CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 bij toelichting - Natuurtoets

RAAD 30 januari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiligenboom (Oostelvoortjes II) - aangenomen20.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit de lijst van potentiële storingsfactoren blijft een aantal factoren over die mogelijk relevant zijn voor het project en daarom aan een nadere beschouwing moeten worden onderworpen. Het betreft de mogelijke effecten van de volgende storingsfactoren: 1. Verzuring en vermesting; 2. Verstoring door geluid en trilling; 3. Verstoring door licht; 4. Optische verstoring; Ten aanzien van de aanlegfase geldt dat vanwege de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied, de ligging in de bebouwde kom en het tussenliggende gebied (met wegen en woningen, etc.) effecten van de aanleg van de woningen ten aanzien van verstoring door licht, geluid, trilling, optische verstoring op voorhand

blad 30 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

worden uitgesloten. Voor de gebruiksfase kunnen effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Vanwege een mogelijke toename van recreatie kunnen voorgenoemde effecten optreden. 1. Verzuring en vermesting Effecten van stikstof worden middels een AERIUS-berekening bepaald. Resultaten van deze berekening worden in een losse rapportage beschreven. 2. Verstoring door geluid en trilling De verstoringsfactor geluid betreft verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen. Verstoring door geluid kan permanent zijn of tijdelijk zoals bij de aanlegwerkzaamheden. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag. Dit kan vervolgens leiden tot het verlaten van het leefgebied en/of afname in het reproductie succes en overleving. 3. Verstoring door licht Dit betreft verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. 4.

Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring.

3.4

Voorkomen en verspreiding natuurwaarden in en nabij het projectgebied Sommige habitattypen, en -soorten zijn strikt gebonden zijn aan (delen van) het Natura 2000-gebied, andere kunnen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied voorkomen. Zo zijn de habitattypen sessiel (kunnen zich niet voortbewegen) en komen derhalve alleen voor binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse vennen. De Natuurdoelanalyse voor Kampina en Oisterwijkse vennen is gebruikt om in de verspreiding van habitattypen en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden inzichtelijk te maken.

3.4.1

Habitattypen In figuur 3.3 is de habitattypenkaart te zien met daarop de ligging van het plangebied ten opzichte van de habitattypen weergegeven. Op de kaart is te zien dat bijna alle habitattypen van het Natura 2000-gebied binnen een straal van 5 kilometer afstand van het plangebied liggen.

blad 31 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 3.3. Ligging plangebied (rode cirkel) op habitattypenkaart met habitattypen Kampina & Oisterwijkse Vennen (bron: Provincie Noord-Brabant, NDA)

3.4.2

Habitatsoorten Gevlekte witsnuitlibel

Sinds 2006 is in het Natura 2000-gebied een bestendige populatie van de gevlekte witsnuitlibel aanwezig. Bestendige populatie betekent twee keer een succesvolle voortplanting binnen vijf jaar. De soort is gebonden aan de zwak gebufferde vennen. De soort is tot 2019 waargenomen bij het Winkelsven, Klokketorenven, Hondsbergven en Achterste Vennen, maar ook op het Banisveld. Ook in de NDFF zijn waarnemingen van de soort opgenomen. Waarnemingen zijn gedaan op bovengenoemde locaties, maar ook bij de Goorvennen, Van Esschen Witven en verspreid door Kampina. De verwachting is dat de populatie uit enkele tientallen exemplaren bestaat, terwijl voor een duurzame populatie minstens vijfhonderd individuen per jaar aanwezig moeten zijn. Kleine populaties van enkele tientallen exemplaren kunnen zich goed een aantal jaren handhaven, maar verdwijnen vaak geleidelijk. Mogelijk dat de droge jaren invloed hebben gehad op de aanwezigheid van de gevlekte witsnuitlibel op de Kampina. Bekend is dat de soort in 11 jaar in tien wateren is waargenomen, maar in 2020 nog slechts in drie.

blad 32 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 3.4. :Overzichtskaart van de telroutes van de gevlekte witsnuitlibel in de Kampina & Oisterwijkse vennen (Bron: NDA). Met cirkels is aangegeven waar de soort is aangetroffen. De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel. Potentieel leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel is weergegeven in figuur 3.5.

Figuur 3.5. Aanwezigheid van potentiële leefgebieden van de habitatrichtlijnsoorten gevlekte witsnuitlibel (H1042) en kamsalamander (H1166) binnen Kampina & Oisterwijkse Vennen (bron: T0-kaart) (NDA)). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel. Gestreepte waterroofkever

blad 33 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Sinds 1995 is een kleine populatie van de gestreepte waterroofkever aanwezig in de Oisterwijkse Vennen, in het Voorste een Achterste Goorven. Ook in 2019 is deze soort waargenomen in het Voorste Goorven (één locatie) en het Achterste Goorven (twee locaties), evenals in het Klein Aderven (één locatie). In de andere zeer zwakgebufferde vennen is de gestreepte waterroofkever niet waargenomen. Het aantal gevangen gestreepte waterroofkevers was te laag om de populatiegrootte te kunnen bepalen. De soort komt voor zover bekend niet voor in de Kampina (NDA). In het beheerplan en andere beschikbare informatie is niet aangegeven in hoeverre leefgebieden geschikt zijn en wat de kwaliteit van leefgebieden is voor de gestreepte waterroofkever. De populatie gestreepte waterroofkevers lijkt stabiel te zijn in het Natura 2000-gebied. De soort koloniseert echter geen andere vennen op eigen kracht, wat indiceert dat de condities in andere vennen niet geschikt zijn (NDA). In figuur 3.6 is het voorkomen van de gestreepte waterroofkever in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen weergegeven.

Figuur 3.6. Voorkomen van de habitatrichtlijnsoort gestreepte waterroofkever (H1082) binnen onderzochte locaties in Kampina & Oisterwijkse Vennen. Weergegeven zijn de vijf in 2019 onderzochte zeer zwakgebufferde vennen en of de kever is aangetroffen. Figuur afkomstig uit HAS, 2019c (NDA). Kleine modderkruiper

De kleine modderkruiper is op verschillende plekken in het Natura 2000-gebied aanwezig (zie figuur 3.7). In het onderzoek van Kranenbarg et al. (2021) werd de kleine modderkruiper in alle vier onderzoeksgebieden aangetroffen (NDA). Ook is de soort aangetroffen in een km-hok waarin rivierdonderpadonderzoek plaatsvond (148-396). In de Beerze kwam de soort in hoge dichtheden voor, met zowel adulten als juvenielen. In de Rosep kwam de soort in lagere aantallen voor (ATKB, 2021; Kranenbarg et al., 2021 (NDA)). Ook bij andere trajectcontroles in 2019 werd de kleine modderkruiper aangetroffen in de Beerze en in het Belversven, nabij de Rosep (HAS, 2019). In het herstelde Tongbersven Oost is in 2014 en 2017 geen kleine modderkruiper gevonden (Spikmans, 2017 (NDA)). De vrees was dat de populatie door de droge zomers in 2019 en 2020 was achteruitgegaan. In 2020 zijn in de Heiloop (die nog niet was gedempt) een aantal dieren gevangen en op een andere locatie in de Beerze weer uitgezet (Natuurmonumenten, 2020).

blad 34 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 3.7 Voorkomen van de habitatrichtlijnsoort kleine modderkruiper (H1149) op onderzochte trajecten in Kampina & Oisterwijkse Vennen. Weergegeven zijn het aantal trajecten per km-hok waarin de soort in de periode 2019-2021 is aangetroffen. Figuur afkomstig uit Kranenbarg et al., 2021 (NDA). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel. Rivierdonderpad

De rivierdonderpad is op verschillende plekken in het Natura 2000-gebied aanwezig (zie figuur 3.8). In het onderzoek van Kranenbarg et al. (2021) werd de soort in twee van de vier gemonitorde kilometerhokken aangetroffen (NDA). Vermoedelijk zijn waarnemingen in de Beerze gedaan. Zowel adulte als subadulte dieren zijn gevonden, beide met een relatief lage dichtheid. Bij andere trajectcontroles in 2019 werd de rivierdonderpad niet aangetroffen binnen de trajecten in de Beerze, het Belversven of de Rosep. In een ander onderzoek is wel één individu waargenomen in de Beerze (HAS, 2019c). De vrees was dat de populatie door de droge zomers in 2019 en 2020 was achteruitgegaan. In 2020 is in de oude beekloop nog een exemplaar gevangen en vanwege het dempen op een andere locatie stroomafwaarts weer uitgezet (Natuurmonumenten, 2020).

Figuur 3.8. Voorkomen van de habitatrichtlijnsoort kleine modderkruiper (H1163) op onderzochte trajecten rondom de Beerze, gelegen in Kampina & Oisterwijkse Vennen. Weergegeven zijn het aantal trajecten per km-hok waarin de soort in de periode 2019-2021 is aangetroffen. Figuur afkomstig uit Kranenbarg et al., 2021 (NDA). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel. Kamsalamander

Potentiële leefgebieden van de kamsalamander (in dit geval met name voortplantingswateren) zijn weergegeven in figuur 3.9. De kamsalamander is op verschillende plekken in het Natura 2000-gebied aanwezig. Volgens de PASgebiedsanalyse komt de soort voor in het beekdal van de Beerze nabij Balsvoort. Ook in het noorden op landgoed Nemerlaer en ten westen van Moergestel zijn populaties aanwezig (buiten het Natura 2000 gebied. Later werd met het onderzoek van Kranenbarg et al. (2021) op vijf van de zeven gemonitorde locaties de kamsalamander aangetroffen. Op veel plekken waren eitjes aanwezig en vooral aan de zuidkant van het gebied, waren de meeste onderzochte wateren bezet door de soort. Met slechts een paar populaties komt de kamsalamander maar spaarzaam voor in Kampina & Oisterwijkse Vennen. De trend is volgens gebiedsexperts stabiel (Provincie Noord-Brabant, 2017b (NDA)). De droge jaren hebben mogelijk invloed op de populatie. Het droogvallen van de poelen leidt enerzijds tot terugloop in juvenielen, maar zorgt ook dat predatoren

blad 35 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

verdwijnen. Op de Kampina zijn in ieder geval in 2020 weinig juvenielen en dikkopjes aangetroffen (Natuurmonumenten, 2020 (NDA)).

Figuur 3.9. Voorkomen van de habitatrichtlijnsoort kamsalamander (H1166) op onderzochte trajecten in Kampina & Oisterwijkse Vennen. Weergegeven zijn het aantal trajecten per km-hok waarin de soort in de periode 2019-2021 is aangetroffen. Figuur afkomstig uit Kranenbarg et al., 2021 (NDA). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel. Drijvende waterweegbree

Het soortbeschermingsplan voor de drijvende waterweegbree in Noord-Brabant beschrijft een sterke achteruitgang in het verleden in het Groot Huisven, Witven, van Esschenven en Voorste Goorven door het effect van zure regen. Volgens het rapport is de soort ook afgenomen in de Beerze (zie ook Natuurmonumenten, 2020) door de inlaat van gebiedsvreemd (afval)water en uitspoeling vanuit de landbouw. In 2008 is de drijvende waterweegbree aangetroffen in het Winkelsven (zie ook Natuurmonumenten, 2020 (NDA)) en in 2010 in het Witven. In 2013 vond men een grote groeiplaats in de Braakloop (Provincie NoordBrabant, 2017b). Figuur 3.10 laat zien dat in de periode 2019-2021 de soort op verschillende plekken in het Natura 2000-gebied aanwezig was. In het onderzoek van Kranenbarg et al. (2021), werd de soort in zeven van de acht gemonitorde locaties aangetroffen in de periode 2019-2021 en waren ondergedoken rozetten soms talrijk aanwezig. In het Belversven is de soort voor het laatst waargenomen in 2015. De meeste bloeiende exemplaren werden aangetroffen in het Van Esschenven. Ook in het Staalbergven waren aanzienlijke aantallen planten aanwezig (Natuurmonumenten, 2020; Kranenbarg et al., 2021 (NDA)). Gebiedsexperts schatten de trend in als stabiel tot matig toenemend (Provincie Noord-Brabant, 2017b (NDA)).

blad 36 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 3.10. Voorkomen van de habitatrichtlijnsoort drijvende waterweegbree (H1831) op onderzochte trajecten in Kampina en Oisterwijkse Vennen. Weergegeven zijn het aantal trajecten per km-hok waarin de soort in de periode 2019-2021 is aangetroffen. Figuur afkomstig uit Kranenbarg et al., 2021 (NDA). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel.

3.4.3

Broedvogels Dodaars

De dodaars is gebonden aan de zwakgebufferde vennen. De soort komt volgens het beheerplan voor in de Huisvennen, het Winkelsven en verschillende Oisterwijkse Vennen (Provincie Noord-Brabant, 2017a). Aanwezigheid van de soort in 1999 op de Kampina is weergegeven in Figuur 3.11. Uit gegevens uit de NDFF voor de laatste 10 beschikbare jaren blijkt dat de soort in vrijwel alle vennen in het Vogelrichtlijngebied is waargenomen en ook in vrijwel alle vennen in het Habitatrichtlijndeel van het Natura 2000- gebied (HAS, 2019c). Alleen van het Beeldven zijn geen waarnemingen bekend.

Figuur 3.11. Verspreiding van de dodaars in 1999 op de Kampina. Bijlage 2.6 van Provincie Noord-Brabant, 2017a (NDA).

blad 37 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Roodborsttapuit

De roodborsttapuit komt voornamelijk voor in open tot halfopen, vaak droge gebieden met struweelopslag of hoog opschietende kruiden. De soort is in het Natura 2000-gebied met name gebonden aan stuifzandheiden met struikhei, vochtige heiden, droge heiden en blauwgraslanden. Het centrale deel van de Kampina is volgens het beheerplan aangewezen als het kerngebied van de roodborsttapuit (Provincie Noord-Brabant, 2017a). Uit gegevens uit de NDFF voor de laatste tien beschikbare jaren blijkt dat de vogel slechts sporadisch is waargenomen in Oisterwijkse Vennen, dat buiten het Vogelrichtlijngebied ligt. Wel zijn veel waarnemingen gedaan van de roodborsttapuit in het centrale deel van de Kampina, het oostelijke deel van de Kampina, het Banisveld (geen Vogelrichtlijngebied!) en ten zuidwesten van het Winkelsven. Van structurele monitoring van deze soort en de leefgebieden is geen sprake. De monitoring die heeft plaatsgevonden, is gedaan in twee telgebieden De Weerd-Noord (gelegen in het oostelijke deel van de Kampina) en Banisveld, waarvan de laatste niet binnen het Vogelrichtlijngebied is gelegen (HAS, 2019c) (NDA). In figuur 3.12 zijn de potentiële leefgebieden van de roodborsttapuit weergegeven.

Figuur 3.12. Potentiële leefgebieden van roodborsttapuit in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Bron: T0-kaart (NDA). De locatie van het plangebied is weergegeven middels een blauwe cirkel.

3.4.4

Niet-broedvogels, taigarietgans In het Natura 2000-gebied verblijft de soort ’s winters in de noordelijke Huisvennen, het Meeuwenven en het Ganzenven en op de grote Centrale Heide in de Kampina (Provincie Noord-Brabants 2017a (NDA)). Dit betreft het Vogelrichtlijngebied. De taigarietgans in Kampina & Oisterwijkse Vennen heeft een doelaantal van maximaal gemiddeld honderd vogels in het seizoen. Tussen 2006 en 2010 werd een seizoensgemiddelde van 25 waargenomen (Koffijberg et al., 2011 (NDA)). Het doelaantal werd destijds dus niet behaald. Sovon-data laten zien dat het aantal taigarietganzen op slaapplaatsen in het Natura 2000-gebied sinds 2000 sterk is afgenomen. Het beheerplan

blad 38 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

bevat geen mogelijke verklaringen voor deze afname. Vermoedelijk is de oorzaak van de afname het uitblijven van strenge winters.

3.4.5

Samenvattend Aanlegfase Ten aanzien van de aanlegfase geldt dat vanwege de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied, de ligging in de bebouwde kom en het tussenliggende gebied (met wegen en woningen, etc.) effecten van de aanleg van de woningen ten aanzien van verstoring door licht, geluid, trilling, optische verstoring en mechanische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase kunnen effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Vanwege een mogelijke toename van recreatie kunnen storende effecten optreden. Ten aanzien van de habitattypen geldt echter dat wandelen, fietsen en paardrijden in het gebied alleen zijn toegestaan op wegen en paden. Er vindt geen betreding van habitattypen plaats. Daarmee zijn (significant) negatieve effecten voor de habitattypen uit te sluiten. Voor habitatsoorten geldt dat deze niet in de omgeving van het plangebied voorkomen. Verder geldt dat habitatsoorten (vrijwel) ongevoelig zijn voor verstoring door geluid, trilling, licht en optische verstoring. Ze zijn vooral gevoelig voor verstoring in het water of in de directe omgeving van het water en daar is geen sprake van bij het voornemen. Daarmee zijn (significant) negatieve effecten voor de habitatsoorten uit te sluiten. Vogelrichtlijnsoorten zijn mogelijk wel gevoelig voor voorgenoemde vormen van verstoring.

De woningbouw kan een toename van menselijke activiteiten tot gevolg hebben in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen. Dit brengt extra verstoring voor vogels met zich mee. Extra recreanten die het Natura 2000-gebied bezoeken zullen voornamelijk fietsers en wandelaars zijn. Omdat fietsers zich relatief snel en geruisloos verplaatsen, is te verwachten dat de verstoring minder zal zijn dan door wandelaars. De verstoring duurt minder lang en het gedrag van de fietser is voorspelbaar, namelijk rechtdoor met weinig stoppen (Krijgsveld et al, 2022). Wandelaars verstoren meer vogels. Gezien het feit dat fietsers vaak minder verstoring veroorzaken dan voetgangers en het niet duidelijk is welke vorm van recreatie de nieuwe recreanten zullen beoefenen, wordt er voor de zekerheid vanuit gegaan dat de toename in recreatiedruk op het Natura 2000gebied Kampina & Oisterwijkse vennen vooral door wandelaars wordt veroorzaakt (worst case scenario). Voor een aantal soorten is vastgesteld dat de dichtheid aan broedvogels en/of aan foeragerende vogels afneemt in de buurt van wegen of paden. Ook zijn er negatieve effecten aangetoond op broedsucces en foerageersucces (Krijgsveld et al, 2022). Niet alle vogelsoorten zijn in gelijke mate gevoelig voor verstoring. In onderstaande paragraaf vindt de toetsing plaats van de effecten van een toename in recreatie op vogelrichtlijnsoorten.

3.5

Recreatie Kampina & Oisterwijkse vennen Recreatie op het land Kampina & Oisterwijkse Vennen is al sinds jaar en dag een zeer drukbezocht gebied. Naar schatting komen er in het gehele gebied jaarlijks tussen de vijf- en achthonderdduizend bezoekers. De Oisterwijkse Bossen zijn recreatief goed ontsloten en er zijn veel recreatieve voorzieningen en horecagelegenheden. De Kampina is een goed bezocht en goed ontsloten natuurgebied voor wandelaars, fietsers ruiters en menners. Het deelgebied ten westen van de Reusel is het minst ontsloten. De wegen en paden op landgoed De Rozephoeve zijn opengesteld voor publiek. Het gebied is vrije toegankelijk op alle wegen en paden, met uitzondering van de particuliere eigendommen in het westen. In en rond het gebied zijn twintig parkeerplaatsen, die op de recreatieve kaarten van het gebied staan. Vanuit hier starten wandel-, fiets-, ruiter- en menroutes. In het oosten hebben de parkeerplaatsen ook informatieborden.

blad 39 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

In het gebied tussen de Reusel en de Beerze liggen enkele fietspaden en doorgaande wegen. Er zijn geen mountainbikeroutes. Honden moeten aangelijnd zijn. In het gebied zijn twintig wandelroutes, waarvan drie langeafstandwandelpaden (LAW). Behalve reguliere wandelroutes zijn er in het gebied ook twee rolstoelroutes. Wandelen, fietsen en paardrijden zijn in het gebied alleen toegestaan op wegen en paden. Honden dienen in het gehele gebied aangelijnd te zijn. Recreatie in en op het water Het Staalbergven is in gebruik als natuurbad. Het Staalbergven kan een natuurgerichte zwemlocatie blijven, als een kwaliteitsimpuls, extensivering en landschappelijke inpassing goed worden ingevuld. Zowel gelet op het ven zelf als de omgeving, extensief geëxploiteerd door de gemeente Oisterwijk. Natuurmonumenten streeft op termijn naar verplaatsing van de chloorbaden naar een primaire zwemfaciliteit in de gemeente Oisterwijk of omgeving. Kanovaart op de beken die door Kampina & Oisterwijkse Vennen stromen, is niet toegestaan, met uitzondering van de Reusel/ Achterste stroom. In het Kolkven vindt sportvisserij plaats, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van bijvoeren. De hengelsportvereniging heeft hiervoor een overeenkomst met Natuurmonumenten. Op termijn wil Natuurmonumenten alle opties openhouden om het Groot Kolkven te herstellen. De komende jaren wordt er geen sanering voorzien.

Bij voldoende vorst wordt er geschaatst op het Brandven en het Kolkven. De schaatsvereniging De Vennen heeft een draaiboek, waarin staat welke maatregelen de vereniging neemt, zodat de natuur geen hinder ondervindt van het schaatsen. Op het Staalbergven mag van de beheerder tot 22.00 uur worden geschaatst. Dat kan dankzij de aanwezige verlichting. De hier aanwezige habitattypen worden ontzien door een goede naleving van de activiteiten via een draaiboek bij de betreffende schaatsvereniging.

3.6

Toetsing Natura 2000 – recreatie en vogelrichtlijnsoorten In het plangebied worden circa 200 woningen gerealiseerd. Gemiddeld wonen er in 2024 2,11 mensen in een Nederlands huishouden (CBS.nl). Dat betekent dat er ongeveer 422 mensen in het plangebied komen te wonen. Kampina & Oisterwijkse Vennen is al sinds jaar en dag een zeer drukbezocht gebied. Naar schatting komen er in het gehele gebied jaarlijks tussen de vijf- en achthonderdduizend bezoekers (beheerplan). Bezoekers komen niet alleen uit Moergestel, maar ook uit bijvoorbeeld Oisterwijk. Een dergelijk verhoging van het aantal inwoners (van de nieuwbouwwoningen) en daarmee het potentieel aantal recreanten is beperkt ten opzichte van de huidige receatiedruk. (Potentieel) leefgebied van doodaars, roodborsttapuit en toendrarietgans bevindt grotendeels zich op ruime afstand van het plangebied. Het vogelrichtlijngebied ligt dan ook op een afstand van ruim drieënhalve kilometer van het plangebied. Recreatie als gevolg van de nieuwbouwplannen zal met name plaats vinden op loopafstand van het plangebied. Het gros van de recreatieve uitloop heeft naar verwachting een bereik van maximaal 2 km. Dit overlapt niet met het Vogelrichtlijngebied. Voor de dodaars geldt een verstoringsafstand van 100 tot 300 meter. De dodaars schuwt de nabijheid van mensen niet en komt ook veel voor in recreatiegebieden en stadsgrachten (Min. LNV, 2008 ).

Gezien deze informatie kan er gesteld worden dat de dodaars niet verstoringsgevoelig is voor de aanwezigheid van mensen. Daarmee zijn (significant) negatieve effecten voor de dodaars uit te sluiten. De verstoringsgevoeligheid van de roodborsttapuit is matig groot. Mogelijk is er geen verstorend effect in heideterreinen, ook als daar intensief gerecreëerd wordt (Min. LNV, 2008). Bovendien is de trend van het aantal roodborsttapuiten stabiel, ondanks de recreatiedruk. Naar schatting waren in 2020 ongeveer 40 broedparen aanwezig in Kampina & Oisterwijkse Vennen (Sovon, 2020). Daarmee wordt het doelaantal van een populatie van ten minste 35 broedparen dus wel behaald en lijkt de instandhoudingsdoelstelling (die betrekking heeft op de draagkracht) dus ook gehaald. Het beperkt aantal extra wandelaars op de paden (het vogelrichtlijngebied ligt op grote afstand tot het plangebied) zullen de draagkracht van het gebied niet negatief beïnvloeden. Daarmee zijn (significant) negatieve effecten voor de roodbortsttapuit uit te sluiten.

blad 40 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

De verstoringsgevoeligheid van taigarietgans is groot (Krijgsveld et al, 2022). Recreatie vindt met name plaats bij mooi weer. Het is de verwachting dat de toename in recreatie vooral gedurende het voorjaar en de zomer plaatsvindt en dat het in de wintermaanden relatief gering is. De toendrarietgans verblijft ’s winters in het Natura 2000-gebied en ondervindt daarom waarschijnlijk geen nadelige effecten van de woningbouw en de daarbij komende recreatie. Daarmee zijn (significant) negatieve effecten voor de taigarietgans uit te sluiten. In het plangebied worden circa 200 woningen gerealiseerd. Gemiddeld wonen er in 2024 2,11 mensen in een Nederlands huishouden (CBS.nl). Dat betekent dat er ongeveer 422 mensen in het plangebied komen te wonen. Kampina & Oisterwijkse Vennen is al sinds jaar en dag een zeer drukbezocht gebied. Naar schatting komen er in het gehele gebied jaarlijks tussen de vijf- en achthonderdduizend bezoekers (beheerplan). Bezoekers komen niet alleen uit Moergestel, maar ook uit bijvoorbeeld Oisterwijk. Een dergelijk beperkte verhoging van het aantal inwoners (van de nieuwbouwwoningen) en daarmee het potentieel aantal recreanten leidt niet tot extra verstoring van (broed)vogels in natuurgebied.

blad 41 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

4.

Gebiedsbescherming overig

4.1

Natuurnetwerk Brabant (NNB) In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied bevindt zich op circa 12 meter ten oosten van het plangebied. Zie ook figuur 4.1. In de provincie Noord-Brabant is sprake van toetsing van mogelijke effecten op NNB als gevolg van externe werking. De omgevingsverordening stelt: “Ook wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB. Dit is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding. Deze opsomming is niet uitputtend bedoeld, ook schaduwwerking, windturbulentie of het oprichten van een afscheiding langs een natuurgebied waardoor migratie niet langer mogelijk is, kan negatieve effecten hebben op de aanwezige waarden van het NNB.” (artikel 3.16, Omgevingsverordening Noord-Brabant) Het plangebied ligt op 12 meter van het NNB landschapstype L01.02 – Houtwal en houtsingel. De dichtstbijzijnde natuurtypes zijn “N00.01 – Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur” op 165 meter ten zuiden en 200 meter ten oosten van het plangebied (figuur 4.2). Effecten van het planvoornemen op N00.01 zijn uitgesloten aangezien deze gebieden nog geen natuurtype betreffen en hierom nog geen wezenlijke kenmerken en waarden hebben.

Landschapstype L01.02 betreft Houtwal en Houtsingel. Er zijn geen soorten aangewezen voor dit landschapstypen. De criteria voor het landschapstype bestaan uit beheersmaatregelen, welke niet worden veranderd door het voornemen. Effecten van het planvoornemen op het landschapstype zijn hierom uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde wat betreft NNB.

blad 42 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het NNB (groen gearceerd). Bron: Kaartbank Provincie Noord-Brabant.

Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van L01.02 – Houtwal en houtsingel (bruin gearceerd) en N00.01 – Landbouwgrond nog om te vormen naar natuur (roze gearceerd). Bron: Kaartbank Provincie Noord-Brabant.

blad 43 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

4.2

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied ligt niet in de groenblauwe mantel. Het plangebied grenst in het noordwesten en oosten wel aan de groenblauwe mantel. Zie ook figuur 4.3. Aangezien het plangebied niet in de groenblauwe mantel ligt en geen sprake is van externe effecten, zijn er geen vervolgstappen aan de orde.

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de groenblauwe mantel (gestreept gearceerd). Bron: Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten Het plangebied ligt niet in een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Het dichtstbijzijnde rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten bevindt zich op circa 27 kilometer ten noorden van het plangebied (nabij Oss). Effecten op rust- en foerageergebieden voor ganzen en smienten door het planvoornemen zijn uitgesloten.

4.3

Beschermde houtopstanden Wnb Als gevolg van het planvoornemen worden er geen bomen gekapt. Daarnaast zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden geen beschermde houtopstanden aanwezig. Beschermde houtopstanden Wnb zijn daarom niet relevant voor voorliggend planvoornemen.

blad 44 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

5.

Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

5.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, marterachtigen en vleermuizen. In tabel 5.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 5.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort(groep)

Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied?

Nader onderzoek nodig? Ja, zie tabel 3.2

Maatregelen?

Nader te bepalen

Ontheffing Wnb aan de orde? Nog onduidelijk

Vogels met een jaarrond beschermd nest (boomvalk, ransuil, sperwer) Vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus) Vogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil)

Ja, mogelijk nestplaatsen aan rand plangebied en mogelijk essentieel foerageergebied in plangebied

Ja, nestgelegenheid in de mogelijk te slopen woningen (Heiligenboom 1) en mogelijk essentieel foerageergebied op Heiligenboom 1 Ja, nestgelegenheid in de mogelijk te slopen bebouwing (Heiligenboom 1) en omgeving. Plangebied mogelijk onderdeel essentieel foerageergebied Ja, nestgelegenheid in opgaande begroeiing Bebouwing Heiligenboom 1 geschikt als verblijfplaatsen

Ja, zie tabel 3.2

Nader te bepalen

Nog onduidelijk

Ja, zie tabel 3.2

Nader te bepalen

Nog onduidelijk

N.v.t.

Ja, zie tabel 3.3 Ja, zie tabel 3.3

Nee

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes

Mogelijk vliegroute langs Heiligenboom en de groenstructuren aan zuid-, west en noordzijde van plangebied

Zoogdieren (marterachtigen – boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel)

Ja, mogelijk verblijfplaatsen voor de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel in konijnenburchten in noorden plangebied. Mogelijk verblijfplaatsen van bunzing en steenmarter bij Heiligenboom 1. Zie tabel 3.4

Nee, mits groenstructuren niet worden aangetast Ja, zie tabel 3.2

Vogels (algemene broedvogels) Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) verblijfplaatsen

Vrijgestelde soorten

Nee, mits bebouwing niet wordt aangetast

Ja, zie tabel 3.3

Nader te bepalen

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd. Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd. Nog onduidelijk

blad 45 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

In tabel 5.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de boomvalk, ransuil, sperwer, huismus, steenuil, boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 5.2 uiteengezet. Tabel 5.2. Beschrijving nader onderzoek.

Soort Boomvalk Ransuil Sperwer Huismus

Steenuil Marterachtigen

Onderzoeksmethode Minimaal twee inventarisatiemomenten tussen 25 april en 31 augustus. Minimaal twee inventarisatiemomenten tussen 15 februari en 15 juli. Minimaal twee inventarisatiemomenten tussen 25 maart en 10 juli. Twee inventarisatiemomenten tussen 1 april en 15 mei, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. Ook is mogelijk om drie inventarisatiemoment uit te voeren in de periode 10 maart tot en met 20 juni, waarvan 1 in de periode 1 april tot 15 mei. Drie gerichte avondbezoeken voor balts in de periode 1 februari – 30 april en 1 bezoek overdag naar nestsporen die jaarrond kan plaatsvinden. Onderzoek naar de marterachtigen wordt bij voorkeur uitgevoerd in de periode maart-september, de actieve periode, gedurende zes weken. Tijdens deze zes weken wordt het gebruik van het plangebied door middel van wildcamera’s gemonitord.

In tabel 5.1 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 5.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 5.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.

Soort(groep) Algemene broedvogels Vleermuizen

5.1.1

Maatregelen Werken buiten het broedseizoen Geen verlichting schijnen of uitstralen op lijnvormige groenelementen in de omgeving en de bebouwing aan Heiligenboom 1

Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.8 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 5.4. Tabel 5.4. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten)

Amfibieën Zoogdieren (konijn)

Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien Stapvoets rijden met werkmaterieel Werken in één richting en richting vluchtmogelijkheden Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het dempen van de watergang Werken buiten de kwetsbare periode van voortplanting, handmatig vrijgaven van de konijnenburcht.

blad 46 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

5.1.2

Invasieve soorten Tijdens het terreinbezoek zijn geen invasieve exoten in het plangebied aangetroffen4. Uit NDFF blijkt dat enkel de nijlgans in de directe omgeving van het plangebied is waargenomen. De nijlgans is een invasieve exoot. Dit houdt in dat soort niet van nature voorkomt in Nederland en schadelijk is voor de inheemse natuur. Er zijn geen vervolgstappen voor de nijlgans aan de orde.

5.2

Gebiedsbescherming

5.2.1

Natura 2000 Aanlegfase Ten aanzien van de aanlegfase geldt dat vanwege de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied, de ligging in de bebouwde kom en het tussenliggende gebied (met wegen en woningen, etc.) effecten van de aanleg van de woningen ten aanzien van verstoring door licht, geluid, trilling, optische verstoring en mechanische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase kunnen effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Vanwege een mogelijke toename van recreatie kunnen storende effecten optreden. Ten aanzien van de habitattypen geldt echter dat wandelen, fietsen en paardrijden in het gebied alleen zijn toegestaan op wegen en paden. Er vindt geen betreding van habitattypen plaats. Voor habitatsoorten geldt dat deze niet in de omgeving van het plangebied voorkomen. Verder geldt dat habitatsoorten (vrijwel) ongevoelig zijn voor verstoring door geluid, trilling, licht en optische verstoring. Vogelrichtlijnsoorten zijn mogelijk wel gevoelig voor voorgenoemde vormen van verstoring. (Potentieel) leefgebied van doodaars, roodborsttapuit en toendrarietgans bevindt grotendeels zich op ruime afstand van het plangebied. Het vogelrichtlijngebied ligt dan ook op een afstand van ruim drieënhalve kilometer van het plangebied. Recreatie als gevolg van de nieuwbouwplannen zal met name plaats vinden op loopafstand van het plangebied.

Het gros van de recreatieve uitloop heeft naar verwachting een bereik van maximaal 2 km. Dit overlapt niet met het Vogelrichtlijngebied. Verder geldt voor de dodaars en roodborsttapuit dat ze niet tot matig verstoringsgevoelig zijn voor de aanwezigheid van mensen. De verstoringsgevoeligheid van toendrarietgans is wel groot (Krijgsveld et al, 2022). Recreatie vindt met name plaats bij mooi weer. Het is de verwachting dat de toename in recreatie vooral gedurende het voorjaar en de zomer plaatsvindt en dat het in de wintermaanden relatief gering is. De taigarietgans verblijft ’s winters in het Natura 2000-gebied en ondervindt daarom waarschijnlijk geen nadelige effecten van de woningbouw en de daarbij komende recreatie. In het plangebied komen ongeveer 422 mensen te wonen. Een dergelijk beperkte verhoging van het aantal inwoners (van de nieuwbouwwoningen) en daarmee het potentieel aantal recreanten leidt niet tot extra verstoring van (broed)vogels in natuurgebied. Er treedt ten aanzien van broedvogels en niet broedvogels geen (significant) negatief effect op als gevolg van recreatiedruk door de woningbouw. Negatieve effecten van stikstofdepositie als gevolg van het planvoornemen kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Effecten van stikstof dienen middels een AERIUS-berekening te worden bepaald. Resultaten van deze berekening worden in een losse rapportage beschreven.

In tabel 5.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in hoofdstuk 3 van voorliggende natuurtoets/voortoets.

4

De lijst met aangetroffen (invasieve) exoten is niet uitputtend. De aanwezigheid van andere exoten kan niet met zekerheid worden uitgesloten.

blad 47 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Tabel 5.5. Conclusies Natura 2000-gebieden.

Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Wnb-vergunning of akkoord van de provincie noodzakelijk?

5.2.2

Natura 2000 Ja, Kampina & Oisterwijkse Vennen (op circa 380 meter afstand) Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie en van receatiedruk. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Nog onbekend

Natuurnetwerk Brabant (NNB) In tabel 5.6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 4.1 van voorliggende natuurtoets. Tabel 5.6. Conclusies NNN-gebieden.

Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

5.2.3

NNN Circa 12 meter. Ja Nee, er worden geen kenmerkende waarden aangetast. Nee. Nee.

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied grenst aan de groenblauwe mantel. Er is geen sprake van externe werking. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten Het plangebied ligt niet in een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.

5.3

Beschermde houtopstanden Wnb Als gevolg van het planvoornemen worden er geen bomen gekapt. Daarnaast zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden geen beschermde houtopstanden aanwezig. Beschermde houtopstanden Wnb zijn daarom niet relevant voor voorliggend planvoornemen.

blad 48 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Literatuurlijst Antea Group, 2022. Oostelvoortjes II. Verkenning flora en fauna; risico’s en kansen. Projectnummer 0479561. 9 september 2022. Bergers, P. & La Haye, M. 2000. Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren. De Levende Natuur 101(2):52-58. BIJ12, 2017a. Kennisdocument buizerd (Buteo buteo). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017c. Kennisdocument gierzwaluw (Apus apus). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017d. Kennisdocument heikikker (Rana arvalis). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017e. Kennisdocument kerkuil (Tyto alba). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017f. Kennisdocument steenuil (Athene Noctua). Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2022. Kennisdocument huismus (Passer domesticus). Versie 2.0, juni 2022. Krijgsveld KL, B Klaassen & J van der Winden (2022). Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport & deel 2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017).

Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2021. Vleermuisprotocol 2021. SVP, 2021. Oostervoortjes II. Ruimtelijke verkenning. Moergestel. Mei 2021. In opdracht van bpd. Provincie Noord Brabant, 2017. Kampina & Oisterwijkse Vennen Natura 2000 Beheerplan Versie 28 februari 2023. Versie januari 2017 Provincie Noord Brabant, 2023. Natuurdoelanalyse 133 Kampina & Oisterwijkse Vennen Provincie NoordBrabant. Versie 28 februari 2023. Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator, versie 2022.1 www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl

blad 49 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Bijlage 1 Wettelijk kader blad 50 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving en het beleidskader. Het betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Wnb - Algemeen De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Wnb beschermt:  De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming)  De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming)  Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis.

LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten hebben een loketfunctie. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Wnb richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Wnb - Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb); 2) soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb); 3) ‘andere soorten’(onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’) (artikel 3.10 e.v. Wnb).

blad 51 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 3.1 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de overtreding van de verbodsbepalingen. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.5 e.v.: 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Wnb is het mogelijk om voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 52 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Andere soorten (artikel 3.10 e.v. Wnb) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage A en B van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.10 e.v.. Het is verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht.

Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 53 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Samenvatting gronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 3.1, 3.5 en 3.10). Ontheffingsgronden Artikel 3.1 Artikel 3.5 Artikel 3.10 Soorten van de Vogelrichtlijn 1 2 3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud (ook natuurbeheer), algemeen belang, bestendig gebruik

Andere soorten

Ja

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern Ja

Ja

Ja

Ja

Ja Ja Ja

Ja Nee Ja

Ja Ja Ja

Ja Ja

Ja Ja

Ja Ja

Nee

Ja

Ja

Nee Nee

Nee Nee

Ja Ja

Ja

Zorgplicht Er dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 1.11 van de Wnb. Deze zorgplicht houdt o.a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor in het wild levende dieren en planten, deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht heeft betrekking op de gebieds- en op de soortbescherming. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 1.

Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

blad 54 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Wnb - Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in artikel 2.1 tot en met 2.11 van de Wnb. Hierin wordt de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Hiermee zijn de verplichtingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, voor zover die betrekking hebben op gebiedsbescherming, geïmplementeerd in het Nederlands recht. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingdoelstellingen beschrijven voor de voor het gebied aangewezen habitattypen en soorten of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Voor activiteiten of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van LNV. Voortoets en Passende beoordeling De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten en die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen (plantoets) en anderzijds projecten (projecttoets).

Bij plannen en projecten in, of in de nabijheid (externe werking) van, een Natura 2000-gebied dienen de initiatiefnemers in een oriënterende fase (voortoets) te onderzoeken of het plan een significant negatief effect op de instandhoudingdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Met externe werking wordt bedoeld dat ook activiteiten buiten het gebied de natuurwaarden in het gebied kunnen beïnvloeden. Indien na dit onderzoek niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant negatief effect heeft, dient de initiatiefnemer meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart te brengen wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Daarbij dienen ook, indien noodzakelijk, de mitigerende maatregelen te worden betrokken. Deze analyse heet een ´passende beoordeling´. Het bevoegd gezag toetst de passende beoordeling. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit niet leidt tot significant negatieve effecten, kan de activiteit doorgang vinden. Wanneer uit de voortoets blijkt dat er wel kans is op een negatief effect, maar dit als niet significant kan worden gezien, kan eveneens, op basis van een verslechteringstoets toestemming voor het uitvoeren van de activiteit worden verleend.

Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan het project alleen doorgang vinden op grond van de “ADC-criteria”. Dit betekent dat: - A – alternatieve oplossingen voor het plan ontbreken; - D – er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn, en - C – de initiatiefnemer compenserende maatregelen vooraf en tijdig treft. Stikstofdepositie Stikstofdepositie vormt veelal een knelpunt bij de besluitvorming over plannen en projecten, omdat in veel Natura 2000-gebieden overbelasting van stikstof een probleem is voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor het gebied aangewezen soorten en habitattypen. Om een oplossing te bieden voor dit probleem was destijds (1 juli 2015) het Programma Aanpak Stikstof (PAS) opgericht. Op 29 mei 2019 oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) echter dat het PAS niet als onderbouwing kan worden gebruikt voor toestemmingsverlening op grond van de Wnb. Vanaf 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De hierin opgenomen vrijstelling van Wnb-vergunningplicht voor bouwwerkzaamheden in de realisatiefase voor wat betreft stikstofdepositie (art. 2.9a Wnb) vervalt met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) van 2 november 2022 in de Porthos-zaak.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het nationaal beleid met betrekking tot de gebiedsbescherming van het Natuurnetwerk Nederland is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De bescherming van het NNN staat nader uitgewerkt in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Hierin staan instructieregels voor de omgevingsverordening van de

blad 55 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

provincies. De bescherming werkt vervolgens door in de bestemmingsplannen van de gemeenten. De instructieregels uit het BKL verplichten de provincies tot:  het aanwijzen van Natuurnetwerk Nederland gebieden (artikel 7.6 Bkl )  het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN- gebieden (artikel 7.7 Bkl)  het stellen van regels in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kenmerken en waarden van NNN-gebieden (artikel 7.8 Bkl, eerste lid)  De regels die in de omgevingsverordening komen verzekeren in ieder geval dat (artikel 7.8 Bkl, tweede lid): o de kwaliteit en oppervlakte van het NNN-gebied niet achteruitgaan o de samenhang tussen de gebieden van het NNN wordt geborgd o tijdige compensatie van een bepaalde activiteit die negatieve gevolgen heeft Wezenlijke waarden en kenmerken Dit betreft de actuele en potentiële natuurwaarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied, met inbegrip van de omvang en de beoogde natuurkwaliteit alsmede de samenhang met andere natuurgebieden. ‘Nee, tenzij’-principe Voor het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent dat nieuwe plannen of projecten niet zijn toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Uitzonderingen hierop zijn wanneer sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14945787/1