CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpverklaring Oirschotseweg 73, Moergestel- bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Oirschotseweg 73 Moergestel

RAAD 16 maart 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreiding van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden en zelfstandige zaalverhuur aan de Oirschotseweg 73 in Moergestel - aanvaard11.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten (geur, stof, geluid en veiligheid) en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen:

25 van 37

-

Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid).

De projectlocatie ligt conform de definitie in de VNG-publicatie in het omgevingstype ‘rustig buitengebied’. In de directe omgeving vindt geringe functiemenging plaats. Tevens is er weinig verstoring door verkeer. Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. De bedrijvigheid op de projectlocatie valt onder ‘vakantiecentra e.d. (met keuken)’ en behoort tot milieucategorie 3.1. Voor een bedrijf uit deze milieucategorie, liggend in een rustig buitengebied, is de richtafstand 50 m. De dichtstbijzijnde woning van derden, de Oirschotseweg 52, bevindt zich op een afstand van exact 30 meter van de projectlocatie. Hiermee wordt dus niet voldaan aan de richtafstand zoals opgenomen in de bedrijven en milieuzonering. De richtafstand van 50 meter is echter enkel van toepassing op basis van het aspect geluid. Voor het aspect geur is een richtafstand van 30 meter van toepassing en voor het aspect stof een richtafstand van 0 meter. Voor deze aspecten wordt dus voldaan aan de richtafstanden. Enkel voor het aspect geluid wordt dus niet voldaan aan de richtafstand. De geluidsproductie is voor het overgrote deel afkomstig uit de bebouwing, het terras of de inrit. Het gedeelte dat binnen 50 meter van de woning aan de Oirschotseweg 52 ligt betreft enkel tuin, Afbeelding 11. Hier zal geen geluidsproductie plaatsvinden.

Daarnaast vinden Binnen de projectlocatie zijn twee wooneenheden aanwezig. Beide woningen zijn in bezit van de familie van aanvrager. Ook de bewoners van beide wooneenheden zijn actief op het bedrijf. De projectlocatie is voorzien van één bestemming ‘Wonen’ met één functieaanduiding ‘verblijfsrecreatie’. Beide wooneenheden zijn onderdeel van de inrichting en beide woningen staan ten dienste aan het familiebedrijf. Om deze reden hoeft niet getoetst te worden aan de wooneenheden binnen de projectlocatie. De dichtstbijzijnde bedrijvigheid rondom de projectlocatie betreft de veehouderij gelegen aan de Oirschotseweg 52a. Dit bedrijf betreft een rundveehouderij. Voor het aspect geur wordt later in deze toelichting getoetst aan de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. Conform de bedrijven- en milieuzonering valt een rundveehouderij in milieucategorie 3.2 met een richtafstand in 30 meter voor zowel stof als geluid. De gevel van de dichtstbijzijnde woning binnen de projectlocatie ligt op een afstand van circa 55 meter van het bestemmingsvlak van het bedrijf. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de afstanden voor zowel stof als geluid. Er wordt dus voldaan aan de richtafstanden die zijn opgesteld in de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. De beoogde ontwikkeling voldoet dus aan de eisen in het kader van de bedrijven en milieuzonering.

26 van 37

Afbeelding 11: 50 meter buffer gebouwen projectlocatie

4.6. Geur

Woon- en leefklimaat

De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels betreffende geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. Voor kleinere bedrijven zijn deze regels opgenomen in het Activiteitenbesluit. De wetgeving heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting door het opnemen van geurnormen of vaste afstanden. Tegenover het bedrijf aan de Oirschotseweg 73 is een rundveehouderij gelegen. De in de wet beschreven minimaal vereiste afstanden betreffen afstanden tussen een emissiepunt van een veehouderij en een geurgevoelig object. Buiten de bebouwde kom geldt een minimaal vereiste afstand van 50 meter. Daarnaast moet minimaal een afstand tot de gevels van dierenverblijven worden gerespecteerd, welke respectievelijk 25 bedraagt buiten de bebouwde kom. De dichtstbijzijnde gevel is gelegen op een afstand van circa 85 van de dichtstbijzijnde bebouwing aan de Oirschotseweg 73. Derhalve wordt voldaan aan de minimaal vereiste afstanden. Tevens is in Afbeelding 12 te zien dat de achtergrondbelasting ter plaatse van de projectlocatie tussen de 3 OUe/m3 en 7 OUe/m3 ligt. Deze achtergrondbelasting valt te beoordelen als goed.

27 van 37

Afbeelding 12: Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur ODZOB

Ten aanzien van het aspect geur kan daarom worden gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst in de beoogde situatie. 4.7. Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Bij een recreatiebedrijf zijn de emissies van deze stoffen beperkt. De uitstoot bij een recreatiebedrijf wordt met name veroorzaakt door de aanwezigheid van stookinstallaties voor verwarming van de gebouwen en de transportbewegingen van en naar het bedrijf. De voorgenomen wijzigingen leiden tot extra verblijfruimtes. Deze verblijfruimtes dienen verwarmd te worden. Het effect op de luchtkwaliteit door het verwarmen van deze verblijfruimtes is verwaarloosbaar. Daarnaast gaan met het aanbieden van extra verblijfsruimtes extra vervoersbewegingen gepaard. De toename van uitstoot van de eerder genoemde stoffen zijn op het bedrijf erg beperkt.

Om aan te tonen dat de stoffen niet in betekende mate bijdrage aan concentratie in de lucht, is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Een bedrijf dat voorziet in bedrijfsrecreatie is niet letterlijk opgenomen in de CROW toekomstbestendig parkeren. Derhalve wordt voor het invullen van de NIBM-tool uitgegaan van de verkeersgeneratie van een ‘bungalowpark (huisjescomplex)’. Dit betreft 2,8 vervoersbewegingen per weekdag, per verblijfplaats. Met de beoogde ontwikkeling worden 4 extra verblijfplaatsen gerealiseerd. Gemiddeld komen er per weekdag dus 2,8 vervoersbewegingen x 4 verblijfplaatsen = 11,2 vervoersbewegingen bij. In Afbeelding 13 is te zien dat de beoogde ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt op de luchtkwaliteit.

28 van 37

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

11,2

Aandeel vrachtverkeer

0,0%

NO2 in μg/m3

0,01

3

0,00

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding 13: NIBM-tool

Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie binnen de projectlocatie is conform de GCN-kaart maximaal voor fijnstof PM10 16,2 μg/m3, voor PM2,5 9,4 μg/m3 en voor NOx 15,7 μg/m3, zie Afbeelding 14. Hieruit blijkt dat aan de normen wordt voldaan (40, 25 en 40 μg/m3).

29 van 37

Afbeelding 14: Uitsnede GCN-kaarten

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie geen belemmeringen vormt voor het aspect luchtkwaliteit.

30 van 37

4.8. Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij nieuwe bestemmingen onderzocht te worden of de nieuwe ontwikkeling, gelet op het aspect geluid, passend is op de locatie. Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van een nieuwe bestemming. Eerder deze ruimtelijke onderbouwing is getoetst aan de bedrijven- en milieuzonering. De maatgevende afstand tot omliggende gevoelige objecten bedraagt 50 meter waarbij geluid het maatgevende aspect is. Aangezien alle omliggende gevoelige objecten op meer dan 50 meter zijn gelegen van de projectlocatie, is verder onderzoek voor het aspect geluid niet aan de orde. De recreatieve verblijfsvoorzieningen hoeven niet betrokken te worden in de besluitvorming. Vaste jurisprudentie hierover is dat recreatieverblijven geen geluidsgevoelige objecten zijn, zie ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1 (ECLI: NL.RVS.2004.AO5659). Er hoeft derhalve geen onderzoek te worden gedaan naar de geluidsinvloed van industrieterreinen in de omgeving of omliggende wegen en spoorlijnen op geluidsgevoelige objecten binnen de projectlocatie.

Er kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen zijn voor het initiatief. 4.9. Verkeer en parkeren Binnen de projectlocatie dient een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Het initiatief heeft slechts een geringe toename van het aantal transportbewegingen tot gevolg. Door de toename in het aantal verblijfvoorzieningen stijgt het aantal vervoersbewegingen met 11,2 per weekdag. De projectlocatie ligt aan de Oirschotseweg 73, Een verharde weg in het buitengebied van Moergestel. De weg wordt ontsloten door de Raadhuisstraat in westelijke richting en de Spoordonkstraat in oostelijke richting. Deze ontsluitingsroutes beschikken over voldoende capaciteit voor de afwikkeling van de beperkte toename in verkeersbewegingen. Op basis van het gemeentelijk beleid dienen er in totaal 20 parkeerplaatsen aanwezig te zijn bij volledige bezetting verblijfsrecreatie. Echter kan tegelijkertijd ook de zaal verhuurd worden. De zaal is 184m2. Uitgaande van 1 persoon per 1,5m2, kunnen er (184m2 : 1,5m2 =) 122 personen tegelijkertijd komen. Gemiddeld rijden er per auto 2 personen dus dienen er voor de zaalverhuur minimaal 61 parkeerplaatsen te zijn. In totaal dienen er dus (20 + 61 =) 81 parkeerplaatsen te zijn.

Onderstaand is weergeven hoe deze gesitueerd zijn. In onderstaande afbeeldingen is de parkeergelegenheid op de gronden van initiatiefnemer weergeven.

31 van 37

Afbeelding 15: 26 Parkeerplaatsen

Afbeelding 16: 11 Parkeerplaatsen

32 van 37

Bovenstaand is benoemd dat er 81 parkeerplaatsen benodigd zijn. Echter zijn er maar 37 parkeerplaatsen ingetekend, zie Afbeelding 15 en Afbeelding 16. In de praktijk zijn er vrijwel nooit meer dan 25 parkeerplaatsen benodigd. Om deze reden zullen in eerste instantie enkel de parkeerplaatsen in Afbeelding 15 en Afbeelding 16 worden gerealiseerd. Mochten er meer dan 25 parkeerplaatsen in gebruik worden genomen, dan is er nog steeds een buffer van 12 parkeerplaatsen die leeg zijn. Dit zal genoeg zijn. Mocht er, om wat voor reden dan ook, blijken dat er toch te weinig parkeergelegenheid zijn, dan is het terrein nog steeds voldoende groot om in de parkeergelegenheid te voorzien. Echter, moet dan wel de naastgelegen paardenwei worden aangewezen als 'overloop' gebied in geval de worstcase situatie werkelijkheid wordt. Het is nodig dit in de beschikking te regelen. In de praktijk (huidige situatie) blijkt echter dat 25 parkeerplaatsen (laat staan 37 of 81 parkeerplaatsen) ruim voldoende parkeergelegenheid betreft. De 26 parkeerplaatsen achter op het perceel zijn bereikbaar via de inrit die direct tegenover de inrit aan de Oirschotseweg 48a is gelegen. Er kan worden geconcludeerd dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen zullen ontstaan voor de afwikkeling van personen- en goederenvervoer. 4.10.

Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute. In de huidige en beoogde situatie is er sprake van personen die wonen en recreëren op het bedrijf. Deze personen dienen te worden beschermd met betrekking tot externe veiligheid. In Afbeelding 17 is een uitsnede van de risicokaart weergeven.

Afbeelding 17: Uitsnede risicokaart

De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting betreft de inrichting aan de Vossenhoorn 13. De inrichting ligt op een afstand van circa 790 meter. Op de inrichting is een bovengrondse propaantank aanwezig. Er geldt een risicoafstand op basis van het Activiteitenbesluit van 15 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan deze afstand.

33 van 37

Op circa 1.630 meter ten zuiden van de projectlocatie is de A58 gelegen. Dit is binnen de risicoafstand van deze weg. Derhalve dient getoetst te worden aan artikel 7 van het Bevt. Artikel 7

In de toelichting bij een bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning wordt, voor zover het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en

Het bestemmingsplangebied ligt niet ter plaatse van de A58. Er kan derhalve met dit bestemmingsplan niets worden gedaan met betrekking tot de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op deze weg.

b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Mocht er zich een ramp voordoen op A58 en is het belangrijk om zo snel mogelijk buiten het invloedsgebied te komen, dan kan zowel in westelijke als oostelijke richting de projectlocatie worden verlaten. Het is vervolgens van belang om in noordelijke richting verder gaan via de Allemansven of de Heikant. Via beide routes is het mogelijk om buiten het invloedsgebied te raken.

Tot slot kan worden vermeld dat op 28 november 2022 Brandweer Midden- en West-Brabant in het kader van het wettelijk vooroverleg positief heeft gereageerd op het plan, aangezien er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect externe veiligheid. 4.11. Technische infrastructuur In of nabij de projectlocatie liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in Afbeelding 17). De projectlocatie is niet gelegen ter plaatse van een planologisch beschermde leiding.

34 van 37

5. Planologische afweging

Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de planologische verantwoording voor de realisatie van de beoogde situatie aan de Oirschotseweg 73 te Moergestel. De beoogde ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Door het afwijken van het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling toch mogelijk (art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wabo). Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat met het initiatief geen nadelige gevolgen ontstaan voor milieu, mens en leefomgeving. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze is getoetst aan de Interim omgevingsverordening NoordBrabant en de gemeentelijke structuurvisie. Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving en de omgeving geen belemmering vormt voor het initiatief. Op basis van de ruimtelijke onderbouwing kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen milieuhygiënisch aanvaardbaar zijn. Voor de beoogde ontwikkeling is ook een omgevingsdialoog gehouden. Het verslag van deze dialoog is toegevoegd in bijlage 5.

In de bijlage is te zien wie er allemaal aanwezig waren en is te zien dat er geen bezwaren zijn tegen de beoogde ontwikkeling. Het plan is daarom niet aangepast naar aanleiding van de omgevingsdialoog. In het kader van het wettelijk vooroverleg is deze ruimtelijke onderbouwing voorgelegd aan Brandweer Midden- en West-Brabant (MWB), waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant. De (positieve) vooroverlegreactie van Brandweer MWB is in paragraaf 4.10 al benoemd. Het waterschap heeft op 6 december 2022 een positief wateradvies afgegeven. Provincie Noord-Brabant heeft op 19 januari 2023 op het project gereageerd. Naar aanleiding van deze vooroverlegreactie is in de ruimtelijke onderbouwing meer inzicht gegeven in de ontwikkelingsrichting van gemeente Oisterwijk voor de omgeving van het projectgebied (subparagrafen Beleidsvisie toerisme en recreatie en Visie Buitengebied) en is onder het provinciale beleid een berekening opgenomen om aan te tonen dat het project voldoet aan het betreffende beleid voor wat betreft kwaliteitsverbetering van het landschap. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief een verantwoord initiatief betreft. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de projectlocatie aan de Oirschotseweg 73 doorgang vinden.

35 van 37

Bijlage Bijlage 1: Plattegrond huidige en beoogde situatie Bijlage 2: Invoergegevens AERIUS Bijlage 3: Berekening AERIUS gebruiksfase Bijlage 4: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 5: Reactie omgevingsdialoog Bijlage 6: Berekening AERIUS bouwfase

36 van 37

37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12505937/1