CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Kadernota 2026 - Bijlage 1 - Kadernota 2026 + bijlagen

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota 202622.666 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoort bij raadsbesluit nr. 1476 van 7 juli 2025

R.W.

Kadernota 2026

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Financieel perspectief 2026-2029 ........................................................................................................... 6 Prognose op hoofdlijnen ......................................................................................................................... 7 Totaal programmabegroting 2025 ....................................................................................................... 8 Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten ........................................................................... 9 Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode .................................................... 9 Toetsingskader Provincie .............................................................................................................. 11 Voorjaarsnota 2025 ...........................................................................................................................

12 Structurele effecten voorjaarsnota 2025 ....................................................................................... 12 Structurele gevolgen meicirculaire 2025 ........................................................................................... 18 Actualisatie ambities en middelen in balans ..................................................................................... 19 Autonome ontwikkelingen ................................................................................................................. 21 Te honoreren nieuw beleidsontwikkelingen ...................................................................................... 27 Niet te honoreren beleidsontwikkelingen .......................................................................................... 30 Voorgestelde fasering spoor 3 .......................................................................................................... 31 Incidenteel te laste van algemene reserve ....................................................................................... 34 Totaalresultaat .................................................................................................................................. 34 Ontwikkelingen en risico's .....................................................................................................................

35 Risico's en aandachtspunten ............................................................................................................ 35 Gemeentefonds ................................................................................................................................. 36 Weerstandsvermogen ....................................................................................................................... 36 Overige risico's .................................................................................................................................. 36 Conclusies ............................................................................................................................................. 37 Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten ................................................................ 39 Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen autonoom beleid 2026 .................................................................. 46 2

Bijlage 3. Toelichtingen voorstellen nieuw beleid 2026 ........................................................................ 92 Bijlage 4. Toelichtingen voorstellen niet te honoreren nieuw / aanvullend beleid 2026 ..................... 115

3

Inleiding We leggen u de Kadernota 2026 voor. Hierbij vindt de integrale afweging plaats voor de meerjarenbegroting 2026-2029 en worden de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor de programmabegroting 2026. We houden koers We staan – net als veel andere gemeenten – voor financieel uitdagende jaren. Waar we op korte termijn zwarte cijfers schrijven blijven de vooruitzichten op lange termijn onzeker. We hebben te maken met de gevolgen van het ravijnjaar en de oplopende kosten voor jeugdzorg. Het Rijk heeft hier gedeeltelijk voor gecompenseerd maar het blijft uitdagend om tot een sluitende meerjarenraming te komen. Om op deze ontwikkelingen in te spelen hebben we vorig jaar maatregelen genomen via 'Ambitie en Middelen in balans'. In deze Kadernota is de actualisatie van 'Ambitie en Middelen in balans' meegenomen. We zien drie speerpunten als het gaat om onze belangrijkste uitdagingen: • • •

Meer passende woningen en voldoende voorzieningen Meer groen in de stad Meer samenwerken aan meedoen voor iedereen

Deze opgaven zijn van groot belang voor de toekomst van onze gemeente. Dat betekent dat we blijven investeren om de Leukste gemeente van Nederland te blijven en tegelijkertijd kritisch te blijven kijken naar onze uitgaven. Dit is nodig als we de voorzieningen in de stad in stand willen houden terwijl het Rijk ons grote opgaven oplegt. We blijven investeren De ontwikkelingen vragen wel om zorgvuldigheid en realisme in de te maken (nieuwe) beleidskeuzes. Tegelijkertijd vraagt de snel veranderende samenleving om een flexibele en betrouwbare overheid. Dat betekent dat we doen wat we zeggen. De Kadernota 2026 zet de lijn uit het raadsprogramma 2022-2026 voort bij het realiseren van de ambities en beleidsvoornemens. Meer passende woningen en voldoende voorzieningen Oldenzaal staat voor de opgave om te blijven groeien en tegelijkertijd aantrekkelijk en leefbaar te blijven voor jong en oud. Daarom zetten we de komende jaren stevig in op meer passende woningen en voldoende voorzieningen in de stad. Van 2021 tot en met 2024 hebben we 391 woningen gerealiseerd. Tot 2030 bouwen we elk jaar tenminste 100 woningen bij. We bouwen gevarieerd, geven ruimte aan wonen en vergroenen en betrekken inwoners bij de planvorming. Op andere terreinen wordt fors geïnvesteerd. We zetten in op vitale voorzieningen zoals schoolgebouwen, binnen- en buitensport-accommodaties en ander gemeentelijk vastgoed.

Daarmee zorgen we voor toekomstbestendige en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. De kwaliteit van onze leefomgeving krijgt nadrukkelijk aandacht. We maken een omgevingsvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling (wonen, werken, leven) van onze stad richting 2050. En we verhogen onze meerjarige investeringen in het verbeteren van wegen, de openbare verlichting en het structureel onderhoud van het bomenbestand. Zo blijft Oldenzaal een verzorgde en bereikbare stad. Meer groen in de stad We investeren in een aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving, waarin ruimte is voor natuur, water en ontmoeting. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het Singelpark en de vergroening van het Plechelmusplein. Ook in de wijken zetten we stappen. Straten en buurten worden klimaatbestendig ingericht, met ruimte voor wateropvang, verkoeling en biodiversiteit. Dit doen we samen met wijkbewoners, zoals in de buurt Glinde-Hooiland. Zo bouwen we verder aan een stad waar het prettig wonen en recreëren is. 4

Meer samenwerken aan meedoen voor iedereen We versterken het Sociaal plein als toegankelijk en herkenbaar aanspreekpunt voor alle inwoners. Daarnaast investeren we in sterke buurten waar mensen elkaar kennen en ondersteunen. Door initiatieven van onderop te stimuleren en wijkgericht te werken, vergroten we de betrokkenheid en leefbaarheid. Daarnaast werken we samen met onze partners aan een samenleving waarin mensen zoveel mogelijk zelf regie kunnen nemen over hun leven. Daarom blijven we inzetten op preventie en ondersteuning dichtbij huis. We hebben op tijd geanticipeerd Deze ambities vragen uiteraard om een solide financiële basis. We hebben vorig jaar op tijd geanticipeerd op de financiële uitdagingen die op ons afkomen. Dankzij het doorvoeren van enkele bezuinigingsmaatregelen uit ‘Ambities en Middelen in balans’ laat de Kadernota 2026 voor de eerste drie jaar zwarte cijfers zien. Voor incidentele uitgaven in deze periode kiest de gemeente ervoor om gebruik te maken van de goed gevulde algemene reserve. Op deze manier komt het ten goede aan de Oldenzaalse samenleving. Daarnaast kiezen we ervoor scherper aan de wind te varen, waar mogelijk zijn bestaande budgetten naar beneden bijgesteld. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota gemeenten gedeeltelijk gecompenseerd voor het ravijnjaar en uitgaven voor de jeugdzorg.

Deze compensatie is ontoereikend en slechts voor twee jaar, vanaf 2028 moeten de uitgaven voor jeugdzorg structureel omlaag. Het Rijk komt hiervoor met maatregelen. Het effect hebben we als stelpost meegenomen in de meerjarenraming. De VNG is in overleg met het Rijk over passende invulling. Dit betekent wel dat we genoodzaakt zijn om het derde spoor van 'Ambitie en Middelen in balans' te effectueren. Gefaseerd bezuinigen We kiezen ervoor om de geplande bezuinigingen gefaseerd in te voeren. Hiermee krijgen de betrokken organisaties tijd en ruimte om zich hierop voor te bereiden. Vanaf 2027 wordt een eventueel lagere subsidie of hogere bijdrage geleidelijk ingevoerd: 10% in 2027, 25% in 2028, 50% in 2029, 75% in 2030 en in 2031 is het bezuinigingspakket volledig doorgevoerd. We blijven hierbij in gesprek met de betrokken organisaties. Door stapsgewijs de bezuinigingen door te voeren, worden de effecten op de samenleving zoveel mogelijk beperkt. Conform het vastgestelde financieel beleid past de gemeente jaarlijks een indexatie toe op lokale heffingen om de kostenstijgingen als gevolg van inflatie te compenseren. Voor 2026 betekent dit een verhoging van de OZB met 3,6%. Financieel perspectief en nieuwe beleidsvoornemens Op basis van de voorliggende Kadernota 2026 zijn de financiële contouren voor de Programmabegroting 2026-2029, met name voor het laatste jaar, niet gunstig.

De financiële positie van de gemeente is op dit moment stabiel, maar na 2027 ontvangt de gemeente fors minder middelen van het Rijk terwijl de structurele lasten blijven stijgen. De ontwikkelingen vragen om zorgvuldigheid en realisme in de te maken (nieuwe) beleidskeuzes. Kortom, in 2026 blijven we koersvast, houden grip op onze financiën en blijven investeren in wat Oldenzaal sterk en leefbaar maakt. Met de voorliggende Kadernota 2026 geven we invulling aan deze ambities. Samen werken we aan onze stad Oldenzaal.

5

Financieel perspectief 2026-2029 Financiële positie De basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode zijn: • • •

programmabegroting 2025; de najaarsnota 2024; de concept-Voorjaarsnota 2025.

Meerjarige Begrotingssaldi: Bij de Programmabegroting 2025 kon het college onderstaand meerjarenperspectief presenteren: Onderdelen (x €1.000)

2025

2026

2027

2028

Verwachte begrotingssaldi 2025-2028

V 827

V 220

N 183

N 1.370

Bedragen x €1.000 De verwerking van de Najaarsnota 2024 had per saldo een negatief effect op deze begrotingssaldi. Dit leidde tot onderstaande meerjarenraming 2025-2028: Onderdelen (x €1.000)

2025

2026

2027

2028

Effect najaarsnota 2024

V 143

N 688

N 487

N 487

Begrotingssaldi na Najaarsnota 2024

V 970

N 468

N 670

N 1.857

Bedragen x €1.000 Het financieel perspectief voor 2026-2029, zoals hierna cijfermatig in tabel 1 gepresenteerd en tekstueel toegelicht, wordt vervolgens mede gevormd door onderstaande componenten: Autonome ontwikkelingen We leven in een dynamische wereld. Dit betekent dat er bijstellingen nodig zijn om het huidige beleid uit te kunnen blijven voeren. Deze ontwikkelingen zijn opgenomen onder autonome ontwikkelingen. Deze budgetten zijn benodigd om het huidige beleid op pijl te kunnen houden. Hierbij valt te denken aan volumegroei in het sociaal domein, vervangingsinvesteringen die waren begroot tegen een lager bedrag en kostenstijgingen bij gemeenschappelijke regelingen. Ook vallen in deze categorie reeds goedgekeurde college- en raadsvoorstellen. Nieuwe beleidsvoornemens Ondanks de onzekere financiële perspectieven en de daardoor vereiste zorgvuldigheid en realisme in het maken van (nieuwe) beleidskeuzes heeft het college gemeend om een integrale inventarisatie uit te moeten voeren naar de beleidswensen voor de periode 2026-2029, passend binnen de randvoorwaarden van zowel wettelijke verplichtingen als het Raadsprogramma 2022-2026. Dit heeft geleid tot een evenwichtig, ambitieus en realiseerbaar pakket van nieuw en aanvullend beleid.

Actualisatie budgetten In Oldenzaal is de gebruikelijke en bestendige handelwijze om voor de gehele planperiode te begroten op basis van constante lonen en prijzen van het dienstjaar. Voor de nu aan de orde zijnde planperiode is dus het verwachte loon- en prijsniveau van 2026 het uitgangspunt. Omdat de 6

programmabegroting 2025 voor de gehele planperiode is gebaseerd op het verwachte loon/prijsniveau 2025 dient er voor de nieuwe planperiode een actualisering van budgetten plaats te vinden. Dit gebeurt aan de hand van de voorlopig vastgestelde begrotingsuitgangspunten 2026. Van deze uitgangspunten treft u verderop in deze kadernota een samenvatting aan en een uitvoerige versie in bijlage 1. Voorjaarsnota 2025 In de voorjaarsnota 2025 zijn diverse ontwikkelingen beschreven die niet alleen voor 2025 een financieel effect hebben maar tevens op de jaarschijven 2026 tot en met 2029. Deze financiële effecten zijn in deze kadernota opgenomen. Voor de nadere toelichting op deze ontwikkelingen verwijzen wij naar de voorjaarsnota 2025. Meicirculaire 2025 In de voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn diverse (financiële) toezeggingen gedaan richting gemeenten. Deze krijgen hun definitieve invulling in de meicirculaire 2025. In afwachting van het uitbrengen van de meicirculaire door het Rijk nemen we, conform voorgaande jaren, een voorschot hierop door de effecten van de voorjaarsnota van het Rijk mee te nemen in de kadernota. De definitieve (financiële) effecten van de meicirculaire worden bij de besluitvorming voor de begroting 2026 meegenomen. Ambities en Middelen in balans In deze kadernota actualiseren we de verschillende sporen van het traject 'Ambitie en Middelen in balans'.

De financiële effecten hiervan zijn meegenomen in het totaaloverzicht. Daarnaast is een fasering voorgesteld voor de invoering van diverse maatregelen vanuit spoor 3 en belastingen.Prognose op hoofdlijnen. Alle bekende ontwikkelingen samen leiden op dit moment tot een prognose op hoofdlijnen van het begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2026-2029. Hierbij hoort de kanttekening dat de meicirculaire 2025 nog voor een bijstelling kan zorgen, evenals de gedetailleerde doorrekening van het opstellen van de definitieve Programmabegroting 2026. We hebben in tabel 1 ook de bekende ontwikkelingen van het lopende dienstjaar opgenomen om u een totaaloverzicht te geven van de gehele actuele planperiode. Voor een toelichting op de jaarschijf 2025 verwijzen we gemakshalve naar de Voorjaarsnota 2025. Totaal resultaat 2026 – 2029 Onderdelen (x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

a. Totaal programmabegroting 2025 (incl. Najaarsnota 2024)

N

468

N

670

N

1.857

N

1.857

b. Decembercirculaire 2024

V

151

V

252

V

348

V

348

c. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (tabel 2)

N

290

N

290

N

290

N

290

d. Concept-Voorjaarsnota 2025

V

1.111

V

594

V

613

V

596

e. Structurele gevolgen meicirculaire/Voorjaarsnota Rijk 2025

V

3.428

V

3.100

V

2.251

V

2.407

7

f. Ambities en Middelen in Balans Opvoeren spoor 3

V

1.258

V

1.290

V

1.390

V

1.390

g. Ambities en Middelen in Balans – actualisatie

N

1.365

N

676

N

575

N

545

h. Autonome ontwikkelingen bestaand beleid

N

5.626

N

2.148

N

1.234

N

2.061

i. Voorgenomen nieuw/aanvullend beleid

N

531

N

353

N

253

N

275

j. fasering spoor 3

N

286

N

294

N

249

N

186

k. Incidenteel ten lasten van algemene reserve

V

2.716

V

638

V

115

l. TOTAALRESULTAAT

V

98

V

1.443

V

259

N

473

Tabel 1. De komende periode, richting de definitieve vaststelling van de Programmabegroting 2026, zullen de saldi verder worden ‘gefinetuned’ door onder meer verwerken van de (financiële) effecten van de meicirculaire 2025. Afhankelijk van deze uitkomsten zal een dekkingsplan worden opgesteld, waarbij een onttrekking aan de Algemene Reserve voor met name de jaren 2026 en 2029 een optie is. Conform de ‘Notitie Incidenteel/structureel van het Bestuurlijk Overleg Financiële-verhoudingen (BOFv) is het gemeenten toegestaan om maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve (gedeelte boven de vastgestelde weerstandsratio van 2) in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Met een positieve jaarschijf 2026 of 2029 voldoen we in principe aan de vereisten voor repressief toezicht. Hierna geven we u nadere informatie per regel van de in tabel 1 genoemde onderdelen.

Totaal programmabegroting 2025 Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

2028

2029

a. Totaal programmabegroting 2025 (Incl. Najaarsnota 2024)

N

468

N

670

N

1.857

N

1.857

b. Effect Decembercirculaire

V

151

V

252

V

348

V

348

Bedragen x €1.000 De bedragen sluiten aan met de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2025-2028, inclusief de verwerking van de Najaarsnota 2024. Samen vormden ze de basis voor het afgegeven repressief toezicht, met code oranje, door de Provincie Overijssel. Indien de eerste en de laatste jaarschijf negatief zijn volgt code rood. Zonder ingrijpen zijn de jaarschijven 2026 tot en met 2029 negatief. Hiertoe is in het kader van "Ambitie en Middelen in balans" een derde spoor van bezuinigingen uitgewerkt wat inwerking treedt als er vanuit het Rijk niet voldoende structurele middelen beschikbaar worden gesteld. Voor het jaar 2029 is van de aanname uitgegaan dat het resultaat van dat jaar identiek is aan het jaar 2028. Bij het opstellen van de komende programmabegroting 2026-2029 zal er voor de jaarschijf 2029 sprake zijn van een gedetailleerde berekening van budgetten. Het resultaat van de huidige programmabegroting, inclusief de vastgestelde wijzigingen, als vertrekpunt nemen voor de komende programmabegroting betekent impliciet dat er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de ombuigingen in 8

de huidige programmabegroting conform worden gerealiseerd tenzij expliciet tot een aanpassing wordt besloten. Het effect van de decembercirculaire 2024 is opgenomen in de voorjaarsnota 2025. De effecten voor 2026 tot en met 2029 zijn in deze kadernota meegenomen.

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

2028

2029

c. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

N

N

N

N

290

290

290

290

Bedragen x €1.000 In het jaarlijkse proces om te komen tot een geactualiseerde begroting voor de volgende planperiode worden er uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan de conceptbegroting kan worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn (samengevat) opgenomen en worden gebruikt bij de opstelling van de komende programmabegroting. De uitgewerkte versie is ter kennisneming als bijlage 1 opgenomen achterin dit boekwerk.

Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode Tot en met de programmabegroting 2025 werd de indexeringssystematiek gehanteerd op basis van de volgende grondslagen: Lonen en sociale lasten op basis van CEP index 'loonvoet sector overheid'. Sociaal domein op basis van Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) Goederen en diensten op basis van CEP index 'prijs materiële overheidsconsumptie' (IMOC) Aansluiting bij indexeringssystematiek van het Rijk Bij de indexatie van lonen, sociale lasten en het sociaal domein werd uitsluitend het lopende jaar gecorrigeerd; bij goederen en diensten werden tevens de twee voorgaande jaren meegenomen. Vanaf 2024 heeft het Rijk de systematiek voor de indexering van de algemene uitkering uit het gemeentefonds aangepast. De prijscompensatie vindt sindsdien plaats op basis van de ‘Prijs bruto binnenlands product (bbp)’. Deze keuze is gemaakt om te komen tot een eenvoudiger, uniformer en beter voorspelbaar systeem voor de bekostiging van medeoverheden. Om aan te sluiten bij deze landelijke ontwikkeling en om een consistent financieel kader te hanteren, stellen wij voor om vanaf het begrotingsjaar 2026 onze indexeringssystematiek gelijk te stellen aan die van het gemeentefonds.

Dit betekent dat we vanaf dat moment de lasten jaarlijks standaard indexeren met hetzelfde bbp-percentage dat het Rijk hanteert voor de algemene uitkering. Daar waar knelpunten ontstaan doordat de indexatie op basis van het bbp significant lager uitvalt dan de feitelijke kostenontwikkeling, vindt incidenteel bijstelling plaats bij de voorjaars- of najaarsnota. Structurele effecten worden meegenomen bij de Kadernota. Eventuele voordelen die voortkomen uit de gehanteerde indexatie vloeien terug naar de algemene middelen. Steeds meer gemeenten (waaronder Veenendaal, Zwolle en Amersfoort) hebben inmiddels gekozen voor aansluiting bij de indexatie vanuit het gemeentefonds. Met deze stap sluiten we aan bij de landelijke bekostigingssystematiek, voorkomen we structurele afwijkingen en verbeteren we de vergelijkbaarheid en beheersbaarheid van onze financiële ramingen. De precieze uitwerking wordt opgenomen in de begroting 2026.

9

Indexering baten: Gemeentefonds: Het gemeentefonds wordt geïndexeerd met de index 'Prijs bruto binnenlands product'. Bij de meicirculaire 2025 wordt deze bepaald op basis van de raming in het CEP. Bij de septembercirculaire wordt deze herijkt op basis van de miljoenennota. OZB: De tarieven voor de OZB worden geïndexeerd op basis van de index 'Prijs bruto binnenlands product'. Huren: Huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform de prijsontwikkeling van goederen en diensten.

Indexering lasten: Voor de indexatie van de lasten sluiten we aan bij de indexatie van het gemeentefonds. Voor bepaalde categorieën kan het nodig zijn hier een uitzondering op te maken. Dit betreft de volgende categorieën: Sociaal domein: Binnen het sociaal domein geldt dat contractueel vastligt dat we indexeren op basis van de OVA. Lonen en sociale lasten: De stijging van de lonen en sociale lasten wordt bepaald op basis van de laatst vastgestelde CAO. Daarin zijn zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden opgenomen. In de begroting worden de gevolgen voor de loonsom berekend en doorgevoerd. In deze kadernota nemen we wel €290.000 mee om het opleidingsbudget aan te laten sluiten bij de landelijk geadviseerde 2% van de loonsom. Uitgangspunt: De totale indexering van de lasten mag de indexering van het gemeentefonds en de OZB niet overstijgen. In de programmabegroting 2026 volgt een nadere uitwerking.

Eigen belastinggebied: Tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling; overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting; rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens; rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding).

10

Toetsingskader Provincie Bij het opstellen van de begroting 2026 dient rekening te worden gehouden met het financieel toezicht door de provincie. In haar begrotingscirculaire van 8 april 2025 heeft de Provincie Overijsel geschetst hoe de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 zullen worden beoordeeld. De onderwerpen die daarbij van invloed zijn op de begroting 2026 en daarin aandacht behoeven zijn door de provincie in de circulaire gecategoriseerd in: Financiële ontwikkelingen • • • • •

Gemeentefonds Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen Jeugdzorg Klimaat- en energiebeleid Specifieke uitkering opvang Oekraïners

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) • •

Grondexploitaties Actualisering notities

Specifieke onderwerpen • • • • • • • • •

Bezuinigingen Circulaires gemeentefonds Begrotingssaldo en SRE Incidentele baten en lasten Structurele reserve inzet in het BBV Aansluiting reserves BTW-compensatiefonds Kapitaallasten Onderhoud kapitaalgoederen

In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) heeft de Provincie Overijssel de uitgangspunten van haar toezicht opgenomen. Enkele kernpunten uit dit toezicht zijn: • •

voor repressief toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat de structurele lasten ieder jaar worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn, oftewel geloofwaardig zijn; er mag geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Voor de komende programmabegroting betekent dit heel concreet dat er minimaal vanaf de jaarschijf 2028 een realistische en sluitende begroting dient te worden vastgesteld;

11

•

• •

eventueel opgenomen bezuinigingstaakstellingen zijn haalbaar en hard. Daarmee wordt bedoeld dat aannemelijk wordt gemaakt dat er voldoende zekerheid bestaat dat de maatregel tijdig en volledig gerealiseerd wordt. Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat op programmaniveau duidelijk wordt gemaakt hoe maatregelen worden ingevuld en uitgevoerd; uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen moet blijken dat de budgetten groot genoeg zijn om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren; er wordt inzicht verstrekt in de beleidsprestaties van verbonden partijen.

Voor het verkrijgen van het nagestreefde “repressieve” toezicht is het van belang dat we rekening houden met het toezichtkader van de Provincie. Het in deze Kadernota gepresenteerde begrotingsresultaat leidt in principe tot repressief toezicht (controle achteraf) door de Provincie. De meerjarenraming (laatste jaarschijf) is weliswaar niet sluitend, maar de begroting (1e jaar) vertoont een overschot. Voor het verkrijgen van repressief toezicht (met code oranje) is de voorwaarde dat óf de begroting óf de meerjarenraming sluitend is.

Voorjaarsnota 2025 Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

2028

2029

d. Structurele gevolgen Voorjaarsnota 2025 (concept, vaststelling 7 juli 2025)

V 1.111

V

V

V 596

594

613

Bedragen x €1.000 De voorjaarsnota 2025 wordt door uw raad vastgesteld op 7 juli 2025. Het totaal van de structurele effecten van alle in deze voorjaarsnota opgenomen voorstellen hebben een positieve invloed op het geprognosticeerde begrotingsresultaat voor de hele planperiode 2026-2029. Voor nadere toelichting op dit onderdeel verwijzen we naar de betreffende rapportage.

Structurele effecten voorjaarsnota 2025 Structurele effecten voorjaarsnota 2025:

Nr

+ = extra lasten & - = Aard voordeel

Krediet 2026

2027

2028

2029

Structurele effecten voorjaarsnota

1.

Rittenregistratie

Structureel

2.

Deelname provinciale regeling Incidenteel cultuureducatie

3.

Kapitaallasten veld 1 Structureel Bully

6

6

6

6

17

17

17

-

7

7

7

7

12

4.

Twente milieu

Structureel

5.

Onderhoudskosten tractie

Structureel

6.

Bijdrage samen Twente

Structureel

7.

Aanpassing recreatieschap Twente

Structureel

8.

Huurinkomsten VVO Structureel na vertrek (omlaag)

9.

Ingeboekte bezuiniging als gevolg Structureel van sloop gymzaal Tulpstraat

10.

34

34

34

34

16

16

16

16

27

27

27

27

10

10

10

10

17

17

17

17

35

35

35

35

Bully meerprijs veld 1 Structureel afbetaald

14

14

14

14

11.

Opstellen Soorten Managementplan

Incidenteel

70

35

-

-

12.

Vrijval subsidiebudget

Structureel

13

13

13

13

13

13.

Verhoging winstuitkering crematorium

Structureel

14.

Marktopbrengsten

Structureel

15.

Kapitaallasten terugdraaien

Structureel

16.

Openbare verlichting Structureel

17.

Onderhoud straatmeubilair

18.

Correctie TCC

11

11

11

11

29

29

29

29

-6

-6

-6

6

20

20

20

20

Structureel

10

10

10

10

Incidenteel

346

-

-

-

19.

Voordeel rentelasten Structureel

600

500

500

500

20.

Voordeel leges Structureel omgevingsvergunning

120

120

120

120

21.

Wegvallen dividend Twence

Structureel

163

253

253

253

22.

Voordeel BUIG

Structureel

500

500

500

500

23.

Leerlingenvervoer

Structureel

285

285

285

285

24.

Sociaal Medische Kinderopvang

Structureel

260

260

260

260

14

25.

Indexeringsbijdrage vrouwenopvang

Structureel

26.

Afboeken negatieve kosten

Structureel

d.

Saldo autonome ontwikkeling

77

93

109

109

14

14

14

14

1.111

594

613

596

Bedragen x €1.000 1. Rittenregistratie (INTB-25-0639) Voor de gemeentelijke voertuigen moet een rittenregistratie worden bijgehouden om te voldoen aan onze wettelijke verplichtingen. Om de rittenregistratie mogelijk te maken worden de gemeentelijke voertuigen voorzien van een tracker. De trackers leggen alle ritten digitaal vast. Daarnaast wordt aan de hand van de rittenregistratie de uitstoot van CO2 bijgehouden om te voldoen aan de verplichtingen van het Rijk . De aanschafkosten in 2025 bedragen €13.250 (I) en de jaarlijkse abonnementskosten bedragen € 5.500 (S); ingaande vanaf 2026. 2. Deelname aan provinciale regeling Cultuureducatie 2025 – 2028 Elk kind moet de mogelijkheid hebben om kennis te maken met kunst, cultuur en erfgoed. In Oldenzaal werken basisonderwijs, culturele instellingen en gemeente daarom samen om een goed aanbod cultuureducatie te hebben. Dit gebeurt via het Kunst-menu, waaraan alle basisscholen in Oldenzaal meedoen. De coördinatie hiervan ligt bij de stichting Ceppo (Cultuur Educatie Platform Oldenzaal). Het Kunstmenu en de coördinatie van de uitvoering worden gefinancierd door onderwijs, gemeente en de provincie Overijssel. De provincie draagt bij via een cultuureducatie subsidie die elke vier jaar kan worden aangevraagd. Oldenzaal ontvangt ruim €17.000 van de provincie en draagt, vanuit bestaande budgetten, zo'n €26.000 bij. 3.

Kapitaallasten veld Bully Bij de Voorjaarsnota 2025 is een aanvullend krediet van €74.000 beschikbaar gesteld (INTB-2506751) voor het vervangen van de toplaag op veld 1. De bijbehorende kapitaallasten bedragen € 7.000 (S); ingaande vanaf 2026. 4 en 5. Twente milieu en Onderhoudskosten tractie Het onderhoud van de tractiemiddelen wordt door Twente Milieu uitgevoerd. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Door indexering van deze overeenkomst is het budget niet meer toereikend en dient bijgesteld te worden met €34.000, De materiaalkosten/onderdelen worden apart gefactureerd. Door de prijsstijgingen van afgelopen jaren is het onderhoudsbudget inmiddels ook niet meer toereikend en dient eveneens bijgesteld te worden met €16.000. 6. Bijdrage Samen Twente-begraafplaatsen/crematoria De bijdrage Samen Twente voor het onderdeel begraafplaatsen/crematoria is in 2024 verhoogd. Hierdoor is budgetbijstelling van €27.000 noodzakelijk. 15

7. Aanpassing recreatieschap Twente In verband met jaarlijkse indexering stijgt de bijdrage aan recreatieschap Twente met €10.000 (S). 8. VV Oldenzaal Conform besluitvorming is in de zomer 2023 VV Oldenzaal vertrokken op sportpark De Thij, de Rugby huurt nog 1/4e gedeelte van het park. Door vertrek van VV Oldenzaal vervalt de huuropbrengst van €17.000. VV Oldenzaal betaalt via een verdeelsleutel samen met ZVV de Esch de huur van Sportpark de Weschterik. Dat is één van de grote voordelen van het samen gebruiken van sportpark De Weschterik voor zowel VV Oldenzaal als ZVV De Esch. Een win-winsituatie, deze samenwerking betekent dat twee clubs op een park vitaal verder kunnen gaan. En een groot voordeel voor de twee clubs is dat ze te maken krijgen met een kostenreductie. 9. Gymzaal Tulpstraat De gymzaal is nog steeds in gebruik, omdat de nieuwbouw van de gymzalen Lyceumstraat, Meijbreestraat en sporthal De Kolk, uit vastgestelde Accommodatieplan Binnensport, nog niet gereed zijn. Gymzaal Tulpstraat wordt tijdens deze verbouwingen gebruikt als uitwijkmogelijkheid tot en met 2029. Daardoor kan de bezuiniging/ombuiging nog niet gerealiseerd worden. De bezuiniging kan vanaf 2030 worden gerealiseerd. 10. Hockeyveld Bully Afboeking huur Bully met €14.000 omdat, door middel van een gebruikersvergoeding, de meerprijs van het waterveld is afbetaald door Hockey Bully. 11.

Aanvulling Soorten Management Plan (SMP) Een Soorten Management Plan brengt in beeld welke vleermuis- en vogelsoorten waar wonen, hoeveel het er zijn en welke compenserende maatregelen eventueel genomen moeten worden. Hierdoor hoeven woningeigenaren geen ecologisch onderzoek meer te laten doen voor het isoleren van hun woningen. De aanbesteding van het opstellen Soorten Managementplan valt hoger uit. Deze kosten landen deels in 2026 en 2027. 12. Vrijval budget monumentenzorg Rekening houdend met het subsidieplafond voor monumentenzorg kan een deel van het subsidiebudget vrijvallen. Dit wordt structureel niet aangewend. 13. Winstuitkering Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) De winstuitkering van de verbonden partij OLCT wordt voor de periode 2025-2029 verhoogd met €25.000 naar €400.000. Dit bedrag wordt over de deelnemende partijen verdeeld. Het budget is al enkele jaren niet op de meest recente winstuitkering aangepast, waardoor een structureel voordeel van €11.000 gerealiseerd wordt. 14. Marktopbrengsten Na de coronajaren ligt de legesopbrengst van de maandag markt structureel op circa €8.500 per jaar, voor de zaterdagmarkt ligt de legesopbrengst structureel op circa € 13.500 per jaar. Bijstelling van deze budgetten levert een structureel nadeel van €29.000 op.

16

15. Kapitaallasten terugdraaien In verband met het intrekken van een krediet vallen de kapitaallasten teruggedraaid. Dit levert een jaarlijkse vrijval van €6.000 (S) op; voor het eerst vanaf 2026. 16. Aanvullend budget energiekosten Openbare Verlichting Het beschikbare budget voor de energiekosten van de openbare verlichting is ontoereikend. De energiekosten zijn de afgelopen jaren sterk fluctuerend, mede door hogere belastingtarieven en extreme prijsstijgingen. Hoewel het energieverbruik door investeringen in ledverlichting is gedaald, zijn de energieprijzen aanzienlijk gestegen en is de indexering van het budget achtergebleven. Op basis van de huidige prognoses wordt een structureel tekort van circa €20.000 verwacht, wat vraagt om een bijstelling van het budget. 17. Onderhoud straatmeubilair Het onderhoud straatmeubilair valt voordeliger uit; jaarlijks met €10.000 (S) 18. Correctie primitieve begroting 2025 Vernieuwbouw TCC Lyceumstraat De uitvoering van de vernieuwbouw TCC Lyceumstraat is uitgesteld van 2025 naar 2026. Dit is in de kadernota 2025 aangegeven. De administratieve verwerking hiervan is echter niet correct uitgevoerd, doordat verzuimd is de sloopkosten ten laste van de algemene reserve te brengen. Het begrotingssaldo is hierdoor nadelig beïnvloed. Dit wordt nu gecorrigeerd, wat resulteert in een voordeel van €346.000. 19.

Lagere rentelasten op bestaande langlopende uitstaande leningen De hoogte van de leningen (opgenomen gelden) zijn op het moment lager dan dat in de begroting rekening mee is gehouden. Tevens is het rentepercentage over deze leningen lager geworden ten opzichte van waar in de begroting mee gerekend is (4% t.o.v. 2,25%). Hierdoor is de verwachting dat er minder rente betaald dient te worden. 20. Leges omgevingswet Vanaf 1 januari 2024 is de omgevingswet van toepassing. Bij de najaarsnota 2024 is een nieuwe prognose opgesteld, bij de jaarrekening 2024 bleek echter dat deze te somber was, waardoor een structureel voordeel is ontstaan. In 2025 vindt een evaluatie plaats van leges omgevingswet, om de effecten van de Omgevingswet op de legesinkomsten beter te kunnen beoordelen. 21. Aandelen Twence De verkoop van de aandelen Twence in 2024 heeft tot gevolg dat er geen dividend meer ontvangen wordt. Het begrote bedrag van €253.000 komt daarmee te vervallen, voor 2026 is de bijstelling €163.000. 22. Voordeel BUIG De afgelopen jaren heeft Oldenzaal forse bedragen overgehouden op de bijstand. De bijdragen van het Rijk stegen, de uitgaven bleven ongeveer gelijk. Dit komt doordat het Rijk bij een gemeente als Oldenzaal een bepaald percentage aan bijstandscliënten verwacht, in de praktijk doet Oldenzaal het beter. Het verdeelmodel waar deze bijdrage op is gebaseerd kan aangepast worden.

17

23. Leerlingen- en maatwerkvervoer De financieel negatieve impact van de aanbesteding leerlingenvervoer (medio 2023) is te hoog geraamd. Deze aanpassing was destijds gebaseerd op regionale uitgangspunten, in praktijk blijken deze gunstiger uit te pakken. Daarnaast wordt gestuurd op de zelfredzaamheid van leerlingen, waarmee de kosten per leerling omlaag gaan (bijvoorbeeld een elektrische fiets in plaats van taxivervoer). 24. Sociaal medische kinderopvang De regeling sociale medische kinderopvang is primair een tijdelijke vangnetregeling. In de praktijk wordt de regeling regelmatig ingezet in situaties die langer duren. Hierdoor ontstaat een budgetoverschrijding. De afgelopen jaren is het budget steeds incidenteel aangepast. Ondanks dat we inzetten op een stringentere uitvoering van de regeling stellen wij voor de budgetten structureel aan te passen. 25. Indexeringsbijdrage vrouwenopvang gemeente Enschede Centrumgemeente Enschede voert voor Oldenzaal de taken uit met betrekking tot vrouwenopvang, inzet huiselijk geweld en kindermishandeling. Enschede ontvangt als centrumgemeente de rijksbijdrage, deze wordt echter niet door het Rijk geïndexeerd. Deze indexering wordt door de deelnemende gemeenten vergoed. Deze budgetten worden vanaf 2025 opgenomen. 26. Afboeken negatieve kosten Bij de voorjaarsnota is een analyse opgesteld van budgetten met negatieve kosten.

Vanuit deze opschoning is een structureel nadeel van €14.000 opgenomen. Voor een uitgebreide toelichting van deze posten verwijzen wij naar de voorjaarsnota 2025.

Structurele gevolgen meicirculaire 2025 Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

2028

2029

e. Structurele gevolgen meicirculaire 2025 (Ind. o.b.v. Voorjaarsnota 2025)

V

V

V

V

3.428

3.100

2.251

2.407

Bedragen x €1.000 Zoals gebruikelijk informeren we u in een afzonderlijke raadsinfobrief over de definitieve uitkomst van de meicirculaire 2025. Wij streven ernaar om u deze informatie op een zodanig tijdstip (juni 2025) aan te leveren dat deze nog volop kan dienen als informatie voor de beraadslagingen over deze Kadernota. In de onlangs verschenen Voorjaarnota 2025 van het (demissionaire) Kabinet staat dat decentrale overheden er voor 2026 en 2027 geld bijkrijgen om de gestegen kosten voor jeugdzorg (gedeeltelijk) te compenseren. Vanaf 2028 komt het Rijk met maatregelen om de kosten voor jeugdzorg te kunnen verlagen. Daarnaast is er structureel circa €400 miljoen beschikbaar gesteld als demping van het ravijn. Dit is slechts een zeer beperkte demping omdat het totale effect van het ravijnjaar circa €2,3 miljard is. Voor Oldenzaal is ervoor gekozen om de beschikbaar gestelde gelden voor jeugd en demping ravijn mee te nemen in deze kadernota. Voor 2028 en 2029 hebben we de bezuiniging van het rijk op jeugdzorg als stelpost voor te realiseren kostenbesparingen opgenomen.

18

Actualisatie ambities en middelen in balans Ambitie en Middelen in balans - spoor 3 In de meerjarenbegroting 2025-2028 is spoor 3 nog niet financieel verwerkt. Wanneer het Rijk het ravijn voldoende zou compenseren kon het uitvoeren van de maatregelen van spoor 3 achterwege blijven. Helaas moeten we constateren dat de voorjaarsnota van het Rijk slechts een zeer beperkte compensatie voor het ravijnjaar heeft opgenomen. Met een compensatie van €400 miljoen op een totale impact van €2,3 miljard is er nog steeds sprak van een stevige versobering van het gemeentefonds. De extra middelen voor jeugdzorg zijn zeer welkom maar dekking ook maar gedeeltelijk de kostenstijging binnen de jeugdzorg. Met de constatering dat het Rijk onvoldoende compenseert zijn we genoodzaakt spoor 3 financieel te verwerken in deze kadernota. Wel stellen we voor de uitvoering gefaseerd tot stand te laten komen.

Onderdelen (x €1.000)

f. Ambities en Middelen in balans Spoor 3

2026

2027

2028

2029

V 1.258 V 1.290 V 1.390 V 1.390

Bedragen x €1.000 Actualisatie bezuinigingsmaatregelen Uw raad heeft vorig jaar bij de besluitvorming over de Kadernota 2025 en "Ambities en Middelen in balans" ingestemd met een pakket aan ombuigingsmaatregelen, onderverdeeld in spoor 1, 2 en 3. Spoor 1 en een aantal belasting- en tariefmaatregelen zijn verwerkt in de Kadernota 2025 en de Programmabegroting 2025. Ten aanzien van een aantal andere maatregelen (spoor 3 – Voorgenomen keuzes indien Rijk tekort schiet) is besloten deze pas te effectueren in de Kadernota 2026, indien het Rijk de gemeente niet structureel financieel tegemoetkomt. Middels dit onderdeel informeren wij u over de actuele stand van zaken en de haalbaarheid van de maatregelen. In enkele gevallen zijn financiële aanpassingen noodzakelijk gebleken. Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

Actualisatie spoor 1

N

497

N

497

N

497

N

497

Actualisatie spoor 2

N

410

N

136

N

50

N

50

Herijking spoor 3

N

458

N

43

N

28

V

2

g. Ambities en Middelen in Balans – Spoor 2 (financieel-technisch, tabel 3)

N

1.365

N

676

N

575

N

545

2028

2029

Bedragen x €1.000 Toelichting actualisatie spoor 1 Met uitzondering van onderstaande maatregel liggen alle aangekondigde ombuigingen binnen Spoor 1 op schema en worden deze volgens planning gerealiseerd. In de Kadernota 2025 is binnen Spoor 1 een bezuinigingsmaatregel opgenomen die uitging van een structureel voordeel van €510.000 door het kostendekkend maken van de leges voor Burgerzaken. Uit nadere analyse blijkt echter dat dit voordeel niet realiseerbaar is. Het op dit moment niet kostendekkend zijn van de leges wordt mede veroorzaakt door de lage opbrengsten van onder andere evenementenvergunningen en vergunningen op basis van de Drank19

en Horecawet. Het verhogen van de kostendekkendheid voor een aantal leges is wettelijk niet haalbaar. Volledige kostendekkendheid zou bovendien betekenen dat de kosten voor organisatoren van evenementen als de Carnavalsoptocht en "Boeskool is los" aanzienlijk stijgen, wat voor hen niet op te brengen is. Dit resulteert in een structureel financieel nadeel van €497.000. Toelichting actualisatie spoor 2 Binnen Spoor 2 worden, met uitzondering van onderstaande bijstelling, alle maatregelen conform planning uitgevoerd. De beoogde voordelen uit het verlengen van afschrijvingstermijnen en het invoeren van restwaardes blijken niet direct en volledig realiseerbaar. Dit leidt tot een incidenteel (tijdelijk) financieel nadeel van €410.000 in 2026, €136.000 in 2027 en €50.000 in zowel 2028 als 2029. De structurele opbrengst blijft daarmee grotendeels behouden, maar wordt later gerealiseerd dan aanvankelijk geraamd. Toelichting lagere realisatie spoor 3 Bij de vaststelling van de Kadernota 2025 op 8 juli 2024 heeft uw raad ingestemd met de voorgestelde en geprioriteerde bezuinigingslijst Voorgenomen keuzes indien het Rijk tekortschiet, waarin 24 maatregelen zijn opgenomen. In de afgelopen periode is de stand van zaken met betrekking tot de voorbereiding van deze bezuinigingen geïnventariseerd en is getoetst in hoeverre deze maatregelen haalbaar zijn.

Voor enkele maatregelen geldt dat de uitvoering later plaatsvindt dan eerder geraamd. Zo kunnen de bezuinigingen op de hogere eigen bijdrage aan het CAK (€200.000) en het verlagen van het abonnementstarief voor huishoudelijke ondersteuning (€200.000) pas vanaf 2027 worden doorgevoerd vanwege vertraagde landelijke invoering. De maatregel rondom cameratoezicht bij de fietsenstalling is inmiddels gerealiseerd, maar levert structureel €18.000 minder op dan oorspronkelijk begroot. Daarnaast is de eerder als p.m.-post opgenomen maatregel ‘onkruidbestrijding op verhardingen’ doorgerekend; deze levert een structureel voordeel van €19.500 op. Ten aanzien van de subsidiëring van drie instellingen (OTDIB, SAVO en Twents Zilver) binnen spoor 3 geldt dat, conform artikel 4:51 Awb, bij het beëindigen van langdurige subsidierelaties een redelijke termijn in acht moet worden genomen. Deze termijn stelt de subsidieontvanger in staat om de gevolgen van de beëindiging op te vangen, zoals het afbouwen van verplichtingen jegens derden. In de praktijk wordt een afbouwperiode van vier jaar gehanteerd, met afbouwstappen van 20%, 40%, 60% en uiteindelijk 100%. Dit leidt tot de volgende financiële (structurele) effecten:

Onderdelen:

2026

Doorvoeren hogere eigen bijdrage CAK

N 200.000

Afschaffen huidige abonnementstarief: lagere lasten a.g.v. geringer beroep op huishuidelijke hulp

N 200.000

Overgaan naar cameratoezicht fietsenstalling

N 18.000

2027

2028

2029

N 18.000

N 18.000

N 18.000

20

Stoppen met onkruidbestrijding op verharding

Stoppen met subsidies Oldenzaalse Turkse Democratische Arbeidersvereniging (OTDIB) en Suryoye Vereniging (SAVO) Stoppen met subsidiëren Twents Zilver

V 19.500

V 19.500

V 19.500

V 19.500

N 19.430

N 14.572

N 19.715

0

N 40.000

N 30.000

N 20.000

0

Deze toelichting betreft enkel de cijfermatige en technische actualisatie van de voorgenomen bezuinigingsmaatregelen. Het daadwerkelijk doorvoeren en het al dan niet gefaseerd invoeren van een aantal van deze maatregelen wordt op een later moment in deze Kadernota inhoudelijk toegelicht en ter besluitvorming voorgelegd.

Autonome ontwikkelingen Onderdelen (x €1.000)

2026

2027

2028

2029

h. Autonome ontwikkelingen bestaand beleid

N

N

N

N

5.626

2.148

1.234

2.061

Bedragen x €1.000 Onder autonome ontwikkelingen bestaand beleid zijn effecten opgenomen die noodzakelijk zijn om het bestaande beleid in stand te houden. De volgende autonome ontwikkelingen (structureel en incidenteel) zijn in deze kadernota meegenomen:

Nr

+ = extra lasten & - = voordeel Bereikbaarheid en openbare ruimte

Aard

Krediet 2026

2027

2028

2029

1.

Beleids- en beheerplan openbare verlichting 2025-2034

Structureel

-161

-161

-161

-161

2.

Wegenbeheersplan

Structureel

-

-151

-29

89

3.

Bomenbeheer

Structureel

105

105

105

105

4.

Budget versterken leefbaar houden buitengebied

Structureel

50

50

50

50

20

Cultuur Sport en Ontspanning 5.

Keuring lichtmasten op sportparken en sportbanen.

Incidenteel

6.

Inrichtingselementen div sportparken 2029

Structureel

58 21

7.

Toplaag kunstgras veld 2 sportpark Structureel ’t Venterinck (FC Berghuizen)

300

8.

Vervangen touwen/ringeninstallatie 3 gymzalen

Structureel

45

Sport Oldenzaal B.V.

10

10

10

10

Structureel

515

515

515

515

10. Veilige dienstverlening

Structureel

18

18

18

18

Veilige dienstverlening

Incidenteel

57

-

-

-

11. Opstellen- en uitvoeren van Integraal Veiligheidsbeleid basisteam Noordoost

Structureel

25

25

25

25

Opstellen- en uitvoeren van Integraal Veiligheidsbeleid basisteam Noordoost

Incidenteel

25

-

-

-

12. Investering IT applicaties

Structureel

52

52

52

52

Investering IT applicaties

Incidenteel

135

75

-

-

13. Stadhuis

Structureel

-

-748

-748

58

Stadhuis

Incidenteel

813

360

132

-

Structureel

61

61

61

61

Structureel

163

-75

-550

-550

Incidenteel

85

85

-

-

Structureel

-10

-10

-22

13

Incidenteel

1.596

-

-

-

Structureel

300

300

300

300

Structureel

33

61

61

61

Structureel

1.500

1.500

1.500

1.500

Structureel

300

300

300

300

Structureel

-66

-224

-385

-385

5.626

2.148

1.234

2.061

9.

Dienstverlening & veiligheid

Financiële algemene dekkingsmiddelen

14. HR21 15. BTW Compensatiefonds Maatschappelijke ondersteuning 16. Aanvullende expertise uitvoering IHP 17. Actualisatie IHP Actualisatie IHP 18. Kosten uitvoering beschut werk 19. SamenTwente 20. Individuele voorzieningen Jeugd (Jeugdzorg) 21. Maatwerkvoorziening WMO (huishoudelijke ondersteuning) 22. Inzet stelpost vergrijzing WMO h.

Totaal autonome ontwikkelingen

Bedragen x €1.000

22

Toelichting: 1. Beleids- en beheerplan openbare verlichting 2025-2034 De gemeente Oldenzaal streeft naar een veilige, duurzame en prettige leefomgeving, waarbij openbare verlichting een cruciale rol speelt. Vanwege veranderende wet- en regelgeving, milieudoelstellingen en technologische ontwikkelingen is actualisatie van het beleid noodzakelijk. Het nieuwe beleids- en beheerplan openbare verlichting 2025-2034 biedt heldere richtlijnen voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting tot 2034. Het plan richt zich op twee hoofdthema’s: veiligheid en klimaat. Goede verlichting draagt bij aan zowel sociale veiligheid als verkeersveiligheid, terwijl energiezuinigheid en duurzaamheid worden gewaarborgd door de verdere invoering van Ledverlichting en slimme verlichtingssystemen. Voor de vervanging van oude lichtmasten en armaturen is een jaarlijkse investering van €201.000 en een jaarlijkse oplopende kapitaallast van €10.000 per jaar benodigd is. Daar staat tegenover dat het exploitatiebudget Sanering Openbare Verlichting groot €161.000 structureel vrij kan vallen. 2. Wegenbeheersplan Door de groei van het areaal, stijgende kosten en technologische ontwikkelingen is de huidige aanpak niet langer houdbaar.

Om wegen veilig en in goede staat te houden en kapitaalvernietiging te voorkomen, heeft de gemeenteraad op 21 januari 2025 besloten het Wegenbeheerplan vast te stellen en de bijbehorende financiële consequenties te verwerken in de Kadernota. 3. Bomenbeheer De gemeente Oldenzaal beheert en onderhoudt bijna 19.000 bomen. Sinds 2020 inspecteert de gemeente elk jaar een derde van de bomen via een 3-jarige cyclus. Zo wordt ieder jaar een derde van de bomen geïnspecteerd en zijn na 3 jaar alle bomen geïnspecteerd. Dit is een goede balans tussen de wens om zo vaak mogelijk te inspecteren vanuit risico’s en zo min mogelijk vanuit kosten. Uit de inspecties volgen eventuele beheermaatregelen, zoals snoeien en/of kappen. Hiervoor is een budget beschikbaar. Het huidige budget is structureel ontoereikend om het onderhoud en beheer uit te kunnen voeren. Er is een aanvullend budget van €105.000 benodigd. 4. Budget versterken leefbaar houden buitengebied In het buitengebied van Oldenzaal lopen verschillende netwerken en initiatieven waaronder Landschapsdeal, Erfcoaches, Leader etc. Deze dragen bij aan de leefbaarheid van ons buitengebied, zowel in functioneel als ‘groen’ opzicht. Hiervoor was in de begroting 2024 en 2025 budget opgenomen, onder meer vanwege bestuurlijke afspraken met de NOT-gemeenten om gezamenlijk geld beschikbaar te stellen voor onder andere Erfcoaches en Leader-trajecten.

Met de verkregen middelen kunnen we initiatieven en samenwerkingen in het buitengebied voortzetten. 5. Keuring lichtmasten op sportparken en sportbanen De lichtmasten op sportparken in Oldenzaal vallen nog niet onder het reguliere gemeentelijke beheer. Daardoor is vaak onbekend wat hun staat en leeftijd is, wat veiligheidsrisico’s oplevert. Om gevaar door gebreken te voorkomen en te voldoen aan de wettelijke zorgplicht worden 185 masten – ook die niet in eigendom van de gemeente – gekeurd. Dit zorgt voor meer veiligheid en inzicht in toekomstige vervangingskosten.

23

6. Inrichtingselementen div sportparken 2029 Om de gemeentelijke sportparken veilig en bespeelbaar te houden is periodieke renovatie noodzakelijk. Bij niet tijdige renovatie dreigt tevens afkeur van velden, waardoor sporten niet mogelijk is. Renovatiejaar volgt uit beheerplan sportvelden gemeente Oldenzaal. De kredieten 2026, 2027 en 2028 zijn al bij de Kadernota/Programmabegroting 2025 opgenomen. Met dit voorstel willen wij het krediet van € 58.500 voor de jaarlijkse vervanging van inrichtingselementen op diverse parken (denk aan: doelen, hekwerken, dug-outs, leunhekken, ballenvangers, etc.) voor de jaarschijf 2029 toevoegen. 7. Toplaag kunstgras veld 2 sportpark ’t Venterinck (FC Berghuizen) Om de gemeentelijke sportvelden veilig en bespeelbaar te houden is periodieke renovatie noodzakelijk. Bij niet tijdige renovatie dreigt tevens afkeur van velden, waardoor sporten niet mogelijk is. Renovatiejaar volgt uit beheerplan sportvelden gemeente Oldenzaal. De kredieten voor de jaren 2026, 2027 en 2028 zijn al bij de Kadernota/Programmabegroting 2025 opgenomen. Met dit voorstel willen wij het krediet van € 300.000 voor toplaag kunstgras veld 2 sportpark ’t Venterinck voor de jaarschijf 2029 toevoegen. 8 .Vervangen touwen/ringeninstallatie 3 gymzalen Bij jaarlijkse controles blijkt dat de touwen-/ringeninstallaties in enkele oudere gymzalen (o.a.

De Bongerd, Tulpstraat, De Drie-eenheid, Meijbreestraat) aan vervanging toe zijn. De vervanging bij de Helmichstraat is al opgenomen in de lopende renovatie. Voor de andere locaties is extra budget nodig om de veiligheid te waarborgen. Kosten per installatie bedragen €15.000. Binnen het huidige onderhoudsbudget is hiervoor geen ruimte. Hoewel Tulpstraat en Meijbreestraat binnen 5 jaar worden vervangen volgens het IHP, verdient veiligheid voorrang. Hergebruik van installaties bij sloop wordt onderzocht. 9. Sport Oldenzaal B.V. Het college van burgemeester en wethouders heeft kennis genomen van de stand van zaken van de financiële situatie van Sport Oldenzaal BV en heeft besloten het te verwachten structurele begrotingstekort voor de jaren 2026 tot en met 2029 te verwerken in de Kadernota 2026. Hiermee wordt beoogd de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en de maatschappelijke functie van Sport Oldenzaal B.V., waaronder het behoud van het zwembad, te versterken. De recente cijfers van Sport Oldenzaal B.V. maken inzichtelijk dat er, ondanks goede operationele prestaties, sprake is van een toenemend structureel tekort in de exploitatie. Een structurele verhoging van de exploitatiebijdrage met €515.000 is hierdoor benodigd. In 2023 en 2024 is het sportcentrum Vondersweijde succesvol gerevitaliseerd.

Waar het sportcentrum daarvoor niet volledig verhuurd was, zien we dat de commerciële ruimten nu bijna geheel verhuurd zijn. Ook de bezoekersaantallen zijn toegenomen, de zwemlessen draaien weer op volle capaciteit en de horeca-omzet neemt toe. Tegenover deze positieve ontwikkelingen staan echter structurele financiële knelpunten. Eerdere jaren werd dit tekort deels gecompenseerd door tijdelijke corona- en energievergoedingen. Nu die wegvallen, wordt voor het eerst in de cijfers zichtbaar dat structureel middelen moeten worden toegevoegd aan de exploitatie. De personeelslasten zijn de afgelopen jaren aanzienlijk harder gestegen dan de indexatie van de gemeentelijke exploitatiebijdrage. Ook de huurkosten zijn sterker toegenomen dan de indexatie van de gemeentelijke exploitatiebijdrage. Hierdoor ontstaat een groeiend structureel tekort in de exploitatie. In de Najaarsnota 2024 werd voor het eerst echt zichtbaar dat structureel middelen moeten worden toegevoegd aan de exploitatie om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en de maatschappelijke functie van Sport Oldenzaal B.V.,waaronder het behoud van het zwembad, te versterken.

24

10. Veilige dienstverlening Onze maatschappij verhardt. Dat zien we terug in de toename van (verbaal) geweld in de samenleving, in ons stadhuis en in onze andere contacten met inwoners. Ook bestuurders en (politieke) ambtsdragers zijn steeds vaker slachtoffer van bedreiging of (verbale) intimidatie. De gemeente Oldenzaal wil ambtenaren en bestuurders een veilige werkomgeving bieden. Het bedrag van €18.000 is bedoeld voor maatregelen zoals het aanbrengen van alarmknoppen bij de balies en spreekkamers en inzet van een beveiliger. Daarnaast wordt eens per vier jaar een bedrag van €57.000 beschikbaar gesteld voor de kosten van de basisbeveiligingsmaatregelen. 11. Opstellen- en uitvoeren van Integraal Veiligheidsbeleid basisteam Noordoost In 2026 starten we - in opdracht van de Gezagsdriehoek basisteam Noord-Oost Twente en met instemming van de gemeenteraden - met het opstellen van een nieuw Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) voor de gemeenten Oldenzaal, Losser, Dinkelland en Tubbergen. Het beleid wordt vastgesteld in 2027 en vormt het gezamenlijke kader voor de veiligheidsprioriteiten tot en met 2030. In 2026 wordt eenmalig €25.000 gevraagd voor de uitbesteding van het opstellen van een IVB 2027-2030 op basisteam niveau. In 2026 tot en met 2029 wordt een bedrag van €25.000 gevraagd voor de uitvoering van dit beleid (structureel) 12.

Investering IT applicaties Door te investeren in een sterke en toekomstgerichte digitale infrastructuur verbeteren we onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers. We spelen daarmee beter in op maatschappelijke ontwikkelingen, wet- en regelgeving en de groeiende behoefte aan toegankelijke, betrouwbare en efficiënte digitale ondersteuning. Zo investeren we onder andere in ICT applicaties voor: • Optimaal Digitaal (2026: €60.000 incidenteel) • Dimpact (Vanaf 2026: €52.339 structureel) • PodiumD (2026: €75.000 incidenteel, 2027: €75.000 incidenteel) 13. Stadhuis In de kadernota 2025 is een krediet van €16,1 miljoen verleend voor de verbouwing en renovatie van het Stadhuis. Voordat de duurzame renovatie en verbouwing kan worden uitgevoerd, moeten de organisatie en de voorzieningen tijdelijk verhuizen. We streven naar een geschikte tijdelijke locatie in Oldenzaal waar: • de gemeentelijke dienstverlening onverminderd doorgaat; • het politieke proces kan plaatsvinden; en • medewerkers hun werk kunnen blijven doen. De uitgaven voor de tijdelijke huisvestiging bedragen €985.000 (2026), €555.000 (2027) en €175.000 (2028). Deze uitgaven worden gedekt door de vrijval van andere budgetten (facilitaire budgetten die niet benut zullen worden alsmede de kapitaallasten van het huidige Stadhuis die vrijvallen door het niet gebruiken van het Stadhuis). 14.

HR 21 HR 21 is het functiewaarderingssysteem van de VNG. De gemeente Oldenzaal gaat over naar deze functiewaarderingssystematiek. Dat heeft ook financiële gevolgen, daar waar medewerkers werkzaamheden verrichten die passen bij een hogere functie vindt een correctie plaats. Een inschatting van het financiële effect hiervan is opgenomen in deze kadernota.

25

15. BTW-compensatiefonds Decentrale overheden kunnen voor de compensatie van een deel van de betaalde BTW gebruikmaken van het BTW-compensatiefonds. Afrekening vindt plaats bij de circulaires van het Rijk. De inschatting van deze compensatie is geactualiseerd. 16. Aanvullende expertise uitvoering Integraal Huisvestingsplan (IHP) Voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) is er specifieke expertise nodig. Hieronder vallen de onderstaande activiteiten: - Uitvoering haalbaarheidsonderzoeken Verkeerskundige analyses - Leerlingenprognoses - Herijking IHP - Opstellen overeenkomsten met schoolbesturen - Voorbereiding en uitvoering projecten - Samenwerking. Voor al deze zaken wordt extern geadviseerd dan wel onderzoek uitgevoerd door met name ICS en incidenteel een advocaat. Deze kosten zijn niet structureel geborgd, maar zijn noodzakelijk voor een effectieve en zorgvuldige uitvoering. 17. Actualisatie Integraal Huisvestingsplan (IHP) Jaarlijks wordt het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor onderwijsinstellingen in de gemeente Oldenzaal geactualiseerd. In deze actualisatie zijn structureel de effecten van aanpassingen aan uitgangspunten (vierkante meters etc.) en indexering meegenomen. Incidenteel worden de effecten meegenomen waarbij de specifieke uitvoering op concrete onderdelen meer middelen vraagt.

Dit betreft onder andere kosten voor asbestsanering, sloop en aanvullende kosten tijdelijke huisvesting. Het afboeken van de restwaarde van te slopen gebouwen wordt hier ook verantwoord. 18. Uitvoering beschut werk Vanaf 2026 werken we met een nieuwe partner voor de uitvoering van beschut werk. Op basis van de voorlopige aanbieding is de globale kostenstijging voor de uitvoering van beschut werk €300.000. 19. Samen Twente In de vergadering van 26 maart 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor de Forensische Geneeskunde en Veilig Thuis Twente de gevraagde bedragen structureel beschikbaar te stellen. Hierdoor kunnen de wettelijke taken op een minimumniveau uitgevoerd worden (€72.000). Voor de thema’s Gezonde School Aanpak, Seksuele Gezondheid, Milieu & Gezondheid, Gezondheidsbevordering, Meldpunt Woningvervuiling en Meldpunt Zorgwekkend Gedrag is besloten om de huidige inzet te handhaven (€23.000). Gedekt binnen Samen Twente houdt in dat als gevolg van efficiency-maatregelen de kosten van Samen Twente lager uitvallen. In 2026 is er een incidenteel voordeel omdat een voorziening binnen Samen Twente vrijvalt. 20. Individuele voorzieningen jeugd De geactualiseerde impactanalyse laat ten opzichte van de begrote bedragen een tekort zien van €1,5 miljoen.

Hierbij is rekening gehouden met de effecten van ambulantisering en de uitvoering van de Hervormingsagenda (voorliggende voorzieningen, normaliseren). Er is geen rekening gehouden met autonome groei. 21. Maatwerkvoorzieningen WMO Voor de levering van de huishoudelijke ondersteuning zijn raamovereenkomsten afgesloten met 9 aanbieders. Op basis van de AMvB Reële Prijzen zijn we verplicht periodiek een reëel tarief vast te stellen. Op basis van CAO-ontwikkelingen en een recent kostprijsonderzoek wordt voor 2026 een verhoging van het uurtarief verwacht van minimaal €2,00. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15725704/2