CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Beekdalpark Toelichting

RAAD 30 mei 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk - AANVAARD17.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VASTGESTELD

BESTEMMINGSPLAN

BEEKDALPARK, OISTERWIJK

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN BEEKDALPARK OISTERWIJK GEMEENTE OISTERWIJK Planstatus

Vastgesteld

Datum

19 - 03 - 2024

Plan identificatie

NL.IMRO.0824.Beekdalpark-va01

Auteur(s)

Ordito

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 4 4 5

2.

Bestaande situatie

6

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie

6 7

3.

Toekomstige situatie

9

3.1 3.2 3.3

Stedenbouwkundig plan Duurzaamheid Verkeer en parkeren

9 12 12

4.

Beleidskader

15

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 17 20

5.

Randvoorwaarden

24

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Flora & fauna Stikstof Geluid Luchtkwaliteit Water Vormvrije m.e.r.-beoordeling

24 26 27 28 30 33 37 38 40 41 45

6.

Juridische aspecten

47

6.1 6.2

Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen

47 48

7.

Uitvoerbaarheid

49

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49

Bijlagen bij de toelichting 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Beeldkwaliteitsplan Archeologisch onderzoek Standaard verantwoording 2020 Midden- en West-Brabant Bodemonderzoek Quickscan natuurwetgeving Aanvullend onderzoek vleermuizen Stikstofonderzoek Akoestisch onderzoek Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bezonningsstudie Verslag omgevingsdialoog Nota van zienswijzen

|3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van het Beekdalpark in Oisterwijk. De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de ontwikkeling van woningbouw op de locatie van het voormalige zwembad De Leye in Oisterwijk. Het gebouw van het voormalige zwembad en sporthal zal gesloopt worden, waardoor de locatie vrij komt voor een invulling met woningbouw in combinatie met een parkomgeving aan de Voortse Stroom. Door de gemeente is samen met betrokken partners gewerkt aan het ontwikkelscenario “Beekdalpark”, waarin de kaders voor de herontwikkeling zijn vastgelegd. Momenteel wordt uitgegaan van een invulling met 77 nieuwe woningen in de vorm van appartementen en patiowoningen. Het openbare gebied wordt ingericht als park en het doorgaande fietspad wordt verlegd. De bestaande parkomgeving krijgt een kwaliteitsimpuls. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient het geldende planologische regime, zijnde bestemmingsplan “Centrum Oisterwijk” aangepast te worden. Hiervoor moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan wordt samen met een beeldkwaliteitsplan de basis om de locatie via een tender aan een ontwikkelende partij te verkopen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Vloeiweg 41, 43 en 43a in de kern Oisterwijk, ten zuiden van het historisch hart. De noordzijde van het perceel grenst aan de Vloeiweg. De zuidzijde van het perceel grenst aan de Voorste Stroom. Aan de westzijde bevinden zich aan de overzijde van de Baerdijk lichte bedrijvigheid in een woonomgeving met één bouwlaag. Aan de oostzijde van het perceel bevindt zich het woon-zorgcomplex De Vloet. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,8 ha. Het plangebied bevindt zich in de kadastrale sectie F met bijbehorende perceelnummer 3084.

Afbeelding 1 Ligging en begrenzing plangebied

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|4

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied vigeren momenteel de volgende bestemmingsplannen: • •

Bestemmingsplan ‘Centrum Oisterwijk’ Vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 16 februari 2017; Parapluplan ‘Parkeren Oisterwijk’ Vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 4 oktober 2018.

Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum Oisterwijk’ de bestemming ‘Gemengd - Voorzieningen’. In het aangegeven bouwvlak ter plaatse van de Leye is een maximale bouwhoogte van 8 meter toegestaan. Op de overige gebieden binnen de planlocatie bevinden zich de enkelbestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’. Binnen de enkelbestemming ‘Groen’ zijn enkel groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan. Over de gehele enkelbestemming ‘Groen’ ligt de functieaanduiding ‘natuur’. Ter plaatse van de functieaanduiding natuur zijn de gronden bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de enkelbestemming ‘Water’. Op de westzijde van het plangebied rust de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en op de oostzijde van het plangebied rust de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’.

Afbeelding 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Centrum Oisterwijk’

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •

•

Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. Planregels: Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|5

•

1.5

In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat er binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

Leeswijzer

In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven, met onder andere daarin de ligging, de historie en de ruimtelijke opbouw. In het derde hoofdstuk wordt de toekomstige situatie besproken. In het vierde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau uitgelicht. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de planbeschrijving en de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|6

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Historie en ruimtelijke structuur omgeving

Het plangebied is gelegen aan de Vloeiweg 41, 43 en 43a in de gemeente Oisterwijk. Oisterwijk kreeg in 1212 marktrechten van de hertog Hendrik I van Brabant en werd gesticht op het grondgebied van de parochie Oost-Tilburg. Dit verklaart ook de naam ‘Oisterwijk’, het was de oostelijke wijk van Tilburg. In het jaar 1230 kreeg het voor het eerst stadsrechten en zo ontstond de ‘stad’ Oisterwijk. Tegen het einde van de 14e eeuw had Oisterwijk reeds zijn huidige hoofdstructuur, bestaande uit een brede, plein-achtige straat van bijna een kilometer lang, de Plaatse geheten, voortgekomen uit de oude marktplaats die in 1212 stadsrechten kreeg. Aan beide zijden lagen knooppunten van wegen. In het oosten waren wegen naar Oirschot, Boxtel, 's-Hertogenbosch, Haaren en Heusden. Vanuit het westen waren wegen naar Moergestel, Tilburg en Heukelom. In Oisterwijk bestond vanouds enige met textiel verbonden nijverheid, gebaseerd op laken en linnen. Verder was ook de leerlooierij van belang. Deze was toeleverancier voor onder meer de schoenindustrie. Ook was er een belangrijke meubelindustrie, die nu behoorlijk ingekrompen is. Daarnaast kreeg Oisterwijk een spoorwegstation in 1865.

Afbeelding 3 Topografische gemeentekaart Oisterwijk (plangebied is rood omlijnd)

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|7

De gemeente Oisterwijk kreeg haar huidige vorm in 1997. De nieuwe gemeente bestaat uit de kernen, Oisterwijk, Heukelom en Moergestel. Per 1 april 2016 heeft de gemeente Oisterwijk 25.813 inwoners. Per 1 januari 2021 wordt de gemeente uitgebreid met de kern van de gemeente Haaren. De gemeente Oisterwijk is een groene gemeente, gelegen tussen Tilburg, Boxtel, Oirschot en Vught. De gemeente geldt als een toeristische trekpleister vanwege de vele vennen en bossen, zoals de natuurgebieden Oisterwijkse Bossen en Vennen, De Kampina, Oude Hondsberg, Ter Braakloop en Galgeven en het Moergestelse Broek. De natuurgebieden vallen (grotendeels) onder Het Groene Woud, een overkoepelend nationaal landschap, gelegen in verscheidene Noord-Brabantse gemeenten. Verder doet ook het Brabants Vennenpad de gemeente Oisterwijk aan. Het noordelijke en westelijke deel van de gemeente (waar de kern Oisterwijk ligt) rekent men tot de streek van de Meierij van ’s-Hertogenbosch, het zuidoostelijke deel (waar de kern Moergestel ligt) tot de streek van de Kempen. Voor de 20e eeuw gaf het landschap ten zuiden van de kern Oisterwijk een andere aanblik, in plaats van bossen waren er uitgestrekte heidevelden. Doordat men ophield de schapen de heidevelden te laten begrazen en door aanplanting van bomen ontstonden er grote bosgebieden.

Bijzonder was dat er veel meer vennen waren dan in andere soortgelijke gebieden van Noord-Brabant. Ook nu nog is dat het geval. In 1801 werd reeds met de bebossing begonnen. Ten noorden van Oisterwijk vindt men voornamelijk landbouwgebied. Door Oisterwijk stromen verscheidene beken, zoals de van de zuidkant binnenkomende Reusel, de Voorste Stroom in de kern Oisterwijk en de door De Kampina stromende beek de Rosep, die uitmondt in de Esschestroom. Laatstgenoemde verlaat in noordoostelijke richting de gemeente om zich verderop bij de Dommel te voegen. De ruimtelijke structuur van de kern Oisterwijk wordt gekenmerkt door de oostwest-richting van langgerekte lijnvormige elementen, zoals de Voorste Stroom-Achterste Stroom, de wegen, de spoorlijn en het dorpshart-/centrum met het langgerekte marktplein. De noord-zuidgerichte oude uitvalswegen: Moergestelweg, Pannenschuurlaan en Gemullehoekenweg zorgen voor een verdere verdeling van de lineaire ruimtelijke opbouw van de kern. Hierdoor is er sprake van min of meer homogene deelgebieden die elk mede als gevolg van een afgeronde ontwikkeling in verschillende perioden ook specifieke ruimtelijke kenmerken vertonen. Deze algemene ruimtelijke karakteristiek voor de kern Oisterwijk geldt ook voor de woongebieden. Oisterwijk heeft gevarieerde woongebieden.

Die afwisseling en het karakter van de verschillende gebieden, is het waard om te behouden.

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied grenst aan de zuidkant aan de Voorste Stroom en de noordkant aan de Vloeiweg. Het plangebied wordt ontsloten via Baerdijk, Groenstraat, Moergestelseweg en Pannenschuurlaan naar de N65. Het perceel bevindt zich ten zuiden van het historisch centrum van de kern Oisterwijk. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een mix van bedrijvigheid en wonen. Voor de omringende percelen met de functies ‘Wonen’ en ‘Gemengd’ geldt een variatie aan bouw- en goothoogten. De bouwhoogten variëren tussen de 8 en 15 meter en de goothoogten tussen de 3 en 10 meter. De bedrijven aan de westzijde aan de Baerdijk bestaan uit één bouwlaag, de appartementen ’t Hoogh Heem en ’t Laagh Heem aan de noordzijde aan de overzijde van de Vloeiweg hebben 2 tot 3 lagen met een kap en het complex van Thebe aan de oostzijde bestaat uit 2 tot 4 bouwlagen.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|8

De volledige oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 1,8 ha. Op het bouwvlak binnen het plangebied bevindt zich sportcentrum De Leye. Deze heeft een oppervlakte van 4.700 m² en variërende bouwhoogten tot een maximum van 8 meter. Op de noordelijke en westelijke gronden van het plangebied bevindt zich een parkeerplaats. Deze parkeerplaats was bedoeld voor het sportcentrum, maar wordt nu door onder andere bezoekers van het centrum. De parkeerplaats wordt aan de noordzijde ontsloten op de Vloeiweg en aan de westzijde op Baerdijk. Langs de noordelijke en westelijke rand van het plangebied loopt een fietspad. Aan de zuid- en oostkant van het plangebied bevindt zich groen. Door het stuk groen loop het Stroomdalpad. Op de volgende afbeelding is de huidige situatie afgebeeld.

Afbeelding 4 Bestaande plansituatie ‘De Leye, Oisterwijk’

Afbeelding 5 Bestaande plansituatie ‘De Leye, Oisterwijk’

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|9

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Stedenbouwkundig plan

De ontwikkeling ‘Beekdalpark’ voorziet in de bouw van circa 80 nieuwe woningen verdeelt over vier verschillende bouwblokken. De vier architectonische bouwblokken worden in een parkachtig landschap gepositioneerd waar groen de drager van het gebied wordt. De bouwblokken worden gelaagd uitgevoerd. Hierdoor ontstaat een mooie ruimtelijke afbouw richting de Voorste Stroom. De gebouwen krijgen een robuuste en groene uitstraling die door de schaal (gelaagdheid), maat en details op een soepele wijze het landschap richting de beek volgen. De open ruimtes tussen de bouwblokken worden openbaar gemaakt waarmee ingezet wordt op ontmoeting en het houden van activiteiten. Een toekomstige uitbreiding op de locatie van De Vloet brengt kansen met zich mee om qua uitstraling en functie aan te sluiten bij de ontwikkeling op de locatie van De Leye. De herontwikkeling betekent de sloop van het bestaande gebouw (zwembad en sporthal). Met de nieuwbouw wordt er een plan gerealiseerd dat aansluit op het ambitieniveau zoals beschreven in de Woonzorgvisie van de gemeente Oisterwijk. Het plan bestaat uit vier bouwdelen, drie gestapelde bouwblokken en één bouwblok met patiowoningen. De vier bouwdelen onderscheiden zich in architectuur en uitstraling.

Afbeelding 6 Plattegrond toekomstige situatie Beekdalpark

Het totale oppervlak van het plangebied Beekdalpark bedraagt ca. 1,8 ha. In de toekomstige situatie maakt het sportcentrum plaats voor vier verspreidde bouwdelen. Op de bovenstaande afbeelding is de indeling van het Beekdalpark te zien. Gebouw 1 betreft een gelaagd appartementengebouw van vier bouwlagen met een bouwhoogte van 13 meter en een oppervlakte van circa 1.000 m². Het aantal appartementen in gebouw 1 bedraagt 27 tot 30.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|10

Gebouwen 2 en 4 betreffen beide gelaagde appartementsgebouwen van drie lagen met 25 wooneenheden voor gebouw 2 en 15 tot 20 voor gebouw 4. Gebouw 2 en 4 hebben een maximale bouwhoogte van respectievelijk 10 en 11 meter. Gebouw 2 heeft een oppervlakte van 1.200 m² en gebouw 4 een oppervlakte van 950 m². Gebouw 3 betreft patiowoningen van één bouwlaag met een bouwhoogte van maximaal 5 meter met gedeeltelijk een beperkte tweede bouwlaag en een oppervlakte van 1.400 m². In gebouw 4 is ruimte voor 10 tot 12 patiowoningen. In de plint van gebouw 1 en 3 zijn centrale ruimtes ten behoeve van bewoners en ontmoeting voorzien. Er worden beperkte commerciële ruimten mogelijk gemaakt met functies die passen binnen de zorgverlening. De parkeermogelijkheden binnen het Beekdalpark worden deels op het maaiveld gerealiseerd voor het goedkopere segment en deels ondergronds voor het duurdere segment. Gebouwen 1 en 4 worden voorzien van een ondergrondse parkeeroplossing. Onder gebouw 1 worden maximaal 35 parkeerplaatsen gerealiseerd en onder gebouw 4 maximaal 26 parkeerplaatsen. Voor de bewoners van gebouwen 2 en 3 worden aangewezen parkeerplaatsen gerealiseerd. De bewoners van gebouw 3 krijgen aangewezen parkeerplaatsen in de parkeerkoffer aan de westzijde van het plangebied en de bewoners van gebouw 2 worden voorzien van aangewezen parkeerplaatsen op het centrale parkeerterrein.

Op het maaiveld worden in totaal maximaal 69 parkeerplaatsen gerealiseerd. De natuur van het Beekdalpark versterkt de kwaliteit van het plangebied. Het bestaande groen aan de zuid- en oostkant van het plangebied wordt behouden en in kwaliteit versterkt. De groene openbare ruimte vormt de basis van het plan. In die openbare ruimte worden logische paden aangelegd waarmee het centrum van Oisterwijk verbonden wordt met het groen langs de Voorste Stroom. Zo wordt ook het fietsbad dat zich nu nog aan de noord- en westkant van het plangebied bevindt omgelegd door het Beekdalpark heen.

Afbeelding 7 Vogelvlucht perspectief toekomstige situatie

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|11

Afbeelding 8 Sfeerimpressie toekomstige situatie

Afbeelding 9 Sfeerimpressie toekomstige situatie

Beeldkwaliteit Om zo veel mogelijk aan te sluiten op de bestaande kwaliteiten en nieuwe kwaliteiten toe te voegen, is voor de ontwikkeling van Beekdalpark een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan geeft richtlijnen voor de bebouwing en de openbare ruimte. Voor de ontwikkelaar(s) en gemeente vormen de richtlijnen een toetsingskader waarbinnen het plan verder uitgewerkt kan worden. Ze garanderen dat de samenhang, ambities en uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan overeind blijven. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van vijf leidende principes: 1. Beekdal als gezamenlijk park 2. Zorg verbinden met de omgeving 3. Wonen en ontmoeten als gezamenlijke activiteit 4. Wonen als landschappelijke interventie 5. Beekdal Park verbinden met het historisch centrum Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als bijlage en wordt als onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota vastgesteld.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|12

3.2

Duurzaamheid

De gemeente onderkent de effecten van klimaatverandering, de noodzaak voor het besparen en opwekken van duurzame energie en voelt de verantwoordelijkheid om hieraan te werken. Er zal op een bewuste en verantwoordelijke manier met de aarde om worden gegaan. De gemeente wil bovendien bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen veel meer aansluiten bij natuurlijke systemen, water langer vasthouden en het watersysteem leidend laten zijn bij locatiekeuzes. In alle integrale ambities komen duurzame ambities terug. De gemeente wil meer grip krijgen op de betekenis en effecten van duurzaamheid, zodat het preciezer kan zijn in de acties die ze onderneemt en in het inspireren van de samenleving om bij te dragen aan de duurzame samenleving. Hiervoor kan samengewerkt worden met de regio, een gemeentelijke aanjager op het gebied van duurzaamheid worden benoemd en/of een duurzaamheidsagenda opgesteld worden. De gemeente wil daarin niet enkel zicht op het vraagstuk van energie, water en de natuurlijke leefomgeving, maar ook de perspectieven van een circulaire economie. (Bron: Omgevingsvisie gemeente Oisterwijk/samenwerken aan duurzaamheid en klimaat adaptatie) Bewoners van Oisterwijk hechten veel waarde aan de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving.

De gemeente kiest ervoor om vanuit deze maatschappelijke betrokkenheid bij de eigen leefomgeving bewoners en ondernemers te betrekken bij het neerzetten van duurzame projecten. De gemeente wil de betrokkenheid van inwoners omzetten in daadkracht door meer kennis over het natuurlijke systeem en de energietransitie te verspreiden. Daarbij zal de gemeente zelf het goede voorbeeld geven. In het plan Beekdalpark wordt op de volgende manier bijgedragen aan duurzaamheid. Het landschap vormt de basis voor wonen en verblijven. Er is sprake van een groene uitstraling van het Beekdalpark. Met meer ruimte voor de bestaande watergang (Voorste Stroom) aan de zuidzijde van het plangebied. Daarnaast is er de ambitie om groene gevels en daken te creëren op de nieuwe woongebouwen. De openbare ruimte binnen het Beekdalpark is de gezamenlijke ‘tuin’ van alle woningen die gebouwd zullen worden. Door hiervoor te kiezen wordt bebouwing beperkt en biodiversiteit binnen het plangebied gestimuleerd. De bebouwing binnen het plangebied voldoet aan de BENG-normeringen.

3.3

Verkeer en parkeren

De gemeente Oisterwijk streeft naar een evenwichtige balans tussen parkeervraag- en aanbod waarbij de parkeerbehoefte van diverse doelgroepen (bewoners, bezoekers en bedrijven) zoveel mogelijk wordt voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid in de wijk en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Hiervoor heeft de gemeente Oisterwijk de ‘Nota Parkeernormen 2016’ vastgesteld. Deze nota is uitgangspunt voor het parkeerbeleid binnen de gemeente en is gehanteerd bij het samenstellen van de parkeerbalans. Een nieuwe parkeernota is in ontwikkeling. Deze zal gelden wanneer het plan in de vergunning- en bouwfase zit. Verkeer Het plan voorziet in een hoofdontsluiting aan de noordzijde van het perceel aan de Vloeiweg. Hier is het gedeelte van de parkeerplaatsen gelegen dat zich bevindt op het maaiveld. Aan de Baerdijk is een toegang voorzien voor de woningen in de zuidwesthoek van het plan. De Vloeiweg is direct

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|13

gelegen aan Baerdijk. Via de Groenstraat, Moergestelseweg en Pannenschuurlaan wordt het gebied ontsloten richting de N65. Parkeren Voor de beoogde ontwikkeling speelt ook de vraag wat de nieuwe functies aan parkeerbehoefte met zich mee brengen en op welke wijze deze parkeervraag kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat alle benodigde parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd. Dit is deels verplicht in kelders en voor eigen bewoners. De bezoekers parkeren op het centrale deel met een parkeerregeling (parkeerschijf of betaald parkeren). Voor het bepalen van de parkeervraag heeft de gemeente Oisterwijk haar parkeernormen gebaseerd op de CROW-publicatie (Publicatie 317: Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie). Deze veelgebruikte systematiek betekent het aantal benodigde parkeerplaatsen door de oppervlakte van een bepaalde functie te vermenigvuldigen met een norm per 100 m2 BVO (bedrijfsvloeroppervlakte) en voor woningen geldt dat het aantal woningen van een bepaalde categorie wordt vermenigvuldigd met de norm per woning. In de nieuw vast te stellen parkeernota is het plangebied gelegen in de zone “centrum” en de stedelijkheidsgraad voor Oisterwijk is bepaald op “matig stedelijk”. In de planregels is een regeling opgenomen om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen Dit is enkel een indicatieve berekening.

Het werkelijke programma en een eventueel mobiliteitsplan worden bepalend voor het benodigde aantal parkeerplekken. Voor de woningen gelegen in ‘centrum’ in een ‘matig stedelijke’ omgeving worden onderstaande normen gehanteerd. Dit betekent een benodigd aantal parkeerplaatsen van minimaal 78 en maximaal 139.

Uitgangspunten parkeren -

Norm voor het centrum Exclusief korting deelauto’s bewoners Aangewezen plaatsen bewoners blok 2 en 4 Gereguleerd parkeren voor bezoekers Alleen parkeerbehoefte project zelf Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|14

Kelder blok 1 Bewoners (1,0-1,2 pp/woning)

35 (max.)

Kelder blok 3 Bewoners (1,1-1,3 pp/woning)

26 (max.)

Centrale parkeervoorziening Bezoekers alle woningen (0,3 pp/woning) Bezoekers maatschappelijke functie Bewoners blok 2 (0,8-1,0 pp/woning) Totaal

26 6 25 57

Parkeerkoffer blok 4 Bewoners (1,2 pp/woning)

12 (max.)

Totaal Kelder Maaiveld

61 69

In de huidige situatie vindt parkeren plaats op het maaiveld. In de toekomstige situatie wordt gewerkt met twee verschillende parkeeroplossingen. Voor twee gebouwen in het duurdere segment wordt parkeren ondergronds opgelost. Overige benodigde parkeerplaatsen worden voor het overgrote deel centraal aan de Vloeiweg tussen de gebouwen gerealiseerd. In het plan Beekdalpark kan een zelfstandige sociaal maatschappelijke functie gerealiseerd in de plint van gebouwen 1 en 3. De zelfstandig sociaal maatschappelijke functie wordt enkel door bewoners van het Beekdalpark in gebruik genomen. Extra parkeervoorzieningen ten behoeve van deze functie wordt niet noodzakelijk geacht. Met een gebiedsgerichte parkeeroplossing en een mobiliteitsplan kunnen lagere normen worden gehanteerd. De ruimte die beschikbaar is voor (ondergronds) parkeren zal bepalend zijn voor het definitieve woonprogramma.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|15

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De NOVI heeft, gezien de aard en de beperkte omvang van het project, geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Het project speelt zich af op lokaal niveau en er zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst.

Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|16

of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het besluit is 30 december 2011 in werking getreden. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat geen voor de planlocatie ‘Beekdalpark, Oisterwijk’ relevante gebieden of regelingen. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt op 12 woningen. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 77 woningen en is daarmee aan te merken als nieuwe stedelijk ontwikkeling. Derhalve zal navolgend de behoefte van de ontwikkeling worden onderbouwd. Relevantie plangebied: De gemeente Oisterwijk maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-vanBrabant. In deze regio maken de gemeenten periodiek samen met de provincie Noord-Brabant afspraken over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, waarvan de recentste dateert uit 2020. In de periode 2020-2030 bedraagt de bouwopgave voor Oisterwijk volgens deze regionale prognose ca. 800 woningen. In de komende tien jaar behelst de gemeentelijke woningbouwopgave zeker 150 woningen per jaar, volgens de woonzorgvisie van de gemeente Oisterwijk.

Het plan tot de bouw van in totaal 77 woningen past binnen de gemeentelijke bouwopgave. Met de beoogde ontwikkeling wordt er bijgedragen aan de behoefte van nieuwbouw in het betaalbare segment. De gemeente Oisterwijk beoogd dat 75% van de nieuwbouw betaalbaar is. Het woningbouwprogramma van de ontwikkeling Beekdalpark bestaat uit 43% sociale huur en koop, 34% betaalbare koopwoningen en 23% dure, vrije sector koopwoningen. Met een percentage van 77% aan betaalbare woningen in de voorziene ontwikkeling wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid met betrekking tot de bouw van betaalbare nieuwbouw. Op basis van bovenstaande onderbouwing kan worden gesteld dat de voorgenomen bestemmingswijziging passend is binnen artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|17

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proef Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier opgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a.

door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De betreffende ontwikkeling vindt plaats binnen het stedelijk gebied en voldoet aan de provinciale omgevingsvisie van zorgvuldig ruimte gebruik. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatief effect op de vier gestelde ambities van de provincie. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. De provincie kan door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening water, Verordening wegen en de Verordening ruimte 2014. Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. Daarna is de Omgevingsverordening een aantal keren gewijzigd vastgesteld.

De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Inmiddels is, in het traject naar de definitieve Omgevingsverordening een Ontwerp Omgevingsverordening vastgesteld, Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|18

die ter inzage is gelegd. Bedoeling is dat de omgevingsverordening gelijk met de Omgevingswet in werking treedt (voorziene datum inwerkingtreding 1 januari 2024). De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Geen attentiezone waterhuishouding (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Stalderingsgebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw en instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling) • Stedelijk gebied landelijke kern (instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) • Behoud en herstel van watersystemen (instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) • Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone (instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) • Reservering waterberging (instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging) • Norm wateroverlast stedelijk gebied (instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en

-berging) Diep grondwaterlichaam (art. 2.20) Boven, in of onder een Diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Dit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Geen attentiezone waterhuishouding (art. 2.21) Een vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem is niet vereist voor een onttrekking binnen deze zone als de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m3 per uur bedraagt en de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld. Dit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Stalderingsgebied (art. 2.74) Het gebied is aangeduid als stalderingsgebied. Dit is voor het plangebied niet relevant, omdat binnen het plangebied geen stallen voorkomen. Stedelijk gebied Landelijke kern De bestemming Beekdalpark ligt in stedelijk gebied binnen de kern Oisterwijk. De herontwikkeling betreft een duurzame ontwikkeling, binnen bestaand stedelijk gebied. Behoud en herstel van watersystemen (art. 3.27) Verder ligt over het plangebied de aanduiding ‘Behoud en herstel van watersystemen’. In gebieden die aangeduid zijn met ‘Behoud en herstel van watersystemen’ zijn regels van kracht die betrekking hebben op; het beperken van bebouwing, het beperken van aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakte en het beperken van ophogen van gronden.

In het nieuwe plan neemt het aantal m² bebouwing en verharde oppervlak toe. In het plan wordt Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|19

rekening gehouden met de eisen die worden gesteld rondom het behoud en herstel van watersystemen. Hiermee voldoet het plan aan de eisen die gesteld zijn in het kader van behoud en herstel van watersystemen.

Afbeelding 10 Uitsnede interim omgevingsverordening (Behoud en herstel van watersystemen)

Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone (art. 3.25) Een deel van de bestemming Beekdalpark bevindt zich binnen het gebied Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone. Binnen deze gebieden wordt oprichten van bebouwing en aanbrengen van verharding beperkt. De gebieden met de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’ worden niet voorzien van verharding of bebouwing. Voor de gebieden met deze aanduiding is tevens de bestemming Natuur/Groen opgenomen.

Afbeelding 11 Uitsnede interim omgevingsverordening (NNB – ecologische verbindingszone)

Reservering waterberging (art 3.36) Een bestemmingsplan van toepassing op ‘Reservering waterberging’ strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Het waterbergend vermogen van het gebied blijft met Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|20

het planvoornemen behouden en er wordt tevens extra waterberging in de vorm van een wadi gecreëerd, zoals nader toegelicht in paragraaf 5.2. Daarnaast is de bebouwing buiten dit vlak voorzien, waardoor een en ander niet van negatieve invloed is op het waterbergend vermogen van het gebied.

Afbeelding 12 Uitsnede interim omgevingsverordening (Reservering waterberging)

Norm wateroverlast stedelijk gebied (art 4.2) Voor het plangebied Beekdalpark geldt een inspanningsverplichting omtrent wateroverlast in stedelijk gebied. De norm voor overstromingskans in het betreffende plangebied is 1/100 per jaar. Het concept bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het waterschap. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande kans op overstromingen in het plangebied. Conclusie Het plan voor de herontwikkeling Beekdalpark is in lijn met het beleid van de provincie NoordBrabant.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Oisterwijk De omgevingsvisie is een integrale visie waarin strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn staan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de omgevingsvisie verplicht voor rijk, provincies en gemeenten. De visie is enkel bindend aan het gemeentebestuur. Voor de burgers is het bestemmingsplan (straks Omgevingsplan) het juridisch bindende plan, waar hun plannen aan worden getoetst. Om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan, wordt wel gekeken naar de Omgevingsvisie. Een plan, dat past binnen de kaders van de visie kan, bij een positieve afweging van het bestuur, mogelijk worden gemaakt met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de desbetreffende ontwikkeling. De visie zelf maakt dus nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De visie is opgesteld volgens de gedachtegang van de uitnodigingsplanologie. De gemeente bepaalt niet meer wat ergens moet komen, maar geeft enkel aan binnen welke kaders projecten de meeste

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|21

slagingskansen hebben. Het is vervolgens aan de burger en/of ondernemer om hiermee aan de slag te gaan. De visie dient als: • Inspiratie voor ondernemers, bestuurders en inwoners. • Richtinggevend kader voor het toekomstig gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid. • Toetsingskader voor individuele verzoeken en initiatieven die niet passen binnen de bestemmingsplannen. • Input voor overleg met de Provincie en de regio over de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Toetsing plangebied Per gebied heeft de gemeente Oisterwijk thema’s, Waarden en Ambities uitgelegd. Het planperceel Beekdalpark maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘Centrum Oisterwijk’. Hieronder volgen de belangrijkste thema’s, waarden en ambities voor dit deelgebied: Thema: Wonen Oisterwijk kent een hooggewaardeerd woonklimaat. Dit goede woonklimaat heeft tot gevolg dat de woningprijzen in Oisterwijk relatief hoog zijn. Er is een behoefte in Oisterwijk aan verschillende type woningen. Een grote (maatschappelijke) opgave die op de gemeente afkomt, zijn de veranderingen in de zorgvraag in combinatie met de vergrijzing. Dit kan niet uitsluitend via nieuwbouw worden gerealiseerd, maar vraagt ook om aanpassingen en vervanging van de bestaande woningvoorraad. Het is belangrijk dat de woningen passen binnen de omgeving.

Waarde: Wonen 2 De bewoners van Oisterwijk hebben zich bij het invullen van de enquête erg positief uitgesproken over het woonklimaat in de gemeente en specifiek van hun woonwijk. De hele gemeente kent een dorpse maatvoering, hoogbouw is er eigenlijk niet. De woongebieden zijn allemaal groen en ruim opgezet. Dit zorgt ervoor dat het fijn wonen is in Oisterwijk. De woongebieden kennen met name onderlinge verschillen door de grote van de woningen en percelen. De hele gemeente kent een dorpse maatvoering. De specifieke kenmerken van dit woongebied zijn: • • • •

De aanwezigheid van verschillende functies (winkels, horeca, zorg, sport en cultuur); In het centrum worden veel evenementen georganiseerd, waar de inwoners volop van kunnen meegenieten; De oude structuren van het centrum met veel oude bebouwing zorgen voor karakteristieke en mooie woonstraten; Ook het centrum kent veel groen met De Kop van De Lind, het trouwlaantje, het Lindepark, de groene oevers van de Voorste Stroom en het groen rondom het Kerkplein.

Ambitie: Gezonde wijken Meer accent op het oplossend vermogen van de wijk. De gemeente is ervan overtuigd dat allerlei vraagstukken in de wijk kunnen samenkomen. Voor het betrekken van bewoners, het vormgeven aan de veranderingen in de samenleving en het voorkomen en oplossen van gezondheidsproblemen is de directe leefomgeving van bewoners een heel relevant schaalniveau. De gemeente gaat daarom meer accent leggen op de behoeften in wijken en de rol die bewoners daarin zelf kunnen en willen hebben. De wijk komt in het gemeentelijk beleid en de activiteiten meer centraal te staan. En in een gezonde wijk staat de gezondheid van bewoners voorop. Door de grote verantwoordelijkheid van de gemeente in het sociale domein (incl. de bezuiniging die daarin gehaald moeten worden), de vergrijzing en de aanwezige sociaal maatschappelijke Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|22

problemen (zoals eenzaamheid en gezondheidsproblemen) staat de gemeente voor een grote opgave. Door vergrijzing en de noodzaak langer zelfstandig te wonen zijn mensen meer dan voorheen aangewezen op de sociale verbanden in de buurt. De gemeente zal daarom oog moeten hebben voor specifieke nieuwe woonwensen van b.v. ouderen, alleenstaanden of andere kwetsbare doelgroepen. Waar mogelijk werkt de gemeente mee aan inbreidings- en herstructureringsplannen waarbij woningen voor doelgroepen worden gerealiseerd. Conclusie De ontwikkeling ‘Beekdal park’ draagt bij aan een gevarieerd woonaanbod en speelt daarmee in op de problematiek binnen de gemeente Oisterwijk. Er is grote zorgen over het tekort aan arbeidskrachten binnen de zorg. Inwoners van Oisterwijk zullen in de toekomst nog meer aangewezen zijn op zichzelf en op elkaar. De ontwikkeling van Beekdalpark combineert zorgvragers en zorgdragers. In samenwerking met partners in het gebied wordt een inclusieve wijk gecreëerd waar bewoners voor elkaar zorgen en naar elkaar omkijken. Woonzorgvisie Gemeente Oisterwijk 2022 - 2027 Er ligt een grote opgave om de komende jaren veel woningen toe te voegen om te voorzien in de woningbehoefte. Positief is dat er ook veel potentiële locaties voor woningbouw in de gemeente liggen. De totale plancapaciteit ligt medio 2021 op ongeveer 2.560 woningen.

Dit is ruimschoots voldoende om te voorzien in de behoefte voor de komende tien jaar (1.500 woningen voor de komende tien jaar) en het realiseren van het eerste deel van de opgave van 2.000 extra woningen voor de komende twintig jaar in het kader van de gebiedsontwikkeling Oostflank SRBT. Centrum Het centrum van Oisterwijk is met haar beschermde dorpsgezicht, het winkel- en horeca aanbod een van de meest beeldbepalende plekken van onze gemeente. Zowel qua woningvoorraad als bewoners is het een atypische wijk. Ongeveer de helft van de bewoners is 65 jaar of ouder en bijna twee derde van de woningvoorraad is een meergezinswoning. Aandachtspunt is dat er met de verdichting in het centrum wel voldoende ruimte voor groen blijft. Het is daarom ook de ambitie om de groene zone rondom de Voorste Stroom te versterken. Diezelfde Voorste Stroom vormt een kans om woningen op termijn via aquathermie van een duurzame energiebron te voorzien. Woonleeflandschap De sleutel tot langer zelfstandig thuis wonen zit in de verbinding die we opbouwen tussen buren onderling en de buurt. Landelijk zijn er grote zorgen over het tekort aan arbeidskrachten in de zorg. Inwoners van Oisterwijk zullen in de toekomst nog meer dan nu zijn aangewezen op zichzelf en op elkaar.

Aansluitend op het Strijdplan Sociaal Domein streven we daarom naar een sterkere ‘samenredzaamheid’ van inwoners in de gemeente, waarbij ondersteuning voor wie dat nodig heeft dichtbij en goed vindbaar is. Met het programma Samenredzaam Oisterwijk investeren wordt geïnvesteerd in leefbare wijken waarin buurtgenoten elkaar kennen en voor elkaar klaar staan: door het subsidiëren van wijk- en buurtwerk, maatschappelijk werk, vrijwilligersorganisaties, mantelzorgondersteuning, wijkraden en buurthuizen. Het doel is een inclusieve samenleving waarbij iedereen kan meedoen en er toe doet. Door vergrijzing en de toename van het aantal alleenstaande is de kans groot dat ook het aantal mensen dat kampt met eenzaamheid en zingevingsvraagstukken toeneemt. Wooninitiatieven die gericht zijn op een mix van doelgroepen en leeftijden, en een mix van ’zorgvragers’ en ‘zorgdragers’ kunnen bijdragen aan onderling contact en steun, en daarmee ook aan preventie van zwaardere zorg en ondersteuning.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|23

Met de ligging in het centrum van Oisterwijk biedt Beekdalpark alle kansen om een inclusief en toekomstbestendig woonleeflandschap te realiseren waar mensen comfortabel wonen en elkaar op een laagdrempelige manier kunnen ontmoeten in een parkachtige omgeving. Er is niet alleen aandacht voor het ontwerp van de gebouwen en de fysieke inrichting van het gebied, maar ook voor betekenisvol sociaal contact tussen bewoners, bezoekers en passanten. Met een goede en vernieuwende inrichting van voorzieningen en diensten in de plinten van de vier bouwblokken wordt de sociale basis versterkt. Toetsing plangebied Voor het woningbouwprogramma is de Woonzorgvisie als basis genomen. In die visie wordt gestreefd naar 75% betaalbare woningen waarvan 25% sociale huur en 10% sociale koop. In de scenario uitwerking voor het woningbouwprogramma is rekening gehouden met het uitgangspunt van de raad om op deze locatie 50% aan sociale woningbouw te realiseren. In het Beekdalpark zijn met de huidige inzichten 77 nieuwe woningen voorzien in 4 bouwblokken. Het woningbouwprogramma bestaat uit 43% sociale huur en koop, 34% betaalbare koopwoningen en 23% dure, vrije sector koopwoningen. Van alle woningen wordt 87% uitgevoerd als appartement. De blokken 1, 2 en 3 zijn appartementencomplexen. Blok 4 betreft patiowoningen. Het woningbouwprogramma sluit aan bij de Woonzorgvisie van de gemeente Oisterwijk.

Binnen drie van de vier bouwblokken zijn enkele woningen extra toegestaan mits parkeren voldoende is geregeld. Hiermee ontstaat voor de toekomstige ontwikkelaar ruimte om het plan te optimaliseren.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|24

5.

RANDVOORWAARDEN

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.

5.1

Archeologie

Verdrag van Malta In 1998 heeft het parlement het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed goedgekeurd. Dit zogeheten Verdrag van Malta voorziet in een beperking van de risico’s op aantasting van cultureel erfgoed. Dit kan door het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door de integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. Monumentenwet De implementatie van het Verdrag van Malta is gekomen met het in werking treden van de nieuwe Wet op de archeologische Monumentenzorg op 1 september 2007. Het belangrijkste uitgangspunt om rekening met te houden is dat archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond te behouden zodat deze beter geconserveerd worden. De herziening van de monumentenwet bepaald dat gemeenten een eigen archeologiebeleid op stellen. Beleidsplan Archeologie (2018) De gemeenteraad heeft in 2018 het ‘Beleidsplan Archeologie – gemeente Oisterwijk’ vastgesteld. Het beleidsplan gaat in op hoe de gemeente Oisterwijk kan voldoen aan de Wet op de archeologische monumentenzorg en geeft tevens aan hoe de gemeente in uiteenlopende omstandigheden om wil gaan met historische bodemschatten. Voor de gehele gemeente is daarbij een verwachtingskaart opgesteld. De verwachtingskaart geeft inzicht in het archeologisch erfgoed binnen de gemeente.

Op de verwachtingskaart is door de aanduidingen laag-, middelhoog- en hoog verwachtingsgebied aangegeven wat de archeologische verwachtingen zijn. De verwachtingskaart is vertaald in een beleidskaart waaraan matrixnormen zijn gekoppeld. Op de beleidskaart en in de matrixnormen is opgenomen hoe wordt omgegaan met archeologie in de betreffende verwachtingsgebieden. Vervolgens staat in het beleidsplan wanneer archeologisch onderzoek wel of niet verplicht is en aan welke eisen dat onderzoek moet voldoen. Onderzoek Op 6 februari 2023 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan De Leye te Oisterwijk (gemeente Oisterwijk). Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Oisterwijk (2018) deels in een zone met Waarde - archeologie 1 en grotendeels in een zone Waarde - archeologie 3. Voor de Waarde - archeologie 1 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld. Voor de Waarde - archeologie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 centimeter onder maaiveld. Binnen het bestemmingsplan Centrum Oisterwijk (vastgesteld 2017) gelden respectievelijk de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 1 en 3.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|25

Conclusie Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit beekafzettingen van het Laagpakket van Singraven (Formatie van Boxtel). De beekafzettingen bestaan uit (humeus) zwak siltig matig fijn zand. De natuurlijke ondergrond is alleen in boringen 1, 3, 5, 6 en 10 aangetroffen en bevindt zich op een diepte van circa 180 tot 210 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 7,10 tot 7,59 meter +NAP. Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. In het plangebied is sprake van een AC-bodemprofiel. In deze boringen zijn geen sporen van een podzolbodem (E-, B- en/of BC-horizont) waargenomen. De grijsgroene tot bruinbeige kleur van de natuurlijke ondergrond duidt op natte omstandigheden binnen het plangebied. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk het gevolg van moderne grondbewerking. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de kans laag geacht dat er nog archeologische resten uit deze periode aanwezig zijn in het. De verwachting voor deze periode was al laag.

Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Echter, het grijsgroene tot bruinbeige pakket duidt op een natte en daarmee ongunstige landschappelijke ligging voor nederzettingen. Alleen in boringen 1, 3, 5, 6 en 10 is de natuurlijke ondergrond aangetroffen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de top van de natuurlijke ondergrond tot onbekende diepte is verstoord. Dit heeft als gevolg dat eventueel aanwezige sporen afgetopt zijn. Hierdoor is de informatiewaarde van dergelijke sporen mogelijk beperkt. De verwachting voor de periode neolithicum – vroege middeleeuwen was al laag. Het plangebied ligt direct ten zuiden van dichtbebouwde historische kern van Oisterwijk. Uit bestudering van de historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds begin 19e eeuw onbebouwd was en in gebruik was als weiland en bouwland. Dieper gefundeerde muurresten kunnen ondanks het ‘aftoppen’ beter bewaard zijn gebleven dan ‘reguliere’ sporen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat dergelijke archeologische resten ter plaatse aanwezig zijn. Op basis hiervan blijft de lage verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd gehandhaafd.

Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. Hieruit blijkt dat het plangebied in een natte omgeving ligt en daarmee niet aantrekkelijk was voor bewoning. Op basis van de landschappelijke ligging (natte omstandigheden) worden er geen archeologische sporen meer verwacht in het plangebied uit de periode laat-paleolithicum – nieuwe tijd. Om deze reden wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten laag geacht voor deze perioden. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Oisterwijk), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Het selectieadvies betekent nog niet dat al bodemverstorende of voorbereidende activiteiten ondernomen kunnen worden.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|26

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden. Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs wordt uitgevoerd, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend”.

Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|27

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter

t.o.v. gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

Onderzoek Voor onderhavig planvoornemen dient aangetoond te worden of omliggende bedrijven belemmerd worden in hun bedrijfsvoering en/of in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het planperceel is gelegen ten zuiden van het centrum van de kern Oisterwijk. Het plangebied wordt omringd door zowel woningen als bedrijven in de sector detailhandel. Om die reden wordt er gerekend met de richtafstanden t.o.v. een gemengd gebied. Belemmering omliggende bedrijven De functies in de omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor het beoogde planvoornemen. Adres Baerdijk 20 Baerdijk 22 Baerdijk 24 Kloosterbeemd 8 Kerkstraat 37a Vloeiweg 78 Vloeiweg 85

Functie Bank Schoonheidssalon Makelaar Telefoonwinkel Motorsportwinkel Fietsverhuur Woonzorgcomplex

Categorie 1 1 1 1 2 1 2

Richtafstand 0 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 10 meter

Werkelijke afstand 28 meter 18 meter 18 meter 53 meter 71 meter 26 meter 18 meter

Aan de richtafstanden wordt voldaan. De bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven wordt door de nieuwe woningen niet nadelig beïnvloed. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.3

Bodemkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om de bodemkwaliteit te onderzoeken. Bij functiewijzigingen moet gekeken worden of de bodemkwaliteit voldoende is ten dienste van de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Onderzoek Het volledige onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Bestemmingsplan Beekdalpark Oisterwijk

|28

Op basis van het bodemonderzoek en asbest-in-grondonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • De bodem tot een diepte van minimaal 4,0 m -mv (maximale boordiepte) bestaat uit zand. Vanaf 1,5 à 3,0 m -mv is plaatselijk veen aanwezig. • De bovengrond licht verontreinigd is met PAK. Dit relateren wij aan eventueel teerhoudend asfalt en verhoogde achtergrondwaarden. • De ondergrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK, minerale olie en lood. • Het grondwater maximaal licht verontreinigd is. • Visueel asbestverdacht materiaal in de vorm van een funderingslaag is waargenomen. • In de asbestmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. • De hypothese 'de bodem is verdacht op zware metalen, PAK en minerale olie' is juist gebleken. • De hypothese 'de fundering is verdacht op de aanwezigheid van asbest' is niet juist gebleken. • Het uitvoeren van nader bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14040087/1