CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Omgevingswet (procesnotitie omgevingsvisie en het transitieplan) - transitieplan

Gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de procesnotitie omgevingsvisie en het transitieplan12.238 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4

Uitgangspunt 7: Grondhouding is ‘ja, mits’ maar dit principe wordt omwille van de rechtszekerheid beperkt vertaald in de regels

Een belangrijk uitgangspunt is welke grondhouding de gemeente hanteert in de omgang met initiatieven en of deze grondhouding ook wordt vertaald in de regels van het omgevingsplan. Er zijn twee varianten mogelijk: 1. ‘ja, mits’, of; 2. ‘nee, tenzij’. In de huidige bestemmingsplannen wordt uitgegaan van ‘nee, tenzij’. Gebruik of bouwen is pas toegestaan, als dit volgens de regels van het bestemmingsplan mogelijk is. Zaken die niet in een bestemmingsplan zijn gereguleerd zijn daarmee verboden. Met de Omgevingswet wordt een verschuiving naar ‘ja, mits’ beoogd. Dit uitgangspunt vertaalt zich onder meer in de wetgevingskeuze dat de activiteiten die niet in het omgevingsplan gereguleerd zijn, zijn toegestaan. Motivering keuze Binnen Oldenzaal wordt al gewerkt volgens een ja, mits-houding. Hieraan willen wij vasthouden. De gemeente staat open voor nieuwe initiatieven en is bereid daaraan mee te werken, mits aan voorwaarden uit vastgesteld beleid wordt voldaan. Met die voorwaarden wordt de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee het woongenot van de inwoners van Oldenzaal geborgd.

27

De gemeente Oldenzaal kiest er in beperkte mate voor dit principe ook in de regels van het omgevingsplan te vertalen en daarmee ruimte te bieden voor nieuwe initiatieven. In de regels bieden we ruimte voor nieuwe initiatieven indien het mogelijk is om heldere kaders te stellen voor deze nieuwe ontwikkelingen, waarbij de belangen van omwonenden goed geborgd kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is de uitgestelde onderzoeksplicht. Door het opnemen van randvoorwaarden kan meer ruimte worden geboden voor initiatieven zonder dat de uitvoerbaarheid bij de vaststelling van het omgevingsplan al helemaal moet zijn onderzocht en onderbouwd. Pas bij de aanvraag om de omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer de noodzakelijke onderzoeken aanleveren. Voor grotere ontwikkelingen met meer impact op de omgeving is het niet altijd wenselijk om op voorhand al ruimte te bieden. Voor die gevallen is een nadere afweging gewenst. Er wordt dan ook aangestuurd op vooroverleg met de initiatiefnemer. Richting de initiatiefnemer wordt gecommuniceerd dat er bij voorkeur samen met de buurt een zorgvuldige afweging gemaakt wordt. Daarbij wordt nadrukkelijk de kwaliteit van de leefomgeving van omwonenden betrokken. Daarna wordt (mogelijk) het omgevingsplan aangepast of wordt afgeweken van het omgevingsplan via de procedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

5.5

Uitgangspunt 8: Gepast streven naar deregulering

Wij streven er naar om regels die in het omgevingsplan mogen worden opgenomen zoveel mogelijk op te nemen in het omgevingsplan als over een activiteit regels gesteld worden. Van verordeningen die gedeeltelijk overgaan wordt het achterblijvende gedeelte omgevormd tot bruikbare en leesbare verordeningen. Dit doen we bij voorkeur aan de hand van nieuwe VNG-modellen. Verder wordt er specifiek gekeken naar de regeldruk. Wat zijn de administratieve lasten, nalevingskosten en toezichtlasten voor bedrijven, burgers en professionals? Kunnen we komen tot een vermindering van de administratieve lastendruk en nieuwe lastendruk voorkomen? Motivering keuze De gemeente Oldenzaal kiest er vooralsnog voor om bij het opstellen van een volwaardig omgevingsplan per te reguleren activiteit/functie allereerst te bepalen wat wij al dan niet willen regelen. Wat wij willen regelen volgt uit bestaande regels (bijvoorbeeld bestemmingsplannen of verordeningen), de omgevingsvisie, het borgen van de belangen van bestaande activiteiten of de keuze om een nieuw initiatief mogelijk te maken. Verder is een logisch gevolg van de ‘ja, mits houding’ dat er gestreefd wordt naar minder regels. Alleen noodzakelijke regels, overzichtelijk geordend, met ruimte voor lokaal maatwerk. Hierbij moet echter wel worden opgemerkt dat voor belangen die we moeten of willen beschermen wel duidelijk moet zijn wat de ‘mits’ is.

In de praktijk ontstaat naar verwachting een situatie dat we ‘streng zijn waar het moet en loslaten waar het kan’. De omgevingsvisie en meer gedetailleerd uitgewerkt thematisch beleid zijn behulpzaam bij de keuzes hierin.

5.6

Uitgangspunt 9: Maar beperkt noodzaak om te werken met omgevingswaarden

Omgevingswaarden zijn bedoeld voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Voorbeelden van omgevingswaarden zijn een maximale hoeveelheid stikstof of een maximale hoeveelheid fijnstof. Naast het rijk en de provincie kan een gemeente ook omgevingswaarden vaststellen in een omgevingsplan. Een omgevingswaarde is één van de instrumenten waarmee gemeenten het beleid van de omgevingsvisie kunnen uitvoeren. De omgevingswaarde schept altijd een verplichting. Dit kan een resultaatsverplichting, een inspanningsverplichting of een andere verplichting inhouden. Als

28

omgevingswaarden in het omgevingsplan worden opgenomen, moet de gemeente haar taken en bevoegdheden zo uitvoeren dat deze omgevingswaarden ook worden behaald. Dat kan bijvoorbeeld door het stellen van algemene regels voor activiteiten in het omgevingsplan, maar het kan ook door feitelijk handelen of door het nemen van besluiten buiten de reikwijdte van de Omgevingswet, zoals verkeersmaatregelen. Als in het omgevingsplan omgevingswaarden zijn opgenomen, dan is de gemeente ook verplicht om te meten en te beoordelen of aan die waarde wordt voldaan. Wordt de waarde niet gehaald of dreigt deze niet te worden gehaald, dan moet zij een zogenoemd programma bij (dreigende) overschrijding vaststellen. In dat programma staan dan de acties om de omgevingswaarde alsnog te halen. Een bekend voorbeeld van een voormalig landelijk programma is de Programma Aanpak Stikstof (PAS). Motivering keuze De gemeente Oldenzaal is terughoudend met het opstellen van aanvullende of afwijkende omgevingswaarden. In de meeste gevallen regelt het rijk of de provincie standaarden of grenswaarden die de gemeente overneemt. De GGD gaat waarschijnlijk beleid opstellen dan wel advies geven op het gebied van gezondheid, dit kan mogelijk aanleiding zijn voor aanvullende omgevingswaarden door de gemeente.

Het sturen op het bereiken van beleidsdoelen uit de omgevingsvisie kan ook door middel van andere instrumenten, zoals het stellen van randvoorwaarden aan initiatieven. De gemeente Oldenzaal ziet op dit moment maar beperkt noodzaak om te werken met omgevingswaarden.

29

6.

Randvoorwaarden en risico’s

6.1

Financiële randvoorwaarden

De transitie naar één omgevingsplan is te zien als ‘verbouwen met de winkel open’. Naast het opstellen van het omgevingsplan blijven de (vergunning)aanvragen gewoon door lopen. 6.1.1 Nieuwe werkzaamheden Stedenbouwkundigen zijn samen met de juristen en geo-specialisten continu bij het opstellen van juridische regels betrokken. Communicatie kijkt mee op leesbaarheid. Beleidsmedewerkers worden betrokken op momenten dat hun expertise aan de orde komt. Er liggen op dit moment ca. 80 verordeningen en beleidsregels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en die daarom mogelijk opgenomen kunnen worden in de omgevingsvisie, een omgevingsprogramma of in het omgevingsplan. In het plan moeten in ieder geval de regels worden opgenomen die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarvoor moeten de meeste regels geactualiseerd worden met het oog op de Omgevingswet (gericht op activiteiten, denkend vanuit werkingsgebieden en mogelijk toepasbaar gemaakt voor de vergunningencheck). De beleidsmedewerkers moeten daarvoor in overleg blijven met juristen, vergunningverleners, handhavers, communicatie en de geo-specialisten. De juridische regels moeten worden geannoteerd om de teksten machine leesbaar te maken.

Het annoteren gebeurt door de stedenbouwkundige samen met de jurist, de geo-specialist en de betrokken beleidsmedewerker. De geo-specialist en een stedenbouwkundige worden degenen die de juridische regels van werkingsgebieden gaan voorzien door ze te koppelen aan kaartlagen. Deze werkingsgebieden moeten gevalideerd en beheerd worden. Voor elkaar overlappende regels en werkingsgebieden moeten oplossingen gevonden worden. Op dit moment heeft de gemeente Oldenzaal geen specialist op het gebied van geur, geluid en trillingen. Dit beleid komt met de Omgevingswet wel bij de gemeente te liggen (zie paragraaf 4.2.1.). Ook op het gebied van bodem krijgt de gemeente meer taken (o.a. milieubelastende activiteit saneren). Als deze specialismen niet aanwezig zijn binnen de gemeente wordt Oldenzaal op dit gebied volledig afhankelijk van de Omgevingsdienst. Om toch een lokaal accent te kunnen leggen op deze vakgebieden, is inzet van een specialist voor één á twee dagen per week noodzakelijk. Daarnaast gaat op deze specialismen ook toezicht en handhaving een rol spelen.

Denk bijvoorbeeld op het gebied van geluid aan de ruime mogelijkheden die er op dit moment in Oldenzaal zijn tijdens evenementen en tijdens de carnavalsoptocht. We verwachten dat het ODT zoveel mogelijk generieke regels op wil stellen die binnen een grote groep gemeenten toegepast kunnen worden, terwijl Oldenzaal op het gebied van geluid graag veel mogelijk wil houden. Een specialist kan de belangen van de gemeente behartigen. Op het gebied van bodem gaan taken van de provincie over naar gemeenten. De provincie heeft een raming van de uren per gemeente afgegeven voor de taken op het gebied van saneren en het ontgraven van grond (voor Oldenzaal ca. 190 uren per jaar).

31

6.1.2 Tijdelijke verschuiving van werkzaamheden Nu zijn er nog bestemmingsplanprocedures en vergunningsprocedures. Dat worden de komende jaren naar verwachting vooralsnog alleen vergunningsprocedures. Bij vergunningverlening gaan de werkzaamheden licht toenemen omdat de huidige postzegelplannen ook vergunningen worden (ca. tien procedures meer per jaar). Voorlopig worden er geen aanvragen tot het wijzigen van het omgevingsplan verwacht. De adviesbureaus die nu bestemmingsplannen opstellen, zijn nog niet voldoende voorbereid om een goed omgevingsplan op te stellen. En gemeenten moeten eerst een goed basis omgevingsplan hebben waarop voortgeborduurd kan worden met een omgevingsplanwijziging. 6.1.3 Interne afstemming Om het werken aan het dynamische Oldenzaals handboek omgevingsplan en het omgevingsplan zo integraal mogelijk te laten verlopen wordt wekelijks een dag gepland waarop de direct betrokken collega’s bij elkaar zitten. Zij moeten regelmatig afstemmen met naaste collega’s over de keuzes die gemaakt moeten worden en hen op de hoogte houden van gemaakte keuzen en behaalde resultaten. Om de voortgang te bewaken wordt een trekker van het omgevingsplan aangewezen. 6.1.4 Externe afstemming We willen het wiel niet zelf gaan uitvinden. Daarvoor is Oldenzaal te klein en de beschikbare capaciteit te beperkt.

Door gebruik te maken van landelijke netwerken en door voort te borduren op goede voorbeeldplannen uit andere gemeenten willen we binnen enkele jaren een basis omgevingsplan gereed hebben. Dit plan kan de jaren daarna worden uitgewerkt tot een volwaardig omgevingsplan en daarop kunnen dan ondertussen ook al wijzigingsplannen worden aangevraagd. De trekker van het omgevingsplan moet oog houden voor ontwikkelingen elders in het land. In het omgevingsplan houden we rekening met instructieregels, regels aan activiteiten en omgevingswaarden vanuit het rijk en provincie. Hiervoor moeten zowel het Bkl (instructieregels voor omgevingsplannen) als de bruidsschat (Invoeringsbesluit) het Bal, het Bbl en de provinciale omgevingsverordening geraadpleegd worden. Per onderwerp komen partners in beeld die we moeten uitnodigen om mee te denken. De Omgevingsdienst Twente (ODT) is een voorbeeld van een partner die betrokken moet worden met name daar waar het gaat om het al dan niet stellen van regels aan geluid, geur, externe veiligheid en trillingen. Hiervoor is binnen de gemeente Oldenzaal geen expertise meer aanwezig. Een andere belangrijke partner is de veiligheidsregio Twente. 6.1.5 Planning De gemeente heeft tot en met 2029 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de Omgevingswet.

Eerder gaven we al aan dat we als gemeente Oldenzaal niet voorop willen lopen, maar gebruik willen maken van goede voorbeelden. Deze zijn er echter nog niet. We willen ondertussen wel beginnen met de eerste stappen. Relevant hierbij is dat wanneer het langer duurt om te komen tot het nieuwe omgevingsplan dit tot gevolg heeft dat een langere periode het oude regime (tijdelijk omgevingsplan) en nieuwe regime (volwaardig omgevingsplan) naast elkaar bestaan, hetgeen de lijnorganisatie belast. Het is wenselijk om de overgangsperiode korter te laten duren dan wettelijk mogelijk. De complexiteit en de onzekerheden zijn echter te groot om hier een concrete einddatum aan te koppelen.

32

De trekker van het omgevingsplan moet de voortgang bewaken, samen met de betrokken medewerkers een planning maken voor de korte termijn en in de P&C-cyclus verantwoording afleggen over al dan niet behaalde resultaten. In 2022 start deze werkgroep met de thematische aanpak conform paragraaf 4.2.2. waarmee onze eigen verordeningen en beleidsregels een plek krijgen in het omgevingsplan en wordt gewerkt aan het vinden van een goede structuur voor het Oldenzaals omgevingsplan. 6.1.6 Gevolgen voor formatie De voorkeur gaat er naar uit om de werkzaamheden voor het omgevingsplan zelf op te pakken. Dit omdat deze nieuwe werkzaamheden op termijn de reguliere werkzaamheden worden en de inhoudelijke kennis van de gemeentelijke regelgeving en de achtergronden daarvan intern bekend zijn. Het betekent dat voor het reguliere werk tijdelijk extra capaciteit gevraagd wordt. Hoe lang we over het opstellen van het omgevingsplan gaan doen, is nog onzeker. Alles is afhankelijk van de termijn waarbinnen een goed voorbeeld omgevingsplan beschikbaar komt. Voorlopig gaan we uit van een raming voor extra formatie voor de komende vier jaren (2022-2025): Stedenbouw Juristen Geo-informatie Vergunningverlening

Specialist

extra minus extra extra extra extra extra extra extra extra

Toezicht en handhaving extra Trekker OP Totaal uren extra

extra

800 uren per jaar voor juridische regels en annoteren 200 uren per jaar voor procedure buitenplanse opa’s 800 uren per jaar voor juridische regels 100 uren per jaar voor toepasbare regels 400 uren per jaar beheer FME, RxBase en STTR 1000 uren per jaar voor werkingsgebieden 100 uren per jaar voor toepasbare regels 200 uren per jaar voor buitenplanse opa’s 100 uren per jaar voor juridische regels 500 uren per jaar voor geur, geluid, trillingen, milieubelastende activiteiten en externe veiligheid 100 uren per jaar voor geur, geluid, trillingen, milieubelastende activiteiten en externe veiligheid 400 uren per jaar 4.300 uren per jaar

Werkende weg leren we en verkrijgen we inzicht in de capaciteit die op de lange termijn nodig is (o.a. voor het regulier bijhouden van het omgevingsplan ten opzichte van de huidige capaciteit voor het wijzigen van bestemmingsplannen). 6.1.7 Financiële dekking extra formatie Uitgaande van de huidige medewerkers (schaal 10) is budget nodig voor de komende jaren: 2022 € 463.000,2023 € 475.000,2024 € 487.000,2025 € 500.000,Voor 2022 en de jaren daarna is slechts beperkt budget aanwezig (€ 228.000,- voor 2022 en € 129.000,- per jaar voor de jaren 2023 t/m 2025) voor de algemene invoering van de Omgevingswet). In de kadernota 2023 wordt extra budget aangevraagd en een aanvullend budget voor 2022 nemen we mee in de financiële bijstelling.

33

Hoe staat de kostenraming voor Oldenzaal in verhouding tot financiële ramingen in andere gemeenten?  Noordoostpolder (46.849 inwoners): 3 tot 8 ton per jaar afhankelijk van het ambitieniveau van de raad.  In het artikel “Invoering omgevingswet na 19 jaar terugverdiend” uit Binnenlands Bestuur d.d. 15 maart 2021: De totale initiële kosten worden door de onderzoekers van KokxDeVoogd op een bedrag becijferd tussen de 1,1 en 1,7 miljard voor rekening van gemeenten, oftewel 4,3 miljoen per gemeente.  De VNG heeft een Financieel Dialoogmodel ontwikkeld waarmee 72 deelnemende gemeenten aan de hand van 25 vragen over de kosten in beeld hebben gebracht welke kosten zij in totaal verwachten voor de implementatie van de omgevingswet (breder dan alleen het omgevingsplan). Voor gemeenten met 25.000 tot 50.000 inwoners wordt een kostenpost verwacht van € 2.210.000,tot 2029.

6.1.8 Waarom is het omgevingsplan zo arbeidsintensief en daarmee zo duur? In paragraaf 4.2.1 staat dat we de huidige regels beleidsarm omzetten. Hoe kan het dan dat het omgevingsplan zo arbeidsintensief is? 

 

 

Het begint al met de ondergrond: de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) geldt als basiskaart. Maar deze wijkt op onderdelen af van de verbeeldingen van de bestemmingsplannen omdat niet naar kadastrale percelen wordt gekeken maar naar daadwerkelijk gebruik. Per situatie zal een oplossing gevonden moeten worden. De projectgroep moet rekening houden met bestaande rechten en eventuele nadeelcompensatie (de nieuwe term voor planschade). Gemeentelijke verordeningen waarin aspecten voor de fysieke leefomgeving geregeld zijn, moeten toepasbaar gemaakt worden. De projectgroep adviseert beleidsmedewerkers op welke punten bestaande regels moeten worden aangepast om regels te ontsluiten via werkingsgebieden (kaartlagen). Zo zijn de huidige kapregels in de APV een voorbeeld van hoe het niet moet in de geest van de Omgevingswet. De vragenlijst die ingevuld moet worden is lang en voor enkele vragen is hulp van een ambtenaar nodig. Een bomenkaart kan duidelijkheid bieden en tijd besparen: één klik op de betreffende boom of bomengroep op de kaart in het DSO kan duidelijkheid geven of er een vergunning nodig is om de boom te kappen. De meeste regels op het gebied van de fysieke leefomgeving moeten worden omgezet naar het omgevingsplan. Dit is zeer complex.

Bestemmingsplanregels moeten in het omgevingsplan meer met elkaar op één lijn gebracht worden: in de loop van de jaren zijn veel verschillen ontstaan tussen bijvoorbeeld de omschrijvingen en regels voor wonen in verschillende bestemmingsplannen. Daar waar mogelijk moeten het algemene regels worden die voor de hele gemeente gelden en voor gebieden kunnen specifiekere regels worden vastgesteld en op objectniveau nog specifiekere aanduidingen. Bestaande regels worden dus opgeknipt en naar verschillende lagen in het omgevingsplan ondergebracht. Hierbij moeten bestaande rechten goed in het oog gehouden worden. Werkingsgebieden, juridische regels en toepasbare regels moeten aan elkaar geannoteerd worden (koppelingen aanbrengen). Alles moet op elkaar worden afgestemd. Er komen nieuwe taken op de gemeente af waarvoor gemeenten in het omgevingsplan regels en werkingsgebieden moeten vaststellen: met de Omgevingswet worden gemeenten bevoegd gezag voor de (chemische) kwaliteit van bodem en ondergrond, geluid, geur en trillingen. Dit zijn aspecten waar tijdens de participatie voor het omgevingsplan ook veel discussie over verwacht wordt.

6.1.9 Uitgangspunten van het Rijk voor de Omgevingswet Volgens het Integraal Financieel Beeld behorend bij de Omgevingswet hebben gemeenten verschillende financiële mogelijkheden om besparingen te realiseren of meer inkomsten te genereren als de nieuwe decentrale ruimte wordt ingezet die het nieuwe stelsel van de Omgevingswet biedt:

34

   

Zo krijgen de gemeenten onder de Omgevingswet de mogelijkheid om leges in rekening te brengen voor het behandelen van aanvragen om een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Gemeenten kunnen daarnaast ook besluiten om meldplichten te vervangen door duidelijke regels in het omgevingsplan. Hiermee worden bestuurlijke lasten van de meldplicht voor gemeenten en administratieve lasten voor burgers en bedrijven bespaard. Ook kunnen gemeenten er voor kiezen om het aantal vergunningplichtige activiteiten verder te verminderen. Dat leidt tot besparingen voor burgers en bedrijven en minder bestuurlijke lasten voor gemeenten. Verder leidt een verschuiving van vergunningplichten naar algemene regels tot een vermindering van bezwaar- en beroepsprocedures. Op deze kosten, die niet met leges gedekt kunnen worden, treden netto besparingen op.

Los van keuzes die gemeenten kunnen maken om de mogelijkheden van de Omgevingswet te benutten brengt de Omgevingswet volgens de minister ook structurele baten voor gemeenten met zich mee, bijvoorbeeld door de afschaffing van de actualiseringsplicht van omgevingsplannen, een meer globale opzet van omgevingsplannen en een betere inzichtelijkheid en kenbaarheid van de regels. Op basis van de uitgangspunten in voorliggend transitieplan benutten wij in Oldenzaal deze kansen voor besparingen slechts beperkt. Maar ook andere gemeenten geven aan veel meer kosten te maken dan voorzien door het Rijk en waarvan het de vraag is of deze kosten terugverdiend kunnen worden. Verder treedt tegelijkertijd met de Omgevingswet de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. De bouwtechnische voorschriften van een deel van de bouwwerken (de zogeheten gevolgklasse 1) worden dan niet meer getoetst door de gemeente maar door een private kwaliteitsborger (vergelijkbaar met een APK-keurmeester). Voor de bouwtechnische toetsing is geen legesheffing meer mogelijk. De handhavingsbevoegdheid (met de daarbij behorende kosten) blijft wel bij de gemeente. De impact van het wegvallen van de leges als gevolg van de Wkb is groot. Uit een uitgevoerde impactanalyse blijkt dat de legesinkomsten met wel met ca. € 288.000,- kunnen verminderen.

De impactanalyse is gebaseerd op het model van de Vereniging BWT Nederland. Naar aanleiding van deze vragen heeft de minister toegezegd dat de kosten en baten van de Omgevingswet de komende jaren worden gemonitord en geëvalueerd. Na de invoering van de Omgevingswet volgt in 2022 de eerste financiële evaluatie die dieper ingaat op de transitiekosten voor de (mede)overheden. En ook daarna, in 2023 en 2027, blijven het Rijk en de bestuurlijke partners de financiën monitoren en evalueren.

6.2

Participatie in het Omgevingsplan

Participatie kreeg al een prominente rol in het Coalitieprogramma. Met de komst van de Omgevingswet wordt nu ook participatiebeleid vastgesteld voor de gemeente Oldenzaal (zie deelproject ‘Participatie regelen’ in paragraaf 1.3). Conform dit beleid vindt ook participatie plaats bij het opstellen van het definitieve omgevingsplan.

6.3

Risico’s voor het omgevingsplan

6.3.1 Waan van de dag De pilot onder gemeenteDSO heeft duidelijk gemaakt dat er nog veel moet gebeuren en het omgevingsplan hoeft ‘pas’ in 2029 vastgesteld te worden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is doorgeschoven naar 1 juli 2022 en wordt mogelijk nog langer uitgesteld. Het risico bestaat dat het belang van een omgevingsplan nog niet door iedereen onderkend wordt, dat er te weinig ambtelijke capaciteit is of de waan van de dag gaat overheersen, waardoor werkzaamheden uitgesteld worden. Om dit risico te voorkomen moet de trekker van het omgevingsplan de voortgang bewaken.

35

6.3.2 Doen we het goede? De meeste gemeenten zijn op dit moment bezig met het implementeren van de Omgevingswet en het opstellen van een omgevingsplan. Er is nog veel onzeker, iedereen is het wiel aan het uitvinden op welke wijze het omgevingsplan opgesteld zou moeten worden. Hoewel we een pragmatische transitie voorstaan op basis van de ervaringen die we tot op heden hebben opgedaan en we gebruik willen maken van goede voorbeelden elders in het land, kan het zijn dat het plan dat wij opstellen op termijn toch bijgesteld moet worden. Bijvoorbeeld omdat er nog betere oplossingen zijn gevonden of er toch een standaard komt voor het omgevingsplan. 6.3.3 Schrappen van regels versus rechtszekerheid Het maken van keuzes is essentieel om het omgevingsplan straks leesbaar te houden en bruikbaar te maken. Het loslaten van bepaalde regels of het weglaten uit het omgevingsplan is daarbij een bepalende factor. Regels zorgen immers ook voor rechtszekerheid: iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Het loslaten van regels moet dan ook stapsgewijs en weloverwogen. Regels schrappen ten gunste van de leesbaarheid is niet de oplossing. 6.3.4 Markt van vraag en aanbod Elke gemeente is bezig een omgevingsplan op te stellen waarbij de reguliere werkzaamheden gewoon doorgaan.

Wij zijn dan ook niet de enige gemeente die op zoek gaat naar ondersteuning zodat het omgevingsplan opgesteld kan worden en de reguliere werkzaamheden door kunnen lopen. Goede en bekwame mensen vinden kan lastig worden en er bestaat een risico dat het gevraagde budget niet toereikend is in de markt van vraag en aanbod.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11050410/2