04 notulen raadsvergadering 28 juni 2021
Tekst van het document
Deze beide investeringen zijn bedoeld om Oldenzaal Promotie zelf geld te laten genereren. We zien echter vanuit Oldenzaal Promotie nog te weinig concrete acties om dat te gaan opstarten. Uiteindelijk is het wel zo, en het is al eerder gezegd net door de heer Maartens: wanneer men in de problemen komt door toedoen van de gemeente, bijvoorbeeld als die digitale schermen er straks halverwege het jaar nog niet staan drieënhalf jaar na de besluitvorming daarover, dan vind ik dat we die € 20.000,00 alsnog moeten bijpassen, want dat is wel zo eerlijk. Ik heb al kort in mijn bijdrage het IHP aangestipt. De gemeente investeert de komende jaren tientallen miljoenen in de huisvesting van het Oldenzaalse onderwijs. Belangrijk voor onze kinderen, daarover is geen twijfel. In deze kadernota wordt wat onderwijs betreft geld vrijgemaakt, ook voor het project Vakleerkracht sport. Ook belangrijk voor onze kinderen. De vraag voor de Oldenzaalse VVD blijft echter overeind: waarom dragen de scholen niet zelf de kosten voor de vakleerkracht Sport? De gemeente hoort zich niet bezig te houden met onderwijs, alleen maar met huisvesting. Zeker nu de
14
scholen heel veel geld krijgen vanuit de coronapot, zou je verwachten dat zij dit project zelf wel kunnen financieren. Meer bewegen, de geleerden zeggen het, is belangrijk om zaken als corona tegen te kunnen gaan. Dus dat geld zou daar prima aan besteed kunnen worden. Voorzitter, kan het college deze vraag bij het onderwijs neerleggen? En even vooruitlopend op een eventueel antwoord: mocht het onderwijs nu niet mee willen werken, dan mag de investering in huisvesting wat ons betreft wel twee tandjes minder en goedkoper. Ik kom tot een afronding. Twee zaken zijn voor de Oldenzaalse VVD essentieel voor de toekomst van Oldenzaal: dat zijn de financiën, zoals al uitvoerig besproken, maar daarnaast toch ook burgerparticipatie. Het was toch weer helaas een jaar vol participatie-hobbels over zendmasten, cafetaria, industrieterreinen. Steeds toch weer gedoe rondom participatie. Wellicht kan onze eigen gemeenteraadscommunicatieadviseur die recent is aangesteld daar ook wel wat in gaan betekenen. Wij spreken in ieder geval de hoop uit richting het college, maar ook richting onszelf als raad, dat wij de komende jaren alles op alles gaan zetten om die participatie nu eens vloeiend te laten verlopen zonder missers, maar met alleen communicatieve voltreffers. Voor het Oldenzaal van de toekomst: investeren in een betere stad, samen met onze inwoners en niet tegenover elkaar.
Tot slot voorzitter, nog even kort de moties en dan richt ik me nu alleen even op de moties die wij gezamenlijk voorbereid hebben. De motie voor de carnavalshallen, ontzettend belangrijk dat we daar iets mee doen. Het is cultureel erfgoed. Wij steunen daarmee zes heel actieve verenigingen. We kunnen ons absoluut vinden in het sturen met prestatie-indicatoren. Het vereenvoudigen van de gemeentelijke belastingen is voor ons heel belangrijk, maar ook de centrale toegang tot het sociaal domein. We komen op alle overige moties terug als we daarover moeten stemmen in de tweede ter mijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Maartens. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Een paar vragen. Zinkwegnorm. Ik heb hem voor mij vertaald toen ik de kadernota las: 1% van de begroting uiteindelijk als post Onvoorzien binnen de begroting. Ik ben benieuwd of dat daadwerkelijk klopt. Een opmerking inhoudelijk over Impuls en Kaliber. Impuls is een welzijnsorganisatie, Kaliber is en muziekschool en geen welzijnsorganisatie zoals de heer Visscher dat noemde. Dan over burgerparticipatie. U noemt een aantal voorbeelden. Ik zou daar graag nog even iets aan willen toevoegen en dat is het hele verhaal rond de Regionale Energie Strategie. Dat was ie.
Eén ding waarvan ik denk dat niet alleen in Oldenzaal maar in heel Twente niet goed gebeurt, is dat bij de RES. Ik zou willen aanraden om de motie te steunen rondom burgerparticipatie en het kijken naar mogelijkheden om dat op een andere manier te gaan doen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher voor een reactie. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de Zinkwegnorm. Die 1% klopt, alleen hebben we inmiddels met elkaar afgesproken volgens mij dat we die niet als onvoorzien neerzetten, maar als gewoon positief saldo onder aan de streep. Wat betreft Kaliber heeft u uiteraard helemaal gelijk dat dat een muziekschool is. Wat u zegt over participatie bij de RES, daar ben ik het helemaal mee eens dat die ook in dat rijtje past. Absoluut. Ik denk dat wij de motie wel gaan steunen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Niet het geval? Ik zie u al aanstalten maken. D66. Mevrouw Ailo-Zaia, ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Waarde voorzitter, raads- en collegeleden en luisteraars. Een week geleden was ik in een diepe slaap. In dromenland kreeg ik van onze griffier een visiedocument voor handen waarin stond hoe Oldenzaal als de Glimlach van Twente er over tien jaar uitziet. Het eerste wat in deze droom opviel, was dat corona niet in het visiedocument stond. Toch zag ik een veranderende omgeving.
Een omgeving die de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in Oldenzaal in stand kon houden. Deze omgeving paste zich aan op de veranderende weersomstandigheden, het woon- en werkverkeer, de enorme groei van elektriciteitsopname van huishoudens, de toename van het aantal huishoudens, de digitalisering, het duurzame gebruik van nieuwe herbruikbare materialen en grondstoffen en afvalverwerkingssystemen. In mijn droom was ik blij en trots dat wij het in Oldenzaal goed hadden geregeld. En toen werd ik met een schok wakker. Ik realiseerde mij dat over tien jaar inder-
15
daad veel in onze omgeving moet zijn veranderd. Ik realiseerde mij dat raad en college beter gisteren dan vandaag hard aan de slag moeten om de grote uitdagingen die ons te wachten staan tijdig gereed te hebben. En voorzitter, dit brengt ons tot vandaag. De dag waarop D66 haar kaders aan het college kan meegeven. De titel van het coalitieakkoord was ‘Verbinden door los te laten.’ Een prachtige titel die D66 erg aanstaat. Het onderwijs, woningaanbod, inwonerparticipatie, cultuur en binnenstadplan werden tot onze vreugde genoemd. De onbekende aanpak daarnaartoe hebben wij vanaf de Kadernota 2019 kunnen volgen. Veel aandacht en geld zijn uitgegaan naar de binnenstad. Wij hadden liever de algemene reserve van 2018, toen het nog heel goed ging, ook willen uitgeven aan de ontbrekende voortgang van sportcentrum Vondersweijde of een budgettaire bijdrage voor extra ondersteuners in het onderwijs. Wij zijn nog steeds zoekende waar het woord ‘verbinden’ terug te vinden is in de uitvoer van beleid, met als uitzondering het Masterplan Sociaal Domein. We hebben gezien dat het loslaten voor de coalitie niet zonder slag of stoot gaat. Dualisme is nog ver te zoeken. Toch zien wij, D66, licht aan het einde van de tunnel.
Wanneer wij als raad van mening zijn dat het dualisme terug moet komen, dan zijn wij overtuigd van een positieve verandering die onze inwoners ten goede komt, namelijk een kritisch-constructieve raad die kaderstellend en controlerend van aard is. Ja, het vraagt om lef. Maar wij kunnen het, omdat wij ons hard maken voor de inwoners van deze mooie stad. Omdat ons democratisch bestel het echt waard is. Door die verbinding raadsbreed aan te gaan en te durven een nieuwe weg in te slaan die Oldenzaal beter maakt. En welke kaders wil D66 het college meegeven? Met het oog op de toekomst dragen wij ons steentje bij met drie moties en zes kaders. Te beginnen met de moties. De eerste motie is Sturen met Beleidsindicatoren. In de kernconclusie van het rapport van de Rekenkamercommissie staat onder andere dat “De raden van de gemeenten met de inzet van de huidige prestatie-indicatoren nog onvoldoende in staat zijn om hun kaderstellende en controlerende rol te vervullen.” Wij roepen het college op om onder andere te starten met één nader te bepalen hoofdstuk uit de programmabegroting en daar na het reces in overleg met de griffie mee te starten middels masterclasses. Bij goede resultaten kunnen andere programma’s ook over meerdere bestuursperioden kritisch onder de loep worden genomen om de continuïteit en overdraagbaarheid te borgen.
De tweede motie betreft Laadlantaarnpalen voor auto’s en fietsen. Wij roepen het college onder andere op om te onderzoeken hoeveel elektrische laadpalen de gemeente Oldenzaal over tien tot twintig jaar nodig denkt te hebben voor auto’s en fietsen en met een toekomstbestendig plan te komen voor Oldenzaal. Ten slotte de motie Duurzaam en circulair bouwen. We constateren dat Nederland voor een enorme opgave staat om meer woningen te bouwen en minder CO2 uit te stoten. We roepen het college op om het gebruik van duurzame en circulaire bouwmaterialen en constructiewijzen te stimuleren, zoals het gebruik van CLT en Europees geproduceerd hout. Ook wordt gevraagd om in gesprek te gaan met alle stakeholders om deze manier van bouwen onder de aandacht te brengen en te stimuleren en te zijner tijd de raad over de resultaten te informeren. Verplichten kunnen we niet, maar mogelijkheden aankaarten kunnen we wel. Voorzitter, dan onze zes kaders. Wij willen dat het college erop toeziet dat we voortgang blijven boeken op het Masterplan Sociaal Domein. Voor D66 ligt de nadruk op de ontwikkeling van eigen kracht van inwoners en wordt meer aandacht gevraagd voor preventie. Eerder kreeg D66 een toezegging over een planning rondom het masterplan, maar deze ontbreekt nog. Graag horen wij wanneer deze planning met de raad wordt gedeeld. Graag nog voor de komende begrotingsbehandeling.
D66 wil daarnaast dat de krapte op de woningmarkt in Oldenzaal aangepakt wordt. Dat bouwplannen worden versneld is goed, maar onzes inziens onvoldoende. Klopt het, voorzitter, dat het versneld bouwen van woningen leidt tot meer woningen voor middeninkomens? Hoe moet het met starters die ruim € 225.000,00 kwijt zijn aan hun eerste huis? Hoe houden wij deze jongeren in Oldenzaal als hier geen betaalbare woningen zijn? Daarom willen wij de toezegging van het college dat ook het realiseren van kleinere duurzame woningen mogelijk wordt gemaakt. Duurzaam en levensloopbestendig is voor alle leeftijden, jong en oud. Wij willen dat de leefbaarheid in Oldenzaal de komende jaren niet in het geding komt. De getallen laten zien dat het aantal ouderen toeneemt en het aantal jongeren afneemt. We moeten daarom jongeren en jonge gezinnen behouden en aantrekken en de stad aantrekkelijk houden voor huidige inwoners. Jonge gezinnen zorgen voor nieuwe aanwas, ze maken gebruik van
16
meerdere voorzieningen en ze houden het straatbeeld levendig. In de binnenstad zijn geen voorzieningen voor jonge gezinnen. Het aantal speelplekken zal geleidelijk in alle wijken minder worden. Is dit wel gewenst? Ook jongeren verdienen de aandacht. Deze groep heeft weinig voorzieningen in Oldenzaal. Het maakt de stap makkelijker om elders op kamers te gaan en later niet meer terug te komen. Het is ontzettend mooi dat de jeugdraad zich inzet voor de belangen van jongeren, maar hier moeten nog slagen worden gemaakt. We moeten out of the box denken en kijken hoe we in onze faciliterende rol toch iets voor de jongeren kunnen organiseren. Daar komt ook een motie over, had ik gezien. Daarover later meer. D66 baalt ontzettend van de voortgang van Vondersweijde. Het lijkt of wij weer vijf stappen achteruit zetten. Jammer van de onnodige kosten die zijn gemaakt. D66 blijft van mening dat het zwembad in Oldenzaal een belangrijke functie heeft. Groot hoeft het echt niet te zijn, maar het moet functioneel blijven. Kinderen moeten in Oldenzaal zwemles kunnen krijgen en we zijn ondanks de financieel zware tijden nog steeds voorstander van een natte gymles voor onze schoolgaande basisschoolkinderen. D66 maakt zich zorgen om de voortgang van de duurzaamheidsagenda. In Oldenzaal ontbreekt een visie en ambitie over een duurzamer Oldenzaal.
We hopen van harte dat in een volgende raadsperiode dit punt meer aandacht krijgt. Het veranderen van de gewoonten van inwoners doe je immers niet in een wollig verhaal. Ten slotte, voorzitter: draag zorg voor goede communicatie, communicatie en nog eens communicatie richting onze inwoners. Van fouten kunnen we leren om het een volgende keer beter op te pakken. Betrek inwoners op tijd bij acties en beleid die hen aangaat. Laten wij voor een stijgende lijn kiezen om de communicatie richting – en dus participatie van – onze inwoners verder te verbeteren, te beginnen bij het tijdig betrekken van onze inwoners bij de Regionale Energie Strategie. Een megaproject voor de korte termijn. Concluderend, voorzitter, kan ik het volgende zeggen: kijk buiten onze bubbel voor kansen. Heb lef een andere route te nemen. Zo maken we samen Oldenzaal steeds een stukje beter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Ik zie een reactie vanuit de VVD. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch een verduidelijkende vraag stellen aan mevrouw Ailo. Dan lees ik in het eerste stukje: “het dualisme is nog ver te zoeken.” Nou weet ik niet precies wat daarmee bedoeld wordt. Ik vermoed niet dat dat te maken heeft met de wet die in 2002 is ingevoerd, want volgens mij voldoen wij aan die wet.
Maar ik ben toch even benieuwd wat mevrouw Ailo nou eigenlijk bedoelt met het verhaal dat het dualisme hier ver te zoeken is. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Misschien toch wel fijn om die vraag te krijgen, zodat je daar ook een helder antwoord op kunt geven onzes inziens. Waar het in dezen omgaat, is dat het heel erg belangrijk is dat onze raad echt kaderstellend en met name ook controlerend kan zijn en blijven. Als het zo is dat wij onze wethouders iets te veel betrekken, al is het al bij het maken van moties, iets te vaak aangeven – het is een coalitie-item bijvoorbeeld – even snel langsgaan om te kijken wat hij van een en ander vindt. Dat is prima, maar het doet geen goed recht aan het democratisch proces. De collegeleden hebben hun taak als uitvoerend orgaan. Wij hebben de taak om te controleren en als wij nieuw beleid willen aandragen met moties of amendementen te komen. Ik denk dat we die twee echt goed uit elkaar moeten houden en gescheiden moeten houden. Als het zo is dat een motie niet doorgezet kan worden, dan ben ik ervan overtuigd dat het college dat tijdens de raadsvergadering heel duidelijk aan ons kenbaar kan maken. Het hoeft niet te betekenen dat vanuit de achterkant een en ander verteld hoeft te worden. Dat is hoe wij erin staan. Dat is ook zo al zouden we gewoon coalitiepartners zijn.
Een wethouder is een wethouder, maar een raadslid doet ander werk en dat houd je wel van elkaar gescheiden. Dat is ons punt. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog even terug naar de heer Visscher. De heer Visscher: Dan wordt het nog steeds een bijzonder verhaal, want mevrouw Ailo beweert dus eigenlijk dat de raad, met name de coalitiepartijen, niet kaderstellend en controlerend is. Dat vind ik
17
toch een behoorlijk bizarre aantijging eigenlijk, want ik doe al de afgelopen zeven jaar niet anders dan controleren en kaders stellen en dat geldt, denk ik, ook voor de andere raadsleden die hier aanwezig zijn. Als het gaat om de scheiding der machten, die scheiding der machten is er nou eenmaal. Als we een motie bedenken, is het echt niet dat het college ons de motie opdraagt. Het is eerder andersom. Dus ik vind het heel bijzonder. De voorzitter: Dank u wel, ik weet niet of er vanuit mevrouw Ailo-Zaia nog behoefte is aan een reactie? Ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: De heer Visscher kan dat uiteraard wel zeggen, alleen soms hoor je genoeg zaken ook als je als fractievoorzitters bij elkaar zit en er wordt een ander geroepen. Wij zijn wel echt van mening dat de raad die controlerende taak goed probeert uit te voeren, alleen hoe meer je dealt met het college waarbij de scheiding tussen college en raad steeds minder wordt, zorgt dat er wel voor dat wij onze controlerende taak niet goed genoeg kunnen uitvoeren. Je moet er soms iets verder weg van staan wil je goede controle willen uitoefenen. Daar wil ik graag voor waken. Daar waak ik ook op. Dat wil niet zeggen dat andere raadsleden dat niet doen. Uiteraard niet. Maar er zijn wel grenzen die we zouden moeten stellen en kritisch moeten blijven op hoe ver je wilt gaan om het college bij zo veel dingen te betrekken.
Betrek ze op het moment waarbij ze echt ook hun advies mogen geven. Niet meer en niet minder dan dat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visscher: Het zal wel vallen onder de categorie Nieuw leiderschap. De voorzitter: Ik kijk nog even rond verder. Niet? Dan kom ik bij de heer Yildirim vanuit de WG. Ga uw gang. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet op de discussie over het dualisme in, maar soms maakt het juist makkelijker om met elkaar sommige dingen af te stemmen. Maar dat heeft niets te maken dat je tegen het dualisme zou zijn, maar goed. Voorzitter. Door de coronacrisis hebben we een heel bizar jaar beleefd. We hopen dat we snel dit gekke jaar achter ons kunnen laten en eindelijk vooruit kunnen kijken naar een jaar waarin we elkaar weer fysiek mogen ontmoeten en we elkaar weer een hand en misschien zelfs een knuffel mogen geven. Een jaar waarin we onze vrijheid weer stapje voor stapje terug krijgen. In de voorbereidingen van onze beschouwingen heeft WG Oldenzaal teruggekeken naar onze bijdrages van de afgelopen jaren. Hierin zagen we keer op keer onze reacties op de tekorten in de Oldenzaalse begroting, in het sociaal domein met name die in onze ogen grotendeels worden veroorzaakt door het beleid en bezuinigingen die ons vanuit Den Haag werden opgelegd.
Al jaren roepen we dat we door Den Haag ten onrechte hard worden gekort in het sociaal domein en met name de jeugdzorg. En eindelijk krijgen we het gevoel dat we gehoord worden. Gerechtigheid. Eindelijk is er nu een toezegging vanuit het Rijk voor € 1,3 miljard voor 2022. Eindelijk dus die bevestiging vanuit Den Haag dat het Rijk alle gemeenten tekort heeft gedaan. Dit betekent ook dat onze stad en onze inwoners jarenlang tekort is gedaan. En dit doet pijn. Een eenvoudig rekensommetje maakt duidelijk hoeveel onrecht ons is aangedaan. Er is door het Rijk een bedrag van € 1.300.000.000,00 toegezegd om alle gemeenten in Nederland tegemoet te komen. Omgerekend betekent dit een bedrag van ongeveer € 3.000.000,00 voor Oldenzaal. Dit is dus het bedrag dat Oldenzaal de afgelopen jaren heeft gemist. Een bedrag van maar liefst € 3.000.000,00 per jaar waarvoor we andere middelen hebben moeten zoeken, waarvoor we op andere terreinen hebben moeten bezuinigen en waarvoor we geen investeringen in onze stad hebben kunnen doen. Als we dit bedrag opnemen als kapitaalslasten in onze begroting dan betekent dit een investeringspakket van ruim € 100.000.000,00. Een fantastisch bedrag waar je een volledige IHP voor kunt realiseren en geweldige schoolgebouwen die voldoen aan alle eisen, en het meest moderne zwembad voor kunt bouwen.
WG Oldenzaal hoopt dat het Rijk en het nog te vormen kabinet achter hun woord blijven staan, doorpakken op de toezegging voor aankomend jaar en deze bijdrage ook structureel gaan maken en dat zonder de gemeenten opnieuw op een andere wijze te korten.
18
Natuurlijk is de toezegging van de tegemoetkoming een positief bericht, maar dat is nog geen reden om in financieel oogpunt achterover te leunen. We zijn er nog niet en we mogen ook niet te euforisch zijn. We zijn ook niet te optimistisch, omdat de gevolgen van de coronacrisis waarschijnlijk nog gaan komen. Al met al zijn er dus onzekerheden voor de komende jaren. Wij kunnen overigens wel instemmen met de wijze waarop het college op behoedzame wijze een deel van de financiële tegemoetkoming in het kader van de jeugdzorg al structureel in deze kadernota heeft verwerkt. Als we dit niet doen, dan is er sprake van geen enkele investeringsruimte. En nogmaals, wij willen de stad niet op slot zetten en juist de nieuwe raad financiële ruimte bieden voor de komende jaren. Graag willen we als WG Oldenzaal nog stilstaan bij het volgende. We willen graag benadrukken dat het bijzonder is en blijft hoe wij als gemeenteraad van Oldenzaal functioneren, hoe de individuele fractieleden en de fracties onderling met elkaar samenwerken. We kunnen soms verschillen van mening en iedere partij kan een eigen kleur hebben, maar we kunnen elkaar wel vinden als het dan gaat om het gezamenlijk belang van juist Oldenzaal. Dit zien we aan de gezamenlijke moties die we allemaal ook indienen. En hier mogen we wat ons betreft ontzettend trots op zijn. Uiteindelijk geven we allemaal om Oldenzaal.
En uiteindelijk willen we allemaal het beste voor onze stad. Dit past bij de Glimlach van Twente. Wat de fractie van de WG betreft, mogen we dit nog meer uitstralen. Laten we met zijn allen zorgen dat we Oldenzaal niet alleen op de kaart zetten als de Glimlach van Twente, maar als de vriendelijkste stad van juist Nederland. Met onze bijdrage willen we de eerste stappen hierin zetten. Een glimlach of een vriendelijke groet kost niets, maar levert enorm veel op. Voorzitter. We hebben het al over vereenvoudiging van belastingen gehad en daarom wordt ook al gesproken over parkeerbelasting. In het verlengde hiervan willen we eigenlijk ook aandacht schenken in het kader van de kantvriendelijkheid aan de parkeerautomaten. We hebben meerdere parkeerautomaten geplaatst in de binnenstad. Dat zijn naar onze mening niet de meest klantvriendelijkste automaten en dat is wel het understatement van het jaar. Een doorn in het oog van ons allemaal en misschien zelfs een reden voor bezoekers om ons centrum niet met de auto te bezoeken. We vragen het college om hier nog eens goed naar te kijken. Kunnen we deze parkeerautomaten klantvriendelijker maken? Zijn er mogelijkheden om bezoekers aan onze stad goed te infomeren over de wijze waarop deze automaten werken? Graag horen wij hoe de verantwoordelijke portefeuillehouder hier tegenaan kijkt. Voorzitter.
We willen graag levendigheid en verbinding in woonwijken. Woonwijken waar mensen met veel plezier kunnen en willen wonen. We willen graag verbinden door nog meer groene speelplekken of beter gezegd speelparken te ontwikkelen. Misschien een beetje tegen het beleid in wat we de afgelopen jaren hebben vastgesteld, maar toch willen we dit punt inbrengen. We zoeken naar ruimte en grotere parken in elke wijk, zodat we zorgen voor vrolijkheid en reuring en willen plekken creëren voor jong en oud om elkaar te ontmoeten. Ook de ontwikkeling van groene schoolpleinen horen hier vanzelfsprekend bij. En hoe mooi zou het zijn als we deze speelplekken en speeltoestellen toegankelijker zouden maken voor kinderen met een beperking. Hiervoor dienen we dan ook een motie in. Bij verbinding, denken wij ook aan cultuur en historie. De gemeente neemt ons regelmatig mee in de historie van de stad. Dat wordt de laatste weken enorm gevoed door de opgravingen aan de Deurningerstraat. Prachtig om de rijke historie van onze stad met eigen ogen te kunnen zien. Het is duidelijk dat er een grote behoefte is om de cultuur en historie van Oldenzaal zichtbaar te maken. Hiervoor zijn veel mensen enthousiast en misschien nog meer mensen enthousiast te krijgen. Wij vermoeden dat op dit thema veel burgerinitiatieven ontplooid en gesteund kunnen worden. De eerste initiatieven zijn er al.
Hoe mooi zou het zijn om te kijken naar mogelijkheden om dit financieel te steunen. In de visie op het Singelpark is er al nadrukkelijk aandacht voor het zichtbaar maken van historische elementen, maar we zouden het graag nog concreter willen maken. Daarom hebben wij ook de vraag aan de portefeuillehouder: is het mogelijk om een meerjarenplan te maken voor het zichtbaar maken van de cultuur en historie van onze prachtige stad? En kunt u aangeven wat wij hiervoor nodig hebben? De meest unieke vorm van verbinden in Oldenzaal is uiteraard ons carnaval, de ultieme verbinding tussen mensen. Carnaval in Oldenzaal is al 66 jaar een begrip in Twente en ver daarbuiten. Elk jaar trekt de Grote Twentse Carnavalsoptocht ruim 100.000 bezoekers naar de Boeskoolstad en ook op de andere carnavalsdagen doet 't Stedke van Plezeer haar naam eer aan, acht carnavalsverenigingen, twee optochtverenigingen en nog vele kleinere verenigingen en vriendengroepen en duizenden kinderen en ouders die deelnemen aan de optochten. Een fantastische happening waar we als Ol-
19
denzaalse politiek blijvend onze steun aan moeten betuigen. Wij hebben een dringende vraag ontvangen van een zestal verenigingen om mee te denken en financieel bij te dragen in het realiseren van nieuwe hallen aan de Thorbeckestraat. Onze steun als raad willen wij bekrachtigen met een volgende gezamenlijke motie Carnavalshallen. In deze motie doen we een oproep aan alle betrokkenen om samen te kijken naar de mogelijkheden om deze nieuwe hallen te realiseren, de creativiteit zijn gang te laten gaan en de gebruikers uit te dagen. Wel met de nodige zorg rondom het beheer en eigendom van de hallen. Onder de noemer ‘verbinden’ vragen wij ook graag uw aandacht voor het onderwerp Burgerparticipatie. Ook door de andere fracties is daar al aandacht voor gevraagd. Kunnen wij als raad zelf iets doen om de betrokkenheid van en de samenwerking met onze inwoners te vergroten? We willen graag het college vragen om samen met ons en onze inwoners te zoeken naar nieuwe mogelijkheden in onze wijze van communiceren. We kennen allerlei instrumenten KOM, maar er zijn waarschijnlijk ook nog andere te bedenken. Het lijkt ons een goede optie om toch hier ook een politieke avond aan te wijden en met elkaar hierover van gedachten te wisselen. Een laatste punt waar wij aandacht voor willen vragen, is preventie. Preventie in de jeugdzorg.
Wij zijn ervan overtuigd dat we dit kunnen realiseren door het project Actief na school meer body te geven. Laten we samen met het voortgezet onderwijs en andere partijen als De Bond, Palthehuis en nog veel meer organisaties samen de schouders onder dit project blijven zetten. Wat de WG betreft, gaan we het project ‘Actief na School’ op de locatie Potskampstraat van het Twents Carmel College uitbreiden, het project ook realiseren op de overige locaties van het TCC en ook met het primair onderwijs in gesprek om te kijken of ‘Actief na School’ ook daar geïntroduceerd kan worden. Daarom dienen we de motie Actief na School in. Voorzitter. We hebben ons bijna door de coronacrisis heen geslagen. Iedereen heeft er mee te maken gehad. De een is vreselijk hard getroffen door het overlijden van dierbaren, anderen hebben hele zware tijden gehad en anderen zijn zwaar getroffen door misschien wel faillissementen. Wij zijn ervan overtuigd dat onze stad zo veel veerkracht heeft dat we samen krachtig uit deze crisis zullen komen. Misschien nu nog te voorbarig, maar misschien moeten we met elkaar alvast gaan nadenken hoe we stil kunnen staan bij alles wat we het afgelopen jaar hebben meegemaakt en misschien kunnen we het zelfs iets feestelijker afsluiten. Niet om te feesten, maar om te vieren dat we onze vrijheid weer terug hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Ik kijk nog even rond of vanuit de aanwezigen behoefte is om nog vragen te stellen. Ik zie dat dat niet het geval is. Dat is mooi. Dan ga ik naar de heer Snijders, GroenLinks. Aan u de eer om als laatste in de eerste termijn van de raad het woord te voeren. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat we binnen een uur blijven, dus ik heb nog wat tijd over. De voorzitter: U heeft tien minuten gekregen, om misverstanden te voorkomen. De heer Snijders: Ik hoef de dicta niet voor te lezen, dus dat scheelt de helft van de presentatie. De beschouwingen van de Kadernota 2022 van GroenLinks. Ik heb twee dingen die me van het hart moeten en ik heb vier moties die ik een beetje aan elkaar praat. Allereerst het strooien met geld. Dit is mijn derde jaar in de raad en ik begin het eindelijk een beetje het geheel te overzien, denk ik. Eigenlijk vind ik dat we niet zo veel moeten reageren op de waan van de dag, maar meer een lijn moeten uitzetten met oog op de toekomst. Dat we als raad meer in control moeten zijn en niet zo over details moeten struikelen waar we nogal neiging toe hebben. Helaas ikzelf ook af en toe. En dat kan alleen, is mijn overtuiging en dat hoor ik ook in andere speeches terug, als je ruimte hebt. Ruimte in tijd en ruimte in middelen, zoals geld.
Jaren geleden zei een nichtje eens tegen mij: “Mijn zusje die kan goed sparen”, waarop ik geïnteresseerd vroeg: “Hoeveel geld heeft ze dan al?”. “Nu even niets”. Blijkbaar had ze al har spaargeld al uitgegeven aan iets. Ik heb het gevoel dat deze coalitie ook zo opereert. Gevoel, hè. Het is een gevoel en dat is altijd subjectief. De eerste begroting werd met trots gepresenteerd, maar al snel bleek er een foutje in te staan. Gevolg: direct een gat in de begroting. Toen kwam er een negatieve begroting om de provincie, die het nu zelf even niet zo ruim meer heeft, een poepie te laten ruiken. En toen kwam corona, de grootste crisis ooit waarbij vooral werd bezuinigd op de meest kwetsbaren in
20
onze stad. Wel hebben we de spaarpot eens even flink op de kop gezet door de reservelimiet, ooit door de gemeenteraad zelf opgesteld op 6%, naar 2% te verlagen, zodat we weer flink konden uitgeven. En er is flink uitgegeven, zoals ook door D66 zo even al noemde. En ja, als je met geld strooit dan ontkom je er niet aan om aan het magische knopje te draaien – ik weet dat we het eigenlijk niet meer over knopjes mogen hebben, maar dat is toch een knopje, het knopje van de overheid – dan kom je tekort en dan verhoog je de belastingen. In ons geval de gewraakte OZB. Hadden onze inwoners ook maar zo’n knopje. Overigens is het nu ook geen goed moment voor belastingverlagingen, al is dat voor de verkiezingen natuurlijk erg verleidelijk. Dan gaan we eerst even de OZB verhogen en dan elders weer verlagingen doorvoeren. Dan de binnenstad. Kent u het boek van Toon Kortooms, voorzitter ‘Deze jongeman’? De voorzitter: Nee, dit boek van Toon Kortooms kende ik niet. Ik kende wel een andere, die heb ik voor de lijst Nederlands gelezen. De heer Snijders: ‘Mijn kinderen eten turf’ waarschijnlijk. Dat is ook van hem. Dat maakt niet uit. We hebben straks zomerreces, een prachtig boek om te lezen. Dat gaat over een succesvolle jongeman die van alles beleeft en waarbij steeds geroepen wordt, omdat hij zo succesvol is: “Onze Theodoor, geef hem de ruimte”.
En daar moet ik steeds aan denken bij het paradepaardje van de coalitie, de bruisende binnenstad. Maar wat maakt een stad eigenlijk bruisend? Zijn het de stenen of de mensen, de verkopers of de kopers? Zijn we met onze oplossingen trendvolgend of durven en kunnen we ook trendsettend zijn? Moeten we harder roepen via Oldenzaal Promotie dat we een geweldige stad hebben? Of geven we creatieve geesten een kans door de kosten op een aantrekkelijk niveau te brengen? Ik ben zelf ondernemer geworden, omdat ik mijn eigen keuzes wilde maken. Ik wilde de ruimte krijgen om mezelf te ontplooien. Echte ondernemers willen niet aan de tiet van de overheid hangen en vragen alleen om redelijke spelregels en de mogelijkheid en ruimte om te ondernemen. En een ding springt dan steeds in het oog: die ruimte is er niet doordat de kosten veel te hoog zijn. Je kunt het nog zo mooi maken in de binnenstad, maar als er door de veranderingen in het kopen van spullen en de veel te hoge huren niets te verdienen valt, gaat het never nooit bruisen omdat de drijvende kracht, de creatieve ondernemer gewoon niet de ruimte krijgt. Oom Theodoor had het wat dat betreft bij Toon Kortooms veel makkelijker. Hij deed dat wel allemaal zelf, maar ja, dat is fictie. Ik hoor overigens uit de voordracht van de VVD net woorden van gelijke strekking, maar misschien zie ik dat niet goed.
Dat waren twee zaken die me van het hart moesten en de rest gaat over de moties. Het dictum hoef ik niet voor te lezen, dus ik doe alleen maar een korte inleiding. Allereerst de aandacht voor de jongeren, zie ook motie WG Actief na school. In de kadernota is het vervangen van speelvoorzieningen opgenomen, dat is mooi, maar vooral voor de jongste jongeren. En voor deze groep is er wel meer aandacht, zoals BoesCoolFit en BoesCoolTuur. Volgens GroenLinks is er te weinig aandacht voor de iets oudere jongeren, ouder dan 12 jaar. Deze groep heeft veel beperkingen ondervonden van de coronamaatregelen, terwijl zij zelf weinig risico liepen. Het lijkt een beetje op die motie van activiteiten na school. Die gaan we dan waarschijnlijk ook steunen als het CDA bereid is om die opvang ook voor mensen die niet in Oldenzaal naar school gaan te regelen in dezelfde leeftijdsgroep. Ik haal dingen door elkaar, WG en CDA. Sorry. Ik had hem jullie gegund, maar dat is niet zo. (Gelach) Dan de motie Ontklinkeren. Blijven we de bodem afdekken met steen, asfalt en beton zodat het in de zomer in bijvoorbeeld de binnenstad letterlijk bruisend heet wordt of het water sneller stroomt dan het bier? Het wordt in sommige plannen wel genoemd en burgers worden wel aangemoedigd om te onttegelen, maar dat is voor GroenLinks te vrijblijvend.
Het is tijd om toe te werken naar een meer open structuur, meer waterdoorlatend en meer ruimte voor groen. We moeten accepteren dat er een ander schoonheidsideaal beter voor ons is. En aan raadsleden stel ik zelf voor om een keer een badje te nemen in natuurazijn of ergere middelen om te ervaren hoe schadelijk dat spul eigenlijk wel is, want daar spuiten sommigen de oprit mee in. Niet doen. Dan de motie Transitie en Preventie Sociaal Domein. Dat is een foutje, want Transitie moet zijn Transformatie. Dat haal k steeds door elkaar. Met een mini-oppositie zie ik de zware coalitie vooral als een doordenderende stoomwals die gewoon, ik noem dat privé meestal de Poetinmethode, zijn wensen doordrukt. Een van de zaken die we dan wel bereikt hebben en die mij is bijgebleven, is de naam Masterplan Sociaal Domein, geïnspireerd door Masterplan Binnenstad. De inhoud van het
21
plan, eigenlijk vooral een bezuinigingsslag, sluit echter niet aan bij wat wij in gedachten hadden: visie, transitie en inzet op preventie. Dat is zo even al genoemd. Deze thema’s worden wel genoemd in het plan, maar er is te weinig ingezet op actie voor transformatie en preventie en er is ook te weinig gedaan met de opmerkingen van onze sociale partners. Doe je dat goed, dan kan je bezuinigen zonder aan kwaliteit in te leveren. Nu is vooral op bezuiniging ingestoken. We investeren in de binnenstad en bezuinigen op het sociaal domein. We investeren in verkopers en bezuinigen op kopers. Dan de motie Ombuigingen. Deze motie lijkt overbodig vanwege de Zinkwegnorm, echter het gaat niet zozeer om het positieve saldo, wel om meer te willen bezuinigen en meer speling te hebben bij tegenslagen. Het komt dus eigenlijk bovenop de Zinkwegnorm, omdat we nog midden in een crisis zitten. En er kan ook zomaar een zendmast omvallen. In het crisis jaar 2020 is bij de begroting een totaallijst van ombuigingen gepresenteerd, maar door een beetje onhandigheid van mij en door de wat late oplevering van deze lijst, hebben we daar eigenlijk weinig meegedaan als GroenLinks. De wethouder heeft in het forum aangegeven dat ernaar is gekeken, maar dat vinden wij wat vaag. Wij vinden dat er niet voldoende bezuinigd is of niet goed genoeg naar de lijst wordt gekeken.
Je kunt alleen in control zijn als je voldoende begrotingsruimte hebt. Eén punt op de lijst, vorig jaar niet meegenomen, is de sobere uitvoering van Vonderswijde. Dat staat inmiddels op de agenda. Dus de heilige huisjes kunnen wel degelijk omvallen. Dat was hem eigenlijk al. Dat is een zogenaamd open einde. (Gelach) De voorzitter: U citeerde volgens mij al een schrijver. Trouwens, ik ben er even achter gekomen welk boek ik ook alweer voor de lijst had. Dat was Help, de dokter verzuipt! Met veel humor. Volgens mij speelt zich dat in Brabant af. Het is een leuk boek trouwens om te lezen in de zomervakantie. Maar ik zie nog twee handen die graag nog aan u, mijnheer Snijders, vragen willen stellen. Ik begin bij de heer Yildirim en dan de heer Visscher. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk GroenLinks bedankt voor hun bijdrage. U heeft het soms over gevoel en met gevoel kunnen we inderdaad niet zo heel veel, want dat is uw gevoel. Maar ik zou toch een paar punten hierin willen aanstippen. Het is ook uw stijl hoe u dat hier allemaal op heeft genomen. Daar bent u natuurlijk vrij in. Aandacht voor de jongeren. U gaf net al aan, het CDA zou het dan voor ons moeten regelen. Maar goed, prima hoor, maar het is een motie van de WG. (Gelach) Daar is ook niets mis mee, hoor.
Maar ik vraag me alleen wel even af in hoeverre u contact heeft gehad met ook de scholen en de organisaties wat er allemaal op dit terrein ook eigenlijk al wordt gedaan en ook wat misschien hun plannen zijn. Dat is even als aanvullende vraag hierover. Bij de transformatie en preventie bij het sociaal domein. U noemt het allemaal de Poetinmethode en u noemt ook doordoordenderende stoomwals, maar sorry hoor, dit is gewoon een stukje democratie dat wij gewoon hier aan het uitvoeren zijn. Als er dan hier een meerderheid zit die dan ook met eer en geweten gewoon functioneert, dan vind ik het eigenlijk een beetje onrecht doen aan het functioneren van de raad. Maar goed, dat is dan ook even mijn gevoel en mijn mening daarover. Wij hebben ook met elkaar, en daar was ook wat ik net aanstipte, bepaalde dingen besproken. In ieder geval de poging gedaan om bij elkaar te zitten om juist met elkaar dingen ook in gezamenlijkheid te kunnen aanbieden hier als moties of in ieder geval als bijdrages. Daarin lijkt het misschien wel een excuus daarvoor, maar toch. U was daar zelf niet bij aanwezig en dat vind ik toch jammer dat u dan op deze manier hier zo'n toon gaat zetten. Dan was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even richting de heer Snijders en dan ga ik vervolgens naar de heer Visscher. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Zeker.
Ik hoorde één vraag, denk ik. Dat ging over in hoeverre wij contact hebben met scholen. Niet. Niet. We hebben al iemand in ons midden en die heeft daar ervaring mee, dus dat is uit ons midden. Niet door contact met de scholen. Wat die stoomwals en de Poetinmethode betreft. Een democratie. Als je een heel grote meerderheid hebt, dan werkt dat niet zo heel erg goed. Dus, helaas. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie op een interruptie en dan ga ik echt naar de overkant. Mevrouw Ailo-Zaia.
22
Mevrouw Ailo-Zaia: Heel kort inderdaad, voorzitter. Daar refereerde ik dus ook naar en ik noemde het het dualisme dat we daar wat strikter op moeten kijken. En misschien heeft het wel met de oppositie te maken, dat wij dat op die manier ervaren. Daar heb je weer die subjectiviteit natuurlijk. Het is een democratie, dat klopt inderdaad, maar wat zou het toch geweldig zijn als wij, net als het Masterplan Sociaal Domein, meer van dat soort dingen vanuit de raad aandragen. En ik weet zeker dat er meer fractievoorzitters hier zijn die het met mij eens zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik kan wel een beetje doorgaan op de lijn van de heer Yildirim, maar ik doe het dan wat meer vragend, want ik ben wel benieuwd naar wat zaken. Volgens mij heeft GroenLinks de vorige keer ook al geroepen over het strooien met geld. Strooien met geld klinkt mij heel Dagobert Ducks van: we hebben heel veel geld en we gaan allemaal leuke dingen daarvan doen. Ik ben heel erg benieuwd waar dat geld nou volgens u aan verstrooid is, want volgens mij is het namelijk vooral verstrooid aan het sociaal domein en niet aan andere zaken. Dan noemt u ook dat de kosten voor de binnenstad te hoog zijn.
Bedoelt u daarmee dat het in onze binnenstad te duur is vergeleken met andere steden? Of dat wij als gemeente daar veel geld aan besteden? Want volgens mij besteden we helemaal niet zo heel veel geld aan onze binnenstad. En als het gaat om de Poetinmethode, dat zal ik als humor beschouwen. Maar wat ik wel wonderlijk vind, ook als het gaat om het sociaal domein, we hebben fantastische masterclass met elkaar gehad. Alleen tot op de dag van vandaag heeft GroenLinks nog nooit hom of kuit gegeven over welke maatregelen die we dan ook voorgesteld hebben, groen, rood of oranje. En als het dan gaat om de doordenderende stoomwals, dan zou ik toch denken: ja, als je de kans krijgt om toch reactie te geven op wat we met elkaar bedacht hebben en je geeft de reactie niet, dan moet je verder je mond houden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: De binnenstad. Dat is misschien zelfs wel een persoonlijke mening van mij. Wat ik gewoon niet terugvind in alle acties om die binnenstad vlot te trekken van bovenaf, ja, daar geloof ik al niet in. Maar wat ik niet terug zie, is het probleem dat je als ondernemer in de binnenstad geen boterham kunt verdienen en dat als je zorgt dat je goedkoop je boterham kunt verdienen in de binnenstad, er dan vanzelf een ondernemer in komt. Er zijn er zat die wat willen.
Maar ik heb niet met veel, maar ik heb met enkele mensen gesproken en de één kon de verwarming niet eens aan zetten. Daar had hij het geld niet voor. Die zit er ook maar een halfjaar en dan is het over en uit. Spaargeld op. Weg. En dat is volgens mij het essentiële probleem waarom dus binnensteden leeglopen. Het is te duur. Het is gewoon domweg te duur. Dan kun je er van bovenaf aan trekken wat je wilt, promotie en roepen dat het geweldig is, het gaat gewoon niet werken. Het moet van onderaf komen. Creativiteit komt altijd van onderaf. Dat is één. Je mag ook wel reageren. De voorzitter: De leiding van de vergadering is aan mij, maar volgens mij was u nog bezig met de volgende antwoorden. De heer Snijders: De Poetinmethode was inderdaad een grapje. Ik houd wel van een grapje. Het is altijd zo saai. Misschien kijkt er daardoor één iemand extra vandaag. Weet ik het. En toen was ik het kwijt. De voorzitter: Daar helpt de heer Visscher u zelf waarschijnlijk heel graag bij, dus mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dat was de eerste vraag over strooien met geld. De heer Snijders: Ja. Dat klopt. Dat is eigenlijk nog van de allereerste begroting. Dat is in onze fractie zo genoemd: ze strooien met geld. Er wordt voor gek en onwijs geld overal ingestopt. Dat was niet alleen maar de binnenstad, dat was in meer projecten.
Ik ben niet zo goed in dossierkennis dat ik al die dingen kan opnoemen, maar bij mij is vooral de binnenstad bij gebleven. Het trekken aan
23
iets, aan een dood paard noem ik het. We hebben daar een sessie over gehad. Dat was een succes. Er zijn hier heel veel van die hosannasessies, noem ik dat. Dan is het allemaal geweldig. Dat was een sessie met de vorige binnenstadmanager. Er was heel veel verhuurd. Daar is eigenlijk allemaal niets meer van terechtgekomen. Je stopt geld in iets wat op deze wijze gewoon niet gaat werken. Je kunt heel hard roepen dat je een goede stad hebt. Als ik ergens in het stadhuis € 100.000,00 verstop en dat zet ik in de krant, of een heel klein berichtje ergens in de krant, dan gaat dat als een lopend vuurtje door Oldenzaal. Ik noemde dat bij de wooncoaches altijd een broodje poep. Je kunt nog zo hard roepen dat het lekker is, maar het gaat niet meer komen. Het is gewoon niet lekker. Het verkoopt zich niet. Nou ben ik de derde vraag weer kwijt. Sorry. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Er was geen derde vraag. Dat was een opmerking, maar ik kan er wel een derde vraag van maken. Volgens mij hebben we in 2018 heel veel achterstallig onderhoud in de begroting gezet. En nog steeds. De heer Snijders begint nog steeds over de binnenstad. Het bedrag dat toen aan de binnenstad gegund is, is zakgeld haast. Dat is helemaal niet een megabedrag geweest, dus ik snap niet waar dat vandaan komt.
De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van mevrouw Ailo-Zaia en de heer Yildirim en dan wil ik tot een afronding komen. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Ik denk dat het wel handig is om dan vanuit een andere wat neutralere blik daarop te kijken, want ik was er wel bij toen dit allemaal gaande was in de beginperiode toen de coalitie net was gevormd, een coalitieakkoord aanwezig was, we te maken hadden met een zeer kleine oppositie en een zeer grote coalitie. Democratisch, natuurlijk, daar heb ik helemaal geen opmerkingen of aanmerkingen op, maar wat zich toen dus voordeed, was dat we positief meer dan € 6.000.000,00 als reserve hadden, algemene reserve, en dat meteen bam meer dan de helft richting binnenstad ging. Dat was echt iets dat echt als een boemerang kwam richting de oppositie. Daar komt dat vandaan, denk ik. Meer zeg ik er niet over. De voorzitter: Dat is aan u. De heer Yildirim, dat had ik afgesproken en vervolgens de heer Lulofs. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Heel kort, hoor. Wat de een misschien strooien met geld noemt, noemen wij gewoon ambitie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel. Ik zit ook in de oppositie. Prima, maar ik zit ook in de raad en als raad hebben we ooit, ooit heel ver in het verleden eens een keer wat afgesproken.
We zeiden: we moeten een reservepositie hebben van 6%. En waarom moesten we toen 6% hebben? Omdat we helemaal niet in control waren. We wisten helemaal niet waar de risico’s lagen. Daar zijn avonden, een discussie zijn daar debet aan geweest dat we uiteindelijk hebben besloten: we maken een heel goede risicoanalyse. Die is iedere keer bijgesteld. En ja, daardoor kunnen we steeds beter zeggen van: hoeveel algemene reserve moet je nu hebben om volledig in control te blijven? En dat wordt steeds minder, omdat je steeds meer risico’s benoemt. We hebben daar een paar dure accountants die daar steeds maar weer naar hebben gekeken en ook steeds zeggen van: jongens, jullie zijn hartstikke gezond. De provincie kijkt naar onze begroting en onze jaarrekening. Wij zijn hartstikke gezond en we hebben miljoenen reserve. Dat zijn bestemmingsreserves. Als wij gespaard hebben voor iets en we geven daar in één keer € 10.000.000,00 of € 12.000.000,00 aan uit, dan is dat niet zo dat dat verdampt is. Daar krijgen we ook bezit voor terug. Ik vind wel dat we moeten oppassen dat we elkaar bestoken met verwijten van: er wordt met geld gestrooid, er wordt geld over de balk gegooid. We hebben best wel eens dat je achter het oor krabt en zegt: moeten we daar nou geld aan uitgeven? Maar men doet dat dan feitelijk op die onderwerpen en niet zo in het algemeen. Laten we elkaar niet zo gaan bestoken.
Daar wilde ik het even bij laten.
24
De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we wat mij betreft aan het einde gekomen van de eerste termijn vanuit de raad, maar niet voordat ik u nog even meeneem naar alle moties die zijn ingediend. Ik loop even het rijtje langs om te voorkomen dat we zo meteen met een tweede termijn beginnen, waarbij we nog een misverstand hebben over de ingediende moties. Ik begin bij de twee van de Partij van de Arbeid. De Partij van de Arbeid heeft Belastingvereenvoudiging en de motie Continuering starterslening. De eerste heeft M1 gekregen en Continuering starterslening is motie 2. Motie 3 is van het CDA, de Centrale toegang. Dan de Hondenbelasting is motie 4. En van het CDA is nog een derde motie ontvangen. Dat betreft Participatie inwoners, dus dat is motie 5. Dan kom ik bij D66. Motie 6 is de motie met betrekking tot de Prestatie-indicatoren. Dan motie 7 is Laadpalenplan voor auto’s en fietsen 2021. En er is een derde motie door D66 ingediend. Dat is motie 8, Duurzaam bouwen. Dan ga ik naar de WG. De WG heeft ook drie moties ingediend. Dat betreft allereerst motie 9, Speelplekken. Dan motie 10, de Carnavalshallen en dan een motie 11, Actief na school. Dan kom ik bij GroenLinks. GroenLinks heeft vier moties ingediend. Motie 12, Aandacht jongeren. Motie 13, Ontklinkeren. Dan motie 14, Transformatie en Preventie. Er staat Transitie, maar de heer Snijders gaf aan dat het Transformatie betreft.
En tot slot motie 15. Dat betreft Ombuigingen. We zitten nog even te kijken, ook omdat we vier leden van de raad niet aanwezig hebben, of het kan dat we zo dadelijk wat meer mensen in de raadszaal aanwezig hebben. Ook gelet op het feit dat we zo meteen ook veel moeten stemmen. Als je dan rondjes gaat lopen met mensen, dan is het helemaal in de tijd niet te doen. Dus we zijn nog even aan het kijken of we het zo in kunnen passen dat we dat gewoon op een veilige manier, maar op een zorgvuldige manier, maar ook op een efficiënte manier kunnen doen met anderhalve meter in acht nemend. Dus ik denk dat we dat wel kunnen realiseren, maar daar komen we zo dadelijk nog even op terug. Ik zie de heer Snijders nog aanstalten maken, dus mijnheer Snijders. De heer Snijders: Een vraagje van orde. Ik heb het zo georganiseerd dat ik per motie een opmerking heb staan. Krijg ik straks nog de gelegenheid? Mooi, dank u wel. De voorzitter: U heeft nog een tweede termijn en dan is het aan u om daar een invulling aan te geven. Dat is niet aan mij, dat is aan u. Dan schors ik even voor, laat ik zeggen, tien minuten. Dan heeft het college de gelegenheid om. Dan heeft u ook even de ruimte om andere dingen nog te doen. Dus over tien minuten. Ik zie daar vijf uur sta. Ik kijk nog even voor de zekerheid. Ja, dat klopt. Tien over vijf beginnen we weer in deze raadszaal.
(De vergadering is geschorst van 17.00 uur tot 17.10 uur) De voorzitter: Ik zou graag de vergadering weer willen heropenen en weer beginnen. We zijn ietsje uitgelopen dan de afspraak van tien over. Ik neem aan dat wethouder Christenhusz ook nog gaat aansluiten. Ik zou met u het volgende af willen spreken: na de eerste termijn van het college, dat we dan gaan pauzeren. Dan is er een maaltijd met soep in elke eigen fractiekamer als het goed is. Of je moet het ergens ophalen. Maar in ieder geval, daar kan het. Dat doen we een klein uurtje. Ik zal zo meteen wel even aangeven hoe laat precies we dan weer geacht worden hier te zijn. Dan is de tweede termijn daarna aan u allen. En dan bedoel ik de tweede termijn voor de raad. Ik denk dat het goed is dat in de tweede termijn iedereen weer hier kan aansluiten. Dan zullen we dit nog even doen in klein comité en daarna kan het wat groter, omdat de ruimte er nu ook wel is. Dan is het ook goed, want dan kunnen we ook direct met de besluitvorming rondom de moties, het stuk zelf en ook de dingen die daarna gaan komen ter hand nemen. Goed, wethouder Zinkweg, ik begin bij u namens het college. Ga uw gang. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel voorzitter. De kadernota. Ik vind het als portefeuillehouder Middelen, Financiën mooi om te zien dat we dit als document zien dat toch eigenlijk wel als een van de belangrijkste is van het hele jaar.
Ik weet nog dat wij een aantal jaren geleden ook al wat meer kaders wilden ophalen bij u en dat dat toen nog wat lastig was. Maar als ik zie wat hier nu is besproken en hoeveel moties hier worden ingediend, dan denk ik: ja, dit is nou echt hoe ik het in ieder geval had gehoopt. Het college is daar ook zeer blij mee dat die kaders nu ook echt komen en dat we die ook kunnen verwerken in onze programmabegroting. Dus daar wil ik even mee starten, dat ik dat
25
echt mooi vind om te zien dat dat balletje is gaan rollen en dat dat het effect heeft zoals we dat hadden gehoopt. Daarnaast kunnen we ook zien dat, ik heb uw bijdrage gehoord, u volgens mij zich wel kunt vinden in dat wat het college heeft voorgedragen. Tenminste, ik hoor daar ik geen reacties op dat u zich absoluut niet kan vinden in de voorstellen die er liggen. Als we dan kijken hoe het college daarnaar heeft gekeken, dan zijn we vooral voorzichtig geweest. Dat wordt ook wel door meerdere van u al wel genoemd: voorzichtigheid blijft echt nodig, blijft geboden. We zijn er vooral op gericht dat we geld over willen houden. Er is ook natuurlijk een motie door u ingediend. De motie Nieuwe financiële norm waarin werd opgeroepen om 1% over te houden. Dat zou je kunnen gieten in een post Onvoorzien. Uiteindelijk hebben wij als college gezegd: laten we er nou voor zorgen dat we dat overhouden en dan beginnen we in eerste instantie met zo’n € 415.000,00, dan € 506.000,00 en zo loopt het verder op. Maar als u dat anders ziet, dan horen we het ook graag. Maar dit is in ieder geval de vorm waarin wij de motie hebben gegoten. Die voorzichtigheid blijft ook nodig, want er zijn altijd wel weer andere ontwikkelingen. Vanuit Den Haag zien we ook weer een Meicirculaire komen die ons toch weer een ander beeld doet geven.
Dat kunt u ook zien in de raadsinformatiebrief die wij vorige week hebben verstuurd. En ja, dat geeft ook aan dat we toch wel afhankelijk zijn van Den Haag. Want ja, ze komen met extra middelen over de brug – eindelijk, zoals ik al door meerderen van u werd gezegd – voor jeugdzorg, maar er wordt ook wel weer aan knoppen gedraaid die wij ook best bijzonder vinden, waardoor we weer minder gaan krijgen. Dus al met al blijven we afhankelijk en moeten we dus ook voorzichtig blijven. Vandaar dat wij ook als college van mening zijn dat wij geld over willen houden. Ik ga even door naar de moties die betrekking hebben op de portefeuille van mij. Dat is allereerst de motie over de Vereenvoudiging van het belastingsysteem. Het huidige systeem is natuurlijk door de jaren heen zo ontstaan. Als we dan kijken wat we van het huidige systeem vinden, dan is die deels gebaseerd bijvoorbeeld op de vervuiler betaalt als we kijken naar de afvalstoffenheffing, de rioolgelden dat eigenlijk een beetje hetzelfde gaat om de aansluitingen. Maar zo hebben we verschillende belastingen. Als we dan kijken naar een vereenvoudiging, dan staan wij daar zeker positief tegenover als college, maar zoals die in de motie staat naar één belastingtarief gaat ons nog wel wat verder. Dan vraag ik me ook af wat daar precies het doel van is. Maar goed, zoals u omschrijft in de motie, is het een complex vraagstuk.
Daar zijn diverse partijen zich al over aan het buigen. Wij volgen dit vraagstuk dan ook met grote belangstelling. En zoals u van ons gewend bent, zijn wij in Oldenzaal op diverse taakgebieden een slimme volger en dat is ook bij dit het geval. Dus de horizon om al bij de programmabegroting naar de voorstellen te komen, is wat ons betreft iets te ambitieus. Er speelt dus nog van alles. Het feit dat we nog een aantal maanden hebben tot november om met voorstellen te komen, is tekort om al met een volledig ander voorstel te komen hoe wij met gemeentelijke belastingen omgaan. Maar als u van ons vraagt om dat op een aantal terreinen te doen en welke belastingen we toch makkelijk aan zouden kunnen passen, daar willen we zeker ons best voor gaan doen. Dus als ik het even kort samenvat: een sympathieke motie die we ook kunnen onderschrijven, maar die gestelde termijn is ook met alle landelijke ontwikkelingen die spelen op belastinggebied niet haalbaar. Dus we willen toezeggen dat we gaan onderzoeken waar vereenvoudig op korte termijn mogelijk is en hierbij de landelijke ontwikkelingen in meenemen, maar een compleet voorstel is voor nu dus iets te vroeg. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Lulofs wat ik op zich toejuich, want dan kunnen we meteen aanscherpen waar nog de politieke verschillen zitten waar u dan in de tweede termijn ook weer op terug kunt komen.
Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel. Mooi antwoord. Daar ben ik heel blij mee. Ik weet ook dat het heel ingewikkeld is. Waar het eigenlijk in eerste instantie om gaat, is met name die belastingen waar hoge perceptiekosten op zitten zo veel mogelijk terug te dringen. Dat zou een heel mooie eerste stap voor Oldenzaal kunnen zijn. En dan zal ook wat landelijk nu in ontwikkeling is daar heel gemakkelijk ingepast kunnen worden. Dus wat mij betreft, komt u met een goed deelvoorstel richting de begroting. Dat u zegt van: nou, hondenbelasting komt nog voorbij, precariorechten. Bedenk maar een aantal van dit soort heffingen. Daar kunnen we echt een mooie eerste stap mee maken. Dan krijgen we een mooie verdeling van lasten richting de burgers.
26
De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, ga uw gang. Wethouder Zinkweg-Ankone: Als u dat met de motie bedoelt, dan willen wij ook een positief advies meegeven, maar het is wellicht dan wel goed om even aan te geven waar het precies om gaat in de motie. Dus misschien dat u daar dan nog even naar kunt kijken, maar als dit is wat u ermee bedoelt, dan staat het college daar positief tegenover. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Sorry maar ik meen dat ik dat net gedaan heb. Dat het met name om die belastingen gaat waar hoge perceptiekosten op zetten. De voorzitter: Ik denk dat de wethouder bedoelde, want het ligt nu vast. Stel je voor dat die wordt aangenomen, dan kan het zijn dat later dan gezegd wordt tegen het college: u heeft zich niet helemaal gehouden aan hetgeen op schrift is vastgelegd. Maar als u zegt: van college, vul hem in zoals we nu mondeling met elkaar zijn overeengekomen, dan geeft dat wel wat richting mee, ook voor de toekomst, zodat we weten waar we het over hebben. Dan zit hij ook in het verslag en kunnen we dat zo goed vastleggen. De heer Lulofs: Wat mij betreft, ik ben het daar wel mee eens. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dat slaat er wat mij betreft vooral op dat hier staat: toe te werken naar een basisbelasting, dus daar zat het even in.
Maar als het is wat u bedoelt en als het vast wordt gelegd, wat ik al zeg, dan kan het college daar een positief advies over geven richting de raad. Dan de hondenbelasting. Bij de behandeling van de Begroting 2018 hebben we de hondenbelasting voor de eerste keer al met 25% naar beneden gebracht en in de Begroting 2022 hebben we een tweede verlaging doorgevoerd, dus die staat er al in. Dan kunnen onze inwoners verwachten dat ze dan dus minder hondenbelasting moeten betalen. Landelijk zijn er inderdaad de nodige ontwikkelingen op het gebied van de hondenbelasting, maar ik wil u ook meegeven dat in Oldenzaal voor de komende jaren nog steeds een opbrengst geraamd is van € 115.000,00. Wij zijn van mening als college dat het verlagen van hondenbelasting voor nu voldoende is en dus niet per se het opheffen van de hondenbelasting. Daarnaast wil ik u ook meegeven dat in de motie zoals die is aangeleverd, geen dekking is aangegeven voor het schrappen van deze inkomsten. Hiermee wordt het meerjarenperspectief dus echt nadelig beïnvloed met wat ik zeg € 115.000,00. Dus vooralsnog adviseren wij negatief over deze motie en willen wij ook die landelijke regelgeving volgen. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Misschien toch ook meteen maar even een korte reactie. We hebben wel onderzoek gedaan naar de dekking van dit soort kosten.
Dit komt neer, nou moet ik even nadenken, op ongeveer 1,9% op de OZB. Dat zou voor ons aanvaardbaar zijn als dat strikt noodzakelijk is. We kunnen ons ook nog voorstellen dat je daar op een andere manier mogelijkheden voor vindt, maar als dat strikt noodzakelijk is, zou dat voor ons aanvaardbaar zijn. Wat anderen daarvan vinden, horen we straks wel. De voorzitter: Ja, precies. Daar is de tweede termijn voor bedoeld. Dit is echt nog even bedoeld om daar een beetje die technische exercitie te doen, zoals u net ook al aangaf. Ik ga weer terug naar de wethouder. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel. Dan ga ik even over op de bijdrage van de VVD die ook vooral spreekt over het sparen. Een aantal zorgen die u daar ook wel uit waarom we toch niet soms wat meer gaan sparen. Het is natuurlijk ook belangrijk dat als u van mening bent dat ergens voor gespaard moet worden u dat hierin ook meegeeft. U noemt Vondersweide. U noemt het IHP. Maar houdt u er dan ook rekening mee dat u op het moment dat u vindt dat u een bedrag moet gaan sparen dat direct gevolgen heeft voor het begrotingsresultaat en dat dat ook kan betekenen dat we andere dingen niet meer kunnen doen. Wij nemen altijd in onze programmabegroting meerjarig al mee