Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
Tekst van het document
TOELICHTING
Bestemmingsplan ‘Vinkenberg 13 te Moergestel’
Steller: Plan: Status: Datum:
H. de Jongh Advies Waalwijk ‘Vinkenberg 13 te Moergestel’ Vaststelling juni 2024
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
1 Status: Vastgesteld
Inhoud PLANTOELICHTING 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
4 4 4 5 6
2. 2.1 2.2
BESCHRIJVING PLANGEBIED Ruimtelijke en functionele structuur Planinitiatief
7 7 7
3. 3.1
BELEIDSKADER Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving 3.2.2 Structuurvisie Noord-Brabant 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Oisterwijk 3.3.2 Bestemmingsplan 3.3.3 Visie Buitengebied gemeente Oisterwijk
12 12 12 12 13 14
4.10 4.11 4.12
OMGEVINGSASPECTEN Bodem Geluid Externe veiligheid Besluit milieueffectrapportage Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Kabels en leidingen Water Verkeer 4.9.1 Verkeer 4.9.2 Parkeren Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Gezondheid
25 25 25 27 30 31 33 36 36 39 39 39 40 42 46
5. 5.1 5.2
JURIDISCHE BESCHRIJVING Systematiek en techniek Toelichting op de bestemmingen
47 47 47
3.2
3.3
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
14 14 16 20 20 21 24
2 Status: Vastgesteld
6. 6.1 6.2
UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
48 48 48
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Stikstofonderzoek (AERIUS-berekening) Cultuurhistorisch rapport Overzicht herstel- c.q. onderhoudsingrepen Nota zienswijzen
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
3 Status: Vastgesteld
1.
INLEIDING 1.1
Aanleiding
Door de eigenaar van het perceel Vinkenberg 13 te Moergestel (hierna te noemen: de initiatiefnemer) is een plan ontwikkeld, dat voorziet in het splitsen van de woning aan de Vinkenberg 13 te Moergestel in twee woningen, meer specifiek op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Oisterwijk, sectie L, nummer 584. Namens de initiatiefnemer is aan het gemeentebestuur van Oisterwijk gevraagd medewerking te verlenen aan dit plan. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, correctieve herziening van de gemeente Oisterwijk. Het bestemmingsplan bevat weliswaar een wijzigingsbevoegdheid, maar hiervan kan in deze specifieke situatie geen gebruik gemaakt worden omdat het plan niet is aangeduid als een Rijksmonument, gemeentelijk monument of cultuurhistorisch waardevol pand in bijlage 4 bij de regels. Daarom wordt ten behoeve van dit initiatief een bestemmingsplan opgesteld, waarmee wordt onderbouwd dat het initiatief voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente Oisterwijk heeft aangegeven in principe en onder voorwaarden bereid te zijn medewerking te verlenen aan het initiatief. Van belang is dat de gemeente reeds in een eerdere fase heeft gekeken naar de cultuurhistorische waarde van het plangebied.
De monumentencommissie van de gemeente Oisterwijk heeft de planlocatie als cultuurhistorisch gekenmerkt op basis van een cultuurhistorische argumentatie. 1.2
Ligging plangebied
De locatie aan de Vinkenberg 13 te Moergestel ligt ten zuiden van de kern Moergestel binnen de gemeente Oisterwijk. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie Vinkenberg. Op figuur 1 is een kadastraal overzicht van de locatie weergegeven, waarbij de planlocatie in groen is weergegeven.
Planlocatie
Figuur 1: Uitsnede kadastrale kaart met daarop in groen aangegeven de planlocatie De locatie is gelegen ten zuiden van de kern Moergestel. Figuur 2 geeft een topografisch overzicht van de ligging van de locatie in de omgeving.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
4 Status: Vastgesteld
Planlocatie
Figuur 2. Ligging planlocatie in omgeving 1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het projectpand geldt het bestemmingsplan Buitengebied Oisterwijk, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 juni 2011. Tevens is van toepassing de Correctieve herziening van voormeld bestemmingsplan, zoals vastgesteld door de raad op 16 april 2015. De correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied is op 25 juli 2015 in werking getreden. Op onderstaande uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied geconsolideerd is de locatie aangegeven.
Locatie Vinkenberg 13 te Moergestel
Figuur 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan Dit betekent dat de gewenste wijziging rechtstreeks getoetst wordt aan dit bestemmingsplan. Aan het betreffende pand is de bestemming Wonen - 1 toegekend. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’ en ‘Waarde – Natuur Attentiegebied’. ▪ Bestemming Ter plaatse van het projectperceel geldt de bestemming “Wonen - 1".
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
5 Status: Vastgesteld
De op de plankaart als “Wonen - 1" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'atelier': tevens een atelier; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis': het wonen met aanhuis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, in een landhuis; d. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie': ten hoogste 8 verblijfsrecreatieve eenheden met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening en beheer; e. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': bewoning van een bijgebouw; f. de uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het wonen met inachtneming van lid 21.3 en 21.4; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. ▪ Bouwregels Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt onder meer dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij anders is aangegeven. Ter plaatse van het projectperceel is dit van toepassing. Daarbij geldt dat per bouwperceel ten hoogste één woning is toegestaan.
▪ Toets / strijdigheid met bestemmingsplan In de bestaande situatie maakt het projectperceel deel uit van een bestemmingsvlak met de bestemming ‘Wonen - 1’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’, ‘Waarde – Cultuurhistorie’ en ‘Waarde – Natuur Attentiegebied’. Op grond van de voor dit bestemmingsvlak weergegeven aanduiding mogen ter plaatse 2 wooneenheden aanwezig zijn. In de concrete situatie betreft dat de panden Vinkenberg 13 en Vinkenberg 15. In de toekomstige situatie wordt het pand Vinkenberg 13 gesplitst in twee wooneenheden waarmee het aantal wooneenheden binnen het betreffende bestemmingsvlak op 3 komt. Het bestemmingsplan bevat weliswaar een wijzigingsbevoegdheid, maar hiervan kan in deze specifieke situatie geen gebruik gemaakt worden omdat het plan niet is aangeduid als een Rijksmonument, gemeentelijk monument of cultuurhistorisch waardevol pand in bijlage 4 bij de regels. Nu de ontwikkeling op het betreffende perceel niet mogelijk is wordt gekomen tot dit bestemmingsplan. 1.4
Leeswijzer
Voorliggend bestemmingsplan bevat een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van dit plan. Deze toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat een korte omschrijving van de aanleiding van dit bestemmingsplan, een beschrijving van de ligging van het plangebied en van het vigerende bestemmingsplan, alsmede een weergave van de opbouw van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 worden de ruimtelijke en functionele structuur van het projectperceel geschetst. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader, waarin een samenvatting van het relevante beleid van rijk, provincie en gemeente wordt gegeven. In hoofdstuk 4 wordt de toelaatbaarheid van het initiatief vanuit milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld en onderbouwd. In hoofdstuk 5 wordt de toelichting op de regels weergegeven, terwijl tot slot in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling wordt beschreven in zowel maatschappelijk als economisch opzicht.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
6 Status: Vastgesteld
2
BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1
Ruimtelijke en functionele structuur
De kern Moergestel maakt deel uit van de gemeente Oisterwijk en kan voor wat betreft de structuur worden gekenmerkt als een onderdeel van een groene, landelijke gemeente in Midden-Brabant, meer bekend als De Meierij. De boerderij aan de Vinkenberg 13 te Moergestel is gelegen aan een historisch bebouwingslint. De Vinkenberg, overgaand in enerzijds de Heuvelstraat en anderzijds de Broekzijde. De Heuvelstraat vormt van oudsher de verbinding van Moergestel naar Biest-Houtakker/Hilvarenbeek. De Broekzijde is de verbinding van oudsher naar Haghorst/Diessen. Het lint ligt op de beekdalflank van de Reusel. Momenteel kenmerkt de Vinkenberg zich nog steeds als verbindingsroute tussen de kern Moergestel en Hilvarenbeek. Het omgevingsbeeld wordt gekenmerkt door overwegend langgevelboerderijen en woningen in de vorm van vrijstaande bebouwing. 2.2
Planinitiatief
De initiatiefnemer is voornemens de op het perceel Vinkenberg 13 te Moergestel aanwezige langgevelboerderij te splitsen in twee zelfstandige wooneenheden. Deze splitsing zal geschieden via een wijziging van het bestemmingsplan. Op foto 1 is de bebouwing van de planlocatie weergegeven.
Figuur 4: Foto's waardevolle woonboerderij aan de Vinkenberg 13 (bron: GoogleMaps) De nieuwe wooneenheid zal geheel inpandig gesitueerd worden en heeft dus geen of nagenoeg geen gevolgen voor het karakter van de bebouwing van de planlocatie.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
7 Status: Vastgesteld
Er zijn geen bouwactiviteiten beoogd die de uiterlijke verschijningsvorm significant zullen doen wijzigen en de beeldbepalende uitstraling van het pand zullen veranderen. Enkel in de zij- en achtergevel wordt een aantal geringe en ondergeschikte wijzigingen aangebracht. Het initiatief is gebaseerd op een eerdere principe-uitspraak van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk d.d. 23 maart 2016, kenmerk 2015-0552. Deze is als bijlage toegevoegd aan deze plantoelichting. Het geldende bestemmingsplan buitengebied staat de splitsing van een woonboerderij enkel toe bij cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en monumenten. Na een locatiebezoek en bestudering van de benodigde informatie heeft de monumentencommissie er mee ingestemd dat het pand Vinkenberg 13 een cultuurhistorisch waardevol bouwwerk is. Voor een meer specifieke beschrijving wordt verwezen naar het gestelde in paragraaf 4.11 onder ‘Cultuurhistorie’. Om duidelijkheid te geven in de effecten van de splitsing op de waarden van het pand onderstaand van alle gevels de bestaande en de nieuw beoogde situatie.
Voorgevel bestaand
Voorgevel nieuw
Linker zijgevel bestaand
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
8 Status: Vastgesteld
Linker zijgevel nieuw
Rechter zijgevel bestaand
Rechter zijgevel nieuw
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
9 Status: Vastgesteld
Achtergevel bestaand
Bestaande woondeel
Achtergevel nieuw
Situering deur
Raampartij
Voor de toetsing aan het rapport cultuurhistorische waarde wordt verwezen naar hoofdstuk 4 onder 11. Tevens wordt aandacht besteed aan de reactie van de provincie. Hiervoor, alsmede voor de afwegingen, wordt voorts verwezen naar paragraaf 3.2.3. Uit deze paragraaf kan worden afgeleid dat uiteindelijk is gekozen om de splitsing uit te voeren met toepassing van de bepaling van artikel 3.69, sub b, van de IOV. Voor de verdere uitwerking van zaken met betrekking tot verkeer (wegverkeerslawaai, parkeren e.d.) wordt verwezen naar het gestelde in hoofdstuk 4. Teneinde op basis van het planinitiatief inzicht te geven in de bestaande en nieuwe situatie intern onderstaand de plattegronden.
Plattegrond bestaand
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
10 Status: Vastgesteld
Plattegrond nieuw
Op bouwplanniveau wordt een en ander gedetailleerd uitgewerkt.
Onderstaand de beoogde nieuwe verkaveling.
Figuur 5: Percelering splitsing Vinkenberg 13
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
11 Status: Vastgesteld
3
RUIMTELIJK BELEIDSKADER
De gemeente Oisterwijk wil zoveel als mogelijk een actueel kader hebben voor het huidige en toekomstige gebruik. Dat betekent dat het plan moet voldoen aan alle relevante wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk wordt het beleidskader beschreven. 3.1
Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio's; ▪ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Conclusie Met het splitsen van een bestaande langgevelboerderij in twee wooneenheden zijn vanwege de aard en schaal geen nationale belangen in het geding. Gelet hierop is de beoogde ontwikkeling niet in strijd met de uitgangspunten uit het NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee- tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Met dit initiatief zijn geen kaders noodzakelijk ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij Nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit initiatief.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
12 Status: Vastgesteld
Conclusie Geconcludeerd wordt dat met dit initiatief geen kaders noodzakelijk zijn ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen waarbij nationale belangen gemoeid zijn. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012
Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De traditionele drie opeenvolgende treden van ‘de ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen: ▪ de begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt; ▪ de nieuwe Ladder bevat geen treden meer; de treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt; ▪ voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht; ▪ er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen; de Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan; ▪ de huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand.
Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien vereist. Ten aanzien van de eerste trede dient allereerst te worden beoordeeld of het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling betreft. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het onderhavige planvoornemen betreft de toevoeging van één woning, hetgeen op grond van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling behoeft te worden gezien. In dit kader is onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2211-2015 ECLI:NL:RVS:2015:3542 van belang.
Daarin wordt uitgesproken dat een woningbouwplan van 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is. In dit geval is derhalve geen sprake van een nieuwe ontwikkeling, omdat het bestemmingsplan met de woningsplitsing de toevoeging van maximaal 1 woning mogelijk maakt. Een verder gaande toets aan de ladder van duurzame verstedelijking is als gevolg hiervan niet meer aan de orde.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
13 Status: Vastgesteld
Conclusie Gelet op jurisprudentie is er met het toevoegen van één woning geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waardoor een toetsing aan de ladder niet nodig is. 3.2
Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving
Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant reeds haar Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingswet heeft onder andere tot doel om de overzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het Omgevingsrecht te verbeteren. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. In de Brabantse Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). De basis is dat deze elementen in balans zijn en blijven bij ruimtelijke transities. Draagvlak en draagkracht zijn hierbij belangrijke aspecten. De Brabantse Omgevingsvisie bestaat uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat de kernwaarden zijn voor het handelen van de provincie. Hierin wordt onder andere verwoord dat de provincie gaat voor meerwaardecreatie. Dit betekent dat uitdrukkelijk gekeken wordt naar de effecten van ontwikkelingen op sociale inclusiviteit, veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkeling betreft enkel een woningsplitsing waarmee de woning op een passende wijze stedenbouwkundig wordt ingepast. De cultuurhistorische waarden worden niet aangetast en de interne splitsing heeft geen of nagenoeg geen gevolgen voor het karakter van de bebouwing op de planlocatie.
Daarmee past de beoogde splitsing binnen de kernwaarden voor het handelen van de provincie. Conclusie De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de Omgevingsvisie. Totdat de programma’s nader zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. 3.2.2
Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant
De structuurvisie ruimtelijke ordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten sturend zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Op de Structurenkaart (zie onderstaande uitsnede) is te zien dat het plangebied is gelegen in de zone ‘Gemengd landelijk gebied’.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
14 Status: Vastgesteld
Projectlocatie
Figuur 6: Uitsnede uit structurenkaart De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de landen tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd landelijk gebied is multifunctioneel gebruik uitgangspunt. Uitzondering hierop zijn de primair agrarische gebieden, die door de gemeente zijn vastgelegd. Binnen die gebieden, waartoe in ieder geval de vestigingsgebieden glastuinbouw behoren, worden (stedelijke) functies die de ruimte voor agrarische ontwikkeling beperken of functies die strijdig zijn met de landbouwfunctie geweerd. Buiten de primair agrarische gebieden ontwikkelen functies zich in evenwicht met elkaar en de omgeving. In de kernrandzones is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Rondom natuurgebieden vinden ontwikkelingen plaats op vrijkomende locaties die passen in een groene omgeving. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden van in het gebied voorkomende functies worden gerespecteerd. Ontwikkelingen houden rekening met hun omgeving en dragen bij aan een versterking van de gebiedskwaliteiten.
Dit geldt in het bijzonder voor ontwikkelingen binnen de Landschappen van Allure of cultuurhistorisch waardevol landschap. Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties. Binnen de primair agrarische gebieden is de provincie terughoudend met de (verdere) ontwikkeling van niet-agrarische functies. De land- en tuinbouw heeft in deze gebieden het primaat. Het initiatief betreft een splitsing van een pand binnen een reeds bestaande stedelijke woonbestemming in het buitengebied van de gemeente Oisterwijk. Wat dat betreft is de ontwikkeling passend in de ambitie van de provincie. De ontwikkeling heeft geen tenietdoening van agrarische en landelijke functies of kernwaarden tot gevolg. Daarnaast worden omliggende landelijke en agrarische functies niet beperkt in hun mogelijkheden.
Dit laatste zal onder meer blijken uit de beoordeling van de milieuaspecten in relatie tot het planvoornemen van de initiatiefnemer aan de Vinkenberg 13, die zijn beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening, nu het initiatief zich afspeelt binnen het Gemengd landelijk gebied.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
15 Status: Vastgesteld
3.2.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. Er heeft voor de Interim Omgevingsverordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moeten worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.
In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. De Interim omgevingsverordening is digitaal. Dit betekent dat alle regels gekoppeld zijn aan een op een digitale kaart weergegeven werkingsgebied. Door op een willekeurig punt in de kaart te klikken, kan iemand zien welke regels op die plek gelden. De Interim omgevingsverordening is vastgesteld om–vooruitlopend op de Omgevingswet- kansen te benutten. Met ruimte voor handelen door te werken vanuit doelen in plaats vanuit instrumenten. Door maatschappelijk gedragen waarden centraal te stellen. Door meerwaarde-creatie als basis te hanteren in plaats van als uitzondering. En door vanuit casuïstiek te werken en het doel voorop te stellen. Voor de provinciale inzet is het werken vanuit het samenspel met diep, rond en breed kijken vertrekpunt. Dit vraagt om een provincie die gemakkelijk van rol kan wisselen en die gericht is op het verbinden van belangen: private belangen, gebiedsbelangen en het publieke belang. Daarbij hanteert de provincie vijf kernwaarden voor haar denken en handelen. De provincie zet in op: 1. meerwaardecreatie; 2. technische en sociale innovatie; 3.
kwaliteit boven kwantiteit; 4. een continue verbetering van de leefomgeving; 5. proactief en preventief handelen boven gevolgbeperking en herstel. Voor gemeenten is hoofdstuk 3 van de verordening het belangrijkst, het hoofdstuk dat ‘instructieregels aan gemeenten’ bevat. Ten aanzien van de beoogde splitsing is artikel 3.69 van toepassing. Binnen dit artikel zijn er twee mogelijkheden: • 3.69, lid b: beeldbepalend pand; • 3.69, lid c: cultuurhistorisch waardevol. In beide gevallen biedt dit artikel de mogelijkheid om in afwijking van het bepaalde in artikel 3.68 te voorzien in een toename van het aantal woningen.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
16 Status: Vastgesteld
Op basis van het initiatief van de initiatiefnemer, gericht op het realiseren van een boerderijsplitsing, is in 2016 een cultuurhistorisch rapport voor Vinkenberg 13 opgesteld. In dit cultuurhistorisch rapport zijn de cultuurhistorische waarden van de langgevelboerderij in kaart gebracht en beschreven. Dit cultuurhistorische rapport is opgesteld na een eerdere verbouwing van de langgevelboerderij en is daarmee gebaseerd op de huidige staat van de langgevelboerderij. De gemeentelijke monumentencommissie is aan de hand van het cultuurhistorisch rapport uit 2016 tot de conclusie gekomen dat sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en heeft aan de hand daarvan positief besloten ten aanzien van de voorgestelde splitsing. Gelet hierop ligt er dus reeds een cultuurhistorisch rapport dat uitgaat van de huidige staat van de langgevelboerderij aan de hand waarvan de gemeentelijke monumentencommissie tot de conclusie is gekomen dat sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand en positief heeft geadviseerd over de voorgestelde splitsing. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie Noord-Brabant ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan heeft op 12 maart 2024 nader overleg hierover plaatsgevonden. Het pand Vinkenberg 13 is niet opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. In zichzelf is dit verklaarbaar.
De provincie heeft aangegeven dat het duidelijke onderscheid tussen het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte niet meer aanwezig is. Uit het cultuurhistorisch rapport valt op te maken dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw de boerderij intern verbouwd is. Dit is aan de voorgevel te zien door het toevoegen van twee ramen in het bedrijfsgedeelte. Dit is een aantasting van de essentiële waarden van een langgevelboerderij. De drie boerderijraampjes werden rechts van het bedrijfsgedeelte gegroepeerd. De voorgevel is dus niet authentiek. Verder is de boerderij uitgebouwd middels een aanbouw. Ingeval gebruik wordt gemaakt van de bepaling 3.69, lid b, dan dient rekening te worden gehouden met kosten voor kwaliteitsverbetering tot een bedrag van € 62.500. Bij toepassing van 3.69, lid c, zal zijn vereist dat de boerderijramen (schuurgedeelte) worden hersteld zoals op de foto in 1950. Mede op basis van het standpunt van de provincie heeft de initiatiefnemer er voor gekozen om gebruik te maken van de bepaling met betrekking tot een beeldbepalend pand. In zijn huidige verschijningsvorm namelijk is het pand beeldbepalend en wordt de karakteristiek van het agrarische bebouwingslint ondersteund. Tevens is daarbij van belang dat de mogelijkheid bestaat kostenposten op basis van de beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit 2023 te verrekenen met de gevraagde investering van € 62.500.
Op grond van artikel 5 juncto 7 van deze Beleidsregel namelijk kan de tegenprestatie ook of mede fysiek worden uitgevoerd door besteding van middelen in het pand zelf. Bepaald is dat als een ontwikkeling is gericht op het behoud van cultuurhistorische waarden, waaronder het terugbrengen van oude landschappelijke cultuurhistorische elementen of behoud van aantoonbare cultuurhistorische waardevolle bebouwing, geldt dat aantoonbaar gemaakte kosten daarvoor kunnen worden ingezet als tegenprestatie voor de omgevingskwaliteit. Dit maakt dat het plan op dit onderdeel binnen het provinciaal beleid mogelijk is. Veilige, gezonde leefomgeving Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik, voor zo ver in dit kader relevant, houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
17 Status: Vastgesteld
Nu het gaat om een inpandige woningsplitsing blijft het bestaande historische bebouwingslint volledig intact. Het perceel Vinkenberg 13 maakt deel uit van een ensemble c.q. bebouwingsconcentratie en blijft uitpandig vrijwel geheel intact. Van enige uitbreiding van bebouwing is geen sprake. Hiermee wordt het criterium ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ op geen enkele wijze geweld aangedaan. Het bestaande ruimtebeslag wordt niet uitgebreid. b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; De toepassing van de lagenbenadering, voor zo ver in dit kader relevant, omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar. De lagenbenadering omvat de effecten op: 1. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; 3. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waarde van de ondergrond zoals de bodem, het grondwater of de archeologische en cultuurhistorische waarde.
Het effect op de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, is als gevolg van het toevoegen van één inpandige wooneenheid verwaarloosbaar. Voor de bovenste laag geldt dat bij de omvang van de toekomstige functies rekening is gehouden met de effecten op bestaande en toekomstige functies door het bewaren van enige afstand. Het toevoegen van een inpandige wooneenheid heeft verder geen effect op de volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 4 worden de effecten meer specifiek inzichtelijk gemaakt. c. meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: 1. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; 2. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Bovendien kan de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, als bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap van de Interim Omgevingsverordening deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a.
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In de beschrijvingen onder 2.2 en 4.11 is duidelijk omschreven welke beeldbepalende waarden worden hersteld en behouden. Het gaat niet om het behoud en herstel van enkel de voorgevel, doch Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
18 Status: Vastgesteld
om alle gevels van het gehele pand. Enkel ondergeschikte onderdelen worden aangepast, doch deze maken geen deel uit van de beschreven waarden. Van een ingrijpende verbouwing of vernieuwing, anders dan herstel- of onderhoudswerkzaamheden, is dan ook geen sprake. Het behoud, beschermen en respecteren van de aanwezige beeldbepalende waarden aan het pand draagt bovendien bij aan de instandhouding van het historische bebouwingslint en op perceelsniveau de karakteristieke langgevelboerderij. De aanwezige kwaliteiten langs de Vinkenberg blijven daarmee geborgd. Tot slot dient te worden gemotiveerd dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Bovenstaand is reeds geduid dat de borging van het behoud en versterking van de beeldbepalende waarden is verankerd in de regels van dit plan. De eisen waaraan de verbetering van de landschappelijke kwaliteit moeten voldoen, zijn door de gemeente Oisterwijk, in samenwerking met een aantal andere gemeenten in de regio Midden Brabant en de provincie, verwerkt in de “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant".
De notitie betreft een afsprakenkader, waarin wordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering kan worden omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzien van de verwachte inspanning. Via drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen met invloed op de omgeving is bepaald hoe invulling wordt gegeven aan de provinciale verordening: ✓ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering niet van toepassing zijn of worden geacht te zijn (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). ✓ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). ✓ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). In de werkafspraken is expliciet als een veel voorkomend voorbeeld van een categorie 1-ontwikkeling genoemd de vestiging van of splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/karakteristieke/ cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.
Daarmee is de splitsing van in dit geval beeldbepalende bebouwing in meerdere wooneenheden per definitie een categorie 1-ontwikkeling. Op grond van deze indeling is geen landschappelijke inpassing en evenmin een ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist. Conclusie Het initiatief voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daar waar het gaat om de “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant" kan worden geconcludeerd dat het initiatief valt onder categorie 1 als gevolg waarvan geen landschappelijke inpassing noch een ruimtelijke kwaliteitsverbetering aan de orde is.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
19 Status: Vastgesteld
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Oisterwijk
Op 22 december 2016 stelde de gemeente Oisterwijk een omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn staan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de omgevingsvisie verplicht voor rijk, provincies en gemeenten. De visie is enkel bindend aan het gemeentebestuur. Voor de burgers is het bestemmingsplan (straks Omgevingsplan) het juridisch bindende plan, waar hun plannen aan worden getoetst. Om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan, wordt wel gekeken naar de Omgevingsvisie. Een plan, dat past binnen de kaders van de visie kan, bij een positieve afweging van het bestuur, mogelijk worden gemaakt met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de desbetreffende ontwikkeling. De visie zelf maakt dus nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Doel Met de nieuwe omgevingsvisie is een beleidskader opgesteld ter inspiratie voor inwoners, ondernemers én bestuurders. In het document worden de kaders omschreven, waarbinnen initiatiefnemers worden uitgenodigd om hun plannen op te stellen. De gemeente bepaalt niet meer wat waar moet komen, maar geeft enkel aan binnen welke kaders projecten de meeste slagingskansen hebben. Het is vervolgens aan de burger en/of ondernemer om hiermee aan de slag te gaan.
Inhoud Naast het ruimtelijke beleid heeft ook het verkeers-, milieu-, natuur- en waterbeleid een plek gekregen in deze visie. Daarnaast is gezocht naar raakvlakken met het sociale beleid (o.a. gezondheid, zorg en sport) bij de inrichting en ontwikkeling van de ruimte in de gemeente Oisterwijk. En dat is in lijn met de omgevingswet, waarin thema’s als gezondheid en leefbaarheid steeds meer centraal komen te staan. Met de omliggende gemeenten, de regio en de provincie heeft overleg plaatsgevonden. Deelgebieden De omgevingsvisie onderscheid diverse deelgebieden. Vinkenberg 13 is gelegen in het deelgebied Bebouwingsconcentratie Vinkenberg. Dit is het gebied ten zuiden van Moergestel richting Biest Houtakker. De belangrijkste wegen in dit gebied zijn de Heuvelstraat en de Vinkenberg. Hier is sprake van een open landschap, waarbij een menging voorkomt van agrarische functies en woonfuncties.
Projectlocatie
Figuur 7: Uitsnede omgevingsvisie Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
20 Status: Vastgesteld
In de omgevingsvisie wordt uitgegaan van een aantal ambities, waarbij voor het onderhavige gebied het landschapspark Oisterwijk van belang is. a. Meer kansen en meer kwaliteit in het hele buitengebied Met landschapspark Oisterwijk is de intentie het buitengebied nadrukkelijk veel meer als eenheid neer te zetten. Met de ambitie ‘landschapspark Oisterwijk’ wil de gemeente de aandacht op het hele buitengebied vestigen. In het hele buitengebied staat de kwaliteitsverbetering centraal, en veel minder de functie of de grootte ervan. Hiertoe komt in de omgevingsvisie een nieuw instrument. Voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (VAB) ziet de gemeente eveneens een brede ontwikkeling. Essentieel is de bijdrage die nieuwe functies leveren aan een hoge kwaliteit van het landelijk gebied. Daartoe behoren onder meer nieuwe woonconcepten die bijdragen aan het hoogwaardige en onderscheidende woonmilieu van de gemeente en niet strijdig zijn met het gemeentelijk woningbouwprogramma. In de omgevingsvisie is bepaald dat dergelijke ontwikkelingen denkbaar zijn binnen de kernrandgebieden en landgoederen van de gemeente. Het initiatief sluit hier op aan. Voor het buitengebied, meer specifiek binnen een kernrandgebied, levert een inpandige woningsplitsing dan ook geen strijdigheid op met de omgevingsvisie. Conclusie Het initiatief voldoet aan de Omgevingsvisie Oisterwijk. 3.3.2
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Buitengebied Voor de planlocatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Oisterwijk van toepassing, alsmede de correctieve herziening ervan. Dit bestemmingsplan is op 29 juni 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De correctieve herziening is op 16 april 2015 vastgesteld. Op de gronden waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, rust de bestemming ‘Wonen - 1’. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse.
Figuur 8: Uitsnede uit bestemmingsplan Buitengebied
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
21 Status: Vastgesteld
In bovenstaand figuur is te zien dat in de huidige situatie maximaal 2 wooneenheden zijn toegestaan binnen het bestemmingsvlak. De wooneenheden die hierbinnen zijn opgericht betreffen Vinkenberg 13 en Vinkenberg 15. In artikel 21.5.1 van het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van een extra wooneenheid. Gezien de hiervoor geldende voorwaarden kan vanwege het ontbreken van de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle pand’ hieraan geen toepassing worden gegeven. Het doel dit bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van het splitsen van de boerderij naar twee zelfstandige wooneenheden op de locatie Vinkenberg 13 te Moergestel. Daardoor zullen in samenhang met de woning ten zuiden van de projectlocatie 3 wooneenheden ontstaan. Op het projectperceel zelf is sprake van 2 woningen. Op het achterste deel van het perceel rust tevens de aanduiding ‘Waarde – Natuur attentiegebied’. Vinkenberg 13
Gebiedsdeel met aanduiding Waarde – Natuur attentiegebied
Figuur 9: Uitsnede uit bestemmingsplan Buitengebied Illustratief zal onderstaand aan de geldende voorwaarden voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan worden getoetst. Artikel 21.5.1 wijzigingsbevoegdheid a. wijziging wordt uitsluitend verleend voor zover het karakter van het pand in stand blijft; De boerderij zal gesplitst worden wat tot doel heeft de cultuurhistorisch waardevolle boerderij op een duurzame manier in stand te kunnen houden. De extra wooneenheid zal inpandig worden toegevoegd en geen invloed hebben op het karakter van het pand. De karakteristieke voorgevel blijft volledig in de huidige staat gehandhaafd en de zijgevels zullen volledig dan wel nagenoeg onveranderd blijven. Enkel een staldeur wordt vervangen door een raampartij. Hiermee is in voldoende mate geborgd dat het karakter van het pand in stand blijft en wordt aan deze voorwaarde voldaan. b. in geval van een cultuurhistorisch waardevol pand wordt wijziging uitsluitend verleend indien de bestaande bouwmassa van het hoofdgebouw in stand blijft en met het toekennen van een bouwaanduiding wordt gewaarborgd; De cultuurhistorische waarde van de huidige woonboerderij is getoetst bij de monumentencommissie van de gemeente Oisterwijk en deze heeft de boerderij aangeduid als cultuurhistorische waardevol.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
22 Status: Vastgesteld
De boerderij zal met een interne verbouwing gesplitst worden in twee zelfstandige wooneenheden zonder dat dit gevolgen heeft voor de karakteristieke waarden van de boerderij en de totale bouwmassa. Van een uitbreiding van bebouwing is geen sprake. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan. c. wijziging uitsluitend wordt verleend indien overtollige niet - cultuurhistorische waardevolle bijgebouwen worden gesloopt; Er is geen sprake van sloop, enkel van een inpandige splitsing. De bijgebouwen zijn overigens niet cultuurhistorisch waardevol. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan. d. na splitsing bedraagt de inhoud per wooneenheid ten minste 400 m3; De huidige langgevelboerderij heeft een inhoud van ± 1550 m3. Na splitsing ontstaan er twee woningen waarvan een woning met een inhoud van ± 650 m3 en een woning met een inhoud van ± 900 m3. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan. e. het bepaalde onder a wordt beoordeeld door de gemeentelijke monumentencommissie; De langgevelboerderij is door de gemeentelijke monumentencommissie beoordeeld en reeds gekenmerkt als cultuurhistorisch waardevol pand. Bij de feitelijke aanvraag om een omgevingsvergunning zal het bouwplan opnieuw voor advies worden voorgelegd aan de gemeentelijke monumentencommissie. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan. f.
wijziging wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat; Voor wat betreft de beoordeling wordt verwezen naar het gestelde in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Daarin is bij de relevante deelfacetten aangegeven en beargumenteerd dat het initiatief op geen enkele wijze leidt tot aantasting of vermindering van het woon- en leefklimaat. Daarmee kan worden geconcludeerd dat ook aan deze voorwaarde wordt voldaan. g. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. De direct naastgelegen percelen betreffen allen woonbestemmingen. Op enige afstand zijn agrarische bestemmingen gelegen. Tussen de nieuwe woning en de agrarische bestemmingen zijn in alle gevallen al meerdere woonbestemmingen gelegen. De toevoeging van een extra woning binnen de boerderij leidt dan ook niet tot de aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen, omdat ingeval van ontwikkelingen op de agrarische bedrijfspercelen de dichterbij gelegen woningen bepalend zijn voor de haalbaarheid van die ontwikkelingen. Ook met betrekking tot dit punt wordt verwezen naar het gestelde onder hoofdstuk 4 van deze toelichting. Hiermee wordt aan deze voorwaarde voldaan.
Conclusie Aan de voorwaarden, zoals opgenomen in artikel 21.5.1 van het bestemmingsplan Buitengebied Oisterwijk, welke bepaling voorziet in een mogelijkheid het huidige bestemmingsplan te wijzigen, wordt voldaan. Het gebiedsdeel met de aanduiding ‘Waarde – Natuur attentiegebied’ behoeft geen verdere toetsing, omdat het bebouwde deel waar het initiatief betrekking op heeft daar buiten valt.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
23 Status: Vastgesteld
3.3.3
Visie Buitengebied gemeente Oisterwijk
Op 29 september 2022 is de Visie Buitengebied gemeente Oisterwijk vastgesteld. Het perceel maakt deel uit van de bebouwingsconcentratie Vinkenberg. Binnen een bebouwingsconcentratie is het toevoegen van een woning in beginsel een aanvaardbare ontwikkeling, mits deze gepaard gaat ,met een kwaliteitsverbetering. Het pand Vinkenberg 13 is op eigen verzoek aangemerkt en beoordeeld als een pand met cultuurhistorische waarden. Voor de verdere uitwerking hiervan en toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2.2 en 4.11. Onderstaand de uitsnede van de Visie buitengebied Oisterwijk waarop te zien dat het projectperceel deel uitmaakt van de bebouwingsconcentratie Vinkenberg.
Figuur 10: Uitsnede uit de Visie buitengebied Oisterwijk
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
24 Status: Vastgesteld
4 PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1
Bodem
Door Bakker Milieuadviezen te Waalwijk is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de projectpercelen (rapportage d.d. juli 2022, projectnr. BM/2873-2022). Dit verkennende bodemonderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, is uitgevoerd ten behoeve van de bepaling van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit voor zowel grond als grondwater. Het onderzoek is specifiek uitgevoerd in het kader van de geplande ontwikkeling van het terrein ten behoeve van woningbouw. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat: − De zintuiglijk onverdachte bovengrond onder de betonvloer van de te verbouwen stal is geheel schoon voor alle parameters uit het standaardpakket NEN 5740; − De zintuiglijk onverdachte bovengrond onder de betonvloer van de te verbouwen stal is geheel schoon voor alle parameters uit het standaardpakket NEN 5740; − De zintuiglijk onverdachte bovengrond buiten het pand ter plaatse van de tuin en onder het bestrate erf is geheel schoon voor alle parameters uit het standaardpakket NEN 5740; − In de zandige ondergrond zijn alle parameters uit het NEN 5740-pakket in gehalten beneden de AW 2000 aangetroffen; − In het grondwater zijn de gehalten aan molybdeen en minerale olie boven de streefwaarden aangetroffen. De geringe verhoging aan olie werd in het geheel niet verwacht op basis van de zintuiglijke waarnemingen.
Het bijbehorende chromatogram geeft een onduidelijke oliesoort aan, zodat het niet uitgesloten is dat hier eerder sprake is van een laboratoriumonnauwkeurigheid. Hoe dan is er qua gehalte ook geen enkele aanleiding voor een herbemonstering. Conclusie Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering of beperking voor de voorgenomen verbouwing van het zuidelijke stalgedeelte tot woning. 4.2
Geluid
Conform de Wet Geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe woningen binnen de zone van een weg. Uitzonderingen hierop zijn wegen, die bestemd zijn als woonerf of opgenomen zijn in een 30 km-zone. Door Kragten te ’s-Hertogenbosch is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het initiatief op (rapportage d.d. 21 november 2022, projectnummer DJA008-0001). Het akoestisch onderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, heeft tot doel de geluidsbelasting op de gevels van de te projecteren woningen te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden, die in wet Geluidhinder zijn gesteld. Indien niet aan de grenswaarden wordt voldaan, moet worden bezien of geluidsbeperkende maatregelen doelmatig zijn. Het projectperceel is gelegen in de onderzoekszone van meerdere wegen, te weten de Rijksweg A58, de Vinkenberg, de Heuvelstraat en de Aboomsestraat. De locatie is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoorwegen.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
25 Status: Vastgesteld
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarbij de geluidbelastingen zijn getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Rijksweg A58 De geluidbelasting Lden inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder bedraagt ter plaatse van meerdere gevels meer dan 48 dB, met een maximum van 53 dB (ter plaatse van de noordgevel). De voorkeursgrenswaarde (48 dB) wordt overschreden; de maximale ontheffingswaarde (53 dB) niet. Vinkenberg De geluidbelasting Lden inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder bedraagt ter plaatse van meerdere gevels meer dan 48 dB, met een maximum van 62 dB (ter plaatse van de westgevel). Zowel de voorkeursgrenswaarde (48 dB) als de maximale ontheffingswaarde (53 dB) worden overschreden. De woningsplitsing is enkel mogelijk indien de geluidbelasting vanwege het wegverkeer wordt gereduceerd tot 53 dB dan wel gevels met een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde als een dove gevel (geen te openen geveldelen) worden uitgevoerd. Heuvelstraat De geluidbelasting Lden inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder bedraagt niet meer dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB).
Mogelijk te treffen maatregelen die de geluidsbelasting kunnen reduceren (tot de voorkeursgrenswaarde en/of maximale ontheffingswaarde) zijn onderzocht. Deze stuiten op overwegende bezwaren van financiële, verkeerskundige en/of stedenbouwkundige aard en/of zijn niet doelmatig. Met verwijzing naar het gestelde onder 4.3 van het akoestisch rapport kan worden geconcludeerd dat de gecumuleerde geluidimmissies als aanvaardbaar kunnen worden aangemerkt, waarmee gesteld kan worden dat een en ander kan worden aangemerkt als passend binnen de goede ruimtelijke ordening. Als na afweging van maatregelen om de geluidbelasting te verlagen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, dient voor de niet-dove gevels met een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde een verzoek tot verlening van hogere waarden ingediend te worden tot de niveaus van de in tabel 3 gepresenteerde geluidbelastingen (van meer dan 48 dB). Cumulatief De gecumuleerde geluidbelasting Lden bedraagt maximaal 67 dB ter plaatse van de westgevel. In het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning dient middels een aanvullend onderzoek aangetoond te worden dat de geluidbelaste gevels enerzijds voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en anderzijds beschikken over een voldoende geluidwering, zodat in de achterliggende geluidgevoelige vertrekken sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Na het verlenen van een hogere waarde vormt het aspect geluid vanwege de omliggende wegen geen belemmering voor de realisatie van het plan. Uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel zal moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.
Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
26 Status: Vastgesteld
Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat voor de woning niet geheel wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, doch dat deze weer wel in alle opzichten binnen de maximale ontheffingswaarde blijft. Een ontheffing hogere grenswaarde is dan ook aan de orde. Voor de woningen zal wel moeten worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van geluidwering. Hiervoor wordt te zijner tijd een nader onderzoek uitgevoerd. 4.3
Externe veiligheid
Algemeen Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht. Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): ▪ Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. ▪ Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Beleidskader ▪ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels voor het GR. ▪ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het externe veiligheidsbeleid bij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is sinds 1 januari 2011 vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit besluit is vastgelegd hoe gemeenten moeten omgaan met de externe veiligheid van buisleidingen bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten. Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel
27 Status: Vastgesteld
▪ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) waarborgt een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Het besluit van 11 november 2013 bevat eisen voor het PR en regels voor het GR. Beoordeling projectperceel Inrichtingen Afgaande op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. De dichtstbijzijnde inrichting (LPG tankstation) bevindt zich op circa 500 meter.
Projectlocatie
Figuur 11: Uitsnede uit de risicokaart Voor het betreffende LPG-tankstation gelden met betrekking tot de 10-6 pr-contour de volgende in acht te nemen afstanden: • het vulpunt 45m; • het reservoir 25m; • de afleverinstallatie 15m. De feitelijke afstand tussen de projectlocatie en bovenvermelde inrichting bedraagt circa 500m. In die zin kan worden geconcludeerd dat aan de in acht te nemen afstanden ruimschoots wordt voldaan. Transportroutes In de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS) en de Circulaire Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) wordt de externe veiligheid geregeld met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen. De planlocatie is binnen het invloedsgebied gelegen van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg Vinkenberg. De OMWB heeft in 2018 een inventarisatie gedaan naar transporten van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke en provinciale wegen. Volgens deze inventarisatie vinden er ter hoogte van het plangebied 72 transporten van brandbare gassen (stofgroep GF3) per jaar plaats over de Vinkenberg. Tevens ligt de planlocatie gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A58 (binnen een afstand van 200m). Gemeente Oisterwijk Toelichting bestemmingsplan Vinkenberg 13 te Moergestel