05 Transcriptverslag van de Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad 2025.07.07
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 7 juli 2025
A(lgemeen) 1.
Opening De voorzitter: Wij gaan beginnen, dames en heren. Welkom allemaal. Het is 15.00 uur en u bent van ons gewend dat wij stipt op tijd beginnen. Er ligt een vol programma voor ons. We kijken wel hoe laat het wordt, maar we doen er alles aan om het in ieder geval zo effectief en efficiënt mogelijk te laten verlopen. De tribune is redelijk gevuld. Dat geldt voor beide zijden van de ruimte. Mooi. Ook de mensen thuis, mooi dat u tijd heeft gevonden om ons vandaag te volgen. Wees welkom.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Ik kijk even naar de raad of ik van deze agenda uit mag gaan. Dat is het geval. Dan is bij dezen niet alleen geopend maar ook de agenda vastgesteld. Wat ik nog wel moet melden, is dat we twee berichten van verhindering hebben. Dat zijn mevrouw Seijger en mevrouw Berger. Dat betekent dat we vandaag met 21 raadsleden zijn. U ziet, het college is voltallig. Maar het getal 21 is een getal dat u in uw hoofd moet houden. Dan kunt u vanzelf uitrekenen waar u een meerderheid voor nodig heeft. Dat begint dus al bij elf. Laat dat nu een getal zijn wat we heel mooi vinden in Oldenzaal, dus dat gaat de goede kant op.
3.
Vaststellen notulen van de vergadering van 23 juni 2025 De voorzitter: Eens even kijken. Ik kijk even rond of er nog iets is te melden over de notulen. Met andere woorden, die zou ik graag willen vaststellen. Bij de griffie heeft zich vooraf niemand gemeld. Het zijn de notulen van de vergadering van 23 juni jongstleden. Ik kijk even rond of er nog iemand is die hier een opmerking bij wil maken. Dat is niet het geval. Dan zijn ze bij dezen vastgesteld. B(espreek)-voorstellen De voorzitter: U heeft het kunnen zien. We hebben op ons programma en op de agenda allereerst de jaarrekening staan. Jaarrekening 2024. Vervolgens is de Voorjaarsnota 2025 aan bod en tot slot, althans als je het hebt over de bespreekvoorstellen die op de agenda staan, dan is het de kadernota. Dat is ook meteen het hoofddeel van onze bijeenkomst, van deze vergadering.
4.
Jaarrekening 2024 Maar we beginnen met de jaarrekening. In het politiek forum hebben het CDA en Solidair Oldenzaal opgemerkt het als een bespreekstuk te willen agenderen. Vandaar dat het ook zo nu genoteerd staat. En ik zou het CDA als eerste willen uitnodigen om naar voren te komen en om haar bijdrage … Er is wat verwarring, begrijp ik. Als u het alsnog als conform, dan mag dat, dan hoor ik dat graag en dan gaan we het als conform vanuit uw zijde in ieder geval behandelen. De heer Gelevert. Ja, we hebben even wat dingen aangepast. Het is heel mooi dat u dat meteen … U bent dan meteen de eerste. We hebben niet meer de pen, dus op het moment dat u drukt, heeft u meteen het woord. De tweede die drukt heeft dat dan overigens niet. Dat daar
geen verwachting ontstaat. U krijgt dan van mij vervolgens het woord. Dus u kunt weer met hand opsteken aangeven dat u het woord wil. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. De Voorjaarsnota, die heb ik conform gegeven. De voorzitter: Nee, het gaat om de jaarrekening 2024. Mag u ook als conform. Is goed. De heer Gelevert: Ja, die is conform. De voorzitter: Oké. Dat is mooi. Dan ga ik nu naar Solidair Oldenzaal. De heer … Als u dat zou willen doen, graag. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. De jaarrekening. Wij hebben eigenlijk even twee vragen aan het college, want we zien een positief resultaat over 2024. Er wordt ons als raad een voorstel gedaan hoe we die gelden gaan verdelen. Daarnaast zien we dat incidentele resultaat van zes miljoen vanuit de aandelen Twence toegevoegd worden aan de algemene reserve. Eerste vraag. Wij zien verschillende onderwerpen en wij vroegen ons af … Want er wordt wel motivatie gegeven waarom die gelden in die potjes gestopt zouden moeten worden, maar bij ons is het dan toch niet helemaal duidelijk of dat echt strikt noodzakelijke kosten zijn, of dat wij daar als raad eventueel nog wat ruimte in hebben. Bijvoorbeeld de toekomstige trajectkosten voor inburgeringstrajecten, de erfgoeddeal van het Singelpark, dat soort dingen.
Dat zouden wij toch graag bij de volgende jaarrekening toch wat meer inzicht in willen hebben hoe we daar als raad mee om kunnen gaan. En het tweede. We hebben zes miljoen vanuit de aandelen Twence. Nu hebben heel veel mensen bij de kadernota ingesproken, omdat zij met de gelden in de knoop komen in de stad. We hebben inmiddels een surplus aan algemene reserves. Onze vraag is eigenlijk, heeft het college hier overwogen om vanuit de gelden die in de algemene reserve worden gestopt, verenigingen, inwoners, instellingen tegemoet te komen met deze gelden? En welke overweging heeft ze daarbij gemaakt? Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we volgens mij, want verder had niemand dit onderwerp aangemerkt als bespreekstuk, naar het college en dan kom ik bij wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg. Dat ging wel goed. Als u nu op het knopje drukt … Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Er stond nog de heer Bouwman en ik ben echt mevrouw Zinkweg. Dus ik moest toch even opnieuw inloggen. Even kijken. U heeft eigenlijk twee vragen gesteld. Allereerst het verdeelvoorstel zoals het nu is voorgelegd vanuit het college. Daar hebben wij inderdaad wel een korte toelichting gegeven waarom wij voornemens zijn om die verdeling te maken. Dus als u vraagt om daar in de toekomst toe meer uitleg bij te geven, zijn we dat zeker bereid.
Die vragen kunt u uiteraard ook altijd stellen aan de voorkant. Maar volgens ons is het zoals het nu voorligt voldoende. En dan vraagt u ook nog, kan het college ook nog wat met die algemene reserve? Die is inderdaad goed gevuld. Daar ben ik het wel met u eens. En dat is ook de reden waarom wij als college nu bij de kadernota – daar komen we zo meteen op – hebben voorgesteld om een aantal investeringen te doen met geld vanuit de algemene reserve die we dus incidenteel kunnen dekken. Dat zou eventueel ook nog met andere zaken kunnen. U vraagt dan specifiek, kan dat ook richting die verenigingen? Dat wordt dus ook op een gegeven moment … In bijvoorbeeld 2029 hebben we ook een negatief resultaat. We kunnen natuurlijk niet structurele uitgaven gaan bekostigen uit deze algemene reserve. Uiteindelijk moet dat in balans komen. Maar zeker wel een gedachte die wij hebben gehad, waar we dus ook al deels invulling aan hebben gegeven door de investeringen die we voorstellen met incidenteel geld. Dus dat is het antwoord van het college.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan vraag ik of er behoefte is aan een stemverklaring bij het onderwerp jaarrekening 2024. Ik zie dat de heer Bouwman aanstalten maakt om … Excuus; niet het geval. Geen stemverklaring. Dan breng ik het onderwerp in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. De jaarrekening 2024. Alle 21 raadsleden hebben voorgestemd. Daarmee is het onderwerp aangenomen, het voorstel. Dat is mooi. 5.
Voorjaarsnota 2025 De voorzitter: Dat betekent dat we meteen door kunnen gaan naar de Voorjaarsnota 2025. Daar heb ik genoteerd staan als fracties die het willen bespreken de VVD, Solidair Oldenzaal, de PvdA en D66. Ik begin in die volgorde. Eerst de VVD. Niet het geval. Dan ga ik door naar Solidair Oldenzaal. Ook u bent akkoord. De PvdA, ook akkoord met de Voorjaarsnota 2025. Dan kom ik tot slot bij D66 uit. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. Zo gauw u geïnstalleerd bent, dan heeft u van mij het woord. Onderwerp is Voorjaarsnota 2025. Anders drukt u gewoon op het knopje en dan kijken we … Ja, precies. Drukt u maar en dan eens kijken wat er dan … De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik wil het even hebben over Vondersweijde. Afgelopen voorjaar ontving de raad een raadsinfobrief die de kosten voor Sport Oldenzaal met het zwembad, sportruimte en sporthal, dat die blijkbaar fors zijn gestegen. Sport Oldenzaal ontving al jaarlijks ongeveer 800.000 euro als reguliere subsidie. Nu blijkt dat er onverwacht 500.000 bijkomt jaarlijks. D66 wil evenals het college graag een zwembad in enige vorm in Oldenzaal behouden. Voorzitter, de gemeente is enig aandeelhouder van de bv Sport Oldenzaal. Verliezen van Sport Oldenzaal worden door alleen de gemeente bijgelegd. Dat geeft mij de indruk dat de gemeente voor de financiën invloed moet hebben op Sport Oldenzaal.
Ik heb deze week bewust afgezien van de gelegenheid om op afspraak bij de griffie wat jaarrekeningen en jaarplannen in te zien. Het op afspraak inzien geeft mij niet de gelegenheid om de bovendien vertrouwelijke stukken rustig te bestuderen en te beoordelen. Waarom zijn die vertrouwelijk? Niet omdat de concurrentiepositie kan worden geschaad. Dan heb ik een tweetal vragen. Kan de wethouder nogmaals aangeven dat het college het behoud van het zwembad voor Oldenzaal belangrijk vindt? En de tweede vraag is: Kan de wethouder aangeven dat ze zich ook zorgen maakt over de toegenomen kosten voor Vondersweijde en dat zij daar aandringt om op de kortst mogelijke termijn een plan op te stellen voor kostenbesparing? Nogmaals, voorzitter, D66 wil een zwembad in Oldenzaal behouden, maar niet tegen elke prijs. Maar wel in enige vorm. Tweede onderwerp van drie onderwerpen. Ik lees in de Voorjaarsnota, wij voldoen niet aan de afspraken op het gebied van asielzoekers in verband met een ingediend bezwaarschrift over de Spreidingswet. Ligt het aan mij dat ik dat bezwaarschrift niet gelezen heb? Dus heb ik een drietal vragen.
Kan de wethouder aangeven wanneer dit bezwaarschrift is verzonden, aan wie en hoe de raad hierover is geïnformeerd? Indien de raad nog niet is geïnformeerd, waarom niet? En als laatste: Kan de raad dit bezwaarschrift alsnog ontvangen, zodat zij zich daar een oordeel over kan vormen? Het laatste onderwerp is het masterplan zuidelijke entree. Bij het masterplan zuidelijke entree ziet D66 dat het bestaand plan voor Jufferbeek-Noord, na participatie met de bewoners vastgesteld een aantal jaren geleden, zo van tafel lijkt te worden geveegd. D66 is zeker niet tegen een mooi, een nieuw plan, maar het is essentieel dat inwoners van Jufferbeek-Noord hierbij worden betrokken. Zeker als een plan wordt gewijzigd. Dan heb ik de vraag: Kan het college aangeven hoe zij de bewoners van Jufferbeek-Noord, hoe zij daarmee in gesprek gaat over een nieuwe invulling van het gebied? Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar het college om te reageren op de drie onderwerpen die u noemde. Ik begin bij wethouder Zinkweg.
Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Even kort reageer ik even vanuit het aandeelhouderschap Sport Oldenzaal. Want zo meteen zal mijn collega nog wat vertellen over de inhoud. Allereerst goed om aan te geven dat dit niet geheel onverwachts was, deze extra bijplussing die we nu voorstellen. Dat heeft u ook al kunnen lezen in de Najaarsnota van vorig jaar, dat we meer middelen nodig hadden. Vooral zit hem dat in personeelskosten en energielasten. Daar gaat zo meteen mijn collega wat meer over vertellen. Wat ook nog goed is om te melden, dat heb ik ook naar aanleiding van een vraag die ik heb gekregen van de heer Bouwman, of het mogelijk was om stukken toch openbaar te maken. Allereerst goed om te weten dat het dan om de jaarrekeningen gaat. Dat gebeurt ook bij andere bv's waarvan de gemeente aandeelhouder is. Dus daarvan hebben we gemeend, dat het goed is om dat op onze gemeentelijke websites te zetten, omdat er geen website is van Sport Oldenzaal bv. Dus dat zijn we voornemens om op korte termijn de jaarrekeningen van de afgelopen jaren daarop te plaatsen. Dus dan kunt u die dan ook nog uitpluizen als u dat wilt. Begrotingen, daarvoor zal dat niet gebeuren, maar als u daar vragen over heeft, dan kunt u uiteraard bij ons terecht. En ja, daar hebben we enige invloed op, maar ook onze invloed is beperkt. Maar daar zal ik ook mijn collega het woord over geven.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Oude Engberink. Wethouder mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw vragen en de bijdrage ... De voorzitter: Uw naam moest nog even aangepast worden. Ik hoop dat dat nu gelukt is. Wethouder mevrouw Oude Engberink: Ja, dit is de juiste. Dank u wel. U stelt de vraag of het college nog een keer kan herhalen of wij het belangrijk vinden het zwembad te behouden voor de stad. Ja, dat hebben wij ook al in onze stukken aangegeven. We hebben de ambitie om te groeien als onze stad en als wij willen groeien, hebben we ook een aantal voorzieningen daarbij nodig. Wij staan op dit moment op het standpunt dat het zwembad daar zeker ook een van de voorzieningen is die we daarvoor willen behouden. Verder geeft u aan dat de kosten erg de pan uit rijzen en u maakt zich daar zorgen over. Die zorgen delen wij met u. Mijn collega Zinkweg heeft dat net al toegelicht waar dan de stijging in die kosten in zit. Weet dat wij als aandeelhouder, maar zeker ook inhoudelijk, regelmatig met Sport Oldenzaal en met dus de exploitant van Vondersweijde in gesprek zijn over de kosten die gemaakt worden. Daarin hebben we ook een P&C-cyclus met elkaar te doorlopen. Bij al die gesprekken zijn we ook heel erg kritisch op waar de kosten voor gemaakt worden.
Ook zijn wij daarmee aan het kijken van, waar kunnen eventueel die kosten bespaard worden. Maar een plan daarop aangaan, lijkt me wat te ver van het goede, omdat we juist ook in al die gesprekken met elkaar heel kritisch kijken naar de kosten die gemaakt worden en daar waar we bezuinigen kunnen, zullen we dat ook zeker niet nalaten. Daar laat ik het even bij. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Gelevert: Ik denk dat ik mag. De voorzitter: Ik begin eerst bij de heer Van der Waal en dan kom ik bij u. Vandaar dat u ook … Nu begrijp ik waarom dat zo ging. Eerst nog de heer Van der Waal en dan kom ik bij de heer Gelevert. De heer Van der Waal: Dank u wel. Opmerking die u maakt … Zij is heel bewust niet persoonlijk bedoeld, maar waarom werken we zo ambtelijk correct, terwijl de kosten de pan uit rijzen? Het is met meer dan vijftig procent toegenomen in een jaar. Ik begrijp dat de energiekosten omhooggegaan zijn, dat het personeel goed betaald moet worden, maar bij elk ander bedrijf zou er dikke paniek zijn om te zien hoe die kosten gedrukt
kunnen worden door wat voor maatregelen dan ook. Wat is de kortst mogelijke termijn waarop een goed plan beschikbaar kan zijn? De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Zinkweg-Ankoné: Misschien is het ook goed dat ik daarop reageer. Aan de ene kant zegt u, in één keer. Dit is niet in één keer. We zien al een aantal jaren dat die kosten stijgen. Zoals we ook hebben uitgelegd, is het een aantal jaren hebben we dat kunnen dekken met inkomsten die er zijn gekomen, tegemoetkomingen voor energieverhogingen, extra middelen die we hebben gehad vanwege corona, waardoor het zwembad dicht moest. Dus op die manier is het niet direct zichtbaar geworden. Maar de tekorten waren er al langer en die hebben niet direct gedrukt op onze eigen begroting. Dan zegt u, elk ander bedrijf. Dat is mooi, ieder ander bedrijf, maar we hebben hier te maken met een bedrijf die een maatschappelijk belang dient, namelijk onder andere een zwembad die toegankelijk moet zijn voor onze inwoners. Dus wij stellen aan de ene kant ook vast, dat die tarieven niet zomaar heel hard mogen stijgen om daar een kaartje te kopen bij het zwembad. Dus die is redelijk beperkt, die invloed van onze Sport Oldenzaal. Dus dat wil ik u wel … Dit is niet een gewoon bedrijf waarvan je kan zeggen, ga maar bezuinigen of ga maar wat anders doen. Er is sprake geweest van het vertrek van een huurder van een aantal commerciële ruimten.
Dat heeft natuurlijk het nodige gekost. Die zijn inmiddels weer ingevuld. Maar al met al zie je toch dat dat wel heeft gedrukt op de kosten. En dan, wat ik al zeg, die personeelslasten en die energielasten. Dus dit is niet van het één op het andere moment en die invloed die we hebben is beperkt. Maar zoals mevrouw Oude Engberink aangeeft, doen we daar alles aan, samen met de directie van Sport Oldenzaal, om te kijken hoe wij die kosten zo veel mogelijk kunnen drukken. De voorzitter: Dit was de aandeelhouder. Ik kijk nog even of de sportwethouder nog iets wil toevoegen. Niet? Dan had ik de heer Gelevert beloofd. Mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. Er wordt nu echt gekeken naar de kosten of in ieder geval gesproken over de kosten. Ik heb die stukken ook doorgekeken en het viel mij op dat aan de inkomstenkant misschien wel wat meer te halen is. En dan bedoel ik niet dat het tarief voor het zwemkaartje omhoog moet, maar wel om te kijken … Want er ligt natuurlijk nu een extra bad. Er zijn meer mogelijkheden om wat met de tijden te doen, dat de recreatiezwemmen past. Misschien wat agressiever huurders krijgen. En ik denk dat de focus in eerste instantie … Want de kosten zijn wel redelijk verklaarbaar waarom die gestegen zijn, maar ik kon geen verklaring vinden waarom de inkomsten niet wat meer gestegen zijn.
Dus vandaar ook een oproep om daar specifiek wat meer aandacht aan te geven bij het zwemmen. De voorzitter: Dank. Ik kijk even weer naar de sportwethouder. Mevrouw Oude Engberink. Wethouder mevrouw Oude Engberink: Dank u wel, voorzitter. Zoals ook in de Voorjaarsnota staat genoemd, hebben wij best wel een positieve trend gezien als het gaat om de ontwikkelingen van de inkomstenkant van Vondersweijde en Sport Oldenzaal. We zien dat het aantal bezoekers weer aan het toenemen is van het zwembad. Dat ook de urenbezetting steeds beter gaat. Dus daar zien we echt wel een stijgende lijn in. En zoals ik net ook aangaf, wij zijn continu in gesprek met de directie van Sport Oldenzaal. Mevrouw Zinkweg gaf dat ook aan. Daarbij blijft dit onderwerp van gesprek. Hoe kunnen we aan de inkomstenkant verhogen en de uitkomstenkant verlagen? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar wethouder Christenhusz om de twee andere onderwerpen die ook aangestipt zijn, om daar een reactie op te geven. Wethouder Christenhusz.
Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van de eerste vraag kan ik heel kort zijn. Als u gaat naar de stukken van 7 april van het politiek forum, vindt u al door u gevraagde informatie terug. Dan de tweede vraag, Jufferbeek-Noord, hoe gaan we daarmee om? In het proces gaan we eerst samen met u de discussie voeren over de omgevingsvisie. Die hopen wij in het najaar bij u ter besluitvorming voor te leggen. Als u met die omgevingsvisie kunt gaan instemmen, dan ziet u ook de ontwikkelingen die in de toekomst mogelijk plaats zullen gaan vinden bij Jufferbeek-Noord daar een plaats vinden. Dan betekent het dat we in de uitvoering dat plan nog een keer moeten wijzigen. En dan zullen we natuurlijk het participatietraject met de bewoners van dat gebied ingaan, zoals we het conform met u hebben afgesproken in het kader van de Omgevingswet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp, gaat u gang. De heer Mekelenkamp: Dank u, voorzitter. Ik hoor de portefeuillehouder zeggen: “Wij hopen de omgevingsvisie in het najaar vast te gaan stellen.” Ik neem aan dat wij die in het najaar vast gaan stellen. Wethouder Christenhusz: Er wordt op dit moment keihard aan gewerkt om ervoor te zorgen dat we die in november bij u en de raad neer kunnen gaan leggen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan wij even rondkijken of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Behoefte aan een stemverklaring bij de Voorjaarsnota 2025? Ook dat is niet het geval. Dan mag u nu uw stem uitbrengen of u voor of tegen de Voorjaarsnota 2025 bent. 21 raadsleden hebben hun stem uitgebracht. 21 voor. Dat betekent dus dat dit voorstel is aangenomen. Dank u wel. 6.
Kadernota 2026 De voorzitter: Dat betekent dat we nu toegekomen zijn aan de kadernota 2026. Dus we hebben teruggekeken, we hebben gekeken hoe we er nu voorstaan en we gaan ook naar de toekomst kijken. En dat is het onderwerp kadernota 2026. We hebben al een tijdje in Oldenzaal de gewoonte om daarbij een volgorde van sprekers te hanteren die elke keer weer verandert. Dit keer is Solidair Oldenzaal als eerste aan de beurt.
a.
SO De voorzitter: De heer Bouwman wordt uitgenodigd om bij het spreekgestoelte zijn bijdrage te leveren. Mijnheer Bouwman. En u weet, tien minuten. En de klok gaat lopen op het moment dat u start met het eerste woord. Op het moment dat er een interruptie is, dan zal de klok stilgezet worden en weer gaan lopen op het moment dat u uw betoog voortzet. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik word wel een beetje zenuwachtig van die klok. Beste ambtsgenoten, mensen thuis, mensen op de tribune, we hebben het gevoel met een herhaling van zetten van doen te hebben. Weer bezuinigingen en lastenverzwaringen voor Jan en alleman in onze stad. En weer gaat het geld naar onze eigen organisatie. Vandaar twee amendementen voor het schrappen van incidentele gelden voor onze organisatie. We moeten namelijk zelf ook roeien met de riemen die we hebben, want wij vinden het niet meer aan onze stad te verkopen, voorzitter. Dan de lokale belastingen. Ik hecht er even waarde aan om, als we het over de toeristenbelasting hebben, dat onze fractiegenoot zich daar op dit moment buiten beschouwing wil laten vanwege haar beroepsmatige achtergrond. Ondernemers in de toerismesector die de toeristenbelasting met honderd procent zien toenemen, de extra inkomsten van 96.000 euro zijn een druppel op onze gemeentebegroting. Moeten we daarvoor het risico nemen dat we onze ondernemers uit de markt prijzen?
Wij vinden van niet. Je kunt de toeristenbelasting verhogen, maar waarom zou je het doen? Waarom zou je het onze ondernemers onnodig moeilijk maken? We moeten juist trots zijn op onze ondernemers en de positie die ze hebben. Ondernemers die elk jaar weer hard werken om gasten uit het hele land en daarbuiten te ontvangen in onze mooie omgeving. Gastvrijheid zit hem niet alleen in het gastheerschap van de ondernemer, maar ook hoe we als gemeentebestuur omgaan met onze bezoekers. Daar hebben we met zijn allen uiteindelijk baat bij. En deze verhoging werkt alleen maar averechts. Wij dienen dan ook een amendement in om de verhoging van de toeristenbelasting te schrappen. Dat doen we ook voor de zoveelste ozb-verhoging. Elk jaar moet de ozb per se geïndexeerd worden. Er wordt altijd net gedaan of het heel normaal is om elk jaar maar de belastingen te verhogen en te indexeren, omdat er sprake is van inflatie. Maar wij accepteren dat niet meer, helemaal als je ziet hoeveel reserves de gemeente heeft. Wij vinden het niet meer uit te leggen, voorzitter. Dan de preventiegelden. Over de preventiegelden hebben we al genoeg gezegd de afgelopen jaren. Het moge duidelijk zijn dat preventie ervoor is bedoeld om aan de achterkant zorgkosten te besparen. Dat is een van de kernpunten van het masterplan sociale domein en nog een aantal beleidsvisies.
Door dat nu overhoop te gooien, gooi je het kind met het badwater weg. Zonde van al die energie die erin is gestoken. We steunen dan ook het behoud van de gelden voor Twents Zilver en SAVO en OTDIB en stemmen straks mee met het amendement van GroenLinks/PvdA over Studio15. Dan de harmonisatie van de sportclubs. Al ruim zeven jaar zijn we bezig met dit proces. We vroegen afgelopen maandag naar de kosten die er tot nu toe gemaakt zijn. Uit de beantwoording blijkt dat er nog helemaal geen kosten gemaakt zijn, alleen reguliere uren. Maar dat klopt niet, voorzitter. Want Synarchis heeft al een onderzoek uitgevoerd naar harmonisatie buitensport. Doet dit bureau dit gratis, vragen wij ons af? Zijn er geen ambtelijke en bestuurlijk uren gemaakt? Daar hebben we naar gevraagd. We zouden daar toch graag meer duidelijkheid over hebben. We moeten ons afvragen of we niet kunnen stoppen met dit eindeloze proces. Want harmonisatie kan alleen als er consensus is tussen alle buitensportverenigingen. En dat gaat in de praktijk niet lukken, is onze inschatting. Sportclubs willen duidelijkheid over de demarcatie en dat kan alleen als er duidelijkheid is over de harmonisatie. En die komt er niet. Want eind 2023 zal er wel een maatwerkadvies per sportcluster zijn. Is er nog steeds niet. Het is uitstel, uitstel, uitstel. Laten we er een eind aan breien.
Stoppen met dure onderzoeksbureaus en doorgaan op de ingeslagen weg. Maak per sportclub afspraken over de demarcatie en sportclubs die willen privatiseren, prima, wat ons betreft. Dan de kerntakendiscussie. Als wij de kadernota … De voorzitter: Als u een moment heeft. Ik zie een interruptie van de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp, gaat uw gang. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dank u wel. De heer Bouwman begint over privatisering voordat wij daarover kunnen beginnen. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Dat vind ik alleen maar mooi. Maar waar gaat het harmonisatieproces over, als ik de heer Bouwman goed begrijp? Volgens mij praten we een beetje langs elkaar heen. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Het harmonisatieproces gaat over hoe wij als gemeente samen met de sportclubs een gelijk speelveld gaan creëren als het gaat om beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: En als ik zeg dat het harmonisatieproces moet gaan leiden tot meer duidelijkheid van clubs, hoe zij hun toekomstige financiën gaan regelen, hoe matcht de heer Bouwman dat?
De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat heb ik net proberen uit te leggen. Dat we niet tot harmonisatie gaan komen, is onze inschatting. We mogen dit proces doorgaan, hoor, maar we hebben in onze motie opgeroepen om te overwegen om te stoppen. Dat we dat signaal afgeven aan het college, om te zeggen van, we zijn er al zeven jaar mee bezig. Het wordt als hete aarde iedere keer voor ons uitgeschoven. Sportclubs willen duidelijkheid. Volgens mij hebben ze meer baat bij duidelijkheid op het moment als we het harmonisatieproces stoppen en gewoon afspraken maken per sportclub, per sportcluster. Dan kan iedereen door en dan is iedereen heeft tenminste duidelijkheid. En dat het dan niet ideaal is, dat zij dan zo. Maar zeven jaar lang en nog langer doormodderen lijkt ons ook niet een hele verstandige optie. De voorzitter: Nog één keer de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ter afronding in ieder geval voor dit stukje. Als de heer Bouwman graag duidelijkheid wil geven, dan neem ik aan, en zeker omdat hij het woord privatisering al in zijn mond nam, dat we hem in ieder geval mee kunnen rekenen bij onze motie over privatisering. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zou zomaar eens kunnen. We gaan het zo meteen zien. De kerntaken. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie aan mijn rechterzijde. Dat is de heer Van der Waal.
Mijnheer Van der Waal, gaat u gang. De heer Van der Waal: Ik ben met de spreker eens dat de harmonisatie veel te lang duurt. Zouden wij de vraag kunnen stellen aan het college, wanneer de harmonisatie komend jaar klaar is? Want als het binnen drie maanden gereed kan zijn en er is duidelijkheid, dan zijn we ook op een niveau waar we zouden kunnen gaan discussiëren. De voorzitter: Het mooie is, uw inbreng heeft u zo dadelijk nog. Dus die vraag kunt u zeker meenemen. Maar wellicht dat de heer Bouwman via u die vraag ook wil stellen. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Die vraag heb ik vorige week ook al aan de wethouder gesteld en we gaan in oktober, wat ik gehoord heb, beginnen met het onderzoek. Dat gaat dan weer een half jaar in beslag nemen. Uiteindelijk mogen we hopen dat het dan januari of later, april, een keer klaar is. Maar daar zitten sportclubs, denk ik, ook weer niet op te wachten. Maar goed, u mag het zelf straks ook nog een keer aan de wethouder vragen. Wij voelden niet noodzaak om dat alsnog aan het college te vragen. De voorzitter: Gaat u verder met uw bijdrage. De heer Bouwman: De kerntaken. Als wij de kadernota, voorjaarsnota en jaarrekeningen bekijken, zien we door de bomen het bos niet meer. Onze fractie heeft te weinig grip op wat er in het stadhuis wordt uitgevoerd of wat niet.
Ons bekruipt het gevoel dat er nog veel zaken zijn waar we als organisatie op kunnen bezuinigen. Met de stofkam erdoorheen. Wat is wettelijk noodzakelijk en wat is leuk en aardig, maar niet strikt noodzakelijk voor onze inwoners? Daarover ontbreekt bij ons het overzicht. En vandaar de motie over de kerntaken van de gemeente, om dat inzichtelijk te maken. Ik zit een beetje krap in de tijd, dus ik ga niet alle moties voorlezen, maar ze staan allemaal opgeladen.
De voorzitter: Is uiteraard uw keuze. De heer Bouwman: Ja, wellicht komt het nog in mijn bijdrage. Dan het stadhuis. We hadden verwacht dat er wel partijen zouden zijn die zouden ageren tegen de voorgestelde indexatie van 1 miljoen. Gaat de raad nog een grens stellen aan dit budget? Wanneer is het voor de raad genoeg? Door nu in te stemmen met meer financiële ruimte worden plannen gemaakt die meer geld gaan kosten. Goedkoper wordt het in de praktijk niet. We geven nu namelijk zelf financiële ruimte weg. Daarom in het amendement om de indexatie van 1 miljoen uit de kadernota te schrappen. Dan willen we het hebben over transparantie van openbaar bestuur. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Ik hoor ook allemaal telefoontjes. Ik wil u echt vragen om uw telefoon op stil te zetten. Als het echt noodzakelijk is, dan hoor ik dat graag. Maar anders gewoon op stil. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, transparantie van openbaar bestuur, dat begint bij jezelf.
Als ik dan vandaag de bijdrage lees of eigenlijk dus niet van de fractie van Solidair Oldenzaal, dan zou ik zeggen, voordat de heer Bouwman überhaupt op wil gaan roepen dat wij als gemeente transparanter moeten zijn, zou ik nog voornamelijk hem eerst willen vragen van, waarom heeft u uw bijdrage niet conform afspraak met de griffie gedeeld, zodat de andere partijen daar ook notie van hebben kunnen nemen? En een tweede vraag. We hebben recent op verzoek van Solidair Oldenzaal een openbare bijeenkomst gehad, die is actief gecommuniceerd naar onze inwoners, zoals de heer Bouwman hem in zijn motie omschrijft en tegelijkertijd waren daar ten eerste nul inwoners en ten tweede, er was ook nul vertegenwoordiging vanuit de fractie van Solidair Oldenzaal. Dus hoe belangrijk vindt de fractie van Solidair Oldenzaal transparantie eigenlijk? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik vind het wel bijzonder dat de Mekelenkamp al begint voordat ik een woord hierover gesproken heb. Maar goed, dat is één. Het tweede, u vraagt welke afspraken. Waar doelt u op? Had ik de moties vooraf met Jan en alleman moeten delen of wat bedoelt u? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, het is hier, volgens mij, gebruikelijk en is het ook in het presidium besproken, dat alle fracties gewoon conform afspraak hun spreekteksten en hun moties aanleveren bij de griffie.
De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat is mij niet helemaal helder, dat dat een afspraak is. U kunt ook luisteren naar wat ik te vertellen heb. Volgens mij heeft PvdA ook niet de hele spreektekst opgeladen. Ik hoop dat u dan PvdA daar ook op aanspreekt. Maar goed, wij doen het al jaren zo. Ik heb nog nooit gehoord dat u daar moeite mee heeft. Er mag ook wel wat verrassing zitten in de bijdrages die we hebben, want als we alles al vooraf gaan delen, dan is de spanning van het debat er ook af. Maar goed, u valt erover. Ik niet. Wij gaan verder. Er is een cultuur ontstaan van politieke avonden die niet geagendeerd staan via de gemeentelijke website. Onze inwoners hebben geen weet dat de informatie van het college gedeeld wordt met de volksvertegenwoordiging. Dat voedt niet alleen het wantrouwen bij onze inwoners, het is ook nog niet toegestaan op basis van de Wet open overheid. Alle bijeenkomsten van de gemeenteraad moeten openbaar, tenzij door het college geheimhouding wordt opgelegd. Dat kan slechts in enkele gevallen, zo schrijft de wet
voor. Alles moet openbaar, tenzij. We hebben hier al meermaals aandacht voor gevraagd. In oktober ’24 hebben we het presidium verzocht om ook de agenda van politieke avonden te publiceren, om slotjes van informatie af te halen in NotuBiz en conform de wet openbaar te vergaderen. Of het nu een technische sessie heet, een benen-op-tafelgesprek of even bijpraten met de wethouder. Vorige maand vond er weer een politieke avond plaats. Er vond geen agendering plaats via de website. Wij spraken inwoners die graag bij deze avond aanwezig wilden zijn. Wij mailden de wethouder met de vraag of er geheimhouding op de vergadering zit, omdat bewoners graag mee willen luisteren. De wethouder antwoordde dat de informatieavond bedoeld is voor raadsleden en/of commissieleden, maar de informatie mag wel gedeeld worden. Kortom, geen actieve uitnodiging aan onze inwoners en dus heeft de inwoner geen weet dat deze informatieavond plaats heeft gevonden. Het is pure ontmoediging wat ons betreft. Er wordt bewust een grijs gebied gecreëerd dat geen grijs gebied hoort te zijn. Onze fractie is er nu wel klaar mee. We hebben het meermaals in het presidium besproken en er zit geen verbetering in. Klaar om alles achter gesloten deuren te moeten beslechten en net te doen of het allemaal maar normaal is wat er hier gebeurt. We dachten dat er verbetering zou plaatsvinden, maar niets is minder waar.
Eigenlijk te bizar voor woorden om deze motie in te moeten dienen, maar gaan we toch doen. De motie luidt, over de geheimhouding, ... De voorzitter: Als u dan toch een stilte laat vallen, dan laat ik de heer Mekelenkamp … De heer Bouwman: Ik ga hem nu voorlezen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. Oké, hij geeft u … De heer Bouwman: Wij roepen het college op, wanneer de raad of een deel van de raad door het college bijeen wordt geroepen en er geen sprake is van geheimhouding op de informatie, de datum en tijdstip, inhoud en de aard van de bijeenkomst vooraf actief te communiceren via de website van de gemeenteraad – dat verloopt via de griffie van de gemeenteraad – en daarbij tevens de geleverde informatie te publiceren. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik bespeur toch wederom weinig transparantie bij SO. Ik heb net de vraag gesteld namelijk over de politieke ochtend over de omgevingsvisie, die op expliciet verzoek van Solidair Oldenzaal openbaar is gemaakt, waarbij zowel geen inwoners als de fractie van Solidair aanwezig was. Daar zou ik nog graag een antwoord op hebben. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik vind het heel flauw dat u een kleine fractie aanspreekt op het feit dat zij bij één politieke ochtend niet aanwezig zijn.
Volgens mij ben ik bij bijna elk politiek forum aanwezig. Ik ben bij elke raadsvergadering aanwezig. Als het lukt, kunnen we bij elke fractievergadering zijn, maar ga me geen vlieg afvangen op het moment als we één ochtend niet aanwezig zijn geweest. Ik vind het bijzonder flauw van u. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie verder geen interrupties, dus gaat u verder met uw … O, toch nog aan deze zijde. De heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik steun de heer Bouwman in dezen. Het gaat hier over de openbaarheid van bestuur, dat de inwoners de gelegenheid hebben om te komen kijken. En als het onderwerp hun niet
interesseert of omdat ze een ochtendje willen sporten, dat is de vrijheid van de burger. Maar laat het openbaar zijn, zodat de mensen weten waar de raad het over heeft. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij … Mijnheer Bouwer, gaat u verder. De heer Bouwer: Ik vervolg mijn betoog. Ik heb nog drie minuten. Wij mogen onszelf de vraag stellen of het goed is voor Oldenzaal als er een tweede woningbouwvereniging bijkomt. Want we zien nu dat zodra de WBO niet wil investeren er soms kansen verloren gaan voor Oldenzaal. We hebben daarnaast simpelweg geen andere optie. In andere gemeenten is het gebruikelijk dat de meerdere corporaties actief zijn. Ons initiatief voor het toevoegen van flexwoningen werd mede niet behaald, omdat de WBO er niet enthousiast in stond. Wellicht waren andere corporaties wel enthousiast en wilden de samenwerking aangaan. Dan hadden er nu wellicht jonge inwoners al op zichzelf gewoond. Een gemiste kans voor Oldenzaal. Vandaar de oproep om te verkennen om in de toekomst een tweede corporatie aan onze stad te binden. Dank u wel, voorzitter. b. WG Oldenzaal De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij snel door naar de volgende partij en dat is de WG Oldenzaal. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Voorzitter, college, collega-raadsleden en geachte inwoners van Oldenzaal. Daar is hij dan, het ravijnjaar 2026.
Al sinds het begin van deze raadsperiode hing hij boven ons als het zwaard van Damocles en nu is het zover. Het is 2026, maar hij is er niet. Nog niet. Vanuit het Rijk zijn er namelijk voor de komende jaren incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de gemeenten. Helaas gaat het wel om een pot met geld en niet om een structurele tegemoetkoming waar we onze verenigingen en stichtingen financiële zekerheid mee zouden kunnen bieden. De financiële zorgen zijn dus met twee jaar uitgesteld. Desondanks zijn we wel blij dat we voor nu met zijn allen adem kunnen halen en we de ruimte kunnen benutten om de bezuinigingen te faseren over meerdere jaren. Vandaag gaan we de kaders vaststellen voor 2026. Dit najaar zijn er weer landelijke verkiezingen. Hopelijk heeft een nieuw kabinet wel oog voor de structurele financiële noden van gemeenten. Gemeenten verdienen het namelijk om structureel een financiële bijdrage van het Rijk te krijgen die past bij de uitvoering van de taken die zij uitvoeren. Ons verkiezingsprogramma hebben wij in 2022 genoemd ‘Meedoen in een mooie stad’. Voor WG Oldenzaal zullen onder andere wonen, klimaat en meedoen in een mooie stad belangrijke thema’s blijven. Dat geldt zeker ook als het gaat om sport en cultuur. Verenigingen zijn niet alleen locaties waar mensen elkaar ontmoeten. Verenigingen zorgen in tijden van versplintering voor verbinding.
Ze verbroederen en verzusteren. Wij zijn dan ook blij dat we een innovatiefonds kunnen oprichten om de financiële en organisatorische vitaliteit van onze verenigingen te bevorderen. Samen met de PvdA en VVD zullen wij hiertoe een motie indienen. Vraag aan het college blijft wel, hoe gaan we ervoor zorgen dat er een structurele oplossing komt? Welke randen durft het college op te zoeken om incidenteel versus structureel in te zetten? Voorzitter, een beschouwing is geen beschouwing zonder dit stukje geschiedenis erbij. Zestig jaar geleden, in 1965, is ons stadhuis gebouwd. In de periode erna, tussen 1967 en 1978, in elf jaar tijd maar liefst zeven schoolgebouwen. Het is een periode geweest waarin men heeft gekozen om te investeren in de stad. In de afgelopen zestig jaar hebben we met zijn allen dankbaar gebruikgemaakt van de investeringen die toen zijn gedaan. Als we kijken naar vandaag de dag kunnen wij ons voorstellen dat het ook toen niet zonder hevige discussies tot stand is gekomen. En nu is het aan ons om te investeren – voor nu en in de toekomst. We investeren ook in wonen, wegen, wijken, vergroening, een zwembad en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Ook investeren wij in mensen en dat zullen wij ook blijven doen door bijvoorbeeld meer geld beschikbaar te stellen voor de mensen die afhankelijk zijn van de Wmo en voor de begeleiding en zorg voor de toekomst van Oldenzaal, de jeugd. Want door alleen te investeren in
stenen, blijven wij niet de leukste of de seniorvriendelijkste gemeente van Nederland. Ook het mooiste horecaplein kunnen we vergeten. Hoe leuk is het dat wij als Oldenzalers kunnen zeggen dat we wonen in de leukste gemeente van Nederland? Dit zeggen we niet alleen. Dit doen we met een steeds sterkere partner: Oldenzaal Promotie. Daarom stellen we samen met de VVD en het CDA voor om Oldenzaal Promotie de komende jaren financieel extra te ondersteunen door de wegvallende subsidie te faseren tot 2029, zodat zij kunnen doen waar zij goed in zijn: Oldenzaal op de kaart zetten. Over de kaart gesproken, we hadden het al even over wonen, een thema dat iedereen raakt. Jong en oud, gezond of hulpbehoevend. Inmiddels weten we uit ervaring dat het van plan tot realisatie gemiddeld zo'n zeven jaar duurt. Het kan allerlei oorzaken hebben dat het zo lang duurt, zoals de stikstofproblematiek of het gebrek aan personeel. In onze fractie en ons WG Café is het thema wonen met vaste regelmaat onderwerp van gesprek. Daarom dienen wij vandaag de volgende motie in, zodat we nu al beginnen met het opstellen van plannen, zodat we over zeven jaar de vruchten kunnen gaan plukken.
We roepen het college op om tijdig te starten met het maken van plannen voor woningbouw in meerdere verdiepingen op de locatie van de voormalige Windroos aan de Bentheimerstraat; hierbij te zoeken naar de mix van betaalbare koop- en huurappartementen voor senioren alsmede voor jongeren; hierbij een zorgvuldig participatietraject te volgen en voor dit project nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de WBO. De voorzitter: Ik heb een interruptie. De heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vind het een fantastische gedachte, maar ik weet dat er nog een andere partij al in overleg is met de gemeente om daar ook iets te doen. En dat is de Knarrenhof of de Noabershof of hoe dat dan ook heet. Die zie ik in dit verhaal niet genoemd. Worden zij ook in de besprekingen zoals u dat voorstelt meegenomen? De voorzitter: Gaat uw gang. En dan kom ik bij de heer Mekelenkamp. Gaat u gang. De heer Yildirim: Dank u wel. Mijnheer Van der Waal, dan weet u meer als wat wij weten. Wij waren daar nog niet van op de hoogte. Maar uiteindelijk is het aan het college om te kijken wie ze daarbij betrekt bij de plannen. We hebben hier expliciet niemand genoemd. Er zouden ook meerdere misschien lokale partijen kunnen zijn die zich daarbij willen aansluiten om hun expertise te delen en hun mening te geven. En uiteraard natuurlijk ook de buurtbewoners.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, mooi initiatief van de fractie van de WG. Goede motie denk ik ook. Ben wel even benieuwd hoe de heer Yildirim kijkt tegen het afdwingen van de mix van jong en oud. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dat niet alleen bij den beginne is, maar dat het ook behouden blijft? De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dat is op zich wel een hele mooie suggestie ook om dat eventueel erin op te nemen. Misschien dat het college daarin een toezegging kan doen, want uiteindelijk is het natuurlijk wel belangrijk dat niet mensen gaan speculeren door het aan te kopen en vervolgens weer te gaan verkopen. Dus dat is een heel mooie suggestie. De voorzitter: Gaat u verder.
De heer Yildirim: Voorzitter, natuurlijk kan het nog altijd beter, maar laten we onze zegeningen tellen in de huidige tijd. WG Oldenzaal kreeg eens het verwijt dat we mensen te vaak bedanken. En dat klopt. Wij gaan nog harder lopen van een bedankje. Dus bij dezen: dank aan alle inwoners, ambtenaren, verenigingen, stichtingen, bedrijven en iedereen die meedoet in deze mooie stad. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Verder geen interrupties. Dan dank ik u. c.
D66 De voorzitter: Dan gaan wij door naar D66. Ik constateer wel dat tot op heden alle fracties keurig, ik zou bijna zeggen zelfs ruimschoots, ik kan het niet genoeg benadrukken, binnen de tijd zijn gebleven. Ik hoop dat we die lijn kunnen voortzetten. Dit keer is de heer Van der Waal, D66, aan de beurt. Mijnheer Van der Waal. Nee, dat gaat nog niet helemaal goed. U moet nog … Ja en nu moet het goed gaan. Ja, daar staat echt Maarten van der Waal. Dat gaat goed. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik hoop dat het niet persoonlijk bedoeld is, maar ik ga misschien breken met de trend. We moeten rekening houden met een door het Rijk opgelegde bezuiniging voor Oldenzaal van 3,4 miljoen, ruim 100 euro per inwoner. Een stevig bedrag waarvoor stevige keuzes moeten worden gemaakt. Het college kiest volgens de kadernota ervoor te investeren in de stad. Punt. D66 kiest ervoor te investeren in de mensen en dan ook nog een beetje in de stad. Niet in een bijzin, maar als hoofddoel. Bij de bezuinigingen wordt de eigen organisatie ontzien. Het lijkt D66 redelijk dat bij de bezuinigingen de organisatie ook naar zichzelf kijkt en ziet hoe in redelijkheid goedkoper of efficiënter kan worden gewerkt. Hoeveel wordt extern ingehuurd? Hoe verlopen werkprocessen? D66 twijfelt niet aan de inzet van onze ambtenaren; die is ongetwijfeld hoog.
Maar zijn werkprocessen, dus onderlinge communicatie bijvoorbeeld, te verbeteren om stukken van dezelfde kwaliteit ook nog op tijd bij de raad te krijgen. In de jaarstukken 2024 lees ik dat bewust geen budget is opgenomen voor vervanging bij langdurige ziekte of tijdelijke, onvoorziene externe inhuur. We hebben te maken met een onzichtbare PM-post, niet eens een PM-post, maar een onzichtbare. Een bedrag van nul op de begroting en dat voor een aanzienlijk bedrag. D66 stelt voor het bedrag aan in te huren personeel te maximeren en de hieruit volgende bezuinigingen in te zetten voor sociaal preventieve maatregelen. Ik heb de vraag: Kan worden overwogen om samen met omliggende gemeenten een pool van mensen te vormen die als flexibele invalkracht kan fungeren? Op die manier kunnen de kosten binnen de perken worden gehouden. De voorzitter: Als u een moment heeft, want ik heb een interruptie van de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp, gaat uw gang. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, een korte vraag ter verduidelijking. De heer Van der Waal constateert dat er geen geld in de begroting zit voor inhuur van extern personeel. Vervolgens wil hij dat geld gaan inzetten om op sociaal vlak sociaal preventieve maatregelen te bekostigen. Hoe moet ik dat rijmen? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Voorzitter, dat is niet te rijmen, een post die niet in de begroting staat. Die staat op nul en omdat die helemaal niet in de begroting staat, is dat niet te bewaken. Omdat die wel blijkt te worden uitgegeven en ook moet worden uitgegeven, is het goed om daar een maximum aan te zetten, zodat er wel indien nodig mensen kunnen worden ingehuurd, maar dat dat beperkt is in hoeveelheid geld dat daarvoor uitgegeven wordt. Ik ga verder, voorzitter.
De voorzitter: Ja, natuurlijk. Gaat u door. De heer Van der Waal: Op 8 mei stond in de Tubantia een artikel waarin de inhuurkosten van verschillende gemeenten op een rij werd gezet. Kan de portefeuillehouder aangeven waarom of waardoor hierover geen informatie uit Oldenzaal bij de krant is terechtgekomen, aldus de krant? Het volgende onderwerp gaat over preventief onderhoud. Voorgesteld wordt enkele preventieve activiteiten te schrappen of af te bouwen die op termijn juist extra hoognodige besparingen zouden opleveren. We zien dat voor jeugdzorg de begrootte uitgaven van ruim 10 miljoen reeds met 1,5 miljoen moeten worden verhoogd. Ik heb daar geen kritiek op, maar die zorg en kosten moeten we willen voorkomen in het voordeel van onze jongere inwoners, zodat ze gelukkiger zijn en van onze financiën. We zien daarnaast dat de zorgkosten voor ouderen toenemen onder andere vanwege eenzaamheid. Door te investeren in ouderen kan hun geluk ook toenemen en kan op Wmo zorgkosten worden bespaard. Preventieve kosten leveren een veelvoud aan investeringen op. We zien dat als preventief onderhoud aan onze mensen, onze inwoners. Kosten voor onderhoud voorkomen grotere kosten voor schade en slijtage. En daarom wil D66 Studio15 en Twents Zilver handhaven en uitbouwen. D66 stelt voor deze activiteiten te bekostigen uit de beperking van inleenkosten voor ambtelijk personeel.
Om diezelfde reden overigens wil D66 de activiteiten van BoesCool55+, waarover nog een besluit gaat worden genomen, handhaven. Het is goed de genoemde activiteiten door te lichten om te zien of ze met minder geld kunnen draaien en of ze effectief zijn. Dat is echter wat anders dan ze ongezien de nek omdraaien. Voorzitter, het klimaat. Bij maatregelen in verband met het klimaatakkoord lopen we flink achter. Op de planning van de eerste RES hebben we een vertraging van ongeveer twee jaar. Voorzitter, het klimaat wacht niet. We zien de temperaturen al langzaam oplopen. Gelukkig pakt de gemeente de bestrijding van de gevolgen goed op. De herstructurering van Glinde-Hooiland voor vermindering van hete plekken en afvoer van hemelwater staat goed op de planning. In die eerste RES was opgenomen, dat rond deze tijd voor een aantal wijken een warmteplan zou zijn opgesteld. Hiermee is nog niet een begin gemaakt. Individuele wooneigenaren zullen hun defecte of afgeschreven verwarmingsketel al vervangen, terwijl nog niet duidelijk is welke collectieve voorzieningen kunnen worden aangeboden. Een verwarmingsketel wacht niet met defect gaan. Collectieve maatregelen zullen hierdoor per aansluiting juist duurder worden. Dus wat ons betreft, hup met de WUP.
Kan de wethouder uitleggen dat uitstel van WUP’s geen invloed zal hebben op de klimaatdoelstellingen van Oldenzaal? Voorzitter, de gemeente is op planning met de bouw van honderd woningen per jaar. Na de huidige lopende projecten zullen nieuwe moeten volgen. D66 dringt er bij het college op aan, dat de raad aan het begin van het ontwerpproces de kaders bepaalt. Type en aantal woningen, bouwhoogte, voorzieningen zijn kaders waar de raad invloed op hoort te hebben. Dan lees ik: “We organiseren de opvang en ondersteuning van de doelgroepen asielzoekers, statushouders en Oekraïners en werken daarbij ook samen in regionaal verband”, aldus de Voorjaarsnota. Het raadsprogramma volgend ... De voorzitter: Als u een moment heeft, want ik zie een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik vind het een heel interessant idee van D66 om vooraf bij de raad kaders op te halen voor woningbouwplannen. Nu is het zo dat wij in Oldenzaal … Normaliter komt de raad pas aan zet op moment als het bestemmingsplan of het omgevingsplan in dit geval bijna in kannen en kruiken is en dan is het heel moeilijk om als raad te amenderen.
Bedoelt u met deze opmerking ook dat u voorstander bent om, voordat een plan uitgewerkt wordt door een ontwikkelaar of een particulier, dat we dan bij de raad kaders op gaan halen hoe het bouwplan eruit gaat zien, wat de volumes zijn, wat het aantal woningen zijn, welke woningtypologieën het zijn? Of bedoelt u dat niet met deze opmerking? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Ik zal u vraag even interpreteren of op een andere manier beantwoorden. Ik wil in het verre voorstadium, op het moment dat de gemeente opdracht aan een landschapsarchitect of wie dat dan ook is, opdracht geeft om een plan te maken, een aantal lijntjes voor wegen en waar welke woningen komen, in dat stadium wil ik de raad al mee laten denken. Zodat inderdaad voorkomen wordt dat, zoals bij Stakenbeek, als er een bestemmingsplan of een omgevingsplan tegenwoordig wordt aangegeven voor de hele wijk, dat we dan alleen maar kunnen tekenen bij het kruisje en er geen mogelijkheid meer is om wijzigingen aan te brengen. De voorzitter: Ik was nog even bij een interruptie, dus als de heer Snijders nog even zijn knopje weer uit wil drukken. Ik heb u gezien. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik ben het helemaal met u eens. Alleen ik denk dat we dan wat zouden moeten doen aan wat we in 2022 was het volgens mij … Oktober ’22 heeft de raad besloten om pas bij dertig woningen aan zet te komen. Het college heeft nu de bevoegdheid om onder de dertig woningen in principe mandaat te hebben van de raad om het uit te werken. Ziet u hier mogelijkheden in, om hier toch nog wat aan te doen, om dat aantal te verlagen, zodat we aan de voorkant vooraf ook als raad kaders kunnen stellen? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: De grens van dertig woningen is op dit moment aanwezig. Ik twijfel daarover om die grens omlaag te brengen. Er gaan grote wijkjes aankomen. Gravenbeek II komt ooit in ontwikkeling. En als we nog verder woningen ergens neer gaan zetten, geen idee waar het zal kunnen gaan zijn, dan is het ook goed om daar van tevoren de raad te laten bepalen welk type woningen, hoe ongeveer en hoe onderling verdeeld gebouwd gaan worden, zodat we niet een wijk krijgen met duurdere woningen, een wijk met goedkopere woningen. Ik persoonlijk heb daar niet in de fractie mee gesproken, vind een Tuindorpachtige wijk met een sterke menging van duurdere en goedkopere woningen nog steeds het ideaal voor de sociale samenhang onder andere. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik vraag me af, als je heel vroeg kaders wilt opstellen, of je dat niet in een visie of beleidsdocument moet doen. Doen we met meer dingen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Wat mij betreft mag het een naam krijgen zoals u wilt, als we maar vroeg, zeker eerder dan uiteindelijk het voor te stellen bestemmingsplan eindfase worden betrokken. De voorzitter: Goed. U heeft nog 4 minuten 20. Gaat u verder. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik had het over de doelgroepen.
Hoe mooi zou het zijn om een flexibele wijk te bouwen voor de doelgroepen asielzoekers, statushouders, Oekraïners en wat dan ook, samen zelfs met urgent woningzoekenden. Het in 2023 unaniem door deze raad aangenomen initiatiefvoorstel van Solidair Oldenzaal voor flexibele woningbouw biedt hiervoor een mooie kans. D66 roept het college en de raad op zo snel mogelijk zo'n plan voor te bereiden. Een wijk die meeademt met de behoefte aan onderdak voor vluchtelingen en spoedzoekers uit Oldenzaal. Ja, zo'n plan vraagt om het creëren van draagvlak bij de bevolking, het voorbereiden van het omgevingsplan, mogelijk overleg met omliggende gemeenten, creatief
denken van het college. Laten we gisteren of als het even kan nog eerder beginnen, dan kan het snel gerealiseerd worden. Ook snel te realiseren woningen, zoals woonwagens, leveren doorstroming waar onze inwoners van profiteren. Om zo'n plan mogelijk te maken, maar ook om huisvesting voor veertigduizend inwoners te realiseren, is overleg met de omliggende gemeenten nodig. Meer overleg dan een bezoek om de positionpaper 2025 ter kennisname te laten zien. Kan de portefeuillehouder aangeven welke besprekingen hierover zijn gepland en wat het doel in de toekomst is? Voorzitter, het COA zoekt met man en macht ruimte voor menswaardig onderdak. Oldenzaal voldoet heel precies aan de taakstelling voor statushouders. Daarvoor ontvangt het college een compliment. Maar Oldenzaal doet niets om aan de Spreidingswet te voldoen. Het COA heeft volgens de woorden van de wethouder met hem overlegd en heeft zich uit dat overleg teruggetrokken. Gezien het belang van het COA lijkt het dat Oldenzaal onvoldoende heeft meegedacht aan een oplossing. Samen met omliggende gemeenten moet het toch mogelijk zijn binnen of buiten de grenzen van Oldenzaal een opvanglocatie op te zetten? En D66 dringt er daarom bij het college op aan, het gesprek met het COA met een actieve insteek opnieuw in te gaan. Is de wethouder hiertoe bereid? De voorzitter: Dit is een mooi moment voor een interruptie.
Want ik zie dat de heer Nijland die wil maken. Mijnheer Nijland. De heer Nijland: Dank, wethouder. Ik lees hier … Ik hoor uit de woorden van waarde collega, het COA heeft eenzijdig besloten om het op te schorten. Het lijkt alsof de heer Van der Waal hier de suggestie doet of de aanname, dat Oldenzaal al bij voorbaat onvoldoende heeft meegedacht aan een oplossing. Is de heer Van der Waal misschien op de hoogte van het eisen- dan wel wensenpakket van het COA ten tijde van het overleg? Want misschien was het wel zo onhaalbaar, dat een vervolggesprek überhaupt niet nodig is. Kan heer Van der Waal daar misschien iets meer uitleg over geven aangaande zijn aanname die ik hier lees? De voorzitter: De Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik kijk naar het eindresultaat en het eindresultaat is dat besprekingen zijn afgebroken. Op het moment dat je allebei met twee partijen in overleg bent en naar een oplossing wilt komen, dan ga je met elkaar zoeken naar een goede oplossing. Als een van beide partijen, met name de meest belanghebbende partij, zich terugtrekt, dan denk ik dat je niet voldoende samen hebt gedacht naar een eindoplossing. De voorzitter: Mijnheer Nijland.
De heer Nijland: Wellicht dat de heer Van der Waal dan bij zijn vraag aangaande de Spreidingswet ook de aanvullende vraag stellen kan aan de portefeuillehouder, wat de reden is dat het COA het overleg heeft opgeschort. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik stel de wethouder de vraag, waarom heeft het COA het overleg afgebroken? De voorzitter: Die is genoteerd. Gaat u verder. U heeft nog 2 minuut 4. De heer Van der Waal: D66 ziet dat er voor Glinde-Hooiland een plan is om met klankbordgroepen te gaan werken om beter met de inwoners tot overeenstemming te komen. Hulde. D66 hoopt dat dit voor andere
projecten ook de werkwijze gaat worden en dat toezeggingen worden nagekomen. Voorzitter, Oldenzaal zegt veel te doen aan armoede. D66 vraagt zich af of er nog meer kan worden gedaan. Als liberale partij willen we dat mensen in vrijheid leven zonder zich voortdurend af te vragen hoe te overleven. En als sociaalliberale partij ziet D66 graag dat onze welvaart door alle inwoners wordt gevoeld. In de kadernota zien we dat Oldenzaal 500.000 euro winst maakt op de bijstandsvoorziening; meer krijgt dan dat ze uit moet geven. Het zou mooi zijn, als dat geld werkelijk niet kan worden uitgegeven. Maar kan Oldenzaal werkelijk niet meer doen dan nu? Laten we daarom, zodra de nieuwe Participatiewet in balans door de Eerste Kamer is aangenomen, zien hoe we de wettelijke grenzen opzoeken om onze inwoners te ondersteunen, indien mogelijk aan werk te helpen, zelfstandige keuzes te laten maken, maximaal mensen ondersteunen naar een baan, maximaal mensen ondersteunen die niet in staat zijn tot werken door ziekte, handicap, et cetera. Door bezuinigingen krijgen sportverenigingen te maken met flink stijgende kosten die moeten worden verwerkt in de contributie. D66 vraagt het college deze stijging over een aantal jaren te verdelen. D66 vraagt het college voort te maken met de huurharmonisatie. De verenigingen leven hierdoor al jaren in onzekerheid.
De huur van de velden op Zuid-Berghuizen is relatief hoog, omdat de omgeving door het aanpalende bos zo mooi is. Mooi dat het zo mooi is, maar als je voetbalt, heb je niks aan een boom of een aanpalend bos. Laat de huur afhangen van de kwaliteit van het veld, niet van de kwaliteit van de omgeving. Voorzitter, D66 streeft naar een sociaal, duurzaam en leefbaar Oldenzaal voor al haar inwoners. De voorzitter: Keurig binnen de tijd. Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie de heer Bouwman nog een interruptie willen plaatsen. Die gelegenheid krijgt hij van mij. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U heeft het ook in de alinea over huisvesting over de positionpaper. Deelt u met mij de gedachte, kijkend dat wat het college gebezigd van, het is geen doel, maar een sturingsmiddel? Maar op het moment als je in elk beleidsdocument de positionpaper benoemt als zijnde we moeten toewerken naar veertigduizend inwoners, bent u het met mij eens, dat het dan uiteindelijk wel een doel wordt? Dat het een self-fulfilling prophecy gaat worden? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ben het met de vragensteller eens dat 40.000 euro in ieder geval een getal is dat niet door de raad is goedgekeurd. Maximaal kan je formuleren dat het door de raad is geaccordeerd, maar ook absoluut niet meer dan dat.