CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RIB - Actieplan suïcidepreventie regio Midden-Brabant oktober

RAAD 29 januari 2026, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Overzicht ingekomen stukken - gewijzigd aangenomen15.547 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actieplan Suïcidepreventie Regionaal Actienetwerk Suïcidepreventie Midden-Brabant

Oktober 2025

Voorwoord Voor u ligt het actieplan voor een regionaal Suïcidepreventie Actienetwerk voor de regio Midden-Brabant. Vanaf februari 2025 is een kwartiermaker van bureau iresearch aan de slag gegaan met als opdracht om dit regionale actienetwerk op te richten en samen met beoogde partners toe te werken naar een plan van aanpak en een bijbehorend actieplan. In het beoogde actienetwerk werken gemeenten uit de regio Midden-Brabant samen met preventie-, welzijns- en zorgpartners en ervaringsdeskundigen aan suïcidepreventie. In juli van dit jaar is een plan van aanpak vastgesteld. Op basis daarvan heeft een tijdelijke kerngroep in een kleinere samenstelling met elkaar de vertaalslag gemaakt naar dit actieplan. Het betreft een eerste aanzet en biedt inzicht in de activiteiten die de (beoogde) netwerkpartners gezamenlijk verder willen gaan uitwerken. Voor de daadwerkelijke uitvoering is een uitbreiding van het huidige netwerk nodig en daarnaast een verdere uitwerking naar een concreet uitvoeringsplan, waarin wordt vastgelegd wie wat doet, wanneer, voor hoeveel uur, tegen welke kosten en met welk resultaat. De tijd voor de kwartiermaker en de (huidige) netwerkpartners was te beperkt om deze details met elkaar uit te werken en bindende afspraken hierover te maken.

De opdracht voor het inzetten van een kwartiermaker was afkomstig van alle negen gemeenten uit Midden-Brabant en is belegd bij adviesbureau iresearch. De opdracht sluit aan op het regioplan van het Integraal Zorg Akkoord (IZA).

Marloes Witjes, Lauren Hendriks en Kerstin van der Goot Oktober 2025

2

Inhoudsopgave Inleiding

4

1. Cijfers en aanleiding

6

2. De aanpak

12

3. Visie, ambitie, doel en doelgroep

19

4. Beoogde acties per pijler

23

5. Prioritering, fasering en monitoring

49

6. Organisatie en sturing

53

7. Begroting en financiering

58

Bijlage

64

Inleiding De mentale gezondheid in Nederland staat onder druk, en dat geldt ook voor de regio Midden-Brabant. Steeds meer mensen voelen zich mentaal minder gezond. Ook het aantal zelfdodingen is zorgelijk, evenals het toenemend aantal mensen dat weleens zelfdoding overweegt.

Dit actieplan betreft een eerste aanzet en biedt inzicht in de activiteiten die de (beoogde) netwerkpartners gezamenlijk verder willen gaan uitwerken.

Voor de daadwerkelijke uitvoering is een uitbreiding van het huidige netwerk nodig en daarnaast een verdere uitwerking naar een concreet uitvoeringsplan waarin wordt vastgelegd wie wat doet, wanneer, voor hoeveel uur, tegen welke kosten en met welk resultaat. De tijd voor de kwartiermaker en de (huidige) netwerkpartners was te beperkt om deze details met elkaar uit te werken en bindende afspraken hierover te maken.

Deze ontwikkelingen vragen om actie: niet alleen landelijk, maar juist ook regionaal. Dit heeft ertoe geleid dat de 9 gemeenten van de regio MiddenBrabant aan bureau iresearch de opdracht hebben gegeven om - in de rol van kwartiermaker - een regionaal actienetwerk suïcidepreventie op te richten en samen met beoogde partners toe te werken naar een gezamenlijk actieplan.

In het najaar van 2025 zal er meer duidelijkheid komen over de financieringsmogelijkheden voor de komende jaren en wordt er ingezet op het vergroten van het bestuurlijk draagvlak. Op basis daarvan zal dit actieplan kunnen worden vertaald naar een concreet uitvoeringsplan.

De opdracht komt voort uit het regioplan van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) Midden-Brabant en daarnaast ook vanuit een wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Gemeenten zijn vanuit deze wet verplicht om vanaf 1 januari 2026 beleid te ontwikkelen en uit te voeren dat aansluit op de vierjaarlijkse Landelijke Agenda Suïcidepreventie (lees hierover meer in H1.2). Dit beleid kan worden opgenomen in de lokale gezondheidsnota.

Toelichting op het gebruik van verschillende termen Zelfmoord, zelfdoding of suïcide, het zijn allemaal termen die mensen gebruiken. In dit actieplan hanteren we de termen suïcide en zelfdoding, dit zijn termen die vooral door professionals worden gebruikt, zoals in de ggz of bij onderzoek. Ook hanteren we de termen suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag in plaats van de overkoepelende term suïcidaliteit.

Vanuit het hier beschreven actieplan zullen gemeenten samen met preventie-, welzijns- en zorgpartners en ervaringsdeskundigen werken aan suïcidepreventie in de regio Midden-Brabant.

Voor 113 Zelfmoordpreventie geldt dat zij op hun website en in hun communicatiemiddelen vaak spreken over zelfmoord. Door de term zelfmoord te gebruiken, worden zij online makkelijker gevonden door hulpvragers. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat hulpvragers 113 vinden door te zoeken op het woord 'zelfmoord'. Zij zoeken veel minder vaak op de term zelfdoding of suïcide.

In de aangrenzende regio West-Brabant is in dezelfde periode ook een actienetwerk suïcidepreventie opgezet. Het is van belang dat beide regio’s gezamenlijk optrekken, aangezien de werkgebieden van de organisaties deels overlappen, maar ook omdat beide regio’s in de opstartfase van het actienetwerk zijn. Lees hierover meer in H6.

4

Inleiding Leeswijzer Bij het tot stand komen van dit actieplan is ondersteuning geboden vanuit 113 Zelfmoordpreventie.

In dit actieplan leest u in hoofdstuk 1 meer over de cijfers en de overige ontwikkelingen die de aanleiding vormen voor het op te richten actienetwerk. In hoofdstuk 2 leest u over de beoogde multilevel aanpak, de keuze voor het werken volgens het bewezen effectieve EAAD-model (aan de hand van vijf pijlers) en de stappen die zijn gevolgd om tot dit actieplan te komen. In hoofdstuk 3 staan de visie, ambitie, doel en doelgroep van het regionale actienetwerk beschreven, gevolgd door een aantal uitgangspunten zoals die tijdens de verkennende fase zijn opgehaald. In hoofdstuk 4 staan concrete stappen uitgewerkt die het actienetwerk voor elke pijler als eerste zou willen inzetten. In hoofdstuk 5 staat een advies opgenomen voor prioritering, fasering en monitoring en in hoofdstuk 6 staat beschreven hoe het actienetwerk georganiseerd kan worden. In hoofdstuk 7 staat een voorlopige begroting op hoofdlijnen opgenomen, inclusief een toelichting op de mogelijke bekostiging. In de bijlage leest u een samenvatting van twee relevante rapporten.

5

Hoofdstuk 1

Cijfers en aanleiding

1.1 Cijfers (I/III) LHBTQIA+ Uit onderzoek blijkt dat 48% van de LHBTQIA+-jongeren last heeft van psychische problemen, terwijl dit percentage bij niet LHBTQIA+-jongeren op 18% ligt. Daarnaast meldt 1 op de 3 LHBTQIA+-jongeren slaapproblemen te hebben, vergeleken met 1 op de 6 niet LHBTQIA+-jongeren. Deze factoren vergroten de kwetsbaarheid van LHBTQIA+'ers voor depressie en (gedachten aan) zelfdoding (113 Zelfmoordpreventie, z.d.b)

De mentale gezondheid in Nederland staat onder druk, zo ook in de regio Midden-Brabant. Al geruime tijd laten monitorgegevens zien dat een toenemend aantal mensen kampt met een minder goede mentale gezondheid. Ook het aantal zelfdodingen is zorgelijk, evenals het toenemend aantal mensen dat weleens zelfdoding overweegt.

Landelijke suïcidecijfers De afgelopen 10 jaar is een gestage toename zichtbaar in het aantal zelfdodingen onder jongeren en jongvolwassenen in Nederland. Landelijk gezien nam het aantal suïcides met 33% toe onder deze groep (113 Zelfmoordpreventie, 2025). De grootste stijging is echter zichtbaar onder jongvolwassenen tussen 20 en 30 jaar. Suïcide is op dit moment de nummer 1 doodsoorzaak onder jongeren en jongvolwassenen. Vooral jongemannen ondernemen vaker een geslaagde suïcidepoging.

Agrarische sector Gemiddeld overleden tussen 2013 en 2021 11.6 per 100.000 mensen die werkzaam waren in de agrarische sector door zelfdoding. De agrarische sector staat daarmee in de top 3 van sectoren met een relatief hoog risico op zelfdoding (113 Zelfmoordpreventie, z.d.a).

Suïcide is nummer één doodsoorzaak onder jongeren én jongvolwassenen Onder mensen van middelbare leeftijd (40-69 jaar) nam het aantal suïcides de afgelopen tien jaar met 14% af. Uit verdiepend onderzoek van 113 Zelfmoordpreventie blijkt dat onder mannen tussen de 40 en 70 jaar het risico op suïcide het hoogst is als zij een combinatie ervaren van psychische problemen, alleen wonen én een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben. Er zijn binnen deze groep relatief 14,5 keer zoveel suïcides als bij andere mannen van middelbare leeftijd (113 Zelfmoordpreventie, 2023).

Tegenover elke geslaagde suïcide staan 40-50 pogingen tot suïcide

Iedere geslaagde suïcide raakt gemiddeld 123 naasten

60% van de mensen die suïcide plegen zijn niet in beeld van de zorg

28% van de bevolking ervaart taboe om te praten over suïcide

Eén op de twee mensen die overlijdt door zelfmoord, heeft in de maand ervoor de huisarts bezocht

7

1.1 Cijfers (II/III)

Verdeling suïcides in Midden-Brabant naar leeftijdsgroep '21 t/m '24 5%

0% 2% 13%

0-10 jaar (0%)

Regionale suïcidecijfers

10-19 jaar (2%)

27%

In de regio Midden-Brabant is een lichte stijging in de cijfers te zien als we de cijfers van 2023 vergelijken met die van 1996. Het gaat om 58 zelfdodingen in 2023 ten opzichte van 40 in 1996 (CBS Statline, 2023). De leeftijdsgroepen waarin de afgelopen jaren het vaakst zelfdoding plaatsvond, zijn 40-59 jaar en 60-79 jaar (zie Grafiek 1). Wel moet er bij de interpretatie van deze cijfers rekening worden gehouden met de indeling van deze leeftijdsgroepen; de beide genoemde leeftijdsgroepen betreffen namelijk elk een periode van 19 jaar, terwijl de leeftijdsgroepen 0-10, 10-19, 20-29 en 30-39 jaar elk slechts 9 jaar betreffen.

12%

20-29 jaar (13%) 30-39 jaar (12%) 40-59 jaar (41%) 60-79 jaar (28%) 80+ jaar (5%)

41%

Grafiek 1. Verdeling aantal sterfgevallen door zelfdoding naar leeftijdsgroep in Midden-Brabant, 2021-2024.

Tabel 1 geeft de aantallen sterfgevallen door zelfdoding weer per gemeente in Midden-Brabant. In de gemeente Tilburg vinden veruit de meeste zelfdodingen plaats en in Heusden het minst. Het gaat hier om de gemeente waar de zelfdoding plaatsvond; dat is dus niet altijd de gemeente waar de persoon woonachtig was.

Tabel 1. Totaal aantal sterfgevallen door zelfdoding per gemeente in Midden-Brabant. Bron: Forensische geneeskunde GGD Hart voor Brabant, opgevraagd juni 2025. *Gemeente waar de zelfdoding plaatsvond. **Aantallen onder de 10 mogen in verband met de privacy niet worden getoond.

8

1.1 Cijfers (III/III) Regionale cijfers mentale gezondheid en suïcidale gedachten Naast een toename in de regionale suïcidecijfers, zien we ook dat een toenemend aantal mensen een minder goede mentale gezondheid ervaart en meer kampt met psychische klachten, waaronder suïcidale gedachten. Dit speelt vooral bij jongeren en jongvolwassenen, zij hebben steeds vaker psychische klachten.

Jongvolwassenen 16-25 jaar: • Onder de jongvolwassenen (16-25 jaar) in Midden-Brabant voelt 20% zich in het dagelijks leven vaak tot voortdurend beperkt door psychische klachten (Brabantscan - Jongvolwassenenmonitor, 2024). • 53% van de jongvolwassenen beoordeelt de eigen mentale gezondheid als matig tot (zeer) slecht (Brabantscan - Jongvolwassenenmonitor, 2024). • 46% van de jongvolwassenen voelt zich (heel) vaak gestrest (Brabantscan Jongvolwassenenmonitor, 2024). • 31% van de jongvolwassenen had in 2024 de afgelopen 12 maanden een enkele keer tot heel vaak serieus gedacht om een einde te maken aan zijn/haar leven (Brabantscan - Jongvolwassenenmonitor, 2024).

In Midden-Brabant zien we het volgende:

Jongeren klas 2 en 4 van Voortgezet Onderwijs (VO): • 27% van de jongeren in de 2e en 4e klas VO heeft te maken met psychische klachten (Brabantscan - Jeugdmonitor, 2023). • 47% van de jongeren in de 2e en 4e klas VO voelt zich om uiteenlopende redenen (zeer) vaak gestrest (Brabantscan - Jeugdmonitor, 2023). • 18% van de jongeren in de 2e en 4e klas VO in Midden-Brabant had in 2023 een enkele keer tot heel vaak suïcidegedachten; ten opzichte van de andere regio’s in Nederland is dit een gemiddeld beeld (Brabantscan Jeugdmonitor, 2023).

Mentale problemen in de adolescentie hangen samen met een grotere kans op (mentale gezondheids-) problemen op latere leeftijd. Door depressie en angst is er grotere kans op schooluitval, op werkloosheid bij jongvolwassenen en op minder goed functioneren en burn-out op het werk. Daarnaast zullen jongeren die nu al in ongunstige omstandigheden opgroeien, bijvoorbeeld door armoede en financiële bestaansonzekerheid binnen het gezin, een nog grotere kans op (mentale) ongezondheid hebben (RIVM, 2024). Volwassenen en ouderen In 2024 gaf 11% van de volwassenen (18-64 jaar) in de regio Midden-Brabant aan in de laatste twaalf maanden (een enkele keer tot heel vaak) serieus te hebben gedacht om een einde aan het leven te maken. Voor 65+-ers in MiddenBrabant lag dat percentage in 2024 op 7% (Brabantscan - Volwassenenmonitor, 2024).

9

1.2 Aanleiding (I/II) Regionale ontwikkelingen Hieronder enkele quotes uit het IZA regioplan Midden-Brabant waaruit blijkt waar men in 2035 zou willen staan.

Behalve de hiervoor genoemde cijfers, zijn er verschillende ontwikkelingen zowel regionaal als landelijk - die maken dat een regionale bundeling van krachten wenselijk is.

“We zijn mentaal gezond en weerbaar en doen voor psychische klachten alleen wanneer dat nodig is een beroep op ondersteuning en zorg die tijdig toegankelijk is omdat deze vanuit alle domeinen goed en samenhangend georganiseerd is.”

Regionaal plan Integraal Zorg Akkoord Een van de opgaven binnen het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is het verminderen van de druk op de huisartsenzorg en de GGZ door mensen met mentale gezondheidsproblemen. Dit vraagt niet alleen om slimmere of betere zorg, maar vooral ook om ‘minder zorg’. Dit kan door meer mensen vroegtijdig te ondersteunen en hulp te bieden vanuit het sociaal domein en door betere afspraken te maken tussen sociaal domein, huisartsenzorg en de GGZ. Dit is echter niet voldoende. De druk op het sociaal domein is nu immers al hoog en het aantal mensen met mentale gezondheidsproblemen en/of suïcidaal gedrag in onze samenleving stijgt nog steeds. Er is dus meer aandacht nodig voor preventie: voorkomen dat mensen mentale problemen en suïcidale gedachten ontwikkelen.

“We hebben meer controle over ons eigen mentale welzijn. Bij mentale klachten weten we beter hoe we ermee om kunnen gaan.” “Omdat organisaties beter samenwerken komen we gelijk bij de persoon terecht die ons het beste kan helpen.”

Ook zijn er in het IZA regioplan afspraken gemaakt over de wijze waarop men gezamenlijk verantwoordelijkheid wil dragen:

In het IZA regioplan Midden-Brabant (versie aug. ‘24) zijn verschillende prioritaire opgaven vastgesteld, onder andere een opgave op het thema mentale gezondheid. Momenteel (najaar 2025) lopen er verschillende opdrachten die voortkomen vanuit deze prioritaire opgave, te weten: 1) Het oprichten van een regionaal actiegericht netwerk suïcidepreventie met een gezamenlijk actieplan. 2) Het werken aan een gezamenlijke koers voor het versterken van de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen in MiddenBrabant.

10

1.2 Aanleiding (II/II) Landelijke ontwikkelingen Landelijke agenda suïcidepreventie

Wetswijziging Integrale Suïcidepreventie

Landelijk staat het terugdringen en voorkomen van suïcides hoog op de politieke agenda. Om alle plannen te voorzien van een overkoepelend en richtinggevend kader is in 2020 de Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 opgesteld. Deze agenda beschrijft op hoofdlijnen de visie, ambitie, doelstellingen en activiteiten voor de jaren 20212025. Deze zijn door 113 Zelfmoordpreventie samen met verschillende partners opgesteld, op verzoek van het ministerie van VWS. In de Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 zijn zeven doelstellingen opgenomen, zie Figuur 2.

In juni 2024 is integrale suïcidepreventie opgenomen in de Wet publieke gezondheid (Wpg). De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026. De wetswijziging gaat over het voorkómen van zelfdoding (suïcide). Het ministerie van VWS krijgt hiermee primair verantwoordelijkheid voor onder meer het opstellen van een vierjaarlijkse Landelijke Agenda Suïcidepreventie, in samenhang met de landelijke nota gezondheidsbeleid. Daarnaast wordt het bestaan van een gratis anonieme hulplijn die 24/7 bereikbaar is, wettelijk vastgelegd.

Inmiddels is de vierde Landelijke Agenda Suïcidepreventie in ontwikkeling, de verwachting is dat deze rond november 2025 officieel gepubliceerd gaat worden.

Gemeenten krijgen door de aanpassing van de Wpg een inspanningsverplichting. Concreet betekent dit dat zij een eigen beleid voor suïcidepreventie moeten ontwikkelen in aansluiting op de Landelijke Agenda. Dit beleid kan onderdeel zijn van de lokale nota gezondheidsbeleid.

In een aantal regio’s hebben gemeenten vooruitlopend hierop al de krachten gebundeld in een zogenaamd regionaal actienetwerk. In zo’n actienetwerk werken een of meerdere gemeenten en lokale en regionale netwerkpartners structureel samen volgens een gezamenlijk afgesproken aanpak die gemeenten ondersteunt bij de lokale uitvoering van het beleid.

Figuur 2. De zeven doelstellingen van de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025.

11

Hoofdstuk 2

De aanpak

2.1 Preventie en multilevel aanpak Preventie als speerpunt

Multilevel aanpak

De cijfers benadrukken het belang van inzetten op het voorkomen en terugdringen van suïcides. Inzetten op preventie is dus essentieel. Dit begint met het doorbreken van het taboe op praten over suïcide. Daarnaast is het belangrijk om te erkennen dat tijdelijke mentale klachten bij het leven horen en dus te normaliseren. Mensen moeten ook vaardigheden leren om hun eigen mentale gezondheid en die van hun omgeving te versterken. Pas als dit niet meer lukt of in situaties waarbij mensen acuut in een mentale crisis terechtkomen, moet adequate hulp en ondersteuning in beeld komen. Ook dan blijft preventie nog steeds belangrijk om verergering van klachten of terugval te voorkomen.

Onderzoek (WHO, 2021) laat zien dat een samenhangend systeem, zoals een multilevel aanpak, beter werkt dan de inzet van allerlei losse interventies, zelfs als die interventies bewezen effectief zijn. Een multilevel aanpak zet tegelijkertijd in op meerdere niveaus van preventie, is gerelateerd aan meerdere beleidsterreinen en overstijgt meerdere niveaus; uitvoerend (operationeel), management (tactisch) als bestuurlijk (strategisch). In Midden-Brabant kiezen we voor de multilevel aanpak van de European Alliance Against Depression (EAAD). Deze aanpak van de EAAD is onderdeel van de Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025. Het is een bewezen effectieve aanpak voor het verminderen van suïcides en suïcidepogingen.

Mentale gezondheidsproblemen en suïcidaal gedrag ontstaan vaak door een combinatie van factoren, zoals psychische kwetsbaarheid, financiële problemen, werkloosheid, eenzaamheid, relationele problemen, prestatiedruk of middelengebruik. Een brede aanpak die rekening houdt met al deze aspecten is daarom noodzakelijk. De verschillende partijen die betrokken zijn, zowel op regionaal als lokaal niveau, moeten daarom goede afspraken met elkaar maken om samen passende activiteiten en interventies in te zetten. Denk hierbij aan onderwijsprofessionals, gemeenten, wijkcoaches, zorgprofessionals en ook inwoners zelf. Juist voor deze professionals en bewoners is het van belang om te weten hoe ze kunnen signaleren en vervolgens het beste kunnen handelen. Veel partijen in de regio ondernemen al actie op het gebied van suïcidepreventie; het doel is om deze partijen en activiteiten met elkaar te verbinden.

Het EAAD-model is opgebouwd als een trechter (zie Figuur 3, volgende pagina). Het begint met preventie gericht op alle inwoners. Hieronder vallen publiekscampagnes (pijler 1) en het trainen van gatekeepers (pijler 2). Dan volgt een focus op risicogroepen (pijler 3) en tot slot wordt ingezet op een goede netwerksamenwerking (pijler 4, versterken van de ketensamenwerking). Daarnaast wordt vanuit het oogpunt van suïcidepreventie aandacht besteed aan het verkleinen van de veiligheidsrisico’s in de omgeving: denk aan hoge gebouwen, risicovolle locaties rond het spoor of de toegang tot dodelijke medicatie (pijler 5). In Figuur 3 op de volgende pagina staan de pijlers nader toegelicht.

13

Het EAAD-model Publiekscampagne: Een publiekscampagne is een essentieel onderdeel van het actienetwerk om alle burgers te bereiken en mensen uit te nodigen om in gesprek te gaan over suïcide en suïcidale gedachten. De doelgroep van de campagne is het algemeen publiek, de naasten en natuurlijk de mensen met suïcidale gedachten. Gatekeeperstraining: De gatekeeperstraining suïcidepreventie leert mensen om suïcidale gedachten bespreekbaar te maken en richt zich op het vergroten van kennis over suïcidaliteit. Deelnemers worden in vier uur getraind in vaardigheden om suïcidale gedachten te signaleren, veiligheid in te schatten en de ander te stimuleren om hulp te zoeken. Denk bij potentiële gatekeepers aan politiemedewerkers, deurwaarders, uitkeringsverstrekkers, schoolmaatschappelijk werk, decanen en straatwerkers. Risicogroepen: Hierbij gaat het om het opsporen van (lokaal) opvallende risicogroepen en bij hen via een gericht aanbod suïcidale gedachten vroegtijdig te signaleren en bespreekbaar te maken. Denk aan groepen die te maken hebben met eenzaamheid, armoede, schuldenaanpak en (impactvolle) levensgebeurtenissen.

Netwerkbrede samenwerking: Het gaat om het signaleren, bespreken, diagnosticeren en adequaat behandelen of verwijzen van suïcidaal gedrag. Hierbij hoort het maken van afspraken met samenwerkingspartners over doorverwijzing en intercollegiaal overleg. Denk aan vertegenwoordigers van gemeente, GGD, huisartsen, GGZ, ziekenhuizen en wijkteams. Toegang tot dodelijke middelen beperken: Als overkoepelende pijler wordt vanuit het oogpunt van suïcidepreventie aandacht besteed aan het beperken van de toegang tot dodelijke middelen. Denk hierbij aan hoge gebouwen, risicovolle locaties rond het spoor of de toegang tot dodelijke medicatie. Figuur 3. De multilevel aanpak van de European Alliance Against Depression (EAAD).

14

2.2 Regionaal actienetwerk en actieplan Tegelijkertijd blijft er ruimte voor lokaal maatwerk: iedere gemeente kan eigen accenten leggen, bijvoorbeeld gericht op jongeren, ouderen of andere specifieke doelgroepen.

Regionaal actienetwerk suïcidepreventie Om het EAAD-model in de regio goed uit te voeren, is er vanaf februari 2025 gewerkt aan het verkennen van de mogelijkheden voor het inrichten van een regionaal actienetwerk suïcidepreventie. Dit netwerk brengt verschillende organisaties en mensen samen die zich willen inzetten voor het voorkomen van suïcide.

Het actieplan is tot stand gekomen via de volgende stappen: • Deskresearch waarbij is onderzocht welke initiatieven er al in de regio zijn en wat goede voorbeelden elders uit het land zijn. • Verkennende gesprekken met vertegenwoordigers van ruim 20 relevante partijen in de regio. Hierbij is opgehaald welke kansen en randvoorwaarden de beoogde partners zien voor het opzetten van dit actienetwerk. • Opstellen van een concept plan van aanpak dat als basis dient voor dit actieplan. • Een online startbijeenkomst op 1 juli 2025 met 16 deelnemers (vertegenwoordigers vanuit GGD, GGZ, gemeenten, huisartsen, welzijn, onderwijs en een organisatie voor herstelondersteunende zorg). Hierbij zijn partijen geïnformeerd over de ontwikkelingen en is interesse voor een (tijdelijke) kerngroep gepeild. Ook is een conceptversie van het plan van aanpak voorgelegd en is er tijdens de startsessie input opgehaald om het plan verder aan te kunnen scherpen. • Vaststellen plan van aanpak. • Twee vervolgsessies op 2 en 15 september 2025, met een (tijdelijke) kerngroep, gevormd vanuit de partijen die daarvoor hun interesse hadden aangegeven. Met deze kerngroep is in de eerste sessie een gezamenlijke visie en ambitie opgesteld en zijn voor pijler 1 t/m 3 de mogelijke acties verder verkend.

Tijdens de tweede sessie zijn de pijlers 4 en 5 plus de mogelijke organisatiestructuur en financiering van het netwerk besproken. • Uitwerking actieplan op basis van het plan van aanpak plus de input vanuit de beide sessies met de kerngroep, met daarin feedback verwerkt van de betrokken partijen.

De aanpak richt zich op de gehele regio met daarbinnen de betrokken gemeenten. Een regionale focus is belangrijk omdat veel mensen en organisaties over gemeentegrenzen heen werken of reizen. Door regionale samenwerking is de impact groter. Een regionaal actienetwerk heeft meerdere voordelen: • Betere samenwerking: Organisaties uit zorg, onderwijs, gemeenten en andere domeinen werken samen aan één doel. Daardoor sluiten hun acties beter op elkaar aan. • Duidelijke afspraken: Er worden gezamenlijke plannen gemaakt in de regio. Dat zorgt voor meer duidelijkheid en minder losse of dubbele acties. Zo kan er beter worden aangesloten bij de behoeften van de inwoners. • Sneller signaleren en helpen: Door samen te werken, kunnen signalen van suïcidaal gedrag eerder worden herkend. Mensen krijgen daardoor sneller passende hulp. • Gebruik van kennis en ervaring: Partners leren van elkaar en delen wat goed werkt. Zo wordt het netwerk steeds sterker. Zo draagt het actienetwerk bij aan een effectieve en duurzame aanpak van suïcidepreventie.

15

2.3 Verkennende gesprekken (I/II) Onderstaand overzicht geeft weer met welke partijen er tijdens de verkenning gesprekken zijn gevoerd. Nog niet alle partijen die van belang zijn voor dit actienetwerk, zijn hierbij gesproken. Het is van belang om deze beoogde netwerkpartners in een volgend stadium actief te betrekken.

GGZ

Welzijn

Onderwijs VO Huisartsen

Ziekenhuis

Vertegenwoordigers gemeenten

Vanuit cliëntbelang en -ondersteuning Verslavingszorg

GGD Landelijke organisaties

16

2.3 Verkennende gesprekken (II/II) Hieronder volgen enkele bevindingen uit de verkennende gesprekken over de meerwaarde van het actienetwerk, aandachtspunten waar het netwerk op moet letten en voorwaarden waar het netwerk aan zou moeten voldoen. Dit overzicht is niet volledig, een uitgebreider overzicht van de bevindingen staat toegelicht in het in juli ‘25 vastgestelde plan van aanpak.

Meerwaarde

Aandachtspunten

Voorwaarden

Versterken vroegsignalering • Focus op bespreekbaar maken en preventieve ondersteuning. • Benutten van signaleringsfunctie van o.a. huisartsen, sportverenigingen, jongerenwerk (bijv. via trainingsaanbod).

Toegang tot zorg & doorverwijzing • Lange wachtlijsten. • Elkaar soms niet in beeld hebben. • Beperkte opvangmogelijkheden bij signalering.

Effectieve samenwerking & structuur • Heldere informatieoverdracht & rolverdeling. • Domeinoverstijgende aanpak met leefwereld centraal. • Verankering in bestaande structuren.

Structurele samenwerking • Versterking van samenwerking tussen sociaal domein en zorg. • Gelijkwaardige samenwerking & gedeeld eigenaarschap. • Krachten bundelen en bestaande netwerken benutten. Betrekken van doelgroepen • Ruimte voor jongereninitiatieven & ervaringsdeskundigen. • Vindbaarheid en toegankelijkheid van hulp verbeteren.

Samenwerking • Tijd-/capaciteitsgebrek en overlap andere netwerken. • Aansluiting nodig bij andere netwerken. • Gebrek aan regie en concrete acties. Bespreekbaarheid & handelingsverlegenheid • Taboe bij onderwijs en andere professionals. • Angst en onduidelijkheid over handelen bij signalen.

17

Organisatie & aansturing • Duidelijke visie, kleine werkgroep, vaste trekker. • Regelmatige afstemming & zichtbare opbrengsten. Financiën & betrokkenheid • Voldoende middelen en meerjarige inzet. • Prioritering door gemeenten.

Enkele uitspraken van (beoogde) partners, gedaan tijdens de verkennende gesprekken en de startsessie Er gebeurt al veel op het gebied van mentale gezondheid, daarom moet het netwerk binnen iets bestaands ondergebracht worden, zodat het aansluit op wat er al is. - Gemeente

Betrek de doelgroepen bij de verdere acties. - GGZ Er ligt een hele concrete behoefte en veel kansen op scholen om jongeren een veilige plek te bieden en op tijd te signaleren. - GGZ

Domeinoverstijgende samenwerking is essentieel. - Jongerenwerk

Het moet duidelijk zijn wat het netwerk gaat opleveren voor de huisarts en POH. Alles wat helpt bij het ondersteunen van de patiënt is interessant voor de huisarts. - Huisartsengroep

Denk goed na hoe je risicogroepen gaat benaderen, zodat je met ze praat en niet over ze. - Zorgbelang

Hoe meer aandacht voor het probleem, hoe meer de cijfers ook mee kunnen groeien: het probleem is nu ook misschien al groter dan we denken. We moeten de uiterste groepen meer naar de voorkant toe trekken en naar de risicogroepen toe bewegen. - NS/ProRail

De toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigen is dat ze vanuit eigen ervaring of vanuit cliënten ervaringen een ander licht kunnen laten schijnen, aanvullend op de bestaande kennis. - NESP

18

Heb bij de uitwerking aandacht voor inwonersparticipatie en aandacht voor nabestaanden. - GGD

Blijf de verbinding houden met de landelijke agenda en verricht geen onnodig werk, niet opnieuw het wiel uitvinden. - Jongerenwerk

Huisartsen zijn ook een belangrijke vindplek voor jongeren en jongvolwassenen. - Huisartsengroep

Hoofdstuk 3

Visie, ambitie, doel en doelgroep

3.1 Visie en ambitie In onderstaande visie staat omschreven waar de huidige deelnemers van het actienetwerk (in oprichting) naartoe willen op de lange termijn en hoe zij de regio Midden-Brabant over een paar jaar voor zich zien. In de ambitie staat beschreven wat de partners samen gaan doen en welk verschil ze willen maken.

Visie

Ambitie

Wij leven in Midden-Brabant in een samenleving waar inwoners zich mentaal sterk en veerkrachtig voelen en men elkaar hierin steunt.

Wij creëren een blijvende beweging waarin preventie van suïcide stevig verankerd raakt in beleid, praktijk en dagelijks handelen. We brengen partijen bij elkaar en vergroten handelingsbekwaamheid. Daarbij zorgen we niet alleen dat kwetsbare inwoners tijdig passende hulp ontvangen maar ook dat professionals en naasten zich gesteund voelen en in staat zijn om het verschil te kunnen maken en de juiste hulp te kunnen bieden.

We doorbreken het taboe op praten over zelfdoding en praten met elkaar over suïcide en suïcidale gedachten. Er zijn sterke regionale en lokale verbindingen tussen inwoners, professionals, organisaties en gemeenschappen, waarmee we een vangnet hebben gecreëerd waarin suïcidale signalen op tijd worden opgevangen, effectieve hulp altijd dichtbij is en ook de nazorg na een suïcide(poging) goed is georganiseerd, voor zowel de persoon in kwestie als de omgeving.

Vanaf 2026 heeft elke gemeente in Midden-Brabant beleid geformuleerd op suïcidepreventie. Dit resulteert in een lokale aanpak, welke verbonden is met het regionale Actienetwerk Suïcidepreventie. De verbinding wordt gelegd met bestaande samenwerkingsstructuren rondom mentale gezondheid zodat kennis, signalering en hulpverlening elkaar versterken. Daarmee zorgen we gezamenlijk dat het aantal suïcides en suïcidepogingen in onze regio structureel afneemt.

Niemand staat er alleen voor.

20

3.2 Doel en doelgroep van het netwerk Hieronder staan doel en doelgroep beschreven, deze zijn overgenomen uit het eerder vastgestelde plan van aanpak (juli ‘25).

Doel Het verminderen van het aantal suïcides en suïcidepogingen in de regio Midden-Brabant door het inrichten van een regionaal netwerk waarbij de partners via een multilevel aanpak en effectieve preventiestrategieën samenwerken binnen de zorgketen, de sociale en fysieke leefomgeving en het preventiedomein.

Doelgroep Het regionale Actienetwerk Suïcidepreventie zal in beginsel voor alle inwoners van de regio Midden-Brabant worden opgezet, met specifieke aandacht voor de risicogroepen: • Jongeren en jongvolwassenen; • Kwetsbare volwassenen en ouderen, zoals mannen van middelbare leeftijd, de LHBTQIA+-gemeenschap en agrariërs.

21

3.3 Uitgangspunten Hieronder staan enkele belangrijke uitgangspunten die uit de verkenning naar voren kwamen en door meerdere partners herhaaldelijk zijn genoemd.

We starten bij de pijlers 1 (publiekscampagnes), 2 (gatekeeperstrainingen) en 3 (risicogroepen), omdat hier al veel op gebeurt, deze pijlers zich goed lenen voor directe actie, en ze door partners worden gezien als pijlers met veel impact.

We starten bij de doelgroep jongeren en jongvolwassenen, omdat dit een belangrijke risicogroep is én omdat er al veel initiatieven en activiteiten bestaan waarop we kunnen aansluiten. Dit biedt kansen voor samenwerking en versterking van wat er al gebeurt. We starten met laagdrempelige acties – het zogenoemde laaghangend fruit – die eenvoudig uitvoerbaar zijn en voortbouwen op wat er al is, zonder dat dit direct veel extra inspanning of middelen vraagt.

We sluiten aan bij wat er al is en waar energie en motivatie zit binnen het netwerk en de regio. We verbinden initiatieven en acties met elkaar op regionaal niveau.

We zoeken (als klankbord en bij de uitvoering) de samenwerking op met ervaringsdeskundigen en betrekken de doelgroep en hun naasten bij het planproces.

We leren van goede voorbeelden elders uit het land en wisselen uit met wat er in regio West-Brabant gebeurt.

22

Hoofdstuk 4

Beoogde acties per pijler

4.1 Uitwerking per pijler Tijdens de verkennende fase is opgehaald wat er al gebeurt in de regio en wat de (beoogde) partners voor elke pijler als kansrijke acties zien. Deze informatie (samen met voorbeelden van elders uit het land) is gebruikt als input om tijdens de beide kerngroepsessies een voorstel te kunnen uitwerken.

De beschrijving per pijler geeft richting aan de acties en activiteiten die het regionaal actienetwerk Midden-Brabant stapsgewijs kan gaan uitvoeren om suïcides terug te dringen en te voorkomen. Ook maakt het inzichtelijk wie en wat er voor nodig is. Het betreft een eerste aanzet voor de in te zetten acties door het actienetwerk. Het is daarbij van belang om continu te monitoren op de kwaliteit en het effect van de ingezette acties, om gedurende de uitvoering tijdig te kunnen bijstellen.

Met de kerngroep is voor de pijlers 1 t/m 3 een prioritering aangebracht en zijn de benodigde stappen opgesteld om hier concreet vorm aan te kunnen geven. Hierbij is rekening gehouden met de mate waarin activiteiten snel en kosteneffectief uitgerold kunnen worden, de aansluiting bij lopende initiatieven van betrokken partijen en de noodzaak om kwetsbare risicogroepen als eerste te bereiken.

Kanttekening Voor de pijlers 4 en 5 is een voorstel voorgelegd dat is gebaseerd op de uitwerking in West-Brabant en voorbeelden van elders uit het land. In de tweede sessie zijn hierop aanvullingen gegeven door de aanwezige partners.

De stappenplannen per pijler op de volgende pagina’s dienen als vertrekpunt voor het actienetwerk. Het zijn eerste ideeën waar op korte termijn mee gestart kan worden. Er is echter meer nodig om toe te werken naar een stevig, regionaal aanbod en een netwerkstructuur. Zo is er een verdere uitwerking nodig naar een concreet uitvoeringsplan voor meerdere jaren, waarin wordt vastgelegd wie wat doet, wanneer, voor hoeveel uur, tegen welke kosten en met welk resultaat. De tijd voor de kwartiermaker en de (huidige) netwerkpartners was te beperkt om deze details met elkaar uit te werken en bindende afspraken hierover te maken. In H5 staat een advies opgenomen voor prioritering en fasering voor de eerstkomende vier jaar.

Op de volgende pagina’s staat voor elke pijler de inhoudelijke uitwerking nader uitgewerkt. Als eerste staat per pijler in de vorm van een samenvatting het doel, het gewenste resultaat en de acties met de hoogste prioriteit (zoals aangewezen door de partners), beschreven. Daarna volgt de uitwerking hiervan en tot slot staat de input beschreven die als basis is gebruikt tijdens de sessies met de kerngroep.

24

Pijler 1

Publiekscampagne

Pijler 1 Publiekscampagne Doel Taboe rondom het praten over zelfmoord doorbreken en durven vragen naar suïcidale gedachten.

Gewenst resultaat • •

Een overzicht (routekaart) van digitale hulp en hulp op fysieke locaties, waar professionals en gatekeepers naar kunnen doorverwijzen. Een gezamenlijke communicatiestrategie waar publiekscampagnes een onderdeel van zullen zijn, zodat er op gezamenlijke momenten aandacht kan komen voor suïcidepreventie, vanuit een duidelijke afzender met een herkenbare huisstijl.

Geprioriteerde actie(s) • • •

Maken van een signaleringskaart/routekaart voor inwoners en/of sleutelfiguren (op basis van bestaande voorbeelden vanuit 113 Zelfmoordpreventie). In deze routekaart zowel digitale hulp als hulp op fysieke locaties opnemen. Aanstellen van een communicatieadviseur en opstellen van een gezamenlijke communicatiestrategie. Afstemmen in hoeverre in de communicatiestrategie kan worden aangesloten bij de uitingen van 113 Zelfmoordpreventie.

26

Uitwerking pijler 1, publiekscampagne: Mentale gezondheid versus suïcidepreventie Er zijn al diverse initiatieven/campagnes die zich richten op mentale gezondheid. Daarnaast is er de landelijke campagne suïcidepreventie die jaarlijks in de week rond 10 september plaatsvindt. Het netwerk kan gericht zijn op mentale gezondheid, maar daarbinnen vraagt suïcide wel specifieke focus en een specifieke campagne, gericht op enerzijds het publiek en anderzijds op professionals. Vragen naar hoe het met iemand gaat, is nog niet hetzelfde als durven vragen naar, of praten over, suïcide(gedachten). Om dit taboe te doorbreken is dus aparte aandacht gewenst.

Twee gewenste acties: 1. Opstellen van een routekaart waarin voor professionals en gatekeepers duidelijk te vinden is waar je naar kunt doorverwijzen, met zowel digitale hulp als hulp op fysieke locaties. Een overzicht waarin alle informatie (regionaal/lokaal) is gebundeld, zodat het makkelijker wordt om de juiste website of hulp te geven aan de juiste doelgroep. Er zijn veel campagnes en websites, maar daardoor wordt de afzender soms ook onduidelijker. Waar verwijs je iemand naar als er zo veel is. Wanneer verwijs je bijv. naar injebol.nl en wanneer naar ikvoelmijrot.nl? Voor hulpverleners/gatekeepers is dit niet altijd duidelijk. Suggestie: vorm van een placemat. NB. Hierbij wel voorkomen dat alles op verschillende websites/vindplekken gaat landen. De Leidraad suïcidepreventie bij jongeren en overige handreikingen van 113 Zelfmoordpreventie kunnen hier ondersteunend bij zijn. 2. Een gezamenlijke communicatiestrategie waar publiekscampagnes een onderdeel van zullen zijn, zodat er op gezamenlijke momenten aandacht kan komen voor suïcidepreventie, vanuit een duidelijke afzender met een herkenbare huisstijl voor het actienetwerk. Daarbij moet nog nader afgestemd worden in hoeverre kan worden aangesloten bij de uitingen van 113 Zelfmoordpreventie.

Wie betrokken? Betrokken partijen zijn de partners die nu al bij het netwerk (in oprichting) betrokken zijn, maar bij voorkeur ook partijen die nu nog niet of onvoldoende aangehaakt zijn, zoals onderwijsinstellingen, sleutelfiguren op lokaal niveau en vertegenwoordigers uit de doelgroepen. Er is wel een coördinator en een communicatieadviseur voor nodig. Hierbij ook goed overwegen op welke wijze de doelgroep betrokken kan worden.

Aandachtspunten Veel van de campagnes verwijzen naar websites. Echter, niet iedereen is digitaal vaardig. Hoe bereiken we deze mensen? Het actienetwerk kan bijv. ook nadenken over het opzetten van fysieke inlooppunten of benutten van reeds bestaande inloop- of ontmoetingsplekken (zoals die van R-Newt, RIBW Brabant of Brabant Maatjes). Dit moeten centrale plekken zijn die gezamenlijk bemenst moeten worden en helpen om de drempelvrees weg te nemen met de boodschap dat het normaal is en hulp nabij is: ‘durf te praten’. Zie hiervoor ook pijler 3: bereik risicogroepen.

27

Voorbeeld routekaart van Arnhem, op basis van format van 113

Figuur 4. Voorbeeld van een routekaart. Bron: Gemeente Arnhem.

28

Pijler 1:pijler Publiekscampagne Input voor 1 – Publiekscampagne Doel: Taboe rondom het praten over zelfmoord doorbreken en durven vragen naar suïcidale gedachten. Gewenst resultaat: nog gezamenlijk te formuleren

Huidige inzet/aanbod

Betrokken partijen

Diverse activiteiten die tijdens (bestaande) campagneweken worden ingezet

Diverse partijen

MijWelBellen: bewustwordingscampagne over mentale gezondheid door jongeren gemaakt (ism het Jongerenpunt)

Gemeente Tilburg (en andere gemeenten?)

Mogelijke inzet/aanbod

Betrokken partijen

Een gezamenlijk communicatieplan opstellen om het onderwerp onder de aandacht brengen, via eigen kanalen (bijv. social media en/of website) en activiteiten tijdens de: • Week van de Mentale Gezondheid (juni) • Wereld Suïcide Preventie Week (september) – bijv. ‘Walk into the light’; hierbij in gezamenlijkheid een startlocatie opzetten in de regio Midden-Brabant. Op diverse plekken en momenten verwijzen naar websites voor verdere ondersteuning: • Ikvoelmerot.nl (jongvolwassenen, samenwerking 113 Zelfmoordpreventie en Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP)) • Ypsilon.org (leven met een suïcidale naaste) • Denkenaandedood.nl (website in begrijpelijke taal voor kwetsbare mensen) • Mijnkindwildood.nl (van Suïcide Preventie Centrum) • Steunnazelfdoding.nl (onderdeel van Coalitie Nabestaandenzorg Suïcide) • Injebol.nl, website voor jongeren en jongvolwassenen (16-27 jaar) (initiatief van diverse landelijke partners, zoals: MIND Us, Stichting De Kindertelefoon/Alles Oké? Supportlijn, MIND, 113 Zelfmoordpreventie, Stichting Join Us, Transformers Community, Stichting @Ease)

Promoten van de gratis online publiekstrainingen van 113 Zelfmoordpreventie en de VraagMaar-app bij publiek en professionals

Bestaande beschikbare materialen van 113 Zelfmoordpreventie regionaal verspreiden Uniforme huisstijl voor het actienetwerk ontwerpen 1K Z1E J3-plaquettes op openbare bankjes plaatsen als opener voor een écht gesprek Theatervoorstelling zoals ‘Laat het licht aan’ Uitbouwen campagne ‘Mij wel bellen’, bijv. met ‘Mij wel bellen bij sombere (suïcidale) gedachten’. De website hiervan uitbreiden en een speciale plek inrichten omtrent suïcide Campagne ‘Openhartig’ gericht op bespreekbaar maken van mentale gezondheid (gaat in 2026 van start in enkele gemeenten in Oost-Brabant)

29

Pijler 2

Gatekeeperstraining

Pijler 2 Gatekeeperstraining Doel Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen naar hulp te leiden.

Gewenst resultaat • • •

Alle medewerkers/geïnteresseerde vrijwilligers die met risicogroepen werken hebben een basis-gatekeeperstraining ontvangen. Iedere organisatie en vereniging heeft minimaal 1 ‘achterwacht’ die een experttraining en jaarlijkse bijscholing volgt. Deze trainingen worden verzorgd door een netwerk van regionale gatekeepers die vanuit 113 Zelfmoordpreventie worden getraind.

Geprioriteerde actie(s) • • • • • •

In kaart brengen wie de risicogroepen zijn en wie hen tegenkomt (zie ook pijler 3: risicogroepen) In kaart brengen welke trainingen er al worden gegeven in de regio en welk deel hiervan nodig/nuttig is als basistraining. Toetsen van draagvlak voor het feit dat de training door het hele netwerk wordt gegeven met gemengde groepen (dus niet door 1 organisatie). Toetsen van draagvlak voor het werken met een certificaat dat jaarlijks verlengd dient te worden en het organiseren van intervisie om het netwerk blijvend te vergroten. In kaart brengen hoeveel mensen moeten worden getraind en hoeveel trainers/trainingen daarvoor nodig zijn. Keuzes maken over financiering van trainingen.

31

Uitwerking pijler 2 – Gatekeeperstraining Gewenste acties: A.

Een basistraining organiseren voor alle medewerkers/geïnteresseerde vrijwilligers die in de zorg/dienstverlening/vrijetijdsbesteding met risicogroepen werken, met als werktitel ‘luisterend oor’. Deze training heeft een ‘verplicht’ karakter; in het inwerkprogramma van medewerkers en bij verenigingen minimaal 1 persoon met deze status, vergelijkbaar met EHBO’er, VOG, vertrouwenspersoon. Stappen: 1. In kaart brengen wie de risicogroepen zijn en wie hen tegenkomt (zie ook pijler 3: risicogroepen) 2. In kaart brengen welke trainingen er al worden gegeven in de regio, wat er beschikbaar is vanuit 113 Zelfmoordpreventie (en voor huisartsen via NHG) en welk deel hiervan nodig/nuttig is als basistraining. We gaan er vanuit dat er onvoldoende financiering is om iedereen de training vanuit 113 Zelfmoordpreventie te geven en ook dat dit mensen afschrikt (niet iedereen is handelingsbekwaam/gemotiveerd). We willen juist een laagdrempelige, normaliserende basistraining waarin ook ruimte is voor de deelnemers om hun verhaal kwijt te kunnen. Het is voor een deel gericht op mentale problemen bespreekbaar maken in het algemeen (verdiepende, relevante vragen) en voor een deel op het herkennen van signalen van suïcidale gedachten en wat dan (gewogen reactie/routekaart). In de trainingen dient ook aandacht te zijn voor de-stigmatiseren en psychische kwetsbaarheid. 3.

Toetsen van draagvlak voor het feit dat de training door het hele netwerk wordt gegeven met gemengde groepen (dus niet binnen 1 organisatie). Het is immers een kwetsbaar onderwerp waarbij organisaties er verschillend in kunnen staan. 4. Daarnaast ook toetsen van draagvlak voor het werken met een certificaat dat jaarlijks verlengd dient te worden en het organiseren van intervisie om het netwerk blijvend te vergroten. 5. Organiseren van de basistraining.

B.

Het aanbieden van een experttraining vanuit 113 Zelfmoordpreventie voor medewerkers/vrijwilligers die ‘aan gaan’ tijdens de basistraining. Zij worden daarmee ‘achterwacht’ (waar ‘luisterend oor’ op kan terugvallen). Zelf krijgen ze een jaarlijkse bijscholing en houden ze het thema warm binnen de organisatie/vereniging. Ook hierbij is er de verplichting ‘vanuit de subsidierelatie’ dat organisaties en verenigingen minimaal 1 achterwacht beschikbaar hebben.

C.

Een netwerk inrichten van ‘gatekeepers’ (organisatie-overstijgend) dat de basistrainingen/onderhoudsbeurten en evt. herhalingen van de training vanuit 113 Zelfmoordpreventie kan verzorgen en doorontwikkelen (train-de-trainer). Zij krijgen zelf hun herhalingen vanuit 113 Zelfmoordpreventie, voor de laatste inzichten en vormen daarmee ook een ‘kennisteam’. Er dient financiering te zijn vanuit het netwerk om de bijscholing vanuit 113 Zelfmoordpreventie te kunnen volgen, trainingen te kunnen geven en achterwacht te kunnen zijn. Stappen: 1. In kaart brengen om welke aantallen het gaat (om netwerk van trainingen en trainers te hebben). 2. Principiële keuzes maken m.b.t. inzet middelen op basis van beschikbaar budget. Stel dat er een regionaal netwerk van 20 gatekeepers wordt opgezet die hier 8 uur per week mee bezig zijn, dan zal een deel van die uren onder de reguliere werkzaamheden vallen.

32

Input voor pijler 2 – Gatekeeperstraining Huidige inzet/aanbod Doel: Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken Betrokken en mensen partijen naar hulp te leiden. Gewenst resultaat: nog gezamenlijk te formuleren Suïcidepreventietrainingen intern aan medewerkers bij RIBW Brabant

RIBW Brabant

Suïcidepreventietrainingen intern aan medewerkers bij Zorroo (Huisartsengroep)

Zorroo

Suïcidepreventietrainingen aan huisartsen en POH-GGZ bij PrimaCura

PrimaCura

Mental Health First Aid (MHFA). Cursus Eerste hulp bij psychische problemen, bestemd voor iedereen, van hulpverlener tot burger. De cursus zet in op het vergroten van kennis over psychische aandoeningen en leren situaties beter in te schatten plus op interventies in geval van crisis zoals suïcide. De cursus Youth MHFA wordt nu vooral ingezet binnen het onderwijs.

RIBW Brabant, GGD HvB, GGz Breburg, onderwijs

Aanbod gatekeeperstrainingen aan diverse medewerkers van de universiteit in Tilburg, o.a. studentbegeleiders, studentpsychologen etc. (gefinancierd uit tijdelijke middelen).

Tilburg University

Mogelijke inzet/aanbod

Betrokken partijen

De VraagMaar-app en gratis online training van 113 Zelfmoordpreventie onder de aandacht brengen Gatekeepers opleiden (volgens trainingen 113): laagdrempelig aanbod van trainingen voor medewerkers van organisaties en (vrijwilligers van) verenigingen. Denk aan o.a. schoolmaatschappelijk werkers, JGZ-professionals, wijkteams, trainers sportverenigingen. Vervolg op reeds uitgevoerde verkenning: gatekeeperstraining aan jongerenwerkers

R-Newt ism GGz Breburg

Uitbreiding van trainingsaanbod bij huisartsen en POH-GGZ van HuisartsenZorgGroep (HZG is actief in Gilze en Rijen), bijvoorbeeld d.m.v. e-learnings NHG of inzet tijdens carrouseltrainingen voor POH’s.

33

Pijler 3

Risicogroepen

Pijler 3 Risicogroepen Doel Vroeg signaleren van groepen met een hoger risico op suïcide en suïcidale gedachten en deze groepen met een specifiek aanbod bereiken.

Gewenst resultaat Risicogroepen en hun vindplaatsen zijn in kaart gebracht en er zijn afspraken over het organiseren van een passend aanbod.

Geprioriteerde actie(s) • Onderzoeken (bijv. via participatief actieonderzoek) of de risicogroepen voldoende in beeld zijn in de regio en wat ze nodig hebben. • Onderzoeken welk aanbod (regionaal/lokaal) hierbij aansluit en hier per subdoelgroep een plan voor uitwerken. • Hierin meenemen hoe de reeds bestaande inloop- of ontmoetingsplekken (zoals die van R-Newt, RIBW Brabant of Brabant Maatjes) goed kunnen worden benut of dat uitbreiding van fysieke inlooppunten wenselijk is (zie ook pijler 1). • Onderzoeken of (y)MHFA of vergelijkbare training passend is en in hoeverre dit overlapt met de gatekeeperstrainingen uit pijler 2.

35

Uitwerking pijler 3 – Risicogroepen Risicogroepen die genoemd werden: • • • • •

Agrariërs LHBTQIA+ Mannen 40-59 Arbeidsmigranten Jongeren en jongvolwassenen

Stap 1: Onderzoeken of die groepen in de regio Midden-Brabant voldoende in beeld zijn en wat ze nodig hebben/wat werkt? Dit vraagt maatwerk, waarbij o.a. rekening gehouden moet worden met verschillen in cultuur/taal. Laat de doelgroep zelf meedenken. Overweeg de optie om via participatief onderzoek behoeften op te halen en dit te toetsen bij lokaal/ regionaal klankbord en zo speerpunten/ actiepunten te benoemen. • Agrariërs: hier zijn voorbeelden van, bijvoorbeeld Boeren in Beeld (GGD IJsselland, 2025), zie bijlage 1 voor een samenvatting hiervan. • LHBTQIA+: (jong en ouder), te bereiken via initiatieven van COC? • Jongeren: hier zijn verschillende acties die ingezet kunnen worden via o.a. onderwijs, welzijn, verenigingsleven, zorg, informeel netwerk. • Jongvolwassenen: o.a. subdoelgroep studenten van MBO/HBO/universiteit (waaronder internationale studenten), vindplaats via sleutelfiguren. Cijfers zijn op te halen via het RIVM, GGD GHOR Nederland en het Trimbos-instituut. • Voor de doelgroep mannen van middelbare leeftijd (40-59) en de doelgroep arbeidsmigranten is wellicht aanvullend onderzoek nodig. Vindplaats mogelijk via o.a. UWV, sociaal-maatschappelijk werk.

Stap 2: Onderzoeken welk aanbod aansluit. Mogelijkheid: De reeds bestaande cursus Mental Health First Aid* (MHFA + Youth variant) heeft het thema suïcide al ingebed, maar kan eventueel nog aangevuld met elementen uit de gatekeeperstraining. Dit is voor meerdere doelgroepen inzetbaar. Is bedoeld voor onderwijs/ sportverenigingen/ informeel netwerk/ welzijn etc. NB: Mogelijk overlapt deze training met de acties uit pijler 2. Daarnaast: nadenken over het benutten van reeds bestaande inloop- of ontmoetingsplekken (zoals die van RNewt, RIBW Brabant of Brabant Maatjes) of het uitbreiden van fysieke inlooppunten (zie ook pijler 1). *MHFA: zie toelichting op volgende pagina

Nodig: ervaringsdeskundigen en (ervaringsdeskundige) trainers die weten wat te doen (interventie bij crisis). Zo mogelijk inzetbaar via o.a. RIBW Brabant, Novadic Kentron, GGZ Breburg en R-Newt.

Aandachtspunten: • Welke knelpunten kent het systeem, dit goed in beeld brengen. Hierin aandacht voor taal en cultuur, het is maatwerk. Het ondervangen van deze knelpunten en ‘out of the box denken’ zijn randvoorwaarden voor een succesvolle aanpak. • Voldoende vaardige trainers trainen en beschikbaar hebben kost tijd, een nieuwe training maken kost ook tijd.

36

Input voor pijler 3 – Risicogroepen Huidige inzet/aanbod

Betrokken partijen

Doel: Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen naar hulp te leiden. Young Minds Matter Integrale aanpak in Midden-Brabant die tot doel heeft om een omgeving te creëren waarin jongeren met mentale gezondheidsproblemen de juiste GGD HvB, R-Newt, GGz Breburg (preventie), IMW Gewenst resultaat: nog gezamenlijk te formuleren aandacht, zorg en begeleiding krijgen. Via deze aanpak wordt het taboe op mentale problemen verminderd, weten jongeren beter waar ze terecht Tilburg, PrimaCura GGZ, Innovatienetwerk Jeugd en kunnen en wordt zorg- en hulpverlening beter op elkaar afgestemd. Begonnen in 20-21 als pilot voor 12-18 jaar op 5 VO-scholen in de regio MiddenNovadic Kentron, i.s.m.onderwijs en gemeente Brabant. Zie ook: Young Minds Matter - GGD Hart voor Brabant KOPP/KOV-groepen (gericht op kinderen/jongeren/jongvolwassenen)

GGz Breburg, Novadic Kentron

Ondersteuningsaanbod op gebied van suïcide voor naasten

GGz Breburg

Even Niet Alleen (ENA): steunpunt voor en door jongeren van 16-27 jaar, waarin jongeren met elkaar het gesprek aan gaan over mentaal welzijn en een luisterend oor zijn voor elkaar. Locaties (in uitbreiding): Tilburg Zd, Tilburg Reeshof, Boxtel, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Loon op Zand, Heusden.

R-Newt

Laagdrempelige steunpunten (op locaties in Tilburg, Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Kaatsheuvel, Altena*) *Altena hoort bij West-Brabant

RIBW Brabant

Werkgroep ‘Wellbeing students’ in Tilburg. Zijn met elkaar in gesprek over initiatieven om bewoners van studentencomplex beter te kunnen bereiken, sociaal isolement te doorbreken, psychische kwetsbaarheid te signaleren en juist door te verwijzen wanneer dit nodig is.

Tilburg University, Stichting Avondje Uit, Talent Square, GGz Breburg, 113 Zelfmoordpreventie, TBV wonen

Mogelijke inzet/aanbod

Betrokken partijen

In kaart brengen risicogroepen, inclusief hoe deze te bereiken, bijv. LHBTIQ+, mannen middelbare leeftijd (bijv. met uitkering/arbeidsongeschikt, zonder partner, agrariërs) Participatief actieonderzoek uitvoeren om samen met de doelgroep de behoeften in kaart te brengen en passende interventies in te zetten Verbinden van de acties vanuit het actienetwerk suïcidepreventie met de al lopende, integrale netwerksamenwerking Young Minds Matter en de werkwijze Young Minds Matter op het VO.

GGD HvB, R-Newt, GGz Breburg (preventie), IMW Tilburg, PrimaCura GGZ, Innovatienetwerk Jeugd en Novadic Kentron, i.s.m. onderwijs en gemeente

Onderwijs helpen bij opstellen en implementeren beleid t.a.v. (poging tot) zelfdoding in het onderwijs

113 Zelfmoordpreventie, onderwijs

Signaleringskaart Zelfmoordpreventie voor het onderwijs

113 Zelfmoordpreventie, onderwijs

Ontwikkelen van een eigen routekaart voor netwerkpartners, zie Leidraad suïcidepreventie bij jongeren

Alle samenwerkingspartners

STORM-aanpak (nu alleen in Noordoost-Brabant) en hierin suïcidepreventie expliciet als thema opnemen STORM staat voor Strong Teens and Resilient Minds. In de aanpak leren jongeren dat zij zelf invloed hebben op hun gevoelens, stemming en mentale gezondheid. Zij leren hun negatieve gedachten om te buigen naar positieve, wat hen helpt in hun ontwikkeling tot gezonde volwassenen.

GGD HvB, GGz i.s.m. onderwijs

Laagdrempelige steunpunten benutten/verder uitrollen

RIBW Brabant

Ontmoetingsbijeenkomsten voor mannen 40-70 jaar, voorbeeld: Man in Mind Meetup Friesland | 113 Zelfmoordpreventie

37

Pijler 4

Netwerkbrede samenwerking

Pijler 4 Netwerkbrede samenwerking Doel Met partners binnen het actienetwerk samenwerkingsafspraken maken en vastleggen, zodat de onderlinge afstemming en samenwerking tussen het sociale en zorgdomein wordt versterkt en daarmee personen met suïcidale gedachten of suïcidaal gedrag eerder (h)erkend, doorverwezen en geholpen worden en de juiste (na)zorg ontvangen.

Gewenst resultaat • •

Binnen de preventie-zorgketen (met daarin zowel het sociaal als het medisch domein vertegenwoordigd) zijn samenwerkingsafspraken gemaakt en vastgelegd. De kennis en handelingsbekwaamheid van professionals is versterkt: professionals uit de zorg en het sociaal domein zijn getraind in het tijdig herkennen van depressie en suïcidaal gedrag, en in het effectief behandelen of gericht doorverwijzen van mensen met deze problematiek.

Geprioriteerde actie(s) • •

•

•

Maken van een signaleringskaart/routekaart voor inwoners en/of sleutelfiguren (op basis van bestaande voorbeelden), zie pijler 1. Zorgprofessionals (o.a. huisartsen, praktijkondersteuners van de huisartsen (POH’s), psychologen) en professionals uit het sociaal domein (maatschappelijk werk, UWV, schuldhulpverlening, onderwijs, wijkteams) informeren over doorverwijzingsmogelijkheden en (voor zover dat nog niet gebeurt) suïcidepreventie trainingen aanbieden. Denk aan gratis e-learning van 113 Zelfmoordpreventie en aanbod voor huisartsen via de NHG, zie pijler 2. Suïcidepreventie en het actienetwerk suïcidepreventie agenderen binnen bestaande netwerken en overlegstructuren zoals bij de mentale gezondheidsnetwerken of andere samenwerkingsverbanden die voortkomen uit het IZA-transformatieplan ‘Samen Mentaal Sterk’, IZA overleg mentale gezondheid jeugd/Young Minds Matter, huisartsengroepen, Stevige Lokale Teams en diverse netwerken waarbij het welzijn van jongeren besproken wordt. Via deze netwerken de routekaart verspreiden. Onderzoeken of er een vervolg kan komen op Supremocol (landelijk nu Sumona), voortbouwend op de evaluatie hiervan.

39

Uitwerking pijler 4. Netwerkbrede samenwerking Inleiding Bij pijler 4 is er sprake van veel samenhang met de overige pijlers. Zo zal het uitvoeren van de acties bij de pijlers 1 t/m 3 de samenwerking in de regio versterken. Ook aansluiten bij lopende initiatieven en bestaande netwerkstructuren zal hieraan bijdragen. Dit maakt het mogelijk om gerichter in te zetten op het sluitend maken van het netwerk, met aandacht voor het tijdig (h)erkennen, juist doorverwijzen tot aan het bieden van de juiste (na)zorg.

Thema inbrengen bij bestaande samenwerkingsverbanden Het thema suïcidepreventie zal geagendeerd moeten worden bij bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld binnen de IZAwerkgroepen, mentale gezondheidsnetwerken of andere samenwerkingsverbanden die voortkomen uit het IZA-transformatieplan ‘Samen Mentaal Sterk’, Young Minds Matter, huisartsengroepen, bij de sociale wijkteams (die nu doorontwikkeld worden tot Stevige Lokale Teams, SLT*) en tot slot bij de diverse netwerken waarbij het welzijn van jongeren besproken wordt.

Routekaart ontwikkelen, informatie verspreiden en trainingen De ontwikkeling van een regionale/lokale routekaart is ondergebracht bij pijler 1 (publiekscampagne). Ook het verspreiden van deze en andere relevante informatie onder zorgprofessionals (o.a. huisartsen, praktijkondersteuners, psychologen) en professionals uit het sociaal domein (zoals maatschappelijk werk, UWV, schuldhulpverlening, onderwijs, sociale wijkteams, laagdrempelige steunpunten) is onderdeel van de publiekscampagne (pijler 1). Dit zal helpen om inzichtelijk te maken wat verschillende partijen (lokaal en regionaal) kunnen betekenen. Het helpt ook om het bewustzijn over suïcide bij professionals te vergroten. Om elkaar écht te leren kennen en te kunnen versterken is er nodig: • begrip • bewustzijn van wie wat doet • van elkaar willen leren • snel kunnen schakelen

Specifiek is er aandacht nodig voor: • Wachtlijsten: de toegankelijkheid van de (jeugd-)GGZ is momenteel een groot knelpunt. Wie kan hierin samenwerken en wat kunnen de sociale wijkteams hierin betekenen? • Verspreiding routekaart met het aanbod wat er al is (incl. steunpunten etc.). • Juiste zorg en begeleiding na een poging. • Nazorg vangnet: wat is er en hoe kunnen we dit samen doen? • Hoe kan het sociale netwerk van de betreffende persoon zo goed mogelijk betrokken worden? Het verdient ook aanbeveling om te onderzoeken of er een vervolg kan komen op SUPREMOCOL (landelijk nu Sumona), waarbij de lessen uit het verleden goed moeten worden meegenomen. Zie bijlage 1 voor een samenvatting hiervan.

Het op lokaal niveau aanbieden van trainingen en intervisie waaraan zowel professionals uit het zorg- als het medisch domein deelnemen, zal bijdragen aan het elkaar beter leren kennen (zie pijler 2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16408911/1