Bijlage bij RIB - Actieplan suïcidepreventie regio Midden-Brabant oktober
Tekst van het document
* Sinds 2024 zijn gemeenten aan de slag met het organiseren van Stevige Lokale Teams (SLT’s), gericht op gezinnen en jongeren. Men werkt aan een systeem dat zich richt op preventie, versterking van zelfredzaamheid en op samenwerking op lokaal niveau, met als doel het bieden van laagdrempelige, duurzame en snel beschikbare zorg voor inwoners die dat echt nodig hebben.
40
Uitwerking pijler 4. Netwerkbrede samenwerking Stap 1a. Informatieverspreiding bij diverse relevante professionals • Huisartsen, POH’s en andere (zorg)professionals worden actief benaderd met informatie over de regionale en/of lokale doorverwijzingsmogelijkheden (a.d.h.v. de opgestelde routekaart). • Via het aanbieden van training worden de kennis en de handelingsbekwaamheid van professionals t.a.v. suïcidepreventie vergroot (zie pijler 2). Huisartsen en POH’s worden op dit onderwerp al geschoold. • Er wordt een ‘kennisteam’ ingericht als achterwacht voor sleutelfiguren (zie pijler 2). • Er wordt intervisie georganiseerd voor groepen die getraind zijn. • Bij het organiseren van trainingen, intervisie en bij het opstellen van een routekaart worden ervaringsdeskundigen ingezet. • RIBW Brabant kan mogelijk een verbindende rol spelen tussen zorg, sociaal domein en ervaringsdeskundigheid. Bijvoorbeeld via het Kiemuur, de Herstelacademie of inzet van ervaringsdeskundigen in trainingen en intervisie.
Eén van de netwerkpartners geeft aan: “Er moet ook aandacht zijn voor mensen die heel overtuigd zijn van hun wens om niet meer te willen leven. Een open gesprek hierover kunnen voeren met experts (over bijv. euthanasie) is nu erg complex.”
Stap 1b. Verbinding met samenwerkingsverbanden
Parallel aan stap 1a brengen de partners van het actienetwerk het thema en de acties rondom suïcidepreventie actief onder de aandacht binnen bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld binnen de IZAwerkgroepen, mentale gezondheidsnetwerken of andere samenwerkingsverbanden die voortkomen uit het IZA-transformatieplan ‘Samen Mentaal Sterk’, Young Minds Matter, huisartsengroepen, sociale wijkteams en bij diverse netwerken waarbij het welzijn van jongeren besproken wordt. Alle netwerkpartners houden, waar mogelijk, structureel aandacht voor het thema en signaleren kansen om initiatieven rondom suïcidepreventie en mentale gezondheid bij elkaar te brengen.
Stap 2. Onderzoek naar vervolg op SUPREMOCOL Onder professionals leeft de behoefte dat mensen met een risico op suïcide sneller
worden geholpen. Daarom dient onderzocht te worden of er een vervolg kan komen op SUPREMOCOL, voortbouwend op de evaluatie hiervan (zie bijlage 1). Landelijk is deze werkwijze nu overgegaan in Sumona. Sumona: “Oplettende hulpverleners binnen en buiten de zorg signaleren personen met een verhoogd suïciderisico en melden deze aan bij een lokaal team van casemanagers. Middels laagdrempelig contact wordt een luisterend oor geboden. Vaste monitoringscontacten en casemanagement op maat leiden tot passende zorg en hulp in het sociaal domein. Met aandacht voor cliënt en naasten wordt gestreefd naar minder suïcides en suïcidepogingen.”
41
Input voor pijler 4 – Netwerkbrede samenwerking Huidige inzet/aanbod Betrokken partijen Doel: Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen naar hulp te leiden. Regionale netwerkbijeenkomst mentale gezondheid (sinds 2023, eind 2024 voor het Gewenst resultaat: nog gezamenlijk te formuleren laatst bijeen)
Gemeenten, onderwijs, GGZ, welzijnssector, zorgdomein (PrimaCura-GGZ), Toegang Tilburg (wijkteams)
Regionale netwerkbijeenkomst suïcidepreventie (in 2023 voor het laatst bijeen) SUPREMOCOL (afgelopen): aanpak om via casemanagement toe te leiden naar passende zorg en hulp in het sociaal domein en monitoring
GGz Breburg, GGzE, GGZ Oost-Brabant, Reinier van Arkel, GGZ WNB
IZA-werkgroep Mentale Gezondheid (tijdelijke werkgroep vanuit IZA-regioplan)
GGz Breburg (trekker), gemeenten, GGD HvB, R-Newt/ Contour de Twern, RIBW Brabant, Fameus, ETZ, PrimaCura, Zorroo, HZG Breda
Oprichting/doorontwikkeling mentale gezondheidsnetwerken
GGz Breburg en overige partners
Young Minds Matter, zie pijler 3 Aansluiting R-Newt jongerenwerker bij landelijk netwerk suïcidepreventie
R-Newt, 113 Zelfmoordpreventie
Initiatief ‘Delen is Helen’: nazorgtraject voor jongeren met impactvolle gebeurtenissen
Stichting Delen is Helen
Aansluiting vertegenwoordiger bij INJ (Innovatie Netwerk Jeugd) voor bijdrage aan het Manifest Mentale Gezondheid, zie FIXITFEST
R-Newt, GGD HvB
Mogelijke inzet/aanbod
Betrokken partijen
Afspraken maken tussen GGz, huisartsen, ziekenhuizen, wijkteams etc.
GGz, huisartsen, ziekenhuizen, wijkteams etc.
Uitbreiden trainingen huisartsen en POH-GGZ, zie ook pijler 2 Doorontwikkelen ketenaanpak Sumona (voorheen SUPREMOCOL)
Alle ketenpartners
Implementeren netwerkbrede werkwijze in het jeugddomein Zie Leidraad suïcidepreventie bij jongeren
113 Zelfmoordpreventie
Gratis trainingen van 113vZelfmoordpreventie inzetten in zorgdomein
113 Zelfmoordpreventie
42
Pijler 5
Toegang tot dodelijke middelen beperken
Pijler 5 Toegang tot dodelijke middelen beperken Doel Het voorkomen van (geslaagde) suïcidepogingen door gezamenlijk te werken aan: 1) veiligheid rondom het spoor, bruggen en gebouwen (o.a. door dit mee te nemen in het beleid rondom (nieuw)bouw en herinrichtingsplannen); 2) het beperken van de verkrijgbaarheid van dodelijke middelen inclusief medicatie (en het veiliger hiermee omgaan); 3) het opwerpen van drempels voor het gebruik van social media in relatie tot suïcide.
Gewenst resultaat • •
Er is zicht op de meest gebruikte dodelijke middelen en de locaties die vaak worden gebruikt voor suïcide in de regio. Er zijn hierop afspraken gemaakt tussen relevante partijen en deze zijn vastgelegd in een meerjarenplan met concrete maatregelen.
Geprioriteerde actie(s) • • •
Inventariseren welke middelen worden gebruikt door de doelgroepen en welke locaties in de regio en lokaal vaak worden gebruikt voor suïcides. Samenbrengen van relevante partners. Onderzoeken wat de meest passende en effectieve barrières zijn om op te werpen en op basis hiervan samen met betrokken partijen een plan met concrete maatregelen uitwerken. De focus zal hierbij niet liggen op maatregelen op en rond het spoor want dat gebeurt nu al door ProRail en NS.
44
Uitwerking pijler 5: Toegang tot dodelijke middelen beperken Inleiding Voor pijler 5 is het van belang om eerst goed in kaart brengen wat in deze regio veelgebruikte methoden zijn om zelfmoord te plegen, welke locaties vaak worden gekozen en wat hier goede en effectieve maatregelen tegen zijn. Op basis van deze verkenning worden relevante partners betrokken en gerichte vervolgstappen geformuleerd. Het tijdpad waarin deze vervolgstappen worden uitgezet, hangt af van de uitkomsten van de verkenning en de beschikbare capaciteit om de maatregelen uit te voeren.
2) Beschikbaarheid middelen Een belangrijk aandachtspunt is daarnaast ook de beschikbaarheid van middelen voor suïcide. Medicatieveiligheid kan worden bevorderd door samen te werken met apotheken, huisartsen en GGZ-instellingen. Voorbeelden hiervan zijn het beperken van grote hoeveelheden risicovolle medicatie, het gebruik van doseersystemen, en voorlichting over veilige opslag in huis. Daarnaast is het voorkomen van intoxicatie van belang. Dit kan onder andere door het beperken van de toegang tot toxische stoffen in huishoudens of instellingen, en door betere signalering van risicovol middelengebruik.
1) Fysieke omgeving In de fysieke leefomgeving kunnen aanpassingen bijdragen aan het verkleinen van risico’s. Voor bruggen en waterwegen is Rijkswaterstaat een cruciale partner vanwege hun verantwoordelijkheid voor infrastructuur en veiligheid. Op lokaal niveau is hier ook een rol voor gemeenten weggelegd (inrichting fysieke ruimte). Ook VvE’s en particuliere gebouweigenaren kunnen bijdragen door preventieve bouwkundige aanpassingen te treffen.
3) Invloed van social media en AI Het opwerpen van drempels voor het gebruik van social media in relatie tot suïcide kan bijdragen aan preventie. Scholen, ouders, jongerenwerk en jeugdhulpverlening kunnen gezamenlijk werken aan het vergroten van bewustwording over de risico’s van online content. Daarnaast kunnen instellingen samenwerken met platforms om schadelijke of triggerende berichten te signaleren, te melden en waar mogelijk te beperken. Het beter vindbaar maken van positieve, ondersteunende informatie en hulpbronnen is hierin een belangrijke aanvullende maatregel.
NS en ProRail spelen een belangrijke rol. Zij hebben al een gezamenlijk programma suïcidepreventie op het spoor met drie pijlers: 1. technische maatregelen (o.a. een combinatie van maatregelen zoals hekken, anti-loopmatten, blauw licht en cameratoezicht); 2. interventies (opleiden van mensen); 3. beïnvloeden van de maatschappij (communicatie).
Versterken signalering Naast het beperken van de toegang tot dodelijke middelen is ook het versterken van het signaleringsvermogen binnen organisaties van groot belang. In gebouwen kunnen toezichthoudende medewerkers zoals portiers, beveiligers en conciërges worden getraind in het herkennen van suïcidaal gedrag en het adequaat reageren daarop. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de richtlijnen en trainingen van 113 Zelfmoordpreventie of een regionaal aanbod van gatekeeperstrainingen (zie pijler 2).
NS registreert suïcidepogingen (met vermelding man/vrouw en leeftijdscategorie) en ze houden hotspots bij. Daarnaast doen ze ook mee aan onderzoek en werken ze samen met 113 Zelfmoordpreventie.
45
Het is belangrijk om te beseffen dat we met de genoemde maatregelen bij pijler 5 niet alle suïcides kunnen voorkomen, zeker niet voor mensen die zeer vastberaden zijn. Echter kunnen we wel werken aan het beperken van risico’s en het voorkomen dat een impuls uitmondt in een echte poging. We zien dat o.a. in het artikel hieronder dat gaat over de maatregelen van NS en ProRail.
"Jaarlijks overlijden in Nederland zo'n 1850 mensen door suïcide, van wie ongeveer 200 rondom het spoor” ProRail nam de afgelopen jaren diverse maatregelen om suïcides en spoorlopers terug te dringen. Zo zijn langs het spoor hoge hekken geplaatst die het lastiger maken om de rails te bereiken. Bij overwegen liggen rubberen anti-loopmatten die mensen ontmoedigen het spoor te betreden. Op sommige plekken brandt blauw licht, dat een kalmerend effect kan hebben. Ook hangen er borden met de tekst 'Ik luister', die mensen in crisis moeten aansporen om 113 te bellen. Op plekken waar deze middelen werden ingezet, daalde het aantal pogingen met 45 procent. Bron: Zo worden zelfdodingen op het spoor teruggedrongen. Artikel RTL Nieuws, 29-08-2025
46
Uitwerking pijler 5: Toegang tot dodelijke middelen beperken Stap 3. Concrete maatregelen opstellen
Stap 1. Verkenning
Op basis van de analyse uit stap 1 stellen de betrokken partners gezamenlijk een plan met concrete maatregelen op, voorzien van prioritering en een meerjarenplanning. Welke fysieke of sociale barrières zijn het meest passend en effectief? Ook sociale barrières, zoals verhoogde sociale controle of aanwezigheid van personeel, worden meegenomen. Werk ook maatregelen uit om de beschikbaarheid van middelen voor suïcide te beperken.
De eerste stap richt zich op het verzamelen van gegevens over welke middelen worden gebruikt door de verschillende doelgroepen bij suïcides. Dit omvat welke locaties in de regio (en lokaal) frequent worden gekozen als plek voor uitvoering, zoals bruggen, spoorlijnen, gebouwen of andere openbare plekken. Ook omvat het welke geneesmiddelen veel gebruikt worden en hoe en waar deze verkregen worden. De inventarisatie dient gebaseerd te zijn op samenwerking met politie, hulpdiensten, de GGD (forensische dienst), gemeenten, NS/ProRail, apothekers, lokale GGZinstellingen en andere partners die hier informatie over hebben. De verzamelde informatie biedt inzicht in patronen en hotspots, en vormt de basis voor gerichte preventieve maatregelen. Ook kunnen de inzichten waardevol zijn als input voor het maken van afspraken tussen netwerkpartners (pijler 4). Voor het spoor geldt dat ProRail en NS hier al een concrete aanpak op hebben.
De focus zal hierbij niet liggen op maatregelen op en rond het spoor want dat gebeurt nu al door ProRail en NS. Hierbij is het belangrijk om de kennis van experts, zoals bijvoorbeeld 113 Zelfmoordpreventie, zorgprofessionals en NS/ProRail, te combineren met voorbeelden uit andere gemeenten of landen die aantoonbaar effectief zijn gebleken. Overweeg om voor deze pijler een aparte coördinator/trekker in te zetten, afkomstig van een van de relevante partijen (zie H6.2).
Stap 2. Partners samenbrengen Afhankelijk van de uitkomst van stap 1 wordt vastgesteld welke partners het meest geschikt zijn om te betrekken bij het opstellen van maatregelen. Denk hierbij aan: (hoge)scholen, universiteit, NS/ProRail, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en zorgprofessionals (bijv. vanuit GGZ en ziekenhuis). Gemeenten, omgevingsdiensten en politie spelen een coördinerende rol als het gaat om integrale maatregelen die gebiedsgericht moeten worden uitgevoerd. Ook woningcorporaties, VvE’s en particuliere gebouweigenaren kunnen een rol spelen bij het treffen van preventieve aanpassingen aan gebouwen of het organiseren van gerichte trainingen voor hun personeel.
Maak onderscheid tussen acute interventies (zoals fysieke barrières) en structurele preventie (zoals training, bewustwording en sociale signalering). Vermijd verplaatsingseffecten door ook breder te kijken naar alternatieve plekken die risicovol kunnen worden zodra de oorspronkelijke plek wordt aangepakt.
47
Input voor pijler 5 – Toegang tot dodelijke middelen beperken Doel: Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen naar hulp te leiden. Gewenst resultaat: nog gezamenlijk te formuleren
Huidige inzet/aanbod
Betrokken partijen
Werkgroep Wellbeing Students, zie ook pijler 3.
Tilburg University, Stichting Avondje Uit, Talent Square, GGz Breburg, 113 Zelfmoordpreventie, TBV wonen
Inzet van ProRail en NS Gezamenlijk programma suïcidepreventie op het spoor met drie pijlers: 1. Technische maatregelen (o.a. een combinatie van maatregelen zoals hekken, antiloopmatten, blauw licht en cameratoezicht); 2. Interventies (opleiden van mensen); 3. beïnvloeden van de maatschappij (communicatie).
ProRail en NS
NS registreert suïcidepogingen. Inzet op medicatieveiligheid. Inzet op beveiliging van hoge gebouwen.
Mogelijke inzet/aanbod
Betrokken partijen
Cijfers rondom suïcide(pogingen) onderzoeken + meest gebruikte methoden i.s.m. ProRail/NS
NS/ProRail en forensische geneeskunde
Maatregelen opstellen tegen meest gebruikte dodelijke middelen. Regelgeving rondom (nieuw)bouw en herinrichtingsplannen. Check of door ProRail alle locaties meegenomen zijn in hun aanpak.
48
Hoofdstuk 5
Prioritering, fasering en monitoring
5.1 Prioritering en fasering (1/2) Het jaarlijks beschikbare budget (zie H7) zal onvoldoende zijn voor een volwaardige netwerkaanpak op alle vijf pijlers voor alle inwoners. Daarom is het nodig om prioriteiten te stellen en een fasering aan te brengen in de werkzaamheden. Hieronder staat een voorstel voor de eerstkomende twee jaren. In deze twee jaar ligt de nadruk op pijler 1 t/m 3. Voor het eerste half jaar is extra inzet nodig van een coördinator/kwartiermaker. Zie hiervoor Hoofdstuk 6.
2026
Inrichten en uitbouwen netwerk, routekaart en eerste verkenningen
Voor de zomer
Aanstellen van een tijdelijke kwartiermaker (coördinator) voor het eerste half jaar met o.a. de volgende opdracht (zie H6): o Inrichten en verder uitbouwen van het actienetwerk, opstellen governancestructuur met het oog op structurele inbedding en borging. o Uitwerken van het actieplan naar een concreet uitvoeringsplan met onderliggende samenwerkingsafspraken met de benodigde netwerkpartners, inclusief een plan voor monitoring en evaluatie en het inrichten van een digitale plek voor kennisuitwisseling. o Verkennen van subsidiemogelijkheden voor o.a. het uitvoeren van actiegericht onderzoek (pijler 3).
Voor de zomer
Pijler 1: o Ontwikkelen van een signaleringskaart/routekaart voor inwoners en sleutelfiguren en deze op maat maken voor elke gemeente. o Uitwerken gezamenlijke communicatiestrategie in een communicatieplan met regionale en lokale componenten, doelgroepen, kernboodschappen, mediapartners, mediarichtlijnen en een kalender. Verkennen behoefte aan eigen huisstijl. Pijler 2 en 3: o Verkennen van risicogroepen en hun sleutelfiguren (regionaal en lokaal). o In kaart brengen van reeds lopende trainingen en beschikbare trainersexpertise in de regio. o Verkennen van mogelijkheden voor organiseren basistrainingen op lokaal niveau. Pijler 4: o Doorlopend: alle partners brengen suïcidepreventie actief onder de aandacht binnen bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden.
Na de zomer
Pijler 1: o Eerste gezamenlijke publiekscampagne tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week (september) met evt. activiteit ‘Walk into the light’ op 1 of meer locaties. o Verspreiding routekaart onder professionals en gratis online training van 113 Zelfmoordpreventie voor algemeen publiek onder de aandacht brengen. Pijler 2: o Plan voor trainingsaanbod verder uitwerken samen met betrokken partners. Pijler 3: o Focus op jongeren en jongvolwassenen: onderzoeken welke subgroepen hiervan in beeld zijn, wat hun wensen zijn en welk aanbod aansluit. Pijler 4: o Verkenning of Sumona-werkwijze (opnieuw) ingevoerd kan worden. Pijler 5: o Inventarisatie veelgebruikte middelen en locaties (regionaal en lokaal) en samenbrengen van relevante partners.
50
5.1 Prioritering en fasering (2/2) De planning is nu op hoofdlijnen uitgewerkt voor de eerste twee jaar. Aan de hand van tussentijdse evaluaties zal de planning steeds worden bijgesteld en uitgewerkt in een jaarlijks uitvoeringsplan waarbij veel activiteiten een jaarlijks terugkerend karakter hebben.
2027
Uitbreiden communicatie, trainingsaanbod en gericht aanbod risicogroepen
Voor de zomer
Pijler 1: o Doorlopend: Uitvoeren van jaarlijks terugkerende onderdelen uit het communicatieplan, onder andere gezamenlijke communicatieactiviteiten voor het algemeen publiek, zowel regionaal als lokaal. Pijler 2 en 3: o Uitbreiden/versterken aanbod (waar nodig) voor risicogroepen binnen doelgroep jongeren en jongvolwassenen (regionaal en lokaal). o Jaarlijks terugkerend: Organiseren en uitvoeren van basistrainingen op lokaal niveau. Pijler 4: o Vervolg op verkenning of Sumona-werkwijze (opnieuw) ingevoerd kan worden. o Verstevigen afspraken tussen samenwerkingspartners uit sociaal en medisch domein. o Doorlopend: Alle partners brengen suïcidepreventie actief onder de aandacht binnen bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden. Pijler 5: o Betrokken partners stellen op basis van de inventarisatie gezamenlijk een meerjarenplan met concrete maatregelen op.
Na de zomer
Pijler 1: o Jaarlijks terugkerend: gezamenlijke publiekscampagne tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week (september) met evt. activiteit ‘Walk into the light’ op 1 of meer locaties. o Jaarlijks terugkerend: Indien nodig bijstellen en opnieuw verspreiden routekaart onder professionals en gratis online training voor algemeen publiek onder de aandacht brengen. Pijler 2: o Jaarlijks terugkerend: organiseren experttrainingen in de regio. o Netwerk van gatekeepers inrichten en intervisie opzetten. Pijler 3: o Voortzetten aanbod voor risicogroepen binnen doelgroep jongeren en jongvolwassenen (regionaal en lokaal). o Verkennen doelgroep ‘mannen van middelbare leeftijd’: onderzoeken welke subgroepen hiervan in beeld zijn, wat hun wensen zijn en welk aanbod aansluit. Concreet plan hiervoor uitwerken voor 2028 en 2029. Pijler 4: o Inrichten ‘kennisteam’ als achterwacht voor sleutelfiguren, op basis van de experttraining en het netwerk van gatekeepers (zie ook pijler 2). Pijler 5: o Start uitvoering eerste concrete maatregelen uit het meerjarenplan.
51
5.2 Monitoring en evaluatie Pijler 2. Gatekeeperstrainingen
Het actieplan wordt doorlopend geëvalueerd, zodat tijdig kan worden besloten over het continueren van capaciteit en middelen. De evaluatie is gebaseerd op de resultaten per pijler, de betrokkenheid van samenwerkingspartners en een analyse van recente data over suïcide in de regio Midden-Brabant. Hieronder staan voorbeelden toegelicht van indicatoren voor monitoring. Dit dient verder uitgewerkt te worden in een apart plan voor evaluatie en monitoring.
➢ Aantal gevolgde gatekeeperstrainingen, uitgesplitst per doelgroep (docenten, jeugdprofessionals, vrijwilligers, etc.). ➢ Aantal organisaties dat een gatekeeperstraining heeft aangevraagd. ➢ Aantal meldingen bij meldpunten suïcidaliteit en/of aantal doorverwijzingen van gatekeepers naar zorginstanties. ➢ Zelfgerapporteerde toename in handelingsbekwaamheid van gatekeepers (voor- en nameting).
Voorbeelden voor overkoepelende indicatoren voor monitoring van het actienetwerk:
Pijler 3. Risicogroepen
➢ Integratie van suïcidepreventie in het lokale gezondheids- of jeugdbeleid.
➢ Aantal scholen dat een suïcidepreventieprotocol heeft opgesteld. ➢ Aantal studenten/scholieren bereikt via preventieprogramma’s op VO/MBO/HO/WO. ➢ Aantal lokale/regionale activiteiten uitgevoerd gericht op specifieke risicogroepen (jongeren, LHBTIQ+, mannen van middelbare leeftijd).
➢ Totaal aantal partners in het actienetwerk. ➢ Aantal gezamenlijke netwerkbijeenkomsten. ➢ Monitoringsfrequentie & rapportagegraad.
➢ Veranderingen in suïcidecijfers of suïcidepogingen in de regio en lokaal.
Pijler 4. Netwerkbrede samenwerking ➢ Aantal multidisciplinaire casusoverleggen rondom een suïcidale inwoner. ➢ Aantal hulpverleners die een training over suïcidaliteit hebben gevolgd. ➢ Aantal gevallen waarin een suïcidale inwoner is doorverwezen naar het sociaal domein vanuit de zorg. ➢ Mate van implementatie van Sumona (bv. % casussen die zijn doorverwezen).
Voorbeelden van indicatoren per pijler zijn: Pijler 1. Publiekscampagnes ➢ Aantal georganiseerde/uitgezette publiekscampagnes door het netwerk. ➢ Aantal georganiseerde evenementen of publieksactiviteiten in de regio. ➢ Online bereik van campagnes (websitebezoek, social media impressies). ➢ Aantal lokale media-items over suïcidepreventie. ➢ Aantal geplaatste 1K ZI3 J3-bankjes / locaties met plaquettes.
Pijler 5. Toegang tot dodelijke middelen ➢ Aantal hotspots (bv. bruggen, gebouwen) waar preventieve maatregelen zijn genomen en aantal extra veiligheidsmaatregelen genomen (hekken, waarschuwingsborden, camera’s).
52
Hoofdstuk 6
Organisatie en sturing
6.1 Zelfstandig netwerk of onderdeel van? In de regio Midden-Brabant lopen er tegelijk met het oprichten van het actienetwerk suïcidepreventie (februari-oktober 2025) ook verschillende andere ontwikkelingen rondom het bredere thema mentale gezondheid. Een groot deel van de partners die meedenken over suïcidepreventie, is ook betrokken bij de uitvoering van andere preventieve programma’s. Deze programma’s raken elkaar inhoudelijk, waardoor zorgvuldige afstemming essentieel is om overlap te voorkomen.
De volgende randvoorwaarden om de gezamenlijke aanpak te laten slagen zijn genoemd door de partners in de regio, door andere gemeenten/regio’s en door 113 Zelfmoordpreventie: ➢ Het verbeteren van de mentale gezondheid en vermindering van het aantal suïcides en suïcidepogingen is een speerpunt van beleid in de betrokken gemeenten. ➢ De betrokken wethouders zijn bereid om dit ook in de regio uit te dragen. ➢ Er is bestuurlijk commitment in de regio om het ‘anders te doen’ en samen knelpunten aan te pakken. ➢ Er is betrokkenheid van ketenpartners voor het in gang zetten van gewenste veranderingen. ➢ De partners nemen verantwoordelijkheid en werken echt samen. ➢ Er is een regionale partij die in het netwerk als coördinator geaccepteerd wordt. ➢ Er worden drie kennisbronnen benut: ervaringskennis, professionele kennis en wetenschappelijke kennis. ➢ De rol van ervaringsdeskundigen is in elke stap zichtbaar en geborgd in de plannen. ➢ Het netwerk beschikt over voldoende middelen in termen van menskracht en duurzame regionale financiering. ➢ Er zijn goede mogelijkheden om op regionaal niveau de mentale gezondheid, suïcides en suïcidepogingen te monitoren.
Het merendeel van de partners van de tijdelijke kerngroep vindt het belangrijk om voor suïcidepreventie (voorlopig) een apart netwerk te organiseren. Redenen hiervoor zijn o.a.: • Suïcidepreventie is een heel apart thema wat speciale focus verdient, mede omdat zowel scholing als het doorbreken van het taboe op praten over suïcide beide heel belangrijk zijn. • De financiering voor suïcidepreventie vanuit het rijk (vanaf 2026) is niet geoormerkt. Als je hier niet iets apart voor inricht, bestaat het risico dat het verdwijnt onder de paraplu van mentale gezondheid. • Op dit moment zijn andere netwerken waarmee het verbonden zou kunnen worden nog onvoldoende stabiel. Daarom in beginsel apart maar wel met een link naar de ontwikkelingen rondom mentale gezondheidsnetwerken.
Richt het actienetwerk suïcidepreventie voorlopig eerst als apart netwerk in, met de focus op preventie van suïcides en suïcidaal gedrag. Op termijn kan het wellicht ondergebracht worden bij een van de netwerken rondom mentale gezondheid. In de tussentijd zullen de partners het thema suïcidepreventie ook inbrengen bij de uitwerking van de overige initiatieven of reeds bestaande netwerken met betrekking tot mentale gezondheid (zie pijler 4).
Op de volgende pagina’s staat een voorstel voor het inrichten van het actienetwerk suïcidepreventie op zowel regionaal als lokaal niveau. Op onderdelen is dit voorstel besproken met de deelnemers van de kerngroep, hier en daar is het aangevuld gebaseerd op ervaringen elders uit het land.
54
6.2 Organisatie van het netwerk: regionaal niveau Aanstellen regionale coördinator Stel een regionale coördinator (bij voorkeur in de vorm van een duo) aan die het eerste half jaar extra uren krijgt en eerst als kwartiermaker aan de slag gaat met de volgende opdracht: ➢ Het organiseren en begeleiden van werksessies samen met de beoogde partners van de werkgroep om te komen tot een concreet uitvoeringsplan en governance structuur, inclusief de daarvoor benodigde samenwerkingsafspraken. ➢ Het inrichten van een plan voor monitoring en evaluatie. ➢ Het inrichten en onderhouden van een centrale, digitale plek voor uitwisseling van kennis en ervaringen in de regio. ➢ Het werven van aanvullende subsidies voor activiteiten van het actienetwerk.
Samenstellen regionale werkgroep
Zodra de start is gemaakt en het netwerk is ingericht, verandert de rol van de regionale coördinator/kwartiermaker naar die van procesbegeleider en wordt de gezamenlijke regie op de inhoud van de aanpak belegd bij de regionale werkgroep.
Stel een regionale kerngroep of werkgroep samen. Dit is een kleine, vaste werkgroep van kernpartners die samen de regie voeren. Zij vormen de inhoudelijke kern van het netwerk en zijn met elkaar verantwoordelijk voor de uitvoering, afstemming en voortgang van de regionale aanpak, de evaluatie en monitoring en de rapportage daarover. De werkgroep komt 3 tot 4 keer per jaar samen onder leiding van de regionale coördinator en stemt tussentijds onderling goed af. Hierin zijn minimaal de volgende partijen vertegenwoordigd: GGD, GGZ, welzijn, 1e lijnszorg, ervaringsdeskundigen/ vertegenwoordiger vanuit de doelgroep en twee of drie vertegenwoordigers vanuit de gemeenten (contactambtenaren, zie H6.3). De werkgroep moet gebruik kunnen maken van een communicatieadviseur en een onderzoeker. De leden van de werkgroep zijn tevens de schakel naar hun eigen achterban en brengen signalen of andere input ook weer terug naar de werkgroep.
De regionale coördinator heeft bij voorkeur een neutrale positie en heeft affiniteit met ervaringsdeskundigheid.
Voor deelname en voorbereiding ontvangen de leden een vergoeding voor tijd en inzet, zodat structurele betrokkenheid en continuïteit geborgd zijn. Bij de uitwerking van de verschillende pijlers kunnen ook overige partners worden betrokken die niet in de werkgroep vertegenwoordigd zijn, de zogenaamde tweede schil. Denk bijv. aan het ziekenhuis (ETZ) bij uitwerking van pijler 4 of vertegenwoordigers vanuit het onderwijs (VO/MBO/HBO/universiteit) en vanuit de Stevige Lokale Teams bij pijler 3 (inzet op risicogroepen).
Vervolgopdracht regionale coördinator ➢ ➢ ➢ ➢
➢
Faciliteren van de werkgroep bij de gezamenlijke uitvoering van de acties per pijler en het bewaken van de samenhang tussen de pijlers en de regionale communicatie. Aanjagen en waar mogelijk faciliteren van de betrokken partijen, de onderlinge samenwerking bewaken en waar nodig stimuleren. Ondersteunen van de werkgroep bij het opstellen van voortgangsrapportages, de jaarplannen en de regionale communicatie. Verdere doorontwikkeling - samen met de leden van de werkgroep - van het regionale actienetwerk wat betreft partners, nieuwe doelgroepen en (vervolg)activiteiten, waaronder het trainingsaanbod. De verbinding leggen met regionale - en landelijke - ontwikkelingen mentale gezondheid en suïcidepreventie door deelname aan relevante (sub)regionale en landelijke overleggen.
Het heeft niet de voorkeur om op voorhand per pijler een aparte trekker aan te stellen. Er is veel overlap tussen de pijlers en de totale aanpak moet goed in beeld blijven. Het kan wel handig zijn om (tijdelijke) werkgroepen in te richten rondom bepaalde thema’s, een bepaalde doelgroep (bijv. jongeren) of voor het uitwerken van een pijler, dat geldt in ieder geval voor pijler 2 (gatekeeperstrainingen) en pijler 5 (toegang tot dodelijke middelen beperken). Om een goede vertegenwoordiging vanuit het onderwijs te krijgen in de werkgroep is het van belang om contact te zoeken met de verschillende partners vanuit onderwijs: o.a. Portvolio, OMO Langstraat, Yonder, De Rooi Pannen (MBO), Yuverta, HBO en universiteit.
55
6.3 Organisatie van het netwerk: lokaal niveau Aanstellen contactambtenaar
Regionale afstemming tussen gemeenten Verenig deze ambtenaren (de lokale aanjagers) in een regionaal overleg. Dit stelt de regionale coördinator in staat om af te stemmen en maakt het mogelijk dat gemeenten onderling afspraken maken over gezamenlijke acties en lokale invulling waar nodig. Twee of drie van de ambtenaren vertegenwoordigen de 9 gemeenten in de regionale werkgroep.
Suïcidepreventie wordt voor gemeenten een reguliere taak binnen de wet Publieke Gezondheid (Wpg). Het advies is daarom om bij elke gemeente een beleidsambtenaar aan te stellen als ‘lokale contactpersoon’ voor het netwerk. Bij voorkeur is dit ook de ambtenaar die betrokken is bij de uitwerking van de IZA-plannen Mentale Gezondheid en/of de ambtenaar die volksgezondheid in het pakket heeft. Zo niet, dan is interne afstemming extra van belang. Deze ambtenaar is verantwoordelijk voor: • Het aanjagen en uitrollen van acties op lokaal niveau, inclusief de communicatie daarover; • Het betrekken van de communicatieadviseur van de gemeente voor het uitrollen van acties ten behoeve van de publiekscampagne; • Het faciliteren van activiteiten door suïcidepreventie onderdeel te maken van de subsidieafspraken met ketenpartners; • Het agenderen van dit thema binnen de gemeente en de afstemming met overige relevante beleidsdomeinen (zoals onderwijs, jeugd, werk & inkomen); • Het organiseren van (netwerk)bijeenkomsten voor uitvoerende partners en sleutelfiguren op lokaal niveau t.b.v. onderlinge kennismaking en kennisdeling. Denk hierbij aan partners als huisartsen, onderwijs (o.a. VO en ROC’s), Politie, UWV, Stevige Lokale Teams, Jongerenwerk, laagdrempelige steunpunten, sportverenigingen, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers uit de doelgroep(en). • Regionale afstemming.
56
6.4 Draagvlak, borging en uitwisseling Samenwerking met regio West-Brabant:
De afgelopen periode is gebleken dat er onder de beoogde netwerkpartners veel draagvlak en bereidheid is om gezamenlijk te gaan werken aan de preventie van suïcide volgens de EAAD-aanpak. Zij zien de urgentie van het thema en de pluspunten van een regionale aanpak.
In de aangrenzende regio West-Brabant wordt momenteel ook een netwerk suïcidepreventie opgezet. Enkele partijen zijn in beide regio’s actief: ➢ Regionale organisaties zoals huisartsenzorggroepen Zorroo en HZGB, GGZ Breburg, Fameus, Novadic Kentron en Zorgbelang Brabant Zeeland.
Om draagvlak, borging en uitwisseling verder te stimuleren is het volgende van belang:
➢ Landelijke organisaties zoals 113 Zelfmoordpreventie, NESP, NS en ProRail.
➢ Gemeenten dragen uit naar partners en uitvoerende organisaties dat suïcidepreventie vanaf 2026 een vast onderdeel vormt van het lokale gezondheidsbeleid, ze nemen dit ook mee in hun lokale beleidsnota en in het subsidiebeleid.
Het is van belang dat beide regio’s gezamenlijk optrekken, aangezien de werkgebieden van de organisaties deels overlappen, maar ook omdat beide regio’s in de opstartfase van het actienetwerk zijn. Hieronder zijn een aantal manieren beschreven om gezamenlijk op te trekken:
➢ Alle betrokken partners ondertekenen een intentieverklaring dat zij zich gezamenlijk zullen inspannen om te werken aan suïcidepreventie.
➢ Een structureel afstemmoment tussen de kerngroepen van beide regio’s.
➢ Eén van de wethouders wordt gevraagd om voor de gehele regio een ambassadeursrol te vervullen.
➢ Gezamenlijk optrekken in het uitzetten van publiekscampagnes.
➢ Een ambassadeur aanstellen voor beide regio’s. ➢ Gezamenlijk data opvragen bij NS/ProRail en de forensische dienst.
➢ Bij het uitwerken van de uitvoeringsplannen wordt vanaf de eerste besprekingen de doelgroep betrokken. ➢ Er wordt continu geëvalueerd en veelvuldig gecommuniceerd over wat er wordt bereikt (‘tellen en vertellen’), successen worden gevierd. ➢ De regionale coördinator richt een centrale, digitale plek in voor uitwisseling van kennis en ervaringen in de regio. ➢ De regionale coördinator sluit aan bij landelijke ontwikkelingen en initiatieven voor kennisdeling. ➢ De regionale coördinator verkent hoe er op provinciaal niveau kan worden uitgewisseld tussen verschillende regio’s (evt. met steun vanuit de provincie).
57
Hoofdstuk 7
Begroting en financiering
7.1 Begroting op hoofdlijnen (1/2) Op de volgende twee pagina’s volgt een voorlopige inschatting van de jaarlijks benodigde personele inzet en de uitvoeringskosten per pijler. Het gaat om een eerste inschatting, mede op basis van ervaringen in de regio’s waar de actienetwerken al lopen. Concrete bedragen kunnen nog niet precies gegeven worden omdat de aanpak en de richting eerst nog verder uitgewerkt moet worden. Een meer concrete begroting zal moeten worden opgenomen in nader uit te werken uitvoeringsplannen. Het advies is om voor elke pijler een begroting nader uit te werken, zodra de plannen meer concreet vorm krijgen. Voorlopige inschatting
Jaarlijkse personele inzet
Regionale coördinator
6 uur per week*
€ 32.000
Regionale communicatieadviseur
0,5 uur per week
€ 2.500
Regionale onderzoeker/ epidemioloog
0,5 uur per week**
€ 2.500
Deelnemers werkgroep vanuit minstens 6 netwerkpartners (4 u p/w)
24 uur per week
€ 130.000
Inzet lokale contactambtenaar/ kwartiermaker
2-4 uur per maand***
€ 45.000
Totaal
Het verdient aanbeveling om voor het eerste half jaar de regionale coördinator extra uren te geven zodat het netwerk goed kan worden ingericht en uitgebouwd. Vanwege de kwetsbaarheid indien het bij één persoon ligt, is het verstandig om een duo aan te stellen.
€ 212.000
*Aantal uren voor de regionale coördinator als procesbegeleider, zodra het netwerk is ingericht. **Aantal uren afhankelijk van de monitoringsopdracht vanuit het actienetwerk. ***Aantal uren per gemeente afhankelijk van grootte gemeente
59
7.1 Begroting op hoofdlijnen (2/2) Uitvoeringskosten per pijler, voorlopige inschatting Kosten trainingen via 113 Academy
Pijler 1. Publiekscampagne - Opstellen regionale of lokale routekaart - Communicatiemiddelen (posters, banners, flyers, nieuwsbrief etc.). Veel materialen zijn gratis verkrijgbaar via 113 Zelfmoordpreventie.
€ 2.500 € 8.000
Pijler 2. Gatekeeperstraining Uitvoering 2 regionale groepstrainingen Voor de uitvoering van gatekeeperstrainingen moet eerst duidelijk zijn wat de mogelijkheden zijn om dit binnen het eigen netwerk te beleggen en welke extra inzet (in fte) daarvoor nodig is. Indien er gebruik gemaakt wordt van het landelijke trainingsaanbod via 113 Academy, dan gelden de tarieven in het kostenoverzicht in het kader hiernaast.
€ 4.750
In deze begroting wordt uitgegaan van jaarlijks minimaal 2 incompany trainingen voor in totaal 32 deelnemers, grofweg 3 á 4 gatekeepers per gemeente.
Daarnaast een bedrag voor het inrichten en onderhouden van een netwerk met achterwachten/kennisteam.
€ 1.250
Pijler 3. Risicogroepen Te begroten bedrag is afhankelijk van de activiteiten die uit de verkenning komen en wat partners vanuit hun reguliere beleid kunnen doen en wat eventueel om extra inzet vraagt.
n.t.b.
Uitvoering actiegericht onderzoek onder doelgroep In de regio IJsselland betrof het project ‘Boeren in beeld’ een twee jaar durend actieonderzoek, bekostigd via een subsidie van de provincie. Totale kosten €125.000. Dit bedrag is nu niet opgenomen omdat de mogelijkheden voor externe subsidie nog niet zijn verkend.
Afhankelijk van subsidie
Pijler 4. Netwerkbrede samenwerking Inzet hierop verloopt in aansluiting op wat in andere netwerken reeds wordt afgestemd. Indien aparte bijeenkomsten moeten worden belegd, zal hiervoor een extra budget moeten worden begroot voor deelname aan de overleggen.
€ 1.000
Pijler 5. Toegang tot dodelijke middelen Inzet hierop in samenwerking met de bij pijler 5 genoemde partijen. Begrote kosten voor fysieke maatregelen in de buitenruimte (pas vanaf 2027 gepland).
€ 2.500
Budget voor uitvoering lokale activiteiten Te besteden aan uitvoering van diverse activiteiten, verdeling naar grootte van de gemeente
€ 25.000
Ruimte voor innovatie
€ 8.000
Totaal geschatte uitvoeringskosten
60
€ 53.000
Open aanbod gatekeepertraining
1 deeln.
€ 235
Incompany gatekeepertraining
6-8 deeln.
€ 1.475
Incompany gatekeepertraining
9-16 deeln. (2 trainers)
€ 2.375
Train-de-Trainer gatekeepertraining
6-8 deeln. (1 trainer)
€ 3.960
Train-de-Trainer gatekeepertraining
9-14 deeln. (2 trainers)
€ 7.440
Aandachtspunt Voldoende vaardige trainers trainen en beschikbaar hebben kost tijd, een nieuwe training maken kost ook tijd.
Eén van de netwerkpartners geeft aan: “Ik denk dat het belangrijk is dat we niet alleen middelen hebben voor het inrichten van een projectgroep, maar ook juist om aan de slag te gaan en dingen uit te proberen om iets te kunnen veranderen. We zullen sommige systemen ook moeten doorbreken, met creatieve oplossingen”.
7.2 Financiering (1/2) Eigen bijdrage van netwerkpartners
Wettelijke middelen en financiële randvoorwaarden
Hieronder volgt een inschatting van wat elke partner zelf zou kunnen bijdragen vanuit reeds lopende activiteiten.
Vanaf januari 2026 wordt integrale suïcidepreventie opgenomen in de Wet Publieke Gezondheid. Daarmee komt er ook budget beschikbaar, dit betreft €0,55 per inwoner. Zie de tabel op de volgende pagina voor een overzicht per gemeente.
➢ Voor pijler 1 (publiekscampagne) kan aan alle partners worden gevraagd om zelf vanuit hun eigen beleid een meer actieve rol in te nemen in het verspreiden van de campagneboodschap.
Belangrijke kanttekeningen
➢ Voor pijler 2 (gatekeeperstraining): Voor het aanbod van een basistraining, expert-training en train-de-trainer module zal goed gekeken moeten worden welke acties daarin extra kosten met zich meebrengen. Trainingen die men nu al intern uitvoert, kunnen voortgezet worden.
➢ Dit bedrag is niet geoormerkt. ➢ Volgens een uitvoeringstoets van de VNG is het beschikbare bedrag onvoldoende voor een volwaardige netwerkaanpak op alle vijf pijlers voor alle inwoners. Voor het uitrollen van de EAAD-aanpak voor alle risicogroepen tegelijk zou minimaal het dubbele nodig zijn.
➢ Voor pijler 3 (bereik en ondersteuning risicogroepen) zijn er kansen om – voor zover dat past binnen de eigen opdracht en de wijze waarop de organisatie bekostigd wordt – het thema suïcidepreventie extra aandacht te geven. Er gebeurt al veel voor verschillende doelgroepen waar het bij aan zou kunnen sluiten.
Het is daarom verstandig om niet op alle doelgroepen tegelijk te willen inzetten. Ook in andere regio’s wordt er per 1 à 2 jaar de focus gelegd op een wisselende doelgroep. Keuze voor een focus op slechts enkele van de vijf pijlers is vanuit het oogpunt van effectiviteit van de aanpak niet wenselijk. De negen gemeenten zullen een keuze moeten maken hoe de middelen het beste besteed kunnen worden. Is er bereidheid om deze middelen - grotendeels - in te zetten voor een sterk regionaal actienetwerk suïcidepreventie dat werkt met een bewezen effectieve aanpak? Of geeft men de voorkeur aan lokale prioritering en besteding en inzet van losse interventies?
Werk in de volgende fase per pijler een begroting uit op basis van concrete afspraken en inzet van de betrokken partijen. Dit helpt om het uitvoeringsplan realistisch en haalbaar te maken.
Het advies is om te kijken wat er voor 2025 en 2026 nog beschikbaar is vanuit de lopende regelingen SPUK IZA en het vervolgakkoord AZWA. Wellicht kunnen hier het eerste half jaar de opstartkosten uit worden gefinancierd (bijv. extra inzet van regionale coördinator).
61
7.2 Financiering (2/2) Overzicht niet geoormerkte middelen suïcidepreventie vanuit Wpg voor gemeenten vanaf 2026
Gemeente
Aantal inwoners ‘25
Bijdrage suïcide preventie vanuit Wpg, € 0,55 per inwoner*
Tilburg
230.357
€ 126.696
Waalwijk
51.241
€ 28.183
Heusden
46.365
€ 25.501
Oisterwijk
33.108
€ 18.209
Gilze en Rijen
28.531
€ 15.692
Dongen
27.495
€ 15.122
Goirle
24.468
€ 13.457
Loon op Zand
24.151
€ 13.283
Hilvarenbeek
16.149
€ 8.882
Totaal regio Midden-Brabant
481.865
€ 265.026
* Deze bedragen kunnen nog afwijken van de werkelijke bedragen die toegekend worden via het gemeentefonds
62
Bronnen • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
IZA Transformatieplan ‘Op weg naar Toegankelijke Mentale Gezondheidszorg in West-Brabant Oost en Midden-Brabant met de juiste zorg op de juiste plek’ 2024 – 2027. 113 Zelfmoordpreventie (2020). Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie, 2021-2025 113 Zelfmoordpreventie (2025). Suïcidecijfers 2024: daling onder mensen van middelbare leeftijd, blijvende zorgen over jongeren 113 Zelfmoordpreventie (2023). Suïcide onder mannen van 40-70 jaar 113 Zelfmoordpreventie (z.d.a). Factsheet Suïcidaliteit onder agrariërs 113 Zelfmoordpreventie (z.d.b). LHBTQIA+ 113 Zelfmoordpreventie (2025). Man in Mind Meetup Friesland Brabantscan (2025). Jeugdmonitor 2023, Jongvolwassenenmonitor 2024 en Volwassenenmonitor 2024 CBS Statline (2023). Aantal zelfdodingen in de regio Midden-Brabant. EAAD (z.d.). United against depression and suicide Fix it Fest (2025). Weg met het taboe: teken het manifest! Gemeente Arnhem (2025). Routekaart suïcidepreventie GGD Hart voor Brabant (2025). Young Minds Matter GGD IJsselland (2025). Boeren in Beeld – Samen aan de slag voor boerenwelzijn IZA Midden-Brabant (2024). Het regioplan Midden-Brabant RIVM (2024). Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 RIVM, GGD GHOR Nederland & Trimbos-instituut (z.d.). Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten Samen Minder Suïcide (2024). Leidraad suïcidepreventie bij jongeren Sumona (z.d.).
Suïcidepreventie, monitoring en nazorg WHO (2019). Preventing suicide: a community engagement toolkit ZonMw (z.d.). Prevention of Suicide Mortality in Noord Brabant: The Effect of Implementation of a Regional Suicide Prevention system. A staggered implementation stepped wedge trial
63
Bijlage
Bijlage 1: Samenvatting relevante rapporten Samenvatting rapportage SUPREMOCOL
Samenvatting rapportage ‘Boeren in Beeld’
SUPREMOCOL was een regionaal suïcidepreventieproject in Noord-Brabant gericht op goede onderlinge samenwerking in de keten, het verbeteren van communicatie tussen ketenpartners, het aanpakken van snelle toegang tot zorg en opvolgen van personen met verhoogd suïciderisico. Het project liep van 2016-2021 met ondersteuning van ZonMw. Een aantal aandachtspunten uit de (tussentijdse) rapportage: • Het is belangrijk om goed in kaart te brengen welke andere initiatieven en/of netwerken er al bestaan en of hier eventueel op kan worden aangehaakt. Een verklaring voor minder aanmeldingen in bepaalde regio’s van SUPREMOCOL was het feit dat daar al andere initiatieven liepen. • Het is belangrijk om zoveel mogelijk ketenpartners aan te haken en/of op de hoogte te brengen van het actieplan. Dit kan bijdragen aan betere signalering. • Belangrijke ketenpartners om niet te vergeten zijn partners gericht op patiënten en naasten (Depressie Vereniging, cliëntenraden, familieraden), partners rondom monitoring en evaluatie (GGD, politie) en partners die een alternatief aanbod bieden buiten de GGZ (lotgenotengroepen, ervaringsdeskundigheid). • Binnen SUPREMOCOL kwam de meerwaarde van samenwerking tussen hulpverlenende en niet-hulpverlenende ketenpartners naar voren, met name omtrent signalering.
• SUPREMOCOL past goed in de vierde pijler van de EAAD-aanpak, waardoor pijler 4 wordt versterkt en er tevens wordt ingezet op de samenhang met de andere pijlers. Het bevordert de samenwerking tussen ketenpartners, het gesprek over suïcidepreventie en versterkt de suïcidepreventie-ketenzorg. • Het is belangrijk om de ketenzorg rondom suïcidepreventie te borgen in het regioplan acute zorg psychiatrie.
Boeren in Beeld was een project van GGD IJsselland met als doel de mentale gezondheid van boeren en tuinders versterken door samen te werken met boeren en zorgprofessionals. Onderdeel hiervan was een participatief actieonderzoek (2022-2024) waarin boeren en professionals zijn betrokken om de kloof tussen de agrarische sector en psychosociale hulpverlening te verkleinen. Een aantal aandachtspunten uit de rapportage: • Participatief actieonderzoek vergroot de betrokkenheid van de doelgroep en zorgt voor praktische en direct toepasbare uitkomsten die de betrokkenen zelf helpen. • Agrariërs zijn een specifieke doelgroep met specifieke vragen en knelpunten waardoor hulp vaak niet aansluit en professionals het lastig vinden te bepalen waar ze naar moeten doorverwijzen. Agrariërs weten zelf ook vaak niet waar ze terecht kunnen voor hulp. Het inzetten van ervaringsdeskundigen kan helpen bij het toelaten van hulp. • Er bestaan verschillende initiatieven/organisaties rondom de mentale gezondheid van agrariërs: erfcoaches (voor praktische hulpvragen), Zorg om Boer en Tuinder (onafhankelijke vrijwilligersorganisatie die een luisterend oor biedt), TABOER (landelijk initiatief rondom het bespreekbaar maken van mentale problemen bij boeren en tuinders; bieden o.a.
workshops, trainingen, verwijsschema, agrohulpkaart), Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (belangenbehartiging van agrarische jongeren). • GGD IJsselland heeft een training voor ambtenaren samengesteld waarbij meer aandacht wordt gegeven aan de leefwereld van boeren en de mensbenadering naast de inhoud. • In GGD IJsselland is men aan de slag gegaan met drie actielijnen: praktisch ontzorgen (om zo meer ruimte te creëren voor mentale gezondheid), in dialoog met de huisarts en praktijkondersteuning (o.a. bekendheid van POH-GGZ onder boeren vergroten), en weerbaar ondernemerschap (versterken van mentale veerkracht en ondernemende vaardigheden).
Colofon Actieplan Suïcidepreventie Regionaal Actienetwerk Suïcidepreventie Midden-Brabant Dit actieplan is geschreven door iresearch in opdracht van de IZA-gemeenten in Midden-Brabant, met als opdrachtgevers de gemeente Tilburg, Loon op Zand en Gilze-Rijen. Kerstin van der Goot Lauren Hendriks Julia van Ooijen (gemeente Tilburg) Loes van der Vleuten (gemeente Loon op Zand) Cathrien Bartels (gemeente Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze-Rijen) oktober 2025