CONCEPT rapportage IHP Oisterwijk
Tekst van het document
CONCEPT Integraal Huisvestingplan Onderwijs 2023 - 2038 Gemeente Oisterwijk
Opdrachtgever Gemeente Oisterwijk
Datum 22 november 2023
Referentienummer 20221202_2220158JL01
Auteur(s) Onno Damen Stijn Olthof
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding 1.1
Plan van aanpak
5
1.2
Beschrijving begrippen
6
1.3
Status IHP
6
Visie op onderwijs Wettelijke taken gemeente
7
2.2
Aanbod per kern of wijk
8
2.3
Kindcentra
9
2.4
Doorgaande ontwikkellijn
10
2.5
Passend en inclusiever onderwijs
10
2.6
Samenwerkingen en relaties
11
Visie op huisvesting
13
3.1
Toekomstbestendige huisvesting
13
3.2
Flexibel ruimtegebruik
13
3.3
Duurzaamheid
14
3.4
Gezondheid
16
3.5
Type maatregelen
18
3.6
Investeren in (commerciële) samenwerkingspartners
22
3.7
Specifieke spelregels
23
3.7.1
Uitwerking procedure realisatie scholen in uitbreidingsgebieden
23
3.7.2
Gewenste openbaarheid van schoolpleinen
23
Opzet brede scholen (m.n. beheer en onderhoud)
24
Inzicht en beoordeling 4.1
5.
7
2.1
3.8
4.
4
Nulmeting
25 26
4.1.1
Kwaliteit
26
4.1.2
Vraag en aanbod
27
Huisvestingscenario’s per kern
32
5.1
Haaren
33
5.2
Moergestel
35
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICSadviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICSadviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICSadviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICSadviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
5.3
6.
Oisterwijk
37
Financiën
43
6.1
Fasering
43
6.2
Uitgangspunten
44
6.3
Totale investering IHP
45
7.
Bewegingsonderwijs
46
8.
CO2-berekening
48
9.
Slotsom en aanbevelingen
51
9.1
Slotsom
51
9.2
Aanbevelingen
51
www.icsadviseurs.nl
1. Inleiding De gemeente Oisterwijk wil graag een actueel Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair –, voortgezet en speciaal onderwijs in de gemeente Oisterwijk. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en ook kinderopvangorganisatie een dynamisch toekomstperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang zodat er in de gemeente Oisterwijk een duurzame en gezonde onderwijs – en opvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs – en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingen. Hierbij dient ook aandacht te zijn voor oplossingen op korte en langere termijn. Het voorliggende IHP-rapport is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met alle schoolbesturen voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs1, opvangorganisaties en de gemeente Oisterwijk.
Het IHP biedt een toekomstperspectief voor de schoollocaties voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs voor de komende zestien jaar en sorteert daarmee voor op de verwachte wetwijziging, die gemeenten verplichten om een IHP te hebben. Tenslotte schetst het IHP ook een actueel
1 Het gaat om de volgende schoolbesturen: Cadans Primair, Stroomm, Stichting Boom, Opmaat Groep, Koraal, Onderwijsrichting de Nieuwe
Linde & OMO.
www.icsadviseurs.nl
4/52
meerjarenperspectief van de financiële consequenties voor het oplossen van de knelpunten en het realiseren van de ambities.
1.1 Plan van aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente. Betrokkenheid en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente zijn gezamenlijk betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderverdeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪
Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik van de (onderwijs) capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets zijn als bijlage toegevoegd aan de rapportage.
▪
Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang worden behandeld in werksessies.
▪
Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets van de gemeente Oisterwijk gemaakt. In de vorm van een kansen- en scenariokaart. Deze kaart geeft de knelpunten in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen.
▪
Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor huisvestingsscenario’s per locatie. Het huisvestingsscenario is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren.
▪
Financiële vertaling huisvestingsscenario’s Voor de huisvestingsscenario’s worden de verwachte investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt.
▪
Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.
www.icsadviseurs.nl
5/52
1.2 Beschrijving begrippen In de rapportage worden enkele begrippen gebruikt die qua betekenis dicht bij elkaar liggen. Om verwarring in het gebruik van de begrippen in de rapportage te voorkomen, is hieronder een overzicht gegeven van de gebruikte definities. ▪
▪
Businesscase: Onderzoek van het schoolbestuur naar de haalbaarheid van de investering/ bijdrage in het project. Het gaat hier om een aantoonbare investering met een redelijke terugverdientijd. De redelijke terugverdientijd moet aanvaardbaar zijn binnen het accountantsprotocol. Haalbaarheidsonderzoek: het onderzoek wat schoolbestuur, kinderopvang en gemeente samen uitvoeren en samen de opdracht, kaders, randvoorwaarden en criteria voor bepalen. Meestal met het doel om te kiezen tussen vervangende nieuwbouw of renovatie/ vernieuwbouw.
1.3 Status IHP Dit IHP is in overleg tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties tot stand gekomen. De partijen hebben mondeling een akkoord gegeven op het IHP tijdens het OOGO van 20 november 2023. Het vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en wordt iedere vier jaar geactualiseerd2. Het IHP is een koersdocument om gezamenlijk de investeringen uit te lijnen en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn en gerealiseerd worden. Het plan krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast (2024 – 2027) en weet de gemeenteraad welke investering vanaf jaar vijf en verder verwacht worden. Over investeringen na de eerste periode van 4 jaar dient de gemeenteraad aparte besluiten te nemen. Naast de investeringen van de gemeente is ook sprake van investeringen vanuit schoolbesturen in de vorm van een mogelijke eigen bijdrage. Een IHP heeft meerdere lagen. Naast de visie op onderwijs, inhoudelijke ambities, kwaliteit van de onderwijshuisvesting, de kwaliteit van kinderopvang en duurzaamheid heeft het IHP ook een planning.
De planning is leidend waar het gaat om de volgorde van specifieke projecten van de scholen in relatie tot elkaar, maar niet absoluut. Onvoorziene of onverwachte ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot nieuwe of andere huisvestingvoorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn het stichten van een nieuwe school (met toestemming van de minister) of een onverwachte verschuiving van het leerlingenaantal. Een tijdige en open communicatie bij dit soort ontwikkelingen tussen en naar alle betrokkenen (schoolbesturen, opvangpartners, gemeente en gemeenteraad) is daarbij essentieel. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015 wordt geactualiseerd. In deze actualisatie worden de beleidsrijke keuzes vanuit het IHP ook meegenomen3. Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, blijven de afspraken uit de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk leidend en wordt daarop teruggepakt. In paragraaf 9.2 zijn enkele aanbevelingen beschreven voor het proces na dit IHP.
2 Dit kan bijvoorbeeld geactualiseerd worden op visie, planning, leerlingenprognose, wijzigende wetgeving en verduurzaming. 3 De verordening wordt naar verwachting in Q1 2024 geactualiseerd.
www.icsadviseurs.nl
6/52
2. Visie op onderwijs In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en opvanghuisvesting beschreven. De uitgangspunten en spelregels in dit hoofdstuk vormen de basis voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Oisterwijk. Deze visie is tot stand gekomen tijdens een interactieve werkbijeenkomst en gesprekken met de schoolbesturen, opvangorganisaties en de gemeente. Tijdens deze werkbijeenkomst was de centrale vraag: ‘Wat willen we de kinderen in de gemeente Oisterwijk bieden?’. Dit document geeft antwoord op deze vraag aan de hand van de verschillende thema’s die onderstaand nader uitgewerkt zijn. Een belangrijk vertrekpunt voor de visie is een integrale aanpak van - en de kijk op het onderwijs- en het opvangaanbod. Daarom is voor dit IHP een beleidsrijke visie opgezet die verder kijkt dan alleen onderwijs en naar de partijen waarmee wordt of kan worden samengewerkt, zoals kinderopvang. Deze visie dient als basis om verder in het proces gefundeerde keuzes te maken. Voor de inhoudelijke visie op onderwijs en opvang is het IHP niet het geëigende platform maar de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Dit visiehoofdstuk vormt de basis voor hoofdstuk 3, waarin de vertaling naar onderwijshuisvesting en de financiële en wettelijke kaders is gemaakt.
2.1 Wettelijke taken gemeente De gemeente Oisterwijk heeft wettelijke taken waaraan zij moeten voldoen. De gemeente is verantwoordelijk voor het voorzien in huisvesting van scholen qua (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding (lees: voldoende capaciteit). Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor constructiefouten4 en uitbreiding van het onderwijsleerpakket en meubilair. Scholen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud, de exploitatie en inpandige aanpassingen en ontvangen hiervoor vergoedingen. Figuur 1 op de volgende pagina geeft weer wat door de wetgeving is bepaald. Daarnaast geeft de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Oisterwijk 5 meer inzicht hoe dit is geregeld. Het IHP is hierop een aanvulling en geeft een overzicht in de type maatregelen, verduurzaming, ruimte voor kinderopvang, de kosten en de fasering die van toepassing zijn op de huisvesting van het onderwijs (en opvang). Verder geeft het IHP een toekomstbeeld waar de scholen en gemeente samen achter staan en verder aan kunnen werken.
4 Het gaat hier om fout die zijn ontstaan in het ontwerp – en bouwproces. 5 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015
www.icsadviseurs.nl
7/52
Figuur 1: overzicht wettelijke taken gemeente
2.2 Aanbod per kern of wijk Primair Onderwijs Primair onderwijsscholen zijn (vaak) een centrale locatie in wijken en kernen. De gemeente Oisterwijk bestaat uit vier kernen: Oisterwijk, Moergestel, Heukelom en Haaren, met daarbinnen verschillende wijken. Het streven is om in iedere wijk of kern één of meerdere onderwijs- en opvangvoorzieningen aan te bieden6. Dit vanuit het belang van onderwijs thuisnabij. Scholen vormen namelijk een laagdrempelige manier voor bewoners om met elkaar en ander maatschappelijke instanties in contact te komen. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In kernen of wijken waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Naast plekken waar het aanbod in het geding kan komen, is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor de woningbouw in de regio. Het IHP dient te anticiperen op de uitbreiding door middel van woningbouw in de verschillende kernen en de regio. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de gevolgen voor onderwijshuisvesting.
De leerlingenprognose brengt dit in beeld en is daarom leidend voor het bepalen van de toekomstige capaciteit binnen dit IHP. Bij het daadwerkelijk maken van de (nieuwbouw)plannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang pas definitief bepaald.
6 De kern Heukelom heeft momenteel geen onderwijs – of opvanglocaties. Uitgangspunt hier blijft het behouden van de huidige situatie en
vanwege zijn schaalgrootte wordt hier geen onderwijslocatie gerealiseerd.
www.icsadviseurs.nl
8/52
Schoollocaties zijn gesitueerd op toekomstbestendige en goed bereikbare locaties (zowel bestaande als nieuwe locaties). Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging van het voedingsgebied, relaties tussen wijken en dorpen, fysieke barrières en de nabijheid van andere voorzieningen. Naast een aanbod per kern of wijk en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsconcepten ook een belangrijke rol. De gemeente en schoolbesturen streven naar het in stand houden en versterken van een divers onderwijsaanbod ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en het aanbieden van verscheidenen ontwikkelroutes voor kinderen. Ook wordt binnen de gemeente ingezet op brede scholen of (integrale) kindcentra. Het inhoudelijke initiatief hiervoor ligt bij schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Gezamenlijk organiseren zij het gewenste ontwikkelaanbod. Speciaal Onderwijs In het kader van thuisnabij onderwijs en zoveel mogelijk inclusief onderwijs worden binnen de gehele gemeente vanuit samenwerkingsverbanden arrangementen toegekend. Deze arrangementen vinden plaats in een (specialistische) klas binnen het reguliere onderwijs. Voor de arrangementen worden, in principe, geen structurele vierkante meters gerealiseerd, maar wordt vanuit de gedachte van doorgaande lijn en samenwerking gekeken naar creatief inzetten van bestaande vierkante meters.
Bij basisscholen met een beperkte omvang en bij het voortgezet onderwijs worden wel extra vierkante meters gerealiseerd (zie kader in paragraaf 1.4). In de gemeente Oisterwijk is op dit moment één voorziening voor het (voortgezet) speciaal onderwijs school (P.I. School De Hondsberg) en één speciaal basisonderwijs school (SBO de Mozaik). Voortgezet Onderwijs Voor het voortgezet onderwijs is een aanbod per kern – thuisnabij onderwijs – een relatief begrip. Belangrijker is de bereikbaarheid per fiets en openbaar busvervoer. Daarnaast is het voor het voortgezet onderwijs van belang om een complementair onderwijsaanbod voor jongeren in de gemeente Oisterwijk en de regio aan te bieden. In de gemeente Oisterwijk is één middelbare school aanwezig met het 2College dat een zeer breed aanbod heeft. De wens en ambitie is om dit brede aanbod te blijven faciliteren. Er wordt een regionaal dekkend en kwalitatief passend onderwijsaanbod gerealiseerd en alle jongeren kunnen kiezen voor de leerroute die het beste bij hen past. Onderwijsvisie en onderwijs concept vragen om een schoolgebouw wat past bij deze visie en concept. Een hedendaagse en toekomstgerichte huisvesting die aansluit bij de visie is daarbij noodzakelijk om aantrekkelijk te blijven en het aanbod te kunnen blijven bieden. Dit vraagt om weloverwogen keuzes binnen dit IHP van zowel schoolbestuur als gemeente.
2.3 Kindcentra De schoolbesturen en de gemeente hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te realiseren in (integrale) kindcentra ((I)KC). In deze (I)KC’s werken onderwijs en opvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met andere maatschappelijke partners zoals zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. Het samenbrengen van meerdere voorzieningen op één locatie geeft de mogelijkheid om effectief en slim met de ruimte en elkaars expertise om te gaan. Door vanuit het kind en de inhoud te denken en samen te kijken naar de mogelijkheden, kunnen win-win situaties tussen organisaties ontstaan. In een (I)KC werken onderwijs en opvang samen aan een doorlopende ontwikkellijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid en vertrouwen tussen de betrokken partijen is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. De schoolbesturen bepalen zelf met wie ze deze samenwerking aan willen gaan. Een gezamenlijke koers kan niet slagen wanneer draagvlak bij een van de partners ontbreekt. Het (I)KC bestaat bij voorkeur uit één gebouw of in de directe omgeving (netwerkoplossing). Bij nieuwbouw is het streven van een (integraal) kindcentrum vanzelfsprekend.
Het vroegtijdig maken van (integrale) plannen stelt in staat om het gebouw zodanig in te
www.icsadviseurs.nl
9/52
zetten, dat dit de samenwerking tussen onderwijs en partners faciliteert. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden per situatie bekeken. Met het samenvoegen van onderwijs en opvang krijgt bovendien de kwaliteit een impuls. Het (integrale) kindcentrum heeft de mogelijkheid accenten te leggen die passen bij de ontwikkelbehoefte van het individuele kind. De maatschappelijke opbrengsten daarvan dragen op de lange termijn bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals participatiebevordering en gezondheidsontwikkeling.
2.4 Doorgaande ontwikkellijn De doorlopende ontwikkellijn van opvang en primair onderwijs, is door te trekken naar het voortgezet onderwijs en verder om zo een ontwikkellijn van 0 – 18 jaar te creëren. Idealiter is dit een opstap naar een leven lang leren en ontwikkelen. De eerste stap in dit proces ligt bij voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en de aansluiting van kinderopvang bij het primair onderwijs. Inzetten op (integrale) kindcentra helpt met dit te bevorderen. De focus bij de transitie van primair naar het voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs ligt bij een warme overdracht. Daarnaast ligt bij het voortgezet onderwijs de aandacht op het leren van vaardigheden en competenties die nodig zijn in het vervolgonderwijs en in de samenleving. Dit kan ook worden vormgegeven in samenwerking met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven, zoals het aanbieden van gastlessen. Dit komt mooi naar voren in een hybride leeromgeving die ervarend en ontdekkend leren mogelijk maakt. Zoals benoemd is een doorgaande ontwikkellijn van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs van belang. 2College Durendael heeft een breed aanbod (VMBO, HAVO en VWO) en een brede instroom waar leerlingen niet direct hoeven te kiezen. Hierdoor is een vloeiende overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en de doorgaande ontwikkellijn goed ontwikkeld.
Het doel van de scholen voor primair en voortgezet onderwijs is om samen verder te werken aan deze doorgaande ontwikkellijn en om maximaal ontwikkelkansen te bieden aan kinderen. Het aanbieden van 10 -14 onderwijs (‘tienerschool’) is een landelijke trend om de doorgaande ontwikkellijn en overstap tussen primair en voortgezet onderwijs te versterken. Dit is in de gemeente Oisterwijk niet aan de orde en de schoolbesturen hebben niet de ambitie om dit te realiseren.
2.5 Passend en inclusiever onderwijs Het VN-verdrag over de Rechten van Personen met een Handicap is in juli 2016 in werking getreden. Landen moeten zorgdragen voor een inclusievere samenleving, waartoe ook inclusief onderwijs behoort. Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passende en inclusieve opvang en onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs en opvang is belangrijk voor alle kinderen. Daarnaast is er ook aandacht voor toegankelijkheid van de gebouwen. Tevens hebben scholen sinds 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het reguliere onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van hun mogelijkheden en onderwijsbehoefte. Wanneer de zorgbehoefte toeneemt en/of scholen niet tegemoet kunnen komen aan de zorgbehoefte, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Dit passende onderwijsaanbod wordt binnen het samenwerkingsverband georganiseerd. Voor de scholen in de gemeente Oisterwijk gaat het op dit moment om samenwerkingsverband PO 30-04 (Plein013), samenwerkingsverband PO De Meierij en samenwerkingsverband VO Tilburg e.o. (PortVolio). Daarnaast is door Plein 013 ‘in de buurt gebeurt het’ geïnitieerd.
Dit is samenwerking tussen de gemeente Alphen-Chaam, Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk en Tilburg met als doel om een impuls te geven aan de realisatie van thuisnabij passend onderwijs.
www.icsadviseurs.nl
10/52
De trend in het speciaal onderwijs is dat de leerlingen steeds vaker een zwaardere toelaatbaarheidsverklaring (TLV) krijgen. Er zijn ook meer middelen beschikbaar gekomen om dit mogelijk te maken, alleen strookt dit niet met de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk waardoor het nog niet is door vertaald naar het gebouw en de ruimtebehoefte. Voor het VO blijft de instroom naar het VSO beperkt. Leerlingen die vijftien jaar geleden op het speciaal onderwijs les kregen, krijgen nu binnen het reguliere onderwijs les. Kansengelijkheid voor alle leerlingen is belangrijk. De ambitie is om zo veel mogelijk kinderen les te geven binnen het regulier onderwijs. Passend en inclusiever onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. In ruimtes moet zelfstandig, in groepen of onder begeleiding gewerkt kunnen worden. Daarnaast moeten deze ruimtes ook bruikbaar zijn voor externe begeleiders of zorgaanbieders. Voorstel: extra meters voor passender & inclusiever onderwijs en hedendaags onderwijs In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met een meer gepersonaliseerde werkwijze van het toekomstige onderwijs*.
Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag van uit het onderwijs. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/onderwijs (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Bovenstaande ruimtevraag is op te lossen bij PO scholen van een bepaalde omvang. Bij een school met minder dan 145 leerlingen** is dit in de praktijk lastig. In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent concreet dat voor scholen met minder dan 145 leerlingen bij nieuwbouw en renovatie 50 bruto vierkante meter extra wordt gerealiseerd. Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. Als de school groeit, dan wordt de toegenomen ruimtebehoefte verdisconteerd met de 50 bruto vierkante meter. Voor het SO en het VO geldt deze ruimtevraag ook maar is de oplossing anders. Hier zijn groepen leerlingen aanwezig die een grotere ruimtebehoefte hebben dan de overige leerlingen.
Daarom wordt voor deze scholen met zijn specifieke (deel)populatie een extra ruimtebehoefte opgenomen als stelpost van 150 bruto vierkante meter. De investering van deze meer meters wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor de rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en renovatie. Per project wordt de noodzaak nader bepaald. * Niet alle schoolbesturen volgen deze ontwikkeling. **Leerlingenaantal is gekoppeld aan kleinescholentoeslag voor basisscholen.
2.6 Samenwerkingen en relaties Samenwerken wordt tegenwoordig steeds belangrijker. Veel maatschappelijke thema’s en functies raken nog meer bij elkaar betrokken. Dit IHP moet daar verder bij helpen. Het combineren van functies in één gebouw draagt bij aan een efficiënte samenwerking zoals al eerder beschreven. De samenwerkingen richten zich voornamelijk op logische verbanden waar functies nauw aansluiten op elkaar. Een samenwerking óf het fysiek in één gebouw onderbrengen van allerlei verschillende soorten (maatschappelijke) functies kan daar waar logisch, maar is geen doel op zich. De doelstelling is om tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte, te komen. Dit kan
www.icsadviseurs.nl
11/52
bijvoorbeeld door samenwerking met jeugdzorg, jeugd- en jongerenwerk of de bibliotheek. Het onderwijs en de kinderopvang hebben de leiding in dit proces. De kinderopvang speelt bij het aangaan van deze samenwerkingen een belangrijke rol. Bij ieder project dient de behoefte aan kinderopvang te worden geïnventariseerd en meegenomen te worden in het project. Het heeft de voorkeur kinderopvang zo dicht mogelijk bij de school, waar de kinderen naartoe gaan, te situeren. De opvangorganisaties zijn daarbij een volwaardige en gelijkwaardige partner in het proces om te komen tot nieuwe of aangepaste huisvesting. Vanuit de gemeente Oisterwijk is initiatief genomen om accommodatiebeleid op te gaan zetten. De planning hiervoor is nog onduidelijk. Met het accommodatiebeleid formuleert de gemeente zijn visie op kwaliteit, gebruik en spreiding van zijn accommodaties. Het IHP geeft invulling aan het accommodatiebeleid voor specifieke accommodaties, zoals (integrale) kindcentra en onderwijshuisvesting. Waar het accommodatiebeleid van hoger orde wordt verklaart dan het IHP, is het van belang dat de samenwerking met de onderwijs – en opvangpartners gezocht wordt. Het actief betrekken van de onderwijs – en opvangpartners dient te gebeuren voorafgaand aan de vaststelling het accommodatiebeleid.
www.icsadviseurs.nl
12/52
3. Visie op huisvesting De visie op (onderwijs)huisvesting gaat in op gerelateerde thema’s zoals duurzaamheid, energie, aardgasvrij, circulariteit, binnenklimaat, financiën en bredere investeringen. Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare spelregels voor de uitvoering. Hierin worden onder andere de financiële kaders en verantwoordelijkheden beschreven. In het uit te werken IHP worden de spelregels en financiële kaders opgezet naar een meerjarige investeringsagenda die ter besluitvorming aan gemeenteraad wordt voorgelegd.
3.1 Toekomstbestendige huisvesting Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente streven naar gebouwen die toekomstbestendig zijn voor de volgende generaties. In lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord vraagt die om verantwoord gebruik te maken van beschikbare energiebronnen en materialen om de invloed op klimaatveranderingen te beperken. Gemeente en schoolbesturen zijn samen vanuit hun zorgplicht voor onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor de verduurzamingsopgave. Concrete afspraken tussen de gemeente en schoolbesturen zijn nodig om de verduurzaming van schoolgebouwen een impuls te geven en te zoeken naar haalbare en betaalbare oplossingen. Ook opvangorganisaties zijn actief bezig met duurzaamheid en verduurzaming van hun huisvesting. Duurzaamheid heeft betrekking op verschillende thema’s die onderstaand worden toegelicht. Toekomstige huisvesting gaat echter verder dan alleen duurzaamheid en energie. Flexibel ruimtegebruik, circulariteit, binnenklimaat en Total Cost of Ownership (TCO) zijn hierbij ook belangrijke thema’s.
3.2 Flexibel ruimtegebruik Voor de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs, leerlingenaantallen en kindplaatsen. Voor toekomstige huisvesting is het belangrijk dat deze zich kan aanpassen aan veranderingen. Bij vervangende nieuwbouw of renovatie is het daarom van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪
Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept teniet doet; Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijs-/opvangontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er de aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Door initieel iets meer te investeren in een flexibel installatieconcept kunnen toekomstig aanzienlijke investeringen vermeden worden.
www.icsadviseurs.nl
13/52
3.3 Duurzaamheid De Nederlandse overheid heeft met het Klimaatakkoord7 de doelen voor verduurzaming duidelijk gemaakt. In 2050 moet Nederland energie neutraal en gasloos zijn. Daarop volgden Regionale Energie Strategieën die voor verschillende regio’s keken naar de vertaling van dit akkoord. Gemeenten zijn hier vervolgens mee aan de slag gegaan. Binnen het IHP worden, in lijn met de duurzaamheidsambities uit de Perspectiefnota 8 en geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor maatschappelijke huisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, wordt aangemerkt als maatschappelijk vastgoed. Duurzame energie Op het gebied van duurzame energie hebben schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente de gezamenlijke ambitie om een flinke stap te zetten. Onderstaande afbeelding toont (globaal) de verschillende kwaliteitsniveaus die mogelijk zijn:
Figuur 2: kwaliteitsniveaus duurzame energie De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om, waar mogelijk, bij (ver)nieuwbouw 0-op-de-meter te realiseren. Op deze manier zijn de gebouwen maximaal op een toekomstige aanscherping van de energieeisen voorbereid. Mocht 0-op-de-meter niet haalbaar zijn dan is ENG het streven. De gemeente is daarbij wettelijk verantwoordelijk voor BENG-eisen. De schoolbesturen zijn bereid tot een eigen bijdrage 9aan deze hogere energie ambities, mits de bijdrage zich in de exploitatie terugverdiend, opdat ENG gerealiseerd kan worden. Het moet hierbij gaan om een aantoonbare investering met een redelijke terugverdientijd anders mag de school niet investeren. De redelijke terugverdientijd moet aanvaardbaar zijn binnen het 7 Klimaatakkoord 2019 – Rijksoverheid 8 Perspectief Nota 2023 – 2026 – gemeente Oisterwijk 9 Het streven is ENG en het verschil in bekostiging tussen BENG en ENG wordt vanuit het schoolbestuur bijgedragen. Bij wijzigende wetgeving
ligt er een nieuw vraagstuk.
www.icsadviseurs.nl
14/52
accountantsprotocol en de businesscase. Bij renovatie / vernieuwbouw van schoolgebouwen is BENG het streven10 (zolang dat passend is binnen de landelijk geldende klimaatdoelstellingen). De financiële vertaling van de kwaliteitsniveaus is te vinden in hoofdstuk 4. Aardgasvrij De gemeente Oisterwijk volgt het Nederlandse Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn en de CO 2uitstoot te beperken. Voor nieuwbouw is aardgasloos bouwen de norm. Ook bij de renovaties dient te worden onderzocht of de stap naar aardgasvrij kan worden gemaakt. Het is belangrijk om natuurlijke momenten te vinden wanneer gebouwen van het gas af kunnen. Deze natuurlijke momenten, zoals de plannen uit het IHP voor nieuwbouw of renovatie, kunnen bijvoorbeeld gekoppeld worden aan het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) of de Transitievisie Warmte Oisterwijk11. De Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente brede aanpak om de gebouwde omgeving gefaseerd van het aardgas af te laten gaan tot aan 2050. Het IHP dient rekening te houden met de plannen die zijn ontwikkeld in het kader van de Transitievisie Warmte Oisterwijk. In beginsel is het beleid dat bestaande schoolgebouwen pas aardgasloos worden bij renovatie of vervangende nieuwbouw. Circulariteit Bij zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten zien gemeente en schoolbesturen kansen om circulaire principes toe te passen.
De ambitie is om per project bij het uitwerken van de plannen te beoordelen welke circulaire maatregelen genomen kunnen worden. Het toepassen van circulaire principes, waarbij wordt ingezet op hergebruik van materialen, kan van invloed zijn op de restwaarde van het gebouw. Het toepassen van dergelijke principes heeft dus mogelijk ook financiële consequenties. Omdat ervaring en concrete doelen op dit gebied nog ontbreken worden afspraken omtrent circulariteit buiten het IHP gehouden. De komende jaren wordt op basis van ervaring gekeken welke inverdieneffecten ook financieel ingerekend kunnen worden 12. Total Cost of Ownership (TCO) De kosten van een gebouw bestaan niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: de instandhouding, een school bestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownerhsip’ (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Om goed in beeld te krijgen hoeveel een gebouw kost over zijn gehele levensduur is het belangrijk om de overige eigendomskosten ook duidelijk te hebben. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor keuzes tijdens het ontwerpproces.
Materialen, installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn maar minder onderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder blijken. Hierbij valt te denken aan onderhoudsvrije vloeren of installaties die lagere energiekosten hebben. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar gebouwen en hun levensloop. Op projectniveau moeten hiervoor keuzes worden gemaakt. Bij elk project dat voortkomt uit het IHP wordt een haalbaarheidsonderzoek gedaan waarin TCO leidend is. Dit haalbaarheidsonderzoek kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur.
10 Uitgangspunt bij renovatie / vernieuwbouw is dat de minimale wettelijk en duurzaamheidsambities te bereiken zijn. Immers moet renovatie
een vergelijkbaar alternatief zijn voor vervangende nieuwbouw. 11 Transitievisie Warmte – Gemeente Oisterwijk - 2021 12 Bij de Herijking van het IHP, over vier jaar, worden circulaire ambities en mogelijkheden meegenomen.
www.icsadviseurs.nl
15/52
Slim investeren in duurzaamheid Het verduurzamen van schoolgebouwen vindt bij voorkeur plaats in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden of renovatie. Door deze combinatie vindt efficiëntie plaats in de uitvoering van werkzaamheden. Bij investeren is het noodzakelijk dat het gebouw nog een aanzienlijke periode in gebruik blijft of dat het gebouw courant is, waardoor de investering ook interessant is bij toekomstige herbestemming. Daarvoor is het belangrijk voor de scholen om te weten waar ze aan toe zijn en wanneer ze een ingreep kunnen verwachten. Het IHP geeft inzicht en ondersteunt de scholen bij het slim kunnen investeren in duurzaamheid. Daarnaast is het van belang om kansen te pakken en te benutten. Dit kan door te investeren in duurzaamheid als dit mogelijk is en waar de wet – en regelgeving dit toe laat. Dit gaat bijvoorbeeld over het uitvoeren van de lijst van Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML). De scholen zijn hier al mee bezig. Bij situaties die voortkomen uit de Wet Milieubeheer is een spanning tussen de verplichtingen en bekostiging. Een schoolbestuur ontvangt geen aanvullende bekostiging om maatregelen die voortkomen uit de Wet Milieubeheer (erkende maatregelenlijst energiebesparing) te financieren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het realiseren van deze maatregelen. Wel heeft de gemeente een toezichthoudende taak in deze.
Omdat beide partijen geen aanvullende bekostiging ontvangen is het in de praktijk lastig om tot realisatie van de voorzieningen te komen. Gemeente en schoolbesturen blijven hierover in gesprek.
Aandachtpunt: netcongestie Op dit moment is sprake van netcongestie waardoor het in de praktijk niet mogelijk is om een verzwaarde elektra aansluiting te verkrijgen die veelal benodigd is om huisvesting voor onderwijs en opvang te realiseren. Dit levert problemen op in de realisatie van projecten die voortkomen uit het IHP. Tijdens de realisatieperiode van dit IHP (en dan in ieder geval tot 2026-2027) dient rekening gehouden met mogelijke aanvullende kosten om tijdelijke extra energievoorzieningen te realiseren om de netcongestie te omzeilen. Gedacht kan worden aan de containerbatterijpakket om toch te kunnen functioneren.
3.4 Gezondheid Binnenklimaat Gezonde (school)gebouwen met een goed binnenklimaat zijn een voorwaarde voor goed onderwijs en een goede werkomgeving. Het belang van een goed binnenklimaat is het afgelopen jaar, mede door COVID-19, nog duidelijker geworden. Een goed binnenklimaat heeft een wetenschappelijk bewezen positief effect op de leer- en ontwikkelprestaties en verminderd gezondheidsklachten. Het is de ambitie om alle schoolgebouwen in de gemeente Oisterwijk van een gezond binnenklimaat te voorzien. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. Een gezonde school is een schoolgebouw met een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Bij (ver)nieuwbouw dienen de eisen van het Bouwbesluit gevolgd te worden die grotendeels aansluiten bij Frisse Scholen klasse B (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). De praktijk en ervaring leren echter dat ook relatief nieuwe schoolgebouwen soms een matig binnenklimaat hebben, ondanks de uitgebreide installatiesystemen. Het is daarom van belang om de ervaringen uit die projecten mee te nemen en bij nieuwe projecten te kiezen voor oplossingen die zich hebben bewezen in de praktijk. Het doel is om voor alle schoolgebouwen in de gemeente Oisterwijk Frisse Scholen Klasse B te realiseren.
Voor nieuwbouw betekent dit het realiseren van voldoende ventilatie en een gebouw met zo min mogelijk temperatuuroverschrijdingen. Het verbeteren van het binnenklimaat voor bestaande schoolgebouwen vraagt maatwerk per locatie, wat daadwerkelijk haalbaar en realiseerbaar
www.icsadviseurs.nl
16/52
hangt af van het haalbaarheidsonderzoek. Dit betekent dat metingen en maatwerkadvies aan de basis staan voor gerichte ingrepen. Op basis van deze gerichte ingrepen worden vervolgens afspraken gemaakt over de kostenverdeling tussen gemeente en schoolbesturen. Bewegend leren Naast het hebben en leren in een gezond gebouw zijn er meer aspecten om de gezondheid van de kinderen te bevorderen. Dit kan door te focussen op bewegen in en rond het schoolgebouw. Net als bij een gezond binnenklimaat draagt bewegen bij aan goede leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. Om kinderen uit te dagen tot meer bewegen, kunnen de binnen- en buitenomgeving beweegvriendelijk en beweegprikkelend ingericht worden. Denk hierbij aan hoogteverschillen, klimmuren en meubilair dat bewegen stimuleert, maar ook activiteiten die een school en de opvang organiseert: beweegactiviteiten in de pauze en naschoolse sportactiviteiten. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd en kan gekeken worden naar het ‘vergroenen’ van de pleinen. Bij nieuwbouw is aandacht voor groene blauwe schoolpleinen. Dit komt overeen met de ambitie van de gemeente Oisterwijk voor gemixte, groene wijken voor een inclusievere samenleving zoals beschreven in de Woonzorgvisie13. Hierin staat beschreven hoe wordt gestreefd naar het creëren van wijken die uitnodigen om te bewegen en om elkaar te ontmoeten.
Eén van de onderdelen uit het afwegingskader van de visie beoordeelt de duurzaamheid en groen om te kijken of het plan zorgt voor een versterking van de openbare ruimte, het openbaar groen en klimaatadaptatie. In het VO is behoefte aan een schoolplein voor ontspanning en ontmoeting waarbij bewegen gestimuleerd moet worden. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte van belang geacht. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw). Voor het onderwijs wordt voorgesteld de laatste actualisatie van de modelverordening aan te houden en te formaliseren 14, waardoor voldoende speelterrein ontstaat en dit dus bijdraagt aan het bevorderen van beweegmogelijkheden. Bij (vervangende) nieuwbouw kan dit betekenen dat dit mogelijk zorgen voor de aanpassing van de terreingrootte. Daarnaast is het aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten. Daarnaast kan ook gedacht worden aan het realiseren van onderwijs- en opvangvoorzieningen nabij of samen met sportvoorzieningen. In het voortgezet onderwijs is sprake van voldoende buitenruimte (sportvelden) voor het bewegingsonderwijs.
Voor het basis – en voortgezet onderwijs moet er ook voldoende capaciteit zijn om alle scholen van voldoende klokuren gym te voorzien15. Daarnaast gelden voor accommodaties voor bewegingsonderwijs dat deze passen binnen het beleidsvoornemen om meer bewegen te stimuleren. Bij de positionering van deze voorzieningen over de gemeente wordt gekeken naar de volgende aspecten: ▪
▪
▪
Nabijheid: de ligging is zodanig dat de reistijd van school naar gymvoorziening niet onverantwoord ten koste gaat van de lestijden waardoor het aantal wettelijke uren bewegingsonderwijs gehaald kan worden. Voor de gemeten routes van een school naar het bewegingsonderwijs zijn regels opgenomen in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015’16. Routes: leerlingen gaan onder begeleiding of zelfstandig naar de gymvoorzieningen toe. Deze routes dienen veilig te zijn (afgestemd op de leeftijd van leerlingen) waar ook rekening wordt gehouden met de belasting van wijkbewoners en teamleden. Bij (vervangende) nieuwbouw kan dit betekenen dat dit mogelijk gevolgen voor de aanpassing van de routes naar het bewegingsonderwijs toe. Kwaliteit en beheer: de kwaliteit van de gymnastiekvoorzieningen wordt geborgd in het beheer. Voor het beheer geldt dat de beschikbaarheid voor onderwijs leidend is.
13 Woonzorgvisie – een visie op wonen en leven in Oisterwijk, Moergestel, Haaren en Heukelom (2022 – 2027) – Gemeente Oisterwijk 14 Dit betekent voor PO dat 3 vierkante meter per leerling wordt aangehouden met een maximum omvang van het schoolplein van 1.800
vierkante meter. Voor VO gaat het om 300 vierkante meter tot en met 300 leerlingen en daarna 0,75 m 2 per extra leerling. 15 Vanaf het schooljaar 2023-2024 is twee lesuren bewegingsonderwijs verplicht op de basisschool. 16 De regels voor afstand tot het bewegingsonderwijs zijn te vinden in Bijlage I – Deel B van de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015’.
www.icsadviseurs.nl
17/52
3.5 Type maatregelen Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen gepleegd worden. In dit IHP wordt een viertal scenario’s voor gebouw onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Nieuwbouw17; Renovatie; In stand houden; Afstoten.
In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. De verantwoordelijkheid en het bijbehorende budget is voor elk van de scenario’s weergegeven.
Optie
Scenario
Verantwoordelijkheid uitvoering
Budget
1
Nieuwbouw
Gemeente en/of schoolbestuur
100 % norm nieuwbouw
2
Renovatie / vernieuwbouw18
Gemeente en schoolbestuur
70 % norm nieuwbouw
3
In stand houden
Schoolbestuur
MI-vergoeding
4
Afstoten
Schoolbestuur
n.v.t.
Tabel 1: overzicht van type maatregelen voor scenario’s In de rest van het hoofdstuk volgt een verdere toelichting op de scenario’s. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. Bouwheerschap In beginsel ligt het bouwheerschap bij het betreffende schoolbestuur. De gemeente stelt de financiële middelen en/of grond beschikbaar en het schoolbestuur is zelf verantwoordelijk voor het tot stand brengen van de nieuwbouw of renovatie. In uitzondering hierop kunnen gemeente en schoolbestuur overeenkomen om het bouwheerschap bij de gemeente en/of een externe partij neer te leggen. Per project, ook afhankelijk van de complexiteit van het project, maakt het schoolbestuur in overleg met de gemeente afspraken over het bouwheerschap. Bij afspraken over het bouwheerschap behoren ook afspraken over de inzet en besluitvorming van de financiële toegekende budgetten voor het project. De gemeente dient tijdig te kunnen reageren en handelen.
17 Uitbreiding is een vorm van nieuwbouw. 18 Bij renovatie / vernieuwbouw is het niet altijd mogelijk om alle kwaliteitsambities te halen. Het niveau van de kwaliteitsambities wordt
bepaald in relatie tot de levensduurverlenging van het gebouw.
www.icsadviseurs.nl
18/52
(Vervangende) nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 de aangescherpte wet – en regelgeving over de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en VNG - norm De gemeente Oisterwijk is verantwoordelijk voor het bekostigen van nieuwbouw en uitbreiding. Het uitgangspunt van dit IHP is om een realistische begroting te kunnen maken met indicatieve bedragen voor de uitvoering van de plannen. De huidige normvergoeding van de VNG is echter te laag ten opzichte van de daadwerkelijke bouwkosten op dit moment en volstaat nu niet. Als de normvergoeding van de VNG weer bijgewerkt is en een realistisch beeld geeft van de kosten, wordt deze weer toegepast. Kortom, ten tijde van het opstellen van dit IHP worden de bedragen op basis van actuele ervaringscijfers van ICSadviseurs gebaseerd. Op het moment van realisatie van scenario’s uit dit IHP wordt op dat moment gekeken of de normvergoeding van de VNG aansluit bij de werkelijkheid of wordt een actueel bouwkostenniveau bepaald. In het voorbereidingstraject begint ieder project met een haalbaarheidsonderzoek op basis van de TCOmethode.
Een eventueel (bouw)voorbereidingstraject leidt tot een PvE, ontwerp (uitbreiding, aanpassing, renovatie of vervangende nieuwbouw) en gaat vergezeld van een Stichtingskostenopzet (STIKO) op basis van realistische prijzen waarvoor de huisvestingsvoorziening gerealiseerd kan worden. De ervaringscijfer van ICSadviseurs staan gegeven bij de verschillende ingrepen. regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moet zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Daarnaast moet nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd worden. De gemeente Oisterwijk en schoolbesturen hebben een hogere ambitie ten aanzien van duurzaamheid dan het bouwbesluit. Het is verstandiger om de spreekwoordelijke lat nu hoger te leggen door gericht op de toekomst te investeren in ENG. De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG). De stap van BENG naar ENG is te realiseren via een school bestuurlijke bijdrage. Binnen het IHP is afgesproken dat in de situatie dat wet- en regelgeving verandert het IHP dan in samenspraak daarop aangepast wordt (dit geldt voor de afspraken rond nieuwbouw en renovatie).
Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ (Vervangende) nieuwbouw is aan de orde bij: ─ Het vestigen van een nieuwe school in de gemeente waarvoor geen bestaande accommodatie beschikbaar is; ─ Het bestaande gebouw niet meer voldoet aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van de school stelt. Dit is vastgesteld op basis van een haalbaarheidsonderzoek naar de bouwkundige, installatietechnische, ruimtelijke en functionele staat van de huisvesting; ▪ Het schoolbestuur is samen met de gemeente verantwoordelijk om het werkbudget beschikbaar te stellen / te krijgen. De gemeente maakt hier 2 jaar voor de realisatie een werkbudget voor vrij en beoordeelt het onderzoek. Het heeft dan ook de kans om te bepalen of nader onderzoek noodzakelijk is. ▪ Bij aanvang van het project wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar vernieuwbouw versus nieuwbouw (wat is mogelijk, haalbaar, kosten etc.). Hier komt een scenariokeuze uit die het beste past. Er
www.icsadviseurs.nl
19/52
▪
▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪
dient dan besluitvorming plaats te vinden voor deze keuze (vernieuwbouw of nieuwbouw). Schoolbestuur, kinderopvang en gemeente begeleiden samen dit haalbaarheidsonderzoek en definiëren samen per onderzoek de opdracht, kaders, randvoorwaarden en criteria voor het bepalen en duiden van de resultaten. Dit onderzoek wordt dan uitgevoerd in gezamenlijkheid (schoolbestuur en gemeente) door bijv. ICS. Het haalbaarheidsonderzoek wordt 2 jaar voor de start van de geplande activiteiten uitgevoerd. Het realiseren van de duurzaamheid - en kwaliteitsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend. De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften over verplichte energiemaatregelen19. De schoolbesturen dragen waar mogelijk bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. Deze bijdrage bestaat uit een bedrag of percentage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) en kan bijvoorbeeld ingezet worden voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat) of het realiseren van ENG in plaats van BENG.
Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk is mits deze bestaat uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. De genoemde bijdrage vanuit schoolbesturen is onderdeel van de gezamenlijke verantwoordelijkheid om te kijken naar investeringen in toekomstbestendige en te exploiteren huisvesting mits dit binnen de geldende wet- en regelgeving is toegestaan en de onderbouwing voortkomt uit de businesscase. Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. Kwaliteitsniveau Frisse Scholen klasse B. Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van minimaal 40 jaar. Het stichtingskostenbedrag voor nieuwbouw is gedifferentieerd opgebouwd. Voor het primair onderwijs betekent dit dat wordt uitgegaan van een stichtingskostenbedrag van minimaal € 3.450,- en maximaal € 3.750.- per bruto vierkante meter en voor het voortgezet onderwijs een minimaal stichtingskostenbedrag van € 3400,- per bruto vierkante meter (prijspeil oktober 202220, inclusief een jaarlijkse indexering van 4% vanaf 2023 voor de eerste vier en 2% voor de daaropvolgende jaren21). De bedragen in het IHP zijn richtinggevend voor het project.
Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald. Het leerlingenaantal en de ruimtebehoefte22 worden meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek. Een werkbudget wordt twee jaar voor de realisatie van de nieuwbouw vrijgemaakt. Een voorbereidingskrediet wordt in het jaar voorafgaand aan de realisatie toegekend23.
Het realiseren van een uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Het gaat hier vaak om kleinere projecten waardoor het bedrag per vierkante meter voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG. Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het uitgangspunt wordt gekozen voor een modulaire uitbreiding. Renovatie / vernieuwbouw De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-raad en VO-raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie als alternatief voor nieuwbouw 24. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen, waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn 19 Dit is beschreven in paragraaf 2.1. 20 De gehanteerde bedragen, om te komen tot het investeringsbedrag in hoofdstuk 6, zijn geïndexeerd met 4% om te komen naar het prijspeil
van 2023. 21 Bij het haalbaarheidsonderzoek wordt gewerkt met realistische prijzen van dat moment (zie kader pagina 18). 22 Berekening gebaseerd op de normen van de modelverordening VNG 2021. 23 Er is een budget voor het haalbaarheidsonderzoek en een voorbereidingskrediet voor de realisatie van de nieuwbouw / renovatie. 24 De verwachting is dat de nieuwe wet vanaf 2023 vastgesteld wordt en in 2024 geëffectueerd. In afwachting daarvan geldt tot 2024 bovenstaande voor renovatie.
www.icsadviseurs.nl
20/52
ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zoveel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zoveel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst25. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen. Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪
Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; Ruimtelijke staat; Verduurzaming van het gebouw (ambitie BENG).
Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Oisterwijk. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken. Zo kan een vergelijk gemaakt worden tussen renovatie en vervangende nieuwbouw van het huidige gebouw. Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van het genoemde haalbaarheidsonderzoek; ▪ De kosten voortkomend uit een gebrekenrapportage betreffende onderhoudswerkzaamheden zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; ▪ De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor nieuwbouw met een jaarlijkse indexering. Het percentage van 70% vormt het kantelpercentage vanaf wanneer nieuwbouw vanuit bedrijfseconomisch oogpunt verantwoorder is. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in het haalbaarheidsonderzoek beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie.
Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; ▪ De schoolbesturen dragen waar mogelijk bij in de realisatie van renovatie door een investering vanuit schoolbesturen. Deze wordt onderbouwd met een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage passend binnen de geldende wet- en regelgeving. Om de bijdrage voor schoolbesturen te bepalen geeft de businesscase inzicht in: ─ De benodigde ingrepen en investeringskosten voor het behalen van een duurzaamheidsambitie die bovenwettelijk is, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (binnenklimaat); ─
Het effect van de ingrepen op de exploitatie (inclusief het effect op onderhoud);
─ De uitgespaarde onderhoudskosten van 3 jaar voorafgaand aan de geplande ingrepen 26. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk is, mits deze bestaat uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol. ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; ▪ Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen. In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie 27zijn nog drie spelregels van toepassing: ▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan er een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een haalbaarheidsonderzoek. Schoolbestuur, kinderopvang en gemeente begeleiden samen dit haalbaarheidsonderzoek en definiëren samen per onderzoek de opdracht, kaders, randvoorwaarden en criteria voor het bepalen en duiden van ▪
25 De ondergrens voor de kwaliteitsambities wordt gezamenlijk in het haalbaarheidsonderzoek bepaald. 26 Het gaat hier over het in de tijd afstemmen van onderhoudskosten voor rekening van het schoolbestuur in combinatie met
vernieuwingsmaatregelen voor rekening van de gemeente, bijvoorbeeld vervanging dakbedekking versus het aanbrengen van dakisolatie. 27 Kwaliteitsambities worden bepaald in het haalbaarheidsonderzoek.
www.icsadviseurs.nl
21/52
▪
de resultaten. Na vaststellen van het scenario is renovatie een maatregel die conform de genoemde maatregelen van bekostiging in aanmerking komt. Het haalbaarheidsonderzoek wordt 2 jaar voor de start van de geplande activiteiten uitgevoerd. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden van het gebouw met behoud van het concept.