CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Transcriptverslag 2025.09.22 Gemeente Oldenzaal Gemeenteraad

Gemeenteraad 27 oktober 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 22 september 202513.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 22 september 2025

1.

Opening De voorzitter: Ik open de vergadering, want het is inmiddels 19.31 uur en we hebben met elkaar de afspraak gemaakt om op tijd te beginnen. Welkom allemaal bij deze raadsvergadering, 22 september 2025. We hebben verschillende onderwerpen op onze agenda staan. Maar allereerst zal ik melden wie er vanavond niet bij kunnen zijn. Dat is mevrouw Seijger. Dat is de heer Snijders. Dat is de heer Wienk. En dat is de heer Lulofs. Dat betekent dat we met 19 aanwezige raadsleden zijn. Verder wil ik het volgende nog met u afspreken, want u heeft, denk ik, onlangs al wel gemerkt dat we de microfoon direct open hebben staan, omdat we merkten dat door het feit dat de voorzitter ook u het woord moest geven via het scherm, dat dat wat verwarring opleverde en er soms ook wat te veel tijd overheen ging. Dus we doen het nu weer, ik zou bijna zeggen, op de ouderwetse manier. Dus op het moment dat u het woord wilt voeren, dan steekt u uw hand op en kijkt de griffier en ondergetekende wie dat is. En dan hanteren wij ook de volgorde die daarbij hoort. Dus u hoeft niet meer op het knopje te drukken. Dat is ook wat verwarrend voor de mensen thuis. Dus ik zou zeggen, hand opsteken en mocht aan deze zijde u niet opgemerkt worden, doe het dan nog een keer. Dan doen wij ons best. Ja, ik weet het. Ik heb op de een of andere manier die afwijking. Links heb ik een soort blinde vlek, mevrouw Nevels.

Ik weet ook niet waar dat door komt. Maar ik zou zeggen, blijft u zwaaien, dan ga ik het vast wel een keer zien. We gaan ons best doen en ik weet zeker dat ook de griffier mij daar goed bij gaat assisteren. En mocht er toch nog op enige hiccups leiden, dan gaan we dat wel merken. Maar goed, samen komen we een heel eind.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Als ik dan naar de agenda kijk, dan is het goed om daar nog bij op te merken dat er een aantal moties vreemd, drie in totaal, zijn opgeladen. Een motie vreemd van de VVD over de lokale feestdag. Een motie vreemd van de WG, CDA en ik dacht van D66, maar dat weet ik niet helemaal zeker. Dat gaat over de terinzagelegging. En een motie vreemd van SO over oproep reflectieproces omgevingsvisie. Dus drie in totaal. En u weet, dat doen wij altijd aan het eind van de agenda. Mag ik concluderen dat we met die opmerkingen de agenda mogen vaststellen? Dat is het geval. Dan is dat bij dezen gebeurd.

3.

Afleggen eed door de heer C.H. Hartendorp (griffier) De voorzitter: We starten, dat heeft u ook op uw agenda gezien, met een bijzonder moment. Dat is heel lang niet gebeurd in deze raadszaal. Ik geloof dat ik zelfs terug moet naar het jaar 2002, toen de gemeenteraad van Oldenzaal een griffier heeft en niet een waarnemend griffier, want dat ‘waarnemend’ kunnen we er nu af laten, maar een echte raadsgriffier ga beëdigen. En dat is Coen Hartendorp. Die zit hier naast mij. Dus dat gaan we zo dadelijk doen. U weet, de griffier speelt een cruciale rol in de ondersteuning van u, dus van de gemeenteraad. Hij is ook de eerste adviseur van de raad en is dus verantwoordelijk voor het goed verlopen van de besluitvormingsprocessen, in het waarborgen van de democratische controle en het ondersteunen van de raad bij haar werkzaamheden. Niet alleen de raad, maar ook van de voorzitter. Want het feit dat ik dat nu allemaal zo reproduceer, mag u toeschrijven aan uw nieuwe griffier. 26 mei is hij al benoemd. Maar we hadden alleen het beëdigingsmoment nog niet gehad. Er was wel een moment voorbijgekomen, dat was voor alle ambtenaren. Maar het leek ons juist veel belangrijker om dat hier in deze zaal ten overstaan van u te doen. Want per slot van rekening staat hij ook ten dienste van u. Dus dat moet dan ook ten overstaan van u

gebeuren. Ik zal met dit formulier erbij naar een andere plek gaan en dan gaan we het even officieel doen. Dus als u een momentje geduld heeft. De griffier heeft het al een paar keer gezien, dus hij staat keurig in het midden, zoals u allemaal ziet. En dank aan alle aanwezigen. Als ik u mag uitnodigen om te gaan staan, dan komt dat helemaal goed. Dank u. Ik lees hem voor en de griffier heeft aangegeven om de belofte af te leggen. “Ik verklaar dat ik, om tot griffier van de gemeente Oldenzaal benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar dat ik, om tot griffier van de gemeente Oldenzaal benoemd te worden, noch direct noch indirect, in welke vorm dan ook, valse informatie heb verstrekt. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als griffier van de gemeente Oldenzaal naar eer en geweten zal vervullen. Ik beloof voorts dat ik zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden tegenover iedereen die daaraan niet ambtshalve is verbonden.

Ik beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed griffier betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van de gemeente Oldenzaal zal schaden.” Wat is daarop uw reactie? De heer Hartendorp: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel. Bij dezen beëdigd. Ik schors de vergadering voor een kort moment en dan mag u de griffier feliciteren. [schorsing] 4.

Vragenuur De voorzitter: Ik heropen de vergadering en wij gaan door naar het volgende agendapunt op onze agenda en dat is het vragenuur. Ik geef graag het stokje over, de voorzittershamer, aan de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Geef ik graag het woord aan de VVD voor het stellen van hun vragen. Ik weet niet wie van … Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Overlast in de wijk Zuid-Berghuizen door jongeren. Naar aanleiding van een melding vlak voor de zomervakantie zijn we in gesprek gegaan met de bewoners van Zuid-Berghuizen, met vrijwilligers van de Stakenboer. Daaruit blijkt dat er al anderhalf jaar sprake is van ernstige overlast door een vaste groep jongeren. Overlast door jongeren is niet nieuw in deze wijk, maar de situatie escaleert momenteel zodanig, dat buurtbewoners en vrijwilligers zich geïntimideerd voelen en bang zijn. Enkele voorbeelden van wat incidenten. Flessen geplaatst voor autobanden rond Stakenboer met schade aan voertuigen door glasscherven. In juni dit jaar in de Uiverstraat tien zware explosieven afgestoken, gevolgd door nachtelijk vuurwerk. Op 31 juli opnieuw melding van zeer zwaar vuurwerk in de wijk. Gevonden patroonhulzen van gasalarmpistolen, lege wietzakjes, gebruikte condooms in het voetgangersgebied en in de muziekkoepel. Hangjongeren die met fatbikes door het park racen.

Een 82-jarige dame die bij de voetbalvelden van FC Berghuizen is uitgescholden. Overlast in dug-outs bij Veld 4 van FC Berghuizen, bevestigd door de heer Olde Kalter en de terreinbeheerder. Kinderen die bij voetbalvelden en bij speelterreinen worden weggestuurd door deze groep jongeren. Vervuiling bij de muziekkoepel en ongewenst gebruik van de terrasinrichting van de Stakenboer. Overlast op het terrein van het winkelcentrum bij de ingang van de Albert Heijn. Dit waren slechts enkele voorbeelden. Wat zijn hiervan de gevolgen? Vrijwilligers van de Stakenboer en

de muziekkoepel voelen zich bedreigd en ontmoedigd in hun werk. Ouders kiezen vaker voor scholen buiten de wijk, wat leidt tot krimp bij de Leemstee. Angst onder veel oudere bewoners. Ouders die vrezen dat hun kinderen niet meer veilig kunnen buitenspelen. Stichting Kansrijk Berghuizen en de muziekkoepel melden de overlast consequent en staan in goed contact met de politie en de wijkagent. De politie geeft aan dat er een heterdaad noodzakelijk is om op te kunnen treden. Dit betekent echter dat het optreden vaak achteraf plaatsvindt en niet op het moment zelf, dus niet preventief. In Hallo Berghuizen in januari 2025 meldden jongerenwerkers van Impuls dat inloopactiviteiten een positief effect zouden hebben gehad op de overlast. Bewoners geven echter aan dat zij dit niet herkennen en weinig vertrouwen hebben in die aanpak. Ook de zichtbaarheid van boa's in de wijk is volgens hen minimaal. Daarnaast, en dat is het ergste, gaat het om een vaste groep jongeren die zich niet laat hinderen door respect en gezag. Dan kom ik tot onze vraag aan het college. Hoe kan een integrale aanpak van de sociale veiligheid in Zuid-Berghuizen worden gerealiseerd om dit probleem structureel aan te pakken? De muziekkoepel is juridisch eigendom en daardoor kan er een verbod ingesteld worden voor deze groep jongeren.

Hoe zou dit gehandhaafd kunnen worden? Stakenboer, daarvan is alleen de boerderij juridisch eigendom. Tijdens het laatste politiebezoek aan de raad is deze problematiek bij ons niet gemeld. Waarom niet? Kunnen we dit onderwerp bij een volgend politiebezoek expliciet op de agenda zetten? Ook voor andere wijken in Oldenzaal worden de ouders van deze jongeren aangesproken op het gedrag van hun kinderen. Ziet het college mogelijkheden om jongeren na schooltijd breder te betrekken bij activiteiten, zodat zij meer op een positieve manier bij de wijk worden betrokken? Voorzitter, tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Nevels, dank u wel. Geef ik graag het woord aan de portefeuillehouder. Burgemeester Welman: Dank u, voorzitter. Ik denk dat het goed is om allereerst een paar algemene opmerkingen te maken en dan specifiek in te gaan op de gestelde vragen. In algemene zin zien we in Oldenzaal al een tijdje overlast door jongeren in golfbewegingen. Dat betekent dat je het ene jaar of in de ene periode wat meer overlast ziet. En overlast tussen aanhalingstekens, want niet alles wat iemand als overlast ziet, is ook overlast in die definitie. Maar het gevoel van onbehagen, dat kan wel degelijk plaatsvinden. Maar daarmee is bijvoorbeeld een groep jongeren die je ergens ziet nog niet te vangen onder het kopje overlast.

Maar we zien het in zijn algemeenheid, dat zijn golfbewegingen. En dat loopt eigenlijk door de hele stad heen. Dan is het weer bijvoorbeeld bij de Vijfhoek, dan is het in Berghuizen of op De Essen. Je kunt daar eigenlijk niet iets structureels … Je kunt niet zeggen van, dat is structureel op die plek. Ook de samenstelling van de groepen waar we in Oldenzaal mee te maken hebben, is heel fluïde. De ene keer is het een groep van tien, vijftien jongeren, de andere keer is het een grotere of een kleinere groep. De samenstelling van de individuen is ook steeds verschillend. Dat maakt dat het wel lastig is om te zeggen, als we nu die groep daar een aanpak op richten, dan zijn we van de overlast zoals die ervaren wordt af. We zijn desondanks wel bezig met een integrale aanpak en dat doen we eigenlijk al een tijdje in Oldenzaal. Daar speelt niet alleen handhaving, maar ook preventie een hele belangrijke rol. Dus we kennen wel een integrale aanpak. Heel toevallig vandaag met wethouder Rödel een sessiebijeenkomst bijgewoond waarin alle professionals die met de groepsaanpak bezig zijn, aanwezig waren. Daar hoor je eigenlijk hetzelfde als wat ik net vertelde. Maar wat je ook hoort, is dat de professionals in Oldenzaal elkaar heel goed weten te vinden.

Of dat nu het schoolmaatschappelijk werk is, de jeugdagent, de jeugd-boa of leerplichtambtenaar of de mensen van Impuls, dus de jongerenwerkers, de lijntjes zijn kort en ze weten elkaar goed te vinden. Daarmee wil ik zeker niet de signalen die net door de VVD zijn afgegeven bagatelliseren. Ik probeer het alleen even in een context te plaatsen. Het afgeven en het ontvangen van signalen is uiterst belangrijk. U heeft net in uw inleiding een aantal signalen naar voren gebracht die wij nog niet eerder als zodanig hadden gehoord. We weten wel dat zeker in Stakenboer, dus in het park, maar ook rondom de boerderij en de muziekkoepel, er overlast wordt ervaren. Daar hebben we ook

wel signalen van gekregen. Maar u heeft er nog een aantal aan toegevoegd. Dan de antwoorden op de vragen, voorzitter. We zijn eigenlijk al, ik denk een jaar, anderhalf jaar, wel bezig om voor Zuid-Berghuizen een aanpak te definiëren. Daarbij zijn we wel afhankelijk van de signalen die ik net al noemde, maar ook afhankelijk van, over welke groep hebben we het nu? Ook het jongerenwerk, de boa's, politie en ook allerlei andere instanties zijn daarbij betrokken. Dat is een investering die zijn eerste vruchten al lijkt af te werpen. Zeker als je bijvoorbeeld de hoeveelheid signalen die we in het verleden kregen en meldingen afzet tegen bijvoorbeeld die van afgelopen zomer, dus van de vakantie, dan zien we al een enorme afname. Nogmaals, daarmee wil ik zeker niet bagatelliseren de ervaring en ook wat mensen voelen als ze ermee geconfronteerd worden. Maar we zien gelukkig wel een afname. Dat is goed. Dat is een goede ontwikkeling, maar daar moeten we wel mee door blijven gaan. Dan de muziekkoepel. Inderdaad, de muziekkoepel, daar is sprake van recht van opstal. Dus de koepel is privaat eigendom. Het terrein van de Stakenboer, dat is eigendom van de gemeente. Dus daar moeten we elkaar echt samen in ondersteunen en ook samen het gesprek aangaan. Want als je bijvoorbeeld rondom de boerderij of in het park iets regelt, dan kan dat zijn weerslag hebben weer op de muziekkoepel.

Dus dat moet je echt samen doen. Dus op het moment dat je een verbod instelt, dan heeft dat dus voor alle plekken in die omgeving, maar ook daaromheen, meteen zijn uitwerking. Dus dat moet je echt gezamenlijk doen en daar komt bij, als je een verbod instelt, moet je het ook kunnen handhaven. En u weet, de capaciteit die we hebben is beperkt. Er zijn nog meer vraagstukken in Oldenzaal die ook onze aandacht behoeven. Dus het is nog niet zo gemakkelijk. Dus dat is wel iets. Als je het inzet, moet je het ook waar kunnen maken. Maar misschien hoeft het helemaal niet zo ver te komen. U stelt de vraag over het laatste politiebezoek. Daar is deze problematiek niet gemeld. Dat klopt. En dat heeft vooral te maken met eigenlijk die golfbewegingen die ik net al noemde, want in die fase was de jongerenproblematiek, als je daarover mag spreken, dat woord mag gebruiken, gewoon veel minder, kreeg minder prioriteit, ook omdat er gewoon veel minder signalen van waren. Maar je ziet dat dat met golfbewegingen ook in onze stad zich uit en zich voordoet.

Vier: Worden de ouders van deze jongeren aangesproken op het gedrag van kinderen? Als dat aan de orde is, want we kennen de groepsaanpak en als de professionals vinden dat ook de ouders op dat moment aan zet zijn, bijvoorbeeld omdat de problematiek maakt dat je de ouders nadrukkelijk op hun verantwoordelijkheid moet aanspreken, dan zullen we dat absoluut doen. We hebben een tijdje terug, dat is alweer vijf, zes jaar geleden, dat ook een keer hier in het stadhuis gedaan en toen hebben we een harde interventie gepleegd waarbij we niet alleen de jongeren hebben uitgenodigd, maar ook nadrukkelijk hun ouders gewezen op hun verantwoordelijkheid. Dus dat is zeker onderdeel van de aanpak. Alleen je moet dat gewogen doen en dat echt onderdeel uit laten maken van een brede groepsaanpak. Dan heeft u nog vraag 5 en daarvoor kijk ik met name naar wethouder Rödel, omdat dat breder en verder gaat dan de verantwoordelijkheid van deze portefeuillehouder. Dank u, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Ziet het college mogelijkheden om jongeren na schooltijd breder te betrekken bij activiteiten, zodat zij op een meer positieve manier bij de wijk betrokken worden? Ik ga ervan uit dat u hier niet de Actief na School bedoelt, maar echt iets gericht op deze jongeren.

Klopt dat? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, beide eigenlijk. Dus ook wel Actief na School en ook iets echt gericht op deze jongeren. Wat wij begrepen hebben, is dat deze jongeren niet staan te springen om een beetje elektrische gitaarles, maar dat ze wel op een andere manier beziggehouden zouden willen worden. Of dat nu sport is of iets anders. Ik denk dat je dat misschien wel op beide manieren kunt aanpakken. Maar ik ben geen specialist uiteraard.

Mevrouw Rödel: Nee, die specialisten zijn in het veld. Dat zijn onze jongerenwerkers, die ook echt goed werk verrichten. Het was ook mooi om daar vanmiddag bij te zijn, om te kijken hoe die integrale aanpak werkt en hoe zij met elkaar overleggen. Zowel boa's als het onderwijs, de jongerenwerkers die binnen het onderwijs op de Thijcollege gevestigd zijn en politie, jeugdpolitie. En dan hoor je wat die jongerenwerkers doen. Die nemen toch wel heel veel weg preventief, maar dat kan mogelijk nog meer. Daarvoor zou ik met ze in gesprek moeten. Want ze geven al aan, we hebben met twee jongerenwerkers – een is parttime, een ander fulltime – die zich hier vooral op inzetten en ook bijeenkomsten organiseren bij Paal 12. Maar ook bij de Stakenboer hebben wij natuurlijk niet heel aanbod zo dekkend dat ze overal tegelijk kunnen zijn. Dus ik zal ook met hen in overleg moeten van, wat ontbreekt er nu in Oldenzaal wat er nu nog niet is en wat die jongeren wel graag zouden zien? Dus die vragen zouden gesteld moeten worden. En dan kom ik bij u terug. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Rödel, dank u wel. Ik neem aan dat dat het einde was van uw antwoord. Heeft mevrouw Nevels nog een toelichtende vraag? Twee zelfs. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de andere portefeuillehouder naar aanleiding van de beantwoording.

Waarom is het dan zo dat wij die signalen wel horen – als het gaat over de signalen die u niet weet – en u niet? Ik snap dat … U zegt heel duidelijk, het is een golfbeweging, maar juist als het een golfbeweging is, is het belangrijk, dat we met het volgende bezoek aan de politie dit onderwerp wel op de agenda zetten. Want een golf betekent ook dat het weer terugkomt. Dus dan lijkt me toch zinvol om met de raad, met elkaar en de politie daarbij daarover in gesprek te gaan, zodat wij ook wat meer kennis krijgen. En als er dan vragen onze kant op komen, dat wij ook daar een goed antwoord op kunnen geven. Dan hoor ik de andere portefeuillehouder, mevrouw Rödel, zeggen, een goed gesprek gehad met de jongerenwerkers. Ons is ter ore gekomen, dat juist die jongerenwerkers door de mensen die dit gemeld hebben bij ons, worden die jongerenwerkers juist eigenlijk gezien alsof zij niet zoveel vat hebben op deze groep jongeren. En dan moet ik even goed opletten dat ik het goed verwoord. Die mensen die dat meldden, hebben juist deze jongerenwerkers meegaan met deze jongeren. Nu snap ik wel dat uit hoofde van hun werk, dat dat soms nodig is, maar de mensen die dit meldden, begrijpen dat niet. Is het dan misschien ook mogelijk dat die jongerenwerkers eens in gesprek gaan met de mensen die dat gemeld hebben op Stakenboer, zodat ook deze mensen begrijpen hoe die aanpak werkt? Tot zover.

De plaatsvervangend voorzitter: Geef ik graag eerst het woord aan mevrouw Rödel en daarna geef ik het woord aan de heer Welman. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Ik ben maar weer even gaan staan. We hebben elkaar natuurlijk ook gesproken hierover en ik wist ook dat deze vraag leefde. Daar hebben wij vanmiddag ook uitvoerig over gesproken. Die jongerenwerkers gaan ook wel degelijk in gesprek met de mensen om uit te leggen wat zij doen. Ook in gesprek met ouders, maar ook met omwonenden. Zijn ze ook zeker toe bereid. En het is precies zoals u zegt. Weet je, die integrale aanpak, daarom is het ook een integrale aanpak, waar mensen in zitten die verschillende kwaliteiten en specialiteiten hebben en professionaliteit. En dat betekent een boa en een jeugdagent kan handhaven. Een jongerenwerker doet dat niet. Die wil in relatie blijven met die jongeren om zo het gesprek te kunnen voeren. Dat is hun werk. Dus daar heb ik ook alle begrip voor. En het is inderdaad zoals u zegt, het in gesprek gaan met elkaar, met de mensen. En dat kun je doen door meldingen en door kenbaar te maken dat je ergens last van hebt. Door het in gesprek gaan met elkaar ontstaat begrip en wellicht zelfs ook met jongeren erbij, zodat begrip ontstaat en dat ook zaken uit de weg kunnen worden geruimd, wil ik al bijna zeggen. Maar dat is een beetje … Nee. Zodat het opgelost kan worden.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rödel. Dan geef ik het woord aan de heer Welman. U mag blijven zitten. Burgemeester Welman: Dank u, voorzitter. Waarom de raad wel signalen of u en professionals niet? Dat is een goede vraag. Ik denk dat het goed is om dat ook nog eens bij de personen die u of partijen die u noemde nog eens navraag te doen. Het kan zijn dat op dat moment vanuit de groepsaanpak de professionals net even niet alert genoeg waren of dat er een andere reden is. Dus die pakken we absoluut op. En eigenlijk vind ik het wel mooi, want dat is meteen het bruggetje naar de tweede vraag. Want u vraagt van, zouden we dat op de agenda van een bezoek aan de politie een keer kunnen plaatsen? Ik zou zeggen, volgens mij moeten we dat breder doen. Want dan hebben we het alleen maar weer over de handhavingskant. En ik denk dat het nu juist zo leuk is en ook goed is, om u mee te nemen eigenlijk waar wethouder Rödel en ik vanmiddag ook mee kennis hebben gemaakt, eigenlijk al die partijen die daarmee bezig zijn, van preventie tot handhaving, alles wat daartussen zit en eigenlijk ook wat daarna komt. Dus als u het akkoord vindt, zou ik samen graag met wethouder Rödel een bijeenkomst willen organiseren om u mee te nemen.

En niet alleen u als raadslid, mevrouw Nevels, maar eigenlijk alle raadsleden in … En misschien moeten we dan de Stakenbeek als voorbeeld gebruiken of misschien een andere plek. Maar hoe doen we dat in Oldenzaal? En wie zijn daarbij betrokken? En vanuit welke rol doen ze dat? Kortom, het lijkt mij heel goed om dat een keer te organiseren voor u. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Welman, dank u wel voor deze toezegging. Ik neem aan dat dit meegenomen wordt in het presidium en wij zullen te zijner tijd daar wel het een en ander over horen. Ik geef graag het woord weer terug aan de echte voorzitter. 5.

Vaststellen notulen van de vergadering van 7 juli 2025 De voorzitter: Dank u wel. Dan neem ik graag het stokje weer van u over. En dat betekent dat we bij het volgende agendapunt zijn aangekomen op onze agenda. Dat betreft het vaststellen van de notulen van de vergadering van 7 juli. Vooraf heeft zich niemand gemeld, maar het is toch goed om nog even te checken of dat nog steeds het geval is. En ik zag de heer Van der Waal zich melden. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik ga schuld bekennen. Ik heb namelijk bij de vorige vergadering gezegd, dat ik het alsnog eens ben met de kadernota. Maar op basis van de argumenten die toen werden aangedragen door mijn voorgaande commentator en mijn nadenken mag ik toch beschouwd worden tegengestemd te hebben. Dus dat zal mijn gedrag zijn in de komende maanden. Dank u wel. De voorzitter: Waarvan akte. Ik kijk even rond of er verder nog anderen zijn. Dat is niet het geval. Dan is de notulen bij dezen van 7 juli goedgekeurd. Dank. Dan zijn ze vastgesteld, moet ik zeggen. Niet goedgekeurd, maar vastgesteld. Dat is de correcte term.

6.

Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de lijst van ingekomen stukken. Ik zie de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb even een vraag aan het college en dat gaat over een driedelig artikel over een ingenieur die ons op de gevaren van PFAS wijst. De eerste ingenieur … Ik denk bijna maandelijks dat hij ons als gemeenteraad allerlei wetenschappelijke artikelen stuurt. Maar in dit artikel gaat hij ook in op de

commentaren die deze ingenieur altijd krijgt vanuit de politiek, college, gemeenteraden, maar ook landelijke politiek. En dat is letterlijk nul. Hij krijgt nooit een reactie, terwijl de boodschap gewoon alarmerend en verontrustend is. Ik denk dat we daar heel veel van kunnen leren, ook in het kader van de nota Bodembeheer wat straks op de agenda staat. PFAS is heel schadelijk voor onze volksgezondheid. En mijn vraag eigenlijk aan het college is: Hoe wordt deze brief behandeld? Krijgt deze meneer een reactie en zo niet, zou ik toch het college willen verzoeken om hier serieus naar te kijken en de heer van een reactie voorzien, hoe wij als lokale overheid tegen het vraagstuk PFAS aankijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even richting het college wie daarop reageert. Ik zie mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Ik ga dat checken. Want ik kan daar zo geen antwoord op geven hoe daarop is gereageerd of … Ik ga dat nakijken voor u. Kom ik op terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan zal daar via de griffie u kennis van kunnen nemen en daarmee ook de rest van de raad. Ik kijk even rond of er nog anderen zijn. Dat is niet het geval. Dan is de lijst van ingekomen stukken bij dezen vastgesteld. B(espreek)-voorstellen C(onform)-voorstellen D(irecte)-voorstellen 7.

Sloop J.W.F van Hartenstraat 2 / voormalige school De Zevenster De voorzitter: Dat betekent dat we met gezwinde spoed naar het volgende onderwerp op onze agenda kunnen gaan. Dat is een directvoorstel en dat betreft een directvoorstel van een school, de Zevenster, aan de J.W.F. van Hartenstraat nummer twee. Die staat al sinds 2023 leeg en het college heeft u voorgesteld om te slopen en stelt de gemeenteraad voor om een krediet van 210 duizend euro beschikbaar te stellen. Het is een directvoorstel, dus hij is nog niet eerder in het politiek forum geweest. Dus ik kijk even rond wie het woord wil voeren. En dat zijn er een aantal. Ik ga gewoon even rechtsom. De heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal, u mag het vanaf uw plek doen. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. We hebben een paar kleine vragen. We gaan akkoord natuurlijk met de sloop, want het is een zeer oud gebouw. In dat stuk wordt alleen maar gesproken over de sloop, dus we vragen ons af, wat gaat er daarna met de ondergrond gebeuren? Op korte termijn zowel als op wat langere termijn. Zijn er al bouwplannen en op welke termijn gaan we daar wat van horen? En op welke termijn gaan ze worden uitgewerkt? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Wagelaar. Mijnheer Wagelaar. De heer Wagelaar: Voorzitter, dank u wel.

Eén vraag heeft mijn buurman al gesteld en de tweede vraag die ik heb: In hoeverre heeft u hier ook leegstandsbeheer overwogen, dat we wellicht middels antikraak ook mensen daar tijdelijk een woonverblijf kunnen geven? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog andere raadsleden zijn. Dat is niet het geval. Dan ga ik naar het college. Mijnheer Christenhusz.

De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van de bouwplannen: we hebben 6 oktober een politiek forum staan met het thema wonen. Daar wordt ook deze locatie even met u doorgenomen, dus die zou ik graag daarnaartoe willen parkeren. Waarom niet gekozen voor antikraak? Ik denk echt dat de school niet geschikt te maken is om voor antikraakbewoning gereed te maken. Dan moet je dusdanige grote investeringen doen die volgens het college niet aan de orde zijn. Ook omdat we – daar komen we 6 oktober wel op terug – deze kavel natuurlijk wel graag willen gebruiken voor woningbouw. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de eerste termijn. Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik weet dat er mensen zitten hier op de tribune en misschien wel mensen die meekijken die toch wel iets meer geïnteresseerd zijn in wat er gaat komen. De wethouder verwijst, deels terecht, naar een forum over twee weken. Als het over twee weken is, is er vast iets over bekend. Kan daar een ruime tip van de sluier worden opgetild? De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Niet? Wethouder. De heer Christenhusz: Ik licht het tipje van de sluier toch niet op, mijnheer Van der Waal, omdat het antwoord ook deels moet komen van de kant van de WBO en die is ook 6 oktober bij het politiek forum aanwezig.

De voorzitter: Daar kunt u ook al iets uit aflezen. Ik kijk even rond. Is er nog behoefte aan een stemverklaring bij dit voorstel? Dat is niet het geval. Dan breng ik dit voorstel zoals voorligt, een krediet van 210 duizend euro beschikbaar te stellen ten behoeve van de sloop van de voormalige school De Zevenster aan de J.W.F. van Hartenstraat 2 en het tijdelijk plaatsen van hekken op de locatie en deze kosten te dekken uit de algemene reserve van het grondbedrijf. U kunt uw stem nu digitaal uitbrengen. Allen voor. Dat betekent 19 raadsleden wensen geacht te worden voorgestemd te hebben en daarmee is het voorstel aangenomen. 8.

Nota Bodembeheer (incl. bodemkwaliteitskaart) De voorzitter: Dat betekent dat we naar het volgende onderwerp op de agenda kunnen. En dat is de nota Bodembeheer, inclusief bodemkwaliteitskaart. In 2018 is voor alle Twentse gemeenten en het waterschap Vechtstromen een bodemkwaliteitskaart en nota Bodembeheer opgesteld en nu ligt er een gewijzigde nota Bodembeheer voor, waarin de resultaten van een evaluatie zijn verwerkt, maar ook wijzigingen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Ik ga weer – voor het gemak kan ik dat ook prima doen – rechtsom. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb niet zozeer een vraag over het stuk zelf, maar wel over de bijlage, dat we daar scherp op moeten zijn bij de publicatie. Ik had hem er eigenlijk wel bij verwacht, maar bij bijlage 5 missen we dan de bodemkwaliteitskaart an sich. Er staat alleen tekstueel dat daar de bijlage de rapportage regionale bodemkwaliteitskaart Twente bevat, maar die staat er niet in. Maar ik ga ervan uit bij de publicatie, dat die wel gepubliceerd wordt. Want anders dan hebben we helemaal niks aan die nota Bodembeheer, want dan weten we niet waar we het over hebben. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog andere leden van de raad zijn die het woord wensen te voeren. Niet het geval. Dan kijk ik naar het college. Mevrouw Rödel.

Mevrouw Rödel: Het lijkt mij een hele terechte vraag van de heer Bouwman. Ook die ga ik checken en dan neem ik aan dat hij bijgevoegd wordt. Dus kom ik ook op terug z.s.m. Ik denk morgen al wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Bouwman en naar anderen. Akkoord om het zo te doen? Ik zie u instemmend knikken. Dan beschouw ik dit ook meteen als een tweede termijn. Dan ga ik even rondkijken of er nog behoefte is aan een … Nee, gaat uw gang, want ik ga iets te snel begrijp ik. Nee, ik ga iets te snel. Is mijn fout. Gaat uw gang. De heer Bouwman: Ik was nog even aan het nadenken of we het nu wel in stemming moeten brengen als we die kaart niet erbij hebben. Want strikt formeel, als we hem nu vaststellen, dan wordt die zonder kaart vastgesteld. En dan kunnen we de kaart niet nog later bijvoegen. De voorzitter: Als daar een mondelinge toezegging van de wethouder komt, dan kan dat. Maar ik kijk nog even voor de zekerheid naar de wethouder. Mevrouw Rödel: Hoe dat technisch gaat, dat weet ik niet. Ik zeg hierbij toe dat die kaart wordt toegevoegd. De voorzitter: Ik denk dat het goed is om even kort te schorsen. Dan kunnen we even overleg met elkaar voeren wat handig en verstandig in deze is. Dus ik schors de vergadering even voor vijf minuutjes. [schorsing] De voorzitter: Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan wethouder Rödel. Wethouder Rödel.

Mevrouw Rödel: Dit gaat om een actualisatie van deze bodemvisie, omdat wij dat moeten. Die bodemkwaliteitskaart die u bedoelt, ik hoor net, dat is geen kaart, maar die staat in ieder geval opgeladen onder de omgevingsdienst. Daar staat hij opgeladen. Maar ik kan hem bijvoegen als u dat wilt. Maar hij bestaat al. Die is niet aangepast. Maar ik heb gevraagd van, kunnen we hem bijvoegen en dat kunnen we doen. Dus ik kan u die toezegging doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk richting de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Begrijp ik het nu goed dat er dus geen nieuwe informatie in die bijlage 5 zit wat we vast gaan stellen? Is al vastgesteld ooit? De voorzitter: Ja. De heer Bouwman: Oké. De voorzitter: Zo begrijp ik het in ieder geval van de wethouder. Is dat daarmee helder? Dan breng ik … Dan kijk ik even rond of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Dat is niet het geval. Dan mag u nu uw stem uitbrengen op de nota Bodembeheer. Dank u wel. Ook deze is unaniem. 19 voor, 0 tegen. Daarmee is hij aangenomen. 9.

Verlenging Starterslening Oldenzaal De voorzitter: Dat betekent dat we door kunnen naar het volgende onderwerp op de agenda. Dat is de verlenging van de starterslening. Het gaat dan vooral om mogelijkheden van starter op een koopwoning in

Oldenzaal te vergroten. Al eerder zijn 96 starterleningen verstrekt en het voorstel is om dat te continueren. Dat ziet u voor u liggen. Ik kijk even rond of er … In ieder geval de heer Mekelenkamp. En de heer Bouwman. Dit keer ga ik linksom. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u, voorzitter. Zolang als ik al politiek actief ben in Oldenzaal hebben wij het over de starterslening. Iedere keer zijn we aan het verlengen, iedere keer gaan we meer geld beschikbaar stellen. Goed dat we dat doen, maar we zijn eigenlijk wel benieuwd, wat zijn de resultaten die eruit voort zijn gekomen? Welk onderzoek hebben we gedaan? Welke evaluatie hebben we gedaan? Zijn er nu starters die een woning hebben kunnen kopen dankzij de starterslening? Welke uitkomsten zijn eigenlijk uitgekomen? Het is niet heel veel wat ons jaarlijks als gemeente kost. Goed dat we doen. Goed initiatief. Maar we zijn wel benieuwd naar de uitkomsten. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Het mag, denk ik, geen verrassing zijn dat onze fractie zo meteen tegen dit voorstel gaat stemmen. We hebben al eerder het argument aangedragen dat wij als gemeente niet aan zet zijn om als bank te fungeren.

En ten tweede zien wij dat wij, als we staatsleningen gaan toekennen, dat de leencapaciteit voor inwoners wordt vergroot, waardoor we dus kunstmatig de prijzen van de huizen hooghouden. Doordat mensen meer leencapaciteit hebben, blijven die prijzen hoog. Dus we gaan met deze lening dus wellicht tien mensen in Oldenzaal helpen, maar aan de andere zijde houden wij de markt daarmee kunstmatig in een houdgreep, om het maar even zo te zeggen. Dus we gaan hier tegenstemmen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, ik was benieuwd wat de heer Bouwman zijn wijsheid uit vandaan haalt. Recent hebben wij gesproken met meerdere makelaars in Oldenzaal. Ook daarbij gevraagd naar in ieder geval of zij prijsopdrijvende effecten zien van het hebben van een starterslening. En daarin hebben zij aangegeven, dat zij dat in ieder geval totaal niet zien binnen de Oldenzaalse markt. Dus ik ben wel benieuwd waar de heer Bouwman deze informatie vandaan haalt. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Er zijn meerdere economen in Nederland, experts die hier zeer zeker tegen zijn. Bekijk de talkshows afgelopen weken maar, waarin er ook wordt gesproken over het kunstmatig hooghouden van de leencapaciteit voor mensen, waardoor de huizenprijzen kunstmatig hoog blijven.

We kunnen wel zeggen dat dat in Oldenzaal misschien niet speelt, maar als wij dat ook elke gemeente blijven hanteren, dan denk ik niet dat er een oplossing komt voor de hoge huizenprijzen die er gaande zijn. Wij zien dat toch echt anders, dus wij gaan zo meteen tegenstemmen. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de wethouder. O nee. De heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Misschien toch maar even een toevoeging vanuit onze kant als WG Oldenzaal. Wij zijn wel heel blij met deze starterslening. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Christenhusz.

De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij één vraag in de richting van het college die is gesteld door de VVD-fractie, de heer Mekelenkamp. Ook die vraag zou ik graag 6 oktober mee willen pakken. De starterslening komt namelijk ook in de presentatie aan bod. De voorzitter: Mooie cliffhanger. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ik dank de portefeuillehouder voor de toezeggingen. Als hij dan meteen de evaluatie van de verduurzamingslening daarbij meeneemt, dan worden we heel goede vrienden. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder. De heer Christenhusz: Dat laatste zeg ik nu niet toe, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan vraag ik of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Dat is niet. Dan mag u nu uw stem uitbrengen op het besluit voor continuering van de starterslening 2025 en 2026-2028. En zoals aangekondigd inderdaad, SO tegen, de rest voor. Dat betekent dat dit voorstel is aangenomen. 10. Wijziging functies raadswerk De voorzitter: Dat betekent dat we door kunnen naar agendapunt 10. Dat is een onderwerp dat u betreft, namelijk wijziging van functies raadswerk. Daarbij moet ik de opmerking maken dat, als u hier stemming over wilt, dat we dat zo moeten doen dat in ieder geval niet te herleiden is, omdat dit gaat over personen.

En dan moeten we het waarschijnlijk ook uit elkaar halen, het besluit. Maar dat is pas aan de orde als u zegt van, ik wil het hier over hebben en ik wil er een stemming over doen. Anders doen we het in één keer. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb een vraag over de tekst. En of ik voor of tegen ben, dat mag ik niet zeggen. In het besluit ‘Wij stellen …’. Er staat tussen haakjes ‘eerste plaatsvervangend lid’. Volgens mij is er één plaatsvervangend lid en precies één plaatsvervangend lid. Dus wat bedoelt deze tekst aan te geven? De voorzitter: Dat gaan we horen. Ik kijk ook even naar rechts, naar de griffier. Als u het goed vindt, wil ik graag de griffier het woord geven. Ik begrijp dat het altijd zo is. Dus dit is op zich niet heel bijzonder zoals we het hier nu hebben opgeschreven. Dus ik begrijp dat dit niet zo bijzonder is, zoals u het nu veronderstelt. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik zit nog niet zo heel lang in de raad, maar het is de eerste keer dat ik dit zie. Dus het zou me verbazen als het altijd zo is. En we hebben maar één plaatsvervangend lid. Maar als er één plaatsvervangend lid is en dat wordt bevestigd door de griffier, dan ben ik tevreden. De voorzitter: Ja, ik zie de griffier instemmend knikken. Dan kunnen we dat ook in het verslag zo opnemen. Dus ik kijk even rond.

Kunnen we het in één keer akkoord gaan? Ik zie dat u allemaal knikt. Dan constateer ik dat u akkoord bent met het voorstel. Dank u. Dan hebben we volgens mij dat netjes gedaan.

11. Moties Vreemd a.

VVD Motie vreemd instellen Rosenmontag als lokale feestdag De voorzitter: Dat betekent dat ik nu aankom bij de drie moties vreemd die aan de agenda zijn toegevoegd, waar ik aan het begin u ook over heb meegenomen. Ik heb de volgorde opgeladen gekregen die volgens mij ook een volgorde is die u voor u ziet. Dus ik begin eerst bij de motie van de VVD-fractie en dat betreft instellen Rosenmontag als lokale feestdag. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Met deze motie komen we eigenlijk terug op iets wat wij in 2023 al aanhangig hebben gemaakt, namelijk om Rosenmontag in te stellen als lokale feestdag. We hebben onlangs weer gesprek gevoerd met het bestuur van de Kadolstermennekes die ons carnavalsfeest organiseert en zij hebben ons met klem gevraagd om iets te doen aan de sluitingstijden op de zondag voor Rosenmontag. We hebben te maken uiteraard met evenementenvergunningen, met de APV. In ieder geval is het zo dat, omdat de zondag van carnaval voor een werkdag valt, de tenten in Oldenzaal om 12.00 uur moeten sluiten. Dat levert heel veel gevaar op voor de openbare orde en veiligheid, is ons medegedeeld, waar ook de politie volledig achter staat.

Er komen op een vroeg tijdstip, namelijk 12.00 uur, hele grote groepen jongeren uit tenten die vervolgens een plek elders zoeken in de stad, waaronder bijvoorbeeld de tent bij Rouwhorst, willen mensen naar de andere kant, namelijk naar Rouwhorst zelf. Dat leidt tot heel veel gevaar, ook voor de beveiligers die daar ingehuurd zijn. Nu kunnen we heel ingewikkelde dingen gaan doen en regels opstellen die dan voor iedereen gelden, maar als wij Rosenmontag instellen als lokale feestdag, waar wij de mogelijkheid toe hebben, dan kunnen we op de zondag meer flexibiliteit bieden aan de sluitingstijd van de tenten en komen wij toe aan het verzoek van de Kadolstermennekes en indirect ook van de politie om veilige aftocht te hebben vanuit de tenten in Oldenzaal. Zoals ik al zei, in 2023 hebben we hier vragen over gesteld, hebben wij van het college gehoord dat ze daarop terug zouden komen. Tot op heden hebben wij daar niets over gehoord, dus vandaar dat wij nu de motie indienen en ik zal het dictum opnoemen. “Roept het college op om Rosenmontag vanaf 2026 te bestempelen als lokale feestdag en daarmee ruimte te bieden aan ruimere openingstijden in de evenementententen op de zondag ervoor; deze aanpassing zo snel mogelijk te realiseren en verwerken in ons APV en/of het evenementenbeleid, zodat organisatoren hier ruimschoots op tijd op kunnen anticiperen.” Dank u wel voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. U weet, we hebben met elkaar afgesproken dat er nu ruimte is voor verduidelijkende vragen aan uw zijde, voordat we het woord geven aan het college. Ik zie in ieder geval de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik vraag aan de spreker, de heer Visscher, of hij een extra feestdag met ruimere openingstijden, waarbij een heleboel drugs, zijnde ethanol, wordt genuttigd en de mensen zwaar onder invloed zijn, of hij dat niet schadelijk vindt voor de lokale economie. Dat is één. Anderzijds, er is een probleem, dat realiseren wij ons allemaal. Is dat probleem niet op een subtielere wijze aan te pakken? Aanpak die u voorstelt en de politie ook graag heeft, is dat de verschillende feestgelegenheden achtereenvolgens sluiten. Dat kan ook op een andere manier dan alleen maar het verlengen van de openingstijden. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik volgens mij de heer Bouwman. Verduidelijkende vragen, hè. De heer Bouwman: Zeker. Dank u wel. Ik ben even benieuwd. Moeten wij per se Rosenmontag als lokale feestdag aanwijzen om die openingstijden te verruimen? Of kan het ook op een andere wijze? Maar misschien vraag ik dat meer richting het college. Dank u.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel dingen gehoord over uitgaansleven. Maar ethanol zit daar niet bij. Ik stop ethanol in mijn brandertje. Dus ik denk dat u misschien op andere middelen wijst dan ethanol. Maar om de vraag te beantwoorden. Dit voorstel is niet ingegeven om langer te kunnen nuttigen, maar is ingegeven omdat er openbare orde op het spel staat. Dus dat heeft helemaal niets te maken met het nuttigen van middelen. De tweede vraag volgens mij, of het op een andere manier kan? Volgens mij is dat in het verlengde van de vraag van SO. Ongetwijfeld zijn er meer manieren, maar als je echt het evenementenbeleid helemaal op de kop zou gooien, dat zou betekenen dat op andere momenten tenten dus ook veel langer open mogen, op momenten ook dat er geen problemen zijn. Dus dat is niet wat wij willen. Wij willen dat het puur gericht wordt op de carnavalszondag, waardoor we dus carnavalsmaandag, Rosenmontag, als lokale feestdag instellen, zodat we niet meer de beperking hebben dat de tenten om 12.00 uur dicht hoeven te zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog heel kort naar de heer Van der Waal. Eigenlijk hadden we dat zo niet … Maar ik geef u nog één mogelijkheid en dan gaan we naar het college toe. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, heel kort. College natuurkundige chemie.

De ethanol die u bedoelt, dat heet spiritus en dat is 70 procent ethanol in water. Datgene wat vooral genuttigd wordt op Rosenmontag, dat bevat 5 procent ethanol in water en dat heet dan bier. Overigens hebt u mijn vraag of het niet schadelijk zou kunnen zijn voor de lokale economie nog niet beantwoord. De voorzitter: Maar we gaan nu … Ja, u mag daar nog kort op reageren. Dan gaan we naar het college toe. De heer Visscher: Dat was de vraag. Volgens mij is het niet schadelijk voor de economie. De voorzitter: Dan is nu het college aan zet. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankoné: Dank u wel, voorzitter. Deze vraag, dat is inderdaad iets wat ons zeker nog bekend voorkomt en dat is ook wel iets waar we mee bezig zijn. Zoals u weet hebben wij in maart 2023 het integraal evenementenbeleid vastgesteld. En dat is eigenlijk ook iets waar dit in hoort. U noemt het van, het zou eventueel in de APV kunnen of we kunnen dat opnemen in het evenementenbeleid. Het hoort dan in het evenementenbeleid. Het is niet iets wat in een APV terugkomt. Het woord lokale feestdag is ook niet helemaal iets wettelijk. We hebben gewoon landelijke feestdagen en wij kunnen het zo gaan noemen in ons evenementenbeleid en daarmee dus het koppelen aan carnaval. Maar het is niet iets wat wettelijk zo bekend is. Maar goed, het college is wel bereid om daar in ieder geval in mee te denken.

Want wij zien natuurlijk carnaval in onze Twentse carnavalshoofdstad als een belangrijk evenement. Als het dan gaat om, u noemt het ook al, het handhaven, de veiligheid, dan vinden we het belangrijk dat het ordentelijk kan verlopen. En als het kan helpen dat wij daar net zoals de andere dagen en het weekend, dat wij daar wat verruiming in opnemen, dan zijn we daartoe bereid. Maar dan is het dus belangrijk, dat we dat in het evenementenbeleid doen. We hebben met u afgesproken dat we het evenementenbeleid gaan evalueren. Dat had ook te maken met de kosten die wij voor best wel wat evenementen voor onze rekening nemen als het gaat om verstrekken van hekwerken, om het afvoeren van afval, et cetera. Dus daar hebben wij die toezegging al gedaan, dat daar een evaluatie voor komt. En wij zouden het heel mooi vinden dat we dit daarin mee kunnen nemen. Dus dat we dat bij elkaar voegen. Op die manier kunnen wij ook alle belanghebbenden – en dan hebben we het niet alleen over de organisaties die dit natuurlijk organiseren, maar daar hebben we het ook eventueel over omwonenden of andere belanghebbenden die daar misschien van een andere kant naar kijken en daar iets van willen vinden. Dus die kunnen we op die manier dan ook in de gelegenheid stellen om daar bezwaar op te

maken. En dan kunnen we dat toetsen hoe we daarnaar kijken. Ook een advies van de politie krijgen. Dus dan hebben we het totaalplaatje bij elkaar. De vraag is alleen of dit vroeg genoeg komt, want wij kunnen die evaluatie uitvoeren en we kunnen het evenementenbeleid nieuw neerleggen, maar de aanvraag voor de evenementenvergunning van carnaval is, volgens mij, altijd al best wel vroeg. Dus de vraag is of dit op tijd komt. Dan hebben we ook nog een alternatief wat we daarmee kunnen. Want we hebben in feite twee sporen die we kunnen bewandelen. En dat is dat we als college ook af kunnen wijken van die dagen, maar dat moeten we dan ook goed kunnen onderbouwen en dan bestaat er ook de kans dat daar ook bezwaar op komt, dus hebben we dat ook weer te verwerken. Dus we zijn bereid om daar op die manier naar te kijken en dan gaan we dus ook met de politie in gesprek, hoe zij hiernaar kijken en dan kunnen we ook toetsen of dat wat u zegt, of dat dan inderdaad dan overeenkomt. Dus dat ligt bij de burgemeester. Dus dat is voor de evenementenvergunning als we het niet tijdig redden met het evenementenbeleid. Maar we zijn zeer zeker bereid om daar ruimte in te zoeken. Dat is volgens mij de beantwoording op uw motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik weer terug naar de indiener naar aanleiding van de opmerkingen en vragen die gesteld zijn en de eerste reactie vanuit het college.

En dan ga ik … We hebben afgesproken eerst de indiener en dan kom ik bij u. Mijnheer Visscher. En dat mag vanaf uw plek. O. Ik interpreteer uw non-verbale gedrag als … Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Het begrip lokale feestdag, dat is nieuw. Wij hebben dat in diverse gemeenten teruggevonden, dat begrip. Het dichtstbij in de gemeente Rijssen-Holten, waar daar ook gebruik van gemaakt wordt. Dus als dat niet iets wettelijk is, maar het kan wel, dan is het prima. Fijn dat het college bereid is om mee te denken hierin. Ik hoor een voorbehoud over termijnen. Wanneer zou dit dan gerealiseerd kunnen zijn? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankoné: Ik moet eerlijk zeggen, het liefst had het college dit al eerder gezien. Maar het is soms wel even passen en meten met de capaciteit. Voor zover ik dat nu kan bezien, is dat aan het eind van het jaar klaar, het gewijzigde evenementenbeleid op basis van de evaluatie. Maar dan nog, ook die komt dan ter inzage en dan is het dus niet eerder vastgesteld dan dat het carnaval is. Want het is een vroeg carnaval dit jaar, dus ook al is dat nu zo, dan denk ik nog dat we naar die andere optie moeten kijken. En dat zullen we dan gewoon ook zorgvuldig moeten doen. Daartoe is het college bereid. Evenementenbeleid gaan we waarschijnlijk niet redden dat ook carnaval 2026 daar baat bij heeft.

Maar dan kunnen we het via de andere manier doen, dus bij de evenementenvergunning. De voorzitter: Ik zag volgens mij ook de heer Yildirim. Tenminste, de griffier wees mij daarop. Dan ga ik naar de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik had een toelichtende vraag aan de portefeuillehouder. Heeft het bestempelen als lokale feestdag nog verder ongewenste consequenties, of kunnen we het zo vormgeven dat hier consequenties worden vermeden? De voorzitter: Ik kijk nog even voor de zekerheid rond of we nog anderen … Niet? Wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankoné: Daar waar de een iets heel erg mooi vindt, zullen er ook altijd mensen zijn die daar wat overlast van hebben. Dus daar moeten we ons bewust van zijn. Dan is het aan ons om dat goed af te wegen wat uiteindelijk het maatschappelijke belang voldoende dient en daarbij ook gewoon oog te hebben

voor de mensen die daar last van hebben. Dat is dan aan ons om dat te doen. En daar kunt u dan ons weer op controleren. De voorzitter: Daarmee volgens mij voldoende met elkaar uitgewisseld. Ik kijk nog even naar de indiener of u uw motie wilt handhaven of dat u tot een ander oordeel komt. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Eén hele korte reactie. Het college geeft aan, we hadden dit eigenlijk al gedaan willen hebben. Maar dan vraag ik mij even af wat er gedaan is met de toezegging in 2023 van, we nemen het mee. Dat is twee jaar geleden. Volgens mij hadden we dat dan al klaar kunnen hebben. Ik begrijp dat er dus misschien een alternatief is, omdat we dat waarschijnlijk niet halen voor het aankomende carnaval. Dan zou ik graag willen dat het alternatief verkend wordt. Maar ik handhaaf de motie wel, want ik denk dat het goed is dat we dat gewoon nu met zijn allen al dan niet besluiten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid naar links of de wethouder nog wil reageren. Niet? Dan breng ik de motie in stemming. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Ik zie in ieder geval de heer Van de Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik herken het probleem. Dus daar ben ik niet mee oneens. Ik laat het graag over aan de intelligentie van het college om een hele goede oplossing te vinden die niet per se hiermee overeenkomt.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Net even heel kort … Wij denken eigenlijk ook dat we moeten vertellen dat het college het aanpakt en een oplossing vindt. Dus we zullen tegen de motie stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik rond of … De heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Wij zien dit als toch een mooi steuntje in de rug voor de snelheid om erin te houden. Dus wij steunen de motie. De voorzitter: Dan breng ik de motie in stemming. U mag uw stem uitbrengen. Het betreft dus de motie vreemd van de fractie van de Oldenzaalse VVD betreffende instelling Rosenmontag als lokale feestdag. En daar hebben we net al met elkaar van gedachten gewisseld wat dat is. Kijk, u bent heel snel. Hier zien we de resultaten. Volgens mij is die aangenomen, want er zijn 4 tegen en de rest voor. Dat betekent 15 voor. Daarmee is hij aangenomen. b.

Motie vreemd Terinzagelegging De voorzitter: En gaan wij door naar de volgende motie vreemd op onze agenda. Dat betreft de motie ‘Terinzagelegging’ en die is afkomstig van een aantal fracties in deze raad. Ik kijk even rond wie als eerste … De heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Dank u wel, voorzitter. Een mooi bruggetje van de carnaval waar veel buurgemeentes onze gemeente … Afgelopen maandag hebben we een uitgebreide discussie gehad over de wijze waarop we met elkaar met dat voorstel om zijn gegaan. Hoe we de omgevingsvisie en alles wat daarbij hoort ter inzage hebben gelegd. Bij die bijeenkomst, bij dat politiek forum heb ik al aangegeven dat we dat eigenlijk dan zouden moeten vastleggen in een motie vreemd. Daar hebben we de afgelopen dagen veel contact over

gehad met collega Maartens onder andere van het CDA en de heer Van der Waal van D66. Ook de VVD heeft gereageerd, omdat we graag iets willen bedenken waardoor het niet meer voorkomt wat er afgelopen keer wel gebeurd is. Kunnen er een heel verhaal van maken, maar dat lijkt ons niet nodig, omdat dat afgelopen maandag al uitvoerig is gebeurd. Maar ik denk wel dat het goed is dat we de motie zoals we hem hebben opgesteld met elkaar, dat we die hier met elkaar delen. Ik wil er nog even aan toevoegen dat we beseffen dat het soms kan betekenen dat iets zes weken wordt uitgesteld. Maar wij denken dat door de motie heen daar voldoende oplossingen zijn, om daar toch goede oplossingen voor te vinden.

“De raad van de gemeente Oldenzaal in vergadering bijeen op 22 september 2025, constaterende dat het belangrijk is dat inwoners goed worden geïnformeerd over besluiten van de gemeente; de gemeente voor het informeren van inwoners over meerdere kanalen beschikt; die kanalen het jaar door veelvuldig worden gebruikt; het met name bij ter inzage leggen van groot belang is inwoners goed te informeren; het moment van communicatie bij ter inzage leggen extra aandacht verdient; de omgevingsvisie, die ik net al noemde, op een zodanig moment ter inzage is gelegd dat de gelegenheid om zienswijzen in te dienen grotendeels in de zomervakantie viel; er grote onrust is ontstaan bij inwoners van Oldenzaal zelf, maar ook bij inwoners van Dinkelland en Losser bij het informeren over ter inzage leggen ontwerp omgevingsvisie; deze werkwijze ertoe kan leiden dat belanghebbenden hier niet, niet op tijd of onvoldoende kennis van kunnen nemen; dit ertoe kan leiden dat belanghebbenden de kans ontnomen wordt om tijdig een zienswijze in te dienen; …” De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis, wij hebben de motie voor ons liggen. U mag ook direct naar ‘Roept het college op.’ De heer Winkelhuis: Prima. Sla ik dat stukje van ‘overwegende dat’ … Was wel heel mooi trouwens. Maar goed. Die slaan we dan over. De voorzitter: Het is inderdaad hele mooie proza.

Maar ik wil u toch vragen om naar ‘roept het college op’ te gaan. De heer Winkelhuis: De inwoners moeten het zonder ‘overwegende dat’ doen. “Roept het college op om tijdens de zomervakantie regio noord geen stukken ter inzage te leggen, tenzij wettelijke termijnen of zwaarwegende omstandigheden dit onmogelijk maken; in dergelijke gevallen de raad te informeren; de hiervoor genoemde punten op te nemen in de relevante verordeningen, zoals de inspraakverordening Oldenzaal 2006 en participatiebeleid Oldenzaal 2022 met als doel het waarborgen van een soepel verloop van zienswijzeprocedure; de gewijzigde stukken voor te leggen aan de raad. En gaat over tot de orde van de dag.” De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de raad verduidelijkende vragen zijn. Ik zie in ieder geval de heer Kramer. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Kleine vraag. Hoe verhoudt dit voorstel zich tot de toezegging van het college tijdens de politieke avond om in het vervolg zorgvuldiger om te springen met het ter inzage leggen van stukken? De voorzitter: Ik kijk even. Want ik zag volgens mij de heer Mekelenkamp ook. Mijnheer Mekelenkamp, als u nog een verduidelijkende vraag heeft voor de heer Winkelhuis, … De heer Mekelenkamp: Ja, zeker. Is de heer Winkelhuis zich bewust van de implicaties van deze motie? De voorzitter: Ik kijk even rond. Anderen niet.

Mijnheer Winkelhuis.

De heer Winkelhuis: Ik begin met het laatste. Daar ben ik me wel degelijk van bewust. Ik kan me voorstellen dat bij sommige momenten het vervelend is dat je zes weken moet wachten, omdat er een vakantieperiode tussen zit. Maar het belang zoals bij de omgevingsvisie voor heel veel omwonenden is voor een buurman misschien net zo groot als het gaat over een dakkapel die geplaatst wordt en hij toevallig net op dat moment op vakantie is. Dus daar ligt erg veel grijs gebied. Maar goed, het ene besluit wat je neemt heeft ook inderdaad soms consequenties voor iets anders. Maar daar zijn we ons terdege van bewust. Die andere vraag ben ik heel even kwijt. Mag nog even een keer? De voorzitter: Mijnheer Kramer, zou u nog een keer willen herhalen? De heer Winkelhuis: Ik weet hem alweer. U moet deze oproep eigenlijk zien of deze motie zien net als we net hebben gedaan met de carnaval. Het is een extra steun in de rug om ons goed te laten beseffen dat dit op deze manier, zoals het was bij de omgevingsvisie, niet nog een keer weer moet gebeuren. En wij denken dat het een steuntje in de rug kan zijn voor ons college. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag nu het college reageren. Wethouder Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat het college terdege de strekking van deze motie begrijpt.

Toch is wel het verzoek aan de raad om de motie even te parkeren c.q. in te trekken, aangezien wij een aantal dingen willen gaan uitzoeken. Er zitten aan deze motie mogelijkerwijs een aantal juridische implicaties die gewoon even wat tijd kosten om dat goed te formuleren en die ook met u te gaan delen. Dus die zaken willen we heel graag voor u uit gaan zoeken en aan u voorleggen en op basis daarvan zou u alsnog een besluit kunnen nemen. Ben het overigens wel eens met de opmerking van de kant van de VVD. Op het moment dat je op voorhand zegt, dat je in de zomervakantie zaken niet ter inzage wilt gaan leggen, dan moet je eigenlijk dus zeven weken van tevoren dat niet meer doen. Want anders zit er altijd wel een stukje overlap met de vakantieperiode in. Dus je praat dan altijd al heel snel over een periode van veertien weken die je dan op slot zet. Ook dat zijn implicaties die we graag even op papier willen zetten, u mee willen gaan geven, om u dan een terdege en afgewogen besluit kunt gaan nemen. Dus dat is eigenlijk de oproep vanuit de kant van het college. De voorzitter: Ik ga even weer terug naar de indiener, de heer Winkelhuis, naar aanleiding van de vragen en ook de reactie van het college. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Dank u wel. Ik denk dat het goed is dat wij even schorsen, vijf minuutjes, als dat kan. De voorzitter: Dat kan.

[schorsing] De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Iedereen is weer aanwezig en ik geef het woord aan de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Soms is het even goed om even met elkaar de neuzen dezelfde kant uit te krijgen. We zijn blij met de reactie van de wethouder, dat het college er serieus naar gaat kijken en we houden dus de motie voorlopig aan. Hebben er nog wel een vraag bij. Op welke termijn kunnen we een reactie van het college verwachten?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16071983/1