CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Kadernota 2024 - bijlage Kadernota 2024 - versie na PF

Gemeenteraad 10 juli 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota 2024 (Algemene Beschouwingen)13.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoort bij raadsbesluitnr. 1296 van 10 juli 2023, de griffier,

I.I.

Inhoudsopgave 1 Financieel perspectief 2024-2027 ........................................................................................4 2 Prognose op hoofdlijnen .....................................................................................................6 2.1

Totaal programmabegroting 2023 ............................................................................................ 6

2.2

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten ............................................................. 7

2.3

Voorjaarsnota 2023 (concept, vaststelling 10 juli 2023) ........................................................ 7 2.3.1 Toetsingskader Provincie ................................................................................................. 7 2.3.2 Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode ..................................... 8

2.4

Structurele gevolgen meicirculaire 2023 ................................................................................. 9

2.5

Bekende financiële ontwikkelingen ....................................................................................... 10 2.5.1 Uitvoering salarisadministratie door gemeente Wierden ................................................ 10 2.5.2 Structureel hogere bijdrage ODTwente (herijking financiering) ..................................... 10 2.5.3 Indexatie verbonden partijen .......................................................................................... 11 2.5.4 Tariefverhoging ICT Hengelo ......................................................................................... 11 2.5.5 Meerkosten aanbesteding accountant 2024 .................................................................. 11

2.6

Bekende risico ontwikkelingen .............................................................................................. 11

2.7

Voorgenomen aanvullend beleid ............................................................................................ 11 2.7.1 Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen ................................................................. 12 2.7.2 Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen ................................................................. 13

2.8

Indicatief subtotaal komende planperiode ............................................................................ 14

2.9

Voorgesteld voorlopig dekkingsplan ..................................................................................... 14

2.10

Totaalresultaat .......................................................................................................................... 15

3 Ontwikkelingen en Risico’s ...............................................................................................16 3.1

Rentelasten, stuwmeer investeringen en prijsstijgingen (Inflatie) ..................................... 16

3.2

De Omgevingswet en leges .................................................................................................... 17

3.3

Gemeentefonds ........................................................................................................................ 17

3.4

Budgetontwikkelingen en aanbestedingen Sociaal Domein ............................................... 18

3.5

Intensivering onderhoud wegen ............................................................................................. 18

3.6

Weerstandsvermogen.............................................................................................................. 18

3.7

Overige risico’s ........................................................................................................................ 19

4 Conclusies ..........................................................................................................................20 Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen nieuw en aanvullend beleid 2024 (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet) .............................................................................................32 Uitvoering audit Wet Politiegegevens (1 x per 4 jaar) ...................................................................... 32 Masterplan Vondelpark 2.0 .................................................................................................................. 33 Aanbestedingen Sociaal Domein........................................................................................................ 35 Kredieten t.b.v. Uitvoering vGRP (2024 t/m 2027) ............................................................................. 36 Krediet Glinde-Hooiland (2024-2027) ................................................................................................. 37 Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2024-2027 ............................................................. 38 Uitvoering verkeersknelpunten 2024-2027 ........................................................................................ 38 ZVV De Esch: renovatie veld 1 natuurgras, OHC Bully: vervanging toplaag veld 1 .....................

39 Drie-eenheid (actualisering IHP) ......................................................................................................... 39 1

De Esch (actualisering IHP) ................................................................................................................. 39 De Linde (actualisering IHP) ................................................................................................................ 40 TCC Lyceumstraat (actualisering IHP) ............................................................................................... 40

2

Inleiding De start van de nieuwe planning & control cyclus 2024 begint in Oldenzaal jaarlijks met het opstellen van een Kadernota. In dit geval de Kadernota 2024. In de Kadernota worden, door uw raad de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het opstellen van de eerstvolgende programmabegroting. In dit geval de programmabegroting 2024. “Mouwen opstropen en aan de slag!” Met die woorden sloten we het voorwoord van de gewijzigde begroting van 2023 af. Een begroting die op basis van het raadsprogramma is opgesteld en waarin de ambities voor de komende jaren zijn neergezet. Deze begroting is voor ons de leidraad voor de Kadernota 2024. We werken verder aan de ambities die vanuit het raadsprogramma vertaald zijn. Aan ambities en opgaven in onze stad geen gebrek. Bij het vaststellen van de gewijzigde programmabegroting hebben we onze investeringsbereidheid getoond. We zijn nu vastbesloten die investeringen waar te maken. Daar ligt onze focus in 2024. Het behalen van die doelen vraagt veel van onze ambtelijke organisatie. Ook onze organisatie ontkomt niet aan de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt. Het betekent dat we onszelf nog steviger als werkgever moeten neerzetten: aantrekkelijk voor nieuwe mensen en de moeite waard om te blijven voor onze huidige medewerkers. Strategisch personeelsbeleid is daarbij noodzakelijk.

Net als andere gemeenten zien we de gevolgen van onder meer de rentestijging en inflatie, maar ook negatieve budgetontwikkelingen binnen het Sociaal Domein, de komende jaren doorwerken in ons begrotingsresultaat. Bij de gewijzigde begroting schreven we in 2026 nog zwarte cijfers, met de huidige ontwikkelingen stevenen we echter af op een tekort voor 2026 (‘Ravijnjaar’) van bijna 1,9 miljoen en een (geringer) negatief saldo voor 2027. Dat vraagt om terughoudendheid maar vooral realisme in het maken van keuzes. Terughoudend omdat de grenzen van capaciteit en structurele financiële ruimte bereikt zijn. Realisme omdat we ook afhankelijk zijn van door ons nauwelijks te beïnvloeden factoren zoals het Gemeentefonds waardoor het perspectief ook weer (ten positieve) kan keren. We nemen daarom geen overhaaste beslissingen om zaken niet meer te doen, maar sturen voortdurend op resultaten die bijdragen aan de ambities om Oldenzaal mooier te maken. De hoge inflatie, de stijgende salarissen en de verwachte nadelen op aanbestedingen maken de financiële situatie kwetsbaar. Tegelijkertijd hebben we met het vaststellen van de jaarrekening 2022 geconstateerd dat we beschikken over een flinke algemene reserve. Hiermee hebben we voor de komende jaren een gezonde buffer opgebouwd, waardoor snijden in ambities op dit moment niet nodig is.

Wel blijven we waakzaam op lange termijn, we weten dat er financieel pittige jaren aankomen en bereiden ons daarop voor door nu al te anticiperen op verschillende scenario’s die onze structurele financiële positie kunnen versterken. In het voorjaar van 2024 wordt de toekomstvisie 2040 voor Oldenzaal vastgesteld. We kijken uit naar een interactief proces met onze inwoners en nemen alle input ter harte om te komen tot een visie die recht doet aan ons Oldenzaals DNA en die de toekomstbestendigheid van de stad borgt. We willen ruimte houden om waar nodig en mogelijk keuzes uit de visie te verwerken in onze planvorming voor de komende jaren. We maken de keuze om bovenop de reeds bestaande ambities uit het raadsprogramma niet met voorstellen voor nieuw beleid te komen. Omdat we niet willen vooruitlopen op de inbreng van onze inwoners op de lange termijn. En omdat de grenzen aan onze ambtelijke capaciteit bereikt zijn. We willen afspraken nakomen, projecten afronden en onze taken goed vervullen. Daar ligt onze focus. We zijn een betrouwbare overheid voor onze inwoners en ondernemers en een goede samenwerkingspartner voor onze stakeholders. Samen maken we de stad!

3

1

Financieel perspectief 2024-2027

Financiële positie De basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode zijn:  programmabegroting 2023 - in de raadsvergadering van 7 november 2022 vastgesteld;  (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 - door uw raad op 6 maart 2023 vastgesteld;  de concept-Voorjaarsnota 2023 – door uw raad op 10 juli 2023 vast te stellen. Meerjarige Begrotingssaldi: Bij de Programmabegroting 2023 kon het college onderstaand meerjarenperspectief presenteren: Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi 2023-2026

2023 V

3.245

2024 V

3.178

2025 V

4.786

2026 V

1.552

De verwerking van de gevolgen van de Najaarsnota 2022 en de (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 hadden per saldo een negatief effect op deze begrotingssaldi, met name door de kosten voor beleidsvoornemens uit het Raadsprogramma 2022-2026. Dit leidde tot onderstaande meerjarenraming: Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi na Raadsprogramma 2022-2026

2023 V

2.314

2024 V

2.486

2025 V

4.485

2026 V

454

Het financieel perspectief voor 2024-2027, zoals hierna in hoofdstuk 2 en cijfermatig in tabel 1 gepresenteerd, wordt vervolgens mede gevormd door onderstaande componenten: Nieuwe beleidsvoornemens Zoals ook in het voorwoord aangegeven geeft het college als algemene boodschap mee het accent te willen leggen op het uitvoeren van hetgeen in het raadsprogramma 2022-2026 voor deze periode is meegegeven. Gelet op de meerjarige financiële positie, de reeds vastgestelde ambitieuze doelstellingen en de onzekere ontwikkelingen en risico’s met betrekking tot rente, inflatie en de komende nieuwe systematiek voor het gemeentefonds, stelt het college voor om geen nieuw beleid op te nemen in de Programmabegroting 2024. Wel wordt er ruimte geboden voor autonome en onontkoombare (wettelijke) ontwikkelingen of voorstellen die reeds eerder zijn besloten of ingezet. Gehanteerde indexen Conform de bestendige gedragslijn worden de 3 gebruikte indices voor de Programmabegroting 2024 (index lonen en sociale lasten, index goederen en diensten en de index Sociaal domein) jaarlijks naast de voorlopige indices voor het komende jaar, gecorrigeerd voor de definitief vastgestelde cijfers van voorgaande jaren. Door de gestegen inflatie in het afgelopen jaar vallen de definitieve indexcijfers hoger uit dan aanvankelijk verwacht en krijgen we in 2024 te maken met relatief hoge indexcijfers.

Voor 2024 stellen wij voor om de indices voor lonen en goederen/diensten, gebaseerd op de recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), vast te stellen op respectievelijk 5,6% en 8,9%. Het gemiddelde van deze 2 indices bedraagt 7,25% en is van toepassing op inkomensoverdrachten en tarieven algemene heffingen. Daarnaast is er, net als het voorgaande jaar, gekozen voor een separate index voor het Sociaal Domein, namelijk een index gebaseerd op Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Dit betekent voor 2024 een index van 7,58%.

4

Actualisatie budgetten In Oldenzaal is de gebruikelijke en bestendige handelwijze om voor de gehele planperiode te begroten op basis van constante lonen en prijzen van het dienstjaar. Voor de nu aan de orde zijnde planperiode is dus het verwachte loon- en prijsniveau van 2024 het uitgangspunt. Omdat de programmabegroting 2023 voor de gehele planperiode is gebaseerd op het verwachte loon-/prijsniveau 2023 dient er dus voor de nieuwe planperiode een actualisering van budgetten plaats te vinden. Dit gebeurt aan de hand van de door ons college voorlopig vastgestelde begrotingsuitgangspunten 2024. Van deze uitgangspunten treft u verderop in deze kadernota een samenvatting aan en een uitvoerige versie in bijlage 1. Op basis hiervan zijn de stelposten geraamd zoals in tabel 1 en 2 aangegeven. Daarnaast kregen we nog te maken met in meer of mindere mate nauwelijks te beïnvloeden financiële ontwikkelingen die het uiteindelijke resultaat in belangrijke mate hebben bepaald, zoals in tabel 1 en 3 indicatief geraamd. Tenslotte is er naar verwachting ook sprake van onontkoombare en onuitstelbare nieuwe beleidsontwikkelingen. In tabel 1 geven we u in één oogopslag een totaaloverzicht van onze financiële verwachtingen voor de komende planperiode.

Hoewel de Kadernota in beginsel betrekking heeft op de planperiode 2024-2027 is ook de ontwikkeling van de jaarschijf 2023 voor de volledigheid opgenomen. Vervolgens is van elke regel opgenomen in deze tabel een korte toelichting geschreven.

5

2

Prognose op hoofdlijnen

Alle bekende ontwikkelingen samen leiden op dit moment tot een prognose op hoofdlijnen van het begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2024-2027. Hierbij hoort de kanttekening dat de meicirculaire 2023 nog voor een bijstelling kan zorgen, evenals de gedetailleerde doorrekening van het opstellen van de definitieve Programmabegroting 2024. We hebben in tabel 1 ook de bekende ontwikkelingen van het lopende dienstjaar opgenomen om u een totaaloverzicht te geven van de gehele actuele planperiode. Voor een toelichting op de jaarschijf 2023 verwijzen we gemakshalve naar de Voorjaarsnota 2023.

Totaal resultaat 2023 – 2027 Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2023

2023 V

2024

2025

2026

2027

2.314

V

2.486

V

4.486

V

454

V

454

0

N

1.620

N

1.620

N

1.626

N

1.659

655

N

375

N

390

N

361

N

361

Pm

V

1.778

415

N

415

(na Raadsprogramma)

b. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (tabel 2) c. Concept-Voorjaarsnota 2023

N

d. Structurele gevolgen meicirculaire 2023

Pm

e. Bekende fin. ontwikkelingen (tabel 3)

N

f. Bekende risico ontwikkelingen (tabel 4)

Pm

g. Voorgenomen aanvullend beleid h. Indicatief subtotaal komende planperiode

Pm

V

1.659

415

Pm N

Pm

415

N

Pm

Pm

Pm

N

32

N

15

V

12

N

183

V

44

V

2.046

N

1.936

N

386

i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling J. TOTAALRESULTAAT

Pm V

1.659

Pm V

44

Pm V

2.046

Pm N

1.936

Pm N

386

Tabel 1.

Een 1e doorrekening van de geformuleerde begrotingsuitgangspunten en de bekende financiële ontwikkelingen levert voorlopig een begrotingsnadeel op voor het ‘ravijnjaar’ 2026 en ook de jaarschijf 2027. De overige jaarschijven laten vooralsnog positieve saldi zien. De komende periode, richting de definitieve vaststelling van de Programmabegroting 2024, zullen deze saldi verder worden ‘gefinetuned’ door onder meer verwerken van de (financiële) effecten van de meicirculaire 2023. Afhankelijk van deze uitkomsten zal een dekkingsplan voor 2026 en 2027 worden opgesteld, waarbij een onttrekking aan de Algemene Reserve voor de beide tekortjaren in 1e instantie voor de hand lijkt te liggen. Hierna geven we u nadere informatie per regel van de in tabel 1 genoemde onderdelen.

2.1

Totaal programmabegroting 2023

Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2023 (na Raadsprogramma)

2023 V

2.314

2024 V

2.486

2025 V

4.486

2026 V

454

2027 V

454

De bedragen in deze regel sluiten aan met de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2023-2026, inclusief de verwerking van de (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026, zoals door uw raad op 6 maart 2023 vastgesteld. Om ook een basis te hebben voor het dienstjaar 2027 is van de aanname uitgegaan dat het resultaat van dat jaar identiek is aan 2026. Bij het opstellen van de aanstaande programmabegroting 2024-2027 zal er 6

uiteraard ook voor de jaarschijf 2027 sprake zijn van een gedetailleerde berekening van budgetten die waarschijnlijk wel tot een in geringe mate afwijkend resultaat leiden. Het resultaat van de huidige programmabegroting, inclusief de vastgestelde wijzigingen, als vertrekpunt nemen voor de komende programmabegroting betekent impliciet dat er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de ombuigingen in de huidige programmabegroting conform worden gerealiseerd tenzij expliciet tot een aanpassing wordt besloten.

2.2

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

Onderdelen (x € 1.000)

2023

b. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

2024 0

N

1.620

2025 N

1.620

2026 N

1.626

2027 N

1.659

In het jaarlijkse proces om te komen tot een geactualiseerde begroting voor de volgende planperiode worden er door ons college uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan de conceptbegroting kan worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn (samengevat) onderstaand (2.3.2) opgenomen en worden gebruikt bij de opstelling van de komende programmabegroting. De uitgewerkte versie is ter kennisneming als bijlage 1 opgenomen achterin dit boekwerk.

2.3

Voorjaarsnota 2023 (concept, vaststelling 10 juli 2023)

Onderdelen (x € 1.000) c. Structurele gevolgen Voorjaarsnota 2023 (concept, vaststelling 10 juli 2023)

2023 N

655

2024 N

375

2025 N

390

2026 N

361

2027 N

361

De voorjaarsnota 2023 wordt door uw raad vastgesteld op 10 juli 2023. De totale structurele effecten van alle in deze voorjaarsnota opgenomen voorstellen hebben een negatieve invloed op het geprognosticeerde begrotingsresultaat voor de hele planperiode 2024-2027. Voor nadere toelichting op dit onderdeel verwijzen we naar de betreffende rapportage. 2.3.1

Toetsingskader Provincie

Bij het opstellen van de begroting dient ook rekening te worden gehouden met het financieel toezicht door de provincie. In haar begrotingscirculaire van 25 april 2023 heeft de Provincie Overijsel geschetst hoe begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 zullen worden beoordeeld. De onderwerpen die daarbij van invloed zijn op de begroting 2024 en daarin dus ook aandacht behoeven zijn door de Provincie in de circulaire gecategoriseerd in: Maatschappelijke ontwikkelingen   

Oorlog in Oekraïne (vluchtelingenopvang) Inflatie Arbeidsmarktkrapte

Financiële ontwikkelingen   

Nieuwe Financieringssystematiek Prijsstijgingen Opschalingskorting 7

  

Herverdeling gemeentefonds Sociaal Domein/Jeugd Eigen bijdrage huishoudelijke hulp

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)  

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid Actualisering notities

Specifieke onderwerpen   

Omgevingswet Investeringsbudgetten Wet digitale overheid

In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) heeft de Provincie Overijssel de uitgangspunten van haar toezicht opgenomen. Enkele kernpunten uit dit toezicht zijn:  voor repressief toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat de structurele lasten ieder jaar worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn, oftewel geloofwaardig zijn;  er mag geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Voor de komende programmabegroting betekent dit heel concreet dat er minimaal vanaf de jaarschijf 2027 een realistische en sluitende begroting dient te worden vastgesteld;  eventueel opgenomen bezuinigingstaakstellingen zijn haalbaar en hard. Daarmee wordt bedoeld dat aannemelijk wordt gemaakt dat er voldoende zekerheid bestaat dat de maatregel tijdig en volledig gerealiseerd wordt.

Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat op programmaniveau duidelijk wordt gemaakt hoe maatregelen worden ingevuld en uitgevoerd;  uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen moet blijken dat de budgetten groot genoeg zijn om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren;  er wordt inzicht verstrekt in de beleidsprestaties van verbonden partijen. Voor het verkrijgen van het nagestreefde “repressieve” toezicht is het van belang dat we rekening houden met het toezichtskader van de Provincie. 2.3.2

Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode

De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2024-2027 is de in de raadsvergadering van 7 november 2022 vastgestelde programmabegroting 2023 alsmede de daarna door de raad vastgestelde (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 op 6 maart 2023. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling:  Lonen en sociale lasten  Goederen en diensten  Gemiddelde index (loon- en prijsontwikkeling)  Omslagrente  Index Sociaal Domein

5,60% 8,90% 7,25% 1,25% 7,58%

8

Batenontwikkeling:  nominale loon- en prijsontwikkelingen;  autonome volumeontwikkelingen. Eigen belastinggebied:  huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten;  tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling;  overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting;  rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens;  rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding). Deze uitgangspunten worden bij de opstelling van de Programmabegroting 2024 gedetailleerd doorgerekend. Voor deze Kadernota zijn er, rekening houdend met deze uitgangspunten, enkele stelposten opgenomen om een indicatie te kunnen geven van het verwachte begrotingsresultaat voor de komende planperiode. In onderstaande tabel zijn de verschillende stelposten concreet weergegeven (specificatie van de bedragen onder b. in tabel 1). Onderdelen (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Lonen en sociale lasten

N

1.211

N

1.211

N

1.211

N

1.211

Idem als onderdeel van subsidies / inkomensoverdrachten

N

960

N

960

N

960

N

960

Goederen en diensten

N

3.304

N

3.304

N

3.304

N

3.304

Prijsontwikkeling sociaal domein

N

1.629

N

1.629

N

1.629

N

1.629

0

V

350

Vrijval kapitaallasten

0

0

Rentelasten

N

800

N

800

N

806

N

1160

Indexering algemene uitkering

V

5.454

V

5.454

V

5.454

V

5.454

Prijscompensatie huren en pachten

V

86

V

86

V

86

V

86

Autonome volumeontwikkelingen belastingen

V

50

V

50

V

50

V

50

0

N

30

Idem openbaar groen / onderhoud wegen / straatreiniging

0

0

Inflatiecorrectie belastingen

V

693

V

693

V

693

V

693

Totaal begrotingsuitgangspunten

N

1.619

N

1.620

N

1.626

N

1.659

Tabel 2.

Er is in bovenstaande tabel rekening gehouden met een ontwikkeling van de algemene uitkering van € 5.454.000 i.v.m. index/accres. Deze ontwikkeling is een richtinggevende stelpost gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als van toepassing zijn voor de rest van de genoemde bedragen. Deze post zal evenwel worden vervangen door de definitieve berekeningen van de aanstaande meicirculaire, zodra deze laatste bekend is. Zie ook de paragraaf hierna.

2.4

Structurele gevolgen meicirculaire 2023

Onderdelen (x € 1.000) d. Structurele gevolgen meicirculaire 20

2023

2024

Pm

Pm

9

2025 Pm

2026 Pm

2027 V

1.778

Zoals in de inleiding van deze kadernota al geschreven informeren we u in een afzonderlijke raadsinfobrief over de definitieve uitkomst van de meicirculaire 2023. Wij streven ernaar om u deze informatie op een zodanig tijdstip te leveren dat deze nog volop kan dienen als informatie voor de beraadslagingen over deze Kadernota. In de onlangs verschenen Voorjaarnota 2023 van het Kabinet staat dat gemeenten er vanaf 2027 structureel geld bij krijgen. De opschalingskorting blijft echter in stand en doordat er pas in 2027 geld bij komt, bedraagt de terugval van middelen in 2026 € 3 miljard (ten opzichte van 2025). Vanaf 2027 kent het Kabinet gemeenten structureel een bedrag van € 1 miljard toe en een volume indexatie. Op basis van de informatie uit de Voorjaarsnota kunnen we wel een voorzichtige eerste indicatie geven dat een extra structurele bijdrage van € 1 miljard ongeveer gelijk staat aan een extra inkomst voor Oldenzaal van € 1,8 miljoen. Bij de meicirculaire 2023 zal een en ander nader geconcretiseerd worden. In afwachting daarvan wordt bij de uitwerking van de Kadernota 2024 uitgegaan van een hogere uitkering van € 1,8 miljoen voor 2027.

2.5

Bekende financiële ontwikkelingen

Onderdelen (x € 1.000)

2023

e. Bekende fin. ontwikkelingen (zie tabel 3)

2024 N

2025

415

N

2026

415

N

2027

415

N

415

Dit betreffen aangelegenheden welke zich in meer of minder mate reeds hebben aangekondigd en, afhankelijk van het startjaar waarop het betrekking heeft, worden opgenomen in de Najaarsnota 2023 of op een andere wijze een plek in de Programmabegroting 2024 krijgen. Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel. Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

Uitvoering salarisadministratie door gemeente Wierden

N

73

N

73

N

73

N

73

Structureel hogere bijdrage ODTwente (herijking financiering)

N

65

N

65

N

65

N

65

Indexatie verbonden partijen

N

247

N

247

N

247

N

247

Pm

N

Pm

Tariefverhoging ICT Hengelo

Pm

Pm

Meerkosten accountant 2024

N

30

N

30

N

30

N

30

Totaal bekende financiële ontwikkeling

N

415

N

415

N

415

N

415

Tabel 3.

2.5.1

Uitvoering salarisadministratie door gemeente Wierden

Om kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van de salarisadministratie te kunnen blijven waarborgen is bij collegebesluit besloten om de overeenkomst met de huidige dienstverlener per 31-12-2023 niet te verlengen en de salarisadministratie en het functioneel beheer van het personeelsinformatiesysteem Youforce met ingang van 1 januari 2024 te beleggen bij de gemeente Wierden. Hier gaan structurele meerkosten mee gepaard van € 73.000. 2.5.2

Structureel hogere bijdrage ODTwente (herijking financiering)

Ter voorbereiding op de begroting 2024 heeft in 2022 een traject tot herijking van de financiering plaats gevonden. Het doel van dit traject was om tot een duurzame en reële begroting te komen met passende financiering van de ODTwente. Als gevolg van het traject herijking financiering heeft ook een herijking van de begroting plaatsgevonden. Structureel betekent dit een structurele lastenverzwaring van € 65.000.

10

2.5.3

Indexatie verbonden partijen

De gehanteerde indices ‘loon- en prijsontwikkeling 2024’ voor de betreffende verbonden partijen zijn conform het advies vanuit de Twentse gemeenten. Zowel systematiek als percentages wijken echter af van de door Oldenzaal gehanteerde methodiek. Voor de Programmabegroting 2024 resulteert dit per saldo in een structureel begrotingsnadeel van ca. € 200.000 - € 250.000. De exacte effecten ‘verbonden partijen’ zullen worden gepresenteerd en verwerkt bij de Programmabegroting 2024-2027. 2.5.4

Tariefverhoging ICT Hengelo

Als gevolg van een gewijzigde prijs- en bekostigingssystematiek zal het benodigde budget voor de dienstverlening ICT door de gemeente Hengelo wijzigen. De gewijzigde (meer variabele) systematiek zal naar verwachting een budgetintensivering betekenen. Deze is voorlopig als ‘Pm’ opgenomen. Ook hiervoor geldt dat de doorrekening wordt meegenomen bij opstellen van de Programmabegroting 2024. 2.5.5

Meerkosten aanbesteding accountant 2024

Vanwege het aflopen van de overeenkomst met de huidige accountant is op 1 september 2022 een Europese aanbesteding voor accountantsdienstverlening gepubliceerd. Uiteindelijk doel van de aanbesteding was het contracteren van een aanbieder voor het verlenen van accountantsdiensten. Op basis van de oorspronkelijke voorwaarden die gesteld zijn in de aanbesteding is het voorstel om de nieuwe accountant aan te stellen voor de aankomende 4 jaar met verlengingsopties voor 2 maal 1 jaar. De structurele meerkosten bedragen € 30.000.

2.6

Bekende risico ontwikkelingen

Onderdelen (x € 1.000)

2023

f. Bekende risico ontwikkelingen (tabel 4)

2024

Pm

2025

Pm

2026

Pm

2027

Pm

Pm

Dit betreffen specifieke en concrete risico’s die voor de komende planperiode worden gesignaleerd en nu of bij nadere uitwerking van de Programmabegroting 2024 kunnen worden gekwantificeerd. In afwijking van de meer algemene en minder waarschijnlijke risico’s die worden afgedekt via het weerstandsvermogen. Voorlopig zijn de posten opgenomen als ‘Pm’, dus zonder directe financiële vertaling. Een overzicht van de bekende risico’s voor de komende planperiode treft u aan in onderstaande tabel 4. Voor de inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar Hoofdstuk 3 ‘Ontwikkelingen en risico’s. Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

Rente ontwikkelingen + Inflatie

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Stuwmeer Investeringen en kapitaallasten na 2027

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

De Omgevingswet en leges

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Intensivering onderhoud wegen

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Herverdeeleffecten Gemeentefonds

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Totaal bekende risico ontwikkelingen

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Tabel 4.

2.7

Voorgenomen aanvullend beleid

Onderdelen (x € 1.000) g. Voorgenomen aanvullend beleid

2023

2024 0

N

11

2025 32

N

2026 15

V

2027 12

N

183

Bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de Kadernota en Programmabegroting 2024 heeft het college als algemene boodschap meegegeven het accent te willen leggen op het uitvoeren van hetgeen in het Raadsprogramma 2022-2026 voor deze periode is meegegeven. Gelet op de meerjarige financiële positie, de reeds vastgestelde ambitieuze doelstellingen en de onzekere ontwikkelingen en risico’s met betrekking tot rente, inflatie en de komende nieuwe systematiek voor het gemeentefonds, stelt het college voor om geen nieuw beleid op te nemen in de Programmabegroting 2024. Wel is er ruimte geboden voor autonome en onontkoombare (wettelijke) ontwikkelingen of voorstellen die reeds eerder zijn besloten of ingezet. Dit betreft bijvoorbeeld de planvorming met betrekking tot het Project ‘Vondelpark 2.0’ dat, als vervolg op het ingebracht StadsID, aan uw Raad (inclusief kostenraming) wordt aangeboden, maar waar nu nog geen budget voor wordt uitgevraagd. Verder beperken de (nieuwe) beleidsontwikkelingen zich tot de uitvoering, eens per 4 jaar, van de ‘audit Wet Politiegegevens’ en de diverse aanbestedingen of herijkingen binnen het Sociaal Domein. Het ‘Aanvullend Beleid (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet)’ betreffen de beleidsvoornemens, waarmee door uw Raad al eerder is ingestemd, maar die een startjaar hebben in de komende planperiode 2024-2027.

Dit aanvullende beleid is daarbij geactualiseerd op uitvoeringsjaar en budgetten. De inventarisatie van deze voorstellen of autonome ontwikkelingen vindt u in de tabellen 2.7.1. en 2.7.2 en de bijgevoegde bijlagen ‘Nieuw Beleid 2024 (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet)’ en ‘Aanvullend Beleid (autonoom, onontkoombaar, reeds ingezet)’. Uiteraard is het uiteindelijk uw raad die in dit verband definitieve beslissingen neemt. Voor een inhoudelijke toelichting op deze voorstellen, verwijzen we u naar bijlage 2 van deze Kadernota. 2.7.1

Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen

TE HONOREREN NIEUW BELEID 2024 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)

KREDIET

2024

2025

2026

2027

Programma 1: Dienstverlening en Veiligheid Openbare orde en veiligheid 1

Uitvoering audit Wet Politiegegevens (1 x per 4 jaar)

20

Programma 4: Cultuur, sport en ontspanning Sportaccommodaties/ Cultuurparticipatie 2

Masterplan Vondelpark 2.0

0

Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Maatwerkvoorzieningen, - dienstverlening 3

Aanbesteding doelgroepenvervoer

Pm

Pm

Pm

Pm

4

Aanbesteding huishoudelijke ondersteuning (1-1-2024)

Pm

Pm

Pm

Pm

5

Aanbesteding WMO (1-1-2025)

Pm

Pm

Pm

6

Aanbesteding Jeugd (1-1-2025)

Pm

Pm

Pm

7

Onderzoek reële tarieven (2023/2024)

Pm

Totaal nieuw beleid

20

12

2.7.2

Te honoreren nieuwe beleidsontwikkelingen

TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2024 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)

KREDIET

2024

2025

2026

2027

54

54

54

67

67

Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Riolering, Openbaar groen en Verkeer 8

Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2024 vGRP

1.686

9

Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2025 vGRP

2.085

10

Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2026 vGRP

1.016

11

Kredieten t.b.v. Uitvoering in 2027 vGRP

1.680

12

Baten rioolrecht (dekking GRP)

13

Krediet Glinde Hooiland 2024

1.400

14

Krediet Glinde Hooiland 2025

2.200

15

Krediet Glinde Hooiland 2026

2.377

16

Krediet Glinde Hooiland 2027

1.725

17

Baten rioolrecht (dekking GRP)

18

Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2024

75

19

Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2025

99

20

Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2026

109

21

Vervanging speelvoorziening Openbaar Groen 2027

109

22

Uitvoering verkeersknelpunten 2024

300

23

Uitvoering verkeersknelpunten 2025

300

24

Uitvoering verkeersknelpunten 2026

300

25

Uitvoering verkeersknelpunten 2027

300

32

(54)

(121)

(153)

45

45

45

70

70 76

(45)

(115)

(191)

6

6

6

8

8 9

14

14

14

14

14 14

Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Sportaccommodaties 26

ZVV De Esch: renovatie veld 1 natuurgras (2025)

31

4

3

27

OHC Bully: vervanging toplaag veld 1 (2025)

229

26

25

12

12

Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Onderwijshuisvesting 28

Drie eenheidsschool; voorbereidingskrediet (2024, lineair 40 jaar)

330

12

12

29

Drie eenheidsschool; bouwkrediet (2024, lineair 40 jaar)

3.793

142

141

30

De Esch; voorbereidingskrediet (2025, lineair 40 jaar)

265

10

10

31

De Esch; bouwkrediet (2026, lineair 40 jaar)

32

De Linde; voorbereidingskrediet (2025, lineair 40 jaar)

11

11

33

De Linde; bouwkrediet (2026, lineair 40 jaar)

34

TCC Lyceumstraat; voorbereidingskrediet Revitalisatie (2025, lineair 20 jaar)

221

14

14

35

TCC Lyceumstraat; bouwkrediet Revitalisatie (2025, lineair 20 jaar)

4.206

3.051 297 3.419

13

TE HONOREREN AANVULLEND BELEID 2024 (AUTONOOM, ONONTKOOMBAAR, REEDS INGEZET) Onderdelen (x € 1.000)

KREDIET

36

TCC Lyceumstraat; voorbereidingskrediet Vernieuwbouw (2025, lineair 40 jaar)

37

TCC Lyceumstraat; bouwkrediet Vernieuwbouw (2025, lineair 40 jaar)

10.494

38

TCC Lyceumstraat; voorbereidingskrediet gymzalen of sporthal (2025, lineair 40 jaar)

174

39

TCC Lyceumstraat; bouwkrediet gymzalen of sporthal (2025, lineair 40 jaar)

3.299

40

TCC Lyceumstraat; Aflossing restant boekwaarde gebouw uit 2002

41

TCC Lyceumstraat; sloopkosten gebouw uit 2002

42

TCC Lyceumstraat; dekking boekwaarde en sloopkosten t.l.v. .Algemene Reserve

43

TCC Lyceumstraat; vrijval kapitaallasten wegens sloop gebouw uit 2002

2024

2025

2026

2027

21

21

7

6

(110)

(110)

552

1.670 346 (2.016)

Totaal aanvullend beleid

12

32

179

198

Waarvan reeds gedekt (Programmabegroting 2023)

0

-17

-191

-15

Budgetintensivering

12

15

-12

183

2.8

Indicatief subtotaal komende planperiode

Onderdelen (x € 1.000) h. Indicatief subtotaal komende planperiode

2023 V

1.659

2024 V

2025 44

V

2.046

2026 N

1.936

2027 N

386

Zoals in tabel 1 is te lezen verwachten we, rekening houdend met alle voorgaande informatie, voor de komende planperiode af te stevenen op een negatief saldo voor het ‘ravijnjaar’ 2026 en de jaarschijf 2027. De overige jaren vertonen begrotingsoverschotten.

2.9

Voorgesteld voorlopig dekkingsplan

Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling

Pm

Pm

Pm

V

1.936

V

386

Het begrotingsresultaat, zoals bij ‘h.’ kan het streven naar repressief toezicht door de Provincie in de weg staan. In samenhang met de oplopende rentelasten en voor een realistische investeringsplanning is een kritische heroriëntatie en herbeoordeling van de openstaande investeringsvoornemens op fasering en actualiteit aan te bevelen. Zeker als we, net als het afgelopen jaar, voor de komende planperiode het ‘bestendig’ gehanteerde uitgangspunt van een structureel sluitende begroting voor de gehele planperiode willen handhaven. Voor nu volstaan we op dit onderdeel met een onttrekking aan de 14

Algemene Reserve, om onze ambitie om blijvend te streven naar positief financieel resultaat te bestendigen.

2.10

Totaalresultaat

Onderdelen (x € 1.000) J. TOTAALRESULTAAT

2023 V

1.659

2024 V

2025 44

V

2.046

2026 V

2027 0

V

0

Zoals aangegeven is het financiële uitgangspunt om voor de komende planperiode een sluitende (meerjaren-)begroting aan te kunnen bieden. Dit vereist voor de komende periode, naast het verwerken van aanvullende informatie, onder andere dat externe ontwikkelingen strak worden ‘gemonitord’ en getoetst aan de opgenomen uitgangspunten voor deze Kadernota. De definitieve uitkomsten van de meicirculaire 2023 vormen in dat kader een eerste toetsingsmoment.

15

3

Ontwikkelingen en Risico’s

Een 1e doorrekening van de geformuleerde begrotingsuitgangspunten en de bekende financiële ontwikkelingen levert voorlopig begrotingsnadelen op voor het ‘ravijnjaar’ 2026 en ook voor de jaarschijf 2027. De overige jaarschijven laten vooralsnog positieve saldi zien. De komende periode richting de definitieve vaststelling van de Programmabegroting 2024 zullen deze saldi verder worden ‘gefinetuned’ door onder meer verwerken van de (financiële) effecten van de meicirculaire 2023. Per saldo wordt er bij deze Kadernota 2024 een somberder meerjarenperspectief gepresenteerd dan de uitgesproken verwachtingen bij de gewijzigde begroting 2023, na verwerking van de gewijzigde programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026. Hoewel er mede door het gezonde weerstandsvermogen van de gemeente Oldenzaal nog steeds een gezonde financiële basis ligt voor de komende planperiode, is de nagestreefde repressieve vorm van toezicht door Provincie Overijssel met de hier gepresenteerde saldi geen vanzelfsprekendheid. Verder dienen er bij dit gepresenteerde perspectief enkele aanvullende nuanceringen en actuele risico’s te worden benoemd. 3.1

Rentelasten, stuwmeer investeringen en prijsstijgingen (Inflatie)

Rentelasten Een belangrijk risico-element en oorzaak voor de verslechterende meerjarensaldi ten opzichte van de Programmabegroting 2023 zijn de opgelopen rentelasten. Bij de voorlopige uitwerking van de begrotingsuitgangspunten voor de Kadernota 2024 wordt nu reeds geconstateerd dat de opgelopen rentestanden een negatief effect hebben op het meerjarig begrotingssaldo. De voor 2024 te hanteren omslagrente (het gehanteerde rentepercentage voor berekening kapitaallasten investeringskredieten) neemt ten opzichte van 2023 naar verwachting met 0,75% toe tot 1,25%. Dit betekent een structurele extra last voor de begroting 2024 van minimaal € 800.000. Verder oplopende rentetarieven zullen vanzelfsprekend navenant oplopende (kapitaal-) lasten betekenen. Stuwmeer Investeringen en kapitaallasten na 2027 De stijgende rentelasten zijn enerzijds het gevolg van de oplopende rentestanden, maar worden ook veroorzaakt door de ambitieuze investeringsplanningen van de gemeente Oldenzaal. Zoals reeds aangegeven bij vaststelling van de Programmabegroting 2023 staan voor de komende planperiode diverse investeringen gepland die veel (ambtelijke) capaciteit zullen gaan vergen. Tevens werd toen al geconstateerd dat “de aanvankelijk geraamde bedragen door inflatieontwikkelingen onder druk komen te staan. Medio 2022 bedroeg de omvang van de openstaande investeringen € 57,8 miljoen.

Gevoegd bij de nieuwe beleidsvoornemens uit het Raadsprogramma legt dit een fors beslag op de beschikbare (ambtelijke) capaciteit” Op dit moment (mei 2023) is de omvang van het ‘Stuwmeer’ opgelopen tot € 63 miljoen. Naast een fors beslag op de ambtelijke capaciteit, beperken de openstaande investeringen in toenemende mate (stijgende rente) de meerjarige begrotingsruimte, waarbij investeringsbudgetten door opgelopen inflatie mogelijk ook niet meer toereikend zijn. Voor een realistische investeringsplanning is een kritische herorientatie en herbeoordeling van de openstaande investeringsvoornemens op fasering en actualiteit aan te bevelen. Dit heeft een tweeledig effect: een verminderde druk op de beschikbare ambtelijke (uitvoerings-) capaciteit en een vermindering van toekomstige investerings- en kapitaallasten. Tenminste voor zover er geen nieuwe investeringen bijkomen. Verder gaan vanaf 2028 (buiten de ‘scope’ van deze Kadernota), de kapitaalasten (afschrijving en rente) als gevolg van investeringen in onderwijshuisvesting en (binnen-)sport accommodaties aanzienlijk toenemen. In de komende periode en in aanloop naar de Programmabegroting 2025 worden dan ook finan16

cieel-technische oplossingen onderzocht en zo nodig voorgesteld aan uw Raad. Concreet moet hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan de instelling van dekkingsreserves voor kapitaallasten, waardoor toekomstige begrotingssaldi worden ontlast Inflatie Ook de oplopende inflatie vertaalt zich bij de Kadernota 2024 voorlopig in (historisch) hoge indexpercentages voor lonen en sociale lasten (5,6%) en goederen en diensten (8,9%). De sinds enkele jaren gehanteerde ‘OVA-index’ voor de budgetten Sociaal domein bedraagt voor 2024 7,58%. Naar verwachting, en vanuit oogpunt van conservatief begroten, worden we daarvoor slechts gedeeltelijk door het Rijk gecompenseerd via het gemeentefonds. Het voorlopig becijferde aanvullende structurele nadeel dat hierdoor ontstaat bedraagt ca. € 870.000.

3.2

De Omgevingswet en leges

Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking. Hierdoor kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:       

nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen; (mogelijk) minder vergunningplichten; de ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning; gemeentelijke kosten worden hoger of lager; gemeentelijke kosten verschuiven; meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken); planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer).

3.3

Gemeentefonds

De uitkomsten van de decembercirculaire 2022 worden meegenomen en financieel verwerkt bij de Voorjaarsnota 2023. De bijdragen uit het gemeentefonds voor de gemeente Oldenzaal na decembercirculaire 2022 zien er als volgt uit: Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Algemene uitkering

67.360

68.828

70.179

65.510

Het kabinet heeft het voornemen om voor de periode vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds uit te werken met daarbij ook een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied. Het Kabinet geeft daarbij aan te streven naar een financieringssystematiek die “gemeenten en provincies stabiliteit biedt en ruimte geeft om autonome keuzes te maken, vanuit een solide financiële basis”. Vooruitlopend hierop heeft het Kabinet voor 2026 eenzijdig de huidige systematiek ‘opgezegd’ en de jaarlijkse aanpassing van het gemeentefonds voor stijgende lonen, prijzen en het aantal inwoners (het zogenoemde accres) teruggezet naar een lager niveau. Tevens is voor 2026 de terugkeer van de volledige opschalingskorting weer aangekondigd. In de onlangs verschenen Voorjaarnota 2023 van het Kabinet staat dat gemeenten er vanaf 2027 structureel geld bij krijgen. De opschalingskorting blijft echter in stand en doordat er pas in 2027 geld bij komt, bedraagt de terugval van middelen in 2026 € 3 miljard (ten opzichte van 2025). Vanaf 2027 kent het Kabinet gemeenten structureel een bedrag van € 1 miljard toe en een volume indexatie. Op basis van de informatie uit de Voorjaarsnota kunnen we een voorzichtige eerste indicatie geven dat een extra structurele bijdrage van € 1 miljard ongeveer gelijk staat aan een extra inkomst voor Oldenzaal van € 1,8 miljoen.

Bij de meicirculaire 2023 zal een en ander nader geconcretiseerd worden. In afwachting daarvan wordt bij de uitwerking van de Kadernota 2024 uitgegaan van een hogere uitkering van € 1,8 miljoen voor 2027. 17

3.4

Budgetontwikkelingen en aanbestedingen Sociaal Domein

In het sociaal domein zijn een aantal ontwikkelingen die mogelijk, dan wel zeker, zullen leiden tot een hogere prijs voor geleverde diensten door aanbieders. Dit gaat om:     

aanbesteding doelgroepenvervoer; aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning; aanbesteding Wmo; aanbesteding Jeugd; onderzoek reële tarieven.

De (financiële) effecten en omvang hiervan zijn bij opmaak van de Kadernota nog niet inzichtelijk en voorlopig als ‘PM’ opgevoerd. Bij de uitwerking van de Programmabegroting 2024 zal, voor zover mogelijk, de financiële vertaling worden gemaakt. Naast de mogelijke effecten van de aanbestedingen kan op basis van extrapolatie van de eerste maanden van 2023, reeds de conclusie worden getrokken dat huidige budgetten Sociale Domein structureel niet toereikend zijn. De financiële effecten hiervan zijn verwerkt en toegelicht bij de Voorjaarsnota 2023 en hebben hun effecten op de bij deze Kadernota 2024 gepresenteerde saldi. Bij verdere uitwerking naar de Programmabegroting 2024 zal hierover zo nodig nader worden gerapporteerd.

3.5

Intensivering onderhoud wegen

De “Beheerstrategie Wegbeheer” geeft inzicht in het onderhoud en de vervanging van wegen in de openbare ruimte in Oldenzaal. Het geeft inzicht in de werkelijke kosten van beheer en onderhoud van wegen en met daarbij een financieel inzicht welke budgetten er nodig zijn om de wegen te onderhouden en aan het eind van de levensduur de complete constructie te vervangen (zandbed, fundering en verharding(en). In Oldenzaal zijn (redelijk) veel oude wegen waarvoor een jaarlijks onderhoudsbudget beschikbaar is, maar dit is niet toereikend. Er wordt 2-jaarlijks (volgens richtlijnen CROW) een globale visuele weginspectie uitgevoerd, en daaruit blijkt telkens weer dat er achterstallig onderhoud is. Dus dat er wegen zijn waar al onderhoud op uitgevoerd had moeten worden. Voor asfaltwegen geldt dat er dan sprake is van “kapitaalvernietiging” (duurdere maatregelkosten tgv te laat uitgevoerd onderhoud). Voor elementenverhardingen geldt dit niet. Omdat er veel wegen in dezelfde tijdsperiode zijn aangelegd, zal er in de komende jaren regelmatig een piek zijn in het volledig vervangen van wegen (d.w.z. de volledige constructie). Hier is financieel echter geen vervangingsbudget voor geregeld, daarom is een ingenieursbureau ingehuurd om inzicht te krijgen in onderhouds- én vervangingskosten.

Daaruit bleek dat er de komende jaren een substantieel groter budget nodig is om de wegen in Oldenzaal te onderhouden c.q. te vervangen (aan eind levensduur).

3.6

Weerstandsvermogen

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. Van de reserves, die invulling geven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt. Onderdelen (x € 1.000) (excl. Resultaat 2022)

1-1-2023

1-1-2024

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

Algemene reserve

10.418

16.646

16.096

15.595

15.145

Algemene reserve grondexploitatie

3.684

3.684

3.684

3.684

3.684

Bestemmingsreserves Alg. Dienst

18.824

18.011

17.714

17.417

17.120

18

Bestemmingsreserves grondexploitatie

10.197

10.197

10.197

10.197

10.197

Totaal reserves

43.123

48.538

47.691

46.893

46.146

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves (31 december 2023) algemene dienst (10,4 mln.) en grondexploitatie (3,6 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s (2,2 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,3 mln.). Concreet betekent dit voor 2023 een verwachte weerstandsratio van 3,1. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus ultimo 2022 kwamen we uit boven de door ons zelf bepaalde norm. Het voorlopig jaarrekeningresultaat 2022 is naar verwachting substantieel positief. Dit saldo maakt nog geen onderdeel uit van bovenstaande presentatie van het weerstandsvermogen.

3.7

Overige risico’s

Naast de al genoemde ontwikkelingen zijn er nog overige risico’s te benoemen waarop weliswaar in meer of mindere mate invloed uitgeoefend kan worden, maar die zich vooralsnog lastig in financiële zin laten vertalen. In dat kader zijn de bij de jaarrekening 2022 benoemde risico’s met mogelijke structurele doorwerkingen naar 2024 onder andere:                  

effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen; risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom); afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie; aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO; onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd; doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar; renteontwikkeling; extreme weersomstandigheden; meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht; prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015; stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic); Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK); evenementen; legesinkomsten; vastgoedportefeuille leegstand en huurderving; risico AVG-incident waaronder boete bij meldplicht datalekken; gladheidsbestrijding; verbonden partijen.

Deze en aanvullende geïnventariseerde risico’s zullen zoals gebruikelijk, een plek krijgen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de komende programmabegroting 2024.

19

4

Conclusies

Met de voorliggende Kadernota 2024 is het startsein gegeven voor de Programmabegroting 2024. Een Kadernota waarbij in tegenstelling tot eerdere edities geen organisatie brede uitvraag voor nieuwe beleidswensen is gedaan. Met het vaststellen door uw Raad van de (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 op 6 maart 2023 hebben we immers reeds onze investeringsbereidheid getoond, passend bij hetgeen realiseerbaar is binnen de beschikbare ambtelijke capaciteit. Daarnaast willen we niet te veel vooruitlopen op de inbreng van onze inwoners bij de in 2024 vast te stelen Toekomstvisie 2040. Wel worden er bij deze Kadernota 2024 eerder in gang gezette beleidsvoornemens bekrachtigd en (financieel) geactualiseerd. Dit resulteert bijvoorbeeld in de actuele en ambitieuze vertaling van het vastgestelde Integraal Huisvestingsplan voor het Onderwijs in de gemeente Oldenzaal met diverse grote projecten die voor de komende planperiode op stapel staan. De focus ligt wat betreft het College in 2024 dan ook met name op het waarmaken van geplande investeringen en eerder genomen beleidsvoornemens. Beleidsvoornemens die kunnen worden gerealiseerd door het goede financiële fundament dat bij de programmabegroting 2023 en de daaropvolgende producten uit de P&C-cyclus is gelegd.

Tegelijkertijd hebben we met het vaststellen van de jaarrekening 2022 geconstateerd dat we beschikken over een flinke algemene reserve. Hiermee hebben we voor de komende jaren een gezonde buffer opgebouwd, Per saldo wordt er bij deze Kadernota 2024 een somberder meerjarenperspectief gepresenteerd dan de eerder uitgesproken verwachtingen bij de gewijzigde begroting 2023, na vaststelling van het Raadsprogramma 2022-2026. Bij de huidige inzichten sluiten de jaarschijven 2026 (‘ravijnjaar’) en 2027 met negatieve saldi. De nieuwe en reeds ingezette beleidsvoornemens kunnen echter, mede door het gezonde weerstandsvermogen van de gemeente Oldenzaal, onverminderd worden gerealiseerd. Door oplopende rentestanden, hoge inflatie, de stijgende salarissen, toenemende budgetdruk binnen het Sociaal Domein en de verwachte nadelen op aanbestedingen is de financiële situatie echter kwetsbaar geworden. Ook zijn de toekomstige ontwikkelingen van het Gemeentefonds (opschalingskorting, hervormingsagenda Jeugd) uiterst onzeker en onvoorspelbaar. De komende meicirculaire geeft wellicht een eerste inkijk in de houdbaarheid van de gepresenteerde uitgangspunten en de te ontvangen Rijksbudgetten.

Zoals ook in het voorwoord aangegeven vraagt deze onzekerheid om terughoudendheid maar vooral ook realisme in het maken van keuzes op zowel financiele haalbaarheid als uitvoerbaarheid binnen de bestaande (ambtelijke) capaciteit. Het bestendige begrotingsuitgangspunt binnen de gemeente Oldenzaal is om jaarlijks een structureel sluitende begroting te presenteren, waarmee haast als vanzelfsprekend ook wordt voldaan aan de voorwaarden voor een “groene” toezichtcode op gebied van provinciaal financieel toezicht. Door de gesignaleerde budgetdruk in met name de jaren 2026 en 2027 is ‘repressief’ toezicht niet langer automatisch een vanzelfsprekendheid. Dit verslechterde perspectief past echter binnen het gesignaleerde landelijke beeld dat de structureel financiële houdbaarheid van gemeenten onder druk komt te staan door de (voorlopig) structurele korting van € 3 miljard op het gemeentefonds vanaf 2026. Individueel en in georganiseerd verband gaan we dan ook met Rijk en fondsbeheerders in gesprek om taken en middelen weer structureel in balans te krijgen en met de provinciale toezichthouders over het financieel toezicht en de gevolgen van het indienen van tekortbegrotingen voor de jaarschijven na 2025.

20

We stellen u voor door middel van het vaststellen van deze Kadernota in te stemmen met de hierin opgenomen kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2024. Oldenzaal, [Vul hier verzenddatum in] Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

G.W. Goedmakers

P.G. Welman

21

Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten

Samenvatting (op te nemen in Kadernota 2024 en Programmabegroting 2024) De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2024-2027 is de in de raadsvergadering van 7 november 2022 vastgestelde programmabegroting 2023 alsmede de daarna door de raad vastgestelde (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 op 6 maart 2023. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling:  Lonen en sociale lasten  Goederen en diensten  Gemiddelde index (loon- en prijsontwikkeling)  Omslagrente  Index Sociaal Domein

5,60% 8,90% 7,25% 1,25% 7,58%

Batenontwikkeling:  Nominale loon- en prijsontwikkelingen;  Autonome volumeontwikkelingen. Eigen belastinggebied:  Huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten;  Tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling;  Overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting;  Rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens;  Rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding).

22

Bijlage 1.

Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2024-2027 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2024-2027 is de in de raadsvergadering van 7 november 2022 vastgestelde programmabegroting 2023 alsmede de daarna door de raad vastgestelde (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 op 6 maart 2023. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: I.

Algemeen

De in de raadsvergadering van 7 november 2022 vastgestelde Programmabegroting 2023 en de door de raad op 6 maart 2023 vastgestelde (gewijzigde) programmateksten en nieuw beleid o.b.v. Raadsprogramma 2022-2026 vormen de basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode; Een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting, d.w.z. dat tenminste de structurele lasten worden gedekt door structurele baten; Bij de op te nemen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB). Voor dit moment betekent dit concreet het Centraal Economisch Plan (CEP) 2023 van maart 2023. Volgens een bestendige gedragslijn gaan wij voor de begrotingsuitgangspunten uit van de verwachtingen van het CPB verwoord in het CEP. De meerjarenbegroting wordt opgesteld op basis van constante lonen en prijzen naar het verwachte prijspeil van 2023; Bij het samenstellen van de ramingen voor aanvaard beleid is slechts plaats voor autonome volumeontwikkelingen, conform de kerngegevens in paragraaf V. De hieruit voortkomende budgetten, zoals in de beheersbegroting van het lopende dienstjaar opgenomen, zijn bindend.

Verwachte grote mutaties hierop (voor de goede orde: dit kunnen zowel mee- als tegenvallers betreffen) dienen daarom dus tijdens het proces van opstelling van het P&C-document, inclusief motivatie, aangeleverd te worden conform de procedure die geldt voor “aanvullend beleid”. Alle overige (volume)ontwikkelingen worden per definitie als “aanvullend beleid” aangemerkt en dienen als zodanig, conform de procedure die hiervoor geldt, tijdens het proces van opstelling van het P&C-document aangeleverd te worden.

 

 

II.

Uitgangspunten voor de lasten aanvaard beleid

1.

Loonontwikkeling De huidige Cao voor gemeenteambtenaren loopt van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. Op 5 april 2023 is het principeakkoord voor de Cao 2023 en de Cao SGO (samenwerkende gemeentelijke organisaties) definitief geworden. Op basis van het CEP is de verwachte stijging van de loonvoet voor de sector overheid 4% in 2023 en 5,2% in 2024. In de programmabegroting 2023 werd rekening gehouden met een stijging voor 2023 van 3,6%. De bestendige lijn zou zijn de 5,2% voor 2024 te verhogen met een correctie op de begroting 2023 van 0,4% (4,0% - 3,6%), exclusief eventuele formatieontwikkelingen bij aanvullend beleid. Het indexpercentage lonen en sociale lasten 2024 komt daarmee op 5,6%. In de toelichting op het CEP wordt aangegeven dat in het genoemde percentage rekening is gehouden met de incidentele loonontwikkeling. Hiervoor behoeft dus geen extra budget opgenomen te worden.

2.

Prijsontwikkeling Bij het ramen van deze component laten we ons volgens een bestendige lijn eveneens leiden door prognoses (en werkelijkheid met betrekking tot de afgelopen jaren) van het CPB. Als we dan de betreffende info uit het CEP van maart 2022 (waarmee we in de begrotingsuitgangspunten voor de begroting 2023 rekening hebben gehouden) en maart 2023 met elkaar vergelijken zitten er op het 23

onderdeel prijsinflatie (prijs materiële overheidsconsumptie imoc) verschillen. Voor de compensatie van de verschillen kijken we gebruikelijk 3 jaar terug. Voor de raming van de prijsontwikkeling voor de jaren 2024 en volgende sluiten we aan bij de prijscompensatie waarmee bij de raming van de algemene uitkering ook rekening wordt gehouden. De algemene uitkering is voor dit onderdeel eveneens gebaseerd op het laatste CEP. In de uitgave van maart 2023 heeft het CPB de prijsontwikkeling voor overheidsconsumptie voor 2024 geraamd op 3,9%. Onderstaand een overzicht van inflatiecijfers geraamd in verschillende uitgaven van het CPB waarop wij ons voor de prijsontwikkeling baseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12965193/2