CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Jaarstukken 2021 -bijlage 1 jaarstukken 2021

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Jaarstukken 2021 en verslag van de accountant42.167 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

43

participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen; Blijvend aandacht voor binnen- en buitenschoolse cultuureducatie; Betrekken bij en interesseren van jongeren voor cultuur.

2.5.3

Beleidsindicatoren

Wettelijke verplichte beleidsindicatoren

Maatschappelijke ondersteuning

Indicator

Eenheid

Periode

Oldenzaal

Trend Provincie

25.000 – 50.000 Bron inw. DUO – Dienst Uitvoering 2,10 Onderwijs DUO – Dienst Uitvoering 22,00 Onderwijs

1 Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2020

0,00

1,80

2 Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2019

36

23,00

Vroegtijdige schoolverlaters 3 zonder startkwalificatie (vsvers)

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2020

1,0%

1,5%

1,4%

Ingrado

4 Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 – 74 jaar

2020

794,6

707,2

587,5

LISA

% 12 t/m 21 jarigen

2020

0,00%

1,00%

1,00%

6 Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

2020

4,00%

5,00%

4,00%

7 Netto arbeidsparticipatie

% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking

2020

69,5%

68,6%

69,0%

CBS

8 Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

2020

1,00%

2,00%

2,00%

Verwey Jonker Instituut Kinderen in Tel

Aantal per 1.000

2021

31,9

39,4

27,5

CBS

2020

30,5

22,5

20,0

CBS

2020

10,3%

11,0%

11,7%

CBS

2020

1,0%

1,4%

1,2%

CBS

2020

0,4%

0,4%

0,3%

CBS

2021

85

68

62

GMSD

5

Jongeren met een delict voor de rechter

Personen met een bijstandsuitkering Lopende reïntegratie10 voorziening 9

11 Jongeren met jeugdhulp Jongeren met 12 jeugdbescherming Jongeren met 13 jeugdreclassering Cliënten met een 14 maatwerkarrangement WMO

Aantal per 1.000 inwoners van 15 – 64 jaar % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar Aantal per 1.000 inwoners

Verwey Jonker Instituut Kinderen in Tel Verwey Jonker Instituut Kinderen in Tel

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Absoluut verzuim betreft het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school per 1.000 inwoners in de leeftijd van 5-18 jaar

1. 2 Relatief Formatie verzuim betreft betreft de het toegestane aantal leerlingen formatie dat in aantal wel staat fte van ingeschreven het ambtelijk op een apparaat school, permaar 1.000 ongeoorloofd inwoners op afwezig basis van is, per de 1.000 begrote inwoners salarisstaat in de leeftijd van 5-18 jaar Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie betreft het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen 2. 3 Bezetting betreft het werkelijk aantal fte dat werkzaam is zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat, 3. Apparaatskosten zijnbanen de noodzakelijke financiële middelen het inzetten 4 Banen betreft het aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd voor van 15-64 jaar van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. v 4.

5 Jongeren Externe metinhuur en delict betreft voorhet deuitvoeren rechter betreft van werkzaamheden het percentage in jongeren opdracht (12-21 van een jaar)bijdat demet organisatie een delictinvoor dienst dezijnde rechter opdrachtgever is verschenendoor een private organisatie met 6 Kinderen in uitkeringsgezin betreft het percentage kinderen tot18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen 7 Netto arbeidsparticipatie betreft het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking 8 Werkloze jongeren betreft het percentage werkloze jongeren (16-22 jaar) 9 Personen met een bijstandsuitkering betreft het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder 10 Lopende reïntegratie uitkeringen betreft het aantal lopende re-integratievoorzieningen (eind peilperiode) per 1.000 inwoners (15-64 jaar) 11 Jongeren met jeugdhulp betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 12 Jongeren met jeugdbescherming betreft het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdberschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar 13 Jongeren met jeugdreclassering betreft het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar) 14 Cliënten met een maatwerkarrangement WMO

betreft het aantal cliënten per 1.000 inwoners met een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de WMO

44

Indicator

Eenheid

Periode

Oldenzaal

Trend Provincie

25.000 – 50.000 Bron inw.

1 Kwaliteit onderwijs

Score 1-100

2017

69

52

53

Telos - Db

2 Maatschappelijke participatie

Score 1-100

2017

49

52

52

Telos - Db

3Huishoudens met bijstandsuitkering %

2018

4,2%

5,4%

3,7%

CBS

4 Werkloosheidspercentage

2017

4,5%

4,9%

4,2%

CBS arb.deelname

5 Personen met overgewicht 2016 % 6 Aantal re-integratievoorzieningenAantal afgerond op 10-tallen 2018

52,3%

50,4%

50,7%

Gezondheidsm., GGD’en, CBS&RIVM

40

-

-

%

CBS

Toelichting bij de indicatoren van gemeente Oldenzaal: 1 Kwaliteit onderwijs betreft het oordeel over de kwaliteit van het onderwijs uitgedrukt in een score van 1-100 2 Maatschappelijke participatie betreft de mate van maatschappelijke participatie uitgedrukt in een score van 1-100 3 Huishoudens met bijstandsuitkering betreft het aantal huishoudens met bijstandsuitkering t.o.v. het totaal aantal huishoudens 4 Werkloosheidspercentage betreft het aantal werklozen in de beroepsbevolking t.o.v. de totale beroepsbevolking 5 Personen met overgewicht betreft het aantal personen(in %) ouder dan 19 jaar met een BMI van 25 en hoger t.o.v. de totale 19+ bevolking Gegevens over het aantal re-integratievoorzieningen om de afstand tot de arbeidsmarkt van werkzoekenden te verkleinen en het aantal uitkeringen 6 aan huishoudens op grond van de Participatiewet.

Aanvullende beleidsindicatoren Naast de wettelijk verplichte beleidsindicatoren, is er binnen het sociaal domein voor gekozen een aantal aanvullende indicatoren te monitoren. Hierbij gaat het om indicatoren die rechtstreeks verband houden met de beleidsambities zoals deze specifiek voor 2020 geformuleerd zijn. Op de verschillende beleidsterreinen zijn deze specifieke indicatoren gekozen, in samenhang met en in aanvulling op de maandelijkse rapportages/factsheet sociaal domein. Zij geven inzicht in de realisatie van deze ambities en bieden aanknopingspunten voor het doorontwikkelen van beleid. Afhankelijk van trends en beleidsontwikkelingen kunnen deze indicatoren jaarlijks worden aangepast. Beleidsterrein

Indicator

Onderwijs

Aantal meldingen schoolverzuim 18primair onderwijs Aantal meldingen schoolverzuim 18voortgezet onderwijs Aantal meldingen schoolverzuim 18middelbaar beroepsonderwijs Aantal meldingen schoolverzuim 18+

Werken

Procentuele groei van loonwaarde bij cliënten die met loonkostensubsidie zijn geplaatst Aantal WSW-ers dat gedetacheerd werkt bij een reguliere werkgever Aantal geholpen huishoudens in het kader van project vroegsignalering schulden

Beoogde ontwikkeling Daling

Waarde 2021 13

Ontwikkeling 2021 Daling van 23 naar 13

73

Stijging van 68 naar 73

28

Daling van 52 naar 28

Jaarverslag RMC 20202021 (beschikbaar april 2022) Arbeidsdeskundige Gemeente Oldenzaal

14

Daling van 20 naar 14

Stijging

Kwartaalrapportage WSW

81

Daling van 86 naar 81

Nulmeting

Verantwoording project vroegsignalering schulden

8

Daling van 13 naar 8 - (circa 10 gesprekken per maand), op basis daarvan 8 huishoudens kunnen helpen.

Daling

Daling

Daling

Stijging

Bron Jaarverslag RMC 20202021 (beschikbaar april 2022) Jaarverslag RMC 20202021 (beschikbaar april 2022) Jaarverslag RMC 20202021 (beschikbaar april 2022)

Niet bekend

45

WMO

Jeugd en gezin

Gezondheid

Sport

2.5.4

Percentage cliënten Wmo-maatwerkvoorziening dat zich beter kan redden. Aantal overbelaste mantelzorgers

Stabilisatie

Landelijk verplicht cliënttevredenheidsonde rzoek

85%

2020 niet gemeten

Daling

Monitor Sociaal Domein

2020 niet gemeten

Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door huisartsen Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door GI’s Aantal verwijzingen naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders door overige verwijzers Percentage inwoners dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen Percentage inwoners op gezond BMI Lidmaatschap sportverenigingen

Daling

Factsheet/maandrapport age Sociaal Domein

58% (soms 37%, regelmati g 11%, vaak 10%) 261

Daling

Factsheet/maandrapport age Sociaal Domein

209

Vrijwel gelijkblijvend (212 in 2021)

Daling

Factsheet/maandrapport age Sociaal Domein

827

Stijging van 721 naar 827

Stijging

Waarstaatjegemeente.nl

53%

Stijging

GGD Gezondheidsmonitor

46%

Stabilisatie

KISS monitor

Niet bekend

Meting uit 2020, vervolgmeting nog niet beschikbaar. Landelijk beeld: 50% Meting uit 2020, vervolgmeting nog niet beschikbaar Landelijk beeld: daling (NOC/NSF)

Daling van 329 naar 261

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen

Regio Twente

In 2021 is het Openbare Lichaam Gezondheid opgericht (OLG). En daaronder vallen de GGD, OZJT en Veilig Thuis Twente. De GGD voert de publieke gezondheid en jeugdgezondheidzorg uit. Het OZJT voert aantal taken uit op het gebied van jeugdhulp en Wmo. VTT voert taken uit ter voorkoming of bevordering van een veilig thuis voor iedereen.

Stadsbank Oost Nederland

De Stadsbank voert namens de gemeenten de integrale schuldhulpverlening uit Dit geldt ook voor de preventie en nazorg activiteiten De stichting Werkprojecten Oldenzaal treedt namens de gemeente Oldenzaal op als werkgever voor de Oldenzaalse Wsw-medewerkers. De uitvoering van de Wsw gebeurt door het Maatschappelijk Plein

Stichting Werkprojecten Oldenzaal

46

2.5.5

Wat heeft het gekost?

Wat heeft het gekost?

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2021

2021

2021

Verschil realisatieraming na wijziging 2021

Lasten

50.181

52.302

52.100

202 V

481

Baten

11.070

13.231

15.708

2.478 V

862

Saldo

39.111

39.072

36.391

2.680 V

381 V

Toevoeging aan reserves

38

757

673

84 V

670

Onttrekking aan reserves

211

211

15

196 N

15

38.938

39.618

37.049

2.568 V

274 N

(bedragen x € 1.000)

Resultaat

Incidenteel gerealiseerd

2021

De uitgebreide financiële analyse van programma 5 Maatschappelijke ondersteuning is opgenomen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021.

47

2.6

Financiële algemene dekkingsmiddelen

Onder dit programma vallen de volgende producten:  OZB woningen en niet woningen  Belastingen overig  Beheer overige gebouwen en gronden  Algemene uitkering en gemeentefonds  Overige baten en lasten  Vennootschapsbelasting  Overhead  Treasury  Mutaties reserves en voorzieningen 2.6.1

Algemeen

Dit onderdeel behoort formeel gezien niet tot de programma’s. In dit programmaonderdeel wordt inzicht verschaft in de baten en lasten die niet als zodanig in de verschillende programma’s zijn opgenomen. Ook worden hier nieuwe beleidsvoornemens en heroverwegingen opgenomen die (vooralsnog) niet rechtstreeks aan een concreet programma toebedeeld kunnen worden. Daarvoor worden dezelfde tabellen gebruikt die u ook aantreft in de verschillende programma’s.

2.6.2

Beleidsindicatoren

Indicator 1 Gemiddelde WOZ waarde Gemeentelijke woonlasten 2 eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten 3 meerpersoonshuishouden

Eenheid

Periode

Oldenzaal

Provincie

Bron

Duizend euro

2021

251

251

CBS

In Euro’s

2021

761

757

COELO

In Euro’s

2021

797

796

COELO

Toelichting bij de verplichte indicatoren: 1 Gemiddelde WOZ-waarde betreft de gemiddelde WOZ-waarde van woningen 2 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een eenpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten 3 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden betreft het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

2.6.3

Betrokkenheid verbonden partijen

Verbonden partij

Bijdrage aan te realiseren beleidsdoelstellingen

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT)

Het GBT voert, in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de aanslagoplegging, heffing en invordering uit van de in dit programma genoemde lokale heffingen en belastingen. Dit doet het GBT eveneens voor de in de overige paragrafen aangegeven lokale heffingen, o.a. voor afvalstoffen- en rioolheffing. Bovendien ondersteunt het GBT bij het verstrekken van informatie, uitbrengen van rapportages en de handhaving en toezicht. Voor de belangrijkste bron van inkomsten, de OZB, verzorgt het GBT de taxaties en de daarvan afgeleide werkzaamheden. In eerste instantie worden ook de klachten, bezwaren, beroepszaken behandeld en afgedaan. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Vanaf 2018 geldt voor dit pakket aan werkzaamheden de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst als basis.

48

2.6.4

Wat heeft het gekost?

Wat heeft het gekost?

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Incidenteel gerealiseerd

2021

Verschil realisatieraming na wijziging 2021

2021

2021

Lasten

11.535

12.575

14.554

1.979 N

1.298

Baten Saldo

-66.930

-73.360

-76.108

2.748 V

2.796

-55.395

-60.785

-61.554

769 V

1.498 V

Toevoeging aan reserves

0

2.072

3.186

1.114 N

3.186

Onttrekking aan reserves

670

1.591

2.656

1.056 V

2.545

56.065 V

60.304 V

61.024 V

711 V

857 V

(bedragen x € 1.000)

Resultaat

Realisatie

2021

De uitgebreide financiële analyse van Financiële algemene dekkingsmiddelen in hoofdstuk 4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021.

2.6.5

Gerealiseerd resultaat

Gerealiseerd resultaat

Raming voor wijziging 2021

Raming na Wijziging 2021

Saldo van baten en lasten

1.360

-4.937

-10.544

Toevoeging aan reserves

58

4.134

9.453

Onttrekking aan reserves

1.595

2.848

7.207

Gerealiseerd resultaat

177 V

3.651 V

8.298 V

(bedragen x € 1.000)

2.6.6

Realisatie 2021

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2021

2021

2021

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

-8.244

-8.223

-8.196

Algemene uitkeringen

-55.469

-58.787

-59.198

Dividend

-1.451

-4.142

-4.688

Saldo van de financieringsfunctie

-161

-167

-165

Overige algemene dekkingsmiddelen

161

744

195

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2021

2021

2021

2.6.7

Overzicht overhead

(bedragen x € 1.000) Overhead

9.357

10.031

10.540

49

2.6.8

Bedrag heffing vennootschapsbelasting

(bedragen x € 1.000)

Raming voor wijziging

Raming na wijziging

Realisatie

2021

2021

2021

Vennootschapsbelasting

2.6.9

27

27

142

Onvoorzien

Er is een post voor onvoorzien opgenomen in de begroting van € 280.000. Hiervan is circa € 223.000 aangewend. De grootste aanspraken op de post onvoorzien waren: - Samenwerking Participatiewet met Dinkelland; - Herstel boeiborden De Linde, locatie Zandhorstlaan; - StadsID Bloembak Molkenboer.

50

3.

Paragrafen Weerstandsvermogen en Risicomanagement

3.1.1

Inleiding

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. In de programmabegroting en jaarrekening 2021 wordt gewerkt met een beschrijving van de risico’s en een koppeling met de beschikbare reserves (weerstandscapaciteit). Daarin zijn niet betrokken de verzekerde risico’s en de risico’s waarvoor een voorziening in het leven is geroepen. Bij het gemeentelijk grondbedrijf vindt de risicoberekening in verband met het complexe vakgebied separaat plaats in paragraaf 3.6. Deze paragraaf heeft vooral als doel om ingeschatte risico’s zo goed mogelijk te kwantificeren en een relatie te leggen tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan in hoeverre de gemeente Oldenzaal in staat is substantiële financiële tegenvallers op te vangen. Dat betekent niet dat er verder geen risico’s zijn. We staan daarnaast stil bij niet financieel kwantificeerbare risico’s en waar mogelijk nemen we maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

3.1.2

Incidentele componenten weerstandscapaciteit

Van de reserves, waarmee invulling wordt gegeven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt: Bedragen x € 1.000

Omschrijving/Jaren Algemene reserve Alg.dienst Algemene reserve Grondexploitatie Bestemmingsreserves Alg.dienst Bestemmingsreserves Grondexploitatie Totaal reserves

1-1-2020 10.179 4.145 14.989 8.510 37.823

1-1-2021 6.598 3.737 13.142 11.186 34.663

1-1-2022 6.935 3.603 16.239 10.897 37.674

1-1-2023 6.543 3.603 15.197 10.897 36.240

1-1-2024 6.393 3.603 15.204 10.897 36.097

De stand per 1-1-2021 sluit aan bij de stand van de reserves per 31-12-2020, conform de jaarrekening 2020.

3.1.3

Omvang algemene reserve

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves (3112-2021) algemene dienst (6,9 mln.) en grondexploitatie (3,6 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s in deze paragraaf (2,2 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,3 mln.). Concreet betekent dit voor 2021 een verwachte weerstandsratio van 2,3. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus ultimo 2021 komen we uit boven de door ons zelf bepaalde norm.

51

3.1.4

Resultaten

Om een uitspraak te kunnen doen over de hoogte van de aan te houden reserves (de benodigde weerstandscapaciteit) zijn de risico’s geselecteerd, die opgenomen worden in deze paragraaf. De inventarisatie en bepaling van risico’s heeft plaatsgevonden met behulp van diverse ambtelijke collega’s en bespreking in het managementteam. De geselecteerde risico’s zijn het uitgangspunt geweest voor de bespreking in het managementteam van de gemeente Oldenzaal. Van alle risico’s is de volgende informatie verzameld en vastgesteld:  vaststellen van het risicoprofiel;  een inschatting van de kans van optreden;  een inschatting van de financiële gevolgen. Terugkijkend op de Programmabegroting 2021 Hieronder wordt op een aantal punten een nadere toelichting gegeven. Onvolledige compensatie extra lasten Corona-crises Door de ruime compensatie door met name de Rijksoverheid is dit risico beperkt gebleven tot onderstaande beleidsterreinen. De (nog) niet bestede middelen zijn gereserveerd in de reserve Compensatiegelden Corona. Om de gemeente in staat te stellen de Tozo uit te voeren zijn voorschotten verstrekt op de rijksvergoeding. Gebleken is dat de hoogte van de voorschotten voor afzonderlijke gemeenten behoorlijk kan afwijken van de door de gemeente gemaakte kosten, dit geldt ook voor Oldenzaal. De verrekening over 2020 en 2021 moet nog door het Rijk plaatsvinden.

Dit geschiedt op basis van de (voorlopige gegevens) die de gemeente heeft vermeld in haar Beeld van de uitvoering over 2020 en 2021. Op basis van verstrekte voorschotten is er een negatief saldo van ruim Є 200.000. Dit wordt nog verrekend met het rijk. Voor het eerste deel in 2020 was er een regionale regeling continuïteitsregeling voor compensatie van gederfde omzet wegens corona van aanbieders Wmo, Jeugdzorg en vervoer. Vanaf 1 juli 2020 en in 2021 is er op incidentele basis door middel van maatwerk ondersteuning verleend aan aanbieders om de continuïteit van zorg en ondersteuning te waarborgen. Aangezien het hier feitelijk om gederfde omzet gaat, zijn de kosten gedekt uit de voor de uitvoering van deze zorg begrote middelen. In 2021 gaat om een totaalbedrag van Є 145.000. Aan aanbieders die meerkosten hebben gemaakt om de zorg te kunnen blijven bieden binnen de richtlijnen van het RIVM, wordt achteraf een vergoeding voor deze bijzondere meerkosten toegekend. Deze regeling wordt evenals in 2020 regionaal uitgevoerd. Hierop ontstaat geen nadeel omdat de regeling wordt begrensd door het beschikbaar gestelde rijksbudget. Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Door de beperkte ervaringscijfers, gecombineerd met de impact van de corona-crises, is een definitieve conclusie nog niet te trekken.

We zien vooralsnog dat het Twentse inkoopmodel (TOM) niet tot lagere (traject)prijzen heeft geleid, eerder is het tegenovergestelde het geval. Evenals in 2020 blijkt dat het TOM de zorgaanbieder de mogelijkheid geeft de ondersteuning behoeften zodanig te combineren dat de kostprijs, beter dan in het verleden, gecompenseerd wordt. Daarnaast speelt bij dit laatste element ook de gewijzigde indicatietoewijzing een rol. Binnen TOM wordt het totale volume zorg voor de gehele periode toegekend, waarbij de zorgaanbieder de vrijheid heeft deze in te zetten op het moment dat deze nodig is (bijvoorbeeld in het begin van het traject meer minuten zorg). Overigens is het TOM niet primair vanuit kostenbesparend perspectief ontwikkeld. Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom) De afgelopen jaren zien we een steeds sterker toenemende cybercriminaliteit.

52

Daarom hebben we in 2021 BDO accountants en adviseurs een onderzoek laten doen naar de status van Informatieveiligheid en privacy binnen de gemeente Oldenzaal. Het onderzoeksrapport heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd, welke wij in 2022 oppakken. Eind 2021 heeft zich wereldwijd een dreigende crisis voorgedaan rondom een stuk software LOG4J. In dit stukje software zat een grote kwetsbaarheid, waardoor kwaadwilligen makkelijk binnen konden komen bij organisaties. Dit stukje software zat in bijna alle applicaties. Hier is direct voortvarend op gereageerd, zodat uiteindelijk de dreiging is afgewend. Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie De afrekening heeft nog niet plaatsgevonden. Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Als we werkelijke uitgaven 2021 voor de huishoudelijke hulp vergelijken met de uitgaven 2020 zien we een stijging van 6% (inclusief prijsindex!). Ten opzichte van de stijging in 2020 (15,5%) zien we daarmee een sterke afvlakking in de stijging van de uitgaven en de aantallen. Boete bij verwijtbare nalatigheid inzake meldplicht datalekken/privacy Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. In 2021 zijn er 15 meldingen van een datalek geweest. 9 meldingen zijn ook daadwerkelijk als datalek beoordeeld. Alle meldingen zijn direct afgehandeld en hadden een verwaarloosbaar risico voor betrokkenen.

Daarom zijn er geen meldingen aan de autoriteit persoonsgegevens gedaan. In 2021 zijn de eerste interne audits uitgevoerd bij team P&O en bij team Jeugdzaken. Deze audits hebben geleid tot een aantal aanbevelingen aan de teamleider. Huurderving als gevolg van Covid 19 Door de ‘lockdown’ heeft er een huurcompensatie plaatsgevonden voor een aantal huurders. Dit was een incidentele derving waar op de langere termijn geen risico meer van wordt verwacht. Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Voor wat betreft het aantal nieuwe cliënten dat zich bij de gemeente meldt, is er enige onzekerheid. Voor wat betreft de WMO met betrekking tot het aantal meldingen voor met name de huishoudelijke ondersteuning, maar ook de individuele begeleiding blijft stijgen ten opzichte van vorige jaren. De totale aantallen jeugd bleken wel redelijk in lijn met de verwachting. De onzekerheid ligt hier meer op het terrein van de aanspraak op het soort voorziening en de daarmee samenhangende kostprijs per voorziening. Kijkend naar de totale aantallen lijkt er een zekere stabilisatie op te treden ten opzichte van 2020. Voor zowel Jeugd als WMO geldt dat de aantallen nieuwe cliënten ook bepaald worden door het succes van de transformatie. Als er voldoende voorliggende voorzieningen ontwikkeld worden en de cliënten hun weg daar naartoe makkelijk vinden, zal het aantal meldingen dalen.

Er blijft een risico bestaan dat de resultaten van de transformatie achter blijven bij de begroting. In de WMO is moeilijk voorspelbaar welk type zorg er per cliënt wordt toegekend en daarmee samenhangend welke kosten dit met zich mee brengt. Door monitoring van het cliëntenbestand en de toegekende indicaties kan tijdig gesignaleerd worden als de kosten voor de WMO het begrote budget gaan overstijgen. Ten aanzien van de Jeugdzorg blijft het lastig om in te kunnen schatten wat het type zorg is of wordt. Zo komt het meer dan eens voor dat voor het kunnen opstellen van een behandelplan eerst een diagnosetraject moet worden doorlopen, waarbij de cliënt eerst een aantal sessies moet worden gezien. Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Door de aard en leeftijdsopbouw van de huidige WSW-populatie wordt de oorspronkelijke doelstelling “van binnen naar buiten” (detachering i.p.v. beschut), en de daarmee samenhangende verbetering van het exploitatieresultaat, steeds lastiger. Via een neerwaartse aanpassing van de geraamde detacheringsopbrengsten is dit risico budgettair ondervangen. Renteontwikkeling Het risico voor een stijgende rente heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De rente op geleend kasgeld is in 2021 jaar het gehele jaar zelfs negatief geweest. Hiermee heeft zich een renteopbrengst voorgedaan. 53

Extreme weersomstandigheden Door extreme weersinvloeden is tijdens de uitvoering van het project Meijbreestraat een deel van de waterberging omhoog gekomen. Deze extra kosten die gemoeid waren met het herstel zijn gedekt door de verzekering. Voor het overige zijn de in de risicoparagraaf benoemde risico’s en daarbij behorende extra budgetten niet benodigd. Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Het aantal vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen cliënten is niet gestegen. Daarbij was er sprake van een afname van cliënten met een beroep op de zeer kostbare zorg zoals JeugdzorgPlus en WVHS (weinig voorkomende hoog-specialistische jeugdzorg). Stijging afvalkosten door afkeuring pmd (plastic) De huidige begroting biedt ruimte voor onvoorziene kosten. Hierdoor is er geen aanspraak op de risicoparagraaf gedaan. Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Risico niet aanwezig, de SPUK is op verschillende projecten ontvangen. Incidenten bij evenementen Gezien de langere periode van Corona zijn er niet of nauwelijks evenementen doorgegaan. Hierdoor minder risico’s. Legesinkomsten In 2021 zijn er minder legesinkomsten geweest, met name door minder uitgegeven rijbewijzen en IDkaarten. ID-kaarten kunnen worden verklaard door de minder reisbewegingen als gevolg van corona.

Als gevolg van corona zijn er minder evenementen geweest in onze stad, hierdoor bleven de leges achter bij de begroting. Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Er heeft op verschillende objecten huurderving plaatsgevonden echter hiervoor heeft er een vanuit het rijk een compensatie plaatsgevonden. Risico AVG-incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. Op basis van de informatie uit de inventarisatie zijn de risico’s gekwantificeerd. Hierdoor is een uitspraak gedaan over de gewenste omvang van de algemene reserve die benodigd is ter dekking van de financiële gevolgen van de risico’s. In de onderstaande tabel is de omvang van de ingeschatte risico’s weergegeven. Bij kans wordt een inschatting gemaakt van hoe vaak zich dit risico zou kunnen voordoen. Een score van 1 betekent jaarlijks, een score van 0,5 betekent eens per twee jaar. Een score van 0,3 betekent dan 3 keer per 10 jaar en bij een score van 0,8 is de kans groter dan eens per 2 jaar, maar niet jaarlijks. Bij impact wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact die het risico met zich mee brengt als het zich voordoet. Beschrijving van het risico 1 2 3 4 5 6 7 8 9

54

Onvolledige compensatie extra lasten corona-crises Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom). Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO Huurderving als gevolg van corona Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar Renteontwikkeling

Kans 0,5 0,5 0,1 0,5 0,5 0,5 0,3 0,5 0,5

Impact in € € 500.000 € 500.000 € 2.000.000 € 360.000 € 300.000 € 300.000 € 500.000 € 300.000 € 250.000

Risico € 250.000 € 250.000 € 200.000 € 180.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 125.000

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Extreme weersomstandigheden Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015 Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic) Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) Evenementen Legesinkomsten Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken. Gladheidbestrijding Verbonden partijen TOTAAL

0,5

€ 250.000

€ 125.000

0,3 0,5 0,3 0,5 0,1 0,5 0,2 0,1 0,3 0,1

€ 300.000 € 150.000 € 200.000 € 100.000 € 500.000 € 100.000 € 200.000 € 200.000 € 60.000 € 100.000

€ 90.000 € 75.000 € 60.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 € 20.000 € 18.000 € 10.000 € 2.193.000

Op basis van de output in deze fase kan een gefundeerde keuze gemaakt worden betreffende de aan te houden reserves in relatie tot de geïdentificeerde risico’s uit het risicoprofiel. Hierbij dient een koppeling te worden gelegd met de beschikbare, vrij aanwendbare reserves.

3.1.5

Grondexploitaties

Om risico’s bij de grondexploitatie in beeld te brengen worden alle plannen nagelopen en worden de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd. Project specifieke risico’s worden afgedekt in de grondexploitaties en algemene risico’s die voor het hele grondbedrijf gelden worden afgedekt in de algemene reserve grondexploitatie. De omvang van de algemene risico’s voor het grondbedrijf is afhankelijk van de omvang van het onderhanden werk (hiervan wordt minimaal 1 en maximaal 2% opgenomen in de algemene reserve grondexploitatie) en de algemene risico’s die in de plannen worden gelopen. Onder andere de volgende aspecten worden hierbij betrokken: bodem- en grondwatersaneringen, retrospectieve beoordeling door de belastingdienst, nieuwe wetgeving en prijs- en afzetrisico’s. De risico’s worden voor de risicoparagraaf afgezet tegen de kans dat het risico zich voordoet. Het geheel van deze algemene risico’s leidt tot een omvang van € 9.887.000 van de risicoparagraaf. Van deze omvang wordt 15% (vermeerderd met een algemene risicobuffer voor de ondergrens van € 500.000,-) tot 30% meegenomen bij de bepaling van de omvang van de algemene reserve grondbedrijf omdat de risico’s zich niet allemaal (gelijktijdig) voor zullen doen. Voor een gedetailleerde toelichting op de reservepositie van het grondbedrijf wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid.

Ondergrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Risicobuffer Totaal

Omvang 31.846.849 9.886.760

Percentage 1% 15%

Saldo t.b.v. reserve 318.000 1.483.000 500.000 2.301.000

Omvang 31.846.849 9.886.760

Percentage 2% 30%

Saldo t.b.v. reserve 637.000 2.966.000 3.603.000

Bovengrens Onderhanden werk Risicoparagraaf Totaal

Uitgaande van risico’s van in totaal € 4,5 mln. (€ 2,2 concern en € 2,3 grondbedrijf) moet de gemeente minimaal € 9 miljoen beschikbaar hebben in de algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie om te voldoen aan de vastgestelde weerstandsratio. 55

De stand van de algemene reserve grondbedrijf bedroeg ultimo 2021 ruim € 3,6 mln., de algemene reserve voor het concern bedroeg afgerond € 6,9 mln.; samen € 10,5 mln. Daarmee bevinden beide reserves bij elkaar opgeteld zich boven de bovengrens. De omvang van deze reserves is dus voldoende voor afdekking van de mogelijke risico’s. 3.1.6

Verplichte kengetallen BBV

Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in deze paragraaf een aantal verplichte kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van een gemeente en omdat de definities zijn vastgelegd in het BBV, zijn deze ook tussen gemeenten vergelijkbaar. Kengetallen

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

Netto schuldquote

49%

78%

42%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

44%

73%

42%

Solvabiliteitsratio

37%

25%

41%

Structurele exploitatieruimte

0%

-2%

0%

Grondexploitatie

4%

3%

4%

Belastingcapaciteit

90%

96%

96%

Toelichting per kengetal uit de BBV:  De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten (excl. reserves). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken (voorgestelde norm Oldenzaal < 100%);  Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wordt de netto schuld gesaldeerd met de verstrekte leningen. Schulden aangegaan om vervolgens leningen te kunnen verstrekken veroorzaken namelijk per saldo geen lasten. In combinatie met de niet gecorrigeerde netto schuldquote wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Deze quote is per definitie lager dan de netto schuldquote. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze worden terugbetaald, wordt er veelal uitgegaan van de ongecorrigeerde netto schuldquote. Ook de eerdergenoemde uitleg van de gewenste hoogte van de quote heeft betrekking op de niet gecorrigeerde netto schuldquote;  De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Het is het verhoudingsgetal tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (voorgestelde norm Oldenzaal > 30);  De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In dit verband wordt het saldo van de structurele baten en lasten, inclusief structurele mutaties in de reserves, gedeeld door de totale baten (excl. reserves);  De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (excl. reserves). Voor de berekening van dit kengetal wordt de niet in exploitatie genomen grond en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (excl. reserves). De boekwaarde van de voorraad grond is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij verkoop;  De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk van een meerpersoonshuishouden in de gemeente, in enig jaar, zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde woonlasten in het voorafgaande jaar. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Omdat er vooralsnog geen sprake is van tariefsaanpassingen na de eerste jaarschijf van deze begroting blijft dit kengetal vanaf t+1 ongewijzigd.

56

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

3.2.1

Algemeen

Wij zijn de beheerder van de openbare ruimte en hebben een belangrijke rol in de realisering en instandhouding daarvan. Conform de BBV bevat deze paragraaf de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het overzicht wordt uitgebreid met civiele kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. Per kapitaalgoed wordt het beleidskader inclusief ambitieniveau aangegeven, hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en wat het onderhoudsniveau is. Tenslotte worden de beschikbare middelen weergegeven. De keuzes, die de komende jaren gemaakt worden om de gemeentelijke begroting evenwichtig te houden, hebben ook gevolgen voor het onderhoud van de openbare ruimte. Er wordt van uitgegaan dat de inzet van middelen in de openbare ruimte zodanig gekozen wordt dat er geen sprake is van kapitaalvernietiging. Wel kan dit inhouden dat, als een onderdeel in de openbare ruimte op termijn in zijn geheel vervangen moet worden, de keuze gemaakt kan worden deze vervanging enige jaren uit te stellen. Het betreffende onderdeel wordt dan gedurende die periode op een lager niveau beheerd en onderhouden, maar zodanig dat in ieder geval de veiligheid gewaarborgd is.

Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan geoormerkte wegvakken die op termijn in zijn geheel met fundatie en onderliggende riolering vervangen moeten worden, gebouwen die op termijn op de nominatie staan om gesloopt te worden, stukken openbaar groen die op termijn geheel heringericht worden. In 2019 is hiervoor een integrale beleidsvisie voor de openbare ruimte “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” opgesteld en door de raad in haar vergadering van november 2019 vastgesteld. Deze visie is gebaseerd op de volgende bouwstenen:  Wij zorgen dat de openbare ruimte overal in Oldenzaal goed en veilig gebruikt kan worden;  We beheren de openbare ruimte duurzaam, met oog voor mens en milieu;  Ons beheer zorgt voor een aantrekkelijke en verzorgde openbare ruimte;  Waar mogelijk beheren we samen met bewoners en bedrijven;  We beheren slagvaardig en kosteneffectief. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld door de raad voor het opwaarderen van de openbare ruimte zijn vanaf 2019 verdisconteerd. Integraal beheer en onderhoud In vervolg op de vastgestelde visie is in 2020 het meerjaren uitvoeringsplan(MJUP) opgesteld. In de raadsvergadering van december 2020 is dit uitvoeringsplan aangeboden. In 2021 is, overeenkomstig de programmering van dit plan, gewerkt aan de uitvoering.

Op deze manier willen we het beheer van de wegen, rioleringen, openbare verlichting, groen, civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen in Oldenzaal inzichtelijker maken. Het onderhoud kan hierdoor meer integraal, efficiënter en doelmatiger worden uitgevoerd. Overigens is het de bedoeling dat het MJUP jaarlijks wordt geüpdatet en vastgesteld door de raad. Naar verwachting zal december 2022 het MJUP weer worden vastgesteld waarin de projecten voor 2023 ev. staan beschreven. Hierbij wordt gezorgd voor zoveel mogelijk synergie door onderhoudsmaatregelen te combineren en af te stemmen op ruimtelijke, autonome en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt met de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt goed gekeken naar de mogelijkheden van subsidies. We beschikken over veel kennis en ervaring op het gebied van integraal onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteit wordt jaarlijks gemonitord en regelmatig onafhankelijk getoetst. De resultaten worden ingevoerd in de beheerapplicaties zodat alle gegevens centraal en up to date beschikbaar zijn. De beheerdata zijn gekoppeld aan het kaartmateriaal zodat de gegevens ook goed op tekening gepresenteerd kunnen worden. In 2019 zijn we tevens gestart met het visueel koppelen van de beheerinformatie en het meldingen systeem aan kaart materiaal. Hierdoor krijgen we een beter beeld waar de werkzaamheden zich concentreren.

In 2020 zijn we gestart om deze informatie te verzamelen en uit te werken in zgn. dashboard informatie. In 2021 hebben we hieraan een vervolg gegeven en zijn we gestart met de monitoring. 57

Scan Provincie De provincie heeft een financiële scan gemaakt van de gemeente Oldenzaal. Het uitgebrachte rapport betekende in grote lijnen een prima resultaat voor onze gemeente. Enkele aanbevelingen hebben betrekking op de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Ter verbetering van deze paragraaf hebben we via de provincie een suggestie voor een format ontvangen. Dit format hebben we overgenomen en treft u onderstaand aan. Niet alle aanbevelingen konden al worden uitgevoerd. Dat heeft meer tijd nodig. Op dit moment wordt er bijvoorbeeld nog gewerkt aan actualisering van diverse beheerplannen. Gelet op het belang van deze paragraaf zijn onderstaand de conclusies, risico’s en aanbevelingen uit het rapport letterlijk overgenomen.

3.2.2

Wegen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekoms t Budget en werkelijkheid 2021

58

Onder het product wegen vallen alle wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het betreft de wegen eigendom van de gemeente. Totaal asfalt: 781.767 m² Totaal elementen: 1.221.404 m², waaronder elementen rijbanen: 405.964 m², elementen fiets en voetpaden: 530.420 m², elementen overig: 285.020 m² Totaal half verhard: 19.837 m², totaal onverhard:14.758 m² Totale lengte van de wegen in Oldenzaal bedraagt: ca. 68 km. Goed ingerichte en veilige wegen. De gemeenteraad heeft in 2009 het beleidsplan wegbeheer “Beheren is vooruitzien” vastgesteld. De oorspronkelijke looptijd van dit plan liep formeel tot en met 2013. In de afgelopen periode waren de beleidsvoornemens uit het plan nog niet verouderd, zodat actualisatie van het beleidsplan nog niet aan de orde was. Inmiddels is in 2019 de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” vastgesteld. Hierin is het vorige beleidsplan ‘Beheren is vooruitzien’ geïntegreerd. Alle onderhoudswerkzaamheden voor het asfalt worden uitgevoerd door derden. De onderhoudswerkzaamheden aan de elementverharding gebeurt door derden, aangevuld met de inzet van de eigen dienst. De werkzaamheden die uitgevoerd door derden worden conform de regels aanbesteed. De gegevens van de wegen zijn opgenomen in het wegbeheerprogramma ‘Obsurve’. In de zomer van 2019 zijn alle wegen geïnspecteerd (2-jarige cyclus).

De onderhoudswerkzaamheden zijn, waar nodig, afgestemd op deze inspecties. Daarbij is de keuze gemaakt voor uitvoering van scenario 1; dat wil zeggen opheffen achterstallig onderhoud en vervolgens handhaven van ten minste het kwaliteitsniveau C. Niveau C houdt in dat de richtlijn is overschreden en binnen 2 jaar groot onderhoud nodig is. In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden wordt de planning voor de komende 2 jaren voorgesteld. De eind 2020, opgestelde meerjarenplanning, past binnen de beschikbare budgetten voor regulier onderhoud (kostenplaats 621001 en kostenplaats 621003 minus kostenplaats 621004090). Er is een reserve van € 600.000 ingesteld ten behoeve van een inhaalslag onderhoud en verbeteren verhardingen. Naar verwachting zullen de extra werkzaamheden in 2022 en 2023 worden uitgevoerd.

Voor de verschillenanalyse per product verwijzen naar de toelichting elders in dit boekwerk.

Confrontatie

Conclusie

3.2.3

Openbare verlichting

Product Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Het onderhoudsbudget voor elementenverhardingen was in 2021 toereikend om de wegen op basisniveau te houden. Daarbij moet ook opgemerkt worden dat er regelmatig (asfalt)onderhoudsgeld wordt bijgedragen aan civiele projecten. Tevens zijn de werkzaamheden van de netwerkbeheerders aan de kabels en leidingen van invloed op de kwaliteit van onze wegen. Het in 2020 opgestelde meerjaren uitvoeringsplan biedt de mogelijkheid om het onderhoud meer integraal en doelmatiger uit te voeren, waardoor de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet worden om het afgesproken niveau te borgen en kapitaalsvernietiging tegen te gaan. De wegen voldoen, over het algemeen, aan het onderhoudsniveau basis. Het werkbudget was in 2021 toereikend om deze kwaliteit te behouden.

Onder het product openbare verlichting valt alles met betrekking tot straatverlichting Goed ingerichte en veilige verlichting In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Het beheerplan is vastgesteld door het college. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: Gewenste onderhoudsniveau Onderhoudsniveau basis geldt voor de hele stad met uitzondering van winkelcentra/ busstation en groene loper, daar geldt niveau A (conform CROW) i.v.m. representatieve uitstraling. Verlichtingsniveaus Huidige verlichtingsniveaus geven geen problemen. Bij nieuw aanleg, en indien nodig bij reconstructies, wordt aangesloten bij de aanbevelingen van de Nederlandse Stichting voor verlichtingskunde. Vervanging In het beleidsplan wordt aangegeven op basis van welke prioriteit masten en/of armaturen worden vervangen: 1. Extreem verouderde lichtmasten (>50 jaar): armaturen waarvan de lampen niet meer leverbaar zijn; 2. Lichtmasten en armaturen die niet duurzaam zijn en of ouder zijn dan 40, respectievelijk 20 jaar; 3. Niet- energiezuinige armaturen. Indien lampen/armaturen/masten worden vervangen wordt gekozen voor de ledlamp. In “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn deze beleidsuitgangspunten overgenomen. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden en deze worden conform de regels aanbesteed.

We bezitten een actueel overzicht van alle beheerobjecten. Een externe partij verzorgt via een prestatieafspraak dat altijd minimaal 98% van de openbare verlichting brandt, en dat storingsmeldingen, binnen vastgestelde tijdsnormen, worden opgelost. De in 2019 gehouden inventarisatie geeft een volledig overzicht van de aanwezige lichtmasten en armaturen, de technische en economische levensduur. Oldenzaal beschikt over 8356 lichtmasten. 2331 masten, 27% is ouder dan 40 jaar (= einde technische levensduur). 1134 masten,13% is ouder dan 50 jaar. Bijna de helft van alle armaturen nadert het einde van de technische levensduur (20 jaar).

59

Planning/toekom st Budget en werkelijkheid 2021

In het meerjaren uitvoeringprogramma dat eind 2020 aan de raad is aangeboden is de planning voor 2 jaren voorgesteld. Het huidige budget in de begroting is toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren maar niet toereikend om de grote vervangingsopgave van verouderde masten en armaturen weg te nemen. Via aanvullend beleid wordt budget beschikbaar gesteld om het structureel in stand houden van de bestaande straatverlichting te garanderen. Budget is € 569.000. Dit bedrag is inclusief aardgas en elektriciteit verbruik (kostenplaats 621021). Voor de jaren 2020-2022 is jaarlijks een krediet van € 500.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van circa 400 verouderde lichtmasten en armaturen per jaar (totaal € 1.500.000 voor 1.200 stuks). Er is wat vertraging in de werkzaamheden ontstaan. Naar verwachting zullen de werkzaamheden in 2022 en 2023 worden uitgevoerd.

Confrontatie

Het onderhoudsbudget was in 2021 toereikend om de openbare verlichting op het niveau te houden, zoals in het geldende beleidsplan omschreven . Wij voldoen aan de prestatieafspraken dat 98% van de verlichting brandt. In de meerjaren planning wordt de noodzakelijke vervanging opgenomen passend binnen het beschikbare budget. We verwachten dat het budget voldoende is om de werkzaamheden uit te voeren.

Conclusie

3.2.4

Verkeersregelinstallaties

Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekom st Budget en werkelijkheid 2021 Confrontatie

60

Onder het product verkeersregelinstallaties (VRI’s) vallen de 10 VRI’s in Oldenzaal. Goed ingerichte, voldoende werkende installaties en daarmee het borgen van de verkeersveiligheid. In december 2013 heeft de gemeenteraad het beleidsplan openbare verlichting (2013-2017) vastgesteld. Hierin is het onderdeel verkeersregelinstallaties opgenomen. De VRI’s zijn aangesloten op het lichtmastennetwerk. We hanteren bij het ontwerp, beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties de richtlijnen van het CROW (CROW-Publicatie 213 'Handboek verkeerslichtenregelingen’).. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn tevens de VRI’s opgenomen. Aan de VRI’s wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud wordt uitgevoerd door derden en is bij één onderhoudsbedrijf ondergebracht. Wij hebben hierin de regierol. Dit vraagt voldoende inzicht in de werking en functionaliteit van verkeersregel-installaties, zoals storingen en onderhoudsrondes. We hebben hiertoe een informatiesysteem ingericht en sturen, waar nodig, op basis van deze verkregen informatie tijdig bij. Weggebruikers kunnen een storing melden via het Meldpunt Openbare Ruimte of via het digitaal loket. Met behulp van de beheerapplicatie worden de storingen uitgelezen. Voor het oplossen van (urgente) storingen in de automaatschakelkast wordt een externe onderhoudsdienst ingeschakeld.

De gemeente Oldenzaal heeft 10 VRI’s in beheer. Daarvan zal 1 oudere VRI op korte termijn uit gebruik genomen worden (Prossinkhof). Deze installaties zijn aangesloten op het laagspanningsnet van Coteq netbeheer en hebben daardoor een relatie met de openbare verlichting. Er wordt uitsluitend correctief onderhoud uitgevoerd. Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd binnen de uitgangspunten van het geldende beleidsplan. Het onderhoudsbudget in 2021 (kostenplaats 621032104):

Het huidige budget in de begroting was toereikend om het hierboven genoemde onderhoud uit te voeren. Indien oudere verkeersregelinstallaties door een storing uitvallen, waar reparatie geen oplossing meer biedt en vervanging van de betreffende verkeersregelinstallatie noodzakelijk is, moet een voorstel worden gedaan voor de benodigde financiële middelen.

Conclusie

3.2.5

Waar nodig is aan de VRI’s onderhoud gepleegd. Het budget in 2021 was toereikend om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en de kwaliteit te behouden.

Civieltechnische kunstwerken

Product

Doel Beleid

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekom st

Budget en werkelijkheid 2021

De in Oldenzaal te beheren civieltechnische kunstwerken zijn te verdelen over de groepen: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen, duikers, tunnels, keerwanden & muren en overige. De civieltechnische kunstwerken moeten heel en veilig zijn. Op 4 februari 2010 heeft de gemeenteraad het beleid voor het beheer van de kunstwerken vastgesteld (Planperiode 2010-2020). In het plan is beschreven hoe de kunstwerken planmatig in stand moeten worden gehouden. Daarbij heeft de raad ervoor gekozen kunstwerken te beheren volgens het scenario heel en veilig. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” zijn ook de Civiel technische kunstwerken opgenomen. Voor de komende jaren is de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” tevens leidend. Hierin zijn de Civieltechnische kunstwerken opgenomen. Wij laten alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door derden, aangevuld met eigen dienst. De werkzaamheden worden conform de regels aanbesteed. De inspectie van kunstwerken is uitbesteed aan een extern deskundig bureau. Zij beheren ook de inspectie gegevens via het programma iASSET. Eind 2022 wordt er een nieuwe inspectieronde uitgevoerd. Aan de hand hiervan wordt begin 2023 het uitvoeringsprogramma voor de komende 2 jaar opgesteld. De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk.

Het aantal kunstwerken is de laatste jaren uitgebreid van 74 naar meer dan 100 objecten. De recente areaaluitbreidingen betreffen nieuwe civiel technische kunstwerken en die vragen nu nog relatief weinig onderhoud. De uitkomsten van de inspectieronde en de meerjaren planning die voor de komende periode wordt opgesteld zal meer inzicht moeten geven in de benodigde (extra) middelen om het noodzakelijke onderhoud voor de komende jaren uit te kunnen voeren. Het budget voor het noodzakelijke onderhoud (kostenplaats 621004090)

Confrontatie

Het bedrag in de begroting is in 2021 toereikend om het hierboven genoemde beheer uit te voeren. Echter, door het gestaag toenemen van het aantal kunstwerken is het mogelijk dat het huidige budget op termijn niet meer toereikend is. Hier zullen te zijner tijd passende financiële maatregelen voor worden genomen. De viaducten vormen de grootste investering en hebben een lange levensduur van 60 jaar. Ze zijn bijna allemaal van recente datum.

Conclusie

De staat van de civieltechnische kunstwerken is redelijk en het budget was voldoende om de het opgestelde uitvoeringsprogramma over 2021 uit te voeren.

3.2.6 Product Doel

Beleid

Openbaar groen Onder het product openbaar groen vallen bomen, heesters, grassen, water en paden/ (half)verhardingen. De aanwezigheid van goed onderhouden openbare groen, draagt bij aan de leefbaarheid en een gevoel van veiligheid voor onze inwoners. De kwaliteit van de openbare ruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Begin 2016 heeft de gemeenteraad het visiedocument op het openbaar groen “Anders kijken anders doen in het openbaar groen”, voor de planperiode 2015-2025 vastgesteld. In het visiedocument is beschreven hoe het openbaar groen de komende jaren onderhouden wordt. Wel heeft er een wijziging op de beeld/kwaliteit plaatsgevonden van niveau C naar B (cfm. CROW systematiek) . Deze is opgewaardeerd en inmiddels in uitvoering genomen. Biodiversiteit en duurzaamheid blijven uitgangspunten voor het toekomstig beheer en ontwerp

61

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/toekoms t

Budget en werkelijkheid 2021

Confrontatie Conclusie

3.2.7 Product Doel Beleid

62

van de groene ruimte. In 2017 is door de gemeenteraad de groenstructuurvisie vastgesteld waarin ook het beleid voor de bomen in Oldenzaal is opgenomen. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook het openbaar groen opgenomen. Wij laten beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren door de eigen dienst, waarbinnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam zijn. Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd door derden. Dit gebeurt via aanbestedingen. Het openbaar groen wordt onderhouden op beeldkwaliteit niveau B (Basis) uitgezonderd het Centrum en de begraafplaatsen (niveau A) van de CROW systematiek. Hiermee wordt de leefbaarheid, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de stad op het gewenste niveau gehouden. Ook is het de bedoeling om, vanuit de visie, uitgangspunten zoals biodiversiteit, duurzaamheid en participatie, meer vorm te gaan geven. Periodiek, één maal per maand wordt een schouw uitgevoerd op het openbaar groen, incl. onkruid op elementverharding. Deze schouw wordt uitgevoerd met het systeem van ‘Eyework solutions’. Waar nodig wordt direct gestuurd op de uitvoering. Binnen het programma Obsurve is een start gemaakt met de inventarisatie van ons bomenbestand.

Zowel in het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen, maar ook in grootschalige renovatie wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de overige aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor een zo integraal mogelijke aanpak wordt nagestreefd. De planning hierin wordt in het meerjaren uitvoeringsprogramma gepresenteerd. Daarnaast zal, t.a.v. de inventarisatie van het bomenbestand een uitvoeringsplan worden opgesteld. Het huidige budget is afgestemd op het overeengekomen onderhoudsniveau en is voor deze te leveren kwaliteit toereikend. De kosten voor het herstellen van het onderhoudsniveau openbaar groen van niveau C naar niveau B lopen gefaseerd op van € 150.000 in 2019 naar € 250.000 structureel vanaf 2021. Het budget wordt jaarlijks geïndiceerd, en tevens aangepast op de invulling van de arealen. Het budget voor beheer en onderhoud over 2021 betreft (kostenplaats 624001 waterlopen 656011 openbaar groen, 656013 bomen): Er is een reserve van € 400.000 ingesteld ten behoeve van bomenonderhoud/verouderde groenelementen. Er is in de reserve nog een bedrag van € 121.000 beschikbaar per 1 januari 2022. De verwachting is dat in 2022 de inhaalslag bomenonderhoud zal worden voltooid.

Voor de verschillenanalyse per product verwijzen naar de toelichting elders in dit boekwerk. Het budget voor het openbaar groen was in 2021 toereikend om het openbaar groen te onderhouden. Het openbaar groen voldoet aan het afgesproken onderhoudsniveau, wordt geborgd door de periodieke schouw. Het budget in 2021 was voldoende.

Speelvoorzieningen Onder het product speelvoorzieningen vallen speelplekken in de openbare ruimte en speelplekken bij de scholen. Goed ingerichte en veilige speelplekken die een stimulans zijn voor ontmoeten en spelen. In 2016 is door de gemeenteraad het speelbeleid Oldenzaal 2016 – 2025 vastgesteld. Uitgangspunten in dit plan zijn onder andere meer aandacht voor natuurlijk spelen en ruimte

voor buurtparticipatie. Het geautomatiseerde beheersplan wordt op basis van dit nieuwe speelbeleid aangepast. Op de 129 speelplekken zijn in totaal 813 speeltoestellen aanwezig. De beheers- en onderhoudswerkzaamheden worden door onze eigen dienst uitgevoerd. De speeltoestellen (ook bij natuurlijk spelen) moeten voldoen aan het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(WAS). Hierin is aangegeven hoe om te gaan met onderhoud en vervanging. Minimaal 1x per jaar (scholen 2 x per jaar) worden de speeltoestellen geïnspecteerd en de bevindingen worden vastgelegd in inspectierapporten in het systeem ABS-spelen. Eens per 5 jaar worden er nulmetingen door externen verricht. De data en de logboeken zijn actueel en betrouwbaar. In 2020 is een beheersplan opgesteld met als doel om te bepalen met welke middelen het beheer en onderhoud zal worden uitgevoerd zodat er een kwalitatief goed en veilig speelaanbod is dat duurzaam in stand kan worden gehouden. Het budget voor beheer, onderhoud en vervanging van de speeltoestellen is opgenomen binnen de reguliere begroting. Aan de hand van het op te stellen beheersplan zal duidelijk worden of de budgetten in de toekomst voldoende zijn. Voor 2021 is een budget opgenomen van € 150.535 (kostenplaats 656015)

Uitvoering Kwaliteit

Planning/toekomst

Budget en werkelijkheid 2021

Confrontatie

Het beschikbare budget is de afgelopen jaren aangewend voor reparatie en onderhoud van de speeltoestellen. Daarnaast zijn er investeringen gedaan voor aanschaf van nieuwe toestellen. Het huidige budget is toereikend is om toekomstige investeringen in voldoende mate op te vangen. In het opgestelde beheersplan is dit verder uitgewerkt. De speeltoestellen voldoen aan het Warenwet besluit Attractie en speeltoestellen en het budget in 2021 was toereikend om het beheer en onderhoud uit te voeren en de kwaliteit te behouden.

Conclusie

3.2.8

Riolering

Product Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit

Planning/ Toekomst

Riolering Oldenzaal wil de beschikking hebben over een goed functionerend rioolstelsel waardoor we gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vastgesteld voor de periode van 5 jaren. Hierin zijn de zorgplichten voor hemel-, grond- en afvalwater opgenomen. Via jaarlijkse voortgangsnotities wordt het bestuur op de hoogte gehouden van actualiteiten binnen de rioleringszorg. In het nieuwe GRP wordt het bestaande beleid voortgezet, waarbij er steeds meer aandacht komt voor de effecten van de klimaatverandering en de manier hoe we daar in Oldenzaal (overheid, maar met name ook inwoner en ondernemer, enz.) mee om willen gaan. In de “Visie beheer openbare ruimte Oldenzaal 2020-2024” is ook de riolering opgenomen en zal deel uit maken van een integrale aanpak. Door projecten uit te voeren, het bewustzijn te vergroten door goede communicatie, de kwaliteit in stand te houden door goed risico gestuurd beheer en onderhoud wordt invulling gegeven aan de visie, doelen en ambities uit het GRP en visie beheer openbare ruimte. De werkzaamheden worden door onze eigen teams Projecten en Buitenbeheer uitgevoerd, maar ook door aannemers. De kwaliteit van de riolering in De Thij is de afgelopen jaren door relining op peil gebracht.

Wat wel een aandachtspunt is, is de toestand van sommige riolen in de wijk Glinde Hooiland. Zie hieronder bij Planning/Toekomst. In de jaarlijkse voortgangsnotitie wordt per situatie omschreven welke doelen we stellen en door middel van welke strategie en maatregelen de gestelde doelen worden verwezenlijkt. Speerpunten daarbij zijn samenwerken in de waterketen, inzet op duurzaamheid en klimaatverandering.

63

Budget en werkelijkheid 2021

Confrontatie Conclusie

3.2.9

In het nieuwe GRP is een balans gezocht tussen de ambitie voor goed rioolbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering versus het beheersbaar houden van de rioolheffing. De riolering voldoet aan het onderhoudsniveau en het budget in 2021 was voldoende om deze kwaliteit te behouden.

Schoolgebouwen

Product

Doel Beleid

Uitvoering

Kwaliteit Planning/toekomst

Budget en werkelijkheid 2021

Confrontatie

Conclusie

64

In samenhang met de toestand van sommige riolen in de Glinde Hooiland (zie hierboven) valt te vermelden valt hier nog dat er een wijkplan Glinde Hooiland zal worden opgesteld. Door grootschalige nieuw- en verbouw van de WBO in dit gebied en het eind van de levensduur van deze riolen geeft de kans op vervangen van de riolering in combinatie met het aanleggen van blauwe aders, al dan niet met herinrichting van de straten. Structurele lasten voor de uitvoering van het GRP zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en worden gedekt uit het rioolrecht. De voor beheer en onderhoud van het huidige stelsel benodigde middelen zijn beschikbaar. Het budget voor Dagelijks onderhoud riolering (672201):

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11624094/2