Site GGA Loonse en Drunense Duinen
Tekst van het document
GGA Loonse en Drunense Duinen
Visiedocument | met aanzet tot uitvoeringskracht Definitieve Gouden versie | 15 oktober ‘25
1
Inhoudsopgave
In samenwerking met:
1
Samenvatting
4
DEEL 1: Visie
Opdrachtnemer: MLG BV Contactpersoon: Rob Huisman | Marco Lier Projectnummer: P0282 Adres: Velder 25A 5298 MB Liempde
2
6 Totaalvisie & aanpak Loonse en Drunense Duinen 6.1 Totaalvisie 6.2 Focus op thema’s en deelgebieden voor meer uitvoeringskracht 7 Uitvoeringskracht en prioritering
46 46 46
8 8.1 8.2
51 51
3 3.1 3.2
Gebiedsgerichte aanpak, het proces Context visiefase met uitvoeringskracht Vertrekpunt van die visiedocument: nieuw elan, energie en bereidwilligheid Een gezamenlijke en sterke bereidwilligheid Themagroepen
13 13
Bouwstenen voor de visie Aanpak Landelijk Gebied (ALG) Natuurdoelanalyse Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Landschapsecologische Syteem Analyse (LESA) en rapport Maatregelen Loonse en Drunense Duinen, De Brand en Leemkuilen Groenblauwe dooradering Handelingsperspectief en watervisie Omgevingsvisies Stikstof Grond Aanpak recreatie Natura 2000 beheerplan Loonse en Drunense Duinen Erfgoed en cultuurhistorie Overige visies Huiskamer- en keukentafelgesprekken
21 21
Bronnenlijst
22
Voor de bijlagen zie de externe map ‘Bijlagen visie GGA Loonse en Drunense Duinen 2025’
4.3 Provincie Noord-Brabant Kristijan Civic 15 oktober 2025 Definitief
41
Inleiding 8 De groenblauwe gebiedsaanpak 8 Het focusgebied 11 Leeswijzer 12
4 4.1 4.2
Opdrachtgever: Contactpersoon: Datum: Versie:
Doelen vertaald naar uitgangspunten, toekomst- perspectieven en streefbeelden
2 2.1 2.2 2.3
3.3 3.4
COLOFON
5
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.10
16 17 20
8.3 8.4
Vervolg van GGA Loonse en Drunense Duinen Van visie naar uitvoeringskracht Het proces van Visiefase (onderdeel 1) naar Uitvoeringsfase (onderdeel 2) Integraliteit bewerkstelligen Capaciteit en organisatie
49
51 53 55 56
23 25 26 27 30 35 37 37 38 38 39 3
1. Samenvatting Deel 1: Visie Totaalvisie Provincie Noord-Brabant werkt samen met haar gebiedspartners in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) aan een vitaal landelijk gebied. De gebiedsvisie bepaalt de richting en geeft een gezamenlijk doel aan deze samenwerking. De visie heeft als vertrekpunt een robuuste natuurkern met een landschappelijk aantrekkelijke schil. Hierin kunnen agrarische en recreatieve ondernemers blijven ondernemen met respect voor het voor natuur, watersysteem en milieu en volgens het principe ‘water en bodem sturend’. Doorgaan en waardering uitspreken voor de al goede initiatieven en maatregelen is daarbij een essentieel startpunt. Tegelijkertijd is het duidelijk dat het ook tijd is voor een transitie met uitvoeringskracht in het landelijk gebied. Het is geenzins de bedoeling dat deze visie een belemmering vormt voor andere bestaande en vastgelegde documentatie. Dit visiedocument vormt de koers om in gezamenlijkheid met alle betrokken gebiedspartner een stevige bijdrage te leveren aan een geborgd natuurherstel van de Loonse en Drunense Duinen. De natuur-, water-, landbouw- en recreatieopgaven zijn nauw met elkaar verweven en hebben een link met andere opgaven zoals wonen, energie, klimaat, duurzaamheid en mobiliteit.
De natuur staat onder druk, daarom is het belangrijk dat er zo snel mogelijk actie wordt ondernomen en er duidelijkheid wordt geboden aan inwoners en ondernemers. Er is een slagvaardige, snelle, weloverwogen maar ook pragmatische aanpak nodig, die gericht is op concrete initiatieven en maatregelen. Met het besef dat de transitie een langdurig proces is. De gepresenteerde doelen, toekomstperspectieven en streefbeelden in deze visie vormen de richting waartoe de transitie zich gaat bewegen voor een vitaal, veerkrachtig buitengebied. De groenblauwe gebiedsgerichte aanpak In en rondom de schitterende Loonse en Drunense Duinen wandelt en fietst men graag om te genieten van de stuifzandvlakte, de bossen, heidegebieden en het omliggende agrarisch landschap. Mens en dier moeten van dit gevarieerde landschap en gebied kunnen blijven genieten en tegelijkertijd moet het gebied een gezonde leefomgeving 4
voor iedereen in de toekomst blijven bieden. Er liggen flinke opgaves met betrekking tot aanpassingen van het watersysteem en verbeteren van de waterkwaliteit, stikstof, de Natura 2000-doelen (hierna: N2000), de achteruitgang van de biodiversiteit moet worden gekeerd, de landbouw staat voor grote veranderingen, en de recreatiedruk moet worden aangepakt. Niet alles is zomaar overal meer mogelijk. Er is letterlijk te weinig ruimte in het gebied voor alle opgaven en wensen. Er moet slim en weloverwogen worden omgegaan met deze schaarse ruimte. Het proces Context visiefase GGA Loonse en Drunense Duinen, met uitvoeringskracht De Aanpak Landelijk Gebied (ALG) vormt de grondlegger en de urgentie om blijvende oplossingen te vinden voor opgaves als natuur, waterkwaliteit en klimaat. De provincie houdt koers op de realisatie van de wettelijke doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang met een duurzaam perspectief voor de landbouw. Iets waar in Brabant al enige jaren samen met haar gebiedspartners aan wordt gewerkt in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA). In lijn met het Bestuursakkoord “Samen maken we Brabant” worden de krachten gebundeld, want stilstand is geen optie.
Een gezamenlijke en sterke bereidwilligheid Voor het vormen van de visie voor het totale GGA gebied Loonse en Drunense Duinen, zijn vier hoofdthema’s beschreven: natuur, water, landbouw en recreatie. Per thema zijn er doelen, uitgangspunten en toekomstperspectieven/streefbeelden beschreven. Door deze gezamenlijk te formuleren, is een gelijk startniveau gecreëerd voor alle gebiedspartners, waarop de visie is gabaseerd, inclusief een flinke aanzet tot initiatieven en maatregelen waarmee uitvoeringskracht moet worden bewerkstelligd. De gebiedspartners hebben samen bepaald wat belangrijk is. De uitgangspunten geven, in de hierna gevolgde uitvoeringsfase, richting bij de uitwerkingen in deelgebieden. De eerst volgende en fundamentele actie in de uitvoeringsfase is het uitwerken van de zgn. leidende principes als (tussen)stap richting uitvoering.
Themagroepen Binnen de GGA Loonse en Drunense Duinen wordt er, naast de gebiedspartneroverleggen en de stuurgroep, ook in vier themagroepen gewerkt. Dit zijn de themagroepen: communicatie, recreatie, stikstof en LESA. Deze thema’s zijn gebiedsbreed en belangrijk voor het overall GGA-gebiedsproces en de opgaves voor de Loonse en Drunense Duinen. Door te werken in themagroepen wordt er efficiënt gelet op beschikbare capaciteit, wordt enkel inzet gevraagd van de meest relevante gebiedspartners en organisaties, en worden juist de gespecialiseerde collega’s ingezet voor het betreffende thema. Het focusgebied Het bekendste deel van de Loonse en Drunense Duinen zijn de stuifzanden in het natuurgebied die ontstonden in de middeleeuwen toen houtkap en overbeweiding zand liet stuiven. Het focusgebied voor deze visie is breder en is met name gericht op schil rondom het N2000-gebied en bestaat uit een grote diversiteit aan landgebruik en fucties. Naast natuur (zoals stuifzand, bossen, vennen, moerassen en beekdalen) is het grotendeels agrarisch gebied (o.a. graslanden, akkers, kwekerijen) met stedelijk gebied (steden en dorpen). Door ruilverkaveling en verstedelijking is het gebied landschappelijk sterk veranderd. In de huidige tijd is er grote rol weggelegd voor de recreatie- en agrarische sector.
In het kaartenboek zijn de geschiedenis, de huidige functies en het beleid verder uitgewerkt. Uitwerking Visie in deelgebieden Door de schaal en de grote verschillen in het gebied, is ervoor gekozen om in zes deelgebieden te werken: Pauwels, Loons Hoekje, Margriet, Cromvoirt & Helvoirt, Leemkuilen en Hengstven & Oude bosschebaan. Voor alle deelgebieden zijn voor de uitwerking zogeheten ‘trekkers’ vastgelegd. De begrenzing van de deelgebieden is voornamelijk gebaseerd op de opbouw van het gebied, de N2000-grenzen, lopende processen en gemeentegrenzen.
Bouwstenen en uitgangspunten voor de visie Om tot een onderbouwde visie van GGA Loonse en Drunense Duinen te komen, zijn verschillende (beleids)documenten, onderzoeken, analyses en inzichten gebruikt als bouwstenen voor de visie. De bouwstenen zijn gebruikt om te komen tot de doelen, en vormen belangrijke input voor de uitgangspunten, toekomstperspectieven en streefbeelden. Daarnaast dragen de bouwstenen bij aan de initiatieven en maatregelen per deelgebied. Uitgangspunt Natuur Ontwikkelingen dragen bij aan een herstel van het natuurlijk ecologisch- en hydrologisch systeem (zowel bodem en water, als soorten/biodiversiteit), waarbij landschapselementen buiten de N2000 (groenblauwe dooradering) bijdragen aan ecologische verbindingen. Uitgangspunt Water Water en bodem zijn sturend voor ruimtelijk gebruik en ontwikkelingen. Er is een natuurlijk en schoon grond- en oppervlaktewatersysteem dat bestand is tegen klimaatverandering/extremen en gericht is op zoveel mogelijk infiltratie en water vasthouden. Uitgangspunt Landbouw Bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw met een volhoudbaar verdienmodel met behoud van het agrarische cultuurlandschap, waarbij teelten/landgebruik is afgestemd op het natuurlijk systeem van bodem en water.
Uitgangspunt Recreatie Recreatiedruk, natuurbeleving, wonen, werken en agrarische bedrijvigheid is in balans in/rondom het N2000-gebied door een duurzame bereikbaarheid en een aantrekkelijke recreatieve schil. Nieuwe ontwikkelingen zijn gericht op het verminderen van de recreatiedruk op het N2000-gebied. Intensieve recreatie maakt daarom een afwaardse beweging van de N2000. Waardevolle afwisselingen en kwaliteiten van 5
het landschap zijn zichtbaar en beleefbaar en worden behouden door een prettige manier van samenwerken.
Deel 2: uitvoeringsprogramma Uitvoeringskracht en prioritering De visie met uitvoeringskracht mondt uit in een (gros)lijst met initiatieven en maatregelen (en deze zal altijd in bewerking blijven). Initiatieven en maatregelen zijn vanuit verschillende invalshoeken benaderd en gevormd. Een deel van initiatieven zijn ‘bottum-up’ tot stand gekomen vanuit de opgestelde doelen en streefbeelden. Daarnaast zijn ook vanuit de Lesa, de NDA, recreatie en stikstof diverse initiatieven en maatregelen ontwikkeld. Deze initiatieven en maatregelen zijn nu in één totaal overzicht (groslijst) samengebracht. Vanuit deze lijst wordt een (basis)prioritering gehanteerd op basis van de volgende items: 1) doelbereik m.b.t. natuur, water, landbouw en recreatie: in welke mate dragen de initiatieven bij aan één of meer streefbeelden (en daarmee doelbereik) binnen het betreffende thema; 2) de mate van draagvlak; 3) tijd en hoe snel is de maatregel uit te voeren; 4) financiën en kosten (kosteneffectiviteit en beschikbare geldstromen). Uitvoeringsprogramma (nog in bewerking) Deel 2 van dit document, het uitvoeringsprogramma, is nog in bewerking. De reden hiervoor is dat recent de ALG-uitvraag vanuit de provincie in ontwikkeling is. Hierin wordt een eerste selectie van meest kansrijke en doelgerichte projecten in gang gezet, met aandacht voor doelbereik. Dit zijn projecten waar uitvoeringskracht voor is.
Tevens dienen de dwarsverbanden tussen de verschillende initiatieven nog aangegeven te worden.
6
7
2. Inleiding 2.1
De groenblauwe gebiedsgerichte aanpak
Je ziet het al van een afstand: de stuifzandvlakte van de Loonse en Drunense Duinen. In en rondom deze schitterende Brabantse Sahara wandelt en fietst men graag om te genieten van de stuifzandvlakte, de bossen, heidegebieden en het omliggende agrarisch landschap. Mens en dier moeten van dit gevarieerde landschap kunnen blijven genieten en tegelijkertijd moet het gebied een gezonde leefomgeving voor iedereen in de toekomst blijven bieden. Er liggen flinke opgaves met betrekking tot: de aanpassingen van het watersysteem, het verbeteren van de waterkwaliteit, de stikstofdepositie, het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit, de grote veranderingen in de landbouw en het aanpakken van de recreatiedruk. Het verminderen van de recreatiedruk levert ook een wezenlijke bijdrage aan de natuurdoelen. Niet alles is zomaar overal nog langer mogelijk. Er is letterlijk te weinig ruimte in het gebied voor alle opgaven en wensen. Er moet slim en weloverwogen worden omgegaan met deze schaarse ruimte. Daarom moeten er nu integrale keuzes worden gemaakt voor de toekomst van Loonse en Drunense Duinen en het gebied er omheen. Dit vraagt om een transformatie van het landelijk gebied. Transitie is een ‘taai’ proces, maar wel een zeer noodzakelijk proces.
Met de benodigde transformatie moet van een controlemodel – waarbij probleemgericht gewerkt wordt met hoge risico’s, continue monitoring en anticiperen nodig is – naar een adaptatiemodel gewerkt worden. Bij een adaptatiemodel wordt systeemgericht gewerkt en is het zelfregulerend vermogen van het gebied verhoogd.
Om van deze noodzakelijke transitie serieus werk te maken, moeten nu stappen worden gezet. Door samen te zoeken naar oplossingen kan er een landschap ontstaan waarin de kwetsbare natuur sterker wordt, de landbouw een duurzaam toekomstperspectief 8
heeft, mensen kunnen recreëren en we een veilige klimaatbestendige leefomgeving hebben die tegen droogte en piekbuien is bestand. In de provincie Noord-Brabant wordt samengewerkt onder de noemer ‘de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA)’. Er bestaan 12 GGA gebieden waarvan de Loonse en Drunense Duinen één van de grootste is en een grote aantrekkingskracht kent. Provincie Noord-Brabant heeft een globale fasering opgesteld voor het doorlopen van een GGA-proces. Dit bestaat uit de volgende vijf fasen: voorbereiding, verkenning, visievorming, planuitwerking en realisering.
In het gebied zijn ook andere lopende visies. Deze visies vullen elkaar aan. Het is geenzins de bedoeling dat deze visie een belemmering vormt voor andere bestaande en vastgelegde documentatie. In de Loonse en Drunense Duinen zijn veel verschillende gebiedspartners actief met veel verschillende belangen. Ook de opgaven zijn niet voor iedereen hetzelfde. Om te zoeken naar het gemeenschappelijke belang is het gezamenlijke gesprek van groot belang. Daarbij is het onvermijdelijk om harde en soms niet populaire keuzes te maken. Keuzes die uiteindelijk over het geheel gezien in balans zijn. Hoe dit gezamenlijk gesprek heeft plaats gevonden en deze visie tot stand is gekomen, leest u in hoofdstuk 3.
Voor dit gebied heeft de voorbereidings- en verkenningsfase reeds plaatsgevonden en bevindt de gebiedsgerichte aanpak zich nu in de Visievormingsfase. In deze fase wordt er gewerkt aan een richting/koers voor het gebied, dit wordt vastgelegd in dit visiedocument. Voor een uitgebreidere toelichting op de verschillende fases van de GGA, klikt u op deze link. Hoewel het primair in dit document dus gaat om die visievorming, wordt er – voor zover mogelijk – een opstap naar planuitwerking gemaakt, en daarmee een aanzet tot uitvoeringskracht beoogd. Vanwege de vele opgaven is de urgentie groot en is er geen tijd te verliezen. Deze visie vormt de motivatie om snel tot uitvoeringskracht te komen door initiatieven, projecten en vervolgstappen te benoemen die gericht zijn op realisatie op korte termijn, maar zeker ook voor de lange termijn. Daarbij wordt een tijdshorzizon beoogd van 2040, immers een transitieproces gaat over vele jaren. 9
2.2
Het focusgebied
Het Brabantse zandlandschap is gevormd door breuken; het focusgebied ligt in de lager gelegen Centrale Slenk. Tijdens de laatste ijstijd zijn vanuit hogere delen dikke pakketten dekzand door de wind afgezet. Op de ontstane dekzandvlakte waterden de beken af naar het Maasdal, met als gevolg het ontstaan van beekdalen zoals De Brand en Helvoirts Broek. De dekzandgordel van de Loonse en Drunense Duinen blokkeerde de noord-zuid gerichte afwatering waardoor moerassige laagten met veen ontstonden zoals De Brand. De ontstane laagte aan de noordzijde van de Loonse en Drunense Duinen is van oudsher een inundatievlakte die vanaf ’s-Hertogenbosch tot Waalwijk loopt. De afwisseling van nat en droog maakte het in de 12de eeuw tot een aantrekkelijk gebied om te ontginnen voor landbouw waardoor dorpen zoals Loon op Zand, Udenhout en Haaren ontstonden. De hoge dekzandrug is begroeid geraakt met bos en door de houtkap en overbeweiding in de 14de en 15de eeuw kon zand weer gaan stuiven met het ontstaan van de Loonse en Drunense Duinen als gevolg. Het gebied wordt omringd door naald- en eikenbossen en het natuurgebied sluit aan op het beekdal De Brand, dat bestaat uit moerassen en vennen. Ten zuiden liggen de Leemkuilen die vormen een natuurgebied dat is ontstaan door afgraving van leem voor de productie van bakstenen.
Op het gebied van water zijn de hoge delen rond de kern Tilburg het infiltratiegebied voor deze natuurgebieden en zijn de Loonse en Drunense Duinen weer een belangrijk brongebied voor kwel voor natuurgebieden zoals Vlijmens Ven. Het beekdallandschap rondom de Loonse en Drunense Duinen is later door ruilverkavelingen en verstedelijking ingrijpend veranderd. De diversiteit van functies rondom het natuurgebied (of als enclave in het natuurgebied) is groot in dit overwegend agrarisch cultuurlandschap. Hierbij is een grote rol weggelegd voor de recreatie- en kwekerijsector. In het kaartenboek zijn deze geschiedenis, de huidige functies en het beleid verder uitgewerkt.
Kaart van de Loonse en Drunense Duinen en focusgebied 10
Hoogtekaart (AHN2) met hoofdwatergangen Kleuren verlopend van donkerblauw +0.00 NAP naar bruin +14.00 NAP
11
3. Gebiedsgerichte aanpak, het proces 2.3
Leeswijzer
Voor u ligt de gouden, definitieve, versie van de visie voor GGA Loonse en Drunense Duinen. Om dit document leesbaar te houden, is er bewust voor gekozen om deze zo compact mogelijk te houden. In onderdeel ÉÉN ligt de focus op de doelen, uitgangspunten en toekomstperspectieven dan wel streefbeelden én de uitwerking tot maatregelen en initiatieven op deelgebiedniveau, alsmede voor het totale gebied. Onderdeel TWEE bevat de maatregelen/initiatieven gevat in tabellen horende bij de uitvoeringskracht van deze visie. Deze zijn beoordeeld op het doelbereik m.b.t. natuur, water, landbouw en recreatie en tevens voorzien van een ruwe kostenindicatie, tijdpad, draagvlak en gebiedstrekker (aanjager van het betreffende initiatief). In deze visie leest u de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 3 beschrijft het proces van GGA Loonse en Drunense Duinen. • Hoofdstuk 4 bevat de bouwstenen van deze visie: ALG, NDA, LESA, groenblauwe dooradering, handelingsperspectief en watervisie, omgevingsvisies, stikstof, aanpak recreatie, analyse grondeigendommen & overige visies.
12
3.1 • • • •
Hoofdstuk 5 beschrijft de doelen die worden vertaald naar uitgangspunten en streefbeelden (toekomstperspectieven). Hoofdstuk 6 bevat de totaalvisie en aanpak nader uitgewerkt, gevolgd door de uitwerkingen in deelgebieden. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitvoeringskracht en prioritering. Hoofdstuk 8 bevat de aandachtspunten die essentieel zijn bij de vervolgstappen en integrale uitwerking.
Tot slot is er een separate bijlagenmap. Hierin staan de volgende documenten: • Het kaartenboek (waarin basisinformatie van het gebied is opgenomen); • De Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA); • De stikstofanalyse; • De Natuurdoelanalyse (NDA); • OEN-regels; • Verdieping groenblauwe dooradering; • Perspectief watervisie; • Analyse en advies grondposities; • Toelichting beoordeling initiatieven; • Verdieping recreatie.
Context Visiefase met uitvoeringskracht
Provincie Noord-Brabant wil een toekomstbestendige transitie van het landelijk gebied die aansluit bij de verstedelijkingsopgaven van Brabant. Daarom houdt de provincie koers op de realisatie van de wettelijke doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang met een duurzaam perspectief voor de landbouw. Iets waar in Brabant al enige jaren samen met haar gebiedspartners aan wordt gewerkt in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA). In lijn met het Bestuursakkoord “Samen maken we Brabant” worden de krachten gebundeld, want stilstand is geen optie. Dit is ook vastgelegd in de provinciale beleidskaders en uitvoeringsagenda’s. Er zijn al goede voorbeelden buiten zichtbaar en met de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) is het raadzaam nog meer focus aan te brengen op: • De uitvoering van de meest complexe gebieden, waar herstel van stikstofgevoelige N2000-gebieden het meest noodzakelijk is; • De versterking van de uitvoeringskracht, waar provincie en haar partners Brabant breed de wettelijke doelen voor natuur, water en bodem wil gaan realiseren; • Keuzes maken en prioriteren van uitvoeringsprojecten, op basis van de beschikbare (grond)instrumenten en financiën.
Aanpak Landelijk Gebied (ALG)
Met de ALG richt de provincie zich op het versnellen van de uitvoering in gebieden waar dat voor doelbereik op de Vogel en Habitat Richtlijn (VHR) en Kaderrichtlijn Water (KRW) het hardst nodig is. Daarmee dragen we bij aan de stappen die nodig zijn om Brabant ‘open’ te krijgen. Dit geldt met name voor de N2000-gebieden en KRW-lichamen, maar ook daarbuiten kunnen natuur-, water- en bodemmaatregelen bijdragen aan het nodige doelbereik. Dit betreft onder andere aan de watertransitie, het Natuurnetwerk, bossen en transitiesporen voor de agrarische ondernemers, zoals natuurinclusieve landbouw, en recreatieve ondernemers. Met de Aanpak Landelijk Gebied Noord-Brabant wordt ingezet op twee parallelle sporen: Spoor 1: Het versterken van de uitvoeringskracht in het landelijk gebied Vanuit deze gedachte wordt ingezet om versneld met plannen en voorstellen te komen die op korte termijn bijdragen aan doelbereik in het gebied Loonse en Drunese
Duinen. Daarbij wordt actief gewerkt aan het oplossen van knelpunten in (lopende) uitvoeringsprojecten die bijdragen aan N2000- en KRW-doelstellingen. Initiatieven van derden (al dan niet buiten gebiedsprocessen), casussen en pilots zijn daarbij van grote waarde en betekenis. Spoor 2: Het actualiseren en concretiseren van de opgaven Bij de start van dit GGA proces zijn opgaven meegegeven voor dit gebied. De wereld heeft echter niet stil gestaan. Er zijn al initiatieven binnen en buiten dit gebied in gang gezet, maar de doelen zijn nog (lang) niet bereikt. Soms zijn de opgaven zelfs groter of complexer geworden en zijn er nieuwe opgaven bijgekomen, bijvoorbeeld als gevolg van gerechtelijke uitspraken. Ook zijn en worden doelen generiek en per gebied concreter door o.a. de uitkomsten van de Natuurdoelanalyses (NDA’s). Het beeld wordt per (deel)gebied specifieker en geeft inzicht in wat er op de lange termijn mogelijk is om, uitgaande van de huidige doelen, het wettelijk doelbereik te halen en hoe dit ruimtelijk kan worden ingepast in combinatie met andere opgaven in het landelijk gebied. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat voor de gebiedsopgaven in alle gevallen geldt dat meerdere partijen, waaronder ook medeoverheden en gebiedspartners actief in het groenblauwe domein, verantwoordelijk zijn voor planuitwerking en uitvoering.
Er wordt in deze visie onderscheid gemaakt tussen prioritaire en secundaire doelen. Prioritaire doelen zijn opgaven op basis van wettelijke taken en bestuurlijke afspraken. Secundaire doelen zijn groen blauwe opgaven met een resultaatverplichting of bestuurlijke ambitie die complementair kunnen zijn bij wettelijk doelbereik. De secundaire doelen zijn van belang om te realiseren, maar minder urgent dan de prioritaire doelen. Tot slot wil de provincie met het ‘Programma Overgangsgebieden’ meer gaan sturen op een lagere milieubelasting in de zone direct rondom een N2000-gebied. Hiervoor worden generieke maatregelen opgesteld en maatwerk geleverd. Dit moet op enig moment parallel gaan lopen aan het GGA-proces.
13
NATUUR DOELEN Aanpak Landelijk Gebied: • De gunstige staat van instandhouding en natuurherstel N2000; 30% VHR herstel (gefaseerde doelstelling): blijven streven naar uitbreiding van leefgebied Vogel Habitat Richtlijn (VHR) soorten binnen NNB en het agrarisch gebied. • De resterende opgave areaal Natuur Netwerk Brabant en Ecologische verbindingszones realiseren; • Opgave areaal nieuw bos binnen en buiten NNB en revitalisatie bestaand bos (bossenstrategie) realiseren; • Het op orde brengen van hydrologische condities voor natuur kwalitatief en kwantitatief: NNB, inclusief Natura 2000-gebieden en Natte Natuurparels; • Het realiseren van 10% kwalitatief goede groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2050 met hogere of lagere percentages afhankelijk van de landschappen en VHR-doelen; • Het reduceren van de stikstofdepositie, uitgewerkt in de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 2.0. Het gaat hier onder andere om de reductieopgave voor ammoniak voor de landbouw en NOx waarmee wordt voldaan aan de landelijke omgevingswaarde van 74% areaal stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de KDW in 2035; • Provinciale klimaatopgave: voor Noord-Brabant reductieopgave van 0,8 Mton CO2 eq. ten opzichte van Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV2021).
14
WATER DOELEN Aanpak Landelijk Gebied: • Water en bodem sturend als randvoorwaarde toepassen voor de ruimtelijke keuzes in het landelijk gebied, zoals benoemd in de Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’; • Het herstel van een samenhangend water- en bodemsysteem, kwantitatief en kwalitatief; • De bodem is vitaal: de sponswerking voor water en voedingsstoffen is op orde, het gehalte aan organische stof is op niveau, het bodemleven is gevarieerd en er is geen sprake meer van onnatuurlijke verdichting, waarbij prioriteit ligt bij de agrarische beïnvloedingsgebieden rond Natura 2000-gebieden, natte natuurparels en in voedingsgebieden voor drinkwater; • Het behalen van de KRW-doelen ten aanzien van waterkwaliteit, waterkwantiteit en morfologie (reliëf en bodemopbouw) waarvoor de maatregelen het landelijk gebied raken, met name: o Nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater; o Grondwaterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en industriële winningen voor menselijke consumptie; o Natte natuurparels hydrologisch op orde, waaronder (in) de betreffende Natura 2000-gebieden; o Inrichting van de beekdalen op orde; o Hersteld evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater- voorraden.
Binnen de Droogteagenda zoals vastgesteld door het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg is dit door vertaald in verhoging van de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstanden met 10 tot mogelijk 35 cm, onder andere door: 1. Substantieel (exacte hoeveelheid onbekend) lagere hoeveelheden grondwateronttrekking per jaar; 2. Meer aanvulling grondwater (vasthouden/infiltreren en vertraagd afvoeren) met 150 miljoen m3 per jaar; • Borgen ruimte voor waterberging: benutten bestaande zoekgebieden en reserveren vijf tot tien procent ruimte in diepste delen watersysteem, met beperkingen voor nieuwbouw. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met andere functies zoals landbouw en natuur.
LANDBOUW DOELEN Aanpak Landelijk Gebied: • Perspectief voor de landbouw; Noord-Brabant heeft een toekomstbestendige landbouw- en voedselsector die bijdraagt aan een balans tussen maatschappij, economie en ecologie met: o Slimme, circulaire en sterke agrarische bedrijven; o Een innovatief en hoogwaardig ecosysteem van bedrijven en partners; o Duurzame, hoogproductieve kringlooplandbouw en extensieve, gemeenschaps-, natuur- en landschapsinclusieve landbouw, beide systemen passend binnen het bodem- en watersysteem; o Ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap. • Beleidskader Landbouw en Voedsel, belangrijkste 2 sporen: 1) De meest duurzame landbouw- en voedselproductie in Europa o Gesloten mineralenkringlopen; o Ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap; o Op weg naar emissieloze landbouw; o De landbouw draagt bij aan de Brabantse doelen van Bodem- en Waterkwaliteit (KRW), biodiversiteit en natuur (Natura 2000); o Gezonde leefomgeving/ruimtelijke kwaliteit buitengebied. 2) Natuur- en landschapsinclusieve landbouw o 500 natuurinclusieve boeren; o 15 procent landbouwareaal biologisch; o Ontwikkelen van nieuwe, meervoudige verdienmodellen.
RECREATIE DOELEN Aanpak Landelijk Gebied: • Geen doelen vanuit ALG. Overig • De recreatiesector draagt bij aan het behalen van natuur- en waterdoelen met betrekking tot behoud en herstel N2000; • Afname van recreatie als drukfactor op het Natura 2000-gebied, en met name de kwetsbare delen van het Natura 2000-gebied, o.a. door betere verspreiding van bezoekers in de schil; • Het behouden van perspectief voor de recreatiesector; • De Natura2000 en directe kwetsbare zone tegen Natura2000 meer ontlasten en juist het agrarische cultuurlandschap met boerderijen, cultuurhistorische iconen en de dorpen en steden als hubs te zien om het landschap te kunnen ervaren en bezoeken, waarbij een goede balans wordt gezocht met kleinschalige recreatie die past bij het agrarische karakter van het gebied en de landbouw; • Het creëren van een aantrekkelijke en goed bereikbare recreatieve schil; • Uit de Natuurdoelanalyse blijkt dat de druk op het Natuura 2000-gebied te hoog is en het doel is deze druk naar beneden te brengen; • Vergroten van de recreatieve aantrekkelijkheid en belevingswaarde buiten het N2000-gebied, o.a. door groenblauwe dooradering van het agrarisch gebied.
Overig • Aanvullend beleidskader: Gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023-2027, Nationaal Strategisch Plan.
15
3.2
Vertrekpunt van dit visiedocument: nieuw elan, energie en bereidwilligheid
Het proces van GGA Loonse en Drunense Duinen kent, net als de duinen zelf, een rijke geschiedenis. Het proces is begonnen in 2017 met het opstellen van ‘Gebiedsagenda Loonse en Drunense Duinen en de schil’. Hierbij was het doel om de Loonse en Drunense Duinen en de schil eromheen nog sterker te positioneren als belangrijk icoon in Brabant. Deze gebiedsagenda werd in 2019 opgeleverd en werd breed gedragen door de toenmalige betrokken gebiedspartijen. In 2022 heeft het proces een vervolg gekregen en zijn de gebiedsagenda en de uitvoeringsagenda geactualiseerd. Dit is veelal gedaan door vanuit de doelen (knelpunten) naar oplossingen (maatregelen) te kijken, zonder hiervoor een sterk gedragen visie (uitgangspunten) vast te stellen. Hierbij was voornamelijk vanuit de natuur geredeneerd en kregen andere thema’s, zoals recreatie, landbouw en water, onvoldoende aandacht. Tevens zijn er een aantal nieuwe beleidsaankondigingen en -wijzigingen gedaan die uitwerking hebben op de opgaven en doelen in het gebied.
3.3 Om een betere balans tussen de genoemde thema’s te bewerkstelligen en daarmee tot een sterker draagvlak te komen voor de gebiedsvisie, is het gebiedsproces vanaf oktober 2023 met nieuwe energie, elan en vooral bereidwilligheid in gang gezet. Gebiedspartners GGA Loonse en Drunense Duinen in oktober 2023
Een gezamenlijke en sterke bereidwilligheid
Voor het vormen van de visie is sinds september 2023 de procesbegeleiding, en daarmee het gebiedsmanagement, opgepakt door MLG Gebiedsontwikkeling. Dit vol vertrouwen om er weer een goed lopend proces van te maken, waarbij alle gebiedspartijen weer gemotiveerd zijn om - ondanks de soms tegenstrijdige belangen - met elkaar in gesprek te gaan en te blijven en de juiste discussies te voeren. Om dit te bereiken zijn twee sporen gevolgd:
beschreven. Door deze gezamenlijk te formuleren is een gelijk startniveau gecreëerd voor alle gebiedspartners waarop de visie is gestoeld, inclusief een eerste aanzet tot initiatieven waarmee uitvoeringskracht is te bewerkstelligen. De gebiedspartners hebben samen bepaald wat belangrijk is. De uitgangspunten geven richting bij de uitwerkingen in deelgebieden.
Spoor 1: herstellen van vertrouwen, samenwerking en respect voor elkaars belangen, daarbij de zogenaamde ‘OEN’-spelregels hanterend (Open, Eerlijk, Nieuwsgierig). Deze ‘OEN’-spelregels zijn opgenomen in bijlage I van de visie. Spoor 2: inhoudelijke uitwerking op weg naar een concrete visie. In september 2023 is een ambtelijke ‘temperatuursessie’ (spoor 1) gehouden om te peilen hoe de gebiedspartijen in het proces stonden. Tijdens deze sessie is onder andere gekeken hoe lang iedereen al betrokken is bij de GGA Loonse en Drunense Duinen en welke knelpunten/kansen er zijn. Vervolgens is er met alle partijen gesproken tijdens een individuele gesprekken. Dit heeft geleid tot een grote mate van bereidwilligheid en besef dat we met elkaar dit prachtige gebied moeten koesteren en er alles aan moeten doen om de opgaven en doelen te bewerkstelligen. Na vaststelling van een grote mate van bereidwilligheid, is geleidelijk overgegaan naar spoor 2. Eén van de eerste stappen hierin was om de feiten over het gebied te verzamelen en vast te leggen. Dit is gedaan door middel van het ‘kaartenboek’. Dit is een naslagwerk waarin alle op dit moment lopende visies en projecten zijn weergegeven. Het kaartenboek is vastgesteld tijdens het stuurgroepoverleg op 21 februari 2024 en is terug te vinden als bijlage van dit visiedocument.
Voor het vormen van de visie voor het totale GGA gebied Loonse en Drunense Duinen, zijn vier hoofdthema’s beschreven: natuur, water, landbouw en recreatie. Per thema zijn er doelen, uitgangspunten en toekomstperspectieven en streefbeelden
16
17
Door de grote van het gebied en de grote verschillen daarin is ervoor gekozen om in deelgebieden verder te gaan. Tijdens het overleg zijn voor alle deelgebieden ook de zogeheten ‘trekkers’ vastgelegd. De eigenschappen, initiatieven en mogelijke maatreelen voor de deelgebieden worden in hoofdstuk 6 ‘Totaalvisie & aanpak Loonse en Drunense Duinen‘ verder beschreven. De begrenzing deelgebieden is voornamelijk gebaseerd op de opbouw van het gebied, de N2000grenzen, lopende processen en gemeentegrenzen en is op de kaart op de volgende pagina weergegeven. Bij de uitwerking van de projecten zijn deelgebiedgrenzen niet leidend en kan verder worden gekeken over deze grenzen.
Gebiedspartners per deelgebied 18
Het focusgebied voor de GGA Loonse en Drunense Duinen (rood) met daarin de zes verschillende deelgebieden
19
4. Bouwstenen voor de visie 3.4
Themagroepen
Binnen de GGA Loonse en Drunense Duinen wordt er, naast de gebiedspartneroverleggen en de stuurgroep, ook in vier themagroepen gewerkt. Dit zijn de themagroepen: communicatie, recreatie, stikstof en LESA. Deze thema’s zijn gebiedsbreed en belangrijk voor het gehele GGA-gebiedsproces, en de opgaven voor de Loonse en Drunense Duinen. Door te werken in themagroepen wordt er efficiënt gelet op beschikbare capaciteit, wordt enkel inzet gevraagd van de meest relevante gebiedspartners en organisaties, en worden juist de gespecialiseerde collega’s ingezet voor het betreffende thema.
Communicatie
De themagroep communicatie is begin 2024 gestart onder leiding van een coördinerend communicatieadviseur voor het gehele gebiedsproces. In de ‘werkgroep communicatie’ werken - waar mogelijk - de communicatieadviseurs van de gebiedspartners samen aan het communicatie- en participatieplan. Zij komen met regelmaat bij elkaar. Wanneer nodig, wordt in het gebiedspartneroverleg terugkoppeling gegeven. Op deze manier blijven alle gebiedspartners op de hoogte van de communicatiemomenten en leveren zij daarbij input. De themagroep communicatie heeft de volgende taken: • Fungeren als klankbord, sparringpartner en ondersteuning voor de trekkers van de communicatie en participatie van deze en andere Brabantse GGA’s; • Inbrengen van organisatiebelangen, -kleuring, -kennis en lokale expertise; • Waar nodig afstemmen binnen de eigen organisatie; • Communicatie-uitingen worden zoveel mogelijk ook via de communicatiekanalen van de gebiedspartners gedeeld. De themagroep communicatie heeft op 10 en 12 september 2024 twee inloopbijeenkomsten georganiseerd. Een terugkoppeling van de bijeenkomsten is te vinden op de website. Op 12 en 14 mei 2025 zijn nogmaals inloopbijeenkomsten georganiseerd 20
Recreatie
Recreatie vormt één van de grote drukfactoren op het N2000-gebied LDD. Aan de ‘themagroep recreatie’ nemen gespecialiseerde collega’s met betrekking tot recreatie, toerisme en ruimte deel vanuit de verschillende gebiedspartners. Tevens neemt de projectleider van het ‘MONA’-onderzoek deel aan deze werkgroep. ‘MONA’ staat voor: ‘MOdal shift, routing and nudging solutions in NAture areas for sustainable tourism’. MONA is onderdeel van het focusprogramma ‘Brabant Beleeft’ en wordt via Visit Brabant geïnitieerd en getrokken door het Van Gogh Nationaal Park. Het doel van dit project is het realiseren van duurzame en natuurgerichte mobiliteit en recreatie in natuurgebieden in Noordwest-Europa. Één van deze gebieden betreft Loonse en Drunense Duinen. Een van de doelstellingen van de partners hier is om de N2000 en schil meer te ontlasten en juist het agrarische cultuurlandschap met boerderijen, cultuurhistorische iconen en de dorpen en steden als hubs te zien om het landschap te kunnen ervaren en bezoeken. In werksessies is gewerkt aan de bouwstenen. Meer hierover staat in paragraaf 4.9.
Stikstof
Stikstof is één van de drie belangrijkste drukfactoren op het N2000-gebied. De ‘themagroep stikstof’ wordt vertegenwoordigd door de Waterschappen, ZLTO, Natuurmonumenten, Provincie Noord-Brabant, gemeente Loon op Zand en gemeente Tilburg. In april 2024 heeft een informatiesessie plaatsgevonden waarin de uitkomsten van de analyse op de huidige situatie, de ontwikkelingen van afgelopen jaren en de verwachte autonome ontwikkelingen omtrent stikstof zijn toegelicht. In oktober 2024 is de tweede stap van het consortium gestart. Dit betreft het doorrekenen van een specifiek LDD-pakket aan initiatieven en maatregelen Het volledige proces dat de themagroep doorloopt is weergegeven in paragraaf 4.7.
4.1 Om tot een onderbouwde visie van GGA Loonse en Drunense Duinen te komen, worden verschillende (beleids)documenten, onderzoeken, analyses en inzichten gebruikt, en als bouwstenen voor de visie beschouwd. In deze paragraaf worden deze bouwstenen nader beschreven en toegelicht op aanpak en essentie van de uitkomsten. Enkele bouwstenen zijn gebruikt om te komen tot de doelen, andere zijn een belangrijke input geweest voor de uitgangspunten, toekomstperspectieven en streefbeelden. Daarnaast dragen de bouwstenen bij aan de initiatieven per deelgebied en mogelijke maatregelen.
Aanpak Landelijk Gebied (ALG)
De Aanpak Landelijk Gebied toont de urgentie om oplossingen te vinden voor de opgaven die er liggen voor natuur, waterkwaliteit en klimaat. Door maatregelen te combineren, herstelt de natuur en komt er ruimte voor vergunningverlening. De Aanpak Landelijk Gebied (ALG) is op zichzelf dan ook geen nieuw beleid, maar een handelingsperspectief dat op basis van bestaand en nog vast te stellen beleid richting geeft aan de transitie en uitvoering in het landelijk gebied ten behoeve van wettelijke doelen. De ALG is daarmee geen antwoord op álle opgaven in het landelijk gebied. Wel betekent dit dat de onontkoombare doelen voor onder andere emissiereductie van stikstof, broeikasgassen en waterkwaliteit, en de structurerende keuzes, zoals het bodem- en watersysteem, leidend moeten worden bij ruimtelijke planvorming. Dit vraagt om uitwerking van richtinggevende doelen en een gebiedsprogramma. En dat vraagt weer om de stap tot de realisatie van wettelijke en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat in het landelijk gebied in combinatie met een duurzaam perspectief voor agrarische ondernemers. Dit vormt de koers hoe de verschillende doelen bereikt kunnen worden en welke veranderingen er nodig zijn in het landelijk gebied. Meer informatie te vinden op: https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuurlandschap/aanpak-landelijk-gebied/
LESA
Met de themagroep LESA, bestaande uit de hydrologische experts van de gebiedspartners, is in werksessies input gegeven voor de verdiepende rapportage naar mogelijke hydrologische maatregelen voor het gebied. Meer hierover staat in paragraaf 4.3.
21
4.2
Natuurdoelanalyse Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
Door de Provincie Noord-Brabant is voor elk N2000-gebied een natuurdoelanalyse (NDA) opgesteld. De aanleiding voor het opstellen van deze NDA’s is de gebiedsplannen die alle provincies hebben opgesteld vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De NDA’s zijn inhoudelijke ecologische analyses en rapportages. Pas wanneer maatregelen worden opgenomen in het (provinciale) gebiedsplan of in een N2000-beheerplan krijgen ze een beleidsstatus. In de NDA wordt aangegeven dat voor het oplossen van de drukfactoren met name maatregelen buiten het N2000-gebied genomen moeten worden. Het NPLG, en daarmee ook het Transitiefonds Landelijk Gebied, is in 2024 stopgezet. Vanuit Noord-Brabant zijn we vanuit het voorontwerp Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) daarom doorgegaan met de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) Op 1 maart 2023 heeft de provincie alle natuurdoelanalyses (NDA) voorgelegd aan de Ecologische Autoriteit (EA). Deze toetst de kwaliteit van de analyses. Het advies van de Ecologische Autoriteit is beschreven in het document: Advies over de Natuurdoelanalyse Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, provincie NoordBrabant. De EA bevestigt de conclusies van de NDA en adviseert om de moeilijke besluiten als eerste te gaan nemen.
In de NDA 131 “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” is de huidige stand van zaken van de natuur in de Loonse en Drunense Duinen beschreven en zijn maatregelen aangegeven die nodig zijn voor herstel. De kernopgaven op landschapsniveau voor het N2000-gebied Loonse en Drunense Duinen zijn: • Uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van stuifzandheiden met struikhei, zandverstuivingen, droge heiden, blauwgraslanden en vochtige alluviale bossen; • Behoud van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van beukeneikenbossen met hulst en eiken-haagbeukbossen; • Behoud van oppervlakte en kwaliteit van zwakgebufferde vennen en oude eikenbossen; • Uitbreiding van de omvang en verbetering van de kwaliteit van leefgebied voor de populatie van de kamsalamander; 22
Voor de Loonse en Drunense Duinen betekent dit dat er acties volgen op de volgende onderdelen: Optimalisatie hydrologische systemen 1. Vergroten areaal en connectiviteit 2. Vergroten dynamiek en diversiteit 3. Verminderen input nutriënten en chemische stoffen en herstel van schade 4. Herstel van biotische kwaliteit (waaronder verminderen recreatiedruk) 5. Aanwezigheid van exoten De strekking van de acties verschilt per onderdeel en staat beschreven in het document NDA 131 “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”. De maatregelen die voortkomen uit de Natuurdoelanalyse zijn opgenomen bij de initiatieven gebiedsbreed en per deelgebied. Daarbij is per deelgebied ook gekeken naar de Ecologische Verbindingszones: één van de essentiële bouwstenen van het NNN zijn ecologische verbindingszones (EVZ’s). Dit zijn groene verbindingen tussen natuurgebieden die ervoor zorgen dat dieren en planten niet geïsoleerd zijn. De natte EVZ’s bieden ruimte voor het bergen van water tijdens hevige regenval. Daarnaast zorgen de EVZ’s ervoor dat het landschap afwisselender en aantrekkelijker wordt; dit gaat vaak gepaard met de uitbreiding van wandelpaden en fietsroutes.
4.3 Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA) en rapport Maatregelen Loonse en Drunense Duinen, De Brand en Leemkuilen
De Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA), onderdeel van de NDA, is een middel om inzicht te krijgen in de sleutelfactoren die het ontstaan, maar ook het huidig functioneren van de Loonse en Drunense Duinen bepalen. Hierbij gaat het erom onderliggende processen en patronen te verklaren en daarbij knelpunten en kansen van een gebied in kaart te brengen. Centraal hierbij staat dat de standplaatscondities op drie onderling hiërarchische schaalniveaus worden bepaald: 1. Positioneel: wat zijn de sleutelfactoren op landschapsschaal? 2. Conditioneel: wat zijn de standplaatsfactoren van de vegetatie? 3. Operationeel: de rhizosfeer – het wortelmilieu waar de plant interacteert met de bodem en het bodemleven. Voor de LESA minder relevant. Om met de GGA Loonse en Drunense Duinen de juiste maatregelen voor het herstellen van de natuurwaarden toe te kunnen passen, is het van belang om van tevoren te begrijpen hoe het gebied in elkaar zit en hoe het er vroeger uitzag. Om hier meer inzicht in te krijgen is in 2022 de Landschapsecologische Systeemanalyse uitgevoerd (Paternotte et al. 2022). Als verduidelijking en aanvulling daarop is er vanuit het GGA-proces gevraagd om een beschrijving van het watersysteem voor het gehele gebied.
Dit moet inzicht bieden in de zogenaamde knoppen waaraan gedraaid kan worden binnen het watersysteem en de verwachte effecten op het watersysteem en habitattypen. Dit geldt voor zowel maatregelen in het N2000-gebied zelf als voor maatregelen in het omliggende gebied waarvan de effecten doorwerken in het gebied. Dit is gebeurd op basis van eerdere (model)studies, onderzoeken en rapporten (zie literatuurlijst). Er zijn dus geen nieuwe modelstudies of berekeningen uitgevoerd. De beschreven maatregelen verschillen erg van elkaar als het gaat om omvang en haalbaarheid. Dit rapport is niet bedoeld om de maatregelen af te wegen ten opzichte van elkaar, maar meer om inzicht te krijgen in effecten van mogelijke maatregelen.
De maatregelen die nu worden beschouwd in het rapport, worden in het GGA-proces verder vertaald en uitgewerkt op aspecten zoals maatschappelijke- en bestuurlijke haalbaarheid. Daarnaast worden ook de benodigde vervolgonderzoeken en analyses uitgevoerd. Mogelijke negatieve effecten van maatregelen op o.a. landbouw en stedelijk gebied zijn in de LESA niet onderzocht. Het krijgt daarmee geen formele status, maar wordt als achtergrondinformatie gebruikt voor de Gebiedsvisie Loonse en Drunense Duinen en de verdere uitwerking in deelgebieden. Het rapport is te vinden als externe bijlage van dit visiedocument. Het resultaat van dit rapport is een overzichtstabel van de maatregelen met daarin: • Een beschrijving van de maatregel; • Het rapport waarin dit is uitgezocht; • Het algemene effect van de maatregel op de natuur; • Het verwachte effect uitgesplitst per deelgebied; • De nauwkeurigheid van de uitspraak; • (Mogelijke) neveneffecten en de mitigeerbaarheid hiervan; dit dient nader onderzocht te worden.
Het gaat hierbij om de volgende mogelijke maatregelen: • Met inzichten en effecten in beeld brengen waar mogelijk peilopzet in primaire watergangen aan de orde is/kan zijn; • Dempen detailwatergangen, voor NNB gebieden en alle detailwatergangen; • Drongelens kanaal: peiloverhoging of dempen; • Het verlagen of stopzetten van drink- en industriewaterwinningen uit grondwater en stopzetten drinkwaterwinning Tilburg en Waalwijk; • Stopzetten beregeningen landbouw waar mogelijk met grondwater; • Afkoppelen en infiltreren van verhard oppervlak in stedelijk gebied; • Verminderen bemaling in stedelijk gebied Waalwijk; • Verwijderen van buisdrainage landbouw; • Stopzetten onderbemaling landbouw, waar mogelijk, o.a. Leemkuilen; • Bosomvorming van naaldbos naar loofbos; 23
Op basis van de berekende effecten volgt een beschrijving van de verwachte effecten van elke maatregel op de ecologische omstandigheden in de deelnatuurgebieden. In deze ecohydrologische systeem- en effectbeschrijving worden hydrologische maatregelen en de effecten hiervan gekoppeld. Samenvattend kan worden gesteld: • •
•
•
•
Stuifduinen: Bosomvorming van naaldbos naar loofbos is effectief en ligt voor de hand. Het is van belang om periodiek water op maaiveld in de lage delen te hebben. Hengstven: Het dempen van waterlopen en peilopzet (o.a van de Zandleij) lijken effectieve maatregelen en dragen bij aan de natuurontwikkeling in het nog in te richten deel. Waterkwaliteit (o.a. de Zandleij) was geen onderdeel van het onderzoek. Plantloon: Bosomvorming, vermindering onttrekkingen, en dempen of peilopzet watergangen hebben een positief effect op de toestroom van het grondwater. Na opschoning Galgenwiel en Kikkerwiel zorgt de toestroom van lokaal grondwater voor buffering en instandhouding van de habitat. De maatregelen hebben een grote positieve bijdrage op de natuur maar niet duidelijk is wat de effecten van de watermaatregelen zijn op het bebouwd gebied eromheen. Dit dient nader te worden onderzocht. De Brand: Peilopzet en dempen van watergangen heeft een positief effect op het grondwaterregime voor Elzenbroekbos Blauwgrasland. Stopzetten of verminderen van beregening in droge perioden heeft een groot positief effect op de grondwaterstand in het hogere zuidelijk deel van De Brand. Maatregelen rond De Brand hebben ook een positief effect op kwel in natte laagten.
Leemkuilen: Verschillende maatregelen direct rondom de Leemkuilen en op grotere afstand hebben een positief effect op het grondwaterregime en kwel rondom de Leemkuilen. De hydrologie van de Leemkuilen is complex en de uitwerking van de maatregel is maatwerk. Het onderzoek over de Leemkuilen is in ontwikkeling.
4.4
Groenblauwe dooradering
situatie zijn ter inspiratie streefbeelden opgesteld. Met de omschrijving laat dit zien hoe we ervoor staan en wat de mogelijkheden zijn. Binnen de verdieping zijn daarbij ook de middelen, instrumenten en risico’s uitgewerkt die ook aansluiten bij wat er in het gebied van Van Gogh Nationaal Park wordt gedaan.
In 2022 is door Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel als dringend advies het ‘Aanvalsplan Landschap – realisatie van 10% groenblauwe dooradering’ gepubliceerd. Het plan sluit aan op het Klimaatakkoord van 28 juni 2019, De Basiskwaliteit Natuur (BKN), Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) en Kaderrichtlijn Water (KRW) en is geschreven door een coalitie van partijen die verenigd zijn in Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Ook de ministeries van LNV, BKZ en OCW hebben eraan bijgedragen. Het plan heeft betrekking op het landelijk gebied, exclusief bebouwde kom en NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het streeft de volgende doelstelling na: voor 50% van het landelijk gebied is 10% groenblauwe dooradering gerealiseerd in 2030 (met name prioritaire gebieden), voor 65% is het gerealiseerd in 2035 en voor 100% in 2050. Dat sluit aan bij het doel van de EU, Rijk en Provincie om 10% van het oppervlak van het boerenland te laten bestaan uit groenblauwe dooradering.
Binnen Van Gogh Nationaal Park zijn de volgende stappen gezet: In 2022 is door de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap het rapport ‘Van Gogh Nationaal Park: Groen dooraderd – analyserapport en uitvoeringsstrategie’ opgesteld. Dit bestaat uit : 1) analyserapport over kansen en knelpunten voor de aanleg van landschapselementen in het Van Gogh Nationaal Park, en 2) uitvoeringsstrategie. Inmiddels is Programma Groenblauwe Dooradering gestart met een aantal startgemeenten. In april 2024 is landschapsproject ‘Brabant Behaagt’ in Van Gogh Nationaal Park gestart, uitgevoerd door Brabants Landschap, Natuurmonumenten en ZLTO. Met het project worden Brabanders gestimuleerd om 1000 kilometer landschapselementen aan te leggen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het advies vanuit het Aanvalsplan Landschap. Vanuit Brabant Behaagt wordt in 2025 het instrumentarium hiervoor uitgewerkt en begint de implementatie van producten bij diverse organisaties in Brabant. Meer over Brabant Behaagt is te vinden op www.vangoghnationalpark.com.
Voor het gebied in en rondom de Loonse en Drunense Duinen is er een verdieping uitgewerkt op dit thema. Deze is terug te vinden in bijlage 2. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van landschapselementen als onderdeel van de GBDA in de verschillende landschapstypen die te vinden zijn in het focusgebied. Naast de huidige
Be
Ou
ekd
al
de
zan
Jon do
ntg i
ge zan
nn
do
ing
ntg i
nn
ing
Uiteraard kunnen op onderdelen nog nadere en/of verdiepende analyses nodig zijn om preciezere effecten van de maatregelen in beeld te krijgen alvorens over te gaan tot uitvoering. 24
25 Huidige situatie en streefbeelden GBDA per landschapstype
4.5
4.6 Omgevingsvisies
Handelingsperspectief en watervisie
Met de ‘Nota Handelingsperspectieven watertransitie’ hebben de waterschappen de focus verlegd van het water afvoeren naar het water vasthouden met meer aandacht voor grondwater. Niet alleen de beek maar het hele watersysteem wordt beschouwd van hoge kop naar de flanken en het beekdal. De natuurlijke samenhang wordt hersteld. De drie gezamenlijk opererende Waterschappen (De Dommel, AA & Maas en Brabantse Delta) hebben de handelingsperspectieven actief in het gebiedsproces GGA Loonse en Drunense Duinen ingebracht als primaire leidraad voor de visie en de uitwerkingen ervan. Het handelingsperspectief wordt ook onderschreven door andere partijen die het grondwaterconvenant hebben ondertekend. Het past ook in het kader van de richtinggevende brief Ministerie I&W over “water- & bodemsturend”. In 2024 zijn door Waterschap De Dommel de watertransitie, het handelingsperspectief en het uitvoeringsplan vertaald naar de watervisie. Samengevat is de ambitie in te delen in de volgende onderdelen: Hoge koppen: structurele aanvulling van de grondwatervoorraad • Al het water infiltreert op de plek waar het valt • Onttrekkingen zijn niet meer vanzelfsprekend • Wat schoon is, moet schoon blijven • Vergroten van de sponswerking
Beekdalen: voldoende ruimte om pieken op te vangen en een beekdal dat niet verdrogend werkt voor de omgeving • Het wordt natter (hogere grondwaterstanden) • Water krijgt meer ruimte • Beken blijven stromen • Meer kwel in de beekdalen • Landgebruik past zich aan op natuurlijke processen zoals overstroming Flanken: aan- en afvoer in balans bij een hoger grondwaterpeil • Stijgende grondwaterpeilen • Minder beregening nodig • Vertraagd afvoeren van water • Schoon grond- en oppervlaktewater Voor landbouw, wonen & werken en natuur wordt het perspectief geschetst met bijbehorende bouwstenen voor ontwikkelingen. De perspectiefkaart die is opgenomen in de watervisie is toegevoegd als bijlage III. Daarbij zijn ook enkele, voor dit gebied relevante, principes toegevoegd vanuit de bouwstenen, welke te vinden zijn in de watervisie.
Vrijwel alle gemeenten hebben of zijn bezig met de Omgevingsvisie. Hoewel iedere gemeente eigen opgaves heeft en kleur geeft aan de transitie van het landelijk gebied, bestaat er veel overeenstemming en overlap met betrekking tot gelijk gestelde visie, doelen en opgaven. Omgevingsvisies geven essentiële input voor deze visie, maar omgekeerd vormen inzichten vanuit deze visie (mogelijk) ook input voor de omgevingsvisies. Hieronder staan samenvattingen van de omgevingsvisies. Omgevingsvisie gemeente Loon op Zand (bron: Omgevingsvisie 2040 | Loon op Zand) Natuur Loon op Zand wil de natuur versterken en nadelen van verdroging en overbelasting tegengaan. De ambitie is om de groene kwaliteit van het buitengebied terug te laten komen in de wijken/centra. Daarbij willen ze dat in 2040 een groot deel van de wijken energieneutraal en klimaatadaptief zijn. Loon op Zand wil in het landschap doelen combineren, van waterbeheer, het verhogen van de biodiversiteit tot het zichtbaar/ beleefbaar maken van cultuurhistorie. Water Loon op Zand wil werken aan herstel van het natuurlijk watersysteem d.m.v. een vijftrapstrategie: 1. Hoger grondwaterpeil aan de randen van verdroogde natuurgebieden; 2. Versterken sponswerking van de bodem; 3. Herstel van de Blauwloop; Daarvoor is eerst een kwaliteitsverbetering nodig van het water vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 4.
Waterinlaten vanuit het industriegebied in de richting van De Moer; 5. Vasthouden van water door herstel van oude landschapsstructuren of elementen. Landbouw De ambitie is om duurzame landbouw te ontwikkelen. Met een natuurinclusief agrarisch landschap wil de gemeente landbouw, natuur en water met elkaar verweven in plaats van elkaar te scheiden. Er wordt gestreefd naar een blijvende sterke rol voor de landbouw die, o.a. door een beter bodemleven, bijdraagt aan de biodiversiteit en het vasthouden van water. Met nieuwe verdienmodellen wordt de landbouw een rol
26 Streefbeelden handelingsperspectief uit de Watervisie van Waterschap De Dommel
gegeven in het beheren van het landschap. In een amendement op de omgevingsvisie is opgenomen dat alle transitiepaden een bijdrage kunnen leveren aan een duurzamere landbouw en passend zijn. Recreatie Loon op Zand wil een recreatieve gemeente blijven en dit verder versterken, zonder extra druk op het wegennet en natuur. Dit vraagt veel aandacht voor de mobiliteit en bereikbaarheid van de gemeente. Voor recreatie worden vooral groeikansen gezien vanuit de steden in de regio en meerdaags bezoek aan de regio. Er wordt gekozen voor groei als dit op een duurzame manier en in balans met de leefomgeving mogelijk is. Omgevingsvisie gemeente Heusden (bron: omgevingsvisie Heusden) Natuur Voor het thema Natuur heeft gemeente Heusden het speerpunt ‘Verbonden Natuurgebieden’. Hiermee worden diverse natuurgebieden binnen de gemeente verbonden. Het Groenstructuurplan is hierin leidend. Daarnaast worden ecosystemen verenigd en de ruimte voor de natuur vergroot, wordt gewerkt aan de herstel- en instandhoudingsmaatregelen voor de N2000-gebieden en de afronding van het NNB. Water Met de speerpunten ‘een slimme, natuurlijke en gezonde waterketen’ en ‘bestand tegen wateroverlast’ wordt er binnen gemeente Heusden gewerkt aan de wateropgaven om onder andere wateroverlast te beperken. Hierbij wordt de waterketen in samenhang benaderd.
Er wordt toegewerkt naar een kringloop waarbij schoon- en vuilwater gescheiden zijn en optimaal worden benut. Landbouw De gemeente ziet het als haar opgave om samen met de agrarische sector te werken naar een kringlooplandbouw. De gemeente doet dit door zicht te houden op het totaal aan landbouwareaal, de koppeling met de energietransitie te leggen, nauw in contact te staan met de boeren en boerenorganisaties in de gemeente en de provincie en samen te werken aan stimulerende wet - en regelgeving, ondersteunende dienstverlening en 27
innovatieve oplossingen zoals lokale collectieven. Recreatie De doelstelling van de gemeente Heusden is om de toeristische sector te laten groeien, met name het meerdaags toerisme. Naast de Loonse & Drunense Duinen en Heusden Vesting wil de gemeente extra pleisterplekken creëren, in combinatie met het versterken van de natuurlijke omgeving en het recreatief ontsluiten daarvan (bijv. een clustering van horeca, activiteiten en overnachting). We zien hiervoor ruimte in de schil rondom de Loonse en Drunense Duinen en de verbinding met het centrum van Drunen Duinendorp Omgevingsvisie gemeente Vught (bron: omgevingsvisie gemeente Vught 2023) Natuur Voor natuur is kerndoel: ‘De leefomgeving is zoveel mogelijk klimaatadaptief, natuurinclusief en biodivers’ relevant. Dit gaat de gemeente doen door te zorgen voor een robuuste structuur van groengebieden, ecologische verbindingen en groene stapstenen. Daarnaast wordt een notitie biodiversiteit opgesteld om concrete doelen en maatregelen vast te stellen. Water Voor water zijn de kerndoelen: ‘Vught is leefbaar, schoon, gezond en veilig’ en ‘De leefomgeving is zoveel mogelijk klimaat adaptief, natuurinclusief en biodivers’ van belang. Deze doelen wil de gemeente realiseren door: grondwaterwinning te beschermen door voorwaarden te stellen, prioriteit te geven aan o.a.
water bij het herinrichten van de openbare ruimte, samen met de waterpartners de waterveiligheid realiseren, meewerken aan onderzoek voor meer waterberging (ophogen van waterkeringen is mogelijk noodzakelijk), waterberging optimaliseren, infiltratie van water op hoge gronden en ondieper maken van watergangen. Daarnaast wordt wateren bodem als sturend principe gehanteerd. Landbouw In de zone Loonse en Drunense Duinen van de gemeente Vught bevinden zich agrarische bedrijven, waaronder extensieve landbouwbedrijven. Hier wordt de landbouwsector 28
ondersteund met de overgang naar een landbouw die het milieu niet belast en/of ruimte biedt voor allerlei planten en dieren (duurzaam en/of natuurinclusief). Daarnaast heeft de gemeente als kerndoel: de agrarische sector is toekomstbestendig. Recreatie Voor recreatie is er het kerndoel: ‘er zijn voldoende mogelijkheden voor kwalitatief hoogwaardige recreatie’. Hiervoor gaat de gemeente o.a.: ruimte bieden aan ontwikkelingen die bijdragen aan de versterking van lokale landschappelijkeen natuurlijke waarden, uitbreiden en beter inrichten van wandel-, fiets-, en ruiterroutenetwerken zodat andere delen minder druk bezocht worden, geen ruimte bieden aan recreatieve ontwikkelingen met een grote verkeer aantrekkende werking of aan ontwikkelingen naar massarecreatie, faciliteren samenwerking toeristische organisaties en ondernemers. In de zone Loonse en Drunense Duinen wordt te grote recreatie voorkomen. Er komen wel veilige en aantrekkelijke wandel- en fietsroutes. Omgevingsvisie gemeente Tilburg (bron: omgevingsvisie Tilburg 2015) Natuur Gemeente Tilburg zet in op versterking van natuur, werken aan natuurcompensatie, natuuraanleg, beekherstel en ontwikkelen van ecologische verbindingen door natuurgebieden met elkaar te verbinden. Daarnaast worden natuurlijke systemen in stand gehouden en versterkt door zorgvuldig om te gaan met de biodiversiteit voor flora en fauna.