CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Openbare Ruimte - bijlage 2 - Defintief Gebiedspaspoorten Oisterwijk

RAAD 13 april 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Visie Openbare Ruimte17.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ze waren begroeid met heide en werden gebruikt als extensieve weidegronden (voor schapen). Door overbeweiding verdween soms de dunne heidezode en kwam het onderliggende zand vrij te liggen. De wind kreeg er vat op en er ontstonden stuifzanden. Deze zijn tegen het eind van de negentiende eeuw vastgelegd door bebossing. De niet-verstoven dekzandruggen bleven in heide liggen of werden in de vroege twintigste eeuw ontgonnen (jonge heide-ontginningen).

Waarden

Nederzettingen Het grondgebied van de gemeente Oisterwijk bestaat zodoende uit dekzandvlakten, dekzandruggen en beekdalen die van nature grotendeels begroeid waren met bos, afwisselend met open vlakten door begrazing of te hoge waterstanden voor bosbegroeiing. De mensen vestigden zich vooral op de overgangen van droog naar nat, dus op dekzandruggen. De overgangszone tussen beekdal en hoge dekzandrug was het meest geschikt voor akkerbouw. Deze zone werd dan ook al in de vroege/hoge middeleeuwen ontgonnen en daar ontstonden ook de dorpen en de buurtschappen. Deze gronden worden aangemerkt als oude akkercomplexen. Naast akkerbouw werd ook vee gehouden in potstallen of ook wel geweid op heide en in beekdalen. De natste gronden in de beekdalen werden gebruikt als hooiland; op minder vruchtbare gronden op de dekzandvlaktes ontstonden heidevegetaties die werden geplagd. Historische verbindende structuren Van oudsher waren boerderijen vaak losjes of in kleine clusters (buurtschappen) gevestigd langs de oude landwegen over de dekzandruggen. Langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen zijn vanuit de historische bebouwingskernen in de loop der tijd meer dorpse bebouwingslinten ontstaan. Dit was de gebruikelijke uitbreidingsvorm aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw: perceel voor perceel langs de uitvalswegen bebouwen.

Later ontstonden ook langs secundaire landwegen op strategische plekken bebouwing. Veel van deze bebouwingslinten en secundaire landwegen zijn later opgenomen in nieuwe wijken. Vaak is de oorspronkelijke samenhang in het wegennet nog herkenbaar, maar soms zijn het slechts fragmenten in een nieuwe woonomgeving. Aan het beeld van deze routes is de ontstaansgeschiedenis van de gemeente binnen de oorspronkelijke landschappelijke omgeving nog af te lezen. Ze kunnen bovendien voor toekomstige herinrichtingen de inspiratie vormen voor een straatbeeld waarin de historie weer herkenbaar gemaakt wordt.

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Landschap De basis voor de geomorfologische opbouw van de gemeente Oisterwijk ligt in de voorlaatste en de laatste ijstijd. In de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zijn dikke pakketten zand en löss afgezet, afkomstig uit de bodem van de toen droog liggende Noordzee. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, vond verspoeling van de bodem plaats, waarbij het löss sedimenteerde tot soms dikke leemlagen. Deze leemlagen zijn in recente tijden lokaal ontgonnen. Later, in het Midden-Weichselien is opnieuw zand afgezet, waarbij geulen in het gebied werden opgevuld en een min of meer vlakke dekzandvlakte ontstond. Tijdens het Laat-Weichselien is opnieuw dekzand afgezet, maar nu in ruggen, de zogenaamde dekzandruggen. Deze dekzandruggen hebben een zuidwest-noordoost oriëntatie, als gevolg van de overheersende zuidwesten winden in ons land. Deze dekzandruggen bestaan vaak uit zand dat is opgestoven vanuit de naastliggende beekdalen. De beken wateren af in noordelijke richting. Door de vorming van zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandruggen, juist langs de beekdalen, is de stroomrichting van de beken deels naar het oosten afgebogen. Dwars door de gemeente, tussen de kernen Moergestel en Oisterwijk loopt een hoge dekzandrug, die te droog en onvruchtbaar was voor het bedrijven van landbouw. Ze waren begroeid met heide en werden gebruikt als extensieve weidegronden (voor schapen).

Door overbeweiding verdween soms de dunne heidezode en kwam het onderliggende zand vrij te liggen. De wind kreeg er vat op en er ontstonden stuifzanden. Deze zijn tegen het eind van de negentiende eeuw vastgelegd door bebossing. De niet-verstoven dekzandruggen bleven in heide liggen of werden in de vroege twintigste eeuw ontgonnen (jonge heide-ontginningen). Nederzettingen Het grondgebied van de gemeente Oisterwijk bestaat zodoende uit dekzandvlakten, dekzandruggen en beekdalen die van nature grotendeels begroeid waren met bos, afwisselend met open vlakten door begrazing of te hoge waterstanden voor bosbegroeiing. De mensen vestigden zich vooral op de overgangen van droog naar nat, dus op dekzandruggen. De overgangszone tussen beekdal en hoge dekzandrug was het meest geschikt voor akkerbouw. Deze zone werd dan ook al in de vroege/hoge middeleeuwen ontgonnen en daar ontstonden ook de dorpen en de buurtschappen. Deze gronden worden aangemerkt als oude akkercomplexen. Naast akkerbouw werd ook vee gehouden in potstallen of ook wel geweid op heide en in beekdalen. De natste gronden in de beekdalen werden gebruikt als hooiland; op minder vruchtbare gronden op de dekzandvlaktes ontstonden heidevegetaties die werden geplagd.

66

Oisterwijk Terburghtweg

Oisterwijk Scheepersdijk

Historische verbindende structuren Van oudsher waren boerderijen vaak losjes of in kleine clusters (buurtschappen) gevestigd langs de oude landwegen over de dekzandruggen. Langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen zijn vanuit de historische bebouwingskernen in de loop der tijd meer dorpse bebouwingslinten ontstaan. Dit was de gebruikelijke uitbreidingsvorm aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw: perceel voor perceel langs de uitvalswegen bebouwen. Later ontstonden ook langs secundaire landwegen op strategische plekken bebouwing. Veel van deze bebouwingslinten en secundaire landwegen zijn later opgenomen in nieuwe wijken. Vaak is de oorspronkelijke samenhang in het wegennet nog herkenbaar, maar soms zijn het slechts fragmenten in een nieuwe woonomgeving. Aan het beeld van deze routes is de ontstaansgeschiedenis van de gemeente binnen de oorspronkelijke landschappelijke omgeving nog af te lezen. Ze kunnen bovendien voor toekomstige herinrichtingen de inspiratie vormen voor een straatbeeld waarin de historie weer herkenbaar gemaakt wordt.

Oisterwijk omstreeks 1900

omgeving Haaren omstreeks 1900

67

Moergestel Kloosterlaan

Oisterwijk Baerdijk

omgeving Moergestel omstreeks 1900

Waarden

Waarden

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 19 – Historische verbindende structuren

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 20 – Historische paden en stegen Oisterwijkse steegjes Tussen de historische structuren over de dekzandrug van Oisterwijk (Kerkstraat-Hoogstraat en Dorpsstraat/De Lind – Spoorlaan) liggen meerdere steegjes. Deze vormen van oudsher de verbindingen tussen de langgerekte noordelijke en zuidelijke wegen. Een enkele hiervan, zoals de Poststeeg, is in de loop van de jaren opgewaardeerd tot volwaardige verkeersstructuur, maar veruit het merendeel heeft het smalle, informele karakter behouden. In het netwerk van langzaamverkeersroutes spelen de steegjes nog een belangrijke rol. Het historische karakter is duidelijk afleesbaar door de toegepaste gebakken materialen en enkele oude gemetselde erfafscheidingen die vaak de begrenzing van de steegjes vormen. Moergestelse paadjes Het Pastoorspaadje is het oudste paadje (1856) van Moergestel en een uitvinding van pastoor L. van Dooren. In dat jaar schreef hij een verzoek aan mgr. Zwijsen om een voetpad aan te leggen naar de kerk, achter de huizen door de hoven… ‘zodat ik van mijn huis kan komen op den kerkhof zonder de straten te passeren, welke dikwijls nat en morsig zijn’……. De grond zou gedeeltelijk gratis worden gegeven, nog 6 roeijen (een roeij of rode was ca. 5.3/4 meter) moesten betaald worden. Het paadje kwam er en is in 1975 tot beschermd gemeentelijk monument verklaard.

Het paadje is met stenen geplaveid en omgeven door hoge heggen. Vanaf het koor van de kerk (zuidzijde) naar de oude pastorie aan de Postelstraat. Het paadje loopt door de achtererven van de huizen aan de Postelstraat. In 1944 als netwerk gebruikt, net als andere paadjes, waaronder het Simonnepaadje en Torenpad om aan de drijfjacht van de Duitsers te ontsnappen. Haarens paadje Het Broederspaadje doorkruist De Ruijsbossche Waterloop. Over dit broederspaadje gingen vroeger de Broeders naar de boerenbedrijven om daar graan en vlees op te halen voor de kerk. Het Broederspaadje loopt vanaf de Roonsestraat, langs de voormalige locatie van de sporthal naar het centrum van Haaren, waar het oorspronkelijk bij de kerk uitkwam. Oisterwijk Eerste Dwarssteeg

Oisterwijk Jodenkerksteeg

69

Oisterwijk Schuurkerksteeg

Haaren Broederspaadje

Moergestel Pastoorspaadje

Moergestel Simonnepaadje

Waarden

Waarden

68

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 21 – Kempische driehoek Een Kempische driehoek, of in Noord-Brabant ook wel een brink, plaetse of heuvel genoemd, is de regionale benaming voor een gemeenschappelijk “pleintje”. De Kempische Driehoek is een historisch toponiem voor een boerengebruiksruimte in de vorm van een langgerekte driehoek, welke centraal in een buurtschap gelegen waren en waar een aantal wegen bij elkaar kwamen. Doorgaans ontstond een Kempische driehoek op een Y- of T-splitsing. De Kempische driehoek is van oorsprong het deel van de dorpsgemeente waarop het vee door de herder werd verzameld om daarmee als kudde naar de gemeenschappelijke weidegronden te gaan. Vaak was er een waterplaats (spuul) aanwezig om de wol te spoelen en de schapen te voorzien van drinkwater. De herdgang of heerdgang was vroeger de dagelijkse rondgang van de kudde onder leiding van de herder over de ‘gemene’ gronden (gedeelde graslanden, heide of bossen). Het oude woord “heerd” betekent niet alleen ‘kudde’ maar ook ‘herder’. Heerdgang is een oeroud fenomeen dat al bestaat vanaf het moment van domesticatie van grote herbivoren zoals schapen, geiten, runderen en paarden. De heerdgang begon ’s morgens vroeg en eindigde ’s avonds op een dorpspleintje. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond, dat de nederzettingen rond de driehoek in de volle of late middeleeuwen op de locatie terechtkwamen, waar de brinken ontstonden.

De brink lag van oorsprong aan de rand van het dorp (het Engelse brink betekent nog steeds “rand”). Er zijn zowel gemeenschappelijk gebruikte brinken als de brinken die tot één boerderij behoorden. In de nieuwe tijd nam de bebouwing rond de brink plaatselijk toe, waardoor deze zich steeds vaker binnen het dorp zelf bevonden. Op veel Kempische driehoeken heeft het gras inmiddels plaatsgemaakt voor stenen en doet de ruimte nu als dorpsplein dienst met goederenmarkten. De functie van het plein is echter duidelijk secundair ten opzichte van de vroegere agrarische functie. Haaren Groenplein

Haaren Heuvelstraat

70

71

Oisterwijk omstreeks 1900

omgeving Haaren omstreeks 1900

omgeving Moergestel omstreeks 1900

Waarden

Waarden

Haaren Roonsestraat

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Historische gebouwen, objecten, structuren en landschappen laten ons zien hoe voorgaande generaties woonden, werkten en leefden. Ze bepalen in belangrijke mate het ‘eigen gezicht’ van een straat, buurt, dorp, stad of landschap. Dit eigen gezicht wordt steeds meer gewaardeerd en gezien als ruimtelijke kwaliteit van een eigen gebied. Een monument kan behoudenswaardig zijn vanwege: esthetische, educatieve, economische en inspiratie waarde(n). De ambitie van het gemeentebestuur van Oisterwijk is gericht op behoud van de aanwezige karakteristiek binnen het beschermd dorpsgezicht. De kern Oisterwijk kan worden opgevat als een tiendakkerdorp, met centraal gelegen kerk, waar omheen een aantal agrarische buurtschappen gelegen was. Een tiendakkerdorp is een centrale kern waar de kerk gevestigd was te midden van meerdere agrarische gehuchten. Deze financierden door tienden –oorspronkelijk kerkelijke belastingen- de totstandkoming en onderhoud van de kerk Gezien de grote oppervlakte oude akkergronden en plaatselijk oude graslandbodems, moet er in de Middeleeuwen reeds een behoorlijke bewoning geweest zijn. De eerste vermelding van de naam Oisterwijk is uit 1213. Mogelijk was Kerkeind ouder dan de Lind. Oisterwijk was gesticht als ‘oppidum’ (versterking) door de Hertog van Brabant, bezat beperkte stadsrechten maar is nooit ommuurd geweest.

Het was een zogenaamde ‘vrijheid’ en vormde de hoofdplaats van één van de kwartieren van de Meierij van Den Bosch. Verondersteld wordt dat de opkomst van Oisterwijk te danken is aan de laken- en wolnijverheid in de late Middeleeuwen. In latere eeuwen spelen brouwerijen, leerlooierijen en schoenindustrie een belangrijke rol. De oude kern van Oisterwijk bestaat vanouds uit twee kernen: het Kerkplein waar tot in de 19e eeuw de Middeleeuwse kerk stond, en de Lind, een langgerekt driehoekig plein of z.g. baandorp. Rond de kerk ontstond al vroeg een niet-agrarische structuur en de verbrede Lind is karakteristiek voor een handelsnederzetting (omdat de verbreding ontstond als opstel plaats voor karren en koetsen, trekdieren werden er tijdelijk vastgemaakt etc.). Oisterwijk is een bijzonder gaaf bewaard voorbeeld van een dergelijke type nederzetting. De beide kernen zijn door lintbebouwing met elkaar verbonden. De lindebomen in de vorm van opgaande bomen, een lindeberceau of trouwlaantje, de 18e eeuwse vrijheidsboom (een zomereik) en de eeuwenoude etagelinde maken het dorp met een reeks historische dorpswoonhuizen en bedrijfspanden, tot een opmerkelijk en gaaf geheel.

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 22 – Beschermd dorpsgezicht

Oisterwijk De Lind

Oisterwijk Hoogstraat

72

73

De Lind, Oisterwijk bron: ?

Dorpsstraat, Oisterwijk bron: ?

De Lind, Oisterwijk bron: ?

Waarden

Waarden

Oisterwijk Dorpsstraat

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

De waardevolle gebieden met een duidelijke relatie met het landschap en de cultuurhistorie zijn over het algemeen delen van landgoederen, kastelen, buitenhuizen en kloostercomplexen. De relatie met de cultuurhistorie komt vaak tot uiting in het monumentale groen en de bijzondere bebouwing. Ook het niet planmatige aanlegpatroon laat zien dat de gebieden een lange geschiedenis hebben. In de gemeente Oisterwijk liggen: • Landgoed en kasteel Nemerlaer • Huize Haarendael (inclusief Huize Gerra) • Landgoed Laag-Heukelom • Landgoed de Hondsberg • Landgoed Maria Hoeve • Landgoed Hooge Braaken • Landgoed Galgeven • Hoogenhuizen • Landgoed ’t Lot • Landgoed De Rosep Landgoed en kasteel Nemerlaer Aan de zuidzijde van de gemeente Haaren, aansluitend bij het grote natuurgebied Kampina ligt het landgoed Nemerlaer. Deze historische buitenplaats is onlangs aangewezen als rijksmonument. Onder deze status valt het kasteel, de bijgebouwen, het park, enkele historische hekwerken en een aantal sculpturen. De geschiedenis van kasteel Nemerlaer voert terug tot het jaar 1303, wanneer de naam voor het eerst genoemd wordt. In die jaren is trouwens nog sprake van Amerlaer. Het kasteel zou ontstaan zijn vanuit een versterkte woontoren uit het eind van de 12e eeuw. In de 17e eeuw groeide Nemerlaer uit tot een riante burcht, die geheel omgeven was door grachten.

De buitenplaats Nemerlaer bestaat oorspronkelijk uit een middeleeuws huis met aan de oostzijde een groot bijgebouw. Rondom Nemerlaer ligt een bescheiden park dat voor een deel uit de 18e eeuw stamt. De oprijlaan met de eikenbeplantingen en de verschillende soorten bossen die op het landgoed staan, zijn belangrijke groenelementen. Het merendeel van de begroeiing dateert van rond 1850. Op het erf staan enkele tuinbeelden. Bijzonder is het kasteel met haar 17e eeuwse hoektoren, met bordes en natuurstenen ingangsomlijsting bestaande uit Toscaanse halfzuilen met kroonlijst. Het uiterlijk van het huidige kasteel wordt geheel bepaald door de verbouwingen van 1718 en 1880. In 1718 zijn de vensters vergroot. Het kasteel heeft hierdoor kenmerken van de eenvoudige bouwstijl van Lodewijk XVI. In 1880 zijn de buitengevels beklampt en in neo-renaissance trant gewijzigd en achterwaarts uitgebreid. Het kasteel bevat verder nog enkele elementen uit de 14e en 15e eeuw. De dienstgebouwen bestaan uit twee vleugels die haaks op elkaar staan. Een opvallende bewoner van Nemerlaer was Donatus van den Bogaerde, die in 1865 toestemming gaf om de spoorlijn Tilburg-Boxtel over het landgoed aan te leggen. Hij stelde wel als voorwaarde dat de trein bij het kasteel in Haaren zou stoppen als de baron dat wenste.

In 1964 werd Nemerlaer met het landgoed van 126 hectaren verkocht voor 646.000 gulden aan de Stichting Het Brabants Landschap. Het gebouw had ernstig te lijden gehad van oorlogsbeschietingen in 1944. De kasteelboerderij was in 1952 door brand verwoest. In 1967 kreeg Stichting Kasteel Nemerlaer het kasteel voor 75 jaren ter beschikking. De gevolgen van een brand in 1969 konden worden hersteld, zodat het kasteel sindsdien weer in gebruik is. Momenteel wordt het huis gedeeltelijk privé bewoond en er worden culturele activiteiten ontplooid.

Landgoed De Rosep, bron: ?

Landgoed de Hondsberg, bron: regionaal archief Tilburg

Landgoed en kasteel Nemerlaer

Kasteel Nemerlaer

75

Haarendael (inclusief Huize Gerra), bron: regionaal archief Tilburg

Waarden

Waarden

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

74

Waarde 23 – Landgoederen

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

76

Waarde 23 – Landgoederen Haarendael (inclusief Huize Gerra) Ten noorden van de kern Haaren, te midden van een open akkergebied, is het voormalig Grootseminarie gelegen. Het terrein van Haarendael wordt omgeven door hagen, met parkachtige aanleg en regelmatig ‘stratenpatroon’ met als belangrijkste hoofdas de 500 meter lange groene oprijlaan naar het voormalig hoofdgebouw. De oorspronkelijke bebouwing van het terrein bestaat uit het hoofdgebouw met omgrachting, een driebeukige kruiskerk en een drietal woonhuizen. Het oudste gedeelte van het hoofdgebouw dateert uit 1837. In deze periode bestond het complex uit een U-vormig gebouw rond een binnenplaats. Deze binnenplaats werd door een kapel afgesloten. In 1967 verdween de functie als seminarie en kwam het complex in gebruik als tehuis voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten. Deze functiewijziging had voor de hoofdopzet van het complex en het exterieur van de gebouwen maar weinig gevolgen, maar voor het interieur des te meer: plattegronden werden gewijzigd, plafonds verlaagd en de routes door het gebouw verlegd. De herkenbaarheid als seminarie is door deze ingrepen verminderd. Het hoofdgebouw van het voormalig Groot Seminarie bestaat uit twee lagen met een zadeldak. Het dak is met leien gedekt. Het gebouw heeft vier- en zesdelige schuiframen. Het gebouw wordt gekenmerkt door een Empire bouwstijl.

De driebeukige kruiskerk dateert uit de eerste helft van de 20e eeuw. De kerk heeft een zadeldak met een centrale toren. Deze toren wordt geflankeerd door vier hoektorentjes en twee smalle klokkentorens aan de voorzijde. De kerk is gotiserende en romantiserend vormgegeven. De drie woningen uit 1910 bestaan uit één laag met een gemeenschappelijk zadeldak. Het zadeldak is gedekt met oud Hollandse pannen. De gevel is uit bakstenen opgebouwd en is versierd met een kroonlijst en sierankers. Aan de noordzijde van het hoofdgebouw zijn recent eenlaagse paviljoens gebouwd. Een ander opvallend gebouw op het terrein van Haarendael is het rijksmonument Huize ‘Gerra’. Dit villagebouw dateert uit 1853 en grenst aan de Rijksweg. Huize ‘Gerra’ is onderkelderd en bestaat uit twee lagen met schilddak. Het huis heeft een trappenbordes met een naoorlogs hek. Landgoed Laag-Heukelom Op de locatie Laag Heukelomseweg 7 in Heukelom bevindt zich momenteel nog een voormalige varkenshouderij. Er zijn plannen om deze locatie met aangrenzende gronden - na sloop van de bestaande opstallen (met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning) - te ontwikkelen tot een nieuw landgoed Laag Heukelom. Het plangebied ligt ten westen van de kern Oisterwijk. Het landschap is te omschrijven als een halfopen landschap op een overgang van oude akkerlanden naar het beekdal van de Voorste Stroom.

Haarendael (inclusief Huize Gerra)

Haarendael (inclusief Huize Gerra)

77

Voor de ontwikkeling van het landgoed wordt 15 hectare grond ingezet, waarop minimaal 7,5 hectare nieuwe natuur en tevens maximaal zes wooneenheden worden gerealiseerd. De overige gronden behoren tot het landgoed, maar blijven bestemd voor agrarisch gebruik. Een onderdeel van de plannen is het aanbrengen van een extra deklaag op een voormalige stortplaats aan de Voorste Stroom. De bestaande onverharde wegen worden tevens opgenomen in het landgoed en blijven openbaar toegankelijk. Het landgoed Laag-Heukelom grenst aan de zuidzijde aan de Voorste Stroom. Ten zuiden van deze waterloop worden plannen ontwikkeld voor landgoed ‘Oisterwijkse Hoeven’. Het streven is om beide landgoederen visueel en functioneel aan elkaar te koppelen.

De oudste vermelding over de Hondsberg dateert uit het jaar 1461. Gedurende periode 1806-1912 woonden er adellijke families. Landgoed De Hondsberg is het vroegere landgoed van kasteel Durendael. Het huidige huis De Hondsberg is rond 1800 gebouwd als hotel en werd begin twintigste eeuw verbouwd tot landhuis. De zusters spraken later over de Grote Villa en de Kleine Villa. Toen de zusters in 1963 een nieuwbouw in gebruik namen startten ze met de observatiefunctie voor kinderen. Tevens werd de bouw van het verpleegstershuis Early Bird voltooid. De zusters hebben tot 1970 op De Hondsberg gewerkt. Toen er in 2002 nieuwbouw kwam is de kapel afgebroken. De Hondsberg behoort thans tot de Koraal Groep en is een observatiecentrum en specialistisch behandelinstituut.

Landgoed Laag-Heukelom

Landgoed Laag-Heukelom, bron: regionaal archief Tilburg

Landgoed de Hondsberg

Landgoed de Hondsberg

Waarden

Waarden

Landgoed de Hondsberg Delen van de huidige Oisterwijkse vennen en bossen behoorden oorspronkelijk tot de bezittingen van de bewoners van Kasteel Durendael, dat aan de Voorste Stroom was gelegen. Het oudste document over Durendael stamt uit 1477. Het kasteel werd begin 19e eeuw gesloopt. Halverwege de negentiende eeuw mat het landgoed 300 hectare en bestond het uit cultuurland, bos en een aanzienlijke oppervlakte heide. Het bezit omvatte lange tijd ook het gebied rond Groot Speyck (waar tegenwoordig het nieuwe bezoekerscentrum van Natuurmonumenten is gevestigd). Het werd in 1612 door de kasteelheer aangekocht van de Oisterwijkse gemeint (op de ‘grote heide over het schoor’), in een periode dat er ook andere stukken gemeint-grond aan andere particulieren werden verkocht, met de bedoeling de heide te ontginnen tot landbouwgrond, wat vanwege de arme zandgrond vaak moeilijk bleek. In de loop van de tijd kwamen de gronden van landgoed Durendael gedeeltelijk in handen van landgoed de Hondsberg. Dit landgoed – inclusief vennen en bossen - werd in 1912 verkocht aan een exploitatiemaatschappij, die het gebied wilde ontginnen en er villa’s wilde bouwen. In reactie daarop wist Natuurmonumenten tussen 1913 en 1915 255 ha van het gebied aan te kopen. Het gebied wordt gevormd door een dekzandrug waarop zich naaldbos, voedselarme vennen en heide bevinden.

Daarnaast is er ook moerasgebied en landbouwgrond, alsmede een kleine oppervlakte aan stuifzand.

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Landgoed Maria Hoeve Begin 1915 krijgt Warners van dhr. Henri Witlox Bressers (de opa van Mies Bouwman) de opdracht om op het landgoed De Brake te Moergestel een villa met dienstgebouwen en een parkaanleg te ontwerpen. Het landgoed beslaat een driehoekig terrein van circa acht hectare waarop Warners het huis aan de noordwestelijke zijde situeert. Het huis is middels een oprijlaan verbonden met de zuid-oosthoek. Warners ontwerpt een volkomen symmetrisch huis, gelegen op een talud dat vanaf oktober 1915 de naam Maria Hoeve draagt. Maria Hoeve is vernoemd naar de jong overleden dochter van Henri Witlox en zijn vrouw Maria Bressers. De voorgevel bestaat uit drie delen: een middenpartij en twee vooruitspringende blokken met puntgevels. Het geheel is opgetrokken uit baksteen, bovenin gevlochten, met een pannendak dat bij de voor- en achtergevel tot aan de verdieping en bij de zijgevels tot aan de begane grond doorloopt. Het silhouet wordt bepaald door twee dakkapellen aan de zijgevels, twee grote schoorstenen op het dak en bovenal een klokkentoren midden op het huis. Aan de beide zijgevels bevinden zich terrassen. De ingang wordt benadrukt door een bordes. Warners maakt ook een aantal glas-in-loodontwerpen: vier weersgesteldheden zon, regen, wind en sneeuw en zes andere ontwerpen waaronder ‘In strijd tot rust geboren Anno Domini 1915’.

De tuinmanswoning en de chauffeurswoning hebben identieke plattegronden, met dien verstande dat de chauffeurswoning een iets grotere oppervlakte heeft. Beide huizen hebben een vierkante plattegrond met aan één zijde een dwarskap; bij de tuinmanswoning om de paarden en het rijtuig te stallen en bij de chauffeurswoning herbergt de kap een garage voor twee auto’s. Voor het park heeft Warners een gedetailleerd ontwerp gemaakt dat gekenmerkt wordt door losse elementen, zoals een sparrenbos, een moestuin, een hakhoutbos, gazons en vele (vooral rozen)perken. Blijkbaar is of Warners zelf, of zijn opdrachtgever hier niet geheel over te spreken want er is een later ontwerp (het huis is dan reeds gebouwd) van een tuinarchitect in het archief aanwezig, wiens naam helaas onleesbaar is. Deze heeft een ‘boschpark’ ontworpen waarin een aantal elementen van het plan Warners gehandhaafd blijft, zoals de oprijlaan en het daaropvolgende voorrijgedeelte met zonnewijzer, maar voor het overige deel een totaal andere verschijningsvorm krijgt. Dit nieuwe plan bestaat uit slingerende paden die langs een grote verscheidenheid aan bossages en boomgroepen lopen. Links achter het huis is een groot rechthoekig grasveld gesitueerd.

Het landhuis ligt in het midden van de noordwestas van het terrein en heeft drie verbindingswegen met de verschillende hoeken, met in de noordhoek de garage met chauffeurswoning, in de zuidwesthoek de tuinmanswoning met stallen en in de zuidoosthoek de monumentale toegangspoort, die eveneens door Warners wordt ontworpen.

78

Landgoed Maria Hoeve

Landgoed Maria Hoeve

79

Landgoed Hooge Braaken Hooge Braaken is 15 hectare groot landgoed ten noorden van Moergestel. Het telt drie villa’s, een tuinhuisje met steiger, een ven (het Putven). Omstreeks 1938 ging Carol Schade (1909-1977), een Haarlemse rentenier (grootaandeelhouder Haarlemsche Autocentrale) met relaties in de textiel, op het landgoed ‘De Hooge Braaken’ in Moergestel wonen. Toen hij kort daarop ‘op wonderbaarlijke wijze’ in Brussel een zwaar auto-ongeluk had overleefd, beloofde hij op zijn landgoed een Mariakapel te bouwen. Ze werd in 1939 naar een ontwerp van architect W.A.M. van der Ven uit Velp (Gld.) gebouwd, naar men zegt naar het voorbeeld van een Mariakapel die Schade direct na zijn ongeluk in Brussel zou hebben opgemerkt. De kapel werd op 8 december 1939 door pastoor Janssen (pastoor van 1921 tot 1947) ingezegend. De kapel maakt deel uit van de bakstenen entreepoort met ezelsrugmuur van het landgoed ‘De Hooge Braaken’. Sinds 2001 is de kapel een rijksmonument. Schade stond bekend om zijn jachtpartijen en zijn flamboyante levensstijl. Af en toe moest hij een stukje grond verkopen om zijn hobby’s te bekostigen. Op de jachtpartijen werd ook prins Bernhard uitgenodigd. De volgende eigenaar, Cees van Opstal, werd verliefd op het huis tijdens een van die jachtpartijen. Dat was het huis waar hij graag zou willen wonen en in 1977 verkocht Schade de Hooge Braaken aan Van Opstal.

De oprichter van dakplatenproducent Opstalan zou daar tot zijn dood in 2016 blijven. Landgoed Galgeven Het zuidwestelijk deel van het oorspronkelijke landgoed Durendael zijn een tweetal buitenplaatsen ontwikkeld; Zonnewende en Dennenhoef. Het landhuis Zonnewende is in 1922 naar plannen van K.P.C. de Bazel gebouwd voor de fabrikant Adolf van den Bergh, de oprichter van de textielfabriek AaBee te Tilburg. Het terrein nabij het Galgenven was al sinds 1811 in bezit van de oorspronkelijk uit Dordrecht afkomstige familie. Het pand is uitgevoerd in een stijl die een mengeling is van Traditionalisme en Rationalisme. Na een brand in 1937 is het huis dat oorspronkelijk van een rieten dak was voorzien volgens de bestaande tekeningen in de oude trant herbouwd. Op de plek van landgoed Dennenhoef stonden in de 19e eeuw vermoedelijk productiebossen. Oude kaarten tonen hoe het bos verkaveld was in kleinere percelen en voorzien van rabatstroken voor de benodigde drooglegging. In 1904 is het areaal bos uitgebreid. De kavels lijken verdwenen. Waarschijnlijker is dat ze er wel waren, maar niet op kaarten zijn aangegeven. In opdracht van de familie Van Den Bergh wordt villa Dennenhoef in 1909 gebouwd als jachthuis van het landgoed Galgeven.

De oprijlaan werd aangelegd, de uitkomende grond van de vijver is gebruikt voor de drooglegging van het huis en de tuin werd beplant met heesterpartijen en boomgroepen. De parkinrichting van de landgoederen Zonnewende en Dennenhoef refereert aan de Engelse landschapsstijl. Dit was gebruikelijk aan het einde van de 19e eeuw. Op landgoed Dennenhoef zijn klassieke elementen (de lanen en het sterrenbos buiten het terrein) gecombineerd met landschappelijke elementen (slingerpaden, een vlindervormige vijver en exotisch plantassortiment). Het hoofdgebouw, centraal op het terrein gesitueerd en wat hoger gelegen dan de overige bebouwing, bestaat uit een villa die aanvankelijk als jachthuis is gebouwd en in de loop der jaren in fasen is uitgebreid.

Landgoed Hooge Braaken

Landgoed Hooge Braaken

Landgoed Galgeven

Landgoed Galgeven

Waarden

Waarden

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 23 – Landgoederen

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 23 – Landgoederen Op het landgoed vindt men ook het Galgeven, een ven van 30 ha. dat omringd is door heuveltjes. Op één daarvan heeft ooit een galg gestaan, en op een andere een windmolen uit 1811. Bij dit ven groeiden vroeger waterlobelia, oeverkruid en biesvaren. Het werd echter sterk vervuild door de volmolen, die werd benut door Tilburgse textielfabrikant Van den Bergh. Deze bracht de wollen stoffen voorheen van Tilburg naar Dordrecht om ze daar te vollen. Er was bij de volmolen een kleine nederzetting gebouwd, met enkele vol- en wasinrichtingen, enkele arbeiderswoningen en een kantoortje. Daarom heet dit ven ook wel Berghven. Van de nederzetting is niets meer over, op enkele destijds geplante loofbomen na. Ondanks dit alles wordt ook nu nog kleine zonnedauw, waterdrieblad en moerashertshooi in de omgeving van dit ven gevonden. In 2005 heeft men kalkrijk water uit de ondergrond in dit ven gelaten, teneinde de zuurgraad omhoog te brengen, want het water was levenloos geworden. Hoogenhuizen Het oorspronkelijke huis met landgoed behoorde rond 1344 toe aan Dirck de Rover. In 1616 eigendom van de Bossche Jacob de Cock. In een akte staan dan vermeld: een hof, boomgaard, hoeve, schuur, bakhuis en schaapskooi.

In 1889 is het huidige pand, koetshuis en paardenstal en zelfs hek in de vormen van het Eclecticisme (en kenmerken van andere bouwstijlen) opgetrokken onder architect Dekkers. Gebouwd als buitenverblijf voor de Tilburgse textielfabrikant Christiaan Mommers. De haardpartij van de zitkamer is van architect Jos Bedaux (ca. 1950). Op de zolders vindt je de voormalige dienstbodenkamers. In het koetshuis een muurschildering met Maria en Kind, gemaakt door de kerkschilder Jan Dijker, die hier korte tijd woonde. In W.O.-II sloopten Duitsers de kapel, sacristie en kleine kamertjes in de villa. Daarna werd het pand weer particulier bewoond. Na 1972 volgde een grondige restauratie van huis en tuin. Tot 2010 was het huis alleen in gebruik tijdens vakanties.

80

Landgoed ’t Lot Begin 2001 zijn de eerste plannen voor een landgoedontwikkeling aan de Zandstraat te Moergestel aan de gemeente Oisterwijk voorgelegd. Het landgoed heeft een oppervlakte van in totaal ruim 26 hectare en ligt tussen de Zandstraat en de Oirschotse Baan ten zuiden van Oisterwijk en ten oosten van Moergestel. Dit is inclusief 6 hectare welke gelegen is in de EHS. De aanleg van 10 hectare nieuwe natuur is daarbij nodig voor de realisatie van een nieuw landgoed met vier woningen en de aanleg van 3,83 hectare nieuwe natuur is benodigd voor de compensatie van de uitbreiding van de camping in de GHS. In het landgoedgedeelte zijn vier landhuizen (wooneenheden) opgenomen. Drie van deze huizen zijn geclusterd centraal in het gebied. Richting Zandstraat is een vrijstaande woning (rentmeesterswoning) opgenomen. Op het landgoed wordt circa 17,49 hectare nieuwe natuur gerealiseerd.

Landgoed De Rosep Aan de zuidoostkant van Oisterwijk lag landgoed de Rozep / de Rozephoeve. Het initiatief tot de eerste ontginning waaruit dit landgoed is gegroeid, kwam helemaal uit Friesland. In 1856 werden de eerste 5 hectare woeste grond gekocht door Johanne Coulon. In de tweede helft van de negentiende eeuw was het (inclusief Groot Speyck) in bezit van de familie Wellenbergh, die het in 1880 te koop zette (in totaal ging het om 533 ha bos, heide en landbouwgrond, op een totale gemeentelijke oppervlakte van 2113 ha). Uiteindelijk kwam het landgoed – toen 530 ha groot – in 1908 in handen van de familie Van Wely-Peletier, die nog steeds eigenaar is van het landgoed. In 1932 kocht Natuurmonumenten 300 ha van het landgoed (het Staalbergven, de Adervennen en het omringende gebied). Aanvankelijk bestonden de gebieden uit heide en kleine landbouwontginningen, maar al vroeg werd gestart met de bebossing van het gebied. Op historische kaarten is te zien dat grote delen van het gebied rond de vennen vanaf circa 1850 bebost zijn. Plaatselijk was al in de achttiende eeuw met bebossing begonnen. Anders dan op de Kampina, waar veel bos weer verdwenen is, bleef het bos bij Oisterwijk bestaan, waarschijnlijk mede ook doordat de bossen al in de tweede helft van de negentiende eeuw grote faam genoten als toeristische bestemming.

Wil het landgoed niet verloren gaan, dan zijn nieuwe economische en ecologische impulsen nodig. Ideeën hiervoor zijn en worden sinds 2006 opgesteld. Voor de landbouwbedrijven die op korte termijn stoppen, moet een nieuwe bestemming gevonden worden die past bij het landgoed. Daarnaast zouden pachters kunnen worden ingeschakeld bij het beheren van natuur en landschap, inclusief kleine recreatie. Verder is er gedacht aan nieuwe landhuizen, al dan niet in combinatie met zorg en een golfbaan.

Hoogenhuizen

81

Landgoed ’t Lot

Landgoed ’t Lot

Landgoed De Rosep

Landgoed De Rosep, bron: regionaal archief Tilburg Waarden

Waarden

Het landschappelijke casco gaat uit van een strenge geometrische opzet van het landgoed, voor zowel de inrichting van de buitenruimte alsmede de positionering van de woningen. Dat casco blijft gehandhaafd. De beoogde beeldkwaliteit gaat uit van een meer moderne vertaling van het wonen op een landgoed terwijl de landschappelijke setting is en blijft gewaarborgd. Door deze werkwijze wordt gestreefd naar een woonomgeving met duurzame en heldere hoofdstructuur alsmede een hoge belevingswaarde. Samenhang van de natuur en de nieuwe woningen is belangrijk op landgoed ’t Lot. Het stedenbouwkundig plan Landgoed ‘t Lot is zodanig van opzet dat iedere kavel uniek is. De zeer ruime kavels met ruime bouwmogelijkheden bieden volop ruimte voor individualiteit. De samenhang dient echter ook behouden te blijven en gecreëerd te worden, zonder te formeel te worden. Dit geldt zeker voor de 3 als ensemble geplaatste woningen (hoofdhuis en nevenhuizen), maar ook in mindere mate voor de rentmeesterswoning. De landschappelijke en gewenste groene aankleding speelt hierbij een grote rol.

Hoogenhuizen

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 24 – Bijzondere plekken Een aantal plekken in de gemeente Oisterwijk hebben, los van het grotere gebied waar zij onderdeel van uitmaken, een speciale betekenis die herkenbaar dient te blijven. De waarde van deze bijzondere plekken kan een aanleiding zijn om hier in de inrichting van de openbare ruimte extra aandacht aan te geven, zodat de importantie van de plek leesbaar blijft. De bijzondere plekken bestaan uit de volgende gebouwen met aangrenzende buitenruimte: • Centrumgebieden • Kerken • Mariakapellen • Molens • Geografische punten Centrumgebieden Vorm en boombeplanting zijn de meest bepalende elementen van de openbare ruimte in de centrumgebieden van Haaren, Oisterwijk en Moergestel. De ruimtelijke dorpspleinen van Haaren en Moergestel onderscheiden zich daarmee duidelijk van met name De Lind, waar een langgerekte ruimte in westelijke richting een steeds smallere profiel heeft met een minder groen karakter. Bij het Kerkplein is de beplanting op het plein en in de aangrenzende privéruimten (begraafplaats, tuinen) weer dominant. Hierna volgend wordt een opsomming gegeven van de belangrijkste kenmerken per centrumgebied.

82

De Lind – Oisterwijk • vast profiel • lindebomen in middenstrook en op trottoirs • Trouwlaantje in keien in het middengebied • bomen in blokhaag • smalle rijweg met eenrichtingsverkeer • langsparkeerstrook aan trottoirkant • terrassen in bomenstrook • verharding in klinkers • middengebied gras/plantsoen • brede trottoirbanden

Oisterwijk De Lind

83

Dorpsstraat – Oisterwijk • breed profiel • brede trottoirs • lindebomen in blokhagen op trottoirs • eenrichtingsverkeer • eenzijdig parkeren • tussen bomen ruimte voor fietsparkeren en banken • gebakken klinkers in rijweg en trottoir • brede trottoirbanden Kerkplein - Oisterwijk • klassieke inrichting met gras en bomen • begeleiding bocht met bomenrij • profiel noordelijke een westelijke rand met trottoir, rijweg en dwarsparkeerstrook • haag tussen gazon en parkeerstrook en bomenrij duidelijke en fraaie begrenzing van beide sferen • voortuin pastorie goede overgang naar kerk en plein • begraafplaats en tuin klooster groene oase in relatie tot versteende beeld in de Kerkstraat en Hoogstraat • lage hagen versterken ruimtelijk groen beeld • dubbele bomenrij van Kemenadelaan • rustig ruim profiel van Kemenadelaan

Oisterwijk Dorpsstraat

Oisterwijk Dorpsstraat

Oisterwijk Kerkplein

Oisterwijk Kerkplein

Waarden

Waarden

Oisterwijk De Lind

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Sint Jansplein - Moergestel • Kerk in pleinruimte • Plein functioneert vooral als parkeervoorziening • Locatie voor weekmarkt • Hagen en leibomen vormen kaders St. Jansplein langs Raadhuisstraat • Betonnen paaltjes en voetmuur vormen begrenzing plein aan Kerkstraat • Dubbele bomenrij ten noorden van Raadhuisstraat • Raadhuisstraat doorsnijdt pleinruimte • Maaiveld vrijwel volledig verhard • Verblijfs-/pleinruimte uitgevoerd in kasseien in waaierverband • Beeld van De Schoenmaker bij kruising Rootven, Raadhuisstraat, Kerkstraat • Terrassen bij horeca aan zuidzijde plein • Dorpspomp in zuidwestelijke hoek van het plein • Spievormige ruimte tussen kerk en Kerkstraat met solitaire leiboom en zitgelegenheid Monseigneur Bekkersplein – Haaren • Uniform ingerichte pleinruimte • Kerkstraat enkel met een lage, brede overrijdbare band van plein gescheiden • Verhoogd plantvak met zitrand nabij zuidelijke bocht in Kerkstraat • Enkel solitaire bomen op het plein • Boombakken begeleiden Kerkstraat • Locatie voor weekmarkt • Kiosk/overkapping nabij noordelijke bocht Kerkstraat • Verharding uitgevoerd in gebakken materialen met overwegend rode kleur • Loper in afwijkend antraciet materiaal naar entree kerk • Parkeervoorziening ter hoogte van kerk

84

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 24 – Bijzondere plekken

Moergestel Sint Jansplein

Moergestel Sint Jansplein

Terrassen Terrassen voor horecagelegenheden hebben een duidelijke recreatieve en commerciële functie. Het straatbeeld wordt door terrassen verlevendigd. Door de over het algemeen beperkte beschikbare ruimte is de verleiding groot de ruimte van het aangrenzende trottoir maximaal te benutten. Dit kan afbreuk doen aan de openbaarheid van de betreffende ruimte. Zo kan de doorgang van voetgangers worden belemmerd, de veiligheid van het verkeer worden beïnvloed en de groeiomstandigheden van bomen worden verslechterd. Het is noodzakelijk om duidelijkheid te geven over de afmetingen en positionering van terrassen in de openbare ruimte. Daarbij is de ruimtelijke inpassing in de omgeving een belangrijk aandachtspunt. Materiaalgebruik en kleur van afscheidingen, zonweringen en meubilair moeten passen in de historisch waardevolle omgeving.

85

Kerkplein – Haaren bron: ?

Kerkplein – Haaren bron: ?

Oude Toren – Haaren, bron: regionaal archief Tilburg

Waarden

Waarden

Haaren Monseigneur Bekkersplein

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Kerken Sint-Petrus’-Bandenkerk - Oisterwijk De Sint-Petrus’-Bandenkerk (ook wel kortweg: Sint-Petruskerk) is een door Pierre Cuypers ontworpen neogotische kruisbasiliek te Oisterwijk. De kerk werd in 1897 ingewijd, nadat in 1895 haar voorganger, een gotische kerk, was gesloopt. De kerk is 50 meter lang en 38 meter breed en staat aan het Kerkplein. Het ontwerp van de nieuwe kerk was gebaseerd op de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Trier, een der oudste gotische kerkgebouwen in Duitsland. Er werd een combinatie van lengtebouw en centraalbouw toegepast, zoals dit ook te vinden is in de Amsterdamse Vondelkerk van dezelfde bouwmeester. Een aantal halfronde uitbouwen dienen voor de plaatsing van zijaltaren of als kapel. De kerk wordt bekroond door een zware vieringtoren met vier zijspitsjes die rust op vier zware natuurstenen zuilen die zich in het midden van de kerk bevinden. De toren is 67,5 meter hoog en bevat een carillon met 42 klokjes. In oktober 1944 werd de toren door oorlogsgeweld beschadigd maar in de jaren daarna weer hersteld. In 1970 werd de kerk grondig gerestaureerd en in 1973 werd ze op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Tijdens herstelwerkzaamheden in 1998 brak er nogmaals brand in de toren uit, waarbij een deel van de spits op het dak terechtkwam. De toren heeft een torenspits met vier flankerende torentjes.

Protestantse kerk - Oisterwijk De Protestantse kerk, voorheen Nederlands Hervormde kerk, of Napoleonskerkje is een kerkgebouw in Oisterwijk in de gemeente Oisterwijk in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De kerk staat aan de Kerkstraat 64. In 1809 werd door Koning Lodewijk Napoleon een decreet getekend waardoor de oude Sint-Petrus’-Bandenkerk terug in handen komt van de rooms-katholieken. Om de Nederduitse-gereformeerden schadeloos te stellen mochten zij voor ƒ 7.000,- een nieuwe kerk laten bouwen, een zogenaamde Napoleonskerk. Op 9 december 1809 kwam aannemer de heer Van Heijst kijken die ook de Protestantse kerk te Hilvarenbeek voor zijn rekening had genomen. Tien dagen later lag de tekening klaar voor de nieuw te bouwen kerk met een afmeting van 50 voet lang en 27 voet breed. In de lente van 1810 begon de bouw en op 2 september 1810 werd het nieuwe kerkgebouw officieel geopend. In 1830 bouwde men aan de achterzijde een consistorie. Rond 1900 werd de kerk gerestaureerd. Een nieuwe restauratie volgde in 1974.

86

Sint-Petrus’-Bandenkerk - Oisterwijk

Protestantse kerk - Oisterwijk

Joanneskerk - Oisterwijk De Heilige Joanneskerk is een rooms-katholieke kerk in Oisterwijk in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Ze is gelegen aan De Lind 52. De kerk behoort tot het bisdom ‘s-Hertogenbosch en valt onder de Sint Jozefparochie. De kerk is genoemd naar de Augustijner regulier kanunnik Johannes Lenaertsz (geboren in 1504 in Oisterwijk). Johannes was één van de 19 martelaren van Gorinchem, die op 9 juli 1572 opgehangen werd vanwege zijn vast geloof in de H. Eucharistie en de aanwezigheid van Jezus in de H. Hostie. De parochie werd gesticht nadat Oisterwijk in het begin van de 20e eeuw een sterke bevolkingsgroei had doorgemaakt. In 1926 werd de parochie afgesplitst van de Parochie van Sint-Petrus’-Banden. De kerk werd ontworpen door architect H.W. Valk en gebouwd in 1927. In 1953 werd het toren- en portaalcomplex, dat Valk ontwierp in samenwerking met zijn zoon G.H.F Valk, aangebouwd. In 1958 werden drie klokken met de namen: Joannes, Maria en Josef in gebruik genomen en in 1972 ook een dagkapel. De kerk kenmerkt zich door een zadeldaktoren. Sint-Lambertuskerk - Haaren De Sint-Lambertuskerk op Monseigneur Bekkersplein 4 is de parochiekerk van Haaren, gewijd aan Lambertus van Maastricht. De kerk behoort tot het bisdom ‘s-Hertogenbosch en valt onder de Sint Jozefparochie. De neogotische kerk werd in 1914 ingewijd. Architect was W.Th. van Aalst.

Het is een driebeukige kruisbasiliek met een toren en een dakruiter. De gewelven bevatten kleurige schilderingen door Jos ten Horn uit 1940-1942, die gebaseerd zijn op de Openbaring van Johannes. Het neogotische interieur omvat een hoogaltaar en een Maria-altaar uit 1917, een triomfkruis uit 1918, acht beelden uit 1930 en glas-in-loodramen door I. Menken uit 1914. De Sint-Lambertuskerk is in 2001 aangewezen als rijksmonument. Oude Toren – Haaren De Oude Toren is een laatgotische toren uit 1472, aan het Kerkeind. Hij was gewijd aan Lambertus van Maastricht en is een voorloper van de huidige Sint-Lambertuskerk, die ruim een kilometer oostelijker staat. De toren is een eenvoudig uitgevoerd bakstenen bouwwerk, waarvan de onderste geleding doorregen is met tufsteen. De toren heeft overhoekse steunberen en een traptorentje, dat op een tufstenen uitkraging rust. Het schip van de Sint-Lambertuskerk werd in 1470 voltooid, de toren twee jaar later, in 1472. Het patronaatsrecht van de kerk was in handen van de Abdij van Tongerlo. In 1648, toen de katholieke eredienst niet meer openbaar gehouden mocht worden, werd de kerk overgedragen aan de protestanten. De inventaris was tevoren op verschillende plaatsen in veiligheid gebracht, onder andere op kasteel Nemerlaer. Wegens gebrek aan onderhoud verviel de kerk, en in 1780 stortte het middenschip in.

De toren en een deel van het koor bleven overeind. Deze situatie is nog geschetst door een officier uit het leger van Napoleon. In 1825 werd de kerk teruggegeven aan de katholieken. Deze wilden de kerk aanvankelijk herstellen, maar men besloot tot nieuwbouw van een kerk aan de Drie Hoeven. In 1853 werden de resten van de oude kerk gesloopt en bleef de toren alleen achter. De klokken werden in 1943 geroofd door de Duitse bezetter. In 1968 vond een restauratie plaats, die met name het dak en het dichtmetselen van de kerkingang betrof. Ook werden de fundamenten van de oude kerk in kaart gebracht. De toren werd toen als monument geklasseerd. In 1978 werd het uurwerk hersteld en kwamen er nieuwe klokken, afkomstig van de Utrechtse Sint-Monicakerk die een jaar tevoren gesloopt was. Van 1997 tot 1999 is het grootste deel van de kerkfundamenten opgemetseld tot lage muurtjes, zodat de plattegrond van de vroegere kruiskerk te zien is. Er werden beelden geplaatst van het Jeugdcircus Il Grigio en van pastoor Jansen, die tijdens de Reformatie vermoord werd.

87

Joanneskerk - Oisterwijk

Sint-Lambertuskerk - Haaren

Oude Toren - Haaren

Sint-Petrus’-Bandenkerk - Oisterwijk, bron: regionaal archief Tilburg

Waarden

Waarden

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 24 – Bijzondere plekken

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 24 – Bijzondere plekken Kapellen Kapel voormalig Sint Franciscusklooster Op de hoek van de Kerkstraat en Haarensteijnstraat stond een voormalig Sint Franciscusklooster: een klooster met bejaardenhuis dat geleid werd door de zusters Franciscanessen. Bij het complex is ook een kapel gebouwd (ca 1900) dat in de oorlog beschadigd werd. De apsis is daarna met een nieuwe raam indeling herbouwd. In 1970 is het complex, m.u.v. de kapel, gesloopt omdat het overbodig was geworden wegens de nieuwbouw van een zorgcentrum. De kapel deed daarbij dienst als kapel en ontspanningsruimte. In 2014 is het complex uit de jaren ’70 wederom gesloopt en opnieuw opgebouwd. Medio 2016 is Haarensteyn opgeleverd. De kapel is los komen te staan van de woonbebouwing en is volledig gerestaureerd.

Maria in ’t veldkapel uit 1936 aan de Oirschotseweg in Moergestel

Onze-Lieve-Vrouw van de Vredekapel uit 1939 aan de Oisterwijkseweg 88 in Moergestel, bron: Jozefparochie.nl

88

89

Kapel voormalig Sint Franciscusklooster

Mariakapel (Maria in de Bossen) uit 1979-1980 aan de Oirschotsebaan-Rosepdreef in Oisterwijk

Maria van de Vredekapel uit 1988 aan de Nemelaerweg-Posthoornseweg (Bungalowpark Hermitage) in Oisterwijk

Maria in ’t Veldkapel uit 1992 aan de Helvoirtseweg in Haaren

Mariakapel uit 1930 in Heukelom

Een Mariakapel is een kapel, gewijd aan Maria, de moeder van Jezus. Zij neemt een hele belangrijke plaats in, in de Rooms-katholieke Kerk. Een Mariakapel is een apart gebouwtje, waar Maria als zodanig wordt geëerd en waar je tot Maria kunt bidden en haar tussenkomst en bemiddeling kunt aanroepen bij ziekte, zorgen, pijn, verdriet, en steun in het algemeen. De bezoekers vragen om “kracht” en “genade”, steken een kaarsje aan en plaatsen bloemen. Een Mariakapel is primair bedoeld als gebedsruimte, waar men bidt tot Maria, de moeder van Jezus. Volgens de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe traditie treedt Maria op als middelares tussen de gelovige en God. Mariakapellen bevatten altijd een afbeelding van Maria, meestal in de vorm van een Mariabeeld (ook wel genadebeeld genoemd) of een beeldengroep waar Maria deel van uitmaakt, zoals een piëta of calvariegroep. Soms bevat een Mariakapel in plaats van een beeldje een schildering van Maria, bijvoorbeeld een geschilderd altaarretabel, een icoon of ander schilderij.

De Mariakapellen in de gemeente Oisterwijk voorkomen zijn veldkapellen, vrijstaande kapellen in het buitengebied van de kernen: • Maria in ’t veldkapel uit 1936 aan de Oirschotseweg in Moergestel • Onze-Lieve-Vrouw van de Vredekapel uit 1939 aan de Oisterwijkseweg 88 in Moergestel • Mariakapel (Maria in de Bossen) uit 1979-1980 aan de Oirschotsebaan-Rosepdreef in Oisterwijk • Maria van de Vredekapel uit 1988 aan de Nemelaerweg-Posthoornseweg (Bungalowpark Hermitage) in Oisterwijk • Maria in ’t Veldkapel uit 1992 aan de Helvoirtseweg in Haaren • Mariakapel uit 1930 aan de Heukelomseweg in Heukelom

Waarden

Waarden

Mariakapellen/ veldkapellen

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

90

Waarde 24 – Bijzondere plekken Molens De Kerkhovense Molen - Oisterwijk De Kerkhovense Molen of Onvermoeid is een ronde stenen stellingmolen te Oisterwijk. Deze molen is gebouwd in 1895 ter vervanging van een afgebrande standerdmolen, op een plaats waar al honderden jaren een molen heeft gestaan. De molen kreeg drie koppels maalstenen: een voor het malen van consumptiemeel, een voor het malen van veevoeder en een voor het malen van schors. De functie van schorsmolen was belangrijk voor de leerlooierijen in de streek. Door de aanwezigheid van licht ontvlambaar stof tijdens het schorsmalen ontstond in 1912 brand in de molen. Men heeft toen besloten om alle openingen af te sluiten om het vuur te doven. De Kerkhovense Molen werd hersteld met delen van het binnenwerk van een buiten bedrijf gestelde poldermolen in Barendrecht. Ten gevolge van de brand is de romp echter gescheurd, waardoor de molen sinds het herstel vochtproblemen heeft. Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd in deze molen beroepsmatig gemalen; daarna viel de molen stil en ontstond achterstand in het onderhoud ervan. Om verder verval te voorkomen kocht de gemeente Oisterwijk in 1953 de Kerkhovense Molen, maar stond toe dat delen van het binnenwerk werden verwijderd. In de daaropvolgende jaren deed de molen dienst als jeugdherberg. Dat duurde tot 1970.

In dat jaar werd hij tot monument verklaard en werd begonnen aan het opnieuw inrichten van de molen tot werktuig. In 1979 draaide de Kerkhovense Molen opnieuw. In 1992 moest hij wegens bouwkundige problemen opnieuw stilgezet worden. De stichting De Kerkhovense Molen heeft de molen in 1993 gekocht met het doel hem opnieuw maalvaardig te maken. Op 1 mei 1999 was dat een feit. Bij deze gelegenheid heeft de molen zijn oude naam “Onvermoeid” teruggekregen, een naam die hij sinds 1926 droeg. Het 26,10 m grote gevlucht is op de binnenroede Oud-Hollands opgehekt en heeft op de buitenroede fokwieken met regelborden (remkleppen). De in 1978 gelaste roeden zijn door de firma Derckx gemaakt. De binnenroede heeft nummer 272 en de buitenroede 271. Het kruiwerk van de molen is een Engels kruiwerk. De uit 1850 stammende, 5,06 meter lange, gietijzeren bovenas is van de firma F.J. Penn & Comp. te Dordrecht en heeft nummer 17. De molen wordt gevangen (geremd) met een vlaamse blokvang, die wordt bediend met een vangtouw en vangtrommel.

De Kerkhovense Molen - Oisterwijk

Standerdmolen - Moergestel De standerdmolen van Moergestel is een naamloze gesloten standerdmolen die zich bevindt aan de Schoolstraat. De molen is door C. Roozen in 1852 hiernaartoe overgebracht vanuit Biest-Houtakker, waar sinds 1280 al een standerdmolen stond. De molen heeft onder de steenbalk een moerstijl, die bij de oudste standerdmolens werd toegepast. De zijwegen van de molen hebben veldkruizen in plaats van weegbanden zoals gebruikelijk is bij standerdmolens. Onder de steenbalk zit een brasem en onder de lange burriebalken zitten slekken, waardoor de kast minder zwaar op de zetel rust. De molen is uitgerust met 3 koppel kunststenen; onder in de molen bevindt zich ook een elektrische maalstoel. De achtermolen heeft 15der (130 cm doorsnede), de middenmolen 17der (150 cm doorsnede) en de voormolen 13der (110 cm doorsnede) kunststenen. De achtermolen heeft een pennetjeswerk. Hierbij staat de bolspil stil en draait de loper in een taatspot boven op de bolspil. Op 3 oktober 2007 zijn de roeden gestreken en is de gietijzeren insteekkop van de houten bovenas verwijderd. In 2009 is een nieuwe, 6 meter lange as met nummer 2009/2 gegoten door de Nijmeegsche IJzergieterij en in het najaar van 2009 gestoken. De gietijzeren as is omkleed met de oude, houten bovenas. De 26 meter lange roeden van de firma Derckx zijn in september 2009 gestoken.

Standerdmolen - Moergestel

91

De molen heeft voor het vangen (remmen) een vlaamse vang, die wordt bediend met een vangtouw en een vangtrommel.

Waarden

Waarden

De Kerkhovense Molen - Oisterwijk, bron: regionaal archief Tilburg

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 24 – Bijzondere plekken Geografische punten Middelpunt van de Benelux Het feit dat het geografisch middelpunt van de Benelux in Moergestel ligt, is berekend en officieel bevestigd door het kadaster. De exacte locatie heeft de volgende coördinaten: noorderbreedte 51 º 32 ‘ 27, 6316”/oosterlengte 5 º 11’12,0428” en ligt aan de Scheerman tegen de zuidoostelijke dorpsrand van Moergestel. Het punt wordt gemarkeerd middels een ca. 5 meter hoge paal waarop met wijzers de afstand tot enkele plaatsen wordt aangegeven. Hiernaast staat een picknicktafel. De vaststelling van het feit dat de gemeente Oisterwijk het hart vormt van België, Nederland en Luxemburg is onder de aandacht gekomen als gevolg van de voorbereidingen van het jubileumjaar dat de gemeente Oisterwijk in 2012 viert, het moment dat het acht eeuwen geleden was dat Oisterwijk stadsrechten kreeg. Middelpunt van Noord Brabant Ook het geografisch middelpunt van Noord Brabant ligt binnen de gemeentegrenzen van Oisterwijk, bij het punt waar de Oude Hondsbergselaan de Reusel kruist. Bij het bruggetje over het water staat een natuurstenen bank met een opschrift dat verduidelijkt dat de plek het geografisch middelpunt van Noord Brabant betreft.

Middelpunt van de Benelux

92

Middelpunt van de Benelux

93

Waarden

Waarden

Middelpunt van Noord Brabant

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

94

95

Waarden

Deze gebiedstypologie benadrukt de groene plekken binnen de kernen die functioneel en openbaar toegankelijk zijn voor recreatief gebruik. Brede bermen langs straten zijn niet opgenomen in deze gebiedstypologie wanneer deze niet de omvang, functie en uitstraling hebben van parkachtig groen dat duidelijk recreatief gebruikt kan worden. Het parkachtig groen speelt een belangrijke rol in de wijken; het schept een gelegenheid waar kinderen en volwassenen elkaar kunnen ontmoeten, creëert ruimte voor waterretentie, zorgt voor een aangenaam klimaat, voegt biodiversiteit toe, stimuleert beweging en zorgt (door de seizoenen heen) voor een gezonde en fraaie leefomgeving. In de omvangrijkere groene parken en parkjes bevinden zich naar verhouding meer forse bomen en grotere plantvakken. Doordat de parken optimalere groeiomstandigheden bieden voor beplanting dan de bomen en planvakken in de straatprofielen, komen er ook meerdere verschillende soorten voor. Langs de randen van de parken en parkjes worden vaak lage, geschoren hagen toegepast om een duidelijke fysieke afscheiding te creëren tussen het spelen en verblijven en de omliggende straten. Op enkele plekken worden hiervoor ook paaltjes gebruikt. De verharding in het parkachtige groen is zeer divers. De paden bestaan zowel uit asfalt, elementenverharding in verschillende maatvoering (beton en gebakken) en halfverharding.

Verder bestaan de parken voornamelijk uit gemaaide gazons, op plekken die intensief gebruikt worden voor spelen komt ook speelzand of kunstgras voor. De objecten die hier voorkomen bestaan uit nutsvoorzieningen, inrichtingselementen, zitgelegenheden en speelvoorzieningen. De materialen die gebruikt worden voor deze objecten zijn divers en hebben afwisselend een natuurlijke uitstraling (hout), een meer industriële sfeer (metaal) of is zeer kleurrijk en speels. Met name de speelvoorzieningen zijn hierin beeldbepalend. Het parkachtig groen is daarnaast regelmatig het decor om op prominente plekken een kunstwerk te plaatsen.

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 25 – Parkachtig groen

Waarden

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Oisterwijk Terburghtweg

Oisterwijk Kerkplein

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 25 – Parkachtig groen

Oisterwijk Kerkplein

Oisterwijk Burgemeester de Keijzerplein

97

Moergestel Mispelbos

Moergestel Den Duyp

Haaren Andre Vissersstraat

Moergestel De Molenbeemd

Oisterwijk Klompven

Haaren Sleutelbloem

Oisterwijk Biezenstraat

Oisterwijk Zoom

Waarden

Waarden

96

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

De op de kaart opgenomen groenstructuren geven de boomstructuren weer die als belangrijke structurerende elementen langs wegen, waterlopen en op landgoederen gelden. Individuele bomen die tot een structuur behoren worden afzonderlijk niet altijd als waardevol beoordeeld. De structuur als geheel is echter wel waardevol, bijvoorbeeld vanwege de cultuurhistorische of stedenbouwkundige waarden. De groenstructuren zijn overgenomen uit het Groenprogramma Strategie 2013-2017 (2013) die de boomstructuren binnen de bebouwde kommen van de gemeente Oisterwijk weergegeven. In het huidige beleid is de groenstructuurkaart een belangrijk instrument om de status van bomen te bepalen. Hierin is onderscheid gemaakt tussen hoofdgroenstructuren, nevengroenstructuren en overig groen. De gemeentelijke waardevolle boomstructuren zijn dus al vastgesteld in het huidige beleid dat elke 5 jaar geactualiseerd wordt. Voor de meest actuele versie wordt daarom verwezen naar het Beleidskader Groene Kaart.

Oisterwijk Stedenbouwkundige Gebiedspaspoorten

Waarde 26 – Groenstructuur

De doelstelling van het Beleidskader Groene Kaart is te komen tot een duurzaam en eenduidig beleid voor waardevolle bomen en deregulering van de huidige bomenverordening (2010). Het resultaat zijn een kaart met bijbehorend register waarop alle beschermde houtopstanden zijn opgenomen. Alle waardevolle bomen en groenstructuren in de gemeente krijgen daarmee de noodzakelijke bescherming.

98

99

Waarden

Bij herinrichting wordt vaak de gehele buitenruimte bekeken. Daarbij zijn bomen vaak een discussiepunt. Is behoud mogelijk, gelet op de verkeerssituatie, het te vervangen riool en de verlichting? Om het ontwerpproces mede te sturen wordt voor de afweging bomen te behouden dan wel te vellen onderstaand stroomschema doorlopen. Uitgangspunt is het behoud van de boom. Als dit vanuit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk is, wordt gezocht naar een alternatieve oplossing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12495809/1