Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
Tekst van het document
28 Status: Vastgesteld
Als gevolg van vorenstaande moet het initiatief ook worden getoetst aan artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waaruit volgt of sprake is van een beperkte of uitgebreide verantwoordingsplicht. Bij omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs wegen die deel uitmaken van Basisnet Weg kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Voor de A58, met DVS code B006, is de afstand 16 vermeld. Hier ligt de projectlocatie buiten. Afgezet tegen het effect van het groepsrisico is van belang het aantal personen in een gebied of wijzigingen in de kwetsbaarheid van een object. Het pand Vinkenberg 13 wordt niet vergroot c.q. uitgebreid en heeft ook reeds nu de bestemming Wonen. Conform de Handleiding Risicoanalyse Transport bedraagt het kengetal voor het aantal personen voor een woonfunctie 2,4 personen. In de onderhavige situatie wordt het personenaantal naar aanleiding van de woningsplitsing met (afgerond) maximaal 3 personen verhoogd. Gezien de kleinschaligheid van het initiatief kan als vaststaand worden aangenomen dat de verandering van de dichtheid van personen zeker niet met meer dan 10% toeneemt. In november 2018 heeft de OMWB een “Rapportage vervoer van gevaarlijks stoffen” opgesteld.
Op grond van deze rapportage kan worden geconcludeerd dat op geen van de gemeentelijke transportroutes sprake is van een overschrijding van de normen voor het plaatsgebonden risico. Voor vrijwel alle wegen kan zonder nader onderzoek gesteld worden dat sprake is van een waarde van het groepsrisico, dat lager is dan 0,1 x OW. Dit betekent dat bij nieuwe kleinschalige ontwikkelingen nabij deze wegen geen inzicht behoeft te worden gegeven in het groepsrisico. Volstaan kan worden met een beschrijving van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. In dit geval zal het groepsrisico niet significant toenemen en kan gebruik worden gemaakt van de “Standaard verantwoording van het groepsrisico, gemeente Oisterwijk” en het standaardadvies van de veiligheidsregio. In dit kader zijn enkele facetten nog van belang. Zelfredzaamheid De gebruikers van het af te splitsen woongedeelte zijn goed mobiel en daarmee in staat zelfstandig het gebied te verlaten. De projectlocatie sluit direct aan op bestaande wegenstructuur en valt binnen de dekking van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) van Oisterwijk. Bestrijdbaarheid De ligging van het projectperceel, direct aan bestaande infrastructuur en onderdeel van de overgang van bestaand stedelijk gebied naar buitengebied, leidt tot de conclusie dat dit voor de opkomsttijd geen knelpunten zal opleveren.
Een goede bereikbaarheid is gegarandeerd. Primaire blusvoorzieningen zijn ter plaatse op orde. Van opslag van gevaarlijke stoffen in de directe omgeving van het projectperceel is evenmin aan de orde. Buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen, zoals gas/aardgas en brandbare vloeistoffen, over buisleidingen zijn veiligheid- en toetsingsafstanden vastgelegd in de diverse circulaires. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
29 Status: Vastgesteld
Figuur 12: Uitsnede uit de risicokaart Uit de risicokaart valt af te leiden dat de projectlocatie op circa 250m van de buisleiding (vloeistofleiding) ten zuiden van de projectlocatie. Voor dit soort situaties heeft de brandweer ‘Middenen Westbrabant’ een standaard advies geformuleerd voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het brandweeradvies is integraal opgenomen als bijlage. In dit advies zijn maatregelen benoemd met als doel de veiligheid ter plaatse te optimaliseren. Onder het onderdeel ‘Transportroutes’ is hierop al ingegaan. Waar (aanvullend) aan de orde zal bij het uitwerken van het bouwplan rekening worden gehouden met dit brandweeradvies en de genoemde maatregelen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.4
Besluit milieueffectrapportage
Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER) en de bijbehorende procedure (m.e.r.) is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: ▪ plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten; ▪ plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld.
In artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wet milieubeheer staat welke informatie over de voorgenomen activiteit in de mededeling van de initiatiefnemer moet zijn opgenomen. Bij het opstellen van deze informatie moet ook rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de Europese mer-richtlijn. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
30 Status: Vastgesteld
Van belang is de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Op grond van de rechtspraak is duidelijk dat van belang is dat de wijziging, gelet op de aard en omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. In dit geval verandert het gebruik van het perceel niet. De schaalgrootte van de beoogde wijziging is beperkt en het project ligt in een omgeving met een gemengd karakter. Eerder heeft de Afdeling bepaald dat: ingeval de wijziging van het materiële gebruik van het perceel niet zodanig is dat daardoor belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan en dat op grond van de beschikbare onderzoeken naar de ruimtelijke gevolgen van het plan kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit mer. Conclusie Het onderdeel m.e.r. is niet van toepassing. 4.5
Luchtkwaliteit
Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: ▪ een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; ▪ ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; ▪ een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; ▪ een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Het voorliggende planinitiatief maakt de realisatie van één (inpandige) wooneenheid mogelijk. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt; 2. op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3%-criterium.
Aangezien het voorgestane initiatief zich uitstrekt over (het toevoegen van) slechts één (inpandige) wooneenheid en dit aantal ver beneden de wettelijke drempel (van 1500 nieuwe woningen op één ontsluitingsweg) ligt wordt voldaan aan het 3%-criterium. Wat betreft de bestaande luchtkwaliteit kan het volgende worden opgemerkt. Uit de tool Monitoring NSL 2019 blijkt dat ter plaatse van de planlocatie ruimschoots onder de toegestane concentraties wordt gebleven: NO2 bedraagt maximaal 20,4 ug/m3 en PM10 bedraagt maximaal 17,1 ug/m3, terwijl de norm 35 ug/m3 is. Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,0 dagen en blijft daarmee onder de norm van 35 dagen.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
31 Status: Vastgesteld
Projectperceel
Figuur 13: Uitsnede uit de tool Monitoring NSL 2019 Op basis van onderstaande NIBM-rekentool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het initiatief kan worden aangemerkt als niet in betekenende mate, reden waarom geen nader onderzoek nodig is. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m3
0,01
PM10 in μg/m3
0,00
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
10
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Conclusie Aangezien het initiatief voldoet aan het 3%-criterium en bovendien daarmee de verkeersaantrekkende werking van dit plan ruim onder der 7500 verkeerbewegingen ligt kan gezien het voorgaande geconcludeerd worden dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c van de Wet milieubeheer kan het project zonder nader onderzoek doorgang vinden.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
32 Status: Vastgesteld
4.6
Bedrijven en milieuzonering
▪ Agrarische bedrijvigheid De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de milieuvergunning als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven en veehouderijen. Deze wet omvat normen voor geurbelasting, die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk heeft geen gemeentelijke Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld voor de maximale geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten. De gemeente gaat uit van de geurnormen zoals opgesteld in de Wgv. De projectlocatie ligt voor de Wet geurhinder en veehouderij binnen de bebouwde kom. De afstand bedraagt in dat geval minimaal 100 meter. In de directe nabijheid van de planlocatie is één veehouderij gelegen. Het betreft de locatie Vinkenberg 9. Op deze locatie worden slechts dieren gehouden waarvoor geen geuremissiefactoren zijn toegekend op grond van de Wet Geurhinder en veehouderijen. Agrarisch bedrijf Vinkenberg 9
Grens bouwvlak Vinkenberg 9
Locatie beoogde woningsplitsing
Figuur 14: Uitsnede uit bestemmingsplan Buitengebied
Locatie beoogde woningsplitsing
Grens bouwvlak Vinkenberg 9
Afstanden:
ca 70m
ca 135m
ca 150m
Figuur 15: Luchtfoto met afstandsmaten naar omliggende bedrijven Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
33 Status: Vastgesteld
Zoals aangegeven geldt een afstand van 100 meter. De afstand ten opzichte van (de grens van) het bouwvlak is minder. Ten opzichte van de dierenverblijven en het emissiepunt is dit weer anders en is de afstand groter. Indien ter plaatse van Vinkenberg 9 ten behoeve van het agrarisch bedrijf een uitbreiding aan de orde zou zijn, dan zijn de dichterbij gelegen burgerwoningen maatgevend voor de beoordeling omtrent de haalbaarheid. In die zin zijn belastende agrarische activiteiten dichter op de grens van het bouwvlak niet mogelijk. Op grond van vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de woningsplitsing geen (verder reikende) beperkingen teweeg brengt voor het agrarisch bedrijf en de afstand ten opzichte van het bedrijf aanvaardbaar is. ▪ Niet-agrarische bedrijvigheid Er dient een noodzakelijke ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de leefkwaliteit. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009).
In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, gevaar en verkeer) een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen en een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals rustig buitengebied), waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. De lijst is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
Richtafstanden conform Bedrijven en milieuzonering, VNG Voor de uiteindelijke beoordeling van de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is van belang dat er geen sprake is van bedrijven, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkel- / bouwlocatie. In de omgeving van de projectlocatie komen op diverse locaties bedrijven voor. De ligging van bedrijven is in algemene zin geen probleem, zolang deze wat betreft hun aard, schaal en uitstraling passen binnen de woonomgeving. In de praktijk betekent dit dat bedrijven in de categorieën 1 en 2, gezien de beperkte hinder die dergelijke bedrijven veroorzaken, zonder meer toelaatbaar zijn. Voor de uiteindelijke beoordeling van de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is in de gegeven situatie een inventarisatie van bedrijven gemaakt, die van invloed kunnen zijn op de bouwlocatie. De directe omgeving van het plangebied kan door de afwisseling van woningen, agrarische bedrijven en een andersoortig bedrijf worden aangemerkt als een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
34 Status: Vastgesteld
Voor de uiteindelijke beoordeling van de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat is in de gegeven situatie een inventarisatie van bedrijven gemaakt, die van invloed kunnen zijn op de bouwlocatie. Geen van de aanwezige bedrijven heeft onaanvaardbaar negatieve invloed op de beoogde ontwikkeling en evenmin heeft de beoogde functiewijziging een belemmerende werking naar diezelfde bedrijven. Onderstaand zijn de verschillende afstanden geduid van de projectlocatie ten opzichte van de bedrijvigheid in de directe omgeving.
Agrarisch bedrijf Vinkenberg 9 (zie 4.5 Agrarische bedrijvigheid) Vinkenberg 6
55m Projectlocatie
180m
Vinkenberg 19A
Figuur 16: Uitsnede uit bestemmingsplan Buitengebied met afstandsmaten naar omliggende bedrijven Adres
Type bedrijf
Vinkenberg 6 Vinkenberg 19A
Pierenkwekerij Bouwbedrijf / goederenwegvervoerbedrijf
Categorie bedrijvigheid 3.2 3.2
Gewenste afstand 100 100
Werkelijke afstand 55 180
Zoals aangegeven kan de omgeving van het plangebied vanwege de menging en diversiteit van functies worden aangemerkt als gemengd gebied. Als gevolg daarvan mogen de richtafstanden met één stap worden verlaagd. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
35 Status: Vastgesteld
Het bouwbedrijf ligt sowieso al op een grotere afstand dan de gewenste. De pierenkwekerij kan met één stap worden verlaagd en komt daarmee op een gewenste afstand van 50m. Hier wordt aan voldaan. Overigens geldt ook hiervoor dat ingeval van mogelijke uitbreidingswensen de dichterbij gelegen burgerwoningen maatgevend zijn voor de beoordeling omtrent de haalbaarheid. In die zin zijn belastende agrarische activiteiten dichter op de grens van het bouwvlak niet mogelijk. Opgemerkt wordt dat enkele jaren geleden belendend aan dit perceel de bestemming is gewijzigd in Wonen. De afstand van deze locatie ten opzichte van de grens van de inrichting bedroeg en bedraagt 0m en die tot de bedrijfsbebouwing <30m. In die zin is eerder al beoordeeld dat van enige belemmering over en weer geen sprake is. Conclusie Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat met de woningsplitsing geen belangen van bedrijven worden geschaad. Daarmee kan voor deze planwijziging een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. 4.7
Kabels en leidingen
In de directe omgeving van de projectpercelen zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Vóór aanvang van de graafwerkzaamheden wordt de exacte ligging van kabels en leidingen door middel van een KLIC-melding opgevraagd bij de betrokken leidingbeheerders. Conclusie Gezien bovenstaande is dit onderdeel geen beletsel voor de beoogde splitsing. 4.8
Water
Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Het besluit verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in de toelichting van alle ruimtelijke plannen. ▪ Waterschap De Dommel Verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en kwantiteit) binnen het plangebied is waterschap De Dommel. Op 26 maart 2021 heeft het Dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel regels vastgesteld omtrent het afvoeren van hemelwater. Met de bijbehorende algemene regels en beleidsregels en het waterbeheerplan 2010-2015 ‘Krachtig water’, zijn de randvoorwaarden van waterschap de Dommel voor ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen. ▪ Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is overgenomen in de Keur. In de Algemene regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar het voor staat en welke maatregel er nodig is om hieraan te voldoen. Voor het hemelwater geldt dat al het hemelwater van alle verharding op eigen terrein moet worden opgevangen, gebufferd, hergebruikt en/of geïnfiltreerd.
Aangezien met de boerderijsplitsing het bebouwd oppervlak ongewijzigd blijft en derhalve niet toeneemt en van een verruiming van een bouwvlak evenmin sprake is, kan worden geconcludeerd dat er geen verandering plaatsvindt ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
36 Status: Vastgesteld
De omvang (van het verharde oppervlak) van dit plan blijft onveranderd waardoor het effect op het watersysteem nihil is. De inspanning die dan door partijen moet worden geleverd staat niet meer in verhouding tot de “hydrologische winst”, die eventueel bereikt kan worden bij het toepassen van hydrologisch neutraal bouwen. Daarom geldt er voor kleine op zichzelf staande ruimtelijke plannen (postzegelplannen) waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak tot maximaal 250m² vanuit waterschap de Dommel geen bergingseis. ▪ Gemeente Oisterwijk De gemeente Oisterwijk heeft op 21 april 2022 de ‘Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022’ vastgesteld. De gemeente hanteert daarbij het uitgangspunt dat het gehele verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. Hemelwater van daken en verhardingen mag dus niet via het gemengde rioolstelsel worden afgevoerd. De initiatiefnemers van ruimtelijke plannen zijn verplicht om de mogelijkheden te verkennen voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Indien het mogelijk is om het afvloeiende hemelwater op het eigen terrein te verwerken, dan dient dit ook te gebeuren. Als dit niet mogelijk is dan kan de zorgplicht worden overgedragen aan de gemeente. Bij de behandeling dient de volgende voorkeursvolgorde (waterkwantiteit) zoveel mogelijk te worden gevolgd: hergebruik, vasthouden, bergen, infiltreren, afvoeren.
▪ Waterhuishouding huidige en toekomstige situatie door woningsplitsing. Van belang is dat twee onderdelen inzichtelijk worden gemaakt: a. op welke wijze wordt het vuil en schoon water in de huidige situatie afgevoerd en hoe wordt dit geregeld met de gewenste woningsplitsing; b. wat is de oppervlakte van het verhard terrein vóór en na de woningsplitsing. Primair is van belang te toetsen aan de geldende Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022 van de gemeente Oisterwijk. Nog onduidelijk is in hoeverre sprake is van een omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteit. In elk geval is geen sprake van het aanbrengen van waterafvoerende verharding. Indien de splitsing vergunningplichtig blijkt, dan geldt de verplichting dat al het hemelwater dat op het projectperceel valt op eigen terrein dient te worden verwerkt. Zie hieronder onder ad b. Indien wordt uitgegaan van de aanwezigheid van de drukriolering, dan geldt hoofdstuk 5 van voormelde Verordening. Hierin is bepaald dat het niet is toegestaan hemelwater te lozen op het gemeentelijk vuilwater riool. Dit is niet het geval. De eigenaar heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken of te lozen in een sloot of waterberging. Voor lozing op een sloot kan een goedkeuring, melding of vergunning van het waterschap noodzakelijk zijn. Ad a Het vuil water van de bestaande woning is aangesloten op het drukriool.
Het vuil water van de nieuwe woning zal eveneens worden aangesloten op het drukriool. Het beleid van de gemeente Oisterwijk voorziet er in dat afvalwater per woning dient te worden afgevoerd. In de huidige situatie is sprake van één aansluiting. Met de beoogde splitsing wordt ten behoeve van de nieuwe wooneenheid een afzonderlijke aansluiting gerealiseerd. De vereiste vergunning zal worden aangevraagd. Het hemelwater van de huidige woning en de nieuwe woning (nieuwe woning wordt geheel inpandig in het huidige pand gerealiseerd!) loopt uit in een verzamelput op het erf, waar het infiltreert. Er is bij overvloedige regenval een overloop naar de sloot, vanwaar het in het oppervlaktewater komt. De huidige situatie blijft dus ongewijzigd. Er verandert dus niets door de woningsplitsing. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
37 Status: Vastgesteld
Ad b De beoogde woningsplitsing voorziet niet in een uitbreiding van het dakoppervlak. Dit deel van het bestaande dakoppervlak bedraagt 140m². Ook het aanwezige bijgebouw blijft ongewijzigd. Hiervan bedraagt het bestaande dakoppervlak (ten dienste van het nieuwe woondeel) maximaal 75m². Het terrein rond de woning en het bijgebouw is verhard. Ook deze situatie blijft ongewijzigd. Het oppervlak van het verharde terrein, dat toegerekend kan worden aan het nieuwe woondeel bedraagt circa 200m². Ingeval sprake is van een vergunningplichtige activiteit geldt ten aanzien van het hemelwaterafvoer dat op eigen terrein in een bergingscapaciteit moet worden voorzien van 0,06 (60 mm per m²) x oppervlak (400m²) x de gevoeligheidsfactor volgens de keur van het waterschap (0,5). Concreet komt dit neer op een opvangcapaciteit van 2,4m³. Zoals aangegeven loopt het hemelwater uit in een verzamelput op het erf met een inhoud van >2,4m³ waar het infiltreert. Er is bij overvloedige regenval tevens een overloop naar de sloot, vanwaar het in het oppervlaktewater komt. De situatie van de aanwezige verzamelput is onderstaand weergegeven.
Figuur 17: Situering aanwezige verzamelput Op grond van voornoemde verordening dient de benodigde voorziening uiterlijk gelijk aan het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verharding gerealiseerd te zijn. Ondanks dat de bestaande situatie qua dakoppervlak en buitenverharding niet wijzigt ten opzichte van de huidige situatie en de huidige voorziening toereikend voor een afdoende opvang en berging van het hemelwater op eigen terrein, zal ten behoeve van de vereiste voorziening een voorwaardelijke verplichting in de regels worden opgenomen. Indien de huidige situatie wordt aangemerkt vanuit de aanwezigheid van drukriolering, dan geldt eveneens dat het niet is toegestaan hemelwater te lozen op het gemeentelijk vuilwater riool. Dit is niet aan de orde. Tevens is van toepassing dat de eigenaar van een perceel de verplichting heeft het hemelwater op eigen terrein te verwerken of te lozen in een sloot of waterberging. Hiervoor is al aangegeven dat de bestaande voorziening hiervoor toereikend is. Conclusie Het gestelde onder a en b leidt dan ook tot de conclusie dat het functioneren van het huidige watersysteem door de planuitvoering niet zal verslechteren. Daarmee is voldoende aannemelijk dat wordt voldaan aan (de uitgangspunten van) het gemeentelijk rioleringsplan (V-GRP 2009-2015), alsmede aan het bepaalde in de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022.
Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect water geen belemmering oplevert voor de woningsplitsing.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
38 Status: Vastgesteld
4.9
Verkeer
4.9.1 Verkeer De huidige bebouwing, de langgevelboerderij, op het perceel van Vinkenberg 13 heeft reeds 2 ontsluitingsroutes. Voor wat betreft de ontsluitingssituatie vanaf de planlocatie wijzigt er dus niets ten opzichte van de huidige situatie. Het initiatief voorziet in het toevoegen van één (inpandige) wooneenheid. De realisatie van een wooneenheid geeft maximaal 10 motorvoertuigen per etmaal. Dit zal de intensiteit op de Vinkenberg nauwelijks tot niet beïnvloeden, omdat het slechts een uiterst beperkt percentage betreft van de huidige intensiteit op de Vinkenberg. Het is dan ook niet aannemelijk dat de boerderijsplitsing en de ontsluiting van de woning op de Vinkenberg zal leiden tot een onevenredige belasting ervan. 4.9.2
Parkeren 4.9.2.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van de projectlocatie is. Om te bepalen wat de effecten van het initiatief op de verkeersaantrekkende werking van de projectlocatie zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om zelf parkeernormen vaststellen. De gemeente Oisterwijk heeft dat gedaan in de ‘Nota Parkeernormen 2016’. In de CROWparkeerkencijfers wordt uitgegaan van een minimale en een maximale waarde voor de parkeerbehoefte. De minimale kencijfers geven een indicatie van de parkeerbehoefte die een toegevoegde functie minimaal genereert. Bij het hanteren van hogere kencijfers dan de minimale kan rekening gehouden worden met niet-noodzakelijk autogebruik. Door het geven van maximale kencijfers wordt een bandbreedte gecreëerd aan de hand waarvan een meer sturend beleid kan worden gevoerd. De gemeente Oisterwijk heeft ervoor gekozen om uit te gaan van parkeernormen die de gemiddelden vormen van de minimale en de maximale waarden uit de CROW-parkeerkencijfers. Daarmee liggen de gemeentelijke parkeernormen precies in het midden van de bandbreedte.
Gelet op artikel 3 van het ‘Parapluplan Parkeren Oisterwijk’, vastgesteld door de raad van de gemeente Oisterwijk op 4 oktober 2018, dienen de gemeentelijke parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen 2016’ aangehouden. 4.9.2.2
Beoordeling parkeren
De projectlocatie wordt in de ‘Nota Parkeernormen 2016’ van de gemeente Oisterwijk aangemerkt als ‘buitengebied’. De op te richten woningen zijn aan te merken als behorend tot de klasse ‘koop, halfvrijstaand’. Hiervoor geldt een gemeentelijke parkeernorm van 2,2 pp/woning. Dat houdt in dat voor de projectlocatie en de daarin te realiseren woning een totale parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen van toepassing is. Het in de ‘Nota Parkeernormen 2016’ vastgelegde uitgangspunt is dat in beginsel op eigen terrein dient te worden voorzien in het aantal benodigde parkeerplaatsen. Bij grootschalige projecten kan dit eventueel binnen het plangebied zijn. Aangezien er sprake is van een relatief klein project is realisatie op eigen terrein echter het beleidsmatige uitgangspunt. Gelet op de afmetingen van het woonperceel is er op eigen terrein voldoende ruimte om te voorzien in genoeg parkeerplaatsen. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
39 Status: Vastgesteld
Deze worden feitelijk ook op eigen terrein gerealiseerd. Momenteel bieden beide percelen ruimte voor het parkeren van minimaal 3 voertuigen; dit zal onveranderd aanwezig blijven.
Nieuw toe te voegen parkeerplaatsen
Figuur 18: Overzicht nieuw aan te leggen parkeerplaatsen Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering de uitvoering van het plan. 4.10
Flora en Fauna
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, meer specifiek de Wet natuurbescherming. Deze wet geldt sinds 1 januari 2017 en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het wettelijk kader is gericht op het behoud van de biologische diversiteit en een duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan, de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, het behoud van het vogelstand en de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming heeft de provincie Noord-Brabant de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant vastgesteld. In deze Verordening staan alle regels voor natuurbescherming in Brabant, zowel voor Natura 2000-gebieden als in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. Voor activiteiten die een schadelijk effect hebben op beschermde soorten dient een ontheffing of een vergunning te worden verkregen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het projectperceel. Dit betekent concreet dat geïnventariseerd dient te worden of er beschermde planten en dieren voorkomen, of er een ontheffing noodzakelijk is en zo ja, of het aannemelijk is dat die ontheffing ook kan worden verkregen.
Is dit laatste niet het geval dan zou een ruimtelijke ontwikkeling niet plaats kunnen vinden. De geplande wijziging heeft geen nadelige effecten op de beschermde natuurgebieden of de EHS. Een vergunning of ontheffing op grond van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant is niet aan de orde. Omdat de herontwikkeling geen extra bebouwing oplevert, is er geen sprake van een nadelig effect op de diersoorten die leven in de omgeving van de planlocatie. Het dak blijft volledig intact en de gevels grotendeels. Slechts op twee punten worden een deur en stalraampje vervangen door een raampartij. De locatie laat zich omschrijven bijna volledig verharde en bebouwde omgeving binnen (een uitloper van) de bebouwde kern en gelegen binnen de bebouwingsconcentratie langs de Vinkenberg. Gezien de aanwezige structuren en biotopen zijn beschermde soorten op de projectlocatie niet aangetroffen en worden deze evenmin verwacht. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
40 Status: Vastgesteld
Daar waar het gaat om beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen en kevers, is van belang dat de locatie geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties bevat. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de projectlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten voorkomen. Potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de projectlocatie zelf. Beschermde amfibieën- of vissoorten zullen hierdoor geen gebruik maken van het projectgebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Vanwege de aanwezige verharding en het ontbreken van groenstructuren op het projectperceel is geen sprake van vogelnesten.
Hoewel alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming behoeft hiermee geen rekening te worden gehouden, omdat er geen sprake gaat zijn van sloopwerkzaamheden. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de projectlocatie. Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Verder zijn er geen groenstructuren van enige ecologische betekenis aanwezig op het perceel en zijn ook geen beschermde of bedreigde plantensoorten te verwachten. Stikstofonderzoek In verband met de bouw van de woning is met toepassing van de AERIUS Calculator 2020 de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg- en gebruiksfase berekend. Doel van deze berekening is om te beoordelen of het gebruik van de geplande woning leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De resultaten van deze berekening zijn opgenomen in de separate bijlage.
Uit de met toepassing van AERIUS Calculator gemaakte berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het gebruik van de beoogde inpandige woning op Vinkenberg 13 te Moergestel niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Conclusie Op grond van vorenstaande kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een belemmering voor de inpandige splitsing, waarmee binnen de bestaande bebouwing een nieuwe wooneenheid wordt toegevoegd.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
41 Status: Vastgesteld
4.11
Archeologie en cultuurhistorie
▪ Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg, gericht op een betere bescherming van het archeologisch erfgoed, bepaalt dat elke gemeente over een eigen archeologiebeleid dient te beschikken. De algemene uitgangspunten van deze wet laten zich als volgt vertalen: • gestreefd dient te worden naar behoud in situ van de archeologische waarden; • de verstoorder betaalt; • zorg dragen voor verankering van archeologie in ruimtelijke plannen. De gemeente Oisterwijk heeft hierop in 2018 het archeologiebeleid voor de gemeente Oisterwijk vastgesteld. Daartoe is een archeologische verwachtingskaart opgesteld, die inzicht geeft in het archeologisch erfgoed van de gemeente. Daaruit kan worden afgeleid dat het projectperceel is gelegen in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Zie onderstaande figuur.
Figuur 19: Uitsnede uit de archeologische waarden- en verwachtingskaart De verwachtingskaart is vervolgens vertaald in een beleidskaart, waaraan matrixnormen zijn gekoppeld. Op de beleidskaart is opgenomen hoe wordt omgegaan met archeologie in de bepaalde verwachtingsvolle gebieden. De kaart is afgebeeld in onderstaande figuur.
Figuur 20: Uitsnede uit de archeologische waarden- en verwachtingskaart
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
42 Status: Vastgesteld
Uit de beleidskaart kan worden afgeleid dat het projectperceel is gelegen in een gebied met de Waarde – archeologie 5. Conclusie Op basis van het door de gemeenteraad van Oisterwijk vastgestelde archeologiebeleid kan worden geconcludeerd dat het projectperceel is gelegen in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Op grond van de beleidskaart geldt daar de Waarde – archeologie 5. Op grond van de matrix betekent dit, dat bij het bouwen dieper dan 50cm en groter dan 2500m2 een nader archeologisch onderzoek moet worden verricht. Aangezien de nieuwe wooneenheid volledig inpandig gerealiseerd wordt, heeft de beoogde herontwikkeling dus geen invloed op de omvang van de huidige bebouwing. Er zal dus ook geen sprake zijn van een verstoring van de bodem; hiermee is een verkennend archeologisch onderzoek dan ook niet nodig. ▪ Cultuurhistorie De boerderij aan de Vinkenberg 13 te Moergestel is gelegen aan een historisch bebouwingslint. De Vinkenberg, overgaand in enerzijds de Heuvelstraat en anderzijds de Broekzijde. De Heuvelstraat vormt van oudsher de verbinding van Moergestel naar Biest-Houtakker/Hilvarenbeek. De Broekzijde is de verbinding van oudsher naar de Haghorst/Diessen. Het lint ligt op de beekdalflank van de Reusel.
Figuur 21: Historische kaart 1901
Op de historische kaart van 1901, zie hiernaast, is goed te zien dat er indertijd aan de Vinkenberg al, aan beide zijden van de weg, bebouwing aanwezig is in de vorm van boerderijen. De indertijd aanwezige bebouwingsstructuur in de vorm van een lint wijkt nauwelijks af van de huidige bebouwingsstructuur De oudste bebouwing ligt daarbij aan de westzijde. De gronden waren hier voldoende droog om boerderijen op te richten.
In een latere fase is de ontwatering van de gronden in het beekdal verbeterd en zijn er aan de oostzijde (zijde van de beek) meerdere boerderijen opgericht. Deze boerderijen stammen uit de periode 1920 -1935. Thans kenmerkt de Vinkenberg zich dan ook als een historisch bebouwingslint met aan weerszijde van de weg historische langgevelboerderijen uit verschillende tijdsperioden. De Vinkenberg is daarmee een vrij gaaf voorbeeld van een historisch lint waaraan de ontginningsgeschiedenis goed is af te lezen. Een tweetal boerderijen aan de westzijde zijn aangewezen als gemeentelijke monument. Dit geldt voor de boerderijen Vinkenberg 8 en 14. De boerderijen Vinkenberg 4 en 16 en nu ook Vinkenberg 13 zijn specifiek aangeduid als cultuurhistorisch waardevol (Bron: Bestemmingsplan buitengebied). De boerderij Vinkenberg 13, vergelijkbaar met Vinkenberg 4, 8,14 en 16 maakt onderdeel uit van een historische ensemble met beeldbepalende betekenis voor de omgeving. Toetsing woningsplitsing Voor de beoordeling door de monumentencommissie is in februari 2016 een cultuurhistorisch rapport opgesteld met een beschrijving van de cultuurhistorisch waardevolle kenmerken van het pand. Zoals onder 2.2 ‘het planinitiatief’ beschreven is bij de uitwerking van de splitsing nadrukkelijk rekening is gehouden met die kenmerken. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
43 Status: Vastgesteld
In algemene zin kan gesteld worden dat de boerderij aan de Vinkenberg 13 te Moergestel is gelegen aan een historisch bebouwingslint. De Vinkenberg gaat over in enerzijds de Heuvelstraat en anderzijds de Broekzijde. De Heuvelstraat vormt van oudsher de verbinding van Moergestel naar Biest-Houtakker/Hilvarenbeek. De Broekzijde is de verbinding van oudsher naar de Haghorst/Diessen. Het lint ligt op de beekdalflank van de Reusel. Op de bovenstaande historische kaart van 1901 is goed te zien dat er indertijd aan beide zijden van de Vinkenberg al bebouwing aanwezig was in de vorm van boerderijen. De indertijd aanwezige bebouwingsstructuur in de vorm van een lint wijkt nauwelijks af van de huidige bebouwingsstructuur. De boerderij Vinkenberg 13 is architectonisch-cultuurhistorisch van belang als voorbeeld van een langgevelboerderij uit circa 1930. De hoofdopzet, de gebruikte materialen en detailleringen geven het gebouw een uitstraling die karakteristiek is voor die bouwperiode. De hoofdvorm van de boerderij is goed bewaard gebleven. De boerderij bestaat uit een enkele bouwlaag met hierop een zadeldak. De kap bestaat uit mulde zwarte pannen en is geheel authentiek in zijn vorm en kent dus geen storende dakopeningen zoals dakkapellen en dergelijke. Het geheel oogt daarmee nog gaaf en oorspronkelijk. Er zijn 2 schoorstenen die nog beide op de oorspronkelijke plaats aanwezig zijn.
Een schoorsteen bevindt zich boven de brandgevel en was oorspronkelijk voor het fornuis in de schouw in de 'herd'. De andere schoorsteen bevindt zich tegen de topgevel en was voor de kachel in de 'goei' kamer. Deze karakteristieken blijven met de splitsing intact. In het cultuurhistorisch rapport zijn de waardevolle kenmerken van de gevels beschreven. Met de woningsplitsing wordt voor het overgrote deel geen van deze kenmerken aangetast. Deze blijven nagenoeg allen intact. Zoals onder 3.2.3 aangegeven is het duidelijke onderscheid tussen het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte niet meer aanwezig is als gevolg waarvan de essentiële waarden van de langgevelboerderij zijn aangetast. Zo is de voorgevel niet meer authentiek en is de boerderij uitgebouwd middels een aanbouw. Met het initiatief is het de opzet om het pand aan te merken als beeldbepalend. Nu daarmee gebruik wordt gemaakt van de bepaling 3.69, lid b, dient rekening te worden gehouden met kosten voor kwaliteitsverbetering tot een bedrag van € 62.500. Op grond van het bepaalde in artikel 7 onder j van de Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit 2023 is het mogelijk kostenposten te verrekenen met de gevraagde investering van € 62.500, indien dit bijdraagt aan de omgevingskwaliteit in de vorm van het terugbrengen van cultuurhistorische elementen.
Het is aan de gemeente Oisterwijk om uiteindelijk te bepalen of deze aanpassingen voldoende leidt tot een verbetering van de herkenbaarheid van het beeldbepalende pand op deze locatie (en daarmee een toevoeging van omgevingskwaliteit behelst) om de kosten hiervoor in te zetten als fysieke kwaliteitsverbetering. Daartoe heeft de initiatiefnemer een plan ontwikkeld dat niet enkel voorziet in de gewenste woningsplitsing, maar gelijktijdig in een aantal fysieke maatregelen gericht op het herstel van cultuurhistorische waarden. Meer specifiek gaat het om vervanging van kozijnen, luiken en de voordeur met bovenlicht, het vernieuwen van het versleten voegwerk en werkzaamheden aan de versleten dakgoot. Het plan is voor advies voorgelegd aan de Gemeentelijke adviescommissie Erfgoed en Omgevingskwaliteit van de gemeente Oisterwijk. In de vergadering van 4 juni j.l. heeft de commissie aangegeven dat het naast de roedeverdeling voor de cultuurhistorische waardeverbetering noodzakelijk is dat de profilering van de kozijnen en ramen gelijkend zijn aan de historische schuiframen. Dit betekent het toepassen van kenmerkende zaken als een weldorpel, een Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
44 Status: Vastgesteld
wisseldorpel, stopverf(imitatie) ter plaatse van glasmontage en dunne roeden. Aanvullend heeft de initiatiefnemer een detaillering van de raamkozijnen verstrekt ten aanzien waarvan de commissie heeft geoordeeld dat die bijdragen aan een cultuurhistorische verbetering van de boerderij van veraf en van dichtbij. De commissie heeft aandacht gevraagd voor de uitstraling ter plaatse van de kozijnverbindingen. Bij moderne fabricage tekenen deze zich af door de standaard profilering van rond 3mm op de hoeken; historische kozijnen hebben dit niet en dat heeft de voorkeur. De commissie is van mening dat de langgevelboerderij als beeldbepalend kan worden aangemerkt. De kosten van de ingrepen, die door de commissie zijn aangemerkt als een verbetering van de waarden van het pand, overstijgen de vereiste prestatie van € 62.500. De initiatiefnemer kiest dan ook voor deze optie. Het behoud van de beeldbepalende boerderij zal in het bestemmingsplan worden geborgd met een aanduiding en een voorwaardelijke bepaling ten aanzien van de te behouden karakteristieken. In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de door te voeren herstel- c.q. onderhoudsingrepen. Deze hebben de instemming van de gemeente Oisterwijk. Daarmee wordt met het initiatief voldaan aan de eisen zoals vastgelegd in 3.69, sub b, van de IOV en de Beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit 2023.
Conclusie Het ingediende plan heeft de instemming van de Gemeentelijke adviescommissie Erfgoed en Omgevingskwaliteit van de gemeente Oisterwijk. Het pand krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beeldbepalend’ en de instandhouding van de langgevelboerderij en de te behouden karakteristieken worden geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. ▪ Dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie In het bestemmingsplan Buitengebied geldt voor het gebied, waarvan de projectlocatie deel uitmaakt, een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. De doelstelling van deze dubbelbestemming is mede bestemd voor de bescherming van de molen als werktuig en als beeldbepalend cultuurhistorisch waardevol element. Dit geldt dan voor zowel de Oisterwijkse als de Moergestelse molen. De afstand van de projectlocatie tot beide molens is zodanig dat van enige invloed op de windvang dan wel het zicht geen sprake is. Bovendien vindt de ontwikkeling volledig inpandig binnen bestaande bebouwing plaats en voorziet deze derhalve niet in een uitbreiding van de hoogte. Conclusie De belangen ter bescherming van de bestaande molens in de gemeente, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan met de dubbelbestemming Waarde – cultuurhistorie, worden niet geschaad. 4.12
Gezondheid
Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van varkens- en pluimveehouderijen van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens- en pluimveehouderijen (endotoxinen) en geitenhouderijen. Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
45 Status: Vastgesteld
endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. In de nabijheid van het plangebied zijn geen varkens- en/of pluimveehouderijen aanwezig. Daarnaast is het plangebied buiten de richtafstanden gelegen die aangehouden moet worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Mogelijk is er een verband tussen het langdurig verblijven in de nabijheid van een geitenhouderij en het krijgen van longontsteking. In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartspraktijken in het VGO-onderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek (VGO-2) zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking.
Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning). Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Binnen de nabijheid van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Een verdere toetsing aan de “Handreiking veehouderij en volksgezondheid” is voor geitenhouderijen niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect "gezondheid" is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
46 Status: Vastgesteld
5
JURIDISCHE BESCHRIJVING
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de splitsing van een bestaande langgevelboerderij ten behoeve van één extra wooneenheid ter plaatse van het perceel Vinkenberg 13 te Moergestel. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan (regels en verbeelding) hebben gekregen. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de tekst van de regels en in beeld op een verbeelding. Verbeelding en regels zijn één geheel en niet afzonderlijk leesbaar. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten en de standaard van de gemeente Heusden. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels. 5.1
Systematiek en techniek
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Deze standaard - welke slechts een systematische standaardisering betreft en geen inhoudelijke standaard is - is verplicht in het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet het SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan door onder andere: -
standaardbenamingen van een bestemming en de daarin voorkomende bepalingen (bouwregels, aanlegvergunningen, e.d.); de alfabetische volgorde van de begripsbepalingen en bestemmingen; een vaste volgorde van een indeling van een bestemming; een aantal standaardbegripsbepalingen; een standaardwijze van meten; vaste kleuren en kleurcodes van een bestemming op de verbeelding; standaardbenamingen van aanduidingen op de digitale verbeelding van het bestemmingsplan en in de regels.
In het kader van de nieuwe wet- en regelgeving is het plan technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet het aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Het plan kan in het informatiesysteem van de gemeente en diverse andere overheden worden ingevoerd en worden ontsloten via internet. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan. Het vaststellen van een digitale versie is vanaf de invoering van de nieuwe Wro overigens verplicht. 5.2
Toelichting op de bestemmingen
Onderstaand wordt een uitleg gegeven van de bestemming Wonen. Wonen De tot wonen bestemde gronden is bedoeld voor een twee-onder-een-kap-woning met bijbehorende bijgebouwen. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de hoofdgebouwen moeten worden gerealiseerd. Tevens is de maatvoering opgenomen en een aanduiding, gericht op het beeldbepalende karakter van de langgevelboerderij en het behoud van de karakteristieken van diezelfde waarden. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
47 Status: Vastgesteld
6
UITVOERBAARHEID 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog Vóóraf zijn de eigenaren / bewoners van de panden die in de directe omgeving van Vinkenberg 13 zijn gelegen, meer specifiek de nummers 6, 8, 10, 12 en 15, persoonlijk benaderd door de eigenaar van Vinkenberg 13 met de mogelijkheid om informatie te krijgen en eventuele wensen kenbaar te maken met als onderliggend doel om te bezien of en in hoeverre rekening daarmee kan worden gehouden bij de totstandkoming van het plan. Besproken is dat er sprake is van een interne woningsplitsing waarbij is aangegeven dat de meest belangrijke uitwendige wijziging zit in het vervangen van de staldeuren in de zijgevel door glas. Geen van de omwonenden heeft bezwaren tegen de voorgenomen woningsplitsing en de geduide aanpassing van de zijgevel. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 1 september 2023 conform de wettelijke bepalingen gedurende een termijn van zes weken ter visie gelegen. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend. De ontvangen zienswijze is beoordeeld en heeft aanleiding gevormd tot aanpassing van het plan in die zin dat de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol’ is vervangen door ‘specifieke vorm van wonen – beeldbepalend’. De nota zienswijzen is als bijlage 6 bijgevoegd bij deze plantoelichting. 6.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12, lid 1, van de Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is (artikel 6.12, lid 2a van de Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. Op basis van artikel 6.12, lid 2a, van de Wro is het vaststellen van een exploitatieplan niet verplicht, omdat de gemeente en de eigenaar / initiatiefnemer afspraken hierover hebben gemaakt. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
48 Status: Vastgesteld