06 Integraal Onderwijs Huisvestingsplan (IHP) - bijlage 1 IHP
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluitnr. 1066 d.d. 22 maart 2021, de griffier,
H.B.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
IHP Oldenzaal
F
Opdrachtgever Project Datum Referentie Auteur(s)
Gemeente Oldenzaal Integraal Huisvestingsplan gemeente Oldenzaal 4 februari 2021 1666501-0050.1.0 mevrouw J.M. Scherer MSc - HEVO B.V. de heer J.R.M. Heijltjes - HEVO B.V.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● ●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
info@hevo.nl
KvK Brabant 16029774
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
F +31 (0)73 6 410 118
ISO 9001-gecertificeerd
BTW 0011.60.461.B01
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Voorwoord Met de visiebijeenkomst van 14 november 2019 is een gezamenlijke start gemaakt met het samenstellen van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het (speciaal) primair onderwijs en voortgezet onderwijs van de gemeente Oldenzaal. Daarbij waren alle schoolbesturen aanwezig: Primair onderwijs Stichting Konot • De Leemstee • Franciscusschool • Drie-eenheid; locatie Meijbreestraat en locatie Noordwal • De Esch • De Maten • De Wendakker • SBO De Windroos • De Bongerd; locatie Wieldraaierlaan en locatie Paukenlaan Stichting Athena • De Zevenster Stichting Consent • De Linde; locatie De Essen (Oosterikweg) en locatie De Thij (Zandhorstlaan) Stichting Departement Oldenzaal e.o. der Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen • Nutsschool Voortgezet onderwijs Twents Carmel College (TCC) • Locatie Lyceumstraat • Locatie De Thij (Thijlaan) • Locatie Potskampstraat • Locatie Leliestraat (PrO) Vanuit de gemeente waren wethouder Rob Christenhusz, teamleider Antonio Malloggi, beleidsmedewerker Anne Kreuwel en medewerker vastgoed Tiemen Leus aanwezig. Later in het proces zijn in plaats van Anne Kreuwel, Antonio Malloggi en Tiemen Leus de gemeentelijke medewerkers Guido van den Berg, Lian Wienk, Beate Nieuwhuis en Christa Arkink aangehaakt.
Het IHP biedt gemeente en schoolbesturen de mogelijkheid proactief huisvestingsbeleid te voeren, strategische keuzes te maken en besluiten integraal af te wegen. Om te komen tot een IHP zijn visie en beleidsuitgangspunten randvoorwaarden. Dit worden de bouwstenen voor beleid genoemd.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 2 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Tijdens de visiebijeenkomst is aan de hand van ervaringen en thema’s gediscussieerd over de onderwijshuisvesting in Oldenzaal. Het reeds bestaande beleid is aangevuld met nieuwe ontwikkelingen en deze zijn vertaald naar bouwstenen. De bouwstenen zijn geen harde regels, maar geven richting aan de scenario-ontwikkeling in het kader van het IHP.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 3 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6.
Inleiding Aanleiding: visie op onderwijs Doelstelling Werkwijze IHP Verankering Aanpak Leeswijzer
7 7 8 9 10 10 11
2. 2.1. 2.2.
Onderwijsaanbod in de gemeente Oldenzaal Analyse leerlingenprognose PO en SBO Analyse leerlingenprognose VO
12 12 13
3. 3.1. 3.2. 3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.2.4. 3.2.5. 3.2.6. 3.2.7. 3.2.8. 3.2.9. 3.2.10. 3.2.11. 3.2.12. 3.2.13. 3.3. 3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4. 3.3.5. 3.4.
Bouwstenennotitie Inleiding: beleidskaders Juridisch kader: wet- en regelgeving Zorgplicht Verordening Eigendom Doordecentralisatie Weeffouten in het stelsel Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel Realisatie-inspanningen gemeente Oldenzaal Verhoging normbedragen VNG Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Ontwikkeling klimaatakkoord Het natuurlijk moment Voorziening cofinanciering klimaatakkoord Total Cost of Ownership Bouwstenen Bouwsteen 1: regie Bouwsteen 2: duurzaamheid en kwaliteit Bouwsteen 3: samenwerking Bouwsteen 4: vraag en aanbod Bouwsteen 5: groei en krimp Samenvatting beleidsuitgangspunten Oldenzaal
14 14 14 14 14 14 15 15 16 17 17 17 18 19 19 20 21 21 23 26 27 28 29
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Inventarisatie van het onderwijsgebouwenbestand (Oldenzaal) Analyse vastgoedbestand PO Strategische keuzes VO Analyse gebouwenbestand VO
30 30 31 32
5.
Scenario-ontwikkeling
34
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 4 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
5.1. 5.1.1. 5.1.2. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.3. 5.3.1. 5.3.2. 5.3.3. 5.3.4. 5.4. 5.4.1. 5.4.2. 5.5. 5.5.1. 5.5.2.
Analyse en scenario’s Zuid-Berghuizen Analyse gebouwenbestand en capaciteit Scenario’s Zuid-Berghuizen Analyse en scenario’s binnenstad/centrum Analyse gebouwenbestand en capaciteit Scenario’s binnenstad/centrum (S)PO Analyse gebouwenbestand en capaciteit VO Scenario’s binnenstad/centrum VO Analyse en scenario’s De Thij Analyse gebouwenbestand en capaciteit PO Scenario’s PO De Thij Analyse gebouwenbestand en capaciteit VO Scenario TCC De Thij Analyse en scenario’s De Essen Analyse gebouwenbestand en capaciteit Scenario’s De Essen Analyse en scenario’s Graven Es Analyse gebouwenbestand en capaciteit Scenario’s Graven Es
34 34 35 36 36 36 37 38 40 40 40 41 42 43 43 43 44 44 44
6. 6.1. 6.1.1. 6.1.2. 6.1.3. 6.1.4. 6.1.5.
Financiële uitgangspunten en financiële vertaling Stichtingskosten en bijdrage schoolbesturen Stichtingskosten op basis van kengetallen Bijdrage schoolbesturen op basis van Total Cost of Ownership Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden Indicatie kosten IHP Oldenzaal Indicatieve planning voor eerste periode
45 45 45 49 49 50 51
Bijlage 1: Frisse Scholen klasse Temperatuur 6.1.6. Operatieve temperatuur winter 6.1.7. Operatieve temperatuur zomer 6.1.8. Individuele beïnvloeding 6.1.9. Lokaal thermisch discomfort 6.1.10. Kwaliteitsborging 6.2. Licht 6.2.1. Kunstlicht 6.2.2. Daglicht 6.2.3. Helderheidswering 6.2.4. Individuele beïnvloeding 6.2.5. Kwaliteitsborging 6.3. Geluid 6.3.1. Geluidwering van de gevel 6.3.2. Installatiegeluid 6.3.3. Ruimteakoestiek 1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
52 52 52 52 52 52 52 52 52 52 52 52 52 53 53 53 53 Pagina 5 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
6.3.4. 6.3.5. 6.3.6.
Luchtgeluidisolatie Contactgeluidisolatie Kwaliteitsborging
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
53 53 53
Pagina 6 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
1. Inleiding De gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen hebben in nauwe samenspraak voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) ontwikkeld. In dit eerste inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding, de doelstelling, de werkwijze, de verankering en de aanpak.
1.1. Aanleiding: visie op onderwijs “Goed onderwijs vormt de basis voor de toekomst van onze kinderen. Goed onderwijs is mede afhankelijk van de huisvesting van scholen. Wij gaan samen met de schoolbesturen werken aan een huisvestingsplan, waarbij we gefaseerd passende schoolgebouwen voor onze kinderen realiseren. Daarbij nemen we onze medeverantwoordelijkheid op het gebied van de verduurzaming van gebouwen.” 1 Dit citaat is afkomstig uit het coalitieprogramma 2018-2022 met als titel ‘We doen het samen’. De ambitie om samen te bouwen aan onderwijshuisvesting wordt door dit Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs (hierna: IHP) ingevuld. Daarbij heeft de nadruk gelegen op samen: het IHP is ontwikkeld in samenspraak met de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs in de gemeente. Er is invulling gegeven aan belangrijke thematiek uit het coalitieprogramma: • De vervangingsopgave voor de schoolgebouwen zodat deze voldoen aan de eisen voor modern onderwijs en toekomstgericht huisvestingsbeleid. • Het in balans brengen van verbruik en opwekking van energie. • Het verder verminderen van restafval door hergebruik van gebouwen en gebouwdelen en verder doorgroeien naar een circulaire economie; maximaliseren van hergebruik. Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt.
Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving. De gemeente en schoolbesturen hebben zicht op de benodigde toekomstige investeringen in de onderwijshuisvesting. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente en schoolbesturen bovendien in op onder andere de volgende nationale ontwikkelingen: • De aangekondigde wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het voorstel van de VNG, VO-raad en PO-raad) die naar verwachting eind 2021 ter vaststelling aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. • De eis dat alle nieuwe gebouwen in Nederland vanaf 1 januari 2021 bijna energieneutrale gebouwen (BENG) dienen te zijn. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting, door weeffouten in het stelsel.
1 https://coalitieprogramma.oldenzaal.nl/onderwijs; coalitieprogramma 2018-2022 gemeente Oldenzaal
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 7 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
De gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap. Het doel is om kinderen in Oldenzaal de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor dit streven. Hierbij gaan onderwijs en onderwijshuisvesting niet alleen over scholen, maar ook over andere plaatsen waar kinderen leren en zich ontwikkelen: bijvoorbeeld kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. De visie op onderwijsgebouwen van de gemeente en de schoolbesturen stelt ook eisen aan de huisvesting. Veranderingen in onderwijsvisies, concepten en samenwerking maakt dat er steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd van gebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak tot verduurzaming tot hogere prestatie-eisen van gebouwen. Daarbij gaat duurzaamheid niet alleen over energie, maar ook over gezondheid en functionaliteit. Er ligt een financiële uitdaging in de realisatie van toekomstbestendige en exploitatievriendelijke onderwijshuisvesting. Om grip te krijgen op de investeringen die nodig zijn om deze visie te verwezenlijken is strategisch beleid op het gebied van onderwijshuisvesting noodzakelijk. Dit IHP vormt de basis voor dit beleid.
1.2. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Oldenzaal, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen (zie hoofdstuk 3, bouwstenennotitie voor extra informatie over de beleidskaders op het gebied van onderwijshuisvesting). Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2020-2039. Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 8 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
1.3. Werkwijze IHP De werkwijze middels een IHP heeft effect op drie beleidsniveaus: 1.
Strategisch: het IHP geeft voor de komende 20 jaar het investeringskader aan en bepaalt voor de komende 4 jaar tevens de prioritering van projecten. De demarcatie van het investeringskader wordt aangegeven in de financiële paragraaf, zie hoofdstuk 6). Het investeringskader wordt geraamd op basis van kengetallen. De gemeenteraad stelt het investeringskader vast voor de eerste 4 jaar. Het IHP wordt om de 4 jaar geactualiseerd.
2.
Tactisch: voor de uitvoering van de projecten in de eerste 4 jaar wordt na vaststelling van het IHP jaarlijks een gedetailleerd uitvoeringsprogramma (of jaarprogramma) opgesteld. Fundamenteel onderdeel van het uitvoeringsprogramma zijn uitvoeringsonderzoeken voor de in het IHP opgenomen projecten. In de uitvoeringsonderzoeken wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij: definitieve afweging tussen nieuwbouw/renovatie, de daadwerkelijke inzet van tijdelijke huisvesting, ruimtelijke aspecten (bestemmingsplan, locatiekeuze etc.), definitieve leerlingenaantallen en bouwkostenniveaus etc. Voortschrijdend inzicht in deze fase kan op projectniveau leiden tot aanpassing van de investering zoals opgenomen in het IHP. Bij incidentele afwijkingen van de uitgangspunten of het investeringskader van het IHP wordt dit besproken. Waar mogelijk worden incidentele afwijkingen opgelost binnen de kaders van het IHP en het uitvoeringsprogramma. Indien de afwijkingen (bijvoorbeeld door extreme prijsstijgingen of onvoorziene verschuivingen in leerlingenaantallen) dermate groot zijn dat projecten niet meer haalbaar zijn binnen het investeringskader van het IHP, kan het noodzakelijk zijn om het investeringskader aan te passen en ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.
3.
Nadat op tactisch niveau de projecten voldoende gedefinieerd zijn, wordt gestart met het operationeel niveau: de realisatie van projecten.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 9 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
1.4. Verankering De verankering van het IHP heeft een directe relatie met de werkwijze zoals omschreven in de vorige paragraaf: 1.
Strategisch: het IHP fungeert als beleidskader voor de uitgaven aan onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP tevens als toetsingskader voor de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, artikel 2.a lid 1 t/m 8). Uitzondering zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school en kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, artikel 2.a lid 1, 6 en 7).
2.
Tactisch: het jaarlijkse uitvoeringsprogramma komt in de plaats van het huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van besturen. Het uitvoeringsprogramma wordt opgesteld conform het IHP. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks vastgesteld in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en vervolgens aangeboden aan het College van B&W. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om het IHP jaarlijks ter discussie te stellen. Dit wordt immers eenmaal per 4 jaar vastgesteld. Indien er afwijkingen zijn wordt dit besproken tussen gemeente en schoolbesturen en opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Op basis van het uitvoeringsprogramma geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad.
3.
Operationeel: indien in de realisatiefase schoolbesturen bouwheer zijn is er vanuit de gemeente de mogelijkheid om te kunnen toetsen of de plannen van het schoolbestuur voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in het IHP en in het uitvoeringsprogramma. Deze wijze van samenwerking op operationeel niveau dient nog verder te worden uitgewerkt.
1.5. Aanpak Het IHP is samen met de schoolbesturen ontwikkeld. De schoolbesturen hebben intensief en constructief geparticipeerd in het IHP-traject. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: • Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is in een bijeenkomst met alle schoolbesturen die werkzaam zijn in de gemeente Oldenzaal gesproken over de toekomst van de onderwijshuisvesting. De uitkomsten van deze eerste werksessie zijn vastgelegd in de ‘Bouwstenennotitie gemeente Oldenzaal’. • Stap 2: het gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Oldenzaal is door middel van een workshop-middag in beeld gebracht. Alle schoolbesturen hebben inzichtelijk gemaakt hoe hun schoolgebouwen ervoor staan en wat aandachtspunten zijn. De resultaten van deze inventarisatie zijn gebruikt als input voor de scenario-ontwikkeling en met alle belanghebbenden gedeeld en vastgesteld.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 10 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
• •
Stap 3: op basis van de inventarisatie en de bouwstenen zijn door de gemeente en de schoolbesturen samen scenario’s ontwikkeld. Stap 4: de scenario’s zijn financieel vertaald.
1.6. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijsaanbod in de gemeente Oldenzaal. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders en beleidsambities. Hoofdstuk 4 geeft de resultaten van de inventarisatie van het gebouwenbestand in de gemeente Oldenzaal aan. De scenario-ontwikkeling wordt in hoofdstuk 5 gepresenteerd. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 11 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
2. Onderwijsaanbod in de gemeente Oldenzaal Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod in het primair onderwijs (PO), speciaal basisonderwijs (SBO) en voortgezet onderwijs (VO) in de gemeente Oldenzaal.
2.1. Analyse leerlingenprognose PO en SBO De leerlingenprognose voor het PO in Oldenzaal is opgesteld door Pronexus op basis van de historische teldata 1 oktober 2017 en 1 oktober 2018. Een samenvatting van de verwachte leerlingenontwikkeling is in onderstaande tabel aangegeven.
Prognose 2019-2039 Basisonderwijs BRIN-nr
Naam school
04SO00 06UC00 09XH00 10PS00 11EN00 11QT00 12TE00 12ZQ00 13KR00 18JB00 18JB01
Nutsschool Vrije school De Zevenster De Maten De Leemstee Drieeenheidsschool Franciscus De Esch De Bongerd De Wendakker De Linde (locatie de Thy) De Linde (locatie De Essen) Totaal Percentage
Schoolbestuur St. Dep.Old. en omstr. tot nut van het Alg. St. Athena St. Konot St. Konot St. Konot St. Konot St. Konot St. Konot St. Konot St. Consent St. Consent
historie historie 1-10-2017 1-10-2018 2018 2019
228 96 178 317 455 244 278 521 238 140 261 2956 100
230 98 166 290 416 222 258 474 228 136 268 2786 0,942
2020
2021
2022
2023
2024
2029
2034
2039
236 95 156 288 407 216 250 458 223 129 269 2727 0,923
238 92 150 277 392 210 237 436 224 126 264 2646 0,895
236 88 139 266 372 201 226 416 218 119 261 2542 0,860
235 84 128 256 355 192 216 397 209 111 257 2440 0,825
231 82 125 250 349 189 209 383 203 108 248 2377 0,804
225 79 116 238 341 185 197 360 186 100 233 2260 0,765
235 82 118 244 356 193 206 377 189 102 244 2346 0,794
240 83 119 253 365 197 211 387 190 102 250 2397 0,811
2020 196
2021 191
2022 187
2023 182
2024 179
2029 176
2034 184
2039 188
Prognose 2019-2039 Speciaal Basisonderwijs 13PM00
Naam school SSBO De Windroos
St. Konot
2018 185
2019 200
Onderstaande grafiek visualiseert de leerlingenprognose van het PO in de gemeente Oldenzaal. De leerlingenaantallen zijn weergegeven.
Grafiek: ontwikkeling van het leerlingenaantal primair onderwijs in de gemeente Oldenzaal. 1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 12 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Er is een daling van het leerlingenaantal. Gedurende de periode 2020 tot circa 2024 (de eerste planperiode van dit IHP) daalt het leerlingenaantal van circa 2.727 naar 2.377 leerlingen. De daling zet zich naar verwachting voort tot circa 2029. Dan zullen nog 2.260 leerlingen het primair onderwijs in Oldenzaal volgen. Na 2029 geeft de prognose aan dat dit leerlingenaantal juist weer zal stijgen. In 2039 wordt een leerlingenaantal van 2.397 verwacht. Voor het SBO worden dezelfde ontwikkelpatronen verwacht. Het leerlingenaantal zal van 196 leerlingen in 2020 naar 176 leerlingen in 2029 dalen en daarna weer toenemen naar 188 leerlingen in 2039.
2.2. Analyse leerlingenprognose VO Onderstaande grafiek visualiseert de leerlingenprognose van de VO-leerlingen in de gemeente Oldenzaal. BRIN 05AV00 05AV01 05AV02 05AV05
Naam school Twents Carmel College Potskampstraat Ruimtebehoefte incl. OKV Twents Carmel College Thijlaan Ruimtebehoefte incl. OKV Twents Carmel College Lyceumstraat Ruimtebehoefte incl. OKV Twents Carmel College Leliestraat Ruimtebehoefte incl. OKV Totaal
Historie Historie 2018 2019 1349 1319 12855 1305 1296 8682 1465 1488 9824 165 179 2477 4284 4282
2020 1287 12567 1282 8599 1462 9669 174 2416 4205
2021 1249 12225 1263 8486 1446 9574 170 2368 4128
2022 1235 12098 1248 8397 1425 9449 167 2331 4075
2023 1224 11999 1225 8260 1409 9354 166 2319 4024
2024 1191 11702 1208 8159 1389 9235 162 2271 3950
2029 1079 10694 1102 7529 1253 8427 147 2089 3581
2034 1036 10307 1050 7220 1171 7940 142 2028 3399
Het aantal leerlingen op 1 oktober 2018 is weergegeven onder 2019.
Grafiek: ontwikkeling van het leerlingenaantal voortgezet onderwijs in de gemeente Oldenzaal.
Er is een daling van het leerlingenaantal. Gedurende de periode 2020 tot circa 2034 daalt het leerlingenaantal van circa 4.205 naar 3.399 leerlingen. Daarna geeft de prognose aan dat het leerlingenaantal minimaal stijgt. Logischerwijs loopt de daling van het leerlingenaantal in het VO achter op het PO (zie paragraaf 2.1).
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 13 van 53
2039 1077 10676 1075 7369 1192 8064 148 2101 3492
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3. Bouwstenennotitie 3.1. Inleiding: beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders en de beleidsambities van dit IHP. Er wordt eerst ingegaan op de wettelijke taak van de gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Daarna worden de beleidsambities van de gemeente en de schoolbesturen benoemd: de bouwstenen.
3.2. Juridisch kader: wet- en regelgeving 3.2.1. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het PO, SBO, (V)SO en VO. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld.
3.2.2. Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het primair onderwijs (artikel 102), Wet op de expertisecentra (artikel 100) en Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling op te stellen. De verordening van Oldenzaal (2015) is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. In de praktijk wordt de modelverordening van de VNG door gemeenten gebruikt en op onderdelen aangepast.
3.2.3. Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom: dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en terrein juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw en terrein vallen het gebouw en het terrein terug aan de gemeente. De gemeente heeft het economisch eigendom. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven (aan een maatschappelijke partij) of verhuren (commerciële partij). Bij verhuur dient de gemeente hier toestemming voor te geven. In de gemeente Oldenzaal wordt voor een aantal scholen van deze algemene regel afgeweken. Dat betreft: •
• •
Het Twents Carmel College (Lyceumstraat 36): het gebouw is geen eigendom van de gemeente Oldenzaal. In dit geval ligt het economisch en juridisch eigendom bij de Stichting Twents Carmel College. Het scholencomplex De Essen (basisschool De Esch en obs De Linde): hier ligt het economisch en juridisch eigendom bij de gemeente Oldenzaal. Franciscusschool: hier ligt het economisch eigendom bij het bestuur van de Plechelmusparochie en het juridisch eigendom bij Stichting Konot.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 14 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.2.4. Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met een of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook voor nieuwbouw en uitbreiding (artikel 111 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 76 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de zorgplicht. Doordecentralisatie wordt op basis van een privaat-publieke overeenkomst gesloten. Deze afspraken kunnen over een langere periode dan 4 jaar afgesloten worden. Vanuit voor- en tegenstanders worden diverse voor- en nadelen genoemd. In de brochure doordecentralisatie van de PO-raad worden deze uitgebreid omschreven. De gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen willen in een later stadium onderzoeken of doordecentralisatie een optie kan zijn. Tot die tijd is het vast te stellen IHP uitgangspunt voor de gemeente Oldenzaal met de verordening als vangnet.
3.2.5. Weeffouten in het stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud en exploitatie) vertoont gebreken. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 15 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.2.6. Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG staatssecretaris Sander Dekker een gezamenlijk voorstel gestuurd om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het wetsvoorstel is aan de minister aangeboden. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • Alle gemeentebesturen worden verplicht om in samenspraak met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. • Het IHP wordt in de wet opgenomen als onderdeel van het OOGO en neemt daarbij de plaats in van de bestaande jaarcyclus.
De gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting kan daardoor worden ingevuld door besluitvorming op basis van het IHP of door middel van volledige doordecentralisatie. • Alle schoolbesturen zijn verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) per schoolgebouw vast te stellen en voor de uitvoering daarvan middelen te reserveren (een voorziening te vormen). • De besluiten van het IHP moeten financieel vertaald worden. • De kwaliteitskaders PO en VO en het Bouwbesluit vormen de basis voor zowel het IHP als het MJOP. • Renovatie wordt beschouwd als een grootschalige en integrale aanpak waardoor de levensduur van een schoolgebouw verlengd wordt met ten minste 25 jaar, voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit en het gebouw geschikt is voor het onderwijs van de toekomst. • Het bestaande investeringsverbod voor vervangende nieuwbouw en renovatie wordt versoepeld. In het klimaatakkoord heeft het rijk aangekondigd dat de voorstellen van PO-raad, VO-raad en VNG om de knelpunten in de huisvesting van het funderend onderwijs (Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra)(WPO, WVO, WEC) weg te nemen, worden meegenomen. De wetswijziging zal naar verwachting in 2022 worden doorgevoerd.
Door de ontwikkeling van dit IHP lopen de gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen, binnen de kaders van de vigerende wetgeving, vooruit op dit wetsvoorstel. Dit wordt toegelicht in de volgende paragrafen.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 16 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.2.7. Realisatie-inspanningen gemeente Oldenzaal Door de gemeente Oldenzaal wordt aangegeven dat investeringsbedragen voor 4 jaar vastgelegd kunnen worden binnen het financiële beleid van de gemeente. Voor de komende 4 jaar zal zekerheid gecreëerd worden voor de opgaven zoals in het voorliggende IHP met elkaar afgestemd. Er wordt met elkaar afgestemd dat per jaar de investeringen voor onderwijshuisvesting bij het vastleggen van de begroting aan de orde komen en beargumenteerd dient te worden waarom een beoogde ontwikkeling wel dan niet gerealiseerd wordt. Het IHP wordt vastgesteld voor een periode van 20 jaar. Eenzijdige tussentijdse wijzigingen zijn niet wenselijk. Mede doordat schoolbesturen hun investerings-, onderhouds- en reserveringsbeslissingen baseren op de afwegingen in het IHP.
3.2.8. Verhoging normbedragen VNG In maart 2018 heeft de VNG de normbedragen voor nieuwbouw verhoogd met 40%. Voor 2021 is de vergoeding wederom verhoogd met 6,4% indexering en ruim 9% voor de toeslag BENG die vanaf 1-1-2021 als verplichting is opgenomen in het bouwbesluit. Daarmee is het verschil met de werkelijke marktconforme kosten (verschil was 12 tot 17%) bijna ingelopen. In dit IHP is uitgegaan van de marktconforme nieuwbouwkosten gebaseerd op de kostenconfigurator nieuwbouw van HEVO, prijspeil 1-1-2020. Door de bedragen in dit IHP met ca. 4% te indexeren (2% voor 2020 en 2% voor 2021), sluiten de marktconforme bedragen grotendeels aan bij de normkosten VNG 2021. In de kostenconfigurator kan als gezamenlijke ambitie ook worden gekozen voor gasloos en ENG. Het verschil (extra kosten) bedraagt dan ca. € 100,00 per m². Opmerking: zowel het wetsvoorstel (zie paragraaf 3.2.6) als de verhoging van de normbedragen zijn door de rijksoverheid nog niet vertaald naar extra inkomsten voor gemeenten (Gemeentefonds) en schoolbesturen (mi-vergoeding).
3.2.9. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP wordt opgesteld onder de op dit moment geldende wet- en regelgeving. Echter, weten regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 17 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.2.10. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2-arme gebouwenvoorraad. Afgelopen periode heeft HEVO deze doorrekening gedaan. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: 1. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. En: 2. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee in meerdere opzichten duurzaam dan alleen wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik.
Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Het doel voor 2030, 44% reductie ten opzichte van 2017, is door het rijk als doelstelling geformuleerd. Aan de verdere uitwerking van het klimaatakkoord wordt hard gewerkt. Er worden normen ontwikkeld voor een aantal standaard ingrepen in gebouwen en er wordt onderzocht hoe om te gaan met de normeringen en het Bouwbesluit te opzichte van het bestaande gebouwenvoorraad. Het verdient daarom aanbeveling deze ontwikkeling af te wachten. Na het bekend worden van maatregelen en subsidieregelingen kunnen de schoolbesturen dit beleid uitrollen. Aangezien de effecten van deze wijzigingen op het moment van vaststelling van dit IHP nog niet te overzien zijn, wordt afgesproken dit onderwerp bij het herijken van het IHP over 4 jaar expliciet aan de orde te stellen en de nodige aanpassingen dan door te voeren. In de tussentijd zal worden uitgegaan van hetgeen in dit IHP is vastgesteld. In het kader van het klimaatakkoord dienen alle schoolgebouwen in 2050 energieneutraal te zijn. Daarbij heeft de gemeente geen verplichting tot financiering.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 18 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.2.11. Het natuurlijk moment Bij de keuze voor levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient een integrale aanpak gekozen te worden om een duurzaam, toekomstbestendig en onderwijskundig functioneel passende huisvesting te realiseren. Voorop staat dat de levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient plaats te vinden op een natuurlijk moment. Dit natuurlijk moment hangt nauw samen met de staat van het binnenmilieu, energieverbruik, de onderwijskundige functionaliteit en de te maken investeringen in het MJOP en de boekwaarde van het gebouw (zie afbeelding).
3.2.12. Voorziening cofinanciering klimaatakkoord Bij een tussentijdse aanpassing van jongere schoolgebouwen die niet behoren tot de voorzieningen die vallen onder de zorgplicht van de gemeente, kan de gemeente overwegen als cofinancier op te treden en een bijdrage te leveren in de noodzakelijke kosten. Te denken valt hier aan: • Maatregelen in het kader van het klimaatakkoord. • Extra kwaliteit schoolgebouwen, bijvoorbeeld toepassing van koeling bij nieuwbouw.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 19 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
In eerste instantie zullen de kosten moeten worden betaald door de schoolbesturen en via subsidiemaatregelen van de landelijke overheid. De gemeente kan in onderhavige gevallen een bijdrage leveren teneinde dit duurzaamheidsbeleid te stimuleren. Dat betekent dat aan de formele lijst van voorzieningen op grond van de gemeentelijke huisvestingsverordening de mogelijkheid tot cofinanciering wordt toegevoegd. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage zal per situatie moeten worden beoordeeld en is mede afhankelijk van de aard en omvang van de voorziening. In het overzicht hiernaast is de toevoeging van optionele cofinanciering in het kader van het klimaatakkoord toegevoegd aan de huisvestingsvoorzieningen. Aangezien deze ingrepen niet goed te plannen zijn en omdat de subsidiemaatregelen van het rijk nog niet bekend zijn gemaakt, zullen deze voorzieningen via separate huisvestingsaanvragen moeten worden behandeld. Deze zullen in het kader van de definitieve kredietaanvraag meegenomen worden. Er kunnen in het kader van dit IHP nog geen ramingen worden opgesteld.
3.2.13. Total Cost of Ownership Het geformuleerde kwaliteitsniveau en de daarbij behorende stichtingskostenbudgetten leiden tot meer duurzame, flexibele en onderhoudsarme gebouwen, en leiden (indien gerealiseerd) daarmee ook tot exploitatievoordelen. Schoolbesturen kunnen op basis van Total Cost of Ownership (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave financieren, binnen de kaders van wet- en regelgeving op basis van de kapitalisatie van de verwachte exploitatievoordelen. Daarbij kunnen schoolbesturen gebruik maken van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. In het primair onderwijs geldt nu nog een investeringsverbod, maar een bijdrage via de TCObenadering is wel toegestaan. Overigens zal dit investeringsverbod bij de wetswijziging in 2021 worden versoepeld en gelijk worden gesteld met de regeling voor het voortgezet onderwijs.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 20 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
De uitgangspunten ter bepaling van de bandbreedte TCO die toegepast is in het financieel rekenmodel ter bepaling van het financieel kader, zijn de volgende: • De onderhoudsvergoeding voorafgaand aan de oplevering van een nieuwbouw, wordt gedurende 4 jaar teruggebracht naar storingsonderhoud en calamiteiten. Hiermee wordt gemiddeld een investeringsbijdrage bereikt van € 100,-- per m² brutovloeroppervlakte (bvo). • Het te bereiken voordeel uit energie wordt berekend over een gebruiksperiode van 20 jaar ten opzichte van de energievergoeding (deel mi-vergoeding) die de schoolbesturen ontvangen. Hiermee wordt gemiddeld een investeringsbijdrage bereikt van € 110,-- per m² bvo. De beperking tot 20 jaar wordt toegepast om daarmee aan te sluiten op de kaders van de ‘redelijke termijn’, die zijn geformuleerd in het rapport ‘concretisering huisvestingsvoorstellen’ van de PO-raad, de VO-raad en de VNG, en geeft daarmee invulling aan de zogeheten ‘coulance-regeling’ van Staatssecretaris Dekker ten aanzien van het investeringsverbod in het primair onderwijs. Afhankelijk van de sector en de schaalniveaus van de te bouwen, leidt dit tot een mogelijke bijdrage door de schoolbesturen van circa € 210,-- per m² bvo. Hierbij wordt uitgegaan van het kwaliteitskader ENG en Frisse Scholen klasse zoals gedefinieerd in hoofdstuk 3.3.2.
Voor andere kwaliteitsniveaus wordt uitgegaan van een andere eigen bijdrage. Zie hoofdstuk 6.1.3. Per project dient een businesscase uitgewerkt te worden om de financiële kaders definitief af te stemmen.
3.3. Bouwstenen De bouwstenen vormen, naast de wet- en regelgeving, de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Oldenzaal. Eventuele ingrepen in de onderwijshuisvesting worden gedaan op basis van deze bouwstenen, en getoetst aan de onderliggende uitgangspunten.
3.3.1. Bouwsteen 1: regie Deze bouwsteen geeft aan hoe de gemeente Oldenzaal en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.
De gemeente Oldenzaal voert de regie over de maatschappelijke accommodaties (onder andere schoolgebouwen) en de ruimtelijke ordening. De schoolbesturen voeren de regie over het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het IHP vindt de afstemming van deze regie plaats door middel van gezamenlijk overleg. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. De wijze van samenwerking wordt in dit IHP uitgewerkt.
2.
Het IHP sluit aan op het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP geldt voor een periode van 20 jaar en wordt elke 4 jaar geactualiseerd. De actualisatie van het IHP dient tussen twee raadsperiodes in uitgevoerd te worden. De eerste periode loopt van 2020-2024.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 21 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.
Het IHP geeft schoolbesturen duidelijkheid over de vervangingstermijn van de gebouwen. Zodoende zijn de schoolbesturen in staat om het groot onderhoud af te stemmen op een aanstaande investering. Dit voorkomt kapitaalvernietiging.
4.
Het IHP geeft inzicht in de omvang van de investeringen, de jaarlasten en de effecten van deze lasten op de meerjarenbegroting. Zodoende is de gemeenteraad in staat een besluit te nemen over de investeringen van het IHP.
5.
Binnen het IHP worden afspraken gemaakt tussen gemeente en schoolbesturen over een mogelijke eigen bijdrage op basis van TCO. Schoolbesturen en de gemeente Oldenzaal streven samen naar duurzame scholen. Schoolbesturen zijn bereid hier ook een financiële bijdrage aan te leveren, mits zich dat voor de schoolbesturen terugverdient in de exploitatie binnen een redelijke terugverdientijd. Per casus zal een businesscase opgezet worden waarbij de uitkomst bepalend is voor de financiële bijdrage van het bestuur. Bij gelijke kwaliteitskaders dient van dezelfde financiële bijdrage uitgegaan te worden. Zie ook paragraaf 3.2.13.
6.
Voor het geval van voorfinanciering door de gemeente Oldenzaal zullen altijd project specifieke maatwerkafspraken gemaakt worden. Deze zijn gekoppeld aan de uit te werken businesscase per project (zie hoofdstuk 3.2.13). De gemeente Oldenzaal is bereid de schoolbesturen onder bepaalde voorwaarden door voorfinanciering van de eigen bijdrage te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld voor het realiseren van aanvullende duurzaamheidsmaatregelen van belang zijn. Voor voorfinanciering door de gemeente dient een drie stappen omvattend proces te worden doorlopen. I) Allereerst dient het schoolbestuur aan de gemeente voor te leggen dat een eigen bijdrage op grond van ontbrekende eigen middelen niet mogelijk is. II) Aansluitend wordt onderzocht of er subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn om de eigen bijdrage te dekken. III) III) Als uit stap I) en stap II) blijkt dat de eigen bijdrage niet door het schoolbestuur of door middel van subsidies gefinancierd kan worden, kan het schoolbestuur contact opnemen met de gemeente om het gesprek te voeren over voorfinancieringsmogelijkheden door de gemeente.
7.
Op basis van dit IHP kan de optie van doordecentralisatie verkend worden.
8.
De leerlingenprognoses zijn voorlopig het uitgangspunt voor inzicht in toekomstige leerlingenontwikkelingen, ruimtetekorten en -overschotten. Bij ontstane investeringsopgaven in het kader van het IHP zal een door schoolbesturen en gemeente gedragen prognose worden gehanteerd die voldoet aan de criteria uit de huisvestingsverordening.
9.
Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld, vooral op het gebied van leerlingenaantallen en onderwijskundige veranderingen, worden opgaven op het moment van uitvoering/beschikking opnieuw geanalyseerd en getoetst aan de dan geldende prognoses.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 22 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
3.3.2. Bouwsteen 2: duurzaamheid en kwaliteit Deze bouwsteen geeft aan welke duurzaamheid en kwaliteit de gemeente Oldenzaal en schoolbesturen samen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.
De schoolbesturen zien duurzaamheid niet als een doel van de organisatie. De gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van duurzame huisvesting wel als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Daarnaast leren leerlingen het belang van duurzaamheid. Het toevoegen van duurzame huisvestingscomponenten mag echter nooit ten koste gaan van de onderwijs-exploitatie.
2.
Het IHP sluit aan bij de wettelijke duurzaamheidseisen die gesteld worden vanaf 1 januari 2021. Het streven is om nieuwe gebouwen als energieneutrale gebouwen (ENG) te realiseren. De duurzaamheidsambitie is daarmee gedefinieerd als ENG.
3.
De gemeente Oldenzaal heeft haar duurzaamheidsambitie gericht op gebouwen die gasloos en energieneutraal zijn en streeft naar een kwaliteitsambitie (binnenmilieu) van Frisse Scholen zoals hieronder gedefinieerd. Het Programma van Eisen Frisse Scholen is een product van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het gaat in op vijf thema’s: energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor ieder thema zijn drie ambitieniveaus vastgesteld: klasse C (acceptabel), klasse B (goed) en klasse A (zeer goed). Daaraan zijn (prestatie-)eisen gekoppeld. Voor het IHP Oldenzaal wordt uitgegaan van: Energie: klasse A. Lucht: klasse B. Temperatuur: klasse B-C. 2 Licht: klasse B-C. Geluid: klasse B-C. Ter verduidelijking is in bijlage 1 het Programma van Eisen Frisse Scholen - September 2015v2 toegevoegd. Voor de onderwerpen Temperatuur, Licht en Geluid is in Bijlage 1 gespecificeerd wat voor de verschillende subcriteria aangehaald word.
4.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (zowel binnen als buiten) en de exploitatie van gebouwen. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie c.q. vernieuwbouw onderzocht. Daarbij wordt beoogd om de hier gedefinieerde duurzaamheidsambities (ENG) en kwaliteitseisen (Frisse Scholen klasse zoals gedefinieerd in hoofdstuk 3.3.2) zoveel mogelijk te realiseren. Het uitgangspunt is het creëren van een gezond werk- en leefklimaat.
5.
Onderstaande tabellen geven een indicatie van de kosten op basis van de kostenconfiguratoren van HEVO (geaccepteerd door PO-raad, VO-raad en Ruimte-OK) voor het PO, VO, gesplitst naar vmbo, havo/vwo en vmbo/havo/vwo. Er wordt daarbij uitgegaan
2 Temperatuur volgens Frisse Scholen concept zonder toepassing van actieve koeling
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 23 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
van schaalvoordelen bij grotere bouwopgaven. Onderstaande getallen zijn gebaseerd op het afgesproken kwaliteitsniveau inclusief btw per m² bvo. Een nadere onderbouwing is beschikbaar. Primair onderwijs Leerlingenaantal PO Totale Stichtingskosten o.b.v. kw aliteitsniveau en kostenconfigurator HEVO 1-12020
100 €
200
2.933
€
300
2.676
€
2.409
400 €
2.351
Voortgezet onderwijs BVO VO
vm bo
Uitgangspunt bouw lagen: Uitgangspunt brutovloeroppervlak (BVO) [m²]: Totale Stichtingskosten o.b.v. kw aliteitsniveau en kostenconfigurator HEVO 1-1-2020
€
havo/vw o vm bo/havo/vw o 2
3
3
5000
8000
13000
2.255
€
2.039
€
1.991
6.
Er worden alleen gebouwen c.q. gebouwdelen gerenoveerd c.q. levensduurverlengend aangepast die ook na de renovatie goed bezet zijn. Er wordt logischerwijs niet gerenoveerd voor leegstand.
7.
Bij de keuze tussen nieuwbouw, renovatie en vernieuwbouw wordt de actuele boekwaarde meegenomen in de afwegingen.
8.
Renovatie of levensduurverlenging met minimaal 25 jaar (bij voorkeur 40 jaar) is wettelijk nog niet geregeld. Ten aanzien van renovatie wordt daarom aangesloten op het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG: Renovatie wordt opgenomen als voorziening in geval van een levensduurverlengende ingreep. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met 40 jaar wordt verlengd. Het uitgangspunt voor renovatie is dat de kosten voor renovatie niet hoger zijn dan de kosten voor nieuwbouw. Mochten de kosten voor renovatie de jaarlijkse kosten van nieuwbouw overstijgen, dan wordt voor nieuwbouw gekozen. De financiering van renovatie wordt in een later stadium projectspecifiek vastgelegd. Vernieuwbouw wordt gezien als onderdeel van dit IHP en zal ook meegenomen worden in de financiële bepalingen.
9.
Nieuwbouw versus renovatie Bij onderwijsgebouwen van circa 40 jaar en ouder wordt gekeken naar mogelijkheden en noodzaak voor verbetering. Allereerst wordt bekeken of renovatie dan wel revitalisatie de knelpunten op kan lossen binnen een passend financieel kader. Zijn de kosten van
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 24 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
renovatie dan wel revitalisatie dermate hoog dat een ander alternatief financieel meer verantwoord is, dan wordt gekeken naar de mogelijkheden voor huisvesten in bestaand vastgoed. Zijn deze mogelijkheden er niet of is dit kostentechnisch niet interessant, dan is de optie nieuwbouw aan de orde. Uiteindelijk gaat dit om het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. Kortom, het proces verloopt dus volgens de opties (in volgorde van onderzoek): 1. 2. 3. 4.
Renovatie. Revitalisatie = levensduurverlengend. Bestaand vastgoed. Nieuwbouw.
Als een onderwijsgebouw 40 jaar of ouder is wordt gekeken naar de toekomstwaarde van het gebouw. Bij de afwegingen of een onderwijsgebouw vervangen dient te worden wordt op basis van bovenstaande prioritering gekeken naar de mogelijkheden. Door het college van burgemeester en wethouder is in december 2019 vastgesteld dat gemeentelijke monumenten aangewezen worden. Bij de keuze voor revitalisatie is aangegeven dat de effectuering van dit besluit tot hogere budgetten kan leiden. Beeldbepalende/monumentale panden binnen de gemeente Oldenzaal zijn: • •
Het Twents Carmel College aan de Lyceumstraat; hiervoor is vastgesteld dat de markante gevel in ieder geval behouden blijft. De Franciscusschool: de gemeente heeft uitgesproken dat dit pand behouden moet blijven. Als onderwijs niet langer mogelijk is in het bestaande onderwijsgebouw, dan is herbestemmen naar een andere maatschappelijke bestemming wellicht een mogelijkheid.
Op dit moment staan renovatie, revitalisatie en vernieuwbouw niet in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs als een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De definities van renoveren, revitaliseren en vernieuwbouwen geven het verschil tussen de begrippen aan. Renovatie Renovatie of renoveren is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een bestaand pand, waardoor het weer bruikbaar wordt en voldoet aan de huidige maatstaven en normen. Revitalisatie Revitalisatie is een nieuw leven inblazen. Deze definitie gaat ervan uit dat een gebouw een langere levensduur krijgt, minimaal circa 20 jaar. Een revitalisatie is over het algemeen ingrijpender dan een renovatie. Vernieuwbouw Bij vernieuwbouw wordt een gebouw zodanig gerenoveerd dat de kwaliteit vergelijkbaar is met die van nieuwbouw. Daarbij wordt het gebouw vaak teruggebracht naar de casco basis (gestript) en weer volledig opnieuw opgebouwd. 1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 25 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
Door de stelselwijziging van 2015 waarbij de verantwoordelijkheid voor onderhoud bij de schoolbesturen voor primair onderwijs is komen te liggen is de discussie over renovatie/ revitalisatie ontstaan. De VNG heeft, in samenspraak met Bouwstenen voor Sociaal3 en huisvestingsspecialisten uit het onderwijs, een afwegingskader ontwikkeld om besluiten met betrekking tot renovatie of nieuwbouw te ondersteunen. Voor de gemeente Oldenzaal betekent dit dat men de verordening als uitgangspunt hanteert, maar wel met de schoolbesturen in gesprek gaat op zoek naar maatwerk. Het gesprek wordt mede gevoerd aan de hand van het hierboven genoemde afwegingskader. Het voorliggende IHP wordt daarbij als leidend beschouwd, de verordening wordt als vangnet gebruikt.
3.3.3. Bouwsteen 3: samenwerking Deze bouwsteen geeft aan hoe de gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen omgaan met samenwerking op het gebied van onderwijshuisvesting. Eventuele consequenties voor onderwijshuisvesting worden in beeld gebracht en zijn onderdeel van de scenarioontwikkeling. 1.
Voor het IHP kan samenwerking betekenen dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met maatschappelijke partners (bijvoorbeeld kinderopvang etc.). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als qua gebouw worden vormgegeven.
2.
In de scenario-ontwikkeling van het IHP worden de verschillende samenwerkingsmogelijkheden onderzocht. Daarnaast wordt aangesloten op bestaande initiatieven. Het gaat om: a. Samenwerking tussen PO en VO. b. Samenwerking tussen PO en kinderopvang en bso. Hierbij wordt de mogelijkheid tot vorming van een kindcentrum (KC) onderzocht (waar mogelijk en wenselijk). c. Samenwerking met maatschappelijke organisaties anders dan onderwijs. d. Buitenschoolse opvang wordt aangeboden op iedere school binnen de bestaande m². Hiervoor wordt geen extra ruimte door de gemeente gerealiseerd.
3.
Binnen de gemeente Oldenzaal bestaat het streven om doorgaande leerlijnen van 0 tot 18 jaar te realiseren. Zowel schoolbesturen van het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs staan achter deze ambitie. De realisatie van doorlopende leerlijnen in praktische samenwerking en/of verbondenheid qua gebouw dienen projectspecifiek afgestemd te worden. Daarbij is er oog voor de belangen van alle betrokken partners.
4.
Bij nieuwbouw of renovatie kan de onderwijshuisvesting op initiatief van het schoolbestuur en de gemeente Oldenzaal worden aangevuld met onderwijsgerelateerde functies. Daarbij worden per situatie maatwerkafspraken gemaakt over functie, financiering en exploitatie.
3 Bouwstenen voor Sociaal is onafhankelijk, ondernemend, ontvangt geen subsidie en fungeert als motor voor
het veld. Zie een toelichting via hun website: https://www.bouwstenen.nl/organisatie 1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 26 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
5.
Bij medegebruik/verhuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen niet-commerciële en commerciële partijen. De financiering wordt projectspecifiek afgestemd. Voor verhuur van de lokalen dient het schoolbestuur toestemming te vragen aan het gemeentebestuur zoals in de verordening aangegeven.
6.
Bij nieuwbouw wordt er ook een afweging gemaakt of clustering wenselijk c.q. mogelijk is. Bij de afweging wordt er in ieder geval naar de volgende punten gekeken: a. Flexibiliteit: hoe flexibel kan er worden ingespeeld op verschuiving van leerlingenaantallen in hetzelfde voedingsgebied? b. Samenwerking: kan er ingespeeld worden op een bredere inhoudelijke samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld in het vormen van een tiener-/ juniorcollege? c. Leerlingenaantallen en de mogelijkheden voor aanvullend aanbod: zijn er door grotere leerlingenaantallen meer mogelijkheden voor aanvullend aanbod zoals voorschoolse en naschoolse voorzieningen, sport-/cultuurvoorziening en multifunctioneel gebruik? d. Gezamenlijk gebruik van faciliteiten: welke mogelijkheden en voordelen zijn er te behalen voor faciliteiten door gezamenlijk gebruik? e. Van belang is ook om randvoorwaarden te creëren om in de toekomst in te spelen op ontwikkelingen zoals genoemd in de visie vanuit het Platform Onderwijs 2032 om meer betekenisvol te leren en het leren van vakoverstijgende vaardigheden.
3.3.4. Bouwsteen 4: vraag en aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 1.
Voor de scenario-ontwikkeling wordt het onderwijsaanbod per onderwijssoort overwegend geanalyseerd in relatie tot een bepaald schaalniveau: a. Basisonderwijs op wijkniveau. b. Voortgezet onderwijs op gemeente- en regionaal niveau.
2.
Onderwijs(huisvesting) wordt intensief afgestemd op identiteit, profiel en behoefte van het desbetreffende gebied. Er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met het onderscheid tussen en de leefbaarheid in de wijken.
3.
Uitgangspunt voor het PO is als volgt: in elke wijk minimaal één onderwijsvoorziening voor primair onderwijs met efficiënt gebruik van voorzieningen. Bij het kijken naar onderwijsvoorzieningen in de wijk en in Oldenzaal gelden de volgende prioriteiten, in volgorde van prioritering: a. Kwaliteit van onderwijs: kwaliteit is de verantwoordelijkheid van de school en het schoolbestuur en deze wordt jaarlijks beoordeeld door de Onderwijsinspectie op basis van afgesproken criteria. Het uitgangspunt is om te werken aan kwalitatief goede scholen in Oldenzaal, dat houdt in scholen die volgens de criteria van de inspectie minimaal voldoen aan de basiskwaliteit.
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 27 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
b. Keuzevrijheid voor ouders: uitgangspunt is dat ouders moeten kunnen kiezen tussen verschillende denominaties en onderwijsconcepten binnen Oldenzaal. c. Wijkgericht aanbod: het streven is om onderwijs dichtbij te organiseren, dus zoveel mogelijk in iedere wijk minimaal één primair onderwijsvoorziening voor de jonge kinderen. 4.
Het streven is om te komen tot toekomstbestendige scholen. Met toekomstbestendig wordt bedoeld dat scholen over 25 jaar nog bestaansrecht hebben op basis van opheffingsnormen. Daarnaast wordt rekening gehouden met de vastgoedstrategie van schoolbesturen.
5.
Uitgangspunt is dat de onderwijshuisvesting zoveel mogelijk aansluit op het onderwijsconcept. Door maatschappelijke veranderingen zijn onderwijsconcepten in Oldenzaal in meer of mindere mate aan verandering onderhevig. Dit verschilt per onderwijssoort: a. Primair onderwijs: er wordt meer en meer gedifferentieerd in lesvormen. Langzamerhand wordt afscheid genomen van het leerstofjaarklassensysteem en de verschillende denominaties. Ambitie blijft om het huidige keuzeaanbod te handhaven. b. Voortgezet onderwijs: het Twents Carmel College zal een onderbouw- en een bovenbouwlocatie realiseren. De onderbouwlocatie wordt op locatie De Thij gerealiseerd en de bovenbouwlocatie aan de Lyceumstraat.
6.
Het faciliteren van verandering in onderwijsconcepten is lastig vanwege het statische karakter van vastgoed. Om te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst toch een ander onderwijsconcept kunnen faciliteren zetten de gemeente Oldenzaal en de schoolbesturen in op flexibiliteit, zodat gebouwen in de toekomst gemakkelijk aanpasbaar zijn.
3.3.5. Bouwsteen 5: groei en krimp Deze bouwsteen geeft aan hoe de gemeente Oldenzaal en schoolbesturen omgaan met groei en krimp in relatie tot onderwijshuisvesting. Een belangrijk gevolg van krimp voor onderwijshuisvesting is leegstand. 1.
Leegstand in onderwijshuisvesting wordt door de schoolbesturen en de gemeente Oldenzaal erkend als probleem. Indien er sprake is van leegstand kan deze uiteraard door de schoolbesturen gebruikt worden. Zij zijn dan wel zelf verantwoordelijk voor de exploitatie daarvan. Leegstand zorgt hierdoor voor hogere exploitatiekosten.
2.
Voor het oplossen van leegstand zijn verwijzingen naar andere scholen (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten reële mogelijkheden. Er wordt daarbij rekening gehouden met mogelijke gebouwelijke en technische aanpassingen. Het gezamenlijk huisvesten van verschillende onderwijsgerelateerde en niet-onderwijsgerelateerde gebruikers in één gebouw heeft gevolgen voor beheer en onderhoud van het gebouw, evenals voor gebruik van aanwezige ruimtelijke en technische faciliteiten. Voor verwijzing, medegebruik en
1666501-0050.1.0, d.d. 4 februari 2021
Pagina 28 van 53
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
www.hevo.nl
verhuur dienen locatiespecifieke afspraken gemaakt te worden over beheer, financiën, samenwerking en gezamenlijk gebruik van ruimtelijke en technische aspecten. Afstoten van leegstand is alleen een optie in bijzondere gevallen. Multifunctioneel gebruik (in de zin van verwijzing, medegebruik en verhuur) van onderwijsgebouwen wordt in alle gevallen als eerste optie overwogen. 3.
Voorwaarden voor verwijzen naar leegstand zijn: a. Afstandscriterium, mits via een veilig begaanbare route: o PO: 2 km (verordening). o VO: binnen gemeentegrens Oldenzaal. b. ‘Uitwonen’ van groepen leerlingen dient bij voorkeur te worden voorkomen. Maar als het echt niet anders kan met minimaal twee groepen tegelijkertijd.