CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 transcriptverslag vergadering 7 november 2022

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 7 november 202231.436 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

schop tegen het scheenbeen van de samenwerking. Toen ik dit schreef, wist ik niet dat er zoveel werd ingediend. Maar ik kan jullie verklappen, ik ben tegen elk voorstel. Ik zou zeggen: college, let heel goed op, misschien kun je ze gebruiken in de voorstellen die wij van jullie gevraagd hebben naar aanleiding van het raadsprogramma. Behalve eentje die al een keer begroot was eigenlijk. En voorzitter, daarmee is volgens ons genoeg gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie, de heer Snijders. Als u nog … Ja, dank u wel. De heer Visscher. De heer Visscher: Ja, voorzitter. Dit is waarschijnlijk de kortste algemene beschouwing die ik ooit gehoord heb. Maar ik ben toch wel even benieuwd. Een volzin. Een schop tegen het scheenbeen van de samenwerking. Maar bedoelt mijnheer Snijders nou dat wij vanaf nu dus niks meer kunnen indienen, omdat we alleen maar moeten wachten op het raadsprogramma? Ik wil toch wel iets meer toelichting, want ik vind hem wel erg scherp gesteld. De voorzitter: De heer Snijders. De heer Snijders: Ik vind het allereerst knap van de heer Visscher dat hij op zo’n stuk tekst nog een vraag kan stellen. Heel goed gedaan. Want ik had het nog willen noemen, van: kom nu maar eens met een vraag. Maar goed. Dit is een heel logische vraag, heel terecht. Kijk, hier staat in: elk nieuw, niet noodzakelijk beleid.

Dus als er doden gaan vallen, dan moeten we misschien iets doen in Oldenzaal. Maar dat is niet het geval. Dus zijn er allerlei crisissen aan de hand … Maar daar is al eerder vragen zijn daarover gesteld. En volgens het college is daar voldoende in mogelijk. We hebben notabene een armoedeloket, dus dat is allemaal best wel goed geregeld in Oldenzaal. Dus de dingen die voorgesteld worden, dat zijn leuke ideeën. Maar dat moet je eigenlijk aan het college meegeven, dan komen ze met voorstellen. En als het echt zo belangrijk is, dan hebben we alles op tafel liggen, en dan kun je ook kiezen. Als je nu bij wijze van spreken al één miljoen in een noodfonds stopt, dan kun je straks met de keuzes van het raadsprogramma gewoon minder doen, dan is één miljoen weg. Ook al komt dat terug. Maar dan kies je dus niet integraal. En we hebben het zo vaak gehad, ook in het kader van sociaal domein, allerlei aparte regelingen. Laten we nou eens kijken wat we allemaal aan het doen zijn, zodat je een betere keuze kunt maken. Dat is hem. d.

AB - VVD

De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Visscher geen aanstalten maakt, dus … Ik kijk even rond. Ja. Dank u wel, mijnheer Snijders. Dan ga ik naar de VVD, de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat we het raadsprogramma unaniem hebben afgesloten. Want ik heb geconcludeerd dat wij veel dieper in de global goals zitten dan wij tot nu toe gedacht hebben. Want wij eten vanavond Chinees. Dus ik ben blij dat jullie gewoon ingestemd hebben. Ja, het is echt zo. Tweede constatering, voordat ik met mijn verhaal begin, ik hoor al een paar keer de term beleidsarme begroting. Ik vind 104 miljoen niet beleidsarm. Maar goed, dat zal misschien aan mij liggen. Voorzitter, we leven in turbulente en onzekere tijden. We hebben een oorlog in Oekraïne, een asielcrisis, een energiecrisis, hyperinflatie. Heel veel seinen staan om ons heen op rood. Toch lijkt het Oldenzaal vooralsnog voor de wind te gaan, met een zeer positieve meerjarenbegroting. De Zinkwegnorm wordt in ieder geval structureel zeer ruim gehaald. Maar we moeten nooit te vroeg juichen, want de landelijke overheid verandert vaak erg snel van koers. Toch zien wij voldoende mogelijkheden om toch nieuwe investeringen en uitgaven te gaan doen. Ook natuurlijk al in het kader van het raadsprogramma. En de eerste uitgave die wij voorstellen is het

-17-

verlagen van de OZB, oftewel eigenlijk het verlagen van de verhoging van de OZB. Die OZB is de afgelopen jaren harder gegroeid dan ons lief was, en als wij nu kijken wat daar voor onze inwoners allemaal speelt, iedereen heeft last van de inflatie en van de energietarieven. Dus daar komt dan die voorgenomen OZB-verhoging ook weer overheen. Dus dat betekent dat de woonlasten weer toe gaan nemen. Wij doen het voorstel, dat doen we middels een amendement, om 5,45 procent van de verhoging teniet te doen. Zodat de totale woonlasten in 2023 ongeveer gelijk blijven aan die in 2022. Daarmee verlichten we niet de financiële zorgen van onze inwoners, maar we verzwaren ze in ieder geval ook niet. Dus dat amendement hebben we bij dezen ingediend. We staan er goed voor, dat is ook wel eens anders geweest. Vooral de afgelopen periode terugkijkend. We hebben nu de mogelijkheid om ook investeringen te doen voor de toekomst. Voor de lange termijn van Oldenzaal. Zoals bijvoorbeeld voor de binnenstad. We hebben dat gebied met elkaar verklaard als huiskamer van Oldenzaal, en voor de verkiezingen hadden we nog een groot debat in Rouwhorst waarin iedereen zijn steun heeft verleend aan Stadsnoabers en aan SOBO.

De diverse werkgroepen van Stadsnoabers zijn al jaren bezig om te verkennen wat onze binnenstad voor de lange termijn nodig heeft, en dat heeft geresulteerd in een lijst met laaghangend fruit ter waarde van ongeveer één miljoen. Het wordt toch echt hoogste tijd dat wij als raad boter bij de vis doen, en deze miljoen beschikbaar gaan stellen. Geen woorden maar daden. Daarom ook de vraag aan het college, maar ook aan de andere zes raadsfracties: wanneer gaan we dat doen? Gaan we wachten op het college in februari, of gaan we vandaag direct zakendoen? Financiële vooruitzichten zijn goed, maar het is niet overal hosanna. Sociaal domein blijft nog altijd ons grootste zorgenkindje. En ook het grootste gedeelte van onze begroting. Tijdens de presentaties van de partners is wederom gebleken dat er A, weinig wordt samengewerkt, te weinig, er te weinig wordt gedaan met data en ook dat de zakelijke inslag van medewerkers nogal eens te wensen overlaat. Ook is duidelijk geworden dat we aan de voorkant veel beter de verwachtingen van cliënten moeten managen, omdat simpelweg niet alles zomaar meer mogelijk is. Graag vernemen wij van het college wanneer de geplande zakelijkheidstraining voor de medewerkers op de agenda komt. Deze training is echt belangrijk, om te zorgen dat wij de zaken in het sociaal domein slimmer kunnen gaan organiseren.

En tot slot, het sociaal domein, de preventiematrix. Is al eerder gesteld. Daar vragen we al een tijdje om, en ik hoor graag van de wethouder wat daar op dit moment de status van is. Financiële crisis, die hebben we dan nog net niet in Oldenzaal. Maar we hebben wel veel last van de asielcrisis. Na het debacle in Albergen met dwang vanuit Den Haag, is nog altijd niet duidelijk of er daadwerkelijk een spreidingswet, dan wel een dwangwet komt. We hebben in Oldenzaal gelukkig niet afgewacht, we hebben proactief ingegrepen met de huur van Hotel de Kroon, en daar wil ik het college een compliment voor maken. Er zal ongetwijfeld nog meer op ons afkomen, maar dat zien we qua opvang met vertrouwen tegemoet. Waar de opvang goed gaat, hebben wij vraagtekens bij de integratie van al deze nieuwe Oldenzalers. En ik constateer ook dat wij als raad daar eigenlijk nog nooit een discussie over gevoerd hebben, en dat zouden we misschien eens een keer moeten gaan doen. Tijdens de presentatie van Kansrijk Berghuizen, tijdens de informatiesessies voor het raadsprogramma, werd de opmerking gemaakt dat het heel lastig was om de van oorsprong Turkse bewoners van zuid-Berghuizen te betrekken bij de wijk. Mensen bij een wijk betrekken is wat anders dan integreren, want je kan mensen natuurlijk niet dwingen om actief te zijn, maar basisintegratie is natuurlijk heel erg noodzakelijk.

En vanuit die presentatie van Kansrijk Berghuizen, bekruipt ons wel het gevoel dat de integratie hier deels mislukt is. Het is natuurlijk heel complex om zoveel mensen van verschillende culturen te integreren, maar het is wel heel erg noodzakelijk dat we dat doen. En dat probleem moet wat ons betreft ook echt goed aangepakt worden. Geen pappen en nathouden, maar gewoon een aantal eisen stellen. Zoals bijvoorbeeld, als het gaat om het leren van de Nederlandse taal, maar ook het kunnen accepteren van en kunnen omgaan met onze Nederlandse cultuur. De belangrijke vraag: hoe denkt het college de integratie van de nieuwe Oldenzalers te gaan bereiken? En welke middelen heeft het college, heel specifieke vraag, als mensen niet willen -18-

meewerken? Volgende crisis betreft de klimaatcrisis. We kunnen met elkaar twisten over de snelheid en grootsheid van maatregelen, maar dat er iets moet gebeuren, dat is wel helder. En mede ingegeven door de energiecrisis komt de verduurzaming nu sneller op gang dan ooit. De samenleving is veel meer genegen om maatregelen te nemen, omdat er ook heel veel financiële prikkels aanwezig zijn. En ik zeg dan maar dat de samenleving zo snel gaat als de samenleving gaat, en daar hebben wij geen klimaatdrammers en tafelplakkers bij nodig. Ook het bedrijfsleven gaat op dit moment heel snel. Voertuigen worden geëlektrificeerd, nieuwe energiebronnen worden steeds aantrekkelijker, en het jaar 2030 staat bij veel sectoren op het netvlies gebrand. Een mooi voorbeeld is waterstof. In 2030 moet er een volledige waterstofring om Nederland komen te liggen. Tot die tijd zullen ondernemers steeds meer gebruik gaan maken van middelen om zelf waterstof te produceren, en die ook lokaal op te slaan. En daar kan de schoen mogelijk wringen, want regelgeving om op lokaal niveau waterstof op te slaan is nog niet aanwezig. En wij roepen het college daarom middels een motie op om goed te gaan kijken welke regelgeving daarvoor moet komen, om die opslag mogelijk te maken, en op welke termijn dat moet plaatvinden. Gaan we naar de woningen.

Voor verduurzaming van woningen kunnen we als gemeente niet even een miljoenenfonds optuigen. Maar wat we wel kunnen is een duurzaamheidslening instellen. Graag zouden wij zien dat zo’n lening er komt, vergelijkbaar met de starterslening, maar dan beschikbaar voor die woningen waarbij verduurzaming het hardst nodig is. Dus voor woningen met het hoogste energielabel. Die motie dien ik bij dezen ook in. Als we klimaat en duurzaamheid beter op de rit hebben, is dat mooi, maar ondertussen wordt het steeds onveiliger op straat. Ook in Oldenzaal. Het is mooi dat we op het gebied van straatintimidatie een eerste stap hebben gezet, maar er is meer nodig. Zoals bijvoorbeeld de aanpak van verwarde personen. De politie heeft haar handen vol hieraan, waardoor het echte politiewerk vaak in het geding komt. Hiervoor is het nodig dat er binnen de gemeente een veel betere coördinatie komt tussen de verschillende afdelingen en al onze sociale partners. We vragen aan het college: op welke manier gaan we dit met elkaar aanpakken, en op het stadhuis regelen? En als we dit beter regelen, dan heeft de politie dus ook tijd voor echte veiligheid. Wij horen bijvoorbeeld steeds meer incidenten tijdens het uitgaan in Oldenzaal.

Is dat ook bekend bij het college? En zo ja, zijn er plannen om dit aan te pakken met middelen zoals bijvoorbeeld cameratoezicht, of misschien zelfs wel preventief fouilleren? Tot slot, voorzitter, kom ik nog even terug op de binnenstad. Het parkeerbeleid ligt al jaren onder vuur. Maar de middelen om dat voor honderd procent op te lossen hebben we nog niet. Wat we inmiddels in de binnenstad zien, en dan doel ik vooral op de vijfhoek, is dat de parkeerplaats overvol is. Vooral op zaterdag. Helaas vaak niet met klanten, maar met bewoners van bijvoorbeeld de Walgaarden. En met het oog op de nieuwbouw die daar nog gaat plaatsvinden, zal de parkeerdruk alleen maar gaan toenemen. En dat houdt in dat er nog minder plek zal zijn voor onze klanten. Wat ons betreft wordt er dus meer gebruik gemaakt van parkeergarage de Driehoek. En dat kun je zien voor de bewoners, maar dat zouden we ook kunnen we doen voor de ambtenaren die in dit stadhuis werken. Die garage staat leeg, maar het maaiveld staat vol. Denk het college ook in deze richting, of zijn er andere plannen om dit probleem aan te pakken? Voorzitter. We hebben het vandaag over de begroting. En aldus nog steeds een forse begroting van 104 miljoen. Gelukkig hebben we nog steeds een behoedzame begroting, want we doen hier alles met belastinggeld.

En daarom blijft het erg pijnlijk om te zien dat het Carmel College smijt met miljoenen, maar dat ze niet in staat zijn of niet wensen om de tijdelijke huisvesting slim te regelen in het ruime aanbod leegstaande lokalen in Oldenzaal. Ik hoop dat we ze in de komende maanden toch nog kunnen overtuigen om van koers te veranderen, zodat we samen miljoenen belastinggeld kunnen behouden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie, als u nog wil blijven staan, mevrouw Oude Engberink, namens de WG. Mevrouw Oude Engbrink.

-19-

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. In de bijdrage van de heer Visscher wordt de zin genoemd, dat we het probleem, als het gaat over het integratiebeleid, nu echt moeten aanpakken. Met pappen en nathouden komen we nergens. Ik ben heel erg benieuwd waar de heer Visscher met pappen en nathouden, waar hij dat op baseert. De heer Visscher: Goede vraag. Het is meer eigenlijk een zinsnede dan dat ik me ergens op baseer. Het komt vooral voort uit de presentatie van Kansrijk Berghuizen, waar ik toch wel een beetje van geschrokken ben. En ik wil eigenlijk ook niet hier de stelling doen dat we met zijn allen iets verkeerd gedaan hebben, alleen daar horende dat die integratie dus toch minder goed verlopen is dan we allemaal met elkaar misschien denken. Dat deed ons wel denken dat we hier misschien toch een keer wat strenger in moeten gaan worden, om mensen wat beter te gaan integreren. Dus pappen en nathouden is niet bedoeld om een verwijt te leggen bij iemand, maar het is meer bedoeld om aan te geven dat we daar wel echt werk van moeten maken. De voorzitter: Ja. Ik kijk nog even rond. Ik zie de heer Lulofs nog. De heer Lulofs: Ja, ik heb twee vragen. De eerste gaat over die duurzaamheidslening. Het spreekt mij aan.

Maar geldt dit ook voor huurders? Krijgen die daar ook toegang toe, of gaan we dat op een andere manier regelen? En de tweede vraag, dat is het parkeren achter de Vijfhoek. U brengt heel stellig dat daar heel veel auto’s staan van bewoners van de Walgaarden. Hoe komt u aan die informatie? Is die informatie juist, of hoe komt u daaraan? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: De eerste vraag, over de duurzaamheidslening. Wat ons betreft is die ook voor huurwoningen. Staat overigens ook in de motie, hoor. Het gaat erom dat wij juist die woningen gaan verduurzamen die het hoogste energielabel hebben. Zodat we die als eerste naar beneden gaan brengen, dus dat geldt wat ons betreft ook voor huurwoningen. De informatie over parkeerplaats bij de Vijfhoek komt vooral ook van ondernemers, naar ons toe. En we weten ook gewoon van mensen die daar wonen dat ze daar vaak hun auto parkeren. En we hebben natuurlijk daar te maken met een … We hebben het heringericht, waardoor er nog iets minder parkeerplaatsen zijn dan dat we hadden. En we zien toch de conclusie, dat op zaterdag echt daar heel veel rondjes moet rijden voordat je een parkeerplaats kunt vinden. En als we gaan bouwen, behoorlijk wat units, dat betekent dat het alleen maar meer wordt.

Dus daarom ook de vraag: kunnen we dat bijvoorbeeld kantelen door meer gebruik te maken van de Driehoek? Die nog altijd leeg staat, de parkeergarage. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid naar de heer Lulofs. De heer Lulofs? De heer Lulofs: Ja. Tweede beantwoording, ik kan daar wel in meegaan. Maar die eerste, van zeg maar de duurzaamheidslening … Bij de starterslening, daar hebben we als gemeente flink zekerheid. Want dat gaat over eigen bezit. Hoe gaan we dat regelen binnen de duurzaamheidslening? Spreken we daar de verhuurder op aan, voor de zekerheid? Of moet die zekerheid worden geleverd door de huurder? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dat zal natuurlijk altijd een samenwerking moeten zijn met de verhuurder. Wij gaan natuurlijk niet rechtstreeks die woningen verduurzamen, dus zal met de WBO daarover geschakeld

-20-

moeten worden. Maar goed, ik … Ja, de motie ligt er. Dat hoor ik ook straks graag van het college in de reactie, hoe ze daar wellicht tegenaan kijken. De voorzitter: Nog één keer de heer Lulofs, en ik dacht dat ik de heer Maartens ook zag, maar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Ja, kijk, ik was al een beetje bang dat het als verhuurder de WBO wordt genoemd. En daar zullen de afspraken goed mee gedaan kunnen worden. Maar we hebben ook heel veel particuliere verhuurders. En daar zit juist de kneep voor wat betreft het isoleren van de woningen. En ik hoop dat we daar dan, met elkaar, een hele goede oplossing voor kunnen vinden. De heer Visscher: Ja, dat hoop ik ook, inderdaad. Ik noemde de WBO, maar er zijn natuurlijk inderdaad heel veel commerciële verhuurders. En dat zullen we absoluut mee moeten nemen, ja. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Ik had ook de vraag over de particuliere verhuur. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog voor de zekerheid rond. Verder niet. Dank u wel, de heer Visscher. Dan voor de administratie wil ik u het volgende meegeven. Het amendement van de VVD, Geen inflatiecorrectie OZB, dat is amendement twee van deze avond geworden. Want amendement één was natuurlijk bij het vorige onderdeel op onze agenda. En de motie over Opslag waterstof, dat is motie één. En de motie Verduurzamingslening is motie twee geworden. e.

AB - PvdA

De voorzitter: Oké. Dan ga ik nu naar de Partij van de Arbeid. De heer Kramer. De heer Kramer: Voorzitter, dank u wel. Net als velen, speelden wij met de gedachte om de begroting zoals die voor ons ligt als een conform voorstel door te geleiden. Het is immers een document zonder nieuw beleid, punt. Tot zover onze diepteanalyse op de begroting. Goed, ik wilde het met u over een ander thema hebben vanavond. Vanmiddag, excuus. Het leven deelt soms tikken uit. Bijvoorbeeld wanneer je je baan verliest, wanneer je ziek wordt, wanneer je geen eerlijke kans krijgt, of wanneer je je onveilig voelt. Zo veerkrachtig als wij Oldenzalers zijn, herstellen wij van die tikken. We proberen vaak zelf te herstellen van zo’n tik, en als dat niet lukt kunnen we vaak terugvallen op de hulp van een ander, met een duwtje in de rug, en een arm over onze schouder heen. In tijden als deze kunnen we er niet langer op rekenen dat onze Oldenzalers op eigen kracht kunnen herstellen. Sterker nog, op het moment dat het leven niet langer tikken uitdeelt, maar klappen, moet er een lokale overheid klaarstaan die een hand reikt aan de mensen die vandaag de dag nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Wij moeten degenen zijn die onze inwoners geven wat ze op dit moment het hardste nodig hebben. Perspectief. En een eerlijke kans om weer vooruit te durven kijken.

Maar hoe doen we dat in een tijd waarin de prijzen van energie de pan uitrijzen en boodschappen onbetaalbaar worden? Moeten wij hardwerkende Oldenzalers laten kiezen tussen warme voeten of een fatsoenlijke maaltijd op tafel? Moeten wij opa’s en oma’s laten kiezen tussen het trakteren van hun kleinkinderen, of voorzien in de eigen levensmiddelen? Moeten wij gezinnen met een inkomen net boven het sociaal minimum verwijzen naar de Voedselbank? Mogen wij in een gemeente, die pretendeert een gemeente met een gezicht te zijn, toestaan dat inwoners afgesloten dreigen te worden van water, elektra of gas? Hoort kinderarmoede hier thuis? Het antwoord is ondubbelzinnig: nee. Het wordt tijd dat wij gaan winnen voor de inwoners die al een hele lange tijd niet meer gewonnen hebben. Regeren is vooruit zien, wordt ook hier wel eens gezegd. Dat is dan ook de reden geweest dat wij, -21-

net als Solidair Oldenzaal, al voor de zomervakantie aandacht hebben gevraagd voor alarmerende signalen uit de samenleving. Namelijk een langzaam oplopend armoedecijfer. Destijds werd de door ons gevoelde urgentie niet door elk raadslid herkend. Ook vanuit het college kon niet gerekend worden op herkenning. Op onderlinge vragen met betrekking tot de Voedselbank, werd geantwoord: wij zien nog geen zorgwekkend stijgende cijfers. Ook voorstellen met betrekking tot de verruiming van de inkomenscriteria inzake de energietoeslag, en het opstellen van een noodplan mocht armoede de kop opsteken zijn een stille dood gestorven. De actualiteit heeft het vraagstuk allang ingehaald. Inmiddels is er bijvoorbeeld een groot aantal inwoners geweest dat gebruik heeft gemaakt van deze eenmalige energietoeslag.

In het kader hiervan vragen wij het college: 1, om hoeveel inwoners gaat het? 2, hoe verhoudt dit aantal zich tot het aantal inwoners dat mogelijk gebruik had kunnen maken van deze regeling? 3, wat heeft het college eraan gedaan om deze toeslag onder de aandacht te brengen bij de Oldenzaalse inwoners? 4, hoeveel gelden zijn er nog over van de aan de gemeente toegewezen gelden ten behoeve van het uitkeren van de energietoeslag? En tot slot 5, biedt het overgebleven bedrag alsnog de mogelijkheid om het inkomenscriterium te verruimen naar 130 procent van de bijstandsnorm? Vandaag de dag worden onze politieke debatten gedomineerd door alarmerende berichten omtrent armoede. Nadat het landelijke nieuws grotendeels ging bestaan uit berichtgeving omtrent het oplopende armoedecijfer. Dit betreuren wij als geen ander. Onze raad is straks degene die uit moet leggen waarom haar kiezers harde keuzes moeten maken. Voorzitter, u vraagt zich vast af wat onze uitleg dan zal zijn. Nou, het college zag nog geen zorgwekkend stijgende cijfers. Onze inwoners zijn echter niet gebaat bij een chagrijnige houding van onze kant. Zij zijn, zoals ik net al noemde, gebaat bij perspectief en bij hoop. Wij vertrouwen er daarom op dat het college op dit moment kosten noch moeite zal sparen om het oplopende armoedecijfer verder terug te dringen.

Tegelijkertijd kan het college erop vertrouwen dat er een Partij van de Arbeid klaar zal staan die erop toe zal zien dat het college doet wat hij verplicht is. Namelijk zorgdragen dat onze inwoners perspectief krijgen. Natuurlijk begrijpt de Partij van de Arbeid als geen anders, dat in tijden als deze niet alles kan. Vasthouden aan de voormalige welvaartsstandaard is in tijden als deze niet alleen onverstandig, maar ook onverantwoord. We mogen daarom best van onze inwoners vragen om keuzes te maken. Hier doel ik uiteraard niet op de keuzes die ik in de inleiding van mijn betoog aanhaalde. Wanneer wij verwachten van onze inwoners dat de keuzes gemaakt dienen te worden, dan moeten wij het college uiteraard dezelfde keuzes voorhouden. Is het in tijden als deze gerechtvaardigd om te investeren in een zwembad, terwijl de kans bestaat dat veel inwoners de entreekosten straks niet kunnen betalen? Is het verantwoord om te investeren in een binnenstad, wanneer wij zien dat het besteedbaar inkomen van onze inwoners langzaam terugloopt? De antwoorden op deze retorische vragen laat ik voor nu in het midden. De onderligger is immers duidelijk. Inwoners vragen om keuzes te maken, vraagt om het heroverwegen van reeds gemaakte keuzes in dit huis.

Het raadsprogramma dat zojuist is overhandigd aan het college, biedt het college onvoldoende handvatten om snel en adequaat te acteren op het oplopende armoedecijfer. Ook de recent ontvangen berichten vanuit het college, in de vorm van een raadsinfobrief, biedt ons onvoldoende vertrouwen dat het terugdringen van armoede met de hoogst mogelijke prioriteit wordt opgepakt. Zo laat het college weten dat hij de aangekondigde aanpassingen van de landelijke weten regelgeving mee wil nemen, terwijl wij als een spreekbuis van de samenleving weten dat deze aanpassingen te laat zullen komen. Ook vragen wij ons hardop af of wachten op innovatieve oplossingen en een brede kijk op armoede presenteren, zaken zijn waarmee wij onze inwoners op dit moment de hoop en perspectief kunnen bieden die ze zo hard nodig hebben. In de beantwoording op schriftelijk vragen over de mogelijke creatie van een noodfonds, gesteld door de Partij van de Arbeid en het CDA, wijst het college op een reeds bestaand noodfonds. Het noodfonds waar het college op wijst is, zoals we weten, slechts gevuld met vijftigduizend euro. Tegelijkertijd wisten we al ver voor dit debat dat dit noodfonds in zijn huidige vorm niet kan voorzien in de problematiek die in de komende maanden op ons af zal komen. Daarom wil de Partij van de Arbeid samen met het CDA, WG -22-

Oldenzaal en Solidair Oldenzaal, het college verzoeken middels een amendement dat wij zo dadelijk in zullen dienen, om een noodfonds in het leven te roepen, opdat direct ondersteuning geboden kan worden aan onze inwoners en onze verenigingen. Daarbij geven wij het college een aantal kaders mee, waarvan een aantal in de overwegingen terug zullen komen. Daarmee kom ik bij de indiening van het amendement. En het lijkt me, omdat er behoorlijk wat kaders schuilgaan in de overwegingen, vrij zinvol om de gehele overweging voor te lezen. Ik weet niet wat de voorzitter daarvan vindt? De voorzitter: Nou, we zitten ruim in de tijd. Dus bij dezen heeft u mijn toestemming. Maar anders dan krijgt u die niet zo gemakkelijk. Maar bij dezen. De heer Kramer: Dank u wel. Oké. De raad van de gemeente Oldenzaal, bijeen in vergadering van 7 november 2022, stelt voor aan de tekst in het besluit toe te voegen: éénmalig 1 miljoen euro uit de algemene reserve te onttrekken voor het instellen van een noodfonds, waarop onder - door de raad geformuleerde - voorwaarden Oldenzaalse huishoudens en verenigingen die geconfronteerd worden met een noodsituatie als gevolg van deze ontwikkelingen, een beroep kunnen doen voor een renteloze lening, die op basis van draagkracht kan worden afgelost. Dit noodfonds zal -ondanks de komst van landelijke initiatieven- in stand blijven als extra sociaal vangnet.

Dan beperk ik mij, om u tegemoet te komen voorzitter, bij de overwegingen louter tot de kaders. Dat is het allerlaatste zwarte bolletje, daar staan een aantal witte bolletjes onder. De gemeenteraad stelt voor dit noodfonds de volgende voorwaarden: Er kan eenmalig een beroep worden gedaan door iedere Oldenzaler die geconfronteerd wordt met een noodsituatie vanwege een aantoonbare dreigende uithuiszetting, of een afsluiting van water, elektra of gas. Daarbij dient het college ook rekening te houden met verenigingen die gevestigd zijn in Oldenzaal, die eveneens geconfronteerd kunnen worden met een van de hierboven genoemde situaties of vergelijkbaar. Drie, er wordt geen inkomensgrens gehanteerd zodat ook middeninkomens de mogelijkheid krijgen een beroep te doen op het noodfonds. Vier, gelden worden verstrekt in de vorm van een renteloze lening, waarmee voorkomen kan worden dat inwoners gekort worden op toeslagen. Vijf, er wordt een aflossingsregeling gehanteerd waarbij pas na één jaar afgelost dient te worden op basis van draagkracht en waarbij de schuld na twee jaar aflossen, op basis van draagkracht, wordt kwijtgescholden. En tot slot. Bij het verstrekken van gelden uit het noodfonds wordt afgedwongen dat deelnemers budgetadvies zullen ontvangen. Bijvoorbeeld vanuit de schuldhulpsanering, of vanuit een energiecoach. Tot zover. Voorzitter, ik rond af.

We leven in een tijd waarin sociaal beleid en democratie belangrijker zijn dan ooit. Laten we hier zuinig mee omgaan, omdat dit de twee hoofdingrediënten zijn van hoop en perspectief. Laten we vanavond bewijzen dat onze raad hiertoe in staat is. En nu voorwaarts. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Ik zie in ieder geval de heer Snijders en de heer Visscher. De heer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch een vraag. We leven van crisis naar crisis, dat is niet goed. Dan is vooruitzien juist belangrijk, om crisissen in de toekomst ook de kop te bieden zonder dat je incidenteel beheer moet gaan toepassen. En ik hoor iedere keer weer amendementen, voorstellen en initiatiefdingetjes over bijvoorbeeld de energiecrisis of de coronacrisis, of noem maar op. Ik denk dat wij in Oldenzaal een soort van armoedebeleid hebben, een armoedeloket. Hebben we moeite voor gedaan, om dat allemaal achter één loket te zetten. En dan krijgen we weer allemaal losse maatregeltjes. Dat is niet integraal. Dat is ook geen oplossing, hoe sympathiek bedoeld ook. Ik zou zeggen dat je dit soort voorstellen, over het hele armoedebeleid heen moet leggen. En dan moet kijken of je daar een aanpassing moet gaan doen. Zodat als er straks een huismussencrisis komt, dat

-23-

het ook gedekt is. En niet dat we daar weer een huismussenfonds of zo moeten gaan oprichten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer: Oké. De inleiding van de vraag van de heer Snijders doet vermoeden dat ik de belichaming ben van elke crisis die we hier hebben. Dus laten we dat even wegnemen. Dan de vraag. Ik ben ook geen voorstander van het instellen van een noodfonds. Maar ik denk dat we op dit moment, gelet op het huidige tijdsbestek waarin we leven, de minst slechte oplossing is om hoop en perspectief te bieden aan de mensen die dat nu zo hard nodig hebben. En dan denk ik dat wij niet aan kunnen komen met een verhaal dat wij willen wachten op integraal beleid. Ik denk dat dat uiteindelijk er niet voor gaat zorgen dat onze inwoners warme voeten houden. De voorzitter: Dan had ik de heer Visscher beloofd. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind het wel een erg somber betoog. Volgens mij is het niet zo dramatisch. Maar goed, ik begrijp natuurlijk de problematiek. Ik heb wel een paar vragen, met name over het noodfonds. In eerste instantie de vraag: ik vind dat er veel aannames in staan. Heel flauw, de Partij van de aannames. Maar die is te flauw, maar ik heb hem toch gezegd, sorry. Waarom één miljoen? Dat is vraag één.

Vraag twee is: waarom een lening? En straks wordt er gezegd: mensen steken zich in de schulden om het hoofd boven water te houden, en wij gaan ze dan nog meer schulden bieden. Ik snap dat het renteloos is, maar het is nog steeds iets dat terugbetaald moet worden. Waarom niet gewoon een fors bedrag naar de bijzondere bijstand doen, en het gewoon vandaaruit betalen? Helemaal geen lening. We kunnen wat lijden uit de algemene reserve. Dus ik zou de vraag willen stellen: waarom … En waarom dan ook een extra fonds? En waarom niet een bestaand middel gebruiken, wat we al hebben? En de laatste, dat is meer een opmerking. Ik vind retorische vragen prima om te stellen. Alleen stellen dat wij geen investeringen moeten doen voor de lange termijn omdat we nu een probleem hebben, dat gaat ons echt te ver. We moeten juist nu investeren. Maar dat is even een opmerking van mijn kant. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u. Beginnen bij vraag één. Waarom één miljoen? Goede vraag. Dat is ook een vraag die ons de afgelopen dagen bezig heeft gehouden.

Ik denk dat het als lokale overheid een heel krachtig signaal is, dat wij één miljoen euro, want dat is ontzettend veel geld, vrijmaken om mensen die echt door alle laatste bodem gaan vallen, dat wij dat voor hen willen … Sorry? De voorzitter: U bent bezig met niet reageren op wat er nou naar voren wordt gebracht. Nou moet dat per interruptie. U heeft net een interruptie gehad van de heer Visscher, daar geeft u nu antwoord op. En daar gaat u wat mij betreft gewoon mee door. Niet reageren op de dingen die er nu voorbij komen, daar krijgen ze dan via mij wel de gelegenheid voor. De heer Kramer: Excuus, voorzitter. Ik wil niemand tekort doen namelijk. Eén miljoen, ik denk dat het een mooi symbolisch bedrag is, en een teken van kracht, dat wij laten zien aan onze inwoners: wij zijn er voor jullie op het moment dat je dat niet meer voor jezelf kunt zijn. Tegelijkertijd, wij als raad oormerken nu dit bedrag en wij kunnen dat oormerk er ten alle tijden afhalen op het moment dat wij dat nodig achten. Dat ten aanzien van vraag één. Vraag twee, een lening. Inderdaad, om ervoor te zorgen, dat is een hele procedurele inslag, dat mensen op de één of andere manier in de problemen kunnen komen met toeslagen op het moment dat het bijvoorbeeld een gift wordt. Dat ten eerste. Ten

-24-

tweede, en dat zeg ik even op persoonlijke titel, heeft het ook een wat principiële grondslag, omdat ik het geen goed idee vind dat een lokale overheid gelden direct verstrekt aan inwoners. Ik denk dat het in de vorm van een lening een hele mooie vorm is. Dat ten tweede. De derde was een bestaand middel. Eens. Ik zou het echt onzin vinden als wij een gehele nieuwe infrastructuur optuigen om dit op poten te zetten. Mocht blijken dat het huidige noodfonds aan de achterkant eigenlijk helemaal niet zo verschillend is, dan zou ik ook inderdaad het voorstel doen om die infrastructuur aan te wenden. Om het noodfonds aan de voorkant toch toegankelijk te maken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher, en dan ik heb mevrouw Ailo-Zaia ook gezien. Maar de heer Visscher nog een keertje. De heer Visscher: Ja, ik denk toch dat ik dat ik misschien … Misschien moeten we ook afwachten wat het college daar op zegt. Toch moeten kijken om … Ik vind die lening zo raar. Volgens mij lossen we het probleem namelijk niet op als we geld gaan lenen, want dat moet alsnog terugbetaald worden. Dus daar ben ik een beetje bang voor. En één miljoen is een mooi symbolisch bedrag. Binnenstad vraagt er al zes jaar om. Dus ik stel voor dat we die dan ook doen. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Nou ja.

Wellicht kan ik de heer Visscher enigszins geruststellen, dat het … Ik ben het met de heer Visscher eens dat het heel onverstandig is om aan mensen heel veel geld uit te lenen op het moment dat ze echt heel erg in de problemen zitten. En daarom lijkt het me ook een heel goed voorstel om middels die clausule af te dwingen dat inwoners die een beroep doen op die lening, ook inderdaad budgetadvies zullen ontvangen. En ik hoop dat daarmee de zorgen van de heer Visscher ook enigszins weggenomen worden. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. In mijn betoog heb ik het ook even kort gehad over die één miljoen waar wij best wel tegenaan hikken. Hoe staat u er zelf tegenover? Want ik denk eerlijk gezegd, wat is het idee daarachter? Dat die inwoners echt het gevoel hebben: de gemeente staat achter ons in tijden van nood. En ik denk persoonlijk, en samen met mij de rest van mijn partij uiteraard, daar heb je niet die miljoen nodig. 2,5 ton, een half miljoen, zegt ook meer dan genoeg voor diegenen die het heel hard nodig hebben. Wat is uw kijk daarop? De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Laat ik allereerst voorop stellen dat ik ook tot in het diepste van mijn vezels hoop dat we die miljoen helemaal niet nodig hebben. Ik denk dat iedereen dat hier met mij deelt. Ik blijf erbij dat één miljoen een ontzettend krachtig signaal is.

En een miljoen is een krachtiger signaal dan een half miljoen. En nogmaals, ik hoop echt niet dat we het geld nodig hebben. En dat is helaas het antwoord dat ik moet geven op uw vraag. De voorzitter: Dank u wel. Verder niet? Dank u wel de heer Kramer. En dan wederom voor de administratie, het amendement wat is ingediend door de Partij van de Arbeid, WG Oldenzaal, CDA en SO, Solidair Oldenzaal wordt genoteerd als amendement drie. f.

AB – SO

De voorzitter: Dan kom ik bij Solidair Oldenzaal, de heer Bouwman. -25-

De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan het kort houden. Een beleidsarme begroting. Precies zoals we verwacht hadden. Weinig nieuwe zaken die wij onder ongezegd komen. Wat ons betreft is het dan ook niet nodig om het hier nu politieker te maken dan nodig. De zaken waarover wij vragen hebben, en waarover wij kritisch zijn, zoals het energiecontract, hebben wij schriftelijk ingediend. En daarvan wachten we de schriftelijke beantwoording af. En we hopen dat het bijlagenboek van het raadsprogramma voor inspiratie gaat zorgen bij het college. En we hopen ook dat de insprekers die alle weken hier aanwezig zijn geweest, zich ook kunnen herkennen in de tekst die in het raadsprogramma staan. En we hopen dan ook, mocht dat niet zo zijn, dat ze dan bij ons komen om weer met hun in gesprek te gaan. Want een dialoog zullen we ook de komende jaren moeten blijven houden om alle problemen en opgaves die de komende jaren voor ons liggen het hoofd te bieden. En we kijken uit naar de voorstellen van het college aankomende januari. Ik hoorde net februari, maar ik ging ervanuit dat het januari zou zijn. En tot slot wil ik van de gelegenheid gebruik maken om wethouder Rödel te complimenteren voor de wijze waarop de wethouder het dossier GGID tot nu toe heeft aangevlogen. En de manier waarop de raad er actief over is geïnformeerd. Dank u wel. g.

AB - WG

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de laatste bijdrage, en die is van de WG. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Voor de derde keer vanmiddag hier op deze plek. Voor ons ligt een begroting die naadloos aansluit bij de kaders die deze raad op 4 juli jongstleden heeft meegegeven. Het is een sobere en beleidsarme begroting geworden. WG Oldenzaal kan zich vinden in de voorgestelde begroting. Dat maakt dat onze bijdrage deze keer anders is qua opbouw. Helaas niet zo kort als mijn voorganger. Maar we gaan toch ons best doen om er snel doorheen te lezen. Zojuist hebben we als raad het raadsprogramma Samen vooruit vooral nu besproken, en unaniem vastgesteld. Het college gaat de aankomende periode de handen aan vol hebben, om de ambities van de acht thema’s te vertalen in inhoudelijke en financiële voorstellen. Onze verwachting is dat bij het bespreken van deze voorstellen stevig zal worden gediscussieerd. Wij zien ernaar uit om elkaar daarvoor hier te ontmoeten. Om aan de thema’s uit het raadsprogramma invulling te geven, geeft de raad het college een financieel kader mee. Dit kader is uitvoerig bediscussieerd, en uiteindelijk bewust op hoofdlijnen opgetekend, en niet per thema of ambitie uitgewerkt. Hebben we het zojuist ook over gehad.

WG Oldenzaal staat achter deze keuze, en vind het belangrijk dat het college van de hele raad de ruimte en het vertrouwen krijgt om met het raadsprogramma aan de slag te gaan. Wij geven het college mee om in de vertaling van het raadsprogramma, naast kritisch inhoudelijke keuzes, ook kritisch financiële keuzes te maken. Passend binnen het voorgestelde financiële kader. Tijdens het bespreken van de kadernota, hebben wij benoemd dat wij tijdens deze beschouwingen op de programmabegroting op vier onderwerpen willen terugkomen. Drie van deze onderwerpen, te weten de energietransitie, kijk op de wijk en inclusieve samenleving, zijn ook al verwerkt in het raadsprogramma. Daarover willen we nog het volgende noemen. Wat betreft de energietransitie. In het raadsprogramma geven wij de richting mee om hier samen met alle inwoners en alle partners in de stad mee aan de slag te gaan. Enerzijds willen we inzetten op gedragsverandering van iedereen in de stad, maar ook door snel in te zetten op direct zichtbare en duurzame, gerichte acties. Er gaan al geluiden voor kleinschalige buurtinitiatieven. Hoe mooi is dat? Laten we ervoor waken dat die niet ten koste gaan van grootschalige en bedrijfsmatige initiatieven.

Al voor de verkiezingen hebben wij genoemd dat wij graag een duurzaamheidsfonds willen instellen, waaruit leningen aan inwoners kunnen worden verstrekt om aanpassingen op het gebied van energiebesparing en isolatie te kunnen betalen. Een regeling voor -26-

alle inwoners. Wij noemden net een fonds voor lui met een kleine knip. We vragen het college om in de uitwerking van het raadsprogramma met dit onderwerp aan de slag te gaan. Maar zoals zojuist ook door de fractie van VVD Oldenzaal een motie is ingediend, moeten wij die zeker ook daarbij in ogenschouw nemen. In 2019 heeft WG Oldenzaal ingezet op Kijk op de Wijk De Thij. Een buurtschouw die we ook andere wijken in Oldenzaal gunnen. In het raadsprogramma heeft de raad het thema Wijken als één van de acht hoofdthema’s opgenomen. De uitwerking van dit thema doet volledig recht aan de richting die WG Oldenzaal heeft bedoeld. Dan over de inclusieve samenleving. Een inclusieve samenleving is een open gemeenschap, waar iedereen ertoe doet en van waarde is. Ongeacht verschillen die er natuurlijk zijn. Iedere inwoner moet op zijn of haar manier mee kunnen doen in de Oldenzaalse samenleving. WG Oldenzaal staat voor gelijke kansen. Iedereen is uniek, en verdient gelijke kansen om er het maximale uit te halen. De ondertitel van het raadsprogramma is niet voor niets: Samen richting geven, verbindt Oldenzaal. Daarmee staan we er garant voor, dat in alle voorstellen, besluiten en plannen recht wordt gedaan aan het bijdragen aan een inclusieve samenleving. Bij het vierde onderwerp willen we graag wat langer stilstaan. Dat betreft het onderwerp armoedebeleid.

En in de huidige tijdsgeest nog specifieker geduid, energiearmoede. Dit thema baart WG Oldenzaal, en ook alle andere fracties, zoals net in deze raad, grote zorgen. Helaas gebeurt het de laatste tijd steeds vaker dat een deel van onze inwoners … Sorry, een deel van onze inwoners staat het water, lees schulden, tot aan de lippen. Zij kunnen hun energielasten niet meer opbrengen en maken noodgedwongen veel schulden. Het college heeft onlangs beargumenteerd, te laten weten weinig te voelen voor een noodfonds. Zoals net voorgesteld. WG Oldenzaal omarmt te gedachte en intentie van CDA en Partij van de Arbeid, om tot een noodfonds te komen volledig. Juist omdat er helaas nog steeds inwoners zijn die de voorliggende voorzieningen onvoldoende of niet weten te vinden, of daar niet voor in aanmerking komen. Collega Kramer van de Partij van de Arbeid heeft in zijn bijdrage zojuist het amendement Noodfonds genoemd. Deze wordt namens CDA, WG Oldenzaal en SO ingediend. Daarmee geven we het krachtige signaal af aan onze inwoners, maar ook aan onze verenigingen: wij laten u niet in de kou staan. Vanaf deze plaats maken wij gebruik van de gelegenheid om meteen een oproep te doen aan iedereen die zich erdoor aangesproken voelt. Binnenkort ontvangen alle huishoudens die een energiecontract hebben tweemaal een vergoeding van 190 euro.

Hoe mooi zou het zijn dat de gezinnen die dit bedrag niet per se nodig hebben, dit bedrag kunnen gunnen aan inwoners die dit bedrag juist heel goed kunnen gebruiken? Er zijn tal van mooie instanties en goede doelen in onze stad, die een beeld hebben die met dit bedrag enorm geholpen zijn. Als we met elkaar een steentje bijdragen en elkaar helpen, is dat niet wat Noaberschap inhoudt? Alle fracties hebben afgesproken om in hun beschouwingen terughoudend te zijn om onderwerpen te amenderen of moties in te dienen die één of meerdere thema’s van het raadsprogramma raken. Mits er zich een indringende situatie voordoet. Wij constateren dat er naast zojuist genoemde energiearmoede, verbonden aan het thema klimaat en duurzaamheid, er nog één onderwerp is. Namelijk de continuering van de starterslening. Verbonden aan het thema wonen. Vorige week heeft het college ons te kennen gegeven dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor continuering van de starterslening in 2023. In de voorliggende programmabegroting zijn daar geen middelen voor gereserveerd, met als gevolg dat starters geen ondersteuning meer kunnen krijgen in de aanschaf van hun eerste woning, nu de bodem van het beschikbare fonds in zicht is. Dat vinden we een erg zorgelijke en onwenselijke situatie. WG Oldenzaal voert veel gesprekken met jongeren en starters in onze stad.

Zo hebben we onlangs nog een jongerencafé georganiseerd, voor de doelgroep jongeren, over het thema wonen. Een veelgehoorde opmerking is dat jongeren het nog steeds lastig vinden om een woning te vinden, en ook te kunnen bekostigen. De starterslening draagt bij aan het vinden van een woning, en die ook te kunnen aanschaffen. Daarom dienen wij, mede namens Partij van de Arbeid, het amendement Starterlening in. Met dit amendement geven wij het college ruimte om het al bestaande beleid direct in 2023 te kunnen continueren. Mijn vraag aan het college om in hun zienswijze op het thema wonen aandacht te geven aan hoe de starterslening in de -27-

toekomst duurzaam kan worden voortgezet. Tijdens het overleg van de Auditcommissie op 11 oktober jongstleden, heeft de Rekenkamercommissie het verzoek ingediend om de Rekenkamercommissie te versterken. De Rekenkamercommissie constateert dat zij met de huidige bijdrage onvoldoende invulling kan geven aan de verwachtingen van onze raad, en aan de vastgestelde wettelijke verplichtingen. De Auditcommissie heeft unaniem uitgesproken dat verhoging van het budget van de Rekenkamer en uitbreiding van de ambtelijke capaciteit en ondersteuning gerechtvaardigd is. Namens de Auditcommissie dienen wij een raadsbreed amendement in, Versterking Rekenkamercommissie. Voorzitter, ik rond af. We staan voor een enorme opgave, om samen met onze inwoners, kinderen, jongeren, gezinnen, alleenstaanden, ouderen, maar ook met verenigingen en bedrijven onze stad nog mooier, sterker en leefbaarder te maken. WG Oldenzaal gelooft in de kracht van de gemeenschap. Door samen te werken en te verbinden gaan we dat redden. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Visscher. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Het is niet echt een vraag, maar meer een opmerking. Het is natuurlijk al een aantal keer dat we die starterslening opplussen. Of dat we die weer in de begroting zetten, of ophogen.

Zou het niet beter zijn als we dat gewoon structureel voor de komende, weet ik veel, X jaar, dat gewoon doorvoeren? De voorzitter: Nou, u formuleert uw stelling als een vraag, dus ik kan me voorstellen dat mevrouw Oude Engberink daar nog op wil reageren. Ga uw gang. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Dat is ook precies wat wij voor ogen hebben. Door dit amendement verwachten wij dat we in ieder geval direct vanaf januari, dus vanaf aankomend jaar, al de starterslening kunnen voortzetten. Maar ik noem ook in mijn betoog dat ik het college vraag het meteen ook duurzaam naar de toekomst zo in te zetten. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er nog andere fracties zijn. Ja, de heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Dank u wel, voorzitter. Ik ben nog heel even nieuwsgierig, met betrekking tot de starterslening, of u ook hebt meegekregen dat er vandaag in de landelijke overheid subsidie voor een koophuis, dat daar maatregelen voor zijn getroffen? Waardoor starters tot 45 duizend euro volgens mij korting kunnen krijgen op de aankoop van een nieuw huis. En hoe zich dat dan verhoudt tot uw idee. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U overvalt mij daarmee, dat bericht heb ik niet voorbij zien komen. Dus daar zal ik nog moeten verdiepen. De voorzitter: Oké, ja, oké. Dank u wel.

Dan voor de administratie wederom, de WG heeft een amendement Continuering starterlening samen met de Partij van de Arbeid ingediend. Dat is amendement vier. En tot slot een raadsbreed amendement, Versterking van de Rekenkamercommissie Noordoost-Twente. En dat is amendement vijf. Ik wil voorstellen om kort te schorsen voordat het college aan bod is, al was het maar om de voorzitter de gelegenheid te geven om toch nog even een korte sanitaire stop te hebben. Dus ik schors de vergadering tot tien over vijf.

-28-

Schorsing De voorzitter: Ja. Geachte raad, ik wil de vergadering heropenen. En dat doe ik bij dezen, de vergadering is heropend. En mag ik het college in de persoon van de wethouder middelen, mevrouw Zinkweg uitnodigen om haar reactie te geven. De eerste termijn van het college, te beginnen met mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dank u wel, voorzitter. Een Programmabegroting, werd net ook al wel een paar keer aangegeven, anders dan anders. Voor u zijn de Algemene Beschouwingen anders dan anders. Voor ons als college is de Programmabegroting anders dan anders, want we hebben dan inderdaad wel 101 miljoen euro als bestaand beleid staan, maar er zit nog geen nieuw beleid in. En dat komt natuurlijk omdat we ook nog op het moment van het schrijven van deze Programmabegroting nog niet wisten welke kant we op moesten gaan. Inmiddels, zojuist, heeft u een raadsprogramma vastgesteld en we zijn ook blij dat we met die nieuwe ambities die u heeft straks ook weer een gewijzigde begroting voor kunnen leggen. Er was net even mogelijk wat onduidelijkheid over wanneer u dat kan verwachten. Ik heb eerder al aangegeven dat dat mogelijk in januari zou zijn. Zojuist bij de reactie op het raadsprogramma heb ik ook vanuit het college aangegeven dat januari wat vroeg is. Dat kunnen we in ieder geval vaststellen, dat is niet realistisch.

En we zullen later bij u komen met een tijdspad waarin wij verwachten dat we bij u terug kunnen komen. We laten een begroting zien met fors positieve resultaten. Voor 2023 en 2024 is dat ruim drie miljoen, 2025 4,8 miljoen, en 2026 anderhalf miljoen. En daarbij is dus ruimte voor eventuele tegenvallers, maar ook om te investeren in de stad. En dat kunnen we dan ook doen, eventueel, met plannen die richting u gaan als wij de gewijzigde begroting vaststellen. En daarnaast is er ook sprake van een ruim weerstandsvermogen. Mevrouw Ailo gaf het al aan, die is nu zeker goed maar ook in het verleden is die altijd goed geweest. Want ik hoor wel vaker dat daar sprake zou zijn van wat minder weerstandsvermogen. Maar wij hebben een heel ruim weerstandsvermogen, die echt als zeer goed kan worden beoordeeld. En dat hebben we de afgelopen jaren ook gehad, en op dit moment is hij nog beter. Maar ook dat is belangrijk, om dus die tegenvallers op te kunnen vangen. Maar ook om investeringen, incidentele investeringen, te doen in onze stad. Dat was eigenlijk even een korte introductie vanuit de portefeuille middelen. Maar er zijn ook nog een aantal dingen benoemd waar ik ook nog op wil reageren.

Allereerst het amendement van de VVD over het schrappen van OZB inflatiecorrectie, die wij zoals gewoonlijk … De OZB inflatiecorrectie nemen wij normaal gesproken op in de programmabegroting, en u stelt voor om die weg te laten. Vanuit onze kant kunnen wij meegeven dat dat de gemeente dan 475 duizend euro structureel gaat kosten. Dus ik wil u dat meegeven in de overwegingen. En het is uiteraard aan u als raad om te bepalen hoe daarmee om te gaan. Septembercirculaire, de heer Maartens, die gaf al even aan van: die ziet er positief uit. Heb ik ook in het politiek forum aangegeven. Morgen zullen we als college de Najaarsnota behandelen, en dan kunt u ook zien wat voor een positieve effecten het heeft. Maar het heeft een fors positief effect. Parkeren binnenstad. Er zijn wat zorgen over mogelijk nieuwe ontwikkelingen en wat dat dan doet met het parkeren in de binnenstad. Zijn inderdaad op een aantal punten, die zien wij ook, bij de Langestraat, zit daar wat krapte. En daarbij kunnen we ook aangeven dat we vanuit het college ook bij de ontwikkeling van de nieuwe post, dat we dat aan hebben gegeven dat dat geen effect mag hebben op de parkeersituatie daar. Dus daar hebben we ook voorgesteld dat er dan andere parkeerplekken gezocht moeten worden dan die aan de Langestraat. En nog een laatste.

U gaf net ook al wel aan, u mag van ons als college verwachten dat we natuurlijk met een gewijzigde begroting zullen komen. Maar mochten er zaken zijn die dringend zijn, dan kunt u ook van ons verwachten dat we ons aanpassen en dat we dan ook met een voorstel bij u terug kunnen komen. Dus dat was even een korte reactie op nog wat opmerkingen. Verder zijn er geen vragen voor mij gesteld.

-29-

De voorzitter: Dank u … Ja. Mevrouw Zinkweg, als u nog een momentje geduld heeft. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, kort vraagje. Ik begreep dat het college toch wat meer tijd nodig heeft dan januari. Februari. Januari is geloof ik wel 31 dagen, maar vooruit. Maar vanuit de VVD kwam het voorstel om per thema, of per onderliggend onderwerp zelfs, meer gedetailleerd een bedrag te noemen. Had het college dat liever gehad? Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, wij kunnen misschien heel veel wensen, maar het is wel iets waar wij u als raad natuurlijk aangeven wat uw raadsprogramma is. En er is een raadsprogramma vastgesteld waarbij echt een meerderheid, nee, waarin iedereen zich kan vinden. En als portefeuillehouder middelen kan ik me voorstellen dat het dan ook echt politiek wordt. En ook dat dat lastig is om daar dan juist iedereen in mee te krijgen, als je het gaat prioriteren. Als u meegeeft richting ons als college, waar u de prioritaire op wil leggen, helpt dat ons. Maar ik denk ook dat we er met het college wel uit kunnen komen. Dus het helpt, maar ook zonder dat dat per se wordt meegegeven verwacht ik dat we daar ook als college uit kunnen komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Christenhusz. Als volgende namens het college. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik heb wat meer vragen volgens mij dan mevrouw Zinkweg heeft.

Dus ik neem misschien ietsjes meer tijd. Dan begin ik met de vraag van D66, met betrekking tot het bedrag wat nog in het noodfonds zit. Ooit vijftigduizend euro ingestopt, en op dit moment zit daar nog ruim 24 duizend euro in. En het noodfonds is echt zeg maar een fonds dat we inzetten op het moment dat andere fondsen en andere regelingen niet beschikbaar zijn. Er zit een stuk voorliggende voorziening bij, in het kader van bijzondere bijstand. Maar soms kunnen we ook als gemeente mensen en inwoners helpen door gebruik te maken van regelingen die bij de verenigingen Armoede Pakt Oldenzaal beheerd worden. Dus echt noodfonds, is echt het allerlaatste instrument dat we in kunnen zetten. Nog 24 duizend euro zit erin. Dan vraagt D66 hoe nou de komende tijd het sociaal domein in de raad besproken gaat worden. Want ze geven aan: het komt terug in de voorjaars- en najaarsrapportage. Daar is voor gekozen, omdat de afzonderlijke paragraaf 3.9 waar we ook een financiële doorrekening maken van het sociaal domein, dat we daarvan geconcludeerd hebben, en dat heeft de wethouder Financiën de vorige keer ook al uitgelegd, dat doordat die middelen toegevoegd worden in een algemene uitkering, dat je steeds minder makkelijk kunt herleiden hoe die middelen nou opgebouwd zijn. Dus dan lijkt het mij goed om juist dat in die beide rapportages aan de orde te hebben.

Het is denk ik nog wel een keer goed om het presidium te bespreken met elkaar op welke wijze u ook met de drie wethouders die taken in dat sociale domein hebben, die sessies, van bijvoorbeeld die kwartaalsessies die we hadden in met u als raad, hoe we die vorm gaan geven. Daar zijn dan misschien wel weer verdiepingslagen op te maken. Dan de bezuinigingsmaatregelen. Die hadden we natuurlijk heel graag willen presenteren bij deze programmabegroting. We hebben ook diverse keren aangegeven dat dat gewoon door de hele vele werkzaamheden ook binnen het sociaal domein, dat helaas niet gelukt is. Wat we wel aan kunnen geven, dat wij morgen in de Najaarsnota die we behandelen in het college, een richting gaan aangeven hoe wij de taakstellingen binnen het sociaal domein, zoals die er nog zijn, opgelost kunnen gaan worden. Dus dat betekent dat op het moment dat dat voorstel wordt overgenomen, dat u al bij de najaarsrapportage met ons die discussie kunt gaan voeren. Dus eigenlijk eerder dan u zelf nu op dit moment in de beschouwingen vraagt. En volgens mij zijn daarmee de vragen van D66 beantwoord. Dan de vragen van het CDA met betrekking tot de Omgevingswet. Ja, uiteindelijk kan je op een gegeven moment ook zeggen: binnen de Omgevingswet zitten denk ik ook wel een aantal goede elementen in. Ik denk niet dat we de discussie moeten voeren die op rijksniveau gevoerd -30-

wordt. Maar denk ik wel essentieel is, voor een goede invoering van die Omgevingswet, dat is natuurlijk uiteindelijk dat digitaal stelsel wat gebouwd moet gaan worden. En zolang dat niet goed functioneert, dan zou je eigenlijk volgens mij ook als lokale overheid niet moeten willen dat die wetgeving wordt ingevoerd. Maar dat is denk ik ook de hele discussie die op dit moment in Den Haag gevoerd gaat worden. En gevoerd wordt. Gevolgen van de stikstofuitspraak. Ja, die is zo vrij recent gekomen dat ook wij als college die vraag natuurlijk in onze ambtelijke organisatie hebben neergelegd. Wat betekent dat nu eigenlijk voor ons? Voor ons als Oldenzaal, met de bouwprojecten die wij ambiëren. En zo gauw we zeg maar daar een antwoord op hebben, dan kan ik me voorstellen dat we dat u ook via een raadsinfobrief laten weten, maar ik hoop ook zeg maar dat u er begrip voor hebt dat een uitspraak die een dikke week geleden er gekomen is, dat we dat nog niet direct kunnen vertalen zeg maar naar de Oldenzaalse situatie toe. U had een vraag rondom de ombuigingen, nou, die heb ik zeg maar meegenomen met de beantwoording van D66. En u vraagt naar de evaluatie van het Sociaal plein. Daar wordt nu aan gewerkt, dus we hebben zeg maar sinds 1 september daar nu ook een coördinator voor aangetrokken.

Die is druk bezig om die evaluatie te maken, die wil zij in december januari in eerste instantie met onze partners van het sociaal domein of van het Sociaal plein gaan bespreken en vervolgens zeg maar zult u ook daar natuurlijk als raad over geïnformeerd worden. GroenLinks geen vragen, dan ga ik even door naar de bijdrage van de VVD. Even zeg maar terugkomend op de zakelijkheidstraining. Eén team binnen het sociaal domein heeft een soort training al gevolgd, die heeft plaatsgevonden in 2021 en 22. Dat waren onze accountmanagers binnen het sociaal domein. En die training was vooral gericht op zakelijkheid zeg maar in de richting van onze partners en onze aanbieders. En misschien dat mevrouw Rödel nog straks iets kan vertellen over het systeem binnen de jeugdzorg en het feit dat de klantmanagers daar ook verder in getraind gaan worden, want ik denk dat dat zeg maar bij uw vraag, binnen uw domein hoort. Mocht dat niet zo zijn wil ik hem wel gaan pakken. Even kijken, preventiematrix is ook denk ik voor mevrouw Rödel. Dan de integratie, de opmerkingen van de VVD.

Ik heb volgens mij al eerder aangegeven ook in deze raad dat wij een aantal jaren geleden een integratiebeleid hadden, dat we dat toen ook zeg maar juist op basis van de raad gezegd hebben: we willen eigenlijk geen speciaal doelgroepenbeleid dus integratiebeleid meer voeren met elkaar, dus daar is een streep doorheen gehaald. Het wordt nu wel als gemis ervaren want ook vanuit de ambtelijke organisatie heb ik al eens een keer een aantal signalen gekregen: goh, misschien moeten we dat toch nog eens een keer weer gaan maken. Dus die handschoen, die willen we op gaan pakken. En als het dan gaat om, ja, welke middelen heeft het college op het moment zeg maar dat mensen in Nederland niet willen inburgeren, nou, dan is dat best wel een breed scala. En we zijn ook echt wel blij als gemeente dat we weer invulling mogen gaan geven aan die wet inburgering, dat we zeker zeg maar rondom de inburgering van statushouders dat we de regie weer terug hebben. Maar ik heb toch nog maar even nog even iets meegenomen om ook meteen weer aan te kunnen tonen hoe ingewikkeld het is. Als het om inburgeren gaat hebben we het over statushouders, gezinsmigranten en arbeidsmigranten. We moeten handhaven, boetes opleggen in het kader van drie wetgevingen. Dat is de wet inburgering, dat is de participatiewet en dat is ook nog een wetgeving die bij DUO ligt.

Soms zijn wij als gemeente verantwoordelijk, soms is weer de DUO verantwoordelijk, dus met elkaar hebben we nog steeds een ongelooflijk ingewikkeld stelsel rondom inburgering en integreren. En het is misschien wel eens goed zeg maar om ook dat eens een keer in een politiek forum met elkaar te bespreken: hoe dat er nu eigenlijk uitziet en wie, wat, wanneer nu waar verantwoordelijk voor is. Want het lijkt alsof we het simpeler hebben gemaakt, dat is het echt nog niet. Even kijken, ja, dan heeft de PvdA een aantal vragen gesteld rondom de energietoeslag, dat waren echt wel even vragen die uitgezocht moesten worden, dus die moet ik er even bij zoeken. Even zien en dat ... Nou, moet ik even de juiste nummer één weer eens terug zien te vinden. Ja, ik heb hem. Hoeveel inwoners hebben gebruik gemaakt van de energietoeslag? En het is de stand van zaken van 7 december 2022. We hebben 395 ambtshalve toekenningen gedaan, mensen die we dus al kenden en waarvan we wisten dat ze onder de regeling -31-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12191384/2