
2.155
2.155
2.155
2.155
40 8
40 8
40 8
40 8
40 8
14.826
14.926
15.026
15.126
15.226
55
55
55
55
55
3.148
3.148
3.148
3.148
3.148
30 km wegen
107
107
107
107
107
50 km wegen gebiedsontsluitingswegen (80 km in beheer bij Provincie) 120 km wegen (in beheer bij Rijk) Vrij liggende fiets- en wandelpaden Spoorlijn
48
48
48
48
48
12,7
12,7
12,7
12,7
12,7
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
45 4,2
270
265
265
265
265
244 24
244 24
244 24
244 24
244 24
Wwb Ioaw Ioaz Aantal Wsw-geïndiceerden: Aantal leerlingen:
Binnenwater Historische stadskern Aantal woonruimten: Woningen Recreatiewoningen Aantal aanwezige bedrijfsvestigingen: Lengte van wegen in km.:
Oppervlakte industrieterrein in ha. Oppervlakte openbaar groen in ha. Waarvan waterhuishouding
28
VI. Overige ontwikkelingen
1. Renteontwikkeling Over het renterisico werd bij de verwerking van het Raadsprogramma in de gewijzigde Programmabegroting 2023 (Raadsprogramma) opgemerkt: “Zoals reeds aangegeven bij de Programmabegroting 2023 hebben we momenteel te maken met stijgende rentetarieven. Hogere financieringslasten lijken onvermijdelijk. Indicatief leidt een stijging van de huidige (omslag-)rente (0,5%) met 1% tot structurele extra lasten van ca. € 0,7 mln. (stand 2023). Dit risico is gedeeltelijk afgedekt en benoemd in de paragraaf risico en weerstandsvermogen (€ 0,25 mln.)” Bij voorlopige uitwerking van de begrotingsuitgangspunten voor de Kadernota 2024 wordt nu reeds geconstateerd dat de opgelopen rentestanden een negatief effect hebben op het meerjarig begrotingssaldo. De voor 2024 gehanteerde omslagrente (het gehanteerde rentepercentage voor berekening kapitaallasten investeringskredieten) neemt ten opzichte van 2023 toe met 0,75% toe tot 1,25%. Dit betekent een structurele extra last voor de begroting 2024 van minimaal € 800.000. 2. Inflatie Ook het eerder benoemde risico van oplopende inflatie vertaalt zich bij de Kadernota 2024 voorlopig in (historisch) hoge indexpercentages voor lonen en sociale lasten (5,6%) en goederen en diensten (8,9%). De sinds enkele jaren gehanteerde ‘OVA-index’ voor de budgetten Sociaal domein bedraagt voor 2024 7,58%.
Naar verwachting, en vanuit oogpunt van conservatief begroten, worden we daarvoor slechts gedeeltelijk door het Rijk gecompenseerd via het gemeentefonds. Het voorlopig becijferde aanvullende structurele nadeel dat hierdoor ontstaat bedraagt ca. € 870.000 3. Afwijkende indexering verbonden partijen De gehanteerde indices ‘loon-en prijsontwikkeling 2024’ voor de betreffende verbonden partijen zijn conform het advies vanuit de Twentse gemeenten. Zowel systematiek als percentages wijken af van de door Oldenzaal gehanteerde methodiek. Voor de Programmabegroting 2024 resulteert dit per saldo in een structureel begrotingsnadeel van ca. € 200.000- € 250.000. De exacte effecten hiervan zullen worden gepresenteerd en verwerkt bij de Kadernota 2024. 4. Aanbestedingen Sociaal Domein In het sociaal domein zijn een aantal ontwikkelingen die mogelijk, dan wel zeker zullen leiden tot een hogere prijs voor geleverde diensten door aanbieders. Dit gaat om:
aanbesteding doelgroepenvervoer; aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning; aanbesteding Wmo; aanbesteding Jeugd; onderzoek reële tarieven.
De (financiële) effecten en omvang hiervan zijn bij opmaak van de Kadernota nog niet inzichtelijk en voorlopig al ‘Pm’ opgevoerd. Bij de uitwerking van de Programmabegroting 2024 zal, voor zover mogelijk, de financiële vertaling worden gemaakt. 5. Overige ontwikkelingen Vanuit de andere domeinen zijn de volgende ontwikkelingen benoemd die de komende jaren effect zullen hebben op het financieel resultaat: 29
-
Uitvoering salarisadministratie door gemeente Wierden (conform besluitvorming); Structureel hogere bijdrage ODT (conform besluitvorming AB); Verhoging van het groot onderhoudsbudget/vervangingsbudget voor wegen.
Bovenstaande ontwikkelingen hebben geresulteerd in de onderstaande door het college geformuleerde uitgangspunten voor de Programmabegroting 2024-2027: Uitgangspunten door het college geformuleerd (INT-23-02903) 1. geen nieuw beleid; 2. wel: autonome ontwikkelingen en onontkoombare (wettelijke) ontwikkelingen; 3. wel: voorstellen die reeds zijn besloten ter integrale afweging opnemen; 4. wel: gevolgen van eerder ingezette keuzes verwerken; 5. ‘Toekomstvisie Oldenzaal 2040’ als paraplu bij komende beleidskeuzes.
30
31
Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen nieuw en aanvullend beleid 2024 (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet)
Uitvoering audit Wet Politiegegevens (1 x per 4 jaar) Doel (lange termijn)
Voldoen aan de wettelijke taak en verwerking van politiegegevens.
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma?
Passend binnen de geformuleerde ambitie voor Programma Dienstverlening en Veiligheid: “In onze stad voelt iedereen zich veilig in de woon-, werk- en leefomgeving”.
Inhoud
Werkgevers van boa’s met opsporingstaken (onder andere gemeenten) zijn verplicht om jaarlijks een interne audit uit te voeren. Volgens de Wet politiegegevens (Wpg) is er elke vier jaar een externe audit nodig. Om de privacy van de verwerkte politiegegevens ten behoeve van de wettelijke taak te kunnen waarborgen en te kunnen voldoen aan de eisen die de wet daaraan stelt. De gemeente Oldenzaal moet beheersingsmaatregelen treffen die in lijn zijn met de NOREA Handreiking Privacy audit Wpg (boa) om de privacy van de verwerkte politiegegevens ten behoeve van de wettelijke taak te kunnen waarborgen. Om hieraan te kunnen voldoen is het inschakelen van externe specialisten nodig. Het college heeft besloten om een bedrag € 15.000 beschikbaar te stellen voor de coördinatie, aansturing, omschrijving en uitwerking van de werkprocessen; Daarnaast is eens per 4 jaar € 20.000 benodigd voor de 4 jaarlijkse externe audit. Eens per 4 jaar een bedrag van € 20.000 beschikbaar te stellen ter dekking van de 4 jaarlijkse (externe) audit. Na besluitvorming bij Kadernota/Programmabegroting 2024 gaat de organisatie aan de slag met de uitwerkingen van de uitgevoerde externe audit. Voor het uitvoeren van het verbeterplan Wpg zal de organisatie een externe inschakelen.
Financiën Acties
32
Masterplan Vondelpark 2.0 Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma?
Inhoud
Initiatiefnemers zien mogelijkheden het Vondelpark uit te bouwen tot Vondelpark 2.0: een aantrekkelijk natuur-, ontmoetings-, sport- en beweegpark met een open, toegankelijk karakter en een breed aanbod aan voorzieningen voor verschillende doelgroepen We streven in Oldenzaal naar een krachtige samenleving waarin de inwoner meedoet. Zo streven we naar zelfredzame, gezonde en verbonden inwoners, die een sociale basis vormen voor het bouwen van een vitale gemeenschap. Het sportakkoord 2.0 vraagt ruimte voor sport en bewegen waardoor inwoners verleid worden om meer te gaan bewegen. In de wijk de Thij ligt aan de Vondellaan een sport en beweeg park. Het is een plek waar volgens de initiatiefnemers ‘ontmoeten’ voor jong en oud het kernwoord is. En waar inwoners van de wijk samen met de initiatiefnemers van Vondelpark 2.0 aan zet zijn om verdere invulling te geven aan de ontwikkeling van dit sport en beweeg park.
Financiën
Het is goed te realiseren dat, om het doel te halen, alleen fase 1 onvoldoende impact heeft. Dit betekent dat de keuze voor uitvoering van fase 1 ook een ‘ja’ betekent voor uitvoering van minimaal fase 2; Plannen moeten passen binnen de groenstructuurvisie en het bestemmingsplan De Thij; Plannen moeten passen binnen het parkeerbeleid en het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen Oldenzaal’. Afspraken over (gezamenlijk) gebruik, beheer en onderhoud en de daarmee gemoeide kosten zijn aan de voorkant duidelijk; Per fase wordt in overleg bepaald wat in dat jaar daadwerkelijk wordt gerealiseerd; Er wordt niet eerder tot realisatie overgaan voordat er een sluitende exploitatie aanwezig is; Er moeten duidelijkheid zijn over wie wat betaalt. Dit moet vooraf vastgelegd worden; Besproken moet worden in hoeverre de voorzieningen een relatie hebben/overlap kennen met andere voorzieningen in de stad/het Hulsbeek en wat de consequentie hiervan is; Er moet duidelijkheid zijn over de uitvoering van het beheer en onderhoud van het terrein en de voorzieningen en bijkomende onvoorziene kosten (b.v. vandalisme, vervuiling). Dit betekent ook duidelijkheid over b.v.
inspecties en veiligheid van voorzieningen en toezicht op een juist gebruik van het terrein; De gemeente dient vooraf in te stemmen met het definitieve inrichtingsvoorstel, inclusief financiële effecten en uitvoeringsaspecten. 2024 fase 1 tussen € 85.000 en € 130.000 2025 fase 2 tussen € 90.000 en € 165.000 2026 fase 3 tussen € 100.000 en € 160.000 Bovenstaande bedragen zijn een grove schatting van de financiële bijdrage vanuit de gemeente om het initiatief mogelijk te maken. De kosten zijn gebaseerd op aanleg en een inschatting van de beheer en onderhoudskosten. De initiatiefnemers hebben partners benaderd die mee willen financieren en gekeken naar subsidiemogelijkheden. Deze afspraken en subsidiemogelijkheden moeten (deels) nog definitief worden vastgelegd. Zoals bij de voorwaarden valt te lezen zijn er nog veel uit te zoeken en uit te werken zaken. Dit kan consequenties hebben voor de definitieve aanleg dan 33
wel beheer en onderhoudskosten voor de gemeente. Bovenstaande kosten zijn exclusief de kosten voor de inzet van ambtelijke uren. Deze bedragen op jaarbasis van de huidige inzichten € 16.500 (bij interne invulling) tot maximaal € 27.500 (bij inhuur) op jaarbasis (zie ambtelijke capaciteit).
Acties
In deze Kadernota wordt de planvorming, als vervolg op het ingebracht StadsID, aan uw Raad (inclusief kostenraming) aangeboden. Budgettair wordt er op dit moment echter nog geen budget uitgevraagd. Bij de programmabegroting 2024 wordt beoordeeld of er voldoende inzicht is om een uitgewerkt voorstel voor fase 1 en 2 voor te leggen aan uw raad.
34
Aanbestedingen Sociaal Domein Doel (lange termijn) Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma? Inhoud
Garanderen continueren (wettelijk verplicht) zorgaanbod en dekkend zorglandschap Passend binnen de geformuleerde ambitie bij Programma 5 Maatschappelijke Ontwikkeling “Voor inwoners die het nodig hebben is een kwalitatief goed ondersteuningsaanbod beschikbaar” In het sociaal domein zijn een aantal ontwikkelingen die mogelijk, dan wel zeker, zullen leiden tot een hogere prijs voor geleverde diensten door aanbieders. Dit gaat om: In het sociaal domein zijn een aantal ontwikkelingen die mogelijk, dan wel zeker, zullen leiden tot een hogere prijs voor geleverde diensten door aanbieders bovenop de reguliere indexeringen. Dit gaat om: -
Financiën
Aanbesteding doelgroepenvervoer: de noodzakelijke aanbesteding leidt tot andere tarieven. De effecten worden becijferd bij uitwerking van de begroting 2024; - Aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning: de aanbesteding voor de huishoudelijke ondersteuning is afgerond. De ingangsdatum voor de nieuwe contracten is 1 januari 2024. De financiële effecten worden becijferd bij uitwerking van de begroting 2024; - Aanbesteding Wmo: leidt tot nieuwe tarieven en mogelijk hogere tarieven per 1 januari 2025, financiële effecten worden verwerkt in de kadernota 2025; - Aanbesteding Jeugd: de ingangsdatum van de nieuwe contracten met onze zorgaanbieders zijn 1 januari 2025, financiële effecten worden verwerkt in de kadernota 2025; - Onderzoek reële tarieven: De raamovereenkomsten Twents model Wmo 2015 en Jeugd zijn verlengd voor de jaren 2023 en 2024. Deze verlenging heeft betrekking op de onderdelen: Ondersteuningsbehoefte Wmo, Ondersteuningsbehoefte Jeugd, Dyslexie, Diagnostiek, Wonen en verblijf, Medicatiecontrole en Beschikbaarheidsvoorzieningen (WVHS en crisis). Bij een verlenging is het wettelijk verplicht om na te gaan of de gehanteerde tarieven bij aanvang van de verlenging reëel zijn. Dit is op Twents niveau op voorhand niet gedaan. Begin 2023 is de opdracht gegeven om dit onderzoek alsnog uit te voeren.
De opdracht bestaat uit het toetsen van de tarieven en daarin opgenomen kostprijselementen aan de uitgangspunten van de reële prijs. De financiële effecten worden becijferd bij uitwerking van de begroting 2024. De (financiële) effecten en omvang hiervan zijn bij opmaak van de Kadernota nog niet inzichtelijk en voorlopig als ‘PM’ opgevoerd. Bij de uitwerking van de Programmabegroting 2024 zal, voor zover mogelijk, de financiële vertaling worden gemaakt.
Acties
35
Kredieten t.b.v. Uitvoering vGRP (2024 t/m 2027) Doel (lange termijn) Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma? Inhoud
Het op adequaat niveau houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel Uitvoering van GRP en MJUP past binnen de geformuleerde ambities van Programma 2 ‘Bereikbaarheid en Openbare Ruimte’ van het vastgestelde Raadsprogramma 2022-2026 In de Raad van 14 december 2020 is het GRP 2021-2025 vastgesteld en vervolgens in de Raad van 8 november 2022 het nieuwe Meerjaren Uitvoeringsprogramma 2023-2026 (MJUP). Hierin is een integrale planning voor de komende 4 jaar opgesteld. Belangrijk onderdeel van deze integrale planning zijn de werkzaamheden die voortkomen uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). In de periode 2024-2027 zijn vanuit het GRP de volgende kredieten benodigd om te investeren in onze gemeentelijke riolering: € 1.686.000 in 2024 € 2.085.000 in 2025 € 1.860.000 in 2026 € 2.105.000 in 2027
Financiën Acties
De uitvoering van rioleringswerkzaamheden gebeurt zoveel mogelijk in samenhang met andere werkzaamheden als wegenonderhoud, verkeerskundige maatregelen of herinrichting. De lasten voortvloeiend uit de investeringen 2024 worden opgenomen vanaf het dienstjaar 2025. De voorgenomen investeringen worden gedekt uit het rioolrecht en hebben voor de begroting een budgettair neutraal karakter. Uitvoering geven aan het GRP 2021-2025 en MJUP 2023-2026.
36
Krediet Glinde-Hooiland (2024-2027) Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma? Inhoud
Financiën
Revitalisering openbare ruimte woonwijk Glinde Hooiland. Klimaat robuuste woonwijk (minder wateroverlast en risico’s hitte) met een goed te beheren rioolstelsel. De maatregelen zijn gevolgen van eerder ingezette keuzes van de gemeenteraad. Het Raadsprogramma laat een duidelijke lijn zien waarin ze Oldenzaal willen laten groeien naar een Klimaatrobuuste stad en waar omgekeerd ontwerpen (waar mogelijk) een uitgangspunt is. De (extra) kosten voor de periode 2024-2027 komen grotendeels voort uit autonome ontwikkelingen en onontkoombare (wettelijke) ontwikkelingen. De riolering in Glinde-Hooiland is zo oud dat beheer op orde in de knel dreigt te komen. Vanuit de zorgplicht voor afvalwater is uitstel van deze watermaatregelen niet verantwoord. Dit is een autonome ontwikkeling. De klimaatverandering en de verplichtingen vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zorgen voor onontkoombare (wettelijke) ontwikkelingen. Om deze wijk klimaat robuust te maken zal er ingegrepen moeten worden in de openbare ruimte. Dit nu niet doen, terwijl straten worden aangepakt voor riolering is niet efficient. Tenslotte zijn de maatregelen gevolgen van eerder ingezette keuzes van de gemeenteraad. Het Raadsprogramma laat een duidelijke lijn zien waarin doelstelling is Oldenzaal te laten toegroeien naar een klimaat robuuste stad en waar omgekeerd ontwerpen (waar mogelijk) een uitgangspunt is.
Dit alles tezamen rechtvaardigt het om bijgaande herziene investeringsplanning op te nemen in de Kadernota en de Programmabegroting 2024. De totale extra investeringen voor Glinde Hooiland die onder het budget van het GRP vallen en in het MJUP worden opgenomen zijn: 2024: € 1.400.000 2025: € 2.200.000 2026: € 2.377.000 2027: € 1.725.000
Acties
De kosten worden gedekt via het rioolrecht. Uitvoering geven de geplande investeringen Glinde-Hooiland, conform jaarschijven
37
Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2024-2027 Doel (lange termijn) Relatie met beleidsvoornemen(s) in Raadsprogramma? Inhoud
Financiën
Acties
Het veilig en in goede staat houden van de diverse speeltoestellen Passend binnen de geformuleerde ambitie binnen Programma 2 Bereikbaarheid en Openbare Ruimte “Er is meer groene ruimte voor ontmoeten, rusten en bewegen” Als onderdeel van de beheersplannen speeltoestellen (zowel bij scholen als in het openbaar groen) staan voor 2024 tot en met 2027 de noodzakelijke investeringen voor vervanging speelvoorzieningen openbaar groen gepland. De lasten worden geactiveerd en er is een jaarbudget voor het onderhoud en gedeeltelijke vervangingen. Voor vervanging speelvoorzieningen openbaar groen: 2024: € 75.000 2025: € 99.000 2026: € 109.000 2027: € 109.000 Uitvoering geven aan het onderhoud/vervanging conform het geldende beheerplan.
Uitvoering verkeersknelpunten 2024-2027 Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het Raadsprogramma? Inhoud
Financiën
Acties
Uitvoering van de door de gemeenteraad vastgestelde lijst van verkeersknelpunten in Oldenzaal. Jaarlijks wordt deze lijst door de gemeenteraad geactualiseerd. Passend binnen de geformuleerde ambitie binnen Programma 2 Bereikbaarheid en Openbare Ruimte “Een goed bereikbare en verkeersveilige stad met minder uitstoot” Naar aanleiding van een inventarisatie van alle verkeersonveilige punten in Oldenzaal is een groslijst opgesteld. Hier is een prioritering in aangebracht. De raad heeft besloten op basis van deze prioritering de knelpunten aan te pakken en jaarlijks de lijst te laten terugkomen. Voor het aanpakken van deze knelpunten in budget benodigd. Voor uitvoering van de jaarlijkse prioritering wordt een jaarlijks krediet geraamd van € 300.000. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten bedragen op jaarbasis ca. € 14.000. Uitvoering aan de hand van de knelpuntenlijst
38
ZVV De Esch: renovatie veld 1 natuurgras, OHC Bully: vervanging toplaag veld 1 Doel (lange termijn) Relatie met beleidsvoornemen(s) in het coalitieakkoord? Inhoud
Het behouden van kwalitatief goede sportaccommodaties voor de Oldenzaalse sporters De investeringen passen binnen de geformuleerde ambitie voor Programma 4: “In Oldenzaal kan iedereen mee doen aan cultuur, sport & bewegen en evenementen omwille van gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke verbondenheid” Door de actualisatie van het sportbeheerplan is er vanaf 2021 een inhaalslag ingezet. Dit is geen vrijblijvende aangelegenheid omdat er contracten en verplichten onder liggen. De accommodaties welke de komende planperiode 2024-2027 aangetroffen worden betreffen:
ZVV De Esch: renovatie veld 1 natuurgras ad € 36.000 OHC Bully: vervanging toplaag veld 1 ad € 229.000 Financiën
2025: ZVV De Esch: renovatie veld 1 natuurgras ad € 36.000
Acties
OHC Bully: vervanging toplaag veld 1 ad € 229.000 Voorbereiden en uitvoeren van de geplande werkzaamheden voor de planperiode 2024-2027
Drie-eenheid (actualisering IHP) Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het coalitieakkoord? Inhoud
Financiën Acties
Kwalitatief, kwantitatief en financieel toekomstige onderwijshuisvesting behouden c.q. realiseren in Oldenzaal. Dit als onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP). Conform IHP
Deze wijziging betreft de verschuiving in startjaren voor de voorbereiding en realisatie van onderwijshuisvesting voor de Drie-eenheid als gevolg van vertraging bij de uitvoering van het IHP. Zie opgenomen bedragen conform bijgevoegd financieel overzicht (bijlage van Uitvoeringsprogramma IHP) - Haalbaarheidsonderzoek en voorbereiding: start 2023 - Realisatie: start 2024
De Esch (actualisering IHP) Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het coalitieakkoord? Inhoud
Kwalitatief, kwantitatief en financieel toekomstige onderwijshuisvesting behouden c.q. realiseren in Oldenzaal. Dit als onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP). Conform IHP
Deze wijziging betreft de verschuiving in startjaren voor de voorbereiding en realisatie van onderwijshuisvesting voor de Drie-eenheid als gevolg van ver39
Financiën Acties
traging bij de uitvoering van het IHP. Zie opgenomen bedragen conform bijgevoegd financieel overzicht (bijlage van Uitvoeringsprogramma IHP) - Haalbaarheidsonderzoek: start 2023 - Voorbereiding: start 2025 - Realisatie: start 2026
De Linde (actualisering IHP) Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het coalitieakkoord? Inhoud
Financiën Acties
Kwalitatief, kwantitatief en financieel toekomstige onderwijshuisvesting behouden c.q. realiseren in Oldenzaal. Dit als onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP). Conform IHP
Deze wijziging betreft de verschuiving in startjaren voor de voorbereiding en realisatie van onderwijshuisvesting voor de Drie-eenheid als gevolg van vertraging bij de uitvoering van het IHP. Zie opgenomen bedragen conform bijgevoegd financieel overzicht (bijlage van Uitvoeringsprogramma IHP) - Haalbaarheidsonderzoek: start 2023 - Voorbereiding: start 2025 - Realisatie: start 2026
TCC Lyceumstraat (actualisering IHP) Doel (lange termijn)
Relatie met beleidsvoornemen(s) in het coalitieakkoord? Inhoud Financiën Acties
Kwalitatief, kwantitatief en financieel toekomstige onderwijshuisvesting behouden c.q. realiseren in Oldenzaal. Dit als onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP). Conform IHP en raadsbesluit op 6 maart 2023
De wijziging betreft de verwerking van de besluitvorming in de raadsvergadering van 6 maart 2023 inzake vernieuwbouw van TCC Lyceumstraat. Zie opgenomen bedragen conform bijgevoegd financieel overzicht (bijlage van Uitvoeringsprogramma IHP) - Haalbaarheidsonderzoek: afgerond - Opstellen samenwerkingsovereenkomst en uitwerking businesscase: 2023 - Voorbereiding: start 2025 - Realisatie: start 01-08-2025
40
41