CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 transcriptverslag vergadering 7 november 2022

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 7 november 202231.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

vielen en die hebben … 395, 395, ja. En naast deze ambtshalve toekenningen zijn er 1234 aanvragen ingediend, daarvan zijn er 965 toegekend, 44 zijn nog in behandeling en 225 zijn afgewezen. Dus in totaal zijn er 1360 aanvragen toegekend. De 225 die afgewezen zijn zat hem vooral op de grens van 120 procent die we gesteld hebben. Nou, we hebben niet exact en dat is dan het antwoord op vraag twee, zicht op het aantal huishoudens die recht hebben op de energietoeslag, omdat we natuurlijk niet van iedere inwoner ook de inkomenssituatie kennen als gemeente. Maar wat hebben we er aangedaan om de toeslag onder de aandacht te brengen bij de Oldenzaalse inwoners? Nou, er is natuurlijk ongelooflijk veel publiciteit geweest, zowel landelijk maar ook in de lokale pers. We hebben social media gebruikt, we hebben de KOM gebruikt, we hebben het vermeld op de website, er is contact geweest met een tweetal zorgorganisaties in Oldenzaal om mede ook naar aanleiding van vragen ‘…’ mij rechtstreeks aangaf in verband met aanleunwoningenproblematiek. En ik denk zeg maar dat we echt wel heel veel gedaan hebben om onze inwoners erop te wijzen dat ze die toeslag kunnen gaan aanvragen. We hebben een budget toegekend gekregen van het Rijk voor 2022 van ruim 2,3 miljoen.

Daar is bijna 1,8 miljoen aan uitgegeven en daar zit ook een stukje uitvoeringskosten voor onze eigen organisatie in en dat betekent dat we nog 560.000 euro voor het jaar 2022 beschikbaar hebben. Mensen kunnen nog tot en met 31 december 2022 aanvragen en er zijn dus nog 44 aanvragen in behandeling. En overigens heeft het Rijk ook aangegeven dat we ook voor 2023 weer energietoeslag mogen gaan uitkeren aan de mensen die daar recht op hebben. Dan de discussie en uw vraag … De voorzitter: Wethouder, als u, momentje, er is een interruptie van de heer Visscher. De heer Visscher: Dat geld wat wij dan nog over hebben, moeten wij dat daarvoor reserveren? En als het niet opgaat, gaat het dan terug of mogen we dat eventueel ook voor andere doeleinden inzetten zoals vandaag besproken? De heer Christenhusz: Het is geen specifieke uitkering dus dat betekent zeg maar dat op het moment dat we middelen overhouden, dat we ze in kunnen zetten op andere terreinen, ja. 560.000 euro. Dan het inkomenscriterium te verruimen naar 130 procent, ja, uiteindelijk zeg maar hebben we daar als college niet voor gekozen. Ja, we volgen de lijn, dat heb ik volgens mij in eerdere vragen tot uw partij ook aangegeven, we volgen de lijn zeg maar van het Rijk, VNG en Divosa. Ja, het staat u natuurlijk vrij zeg maar om een signaal af te geven raadsbreed: goh college, we vinden toch dat we naar die 130 procent moeten.

Of dan die 560.000 euro voldoende is, dat kan ik op dit moment niet overzien. Dan verruimt u hem categoriaal, dat betekent en dat wil ik wel even aangeven, dat u niet kunt zeggen: als de 560.000 op is verstrekken we niet meer. Nee, dan zult u bij moeten lappen uit uw eigen financiële middelen. En misschien toch ook in de afweging meenemend, het overgrote deel van de gemeenten kiest nog steeds de lijn van 120 procent wet minimumloon en volgt dus de Rijkslijn, de lijn van de VNG en de lijn van Divosa. Even kijken, Solidair Oldenzaal had geen vragen en binnen de WG-beschouwingen zaten ook geen vragen die betrekking hadden op mijn portefeuilleonderdeel. Dus voorzitter, ik ben klaar. De voorzitter: Dank u wel. Dan … Ja, ik zie de heer Maartens nog, wethouder, moment. De heer Maartens. De heer Maartens: Ja, toch een aanvullende vraag nog op … Ik begrijp dat er genoeg geld beschikbaar komt voor een energietoelage voor 2023. Heb ik dat goed begrepen? De heer Christenhusz: Dat klopt.

-32-

De heer Maartens: Dan is de vraag ook: is dat dan ook weer bedoeld voor categoriale bijstand of mogen we daar zelf beslissen hoe we dat doen? De heer Christenhusz: Was dat laatste maar zo want dat heb ik volgens mij al een keer eerder ook in uw richting aangegeven, dat ik zelf ook niet zo heel erg gelukkig ben met het feit dat deze regelingen onder een categoriale regeling vallen, maar het is echt dezelfde regeling die we hebben voor 2022 zal waarschijnlijk ook de regeling voor 2023 worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Snijders. De heer Snijders: Ja, ik heb een vraagje over het noodfonds nog. Ik vroeg me af hoe lang het in, hoelang het al bestaat. Dus het is nu halverwege, maar hoelang bestaat het, hoeveel wordt eruit geput? En ten tweede: stel dat het leeg is en er komt iemand en die komt nergens voor in aanmerking en die zou normaal in het noodfonds voor in aanmerking komen, maar het is nu leeg, sturen we hem dan terug of gebeurt er wat anders? De voorzitter: Wethouder. De heer Christenhusz: Het noodfonds kennen we sinds 2013 en omdat het echt zeg maar het allerlaatste instrument is wat we inzetten en altijd eerst kijken naar wat zijn de andere voorliggende voorzieningen die we kunnen gaan benutten, betekent ook zeg maar dat we in al die jaren, nou, het bedrag eruit hebben moeten halen wat we eruit hebben gehaald.

En de afspraak die destijds met de raad gemaakt was, dat is dat op het moment zeg maar dat als de bodem in zicht zou gaan komen, dat we dan met u als raad de discussie gingen voeren van of we het noodfonds zeg maar weer zouden kunnen voeden. Dus ja, dat is het antwoord dat ik u moet geven. De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Visscher tot slot en dan ga ik naar de volgende collegelid. De heer Visscher. De heer Visscher: Dus we hebben een fonds, hebben we negen jaar en daar halen we nog niet de helft uit, dan in mijn ogen werkt ons armoedebeleid dus heel erg goed. Of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Wethouder. De heer Christenhusz: Ik denk zeg maar dat je kunt concluderen dat we heel veel voorzieningen hebben in onze stad, maar het is een beetje ook wel de portefeuille van mevrouw Rödel, maar dat je heel veel voorzieningen hebt waar je zeg maar gebruik van kunt maken en dat je soms zeg maar net tot de conclusie komt dat die voorzieningen niet ingezet kunnen worden en dat je dan een noodfonds nodig hebt.

Overigens kan ik me ook wel voorstellen, dan maak ik het toch even wat breder, dat zeg maar met de situatie rondom energietoeslagen waar we nu mee te maken krijgen, dat er misschien wat vaker en sneller en wat hogere bedragen een beroep op het noodfonds wordt gedaan, want dat kunnen denk ik ook onze partners die in de Vereniging Armoedepact verenigd zijn denk ik ook niet ophoesten met elkaar. Zo eerlijk moeten we denk ik ook wel zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Even kijken. Nou, we hebben inderdaad net het raadsprogramma unaniem aangenomen en daaruit kunnen wij voldoende inspiratie uithalen om later weer op terug te komen. En voor nu heb ik eigenlijk niet zo heel veel vragen die ik hoef te beantwoorden, wel twee moties en een amendement waar ik even een reactie vanuit het college op -33-

geef. De motie waterstof van de VVD. Op dit moment is het zo dat de taak voor waterstofleidingnet primair ligt bij de netbeheerders. En wij zijn als gemeente ook met de netbeheerders in gesprek via de regionale energiestrategie. En via dit spoor worden wij op de hoogte gehouden en haken wij aan wat ook noodzakelijk is en krijgen wij de koppelingen weer terug. Dus op dit moment ook als je kijkt naar de lokale regelgeving is eigenlijk de opslag van het waterstof nog nu te vroeg. En wij zijn van mening om nu nog even de landelijke regelgeving ook hierin op te volgen en momenteel dat dat nu voldoende is. Dus hierbij zouden wij eigenlijk willen adviseren om toch deze motie aan te houden, dus ontraden wij deze. De voorzitter: Ik zie de heer Visscher, wethouder. De heer Visscher. De heer Visscher: Ja, dank wel voorzitter. Ja, het gaat er juist om dat we op tijd zijn. Dus het gaat er juist om dat we niet afwachten maar dat we dat beleid nu al maken, want dat gaat straks heel snel. Ik denk dat de eerste vraag die zal heel snel hierheen komen. Want er zijn, worden steeds meer mogelijkheden beschikbaar om zelf waterstof te produceren en dan moet je het ook opslaan. Dus ik zou juist echt met klem willen zeggen: ga in ieder geval hiernaar kijken. De voorzitter: Wethouder. De heer Yildirim: Dank u wel.

Ik zeg ook dat we, hè, wij zijn al in gesprek met de netbeheerders en wij zijn ook al via de regionale energiestrategie in gesprek met die netbeheerders. Dus wij staan niet stil, wij gaan ook in die ontwikkelingen mee en waar nodig is hebben wij eigenlijk, doen wij daar al in mee. Dus wat dat betreft op dit moment alleen dat is nog te vroeg om dit al lokaal op te pakken. Want het gaat om het landelijke en het gaat om de netbeheerders hierin. Even kijken, een tweede motie is over de … De voorzitter: Ik zie nog meer vingers, wethouder. Mevrouw Ailo-Zaia en dan mevrouw Berger. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u voorzitter. Even terug op de motie. Uiteraard vanuit onze kant reageren we altijd positief als het om duurzaamheidsinitiatieven gaat, dat geldt ook voor waterstof, het idee, hè, dat je op tijd daarin bezig moet gaan staan we helemaal achter. Alleen vragen we ons wel één ding af en dat sluit een beetje aan op wat de heer Yildirim nu ook aangeeft: moeten we dit niet parkeren naar het moment waarop we de RES bespreken? Want daar hoort hij eigenlijk in thuis. De voorzitter: Ja, dat is, als ik u goed beluister, want u keek, ik zat ook even te kijken hoe u nonverbaal reageerde, eigenlijk een interruptie op de interruptie van de heer Visscher.

Nou, dat mag hij meenemen bij zijn volgende termijn of er nu op reageren, maar dat laat ik graag aan hem over, maar het was volgens mij niet bedoeld richting de wethouder. Dan zie ik nog mevrouw Berger, die had ik beloofd. Nou, heel eerlijk van u. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank je wel. Ja, ik had ook een interruptie op de interruptie. Ik was wel nieuwsgierig, want we hebben ooit eens de discussie gehad bij afvalbeheer dat we niet het beste jongetje van de klas hoefden te zijn, ook niet voor hoefden te lopen. Maar bij waterstof wil de VVD dat liever wel dus, begrijp ik. De voorzitter: De heer Visscher. Ja, ik snap dat. De heer Visscher. De heer Visscher: Ik zal ze dan toch meteen maar allebei meenemen. Ja, wachten op de RES, ja, als het daarin ook besproken, ik zou niet per se wachten, want waar gaat het namelijk om? Morgen komt -34-

er misschien een aanvraag van een bedrijf die zegt: ik wil waterstof opslaan. En dan moeten wij zeggen: ja, wij hebben daar nog geen regels voor gesteld dus het kan niet. Daar gaat het om. Dus het heeft niks met, het heeft natuurlijk met geld te maken, het is gewoon puur regelgeving en als het college zegt: ja, we houden hem aan, misschien is het toch verstandig om dan misschien in RESverband of in regionaal verband eens te gaan informeren bij andere gemeenten of bij de provincie of er misschien regelgeving aan zit te komen. Dat bedoel ik ook een beetje met proactief. Ik zeg niet dat we morgen hier regelgeving moeten hebben, maar het is nadenken om daar te komen. De voorzitter: Dank u wel. Dat was een reactie, ik zie dat mevrouw Ailo-Zaia daar nog op wil reageren en dan wil ik graag mevrouw Berger de gelegenheid geven. Ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, dank u voorzitter. Ja, het doel van de regionale energiestrategie is inderdaad om dat integraal samen met de andere gemeentes op te pakken en als je dit daar ook op dat moment daarbij zet, dan hebben ze daar ook waarschijnlijk de financiële middelen voor om dat in gang te zetten. De voorzitter: Dan mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter.

Ik wilde graag aan het college vragen om zich bij deze situatie ook zo proactief op te stellen zoals ze zich normaal van die kant laten zien, want ik vind het een heel goede motie van de VVD. Ik denk ook: regeren is vooruitzien, je kan beter eerder zijn dan te laat. De voorzitter: En daarmee kom ik weer terug bij de wethouder. Wethouder, aan u. De heer Yildirim: Dank u wel. Hiermee heb ik ook niet gezegd dat wij niet, hè, proactief hierin spelen, dus wij zijn echt wel proactief ook betrokken, daarom ook dat wij dit in de regionale energiestrategie hebben meegenomen en dat we daar ook al met gesprek zijn met de netbeheerders. Dus dit loopt al voor zover het mogelijk is en voor zover het kan. Alleen wij moeten nu met elkaar ervoor zorgen dat wij, misschien … Energie moeten we gewoon goed verdelen en dan gaat het hier om de energie en de capaciteit die wij gewoon zelf ook hebben hier binnenshuis. Dus ook daar moeten we rekening mee houden en met elkaar gaan kijken: moet je nu zoals u hem net even in het begin aangaf: moeten wij nu zelf dingen inderdaad in gang gaan zetten of beleid gaan uitvoeren. Of is het inderdaad: blijf op de hoogte, hè? Volgens mij bedoelt u het laatste. Haak aan waar het nodig is, ga kijken wat er nu ook landelijk speelt. Maar dat haal ik niet uit hier de motie van u.

Dus vandaar dat ik ook zeg ik: laten we gewoon verder gaan met het zoals wij hem nu hebben ingezet met regionale energiestrategie waar wij dat hebben aangekaart en waar het nodig is gaan wij met de netbeheerders ook in gesprek en pakken wij het ook verder op voor zover dat ook lokaal noodzakelijk is. Dan de motie over verduurzamingslening. Op dit moment zijn wij als college een advies aan het voorbereiden over de verschillende mogelijkheden van maatregelen die wij in de financiering voor de inwoners kunnen verzorgen voor de verduurzamingsmaatregelen. Want waaronder ook een duurzaamheidslening via de SVn, dus hiermee eigenlijk kom je dan ook de motie zoals u hem hier heeft staan, kom je dan ook tegemoet. Dus hier zijn wij al mee bezig, u noemt ook hier een bedrag in, nou ja, het is dan even de vraag inderdaad: moet dat dan dit bedrag zijn? Maar in principe is het eigenlijk kunnen we hierin wel meegaan en wij zullen de suggesties die ook hier in de oproep staan richting ons college, die zullen wij ook meenemen in de verdere uitwerking en dan zullen we ook met een raadsvoorstel komen. Er was net ook even een discussie over de huurders, met name WBO maar ook de particuliere huurders. Dit is ook een doelgroep die wij nog ook meenemen in het verhaal en waarbij we dan ook kijken naar de meerjarenplan voor de isolatiemaatregelen, hoe en wat moeten we nog verder -35-

uitwerken, maar dit is in ieder geval een doelgroep die we ook meenemen in het totaalplaatje. Dus wat dat betreft kunnen we hier eigenlijk met de motie wel meegaan. En dan nog een amendement vanuit de fractie van WG Oldenzaal, Partij van de Arbeid, over de starterslening. Nou, hierbij kunnen we eigenlijk zeggen: met dit bedrag die beschikbaar wordt gesteld voor de stad, dus van onze stad, kunnen we ook inderdaad zoals het ook bedoeld is meteen aan het begin van het komende jaar starten met het uitgeven van zo’n starterslening, dus deze omarmen wij zeker. En wij moeten dan ook zoals het ook in de oproep staat als college gaan kijken hoe we dit ook duurzaam kunnen voortzetten en of we daar ook een structureel karakter op kunnen geven aan deze starterslening. Daar zullen we nog op terugkomen en volgens mij kwam er net nog even inderdaad ook een vraag vanuit CDA: waar zijn dan de landelijke ontwikkelingen? Nou, die zullen we dan hierbij moeten overwegen en kijken: waar sluit het aan bij elkaar en waar moeten we nog andere dingen gaan doen? Dus die zullen we ook zeker meenemen in de overwegingen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel voorzitter. Ik wil jullie eerst even complimenten geven ook van mijn kant voor het samen creëren van dit mooie raadsprogramma.

En mijnheer Welman houdt van geschiedenis weten we allemaal, nou, deze kan in het boekje dacht ik zo. Ja, super. Dan naar de vragen die nog openstaan richting mij. Jeugd, CDA, hoe staat het ervoor? Want we hadden de eerste twee maanden hadden we te maken met een tekort door oplopende aantallen, maar wij koersen nu af op een positief resultaat in 2022 voor het sociaal domein in totaal. In de septembercirculaire krijgen we een extra budget vanuit het Rijk voor jeugdhulp. Daar vangen we de kosten mee op. Dit wordt straks uitgebreid toegelicht in de najaarsnota 2022 die in november weer naar de Raad toekomt. De oplopende aantallen bij de jeugd kunnen we dus dekken door de ruimte op de andere plekken binnen het sociaal domein en dit deels compenseren. Dat betekent nog wel dat we op basis van de eerste acht maanden een te kort hebben van een half miljoen, vijf ton. Maar die hebben we begroot, dus. De zakelijkheidstraining jeugd, vraag van VVD. We hebben een nieuwe applicatie aangeschaft voor de werkprocessen van de klantmanagers zorg, maar ook de jeugdconsulenten. En ja, doel is om hier regie te pakken, dat is de leidraad. En deze applicatie wordt momenteel vervuld en zal in februari of maart 2023 operationeel worden. Dan de preventiematrix, zowel D66 als VVD hebben hier beide naar gevraagd. Hier wordt hard aan gewerkt op dit moment.

Ambtelijk is hij nagenoeg ingevuld, wij wachten nog op de partners, op de input van de partners. Mevrouw Mari Ailo-Zaia, die vroeg ook: wanneer kunnen we dat verwachten, kan dat in maart? En daar kan ik op zeggen: ja, dat kan in maart, dus. Dan het Sociaal plein, daar is antwoord op gegeven door mijn collega de heer Christenhusz. Ik had hem ook opgeschreven, maar volgens mij is het antwoord binnen. Mijnheer Maartens, ik kijk u even aan. Ja hè? Ja. Dan, even kijken, ga ik naar amendement drie van de PvdA, CDA, WG, Solidair Oldenzaal. Ook daar is al gedeeltelijk op geantwoord door mijn collega, de heer Christenhusz. Dat is ook, we hebben natuurlijk het sociaal domein verdeeld onder drie personen en daardoor wisselt dat nog wel eens waar welk fonds wie daarmee te maken krijgt. Maar als we kijken in de praktijk wordt het armoedebeleid heel integraal aangevlogen en ik denk dat wij daar ook best trots op mogen zijn, of wij daar alles mee kunnen vervullen zoals mijnheer Christenhusz net ook al aangaf wat er op ons af gaat komen kan ik op dit moment ook geen antwoord op geven. Ik kan u wel zeggen: we hebben een raadsinfobrief gestuurd nog geen twee weken geleden, daar sta ik ook achter, achter wat daarin staat. Er komt veel vanuit het Rijk naar ons toe, het is helemaal aan u hoe u en of u een fonds in wil vullen.

Er bestaat een noodfonds voor inwoners, er bestaat nog geen fonds voor verenigingen of, nou ja, kleine ondernemers heb ik ook nog niet gehoord want die zullen ook, ja, die zullen mogelijk ook last hebben van wat er allemaal aankomt. Dus het is aan u, u noemt een miljoen. We hebben een gemeente van bijna 32.000 inwoners, Almelo heeft een gemeente van bijna 73.000 inwoners. Die, u noemt ook Almelo in uw brief. Nou ja, dat is nogal een wezenlijk verschil met -36-

een totaal andere sociale structuur, dus ik zou daar ook rekening mee houden, maar nogmaals, het is aan u wat u hiermee gaat doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik tot slot bij de laatste portefeuillehouder en ik zou graag het stokje, de voorzittershamer aan de heer Lulofs willen overdragen. De voorzitter: Dan mag u nu spreken. De heer Welman: Dank u wel. Volgens mij heb ik voor mijn portefeuille een tweetal vragen genoteerd, allereerst vanuit D66. Dat gaat over de keuzes die gemaakt moeten worden in prioriteiten vanwege bijvoorbeeld personeelstekorten. Nou, op het moment dat het keuzes zijn die passen bij de kaderstelling die de raad heeft meegegeven en daar ook binnen blijven, dan is er geen noodzaak om dat met de raad te delen, dan zijn dat wel punten die je binnen het college of binnen je eigen portefeuille bespreekt om daaraan te kunnen voldoen. Maar op het moment dat de kaderstelling van de Raad in de verdrukking komt, dan is het heel logisch om dat met de Raad te bespreken. Ik heb daar nu zo geen voorbeeld van, maar dat is wel het uitgangspunt wat het college hanteert, dus dat wil ik u wel meegeven naar aanleiding van de vragen die u daarover gesteld heeft. Het tweede dat betreft, voorzitter, vragen die ik vanuit de VVD heb gekregen over de veiligheid in onze stad.

De straatintimidatie, daar is de vorige keer al door de heer Yildirim namens het college op gereageerd, maar u maakt het nog ietsjes breder en geeft aan dat, even kijken, u zegt dat er een aantal incidenten in de binnenstad zijn geweest. Nou, ik kan u wel zeggen dat, ik zit hier nu vier jaar, er zijn altijd momenten dat het lijkt alsof er meer incidenten in een stad zijn, dat zijn wat verschillende golvenbewegingen. Ik kan niet op basis van de informatie die ik nu heb zeggen dat er een structurele toename is van het aantal incidenten. Ik kan ook niet zeggen en stellen dat ik alle incidenten die zich voordoen in de binnenstad of daarbuiten zie. Maar als ik afga op de gesprekken die ik echt regelmatig met politie maar ook met onze eigen handhavers heb, dan zie ik wel dat er wat meer incidenten in onze stad zijn, maar ik kan daar niet uit destilleren dat er nou sprake is van een structurele toename. Wel is het zo dat wij met elkaar dat gesprek hebben, politie en de gemeente, maar ook het openbaar ministerie om te kijken: is er aanleiding om nu tot een extra pakket te komen. Onderdeel van zo’n extra pakket zou kunnen zijn, dat zegt u zelf ook al, dat je bijvoorbeeld met fouillering of met camera’s.

Nou, dat zijn hele zware instrumenten, daar bent u ook al eerder over geïnformeerd naar aanleiding van bijvoorbeeld de problematiek rondom de afvalpunten in onze stad, dus de eilanden waar je afval naartoe kunt brengen. Nou, ik zou niet nu willen stellen dat wij over moeten gaan tot die twee zware instrumenten, daar voel ik nog geen noodzaak toe. Maar ik hou wel absoluut samen met politie de vinger aan de pols. Waar u echt een punt heeft, dat is de toename van de energie, niet alleen van politie maar ook van onszelf, op het punt van mensen met onbegrepen gedrag, want dat is de nieuwe term die gehanteerd wordt. Daar zie ik echt wel een toename en dat is niet alleen in Oldenzaal, dat is eigenlijk wel in heel Nederland het geval en ik denk zelf dat het ook wel komt door de wijze waarop ons gezondheidsstelsel is geregeld en wat je ziet vervolgens in de openbare ruimte waar de politie een inzet moet plegen. En niet alleen de politie, maar ook onze eigen handhavers. Ik ben voorzitter van de stuurgroep zorg, veiligheid en straf, waar dat heel nadrukkelijk, dat is een regionale stuurgroep, waar dit heel nadrukkelijk op de agenda staat. We hebben afgelopen vrijdag met elkaar daar ook over gesproken. En we zijn aan het kijken hoe we daar een aanpak voor kunnen krijgen op regionaal niveau.

Dus u heeft daar echt wel een punt maar dat is niet alleen, nogmaals, iets des Oldenzaals, dat is echt wel wat landelijk speelt en het zou ook zomaar kunnen zijn dat we daar ook de landelijke overheid bij nodig zijn om daar wat stappen in te zetten. Ik moet en dat wil ik u toch nog een keer meegeven: we hebben in Twente een hele bijzondere aanpak op dit punt en zeker als je het hebt over een streettriage hebben we iets heel bijzonders wat de rest van het land niet heeft en dat betekent dat we in Twente een organisatie hebben die als eerste gebeld worden op -37-

het moment dat die problematiek zich voordoet om daarmee te kijken of de schaarse middelen zeker bij politie effectief en efficiënt in kunnen zetten. En dat draait nu een beperkt aantal, een beperkte periode, ik wil dat nog zeker de tijd geven om daar nog meer resultaten te boeken. Maar afgelopen vrijdag kwam dat ook naar voren en ik zie en ik merk dat we daar echt iets unieks in handen hebben als Twente, als regio en daarmee ook ga ik ervan uit dat het ons ook in Oldenzaal met de inzet veel baat brengt. Maar we kunnen daar echt nog wel verbeterslagen maken en dat gaan we ook de komende tijd met elkaar, met de partners doen. Ja, ik zie wat onrust bij de voorzitter, maar volgens mij daarmee rechtdoend aan toch wel een belangrijk thema richting de VVD en daarmee richting de raad. Dat waren de antwoorden, voorzitter, op de vragen die mij gesteld zijn. De voorzitter: Dank u wel dan voor die antwoorden. Ik zag mevrouw Ailo-Zaia instemmend knikken en dat zag ik ook bij de heer Visscher, dus ze maakten beiden geen aanstalten om te interrumperen, dus bij deze: u bent klaar. De voorzitter: Dank u, de heer Lulofs. Daarmee komen we aan het eind van de termijn van het college. We hebben om half zeven met elkaar de afspraak, of althans we hebben de afspraak gemaakt om zo rond half zeven met elkaar te dineren hier in het stadhuis.

Ja, dineren klinkt wat groot, maar toch een maaltijd te nuttigen, laat ik het dan maar zo omschrijven. Wat we kunnen doen is tot dat moment nog wel de tweede termijn van u doorlopen. Ik denk: dan maken we optimaal gebruik van de tijd die ons nu nog rest. Dus dat zou ik willen voorstellen, of zie ik, want ik kijk even non-verbaal rond, want anders dan passeren we wel heel lang, maar dat is natuurlijk aan u. Zullen we een tweede termijn doen en kijken hoe ver we komen? Of zegt u: gebruik dat half uur ook om met elkaar nog onderling met elkaar af te stemmen, de maaltijd te nuttigen en daarna verder te gaan? Maar dat zal denk ik gelet op de discussie niet zo heel veel tijd meer van ons vragen. Ik zie nonverbaal, oké, dan schors ik de vergadering en gaan wij om half acht verder. En ik wil nog wel bij deze de fractievoorzitters vragen en uitnodigen om mijn kamer nog wel even te komen, ik wil de fractievoorzitters nog over iets informeren. Nee, nu direct, dus de fractievoorzitters, zij nog met mij meelopen naar mijn kamer, dan is het wel goed om dat eerst te doen. Ik schors de vergadering. Schorsing a.

AB - D66

De voorzitter: Goed, als ik u weer mag uitnodigen om te gaan zitten dan wil ik de raadsvergadering weer hervatten. Ik zie nog wel dat ik nog een aantal raadsleden mis. Mooi, goed, welkom weer allemaal. Het is half acht en we zijn aanbeland bij de tweede termijn van de raad. En ik wilde hetzelfde rijtje zoals we dat in de eerste termijn ook gedaan hebben weer aanhouden. En dat betekent dat ik begin bij D66. Mevrouw Ailo-Zaia, tweede termijn raad. Ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Excuus voorzitter, ik moet even de gegevens erbij pakken. Even kijken, terugkomende op de amendementen voor de ozb. Even kijken, want de wethouder heeft genoemd dat het gaat om een bedrag van 475.000 euro waarvan wij dus eigenlijk vinden, hè, we hadden het ook in ons betoog aangegeven, een gemiddelde stijging per huishouden van twintig euro, dat vinden wij eigenlijk netjes. En om die reden zouden we voor nu even willen aanhouden wat het college ons heeft geadviseerd. Even kijken, dan het amendement voor het noodfonds. Nou, er is net heel veel over gesproken, dus ik laat het woord ook graag over aan de heer Maartens die dat wat wil uit… Toch wel, ja? De heer Nick Kramer, die gaat dat zo meteen even aanpassen. En daar willen wij daarna zeer zeker in meegaan. Even kijken, dan nog het amendement van de starterslening. Het was heel interessant wat mijn collega net heeft aangegeven van het CDA.

Ik heb het stukje wat vandaag -38-

online is verschenen ook even doorgenomen. Er is dus inderdaad een akkoord over die starterslening, maar meer informatie is voor nu nog niet bekend en dat heeft dus heel weinig invloed op onze inwoners. Dus ons voorstel is dan ook om daarin akkoord te gaan en dat te behouden totdat het landelijk geregeld is. En ik zou het nog niet structureel willen vastleggen zoals het door volgens mij de VVD werd aangehaald. Nog niet, althans. En dan de versterking rekenkamercommissie, daar kunnen we gewoon in meegaan. Dan de moties. Waterstof, even kijken, zoals eerder aangegeven, wij zijn van mening, we zijn positief over de motie, zeer zeker, maar we vinden het thuishoren bij de RES, dus daar zien we het ook weer graag terugkomen. Dan de motie verduurzamingsregeling. Fijn dat het college daar ook al mee bezig is, maar hier staan we honderd procent achter uiteraard. We vroegen ons wel een ding af: hoe snel is de terugbetaling? Is dat vergelijkbaar met de starterslening? Hoe kijken jullie daar tegenaan? Even kijken, dan hebben we, dan heb ik volgens mij alles al gehad. Dank u wel, voorzitter. b.

AB - CDA

De voorzitter: Dank u wel. Dan is de volgende fractie aan bod en dat is het CDA. Zeg ik het goed? Ja, dat zeg ik goed. De heer Maartens: Dank u wel voorzitter. Ik ga ook maar even amendementen en moties langs. Ik begin bij het amendement ozb van de VVD, dat zullen wij steunen. Dan, ik ga maar even met de VVD door, de opslag waterstof werd door de wethouder eigenlijk ontraden en gezegd: laten we nog even de tijd nemen en even kijken hoe de ontwikkelingen zijn en mogelijk moeten we dat inderdaad bij die RES meenemen. Nou, wat ons betreft, dat geduld hebben wij wel. Verduurzamingslening en ook starterslening heeft onze voorkeur om dat niet nu over te besluiten dus wij zullen daar niet in meegaan. We stellen voor om dat te doen op het moment dat we ook verder over de uitwerking van het raadsakkoord met elkaar van gedachten wisselen. En dan heb ik nog de rekenkamercommissie, nou ja, daar zijn wij het uiteraard mee eens. Volgens mij heb ik ze dan gehad, even kijken of ik nog iets anders moet benoemen. Ja, ons eigen amendement natuurlijk, daar zijn wij het uiteraard mee eens. De voorzitter: Even in vakjargon vertaald: u handhaaft hem? Nee nee nee, nee dat snap ik. c.

AB - GL

De voorzitter: Oké, dan ga ik naar GroenLinks. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel voorzitter. Ik kan het uit het hoofd. Wij zullen, ik … Wat? Ik kijk er nou niet op, hè. Ik doe hem dicht. De voorzitter: Laat u niet afleiden, mijnheer Snijders. Gewoon uw verhaal, ja. De heer Snijders: Ik stem tegen alle moties en amendementen behalve die van de rekenkamer, want die hebben we al eerder toegezegd. Die anderen zou ik zeggen: geef ze aan het college en laat ze met het raadsprogramma terugkomen en als ze dan afgewogen met de rest meerwaarde hebben dan zullen we alsnog volgens die stemmen. De voorzitter: Dank u wel.

-39-

d.

AB - VVD

De voorzitter: Dan naar de VVD, de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel voorzitter. Ik ga iets langer nemen. Ozb, daar is tijdens het eten al aardig wat over gezegd. Argument wat ik gehoord heb: het is maar twintig euro, vind ik een moeilijk verdedigbaar argument. Want het is en, mensen hebben last van allerlei soorten inflatie, energielasten. En daar komt ook nog weer twintig euro bovenop, het is en. Moeten ook niet vergeten dat er ook onder huiseigenaren veel verborgen armoede is, vooral senioren die echt niet veel kunnen omdat ze met hun huis zitten, hun vermogen zit in stenen, niet in cash. Dus ik wil toch eigenlijk echt een heel dringend beroep doen op deze raad om dit, deze motie, dit amendement vooral wel te steunen. En als er een mogelijkheid is, een gelegenheid is om een keer iets terug te doen naar onze inwoner is dat nu. We hebben nu een overschot van drie miljoen op de begroting, dat overschot dreigt zelfs nog hoger te gaan worden. En het is, het argument, het is structureel, ja, natuurlijk is het structureel, maar als er volgend jaar zwaar weer is dan kunnen we altijd besluiten om als het nodig is om het te verhogen. Maar voor nu wil ik echt vragen om dit amendement te steunen. Verder, de andere moties hebben we ook gesproken over het noodfonds met alle indieners.

Wij zouden graag zien dat er bij dat noodfonds de 500.000 euro die overschiet van de energietoeslag, om die deels te voeden richting dat noodfonds en dan kan de rest van het miljoen uit de algemene reserve komen. Verder alle andere moties en amendementen, dan hebben we het nog over de rekenkamer, zijn we uiteraard ook mee akkoord. En ik wil graag op advies van andere partijen staande de vergadering een nieuw amendement indienen om één miljoen euro beschikbaar te stellen voor onze binnenstad. En dat is eigenlijk de vergelijkbare motie die wij eerder hebben ingediend maar dan is het dan nu een amendement. Ik heb hem nog niet gemaakt maar dat zal ik straks doen. En de toelichting, ja, eigenlijk heb ik het al in mijn verhaal gezegd, gaan we nu zakendoen of gaan we echt wachten? De noodzaak is er, er is een, er ligt een plan vanuit de StadsNoabers, die hebben we ons vertrouwen gegeven, dus we proberen het gewoon nog een keer. En verder volgens mij voorzitter, heb ik alles … Ja, een vraag die ik nog heb, dat betreft de zakelijkheidstraining jeugdzorg. De wethouder heeft wel iets geantwoord over de nieuwe applicatie maar nog niet per se over die training en ik zou wel benieuwd zijn, dat hoeft niet nu, maar misschien bij de eerstvolgende kwartaalrapportage, dat wij iets horen over een terugkoppeling van die training, hoe die geweest is en wat dat voor impact heeft gehad.

Maar dat, nogmaals, hoeft niet nu, dat kan bij een volgende kwartaalsessie. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. e.

AB - PvdA

De voorzitter: Dan ga ik door naar de Partij van de Arbeid. De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u voorzitter. Allereerst de motie van, of nee het amendement van de VVD om ten aanzien van de ozb. Daar zijn wij voor, gaan wij voor stemmen, want op die manier kunnen wij ook iets doen voor de groep die wij op dit moment niet scherp op ons netvlies hebben. Dat ten aanzien van dat. Ten aanzien van het noodfonds, de VVD noemde het net al: zij zullen uiteindelijk ons amendement amenderen als ik het goed begrepen heb. De voorzitter: Ja, graag via de voorzitter. Ik begrijp dat dat een vraag is aan de VVD, wat mij betreft krijgt de VVD meteen de gelegenheid om daarop te reageren. Dat is dan ook meteen voor iedereen duidelijk. De heer Visscher.

-40-

De heer Visscher: Ja dank u wel voorzitter. Eigenlijk ben ik dat vergeten, dat hadden we inderdaad afgesproken. Dus inderdaad, wat ik net zei met die 500.000 euro uit energietoeslag, om die toe te voegen aan het amendement. Dus dat is het amendement op het amendement. De voorzitter: Nee nee, ik snap het allemaal, maar het handigste is als de Partij van de Arbeid zegt: daar kunnen wij mee akkoord gaan, dat betekent dus dat we niet een amendement op een amendement, dus dan moet ik eerst het amendement op het amendement in stemming brengen en dan het amendement. Als u zegt: ik kan leven met, dan gaan we gewoon het amendement van u als volgt, zoals voorgesteld aanpassen. Maar als u zegt: nee, dat is … Dan moet de procedure zoals ik hem net noemde. Maar dat laat ik graag aan u, wat u gaat doen met uw amendement. De heer Kramer: Ja voorzitter, ik weet dat u, voorzitter, een groot fan bent van amendementen. Dit is uw kans om … Nee, maar ik denk dat het procedureel het zuiverste is als de VVD gewoon het amendement amendeert. Dan de starterslening. Oh, nee, ik heb zojuist van de voorzitter geleerd dat ik me niet moet laten afleiden door mensen die naast mij zitten. Dus ik ga … De voorzitter: Dit kan ik alleen maar bevestigen, heel goed. De heer Kramer: Dan ten aanzien van de startersleningen, het lijkt me evident dat wij daarvoor zijn, immers zijn wij een van de mede-indieners.

Dan de rekenkamercommissie, daarvoor geldt hetzelfde. Het amendement van de VVD dat zojuist is ingediend door de, ten aanzien van de binnenstad, hoe hypocriet het wellicht ook klinkt na ons betoog in de eerste termijn, wij willen voor dat amendement zijn omdat wij vinden: belofte maakt schuld. Gedurende het proces ten aanzien van de binnenstad hebben wij bepaalde beloftes uitgesproken en het wordt tijd dat wij daad bij het woord voegen. Dan de moties, ook van de VVD: waterstof. In het kader van regeren is vooruitzien lijkt ons dat een uitstekend idee om daarvan alvast kaders in het leven te roepen en dat geldt eveneens voor het duurzaamheidsfonds. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. f.

AB - SO

De voorzitter: Dan is de volgende fractie aan bod en dat is Solidair Oldenzaal. Mevrouw Berger, begrijp ik. Ga uw gang. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Staat een beetje door elkaar, dus vergeef me als het niet de goede volgorde is. Ik ga beginnen bij het amendement van de VVD over de ozb. Die steunen wij. Motie waterstof, inderdaad: regeren is vooruitzien, geven wij ook steun. Amendement van de VVD op het noodfonds vind ik ook een goed idee. En dat betekent ook, want precies wat de heer Kramer ook zegt, wij vonden het destijds vreemd om één miljoen richting de binnenstad te doen maar niet één miljoen voor de Oldenzaler in nood. Maar nu kunnen we allebei bewerkstelligen, dus ook daar steun voor. Wij geven geen steun aan het duurzaamheidslening en ook niet aan de starterslening en dat … Mag ik dat toelichten of is dat een stemverklaring? Ja? De voorzitter: Nee, ga uw gang, het is uw tweede termijn, dus het is aan u. Mevrouw Berger: Een starterslening, alhoewel wij het idee heel mooi vinden denken wij toch dat de marktwerking dadelijk zodanig gaat veranderen dat de prijzen gaan dalen en dat er weer starterswoningen betaalbaar zullen zijn. En de duurzaamheidslening van VVD gaan wij ook tegenstemmen want als ik gewoon Google: duurzaamheidslening Oldenzaal, kom ik op vijf -41-

alternatieven en zelfs een subsidieregeling. Dus inwoner thuis: als je daar graag gebruik van zou willen maken, dat kan gewoon, subsidie en duurzaamheidsleningen, ook tegen een beter rentepercentage. Dus vandaar. En dan … De voorzitter: Ja, ik zie een interruptie, dus als u uw microfoon uit wilt zetten. Mevrouw Berger: Sorry. De voorzitter: Ja nee, ja, de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Berger, ik meen mij nog de sessie te herinneren van de bijeenkomst wonen, van het raadsprogramma, waarbij wij ook vragen hebben gehad over duurzaamheidsleningen, over startersleningen aan makelaars, andere partijen, vastgoedontwikkelaars, in de stad. En die gaven eigenlijk allemaal te kennen, voor mensen die u naast mij of schuin tegenover mij in ieder geval, dat daar geen invloed van was. Dus vanwaar, dus eigenlijk de vraag: vanwaar ziet u die markt vertroebelende invloed van een starterslening en verduurzamingslening? Terwijl dat dus juist bedoeld is om de starter te helpen, om de Oldenzaler in nood zoals u het net zo noemde, in woningnood in ieder geval, te helpen. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Bedankt ook voor de inbreng.

Ik snap de verwarring, ik weet dat wat u bedoelt is dat de starterslening niet gebruikt wordt om te bieden op een woning, dat is wat u bedoelt, toch? En dat dan de markt niet van onder de invloed komt. Toch, voorzitter? De voorzitter: Nou, ter verduidelijking, de heer Mekelenkamp nog een keertje. De heer Mekelenkamp: Wat ik bedoel te zeggen is dat de starterslening, het gebruik van een starterslening niet een dermate prijsopdrijvend effect heeft zodat de woningprijzen in Oldenzaal exorbitant gaan stijgen. De voorzitter: Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel voorzitter. Dat is ook niet waar ik op zou willen insteken, op wil insteken met mijn betoog. Ik persoonlijk denk dat de waarde van de woningen dus wel omlaaggaat dat ik niet denk dat mensen dat meer echt nodig hebben, een starterslening. En wij zijn van mening dat wij een Oldenzaler niet per se helpen door diegene extra in de schulden te steken. Dus vandaar dat wij tegenstemmen voor en het duurzaamheidslening en de starterslening. Dan heb ik nog over de rekenkamercommissie. Steunen. De voorzitter: Dank u wel. g.

AB - WG

De voorzitter: En dan tot slot de WG. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. Er zijn wat nieuwe feiten over tafel heen gegaan, dus wij willen voorstellen om heel even te schorsen zodat we met fractie nog kunnen afstemmen.

-42-

De voorzitter: Hoe lang heeft u nodig? Tien minuten? Oké, dan schorsen wij tien minuten. Schorsing De voorzitter: Als ik de griffier ook mag uitnodigen om plaats te nemen. Ja, dank u. Oké, ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voorzitter. We hebben er lang over gediscussieerd wat wij zouden doen met het amendement als het gaat om de ozb-verlaging. Daaruit hebben we veel argumenten ook met elkaar besproken en daarbij hebben we vooral gekeken: nou, wat is nu de hoogte van het bedrag wat we hiermee de begroting moeten aanpassen, die 475.000 euro wat structureel nu op de begroting tekortkomt. Dat is een hoop geld, geld wat we ook aan andere doelgroepen, instrumenten, opdrachten voor de gemeente in kunnen zetten. Op het moment dat we dat geld terug laten vloeien door die ozb-verhoging niet in te zetten, dan is dat voor een gemiddeld huishouden wat, voor een huishouden wat een ozb betaalt van duizend euro per jaar ongeveer zo’n korting van vier euro zestien per maand. Op het moment dat als argument wordt gebruikt dat we daarmee huiseigenaren denken te kunnen helpen is dat een bedrag waarvan we zeggen: dat is te weinig om daadwerkelijk een punt te kunnen maken om mensen die een eigen huis bezitten te kunnen helpen.

We hebben al eerder vanavond over tafel gehad van dat de energiebijdrage die we krijgen, van die 190 euro per maand van de energiemaatschappijen, dat sommige gezinnen daar heel erg mee geholpen zijn, maar dat er ook gezinnen zijn of huishoudens, die zeggen: joh, ik heb dat bedrag eigenlijk niet nodig om aan mijn levensonderhoud te kunnen voorzien of om bepaalde kosten te kunnen betalen. Dus ik heb het extra, ga er lekker van uit eten, of wat, waar dat geld ook voor in wordt gezet. Zou beter zijn geweest als we daar maatwerk voor hadden toegepast. In het amendement zoals het nu voorligt wordt er ook geen maatwerk toegepast. En volgens ons is het veel belangrijker dat we gaan kijken voor als we al inwoners gaan helpen, of dat nu huiseigenaren zijn of anders, of huurders, mensen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen, dat we daar maatwerk op toe moeten passen en niet een structurele percentage of structureel bedrag voor moeten verlagen. Dus wij gaan niet mee in dat amendement. Dan en daar hebben we dus wat uitgebreider over stilgestaan. Dan kom ik op de andere amendementen die vandaag zijn ingebracht, nou wordt er gesproken over het instellen van een noodfonds. Nou, wij zijn zelf mede-indiener, die wordt gehandhaafd, met de aanpassing die zojuist is voorgedragen. En nou, we hebben zelf ook twee amendementen ingediend, die handhaven we.

Dan kom ik nog terug op de moties van de VVD. Opslag waterstof, daar hebben we nog wel een vraag over. Want daarin heeft de portefeuillehouder aangegeven dat we deze onderdelen ook al in de RES meenemen. Er wordt in de motie opgeroepen om te anticiperen op de ontwikkelingen die er zijn, landelijk dan wel regionaal. En de verduidelijkende vraag die ik daarover zou willen stellen: gaat de motie over daadwerkelijk het anticiperen of vindt de VVD dat we ook daadwerkelijk lokaal beleid moeten gaan formuleren over dit onderdeel? En dan de motie verduurzamingslening. Daar heb ik nog een verduidelijkende vraag over, dat staat niet in de motie genoemd: waar gaan mensen die verduurzamingslening dan voor gebruiken, moet dat nog worden beargumenteerd of is het, mensen gaan een lening … Nee maar in algemene zin, mensen gaan een lening aanvragen en doen dat onder de noemer van de verduurzamingslening. En verder heb ik geen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij zijn we daarmee aan het eind gekomen in ieder geval van de tweede termijn van de raad. Ik zie wat interrupties en ik wilde voordat ik naar het college ga sowieso ook de VVD, want er zijn een aantal vragen aan gesteld, de gelegenheid geven om daar nog op te reageren voordat het college aan zet is. Maar ik ga eerst naar de heer Snijders.

-43-

De heer Snijders: Ja, ik had gehoopt te kunnen interrumperen op mevrouw Oude Engberink, want die heeft het niet genoemd. Het gaat over de binnenstadmanagers, ben je vergeten helaas. Maar u als voorzitter van de werkgroep zeg maar, raadsprogramma, we gaan nu een stukje uit het raadsprogramma al invullen, namelijk de binnenstad. Gaan we dat dan als het raadsprogramma na de begroting was geweest, dan had ik geamendeerd, dan had thema vijf of thema zoveel binnenstad eruit gekund. Het geld is al toegekend, we hebben gezegd vier miljoen, maken we daar dan drie miljoen van, want we kennen nu al één miljoen van het budget toe aan de binnenstad. Als het wordt aangenomen. Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt. De voorzitter: Ga uw gang, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U heeft gelijk, dat heb ik zojuist bij mijn tweede termijn niet genoemd, maar wij gaan niet mee in het amendement om duizend euro voor de binnenstad toe te kennen omdat, miljoen, sorry … Wij gaan niet mee in dat amendement omdat wij vinden dat dat integrale afweging van de zienswijze van het college hoort te zijn. De voorzitter: Dan ga ik naar de VVD. De heer Visscher: Ja dank u wel voorzitter, twee vragen. Ik heb al heel even kort met de wethouder geschaakt net over de motie waterstof.

Het anticiperen is vooral bedoeld dat wij niet straks achter de feiten aanlopen, het is eigenlijk niet de bedoeling dat wij lokaal al het beleid zelf gaan maken, dus ik hoop dat wij anticiperen dan benutten om te kijken wat er al aan wetgeving is en wat we daar lokaal van kunnen gebruiken. En wat betreft de lening, ja, ik denk dat hetzelfde geldt als waar je nu duurzaamheidslening kunt aanvragen. Ja, dat moet gerelateerd zijn aan duurzaamheidsmaatregelen dus dat moet absoluut daarin opgenomen zijn. Ja. De voorzitter: Nee ja, ga uw gang, ik snap dat u daar nog op wilt reageren dus ga uw gang. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel voor die antwoorden, dan kunnen wij met beide moties meegaan. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar het college. Ik hou de volgorde aan ook zoals zojuist gehanteerd, dus mevrouw Zinkweg, ga uw gang. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, volgens mij zijn er geen directe vragen gesteld, ik begreep wel dat volgens mij mevrouw Ailo nog vroeg: hoe staat het college tegenover het amendement over de ozb. Ja, daarvan kunnen wij zeggen: er is financiële ruimte dus op basis daarvan zouden we kunnen zeggen, ja, die ruimte, u bent natuurlijk aan zet om daar te bepalen wat daarmee te gaan doen. En ik denk ook dat we dat daar moeten laten, ik bedoel: u kunt verschillende zaken daarmee bekostigen en de ozb-verlaging is er daar een van.

En op dit moment zien wij als college niet per se de noodzaak om dat te doen, daarom hebben wij dit ook zo voorgesteld en ook gewoon de lijn van hoe wij dat normaalgesproken doen. En u bent vervolgens aan zet om daar uw politieke kleur te bekennen en aan te geven wat u daarmee wilt. Volgens mij heeft de meerderheid dat ook al gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Ja dank u wel voorzitter. Een opmerking nog die ik mee wil geven zeg maar ten aanzien van de budgetten rondom de energietoeslagen. Ik heb aangegeven dat we denken zo ongeveer vijf ton over te houden, er moeten nog uitkeringen betaald worden, beoordeeld worden, mensen kunnen nog aanvragen tot 31 december 2022. Dus dat kan ook ietsjes minder zijn als vijf -44-

ton, dus volgens mij zul je dan de formulering moeten maken: de energietoeslag, het geld wat we overhouden van 22 aangevuld tot het bedrag van een miljoen, want anders dan, ja, pin ik misschien vast op 500.000 euro terwijl het niet exact 500.000 euro is. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Ik heb ook geen directe vragen meer gekregen, alleen het is wel denk ik goed om de motie van de VVD met betrekking tot de opslag van waterstof, om die goed te formuleren, misschien aan te passen maar dan kijk ik ook meteen even de voorzitter aan of dat noodzakelijk is, want er wordt wel mondeling toelichting gegeven van het is anticiperen op maar is het nog verder noodzakelijk om die motie aan te passen? Voordat wij straks een eigen invulling gaan geven als college hieraan en dat we dan straks weer achteraf moeten uitleggen waarom en hoe. De voorzitter: Nou ja, als college kunt u aangeven hoe u hem interpreteert zoals hij nu op tafel ligt. Als de indiener dat onvoldoende vindt dan is het aan de indiener om met een aangepaste motie te komen of amendement. U geeft aan: zo interpreteren wij het als college en dan is het aan de indiener om te bepalen of dat voldoende is. De heer Yildirim: Dank u wel. Dan ga ik gewoon ervan uit van inderdaad dat wij anticiperen op de ontwikkelingen en dat wij het ook agenderen bij de RES.

De voorzitter: Dat is de interpretatie die u aan de motie geeft zoals die nu voorligt. Oké. En dan is het aan de indiener, dat gaan we zo meteen horen, of zij hem handhaven. Oké, maar u gaat hem in ieder geval als zoals u hem net heeft aangegeven uitvoeren. Dat was het, wethouder? Oké. Dan ga ik naar mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel voorzitter. Ja ik heb van VVD nog een vervolgvraag gekregen of eigenlijk een vraag die nog niet was beantwoord aangaande de zakelijkheidstraining bij de jeugd. Die volgt nog, op de weg naar het gebruik toe wordt er ook nog een zakelijkheidstraining bij de jeugdconsulenten uitgevoerd. De terugkoppeling van die training kan ik nog niet geven, wellicht dat mijnheer Christenhusz dat wel kan op de andere trainingen die al zijn gegeven. Kan ook later, zie ik u knikken. Oké, prima, houden we het daarbij. Dan wou ik nog even reageren op het noodfonds, zoals het ernaar uit ziet en ik alle partijen heb gehoord gaat dat fonds er komen. Wel wil ik even benadrukken dat wij daar op dit moment met alles wat wij al doen geen capaciteit voor hebben intern. Dus de vraag is hoe u dat wilt, of u van dat miljoen ook de capaciteit beschikbaar wil stellen, wilt u daar nog even over nadenken? Dan heb ik nog wat vragen op basis van het amendement.

Wat is de draagkracht of wat bedoelt u precies met de draagkracht, hoe wordt die dan bepaald? Maken we ‘…’? Hoe gaan we om met inwoners die al schulden of aflossingsverplichtingen hebben, is wel even van belang om te weten, want deze groep kan best wel groot zijn. En hoeverre is zo’n lening extra dan nog zinvol, dus ja, die twee vragen staan nog wel open. Maar ook met name de capaciteit, die vraag, De voorzitter: Bent u aan uw einde gekomen … Oké, dan geef ik graag nog de heer Kramer de gelegenheid om zijn bijdrage nog te leveren naar aanleiding van. De heer Kramer: Dank u. Hoor ik de wethouder nou goed zeggen dat als een inwoner zich straks meldt op een gegeven ogenblik, het water staat hem of haar aan de lippen, dat wij geen capaciteit hebben om diegene te kunnen helpen?

-45-

De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Rödel: Er moet een noodfonds ingericht worden en daarbij moeten kaders en het moet opgesteld worden naar de wensen van uw amendement plus de vragen die ik u zojuist heb gesteld. Wij hebben het armoede en alle voorzieningen goed geregeld. Op dit moment lopen wij sowieso intern op het sociaal domein loopt de capaciteit wel bijna tegen het plafond aan en op het moment dat wij dit goed willen uitvoeren, dit noodfonds en daar invulling aan willen geven met elkaar hebben we extra capaciteit nodig. En de vraag is of u dat wil laten komen vanuit dat miljoen. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u. Ik voel me niet de persoon om daar namens alle mede-indieners antwoord op te geven. Ik zou dat denk ik toch eerst even willen overleggen, want ik vind het een beetje ongemakkelijk om daar dan alleen antwoord op te geven. Dus wellicht een korte schorsing. De voorzitter: Dat kan. Vijf minuten? De heer Kramer: Akkoord. De voorzitter: Vijf minuten schorsing. Schorsing De voorzitter: Ik zie dat alle raadsleden die vanavond aanwezig zijn ook, oh nee, de heer Visscher is er nog niet. En hij is onderweg. Nou, ik wacht nog eventjes. Oké, ik wil de vergadering weer heropenen dus als ik iedereen mag vragen om weer te gaan zitten. Ja. Ik heropen de vergadering en ik ga naar de heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel voorzitter.

De antwoorden die de wethouder nog van ons verschuldigd is, nou ja, wij vinden het hoe laten we echt aan het college. Het wat bepalen wij en het hoe dat is aan het college en het is volgens mij evident dat de bijkomende kosten bij de uitvoering, ja, die kunnen uit de gelden worden onttrokken die daarvoor, ja, die daarvoor beschikbaar worden gesteld. Wij willen het college er echter wel op wijzen dat er al elders in nabijgelegen gemeenten al een wiel is uitgevonden, dus maak daar dan ook vooral gebruik van, dat kan heel wat besparen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even richting het college. Ja, mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Is een goede suggestie, die gaan we zeker meenemen, lijkt mij ook duidelijk. De voorzitter: Goed, dank u wel. Daarmee kom ik aan de termijn van het college, op zich kennen we geen derde termijn maar ik kijk nog even voor de zekerheid toch rond of alle dingen die we met elkaar wilden bespreken ook besproken zijn en dat we tot stemming over kunnen gaan. Ik constateer dat dat het geval is, dan ga ik over tot stemming en dan sluit ik de beraadslagingen. En nou moeten we met z’n allen in het bijzonder de voorzitter goed opletten en ik hoop u met mij of ik het allemaal goed vertaald heb, maar dat gaan we zo meteen zien en ik zal op een gegeven moment nog wel rondkijken of ik het goed opgeschreven dan wel vertaald heb.

We hebben een aantal amendementen, een zestal, die ga ik allereerst in stemming brengen. En we hebben zelfs nog een amendement op een amendement, dus daar begin ik zo meteen bij dat betreffende amendement als eerste mee. Dan ga ik over tot stemming van het geamendeerde, of niet, voorstel en vervolgens zijn de moties aan bod. Goed, allereerst de mot… het amendement, even kijken, van A2 van de VVD: -46-

geen inflatiecorrectie ozb. Die pak ik er nu bij. Daar is verder geen correctie op aangebracht, dus die breng ik ook als zodanig in stemming. Wie is tegen dit amendement? Ik zie dat de WG, D66 en GroenLinks, dat betekent negen, tien, elf … Elf raadsleden voor gestemd te hebben. Dan ga ik voor de zekerheid toch nog even kijken wie er voor dit amendement zijn. Ook graag met hand opsteken. En dat zijn er ook elf, dat betekent dat de stemmen staken. Het zou in het theoretische plaatje zo zijn dat het de volgende keer weer in stemming wordt gebracht, dat gaan we ook doen. Maar daar hebben we nog wel een vraagstuk met de provincie, maar daar is in het land ook een oplossing voor bedacht, dus wij gaan het amendement met de stemming erbij ook gewoon meesturen met de programmabegroting en daarbij aangeven dat dat punt nog terugkomt voor besluitvorming in de raad van Oldenzaal. Ik kijk even voor de zekerheid naar links, griffier, of ik het zo goed gezegd heb. Dat heb ik, je weet het nooit zeker. Maar volgens mij heb ik het zo goed gezegd. Dus dat betekent dat hij de volgende keer terugkomt en wij gaan dit melden bij de provincie zodat de provincie, onze toezichthouder, weet hoe dat zit. Oké, elf. Dan kom ik bij het volgende amendement en dat is het amendement noodfonds, beste raad.

Die pak ik er ook bij want daar is een amendement door de VVD op voorgesteld, die ga ik dus als eerste benoemen en ik kijk met name nu even richting de VVD of ik het goed vertaald heb. Daar is nog een interpretatie vanuit de wethouder bij gegeven. Uw eerste insteek was om bij toe te voegen waar nu staat eenmalig één miljoen euro te dekken, nou, te dekken staat er niet bij maar uit de algemene reserve te onttrekken, om dat aan te passen en te zeggen: het gaat nog steeds over een miljoen maar om dat miljoen deels te dekken uit de energietoeslag, het bedrag wat daar overblijft en het deel wat dan nog nodig is om te komen tot dat miljoen, om dat uit de algemene reserve te halen. In eerste instantie had ik daar twee bedragen van 500.000 euro staan, maar goed, de wethouder gaf al aan dat dat wat betreft de energietoeslag nog wel aan veranderingen onderhevig is dus vandaar dat ik hem geformuleerd heb zoals net. Ik zie u instemmend knikken, het zijn dus communicerende vaten, maar onder de streep is het wel de bedoeling om daar een miljoen, alleen wordt hij wat anders gedekt dan nu in dit amendement wat voorligt wordt voorgesteld. Namelijk enerzijds uit de bedragen die overblijven van de energietoeslag en aan de andere kant de algemene reserve. Nou, dat amendement op het amendement breng ik nu in stemming. Wie is voor het amendement zoals net toegelicht, graag met hand opsteken.

Dat is volgens mij unaniem. Nee, alleen GroenLinks, excuus, alleen GroenLinks niet. Dus dat betekent 21 voor, één tegen, daarmee is het amendement aangenomen. Dan breng ik het geamendeerde amendement in stemming. Wie is voor het geamendeerde amendement? Ik zie dat dat hetzelfde is, GroenLinks tegen. Daarmee is het aangenomen, 21 één. Goed, nou, dat is voor mij al een hele opluchting dat ik dat goed heb gedaan. Daarmee kom ik bij amendement vier en dat betreft een continuering van de starterslening. En u ziet daar staan: toe te voegen in het besluit een besluitpunt vier, een bedrag van 840.000 euro te reserveren voor de continuering van de starterslening. Wie is tegen dat amendement? Ik zie het CDA, Solidair Oldenzaal en GroenLinks, dat betekent dat het amendement is aangenomen. Dan kom ik bij het volgende amendement en dat is een amendement versterking van de rekenkamer. Wie is tegen dat amendement, rekenkamer? Niemand, dan is het unaniem, 22 voor aangenomen. En dan als u, ik heb hem niet op papier, maar hij is wel inmiddels opgeladen, het amendement zoals mondeling al genoemd vanuit de VVD rondom de binnenstad waarin gesproken wordt om een miljoen euro als ik het goed zeg beschikbaar te stellen voor investeringen zoals benoemd door de drie werkgroepen van de StadsNoabers en dit bedrag ten laste te brengen van de algemene reserve.

Ik heb inmiddels begrepen dat de constateringen en de overwegingen niet meer van toepassing zijn maar dat het besluit wat u voorstelt wel klopt, zoals opgeladen. Maar ik kijk nog even voor de zekerheid naar de heer Visscher. De heer Visscher: In de, wat ik net aan de griffie gestuurd heb zijn de overwegingen goed. Ik heb er een aantal aangepast.

-47-

De voorzitter: Nou, maar dan gaan we hem nog kijken maar de strekking is dat u in ieder geval het besluit zoals net door mij voorgelezen vooral overeind wil houden en dan komen we wat de constateringen en overwegingen komen we wel uit. Maar het gaat vooral om het besluit. Dat breng ik in stemming. Wie is voor dat amendement? De VVD, de Partij van de Arbeid en Solidair Oldenzaal. Dat betekent dat het amendement is verworpen. En dat betekent dat ik nu naar het voorstel zelf kan gaan, dat is het besluit zoals u ook voor u ziet. Het zijn twee hoofdbesluiten en zeker bij het besluitpunt één, daar zitten nog een aantal gedetailleerde besluitpunten onder en dat breng ik nu in stemming. Wie is tegen het geamendeerde besluit zoals ook net, als je kijkt naar de amendementen, is aangenomen? Wie is tegen het besluit zoals voorligt? De programmabegroting, daar zijn een aantal amendementen op aangenomen en ik breng nu het voorstel, de programmabegroting met alle punten die daar zoals u ziet digitaal voor u ligt. Wie is tegen dat besluit? Ik zie dat iedereen voor is, dan is het unaniem, 22 voor aangenomen. Gefeliciteerd. En dan kom ik bij de moties en allereerst de motie opslag waterstof van de VVD. Wie is voor die motie? Ik zie Solidair, oké, meerdere zie ik inmiddels, alleen het CDA en GroenLinks. Dan is de motie aangenomen. En D66. Maar nog steeds aangenomen.

En nogmaals, we gaan uit van de interpretatie zoals de wethouder hem heeft aangegeven want daar heeft u van opgemerkt dat dat klopt. Dus dat de verwachtingen over en weer helder zijn. En dan tot slot, volgens mij heb ik dan nog een motie staan en dat is de motie verduurzamingslening, ook afkomstig van de VVD. Wie is tegen die motie? Tegen. Het CDA, Solidair Oldenzaal en GroenLinks. Dan is die aangenomen. C(onform)-voorstellen - Geen D(irecte)-voorstellen - Geen 5. Sluiting De voorzitter: Goed, volgens mij ben ik daarmee aangekomen bij het eind van deze middag, avond. Ik hoorde iemand in de wandelgangen zeggen: we gaan half negen zeker halen. Nou, die verwachting is uitgekomen. We zijn er nog zelfs ietsjes voor. Allemaal dank, wel thuis en u weet: we sluiten traditioneel deze avond af bij een horecagelegenheid in de binnenstad met twee vleugels en u bent van harte welkom. Wel thuis. Afsluiting 20.24 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12191384/2