CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 bij toelichting - Natuurtoets

RAAD 30 januari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiligenboom (Oostelvoortjes II) - aangenomen20.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurtoets en voortoets Heiligeboom Moergestel

Toetsing Wet natuurbescherming en NNB

projectnummer 0479561.100 definitief revisie 00 20 oktober 2024

www.anteagroup.nl

Natuurtoets en voortoets Heiligeboom Moergestel Toetsing Wet natuurbescherming en NNB projectnummer 0479561.100 definitief revisie 02 20 oktober 2024

Auteurs A.L.G. van der Linden S.M. Weterings (voortoets)

Opdrachtgever BPD Ontwikkeling B.V.

Gecontroleerd J.M. Kooijman C. Schellingen

datum 20 oktober 2024

beschrijving definitief

vrijgave P Kennes

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel Leeswijzer

5 6 9 9

2.

Soortbescherming (natuurtoets)

10

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8 2.3.9

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Insecten Zaadplanten, varens en bladmossen Zorgplicht Invasieve soorten

10 12 13 13 13 19 21 24 25 26 26 26

3.

Gebiedsbescherming (voortoets)

27

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.5 3.6

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Beschrijving Kampina & Oisterwijkse Vennen Natuurwaarden Kampina & Oisterwijkse vennen Instandhoudingsdoelen Aard en reikwijdte mogelijke effecten Voorkomen en verspreiding natuurwaarden in en nabij het projectgebied Habitattypen Habitatsoorten Broedvogels Niet-broedvogels, taigarietgans Samenvattend Recreatie Kampina & Oisterwijkse vennen Toetsing Natura 2000 – recreatie en vogelrichtlijnsoorten

27 28 28 29 30 31 31 32 37 38 39 39 40

4.

Gebiedsbescherming overig

42

4.1 4.2 4.3

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden Wnb

42 44 44

5.

Conclusie & advies

45

5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3

Soortbescherming Zorgplicht Invasieve soorten Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant (NNB) Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden Wnb

45 46 47 47 47 48 48 48

Literatuurlijst

49

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Bijlage 1 Wettelijk kader

51

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

60

blad 4 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding BPD Ontwikkeling B.V. is voornemens om de woonwijk Heiligeboom te realiseren. Het plangebied ligt ten oosten van de woonwijk Oostelvoortjes, ten westen van de Heiligenboomweg en ten noorden van de Oirschotseweg te Moergestel (gemeente Oisterwijk, Provincie Noord-Brabant). De ligging van het plangebied is weergegeven in de figuren 1.1 en 1.2. Het huidige planvoornemen bestaat onder andere uit woningen, wegen, parkeerplaatsen en groenstructuren. Het voornemen staat nog niet vast, maar wordt te zijner tijd toegevoegd aan het bestemmingsplan. Bij het voornemen worden geen bomen gekapt of watergangen gedempt. Onbekend is wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd en hoe lang deze zullen duren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of beschermde houtopstanden (Wet natuurbescherming (Wnb), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling.

Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Kansen voor het verbeteren van natuurwaarden zijn reeds benoemd in een andere rapportage1.

Moergestel

Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Bron: QGIS-PDOK, 2023.

1 Antea Group, 2022. Oostelvoortjes II. Verkenning flora en fauna; risico’s en kansen.

blad 5 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: QGIS-PDOK, 2023.

1.2

Planvoornemen Er worden verschillende woonbuurten verwezenlijkt. Deze buurtjes zullen per stuk ongeveer 10 tot 25 woningen tellen. De buurtjes kennen een aantal verschillende thema’s, namelijk De Brink, De Buurtschappen en De Erven. De Brink is centraal gelegen in het gebied en ligt binnen de autolus. Rondom De Brink liggen De Buurtschappen die bereikbaar zijn via de autolus middels inprikkers. Deze buurtjes zijn naar binnen gericht en kennen een semi-openbaar hofje waar de woningen op geörienteerd zijn. De achtertuinen van de woningen liggen aan een van de houtwallen, waardoor alle woningen een directe verbinding hebben met het groene raamwerk. De woonbuurtjes langs de Heiligenboom krijgen een informeel erf karakter en doen mee met de bestaande boerenerven langs de Heiligenboom. Door de inpassing van kleinschalige buurten en variatie in sferen voelt de ontwikkeling niet als een grote uitbreiding, maar past het in de dorps-landelijke omgeving. De architectuur en de omvang van de gebouwen dient zich ook naar dit dorps-landelijke beeld te voegen. In het project is er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen langzaam- en auto-verkeer. Voetgangers en fietsers kunnen het gebied aan meerdere kanten in en uit, terwijl het gebied voor auto’s alleen via de oostzijde toegankelijk is.

Zodoende wordt het voor de bewoners aantrekkelijker om de auto te laten staan bij bijvoorbeeld een bezoek aan het centrum van Moergestel en komt er geen extra auto-verkeer door de wijk Oostelvoortjes. De figuren 1.3, 1.4 en 1.5 geven een indruk van de toekomstige situatie.

blad 6 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 1.3. Locatie van de verschillende types woonvelden

Figuur 1.4. Routes door het gebied

blad 7 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 1.5. Voorbeeldverkaveling

De houtwallenstructuur wordt terug gebracht in het gebied en dient als stevig landschappelijk casco voor de wijk. Het verknoopt de houtwallen met het groen in Oostelvoortjes, het groen langs de Oirschotseweg en de speelplek ten noorden van Heiligeboom. De houtwallen hebben niet alleen een rol als ecologische verbinding, maar zijn met hun rijke en diverse begroeiing ook een fijne omgeving voor allerlei diersoorten. Ze bieden nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vogels en zoogdieren. Voor de mensen worden de houtwallen ook grotendeels toegankelijk middels wandel- en maaipaden. Langs de rand van het gebied vormen de houtwallen tevens een aangename buffer tot de bestaande woningen in Oostelvoortjes en de Oirschotseweg. Er wordt voortgeborduurd op het bestaande akkerlandschap en de houtwallen die hier ooit nog veel prominenter aanwezig waren. Binnen het houtwallen raamwerk is ruimte voor recreatieplekken en woonvelden met in totaal ongeveer 200 woningen.

Figuur 1.6. Voorbeeldverkaveling

blad 8 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

1.3

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Wnb als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn. Het doel van deze Voortoets (toets Natura 2000-gebiedsbescherming) is te onderzoeken of er als gevolg van de voorgenomen activiteiten effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied te verwachten zijn en in welke mate. Dit geschiedt in de vorm van een Voortoets in het kader van de Omgevingswet. Indien negatieve effecten niet zijn uit te sluiten zal een toetsing in de vorm van een Passende Beoordeling uitsluitsel moeten geven over de aard en ernst van effecten op Natura 2000-gebied(en). Op deze vraag zijn twee antwoorden mogelijk: 1. Er is zeker geen significant negatief gevolg. Dit betekent dat er geen vergunning op grond van de Omgevingswet nodig is en geen passende beoordeling nodig is; 2. De kans op een significant gevolg kan niet op voorhand met zekerheid uitgesloten worden, of er zijn mitigerende maatregelen nodig om significante gevolgen uit te sluiten.

Dit betekent dat vergunningverlening aan de orde is en een passende beoordeling vereist is.

1.4

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden aan de natuurwetgeving en overige beleidskaders. De kansen voor natuur zijn in een reeds opgeleverd rapport beschreven (Antea Group, 2022). Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven.

blad 9 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

2.

Soortbescherming (natuurtoets) In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan de Wnb van beschermde soorten en aanwezige invasieve soorten, Natura 2000-gebieden, NNN, overig provinciaal beleid van de provincie Noord-Brabant en beschermde houtopstanden. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Wnb (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 12 augustus 2022 is een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer met een temperatuur van circa 27 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Daarnaast is op 14 maart 2023 een aanvullend terreinbezoek uitgevoerd. De weersomstandigheden waren gedeeltelijk bewolkt, droog, met een temperatuur van circa 5 °C. Bij het terreinbezoek is de locatie Heiligenboom 1 bezocht. Daarnaast zijn alle bomen in en nabij het plangebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten en boomholtes. Bezoek 12 augustus 2022 Het plangebied betreft agrarisch landschap met weilanden waar paarden grazen en een akker waar aardappels op geteeld werden ten tijde van het veldbezoek. Het gebied wordt omkaderd door kavelsloten, welke droog stonden ten tijde van het veldbezoek. Langs de akkerranden en sloten is (ruige) (oever)vegetatie aanwezig met onder andere soorten als vogelwikke, haagwinde, brandnetel, duizendblad, jacobskruiskruid en riet. Tevens zijn er delen met (braam)struweel en aan de noordzijde is een lage bomenrij met knotwilgen aanwezig. Het deel aan de noordzijde betreft een grasveld met een speelplaats in de vorm van twee voetbalgoals en een omheind hondenlosloopveld.

Aan de noordzijde van dit deel groeit een bosschage met diverse loofbomen en dicht struweel, voornamelijk bestaand uit braam. Er ligt tevens een sloot met ruige oevervegetatie met diverse plantensoorten rondom het bosschage, welke ten tijde van het veldbezoek droog stond. Figuur 2.1 geeft een impressie van het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een woonwijk aan de westzijde. Dit betreft een woonwijk met voornamelijk rijtjeshuizen met voor- en achtertuinen die deels verhard zijn en deels groen ingericht zijn. In de woonwijk zijn enkele delen met openbaar groen in de vorm van grasvelden met bomen en/of hagen aanwezig. Aan de noord-, oost- en westzijden ligt agrarisch gebied met boerenerven en woonerven. Enkele woonerven ten zuiden van het plangebied aan de Oirschotseweg hebben een groen karakter. De weide ten oosten van het plangebied aan de andere zijde van de Heiligenboom lijkt in beheer te zijn als natuurgebied (mogelijk natte natuur / weidevogelgebied). Iets verder richting het oosten ligt het Allemansven. Op grotere afstand ten noorden van het plangebied ligt bosgebied de Oisterwijkse Bossen en Vennen (vanaf circa 500 m afstand) en de Kampinase Heide ten noordoosten (vanaf circa 3 km afstand). Bezoek 14 maart 2023 De locatie Heiligenboom 1 betreft een paardenhouderij.

Het terrein bestaat uit een paardenstal inclusief binnenbak aan de zuidzijde, een woning en gebouw in aanbouw centraal op het terrein en een buitenbak en stapmolen aan de noordzijde van het terrein. Het kavel wordt omringd door weides voor de paarden. De stal heeft bakstenen muren en de daken aan de noord en zuidzijde zijn bedekt met dakpanplaten. Het dak boven de binnenbak bestaat uit golfplaten. Het woonhuis heeft bakstenen muren en een rieten dak. Er zijn meerdere bomen op het terrein aanwezig en het terrein is in zijn geheel omringd door een beukhaag. Bij dit bezoek bestond het plangebied uit grasland en was er een kleine laag water aanwezig in de watergangen rondom het plangebied. In figuur 2.2 is een impressie gegeven van Heiligenboom 1.

blad 10 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Plangebied vanaf zuidoosten (maart 2023)

Plangebied vanaf zuidoosten (augustus 2022)

Plangebied vanaf noordwesten (maart 2023)

Plangebied vanaf noordwesten (augustus 2022)

Noordelijk veld met goals (augustus 2022)

Ruige vegetatie in plangebied (augustus 2022)

Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.

blad 11 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Impressie zuidelijk gebouw Heiligenboom 1

Impressie stallen Heiligenboom 1

Impressie binnenbak Heiligenboom 1

Impressie buitenbak Heiligenboom 1

Impressie woonhuis Heiligenboom 1

Impressie gebouw in aanbouw Heiligenboom 1

Figuur 2.2. Impressie van Heiligenboom 1.

2.2

Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: Opgaande vegetatie wordt verwijderd; Mogelijk wordt bebouwing (bij Heiligenboom 1) gesloopt; Er worden fietspaden/wegen aangelegd; Er wordt (tijdelijke) verlichting geplaatst; Er is sprake van geluidsverstoring/optische verstoring gedurende de werkzaamheden.

blad 12 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Gezien de afwezigheid van geschikt biotoop in het plangebied én het bekende verspreidingsgebied kan de aanwezigheid van beschermde reptielen, beschermde vissen en beschermde kreeftachtigen en weekdieren in het plangebied worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

2.3.2

Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2018-2023). Soort Categorie

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Ooievaar Ransuil Sperwer Steenuil

4 4 2 3 4 2 3 4 4 1

Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (zoals buizerd en ransuil), gebouwbroedende soorten (zoals huismus en gierzwaluw) en overige soorten (zoals grote gele kwikstaart en ooievaar). Tijdens het terreinbezoek in maart zijn in de omgeving van het plangebied drie overvliegende buizerds, vier overvliegende ooievaars en enkele huismussen waargenomen. Overige soorten met een jaarrond beschermd nest zijn niet waargenomen tijdens het terreinbezoek.

blad 13 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Boombroedende soorten Tijdens het terreinbezoek in maart 2023 zijn in (de directe omgeving van) het plangebied twee eksternesten in bomen aangetroffen. Daarnaast zijn enkele kleinere nesten in bomen aangetroffen. De bomen met nesten bevinden zich in de woonwijk en tuinen aangrenzend aan het plangebied (figuur 2.3 en 2.4). De nesten zijn geschikt voor kleinere (roof)vogels met een jaarrond beschermd nest, te weten de boomvalk, ransuil en sperwer. Op basis van de grootte van de nesten en hun locatie is gebruik door de buizerd en havik uit te sluiten. De aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (boomvalk, ransuil en sperwer) kan in (de directe omgeving van) het plangebied niet worden uitgesloten. Het plangebied kan ook onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van overige boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nesten die in de wijde(re) omgeving broeden, zoals de buizerd en havik. Voor deze en overige vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest maakt het plangebied gezien de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving geen essentieel onderdeel uit van de functionele leefomgeving.

Concluderend kan de aanwezigheid van nestplaatsen en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de boomvalk, ransuil en sperwer in (de directe omgeving van) het plangebied niet worden uitgesloten. De boomvalk, ransuil en sperwer vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), welke is verwerkt in de Wnb. Indien er nestplaatsen van de boomvalk/ransuil/sperwer aanwezig zijn, kunnen deze verstoord worden door het huidige planvoornemen en hun functie verliezen. Dit is in overtreding met de gestelde verbodsbepalingen uit de Wnb. Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de boomvalk, ransuil en sperwer is in overtreding met de Wnb. Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dient allereerst de aan- of afwezigheid van de soorten te worden vastgesteld middels nader onderzoek. Dit nader onderzoek bestaat uit minimaal twee gerichte veldbezoeken. Voor de ransuil dienen de bezoeken na zonsondergang plaats te vinden, de bezoeken voor de boomvalk en sperwer dienen overdag plaats te vinden. Om deze reden dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de boomvalk, ransuil en sperwer. De nesten worden niet direct aangetast door het voornemen, aangezien de bomen niet gekapt worden. Wel kan sprake zijn van indirecte effecten door verstoring. Om deze reden dienen minimaal twee bezoeken gebracht te worden.

Deze bezoeken dienen verspreid over de broedperiode van de soort plaats te vinden. Vervolgstappen Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik van de eksternesten door de boomvalk, ransuil en sperwer. Voor geen van deze soorten is een BIJ12 protocol aanwezig. Hierom dient het broedvogelmonitoring protocol van SOVON aangehouden te worden. Onderzoek naar de boomvalk kan plaatsvinden van 25 april tot 31 augustus. De globale voortplanting bestaat uit balts in april, broeden in mei/juni en uitvliegen van jongen in juli/augustus. Onderzoek naar de ransuil kan plaatsvinden van 15 februari tot 15 juli. De globale voortplanting bestaat uit: balts in februari/maart, legperiode eind maart tot half april en bedelende jongen in mei/juni. Onderzoek naar de sperwer kan plaatsvinden van 25 maart tot 10 juli. De globale voortplanting bestaat uit nestbouw en balts in maart/mei, broeden van eind april tot juni en uitvliegende jongen in juni/juli.

blad 14 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Gebouwbewonende soorten In het plangebied (en de directe omgeving) is bebouwing aanwezig. De daken van Heiligenboom 1 zijn bedekt met riet (woonhuis) of platen (bijgebouwen). Op enkele locaties tussen deze platen zijn openingen aanwezig. Dergelijke bebouwing is geschikt voor gebouwbroedende soorten, zoals de huismus (figuur 2.3 en 2.5). Tevens bevinden zich potentiële essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving voor huismus binnen het plangebied, waaronder een dichte haag die kan dienen als schuilplaats/overnachtings- en winterverblijfplaats. Tijdens het terreinbezoek zijn huismussen gehoord in deze haag. Het ontbreekt binnen het plangebied aan open aanvliegroutes naar nestplaatsen voor de gierzwaluw, waardoor nestlocaties van de gierzwaluw in het plangebied kunnen worden uitgesloten. De bebouwing van Heiligenboom 1 en de omliggende boerderijen (in de directe omgeving: Heiligenboom 6 en 8) bieden geschikt broedbiotoop voor de steenuil. Ook kan het plangebied deel uitmaken van essentieel foerageergebied van de steenuil. Concluderend kan de aanwezigheid van nestplaatsen en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus en nestplaatsen en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de steenuil in (de directe omgeving van) het plangebied niet worden uitgesloten.

De huismus en steenuil vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), welke is verwerkt in de Wnb. Indien er nestplaatsen van de huismus en/of steenuil aanwezig zijn, kunnen deze verloren gaan als gevolg van de mogelijke sloop van de gebouwen. Dit is in overtreding met de gestelde verbodsbepalingen uit de Wnb. Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus en steenuil is in overtreding met de Wnb. Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dient allereerst de aan- of afwezigheid van beide soorten te worden vastgesteld middels nader onderzoek. Dit nader onderzoek bestaat voor de huismus uit twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni (BIJ12, 2022). Voor de steenuil bestaat het nader onderzoek uit drie gerichte veldbezoeken in de periode 1 februari - 30 april, en 1 inventarisatie van nestsporen bij bebouwing. Het onderzoeken van bebouwing kan jaarrond plaatsvinden (BIJ12, 2017f). Vervolgstappen Om de aan- of afwezigheid van de huismus en steenuil aan te kunnen tonen, is nader onderzoek noodzakelijk.

Voor de huismus bestaat dit nader onderzoek uit twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni, waarvan 1 in de periode 1 april tot 15 mei (BIJ12, 2022). Voor de steenuil bestaat het nader onderzoek uit drie gerichte veldbezoeken in de periode 1 februari – 30 april en 1 veldbezoek naar nestsporen die jaarrond kan plaatsvinden (BIJ12, 2017f). Overige soorten In het plangebied zijn geen nesten voor de ooievaar waargenomen. Wel is er een bezet nest aanwezig op Grand Café ’t Stokske op circa 200 meter ten noorden van het plangebied (figuur 2.3 en 2.6). Dit nest wordt niet aangetast door het voornemen, ook is er geen sprake van verstoring van het nest door de afstand tot het plangebied. Wel kan het plangebied deel uitmaken van het foerageergebied van de ooievaar. Door de aanwezigheid van voldoende vergelijkbaar biotoop in de directe omgeving maakt het plangebied geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van de ooievaar. Geschikt broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart (nabij stromend water of nissen onder bruggen)) is in (de directe omgeving van) het plangebied niet aanwezig, waardoor jaarrond beschermde nestplaatsen van deze soort kunnen worden uitgesloten.

Nestplaatsen en essentieel leefgebied van overige soorten met een jaarrond beschermd nest in (de directe omgeving van) het plangebied kunnen worden uitgesloten.

blad 15 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 2.3. Overzicht van bevindingen met betrekking tot vogels met een jaarrond beschermd nest in en nabij het plangebied. De steenuil kan zich ook op het terrein van Heiligenboom 1, 6 of 8 bevinden. Van deze terreinen maakt alleen Heiligenboom 1 onderdeel uit van het plangebied.

Figuur 2.3. Impressie van de eksternesten nabij het plangebied.

blad 16 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 2.5. Impressie van bebouwing nabij plangebied geschikt voor de huismus en enkele openingen onder de dakbedekking bij Heiligenboom 1 die de huismus toegang tot het gebouw kunnen bieden.

Figuur 2.6. Bezette nestplaats van ooievaar op Stokske 7. De kop van de ooievaar is net boven de nestrand zichtbaar. Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2018-2023). Soort Categorie Soort Categorie

Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Pimpelmees Spreeuw Torenvalk Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

blad 17 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen ekster, koolmees, pimpelmees). Nesten van de categorie 5 vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Tijdens de terreinbezoeken zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (o.a. merel, vink, witte kwikstaart). Ook is een broedende houtduif waargenomen (figuur 2.7). De bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied bieden nestgelegenheid aan deze algemene soorten.

Figuur 2.7. Broedende houtduif nabij het plangebied op 14 maart 2023. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wnb (artikel 3.1). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wnb aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

Vervolgstappen Voor algemeen voorkomende broedvogels waarvan het nest gedurende de broedperiode beschermd is dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en soort specifieke factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden.

2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 18 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

2.3.3

Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2018-2023).

Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

Ruige dwergvleermuis

Beschermingsregime HR (artikel 3.5) X X X X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. De woning van Heiligenboom 1 en het gebouw rond de binnenbak bevatten diverse openingen in de spouwmuur. Ook kan het rieten dak van het woonhuis verblijfplaatsen bieden aan vleermuizen (figuur 2.8 en 2.9). De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) kan niet worden uitgesloten.

In het plangebied zijn geen bomen met holtes aanwezig, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten (o.a rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis,) kan worden uitgesloten. Ook de woningen aangrenzend aan het plangebied kunnen verblijfplaatsen bieden aan vleermuizen. Deze gebouwen worden niet direct aangetast, wel dient in de gebruiksfase rekening gehouden te worden met lichtuistraling op de omgeving om de functionaliteit van deze verblijfplaatsen te garanderen.

Figuur 2.8. Spouwmuurgaten en rieten dak van woonhuis Heiligenboom 1 (links) en spouwmuurgaten in gebouw van binnenbak (rechts).

blad 19 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Alle soorten vleermuizen zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5). De woning van Heiligenboom 1 en het gebouw rond de binnenbak kunnen als verblijfplaats dienen voor gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis). Als gevolg van de mogelijke sloop van deze gebouwen, worden deze mogelijke verblijfplaatsen vernield. Dit is in overtreding met de Wnb. Om het gebruik van de woningen als verblijfplaats door vleermuizen al dan niet vast te kunnen stellen, is nader onderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Vleermuizen gebruiken hun verblijfplaats door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied meerdere malen (minimaal vijf keer) verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken voor het vleermuisonderzoek. Vervolgstappen Om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) aan te kunnen tonen, is nader onderzoek conform het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal vijf bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober).

Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als (essentiële) vliegroute. De aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes in het plangebied kan worden uitgesloten. Wel grenst het plangebied mogelijk aan essentiële vliegroutes. De Heiligenboom is te open om als vliegroute te dienen, maar de bomenlanen en rijen woningen aan de noord-, west-, en zuidzijde van het plangebied kunnen als vliegroute dienen (figuur 2.9). Deze structuren worden niet aangetast door het voornemen, maar kunnen wel verstoord worden indien hier licht naar uitgestraald wordt. Lichtuistraling naar de omgeving dient hierom voorkomen te worden. Indien lichtuistraling niet voorkomen kan worden, dienen vliegroutes in de omgeving middels nader onderzoek in beeld gebracht te worden. Vervolgstappen Voorkom lichtuistraling op lijnvormige elementen in de omgeving tijdens realisatie- en gebruiksfase. Indien lichtuistraling niet voorkomen kan worden, dient nader onderzoek de vliegroutes in de omgeving in kaart te brengen. Dit gebeurt middels twee bezoeken in de actieve periode van vleermuizen. Één bezoek vindt plaats in de kraamtijd (15 mei – 15 juli) en de ander in de periode 1 augustus tot 1 oktober.

Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is marginaal geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, vanwege het agrarisch karakter en afwezigheid van opgaande beplanting. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is vergelijkbaar alternatief foerageergebied aanwezig. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten. Ook blijft het plangebied na de realisatie van het voornemen geschikt als foerageergebied. Het plangebied krijgt een groene inrichting waardoor de diversiteit aan voedselbronnen vergelijkbaar blijft.

blad 20 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 2.9. Mogelijke functies voor vleermuizen in (verblijfplaatsen) en nabij (vliegroutes) plangebied.

2.3.4

Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 20182023).

Soort Bever Boommarter Bunzing Eekhoorn Steenmarter Wezel Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Haas Huisspitsmuis Ondergrondse woelmuis Ree Veldmuis Vos

Beschermingsregime HR (artikel 3.5) X

Wnb 3.10

Vrijgestelde zoogdieren Wnb (artikel 3.10)

X X X X X X X X X X X X X X X X

Aangezien het plangebied in agrarisch gebied ligt zonder bomen en geschikt stromend water, kan de bever op voorhand worden uitgesloten van het plangebied.

blad 21 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in de bomen in (de directe omgeving van) het plangebied. Door het agrarisch karakter van het plangebied is gebruik als foerageergebied ook uitgesloten. De eekhoorn is uitgesloten van het plangebied. Marterachtigen (boommarter, bunzing, steenmarter, wezel) De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. De boommarter komt in Nederland in allerlei typen en leeftijden bos voor. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottigsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan. Boommarters maken meestal niet zelf een hol maar passen een bestaand nest aan. Het plangebied grenst aan bosgebied en in het plangebied bevinden zich konijnenholen (figuur 2.10 en 2.11). Rustplaatsen van de boommarter zijn daarom niet uit te sluiten van het plangebied. Nestplaatsen (holtes in bomen) zijn niet aanwezig in het plangebied en hierom uitgesloten.

De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Als dagrustplaats worden voornamelijk bestaande holen gebruikt, zoals konijnenholen en holen van bijvoorbeeld muskusrat. Ook takken- en steenhopen, duikers en rommelschuurtjes worden als dagrustplaats gebruikt. In de winter zoeken bunzingen vaak warmere plekken op, zoals hooi- en strobalen. Het plangebied betreft agrarisch landschap met ruige vegetatiestroken en konijnenburchten in het noorden (figuur 2.10 en 2.11). Verblijfplaatsen van de bunzing zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’ ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen.

Het plangebied betreft agrarisch landschap met ruige vegetatiestroken en konijnenburchten in het noorden (figuur 2.10 en 2.11). Verblijfplaatsen van de steenmarter zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. De wezel leeft bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Het plangebied betreft agrarisch landschap met ruige vegetatiestroken en konijnenburchten in het noorden (figuur 2.10 en 2.11). Verblijfplaatsen van de wezel zijn hierom niet uit te sluiten van het plangebied. De boommarter, bunzing, steenmarter en wezel zijn beschermd onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden om rust- en verblijfplaatsen aan te tasten. Het is nog onbekend of de konijnenburchten worden aangetast door het voornemen. Indien de konijnenburchten worden aangetast en deze zijn in gebruik door een marterachtige, is deze aantasting/verstoring/vernietiging een overtreding van de Wet natuurbescherming. Ook de ruige vegetatie kan een essentiële functie hebben.

Om deze reden is nader onderzoek naar het gebruik van de het plangebied door marterachtigen noodzakelijk.

blad 22 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Het gebruik van het plangebied door marterachtigen wordt in beeld gebracht middels nader onderzoek. Dit nader onderzoek vindt plaats volgens de handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming van de Provincie Noord-Brabant (Bouwens, 2017). Voor de boommarter en steenmarter bestaat geen provinciale handreikingen ter inventarisatie. De methoden omschreven in de handreiking kleine marters zijn ook effectief voor de boommarter en steenmarter. Om deze reden wordt de handreiking kleine marters ook voor de boommarter en steenmarter aangehouden. Nader onderzoek Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van bosschages en konijnenburchten in het plangebied voor de boommarter, bunzing, steenmarter en wezel. Onderzoek naar de marterachtigen wordt bij voorkeur uitgevoerd in de periode maart-september, de actieve periode, gedurende zes weken. Tijdens deze zes weken wordt het gebruik van het plangebied door middel van wildcamera’s gemonitord.

Figuur 2.10. Ruige vegetatiestroken in plangebied (links) en konijnenburchten in noorden plangebied (rechts).

Figuur 2.11. Ligging van, voor marterachtigen geschikte, structuren in het plangebied. Bron: QGIS-PDOK, 2023.

blad 23 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zoogdieren niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als egel, haas, konijn, rosse woelmuis. Zo zijn er konijnenburchten in het noordelijke deel van het plangebied en bieden de agrarische percelen met ruige vegetatie aan de randen biedt geschikt biotoop voor egels, hazen en verscheidene muizen. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.8 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.5

Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 20182023).

Soort

Beschermingsregime HR (artikel 3.5)

Heikikker Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad

Wnb 3.10

Vrijgestelde zoogdieren Wnb (artikel 3.10)

X

X X X

Heikikker De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland. Ook wordt de soort gemeld uit bos en struweel. De heikikker is duidelijk een cultuurvliedende soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap, rond infrastructuur en bebouwing. De heikikker waarnemingen in NDFF bevinden zich allen in het natuurgebied Oisterwijkse Bossen en Vennen. Door de afstand van de waarnemingen tot het plangebied en het feit dat het plangebied een agrarisch landschap is met watergangen die niet jaarrond waterhoudend zijn, is de heikikker uitgesloten van het plangebied. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde amfibieën niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als bruine kikker en gewone pad. Zo kunnen de agrarische watergangen gebruikt worden voor voortplanting en het plangebied als landbiotoop. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing.

Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.8 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

blad 24 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

2.3.6

Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van insecten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.6 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20182023).

Soort

Beschermingsregime Wnb 3.10

HR (artikel 3.5) Beekrombout Bosbeekjuffer Kleine ijsvogelvlinder

X X X

Beekrombout De beekrombout wordt in uiteenlopende typen stromende wateren aangetroffen. De soort wordt meestal met traag stromende laagland, beken geassocieerd. Belangrijk is de aanwezigheid van zuurstofrijk water en onbegroeide zandige substraten en niet te rijk zijn aan nitraten en fosfaten. Vaak zijn grote delen van de oever rijkbegroeid en is het landschap in de omgeving kleinschalig met bosjes, houtwallen, hooilanden, heidevelden en ruigten. De waterkwaliteit is voor de Beekrombout belangrijker dan de structuur van de oevervegetatie en de diversiteit van de omgeving. De larven overwinteren meestal drie, soms twee of vier keer. De wateren langs het plangebied vallen droog in de winter en zijn, gezien het agrarisch karakter, rijk aan voedingsstoffen. Om deze redenen zijn voortplantingslocaties van de beekrombout uitgesloten. Bosbeekjuffer De bosbeekjuffer komt voor langs beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken. De soort is kritisch ten aanzien van de waterkwaliteit en de morfologie van de beek. Belangrijke factoren zijn de diversiteit van de omgeving van de beek en natuurlijke fysische processen als erosie en sedimentatie. Het omringende landschap is vaak gevarieerd, met bosjes, hooilanden, struwelen, houtwallen en ruigten. In dergelijke ‘ouderwetse’ landschappen met een weinig intensief landgebruik is de waterkwaliteit vaak goed.

De larven overwinteren soms een, maar meestal twee keer. De wateren langs het plangebied vallen droog in de winter en zijn, gezien het agrarisch karakter, rijk aan voedingsstoffen. Om deze redenen zijn voortplantingslocaties van de bosbeekjuffer uitgesloten. Kleine ijsvogelvlinder De kleine ijsvogelvlinder komt voor in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. De waardplanten zijn wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie, gecultiveerde kamperfoelie en sneeuwbes. Vrouwtjes op zoek naar een geschikte plaats om de eitjes af te zetten, fladderen langzaam en vlak boven de grond. Favoriet zijn solitaire waardplanten die in de halfschaduw groeien. Vooral stengels die uitsteken of afhangen van planten die rond boomstammen slingeren worden gebruikt. Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af op de bovenzijde aan de top van een blad, meestal op een halve tot anderhalve meter hoogte. Het plangebied betreft een open agrarisch landschap. Er staan geen waardplanten, waardoor voortplantingslocaties van de kleine ijsvogelvlinder in het plangebied uitgesloten zijn. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde insecten niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

blad 25 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

2.3.7

Zaadplanten, varens en bladmossen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van zaadplanten, varens en bladmossen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.7 Overzicht van waargenomen zaadplanten, varens en bladmossen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2018-2023).

Soort

Beschermingsregime Wnb 3.10

HR (artikel 3.5) Geen waarnemingen

Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zaadplanten, varens en bladmossen niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. De bodem bestaat uit hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Door het agrarische karakter is de bodem in het plangebied echter voedselrijk en wordt de bodem omgewoeld om cultuurgewassen te kunnen kweken. Beschermde flora zijn kritisch op hun standplaats en hierom uitgesloten van het plangebied.

2.3.8

Zorgplicht In het plangebied kunnen algemene zoogdieren en algemene amfibieën aanwezig zijn. Deze soorten zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht voor de Wnb in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soorten, net als alle overige in het wild levende dieren en planten, de zorgplicht (zie bijlage 1). Dit houdt in dat tijdens de werkzaamheden zo veel mogelijk negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.8. Tabel 2.8. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten)

Amfibieën Zoogdieren (konijn)

2.3.9

Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien Stapvoets rijden met werkmaterieel Werken in één richting en richting vluchtmogelijkheden Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het dempen van de watergang Werken buiten de kwetsbare periode van voortplanting, handmatig vrijgaven van de konijnenburcht.

Invasieve soorten Tijdens het terreinbezoek zijn geen invasieve exoten in het plangebied aangetroffen3. Uit NDFF blijkt dat enkel de nijlgans in de directe omgeving van het plangebied is waargenomen. De nijlgans is een invasieve exoot. Dit houdt in dat soort niet van nature voorkomt in Nederland en schadelijk is voor de inheemse natuur. Er zijn geen vervolgstappen voor de nijlgans aan de orde. 3

De lijst met aangetroffen (invasieve) exoten is niet uitputtend. De aanwezigheid van andere exoten kan niet met zekerheid worden uitgesloten.

blad 26 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

3.

Gebiedsbescherming (voortoets)

3.1

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen en het gebied is aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Habitatrichtlijngebied ligt op circa 380 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 3.1). Het Vogelrichtlijngebied binnen dat Natura 2000-gebied ligt op ruim drieënhalve kilometer afstand van het plangebied.

Figuur 3.1 Ligging Natura 2000-gebied “Kampina & Oisterwijkse Vennen” naast het plangebied (rood omkaderd). Bron: AERIUS-calculator, versie 2022.

Binnen een straal van 15 km liggen nog vier andere Natura 2000-gebieden. Het betreft “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”, “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, “Regte Heide & Riels Laag” en Kempenland West (zie figuur 3.2). Deze Natura 2000-gebieden en de overige Natura 2000-gebieden die op een nog grotere afstand liggen, liggen buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft bijvoorbeeld geluid- en lichtverstoring. Vanwege de afstand, de tussenliggende gebieden, wegen en watergangen en de relatief geringe omvang van de ontwikkeling in het projectgebied worden geen effecten (anders dan als gevolg van stikstof) in deze Natura 2000-gebieden verwacht. De voortoets heeft alleen betrekking op Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Voor wat betreft stikstof kunnen effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Om inzicht te krijgen in de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in een aparte rapportage beschreven.

blad 27 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

Figuur 3.2. Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: AERIUS-calculator, versie 2022.

Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de aanlegfase en de gebruikersfase te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie, dient een ecologische Voorstoets Stikstof te worden opgesteld.

3.2

Beschrijving Kampina & Oisterwijkse Vennen

3.2.1

Natuurwaarden Kampina & Oisterwijkse vennen Kampina en de naastgelegen Oisterwijkse vennen en bossen vormen samen een voorbeeld van het licht glooiende Brabants dekzandlandschap, met U-vormige paraboolduinen, met bossen, vennen, heide en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Kampina is een restant van het halfnatuurlijke Kempense heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, een meanderend riviertje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. In de oeverzones van de vennen komt nog hoogveenvorming voor, in het zuiden liggen dopheidevelden. In het stroomdal van de vrij meanderende Beerze staan hoge populieren, elzenbroek, vochtige heide met gagelstruweel en blauwgraslanden. De vennen in het gebied zijn vaak langgerekt in zuidwest-noordoostelijke richting, de dominerende windrichting van de laatste ijstijd, toen dit landschap

blad 28 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

grotendeels werd gevormd. Vennen die in het gebied aanwezig zijn betreffen doorstroomvennen (o.a. de Centrale Vennen in de Oisterwijkse Bossen), geïsoleerde zure vennen, en vennen in beekdalflanken die (van oorsprong) onder invloed staan van inundatie met beekwater. De vennen in de Oisterwijkse bossen zijn merendeels ontstaan als uitgestoven laagten in een stuifzandlandschap, waar veentjes in ontstonden. Door vervening is hierin sinds de Middeleeuwen weer open water ontstaan. In het gebied zijn reeds in 1950 de eerste herstelmaatregelen in de vennen uitgevoerd (www.N2000.nl).

3.2.2

Instandhoudingsdoelen Dit gebied is aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen is op 25 april 2013 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. Op 22 november 2022 is het wijzigingsbesluit Aanwezige waarden definitief vastgesteld. Daarmee zijn doelen voor de habitattypen H9120 en H91D0 toegevoegd. Voor het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen zijn daarmee 15 habitattypen en 6 habitatsoorten, 2 broedvogelsoorten en 1 niet-broedvogelsoort aangewezen. In onderstaande Tabel (Tabel 2.1) wordt een overzicht gegeven van deze instandhoudingsdoelen. Tabel 3.1. Instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse vennen. Aangegeven zijn de doelstelling oppervlakte (Opp.) en kwaliteit (Kwal) van het leefgebied. Legenda: ‘>’ = uitbreiding, '=' behoud,= (<) behoud oppervlakte, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde en * sterretje duidt op een prioritair habitattype (Bron: Ministerie van LNV, 2020). Opp.

Kwal.

> > > > =(<) > > = > > = = = = =

> > > > > > > > > = > = > = >

Habitatrichtlijnsoort H1082 gestreepte waterroofkever H1042 Gevlekte witsnuitlibel H1166 kamsalamander H1163 Rivierdonderpad H1831 drijvende waterweegbree H1149 kleine modderkruiper

> > > = > =

> > > = > =

> > > = > =

Broedvogels A004 Dodaars A276 Roodborsttapuit

= =

= =

30# 35#

Niet-broedvogels A701 Taigarietgans

=

=

100*

Habitattype H2310 Stuifzandheiden met struikhei H2330 zandverstuivingen H3110 zeer zwakgebufferde vennen H3130 zwakgebufferde vennen H3160 zure vennen H4010A vochtige heiden H4030 droge heiden H6410 blauwgraslanden H7110B actieve hoogvenen (heideveentjes) H7150 pioniervegetaties met snavelbiezen H7210 galigaanmoerassen H9190 oude eikenbossen H91D0* - Hoogveenbossen H91E0C vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

Pop.

# aantal broedpaar * Maximum, slaap- , rustplaats

blad 29 van 62

datum 20 oktober 2024 projectnummer 0479561.100 betreft Natuurtoets Heiligeboom Moergestel

3.3

Aard en reikwijdte mogelijke effecten Storingsfactoren kunnen een direct effect op de instandhoudingsdoelen hebben (bijvoorbeeld het doden van dieren of het verdwijnen van oppervlak habitattype of leefgebied) of een indirect effect (bijvoorbeeld verandering van de milieucondities, waardoor de leefomstandigheden verslechteren of het blokkeren van een trekroute, waardoor de toegang tot voedsel- of overwinteringsgebieden buiten het Natura 2000-gebied wordt geblokkeerd). Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al., 2005, 2014) kan de woningbouw de volgende negatieve effecten veroorzaken: oppervlakteverlies; versnippering; vermesting en verzuring (stikstofdepositie) (wordt separaat getoetst); verontreiniging en verdroging; verstoring door licht; verstoring door geluid en trilling; optische verstoring; verstoring door mechanische effecten. Op basis van een eerste analyse kan het optreden van een groot aantal effecten uit de effectenindicator op voorhand buiten beschouwing worden gelaten. De volgende effecten zijn niet van toepassing (Tabel 4.2):  

Verlies oppervlak / versnippering: De nieuwe inrichting leidt niet tot verlies van oppervlak en ook niet tot versnippering omdat het voornemen buiten het Natura 2000-gebied wordt gerealiseerd. Verontreiniging: er is sprake van verontreiniging wanneer stoffen, die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties voorkomen, door menselijke activiteiten in een gebied terechtkomen. In algemene zin wordt aangenomen dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie van verontreinigingen, gevoeliger zijn (Broekmeijer, 2006). De mate van gevoeligheid voor verontreiniging is echter soortafhankelijk. In het geval van de voorgenomen werkzaamheden, is er geen sprake van verontreiniging. Alle activiteiten zijn gebonden aan reguliere milieuwetgeving. De voorgenomen activiteit leidt verder niet tot emissies. Er is geen sprake van lozingen van afvalstoffen op oppervlaktewater. Daarnaast kan uitgesloten worden dat depositie van vervuilende stoffen (anders dan stikstofdepositie door verkeer of inzet materieel) naar de lucht plaatsvindt gezien de geplande activiteiten. Hierdoor kunnen negatieve effecten ten gevolge van verontreiniging op voorhand worden uitgesloten.

Verzoeting, verzilting, verdroging en vernatting, omdat de werkzaamheden geen invloed hebben op de zuurgraad en het saliniteitsgehalte van het water en er geen sprake is van veranderingen in het waterniveau worden deze aspecten niet beoordeeld in dit rapport. Verstoring door mechanische effecten: Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Wandelen, fietsen en paardrijden zijn in het gebied alleen toegestaan op wegen en paden. Honden dienen in het gehele gebied aangelijnd te zijn. Er vindt geen betreding van habitattypen plaats. Verstoring door mechanische effecten zijn hier dan ook niet aan de orde. Er vindt geen betreding van habitattypen plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14945787/1