CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Verslag van de vergadering van 27 oktober 2025

Gemeenteraad 10 november 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 27 oktober 202518.024 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 27 oktober 2025

1. Opening De voorzitter: Goedenavond. Ik heb op mijn klokje van de iPhone 19.30 uur staan. Ik wil u nog even de gelegenheid geven om rustig te gaan zitten, maar dan wil ik echt wel gaan beginnen. Dus als u allemaal daartoe aanstalten maakt, dan maakt u uw voorzitter zeer gelukkig. Ik zie dat iedereen die geacht wordt aanwezig te zijn, ook aanwezig is. Met uitzondering van de heer Yildirim, maar ik ga ervan uit dat we die nog wel kunnen … Afgemeld? Oké. Dan bij dezen. Ik open de vergadering en dan meld ik meteen dat we drie afmeldingen hebben. Mevrouw Egbers, de heer Yildirim en de heer Kramer. En dan heet ik u allen van harte welkom. Ik zie dat de tribune weer mooi gevuld is. In het bijzonder hartelijk welkom aan de familie Brokers, in het bijzonder onze oude griffier, oud-griffier. Kijk, daar gaat het al mis, Hans. Onze oud-griffier Hans Brokers met familie. Ik zie ook mensen van het Twents Carmel College. Ook van harte welkom. En ik zie nog een aantal andere belangstellenden. Heel goed dat u allemaal interesse heeft in de lokale politiek. In het geweld van de afgelopen weken kan ik me indenken dat de lokale politiek wat ondergesneeuwd dreigt te raken. Maar goed dat u aantoont dat dat niet het geval is en dat u allemaal vanavond aanwezig bent. Ook de mensen thuis die via het scherm ons volgen. Ook allemaal van harte welkom. Dat was wat mij betreft de opening.

Wat ik nog verder met u wil afspreken, is als u het woord wilt voeren vanavond, maar daarmee ook meteen in de toekomst, u hoeft niet meer het knopje in te drukken. We doen het gewoon weer zoals u van ons allemaal gewend was. U steekt uw hand op en dan noteert de griffier of ondergetekende wie het woord wil voeren en dan komt u vanzelf aan bod, zodat we ook nog voor de mensen thuis het heel ordentelijk laten verlopen. Dat ten aanzien van dat. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 2. Dat is het vaststellen van de agenda. Ik heb geen moties vreemd genoteerd staan. En ik kijk even rond of de agenda die voorligt op uw instemming kan rekenen. Ik zie de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb afgelopen weekend getracht de stukken voor het IHP zo goed mogelijk voor te bereiden. We hadden een aantal vragen gesteld aan het college. Daar hebben we vrijdagmiddag een antwoord op gehad en die zijn naar ons oordeel onvoldoende om een goede beraadslaging te kunnen voeren. Ik heb het presidium daar in voortraject al in meegenomen wat onze bezwaren zijn. De meerkosten voor tijdvak 2 tot en met 5 zijn niet meegenomen, dus die komen nog bovenop de 132 miljoen. In onze ogen hadden we daar best een bandbreedte voor kunnen opnemen, waardoor we wat meer gevoel hebben bij wat er allemaal op ons afkomt.

Daarnaast zijn er foutieve bedragen doorgegeven door het college, wat vanmiddag ook is gerectificeerd door het college. Wij hadden graag een goed onderbouwd amendement daarvoor willen indienen. Is ons daardoor niet gelukt. Vinden we heel jammer. En ik wil dan toch de raad verzoeken om dit agendapunt dan nu ook niet te behandelen, zodat wij in de gelegenheid worden gesteld om meer informatie te kunnen verkrijgen om het punt goed te kunnen bespreken een andere keer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk ook even naar de zijde van het college of daar nog een reactie. Dan kijk ik vervolgens rond in de raad. Maar wellicht dat vanuit … Niet? Wethouder. Helemaal geen probleem. We hebben wat tijd.

Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Daar is vandaag een rectificatie gekomen op een bedrag wat wel in het IHP stond, maar wat foutief naar u toe was gekomen. Dat gaat over het bedrag wat staat voor BENG naar ENG, wat daar de kosten van zijn en dan van ENG naar circulair plus en het totaal. Dat is gerectificeerd. De reden waarom u wilt vertragen op dit dossier, omdat u het niet eens bent met de beantwoording die is gegeven op de andere vragen, dat is aan de raad of die inderdaad met u meegaat daarin. De voorzitter: Ik kijk even rond. Zijn er raadsleden die hierop willen reageren? Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden uitstel geen optie, dus wat ons betreft niet. De voorzitter: Het kan op de agenda blijven, bedoelt u? Mevrouw Nevels: Zeker. De voorzitter: Oké. Ik kijk even … Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voor ons geldt hetzelfde. Gewoon bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga gewoon even het rijtje langs. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Wat ons betreft gewoon bespreken. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Maartens. De heer Maartens: Datzelfde geldt ook voor ons. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even … D66, mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Inclusief de genoemde onzekerheden bespreken en daar komen nog vragen over. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Snijders.

De heer Snijders: Ik ben van mening dat elk raadslid recht heeft op goede informatie. En dat is aan hem om te zeggen of hij dat wel of niet voldoende heeft gehad. En als er geen bloed uit vloeit als we het uitstellen, dan zou ik het gewoon uitstellen. De voorzitter: Ik constateer dat er een ruime meerderheid is om het vanavond gewoon op de agenda te laten staan en te bespreken. Dus het blijft zoals het is voorgesteld. Daarmee heb ik de agenda ook behandeld en blijft die zoals net aangegeven. 3. Vragenuur De voorzitter: Dan vragenuur. Niemand heeft zich daarvoor aangemeld.

4. Vaststellen notulen van de vergadering van 22 september 2025 De voorzitter: Dan ga ik naar het vaststellen van de notulen van de vergadering van de vorige keer. Dat was 22 september. Daarvoor heeft zich vooraf niemand gemeld bij de griffie of bij de voorzitter. Ik kijk nog even rond of dat nog steeds het geval is. Dat klopt. Dan zijn ze bij deze vastgesteld. 5. Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan ga ik naar het volgende agendapunt en dat betreft het vaststellen van de lijst ingekomen stukken. Ook daarvoor heeft zich vooraf niemand gemeld. Ik zie dat het nog steeds de juiste constatering is. Dan is die bij deze vastgesteld. 6. Toelating nieuw raadslid (CDA) De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 6. Dat betreft de toelating van een nieuw raadslid, oftewel een vacature die er nog was om die opnieuw in te vullen. U ziet ook bij de stukken dat mevrouw Seijger heeft aangegeven tijdelijk ontslag te willen en dat mevrouw Van der Woning bereid is gevonden om de plek weer opnieuw in te vullen. Dat is afgelopen donderdag gebeurd. Toen heeft ze haar benoeming aanvaard. De benodigde papieren zijn ook allemaal overlegd. Dus ik kijk even naar de heer Snijders, want de heer Kramer is er nu niet. Dus als u de conclusies van de commissie van Geloofsbrieven met ons zou willen delen. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dat wil ik.

De commissie uit de raad van de gemeente Oldenzaal in wier handen werd gesteld de geloofsbrief en verdere bij de Kieswet gevorderde stukken, ingezonden door Van der Woning J.J., roepnaam Judy, op 22 oktober 2025 benoemd tot lid van de raad van de gemeente Oldenzaal, rapporteert de raad van de gemeente Oldenzaal dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot haar toelating als lid van de raad van de gemeente Oldenzaal. De commissie voornoemt de heer H.J.M. Maartens, de heer N. Kramer en de heer H.W.M. Snijders. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over tot de installatie. Als ik u allemaal mag verzoeken om te gaan staan voor zover dat mogelijk is. U ziet het, mevrouw Van der Woning staat in ons midden. Ze heeft aangegeven om de belofte af te leggen. Dus dat is niet de twee vingers. Dat hoeft dus niet. Ik lees voor en op het moment dat ik aan het eind ben gekomen, dan kijk ik weer aan en dan mag u zeggen: “Dat verklaar en beloof ik.” U weet hoe het werkt. “Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad van Oldenzaal benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welke voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik verklaar en beloof, dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.” Mevrouw Van der Woning: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken om iedereen de gelegenheid te geven om te feliciteren.

B(espreek)-voorstellen 7. Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025-2040 De voorzitter: Ik zie dat iedereen weer zit, dus ik heropen de vergadering. Dat gezegd hebbende, betekent ook dat we aangekomen zijn bij het bespreekvoorstel wat voor vanavond op de agenda staat. Dat is het integraal huisvestingsplan, oftewel IHP 2025-2040. U heeft daar al eerder over gesproken in het politiek forum van 13 oktober jongstleden. Vervolgens had u net ook al bij het vaststellen van de agenda meegekregen, er is nog een memo gedeeld en is het raadsadvies nog op een punt verduidelijkt. Dat ziet u ook voor u liggen digitaal. Ik heb begrepen dat SO met een amendement komt, dus ik geef SO als eerste de gelegenheid om het woord te voeren. Daarna de VVD. Ik denk dat alle andere fracties, behalve GroenLinks, want die was afwezig bij het politiek forum, maar die is dan aan het eind aan de beurt. Zo hebben we het met elkaar afgesproken. SO. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Wij staan hier toch wel een klein beetje met wat bezwaren, want hoe kunnen wij een goede afweging maken, als blijkt dat de informatie die het college ons toezendt niet juist is en als de informatie ook nog eens onvolledig is? Want wij vroegen om de financiële gevolgen als er wordt gekozen voor BENG in plaats van ENG. Het antwoord was kort: 2,58 miljoen. Dit antwoord kregen wij dus vrijdagmiddag.

Daar kun je dan over twisten of dat wat laat is of niet. Wij vinden van wel, maar goed. Dan het antwoord klopt ook nog niet. Want wij vroegen om de financiële gevolgen, zoals ik net zei, en niet om een verschil. Want met die gevolgen hadden we kunnen bekijken wat er aan meerkosten wellicht aankomen, welke regelgeving er op handen is. We moeten nu volgens de BENG-normen bouwen, maar wat als wij straks voor een voldongen feit komen te staan als de wetgeving verandert als we ENG moeten bouwen? En dat hadden wij graag inzichtelijk willen hebben. Want die antwoorden die het college ons gaf, die konden we zelf ook uit het IHP halen, dus daar ging het ons eigenlijk niet om. Dan komen we eigenlijk bij een fundamenteel punt, want we horen altijd dat de raad graag op hoofdlijnen wil besturen. Men verwacht van ons dat we dan ook op hoofdlijnen tegen dossiers aankijken. Maar hoe kunnen wij op hoofdlijnen onze controlerende taak uitvoeren, als we dus niet uit kunnen gaan van de juistheid van informatie die het college ons toezendt? Wij worden gedwongen om alles driedubbel te checken, want blijkbaar gaat er nog iedere keer dingen fout. Desondanks dienen we toch een amendement in, hoe graag we die ook wat beter gemotiveerd hadden willen zien, om BENG te bouwen in plaats van ENG. Want BENG, dat is de huidige wetgeving. Laten we dat gewoon bouwen, zoals de huidige wetgeving ons voorschrijft.

BENG is een hartstikke goed gebouw. De Nutsschool is volgens de BENG-normen gebouwd. We kunnen niet zeggen dat dat een verkeerd gebouw is. Het is dus doelmatig. We bouwen dan conform de wetgeving en de kwaliteit van het onderwijs wordt er zeker niet minder van. Als we bouwen volgens de BENG-normen, bespaart ons dat al zo'n 6,45 miljoen. Dat past bij de huidige tijdsgeest om sober en doelmatig naar dit soort vraagstukken te kijken. Dan de kosten die niet zijn meegenomen voor tijdvak 2 tot en met 5, maar ook de overige kosten die op bladzijde 73 staan benoemd. Daar kan wat ons betreft prima een bandbreedte voor worden opgenomen. Minimale kosten, maximale kosten, dat had prima gekund. Want we maken nu al keuzes voor nieuwbouw, vernieuwbouw, inbreiding of verduurzaming voor alle scholen in Oldenzaal. En als we straks zo meteen de raad in ieder geval instemt met dit IHP, dan gaat het college met dat scenario rekenen en dan komen er ook verwachtingen die worden gewekt richting de schoolbesturen, ouders en omwonenden. Dan kan er wel geroepen worden dat wij dan daarna nog alle afwegingen en ruimte hebben om daar nog iets van te vinden, maar door nu al in te stemmen met een onvolledig financieel plaatje lopen we wat ons betreft in een financiële fuik. Want als dat zover is, kunnen we met goed fatsoen niet meer met wat anders ervan vinden, want er is maar één scenario uitgewerkt.

De overige

scenario's komen dan niet meer in beeld en we kunnen dat juist nu ondervangen door nu al inzichtelijk te maken wat de minimale en maximale meerkosten per tijdvak zijn, zodat toekomstige raden in de toekomst daar ook rekening mee kunnen houden bij de meerjarenbegrotingen. En we weten inmiddels wel hoe zoiets werkt in gemeenteland, in gemeentepolitiek. Maak 70 procent inzichtelijk en laat de overige 30 procent nog even wat het is. Meld dat er geen ‘…’(00:15:59) over kan worden opgenomen en dan zien we later wel even wat de risico’s zijn. Zo hebben we dat ook bij het stadhuis gezien, want we zouden namelijk in oktober al duidelijkheid krijgen over de vleugel, als we in september akkoord zouden gaan. Het is nu oktober en er is nog steeds helemaal niets duidelijk. En zo gaat dat ook met deze projecten. De risico's worden op de lange baan geschoven. En juist bij projectmanagement zorg je ervoor dat je de risico's afdekt en dat je deze scherpte hebt voor degenen die het besluit moeten nemen. En dat is in ons geval ons als raad. Dan als laatste de leerlingenprognoses. Het college heeft een groeiambitie naar veertigduizend inwoners volgens de position paper ‘2050 Oldenzaal’. Alleen dit IHP gaat daar op dit moment niet vanuit. Het gaat alleen uit van de huidige plancapaciteit aan woningen. En dan gaat er dus iets mis, want dan klopt er dus iets niet.

En dan spreekt dit IHP de ambities van het college tegen. Onze drie concrete vragen daarover dan ook aan het college. 1: Onderschrijft het college nog steeds haar groeiambitie naar veertigduizend inwoners? 2: Waarom wordt er een IHP gepresenteerd dat haak staat op haar eigen groeiambitie. En 3: Welke risico's zijn verbonden als het college haar groeiambitie wil bewerkstelligen en het IHP nog is toegespitst op de huidige plancapaciteit, dus zonder bevolkingsgroei? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Waal. Als u nog even wilt blijven staan? Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik begrijp dat Solidair Oldenzaal bang is voor ENG. ENG is mogelijkerwijs een goede optie om te voorkomen dat we in 2040 of 2050 de scholen moeten verbouwen om alsnog ENG te worden, wat op dat moment de waarschijnlijke wetgeving zal zijn. Denkt u niet dat door nu zoveel mogelijk ENG te bouwen, dus energieneutraal, dat daarmee op den duur kosten bespaard kunnen worden? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, dat denk ik eerlijk gezegd niet. We hebben het nu over de huidige wetgeving dat we moeten gaan bouwen volgens BENG. Op basis van het IHP wat nu voorligt, scheelt ons dat 6,45 miljoen als we gaan bouwen volgens de huidige wetgeving.

Er komen steeds meer berichten, los ook van inwoners die met alle goede bedoelingen hebben verduurzaamd, maar uiteindelijk blijkt dat al die duurzaamheidsmaatregelen leidt tot hogere kosten, hogere energierekening. We hebben vandaag weer een artikel van een inwoner van Nederland gezien die zijn uiterste best heeft gedaan om de wetgeving te volgen en die uiteindelijk zich simpelweg gepakt voelt door de berichtgeving vanuit de overheid. Dus dan kunnen we nu wel heel met al onze goede bedoelingen proberen om een ENG-gebouw neer te zetten, maar ik denk dat we daar een verkeerde afslag in nemen. Dus laten we maar gewoon ons houden aan de wetgeving die nu voorligt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie ook nog de heer Snijders. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: U zegt helemaal terecht dat Oldenzaal de ambitie heeft te groeien naar veertigduizend en dat dat eigenlijk in het plan meegenomen zou moeten worden. Maar volgens mij heeft Oldenzaal ook de ambitie voor ENG gestructureerd bouwen. Staat ergens in een dossier. Dat

zou je dan eigenlijk ook mee moeten nemen. Ik had dit willen uitstellen tot de begroting, maar u kaart het aan. Geeft mij geen andere mogelijkheid dan daarop te reageren. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Klopt. Dat is de ambitie van de raad, maar niet de ambitie van onze fractie. En wij zouden het heel verstandig vinden om het amendement wel te steunen als ik u was. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie dat de heer Snijders nog een keer wil reageren. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik ben van de logica en de consequentie. Maar dan bent u dus niet helemaal consequent in uw betoog. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Waarvan akte. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de VVD. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Voorzitter, ENG past wel bij dit jaargetijde. Het is immers Halloween. Dat is ook eng. Onderwijsinstellingen hebben de taak om de kinderen binnen de gemeente Oldenzaal te voorzien van goed en degelijk onderwijs. Iedere onderwijsinstelling – en ze zitten met veel mensen op de tribune – doet dat op zijn of haar manier en altijd, althans daar gaan wij vanuit, met de beste intenties. De gemeente heeft daartegenover een plicht om deze onderwijsinstellingen en dus de schoolgaande kinderen te voorzien van een veilig en adequaat onderkomen. De gemeente en de onderwijsinstellingen hebben samen de opdracht om dit goed te regelen.

Dat wordt verwoord in het IHP dat nu voor ons ligt. Wat ons betreft is het IHP niet meer en ook niet minder dan een herijking van de eerder vastgestelde visie. Met deze herijking is het aan ons als raad om opnieuw kritisch te kijken wat kan, moet en mag en, niet onbelangrijk, wat de kosten zijn. In de media circuleert een totaalbedrag als een ongeleid projectiel. Grote koppen en krappe, onvolledige achtergrondinformatie. Tenenkrommend. Wij stellen nu niet definitief vast en al helemaal niet een totaalbedrag wat wordt genoemd van 132 miljoen. Onzin. Het document is en blijft een visie op hoofdlijnen. Wij zijn daarbij niet achterdochtig. De wethouder heeft ons immers duidelijk gemaakt dat elk project en elke school altijd opnieuw aan de raad wordt voorgelegd. Zoals wij dat gewend zijn. Daarom zal onze fractie instemmen met het voorliggende voorstel, maar we hebben uiteraard nog wel wat vragen. In het forum hebben wij ons kritisch uitgelaten over het huidige aantal basisscholen in de wijk De Thij en over de grote leegstand op de locatie van De Thij van het Carmelcollege. Wij willen de wethouder verzoeken of het mogelijk is om een clustering van de basisscholen in deze wijk in het gebouw van de TCC De Thij mee te nemen in een haalbaarheidsonderzoek. Dat dit vertraging in plannen veroorzaakt, is voor ons geen probleem.

Kan de wethouder ons hiervoor een toezegging geven? En dan komt die toch: BENG en ENG. Er is wat ons betreft een wezenlijk verschil tussen bouwen volgens BENG-norm en volgens ENG-norm. ENG bouwen maakt ons afhankelijk van elektrificatie, terwijl de betrokken gebieden door de netbeheerder als netcongestiegebieden zijn aangemerkt. Hoe denkt de wethouder dit op te lossen? Als ENG de norm wordt, betekent dat ook gasloos bouwen. Wat gebeurt er dan bij een stroomstoring? Moeten alle kinderen dan naar huis? De netbeheerder waarschuwt nu al voor stroomuitval in de toekomst. Hoe weegt de wethouder dit risico af? En wat als er in de komende jaren ontwikkelingen plaatsvinden op het gebied van bijvoorbeeld waterstof? Kunnen wij daar dan gebruik van maken? BENG is aanzienlijk goedkoper dan ENG. En wij vinden dat we hierin kritisch moeten zijn. En dat verwachten wij ook van de wethouder. Als klein detail – en de

heer Bouwman heeft het al gezegd – is er nog iets met de cijfers geweest. Dat is inmiddels opgelost. We zullen daar in de beraadslagingen dan ook goed op toezien. Tot slot en zeker niet onbelangrijk. Scholen staan vaak midden in een buurt. Buurtbewoners kijken soms al jaren tegen hetzelfde gebouw. Soms past dat gebouw juist in de stijl van de buurt. Wanneer er gekozen wordt voor nieuwbouw, vindt de Oldenzaalse VVD het essentieel dat de wijk goed wordt meegenomen in de ontwerpfase, bij routing en bij de verkeersveiligheid. Ik verwacht hiervoor eveneens een toezegging van de wethouder. En uiteindelijk wat ons betreft het belangrijkste: zorgvuldigheid boven snelheid. Laten we elk project binnen het IHP zorgvuldig en goed afwegen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Bouwman en ook van de heer Van der Waal. Als eerste de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik hoor u zeggen dat het IHP een plan op hoofdlijnen is. Maar dat voelt toch wat bijzonder, want er wordt wel een kostenplaatje voor 132 miljoen aan gehangen met meer kosten die nog niet bekend zijn. Voelt u niet de zorgen die onze fractie heeft als het gaat om de ongebreidelde kosten die wellicht onderweg kunnen komen, waar wij dus nu geen zicht op hebben? Hoe kijkt u aan tegen die risico's? De voorzitter: Mevrouw Nevels.

Mevrouw Nevels: Hoe je aankijkt tegen de risico's, dat moet u aan de wethouder vragen. Ik heb daar wel een mening over. Wij hebben dit IHP al eerder vastgesteld. Toen was u nog niet in zicht. En toen is het ook goed gegaan. U kunt wel zeggen, er komt steeds meer geld bij, maar investeren in een gebouw, dat kost meer geld af en toe. Daarbij, we stellen nu niets vast. Geen vast bedrag. Dus het komt steeds weer terug naar de raad. Wij kunnen daar elk moment nog over in debat gaan. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Dat is precies mijn punt. Want op het moment als wij hiermee instemmen, dan gaat het college met dat scenario wat we hierin opnemen rekenen. En daar zit een aantal geschatte kosten aan verbonden, waardoor je tot die 132 miljoen komt. Maar het zou best kunnen dat er ook andere scenario's heel goed mogelijk waren geweest, waarbij we dus goedkoper of wellicht efficiënter hadden kunnen bouwen. En ik proef een beetje dat u dat op hoofdlijnen een beetje op zijn beloop wilt laten, door op het moment als het naar u toekomt, dan pas een keer daarover wat te vinden, terwijl daar wellicht misschien nog wel 20, 25 miljoen achter weg kan komen aan extra kosten. En dan zijn we te laat als raad. Dan zijn we niet meer in control. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Elk project moet afzonderlijk worden afgewogen en dat weet u ook.

Elk project komt afzonderlijk naar de raad. En als wij vinden dat op dat moment het project te duur is en dat we op dat moment moeten zeggen, nee, we gooien er een gebouw af, we zetten een nieuw gebouw neer, want dat scheelt 10 miljoen. Wat denkt u zelf dat wij doen als raad? Ik heb geen glazen bol. De voorzitter: Nog één keer de heer Bouwman en dan ga ik naar de heer Van der Waal. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik heb ook geen glazen bol. Ik wil ook niet tot de punt achter de komma weten wat het dan aan meerkosten is. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Maar ik voel ook wel aan, dat je best voor tijdvak 2 tot en met 5 een bandbreedte aanhoudt, waardoor wij als raad wat meer feeling

hebben bij wat er allemaal op ons afkomt en welke keuzes wij dan wel of niet kunnen maken, ook met de andere doelstelling die wij in onze stad hebben. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Normaal bent u niet zo van de stelposten, dus ik begrijp deze niet zo goed. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik constateer dat ook de VVD bang is voor ENG. En dat vanwege de netcongestie in dit geval. Het gaat hier om een plan voor het bouwen van scholen in de lange toekomst. Het IHP loopt tot 2040 als ik het wel heb. Verbeter me als het anders is. En scholen worden niet direct volgend jaar gebouwd. Netcongestie is een ombouwprobleem van dit moment. En verwacht mag worden dat die netcongestie in de loop van de tijd minder wordt en uiteindelijk is opgelost. Daarnaast herinner ik mij een gasprobleem uit mijn puberale jeugd. Ik ben de bikkel geworden die ik nu ben, doordat ik ook met een overjas en handschoenen het huiswerk op school ging maken en daar lessen moest volgen. Dus ook met gas kan er een probleem optreden. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dan past u goed bij de heer Snijders. Die is ook van de kou. Maar ik heb als kind heel plezierig onderwijs gehad op diverse locaties waar het per definitie niet zo heel koud was. Maar dat is aan u. Dat is uw persoonlijke voorkeur.

Dan even terugkomend op uw mening. U zegt, we kijken uit naar 2040. Dit IHP is houdbaar tot 2040. We herijken dit plan zeker voor 2040. Dat mag u van me aannemen. En daarbij, u zegt, in de toekomst netcongestie geen probleem. U hebt schijnbaar ook een glazen bol. Ik heb hem niet. De voorzitter: Van glazen bol denk ik dat ik nu door mag en dan kom ik bij de heer Maartens. Ik wilde eigenlijk naar de heer Winkelhuis gaan, maar de heer Maartens. De heer Maartens: Eigenlijk maar één vraag. Ik heb u horen zeggen, bij ENG, daar wordt het allemaal gasloos en dan krijgen we een netprobleem. Maar bij BENG is volgens mij ook gasloos. De Nutsschool is volgens mij ook gasloos. En BENG, als we nu nieuwbouwen, is het volgens mij gasloos. U schudt uw hoofd. Ik ben benieuwd waar u dat weghaalt. De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: In mijn optiek is dat niet per se noodzakelijk. Ik zou zeggen, dan laat de leidingen in ieder geval liggen, dat mocht het zo zijn dat we overgaan – ook weer die glazen bol – naar waterstof of andere idioterie die door de leidingen kan, dan ligt het er in ieder geval en dan hoef je het niet weg te halen. Maar we kunnen daarover nog wel nader in conclaaf, lijkt mij. De voorzitter: Ik zie de heer Maartens toch nog aanstalten maken en dan wil ik graag door naar de volgende spreker. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Heel kort.

Volgens mij is alle nieuwbouw gasloos. En mogen wij geen nieuwe gasaansluitingen aanleggen.

De voorzitter: Ik kijk nog even voor de zekerheid naar mevrouw Nevels en anders ga ik naar de heer Winkelhuis. Mevrouw Nevels nog reactie? Niet? Oké, dank u wel. Dan ga ik naar de volgende spreker en dat is de heer Winkelhuis. U merkt, ik ga gewoon het rijtje langs. De heer Winkelhuis: Voorzitter, beste collega en mensen op de publieke tribune en thuis. Ik heb lang nagedacht over datgene wat ik vanavond in zou brengen, want we hebben in het politiek forum eigenlijk al een behoorlijke discussie gehad. Maar ik denk dat het toch goed is dat ik een paar dingen herhaal die we toen ook gezegd hebben en ik heb een aantal vragen namens onze fractie WG Oldenzaal voor de wethouder. Maar toch even een kleine introductie, want ik denk dat het belangrijk is om vast te stellen, dat wij hier als gemeenteraad niet gaan over een visie. Het zijn de scholen die bepalen hoe ze hun lessen in gaan delen en hoe ze denken dat ze het beste hun leerlingen kunnen bedienen. Wat wij doen, is dat wij willen zorgen voor goede huisvesting. Ik ben ook wel iemand die zoekt naar wat bindt ons en volgens mij zijn we het daar met zijn allen over eens. Hoe diep we dan de diepte in moeten gaan of hoe globaal we gaan kijken, daar kun je over van mening verschillen en dat blijkt vanavond ook wel weer. Ik ben het eens met wat mevrouw Nevels net zei. Dit IHP geeft wat ons betreft een doorkijk naar de toekomst tot 2040.

En de financiën we schrijven af in 45 jaar. Dat betekent dat we nog gelukkig een stukje verder kunnen kijken dan hier. En dit is dus een globale doorkijk en inderdaad niet tot achter de komma. Dat gaf collega van Solidair Oldenzaal ook al aan. Dat hoeft ook niet, maar de één zet de komma toch nog weer iets naar voren en de andere zet hem iets naar achter. We hebben in het politiek forum – en daar refereerde mevrouw Nevels ook al aan – ook als WG Oldenzaal nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de drie basisscholen in De Thij. Nieuwbouw van die drie scholen hebben we kunnen lezen in het IHP zou iets meer dan 10 miljoen euro kosten. We hebben gekeken naar de aantal vierkante meters bvo – bruto vloeroppervlak – wat over zou zijn. We hebben in het IHP gezien dat er eigenlijk voldoende ruimte zou kunnen zijn voor die drie basisscholen om die daar te huisvesten en dat zou zelfs kunnen zijn inclusief de onderbouwlocatie van het Twents Carmel College. Het haalbaarheidsonderzoek, hebben we begrepen, dat loopt nog. We zijn heel benieuwd naar die uitslag en hopelijk komt dat nog voor de verkiezingen naar voren. Dan kan ik er ook nog misschien nog wat van vinden. Het voordeel zou zijn dat we daar een locatie hebben waar de leerlingen een prachtig mooie sporthal hebben, gebruik kunnen maken van een sportveld en er zijn drie locaties die vrijkomen voor woningbouw.

Natuurlijk zal er extra geïnvesteerd moeten worden in het gebouw zelf. En ik begreep ook heel goed en onze fractie ook heel goed, dat ook qua verkeer er het nodige aangepast wellicht zal moeten worden. Maar wij zijn nogmaals heel benieuwd naar de uitkomst van dat haalbaarheidsonderzoek. Dan BENG en ENG. We hebben het daarnet al over gehad. Plus circulair. Per project gaan we er nog naar kijken. Wij gaan ervan uit dat bij ENG er ook energiekosten bespaard zouden kunnen worden. Dus dat zouden we ook weer voor een deel terug kunnen leggen bij de schoolbesturen, want die zouden misschien minder kosten maken. En we zijn heel benieuwd hoe onze wethouder daartegenaan kijkt. Wij zijn er nog niet helemaal uit over BENG en ENG. En de discussie ging net ook al een beetje, dus we zijn benieuwd naar hoe onze wethouder hierop reageert. Dan toch ook een andere belangrijke, want we hebben gezien in het IHP zoals het er nu ligt, dat er in de toekomst bij de Potskampstraat bijvoorbeeld, als we niks doen, bijna tienduizend vierkante meter overschot is aan bvo. Dat is enorm veel en we hebben daar al eerder aandacht voor gevraagd. Hoe gaan we dit oplossen? In een brief van 2022 hebben wij al aangegeven dat wat ons betreft de locatie van het praktijkonderwijs naar de Primulastraat zou moeten blijven waar die is.

Wij gaan niet over de onderwijsvisie, dus wij kunnen dat wel vinden, maar als het Twents Carmel College gezegd van, maar we gaan het lekker toch doen, dan gaat het gewoon wel door. En dan zitten wij met een school en een grote gymzaal waar je van denkt, wat moeten wij met dat gebouw? Dat krijgen wij terug. Voor ons is het dan lastig om daar een invulling aan te geven. Ik hoop dat we daar toch in goed overleg uit komen en daar ga ik eigenlijk ook vanuit. En ik hoop nog veel meer namens onze fractie dat we de praktijkschool laten waar die is. Dat

zou betekenen dat er een enorme vleugel overblijft bij de Potskampstraat. En we hebben in die brief van 2022 ook nadrukkelijk gevraagd om daar zo spoedig mogelijk naar te kijken mocht dat zo zijn. We weten inmiddels dat voordat je een plan uitgevoerd hebt, dat je zeven jaar verder bent. We hebben het over de vleugel hier aan de zijkant van het stadhuis ook al over gehad. Wat kun je daarmee? Dat zijn lastige discussies en wij zijn benieuwd wat onze wethouder daar of ze daar al mee bezig is. Zijn er al gesprekken met het Twents Carmel over wat de invulling van die bijna tienduizend vierkante meter oppervlak die over is, wat we daarmee gaan doen? Dan voorlopig in de eerste termijn het laatste wat ons betreft. Dat gaat over de Lyceumstraat. Daar gaan we ook een enorme verbouwing doen van maar liefst ongeveer 20 miljoen. Daar zien we in 2034 dat er een overschot zal zijn, geschat dan, van 2434 vierkante meter. We gaan vernieuwbouwen, revitaliseren. Dat is hartstikke mooi. We gunnen iedereen alle leerlingen en vooral ook het personeel natuurlijk ook goede werkomstandigheden en leeromstandigheden. Maar dan is het vreemd als we, laten we zeggen, gaan vernieuwbouwen en we hebben ineens zoveel vierkante meter over. Dus we zijn benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt.

En dan als laatste doe ik dan toch nog maar een keer hier complimenten aan al die mensen die … Maar dat is best wel een klus om zo'n IHP met al die schoolbesturen voor elkaar te boksen. Er blijft een doorkijk naar de toekomst. Over vier jaar, ga ik ervan uit, is er weer een nieuwe herijking en wordt alles nog eens een keer weer flink onder de loep genomen, zoals we dat vanavond hier ook met elkaar doen. En ik ben ervan overtuigd dat we uiteindelijk met elkaar tot een prachtig mooie invulling van al die mooie schoolgebouwen gaan komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft het beschikbaar stellen van het Thijcollege voor de lagere scholen op De Thij heb ik een vraag aan de heer Winkelhuis. Hij zegt, er is vloeroppervlak nodig, dus die moeten we gebruiken. Het komt mij wat boekhoudkundig over om het zachtjes te zeggen. Ik ben van de heer Winkelhuis gewend dat hij denkt aan het belang van de leerlingen. Hoe is dit per se in het belang van de leerlingen of zou het voor de leerlingen gunstig zijn om een eigen schoolgebouw te hebben en kan dat in overweging genomen worden? De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis.

De heer Winkelhuis: Nu kom ik toevallig een beetje uit het onderwijs en ik kan u verzekeren, als een school een gedeelte van een gebouw krijgt, dan wordt dat jouw school. Dat gaat vanzelf. Dat gaat supersnel. Ik kan me zelfs voorstellen dat je bij zo'n Thijcollege een ingang maakt. Stel je voor dat de onderbouw van het Twents Carmel College een aparte ingang maakt voor al die onderbouwleerlingen. Er zijn op dit moment drie scholen: De Maten, De Wendakker en De Linde. Die twee eerste die ik noemde zijn al van de Konot. Daarvan zou je kunnen zeggen, die hebben dezelfde directeur, die doe je bij elkaar. Daar maak je één school van. En dat is jouw school. Dan denk ik echt, dat meen ik ook oprecht, dat het voor die kinderen fijn is om in zo'n eigen gedeelte van dat grote schoolgebouw de lessen te mogen volgen. En ik gaf net al aan, het tweede grote voordeel en daar ben ik echt van, is ook dat dat bewegingsonderwijs wat superbelangrijk is, dat je dat veel beter gerealiseerd krijgt op die plek met een grote sporthal met sportvelden erbij. Nu moeten ze of naar Bully of naar Vondersweijde. Dat kost veel tijd met wandelen, soms misschien op de fiets. Dus ik zie – maar goed, zo ben ik ook misschien wel een beetje – ik zie eigenlijk heel veel voordelen. De voorzitter: Nog één keer de heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Ik denk dat we het eens kunnen worden als we beiden het belang van de leerlingen in de overweging meenemen. Wat eruit komt, komt eruit. De heer Winkelhuis: Daar ben ik het volledig mee eens. Het belang van de kinderen en van het personeel, die staan bovenaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lulofs. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, in de periode 2014-2018 werd de raad van Oldenzaal opgeschrikt door de mededeling van het college dat we op de korte en middellange termijn een verplichting zouden hebben van 27 miljoen in de onderwijshuisvesting. Toen al een onvoorstelbaar groot bedrag. Daar hebben we als raad zeker aan moeten wennen. Jarenlang hadden college en raad feitelijk alleen geleund op actuele behoefte aan nieuwbouw en groot onderhoud van school- en onderwijslocaties. Als het schoolbestuur aangaf dat het onderwijs geven niet meer mogelijk was, dan werd een plan opgetuigd en werd er geïnvesteerd en werd er dekking gezocht binnen de dan geldende begroting. De locaties van De Windroos en de Thijlocatie van de Twentse Carmel College waren toen actueel. Lange discussies over bouwkosten en uitvoering en niet te vergeten de financiering. De raad werd zich bewust van het feit dat meerdere schoollocatie aan het verouderen waren en dat er ook een goed plan diende te worden gemaakt, ook voor de financiering.

Het IHP kreeg de huidige contouren en werd een steeds weer terugkerend onderwerp in fora en daarmee een gevleugelde term. Ook nu weer middels een herijking. Vanavond ligt een uitwerking voor ons ter besluitvorming. Voor de komende 25 jaren dienen we een bij een sobere en doelmatige uitwerking rekening te houden met een bedrag van ruim 132 miljoen. Hierbij wordt aangetekend dat dit bedrag is gebaseerd op het kostenniveau van 2025. Dus in de toekomst en met al dan niet benoemde onzekerheden als sloop, asbest, kostprijs materialen en manuren en dergelijke zal dit bedrag zeker groter worden. Een bedrag waar we als kleine kerngemeenten met 32 duizend inwoners voor staan. Dit is onder andere de reden dat mijn fractie vaker heeft gepleit voor het streven naar meer inwoners. Dit is uitgewerkt in onder andere de toekomstvisie van Oldenzaal. Met de huidige inspanningen komen we voorlopig nog niet aan de groei en moeten we tevreden zijn met de continuering van het aantal inwoners. De fractie van de PvdA wil de onderwijsvoorzieningen in Oldenzaal op niveau houden en dat kost veel geld. Geld dat we zelf dienen op te hoesten. De buurgemeenten, waarvan veel kinderen hier naar het voortgezet onderwijs gaan, dragen niet bij aan de financiering. Toch is ook mijn partij ervan overtuigd, dat dit noodzakelijke uitgaven zijn en dat wij hier niet aan ontkomen.

Wat de fractie van de PvdA betreft, hebben alle scholen in Oldenzaal ook een sociale functie. Dus we willen het college meegeven, dat de gebouwen niet alleen voor onderwijs geschikt moeten zijn, maar ook multifunctioneel inzetbaar zonder dat dit ten koste gaat van het primaire doel: onderwijs. De gebouwen zijn in de wijken goed bereikbaar en moeten ook ingezet kunnen worden bij calamiteiten. We komen blijkbaar in andere tijden. Onze regering in Den Haag adviseert de bewoners om zich voor te bereiden door overlevingspakketten in huis te halen. Laten we ons als gemeente voorbereiden door in alle wijken noodlocaties voorhanden te hebben waar mensen in geval van een dergelijke nood terechtkunnen. Maar ook dat de schoolgebouwen ingezet kunnen worden voor andere sociale activiteiten in de wijk. Graag hoor ik een reactie van het college. Dus, voorzitter, goed onderwijs begint met een veilige, gezonde en inspirerende leeromgeving. Het integraal huisvestingsplan 2025-2040 legt wat ons betreft daarvoor een stevige basis. Als PvdA zijn we blij dat er nu een strategisch kader ligt waarin ruimte, duurzaamheid en maatschappelijke meerwaarde samenkomen. Een van de grootste opgaven ligt in De Thij: drie verouderde basisscholen, teruglopende leerlingenaantallen en gebouwen die aan het eind van hun levensduur zijn. Er is gelukkig goed onderzocht welke oplossingen er mogelijk zijn.

Voor de PvdA zijn zowel scenario 1, nieuwbouw op een bestaande locatie, als scenario 2, clustering op de locatie van TCC kansrijk. Scenario 1 is overzichtelijker en behoudt de spreiding van voorzieningen in

de wijk. Dat kan passend zijn voor ouders en kinderen die dicht bij hun school willen blijven. Tegelijkertijd biedt scenario 2 duidelijke kansen voor samenwerking. Efficiënt ruimtegebruik en het combineren van onderwijs met andere wijkfuncties, zoals zorg en ondersteuning. Denk aan logopedie, jeugdhulp of een wijkspreekuur in het gebouw zelf, maar ook op de centrale plek in de wijk bij eventuele calamiteiten. Wat de PvdA betreft, staat niet de locatie centraal, maar de maatschappelijke functie. Een nieuwe school moet meer zijn dan een onderwijsgebouw. Het moet een plek worden waar kinderen leren, ouders ondersteund worden en waar de wijk samenkomt. Daarom vragen wij het college om bij verdere uitwerking van beide scenario's nadrukkelijk aandacht te geven aan verkeersveiligheid, bereikbaarheid, participatie van de besturen en teams van de scholen met ouders en de bewoners en de mogelijkheid om zorg en welzijn een plek te geven in het gebouw. Voorzitter, we maken met de IHP keuzes voor de lange termijn. Laten we die keuzes niet alleen technisch benaderen, maar vooral sociaal, zodat elk kind in elke wijk de beste start krijgt. Kortom, de fractie van de PvdA zal instemmen met voorliggend voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Bouwman nog een interruptie wil plaatsen, dus de heer Bouwman heeft nu het woord. De heer Bouwman: Dank u wel.

Ik was even benieuwd. Ik vond het een mooi betoog om het over de sociale kant te hebben, niet de technische kant. Maar ik ga hem toch even technisch stellen. Hoe kijkt u aan tegen BENG en ENG? De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ik vind ENG niet eng. Wat mij betreft mag het bij BENG blijven. Ik vind het prima. Maar dan ontkomen we er niet aan om ook – ik denk over een jaar of tien, vijftien – weer de portemonnee te trekken om toch naar ENG te gaan. En als je het dan bedrijfseconomisch bekijkt, dan kun je nu beter zeggen van, we gaan nu direct naar ENG. De voorzitter: De heer Bouwman nog een keer. De heer Bouwman: Ik denk dat we daar dan een beetje verschillen van mening. Want ik denk dat we daar juist op dat punt, als ons weer wordt opgelegd om van BENG naar ENG te veranderen voor een bestaand gebouw, dat we dan moeten zeggen, dat gaan we niet doen, we hebben prima geïnvesteerd in 2028. Dus wat ons betreft is dat niet een vraag die wij als raad serieus moeten beantwoorden. Als wij een prima schoolgebouw hebben neergelegd volgens de BENG-normen – en dat is een hartstikke goed gebouw natuurlijk –, dat we niet gaan volgen wat vanuit Den Haag wordt opgelegd om dan toch maar naar ENG over te stappen. Want dat is natuurlijk jammer geld. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Laat ik het heel kort houden.

Wat wij het belangrijkste vinden, is dat het klimaat in de school goed is. Meer dan goed genoeg voor het onderwijs geven en ook voor de mensen die daar moeten werken. En daar hebben we in het verleden nog wel eens een keer een steekje laten vallen en dat is wat ons betreft hetgene wat we echt moeten doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Volgens mij kom ik dan bij de heer Maartens uit. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. Ik begin toch maar even bij wat is nu eigenlijk een IHP? Een IHP is voor mij een schets wat wij naar de toekomst toe willen ontwikkelen als het gaat om

schoolgebouwen. Bij mij is tegelijkertijd ook uit het hart gegrepen als ik van de heer Lulofs hoor, die schoolgebouwen zijn niet alleen maar schoolgebouwen, maar zijn heel belangrijk in wijken en buurten. Echt heel belangrijk. Maar het IHP is geen project. Dat woord is vanavond ook al even gevallen. Het IHP is, als je dat uitkleedt, in de loop van de tijd een aantal projecten. En dan lees je het ook als project. Het IHP is de schets van de toekomst van onze schoolgebouwen en daar hangt ook inderdaad een bedrag aan. 132 miljoen, dat is gigaveel geld. Dat ben ik met iedereen eens. Maar tegelijkertijd, of dat bedrag klopt, dat weten we eigenlijk niet. Laten we daar maar heel eerlijk in zijn. Want we weten in het hier en nu, wij kennen niet de ontwikkeling in prijzen, wij kunnen niet de mogelijke meerkosten die er gaan ontstaan. Daar kun je wel een wilde gok naar doen. Of een educated guess, zoals dat zo mooi heet. Maar ook dan weten we weer niet waar we het over hebben. We weten wel nog steeds dat we het over heel veel geld hebben. En soms over iets meer, als we dat willen doorzetten naar een nieuwe manier van kijken. En die noemen we ENG. En dat hoeft helemaal niet eng te zijn, maar toch. En die noemen we ook circulair bouwen.

Als we nu echt naar een verre toekomst kijken, dan zijn we volgens mij aan onze kinderen, kleinkinderen, verplicht om te zorgen dat we in die toekomst zodanig bouwen, dat je daar later nog weer echt wat mee kunt. En wat kost het? Als je naar de getalletjes kijkt die hier nu in staan 132 miljoen en het kost iets meer dan 6 miljoen extra. Dat is nog geen zes procent. Dat valt eigenlijk wel mee. De voorzitter: Ik zie een interruptie, dacht ik, van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U zei dat de meerkosten, dat dat niet bekend is en dat we daar geen getalletje aan kunnen hangen. Maar dat is juist het pleidooi wat wij wel willen doen. Want uit de beantwoording van het college blijkt, dat er meer kosten bestaan, onder andere uit aankoop van een kavel. Daar ligt een grondprijs onder, die moet je dan betalen. Je weet hoeveel ruimte je nodig hebt voor een basisschool, hoeveel ruimte je nodig hebt voor een speelplein, wat je nodig hebt voor een middelbare school, et cetera. Dus daar kun je een kengetal aan hangen. Bouwrijp maken kun je ook kengetallen aanhangen, dan weet je precies ongeveer wat je daarvoor nodig hebt. Tijdelijke huisvesting kun je prima inschatting maken op basis van de huidige scholen die aan de beurt zijn. Verhuiskosten geldt hetzelfde voor. Asbestsanering kun je ook op basis van vierkante meters bepalen.

Dan de planontwikkeling en de VAT-kosten die daarbij komen, heeft het college ook al duidelijke percentages voor aangegeven. Terreininrichting en aanpassing van de infrastructuur rond de schoolgebouwen zou je ook een inschatting voor kunnen maken. En dan ook de boekwaarde van de bestaande gebouwen is nu ook inzichtelijk. En we weten ook wanneer de scholen aan de beurt komen wat de boekwaarde tegen die tijd is en wat je dan af moet kopen. Dus al die getallen wat het college hier presenteert aan kostenposten, daar zou je prima inschatting voor kunnen maken. En dat is juist het pleidooi wat wij doen. Maak dat inzichtelijk. En als het dan te zijner tijd een miljoen meer is, dan zijn wij de laatsten die dan zeggen, “Wat fout, college.” Maar dit kunnen wij dus heel goed inzichtelijk maken. Dus uw opmerking dat we die kosten niet weten, dat bestrijd ik. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dat mag u natuurlijk bestrijden. U noemt een heel lijstje met onderdelen en u zegt, dat is gemakkelijk een bedrag aan te verbinden. Daar verschillen wij dan van mening. Ik denk dat dat niet zo gemakkelijk is. Als dat had gekund, ben ik ervan overtuigd, dat ICS, onze adviseur op dit gebied, daar allang getallen aan vastgeknoopt had. Ik denk dat het niet zo eenvoudig is. Daar verschillen wij van mening.

De voorzitter: De heer Bouwman nog een keer en ik heb de heer Winkelhuis ook gezien. Mijnheer Bouwman.

De heer Bouwman: Dank u wel. Dat is wel een interessante opmerking die u daar maakt. Want dan ben ik toch van het college wel even benieuwd of ICS die opdracht ook heeft meegekregen om daarnaar te kijken. Want als dat niet in de opdrachtomschrijving staat, dan is dat ook niet de uitgangspunten zoals die nu aan ons gepresenteerd wordt. Maar wellicht kan het college dat aan ICS vragen of we die dan wel inzichtelijk kunnen krijgen in de toekomst. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ik heb even een vraag aan de heer Bouwman, want hij noemde grondkosten. Ik ben benieuwd welke nieuwe school hij daarmee bedoelt. Want volgens mij zitten die er niet in. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Nee, ik heb geen specifiek voorbeeld zoals u zou willen. Maar het college geeft aan dat er meerkosten bestaan, onder andere aankoop van een kavel. Dan zou ik niet precies willen weten welke school dat is, maar als het college dat opgeeft, dan neem ik aan dat het college in beeld heeft welke school dat is en hoeveel vierkante meter daar dan voor benodigd is. En dan kun je een vierkantemeterprijs aan hangen, waardoor je die kostenpost in ieder geval al redelijk scherp hebt voor de toekomst. De voorzitter: Nog één keer de heer Winkelhuis en dan ga ik weer terug naar de heer Maartens.

De heer Winkelhuis: Ik heb die stukken goed doorgenomen en ik zie nergens dat we een nieuwe school gaan bouwen, los van de drie die we nu vanavond bespreken, waar die 10 miljoen voor staat. Daar staat eigenlijk dat wat u zoekt allemaal in opgenomen. Maar goed, dat even ter zijde. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Volgens mij, voorzitter, hoef ik in ieder geval nergens op te reageren nu. De voorzitter: Nee, maar zie mijn opmerking als pleidooi om verder te gaan met uw betoog. De heer Maartens: Wat ons betreft, wij denken dus toekomstgericht bouwen en hou daar vooral aan vast. Dan wil ik nog iets zeggen over De Thij. We kunnen allemaal hele mooie plannen bedenken. We wachten nog op het onderzoek wat loopt. Daar bekruipt mij altijd één vraag bij. Als we dat gebouw van het Thijcollege zouden gebruiken, wat gaat dat dan kosten als we daar drie basisscholen in moeten zetten? Voorzitter, ik zie een ... De voorzitter: Ja, maar als u iets ziet, betekent nog niet meteen dat die ook het woord krijgt. Dus ik kijk altijd eerst naar u en ik kijk en ik luister goed. Als u zegt, dit is een punt en ik hoor u dat nu zeggen, dan ga ik nu naar de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Dan een vraag aan de heer Maartens.

Als we daar geen drie basisscholen in doen en we hebben zo megaveel ruimte over, wat doen we dan met die ruimte? De voorzitter: Kijk, nu bent u weer aan zet, mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dat is geen punt. Daarvan heb ik zoiets, dat ga ik hier niet verzinnen. Je kunt nu bedenken van, als we dit doen, dan gaan we daar dat en daar dat en daar dat. Maar laten we dat nu eens met elkaar eerst goed uitzoeken van wat we nu precies kunnen en willen en wat het kost.

De voorzitter: Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ook tevens aan de heer Maartens. Overigens ik begrijp de opmerking van de heer Winkelhuis, want het is ook ons punt. Wij gaan niet over de invulling van die ruimte. Dat klopt. Maar u zegt heel stellig, wat gaat dat dan kosten? Dat is ook een glazen bol. Dus volgens mij vergelijken we allemaal appels met peren en peren met appels. Het is gewoon een duidelijke wens wel voor die clustering. Dat heeft de WG ook uitgesproken. Wij ook. Maar u zegt heel stellig van, wat voor kosten zijn daaraan verbonden? Dat moet het haalbaarheidsonderzoek dan maar uitwijzen. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dat ben ik wel met u eens. Ik zeg alleen, denk nu niet dat als je daar drie basisscholen in zet, dat dat niks kost. Want daar geloof ik niet in. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Maartens: Ik denk dat ik … Multifunctionaliteit heb ik benoemd. Ik heb verder benoemd wat ik zou willen benoemen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Verder niet. Dan ga ik naar D66, de heer Van der Waal. Dank u wel aan de heer Maartens. En dan komt nu de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, voor ons ligt de eerste herijking van het IHP. Het IHP is in 2020 vastgesteld met de afspraak elke vier jaar een herijking te laten plaatsvinden en jaarlijks, waar nodig, bij te sturen.

Nu, na vijf jaar, is het moment van de vierjarige herijking. De documenten met in totaal 130 bladzijden geven goed weer wat ons in de komende jaren te wachten staat. De raad wordt nog de keuze gegeven bij nieuwbouw voor BENG of ENG met circulair te bouwen en D66 volgt het advies van het college en kiest met volle overtuiging voor ENG met, waar mogelijk, circulair bouwen. Hiermee wordt een maximale energie- en grondstofbesparing bereikt. Allemaal doelstellingen van de gemeente en zeker landelijk. Daarmee zullen we ook voldoen aan de afspraken van Parijs. Verder is D66 blij met de aandacht voor een gezond binnenklimaat. Dit komt de leerprestaties van de leerlingen ten goede. D66 vraagt het college te onderzoeken of scholen en mogelijkerwijs ook de buurgemeenten meer kunnen bijdragen dan de bedragen die in het raadsvoorstel worden genoemd. Een hogere bijdrage is onder andere redelijk, omdat door energieneutraal bouwen aanzienlijk op de energiekosten wordt bespaard. We zien een nogal ongelijke bijdrage voor de scholen genoemd. D66 vraagt het college een mogelijke verhoging van de bijdrage van de scholen te onderzoeken op basis van bestaande en komende wetgeving. We zouden het resultaat van dat onderzoek graag aan de raad zien toegezonden. Uiteraard moeten we voorkomen dat een verhoogde bijdrage van de scholen ten koste gaat van het feitelijk onderwijs aan de leerlingen.

Dus is de vraag: Kan het college onderzoeken wat de bijdrage van scholen kan en mag zijn? En ook of een bijdrage van de buurgemeenten waar leerlingen vandaan komen mogelijk is. Er wordt al vanaf 2020 een sterke terugloop van het aantal leerlingen verwacht in het basisonderwijs zowel als in het voortgezet onderwijs. Op dit moment is het aantal leerlingen echter hoger dan een prognose in 2020. Het is een prognose en een glazen bol en dan krijg je wel eens kleurverschillen. Nog steeds wordt er in de toekomst gerekend met een sterke daling. En dan is mijn vraag aan het college: Wordt bij de prognose rekening gehouden met toenemende woningbouw in de regio Twente – dan heb ik het niet over uitbreiding van Oldenzaal naar veertigduizend, maar in het algemeen een toename van de bevolking in regio Twente, waar dan ook –, waardoor de Oldenzaalse scholen mogelijk meer leerlingen zouden kunnen krijgen? En de volgende vraag is: Hoe flexibel kunnen scholen zijn om

afwijkende leerlingenaantallen op te vangen? Hoe ademend is het gebouw, hoe ademend zijn de klasgrootten? Om verminderde leerlingenaantallen op te vangen, kan D66 leven met vermindering van het aantal basisscholen op De Thij, maar we vinden het niet goed wanneer alles in één gebouw zou worden ondergebracht. In de discussie bedacht ik mij, dat als alles in het Thijcollege wordt ondergebracht, dat we dan toch een probleem zullen hebben met de verkeersveiligheid. De school ligt aan een drukbereden straat, waar 50 gereden mag worden. En dat is niet ideaal voor lagereschoolleerlingen. Dan, voorzitter, de kosten. Die zijn voor een groot deel begroot, namelijk op 132 miljoen. Blijkens antwoorden op vragen uit het forum zijn er nog bijkomende kosten. Dat is al een aantal keren aan de orde geweest. Enerzijds lezen we in het memo van het college dat voor ambtelijke kosten voor voorbereiding en toezicht, de zogenaamde VAT-kosten – niet te verwarren met de buitenlandse VAT-kosten, wat btw betekent – extra kosten kunnen worden geschat op anderhalf tot vier procent. Anderzijds lezen we in beantwoording van aanvullende vragen, dat voor zekere en onzekere extra kosten geen schatting kan worden gegeven. Er wordt zelfs niet van een vermaledijde PM-post gebruik gemaakt, zodat wij op de hoogte zijn van het toenemen van de kosten.

Het zou de raad erg goed uitkomen, mij goed uitkomen en ik denk voor de raad heel goed zijn, in haar beoordeling uiteindelijk, wanneer voor deze kosten een ordegrootteschatting zal worden gegeven. D66 heeft in de afgelopen jaren gezien dat dit niet een sterk punt is van het college, maar de raad wil met deze onzekere post niet een blanco cheque voor deze kosten afgeven. Is mijn mening. En zolang de kosten niet zijn genoemd, is de raad gedwongen deze bedragen op nul te stellen. Dus is de vraag: Kan de wethouder toezeggen dat voor einde maart van het komend jaar – een niet helemaal toevallig gekozen datum natuurlijk – een ruwe, maar gefundeerde schatting kan worden gegeven voor deze onduidelijke extra kosten? Ten slotte, voorzitter, we weten dat er initiatieven zijn om nieuwe lesvormen in Oldenzaal te introduceren. Het resultaat van deze initiatieven is op dit moment nog niet bekend. Het lijkt D66 juist, dat wanneer deze initiatieven van de grond komen volgend jaar of het jaar dat er iets van de grond komt, een aanpassing in het IHP voor te stellen en vast te stellen. Alles bij elkaar kan D66 instemmen met het voorliggende herijkte IHPvoorstel, integraal huisvestingsplan voor schoolgebouwen. Wel hebben we graag antwoord op de gestelde vragen en we zien de uitvoering van de plannen met belangstelling tegemoet. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de heer Snijders.

Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik heb mijn punt over circulair bouwen en ENG en consequentie voor plannen eigenlijk al gemaakt bij de interruptie. Ik heb een hele goede bijdrage gehoord van onze toekomstige fusiepartner, dus ik heb verder niks toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we met dat gezegd hebbende naar het college toe. Kom ik bij mevrouw Rödel, wethouder Rödel uit. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. We staan hier om een IHP te herijken. Ik heb heel veel vragen gehoord en ik hoop dat ik de meeste vragen kan beantwoorden naar wens. En als dat niet zo is, hoor ik dat graag terug in tweede termijn. Maar we staan hier inderdaad niet om een project vast te stellen, maar om een herijking van een eerder vastgesteld IHP, wat al loopt en wat gaat lopen tot 2040 met een doorkijk naar 2050. Sinds die vaststelling van het vorige IHP zijn de bouwprijzen, de materiaalprijzen fors gestegen. Daarnaast zijn de landelijke eisen voor duurzaamheid enorm aangescherpt en die gaan nog steeds meer aangescherpt worden. In 2013 komt er weer een nieuwe wetgeving aan. Dus vandaar dat wij als college hebben gezegd, wij gaan voor ENG en wel voor ENG plus circulair bouwen. Want die visies hebben wij ook als raad hier vastgesteld en die opdracht heeft u ons als raad gegeven. Vandaar dat wij dat advies ook op hebben genomen in dit IHP.

Het is aan u ook om te bepalen of het verstandig is om BENG te gaan bouwen of ENG. En volgens mij kun je dat

ook heel goed bepalen wanneer wij terugkomen met ieder afzonderlijk project wat uit het IHP wordt vastgesteld en wat wij gaan bouwen, vernieuwbouwen of renoveren om te kijken, wat is nu de beste keuze voor die school op dat moment? Ja, als we op dit moment vaststellen, we gaan voor ENG en ENG plus circulair, want dat is nu eenmaal onze ambitie die wij als raad meerdere malen hebben vastgesteld, ambities op het vlak van duurzaamheid. Maar we hebben ook een wetgeving om ons aan te houden. Dus laten we die meenemen in deze visie en per project kijken, wat is het meest wenselijke scenario voor die school op dat moment. Dus dat blijft ons advies. Herijking is in nauwe samenwerking met schoolbesturen tot stand gekomen. Ik benadruk daarbij ook graag, dit is een unanieme instemming van de schoolbesturen. Daarmee laat een schoolbestuur ook zien, dat zij gewoon vertrouwen hebben in deze koers en dat we samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van onze scholen. Ook dat wil ik weer benadrukken, want er zijn heel veel vragen gesteld over hoe ziet het er nu uit? Onderwijskundige beslissingen die in het verleden zijn genomen, hebben effect op ruimte nu en dat zien wij ook terug. Daar heeft u volkomen gelijk aan. De heer Winkelhuis gaf het al een aantal keer aan en ook mevrouw Nevels van de VVD, maar ook andere partijen.

We hebben overschot in ruimte en met name in het voortgezet onderwijs is dat het geval. Dat overschot is versnipperd. Dat zien wij ook als college. Wij zien ook dat wij de gesprekken moeten voeren met die partner en dat gaan wij ook doen en dat zijn wij ook aan het doen over het strategisch huisvestingsplan van het Carmel, TCC, want daar hebben we het over als het gaat om voortgezet onderwijs en dit strategisch huisvestingsplan. En daar zullen wij afstemming in moeten vinden en zullen wij breder moeten kijken dan alleen naar onderwijs, maar ook wat wenselijk is voor de gemeente op het gebied van woningbouw bijvoorbeeld of andere projecten. En ja, als wij kijken naar onderwijs, vinden wij het heel erg belangrijk dat in die wijk dat onderwijsgebouw een heel erge sociale functie heeft. Multifunctioneel kan worden ingezet, zoals is aangegeven door de heer Lulofs. Ook de heer Maartens benadrukte dat nogmaals. School is daar heel erg belangrijk in. En dan hebben we het over een gebouw, maar nog veel belangrijker is wat er in dat gebouw plaatsvindt. Ook daar is die multifunctionaliteit heel erg van belang en die multifunctionaliteit die draag je weer uit in samenwerking tussen partners. Want het gaat hier om welbevinden van de kinderen en welzijn, zoals mijnheer Lulofs ook aan heeft gegeven, daar is de school belangrijk voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16180134/1