CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpverklaring Oirschotseweg 73, Moergestel- bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Oirschotseweg 73 Moergestel

RAAD 16 maart 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreiding van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden en zelfstandige zaalverhuur aan de Oirschotseweg 73 in Moergestel - aanvaard11.133 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Oirschotseweg 73, Moergestel

Gemeente Oisterwijk

Colofon

Gemeente:

Oisterwijk

Projectlocatie:

Oirschotseweg 73, Moergestel

Datum:

02-09-2021, 26-10-2022 & 24-01-2023 aangepast

Opgesteld door:

Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

Projectnummer:

08276.C032 / MLe

2 van 37

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding en doel........................................................................................ 4

1.2.

Geldend planologisch regime ...................................................................... 5

1.3.

Procedure ..................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer .................................................................................................... 6

2. Projectbeschrijving .......................................................................................... 7 2.1.

Bestaande situatie ....................................................................................... 7

2.2.

Beoogde situatie .......................................................................................... 9

3. Beleidskader................................................................................................... 11 3.1.

Rijksbeleid ................................................................................................... 11

3.2.

Provinciaal beleid ........................................................................................ 11

3.2.1. 3.2.2. 3.3.

Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 11 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 11

Gemeentelijk beleid .................................................................................... 17

3.3.1. 3.3.2.

Structuurvisie ........................................................................................... 17 Bestemmingsplan ..................................................................................... 17

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 22 4.1.

Waterhuishouding ....................................................................................... 22

4.1.1. 4.2.

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 22

Natuur.......................................................................................................... 22

4.2.1. 4.2.2.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 22 Wet natuurbescherming ............................................................................ 23

4.3.

Bodemkwaliteit ........................................................................................... 24

4.4.

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie................................................ 24

4.4.1. 4.4.2.

Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 24 Archeologie .............................................................................................. 25

4.5.

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................... 25

4.6.

Geur ............................................................................................................. 27

4.7.

Luchtkwaliteit ............................................................................................. 28

4.8.

Geluid .......................................................................................................... 31

4.9.

Verkeer en parkeren ................................................................................... 31

4.10.

Externe veiligheid .................................................................................... 33

4.11.

Technische infrastructuur ....................................................................... 34

5. Planologische afweging ................................................................................. 35

3 van 37

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Aan de Oirschotseweg 73 in Moergestel is een voormalige veehouderij met een woonbestemming gelegen. In 2018 hebben initiatiefnemers het bedrijf aan de Oirschotseweg 73 overgenomen en is er een doorstart gemaakt als recreatiebedrijf ‘de Beukenhaeghe’, waar gasten onder andere kunnen overnachten. Het bedrijf beschikt over een drank- en horecavergunning welke verleend is op 17-062019. De doelgroep van het bedrijf varieert van families tot vriendengroepen en van studiegroepen tot bedrijven. Circa 35% van de groepen die naar de Beukenhaeghe komen maakt gebruik van de door het bedrijf verzorgde maaltijden en/of dranken. Conform het vigerende bestemmingsplan is het toegestaan om 500m2 aan verblijfsrecreatieve eenheden met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening ter plaatse van de projectlocatie te hebben. In de huidige situatie wordt 494m2 van gebruikt. In 2020 had het bedrijf een volle agenda. Door de uitbraak van het coronavirus werd 75% van alle boekingen geannuleerd omdat de omvang van de meeste groepen niet was toegestaan. Het bedrijf heeft dit verlies voor een klein gedeelte kunnen opvangen door de ‘te grote’ accommodaties te verhuren aan kleinere groepen.

Hierdoor bleef het omzetverlies op ongeveer 50% in het jaar 2020. In 2021 is het coronavirus nog niet verdwenen. Dit vraagt een flexibele aanpassing van de bedrijfsvoering en de aanwezige bebouwing. Vragen en eisen vanuit de klanten veranderen met de tijd mee. Vragen over ruime slaapkamers met eigen sanitaire voorzieningen en van de groepsruimte afgescheiden restaurants worden steeds meer gesteld. Ook is ventilatie een steeds belangrijker punt voor (potentiële) klanten. Voor het bedrijf is het belangrijk om te kunnen voldoen aan eisen die klanten stellen. Door de verliezen in omzet van het jaar 2020 is het voor het bedrijf noodzakelijk om de capaciteit zo snel mogelijk weer voor de volle 100% te benutten. Hiervoor is het vergroten van de leefomgeving een vereiste. Indien door klantwensen of regelgeving de capaciteit moet worden verlaagd, zal de exploitatie onder druk komen te staan waardoor het voortbestaan van het bedrijf wordt bedreigd. Het permanent aanpassen van de opzet is voor het bedrijf van levensbelang. Om bovenstaande redenen wordt er een omgevingsvergunning aangevraagd voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan voor de volgende onderdelen: - Uitbreiden aantal verblijfsplaatsen (4 stuks extra, in totaal 175m2) in gebouw 6, zie Afbeelding 2.

- Het in gebruik nemen van gebouw 3, zie Afbeelding 2, voor het verhuren als zaalruimte aan derden die niet verblijven in gebouw 4 of 6. o Zelfstandige verhuur van de zaalruimte t.b.v. feesten en partijen die tot 's nachts duren is in beginsel niet wenselijk. In de huidige situatie wordt de zaal al verhuurd aan mensen die verblijven op de projectlocatie. Met betrekking tot het verhuur aan mensen die al op de planlocatie verblijven vinden er dus geen veranderingen plaats. Indien mensen op de planlocatie verblijven en de zaalruimte wordt verhuurd aan derden die niet verblijven op de projectlocatie, is het voor de (verblijfs)gasten van de projectlocatie niet wenselijk dat er feesten/partijen tot ’s nachts zijn. Hier houden initiatiefnemers rekening mee binnen de verhuur van de zaal en de verblijfsplaatsen. Onderhavige ontwikkeling leidt er dus toe dat enkel indien de verblijfsplaatsen niet verhuurd zijn, en de zaalruimte wel verhuurd is, dat er feesten/partijen tot ’s nachts kunnen worden gehouden. De openings- en sluitingstijden zijn hierin geregeld via de gemeentelijke APV en zijn voor alle horeca gelijk. Daarnaast dient het bedrijf in alle gevallen te voldoen aan de regels voor geluid zoals omschreven in het Activiteitenbesluit. Ook kan vermeld worden dat financieel gezien de verblijfsrecreatie

4 van 37

belangrijker is voor de projectlocatie dan de verhuur van de groepsaccommodatie. Om deze reden zal, om overlast bij verblijvende mensen te voorkomen, ook niet zomaar een feest worden gegeven wanneer er mensen op de projectlocatie verblijven. - Het realiseren van een nieuwe keuken. De bestaande keuken voldoet niet meer aan huidige eisen (Hazzard Analysis and Critical Control Points, HACCP). Er zal een nieuwe professionele keuken binnen het bestaande bouwvolume van de veldschuur wordt gerealiseerd; - Het deels verplaatsen van de vergunde horeca-activiteiten naar gebouw 3. Het vergunde aantal vierkante meters wordt niet vergroot. Er zal een nieuwe horecavergunning worden aangevraagd Door het realiseren van bovenstaande punten, ontstaat er een toekomstbestendig recreatief bedrijf in het buitengebied van de gemeente Oisterwijk. 1.2. Geldend planologisch regime Ter plaatse van de projectlocatie is het wijzigingsplan ‘Oirschotseweg 73 te Moergestel’ zoals vastgesteld op 16-05-2017 vigerend. Dit plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ van de gemeente Oisterwijk. De projectlocatie beschikt over de volgende bestemmingen en aanduidingen: -

Enkelbestemming: ‘Wonen – 2’ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 4’ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Natuur attentiegebied’ Functieaanduiding: ‘cultuurhistorie’ Functieaanduiding: ‘verblijfsrecreatie’ Bouwaanduiding: ‘aaneengebouwd’ Bouwaanduiding: ‘specifieke bouwaanduiding - 2’ Maatvoering: ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ Gebiedsaanduiding: ‘wetgevingszone – ontheffingsgebied 6.3’

Afbeelding 1: Uitsnede ruimtlijkeplannen.nl

5 van 37

Volgens het bestemmingsplan is het ter plaatse van de enkelbestemming ‘Wonen – 2’ in combinatie met de functieaanduiding ‘verblijfsrecreatie’ toegestaan om ten hoogste 8 verblijfsrecreatieve eenheden te hebben. In de beoogde situatie zijn er 12 verblijfsrecreatieve eenheden aanwezig. Ook wordt er in de beoogde situatie 669m2 (gebouw 3: 184m2, gebouw 4: 310m2 en gebouw 6: 175m2 zie Afbeelding 2) aan bebouwing gebruikt voor of ter ondersteuning van de verblijfsrecreatie. Conform het bestemmingsplan is hier maar 500m2 voor toegestaan. Ook wordt gebouw 3 in gebruik genomen als ruimte om te verhuren aan derden die geen gebruik maken van de verblijfsplaatsen op de Beukenhaeghe. Met betrekking tot de sluitingstijden is de gemeentelijke APV van toepassing. Hierin is voor alle horeca binnen de gemeente geregeld dat dezelfde openingstijden gelden. Daarnaast dient het bedrijf in alle gevallen te voldoen aan de regels voor geluid zoals omschreven in het Activiteitenbesluit. Tevens zullen de horeca-activiteiten niet meer op dezelfde locatie worden uitgevoerd als beschreven op de drank- en horecavergunning van de Beukenhaeghe. Nadat onderhavige vergunningsaanvraag is verleend, zal een vergunning worden aangevraagd voor het gewijzigd uitvoeren van de horecaactiviteiten. Het beoogde initiatief voldoet niet aan het bestemmingsplan.

Ook zijn er geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen die de beoogde situatie kunnen realiseren. Derhalve wordt er een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan voorbereid. 1.3. Procedure Voor het gewenste initiatief wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend conform artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van deze wet. Er is sprake van een omgevingsvergunning met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Dit betekent dat er eerst een ontwerpbesluit op de omgevingsvergunning wordt afgegeven. Deze wordt vervolgens voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen de ontwerp-omgevingsvergunning. Voor onderhavige procedure is ook een verklaring van geen bedenkingen nodig welke afgegeven dient te worden door de raad. Na afloop van deze termijn worden de eventuele zienswijzen en adviezen verwerkt, waarna een definitief besluit wordt genomen. Na definitieve verlening van de omgevingsvergunning wordt de beschikking nog 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan er beroep worden ingesteld door degene die zienswijzen hebben ingediend. Daags na afloop van de beroepstermijn treedt de omgevingsvergunning in werking.

Indien er geen beroep wordt ingesteld is de omgevingsvergunning op dat moment tevens onherroepelijk. 1.4. Leeswijzer In deze onderbouwing zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing zijnde beleid uiteengezet, dat het provinciaal en gemeentelijk beleid betreft. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 een integrale planologische afweging beschreven.

6 van 37

2. Projectbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de projectlocatie. 2.1. Bestaande situatie Initiatiefnemers exploiteren een bedrijf dat voorziet in recreatieve verblijfsvoorzieningen. De omgeving kenmerkt zich door de aanwezigheid van vele landbouwgronden. Ook zijn er verschillende woon- en natuurbestemmingen opgenomen in de omgeving. Aan de oostelijke zijde van de projectlocatie zijn meerdere veehouderijen gesitueerd. De projectlocatie ligt op circa 1,2 kilometer ten oosten van de bebouwde kom van Moergestel en circa 1,6 kilometer ten noorden van de A58. Het bedrijf beschikt over de volgende bebouwing, zie Afbeelding 2:

1: Woning (210 m2) Dient als woning van initiatiefnemers en als woning van derden.

2: Opslagvoorziening/bakhuis (57m2) + noordwestelijk gelegen schuurtje (14m2)

Deze gebouwen dienen als privématige opslagvoorziening. Daarnaast worden deze gebouwen ook gebruikt als trouwlocatie.

3: Gebouw voor zalenverhuur (184m2)

Dit gebouw wordt gebruikt als trouwzaal/ontvangstzaal/eetzaal.

4: Recreatie (229m2) en horeca (81m2)

In dit gebouw zijn verschillende verblijfsvertrekken voor bezoekers aanwezig. Daarnaast is in dit gebouw ook een keuken aanwezig en een ruimte waar gezamenlijk kan worden gegeten.

5: Opslagvoorziening (332m2)

Dit gebouw wordt gebruikt als in de vorm van statische opslag.

6: Gebouw t.b.v. nevenfunctie (175m2)

In dit gebouw worden paarden gehouden. Op het bedrijf is in totaal een oppervlakte van 1.282m2 aan bebouwing aanwezig.

7 van 37

Afbeelding 2: Luchtfoto projectlocatie

Horeca en terras Zoals eerder benoemd beschikt onderhavige locatie over een drank- en horecavergunning (kenmerk: 37085). Er mogen ondergeschikte/ondersteunende horeca-activiteiten uitgeoefend worden in de groepsruimte (incl. serre) tot 138 m2 (rood). Ook is een terras van 175 m2 (blauw) vergund. Met groepsruimte incl. serre en terras zijn destijds de ruimtes bedoeld die in Afbeelding 3 zijn omkaderd.

8 van 37

Afbeelding 3: Horeca en terras vergund

2.2. Beoogde situatie Ten opzichte van de huidige situatie vinden er verschillende wijzigingen plaats. De beoogde ontwikkelingen hebben als doel om de volledige capaciteit te kunnen benutten en te kunnen voldoen aan de verwachtingen/eisen van klanten en regelgeving. Onderstaand wordt per gebouw de beoogde situatie toegelicht. Er wordt in de beoogde situatie geen nieuw gebouw gerealiseerd of afgebroken. Alle bebouwing is reeds bestaand. Wel wordt bestaande bebouwing verbouwd en vindt er een uitbreiding van bepaalde gebruiksfuncties plaats. Ook is er herschikking van bepaalde functies binnen bestaande bebouwing en wordt er parkeergelegenheid en een landschappelijke inpassing gerealiseerd.

1: Woning (210 m2)

Het gebruik van dit gebouw verandert niet in de beoogde situatie, er blijven 2 wooneenheden van toepassing.

2: Opslagvoorziening/bakhuis (57m2) + noordwestelijk gelegen schuurtje (14m2) Het gebruik van deze gebouwen verandert in privématige opslag.

3: Bijeenkomstruimte voor de verblijfsaccommodatie (184m2)

In de huidige situatie wordt dit gebouw gebruikt als ontvangstzaal/eetzaal. In de toekomst zal dit gebruik deels veranderen. Het gebouw zal in de toekomst niet alleen verhuurd worden als zaal voor feesten, partijen en vergaderingen voor mensen die verblijven op de verblijfsaccommodatie maar ook voor derden. Dit houdt dus in dat ook mensen die niet verblijven op de Beukenhaeghe de zaal kunnen huren. Het betreft een ruim gebouw dat in 2019 is verbouwd. Door de verbouwing is het in deze ruimte goed mogelijk om gasten op 1,5 meter afstand te kunnen ontvangen. Zelfstandige verhuur van de zaalruimte t.b.v. feesten en partijen die tot 's nachts duren is in beginsel niet wenselijk. De openingsen sluitingstijden zijn hierin geregeld via de gemeentelijke APV en zijn voor alle horeca gelijk. Daarnaast dient het bedrijf in alle gevallen te voldoen aan de regels voor geluid zoals omschreven in het Activiteitenbesluit.

4: Recreatie (229m2) en horeca (81m2)

In dit gebouw vindt één wijziging plaats. Er is een keuken aanwezig die aan vervanging toe is. De huidige keuken voldoet niet meer aan de HACCP. Dit houdt in dat er in de keuken en in het kookproces

9 van 37

kritische punten zijn die geen voedselveiligheid kunnen waarborgen. Derhalve wordt er een nieuwe professionele keuken gerealiseerd ter plaatse van het noordoostelijke blauwe gedeelte in Afbeelding 4. Voor het overige vinden er geen wijzigingen plaats in dit gebouw ten opzichte van de huidige situatie.

5: Opslagvoorziening (332m2)

Het gebruik van dit gebouw verandert niet ten opzichte van het wijzigingsplan.

6: Verblijfsruimte (175m2)

In de beoogde situatie worden in dit gebouw 4 verblijfsruimtes gecreëerd voor in totaal 18 personen. Op het bedrijf is in totaal nog steeds een oppervlakte van 1.282m2 aan bebouwing aanwezig. Ten opzichte van de huidige situatie worden alleen gebouwen intern gewijzigd. Er wordt geen bebouwing bijgebouwd of afgebroken.

Afbeelding 4: Beoogde situatie

Horeca en terras Conform de vergunning van 17-06-2019 bevinden de horeca-activiteiten en het terras zich in en rondom gebouw 4. In de beoogde situatie zal er horeca plaatsvinden over vrijwel de hele projectlocatie. Hier wordt separaat een horecavergunning voor aangevraagd.

10 van 37

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante ruimtelijke rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid uiteengezet. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling in dit hoofdstuk tevens aan dit beleid getoetst. 3.1. Rijksbeleid Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Tevens wordt met de beoogde ontwikkeling een toekomstperspectief op langere termijn geboden voor de Beukenhaeghe. Dit leidt ook tot het behoud van recreatieve functies in de omgeving en draagt hiermee dus ook bij aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.2.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking

11 van 37

hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de projectlocatie ligt. In dit geval ligt de projectlocatie in de werkingsgebieden ‘Attentiezone waterhuishouding’, ‘Groenblauwe mantel’, ‘Landelijk gebied’ en ‘Stalderingsgebied’, Afbeelding 5.

Afbeelding 5: Uitsnede kaart werkingsgebied Iov

De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen - 3.26 attentiezone waterhuishouding - 3.52 aanvullende regels stalderen - 3.71 bestaande niet agrarische functie in landelijk gebied - 3.73 vestiging niet agrarische functie in landelijk gebied Artikel 3.52 bevat aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. De projectlocatie is geen veehouderij en beschikt niet over dierenverblijven. Omdat deze regels niets te maken hebben met de beoogde ontwikkeling, wordt niet aan deze regels getoetst.

12 van 37

Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag en binnen het bestaande bouwvlak. Alle voorzieningen zijn binnen het bouwvlak gerealiseerd. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd doordat met de beoogde ontwikkeling een duurzame bedrijfsvoering kan worden gecreëerd. Doordat de beoogde ontwikkelingen plaatsvinden, kunnen de gederfde inkomsten in tijden van corona worden opgevangen. Tevens wordt beter voldaan aan de wensen van klanten doordat ruimere kamers met eigen sanitaire voorzieningen worden

13 van 37

gerealiseerd. Daarnaast wordt er met de nieuwe keuken ook voldaan aan de geldende richtlijnen van de HACCP en zijn de horeca-activiteiten niet meer gebonden aan één gebouw. Voor de omgeving wordt er meerwaarde gecreëerd doordat de bestaande landschappelijke inpassing behouden blijft. Alle bestaande groenstructuren blijven behouden. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Oisterwijk is ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 3 ontwikkeling.

Echter is een categorie 3 ontwikkeling waarbij volgens deze normbedragen berekende minimale basisinspanning minder dan €1.000, - bedraagt, aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling. De (voor deze ontwikkeling relevante) normbedragen die door de gemeente worden gehanteerd bedragen: - Tuin bij wonen vanaf 2.000 m² = €10 - Bijbehorend bouwwerk > 100 m² = €35 - Intensieve recreatie / horeca landelijk karakter (bebouwd) = €40 De enige wijziging die er plaatsvindt m.b.t. bovenstaande bedragen betreft het in gebruik nemen van gebouw 6 als gebouw voor recreatie. De waarde per vierkante meter van dit gebouw stijgt dus van €35/m2 naar €40/m2. Voor het overige vindt er geen waardevermeerdering van de gronden plaats. Gebouw 3 en 4 waren al in gebruik voor de recreatieve tak van het bedrijf en de overige gebouwen zullen niet in gebruik worden genomen voor de recreatieve tak van het bedrijf. Ook blijft de tuin net zo groot als in de huidige situatie. Gebouw 6 is 175m2 groot. Er vindt dus een waardestijging van (€40/m2 - €35/m2) x 175m2 = €875 plaats. 20% van dit bedrag dient te worden meegenomen in de berekening van de kwaliteitsberekening. Volgens de normbedragen is de beoogde inspanning dus €875 x 20% = €175. De beoogde ontwikkeling is zowel in de huidige als de beoogde situatie volledig wonen. Volgens de normbedragen is er daarom geen inspanning van meer dan €1.000.

Dit betekent dat er een landschappelijke inpassing vereist is. In de bijlage is een landschappelijk inpassingsplan toegevoegd. Onderstaand wordt getoetst aan de artikelen die alleen voor de projectlocatie van toepassing zijn. Dit zijn artikel 3.26 ‘Attentiezone waterhuishouding’ en artikel 3.71 ‘Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied’ van de Interim omgevingsverordening. Ook wordt er getoetst aan artikel 3.75 lid 2 ‘Aanvullende regels voor vrije-tijdsvoorzieningen’. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding

Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het anders in gebruik nemen van bestaande bebouwing. Met de beoogde ontwikkeling vindt er geen verandering plaats in de waterhuishoudkundige situatie.

Lid 2: Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage;

14 van 37

c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.

het geldende bestemmings/wijzigingsplan blijft in stand, bovenstaande is hierin geborgd.

Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Voor ontwikkelingen van bestaande niet-agrarische functies in het landelijk gebied zijn in de Iov regels opgenomen in artikel 3.71. Hierin is opgenomen dat primair de bestaande planologische gebruiksactiviteit in een plan moet worden vastgelegd maar dat ook een redelijke uitbreiding van een bedrijf mogelijk is als dit past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Conform de definitie ‘uitbreiding’ in de verordening dient er dan sprake te zijn van vergroting van een bestaand bouwperceel of bestemmingsvlak, hier is in deze situatie geen sprake van. Voor het toevoegen van extra verblijfplaatsen en de verhuur van de gezamenlijke ruimte bij het bestaande, planologisch vastgelegde bedrijf, zijn in de verordening geen regels opgenomen. Dit betekent dat de provincie hier geen provinciaal belang in ziet en de ontwikkeling doorgang kan vinden, mits passend binnen het gemeentelijk beleid en de milieukundige aspecten niet belemmerend zijn. Zelfstandige verhuur van de zaalruimte t.b.v. feesten en partijen die tot 's nachts duren is in beginsel niet wenselijk. De openingsen sluitingstijden zijn hierin geregeld via de gemeentelijke APV en zijn voor alle horeca gelijk. Daarnaast dient het bedrijf in alle gevallen te voldoen aan de regels voor geluid zoals omschreven in het Activiteitenbesluit.

Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe (niet agrarische) functie gerealiseerd binnen landelijk gebied. Dit betreft de verhuur van de gezamenlijke ruimte aan mensen die niet verblijven op de projectlocatie. Onderstaand wordt daarom getoetst aan artikel 3.73 Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied

Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

De planlocatie ligt in het buitengebied van Moergestel binnen de gemeente Oisterwijk. De omgeving van de planlocatie bestaat uit enkele woonbestemmingen en agrarische bedrijven. Ook zijn er verschillende landbouwgronden in de omgeving. Verder wordt de omgeving getypeerd door onregelmatig patroon en een afwisselend en kleinschalig landschap door de beslotenheid van houtwallen, erven en bosschages die contrasteren met de open akkers. De beoogde ontwikkeling betreft de verhuur aan derden van de bestaande zaal. Deze ontwikkeling leidt niet tot belemmeringen voor omliggende bedrijven of tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omliggende woningen. Daarnaast blijven alle groenstructuren en gebouwen behouden. De beoogde ontwikkeling doet daarom geen afbreuk aan de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De beoogde ontwikkeling is dus passend in de omgeving. Daarnaast is de beoogde ontwikkeling passend binnen de Beleidsvisie Toerisme en Recreatie en de Visie Buitengebied. In paragraaf 3.3.3 en 3.3.4 wordt dit uitgebreid toegelicht.

2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

De beoogde ontwikkeling leidt enkel tot het verhuren van de bestaande zaal aan mensen die niet al op de projectlocatie verblijven. Dit zal weinig tot geen effect hebben op bovenstaande effecten. De zaal wordt namelijk ook verhuurd aan mensen die al op de projectlocatie verblijven. Het enige verschil is dat huurders van de zaal nu niet moeten verblijven op de projectlocatie. Dit kan voor bezoekers een reden zijn om gebruik te maken van de zaal, wat een toeristisch attractievere situatie realiseert. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid van de projectlocatie.

15 van 37

3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.

Er is geen sprake van overtollige bebouwing. De ontwikkeling heeft ook geen invloed op leegstaand vastgoed in het landelijk gebied. De beoogde functie leidt ertoe dat mensen de zaal kunnen huren zonder te verblijven op de projectlocatie. Dit heeft een positief effect op de gebruikswaarde van de zaal. De bestaande groenstructuren blijven behouden waardoor de belevingswaarde van de projectlocatie niet verslechtert. Daarnaast wordt met de beoogde ontwikkeling een toekomstbestendig bedrijf gerealiseerd wat de toekomstwaarde van het bedrijf versterkt. Onderhavige ontwikkeling draagt daarom bij aan de omgevingskwaliteit.

b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Het bouwperceel wordt niet gesplitst.

c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; Er is geen sprake van overtollige bebouwing.

d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking.

Er is geen kantoor (met baliefunctie), lawaaisport of mestbewerking binnen de projectlocatie.

Lid 2: Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking;

Er is sprake van de verhuur van een zaal van 184m2 aan derden. Deze omvang in combinatie met de publieksaantrekkende werking wordt als passend ervaren binnen de omgeving.

b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;

Er is sprake van de verhuur van een zaal van aan derden. Dit kan worden opgenomen in het besluit op de vergunningsaanvraag.

c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Opslag en stalling vindt plaats in gebouwen.

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. De ontwikkeling zal verplaatsen indien deze niet langer passend is binnen de huidige locatie.

Lid 3: Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De beoogde functie betreft het verhuren van de zaal aan mensen die niet verblijven op de projectlocatie. De zaal is 184m2. Het is niet doelmatig om dit op een bedrijventerrein te vestigen.

b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; De beoogde functie betreft het verhuren van de zaal aan mensen die niet verblijven op de projectlocatie.

c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De beoogde functie betreft het verhuren van de zaal aan mensen die niet verblijven op de projectlocatie. De zaal is 184m2. Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrije-tijdsvoorzieningen

16 van 37

In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning, toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; Het terrein inclusief de woningen worden bedrijfsmatig beheerd.

b. permanente bewoning is uitgesloten.

De verblijfsvoorzieningen worden niet permanent bewoond.

Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze ruimtelijke onderbouwing kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een buitenplanse afwijking. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

3.3.1. Structuurvisie

Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Oisterwijk de ‘Omgevingsvisie Oisterwijk’ vastgesteld. De projectlocatie is gelegen ter plaatse van het gebied ‘Heikant’. Het gebied vormt een overgang richting bossen en vennen. In het gebied is sprake van gemengd gebruik bestaande uit onder andere agrarisch-, recreatief-, woon- en bedrijfsmatig gebruik. Het gebied ‘Heikant’ is voorzien van een onregelmatig patroon en een afwisselend en kleinschalig landschap. Dit komt door de beslotenheid van houtwallen, erven en bosschages die contrasteren met de open akkers. De akkers zijn veelal gelegen rondom agrarische bedrijfsbebouwing aan de rand van de beekdalen. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van extra verblijfplaatsen, het verhuren van de zaal aan gasten die zowel niet als wel verblijven op de Beukenhaeghe, het vervangen van de oude keuken en het deels verplaatsen van de horeca-activiteiten. In de structuurvisie is het volgende opgenomen over het thema recreatie en toerisme:

In veel branches van de vrijetijdssector is sprake van overaanbod en dus druk op de prijzen. In een overvolle markt zijn alleen onderscheidende, vernieuwde vrijetijdsconcepten succesvol die een duidelijke keuze maken voor een bepaalde doelgroep. In de vrijetijdssector geldt, net als in de detailhandel: het middensegment verdwijnt.

De beoogde ontwikkeling draagt juist bij aan het realiseren van een toekomstbestendig en vernieuwende bedrijfsvoering. De projectlocatie heeft altijd een volle agenda gehad (enkel tijdens corona niet). Vragen en eisen vanuit de klanten veranderen met de tijd mee. Vragen over ruime slaapkamers met eigen sanitaire voorzieningen en van de groepsruimte afgescheiden restaurants worden steeds meer gesteld. Ook is ventilatie een steeds belangrijker punt voor (potentiële) klanten. Voor het bedrijf is het belangrijk om te kunnen voldoen aan eisen die klanten stellen. Het permanent aanpassen van de opzet is voor het bedrijf wordt middels onderhavige ontwikkeling gerealiseerd en is van levensbelang. Het bedrijf is succesvol gebleken in het verleden en kiest duidelijk voor de wensen en eisen van hun doelgroep. Hierdoor onderscheid het de projectlocatie zich van andere bedrijven.

3.3.2. Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven is voor de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ met het wijzigingsplan ‘Oirschotseweg 73 te Moergestel’ geldend. Hier zijn de volgende aanduidingen opgenomen: -

Enkelbestemming: ‘Wonen – 2’ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 4’ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Natuur attentiegebied’ Functieaanduiding: ‘cultuurhistorie’

17 van 37

-

Functieaanduiding: ‘verblijfsrecreatie’ Bouwaanduiding: ‘aaneengebouwd’ Bouwaanduiding: ‘specifieke bouwaanduiding - 2’ Maatvoering: ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ Gebiedsaanduiding: ‘wetgevingszone – ontheffingsgebied 6.3’

Afbeelding 6: Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl

De beoogde ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk volgens het bestemmingsplan. Er worden 12 verblijfsvoorzieningen gerealiseerd terwijl volgens het bestemmingsplan maar maximaal 8 verblijfsvoorzieningen zijn toegestaan. Ook wordt er in de beoogde situatie 669m2 (gebouw 3, 4 en 6) aan bebouwing gebruikt voor of ter ondersteuning van de verblijfsrecreatie. Conform het bestemmingsplan is hier maar 500m2 voor toegestaan. Daarnaast worden de horeca-activiteiten deels verplaatst en wordt gebouw 3 in gebruik genomen om te verhuren aan zowel mensen die verblijven op de Beukenhaeghe als aan derden die niet verblijven op de Beukenhaeghe. De openingstijden worden geregeld via de gemeentelijke APV. Voor de beoogde ontwikkelingen zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Derhalve is een buitenplanse afwijking voorbereid om de beoogde ontwikkelingen toch te realiseren.

3.3.3.

Beleidsvisie Toerisme en Recreatie

In de “Beleidsvisie Toerisme en Recreatie 2014-2020; Oisterwijk, Parel in ’t Groen” staat beschreven dat gemeente Oisterwijk zich richt op het verbeteren van de aantrekkingskracht van verblijfsrecreatie, in samenhang met dagrecreatieve voorzieningen (in de regio). Vernieuwing van het product, investeren in gastvrijheid, het richten op nieuwe doelgroepen, invulling geven aan de voorgestelde profilering met dagrecreatie (in de regio) zijn noodzakelijk. Versterking van bestaande exploitaties op de korte termijn (eventueel gepaard met uitbreiding daarvan) en het uitbreiden van het aantal bedden behoren tot de genoemde kansen in de visie.

18 van 37

Afbeelding 7: Ontwikkelingskaart Toerisme en Recreatie (plangebied rood omcirkeld)

Volgens de ontwikkelingskaart (zie hierboven) valt de Oirschotseweg 73 binnen het zoekgebied van het leisure ontwikkelingsgebied, met een gemiddelde dynamiek. Capaciteitsuitbreiding van bestaande bedrijven en nieuwvestiging is hier mogelijk. Toetsing project In de huidige situatie is al een groepsaccommodatie aanwezig met in totaal acht verblijfseenheden. Vier verblijfsrecreatieve eenheden komen erbij in een bestaand gebouw (paardenstal) achter op het perceel. De verblijfsrecreatieve functie wordt dus uitgebreid met 4 kamers, maar feitelijk vindt geen nieuw ruimtebeslag (bebouwing) plaats. De zaal waar bijeenkomsten kunnen worden georganiseerd is al als zodanig aanwezig en in gebruik, maar dan alleen voor gasten van de groepsaccommodatie. Deze koppeling komt in dit project te vervallen, zodat de zaal ook zelfstandig kan worden verhuurd. In de vergunning worden voorschriften opgenomen om nachtelijk overlast voor de omgeving te voorkomen. Voor het loskoppelen van deze functie is een uitbreiding van de parkeerplaatsen nodig. Deze zijn in beginsel voorzien achter de bestaande bebouwing (noordzijde kadastrale perceel Oisterwijk, K 1425), met eventuele overloop van het veld ten westen van de bestaande bebouwing (eveneens kadastrale perceel Oisterwijk, K 1425). Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats.

19 van 37

Gelet op voorgaande omstandigheden en hetgeen voor de omgeving van het projectgebied is vastgelegd in de Beleidsvisie Recreatie en Toerisme is er geen bezwaar tegen de uitbreiding van de recreatieve functie met vier appartementen, het verschuiven van de al vergunde horeca en zelfstandige zaalverhuur aan derden die geen gebruik maken van de verblijf recreatieve eenheden.

3.3.4. Visie Buitengebied

Op 29 september 2022 is de Visie Buitengebied vastgesteld. De visie bevat ook een paragraaf over Recreatie en Toerisme. In de visie is aangegeven dat de Beleidsvisie Toerisme en Recreatie 2014-2020 nog steeds het geldende beleid is, maar dat dit beleid wel verouderd is. Daarom wordt op korte termijn een nieuwe visie toerisme en recreatie opgesteld. De visie op het buitengebied bevat daarom voornamelijk enkele algemene en ruimtelijke ambities die in de nieuwe toeristische visie een nadere uitwerking kunnen krijgen. Voor zover de huidige beleidskaders nog altijd een goed uitgangspunt vormen voor het buitengebied, zijn deze in de ambities overgenomen. Het gaat om de volgende ambities: 1. Behoud een gevarieerd toeristisch aanbod. Nieuwe initiatieven moeten van toegevoegde waarde zijn op het huidige toeristische aanbod. 2. Behoud en versterk het huidige toeristisch aanbod. Dit onder meer door bestaande recreatiebedrijven de mogelijkheid te bieden om te ontwikkelen en te vernieuwen. De focus ligt daarbij op kwaliteitsverbetering en/of ontwikkeling van bestaande exploitaties. 3. Er wordt terughoudend omgegaan met nieuwvestiging en alleen op passende locaties. Een passende locatie is onder meer gelegen binnen een gebied met hoge dynamiek conform de zonering. Nieuwvestiging binnen een gebied met lage dynamiek is in beginsel niet toegestaan. 4.

De huidige zonering blijft een goed uitgangspunt. Een nadere uitwerking van de zonering komt aan bod in de nieuwe toeristische visie. Uitgangspunten huidige zonering: a. Hogere dynamiek: onder voorwaarden ruimte voor ontwikkeling en nieuwvestiging van toeristische bedrijvigheid. Intensief: nieuwvestiging van verblijfsrecreatie onder voorwaarden toegestaan. Extensief: focus ligt meer op dagrecreatie en minder op verblijfsrecreatie. b. Gemiddelde dynamiek: overig buitengebied m.u.v. Oisterwijkse bossen en vennen: ruimte voor kleinschaligere toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. Focus ligt op bestaande exploitaties. Uitsluitend nieuwvestiging kleinschalige bedrijven toegestaan. c. Lagere dynamiek: Oisterwijkse bossen en vennen: nieuwvestiging in principe niet toegestaan. Focus ligt op bestaande exploitaties. 5. Het versterken van de toeristische potentie en toegankelijkheid/bereikbaarheid in het buitengebied door onder meer het behoud en verbetering van routestructuren, waaronder fietsen wandelnetwerken. 6. Behoud en versterken evenementen in het buitengebied, omdat deze van belang zijn voor de toeristisch recreatieve sector binnen onze gemeente. 7. Door aan te sluiten bij het Van Gogh Nationaal Park zien we kansen om de economie, toerisme en recreatie een impuls te geven.

20 van 37

Afbeelding 8: Visie Buitengebied; kaart Recreatie en toerisme (plangebied rood omcirkeld)

Toetsing project Dit project voorziet in de vernieuwing en verdere ontwikkeling van een bestaand verblijfsrecreatiebedrijf (ambitie 2) binnen de zone ‘Zoekgebied leisure ontwikkeling intensief / hoge dynamiek’ (ambitie 4a). Het project past dan ook binnen de ambities voor wat betreft recreatie en toerisme, zoals vastgelegd in de Visie Buitengebied en op korte termijn gaan landen in het nieuw beleid voor toerisme en recreatie.

21 van 37

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Waterhuishouding De beoogde ontwikkelingen hebben geen effect op de waterhuishoudkundige situatie. De aanwezige bebouwing wordt niet gesloopt en er wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Ook vindt er geen toename van verharding plaats op de projectlocatie. Doordat er meer verblijfplaatsen worden aangeboden in de beoogde situatie zal er wel sprake zijn van een lichte toename (circa 400m3/jaar) van het lozen van afvalwater op het gemeentelijk riool.

4.1.1. Gemeentelijk beleid Binnen de gemeente Oisterwijk is het waterbeleid ingebed binnen het ruimtelijk beleid en de reguliere werkzaamheden. Oisterwijk is volledig voorzien van riolering in stedelijk en buitengebied. Hemelwater en afvalwater worden gescheiden. De gemeente Oisterwijk zelf hanteert het uitgangspunt dat het gehele verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld van het rioolstelsel. Hemelwater van daken en verhardingen mag dus niet via het gemengde rioolstelsel worden afgevoerd. In buitengebieden is afvoer van hemelwater via de riolering veelal niet eens haalbaar gezien de capaciteit van de (druk)riolering aldaar. Het hemelwater dat valt op het verharde oppervlak infiltreert in de gronden op de projectlocatie. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd op het gemeentelijk riool. Er vindt geen toename van verharding plaats in met de beoogde ontwikkeling. De projectlocatie is gelegen op hoge zandgrond. Ten behoeve van de ontwikkeling zal aanvrager zorg dragen over de wateropvang en -afvoer. Het hemelwater dat valt op het verhard oppervlak zal niet worden afgevoerd op het riool of op omliggende watergangen. Het hemelwater zal namelijk infiltreren op de projectlocatie. Onder/nabij het gebouw waar de groepsaccommodatie zich bevind, worden 2 infiltratieputten gerealiseerd.

Ook is er reeds sprake van een sedemdak en regenpijpen die uitkomen binnen de projectlocatie zelf en hier infiltreren. Per vierkante meter verharding dient er volgens de ‘Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022’ 0,06m3 water vastgehouden te kunnen worden. Worstcasescenario wordt uitgegaan van 0,07m3/m2. De gevoeligheidsfactor ter plaatse van de projectlocatie bedraagt 1. In totaal dient er dus 1.828m2 * 0,07m3/m2 * 1 = 90m3. De te realiseren infiltratievoorzieningen zullen in combinatie met de gronden waar water infiltreert minimaal 90m3 water kunnen vasthouden. Zoals eerder benoemd is de locatie gelegen op hoge zandgrond. Na een hevige regenbui is al het water doorgaans binnen een half uur weg. Binnen 48 uur zal het water altijd infiltreren. Voor het aspect water zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen. 4.2. Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.2.1. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van

22 van 37

Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen de projectlocatie geen NNB aanwezig, zie Afbeelding 9. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.

Afbeelding 9: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten natuur en stiltegebieden’ Iov

De projectlocatie is gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het anders in gebruik nemen van bestaande bebouwing. Met de beoogde ontwikkeling vindt er geen verandering plaats in de waterhuishoudkundige situatie. De geldende regels met betrekking tot deze aanduiding zullen van toepassing blijven. Een negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie valt hierdoor uit te sluiten.

4.2.2. Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en de provinciale verordening. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. De provincie NoordBrabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen, dat op een afstand van circa 1 kilometer ligt. Om aan te tonen dat de stijging in vervoersbewegingen en de stookinstallaties binnen de inrichting geen significant negatief effect hebben op de omliggende Natura-2000 gebieden, is een AERIUS berekening gemaakt. In bijlage 2 zijn de invoergegevens toegelicht van deze berekening. In bijlage 3 is de berekening bijgevoegd. Hieruit blijkt dat er geen toename in stikstofdepositie plaatsvindt.

23 van 37

Ook voor de bouwfase is een AERIUS berekening gemaakt. Deze berekening is toegevoegd als bijlage 6. In bijlage 2 zijn de invoergegevens toegelicht voor de bouwfase. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de uitstoot van stoffen, geluid of verontreiniging van gronden tot gevolg. Er zijn derhalve geen storende factoren op omliggende Natura 2000 gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Met de beoogde ontwikkeling worden er geen gebouwen gesloopt of gebouwd. Alle beplanting in en rondom de projectlocatie blijft behouden.

Hierdoor valt uit te sluiten dat de beoogde ontwikkeling de directe leefomgeving van beschermde soorten beschadigd of vernield. Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden zoals die is vastgelegd in de Wnb vloeit voort uit de voormalige Boswet. Voorwaarden zijn gericht op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en liggend buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Binnen de projectlocatie is hier geen sprake van. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van de bescherming van houtopstanden noodzakelijk is. 4.3. Bodemkwaliteit Met betrekking tot bodemkwaliteit dient de bodem geschikt te zijn voor de toekomstige functie. De bodem ter plaatse van de projectlocatie is bestemd als ‘Wonen – 2’. Deze gronden zijn bestemd om er langer dan 2 uur op te verblijven. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. 4.4. Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.4.1. Cultuurhistorie en aardkunde

Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat de projectlocatie niet in gebied ligt met aardkundige of cultuurhistorische waarden, zie Afbeelding 10. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang.

24 van 37

Afbeelding 10: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' Iov

In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ inclusief het wijzigingsplan ‘Oirschotseweg 73 te Moergestel’ heeft de projectlocatie een functieaanduiding ‘cultuurhistorie’. Deze aanduiding ligt enkel op de woningen binnen de projectlocatie. Er verandert niets aan de woningen met de beoogde ontwikkeling. De cultuurhistorische waarden blijven daarom behouden. Hierdoor zal bij uitvoering van de beoogde situatie geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.

4.4.2. Archeologie

De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. in het bestemmingsplan. Met voorgenomen initiatief vinden worden geen gebouwen gesloopt of gebouwd. Er zullen geen grondwerkzaamheden plaatsvinden. De bouwwerken zijn reeds aanwezig en worden enkel intern verbouwd. Er zijn derhalve geen effecten op de archeologische waarden met voorgenomen ontwikkeling. 4.5. Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12505937/1