CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Kadernota 2023 - bijlage kadernota 2023

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota 2023 (Algemene Beschouwingen)13.514 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoort bij raadsbesluitnr. 1202 van 4 juli 2022, de griffier,

H.B.

Inhoudsopgave 1 Financieel perspectief 2023-2026 ........................................................................................4 2 Prognose op hoofdlijnen .....................................................................................................6 2.1

Totaal programmabegroting 2022 ............................................................................................ 6

2.2

Structurele gevolgen Decembernota ....................................................................................... 7

2.3

Voorjaarsnota 2022 .................................................................................................................... 7

2.4

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten ............................................................. 7 2.4.1 Toetsingskader Provincie ................................................................................................. 7 2.4.2 Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode ..................................... 8

2.5

Structurele gevolgen meicirculaire 2022 ................................................................................. 9

2.6

Bekende financiële ontwikkelingen ....................................................................................... 10 2.6.1 Beleidsintensivering VRT (Informatieveiligheid) ............................................................. 10 2.6.2 Vervallen opschalingskorting .......................................................................................... 10 2.6.3 Dividendontwikkelingen Cogas ...................................................................................... 10 2.6.4 Vervallen voorjaarskermis .............................................................................................. 11 2.6.5 Minderinkomsten leges VOG (verklaringen omtrent gedrag) ......................................... 11

2.7

Bekende risico ontwikkelingen .............................................................................................. 11

2.8

Voorgenomen aanvullend beleid ............................................................................................ 12 2.8.1 Voorgenomen aanvullend beleid .................................................................................... 12

2.9

Indicatief subtotaal komende planperiode ............................................................................ 13

2.10

Voorgesteld voorlopig dekkingsplan ..................................................................................... 13

2.11

Totaalresultaat .......................................................................................................................... 13

3 Ontwikkelingen en Risico’s ...............................................................................................14 3.1

Nog uit te voeren investeringen en prijsstijgingen (Inflatie) ............................................... 14

3.2

Ombuigingen / Taakstellingen ................................................................................................ 14

3.3

Gemeentefonds ........................................................................................................................ 15

3.4

Hogere bijdrage Omgevingsdienst Twente ........................................................................... 16

3.5

Budgetontwikkelingen Sociaal Domein ................................................................................. 16

3.6

Beëindigen energiecontracten Gazprom ............................................................................... 17

3.7

Weerstandsvermogen.............................................................................................................. 17

3.8

Overige risico’s ........................................................................................................................ 18

4 Conclusies ..........................................................................................................................20 Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten ..............................................21 Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen aanvullend en nieuw Beleid 2023 ..............................29 Implementatie van de Omgevingswet ................................................................................................ 29 Stadsvisie 2030/2035 van en door de stad ........................................................................................ 31 Talenthouse Studio 15 ......................................................................................................................... 32 Website Sociaal plein oldenzaal ......................................................................................................... 33 Audiovisuele middelen (AVM) voor raadszaal en derde (nader te bepalen) ruimte) ..................... 34 Vervanging Audio visuele middelen (m.u.v. Raadszaal, B&W kamer en Trouwzaal) .................... 35 Vereenvoudiging gemeentelijke belastingen .................................................................................... 36 1

Inleiding De start van de nieuwe planning & control cyclus begint in Oldenzaal jaarlijks met het opstellen van een kadernota en valt dit jaar ook praktisch samen met de start van een nieuwe college- en raadsperiode. Naast de nu voorliggende kadernota 2023 voor de periode 2023-2026 zal ook het aanstaande raadsakkoord zijn schaduwen vooruitwerpen op de toekomstige gemeentelijke beleidskeuzes. In de kadernota worden, zoals de naam min of meer al aangeeft, door uw raad de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het opstellen van de eerstvolgende programmabegroting 2023. Een gezonde financiële basis na Corona en ‘Oekraïne’ De Corona-pandemie heeft, naast de grote maatschappelijke implicaties, vanzelfsprekend ook forse financiële consequenties gehad voor Nederlandse gemeenten. De gemeente Oldenzaal is daar geen uitzondering op en heeft op diverse terreinen financiële ondersteuning geleverd, mede mogelijk gemaakt door de ruime steunpakketten van de Overheid. Na de Corona-pandemie zullen ook de recente ontwikkelingen in Oekraïne (financiële) gevolgen gaan hebben voor de gemeente Oldenzaal. Ook Oldenzaal zet daarbij stevig in op ondersteuning en opvang voor Oekraïners die gevlucht zijn. De actuele economische ramingen worden gedomineerd door de onzekerheid als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Het belangrijkste economische gevolg van bovenstaande ontwikkelingen is op dit moment voor Nederland een nog hogere energieprijs. De inflatie slaat dit jaar een gat in de koopkracht en de energiekosten pakken zeer verschillend uit voor verschillende huishoudens. Daarnaast zijn de inkomsten vanuit het Rijk vanuit het Gemeentefonds op de langere termijn nog hoogst onzeker. Hoewel Oldenzaal beschikt over een gezonde financiële basis met een goed weerstandsvermogen en een structureel sluitende begroting voor de gehele planperiode heeft het college ervoor gekozen om behoedzame financiële keuzes te maken en terughoudend om te gaan met nieuwe beleidsvoornemens voor de kadernota 2023. Daarbij stelt het college tevens voor om de in deze kadernota gesignaleerde risico’s, zoals de sterk gestegen prijzen voor energie en bouwkosten, nu al zoveel mogelijk financieel af te dekken. Daarnaast vindt het college het belangrijk dat de (voornamelijk incidentele) ruimte die er is, door de raad voor de ambities vanuit het raadsprogramma kan worden benut. Het college kiest er daarom voor om de raad alleen de onvermijdbare en wettelijk verplichte beleidsvoornemens voor te stellen, zoals de implementatie van de Omgevingswet per 1 januari 2023.

Het college stelt de raad daarnaast voor om in 2023 geld te reserveren voor het opstellen van de Stadsvisie, de ontwikkeling van Studio 15 en het inrichten van een vergaderlocatie met audiovisuele middelen om verschillende vergaderingen ook digitaal toegankelijk te kunnen maken. Tenslotte stelt het college voor om in te stemmen met een (budget neutrale) vereenvoudiging van de gemeentelijke belastingen, conform de door uw raad verwoorde wens in de raadsmotie van 25 juni 2021. Inhoud van deze kadernota Concreet treft u in deze kadernota de volgende informatie aan:  de voorgestelde begrotingsuitgangspunten voor de komende programmabegroting op basis waarvan de begroting bestaand beleid voor de nieuwe planperiode geactualiseerd wordt;  een prognose van het financieel perspectief bestaand beleid (op hoofdlijnen) voor de komende planperiode;  aanvullend en nieuw beleid vanaf het dienstjaar 2023;  de nu bekende mogelijke risico’s met financiële consequenties;  een indicatie van het, op basis van het voorgaande, verwachte begrotingsresultaat voor de komende planperiode 2023-2026. De financiële gevolgen van de meicirculaire 2022 ontvangt u via een afzonderlijke raadsinfobrief op een zodanig moment dat de resultaten hiervan nog bij de beraadslagingen over deze kadernota kunnen worden betrokken. 2

Tenzij u ons andere en/of aanvullende kaders meegeeft, stellen we de Programmabegroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 op conform de kaders en uitgangspunten zoals in deze kadernota opgenomen.

3

1

Financieel perspectief 2023-2026

Financiële positie De basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode zijn:  Programmabegroting 2022 - in de raadsvergadering van 8 november 2021 vastgesteld;  Decembernota 2021 - door uw raad op 20 december 2021 vastgesteld;  Voorjaarsnota 2022 – door uw raad op 20 juni 2022 vastgesteld. Meerjarige Begrotingssaldi: Bij de Programmabegroting 2022 kon het college onderstaand meerjarenperspectief presenteren: Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi 2022-2025

2022 V

2023 605

N

2024 221

V

2025 19

V

716

Na vaststelling van de decembernota 2021 verbeterden deze begrotingssaldi aanzienlijk, met name door de (incidentele) compensatie van de Jeugdbudgetten die door het Rijk bij de Septembercirculaire werd bekrachtigd. Dit leidde tot onderstaande meerjarenraming: Onderdelen (x € 1.000) Verwachte begrotingssaldi na decembernota

2022 V

1.785

2023 V

2024 582

V

2025 801

V

1.626

Ombuigingen De actuele begrotingssaldi zijn daarmee weliswaar verbeterd ten opzichte van de Programmabegroting 2022-2025, maar daar passen nog wel enkele nuanceringen bij. Ten tijde van de totstandkoming van de Programmabegroting 2021 werd namelijk duidelijk dat de financiële positie noodzaakte tot het doorvoeren van een pakket van bezuinigingsmaatregelen. In het kader van deze ‘ombuigingsoperatie’ zijn bij de programmabegroting 2021 diverse taakstellingen/ombuigingen opgenomen. Aanvullend op bovenstaande taakstellingen uit de Programmabegroting 2021 resteert nog een ingeboekte ombuiging ‘Preventieve maatregelen’ ter grootte van € 175.000 uit de Programmabegroting 2019. Dit totaliseert tot onderstaande taakstellingen:    

voor 2021 € 2.070.000 voor 2022 € 2.526.000 voor 2023 € 2.781.000 voor 2024 € 2.786.000

Inmiddels zijn diverse maatregelen effectief. Het niet realiseren van de (resterende) taakstellingen zal echter een direct (negatief) effect op het begrotingsresultaat hebben. Onderstaand de voor de komende planperiode nog te realiseren ombuigingen: Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

Nog te realiseren ombuigingen

-1.248

-1.291

2025 -1.291

2026 -1.291

In hoofdstuk 3 ‘Ontwikkelingen en Risico’s’ zal bij 3.2 nader worden ingegaan op de stand van zaken van de taakstellingen.

4

Nieuwe beleidsvoornemens Bij de uitvraag voor het nieuwe beleid 2023 is aangegeven dat er voor de komende planperiode 20232026 slechts beperkt ruimte is voor nieuw beleid. Gezien lopende taakstellingen en de nog openstaande kredieten/projecten is geadviseerd om terughoudend om te gaan met nieuwe beleidsvoornemens waarbij als leidraad is meegegeven om het nieuwe beleid in eerste instantie te beperken tot onvermijdelijke, onuitstelbare en wettelijk verplichte investeringen of intensiveringen. Daarmee ontstaat een relatief beleidsarme kadernota, waarbij het college wel degelijk kansen ziet, maar ruimte wil bieden aan de nieuwe Raad om hier via haar raadsprogramma verder invulling aan te geven. Gehanteerde indexen De nasleep van de Corona-pandemie en de recente ontwikkelingen in Oekraïne zijn van grote invloed op de inflatieontwikkelingen en hebben daarmee effect gehad op de te hanteren begrotingsuitgangspunten (lees indexcijfers) voor de komende planperiode. In vergelijking met het begrotingsjaar 2022 stellen wij voor om de indexen voor lonen en goederen/diensten, gebaseerd op de recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), te verhogen van respectievelijk 2,6% naar 6,4% en van 3,1% naar 4,5%.

Daarnaast is er, net als het voorgaande jaar, gekozen voor een separate index voor het Sociaal Domein, namelijk een index gebaseerd op Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Dit betekent voor 2023 een index van 5,27%. Actualisatie budgetten In Oldenzaal is de gebruikelijke en bestendige handelwijze om voor de gehele planperiode te begroten op basis van constante lonen en prijzen van het dienstjaar. Voor de nu aan de orde zijnde planperiode is dus het verwachte loon- en prijsniveau van 2023 het uitgangspunt. Omdat de programmabegroting 2022 voor de gehele planperiode is gebaseerd op het verwachte loon-/prijsniveau 2022 dient er dus voor de nieuwe planperiode een actualisering van budgetten plaats te vinden. Dit gebeurt aan de hand van de door ons college voorlopig vastgestelde begrotingsuitgangspunten 2023. Van deze uitgangspunten treft u verderop in deze kadernota een samenvatting aan en een uitvoerige versie in bijlage 1. Op basis hiervan zijn de stelposten geraamd zoals in tabel 1 en 2 aangegeven. Daarnaast kregen we nog te maken met in meer of mindere mate nauwelijks te beïnvloeden financiële ontwikkelingen die het uiteindelijke resultaat in belangrijke mate hebben bepaald. Verder stelt het college voor om de huidige bekende financiële risico’s zoveel mogelijk financieel af te dekken.

In de tabellen 1 en 3 en 4 worden de effecten hiervan indicatief geraamd Tenslotte is er naar verwachting ook sprake van onontkoombare en onuitstelbare nieuwe beleidsontwikkelingen. In tabel 1 geven we u in één oogopslag een totaaloverzicht van onze financiële verwachtingen voor de komende planperiode. Hoewel de kadernota in beginsel betrekking heeft op de planperiode 2023-2026 is ook de ontwikkeling van de jaarschijf 2022 voor de volledigheid opgenomen. Vervolgens is van elke regel opgenomen in deze tabel een korte toelichting geschreven.

5

2

Prognose op hoofdlijnen

Alle bekende ontwikkelingen samen leiden op dit moment tot een prognose op hoofdlijnen van het begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2023-2026. Hierbij hoort de kanttekening dat de meicirculaire 2022 nog voor een bijstelling kan zorgen, evenals de gedetailleerde doorrekening van het opstellen van de definitieve Programmabegroting 2023. We hebben in tabel 1 ook de bekende (risico-) ontwikkelingen van het lopende dienstjaar opgenomen om u een totaaloverzicht te geven van de gehele actuele planperiode. Voor een toelichting op de jaarschijf 2022 verwijzen we gemakshalve naar de Voorjaarsnota 2022.

Totaal resultaat 2022 – 2026 Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2022

2022

2023

2024

2025

2026

V

605

N

221

V

19

V

716

V

716

b. Structurele gevolgen Decembernota 2021

V

1.180

V

803

V

782

V

910

V

910

c. Voorjaarsnota 2022

N

255

N

138

N

158

N

164

N

164

d. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (tabel 2)

0

N

368

N

368

N

368

V

2

e. Structurele gevolgen meicirculaire 2022

Pm

(incl. amendement)

f. Bekende fin. ontwikkelingen (tabel 3)

N

Pm

Pm

V

345

V

480

V

620

V

83

Pm

N

0

N

520

N

517

N

515

0

N

345

N

357

N

370

N

156

1.490

V

76

N

122

V

827

V

876

i. Voorgenomen aanvullend beleid V

Pm

40

g. Bekende risico ontwikkelingen (tabel 4)

j. Indicatief subtotaal komende planperiode

Pm

k. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling L. TOTAALRESULTAAT

Pm V

1.490

Pm V

76

Pm N

122

Pm V

827

Pm V

876

Tabel 1.

Zoals u ziet in tabel 1 is de verwachting op dit moment dat we voor de jaarschijf 2024 van de komende planperiode afstevenen op een negatief resultaat. In de meicirculaire 2022 wordt wellicht meer duidelijkheid gegeven over Rijkscompensatie voor de omgevingswet en de ontwikkeling in het gemeentefonds met betrekking tot bijvoorbeeld de ‘opschalingskorting’ en de ‘herijking’. Afhankelijk van deze uitkomsten zal een dekkingsplan voor het tekortjaar 2024 worden opgesteld, waarbij een onttrekking voor 1 jaar aan de Algemene Reserve in 1e instantie voor de hand lijkt te liggen. Hierna geven we u nadere informatie per regel van de in tabel 1 genoemde onderdelen.

2.1

Totaal programmabegroting 2022

Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2022 (incl. amendement)

2022 V

605

2023 N

221

2024 V

2025 19

V

716

2026 V

716

De bedragen in deze regel sluiten aan met de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2022-2025, inclusief aangenomen amendementen. Om ook een basis te hebben voor het dienstjaar 2026 is van de aanname uitgegaan dat het resultaat van dat jaar identiek is aan 2025. Bij het 6

opstellen van de aanstaande programmabegroting 2023-2026 zal er uiteraard ook voor de jaarschijf 2026 sprake zijn van een gedetailleerde berekening van budgetten die waarschijnlijk wel tot een in geringe mate afwijkend resultaat leiden. Het resultaat van de huidige programmabegroting, inclusief de vastgestelde wijzigingen, als vertrekpunt nemen voor de komende programmabegroting betekent impliciet dat er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de ombuigingen c.q. het dekkingsplan opgenomen in de huidige programmabegroting conform worden gerealiseerd tenzij expliciet tot een aanpassing wordt besloten.

2.2

Structurele gevolgen Decembernota

Onderdelen (x € 1.000) b. Structurele gevolgen Decembernota 2021

2022 V

2023

1.180

V

803

2024 V

782

2025 V

910

2026 V

910

De decembernota 2021 is door uw raad vastgesteld op 20 december 2021. De totale structurele effecten van de decembernota hebben voor de planperiode 2022-2025 een positief effect op het geprognosticeerde begrotingsresultaat. Voor de toelichting hiervan verwijzen we naar de decembernota.

2.3

Voorjaarsnota 2022

Onderdelen (x € 1.000) c. Structurele gevolgen Voorjaarsnota 2022

2022 N

2023

255

N

138

2024 N

158

2025 N

164

2026 N

164

De voorjaarsnota 2022 (inclusief de decembercirculaire 2021) is door uw raad vastgesteld op 20 juni 2022. De totale structurele effecten van alle in deze voorjaarsnota opgenomen voorstellen hebben een negatieve invloed op het geprognosticeerde begrotingsresultaat voor de hele planperiode 20232026. Voor nadere toelichting op dit onderdeel verwijzen we naar de betreffende rapportage.

2.4

Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten

Onderdelen (x € 1.000) c. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (zie tabel 2)

2021

2022 0

N

368

2023 N

368

2024 N

368

2025 V

2

In het jaarlijkse proces om te komen tot een geactualiseerde begroting voor de volgende planperiode worden er door ons college uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan de conceptbegroting kan worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn (samengevat) onderstaand opgenomen en worden gebruikt bij de opstelling van de komende programmabegroting. De uitgewerkte versie is ter kennisneming als bijlage 1 opgenomen achterin dit boekwerk. 2.4.1

Toetsingskader Provincie

Bij het opstellen van de begroting dient ook rekening te worden gehouden met het financieel toezicht door de provincie. In haar begrotingsbrief van 19 april 2022 heeft de Provincie Overijsel geschetst hoe begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 zullen worden beoordeeld. Onderwerpen in de begroting 2023 die daarbij volgens Provincie met name aandacht behoeven zijn:  Verkiezingen / nieuwe raad 7

              

Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek Sociaal Domein Verruiming belastinggebied Opschalingskorting Structurele en incidentele baten en lasten Rechtmatigheid Inzicht in de structurele begrotingspositie Taakstellingen Onderhoud kapitaalgoederen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Omgevingswet en –visie Grondexploitatie BTW-compensatiefonds Wet digitale overheid en Wet open overheid Agenda toekomst van het toezicht

In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) heeft de Provincie Overijssel de uitgangspunten van haar toezicht opgenomen. Enkele kernpunten uit dit toezicht zijn:  voor repressief toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat de structurele lasten ieder jaar worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn, oftewel geloofwaardig zijn;  er mag geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Voor de komende programmabegroting betekent dit heel concreet dat er minimaal vanaf de jaarschijf 2025 een realistische en sluitende begroting dient te worden vastgesteld;  eventueel opgenomen bezuinigingstaakstellingen zijn haalbaar en hard. Daarmee wordt bedoeld dat aannemelijk wordt gemaakt dat er voldoende zekerheid bestaat dat de maatregel tijdig en volledig gerealiseerd wordt.

Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat op programmaniveau duidelijk wordt gemaakt hoe maatregelen worden ingevuld en uitgevoerd;  uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen moet blijken dat de budgetten groot genoeg zijn om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren;  er wordt inzicht verstrekt in de beleidsprestaties van verbonden partijen. Voor een goede begroting is het van belang dat we rekening houden met de voorschriften en wensen van de toezichthouder. 2.4.2

Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode

Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2023-2026 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: de basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2023-2026 is de in de raadsvergadering van 8 november 2021 vastgestelde programmabegroting alsmede de daarna nog door de raad op 20 december 2021 vastgestelde decembernota 2021 en de op 20 juni door de raad vastgestelde Voorjaarsnota 2022. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid houden we rekening met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling  Lonen en sociale lasten  Goederen en diensten  Omslagrente  Index Sociaal Domein

6,40% 4,50% 0,50% 5,27%

Batenontwikkeling  Nominale loon- en prijsontwikkelingen;  autonome volumeontwikkelingen.

8

Eigen belastinggebied  Huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten;  tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling;  overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting;  rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens;  rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding). Deze uitgangspunten worden bij de opstelling van de Programmabegroting 2023 gedetailleerd doorgerekend. Voor deze kadernota zijn er, rekening houdend met deze uitgangspunten, enkele stelposten opgenomen om een indicatie te kunnen geven van het verwachte begrotingsresultaat voor de komende planperiode. In onderstaande tabel zijn de verschillende stelposten concreet weergegeven (specificatie van de bedragen onder c. in tabel 1). Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Lonen en sociale lasten

N

1.281

N

1.281

N

1.281

N

1.281

Idem als onderdeel van subsidies / inkomensoverdrachten

N

694

N

694

N

694

N

694

Goederen en diensten

N

1.664

N

1.664

N

1.664

N

1.664

Prijsontwikkeling sociaal domein

N

1.069

N

1.069

N

1.069

N

1.069

0

V

350

Vrijval kapitaallasten

0

0

Indexering algemene uitkering

V

3.770

V

3.770

V

3.770

V

3.770

Prijscompensatie huren en pachten

V

86

V

86

V

86

V

86

Autonome volumeontwikkelingen belastingen

0

0

0

V

50

Idem openbaar groen / onderhoud wegen / straatreiniging

0

0

0

N

30

Inflatiecorrectie belastingen

V

484

V

484

V

484

V

484

Totaal begrotingsuitgangspunten

N

368

N

368

N

368

V

2

Tabel 2.

Er is in bovenstaande tabel rekening gehouden met een ontwikkeling van de algemene uitkering van € 3.770.000 i.v.m. index/accres. Deze ontwikkeling is een richtinggevende stelpost gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als van toepassing zijn voor de rest van de genoemde bedragen. Deze post zal evenwel worden vervangen door de definitieve berekeningen van de aanstaande meicirculaire, zodra deze laatste bekend is. Zie ook paragraaf hierna.

2.5

Structurele gevolgen meicirculaire 2022

Onderdelen (x € 1.000) d. Structurele gevolgen meicirculaire 2022

2022

2023

Pm

Pm

2024 Pm

2025 Pm

2026 Pm

Zoals in de inleiding van deze kadernota al geschreven informeren we u in een afzonderlijke raadsinfobrief over de definitieve uitkomst van de meicirculaire 2022. Wij streven ernaar om u deze informatie op een zodanig tijdstip te leveren dat deze nog volop kan dienen als informatie voor de beraadslagingen over deze kadernota. 9

2.6

Bekende financiële ontwikkelingen

Onderdelen (x € 1.000) f. Bekende fin. ontwikkelingen (zie tabel 3)

2022 N

2023 40

V

2024

345

V

2025

480

V

20265

620

V

83

Dit betreffen aangelegenheden welke zich in meer of minder mate reeds hebben aangekondigd en, afhankelijk van het startjaar waarop het betrekking heeft, worden opgenomen in de Najaarsnota 2022 of op een andere wijze een plek in de Programmabegroting 2023 krijgen. Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel. Onderdelen (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Beleidsintensivering VRT (Informatieveiligheid)

0

N

15

N

15

N

15

N

15

Vervallen opschalingskorting (regeerakkoord maartbrief)

0

V

400

V

535

V

675

V

675

Dividendontwikkelingen Cogas

0

0

N

537

0

0

Vervallen voorjaarskermis

N

25

N

25

N

25

N

25

N

25

Minderinkomsten leges (VOG)

N

15

N

15

N

15

N

15

N

15

Totaal bekende financiële ontw.

N

40

V

345

V

480

V

620

V

83

Tabel 3.

2.6.1

Beleidsintensivering VRT (Informatieveiligheid)

In de conceptbegroting 2023 geeft de VRT (Veiligheidsregio Twente) het volgende aan: De aandacht voor informatiebeveiliging is de laatste jaren sterk toegenomen. Recente berichtgeving over cyberaanvallen binnen en buiten de regio laat zien dat het belangrijk het is om de I-beveiligingsbasis goed op orde te krijgen. Het overall beeld bij Veiligheidsregio Twente is dat de technische basis ’staat’ maar het systematisch beheersen van de I-beveiligingsrisico’s (en de privacy-risico’s) nog niet. Dit vergt capaciteit en ICT-middelen die momenteel niet voor handen zijn. De meerkosten van informatiebeveiliging zijn berekend op € 250.000. Voor deze meerkosten wordt een ophoging van de gemeentelijke bijdrage-gevraagd. Voor Oldenzaal komt dit neer op een bedrag van ca. € 15.000. 2.6.2

Vervallen opschalingskorting

De stijging van de, door gemeenten bekritiseerde, opschalingskorting in 2020 tot en met 2022 (landelijke € 270 miljoen) is in de septembercirculaire 2021 wederom eenmalig uitgesteld. Een incidentele meevaller voor Oldenzaal van € 466.000 voor 2022. In het onlangs afgesloten coalitieakkoord is de oploop van de opschalingskorting voor deze kabinetsperiode geschrapt. Een meevaller voor Oldenzaal vanaf 2023 van ca. € 400.000 oplopend naar € 700.000 in 2025. Vooralsnog is dit ook doorgetrokken naar 2026 met de gedachte dat bij een onverhoopte herintroductie van de korting per 2026 het dan ontstane nadeel gecompenseerd kan worden uit het verwachte voordeel van de ‘herijking’ gemeentefonds. 2.6.3

Dividendontwikkelingen Cogas

Op 18 december 2020 heeft Cogas bekend gemaakt dat DELTA Fiber het 50% belang in het glasvezelbedrijf Cogas Kabel Infra (CKI) van Cogas overneemt. Cogas gaf aan dat het met de opbrengst investeringen wil doen om de ambities in energietransitie te realiseren. In de aandeelhoudersvergadering van 10 mei 2021 hebben de aandeelhouders besloten om uit het verkoopresultaat op de aandelen CKI een dividendafbouwfonds van € 25 miljoen te vormen. Hiermee kan 5 jaar lang een bedrag van € 5 miljoen, als aanvulling op het jaarlijkse basisdividend (€ 1.000 per aandeel, Oldenzaal € 537.000) worden uitgekeerd. De hoogte van het jaarlijkse dividend blijft dan nog 5 jaar gehandhaafd op het niveau van de afgelopen jaren. Deze periode stelt de gemeente Oldenzaal in staat om de begroting aan te passen aan de lagere 10

dividendinkomsten. In de meerjarenraming van de gemeente Oldenzaal (2022 t/m 2025) wordt voorlopig nog uitgegaan van een dividendopbrengst van € 1.074.000. Met de uitkeringen uit het afbouwfonds kunnen deze ramingen de komende 5 jaren gestand worden gedaan. Voor de periode hierna (vanaf 2026) zal een ‘gat’ in de begroting ontstaan van € 537.000. 2.6.4

Vervallen voorjaarskermis

Doordat er geen voorjaarskermis meer is, worden de begrote inkomsten van € 25.000 niet gerealiseerd. Dit is een structureel lagere inkomst, waardoor wordt voorgesteld om de begrote inkomst structureel naar beneden bij te stellen. 2.6.5

Minderinkomsten leges VOG (verklaringen omtrent gedrag)

We zien dat steeds meer bedrijven rechtstreeks een overeenkomst hebben met Justis en online de VOG aanvragen, hierdoor lopen onze inkomsten structureel terug met ca. € 15.000.

2.7

Bekende risico ontwikkelingen

Onderdelen (x € 1.000) g. Bekende risico ontwikkelingen

2022

2023

Pm

2024 0

N

520

2025 N

517

2026 N

515

Dit betreffen specifieke en concrete risico’s die voor de komende planperiode worden gesignaleerd en kunnen worden gekwantificeerd. In afwijking van de meer algemene en minder waarschijnlijke risico’s die worden afgedekt via het weerstandsvermogen door middel van de paragraaf ‘risico en weerstandsvermogen’. Het college stelt voor om deze specifieke risico’s, zoals de sterk gestegen prijzen voor energie en bouwkosten, nu al zoveel mogelijk financieel af te dekken Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel 4. Voor de inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar Hoofdstuk 3 ‘Ontwikkelingen en Risico’s. Onderdelen (x € 1.000)

2022

2023

2024

Stelpost Inflatie nog uit te voeren Invest.

N

520

2025 N

517

2026 N

515

Nog te realiseren taakstellingen

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Ontwikkelingen Gemeentefonds

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Pm

Hogere bijdrage ODTwente Budgetontwikkelingen Sociaal Domein

Pm

Beëindigen energiecontracten Gazprom

Pm

N

450

N

450

N

450

N

450

Dekking (AR) energiecontracten

Pm

V

(450)

V

(450)

V

(450)

V

(450)

0

N

520

N

517

N

515

Totaal bekende risico ontwikkelingen

0

Tabel 4.

11

2.8

Voorgenomen aanvullend beleid

Onderdelen (x € 1.000)

2022

h. Voorgenomen aanvullend beleid

2023 0

N

2024

345

N

2025

357

N

2026

370

N

156

Hoewel Oldenzaal beschikt over een gezonde financiële basis met een goed weerstandsvermogen en een structureel sluitende begroting voor de gehele planperiode heeft het college ervoor gekozen om behoedzame financiële keuzes te maken en terughoudend om te gaan met nieuwe beleidsvoornemens voor de Kadernota 2023. Dit mede ingegeven door de nog resterende taakstellingen/ ombuigingen voor de komende planperiode ter grootte van bijna € 1.300.000 en de nog openstaande investeringen uit voorgaande begrotingsjaren die de komende tijd veel (ambtelijke) capaciteit zullen gaan vergen. Daarnaast vindt het college het belangrijk dat de (voornamelijk incidentele) ruimte die er is, door de raad voor de ambities vanuit het raadsprogramma kan worden benut. Het college kiest er daarom voor om de raad alleen de onvermijdbare en wettelijk verplichte beleidsvoornemens voor te stellen, zoals de implementatie van de Omgevingswet per 1 januari 2023. Het college stelt de raad daarnaast voor om in 2023 geld te reserveren voor het opstellen van de Stadsvisie, de ontwikkeling van Studio 15 en het inrichten van een vergaderlocatie met audiovisuele middelen om verschillende vergaderingen ook digitaal toegankelijk te kunnen maken.

Tenslotte stelt het college voor om in te stemmen met een (budget neutrale) vereenvoudiging van de gemeentelijke belastingen, conform de door uw raad verwoorde wens in de raadsmotie van 25 juni 2021. In onderstaande tabel treft u de voorgestelde nieuwe beleidsvoornemens aan, inclusief de meerjarige financiële consequenties hiervan. Voor een inhoudelijke toelichting op deze voorstellen, verwijzen we u naar bijlage 2 van deze kadernota. De structurele gevolgen van het door het college voorgestelde aanvullend en nieuw Beleid zijn opgenomen bij de prognose van het begrotingsresultaat 2023-2026. 2.8.1

Voorgenomen aanvullend beleid

VOORGENOMEN AANVULLENDE BELEID Onderdelen (x € 1.000)

KREDIET

2023

2024

2025

2026

Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Omgevingswet ca. 1

Implementatie van de Omgevingswet

475

487

500

286

2

Dekking Implementatie Omgevingswet (Rijksbijdrageindicatie)

(275)

(275)

(275)

(275)

Programma 3: Stedelijke en Economische Ontwikkeling Binnenstad/ Economie 3

Stadsvisie 2030/2035 van en door de stad

100

4

Dekking Stadsvisie (Algemene Reserve)

(100)

Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Jeugd 5

Talenthouse Studio 15

50

75

6

Dekking Talenthouse Studio 15 (Corona middelen)

(50)

(75)

Programma 6: Financiële Algemene Dekkingsmiddelen Digitalisering 7

Aanschaf audiovisuele middelen

50

50

50

50

8

Vervanging audiovisuele middelen stadhuis (structureel ex-

20

20

20

20

12

VOORGENOMEN AANVULLENDE BELEID Onderdelen (x € 1.000)

KREDIET

2023

2024

2025

2026

ploitatiebudget) 9

Website Sociaal Plein

75

75

75

75

10

Vereenvoudiging gemeentelijke belastingen

0

0

0

0

345

357

370

156

Totaal aanvullend beleid

2.9

Indicatief subtotaal komende planperiode

Onderdelen (x € 1.000) i. Indicatief subtotaal komende planperiode

2022 V

1.490

2023 V

2024 76

N

2025

122

V

827

2026 V

876

Zoals in tabel 1 is te lezen verwachten we, rekening houdend met alle voorgaande informatie, voor de komende planperiode af te stevenen op een negatieve saldo voor 2024 en een begrotingsoverschot voor de overige jaren.

2.10

Voorgesteld voorlopig dekkingsplan

Onderdelen (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

j. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling

Pm

V

Pm

V

122

V

Pm

V

Pm

Het begrotingsresultaat, zoals bij ‘i.’ staat het streven naar repressief toezicht door de Provincie niet in de weg. Punt van aandacht blijft uiteraard de nog resterende taakstellingen, die in hoofdstuk 3 nader worden toegelicht. Met het voorliggende begrotingsresultaat kunnen we, net als het afgelopen jaar, voor de komende planperiode het ‘bestendig’ gehanteerde uitgangspunt van een structureel sluitende begroting voor de gehele planperiode handhaven. Voor nu volstaan we op dit onderdeel met een onttrekking aan de Algemene Reserve ‘Pm’ stelpost, om onze ambitie om blijvend te streven naar positief financieel resultaat te bevestigen.

2.11

Totaalresultaat

Onderdelen (x € 1.000) K. TOTAALRESULTAAT

2022 V

1.490

2023 V

2024 76

V

2025 0

V

827

2026 V

876

Zoals aangegeven is het financiële uitgangspunt om voor de komende planperiode een sluitende (meerjaren-)begroting aan te kunnen bieden. Dit vereist voor de komende periode, naast het verwerken van aanvullende informatie, onder andere dat externe ontwikkelingen strak worden ‘gemonitord’ en getoetst aan de opgenomen uitgangspunten voor deze Kadernota. De definitieve uitkomsten van de meicirculaire 2022 vormen in dat kader een eerste toetsingsmoment.

13

3

Ontwikkelingen en Risico’s

3.1

Nog uit te voeren investeringen en prijsstijgingen (Inflatie)

Voor de planperiode 2022-2025 staan diverse investeringen gepland die de komende tijd veel (ambtelijke) capaciteit zullen gaan vergen. Zo staan alleen al voor de beleidsvelden Sport en Onderwijs nog totaalinvesteringen van bijna € 48 miljoen geraamd. Daarvan moet circa € 13 miljoen in 2022 en € 35 miljoen in 2023-2025 (waarvan circa € 20 miljoen voor TCC Lyceumstraat) worden uitgevoerd. In de Programmabegroting 2022 zijn verder ook voor overige beleidsterreinen investeringen geraamd ter grootte van ruim € 15 miljoen. Op sommige onderdelen zal naar verwachting een fasering moeten worden aangebracht omdat de huidige investeringsplanning wellicht niet in alle gevallen zal kunnen worden gerealiseerd. In de komende P&C-producten zal hierover nader worden gerapporteerd, waarbij de beschikbare capaciteit en geplande investeringen een mogelijk beperkende factor/randvoorwaarde kunnen gaan vormen voor toekomstige ambities. Voor de geplande investeringen geldt in zijn algemeenheid dat de aanvankelijk geraamde bedragen door inflatieontwikkelingen onder druk lijken te komen staan. Het college stelt in deze Kadernota 2023 dan ook voor om voor bovenstaande geïndiceerde investeringen ter grootte van € 63 miljoen een ‘inflatie stelpost’ van 15% te budgetteren. Financieel creëert dit extra investeringsruimte van ca.

€ 9,5 miljoen, hetgeen correspondeert met gemiddelde extra kapitaallasten van ca. € 0,5 miljoen vanaf 2024. Naast het voornemen om een ‘inflatie stelpost’ op te nemen, stelt het college tevens, uiterlijk bij vaststelling van de Programmabegroting 2023, het volgende voor. Er wordt een screening op prioritering en fasering uitgevoerd van de nog openstaande c.q. nog uit te voeren kredieten. Met deze inventarisatie krijgen we zicht op haalbaarheid van ambtelijke capaciteit en inzet en wordt mogelijke financiële ruimte gecreeerd.

3.2

Ombuigingen / Taakstellingen

Bij het opstellen van de Programmabegroting 2021 werd ‘een ombuigingsoperatie’ ingesteld waarin onderstaande taakstellingen/ombuigingen zijn opgenomen:    

voor 2021 € 2.070.000 voor 2022 € 2.526.000 voor 2023 € 2.781.000 voor 2024 € 2.786.000

Aanvullend hierop resteerde nog een ingeboekte ombuiging ‘Preventieve maatregelen’ ter grootte van € 175.000 uit de Programmabegroting 2019. De ombuigingen kunnen worden onderverdeeld in taakstellingen voor de organisatie als geheel en in specifieke taakstellingen voor het Sociaal Domein. In onderstaande overzichten de nog te realiseren ombuigingen voor beide onderdelen voor de komende planperiode: Nog te realiseren ombuigingen organisatie (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Accountmanagers en andere coaches

-20

-20

-20

-20

Algemene taakstelling (vastgoed)

-107

-150

-150

-150

Verbonden partijen

-30

-30

-30

-30

Organisatie

-64

-64

-64

-64

Samenwerking zoeken Buitenbeheer

-200

-200

-200

-200

Subtotaal

-421

-464

-464

-464

14

Nog te realiseren ombuigingen Sociaal Domein (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

-50

-50

-50

-50

Maatwerkvoorz. verminderen toegankelijkheid

-50

-50

-50

-50

Samenwerking Maatschappelijk plein Sociaal Team

-50

-50

-50

-50

Zakelijke regievoering inwoners

-171

-171

-171

-171

Zakelijke regievoering aanbieders

-231

-231

-231

-231

Inzet van POH Jeugd

-50

-50

-50

-50

Meer regio op top 20 gezinnen

-50

-50

-50

-50

Taakstelling preventieve maatregelen

-175

-175

-175

-175

Subtotaal

-827

-827

-827

-827

Maatwerk Natura materieel WMO Beperken keuzevrijheid hulpmiddelen Maatwerk Natura immaterieel WMO

Individuele voorzieningen Natura Jeugd WMO

Overig

Met name voor de taakstellingen Sociaal Domein is de verwachting dat een substantieel deel van de resterende ombuigingen ’zacht’ zijn en moeilijk te realiseren. Inmiddels zijn in dat kader dan ook reeds ‘harde’ alternatieven geformuleerd. Voor de resterende ‘zachte’ ombuigingen Sociaal Domein zal aanvullend gezocht worden naar structurele dekkingsmogelijkheden. Het niet realiseren van de taakstellingen heeft namelijk een direct (negatief) effect op het begrotingsresultaat. Het college stelt de Raad dan ook voor om ten tijde van de vaststelling van de Programmabegroting 2023 te komen met alternatieve 'harde’ dekkingsvoorstellen. Onderstaand de voor de komende planperiode nog totaal te realiseren ombuigingen: Onderdelen (x € 1.000)

2023

2024

Nog te realiseren ombuigingen

-1.248

-1.291

3.3

2025 -1.291

2026 -1.291

Gemeentefonds

Na verwerking van de decembercirculaire 2021 zien de bijdragen uit het gemeentefonds voor de gemeente Oldenzaal er als volgt uit: Onderdelen (x € 1.000)

2022

2023

Algemene uitkering

61.269

59.379

2024 58.990

2025 59.191

In deze decembercirculaire werd een groei van het accres (de, aan de rijksuitgaven, gerelateerde, groei van het gemeentefonds) gemeld die zorgde voor een behoorlijke ‘meevaller’. Hierbij moet echter ook bedacht worden dat de geraamde toename van het accres uiteindelijk weer wordt ‘verrekend’ indien het Rijk de geraamde uitgaven niet realiseert (onderuitputting). Dit kan dan in een volgende circulaire tot een negatieve aanpassing leiden. De verwachte voordelen zijn behoedzaam geraamd en voor slechts 70% ‘meegenomen’. Onderstaand enkele toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds. Herijking gemeentefonds Hoeveel geld individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeenten. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het actueel houden van 15

het verdeelstelsel. Momenteel wordt onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. In de Programmabegroting 2021 was aanvankelijk een (negatieve) stelpost opgenomen in verband met de herijking van het gemeentefonds per 2023. Op basis van de laatst bekende cijfers blijkt Oldenzaal een voordeelgemeente (€ 36 per inwoner) en bleek deze stelpost overbodig. De post is dan ook in de Programmabegroting 2022 (2022 € 400.000, 2023 € 800.000, 2024 e.v. € 1.200.000) weer ook teruggedraaid, waarbij het voorlopige uitgangspunt een budgettair neutrale uitwerking is. Opschalingskorting De stijging van de, door gemeenten bekritiseerde, opschalingskorting in 2020 tot en met 2022 (landelijke € 270 miljoen) is in de septembercirculaire 2021 wederom eenmalig uitgesteld. Een incidentele meevaller voor Oldenzaal van € 466.000 voor 2022. In het onlangs afgesloten coalitieakkoord is de oploop van de opschalingskorting voor deze kabinetsperiode geschrapt. Een meevaller voor Oldenzaal vanaf 2023 van ca. € 220.000 oplopend naar € 700.000 in 2025.

3.4

Hogere bijdrage Omgevingsdienst Twente

Belangrijke ontwikkelingen rondom de OD Twente in 2023 worden gevormd door de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023 en de verdere introductie van outputfinanciering per 1 januari 2023. Sinds 1 januari 2022 bevindt OD Twente zich in een vervolgfase voor de voorbereiding van outputfinanciering. Daarbij wordt een relatie gelegd tussen de jaarproductie voor een deelnemer en de door die deelnemer te betalen jaarbijdrage. In de loop van 2020 en 2021 is duidelijk geworden dat de uitgevraagde jaarproductie aanzienlijk hoger ligt dan bij de start van de OD Twente werd voorzien. Deze hogere vraag zal zich vertalen in een toename van de door OD Twente benodigde middelen waarbij schaal- en efficiencyvoordelen nog een corrigerend effect kunnen hebben. De verdeling van de bijdrage per deelnemer zal in 2023 gekoppeld zijn aan de daadwerkelijke jaarproductie. In concept begroting is hiermee nog geen rekening gehouden maar hierover zal in de loop van 2022 nog nadere besluitvorming plaatsvinden.

3.5

Budgetontwikkelingen Sociaal Domein

De ramingen Sociaal Domein binnen deze kadernota zijn, met uitzondering van de prijsindex, ongewijzigd t.o.v. de vorige meerjarenraming. De op de maanden januari en februari 2022 gebaseerde 1e kwartaal prognose 2022 laat een voordelig saldo zien. Hierin moeten echter, richting begroting 2023 en verder, wel enkele kanttekeningen worden geplaatst. Voor wat betreft de Jeugdzorg en de Wmo zien we een voortdurende schommeling in aantallen bij de aanspraak op de verschillende voorzieningen, maar ook verschuivingen tussen de voorzieningen. Dit veroorzaakt met name grote financiële risico’s op de verstrekking van duurdere zorg. Bij de duurdere Jeugdzorg gaat het dan met name om de ‘Landelijk transitiearrangementen’ (LTA), JeugdzorgPlus en de ‘Weinig voorkomende hoog specialistische hulp’ (WVHS). Kosten van Є 150.000 tot Є 200.000 per individu per jaar zijn daarbij geen uitzonderingen, zodat toename met slechts een enkele jeugdige (en/of een langere verblijfsduur) tot forse overschrijding van de beschikbare budgetten kan leiden. Ook zijn er binnen de Wmo risico’s met betrekking tot de kosten van Wonen en verblijf die sterk stijgen (dure zorg). Naast de telkens verder oplopende stijging van de kosten voor huishoudelijke ondersteuning zien we ook een nadrukkelijke stijging van de kosten voor dagbesteding.

Bij de BUIG (gebundelde uitkering) zien we in 2022, evenals in 2021, dat de uitgaven voor de bijstand (incl. loonkostensubsidies) dalen en zich bevinden op een (historisch) laag niveau. Deze conjunctuur gevoelige (incidentele) uitgave draagt voor een groot deel bij aan positieve resultaat 2021 en het verwachte resultaat 2022 van het Sociaal Domein in zijn geheel. Naast het risico dat de economie terugloopt, en de aantallen weer toe kunnen nemen, speelt ook de gewijzigde/onzekere Rijksfinanciering een rol. 16

Voor wat betreft de financiering en processen in de Jeugdzorg heeft het ministerie van VWS inmiddels aangekondigd hervormingen in de Jeugdzorg te willen doorvoeren om de zorg te verbeteren voor kinderen, jongeren en gezinnen die dat nodig hebben. Een deel van deze hervormingen wordt uitgewerkt in de Hervormingsagenda. Alle partijen willen graag hun verantwoordelijkheid nemen om de jeugdzorg te verbeteren. Eerder dit jaar hebben gemeenten hun medewerking aan de Hervormingsagenda opgeschort, naar aanleiding van de voorgenomen besparing op de jeugdzorg van € 511 miljoen. Nu het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is, zijn gemeenten weer gecommitteerd om samen tot de Hervormingsagenda te komen. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om aanvullende maatregelen te nemen die tot de besparing zullen leiden. Conclusies en risico’s voor 2023: Voor wat betreft het Sociaal Domein kwantificeren wij, met inachtneming van nog beperkte cijfers 2022, de volgende meerjarige risico’s en verwachtingen:  

duurdere Jeugdzorg tot een bedrag van € 675.000; per saldo gelijkblijvende WMO-lasten. Hierbij veronderstellen wij dat de het verwachte (incidentele) voordeel op WMO-voorzieningen (met name woningaanpassing) kan worden “weggestreept” tegen het nadeel op de begeleiding. een voordeel op de BUIG, maar gezien het conjuncturele karakter van de uitgaven en onzekerheden rondom de omvang van de rijksbijdrage een advies om deze niet structureel mee te nemen.

Gezien de relatief korte periode en beperkte cijfers 2022 is nadere analyse op de prognoses wenselijk. Tevens zal de uit te werken ‘Hervormingsagenda’ Jeugdzorg (zie bovenstaand) naar verwachting (positieve) financiële consequenties hebben. Het college acht het daarom nog te prematuur om de ingeschatte duurder uitvallende Jeugdzorg nu al in deze Kadernota financieel te vertalen.

3.6

Beëindigen energiecontracten Gazprom

Vanuit het Ministerie van Economische zaken (EZK) is het besluit genomen dat Gazprom onder de sancties tegen Rusland valt. Hierdoor zijn gemeenten verplicht om per 10 oktober 2022 de contracten met Gazprom voor de levering van aardgas te beëindigen. De gemeente Oldenzaal zegt haar leveringscontract met Gazprom op nadat er een nieuwe aanbesteding is geweest. De gemeente sluit hiervoor aan bij de regionale aanbesteding om een overeenkomst te sluiten met een nieuwe leverancier voor Co2gecompenseerd aardgas voor het gemeentelijk vastgoed in Oldenzaal. Naar verwachting zullen de kosten van een nieuwe aanbesteding substantieel hoger uitvallen dan de huidige contracten. Sport Oldenzaal B.V. lift mee op onze leveringscontracten, de financiële gevolgen zullen dus ook voor hen merkbaar zijn. Het college stelt in deze Kadernota 2023 voor om op voorhand ten laste van de Algemene reserve een aanvullend budget voor de resterende duur van de oorspronkelijke contractperiode tot 1-1-2025 beschikbaar te stellen van € 450.000 per jaar.

3.7

Weerstandsvermogen

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. Van de reserves, die invulling geven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt. 17

Onderdelen (x € 1.000) (excl. resultaat 2021)

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

1-1-2024

Algemene reserve

10.179

6.598

6.953

6.543

6.393

Algemene reserve grondexploitatie

4.145

3.737

3.603

3.603

3.603

Bestemmingsreserves Alg. Dienst

14.989

16.239

Bestemmingsreserves grondexploitatie

8.510

13.142 11.186

10.897

15.197 10.897

15.204 10.897

Totaal reserves

37.823

34.663

37.674

36.240

36.097

De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve ook de buffer van de gemeente en is in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de op 25 maart 2020 door uw raad vastgestelde beleidsnotitie reserves en voorzieningen 2020 is het beleid met betrekking tot de gewenste (minimum)omvang van de algemene reserve aangepast. Sinds jaren was de gewenste minimumomvang 6,6% van de begrotingsomvang. Sinds de herziening wordt de norm gekoppeld aan de risico’s en wordt dit inzichtelijk gemaakt met behulp van de weerstandsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de som van de algemene reserves (31-122021) algemene dienst (6,9 mln.) en grondexploitatie (3,6 mln.) te delen door de som van de geïnventariseerde risico’s (2,2 mln.) en de ondergrens van de algemene reserve grondexploitatie (2,3 mln.). Concreet betekent dit voor 2021 een verwachte weerstandsratio van 2,3. Bij genoemde herziening is besloten de weerstandsratio in Oldenzaal vast te stellen op 2. Dus ultimo 2021 kwamen we uit boven de door ons zelf bepaalde norm. Het voorlopig jaarrekeningresultaat 2021 is naar verwachting substantieel positief. Dit saldo maakt nog geen onderdeel uit van bovenstaande presentatie van het weerstandsvermogen.

Na besluitvorming zal naar verwachting een bedrag van ca. € 7,4 miljoen aan de Algemene Reserve kunnen worden toegevoegd.

3.8

Overige risico’s

Naast de al genoemde ontwikkelingen zijn er nog overige risico’s te benoemen waarop weliswaar in meer of mindere mate invloed uitgeoefend kan worden, maar die zich vooralsnog lastig in financiële zin laten vertalen. In dat kader zijn de bij de jaarrekening 2021 benoemde risico’s met mogelijke structurele doorwerkingen naar 2023 onder andere:                  

Onvolledige compensatie extra lasten corona-crises; Effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg vallen tegen; Risico Informatiebeveiliging waaronder ‘gehackt worden’ (ransom); Afrekening bodemsanering Ootmarsumsestraat met Provincie; Aanzuigende werking verlaging Eigen Bijdrage WMO; Huurderving als gevolg van corona; Onvoorspelbaarheid aantallen cliënten en typen zorg WMO & Jeugd; Doelstellingen uitvoering WSW blijken niet haalbaar; Renteontwikkeling; Extreme weersomstandigheden; Meer cliënten vanuit het gedwongen kader c.q. rechtstreeks doorverwezen dan verwacht; Prijsstijgingen ten gevolge van AMvB Reële prijs Wmo 2015; Stijging afvalkosten door afkeuring pmb (plastic); Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK); Evenementen; Legesinkomsten; Vastgoedportefeuille leegstand en huurderving; Risico AVG incident waaronder boete bij meldplicht datalekken; 18

 

Gladheidsbestrijding; Verbonden partijen.

Deze en aanvullende geïnventariseerde risico’s zullen zoals gebruikelijk, een plek krijgen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de komende programmabegroting 2023.

19

4

Conclusies

Met de voorliggende Kadernota 2023 is het startsein gegeven voor de Programmabegroting 2023, het eerste volledige ‘regeringsjaar’ van het nieuwe college. Een Kadernota waarin het college voorstelt om behoedzame financiële keuzes te maken en terughoudend om te gaan met nieuwe beleidsvoornemens en tevens de in deze kadernota gesignaleerde risico’s nu al zoveel mogelijk financieel af te dekken. Daarnaast vindt het college het belangrijk dat de (voornamelijk incidentele) ruimte die er is, door de raad voor de ambities vanuit het raadsprogramma kan worden benut. Het financieel afdekken van gesignaleerde risico’s en het daarnaast investeren in, voornamelijk, onvermijdbare en wettelijk verplichte beleidsvoornemens is mogelijk door het goede fundament dat bij de programmabegroting 2022 en de daaropvolgende producten uit de P&C-cyclus is gelegd. Tevens toont het college in de voorliggende Kadernota 2023 vernieuwende ambitie door als één van de eerste Twentse gemeenten aan de slag te gaan met een (budget neutrale) vereenvoudiging van de gemeentelijke belastingen, conform de door uw raad verwoorde wens in de raadsmotie van 25 juni 2021. De nieuwe beleidsvoornemens kunnen, bij de huidige inzichten, worden gerealiseerd met sluitende of structureel positieve begrotingssaldi voor de komende planperiode 2023-2026. Deze saldi zijn echter nog wel met de nodige (financiële) onzekerheden omgeven.

De komende meicirculaire geeft wellicht een eerste inkijk in de houdbaarheid van de gepresenteerde uitgangspunten en de te ontvangen Rijksbudgetten. Deze onzekerheid maakt dat het nu aangeleverde nieuwe beleid, maar ook toekomstig beleidsvoornemens kritisch dienen te worden beoordeeld op zowel financiële haalbaarheid als uitvoerbaarheid binnen de bestaande (ambtelijke) capaciteit. Het bestendige begrotingsuitgangspunt binnen de gemeente Oldenzaal is om jaarlijks een structureel sluitende begroting te presenteren, waarmee haast als vanzelfsprekend ook wordt voldaan aan de voorwaarden voor een “groene” toezichtcode op gebied van provinciaal financieel toezicht. Met dit begrotingsuitgangspunt als leidraad en de bovenbeschreven beleids- en budgetontwikkelingen als voorlopig gegeven gaan we de komende periode met uw Raad aan de slag om deze doelstelling te realiseren We stellen u voor door middel van het vaststellen van deze kadernota in te stemmen met de hierin opgenomen kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2023 waarbij uiteraard de mogelijkheid bestaat om hieraan nog aanvullende randvoorwaarden toe te voegen. Oldenzaal, [Vul hier verzenddatum in] Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

J.H. Dijkstra

P.G. Welman

20

Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2023-2026 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: De basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2023-2026 is de in de raadsvergadering van 8 november 2021 vastgestelde programmabegroting 2022 alsmede de daarna nog door de raad vastgestelde decembernota 2021 op 20 december 2021. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid rekening houden met de volgende (procentuele) ontwikkelingen:

I.

Algemeen

De in de raadsvergadering van 8 november 2021 vastgestelde Programmabegroting 2022 en de door de raad op 20 december 2021 vastgestelde decembernota 2021 vormen de basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode; Een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting, d.w.z. dat tenminste de structurele lasten worden gedekt door structurele baten; Bij de op te nemen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB). Voor dit moment betekent dit concreet het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022 van maart 2022. Volgens een bestendige gedragslijn gaan wij voor de begrotingsuitgangspunten uit van de verwachtingen van het CPB verwoord in het CEP. De meerjarenbegroting wordt opgesteld op basis van constante lonen en prijzen naar het verwachte prijspeil van 2022; Bij het samenstellen van de ramingen voor aanvaard beleid is slechts plaats voor autonome volumeontwikkelingen, conform de kerngegevens in paragraaf V. De hieruit voortkomende budgetten, zoals in de beheersbegroting van het lopende dienstjaar opgenomen, zijn bindend. Verwachte grote mutaties hierop (voor de goede orde: dit kunnen zowel mee- als tegenvallers betreffen) dienen daarom dus tijdens het proces van opstelling van het P&C-document, inclusief motivatie, aangeleverd te worden conform de procedure die geldt voor “aanvullend beleid”.

Alle overige (volume)ontwikkelingen worden per definitie als “aanvullend beleid” aangemerkt en dienen als zodanig, conform de procedure die hiervoor geldt, tijdens het proces van opstelling van het P&C-document aangeleverd te worden.

 

 

II.

Uitgangspunten voor de lasten aanvaard beleid

1.

Loonontwikkeling De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. Het principeakkoord is de beste benadering van het loonkostenniveau dat gaat ontstaan. Op basis van het CEP is de verwachte stijging van de loonvoet voor de sector overheid 4,3% in 2022 en 3,6% in 2023. In de programmabegroting 2022 werd rekening gehouden met een stijging voor 2022 van 1,5%. De bestendige lijn zou zijn de 3,6% voor 2023 te verhogen met een correctie op de begroting 2022 van 2,8% (4,3% - 1,5%), exclusief eventuele formatieontwikkelingen bij aanvullend beleid. In de toelichting op het CEP wordt aangegeven dat in het genoemde percentage rekening is gehouden met de incidentele loonontwikkeling. Hiervoor behoeft dus geen extra budget opgenomen te worden.

2.

Prijsontwikkeling Bij het ramen van deze component laten we ons volgens een bestendige lijn eveneens leiden door prognoses (en werkelijkheid met betrekking tot de afgelopen jaren) van het CPB. Als we dan de betreffende info uit het CEP van maart 2021 (waarmee we in de begrotingsuitgangspunten voor de begroting 2022 rekening hebben gehouden) en maart 2022 met elkaar vergelijken zitten er op het onderdeel prijsinflatie (netto materiële overheidsconsumptie) verschillen. Voor de compensatie van de verschillen kijken we gebruikelijk 3 jaar terug. Voor de raming van de prijsontwikkeling voor de jaren 21

2023 en volgende sluiten we aan bij de prijscompensatie waarmee bij de raming van de algemene uitkering ook rekening wordt gehouden. De algemene uitkering is voor dit onderdeel eveneens gebaseerd op het laatste CEP. In de uitgave van maart 2022 heeft het CPB de prijsontwikkeling voor overheidsconsumptie voor 2023 geraamd op 2,3%. Onderstaand een overzicht van inflatiecijfers geraamd in verschillende uitgaven van het CPB waarop wij ons voor de prijsontwikkeling baseren.

Jaar 2020 2021 2022 Correctie vorige jaren 2023 Totaal

CEP 2021 2,00% 2,00% 1,40%

CEP 2022 1,70% 1,80% 4,10%

Verschil -0,30% -0,20% +2,70% +2,20%

5,40%

2,30% 9,90%

+2,30% +4,50%

Bovenstaande tabel interpreterend is de conclusie dat de budgetten, zoals die zijn opgenomen in de begroting 2022, als gevolg van de actuele prijsinflatie te laag zijn geraamd. We adviseren voor het dienstjaar 2022 niets te wijzigen, temeer omdat het niet ongebruikelijk is dat ook de komende jaren nog steeds mutaties in deze percentages kunnen optreden. Bovendien wordt door bovenstaande handelwijze, bij het bepalen van het inflatiepercentage voor het dienstjaar 2023, wél rekening gehouden met deze verschillen. Volgens de bestendige lijn zouden we voor de komende planperiode rekening houden met een prijsontwikkeling van 4,5%. 3.

Indexering Sociaal Domein Met ingang van de begroting 2021 is besloten om voor het Sociaal Domein een andere index te hanteren dan voor de rest van de begroting. Dit gezien het specifieke karakter het domein. De indexering gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor 2022 werd op basis van dit indexcijfer een (voorlopig) percentage van 1,72% doorgevoerd. De definitieve index kwam voor 2022 uit op 4,42%, waardoor in 2022 feitelijk een te lage index is gehanteerd. Conform de bestendige gedragslijn gaan we deze te lage indexering (2,7%) corrigeren op de (voorlopige) index 2023 van 3,72%. In 2022 werd de indexering al gedeeltelijk (1,15%) aangepast na vaststelling van INTB-21-054346. Het te hanteren indexcijfer voor 2022 komt hiermee op 5,27%. In onderstaande tabel de samenvatting van bovenstaande:

Jaar 2022 Correctie 2022

CEP 2021 1,72%

CEP 2022 4,42%

-1.15% +1,55%

(INTB-21-05346)

Correctie vorige jaren 2023 Totaal

4.

Verschil +2,70%

1,72%

3,72% 8,14%

+3,72% +5,27%

Renteontwikkeling De omslagrente heeft alleen betrekking op de rente over vreemd vermogen. De meest recente berekening hiervan resulteert in een (ongewijzigde) renteomslag voor de begroting 2023 van 0,50%. Voor grondexploitatie is een afwijkende berekening van toepassing. Ook hiervoor zal in 2022 een (ongewijzigd) rentepercentage van 0,50% worden gehanteerd. Ter gelegenheid van de opstelling van de programmabegroting 2023 zal er nog een gedetailleerde doorrekening van de omslagrente plaats vinden, maar de verwachting is niet dat deze substantieel zal afwijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11624085/2