CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04b. Verslag van de vergadering van 24 november 2025

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van a. 10 november 2025 en; b. 24 november 202523.566 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dan ga ik naar D66, de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. In de voorliggende najaarsnota zien we, dat veel onderwerpen, geheel of ten dele, naar het volgend jaar, 2026, zijn verschoven. Dat betekent, dat het ambtenarenapparaat niet toekomt aan de, in de begroting opgenomen, doelstellingen, zelfs wanneer -17-

er aan deze doelstellingen geen meetbare doelen zijn verbonden. D66 maakt zich daar, evenals andere partijen dat eerder aangegeven hebben, zorgen over. Hebben andere onderwerpen, ik noem de niet-gevraagde, wettelijk verplichte position paper, de mislukte, maar verplichte, omgevingsvisie, die opnieuw lijkt te moeten worden gecomponeerd, hiermee te maken? Is de organisatie van de gemeente aan verbetering toe? De raad hier geeft geen, althans weinig controlemogelijkheden, terwijl we wel het controlerend orgaan zijn, althans de raad is. Wat denkt het college te doen, om betere controle te hebben over de voortgang van noodzakelijke en geplande werkzaamheden? Er wordt een grote post van 500.000 euro, schrik niet, genoemd om de wachtgelden en pensioenen van de wethouders bij het ABP onder te brengen. In deze tijd van bezuinigingen, is dat een bedrag wat extra aandacht nodig heeft. De oorspronkelijk gepresenteerde tekst had niet de instemming van D66, omdat uit de tekst niet bleek dat dit geld noodzakelijk is, om slechts de rechten van genoemde ambtsdragers op peil te houden, ook niet waarom het ABP als verzekeraar is gekozen en of er gekeken is naar een goedkopere optie. Pas uit de aangepaste tekst, die ook is opgeladen, blijkt dat van mogelijke zelfverrijking geen sprake is, dat is een harde gedachte, maar het past in de controlefunctie die elk raadslid heeft.

Met de aanpassing gaat D66 dan ook, alsnog akkoord met dit onderdeel. De najaarsnota laat een positief saldo zien van 1,8 miljoen, we hebben al andere getallen gehoord, maar dat komt omdat de Voorjaarsnota al een positief saldo van 2,1 miljoen laat zien, dus totaal hebben we 3,9 miljoen vrij te besteden. Oldenzaal zou het op de beurzen goed doen, echter, Oldenzaal is geen winst beogende organisatie, maar dient als geheel, op basis van belastingopbrengsten en reisbijdragen, kostendekkend te zijn in het belang van de inwoners. De begroting van het volgend jaar, laat al zien dat Oldenzaal, om het zacht te zeggen, niet de meest armlastige gemeente in de regio is. Ja, er moet worden gereserveerd voor een mogelijk komend ravijnjaar, de begroting laat hiervoor een niet-verontrustend beeld zien. Oldenzaal zou het positief saldo ook kunnen investeren om later minder uitgaven te hoeven doen, investeren om geld te besparen. D66 heeft bij de begrotingsvergadering een amendement ingediend, om te investeren in preventie, om de enorme, zij het goede, uitgaven van het sociaal domein minder te laten worden. De raad heeft dit amendement met grote meerderheid verworpen.

D66 zou graag het amendement bij deze vergadering recyclen, maar ziet het niet als kansvol, toch wil de D66 de raad in overweging geven, het amendement opnieuw te beoordelen, waarbij het gevraagde bedrag van 300.000 euro, zoals in het amendement stond, mag worden verminderd naar 200.000. Een groot bedrag, wat voor jeugdzorg van het rijk werd verkregen, wordt immers mede aan preventie voor de jeugd ingezet. Ja, het kan wel, blijkbaar. D66 hoopt op een oproep, vanavond vanuit de raad, om het amendement van de begrotingsvergadering in aangepaste vorm opnieuw in te brengen. Het kan zo worden opgeladen, maar daar wacht ik mee totdat ik daar voldoende positieve inbreng, vanuit tenminste één raadslid, hoor. Al met al, twijfelt D66 of zij akkoord gaat met deze Najaarsnota, de twijfel gaat over de bestemming van het positieve saldo. D66 ziet graag, dat een deel van dit saldo ten goede komt aan investering in onze kwetsbare en potentieel kwetsbare mede-inwoners. Over het amendement van Solidair Oldenzaal twijfelt D66, er wordt niet gesproken over de manier waarop de bestemmingsreserve wordt aangegeven, dat heb ik al aangegeven en op lange termijn hierdoor kosten worden bespaard. D66 wil akkoord gaan wanneer de uitgaven in de toekomst renderen, onder andere door ook geld te reserveren voor maatregelen om kosten te voorkomen, dat wil zeggen, preventie in het amendement op te nemen.

En ik heb eerder al aangegeven dat de motie van VVD, die beperkter vind dan het amendement van Solidair, dus met de motie van de VVD zal D66, zoals er nu uitziet, maar je weet nooit, niet meegaan. Tot zover. De voorzitter: Volgens mij zie ik een interruptie van de heer Bouwman, dat klopt, mijn indruk. De heer Bouwman.

-18-

De heer Bouwman: Dank u wel. Even twee vragen, begrijp ik goed dat u een amendement achter de hand heeft, die u wellicht nog wil indienen? De heer Van der Waal: Dat heb ik en dat zou ik dan, als de ingediend is, en u hebt hem gelezen, mogelijkerwijs willen integreren met uw amendement. De heer Bouwman: U maakt het wel heel spannend. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Maar ik zou dat toch, ik wil daar wel op reageren, maar ik heb geen tekst voor mijn neus. Dus als u dat toch zou willen delen met de raad, dat praat wat makkelijker. En ten tweede, u heeft het over dat u graag preventie erbij in wil. Dat is natuurlijk, dat zou ik ook wel graag willen, maar we moeten een concrete bestemming aan die bestemmingsreserve geven. Als we alle doelstellingen binnen deze gemeente gaan stapelen, dan is het ook maar een potje van … Ik zou zeggen, ik daag u uit om een bestemmingsreserve preventie in te stellen, dan kunnen we het daarover hebben. De voorzitter: De heer Van der Waal, tot slot. De heer Van der Waal: Ik ga graag mee met het amendement van Solidair Oldenzaal, onder voorwaarde dat daar ook de doelstelling preventie voor gezondheidszorg en ouderen, bij wordt opgenomen. En dat is maar een van de vele doelstellingen van de gemeente. Dus uw opmerking, dat u alle doelstellingen van de gemeente zou moeten noemen, geldt in dit geval niet in mijn ogen.

De voorzitter: Volgens mij zag ik ook nog de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dan zou ik de heer Van der Waal graag met de heer Lulofs en de heer Bouwman en mezelf, uitnodigen voor een kop koffie, zo meteen tijdens de schorsing, om toch eens even kijken naar het nodige kunst- en vlechtwerk, om alles tot één gezamenlijk motie, amendement te laten komen. En als andere fracties willen aansluiten, mag dat uiteraard ook. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij komen we daarmee aan het eind van de eerste termijn van de raad. Ik constateer dat er een motie en een amendement is ingediend, een amendement door Solidair Oldenzaal en een motie door de VVD. En dan gaan we nu over tot een reactie vanuit het college en dan begrijp ik dat er een wens is om te schorsen. Volgens mij is die er, maar dat gaan we zo meteen even doen, door de VVD. De heer Van der Waal, u heeft nog een punt? De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Op basis van de discussie en de vragen die gesteld zijn, heb ik de griffie verzocht, mijn voorgestelde amendement alsnog op te laden. Ik denk dat dat via de mail tot gaat u komen. De voorzitter: Dat is goed, maar ik constateer wel dat u hem nog niet heeft ingediend, maar dat zou in een tweede termijn kunnen, maar dan kan al wel iedereen er kennis van nemen. Volgens mij moeten we het zo even beschouwen.

Dan ga ik nu over naar het college, wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg: Dank u wel, voorzitter. Onze najaarsnota, er werd al meerdere keren positief over gesproken, maar ook soms wel met de nodige zorgen. Want aan de ene kant houden we veel geld over en dat lijkt positief, maar dat betekent ook dat we een aantal taken niet hebben kunnen -19-

uitvoeren, die we wel hadden begroot en hadden gepland, dat aan de ene zijde. Aan de andere zijde, is Den Haag ook eindelijk met een fors bedrag over de brug gekomen en dat eigenlijk ter compensatie van wat we eerder te weinig hebben gekregen, daar zijn we in ieder geval erg blij mee, dat Den Haag eindelijk inziet, dat wij een aantal jaren echt te kort hebben gekregen, voor onder andere jeugdzorg. En dat ze ook in hebben gezien dat we meer geld in het gemeentefonds moeten krijgen voor de komende jaren, waardoor dat ravijn dus is uitgesteld naar 2028, maar dat neemt niet weg dat we nu dus moeten gaan beslissen, wat we willen doen, met die 3,9 miljoen, die we nu over hebben. Of dat hoeven we niet nu te beslissen, maar dat is in ieder geval wel het voorstel, wat het college bij u heeft neergelegd. College is van mening dat de algemene reserve een goede bestemming hiervoor is, want u kan daar altijd zelf nog beslissen, wat u daarmee wil doen. Er worden nu verschillende voorstellen gedaan, welke richting we daarmee uit kunnen gaan en dat daar gaat u uiteraard over, maar het college heeft dit bewust zo voorgesteld. Dat was dus 2,5 miljoen wat we in de algemene reserve nu willen plaatsen en 1,4 miljoen die we in een nieuw te vormen reserve voor preventie van jeugd willen doen, waar we in de toekomst toe ook proberen de kosten op het gebied van jeugd wat naar beneden te brengen.

Dus al met al, is dat wel iets, waar wij als college in ieder geval achter staan, dat we het op deze manier voorstellen. Het amendement, zoals dat is ingediend door Solidair Oldenzaal, we begrijpen dat u zoekt naar andere oplossingen. Volgens mij kunt u dat op dit moment ook, als u een goed voorstel heeft, inderdaad vanuit de algemene reserve wil doen, want u wilt nu iets in een nieuwe reserve stoppen, waarvan het doel nog niet helemaal duidelijk is. Ik hoor inderdaad wel dat u zegt, die lastenverlichting moet er zijn, voor inwoners en verenigingen. Maar als er dan een aanvraag komt, het is niet helemaal duidelijk wat u daar precies mee bedoelt. Dus voor dit moment wil het college die ontraden, of u moet een opdracht meegaan geven hoe hem precies voor zich ziet, maar op dit moment, kunnen wij hier nog niet mee aan de slag. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Het is het college dan niet helemaal helder, maar ik heb de doelstelling helder voor dit amendement. Het college hoeft ook niet ermee aan de slag, het is de raad die daarstraks mee aan de slag moet.

Als wij met voorstellen willen komen, om de lastenverlichting voor inwoners en verenigingen te beperken, en over drie weken staat inderdaad de belastingverordening op het programma, dat is misschien al een eerste mogelijkheid uit zo'n potje te kunnen putten, dus dat is de doelstelling. Ik heb hem vooraf denk ik ambtelijk ook al gecheckt, of die op deze manier helder genoeg was? Technisch klopt die helemaal, dus wat ons betreft duidelijk genoeg. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Zinkweg: Het is wel over het algemeen zo, dat op het moment dat het bestemmingsreserve is en daar zit een doel aan, dat u dan ook het college de opdracht geeft om bijvoorbeeld, vanuit dat doel, ook wat kunnen uitkeren. En als dat dan matcht op elkaar, dan kunnen we daar een klap op geven, maar als u wil dat die voorstellen via de raad gaan dan kan dat ook, maar voor nu is het niet iets wat het college omarmt. We denken dat dit nog wat omslachtig is en niet duidelijk is er precies wordt bedoeld. We ontraden het voor nu, wellicht dat die straks nog duidelijker wordt en dat u meer richting geeft, in wat precies de bedoeling is. Ik snap dat u wilt gebruiken als een potje, maar dat kan ook met de algemene reserve, dus daar is niet per se deze aparte pot voor nodig. De voorzitter: De heer Bouwman.

-20-

De heer Bouwman: Dank u wel. Technisch, misschien kan dat uit de algemene reserve, maar we zitten nu drieënhalf jaar al in deze raad, iedere keer als wij wat uit de algemene reserve willen halen, wordt alles geblokkeerd, omdat de raad vindt dat we deze moeten bewaren voor forse financiële tegenvallers. En op het moment, als wij zeggen, er is 19 miljoen, zit er al in de algemene reserve, daar wordt over het algemeen van aanvaardt, dat ruim voldoende is. Dan vinden wij, als er geld over is over een jaarschijf, dat we dat in een potje kunnen stoppen, zodat we daar ten alle tijden over kunnen putten, zodat we die discussie niet hoeven te voeren, of dat uit de algemene reserve hoort te komen of anderszins, vandaar. De voorzitter: De wethouder. Gaat u verder. Mevrouw Zinkweg: Dan blijf ik bij het ontraden, want het college is van mening, dat dat dus ook uit die algemene reserve kan. Maar u gaat er uiteindelijk over en u gaat het ook over, over het voorstel, zoals dat is ingediend door Solidair Oldenzaal. Dan de motie van de VVD, ook daar, het is eigenlijk een beetje hetzelfde als wat ik zojuist heb aangegeven, dus niet per se voor of tegen. Deze geeft wel iets meer richting, omdat die ook naar de toekomst toe wat vaker wat inbrengt.

En u kunt daar natuurlijk ook weer over gaan, als dan daadwerkelijk een pot is gevuld en als er een OZB-verhoging aan zit te komen, dat u dan een andere opdracht meegeeft, maar ook hier, denk ik dat het goed is, dat u daar als raad over nadenkt, wat u daarmee wilt. Dit soort dingen kunnen ook uit de algemene reserve, maar het kan ook in een fonds, het is aan u. U geeft hiermee iets meer richting, dan het amendement van Solidair Oldenzaal, omdat dit alleen dan, zoals u het nu beschrijft, over een OZBverhoging gaat. Maar wat ik al zeg, het is aan u, dat is in ieder geval hoe het college ernaar kijkt, dus wij staan daar neutraal in. Even kijken, zijn er nog verdere vragen gesteld? Er zijn al een aantal beantwoord, afgelopen week, volgens mij geen directe vragen voor mijn portefeuille? De voorzitter: Wethouder, voordat u stopt, volgens mij zie ik nog een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: De wethouder geeft aan, dat ze niet akkoord wil gaan, met, althans dat ze het ontraadt, het amendement, zowel als de motie van de VVD, omdat daar nog wat vaagheden in zitten. Ik heb in het verleden meer, ik noem het even, bestemmingsreserve of fondsen, of wat dan ook, zien ingesteld worden, waarbij op dat moment ook nog niet duidelijk was, hoe dat precies ging worden uitgegeven.

Is het niet logisch, dat er nu een goed idee is en dat dan gevraagd wordt? Laten we daar nog een reglement, of wat dan ook van maken, zodat het op een goede manier gaat worden uitgegeven? Hier wordt gesproken, over een bestemmingsreserve, er wordt gesproken over een compensatiefonds, daar moeten natuurlijk nog wat reglementjes voor komen. En als dat reglement er is, zou u dan wel akkoord kunnen gaan met de bestemming van deze gelden? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg: Ik hoef daar niet mee akkoord te gaan, want daar gaat u over, dus het enige wat het college doet, dat is: we ontraden het, of we zeggen, dit is wel een hele goede motie, daar kunnen we echt goed mee verder. Ik denk wel, als u een bestemmingsreserve instelt, dat het verstandig is dat u daar ook goede gronden onder heeft, wanneer dat ook daadwerkelijk ingezet kan worden. En u bent er dan voor om dat mee te geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er vanuit de zijde van het college nog meer wethouders zijn? Ja, wethouder Christenhusz.

-21-

De heer Christenhusz: En dan, daar doet hij het. Er was nog een vraag open blijven staan van de PvdA, de heer Lulofs, die ging over de werkgelegenheid, dat wordt momenteel uitgezocht, mijnheer Lulofs. En u zult waarschijnlijk die antwoorden op zeer korte termijn van ons ontvangen, maar ik had ook aangegeven, dat ik niet exact wist of ons dat lukte voor deze raadsvergadering, bij dezen. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan kijk ik even naar de heer Mekelenkamp, hoeveel tijd heeft u nodig voor de schorsing? En ik zie ook de heer, ik zal eerst even de vraag afmaken voor de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ik zie de heer Van der Waal drie vingers in de lucht steken. Ik hoop niet dat hij zegt, drie minuten, maar mijn voorstel zijn tien minuten, tien. De voorzitter: Tien minuten. Maar voordat ik overga, zie ik in ieder geval nog een aantal vingers. Eerst de heer Yildirim. De heer Yildirim: Voorzitter, is niet helemaal volgens, normaal gesproken komen wij aan de beurt in de tweede termijn, maar gezien de schorsing zou het misschien logischer zijn als wij nu onze bijdrage gaan houden? Dat is uiteraard aan de raad en ik weet niet hoe het CDA daar ook naar kijkt? Want die heeft ook een bijdrage, waarschijnlijk, in tweede termijn.

De voorzitter: Als dat zinvol is voor de discussie, ook in de schorsing, heb ik daar geen bezwaar tegen, maar ik kijk even rond, of we af willen wijken van de afspraak, die we met elkaar gemaakt hebben. Denk er nog even over na, dan kom ik daar zo dadelijk bij u op terug, maar ik zie nog eerder de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik heb nog een vraag openstaan die waarschijnlijk door de burgemeester beantwoord zal moeten worden, en die vraag die luidde, ik heb hem voorgelezen: wat denkt het college te doen, om betere controle te hebben over de voortgang van noodzakelijke en geplande werkzaamheden? De voorzitter: Dat is niet aan de burgemeester, want die gaat alleen maar over personeelszaken en niet over wat u nu vraagt, want die is veel breder van insteek, maar wellicht dat in de tweede termijn daar een reactie op komt. Ik kijk even naar de vraag die de heer Yildirim heeft gesteld, ik kijk even rond. Allereerst kijk ik even richting de VVD, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, heel flauw gezegd, we hebben een Reglement van Orde en als de fractie van de WG een bijdrage had willen doen in de eerste termijn, dan hadden ze vorige week gewoon ‘als bespreekvoorstel’ door moeten geleiden. De voorzitter: Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid, ik denk de heer Lulofs.

De heer Lulofs: De heer Mekelenkamp heeft helemaal gelijk, wat dat betreft, maar als het, gezien de schorsing die voorstaat, verduidelijkend is, dan zou ik gewoon zeggen, pas aan en geef het woord. De voorzitter: Dan ga ik nog even richting het CDA. De heer Gelevert: Ik denk wel dat invloed kan hebben op de schorsing, wat ik erover zou willen zeggen, laat ik het zo zeggen. Anders moet ik het daar doen.

-22-

De voorzitter: Dan ga ik D66, wilt u nog een reactie geven op de vraag, die er vanuit de WG is gesteld? Ik zie u geen, ja, u maakt aanstalten. Ga uw gang. De heer Van der Waal: Ik moet daar te hard over nadenken, dus voorlopig geef ik geen opmerking. De voorzitter: En dan tot slot, de heer Bouwman. De heer Bouwman: U mag van mij betreft wel het woord. De voorzitter: Volgens mij hebben we dan een meerderheid, met de WG meegeteld, dan de heer Yildirim, dan bent u dan. Nee, net zoals de rest, dan is het gelijke monniken, gelijke kappen. En dan ga ik ook nog even kijken naar het CDA, of zij de behoefte hebben, want dan vind ik ook dat het CDA die gelegenheid moet krijgen. Maar eerst de WG, de heer Yildirim. De heer Yildirim: Daar ben ik. Goedenavond allemaal. We hebben een vriendelijk verzoek ingediend, dus bedankt voor jullie vriendelijkheid, dat wij hier in het eerste termijn mogen spreken. In het politiek forum van vorige week, hebben wij bewust gekozen om dit agendapunt, de najaarsnota, een financiële bijstellingsdocument conform te behandelen, maar gezien de discussie die we hebben, ook hebben aangehoord, hebben we het een en ander uitgezocht en nagezocht.

In 2021 heeft de raad besloten, om in de P&C-cyclus van acht financiële documenten naar vijf documenten te gaan, waarbij er drie informatief van aard zijn, waaronder ook deze en twee, waarbij er hevig gedebatteerd kan worden. Met het oog op een efficiënte P&C-cyclus, maar als wij op dit moment kijken, naar hoe de raad omgaat met de P&C-cyclus, krijgen wij wel het gevoel, dat we nogmaals de begrotingsbehandeling opnieuw aan het behandelen zijn. Laten we niet vergeten wat het doel is van een najaarsnota, de najaarsnota is niets meer en niets minder dan een beleidsrapportage en een financiële bijstelling met een prognose van de te verwachten resultaten. Pas bij de jaarstukken in juli, zijn de cijfers definitief. Bij de behandeling van de kadernota, willen we de nieuwe raad de nodige financiële ruimte geven en pas een besluit nemen over de mogelijke overschotten op de jaarrekening 2025, in juli 2026. Wij zullen dan ook niet meegaan met de motie van de VVD en het amendement van de SO, omdat we niet voor de troepen willen uitlopen en voldoende beleidsvrijheid willen creëren voor de nieuwe raad van 2026 tot 2030. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een tweetal interrupties. Ik begin eerst bij de heer Bouwman en dan bij de heer Mekelenkamp. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel.

Het verbaast me wel een beetje, deze bijdrage, want volgens mij zijn we als raad vrij om elk P&C-document te behandelen, zoals wij het willen behandelen. Wij dienen een amendement in, omdat wij zien dat er een financiële ruimte is en u zegt, we moeten wachten tot een nieuwe raad. U gaat nu al een beetje, u wilt eigenlijk volgens mij helemaal niks meer doen deze raad, want ik begrijp ook niet het argument dat u zegt, we mogen dit niet echt bediscussiëren, maar anderzijds stelt het college ons wel voor om die tweeënhalf miljoen algemene reserve te vinden. Dan het ons goed recht als raad, ook omdat we budgetrecht hebben over deze gelden, om dan zelf te bepalen waar we deze gelden in stoppen. Dus u verwijt ons nu, dat wij hier een politieke discussie gaan houden over een Najaarsnota, maar we zitten hier in een politieke arena. Ik vind het heel flauw van u dat u deze opmerking maakt. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoor geen vraag. Dan ga ik naar de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp.

-23-

De heer Mekelenkamp: Voorzitter. De heer Yildirim, die vroeg aan ons als raad om hem spreektijd te geven in de in de eerste termijn, met de beredenering: dit kan van invloed zijn op de schorsing. Tijdens mijn bijdrage heb ik een uitgestoken hand geboden aan de heer Yildirim, net als ik aan alle andere partijen heb gedaan, overigens. Ik heb ook tijdens de interruptie op de heer Van der Waal en de heer Bouwman ook nogmaals gedaan, maar vervolgens zie ik zeker in de bijdrage, die de heer Yildirim nu levert, geen toenadering. Wat was het exacte doel van zijn bijdrage, op dit moment, in deze termijn? Want ik heb niet het gevoel dat het überhaupt iets heeft geholpen richting de schorsing. De voorzitter: De heer Yildirim. De heer Yildirim: Voorzitter. De heer Mekelenkamp, die kan het rustig nakijken achteraf, maar ik heb niet gezegd dat het van invloed zou zijn op de discussie. Ik heb alleen aangegeven dat het logisch zou kunnen zijn, ook gezien de CDA, die nog een bijdrage moest doen en wat was uw vraag, voor de rest? Qua handreiking, ook nog, ik zou voorstellen, als u uw handreiking zo ver, zo breed gaat trekken, uiteindelijk, zo algemeen mogelijk en dan kunt u hem misschien ook een algemene reserve noemen? De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Mekelenkamp, nog één keer.

En dan ga ik nog met de vraag naar het CDA, of zij nog behoefte hebben aan … Ik heb ook de heer Van der Waal gezien. De heer Mekelenkamp, nog een keertje. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, volgens mij is het enige wat de heer Yildirim wil doen, is achteroverleunen en wachten tot het 1 april is. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog even naar de heer Van der Waal en dan kom ik bij het CDA. De heer Maartens wil ook het, dat kan natuurlijk, zo meteen. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De heer Yildirim, die spreekt zichzelf tegen, denk ik, hij geeft aan: wij kunnen niets aan gelden veranderen. Tegelijkertijd geeft hij aan, dat de doelstelling van de najaarsnota is, een financiële bijstelling, wat in het amendement en de motie, en dan heb ik het niet over of ik daarover enthousiast ben, maar wat in die beide zaken wordt aangegeven, is een financiële bijstelling. Dus hoe kan de heer Yildirim zeggen, dat wij hier niet over kunnen beslissen? De voorzitter: De heer Yildirim. De heer Yildirim: Ik heb niet gezegd, dat wij iets kunnen veranderen aan de gelden en dat wij hier niet over gaan, dat soort dingen heb ik niet gezegd. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Waarom wilt u dan niet meegaan, zelfs in het nadenken over het amendement en de motie? De voorzitter: De heer Yildirim.

De heer Yildirim: Zoals we hebben aangegeven, laten wij dit over aan nieuwe raad en dat vinden wij behoorlijk bestuur. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Maartens. De heer Maartens.

-24-

De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Dit wordt improviseren, ik had niet echt iets voorbereid, maar dat kan, heb ik gemerkt aan de VVD, dus dat durf ik vanavond wel aan. En ik wil het eigenlijk maar over één ding hebben en dat heet sparen. Ik heb hier heel veel discussies gehoord over waar geld naartoe moet en we hebben een mooie spaarpot, gelukkig hebben wij een mooie spaarpot en daar kunnen wij, wat wij ook maar willen doen, uit gaan betalen. En wat is er dan mis mee, dat is de vraag die wij oprecht hebben, wat is er dan mis mee, dat wij die spaarpot vullen, met het doel om, op het moment dat wij iets willen bereiken, daar geld uit te halen? Met een heldere en duidelijke bestemming en een opdracht aan het college, college, dit moet u daarvoor gaan doen. En dan kom ik eigenlijk bij de bijdrage die ik, of het verhaal wat ik gehoord heb van de wethouder financiën. Die zegt namelijk precies hetzelfde, als wij lastenverlichting willen doen, in de toekomst, daar hebben wij nou juist die spaarpot voor. Als wij iets bijzonders willen aanschaffen als gemeente, dan hebben wij daar juist die spaarpot voor. Als wij vinden dat er in de stad iets moet gebeuren, dan hebben wij daar juist die spaarpot voor.

Als wij vinden … Die spaarpot is volgens mij nou juist bedoeld voor al dit soort dingen, dat betekent eigenlijk, dat als wij kijken naar het amendement en de motie, dat wij dat best ingewikkeld vinden. Aan de ene kant denken wij, hartstikke sympathiek om van alles te doen voor onze inwoners, wij willen niets anders dan heel veel doen voor onze inwoners, volgens mij zijn wij met zijn allen daar raadslid voor geworden. En ik zou ervoor willen pleiten namens mijn fractie, laten we gewoon sparen en het geld uitgeven op het moment, dat wij dat echt nodig vinden. Dat geldt ook, als we het hebben over preventie. Wij zijn heel erg voor preventie, wij roepen dat volgens mij al sinds, in ieder geval sinds wij de overdracht van Wmo en jeugdzorg naar de gemeente hebben. En wij denken, wij zijn er eigenlijk van overtuigd, dat je daarop kunt bezuinigen, maar dan moet je wel weten waar je die preventie toe wilt passen en welk doel je daarmee wilt bereiken. Lastenverlichting, ik hoor dingen over de parkeertoestanden, daar hebben we nog niet eens over besloten, en dan gaan we nu? Nee, het komt formeel in de belastingverordening naar ons toe en daar nemen we een besluit, dus ik denk, als we dat niet willen, amenderen we dat belastingbesluit maar. Kortom, een pleidooi om toch echt richting algemene reserve te laten gaan en een besluit te nemen op het moment dat je dat daadwerkelijk moet doen.

Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een interruptie vanuit de zijde van SO. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u, voorzitter, dit keer mevrouw Berger, want er is wel degelijk een besluit genomen in de programmabegroting, we hebben gelden gereserveerd, die wij moeten ophalen. Ik, en met mij anderen, hebben de brief van de parkeergelden namelijk al op onze deurmat gekregen en die is niet mis, mijnheer Maartens. Dus de inwoner denkt, dat zij dadelijk een exorbitante parkeervergunning verhoging krijgen, want zo wordt het ook gesteld. Dus ik ben het zeer zeker niet mee eens, dat we dat nog moeten besluiten, het geld is al begroot in een begroting, de brieven zijn al gestuurd, we moeten vechten tegen de bierkaai volgende, in het forum en bij de raadsvergadering, om dat nog terug te draaien. Ik hoop trouwens op uw steun daarvoor. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Dat laatste kan ik natuurlijk helemaal nog niet zo toezeggen, daar gaan wij vast nog iets van vinden en volgens mij, moeten we juist op dat moment daar discussie met elkaar voeren. De voorzitter: Nog één keer, mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Heel fijn, dank u wel. En dat is precies waar ons amendement dit keer over gaat, wij willen die gelden onder andere alvast reserveren, zodat we volgende week in het politiek forum, waar

-25-

heel veel mensen komen inspreken, in ieder geval wat beweegruimte hebben. Dat is een beetje de essentie van dit amendement en denk ik ook van de motie van de VVD. De voorzitter: Ik kijk even of er vanuit de zijde van de heer Maartens behoefte is, om daarop te reageren. De heer Maartens: Volgens mij was dit geen vraag aan mij. De voorzitter: Ik kijk nog even of er, mevrouw Vloothuis. Mevrouw Vloothuis namens de WG. Mevrouw Vloothuis: Even voor alle duidelijkheid, op 10 december stellen we pas de verordeningen vast, daar gaan wij als raad over. 15 december, sorry, 15 december, daar gaan we als raad over. Het college heeft een voorstel gedaan in deze richting, dit even ter verduidelijking. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik volgens mij de heer Van der Waal. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter. Ik ben zeer oud en in mijn jeugd, waren er in mijn leefomgeving heel veel mensen, die het niet breed hadden en die hadden allemaal een spaarpotje met een aantal gleuven. Eentje voor de bakker, eentje voor elektriciteit, eentje voor dit, eentje voor de huur, eentje voor nog wat, dus het is een, blijkt die periode, zeer goede methode om verschillende spaarpotjes te hebben. Niet één grote spaarrekening, waarvan je niet van tevoren weet, hoe dat ooit uitgegeven gaat worden, maar afzonderlijke spaarpotjes kunnen wel degelijk heel zinvol en efficiënt zijn.

Ik wil graag het commentaar van de heer Maartens daarop. De voorzitter: Dank u wel. De heer Maartens. De heer Maartens: Dat kan, want natuurlijk ken ik dat soort mooie blikken doosjes met verschillende gleufjes daarin, waarin je geld kon doen voor gas, water, licht, noem maar op, een heel regiment. Maar nu heb ik een hele mooie bankrekening en daar heb ik een spaarrekening bij en daar kan ik ook allemaal potjes in aanmaken, als ik dat wil. Ik heb er zelfs een aantal, ik zal u niet vertellen welke allemaal, maar daar heb ik … Als overheid hebben wij, denk ik, die ene grote spaarpot, waar wij echt uit kunnen doen wat wij willen, waar de hele raad iets van kan vinden en waarvan iedereen met initiatieven kan komen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog één keer naar de heer Van der Wal en dan kijk ik of we tot een einde van de eerste termijn kunnen komen, want dan willen we ook schorsen. De heer Van der Waal en ik heb nog een paar andere vingers gezien. Eerst de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik beloof dat dit laatste opmerking zal zijn. Ik hoor dat de heer Maartens op één bankrekening, één spaarrekening, verschillende bestemmingsreserves heeft, dat is mijn interpretatie van wat hij formuleerde.

De gemeente heeft ook één bankrekening en daarop kunnen verschillende bestemmingsreserves zijn ondergebracht, dus ik vraag me af, waarom hij alsnog tegen een zekere vorm van bestemmingsreserve is. De voorzitter: Ik kijk of de heer Maartens daarop wil reageren, maar volgens mij heeft hij dat al in de eerste reactie gedaan, maar kijk nog even voor de zekerheid naar de heer Maartens. De heer Maartens: Ik denk dat ik daar verder niet op hoef te reageren. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Mekelenkamp. -26-

De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Allereerst complimenten voor de heer Maartens, voor het spreken uit zijn hart voor Oldenzaal natuurlijk. Korte vraag, de afgelopen jaren, u heeft het misschien niet helemaal paraat, maar hoe vaak hebben wij onze algemene reserve aangewend om lastenverlichting, zij het in OZB, maar zij het ook op andere manieren, voor onze inwoners te bewerkstelligen? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ik weet er in ieder geval één, we hebben, ik weet niet eens precies meer wanneer, hebben wij drie ton extra beschikbaar gesteld in het sociaal domein, volgens mij driemaal een ton, drie jaar lang, in het sociaal domein, voor nou juist die preventieve zaken. En ik kijk even richting college of ik het ongeveer goed heb? De voorzitter: Dat doen we altijd via de voorzitter. De heer Maartens: Sorry, voorzitter. De voorzitter: We merken zo meteen wel, of het college daarop kan reageren. Dank u wel. Ik kijk nog even naar, want ik probeer echt, want we hebben nog een heel groot onderwerp te gaan, de DrieEenheidschool, dus houd het mij ten goede, ik wil er wel een beetje tempo … En ik krijg de indruk, dat volgens mij alle argumenten wel zijn uitgewisseld met elkaar, maar u kunt dat ook nog in de schorsing doen.

Ik kijk echt wel, want een aantal van u heeft de vinger opgestoken, die geef ik nog de gelegenheid, maar dan wil ik echt over te gaan tot die schorsing. De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter. Laatste vraag dan, aan de heer Maartens. Zou het dan niet mooi zijn, dat wij ons als raad door een expliciete bestemmingsreserve, een expliciet potje, wat speciaal voor gas, water en elektra is, zoals u het noemt, om die juist daar dan voor te maken, zodat we onszelf als raad ook dwingen om daar explicieter naar te kijken? En niet te zeggen, het is één grote hoop, misschien komen er nog wel donkerder wolken op ons af. Laten we daar iets explicieters van maken, zodat we ook dat meer en vaker kunnen doen. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Daar ben ik het van harte mee eens, maar dan ook zodanig expliciet dat wij het college opdracht kunnen geven, college, dit is de bestemmingsreserve, dat willen wij ermee bereiken, komt u met een plan voor ons? De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Moeten we zo denk ik nog wel even, naar aanleiding van de opmerking van collega Vloothuis, aanstaande maandag hebben wij natuurlijk ook de nodige inbreng, kunnen we u al geven, ook naar aanleiding van de opmerking van de overkant van Solidair Oldenzaal.

Ook ons zijn die berichten binnengekomen, over die echt abnormale verhogingen en ik denk dat we een flinke discussie kunnen hebben aanstaande maandag, maar vanavond hebben we het daar niet over. Vanavond is een voorzetje voor heel wat andere zaken en ik vind dat we die discussie over parkeertarieven en dat soort zaken, aanstaande maandag moeten gaan voeren en dan geven we de klap erop op 15 december. En u kunt van ons inderdaad verwachten dat we daar de nodige opmerkingen over zullen hebben, ik wilde het even kwijt. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Lulofs.

-27-

De heer Lulofs: Het stelt me zeer teleur, dat de heer Maartens, denkt dat hij als raadslid hier, voorzitter of deelnemer is van een grote spaarclub, dat kan het niet zijn. Je zit in de gemeenteraad als raadslid, maar ook als bestuurder, daar aan die tafel, om om te gaan met schaarste, geld is in principe schaars binnen de gemeente. En de heer Maartens loopt lang genoeg mee, om ook te weten dat op het eind van het jaar, als de leges en de gemeentelijke heffingen en belastingen wordt vastgesteld, dat er eigenlijk helemaal geen ruimte is, om daar nuances in aan te brengen, om daarmee op bepaalde momenten mee naar beneden te gaan. Daarvoor hebben we jaren geleden al eens een keer een hele discussie gehad, hier in de raad, waarbij we toen in juni een keer de discussie hebben gevoerd, moeten we bijvoorbeeld met die toeristenbelasting, kunnen we daar wat mee? Hondenbelasting, hebben we toen gehad, omdat het in december nooit lukt. De voorzitter: En de vraag? De heer Lulofs: Waarom denkt u dat het deze keer dan wel zou kunnen lukken, waarom wilt u dat uitstellen? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ik denk, ik hoor Solidair Oldenzaal, ik hoor de WG, ik denk, we hebben oprecht met elkaar een, als we dat vinden we met elkaar, hebben we oprecht met elkaar die discussie te voeren. En dat moeten wij volgens mij 15 december doen. De voorzitter: Goed, ik kijk nog even rond.

De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb toch het idee dat ik scherp moet zijn vanavond, want ik meen mij te herinneren, uw bijdrage bij de programmabegroting heb ik er even bij gepakt, want CDA doet nu net of zij prima kunnen putten uit die algemene reserves, dat een potje, wat wij hebben voorgesteld, niet nodig is. Maar u schrijft zelf bij de programmabegroting het volgende: nog steeds dreigt er een ravijnjaar, nu in 2028, wat ons betreft dus geen ruimte om de voorgenomen maatregelen verder te verzachten of de algemene reserve aan te spreken. Met alles wat ons nog te wachten staat, zoals vaste investeringen en mogelijk incidentele bijkomende kosten, kunnen we die in de toekomst nog hard nodig hebben. Daarnaast biedt dit ruimte voor de nieuwe raad en het nieuwe college na de verkiezingen in maart 2026, dus u volgt eigenlijk gewoon de lijn van de WG, we gaan vanaf nu niks meer doen en we gaan de algemene reserves niet meer aanspreken. Of bent u van standpunt veranderd? De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ik ben niet van standpunt veranderd, daar moet wat meer voor komen dan dit soort vragen. Laat ik helder zijn, hoe zeg ik dat nou op de goede manier, om het ook helder te laten zijn.

Wij vinden dat je tot, en dat ben ik heel erg eens met de VVD, tot de gemeenteraadsverkiezingen kun je gewoon besluiten nemen en waar nodig moet je die ook nemen, maar ik vind het volstrekt overbodig om besluiten te nemen en dingen in potjes te stoppen als we niet weten wat we met die potjes moeten gaan doen. De voorzitter: Volgens mij hoor ik nu een punt. Nog één keer en dan ga ik echt tot een afronding komen, want ik herhaal mijzelf, u bent in herhaling van standpunten bezig. Ik hoor niets nieuws en dan stel ik mij echt neutraal op. De heer Bouwman.

-28-

De heer Bouwman: Maar dan toch, want u zegt drie weken geleden dat u de algemene reserves niet gaat aanspreken, ik wil graag dat u daar nu duidelijk in bent. Gaat u dat wel, bent u dat wel van plan, of niet? Want dan hoeven we geen discussie daarover te voeren. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Volgens mij ben ik heel duidelijk geweest. Ik heb een pleidooi gehouden om te sparen en het geld uit te geven op het moment, dat je daadwerkelijk een duidelijk doel hebt en een opdracht kunt meegeven aan het college. Duidelijker kan ik het volgens mij niet zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu over tot schorsing en dat is een schorsing van 10 minuten. Ik heb hier staan, 21.23 uur, dat betekent dat ik u hier om 21.33 uur weer terug verwacht. Ik schors de vergadering. Ik zou wel willen beginnen, maar ik mis degene die de schorsing heeft aangevraagd nog, in ons midden. Ik weet niet of hij onderweg is, op het moment dat hij dat is dan wil ik weer beginnen. Ik heropen de vergadering en ik ga allereerst naar de heer Mekelenkamp, want hij heeft de schorsing aangevraagd. En dat betekent ook dat we bij de tweede termijn zijn van de Najaarsnota en de tweede termijn, dat wilde ik eigenlijk zeggen, van de raad. Dus de heer Mekelenkamp, aan u het woord. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, haastige spoed is zelden goed.

En zeker als die haastige spoed dan ook nog onder hoge druk staat, laat ik het daarop houden. We hebben het er goed over gehad, met alle mensen die erover wilden meedenken. We zijn echter niet tot een volledige tekst gekomen om alles samen te vlechten, wel de intentie geweest, in ieder geval, waarvoor ik ook de mensen die er waren dank. Ik in ieder geval, wij dienen onze motie in as is, met de ene tekstuele wijziging die ik in de eerste termijn heb doorgegeven. Tegelijkertijd gaan we zien wat de stemming ons gaan brengen, zal ik het niet langer houden. De voorzitter: Dank u wel. Dus ik begrijp dat u uw gewijzigde motie handhaaft? Oké, dank u wel. Dan ga ik naar SO, de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Mekelenkamp, wij laten ons amendement in zijn geheel staan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de Partij van de Arbeid, behoefte aan een tweede termijn? De heer Lulofs. De heer Lulofs: Geen behoefte, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan kom ik bij D66, heeft u behoefte aan een tweede termijn? De heer Van der Waal: Dat heb ik, maar ik heb meer behoefte aan denktijd, dus daar ga ik even mijn tijd aan besteden. Dank u wel. De voorzitter: Maar u heeft nu de gelegenheid om inbreng te geven, er is geen derde termijn.

Maar ik kijk voor de zekerheid zo meteen, als ik het rondje heb gemaakt, of u alsnog in de tweede termijn, die ruimte wil ik u geven. De heer Van der Waal: Nee, ik ga gebruikmaken van het derde termijn en dat heet dan de stemverklaring.

-29-

De voorzitter: De stemverklaring, dat kan natuurlijk ook heel goed. Dan kom ik bij de WG, de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is er niks veranderd en dit keer kan ik wel eens zeggen, dat ik geen inbreng heb, die de discussie zal veranderen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA, de heer Maartens. Niet? Volgens mij, dan kijk ik nog naar het college, of er van de zijde van het college nog behoefte is. Niet? Goed, dan beëindig ik de beraadslagingen en dan gaan wij over tot stemmen en ik wil allereerst de gelegenheid geven aan D66, want zij wil nog een stemverklaring afgeven. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, het gaat over het amendement als stemverklaring, ik ga met het amendement mee, hoewel ik het jammer vind, dat daar het woord preventie niet in staat, maar ik hoop dat dat, als het ruim genoeg genomen wordt, dat het alsnog een keer als uitgave erin komt. Ik ga dus mee. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog meer mensen van de gelegenheid gebruik willen maken om een stemverklaring af te geven, dat mag zowel bij het amendement, de motie of bij het voorstel zelf. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Mag denk ik voor zich spreken, als het amendement het niet haalt, dat we zo meteen tegen de najaarsnota zullen stemmen. De voorzitter: Dank u wel.

Goed, dan breng ik allereerst het amendement van Solidair Oldenzaal, zoals ingediend en niet gewijzigd, in stemming. U kunt uw stem op het amendement, zoals zonet toegelicht, uitbrengen. En dat is gebeurd. Voor 5, tegen 17, dat betekent dat het amendement is verworpen. Dan kom ik bij het voorstel zelf, wat niet geamendeerd is en ook daar kunt u nu uw stem op uitbrengen. Dank u wel. U ziet het, WG voor, ik zal het allemaal even toelichten, D66 tegen, VVD voor, het CDA voor, de Partij van de Arbeid voor en ook Solidair Oldenzaal voor. Dat betekent dat het met 21 en 1 stem tegen, is aangenomen. Mevrouw …: ‘Motie …’ De voorzitter: Nee, nee, nee, de motie is altijd als derde. Dan breng ik nu de motie in stemming, de motie die gewijzigd is, toegelicht door de VVD en dat is, even kijken, behorende bij de Najaarsnota OZB-compensatiefonds. Ik breng eerst de motie en dan kijk ik even naar rechts, want anders loopt alles door elkaar heen. Nu eerst de motie, breng ik instemming, van de VVD. U kunt uw stem nu uitbrengen. U ziet het, even kijken, 9 tegen, dus de WG tegen, de VVD voor, het CDA 1 voor, 3 tegen, SO voor, Partij van de Arbeid voor en D66 voor, dat betekent 12. Precies, 10 voor, 12 tegen. Dank, griffier. Dus dat betekent, dat de motie is verworpen.

En dan kijk ik even naar rechts, want volgens mij wilde de heer Bouwman nog een interruptie, het is geen interruptie, maar een opmerking maken. U heeft uw stem wel uitgebracht, maar u mag wel aangeven, dat daar aan uw zijde een foutje is gemaakt, maar dan komt dat in het verslag, dat wijzigt niets meer voor het stemmen. De heer Bouwman: Uiteraard. De voorzitter: Ga uw gang.

-30-

De heer Bouwman: Dank u wel. Dat was een fout van onze zijde, wij waren in een voorstelling, dat de motie in stemming werd gebracht, maar het was het voorstel zelf, inderdaad, waren niet scherp, maar we worden geacht tegen te hebben gestemd. Dank u wel. De voorzitter: En die zullen we in het verslag als zodanig opnemen. In zijn algemeenheid is het altijd zo, maar u zegt het zelf al, je brengt eerst een amendement op een voorstel in stemming, dan het voorstel zelf en vervolgens de moties, als dat aan de orde is. Dat is de volgorde, die in heel Nederland op deze manier wordt gebezigd, maar u heeft gelijk, u heeft de mogelijkheid en dat heeft u nu gedaan, om dat in het verslag nog anders aan te geven. Helder, mooi, dank u wel. 8. Haalbaarheidsonderzoek Drie-Eenheidschool De voorzitter: Dat betekent dat we naar het volgende onderwerp op onze agenda kunnen gaan en dat is het Haalbaarheidsonderzoek Drie-Eenheid. Alle fracties willen hierover het woord voeren. Als u met mij naar de klok kijkt, dan hoop ik, dat we dat met enige spoed kunnen doen, maar dat is uiteraard aan u. Vooraf heeft Solidair Oldenzaal aangegeven, graag als eerste het woord willen voeren, omdat zij met een amendement komen. Ik weet niet of mevrouw Berger degene is, die het woord voert, of de heer Bouwman? Mevrouw Berger. Ga uw gang.

Mevrouw Berger: Hij doet het, en ik besta, want ik was mijn pasje vergeten, dus bedankt. Goedenavond, vanavond ligt ter besluitvorming voor ons, het voorstel tot het instemmen met vervangende nieuwbouw voor de Drie-Eenheidschool. Hiervoor kan het college waarschijnlijk op meerderheid van de stemmen rekenen, echter zal de fractie van Solidair Oldenzaal tegen dit voorstel stemmen. En niet omdat wij de Drie-Eenheid met al haar leerlingen geen nieuwe school gunnen, maar omdat dit allerduurste scenario vol risico’s zit. Omdat wij niet enkel tegen willen stemmen zonder oplossing, dienen we daarom het amendement in voor scenario 2B BENG plus Gevelbehoud in. Redenen waarom wij liever hadden gezien, dat er een ander scenario werd gekozen, is als volgt: er is veel onduidelijkheid over wie de kosten draagt, voor de aanschaf en installatiekosten van zonnepanelen en eventuele kosten voor teruglevering van stroom. Sterker nog, zijn al die zonnepanelen wel aan te sluiten op het net? Onze vraag aan het college, want dat werd mij niet geheel duidelijk uit de antwoorden vanuit het forum, is er nu wel of geen netcongestie afgekondigd voor deze nieuwe grootverbruiksaansluiting? Ook is niet inzichtelijk wie de kosten draagt, bij de vertraging die eventueel optreedt, bij het archeologisch onderzoek, vertraging vanwege eventuele zienswijze op de bestemmingsplanwijziging en dergelijke meer.

Zijn deze gesprekken inmiddels gevoerd met stichting Konot en wanneer kunnen wij hier eventueel een terugkoppeling op verwachten? Vervolgens, voorzitter, wil ik de raad graag nog even meenemen in de gang van zaken. Bij het vaststellen van het IHP, werd ons op het hart gedrukt dat wij per school de mogelijkheid kregen om te kiezen voor een BENG-gebouw of een ENG-gebouw. Toen wij met ons amendement aan de slag gingen, hebben wij ervaren, dat het eigenlijk best wel heel lastig is om zo'n besluit technisch juist op papier te krijgen. Zo is bij punt 3 uit het raadsbesluit, dat gaat over de hoogte van het voorbereidingskrediet, is het onmogelijk te amenderen, zonder dat hier vertraging bij komt. Wij hebben simpelweg niet inzichtelijk wat het voorbereidingskrediet zal zijn, als we voor een ander scenario zouden willen gaan, zo goed en zo kwaad hebben wij geprobeerd dit op te schrijven. Onze fractie vindt het jammer en we zien liever geen vertraging, bij het eventueel amenderen van een raadsbesluit en hopen dat wij dit bij een volgend haalbaarheidsonderzoek beter inzichtelijk kunnen krijgen. Voorzitter, nog een laatste punt dat ik wil maken over de prille weerbaarheid van een energieneutraal gebouw.

Overal zien wij de nieuwe campagne van de overheid: ben jij voorbereid op een noodsituatie? In reclames, in de krant, zelfs in het Sinterklaasjournaal, de scholen die we allemaal opper ambitieus laten nieuwbouwen of verbouwen, zullen ontzettend lijden tijdens een -31-

stroomstoring: er is nergens sprake van een noodaggregaat. Raadsleden, zullen wij daar met zijn allen nog eens over na kunnen denken, willen wij geen samenleving zijn, waarin we met zijn allen kunnen samenkomen in de scholen, bij een ramp of calamiteit. De plek die veel mensen kan borgen, waar kinderen graag komen en zich veilig voelen. Waarom dendert de energietransitie maar voort, terwijl de risico's, de manco's en de actualiteiten ons volledig inhalen? Dank u wel. Zal ik dictum nog even voorlezen, of is dat duidelijk? De voorzitter: Nee, nee, mag u voorlezen. Mevrouw Berger: Dan moet ik even schakelen naar die zijde, want die heeft hij, momentje. Excuses, staat niet in het ... Piet Paniek, nee, gekkigheid, in het raadsbesluit, waar staat punt 2 en punt 3, te wijzigen in: 2, conform het haalbaarheidsonderzoek, in te stemmen met scenario 2B Renovatie BENG en Gevelbehoud ter vervanging van de twee huidige locaties van de Drie-Eenheidschool in één schoolgebouw aan de Meijbreestraat. En punt 3, de raad zo snel mogelijk voor te stellen een besluit te nemen over beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet dat past bij scenario 2B. De voorzitter: Dank u wel, dank u wel. Dan ga ik naar de volgende fractie en dat is de VVD, mevrouw Nevels.

Even voor alle leden, bent u vast voorbereid, als u het woord wilt, dan krijgt u van mij het woord, maar dan zou het wel fijn zijn, als u dan ook het pasje al bij de hand heeft. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Zijn we streng. De voorzitter: Ik heb voorzitters van fora die ik als voorbeeld gebruik. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ik beschouw dat wel als een compliment, voorzitter. Dank u wel. Ik doe ook even een bijdrage uit het hart, we zijn blij met het voorliggende plan. Wij zijn blij, dat de Drie-Eenheidschool een mooie nieuwe locatie krijgt. Wij snappen, na alle beantwoording van de wethouder, ook waarom er een nieuwe locatie moet komen en geen vernieuwbouw gaat plaatsvinden. Mooie inbreng van mevrouw Berger, kan ik me ook wel iets in vinden, ook wij hebben nogal afkeurend tegen het ENGgebouw aangekeken, maar we hebben ook geleerd dat ENG niet altijd eng hoeft te zijn, dus stemmen we daar dan wel mee in. Dan even over de gevel, u zou het niet van mij verwachten, maar wat mij betreft mag deze gevel wel gaan. We zijn blij met het muurtje wat blijft, wat nog een beetje historisch aspect behouden blijft voor de school, maar we wensen in ieder geval de leerkrachten en de kinderen heel veel plezier in hun nieuwe gebouw en we hopen dat we snel kunnen gaan starten. De voorzitter: Interruptie van de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel.

Ik vind wel pijnlijk, dat u zegt dat de gevel mag gaan, want dat is juist iets waar we als Oldenzaal trots op moeten zijn, de cultuurhistorische waarde, die die gevel in zich heeft. Er zijn al heel veel beeldbepalende karakteristieke gebouwen in Oldenzaal al gesloopt in het verleden, we hadden juist gehoopt van de VVD dat ze ons hierin zouden kunnen steunen. Ik zou toch willen oproepen om nog een keer na te denken over ons amendement en dan daarbij wil ik toch nog eventjes refereren aan een discussie die we hebben gehad bij het IHP destijds. U zei, we hebben daar nog alle ruimte voor. Nu is deze ruimte er en dat vind ik het dan toch jammer, dat u dan toch voor ENG kiest. Dat voelt toch een beetje onbevredigend, op dit moment. De voorzitter: Mevrouw Nevels, als u daarop wilt reageren? Mevrouw Nevels: Ik hoor niet echt een vraag, maar ik wil wel even reageren. Ik zei net al, u zal van mij verwachten, dat ik dan voor behoud van een gevel ben, maar in deze in deze gevel ligt het -32-

anders, deze gevel is niet van die historische waarde. Ik heb wel uitdrukkelijk verzocht, aan de wethouder en ook de toezegging gekregen, dat als het gebouw herbouwd wordt, in een nieuw gebouw, dat er rekening gehouden wordt met het straatbeeld, zoals dat nu ook is, in de wijk. En door die toezegging, ben ik ook bereid om dat principe dan te laten varen, omdat het beter is en het gebouw op een betere wijze kan worden ingedeeld, omdat het nu allemaal een houtje-touwtjeconstructie is, als je vanaf de plattegrond naar beneden kijkt. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik kijken naar de WG, wie wil vanuit … De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Hij doet het. De voorzitter: Af en toe tot tien tellen. De heer Winkelhuis: Voorzitter. Het voelt een beetje, alsof ik hier nou mijn spreekbeurt ga houden, want het gaat over een school en over een nieuwe school. En ik had ook al een titel, een beetje een Engelse, BENG or ENG, that’s the question, want volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat iedereen blij moet zijn met een nieuwe school. Het biedt voor de kinderen en de leerkrachten natuurlijk een fantastische kans, om daar hun eigen school van te maken. En dat zal met medewerking van en de gemeente en stichting Konot gaan.

Daarnaast biedt het ons de kans om op de Noordwal nieuwbouw te plegen, woningbouw, en we hebben als fractie van de WG, maar volgens mij komt dat vanuit de hele raad, nadrukkelijk ook verzocht, al vaker, om daar met name te kijken naar een- en tweepersoonshuishoudens, die ook nog betaalbaar zijn, en voor ons is dat rond de 250 tot 300.000 euro, maar dat even terzijde. Bij het IAP, hebben we het ook gehad over de mogelijkheid om inderdaad keuzes te maken, wij kiezen inderdaad voor ENG plus circulair, dat doen we bewust. Op pagina 44 van bijlage 1 vinden we nadrukkelijk een aantal argumenten waarom we daarvoor zouden kiezen, ik ga die niet allemaal herhalen. En dan nog even op de gevel, als WG Oldenzaal zijn wij ook voor het behoud van historische elementen. Als je ziet hoeveel problemen dat op zou leveren bij de nieuwbouw van deze nieuwe school, dan moet je soms toch eventjes gas terugnemen. En wij zien het als een geweldige uitdaging voor een architect, om daar een schoolgebouw neer te zetten in samenwerking met en de leerlingen en de onderwijsgevenden, maar ook met de met de omgeving, dus met de buurt. Om daar iets moois neer te zetten wat past en wat recht doet aan de situatie daar. Ik zou haast zeggen, ik ken wel een architect daar in de buurt, die daar een fantastisch plan voor zou kunnen maken, maar daar ga ik dan verder natuurlijk niet over.

Wat betreft de energiebesparing en de Konot, als we ENG door kunnen voeren en dat levert een energiebesparing op, dat betekent een energiebesparing ook op de exploitatie, dan hoop ik dat de Cornet inderdaad ook bereid is, om daar goed naar te kijken. Dat zal in de gesprekken, dat stond ook in het in het voorstel, zal dat nadrukkelijk worden meegenomen, om te kijken hoe we daar met elkaar toch een goede oplossing voor kunnen vinden. En we zijn benieuwd, of ons dat gaat lukken om van de Cornet nog wat meer los te peuteren. Dan nog de opmerking, die collega Egbers vorige week heeft gemaakt over de groene oase, dat was een soort parkachtig idee wat wij hadden, trek die dingen aan elkaar, het hele ding. Ik heb begrepen dat daar eigenlijk een voorstel vanuit ons zou moeten komen, dat gaan we niet doen. We hebben het hier nu genoemd, we hebben het vorige week genoemd en het zou eigenlijk logisch zijn om daar met elkaar over en ook met de buurt, van gedachten te wisselen, hoe kunnen we dit zo mooi mogelijk inrichten, zodat zo veel mogelijk mensen daar gebruik van kunnen maken? Dan ten slotte, we gaan niet op onze handen zitten, we geven vanavond zeven miljoen uit, wat ons betreft. Dus we gaan lekker door met uitgeven van gelden. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Niet? De heer Bouwman, toch? De heer Bouwman.

-33-

De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoorde de WG net, bij monde van de heer Winkelhuis aangeven, dat het behoud van de gevel op allerlei problemen stuit, maar ik heb dat in de stukken niet echt naar voren zien komen. Wat gaat het aan extra risico’s opleveren, ten opzichte van de risico's voor nieuwbouw? En die zitten er namelijk ook in. De heer Winkelhuis: Die staan er nadrukkelijk in, op pagina 44. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Maar ik zou wel even willen weten, wat die risico's dan zijn, want anders moet ik nu gaan zoeken, maar de risico's zijn ook in het raadsbesluit opgenomen en daarin zie je dat ook voor nieuwbouw, er nadrukkelijk risico's zijn die je bij renovatie van het gebouw, niet hebt. Ik zie niet zo de zwaarte in van uw argument om te kiezen voor nieuwbouw, want … De voorzitter: Dat gaan we nu horen van de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Een extra argument, die zal ik er nog bovenop gooien, is dat de afschrijving voor de nieuwbouw 45 jaar is, bij renovatie is het 30 jaar, de extra kosten zijn 7000 euro per jaar die je dan meer hebt en dan heb je een nieuw gebouw, zodat je niet over 30 jaar weer voor hetzelfde circus staat, als wat we nu vanavond voorstaan, plus alle technische problemen die dat met zich meebrengt. Dat zijn voor ons meer dan voldoende argumenten om voor ENG en circulair te stemmen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, volgens mij verder niet. Dank u wel. Dan ga ik door naar de Partij van de Arbeid, want ik ga gewoon even het rijtje langs. Niet? Het CDA niet. Dan D66 en SO, heeft haar inbreng al geleverd. Dan ga ik nu naar wethouder Rödel. Mevrouw Rödel: Goed gaat, gaat goed. Dank u wel, voorzitter. Weinig vragen van andere partijen, dan de vragen van Solidair, met eigenlijk een amendement op dit voorstel. En dit amendement, daar gaan wij van zeggen, dat kunnen jullie beter niet doen, want in de toekomst, dan wordt ENG gewenst, verplicht, circulair plus, dat is iets wat wij als gemeenteraad ook aan hebben genomen met elkaar. En jullie hebben ons de opdracht gegeven om circulair te gaan bouwen, dat doen wij met deze school. Wij zijn hiermee op de toekomst voorbereid en het amendement wat u voorlegt, daar zegt u, in het bestaande gebouw, voeg daar twee scholen samen, die school van de Noordwal erbij. En dat kan gewoon simpelweg niet, er is geen ruimte voor, dit is een schoolgebouw van vroeger, gebouwd op basis van wat er toen aan leerlingen was, met een brede gang met lokalen aan de zijkant, daar passen geen twee scholen in. Dus de wens die u heeft, dat is gewoon niet uitvoerbaar, daarom raden wij dat amendement af.

Wij hebben niet voor niks dit voorstel neergelegd, omdat wij ook denken en dan komen we ook even terug op uw vraag, die u heeft gesteld in het forum, wat eigenlijk de status van het Oversticht is. Wij kunnen afwijken, op moment dat wij denken, dat dit functionele problemen op gaat leveren, op moment dat wij het advies ter harte nemen, dat levert het bij deze op. Wij willen een onderwijskundig goed gebouw neerzetten voor leerlingen, waarmee ze de toekomst in kunnen en voor dit schoolteam, waar ze hun onderwijskundige visie goed kunnen uitvoeren. En wij denken dat dit voor de komende veertig jaar een functioneel goed gebouw gaat zijn. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie, ik zag twee vingers, dus ik weet niet helemaal zeker wie van SO nu de … Mevrouw Berger, ga uw gang.

-34-

Mevrouw Berger: Ik …Ik had nog één vraag openstaan betreffende de netcongestie. Dat komt bij een andere wethouder? De voorzitter: Nee, we hebben maar één pot, ach, dus toch? Ik weet niet wie, mevrouw Rödel, of? Mevrouw Rödel: Netcongestie gaat mijn collega beantwoorden. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Oude-Engberink. Dan zie ik toch nog, dat is voor mij af en toe wel heel verwarrend, maar wethouders die toch nog even wil blijven staan, dan kom ik bij de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. We zijn individueel gekozen, dus we spreken soms ook individueel. U zegt van … De voorzitter: Daar kun je wel wat van vinden, maar u heeft gelijk, maar je kunt het ook op een andere manier insteken, maar dat is een andere discussie. De heer Bouwman: Dat klopt, dat gaan we een keer in het ‘…’ dan bespreken, maar u zegt, we staan voor goede gebouwen, uiteraard, wij ook. Het wordt dan net gedaan alsof het alternatief, dat we dan krakkemikkige, lekke gebouwen gaan neerzetten, maar dat is natuurlijk aller allerminst het geval. BENG is hartstikke goed, aan de Hengelosestraat staat een Nutschool, is BENG gebouwd, dat is een prachtig gebouw, kunnen we niet zeggen dat dat nadelig is voor de leerlingen daar. Dat wordt al een beetje net gedaan of BENG, dat dat veel slechter is dan ENG, maar dat is natuurlijk niet zo, dat wil ik toch even gezegd hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338129/3