CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Openbare Ruimte - bijlage 1 - Visie Openbare Ruimte beleidstuk

RAAD 13 april 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Visie Openbare Ruimte9.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

de Visie Openbare Ruimte Samen bouwen aan een leefbare Oisterwijkse buitenruimte

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

1

de Visie Openbare Ruimte

2

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

OPDRACHTGEVER Gemeente Oisterwijk De Lind 44 5060 GA Oisterwijk OPDRACHTNEMER idverde Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E: advies@idverde.nl PROJECTNUMMER

722220065

STATUS DEFINITIEF VERSIE 1.4 DATUM 28 FEBRUARI 2023

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

3

Deel I:

Deel II:

Deel III:

Deel IV:

4

Inleiding

5

Onze buitenruimte als ons visitekaartje en onze huiskamer.

6

Samenvatting: de 15 ambities voor de Oisterwijkse Openbare Ruimte

7

Waarom deze Visie

8

Leeswijzer

8

Kaders en uitgangspunten

9

Het Oisterwijk van nu

10

Plaats van de Visie

11

De stem van onze inwoners

12

De Gebiedspaspoorten

14

De Oisterwijkse Openbare Ruimte in 2035

15

De Missie van Beheer Openbare Ruimte

16

1. Onze Ruimtelijke Ambities: De Hoogwaardige Openbare Ruimte

17

2. Onze Maatschappelijke Ambities: De Leefbare Openbare Ruimte

23

3. Onze Sociale Ambities: De Inclusieve Openbare Ruimte

29

Onze Financiële Opgave

33

Betaalbaarheid

34

Beheerprincipe

35

Ontwerp en beheer hand in hand

36

Ambities ter versterking van onze financiële positie

37

Bijlage: Gebiedspaspoorten

38

Overzichtskaart

39

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Deel I: Inleiding

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

5

Onze buitenruimte als ons visitekaartje en onze huiskamer. Oisterwijk is een gemeente waar we ons snel thuis voelen. Met haar karakteristieke Brabantse dorpskernen, gelegen in het hart van Brabant en omsloten door groen en infrastructuur is het een plek waar men graag woont, werkt en recreëert. De verbindende factor in dit alles is de openbare ruimte. Hierin verplaatsen we ons, zoeken we elkaar op, sporten we en ontspannen we ons. Een groot deel van het dagelijks leven speelt zich af in de buitenruimte. Logisch ook dat deze buitenruimte mede bepaalt hoe we ons voelen. We willen ons veilig en comfortabel kunnen verplaatsen en verblijven het liefst in aantrekkelijke, groene omgevingen. Uiteenlopende onderzoeken en studies tonen steeds vaker aan dat onze leefomgeving een belangrijke rol speelt in ons welzijn en invloed heeft op onze gezondheid, ons geluk en ons veiligheidsgevoel. De waarde van een goed onderhouden, veilige en aantrekkelijke openbare ruimte, ons grootste kapitaalgoed, is belangrijker dan ooit.

6

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Samenvatting: de 15 ambities voor de Oisterwijkse Openbare Ruimte In de komende jaren richten we ons op ‘de nieuwe openbare ruimte’. Leefbaar, duurzaam, meer in balans. We hebben dit nodig om voor onze gebruikers -inwoners, verkeersdeelnemers, bezoekers, ondernemers- en onze beheerders de hoogwaardige openbare ruimte zoals we die in Nederland kennen in stand te kunnen houden. Door nieuwe beheeropgaven als gevolg van klimaatverandering, teruglopende biodiversiteit, energietransitie en financiële middelen moeten we anders naar onze leefomgeving kijken; naar de uitdagingen én de kansen die hier liggen. De komende jaren richten we ons daarom op deze vijftien ambities: 1: Onze Ruimtelijke Ambitie: de Hoogwaardige Openbare Ruimte 1. De kwaliteit van onze inrichtingskeuzes en beheer zijn gebaseerd op een ‘total cost of ownership’. 2. We zetten actief in op het versterken van de ruimtelijke en historische kwaliteit en passen dit toe in een toekomstbestendig ontwerp. 3. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op continuïteit. We benutten de kansen die we krijgen om bestaande situaties éénduidig en doelmatig te versterken met toekomstbestendige maatregelen. 4. We staan open voor innovatieve oplossingen en producten. We durven deze ook (experimenteel) toe te passen om zo innovatie te stimuleren. 5. Duurzame vormen van mobiliteit worden geïntegreerd en gestimuleerd.

2: Onze Maatschappelijke Ambitie: de Leefbare Openbare Ruimte 6. De inrichting van de openbare ruimte is afgestemd op de gebruiker. 7. De waarde van de invloed van de openbare ruimte op onze geestelijke en lichamelijke gezondheid is erkend aanwezig in onze ontwerp- en beheerkeuzes. 8. Bij het (her-)inrichten en beheren van de openbare ruimte integreren of verbeteren we waar mogelijk de kansen voor klimaatadaptatie. 9. We bereiden ons verder voor op een CO2¬ neutrale bedrijfsvoering. 10. Ons materiaalgebruik is grotendeels circulair en voeren dit in toenemende mate verder door. 11. Versterken van biodiversiteit is uitgangspunt en passen we toe op de plaatsen die daar geschikt voor zijn. 3: Onze Sociale Ambitie: de Inclusieve Openbare Ruimte 12. De openbare ruimte is inclusief voor al onze inwoners en bezoekers. 13. Onze communicatie over wat wel en niet kan in de openbare ruimte is proactief, eenduidig en laagdrempelig. 14. Onze communicatie over onze eigen initiatieven is proactief en laagdrempelig en we stimuleren inwoners actief om mee te doen. 15. Initiatieven worden met een positieve grondhouding ontvangen en gefaciliteerd wanneer dit past binnen de doelstellingen van deze Visie en/ of andere geldende kaders.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

7

Waarom deze Visie

Leeswijzer

De openbare ruimte staat de komende decennia steeds meer onder druk. Grote maatschappelijke uitdagingen vragen dat we anders naar onze openbare ruimte gaan kijken. Klimaatverandering, druk op de biodiversiteit, de woningbouwopgave, energietransitie, demografische ontwikkelingen en duurzame mobiliteit gaan aanpassingen van onze leefomgeving vragen, maar bieden ook kansen. De noodzaak tot aanpak is tegelijk een verplichte stimulans tot een verbeterslag. Nederland heeft nagenoeg de meest hoogwaardige openbare ruimte ter wereld. Het is de kunst om deze leefomgeving op hetzelfde hoogwaardige niveau te houden als wat we de afgelopen decennia gewend zijn.

In deel II: ‘Kaders en uitgangspunten’ staan een aantal beleidskaders weergeven waarop de Visie Openbare Ruimte is voortgebouwd. Ook lichten we de plaats van deze visie binnen het beleidsveld toe en weerspiegelen we de stem van onze inwoners. In deel III: ‘De Oisterwijkse Openbare Ruimte in 2035’ staan onze ruimtelijke, maatschappelijke en sociale ambities beschreven. Deze ambities worden binnen andere Oisterwijkse beleidsdocumenten verder uitgewerkt in concrete beleidsuitgangspunten. Deel IV: ‘Onze Financiële opgave’ gaat tot slot in op investeringen in de openbare ruimte en hoe we dit de komende jaren aanpakken.

De benodigde frisse blik op de toekomst is een doorkijk in hoe we met de Oisterwijkse openbare ruimte willen omgaan in de komende decennia. In deze Visie Openbare Ruimte inventariseren, analyseren en bepalen we thema’s en ambities die de verschillende kanten van het beheer van de buitenruimte raken. De nadruk van dit document ligt op de kaders rondom de inrichting en beheer van de openbare ruimte waarbij functionaliteit, kwaliteit, duurzaamheid, veiligheid en beleving voorop staan. Het is een ‘kader op hoofdlijnen’; een richtinggevend document als basis voor de verdere uitwerking van integraal beleid. In de Visie beschrijven we de diverse doelen op ambitieniveau. Vanuit hier worden in nieuwe beleidstukken, handboeken en beheerplannen concrete maatregelen, uitvoeringsmethoden en ontwerpkeuzes beschreven. Daarnaast dient dit document ook als inspiratie. Bewust en vanuit een frisse blik kijken naar onze leefomgeving kijken helpt mee om deze beter te waarderen en beleven. Beseffen wat zowel de fysieke als de emotionele waarde is helpt ons betere keuzes te maken. De openbare ruimte is van ons allemaal en is er voor ons allemaal.

8

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Deel II: Kaders en uitgangspunten

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

9

Het Oisterwijk van nu In 2020 werd Oisterwijk genomineerd in de Top 5 voor de Mooiste Gemeente van Nederland. Volgens menig inwoner en bezoeker een terechte nominatie. Onze gemeente kenmerkt zich door enerzijds een rustige en groene leefomgeving, anderzijds door behoorlijk wat bedrijvigheid. Iets wat aangewakkerd wordt door de goede ontsluitingen A58, N65 en de spoorlijn Tilburg – Eindhoven. Verder buiten de bebouwde kom vinden we veel beweging in de vorm van agrarische bedrijvigheid; aan de zuidkant meer landbouw en veeteelt en aan de noordkant kwekerijen. Al deze activiteit zorgt voor druk bereden wegen, wegen die op veel plaatsen nog niet meegegroeid zijn met de verkeersintensiteiten. Diverse natuurgebieden als Natura2000 gebied De Kampina, de Oisterwijkse Bossen en Vennen, weidevogelgebied Moergestels Broek en aan de noordkant de Leemkuilen zorgen er voor dat onze gemeente ook talloze toeristen en (dag-)recreanten aantrekt die graag wandelen, fietsen of gebruik maken van de vele horeca. De stroom bezoekers vraagt aandacht als het gaat om parkeren, ontlasten van de natuur en goede veilige (fiets-)infrastructuur. Binnen de bebouwde kom kenmerken de kernen zich vanuit hun ontstaan uit oude dorpslinten die na de oorlog een grote groei hebben doorgemaakt. In de meeste naoorlogse wijken is veel groen geplant.

Met meer dan 40.000 bomen in ons beheer is dit met recht een groene gemeente te noemen. Dit groen is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot volle wasdom. De keuze van het groen destijds was echter niet altijd in lijn met de beschikbare ruimte. Het gevolg is veel boomwortelschade en ontoegankelijke trottoirs.

10

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

De komende jaren moet er gebouwd worden. Het Koersdocument SRBT Oostflank beschrijft de stedenbouwkundige en landschappelijk uitdagingen waar we in onze regio de komende jaren mee te maken krijgen. De regio krijgt te maken met een woningbouwopgaaf van ca. 5000 woningen, waarvan ongeveer 2000 in onze gemeente. In de al beperkte ruimte gaan we op zoek naar mogelijkheden. Uitbreiding betekent een toenemende druk op bestaande leefomgevingen en vraagt daarom ook aandacht buiten de geplande ontwikkelgebieden. In de afgelopen jaren is er regelmatig bezuinigd op het onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Dit heeft merkbare effecten op onze inwoners, die de kwaliteit van de buitenruimte onder de maat ervaart. Ongeveer 40% van de inwoners vindt de kwaliteit van onze openbare ruimte onvoldoende, een significant percentage. Ook zien we de opgave als het gaat om het maken van een inhaalslag op het gebied van groot onderhoud en vervanging willen we onze buitenruimte veilig maar vooral ook aantrekkelijk houden. Het risico op het achterop raken van onderhoud wegens bezuiniging brengt tevens met zich mee dat vervanging van technisch afgeschreven materialen langer op zich laat wachten, waardoor het beeld veroudert en verslonst. Een nette, groene en hoogwaardige openbare ruimte is naast de eerdergenoemde argumenten ook gerelateerd aan een hogere woningwaarde .

Investeren in een goede openbare ruimte loont daarom op meerdere vlakken.

Plaats van de Visie Hedendaagse uitdagingen zoals hierboven genoemd vormen de ene helft van de vraagstelling voor deze Visie. De andere helft bestaat uit relevante thema’s en ambities die in het Bestuursakkoord genoemd zijn. De Visie Openbare Ruimte gebruiken we om deze uitdagingen en ambities in komende decennia richting te bieden. We beschrijven de belangrijkste opgaven, kansen en voorbeelden hoe we dit willen realiseren. Deze Visie vormt vervolgens de kapstok waarop wij onze verdere beleidskaders uitwerken. Het is niet alleen een strategisch kader; deze Visie moet ook aanzetten om beheerders, interne en externe betrokkenen en inwoners te inspireren en mee te denken en doen in het aangaan van de vraagstukken waar we allemaal mee te maken hebben.

Bestuursakkoord - Structuurvisie/Omgevingsvisie - Gemeentelijk beleid

Strategisch: Waar willen we naar toe?

In deze Visie leest u 15 ambities, verdeeld over 3 thema’s. Bij elke ambitie staat gespecificeerd in welk (nieuw te ontwikkelen) beleidsdocument deze doelen terug te vinden zijn of worden beschreven. Ambities kunnen elkaar versterken of juist tegenspreken. Dat erkennen we, en dat kan ook mits we in wisselende praktijksituaties deze blijven afwegen tegen elkaar en accepteren dat ambities in deze situaties in de praktijk een plaats dienen te vinden. Naast tegenstrijdige of complementerende ambities kan ook de plaats en omstandigheid meer of meer mogelijkheden bieden. In de praktijk vraagt inpassing maatwerk, maar altijd met het hogere doel van deze Visie in het achterhoofd.

Bestuursakkoord

Actuele thema’s

Input vakspecialisten

Bouwstenen Visie

Visie Openbare Ruimte - Gebiedspaspoorten Evalueren

Tactisch: Hoe gaan we het doen? Welke kaders stellen we?

Beleidskaders Monitoren

Operationeel: Wat gaan we doen?

Beheerplannen en exploitatie

Begroting

Meerjaren onderhouds-programma Uitvoeren

Handboek - Standaard bestek - Programma van Eisen - Overeenkomsten

HOOGWAARDIG

DUURZAAM

● Sober ● Innovatief ● Beheerbaar ● Recreatief aantrekkelijk ● Erfgoed

● CO reductie ● Biodiversiteit ● Klimaatadaptatie ● Circulair

De Hoogwaardige Openbare Ruimte

2

LEEFBAAR

VEILIG

INTEGRAAL

● Uitnodigend ● Langzaam verkeer ● Wijkgericht ● Toegankelijkheid prioriteit werken ● Sport en bewegen ● Overzichtelijkheid ● Participatie ● Verlichting ● Ja, mits ● Communicatie

De Leefbare Openbare Ruimte

De Sociale Openbare Ruimte

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

11

De stem van onze inwoners Deze Visie kan geen afspiegeling zijn van onze ambities zonder de stem van onze inwoners. Voor dit document is op uiteenlopende manieren met hen gesproken en gediscussieerd. Via de Enquête Openbare Ruimte bevroegen we ca. 10% van ons inwoneraantal wat honderden reacties opleverde. Door middel van sessies met een afvaardiging van deze inwoners, alsmede een sessie met belangenverenigingen en met de gemeenteraad werd waardevolle input opgehaald. Deze opgehaalde informatie hebben we gedocumenteerd en gebruikt om onze doelen en wensen scherp te stellen.

12

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

De stem van onze inwoners “In een leefbare omgeving voel je je prettig en thuis!”

Inwoners worden het liefst zo vroeg mogelijk in het proces en digitaal benaderd.

Belangrijke punten uit de enquête: • 91% vindt dat de gemeente materialen een

“Een toegankelijke gemeente is aantrekkelijk.”

tweede kans moet geven.

Thema’s die inwoners belangrijk vinden: • Duurzaam omgaan met grondstoffen (90%) • Biodiversiteit (80%) • Klimaatadaptatie (76%) • Verminderen van CO2-uitstoot (72%)

• 96% vindt dat de gemeente geld moet investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte.

• 78% vindt dat hun buurt het oorspronkelijke karakter moet behouden.

• 61% vindt dat er voldoende parkeergelegenheid is. • 24% heeft te maken met onveilige verkeerssituaties. 45% heeft er soms last van.

82% voelt zich verbonden met de buurt.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

13

De Gebiedspaspoorten De komende jaren ondergaat de openbare ruimte een grote verandering. Naast de eerder genoemde uitdagingen die we op ons pad tegenkomen is een toenemend deel van de buitenruimte toe aan groot onderhoud en vindt er op steeds grotere schaal inbreiding en uitbreiding plaats. Het risico bestaat dat zonder overzicht op het geheel de openbare ruimte versnippert, waardoor de stedenbouwkundige samenhang verloren gaat en efficiënt beheer bemoeilijkt of onmogelijk wordt. Om de kwalitatieve waardes te behouden is in 2022 een stedenbouwkundige inventarisatie gemaakt op basis van aanlegjaar, architectuur en landschappelijke inrichting. Gegevens zijn verzameld uit de Structuurvisie, groenbeleid, de oude Welstandsnota, Verkeer en Vervoerplan en de nieuwe Visie Buitengebied. Door het samenvoegen van deze informatie is een kaart ontstaan welke de basis is voor een onderverdeling in 26 verschillende Gebiedspaspoorten. De Gebiedspaspoorten zijn puur een vastlegging van de huidige stedenbouwkundige structuren en waarden. Ieder paspoort beschrijft de kenmerken behorend bij dat specifieke element. De paspoorten zijn onderverdeeld in 3 categorieën: Gebied (wijken, werk- en verblijfsgebieden), Structuren (verkeersstructuren) en Waarde ((cultuur-) historische, landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden). Een straat kan daarmee uit 3 verschillende paspoorten bestaan.

De eigenschappen die bij de individuele Paspoorten horen vertalen we in het Handboek naar profielen die het kenmerk van het oude paspoort behouden, maar inrichtingskaders en constructies van deze tijd meedragen. Het geeft op straatniveau een duidelijk kader wat we verwachten op het gebied van inrichting en beheer. De Gebiedspaspoorten zijn een belangrijk document voor verdere inrichtingsprincipes, materiaalkeuze, beheerkeuzes, kwaliteitsnormen en uitgangspunten tijdens participatiesessies.

14

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Voorbeeldkaartje wijken naar stedenbouwkundige indeling

Deel III: De Oisterwijkse Openbare Ruimte in 2035

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

15

De Missie van Beheer Openbare Ruimte Het Beheer Openbare Ruimte richt zich op het duurzaam beheren, verbeteren en verhogen van de maatschappelijke kwaliteit en functionaliteit voor mens, dier en omgeving. We bouwen samen aan een toekomstbestendige openbare ruimte waarin iedereen zich prettig voelt.

Deze Visie dient als uitgangspunt voor verder beleid. In onderstaande (te actualiseren) beleidsdocumenten werken we onze ambities uit naar concrete beleidskeuzes. Bij de in deze Visie genoemde ambities markeert het logo in welke beleidsdocumenten deze ambities verder beschreven zijn.

Kadernota Rood (Beleid inrichting openbare ruimte, wegmeubilair, civiele techniek) Kadernota Geel (Openbare Verlichting) Kadernota Groen (Groenbeleid, inclusief bomenbeleid) Handboek Rood (Handboek openbare ruimte) PRW (Programma Water en Riolering) Leidraad Toegankelijke Openbare Ruimte Oisterwijk Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan

16

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

1. Onze Ruimtelijke Ambities: De Hoogwaardige Openbare Ruimte 1.1 Onze integrale beheeropgaven Ambitie 1: De kwaliteit van onze inrichtingskeuzes en beheer zijn gebaseerd op een ‘total cost of ownership’. Het gebruik, inrichten en beheren van de openbare ruimte is de laatste decennia sterk veranderd. De groei van de bevolking en de hoeveelheid auto’s betekende een aanzienlijke intensivering van het gebruik van onze leefomgeving. Beheren van onze buitenruimte is duur, en dus is bezuinigen op diverse niveaus verleidelijk. De praktijk leert echter dat deze bezuinigingen alleen voor de korte termijn zijn; op de lange termijn kost dit juist extra geld. Beheren is vooruitzien en investeren in de toekomst. We hebben de verplichting de juiste keuzes te maken om te voorkomen dat volgende generaties (opnieuw) met een te grote beheeropgaaf te maken krijgen. Deze keuzes maken we op planniveau, ontwerpniveau, aanlegniveau en beheerniveau. Op (bestemmings-)planniveau zorgen we voor voldoende ruimte in het openbaar gebied om alle functies te herbergen. Op ontwerpniveau houden we goed voor ogen dat we ontwerpen en aanleggen voor de komende decennia. Verkeerde ontwerpkeuzes kan dus tientallen jaren onnodig extra beheer(-kosten) betekenen. We denken daarom goed na over de inrichting en de toe te passen constructies.

De verleiding om de goedkoopste oplossing toe te passen kan bij aanleg verleidelijk lijken, maar wordt in de praktijk snel ingehaald door reparatie- en beheerkosten. In de afgelopen decennia is uitgegaan van een technische levensduur van ca. 40 jaar voor een ingerichte openbare ruimte. De praktijk leert dat het herinrichten of vervangen vaak langer op zich laat wachten. Een zeer zichtbare beheervraag is onze boomwortelproblematiek. Vele vaak te kleine straten staan vol met bomen die qua formaat en plaats moeilijk handhaafbaar zijn. Tegelijkertijd erkennen we de waarde van deze bomen en spelen andere ambities zoals klimaat en biodiversiteit een belangrijke rol in de overweging de boom te behouden. Een dilemma waarbij de lange termijn keuze niet zelden impopulair zal blijken. Dit soort keuzes zullen we de komende jaren regelmatig moeten maken in met name wijken als Westend, de Bunders, delen van het centrum van Oisterwijk en in iets mindere mate in delen van Moergestel en Haaren. Van al onze ambities is deze mogelijk de belangrijkste: ‘total cost of ownership’ betekent de beste balans tussen kwaliteit, duurzaamheid, leefbaarheid, beheerbaarheid en betaalbaarheid.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

17

1.2 Instandhouden van onze ruimtelijke kwaliteit Ambitie 2: We zetten actief in op het versterken van de ruimtelijke en historische kwaliteit en passen dit toe in een toekomstbestendig ontwerp. Behalve een goede, functionele openbare ruimte streven we ook naar ruimtelijke kwaliteit. Onze wijken en buurten bezitten van oorsprong vele architectonische en stedenbouwkundige kenmerken behorend bij de betreffende bouwperiode. De stedenbouwkundige samenhang versterkt het karakter en de herkenbaarheid. In die herkenbaarheid ligt een belangrijke waarde voor inwoners, het maakt die buurt tot hun buurt. Onze inwoners voelen zich sterk verbonden met hun leefomgeving en hechten veel waarde aan het in stand houden daarvan. 80% van de inwoners geeft aan zich verbonden te voelen met hun wijk en hechten er belang aan dat de karakteristieken hiervan behouden blijven. De afgelopen decennia is het gebruik van de openbare ruimte sterk veranderd. Waar vroeger de openbare ruimte uitnodigde tot spelen op straat, lopen en ontmoeten staan nu auto’s bumper aan bumper. Bij aanpassingen of uitbreiding werd regelmatig de stedenbouwkundige samenhang met de rest van de wijk uit het oog verloren om bestaande beheervragen ‘op maat’ op te lossen. Het verdwijnen van deze samenhang heeft tot gevolg dat de stedenbouwkundige kwaliteit en daarmee de identiteit van de omgeving verloren gaat.

En daarnaast heeft dit ook praktische gevolgen. Maatwerk oplossingen betekent vaak verschillende materialen, inrichtingen en kleuren. Het beeld wordt rommeliger, functies onduidelijker. We zien dit in zijn algemeenheid bij vele herinrichtingen, maar specifiek in delen van Haaren, het oude gedeelte van Moergestel en delen van Waterhoef in Oisterwijk. Het beheren van veel verschillende inrichtingen kost meer tijd, moeite en vraagt meer voorraad van materialen. We waken er voor dat de stedenbouwkundige samenhang van een gebied of wijk consequent doorgevoerd wordt. Dit doen we door gebruik te maken van de Gebiedspaspoorten en het Handboek.

18

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

In het Handboek beschrijven we profielen en constructies die aansluiten bij de oorspronkelijke stedenbouwkundige kenmerken en waar vanuit nieuwe beheerinzichten toekomstbestendige oplossingen in worden verwerkt. Ook kleine ingrepen in de openbare ruimte voeren we binnen eerder vastgestelde kaders uit. Hiermee voorkomen we ‘lapwerk’ en houden we de ruimtelijke kwaliteit in stand. We zijn terughoudend in het toepassen van te veel verschillende materialen, kleuren en verbanden. Een gebruiker ervaart al veel prikkels in de buitenruimte. De buitenruimte zelf mag daarom relatief sober worden uitgevoerd. Sober betekent echter niet hetzelfde als somber; de kwaliteit van de openbare ruimte laten we vooral zien in consequente goed doordachte constructies, oplossingen en inrichtingen. Bij vervanging, herinrichting of nieuwe aanleg kiezen we voor concepten die we overal op dezelfde manier kunnen beheren. Zo bouwen we niet alleen aan een toekomstbestendige openbare ruimte, maar ook aan een eigen nieuwe handtekening waarbij herkenbaarheid en kwaliteit voorop staat. Ons dagelijks beheer is op dit moment grotendeels ingeregeld op beeldkwaliteit. Dit geldt voor esthetisch onderhoud (‘vegen, onkruidbeheer, maaien’, etc), als voor schadebeelden aan groen en verhardingen. Op dit moment beheren voor beeldkwaliteit ‘B’ voor al onze arealen, behalve de centrumgebieden die we op ‘A’ beheren.

In de toekomst willen we kritischer kijken naar waar we welke kwaliteit behoeven; zo willen we bijvoorbeeld meer ecologisch groen wat zeer waardevol is, terwijl de beeldkwaliteit lager dan ‘B’ kan uitstralen. Anderzijds willen we zichtlocaties buiten het centrumgebied mogelijk wel in ‘A’ kwaliteit beheren. Dagelijks beheer moet daarom meer maatwerk worden om efficienter resultaat op te leveren. Dit vraagt van zowel de beheerder als de inwoner een nieuwe blik op de buitenruimte.

1.3 Continuïteit Ambitie 3: De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op continuïteit. We benutten de kansen die we krijgen om bestaande situaties éénduidig en doelmatig te versterken met toekomstbestendige maatregelen. Wachten op groot onderhoud of reconstructie is niet altijd nodig of gewenst om aanpassingen te doen. Ook het reageren op meldingen, het doen van klein onderhoud, inwonersinitiatieven of andere aanleidingen in te grijpen in de openbare ruimte kunnen aanleiding zijn om verbeteringen toe te passen. We zijn constant bezig met verandering en grijpen deze gelegenheden aan om verbeteringen door te voeren. We zijn kritisch naar onszelf en denken bewust na over wat mogelijk zou zijn als we breder dan alleen naar onze beheeropgaaf kijken. Aanpassingen of verbeteringen die we doen voeren we uit volgens vaste kaders, oplossingen of constructies zodat we voorkomen dat kleine ingrepen de samenhang van de inrichting of constructie tekort doen. Als we aanpassingen of verbeteringen doen kiezen we voor kwaliteit in plaats van ‘lapwerk’ en voeren we dit met gevoel voor vakmanschap en eigenaarschap uit. Uiteraard spelen beschikbare middelen een rol. Als oplossingen wel gecombineerd kunnen worden met andere ingrepen of (groot) onderhoud dat in afzienbare tijd gaat plaatsvinden kiezen we daar voor, tenzij de noodzaak urgent is.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

19

1.4 Innovatie, technologie en datagedreven beheer Ambitie 4: We staan open voor innovatieve oplossingen en producten. We durven deze ook (experimenteel) toe te passen om zo innovatie te stimuleren. Het beheer van de openbare ruimte is lange tijd een vrij conservatief proces geweest. Innovativiteit werd niet altijd omarmd. Dit heeft te maken met de terughoudendheid vanwege financiële of imagotechnische risico’s, de onbekendheid of omdat dit inkooptechnisch moeilijk (b)lijkt. Innovatief werken vraagt namelijk intensievere samenwerking met vaak een specifieke marktpartij, loslaten van wat we kennen en durven verantwoordelijkheid te nemen. De markt heeft echter vele oplossingen ontwikkeld die van een grote toegevoegde waarde kunnen zijn voor het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. Het is daarom van belang dat we openstaan voor nieuwe ideeën. Onder inwoners lijkt er voldoende draagvlak voor te zijn; ongeveer driekwart geeft aan vóór meer innovatieve methoden open te staan.

20

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Zonder data geen effectief beheer. We verzamelen nu op diverse manieren benodigde data als verkeerstellingen, inspecties, (Fixi-)meldingen, de Enquête Openbare Ruimte en diverse andere metingen. In de toekomst zien we kansen in het inzetten van sensoren die ons realtime informatie verschaffen over bijvoorbeeld volle prullenbakken of bomen die water nodig hebben, waarmee onnodige controlerondes vermeden worden. Het inzetten van nieuwe ontwikkelingen of producten draagt bij aan het tegengaan van verspilling. Slimme openbare verlichting zal hierin bijvoorbeeld een letterlijk zichtbare plaats innemen. Slimme lichtmasten vertellen ons ook automatisch wanneer er een storing is, en zijn ze op afstand in te regelen. De huidige, meer dan 8000 lichtmasten in onze gemeente verbruiken per jaar meer dan 789.000 kWh, los van de reguliere beheer- en vervangingskosten.

Met slimme verlichting kunnen we ons energieverbruik sterk verminderen, in combinatie met een kritische blik naar waar verlichting wel en niet nodig is. Zo passen we op dit moment op Sportpark Den Donk al dynamische verlichting toe. Zo voorkomen we dat met name de hele nacht onnodige verlichting brandt. Ook in het buitengebied kan het toepassen van dynamische verlichting veel beheer- en energiekosten schelen, en draagt in onze groene ecologische omgeving een belangrijk steentje bij aan het verminderen van lichtvervuiling. Met verdere verduurzaming van ons areaal en toepassen van minder en slimme verlichting streven naar een verdere energiebesparing van 25-30% ten opzichte van ons huidige stroomverbruik. Bij innovatie hoort lef. Het eindresultaat kan anders uitpakken dan verwacht, ook in negatieve zin. Dit kan gevolgen hebben voor het beheer, imago en (beheer-)kosten. Toch is innovatie nodig om uiteindelijk slimmere en efficiëntere oplossingen te kunnen toepassen. We moedigen innovatie daarom aan en laten ons door marktpartijen informeren over oplossingen en mogelijkheden. We staan open voor oplossingen die aansluiten bij de beheervraagstukken die wij hebben om die ook in de praktijk toe te passen. Hierbij wegen we de mate van risico af, bespreken we vooraf de verwachtingen en evalueren we met stakeholders en leverancier. We besteden hierbij extra aandacht aan communicatie.

Vooraf voldoende informatie verstrekken levert draagvlak op; begrip wanneer een oplossing tegenvalt of juist waardering wanneer we stappen maken. Innoveren betekent ook trots mogen zijn op wat we doen. We kunnen enerzijds inspireren of het kan juist waardevolle feedback opleveren.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

21

1.5 Mobiliteit Ambitie 5: Duurzame vormen van mobiliteit worden geïntegreerd en gestimuleerd Hoewel de Visie Openbare Ruimte zich voornamelijk richt op de verblijfsfunctie maakt mobiliteit een onlosmakelijk onderdeel van de buitenruimte. Deze mobiliteit staat onder druk. Uitbreiding van het (hoofd-)wegennet wordt in de toekomst steeds moeilijker vanwege ruimtegebrek, stikstof of kosten. Om in de toekomst het verder dichtslibben van ons wegennet te voorkomen is gedragsbeïnvloeding noodzakelijk. Het stimuleren van alternatieve, duurzamere vormen van vervoer geven we een vaste plek in ons beleid en inrichting van de openbare ruimte. Het optimaliseren van fiets- en wandelverbindingen krijgt daarbij speciale aandacht. We geven prioriteit aan langzaam verkeer, waarbij we het gebruik van de fiets stimuleren. Bestaande fietsstructuren brengen we of houden we in optimale staat. Waar logische schakels in het fietsnetwerk ontbreken gaan we op zoek naar het realiseren of optimaliseren van deze schakels. Daarbij kijken we naar welke gebruiker daar baat bij heeft; op toeristische routes in het buitengebied kunnen we mogelijk met halfverhardingen al veel resultaat winnen. Op de belangrijke utilitaire routes kijken we of we bestaande fietspaden waar nodig kunnen verbreden of samenvoegen.

Het trottoir is in onze dichtbebouwde en vaak smalle leefomgeving ondergeschikt geraakt aan geparkeerde auto’s en doorgegroeide bomen. Het gevolg is dat een groot deel van de voetpaden in met name Oisterwijk, maar ook in Moergestel en Haaren niet of slecht toegankelijk zijn. Inwoners vertellen ons dat om deze reden zij juist meer de auto pakken om bijvoorbeeld hun kinderen naar school te brengen of boodschappen te gaan doen. Het gebruik van de auto voor met name die lokale bewegingen willen ontmoedigen door voetpaden en trottoirs te verbeteren en de voetganger een prominentere rol in het straatbeeld te geven, en extra op logische routes bij en naar scholen, centra en winkels.

22

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

We stimuleren initiatieven die deelgebruik van auto’s aanmoedigen. Het geen eigen auto bezitten en een gemeenschappelijk vervoermiddel moeten reserveren voor gebruik is voor veel mensen nog buiten de comfortzone. Ongeveer 42% van de inwoners staat open voor deelmobiliteit en wil dit ook gestimuleerd zien. In niet elke omgeving is deelvervoer een passende oplossing, met name in het buitengebied. Anderzijds zijn er ook voorbeelden te vinden waarbij zelfs particuliere huishoudens gezamenlijk een auto hebben aangeschaft. Als overheid willen we deelmobiliteit stimuleren, ook al zijn we zelf geen aanbieder van deelvervoer. Hiervoor werken we nieuw beleid uit. Tegelijk denken we na over hoe we elektrisch rijden gaan faciliteren in de openbare ruimte, met name wat betreft de voorzieningen. De laadpaal is een ruimtevragend object dat nu al sommige stoepen blokkeert, en ook esthetisch zacht gezegd geen toegevoegde waarde. Nu we nog maar enkele tientallen laadpalen in de gemeente hebben staan merken we dat dit over enkele jaren een aanzienlijke impact gaat hebben op onder andere toegankelijkheid en uitstraling. In nieuwe woongebieden willen we voorkomen dat de buitenruimte overspoeld raakt met standaard laadpalen komen en onderzoeken we mogelijkheden laadvoorzieningen te combineren met bijvoorbeeld lichtmasten of centrale oplaadplaatsen.

2. Onze Maatschappelijke Ambities: De Leefbare Openbare Ruimte 2.1 Onze natuurlijke leefomgeving Ambitie 6: De inrichting van onze openbare ruimte is afgestemd op de gebruiker. Bij leefbaarheid spreken we over beleving. Wat mensen als prettig beleven en hoe ze dat beleven is niet concreet aan te wijzen en voor ieder individu persoonlijk. De kern van de omschrijving ‘leefbaar’ ligt geborgen in enkele oeremoties die we allemaal ervaren. We voelen ons veilig als we overzicht hebben, in kunnen schatten wat we kunnen verwachten. We houden niet van stenige, kale plekken; het liefst verblijven en recreëren we in groene omgevingen. Goed en hoogwaardig ingerichte omgevingen trekken mensen aan en nodigen uit tot verblijven. En een goed ingerichte straat vertelt wat er van de gebruiker verwacht wordt en nodigt onderbewust uit tot een juist gebruik. Bovenstaande voorbeelden zijn inmiddels uitgebreid onderzocht en aangetoond. De inrichting van onze leefomgeving heeft bewust of onbewust een grote invloed op ons welzijn en onze gezondheid. De mens komt van oorsprong uit een groene leefomgeving; logisch dat we dit ook nastreven in onze gemaakte leefomgeving. Deze invloed op ons als persoon is al even bekend maar begint pas recentelijk erkend te worden.

Het meetbaar maken van die invloed is moeilijk; aantonen dat inrichtingskeuzes concreet invloed hebben op ons welzijn is niet altijd in cijfers uit te drukken, hoewel er in toenemende mate ook concrete relaties tussen het wonen in groene omgevingen en bijvoorbeeld (mentale) zorgvraag, overgewicht of andere welzijnsaandoeningen gelegd zijn. Onze inwoners geven aan hier bewust van te zijn; meer dan 90% vraagt van ons bezig te zijn met een gezonde leefomgeving.

Afhankelijk van de functie van het betreffende gebied zijn verschillende belevingen leidend. Een omgeving die met name bedoeld is om zich te verplaatsen dient overzichtelijk, logisch en veilig te zijn. In een leefomgeving hebben we behoefte aan variatie, kwaliteit en uitnodiging. Bij nieuwe aanleg en vernieuwing denken we vanuit de gebruiker en richten ons op het gebruiksdoel. Dit kan thematisch invloed hebben (welke functies zijn belangrijk) of inhoudelijk (welke constructies of materialen passen we toe). Hierbij vinden we onder andere houvast aan de Gebiedspaspoorten die veel informatie verschaffen over het gebruik van de omgeving, waarbij maatwerk belangrijk blijft; een winkel- of schoolomgeving wordt net iets anders gebruikt dan de rest van de wijk waar deze in ligt.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

23

2.2 Verblijven, sporten en spelen Ambitie 7: De waarde van de invloed van de openbare ruimte op onze geestelijke en lichamelijke gezondheid is erkend aanwezig in onze ontwerp- en beheerkeuzes. We bewegen te weinig. Meer dan de helft van de volwassenen, 1/3e van basisschoolleerlingen en 2/3e van middelbare scholieren halen de door het RIVM bepaalde beweegnorm niet. Hoe ouder mensen worden, hoe minder ze bewegen. De reden dat kinderen minder bewegen heeft ook grotendeels te maken met de omgeving waarin zij opgroeien. In een groene omgeving blijken kinderen zeker 1,5 uur per week langer buiten te spelen dan in een stenige omgeving. In onze openbare ruimte ligt daarom een belangrijke rol als het gaat over het verbeteren van dit gezondheidsaspect. Groot obstakel in deze uitdaging is de ruimte die de auto in onze openbare ruimte inneemt. Parkeren gaat meer dan ooit ten koste van speelruimte, groen en langzaam verkeer verbindingen. Een bekende paradox is dat ouders hun kinderen met de auto naar school brengen omdat ze het onderweg te druk vinden, waarmee ze zelf bijdragen aan het in stand houden van deze drukte. Dit betekent dat we om een gezonde leefomgeving te willen creëren ook moeten durven kiezen de auto niet de eerste plaats te bieden, wat nu nagenoeg een standaard uitgangspunt is.

Goede loop- en fietsvoorzieningen stimuleren het laten staan van de auto en maken de omgeving aantrekkelijk voor bezoekers en recreanten. Inzetten op deze langzaam verkeer verbindingen naar scholen, winkels, recreatiegebieden en werkomgevingen geven we extra aandacht, voor zowel fietsers al voetgangers. Minder dan de helft (46%) van onze inwoners vindt dat er genoeg plekken in de openbare ruimte zijn die kunnen dienen om te sporten in ongeorganiseerd verband. Dit betekent een kans voor beweegroutes en -voorzieningen. Onze gemeente kent diverse kleine en grotere groenstroken, plantsoenen en parken. Deze omgevingen zetten we in als het gaat om het samenbrengen van buitenactiviteiten als sporten, spelen en bewegen.

24

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Een goed ingericht plantsoen, pleintje of park biedt (afhankelijk van de ruimte) aantrekkelijk (biodivers) hoogwaardig groen, speel- en/of sportgelegenheid en mogelijkheden om elkaar te ontmoeten. Een centrale plek in de leefomgeving. Door de wijk heen kunnen bestaande objecten gebruikt en uitgebreid worden om beweegroutes in te richten of te faciliteren.

2.3 Klimaatverandering Ambitie 8: Bij het (her)inrichten en beheren van de openbare ruimte integreren of verbeteren we waar mogelijk de kansen voor klimaatadaptatie. Klimaatverandering is voor iedereen steeds duidelijker merkbaar. Langere perioden van droogte, hogere temperaturen gevolgd door extreme buien of het steeds sporadischer worden van vorstperiodes in de winter. Het veranderende weer heeft grote invloed op onze leefomgeving en de keuzes die we moeten maken bij het inrichten of beheren van onze buitenruimte. Droogte betekent een aanslag op ons groenbestand. Door dalende grondwaterstanden is er voor met name bomen in verharding steeds minder water beschikbaar. En dat terwijl ons groen er voor zorgt dat grote delen van onze gemeente juist beschermd worden tegen hittestress. Het verschil in gevoelstemperatuur tussen een stenige, zonnige omgeving in vergelijking tot een schaduwrijke groene omgeving bedraagt in de zomer tot wel 10 graden Celsius. Groene omgevingen absorberen daarnaast ook neerslag, waardoor wateroverlast beperkt wordt. Gemiddeld blijft 20% van de neerslag ‘aan de boom’ hangen. Groene omgevingen houden vervolgens dat water ook nog beter vast waarmee ze uitdroging van de grond voorkomen.

Onze inwoners ervaren op dit moment in wisselende mate de gevolgen van klimaatverandering, maar de zichtbare gevolgen als wegkwijnend groen door langdurige droogte of water op straat bij extreme buien worden vaak genoemd.

In onze gemeente kennen we ook veel plaatsen waar prachtige, waardevolle bomen gaan ten koste van andere gebruiksfuncties, bovenmatig onderhoud vragen of kans op schades en ongevallen vergroten. Duurzaamheid mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid. Het regenwater dat op verhardingen en daken valt bergen we steeds meer in regenwatersystemen, of juist via oppervlakkige infiltratie, waarbij we het regenwater gebruiken om via groene parkeerplaatsen, wadi’s of buizen direct in de bodem te infiltreren zodat we minder hoeven af te voeren en het grondwater lokaal stimuleren. Ook inspireren we onze inwoners, door het aanbieden van geveltuintjes waar mogelijk, hen te stimuleren om zelf af te koppelen of samen met lokale partners als woningbouwverenigingen en belangenverenigingen projecten op te zetten om klimaatadaptatie te stimuleren, waar rendabel te subsidiëren of samen uit te voeren.

Het toepassen van groen in relatie tot klimaatverandering spreekt dus voor zich. We streven er daarom naar om de leefomgeving groen(er) te maken. Bij nieuwe ontwikkeling sturen we op meer openbaar gebied waardoor er voldoende ruimte voor hoogwaardig en meer biodivers groen ontstaat. In bestaande omgevingen zijn we zuinig op bestaand groen, en zetten we in op groene, ‘oases’ waarbij we op de plaatsen waar dat kan en passen de soorten toe die geschikt zijn voor die locatie. Het afwegen van de benodigde functies in de openbare ruimte is hierbij een belangrijk kader.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

25

2.4 CO2 uitstoot Ambitie 9: We bereiden ons verder voor op een CO2-neutrale bedrijfsvoering. De uitstoot van broeikasgassen in relatie tot onze openbare ruimte vindt hoofdzakelijk plaats door inzet van materieel en machines bij de aanleg en onderhoud, en door de verbranding van (fossiele) brandstoffen tbv energieopwekking voor bijvoorbeeld onze rioolgemalen of openbare verlichting. In 2030 heeft Nederland de doelstelling 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in vergelijking met 1990, en in 2050 moeten we klimaatneutraal zijn. Een enorme opgave waar we nu mee aan de slag moeten. Tweederde van onze inwoners staat open voor het ontmoedigen van autogebruik op bepaalde plaatsen. Dit kan in het centrum zijn, maar ook bezoek aan onze natuurgebieden per auto willen we ontmoedigen om daarvoor in de plaats langzaam verkeer te stimuleren. Het verder verduurzamen van de markt is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en vraagt om een samenwerking tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Onze aannemers stappen in toenemende mate over op emissiearm/-loos materieel. Dit moedigen we aan door in onze bestekken en contracten dit als gunningscriteria op te nemen. Ook schrijven we meer emissie-arme bouwstoffen en -materialen voor. Hiermee stimuleren we de markt om enerzijds te moeten mee veranderen en anderzijds verdere ontwikkeling te vergemakkelijken.

Ook bij onze buitendienst zal de komende jaren het materieel en gereedschap wat aan vervanging toe is worden vervangen door emissiearme alternatieven.

26

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Waar onze energiebronnen (nog) niet volledig duurzaam kunnen worden zetten we in op besparen om de uitstoot te verminderen. Dit is één van de redenen, naast beperken beheer-/ energiekosten en lichtvervuiling (zie Ecologie en biodiversiteit) waarom we kritisch kijken naar onze openbare verlichting, met name in het buitengebied. We streven er naar om in de komende 5 jaar ongeveer 5-10% van ons verlichtingsareaal in met name in het buitengebied te saneren of ‘slim’ te maken, waardoor er alleen nog licht brandt waar dat echt nodig is.

2.5 Grondstoffen en materialen Ambitie 10: Ons materiaalgebruik is grotendeels circulair en voeren dit in toenemende mate verder door. Ons wegareaal kent zo’n 2 miljoen vierkante meter aan verharding, en ons rioolstelsel is ruim 200 kilometer lang, goed voor ruim geschat een half miljard ton aan grondstoffen. Gemiddeld worden deze grondstoffen ongeveer elke 60 jaar vernieuwd en daarmee hebben we een grote verantwoordelijkheid voor het zorgvuldig omgaan met deze materialen. De markt rondom het emissiearm en circulair maken is in volle ontwikkeling; ieder jaar komen er nieuwe producten beschikbaar die beter recyclebaar zijn.

We passen bij nieuwe aanleg en vervanging daarom alleen nog gebakken stenen toe op alle 30 km/uur wegen binnen de kom, tenzij dit beheertechnisch niet de beste keuze is, bijvoorbeeld op industrieterreinen. Voor andere producten binnen ons areaal, bijvoorbeeld lichtmasten, rioolpompen en wegmeubilair (deze producten bestaan vaak uit samengestelde grondstoffen) maken we in toenemende mate gebruik van circulaire en modulaire varianten. Het aanbesteden en gunning op duurzaamheidscriteria als de huidge MKIscore bouwen we in onze standaard bestekken en contracten.

Circulair beheren betekent; reduce (beperk), reuse (maximaal hergebruik producten) en recycle (maximaal hergebruik grondstoffen). De keuze van de juiste materialen begint dus al bij de aanschaf. Gebakken straatstenen hebben een minimale technische levensduur van 80-120 jaar en zijn daarna volledig hernieuwbaar. Hetzelfde geldt voor PVC (riolering) en in steeds toenemendere mate voor beton. Zelfs onze funderingsmaterialen, vaak bestaand uit sloopafval van stenen en beton kunnen nagenoeg eindeloos hergebruikt worden. Hiermee verandert ook hoe we de inrichting van de openbare ruimte zien; van een eindeloze hoeveelheid ‘bouwstoffen’ die we steeds moeten vervangen naar ‘grondstoffen’ die in de keten eindeloos hergebruikt kunnen worden. De duurzaamheid van een product wordt op uitgedrukt in de MKI-waarde of Milieu Kosten Indicator (dit gaat veranderen in de ‘Ecochain’ normering), en vertegenwoordigt de fictieve kosten die gemaakt moeten worden om de negatieve milieu-impact van het betreffende product te compenseren. Ter illustratie: voor gebakken stenen is dit nog geen één euro per m2, terwijl dit voor betonstraatstenen meer dan €20,00 per m2 bedraagt.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

27

2.6 Ecologie en biodiversiteit Ambitie 11: Versterken van biodiversiteit is uitgangspunt en passen we toe op de plaatsen die daar geschikt voor zijn. De kwaliteit van ons groen is de laatste jaren afgenomen. Belangrijke oorzaak hiervan zijn het terugdringen van beheerkosten door versobering van het groen, onvoldoende ruime standplaatsen, wortelopdruk en droge zomers. Het gevaar van een groene gemeente waarvan de waarde van het groen juist de leefbaarheid vermindert door slechte inrichting, plantkeuze of onvoldoende beheer ligt daarmee op de loer. Het versoberen van de groene openbare ruimte heeft de afgelopen decennia tot gevolg gehad dat we op veel plaatsen monoculturen beheren die ecologisch gezien beperkte waarde hebben. En dat terwijl onderzoek uitwijst dat een groene en biodiverse omgeving zorgt voor een toenemend welzijn. Daarbij komt dat er breed draagvlak bij onze inwoners is als het gaat om het natuurlijker maken van ons groenareaal; 2/3e van de inwoners vindt dat we grootschaliger in moeten zitten op een biodiverse inrichting en ruim 80% vindt dat ons groen er ook natuurlijker uit mag zien als dit de biodiversiteit vergroot. Omdat het in onze beperkte openbare ruimte niet altijd mogelijk is om meer groen toe te voegen is het vergroten en variëren van het aantal boom- en plantensoorten een goed alternatief.

Hier liggen kansen voor onze parken, plantsoenen en grotere groenstroken. Een echte biodiverse omgeving biedt alle lagen die nodig zijn het ecosysteem werkend te krijgen. Dat betekent vooral ruimte. Een biodiverse inrichting vraagt ook een andere kijk op beheer. Bladruimen kan enerzijds nodig zijn voor overzicht, toegankelijkheid of een opgeruimde aanblik; het blad zelf is een natuurlijke meststof en een beschermlaag voor dieren, insecten en planten in de winter. Het toepassen van een biodiverse inrichting levert veel op, maar vraagt ons ook af te wijken van wat de in de laatste decennia gewend zijn geraakt, zowel in beleving als in gebruik. We passen het daarom toe op de plaatsen die hier geschikt voor zijn.

28

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Waar we kunnen versterken we onze groene aders; belangrijke laan- of groenstructuren die als brug kunnen dienen tussen parken, andere groene aders of het buitengebied. Op deze aders zetten we in op het toepassen van gevarieerd en hoogwaardig groen, zowel in soorten als in lagen. De invloed van kunstmatige verlichting op mens, dier en plant wordt de laatste jaren steeds duidelijker. Als meest verlichte land ter wereld lijken we in de loop van de afgelopen 100 jaar zonder belemmering verlichting te hebben geplaatst. Soms ook binnen de kom, maar met name buiten de kom zetten we in op kritischer en selectiever toepassen van verlichting. Vaak kan verlichting vervangen worden door alternatieve beveiligingen. Waar verlichting nodig blijft minimaliseren we lichtmasten of maken we verlichting ‘slim’. Op plaatsen waar er conflict tussen verkeersveiligheid en flora of fauna plaatsvindt beperken we de invloed van onze verlichting door te kiezen voor de juiste hoeveelheid en kleur licht.

3. Onze Sociale Ambities: De Inclusieve Openbare Ruimte 3.1 Toegankelijkheid en vergrijzing Ambitie 12: De openbare ruimte is inclusief voor al onze inwoners en bezoekers. Ongeveer 10% van de inwoners van onze gemeente leeft met een beperking, ongeveer 6% heeft een mobiliteitsbeperking. Ze zijn slechtziend, blind of doof, hebben psychische problemen of een lichamelijke of geestelijke beperking. Daarnaast gaat Nederland de komende jaren in versneld tempo vergrijzen. Op dit moment is 24,9% van de Oisterwijkse inwoners 65 jaar of ouder. De verwachting is dat dit percentage in 2040 ongeveer 31% zal zijn. Beide groepen willen en hebben het recht om gelijkwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Sinds 2016 geldt het VN-verdrag Handicap in Nederland. Doel hiervan is het verbeteren van de positie van mensen die met een beperking leven.

Dit werken we uit in de Leidraad Toegankelijke Openbare Ruimte, waarin we het benodigde beleid vastleggen. Zoals beschreven bij onze Beheeropgaven pakken we ondertussen ‘werk-met-werk’ mee als we door eenvoudige ingrepen tijdens klein onderhoud of reparaties in de omgeving om hier een bijdrage aan kunnen leveren. Het werken aan toegankelijkheid helpt niet alleen mee om de leefomgeving van onze inwoners te verbeteren, maar levert ook een bijdrage aan een toeristisch gastvrijere gemeente.

De openbare ruimte als letterlijke verbindende schakel hierin dient dan ook geschikt(er) gemaakt te zijn voor deze grote groep. De ruimte om zich overal ongehinderd voort te bewegen is er op veel plaatsen nog niet. Minder dan de helft van de inwoners ervaart de Oisterwijkse buitenruimte als voldoende toegankelijk. Om dit te verbeteren wordt toegankelijkheid een vast uitgangspunt in het ontwerp van nieuwe buitenruimte. Hoewel uiteindelijk (nagenoeg) alle trottoirs uiteindelijk inclusief worden ingericht zetten we naast de uitbreidings-, reconstructie- en onderhoudsprojecten als eerste in op de hoofdlooproutes naar winkels, scholen, recreatievoorzieningen en andere belangrijke gebouwen.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

29

3.2 Kaders, beleid en mogelijkheden Ambitie 13: Onze communicatie over wat wel en niet kan in de openbare ruimte is proactief, eenduidig en laagdrempelig. Er gebeurt veel in onze openbare ruimte. Dagelijks werken we aan het oplossen van storingen, beheervraagstukken, initiatieven, beleidsvragen, onderhoud en uitbreidingen. Het in stand houden van een mooie, gezonde leefomgeving doen we samen. Deels kunnen we niet verwachten dat iedereen op de hoogte is van wat wel en niet kan in de openbare ruimte. Zo willen we bijvoorbeeld niet dat auto’s in straten met infiltratieriolen op straat gewassen worden omdat zeepresten en oliën hiermee in de bodem terechtkomen. Maar weten inwoners wel hoe het rioolsysteem werkt en of er in hun straat ook een regenwaterriool ligt? Anderzijds zien we ook dat op vele plaatsen in de gemeente gemeentegrond in gebruik genomen wordt zonder toestemming. Dit gaat ten koste van het straatbeeld, de ruimte die nodig is om zich veilig te kunnen verplaatsen of goed te kunnen beheren. In bepaalde gevallen kan dit zelfs gevaarlijk zijn wanneer inwoners groenstroken als tuin in richten terwijl er kabels en leidingen aanwezig zijn. Een goed gebruik van de openbare ruimte zorgt voor veiligheid, bespaart beheerkosten en is uitnodigend. Dit vraagt inzet van ons en de gebruiker.

Onze dienstverlening verbeteren we door ons beleid aan te passen aan de nieuwe beheeropgaven en deze laagdrempelig en duidelijk te communiceren met onze inwoners. Onze verantwoordelijkheid ligt bij het voeren van éénduidig, integraal beleid. Dit beleid stemmen we af tussen clusters onderling, afdelingen onderling en met onze partners om conflicterende uitgangspunten of afspraken te voorkomen.

30

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Ons beleid is leesbaar, herkenbaar en op centrale plaatsen terug te vinden. Wanneer we beleid veranderen communiceren we hier actief over naar onze inwoners en belanghebbenden. We zetten daarvoor afhankelijk van het doel diverse media in, zoals onze website, social media, huis-aan-huis bladen, pers, maar ook websites en/of fora van derden. Met een kennisbank maken we specifieke informatie beter toegankelijk voor collega’s en inwoners. We gaan actief en open het gesprek aan met inwoners over gewenste en ongewenste zaken. Zo kan de inwoner eenvoudiger informatie komen halen of brengen we deze proactief waar nodig.

3.3 Participatie als vast onderdeel van het beheerproces Ambitie 14: Onze communicatie over onze eigen initiatieven is actief en laagdrempelig en we stimuleren inwoners actief om mee te doen. De buitenruimte is van ons allemaal. Daarom is het belangrijk dat inwoners en belanghebbenden actief betrokken worden bij veranderingen in hun leefomgeving. Ook onze inwoners geven aan betrokken te willen worden bij veranderingen. Zij kennen hun leefomgeving het beste, zijn als gebruikers de beste ervaringsdeskundigen en hebben dagelijks te maken met hun buitenruimte. Ze geven ons waardevolle inzichten. Bij nieuw beleid of ingrijpen in de openbare ruimte betrekken we inwoners, ondernemers, belangengroepen maar ook hulpdiensten, afvalinzameling, openbaar vervoer, nutspartijen, woningstichtingen en instellingen, al naar gelang de vorm en grootte van de verandering en maken we gebruik van de participatieladder. In onze Visie op de Dienstverlening beschrijven we welke vormen en kaders hier aan hangen. Participatie betekent betrekken en samenwerken, en samenwerken kan op vele vormen. Dat is ook belangrijk om de wederzijdse verwachtingen duidelijk te maken. Bewoners die niet actief kunnen of hoeven meedenken informeren we of bieden we ruimte voor inspraak en reactie. Wij bieden de ruimte dit indien gewenst wel te doen.

Door middel van klankbordgroepen, projectgroepjes, buurtvertegenwoordigers, ontwerpsessies, koffiemomenten of ‘ouderwetse’ bewonersavonden zoeken we elkaar op. Waar het kan komen we naar de inwoners toe en maken we gebruik van gemeenschapshuizen, buurthuizen of nog beter, gewoon in de straat met een tent en/of koffiebar. Deze vormen van samenwerking zijn soms voor beide partijen even wennen, maar wederzijds begrip en vertrouwen levert verrassende resultaten op.

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

31

3.4 Initiatieven van inwoners en bedrijven Ambitie 15: Initiatieven worden met een positieve grondhouding ontvangen en gefaciliteerd wanneer dit past binnen de doelstellingen van deze Visie en/of andere geldende kaders. Niet altijd zijn wij initiatiefnemer; onze inwoners, verenigingen, bedrijven of interne klanten benaderen ons regelmatig met eigen ideeën, voorstellen of wensen. Of het nu gaat om het plaatsen van een object in de openbare ruimte, een evenement, het willen inrichten of beheren van een groenstrook of zelfs het ontwikkelen van een compleet park zoals Park Ruijbosch in Haaren, waar tientallen mensen betrokkenen zijn met het initiëren, ontwerpen, helpen aanleggen én financieren van het oude sportveld achter de voormalige basisschool De Klimop. We zijn niet altijd in staat om iedere vraag te kunnen faciliteren, maar wanneer er bij beide partijen de mogelijkheid bestaat hier in bij te dragen is vaak meer mogelijk. We steunen en stimuleren initiatieven wanneer het een toevoeging levert aan ambities uit deze Visie of andere ambities en past binnen geldend beleid. Samen gaan we op zoek naar mogelijkheden dit mogelijk te maken en hoe we als gemeente hen hierin kunnen faciliteren. Dat kan zijn door middel van kennis, zoeken naar een juiste locatie, ter beschikking stellen van hulpmiddelen, hand- en spandiensten of integratie in eigen projecten (werk-met-werk).

Door stimuleren en het verlenen van medewerking bij initiatieven creëren we begrip, draagvlak en gedeeld eigenaarschap.

32

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

Deel IV: Onze Financiële Opgave

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

33

Betaalbaarheid Al deze beheervraagstukken en ambities vragen grote investeringen, niet in de laatste plaats op het gebied van capaciteit en onze flexibiliteit mee te bewegen in al deze veranderingen. De mogelijkheid om onze ambities waar kunnen maken begint of stopt met een goed functionerende financiële basis. Zoals altijd geldt dat we onze uitdagingen aan kunnen gaan binnen de beschikbaar gestelde middelen. Hier ligt een belangrijke factor aangezien de beschikbaarheid van de benodigde middelen de komende jaren meer onder druk komt te staan. De Oisterwijkse buitenruimte heeft naar schatting een theoretische vervangingswaarde van een kleine miljard euro. De meeste nieuwe openbare ruimte ontstaat uit de ontwikkeling van woningbouw. De aan te leggen nieuwe openbare ruimte wordt veelal betaald uit de opbrengsten van deze ontwikkeling. Objecten (van lichtarmatuur tot riolering) in de openbare ruimte schrijven we gemiddeld af over een periode van 25 tot 50 jaar. Na die eerste levenscyclus zal opnieuw de vervanging gefinancierd moeten worden. Kosten waar vaak geen opbrengst meer tegenover staan. We dienen ons daarom zeer bewust te zijn dat toekomstige generaties ook steeds weer mee te maken zullen krijgen.

34

de Visie Openbare Ruimte Oisterwijk

De verantwoordelijkheid nu keuzes te maken waarmee we ook later de leefomgeving in hoogwaardige staat kunnen houden begint bij de keuzes die we nu maken. Aan de voorzijde betekent dit kritischer en doordachter naar ontwerpen en constructies kijken waarbij we ons meer bewust moeten zijn van onze ‘total cost of ownership’; bezuinigen op aanleg betekent meestal hogere beheer- en vervangingskosten. We streven naar eenheid en eenduidigheid, herkenbaarheid, functioneel en ‘less is more’. Minder verschillende en meer hoogwaardige materialen, duidelijke inrichtingen en bewuste keuzes moeten er voor zorgen dat in de komende jaren efficiënter beheerd kan gaan worden.

Beheerprincipe Voor veruit het grootste deel van de objecten in de openbare ruimte geldt dat zij een levenscyclus doorlopen volgens het onderstaande principe. De kosten voor dit onderhoud worden gedekt uit drie categorieën budgetten: 1. Dagelijks beheer en onderhoud. Hieronder valt bijvoorbeeld het vegen van straten en goten, kolken zuigen, onkruidvrij maken, knippen van hagen en maaien van gazons. Het is afgebakend en terugkerend werk. 2. Planmatig onderhoud. Hiermee bedoelen we het ‘klein onderhoud’ en het ‘groot onderhoud’ in bovenstaand schema. Hieronder kan vallen het kleinschalig repareren van bestrating, herstellen van markeringen of vullen van scheuren in asfalt, maar ook grootschaliger ingrijpen zoals het plaatselijk repareren van riolering door relining, het snoeien van bomen of het vervangen van asfaltdeklagen. 3. Vervangingen en reconstructies. Dit betreft het herinrichting of vernieuwen van beplanting, rioleringen of groen.

Het op een juiste en volledige manier van het uitvoeren van dagelijks onderhoud draagt in veel gevallen bij aan het beperken van het planmatig onderhoud. Goed en op tijd uitgevoerd planmatig onderhoud is daarnaast een essentiële factor in het op langere termijn beperken van investeringskosten. Een raamkozijn kan hiervoor als metafoor dienen; het schoonhouden en om de paar jaar schilderen van het kozijn en het op tijd repareren van beschadigingen voorkomt houtrot waarmee grotere reparaties of vroegtijdige vervanging noodzakelijk is. Zo ook voor de buitenruimte, waarbij het voorbeeld van het versoberen van groenstroken in de afgelopen decennia als gevolg van structurele bezuinigingen nu er voor zorgt dat we delen van ons areaal moeten gaan omvormen deze weer meer biodivers te krijgen. Het is verleidelijk om te bezuinigen op dagelijks- en planmatig onderhoud. Op de korte termijn zijn directe gevolgen niet altijd zichtbaar. Dat wil echter niet zeggen dat deze consequenties zich vaak tonen als regulier ingrijpen te laat is. Besparing op de openbare ruimte valt dan ook met name te winnen in een goed ingeregeld beheerproces, bewuste keuzes, oog voor vakmanschap en kwaliteit, en het kiezen voor slimme oplossingen.

Beheerprincipe Nieuwe aanleg

Vervanging

Groot onderhoud

Klein onderhoud

Klein onderhoud

Zeer Goed (A+)

Goed (A)

Beheerkwaliteit

Voldoende (B)

Onvoldoende (C) “Achterstallig”

Dagelijks onderhoud

Dagelijks onderhoud

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12495808/1